AVIC-F910BT - GPS-navigatiesysteem PIONEER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AVIC-F910BT PIONEER in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over AVIC-F910BT PIONEER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw GPS-navigatiesysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AVIC-F910BT - PIONEER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AVIC-F910BT van het merk PIONEER.
GEBRUIKSAANWIJZING AVIC-F910BT PIONEER
Voorzorgen voor het aansluien van het systeme 145
Alvorens u dit product inbouwt 146
Voorkomen van beschadigingen 146
-Opmerking over de blauwe draad 146
Opmerking over de blauw/witte draad 147
Bijgeleverde accessoires 147
Systeemcomponenten aansluiten 148
Het stroomsnoer aansluiten (1) 150
Het stroomsnoer aansluiten (2) 152
Voor aansluiting op een los verkrijgbare
eindversterker 154
Bij aansluiting van een中断eruitkijkcamera 156
Tijdens het aansluiten van het
achterdisplay 157
- Tijdens het gebruik van een中断erdisplay dat op de中断video-outgang is aangesloten 157
Bij de aansluiting van een extern videocomponent 157
- Gebruik van de "AV1 Input" (AV1) 157
- Gebruik van de "AV2 Input" (AV2) 158
04 Inbouwen
Voorzorgen voor installmentie
159
Voorkomen van electromagnetische storingen 159
Voor de installment 160
Dit navigatiesystem inbouwen 160
Opmerkingen betreffende het inbouwen 160
- Bijgeleverde accessoires 161
Vór het installereren van dit navigatie-
eenheid 162
- Installatie met de houder en zijbeugel 162
- Installatie met gebruik van de schroefgaten aan de zijkant van het navigatie-eenheid 163
Bevestigen van de GPS-antenne 164
Opmerkingen betreffende het bevestigen 164
- Bijgeleverde accessoires 164
- Bevestigen van de Antennene binnen in de auto (op het dashboard of de hoedenplank) 165
De microfoon installeren 166
- Bijgeleverde accessoires 166
Montage op de zonneklep 166 - Installatie op stuurkolom 167
- De hoek van de microfoon aanpassen 168
05 Na installment
Na het inbouwen van dit navigatiesystem 169
BETREFFENDE UW NIEUWE NAVIGATIESYSTEEM EN HET GEBRUK VAN DEZE HANDLEIDING
- De navigatie-elementen van dit product (en de optionele anscheruitkijkcamera, indien deze is aangeschaft) zijnuitsluitend bedoeld als hulpmiddel voor de bedding van uw voertuig. U mag het autonavigatiesystem Niet beschouwen als verranging van uw eigen beoordealingsvermogen en alertheidijdens het rijden.
- Gebruik dit navigatiesystem nooit om in geval van noood waar ziekenhuizen, politie-stations of dergelijke instellingen te rijden. Bel dan het juiste hulpdienstnummer.
- Gebruik dit navigatiesystem (of de optionele achechteruitkijkamera, indien deze is aangeschaff) Niet indien hierdoor op enigerlei wijze uw aandacht van het veilig besturen van uw auto kan worden afgeleid. Neem altijd de gangbare beperkingen en aanwijzingen voor wegbebruikers in alot, boven het advies en de begeleiding die dit product biedt. Volg strikt de geldende verkeersregels, ook als dit product gegenstrijdige aanwijzingen geeft.
- In deze handleiding worden de inbouw van het navigatiesysteme in uw voertuig beschreiben. De bediening van het navigatiesysteme worden beschreiben in de afzonderlijke handleideringen die bij het navigatiesystem worden geleverd.
Bouw dit product Niet in opplaatsen waar het (i) het zicht van de bestuurder kan hinderen, (ii) de werking van een van de bedieningssystemen of veiligheidsvoorzieningen van de auto, inclusief airbags en knoppen van waarschuwingsknipperlichten nadelig kan beinvloeden of (iii) een belemmering kan vormen voor het vermogen van de bestuurder om het voertuig vlilig te bedieren. In bepaalde geallen is het wellicht nicht möglich dit product in te bouwen vanwege
het type voertuig of de vorm van het intereur van het voertuig.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSMAATREGELEN
WAARSCHUWING
Pioneer raadt u af het navigatiesysteme zelf in te bouwen. Wij adviseren u om alleen bevoed Pioneer onderhoudspersoneel, dat special is opgeleid en ervaring heeft met mobiele elektronica, dit product te lately instellen en inbouwen. VOER NOOIT ZELF ONDERHOUD UIT AAN DIT PRODUCT. Bij verkeerd inbouwen of onderhoud van dit product en de aansluitkabels bestaat de kans op een elektrische schok of een andere gevaarlijke situatie, en kan het navigatiesystem schade oplopen die nicht onder de garantie valt.
LEES DEZE INFORMATIE BETREFFENDE UW NAVIGATIESYSTEM ZORGVULDIG DOOR EN BEWAAR DE INFORMAT VOOR LATERE NASLAG
