SF 40 - Flits LEICA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SF 40 LEICA in PDF-formaat.
| Producttype | Flitser |
| Merk | Leica |
| Model | SF 40 |
| Afmetingen (L x H x D) | Ongeveer 61 x 85 x 85 mm (kop naar voren) / 61 x 133 x 57 mm (kop omhoog) |
| Gewicht (zonder batterijen) | Ongeveer 200 g |
| Voeding | 4 AA-batterijen (LR6/FR6/HR6) |
| Richtgetal (ISO 100, 105 mm) | 40 m |
| Werkingmodi | A (automatisch), TTL, M (handmatig), SD/SF (draadloos) |
| Zoomreflector | 24-105 mm (auto of handmatig) |
| Ingebouwde groothoekdiffusor | 16 mm |
| Indirecte flits | Kop draaibaar horizontaal (180°) en verticaal (90°) |
| Ingebouwde videolamp | Ja, maximale verlichtingsduur 3,5 uur (met lithiumbatterijen) |
| AF-hulplicht | Ja, bereik 0,70-5 m (met 50 mm objectief) |
| Synchronisatie | HSS, langzame synchronisatie, begin/einde belichting |
| Kleurtemperatuur | Ongeveer 5600 K |
| ISO-bereik | ISO 50 - 50 000 |
| Flitsduur (vol vermogen) | 1/800 s |
| Automatische uitschakeling | 2-5 min (stand-by modus), 60 min (volledige uitschakeling) |
| Onderdelen | Insteekdiffusor (422-310.003-006), statiefvoet (422-310.003-005), tas (439-600.243-000) |
| Onderhoud en reiniging | Droge zachte doek, nooit reinigingsvloeistof |
| Veiligheidsvoorschriften | Niet in de ogen flitsen, vermijd brandbare gassen, risico op brandwonden aan diffusor, hoge interne spanning |
Veelgestelde vragen - SF 40 LEICA
Gebruikersvragen over SF 40 LEICA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Flits in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SF 40 - LEICA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SF 40 van het merk LEICA.
GEBRUIKSAANWIJZING SF 40 LEICA
Leica dankt u voor de aanschaf van het systeemflitsapparaat Leica SF 40 en feliciteert u met deze beslissing. U hebt met dit flitsapparaat de beste keuze voor uw Leica camera gemaakt. Wij wensen u veel plezier en succes met uw nieuwe flitsapparaat. Om het volledige prestatievermogen van uw Leica SF 40 goed te benutten, raden wij u aan deze gebruiksaanwijzing aandachtig te lezen.
BETEKENIS VAN DE VERSCHILLENDE OPMERKINGSCATEGORIEËN
Opmerking:
Bijkomende informatie
Belangrijk:
Niet-naleving kan leiden tot schade aan de camera, accessoires, respectievelijk de opnames
Let op:
Niet-naleving kan leiden tot lichamelijk letsel
GESCHIKTE CAMERA'S
De Leica SF 40 werd ontwikkeld voor de Leica camera's die flitsbelichtingen zelf regelen. Dit gebeurt op basis van een TTL (Through The Lens = door het objectief) flits-inwendige-meting zoals bij de Leica digitale camera's van de S-,SL-, M-, T-, Q- en X-serie.
Uiteraard kan de Leica SF 40 ook op andere Leica modellen worden geplaatst. Daartoe kunt u de handmatige modus gebruiken. Het gebruik van de Leica SF 40 op camera's van andere fabrikanten kan daarentegen uitsluitend met voorbehoud worden aanbevolen. Zo kunnen soortgelijke, maar met afwijkende elektrische waarden voorziene contacten in de accessoireschoenen van andere camera's een incompatibele verbinding geven die één van de (of zelfs beide) apparaten beschadigt. Leica Camera AG sluit daarom een doorgaande aansprakelijkheid uit, met name voor schade die niet aan het flitsapparaat zelf is ontstaan.
Opmerking:
De productiedatum van uw flitsapparaat vindt u op de stickers in de garantiekaart ofwel op de verpakking. De schrijfwijze is L Y M DD XXXXXXX:
| L | = Leica |
| Y | = jaar (1-0 (=2011-2020)) |
| M | = maand (1-9 = jan-sept., A= okt., B=nov., C=dec.) |
| DD | = dag (0-31) |
| XXXXXXXX | = Firmware versie |
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord 73
Geschikte camera's 73
Cameratype-afhankelijke functies 75
Veiligheidsvoorschriften 76
Milieuvriendelijk afvoeren van elektrische en
elektronische apparatuur 78
Naam van de onderdelen 79
Voorbereidingen
Voeding 80
Stroombronnen verwisselen 80
Batterijen afvoeren 81
Flitsapparaat aanbrengen / afnemen 82
Bediening
In- en uitschakelen 83
Weergeven bij ingeschakeld flitsapparaat 83
Automatisch uitschakelen 83
Zoomreflector 84
Handmatige instelling 84
Groothoeklens 85
Flitsmodi 87
Flitsbelichtingscorrecties....88
Videolicht 88
Andere instellingen / functies
Indirect flitsen 91
Indirect flitsen met de reflectorkaart 91
Opsteeklens 92
AF-hulplicht 92
Appendix
Onderhoud en service 93
De flitscondensator formeren 93
Hulp bij storingen 93
Reserveonderdelen 94
- De beschrijvingen in deze handleiding beperken zich in wezen tot het gebruik van de Leica SF 40, en wel Leica camera 's van de momenteel leverbare reeksen.