1 Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u het navigationsystem gaat inbouwen.
2 Bewaar de handleiding voor latere naslag in de toekomst.
3 Neem alle waarschuwingsinformatie in acht en volg de instructies nauwkeurig op.
4 Onder bepaalde omstandigheden kan dit navigatiesysteme foultieve informatatie op het scherm tonen betreffende de positie van uw auto, de afstand tot bepaalde plaatsen die u op het scherm ziet en de kompasrichting. Ook heeft het systeme een aantal beperkingen, zoals het ontbreken van informatatie over eenrichtingswegen, tjidelijkke verkeersomleidingen en eventueel gevaarlijke routes. Uw eigena boordelingsvermögen heeft waarom te allen tijde voorrang op de informatatie die het systeme geeft.
5 Evenals bij het gebruik van andere accessoires in uw auto dient u erop te letten dat het navigatiesysteme mistruw aandacht van de weg afleidt. Indien umoeilijkheden heeft bij
de bediening van het apparaat of als de informatie op het beeldschemn Niet duidelijk is, parkeer de auto dan op een veilige plaats langs de weg voordat u het probleem probeert op te losers.
6 Tijdens het rijden dient u algtd de veiligheidsgordel te dragen. Bij een ongeluk is de kans op letsel aanzienlijk groter als u de veiligheidsgordel Niet draagt.
7 In sommige landen kan de wetgeving beper- kingen opleggen aan de plaatsing en het ge- bruik van navigatiesystemen in uw voertuig. Zorg ervoor dat bij de inbouw en de bediening van uw navigatiesystem alle toepasselijkke wetten en regels worden nageleefd.
Voorzorgen voor het aansluiten van het systeme
BELANGRIJK
- Indien u besluit de installmentie zich uit te voeren, een speciale opleading heeft gehad en ervaring heeft met het inbouwen van mobiele elektronica, volg dan nauwgezet alle stappen van de installmentiehandleiding.
Maak alle draden met kabelklemmen of isolatietape vast. Let er op dat er geen draden blootliggen. - Sluit de gele draad van dit product nicht direct aan op de accu van de auto. Als de draad direct is verbonden met de accu, kan de isolatie door de motortrillingen losraken op deplaats waar de draad van het interieur maar de motorruimte loopt. Als de isolatie van de gele draad door het contact met metalen delen scheurt, kan er kortsluiting ontstaan, hetgeen tot een zeer gevaarlijke situatie leidt.
- Het is zeer gevaarlijk als de bedrading rond de stuurkolom, rond de versnellingspook of andere bedieningsorganen vastkomt te zitten. U要去it product, de kabels en andere bedrading zo installeren dat deze het besturen van het voertuig Niet verhinderen of belemmeren.
Zorg ervoor dat de kabels en draden zo worden geleid en bevestigd dat ze Niet verstrikt raken in de bewegende onderden van de auto of deze Niet hinderen. Dit geldt met name voor het stuur, de versnelingshendel, de handrem, de geleingsrails voor de verstelbare stoelen, de portieren of een van de regelmechanismen van het voertuig. - Laat de draden Niet langs plaatsen lopen waar ze blootgesteld worden aan hog temperatureen. Als de isolatie van de draden erg warm worden, hunnen ze beschadigd raken, waardoor er kortsluiting of een storing ontstaat en er möglichk perma
nente beschadiging aan dit product optreedt.
Maak de GPS antennedraad Niet korter en ook Niet langer. Wijzigen van de antennedraad kan resulteren in kortsluiting.
Maak ook geen enkele andere draad korte. Wanner dit geleurt, is het möglichk dat het beveiligingscircuit (zekeringhouser, zekeringweerstand of filter) Niet goedmeer functioneert.
- Tap nooit stroom af van de stroomtoevoer-draad van het navigatiesystem voor de voeding van andere elektronische apparatuur. De stroomcapaciteit van de draad kan overschreden worden, met oververhitting tot gevolg.
- Het zwarte snoer is de aardverbinding. Dit snoer dient afzonderlijk van de aarding van producten met een hoog stroomverbruik, zoals eindversterkers, te worden geaard. Aard Niet更是 dan een product samen met de aarding van een ander product. U dient bijvoorbeeld elke versterker-module afzonderlijk, los van de aarding van het navigatiesysteme te aarden. Door de aarding met elkaar te verbinden, kan er brand en/of schade aan producten ontstaan als de massaverbinding losraakt.
Alvorens u dit product inbouwt
- Dit product is bestemd voor inbouw in voertuigen met een negatief geaarde 12-volts accu. Controlleroor de installment de ac-cuspanning van uw voertuig.
- Om kortsluiting te vermiijden, dient u vooraf voor het installereren de negatieve (-) accukabel los te make.