- In het kader van deze handleiding worden uitsluitend de functies beschreven die op het flitsapparaat zelf worden ingesteld. Dit geldt, met enkele uitzonderingen, ook voor de weergaven op het flitsapparaat.
Let daarom op de aanwijzingen voor de flitsmodus in de handleiding van de gebruikte camera, met name welke flitsfuncties door uw camera worden ondersteund, en de functies met betrekking tot de flitsgerelateerde instellingen op de camera, maar ook, indien aanwezig, uw eigen flitsgerelateerde weergaven.
CAMERATYPE-AFHANKELIJKE FUNCTIES
De hieronder vermelde flitsfuncties zijn beschikbaar (gedeeltelijk afhankelijk van de uitrusting van het gebruikte camerasysteem).
- Flitsparaatheids-weergave in de camerazoeker/-monitor
- Automatische flitssynchroontijd-regeling
- TTL-flitsmodus
- Automatische regeling ophelderings-flitsen
- Handmatige flitsbelichtingscorrectie
- Synchronisatie aan het begin of het einde van de belichtingstijd (instelling op de camera)
- Automatische kortstondige synchronisatie bij
- Automatische regeling van de zoomreflector
- Voorflitsfunctie ter vermindering van het 'rode-ogen-effect' (instelling op de camera)
- Draadloos ontspannen om los van de camera te flitsen
- Duurlicht voor video-opnamen
- Automatische uitschakelfuncties
Opmerking:
Bij het gebruik van objectieven respectievelijk camera's waarbij geen onderlinge gegevensoverdracht mogelijk is (dat wil zeggen: geen overeenkomstige interfaces in de bajonet hebben), treden gedeeltelijk functiebeperkingen op.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Let op:
Gebruik dit apparaat waarvoor het is bedoeld
- Dit flitsapparaat is uitsluitend bestemd en toegelaten voor de verlichting van onderwerpen voor fotografische doeleinden. Het mag niet voor een ander doel worden gebruikt.
- Het mag uitsluitend met de in deze handleiding beschreven accessoires, respectievelijk met de door Leica Camera AG vrijgegeven accessoires worden gebruikt.
- In de buurt van brandbare gassen of vloeistoffen (benzine, oplosmiddelen enzovoort) mag het flitsapparaat beslist niet worden geactiveerd! Anders dreigt EXPLOSIE- of BRANDGE-VAAR!
- Flits nooit op korte afstand rechtstreeks in de ogen, aangezien dit zowel bij mensen als bij dieren netvliesbeschadigingen, en zware gezichtsstoornissen tot aan blindheid toe tot gevolg hebben!
- U mag nooit bus-, trein-, auto-, of fietsbestuurders met flits fotograferen, aangezien de verblinding van de bestuurder tot een ongeval kan leiden! Schakel vóór de opname van dergelijke onderwerpen de flits uit of garandeer dat de flits niet wordt geactiveerd!
- Na meervoudig flitsen mag u de flitslens niet aanraken, aangezien deze zeer heet kan worden! Anders bestaat verbrandingsgevaar!
- Tevens mag u de contacten in de voet van het flitsapparaat niet aanraken.
-
Als de behuizing zodanig beschadigd raakt dat inwendige delen vrij liggen, mag u deze nooit aanraken: HOOGSPANNING!
-
Dat geldt ook voor de situatie waarin water of andere vloeistoffen, metalen of brandbare voorwerpen in het apparaat zijn binnengedrongen.
- Neem in dergelijke situaties de batterijen eruit. Ga daarbij uiterst voorzichtig te werk!
- Het hoogspanningscircuit kan ook na het uitnemen van de batterijen nog stroomslag, verbranding of overig letsel veroorzaken!
- Om dezelfde reden mag u het apparaat niet blootstellen aan druppen of spatwater, noch het met vochtige handen aanraken, of het proberen uit elkaar te nemen, te repareren of om te bouwen! In het apparaat bevinden zich geen onderdelen die door een leek kunnen worden gerepareerd.