Voorkomen van beschadigingen

WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat u de zekering alleen verwangt door een zekering met de waarde die op het product staat aangegeven.
- Wonneer u een stekker uittrekt, pak dan de stekker zich vast. Trek Niet aan de draad, want het is möglichk dat u deze uit de stekker trekt.
- Dit product kan nicht worden geinstalleerd in een voertuig zonder ACC (Accessoire) stand op de contactschakelaar.

ACC stand

Geen ACC stand
- Om kortsluiting te voorkomen dient u de losgekoppelde draad af te dekken met iso
latieband. Het is met name van belang alle ongebruikte speakerdraden te isoleren. Wanner deze onbedekt blijven, kan er kortsluiting ontstaan.
- Sluit de stekkers metdezelfdekleur aan op de correspondederende gekleurde poort, d.w.z.de blauwe stekker op de blauwe poort,zwart op zwart,enz.
- Zie voor nadere informatie over het aanslui- ten van de eindversterker en andere toestellen de gebruikershandleiding en voer de aansluitingervoalgensuit zoals hierin beschreiben.
- Aangezien een uniek BPTL-circuit worden gebruikt, mag de ⊙ zichde van de speakerdraad Niet direct worden geaard en mogende ⊙ zichden van de speakerdraden Niet met elkaar worden verbonden. Zorg ervoor dat ⊙ zichde van de speakerdraad worden verbonden met de ⊙ zichde van de speakerdraad op het navigatingsystem.
- Indien de RCA-aansluiting op dit product Niet worden gelebruikt, dan mogen de dopjes die aan het einde van de aansluiting zich bevestigd Niet worden verwijderd.
- Sluit nooit speakers aan met een uitgangswaarde van minder dan 50W of een impedantiewaarde die buiten de specificatie van 4 ohm tot 8 ohm voor uw navigatiesystem valt. Wanner er luidsprekers worden aangesloten met andere uitgangs- en/of impedantiewaarden, kan dit tot gevolg hebben dat ze vlam vatten, beginnen te roken of beschadigd raken.
Opmerking over de blauwe draad
- Via de blauwe draad worden er een signala geproduuceerd voor de bediening van de antenne van uw voertuig. De timing hangt mede af van de bijbehorende instelling. (Raadpleeg de "Bedieningshandleiding" voor meer gedetailleerde informatatie over het wijzigen van de [Ant CTRL] stand.)
Aansluitingen
- Wanneer [Ant CTRL] ingesteld is op [Radio], kan de antennene van het voertuig opgeborgen ofuitgeschakeld worden door de hieronder vermelde instructies te volgen.
Wijzig de bron van radio (MW/LW of FM)
naar een andere bron.
— Zet de bron uit
Zet de contactschakelaaruit (ACC OFF)
- Wanner de [Ant CTRL] modus op [Aan] is ingesteld kan de antennne alleen ingeklapt of uitgezet worden wanner de contactschakelaar is uitgezet (ACC OFF).
- Verbind deze draad Niet met de systemdembdeningsaansluiting van externe eindversterkers.
- Gebruik deze draad in geen geval als de stroomdraad voor de automatische ante- ne of de antennene-signaalversterker. Een dergelijke aansluiting kan leiden tot een te hoge stroom en daardoor tot storingen en defecten.
Opmerking over de blauw/witte draad
- Wanner de contactschakelaar worden aangezet (ACC ON), worden er een regelsignaal uitgevoerd via de blauw/witte draad. Verbind de draad met een op afstand bediende regelklem van een extern gevoed versterker-system (max. 300mA12VDC ). Het regelsignaal worden uitgevoerd via de blauw/witte draad, ook wanner de audiobron is uitgeschakeld.
Verbind deze draad Niet met de bedieningsaansluiting van het relais voor de automatische antenné of de bedieningsaansluiting van de antennesignaalversterker. - Gebruik deze draad in geen geval als de stroomdraad voor externe eindversterkers. Een dergelijkke aansluiting kan leiden tot een te hove stroom en daardoor tot storingen en defecten.
Bijgeleverde accessoires
Onderdelen met een sterretje (*) worden nicht bij de AVIC-F710BT geleverd.