- Gebruik uitsluitend de in deze handleiding aangeduide of toegelaten batterijen!
- Batterijen mogen niet worden kortgesloten, of worden blootgesteld aan overmatige warmte zoals zonlicht, vuur of dergelijke!
- Verbruikte batterijen mogen niet in het vuur worden geworpen!
- Droge batterijen ('primaire cellen') mogen niet worden geladen.
NL
Belangrijk:
- Bescherm uw flitsapparaat tegen grote hitte en hoge luchtvochtigheid! Bewaar het flitsapparaat niet in het handschoenenkastje van de auto!
- Bij snelle temperatuurwisseling kan condens optreden. Laat het flitsapparaat acclimatiseren!
- Bij het activeren van een flits mag zich geen lichtdicht materiaal onmiddellijk vóór of direct op de lens bevinden. Zij mag niet verontreinigd zijn. Bij niet-naleving kan er, door de hoge energie van het flitslicht, verbranding van het materiaal of de lens optreden.
- Het flitsapparaat mag uitsluitend dan samen met een in de camera ingebouwd flitsapparaat worden gebruikt, als dit volledig uitgeklapt respectievelijk uitgeschoven kan worden!
- Geen beschadigde batterijen gebruiken!
- Verbruikte batterijen kunnen loog afgeven, wat tot beschadiging van de contacten leidt. Neem ze daarom altijd uit het apparaat.

(geldt voor de EU en overige Europese landen met gescheiden inzameling)
Dit apparaat bevat elektrische en / of elektronische onderdelen en mag daarom niet met het gangbare huisvuil worden meegegeven! In plaats daarvan moet het voor recycling op door de gemeenten beschikbaar gestelde inzamelpunten worden afgegeven. Dit is voor u gratis.
Als het apparaat zelf verwisselbare batterijen of accu's bevat, moeten deze vooraf worden verwijderd en eventueel volgens de voorschriften milieuvriendelijk worden afgevoerd. Meer informatie over dit onderwerp ontvangt u bij uw gemeentelijke instantie, uw afvalverwerkingsbedrijf of de zaak waar u het toestel hebt gekocht.
CE Opmerking:
In het kader van het CE-certificering werd bij de EMV-controle de correcte belichting geëvalueerd.
⚠ SCA-contacten niet aanraken!
In uitzonderlijke gevallen kan aanraken leiden tot schade aan het apparaat.
BENAMING VAN DE ONDERDELEN
1 Reflectorkop, met
a Lens
b Reflectorkaart
c Groothoeklens
2 Videolicht
3 Sensor voor draadloos gebruik (achter infrarood-doorlaatbare behuizingschaal)
4 AF-hulplicht
5 Voet met
a Ontgrendelknop
b Borgpen
6 Hoofdschakelaar
7 Controle-LED / testflits-toets
8 Modus-selectiewieltje met
a Index-LED
9 Instelwieltje met
a Vermogenniveau-schaal
b Status-LED (tegelijkertijd instel-index)
c Flitsbelichtingscorrectieschaal
d Status-LED (tegelijkertijd instel-index)
10 Deksel batterijvak
11 Opsteeklens
12 Standvoet met 1/4"-schroefdraad
VOORBEREIDINGEN
VOEDING
Dit flitsapparaat kan naar wens op de volgende stroombronnen werken:
- Vier alkali-mangaan batterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA/Mignon) Dit type batterijen is onderhoudsvrij en geschikt voor gematigde capaciteitsvraag.
- Vier lithium-batterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA/Mignon) Dit type batterijen is onderhoudsvrij en heeft een hoge capaciteit en geringe zelfontlading.
- Vier nikkel-metaal-hydride batterijen 1,2 V Dit type batterij heeft een duidelijk grotere capaciteit dan de nikkel-cadmium-batterij, is milieuvriendelijker, want cadmium-vrij.
Gegevens over de capaciteit van de verschillende batterijen vindt u op pagina 95.
Belangrijk:
- Gebruik uitsluitend de hierboven aangegeven stroombronnen. Anders is het gevaar aanwezig dat het flitsapparaat wordt beschadigd.
- Verwijder de batterijen als u het flitsapparaat langere tijd niet gebruikt.
STROOMBRONNEN VERWISSELEN
De batterijen zijn leeg respectievelijk verbruikt als de flits-volgtijd langer wordt dan 30 s. (Flits-volgtijd = tijd van het activeren van een flits met vol lichtvermogen (bijvoorbeeld bij M) tot de controle-LED 7 weer groen brandt).
Procedure
- Flitsapparaat uitschakelen (zie daartoe het volgende gedeelte)
- Deksel batterijvak naar voren schuiven en loslaten Het klapt dan automatisch naar boven.

- Batterijen volgens de illustratie vervangen / plaatsen Let op de juiste polariteit!

Verwisselde polen kunnen tot vernieling van het flitsapparaat leiden! EXPLOSIEGEVAAR bij ondeskundig gebruik van de batterijen!
- Deksel batterijvak dichtklappen, aan de achterste rand naar onderen drukken en naar achteren schuiven

- Vervang altijd alle batterijen tegelijk.
- Alle vier eenheden moeten hoogwaardig en van hetzelfde type zijn.
BATTERIJEN AFVOEREN
Verbruikte batterijen horen niet bij het huisvuil! Denk om het milieu en lever ze in bij een batterijen-inzamellocatie.
Geef uitsluitend ontladen batterijen af. Ze zijn in de regel ontladen als het erdoor gevoede apparaat na langer gebruik van de batterijen niet meer perfect functioneert.
Ter vermijding van kortsluiting moeten de batterijpolen worden afgedekt met een plakbandje.
Duitsland: Als verbruiker bent u wettelijk verplicht de batterijen af te voeren volgens dit terugnamesysteem. U kunt batterijen overal daar gratis afgeven waar u ze hebt gekocht. Evenzo bij de openbare inzamelpunten in uw stad of gemeente.
Deze symbolen vindt u op batterijen die schadelijke stoffen bevatten:
Pb = batterij bevat lood
Cd = batterij bevat cadmium
Hg = batterij bevat kwik
Li = batterij bevat lithium
FLITSAPPARAAT AANBRENGEN / AFNEMEN
De onderstaande beschrijving geldt tot aan het uitschakelen van de camera, in dezelfde mate voor het plaatsen op een camera of op de meegeleverde standvoet.
Plaatsen
-
Camera en flitsapparaat uitschakelen
-
Flitsapparaat met zijn voet tot aan de aanslag in de accessoire-schoen van de camera schuiven.
- De borgpen (5b) moet daarbij hoorbaar vastklikken.
Bij camerabehuizingen die geen veiligheidsgat hebben, verzinkt de verend geplaatste borgpen in de behuizing van het flitsapparaat, opdat het oppervlak niet wordt beschadigd.
Afnemen
- Camera en flitsapparaat uitschakelen
- Op de ontgrendelknop (5a) drukken en flitsapparaat uit de accessoireschoen van de camera trekken
BEDIENING
IN- EN UITSCHAKELEN
Inschakelen
-Toets 6 indrukken
Weergaven bij ingeschakeld flitsapparaat
- De controle-LED 7 brandt eerst rood en wordt bij het bereiken van de flits-paraatheid groen (bij voldoende batterijcapaciteit is dat na enkele seconden).
- De index-LED 8a brandt wit
- Bij navenant uitgeruste camera's wordt de flits-paraatheid in de zoeker en / of in de monitor weergegeven.
Opmerking:
U kunt een testflits activeren door op de controle-LED 7 te drukken.
Uitschakelen
Toets 6 circa 1 s indrukken
Automatisch uitschakelen
Circa 2 minuten na de laatste flits-opname of de laatste bediening schakelt het flitsapparaat in de modi A, TTL en M (zie pagina 87/87/89) terug naar Standby, om de batterijen te sparen. In de modi SD en SF (zie pagina 89) gebeurt dit pas na circa 5 minuten.
- Om de paraatheidsmodus aan te geven, knippert de controle-LED 7 in een 2-seconden ritme.
Om het flitsapparaat weer te activeren:
Camera-ontspanknop aantikken of een willekeurige toets op het flitsapparaat indrukken
Als het flitsapparaat langer dan 60 minuten niet wordt gebruikt (er wordt dus geen toets of selectiewieltje bediend en geen flits geactiveerd), schakelt hij volledig uit, om het ontladen van de batterijen te verhinderen.
Opmerking:
- Na een serie van meer dan 20 tot 30 flitsen in snelle volgorde met hoog energieniveau wordt het flitsapparaat automatisch voor enkele minuten in een paraatheidsmodus gezet om de elektronica te beschermen tegen oververhitting. Dit wordt aangeduid doordat de controle-LED 7 in intervallen van 1,5 seconde knippert. Tijdens deze afkoeltijd kan het apparaat niet worden geactiveerd.
- Als het flitsapparaat langere tijd niet wordt gebruikt, adviseren we het uit te schakelen en de stroombronnen eruit te halen.