De navigatie-eenheid

Stroomsnoor

Stekker*

Verlengsnoer
(veor achechteruit-signaal)

Verlengsnoer* (voor sleheidssignaal)

GPS-antenna

RCA-connector


Microfoon
Systemcomponenten aansluten



WAARSCHUWING
Teneinde het risico van ongelukken en de mogelijk schending van toepasselijkke wettelijkke regels te voorkomen, mag dit product wanner de auto rijdtuitsuiitend voor navigatiedoeleinden worden gebruikt. Daarnaastogen displays achter Niet zo geplaatst+zijn dat ze een visuèle afleiding vormen voor de bestuurder.
In sommige landen is het bekijken van beelden op een display in een voertuig, zichs door andere Personen dan de bestuurder, verboden. Indien dergelijkke regels van toepassing�n, dient men zich hieraan te houden en mag de videobron van dit product nicht worden gezruikt.


Het stroomsnoer aansluiten (1)

Opmerking
Afhankelijk van het soort voertuig, kan de functie van *3 en *5 afwijken. Sluit in dit geval *2 op *5 en *4 op *3 aan.

Dopje (*1)
Wanneer dit aansluitpunt Niet wordt gebruikt, verwijder het dopje dan Niet.
Geel (^*3)
Haar het aansluitpunt, staat altijd onder stroom, onafhankelijk van de stand van het contactslot.

Rood (*4)
Naar het elektrische aansluitpunt, bestuurd door het contactslot (12 V DC) AAN/UIT.
Oranje/wit
Naar de aansluiting van de lichtschakelaar.
Zwart (aarding)
Haar de (metallen) carrosserie van het voertuig.
ISO-stekker
Geel/zwart
Indien het voertuig een onderdrukkingssignaalaar deze terminal kan sturen,dan kan de onderdrukkingsfunctie op dit navigatiesysteme worden geactiveerd wanner de terminal op *8 is aangesloten.

Opmerking
In sommige voertuigen bestaat de ISO-stekkeruit twee aansluitingen, zorg ervoor dat met beiden verbinding wordt gemaakt.

Opmerkingen
- Wonneer een subwoofer (*9) op dit navigatiesystem is aangesloten in plaats van een achechterluidspreker, moet u de achechteruitgang-installling veranderen in de Begininstgangen. (Zie de "Bedieningshandleiding".) De subwoofer-uitgang van dit navigatiesystem is monaural.
Bij het gebruik van een subwoofer van 70 W (2 Ω)要去 uervoort zorgen dat deze wordt aangesloten op de paarse en paars/zwarte draden van dit navigatssystem. Sluit niets aan op de groene en groen/zwarte draden.
Zorg ervoor dat de draden die op elkaar worden aangeslotendezelfde kleur hebben.
Luidsprekerdraden
Wit: linksvoor
Wit/zwart: linksvoor
Grijs:rechtsvoor
Grijs/zwart:rechtsvoor
Groen: linksachter of subwoofer (^*9)
Groen/zwart: linksachter of subwoofer (*9)
Paars: rechtsachter of subwoofer (^*9)
Paars/zwart: rechtsachter of subwoofer (*9)

Wanner u een apparaat met een mutefunctie gebruikt, dient u deze aan te sluiten op het Audio Mute-snoer. Is dit Niet het geval, sluit dan niets aan op het Audio Mute-snoer.

Opmerking
De audiobron worden op mute of zich gezet, terwijl de volgende geluiden nicht worden gedempt of verzwakt. Zie de "Bedieningshandleiding" voor details.
- stembegeleiding van de navigatie
- inkomende beltoon en inkomende stem van de mobiele telefon die via Bluetooth draadloze technologie op dit navigatysystemelijk aan aangesloten

Opmerking
Deze antenne worden automatisch ingeklapt maar de timing is afhankelijk van de instelling.

Blauw (*7)
Naar de regelklem van het autoantenerelais (max. 300 mA 12 V DC).
Afhankelijk van het type voertuig verschlapt de penstand van de ISO-stekker. Sluit *6 en *7 aan wanner pen 5 voor de besturing van de Anteente worden gebruikt. Bij andere typen voertuigen moot *6 en *7 nooit worden aangesloten.

Het stroomsnoer aansluiten (2)
Draad van
snelheidsdetectiecircuit
Motormanagementsystemeem
Stekker

Aansluitmethode

Laat het verlngsnoer en de draad van het snelheidsdetectiecircuit op de afgebeelde wijze door de stekker lopen.


Maak de stekkerhelften met een kabeltang dicht.