ZOOMREFLECTOR
Het flitsapparaat heeft een zoomreflector, waarmee zijn verlichtingshoek kan worden aangepast aan een objectief-brandpuntsafstand tussen 24 en 105 mm. Afhankelijk van de modus van het flitsapparaat vindt dit uitsluitend automatisch plaats (bij A en TTL), uitsluitend handmatig (bij SD en SF), of naar wens automatisch of handmatig (bij M). De automatische instelling vindt ook plaats bij het veranderen van de brandpuntsafstand (zoomen) aan Zoom-objectieven.
Handmatige instelling
-Toets 6 circa 3 s indrukken (gesloten lus, 1x per brandpuntsafstand-niveau)
- Om de ingestelde brandpuntsafstand aan te geven, verandert de kleur van de controle-LED 7 (zie volgende pagina)
Tip:
Als u een zoomobjectief gebruikt en niet altijd de volledige actieradius van het flitsapparaat nodig hebt, kan het handig zijn de flitsmodus M te gebruiken, die het mogelijk maakt de begin-brandpuntsafstand van het objectief handmatig in te stellen. Daarmee is gegarandeerd dat de beeldranden altijd volledig worden verlicht zonder dat u permanent de objectief-brandpuntsafstand hoeft aan te passen.
Voorbeeld:
U gebruikt een zoomobjectief met een brandpuntsafstand-bereik van 24 tot 90 mm. In dit geval stelt u de positie van de reflector in op 24 mm.
Opmerking:
- Bij automatische verstelling zijn er naast de hierboven genoemde instellingen ook dergelijke voor de brandpuntsafstanden 28 mm, 35 mm, en 70 mm.
- De automatische verstelling van de zoomreflector vereist cameramodellen die de gebruikte brandpuntsafstand aan het flitsapparaat overdragen. Als dat niet het geval is, moet de brandpuntsafstand handmatig worden ingesteld.
Details over dit thema vindt u in de betreffende handleidingen.
- De automatische brandpuntsafstand-aanpassing vindt niet plaats als
- De reflectorkop is gezwenkt
- De groothoeklens is uitgetrokken
- De voorzetlens is geplaatst
- Alle brandpuntsafstand-gegevens in deze handleiding hebben betrekking op het kleinbeeld-formaat; dat wil zeggen: op een uitgangsformaat van 24 x 36 mm. Bij het gebruik van camera's met kleinere of grotere formaten moet u voor optimaal gebruik van de flits-actieradius de betreffende geldige brandpuntsafstanden bepalen met behulp van de betreffende omrekeningsfactoren.
Voorbeeld:
Door het APS-C formaat van de Leica T komt de beeldwerking van diens Summilux-TL 1,4 / 35 mm ASPH. overeen met circa een factor 1,5 langere brandpuntsafstand (dus een 50 mm objectief) bij een kleinbeeldcamera. Daarom moet u met de Summilux-TL 1,4 / 35 mm ASPH. de zoomreflector op 50 mm zetten.
De voor de gebruikte camera geldende omrekeningsfactor vindt u in de betreffende handleiding.
Een opstelling van de LED-kleuren voor de verschillende brand-puntsafstanden / de automatische verstelling vindt u bovenop de refl ectorkop1, als u de refl ectorkaart [11] naar voren trekt.

GROOTHOEKLENS
Met de geïntegreerde groothoeklens (1 c) kunnen objectief-brand-puntsafstanden vanaf 16 mm worden verlicht.
Toepassing
Groothoeklens uit de refl ectorkop1 naar voren tot aan de aanslag eruit trekken en loslaten
Zij klapt dan automatisch naar boven.

Voor het inschuiven de groothoeklens 90° naar onderen klappen, en volledig inschuiven.
Opmerking:
- Bij gebruik van de groothoeklens wordt de zoomrefl ector in de daartoe benodigde (24 mm) positie gezet. Ook bij het vervangen van de objectief-brandpuntsafstand wordt hij niet automatisch aangepast
- Gelijktijdig gebruik van de groothoeklens en de voorzetlens (11, zie paginas U1, 71 en 92) wordt niet aanbevolen.
Aanwijzingen over de actieradius
- In het dichtbij-bereik respectievelijk bij het gebruik van langere objectieven en / of grotere / langere tegenlichtkappen kunnen er aan de onderste beeldrand verduisteringen optreden.
- Flitsopnamen uit kleinere afstanden tot het onderwerp kunnen overbelichting vertonen. In dergelijke gevallen kan indirect flitsen met de geïntegreerde reflectorkaart (zie pagina 91), of met de meegeleverde opsteeklens (11, zie paginas U1, 71 en 92) de oplossing bieden.
- Leef ten aanzien van de maximale actieradius de richtwaarden-tabel (zie Appendix) na, om onderbelichting te vermijden.