Sluit het dekseltje.
3m
Roze (CAR SPEED SIGNAL INPUT)
Deze verbinding is Niet nodig voor de AVIC-F710BT.
Via deze draad worden het rijnsnelheidssignaal aan het navigatiesysteme doorgenveen. U dient de draad te verbinden met het spelneidsdetectiecircuit van het voertuig. Indien deze verbinding net worden gemaakt, bestaat er een grotere kans dat de voertuigpositie foufiek op het scherm worden aangegeven.

WAARSCHUWING
EEN ONJUISTE AANSLUITING KAN ERNSTIG SCHADE OF ERNSTIG LETSEL, MET INBEGRIP VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK, TOT GEVOLG HEBBEN. BOVENDIEN KAN EEN ONJUISTE AANSLUITING LEIDEN TOT EEN VERSTOORDE WERKING VAN HET ANTIBLOKKERSYSTEEM, DE AUTOMATISCHE TRANSMISSIE OF DE INDICATIE VAN DE SNELHEIDSMETER.

BELANGRIJK
Het worden ten stelligste aanbevolen de snugheidspulskabel aan te sluiten voor een nauwkeurige navigatie en optimale prestatie.

Opmerking
De positie van het snugheideisdetectiekircuit en de positie van de parkeerremschakelaar variieren afhankelijk van het voertuigmodel. Win advies in bij uw erfende Pioneer-dealer of een vakkundige installmenter.
Lichtgroen
Via.dequeueraad wird de stand van de handrem (aangetrokken/ontspannen) aan het autonavigatesystem doogevegen. De draad moet verbonden worden met de stroomaansluiting van de handremschakelaar.
Als deze verbinding verkeerd worden gemaakt of Niet worden gemaakt, zullen sommige functies van het navigatysystemeiet wetwerken.

WAARSCHUWING
DE LICHTGROENE DRAAD OP DE STROOMSTEKKER IS BESTEMD VOORH HET DETECTEREN VAN DE PARKEERSTATUS EN MOET WORDEN AANGESLOTEN OP DE STROOMAANSLUITING VAN DE HANDREMSCHAKELAAR. EEN ONJUISTE AANSLUITING OF EEN VERKEERD GEBRUK VAN DEZE DRAAD KAN ERTOE LEIDEN DAT DE TOEPASSSELUJE WETGEVING NIET WORDT NAGELEEFD EN KAN ERNSTIG LETSEL OF ERNSTIGE SCHADE TOT GEVOLG HEBBEN.

Aansluitmethode
Klem de stroomdraad van de handremschakelaar in de stekker vast.


Maak de stekkerhelften met een kabeltang zich.
Stroomdraad
Massazijde

Handremschakelaar


Voor aansluiting op een los verkrijgbare eindversterker



Opmerking
Afhankelijk van uw subwooersysteme某种程度unt u de RCA-uitgang van de subwoofer veranderen. (Zie de "Bedieningshandleiding".)
Bij aansluiting van eenchteruitkijkcamera
Wanneer dit product worden gebruikt met een achteruitkijkcamera, kan er automatisch worden overgeschakeldaar het beeld van die camera wonneer de versnelling in de
ACHTERUIT (R). De Achteruitkijk stand stelt u ook in staat te controlleren wat er achefter u gebeurt terwijl u aan het rijden bent.

WAARSCHUWING
- Het beeld op het scherm kan omgekeerd worden weergegeven.
- De weiteruitkijkcamera is een hulpmiddel om eventuele aanhangwagens of opleggers in de gaten te honden of om op eenkleineplaats in te parkeren. Gebruik deze functie Niet voor amusementsdoeleinden.
- Het voorwerp dat met dechychteruitkijkcamera wordt bekeken, kan dichter bij of verder weg lijken dan in werkelijkheid het geval is.
- Houd er rekening mee dat de randen van de beelden die door dechteruitkijkcamera worden vastgelegd, enigszins afwijkend kennen,zijn, afhankelijk van het feit of er volledige schermbeelden worden weergegevenijdens hetchteruitrijden, en of de beelden worden gezebuikt om de achterkant te controleren wonneer de auto vooruit rijdt.

BELANGRIJK
Gebruikuitsluitend het meegeleverde ver-lengsnoer. Gebruik van een andere kabel kan tot brand, rook en/of schade aan dit navigatiesystem leiden.

Voor meer details omtrent de bedrading verwijzen we u
aar Het stroomsoer aansluiten (2) op bladzijde 152.

Opmerkingen
- De [Camera anschter] in [Systeeminstellen-gen]要去op[Aan]worden ingesteld wanner de achteruitkijkcamera worden aangesloten. (Zie de "Bedieningshandleiding" voormeer details.)
- Aansluiten op dechyteruitkijkcamera. Niet aansluiten op andere apparatuur.

Tijdens het aansluiten van het hinterdisplay
Deze verbinding is nicht nodig voor de AVIC-F710BT.

Tijdens het gebruik van een awhile display dat op de zichtervideo-uitgang is aangesloten
WAARSCHUWING
Plaats het Achterdisplay NOOIT zo dat de bestuurder de videobron kan bekijkenijdens het rijden.
De achtervideo-uitgang van dit navigatiesysteme is voor de aansluiting van een display zodat de passagiers op dechterbank de videobron kunnen bekijken.
Bij de aansluiting van een extern videocomponent Gebruik van de "AV1 Input" (AV1)

- De [AV1 Input] in [Installingen AV]要去 op [Video] worden ingesteld wonneer de externe videocomponent worden aangesloien. (Zie de "Bedieningshandleiding" voor meer details.)
Gebruik van de "AV2 Input" (AV2)

- De [AV2 Input] in [Installingen AV]要去 op [Video] worden ingesteld wanner de externe videocomponent worden aangesloten. (Zie de "Bedieningshandleiding" voor meer details.)

BELANGRIJK
Zorg dat u verbinding maakt met een CD-RM10 (los verwrijkgbaar). Wanner u andere kabels gelebruikt ontstaat de kans op foutieve aansluitingen en verstoord beeld of geluid.
Voorzorgen voor installmentie
BELANGRIJK
- Installer dit product nooit opplaatsen waar, of op een manier waardoor:
— Het letsel kan toebrengen aan de bestuurder of de passagiers wanner plotseling hard geremd worden.
— Het een belemmering kan vormen voor de bediening van het voertuig door de bestuurder, zoals op de vloer voor de stoel van de bestuurder, of zichbij het staar of de versnellingshendel.
- Controller of er niets achefter het dashboard of de panelen zit wanner u hierin gaten gaat boren. Let erop dat u geen brandstofleidingen, remleidingen, elektronische componenten,communicatiedra-den of voedingskabels beschadigt.
- Wanneer u schroeven gebruikt, let er dan op dat重点领域 nicht in contact komen met de elektrische bedrading. Door de trilling konnen isolatiedraden beschadigd raken, met als gevolg kortsluiting of anderssoortige beschadigingen aan het voertuig.
- Gebruik de bijgeleverde onderdelen op de voorgeschreiben wijze, zodate dit product juist worden ingebouwd. Indien u andere onderdelen gebruikt,kest u beschadigin gen aan het product veroorzaken of het product kan losraken.
- Het is zeer gevaarlijk als de bedrading rond de stuurkolom, rond de versnellingspook of andere bedieningsorganen vastkomt te zitten. U要去it product, de kabels en andere bedrading zo installeren dat deze het besturen van het voertuig Niet verhinderen of belemmeren.
Zorg ervoor dat de draden Niet loshangen en geraakt hunnen worden door een portier of stoelverschuivingsmechanisme, met eventuele kortsluiting tot geolg. -
Controller nadat u het navigatiesystem heeft ingebouwd of de andere apparatuur in uw auto maar behoren werkt.
-
De wetgeving van sommige landen kan beperkingen opleggen aan deplaatsing en het gebruik van navigatiesystemen in uw voertuig of dit zichs verbieten. Zorg ervoor dat bij het gebruik, de inbouw en de bediening van uw navigatiesysteme alle toepasselijk wetten en regels worden nageleefd.
Bouw dit navigatiesysteme niet in opplaatsen waar het (i) het zicht van de bestuurder kan hinderen, (ii) de werkig van een van de bedieningssystemen of verilghieldsvoorzieningen van de auto, inclusief airbags en knoppen van waarschuingsknipperlichten nadelig kan beinvloeden of (iii) een belemmering kan vormen voor het vermogen van de bestuurder om het voertuig veilig te bedieren. - Bouw het navigatiesystem inussen de stoel van de bestuurder en de stoel van de voorsteinzitende, zodate het Niet worden geraakt door de bestuurder ofinzitende als het voertuig abrupt afremt.
- Installee het navigatiesystem in geen geval voor of naast plekken in het dashboard, portier of de stijlen van het voertuig waar een airbag zich kan ontplooien. Raadpleeg het instructieboekje van uw voertuig voor meer informatie omtrent de plekken waar de airbags zich bevinden en hoe zich zullen ontplooien.
- Installer het navigatiesysteme Niet op een plek waar het de werkig van een van de voertuigsystemen, inclusief airbags en hoofdsteunen, kan hinderen.
Voorkomen van electromagnetische storingen
Om storingen te voorkomen要去 de vol-gende voorwerpen zo ver möglichk van dit navigatiesystem alsmede andere kabels en draden worden geplaatst:
TV-antenne en antennekabel
FM, MG/LG-antenne met de kabel
GPS-antenna met de kabel
Daarnaast dient u elke antennedraad zover mogelijk van de andere antennedraden te leggen. Bind de draden Niet samen, leg ze Niet naast elkaar en laat ze elkaar Niet kruisen. Door de elektromagnetische ruis die daardoor ontstaat, worden de kans op fouten op de plaats waar het display bevestigd is vergroot.
Voor de installmentie
- Raadpleeg uw dichtstbijzijnde dealer als het voor het installereren van dit product nodig blijkt gaten te boren of andere wijzigingen aan te brengen aan de auto.
- Voordat u het apparaat definitief installeert, is het raadzaam tijdelijk alle aansluitingen te makeem om te kijken of deze correct zichen alles maar behoren functioneert.
Dit navigatingsystem inbouwen
Opmerkingen betreffende het inbouwen
- Installee dit navigatiesystem niep opplaatsen waar ze+kunnen wordenblootgesteld aan hoge temperaturen of vocht,zoals:
Dicht bij een radiator, luchtopening of airconditioningapparaat.
Opplaatsenblootgesteldaan directzon-licht,zoalsophet dashboard.
Opplaatsen waar water op het apparaat terecht kan komen, zoals zich in de buurt van een portier.
- Installer dit navigatiesystem op een plek die stevig genoeg is om het gewicht van het product te dragen. Kies eenplaats waar dit navigatiesystem stevig kan worden geinstalleerd en zorg voor een veilige bevestiging. De actuele locatie van het voertuig kan alleen correct worden weergegeven wanner het navigatiesystem goed bevestigd is.
- Installer de navigatie-eenheid op een horizontally oppervlak binnen een hoek van 0 graden tot 30 graden (binnen 10 graden maar links of rechts). Een verkeerde installation van het apparatusaat waar bij het oppervlak meer dan het toegestane aantal grades gekanteld is, verhoegt het risico op fouten in het locatiedisplay en leidt tot minder goede prestaties van het display.