FLITSMODI
U kunt kiezen uit de volgende modi:

■ Videolicht (zie pagina 88)
SF Afstandsbediening zonder voorfl its (zie pagina 89)
SD Afstandsbediening met voorfl its (zie pagina 89)
M Handmatige modus (zie pagina 89)
A Volautomatisch
TTL Volautomatisch met de mogelijkheid fl its-belichtingscorrecties te gebruiken
Instelprocedure
Draai het selectiewieltje 8 zodanig dat de gewenste modus naast de index-LED 8a staat.
A-VOLAUTOMATISCH
Met deze fl itsmodus realiseert u op eenvoudige wijze zeer goede fl itslicht-opnamen. De fl its-belichtingsmeting wordt daartoe door de camera verricht. Deze meet het door het onderwerp gerefl ec- teerde licht door het objectief (TTL = 'Through The Lens').
Afhankelijk van de camera wordt bij de opname vóór de eigenlijke belichting een vrijwel niet herkenbare meetfl its afgegeven door het fl itsapparaat.
Alle belichtingsmodi van de camera (dat wil zeggen: programma-automaat (P), diafragma-automaat (S/T), tijd-automaat (A) en handmatige instelling (M)) kunnen worden gebruikt.
TTL-VOLAUTOMATISCH
Zoals bij A, maar u hebt de mogelijkheid om door instelling van een fl itsbelichtingscorrectie van -2 tot +2 brandpuntsafstandswaarden (EV) in halve niveaus, het aandeel van de fl itsverlichting te beïnvloeden.
Achtergrond:
Automatische fl itsbelichtingsregelingen zijn afgestemd op een refl ectiegraad van 25 % (gemiddelde refl ectiegraad van fl itsonderwerpen). De voornamelijk door fl itslicht belichte onderwerpdelen kunnen daarom in veel gevallen over- of onderbelicht worden:
- Hoofdonderwerp zeer donker of zeer licht / sterk refl ecterend - (gemiddeld licht) hoofdonderwerp zeer klein en / of vóór een zeer lichte, respectievelijk sterk refl ecterende achtergrond (bijvoorbeeld bij tegenlichtopnamen), of vóór een zeer donkere achtergrond (bijvoorbeeld bij nachtelijke buitenopnamen)
- De status-LED9d brandt als teken dat een fl itsbelichtingscorrectie kan worden ingesteld.
EEN FLITSBELICHTINGSCORRECTIE INSTELLEN
Draai het instelwieltje 9 zodanig dat de gewenste correctiewaarde naast de status-LED 9d staat.
Als u weer ongecorrigeerde fl itsbelichtingen wilt hebben, moet u de correctiewaarde op ☐ zetten

Tip:
- Donker onderwerp vóór lichte achtergrond: Positieve correctiewaarde
- Licht onderwerp vóór donkere achtergrond: Negatieve correctiewaarde
Opmerking:
- Bovenstaande beschrijving geldt uitsluitend voor camera's die zelf niet zo'n instelling toestaan. Bij anderen moet een fl itsbelichtingscorrectie aan de camera worden ingesteld. Lees daartoe de handleiding van de camera. In het laatste geval werken correctie-instellingen aan de fl itsverlichting op het fl itsapparaat niet.
- Een fl itsbelichtingscorrectie door het veranderen van het objectiefdiafragma is niet mogelijk, omdat de belichtingsautomaat van de camera het veranderde diafragma weer als gangbaar werkdiafragma beschouwt.
- Bij het instellen van een correctiewaarde verandert de actieradius conform het volgende patroon: Positieve correctiewaarde = kleinere actieradius Negatieve correctiewaarde = grotere actieradius Zie daartoe ook de richtwaardentabel op.
VIDEOLICHT -
Steeds meer camera's zijn uitgerust met een video-opnamefunctie. Daarom biedt dit fl itsapparaat als alternatief voor de fl itsfunctie een geïntegreerd videolicht 2.
- De status-LED 96 brandt als teken dat de lichtsterkte kan worden geregeld.
De lichtsterkte instellen
Draai het instelwieltje 9 zodanig dat het gewenste vermogensni- niveau naast de status-LED 9b staat.
Met lithium-batterijen bedraagt de lichtduur bij maximale helderheid (dat wil zeggen: bij instelling op 1) circa 3,5 uur.
HANDMATIGE FLITSMODUS: M
In de handmatige flitsmodus straalt het flitsapparaat ongeregeld de volledige energie af. De aanpassing aan de opnamesituatie kan bijvoorbeeld volgens de richtwaardenberekening worden bereikt door de diafragma-instelling op de camera of door een passend handmatig deellichtvermogen te kiezen. Het deellicht-instelbereik strekt zich uit van vol vermogen tot 1/256 (komt overeen met acht diafragmaniveaus).
- De status-LED 9b brandt als teken dat het flitsvermogen kan worden ingesteld.
Een deellicht-vermogensniveau instellen
Draai het instelwieltje 9 zodanig dat het gewenste vermogensni- niveau naast de status-LED 9b staat. Als u weer het volledige vermogen wilt hebben, moet u de vermogenswaarde weer op 1 zetten
SNOERLOZE MODUS: SD / SF
Met deze beide modi kan het flitsapparaat snoerloos door een ander, op de camera geplaatst, respectievelijk met de camera verbonden hoofd-flitsapparaat worden geactiveerd.
De twee varianten dienen ertoe de activering er op af te stemmen, of het met de camera verbonden hoofd-flitsapparaat met (SD), of zonder (SF) voorflits werkt. Daardoor kan worden gegarandeerd dat het niet-verbonden flitsapparaat in ieder geval door de hoofdflits wordt geactiveerd.
Beide varianten komen wat regeling van de flitsbelichting betreft overeen met de modus M; dat wil zeggen: het flitsapparaat straalt ongeregeld de volledige energie af. Ook de instelling van deellichtvermogenniveaus is gelijk.
- De status-LED 9b brandt wit als teken dat het flitsvermogen kan worden ingesteld.
Toepassing
- Flitsapparaat in de meegeleverde standvoet zetten. Eventueel de standvoet met behulp van een statiefschroefdraad op een statief bevestigen.
- Het hoofdlichaam van het flitsapparaat met zijn sensor 3 op het hoofd-flitsapparaat uitlijnen, en de reflectorkop 1 naar wens uitlijnen.
- Op de camera één van de beide belichtingsmodi A (tijdauto-maat) of M (handmatige regeling), en het gewenste diafragma, respectievelijk bij M ook de gewenste sluitertijd instellen.
De aanpassing aan de opnamesituatie kan bijvoorbeeld worden bereikt door het diafragma op de camera in te stellen of door een geschikt vermogensniveau te kiezen.
Opmerking:
- Stel op het flitsapparaat SD in en verricht op het hoofd-flitsapparaat een testflits, om vast te stellen of hij met of zonder voorflits werkt. Als het flitsapparaat niet wordt geactiveerd, moet u omschakelen naar SF.
- Er zijn meestal meerdere testopnamen met verschillende positioneringen van het flitsapparaat, uitlijningen van de reflectorkop en instellingen van de apparaten vereist, om de gewenste verlichting te krijgen.
Bij zeer helder omgevingslicht kan het toch nog onmogelijk zijn een geschikte flitsverlichting te bereiken. - De AF-voorflitsfunctie van de camera moet zijn uitgeschakeld.
- De zoomreflector wordt automatisch op 24 mm ingesteld, maar u kunt handmatig één van de andere brandpuntsafstanden kiezen (zie pagina 84).
- Als meerdere flitsapparaten van dit type los van de camera worden toegepast, moeten ze allen op dezelfde modus worden ingesteld.
Belangrijk:
Plaats het flitsapparaat niet op metalen houders die een kortsluiting kunnen veroorzaken en het apparaat daarmee kunnen beschadigen.
SYNCHRONISATIE
De flitssynchroontijd (kortst mogelijke sluitertijd voor flitsopnamen) wordt bij de belichtingsmodi van de camera (dat wil zeggen: programma-automaat (P), diafragma-automaat (S/T), tijd-automaat (A) en handmatige instelling (M)) automatisch ingesteld. Bij S/T en M kunt u ook langere sluitertijden gebruiken.
Bovendien is in de modi A, TTL en M van het flitsapparaat met navenant uitgeruste camera's ook flitsen met kortere sluitertijden mogelijk (HSS).
Andere, eventueel op de camera ingestelde flitsgerelateerde functies zoals langdurige synchronisatie, synchronisatie aan het einde van de belichting en voorflitsen tegen het 'rode-ogen-effect' zijn eventueel mogelijk.
Details over deze camerafuncties vindt u in de handleiding van de gebruikte camera.
ANDERE INSTELLINGEN / FUNCTIES
INDIRECT FLITSEN
Door indirect flitsen wordt het onderwerp minder verlicht en een sterke schaduwvorming verminderd. Bovendien wordt natuurlijke lichtafname van voorgrond naar achtergrond verminderd.
Voor indirect flitsen is de reflectorkop 1 van het flitsapparaat horizontaal en verticaal zwenkbaar.
Horizontaal: in beide richtingen met vastzetpunten op 30°, tot maximaal 180°
Verticaal: naar boven met vastzetpunten op 15°, tussen 45° en 90°
Opmerking:
- Ter vermijding van kleurzwemen in de opnamen moet het reflecterende oppervlak kleurneutraal respectievelijk wit zijn.