- Om verzekerd te konnen zijn van voldoende ventilatie bij gebruik van dit toestel, dient u er bij de installmentie voor te zorgen dat u achter het achechterpaneel en rond het toestel voldoende ruimte vrij的那一, en dient u eventuele losse bedrading samen te bundelen zodate deze de ventilatie-openingen nicht kan blokkeren.
Laat voldoende ruimte Dashboard
vrij

Inbouwen
- De snoeren mogen het in onderstaande Fig. weergegeven gebied Niet bedekken, anders können de versterkers en het navigatiemechanisme möglichk oververhit rakev.
- Ingeval van oververhitting worden de halffgel-leider laser beschadigd. Bouw de navigatieenheidARAOMNietinopeenplaatswaardeze te warm kan worden, bijvoorbeeldnaasteen radiator.
Bijgeleverde accessoires
De met een asterisk (*) gemarkeerde onderdenলen reeds geinstalleerd.

De navigatie-eenheid

Houder*

Zijbeugels* (2 st.)

Drukkingsschroef (5mm× 6mm) (8st.)

Schroef met platte kop (5mm× 6mm) (4 st.)

Schroef* (3mm× 6mm) (8 st.)


Schroef voor het bevestigen van de zichbeugel* (5mm× 6mm) (4st.)
Sierring
Vórár het installereren van dit navigatie-eenheid
- Verwijder de houder.
Draai de schroeven (3mm× 6mm) los om de houder te verwijderen.

Installatie met de houder en zijbeugel
1 Installeer de houder in het dashboard.
Nadat u de houder in het dashboard hebt geplaatst, kiest u de juiste lipjes voor de dikte van het dashboardmaterial en buigt u deze om. (Zo stevig möglichk bevestigen met gebruik van de boven- en onderlipjes. Buig de lipjes 90 graden om het navigatie-eenheid te vergrendelen.)

2 Installee dit navigatie-eenheid en draai de schroeven vast.

3 Bevestig de sierring.

Installatie met gebruik van de schroefgaten aan deijken van het navigatie-eenheid
1 Verwijder de bijbeugels.

2 De navigatie-eenheid op de montageplaatjes van de orignele autoradio vastzetten.
Positioneer het navigatie-eenheid zodanig dat zich schroefgaten op een lijn liggen (passen) met de schroefgaten van de beugel, en draai de schroeven op 3 of 4plaatsen aan elke Kant vast.

Buig het pallette hier beneden indien het in de weg zit.


Bevestigen van de GPS-antenna

BELANGRIJK
Maak de GPS antennedraad nicht korter en ook nicht langer. Wijzigingen aan de antennekabel{kunnenleiden totkortsluitingofstorigenen permanente schade aan het navigatiesystem.
Opmerkingen betreffende het bevestigen
- De antennene dient op een zo horizontally mogelijk oppervlak te worden bevestigd, op een plaat waar de ontvangst van de radiogolven zo min möglichk worden gehinder. De antennene kan de radiogolven van de satelliet alleen ontvangen als er geen obstakel:tussen de antennene en de satelliet is.

- Indien u de GPS-antenne binnen in de auto aanbrengt, gebruik dan het metalenplaatje dat bij het system wordt geleverd. Als dit plaatje Niet gebruikt worden, zal de ontvangstgevoeligheid onbevredigend zijn.
Maak het bijgeleverde metalenplaatje nicht kleiner, aangezien dit resulteert in een lagere gevoeligheid van de GPS-antenne. - Trek nicht aan de antennedraad wonneer u de GPS-antenne wilt verwijderen. De magneet van de antenne is erg krachtig en u zou de draad hunnen lostrekken van de antenne.
- Verf de GPS-antenne nicht, aangezien dit de prestatie van de antenne beinvloedt.
Bijgeleverde accessoires

GPS-antenna

Metalenplaatje
Bevestigen van de antennebinnen in de auto (op hetdashboard of de hoedenplank)

WAARSCHUWING
Installer de GPS-antenne nicht over andere sensoren of de ventilatie-openingen in het dashboard van het voertuig, want hierdoor kan de juiste werkking van de sensoren of ventilatie-openingen belemmerd worden en is het ook möglichk dat de GPS-antenne Niet goed meer met de metalen staat onderaan correct en stevig op het dashboard bevestigd kan worden.
Bevestig het metalenplaatje op een zo horizontaal möglichke ondergrond op een plaats waar de GPS-antenne de golven door de ruit kan ontvangen. Plaats de GPS-antenne op het metalenplaatje. (De GPS-antenne heeft een magneet aan de onderzijde.)


Opmerkingen
- Let er bij het aanbrengen van het metalen plaatje op dat het Niet inkleine onderdelen worden gesneden.
- De ruiten van sommige auto's lately de signalen van de GPS-satellieten Niet door. In dat geval dient u de GPS-antenne aan de buitenzijde van de auto te bevestigen.

De microfoon installeren
- Installer de microfoon in de juiste richting en op de juiste afstand zodate de microfoon gemakkelijk de stem van de bestuurder kan opvangen.
- Sluit de microfoon aan op het navigatiesystem nadat het system is uitgezet. (ACC OFF)
Bijgeleverde accessoires

Microfoon


Microfoonklem
Dubblezijdig tape
1 Plaats de microfoon in de microfoon-klem.

2 Bevestig de microfoonklem aan de zonnelep.

Klemmen
Gebruik los verkriijgbare klemmen om de draad v nodig binnenin de auto bevestigen.
Plaats de microfoon in de zonnelekp verwijl de klep omhoog staat. De microfoon kan de stem van de bestuurder Niet opvangen wanner de zonnelekp maar beneden is geklapt.
Installatie op stuurkolom
1 Plaats de microfoon in de microfoon-klem.

Schuif het microfoonsnoer in de groef.
2 Bevestig de microfoonklem op de stuurkolom.

Plaats de microfoonklem op de stuurkolom en houd hem uit de buurt van het stuurwiel.

Klemmen
Gebruik los verkriijgbare klemmen om de draad waar nodig binnenin de auto te bevestigen.
De hoek van de microfoon aanpassen
De hoek van de microloon kan worden ingesteld.


Na het inbouwen van dit navigatiesystem
1 Sluit de accu aan.
Controleer nogmaals of alle aansluitingen op de juiste wijze zich gemaakt en dit product cor-rect is ingebouwd. Monteer de auto-onderden die u bij het inbouwen van het apparaat heeft verwijderd. Sluit tot slot de massakabel (-) wee op de massapool (-) van de accu aan.
2 Start de motor.
3 Druk op de RESET toets.
Druk met een spits voorwerp, zoals de punt van een pen, op de RESET toets van het navigaciesystem.

4 Maak de volgende instellen:
Zie de "Bedieningshandleiding" voor meer details over de bediening.
1 Stel de taal in.
2 Rijd over een normale weg totdat de GPS het signaal begint te ontvangen.
3 Maak enkele vereiste instellingen.
- Installing van de tijd
- Instelling van de eenheden en het datumformaat enz.
- Verander de andere instellungen maar wens

Opmerking
Na installmentie van dit navigatiesystemd dient u op een veiligeplaats te controlleren of het voertuig normalaal functioneert.