- Bij het zwenken van de reflector moet u erop letten dat minstens over 60° wordt gezwenkt / gedraaid, wanneer geen direct licht vanaf de reflector op het onderwerp mag vallen.
Bij gezwenkte reflectorkop wordt de zoomreflector in de modi met automatische verstelling (zie pagina 84) hiertoe in de 70 mm positie gezet.
Indirect flitsen met de geïntegreerde reflectorkaart
Door indirect flitsen met de geïntegreerde reflectorkaart 1b kan een geringe verheldering met zeer zacht schaduwverloop worden bereikt. Het slechts zeer kleine naar voren gerichte lichtaandeel heeft nog meer voordelen: Het geeft glimlichtjes in de ogen, verkleint of zelfs vermijdt daarbij het 'rode-ogen-effect', en staat flitsopnamen op kortere afstanden toe, zonder dat verblinding optreedt.
Reflectorkaart eruit nemen / erin schuiven
Reflectorkaart uit diens rustpositie naar voren tot aan de aanslag eruit trekken; dat wil zeggen: tot hij in deze positie vastklikt. Voor het inschuiven hoeft zij slechts uit haar vastgeklikte werkpositie iets naar achteren geschoven te worden. Zij gaat dan automatisch terug naar haar rustpositie.
Toepassing
Reflectorkop 90° naar boven zwenken.
Opmerking:
- Let op de aanzienlijk kleinere actieradius van de flits. Het is aan te bevelen vooraf de verlichting uit te proberen met testopna- men.
- De geïntegreerde groothoeklens kan niet tegelijkertijd worden gebruikt; dat wil zeggen: zij moet zich in haar rustpositie bevinden.
OPSTEEKLENS
De opsteeklens in de leveringsomvang 11 geeft een duidelijk bredere en zachtere verdeling van het afgegeven licht. Deze kunt u bijvoorbeeld gebruiken voor opnamen van onderwerpen op korte afstand, of om harde schaduwen te vermijden.
Plaatsen / afnemen
- Opsteeklens parallel met reflectorkop 1 en met haar schuine rugzijde parallel met de voorzijde van de reflectorkop uitlijnen, en
- tot aan de aanslag erop schuiven
Voor het afnemen beide zijdelingse uitstulpingen beetpakken en de lens eraf trekken.
Opmerking:
De opsteeklens kan samen met de reflectorkaart 1b worden gebruikt (zie daartoe ook pagina 91).
Opnameformaat
Bij enkele digitale camera's kan het flitsapparaat de brandpuntsafstand-
weergave voor de positie van de reflector aanpassen aan het opnameformaat (= sensorformaat).
Deze functie vereist camera's die brandpuntsafstand-gegevens overdragen aan het flitsapparaat.
AF-HULPLICHT
De autofocus-meetsystemen van camera's zijn aangewezen op contrast op het onderwerp. Als het contrast vanwege gebrekkig licht te klein is, schakelen deze camera's een AF-hulplicht bij. Met opgezet flitsapparaat en navenant uitgeruste camera's wordt het in het flitsapparaat ingebouwde AF-hulplicht geactiveerd. Dit projecteert een strepenpatroon op het onderwerp, waar de camera vervolgens op scherpstelt.
De actieradius bedraagt circa 0,7 tot 5 m (met 50 mm objectief). Opdat het AF-hulplicht door de camera kan worden geactiveerd, moet op de camera de autofocus-modus 'Single-AF (S-AF)' zijn ingesteld en moet het flitsapparaat flits-paraatheid vermelden.
Enkele cameratypen ondersteunen uitsluitend het camera-interne AF-hulplicht. Het AF-hulplicht van het flitsapparaat wordt in dergelijke gevallen niet geactiveerd (zie camera-handleiding).
Opmerking:
- Objectieven van geringe lichtsterkte (grootste aanvankelijke diafragmaopening ≥ 5,6) beperken de actieradius van het AF-hulplicht gedeeltelijk aanzienlijk.
- Bij korte onderwerp-afstanden in combinatie met objectieven van grotere lengte kan het AF-hulplicht eventueel worden uitgeschakeld. In dergelijke gevallen is de AF-modus niet mogelijk.
BIJLAGE
ONDERHOUD EN SERVICE
De reiniging van het flitsapparaat moet gebeuren met een droge, zachte reinigingsdoek (bijvoorbeeld microvezeldoek). Bij sterkere verontreinigingen kan de reiniging gebeuren met een slechts licht vochtige, zachte reinigingsdoek.
Belangrijk:
Gebruik nooit reinigingsvloeistof. Als reinigingsvloeistof in het apparaat binnendringt, kunnen de onderdelen die zich daar bevinden, onrepareerbaar beschadigd raken.
DE FLITSCONDENSATOR FORMEREN
De in het flitsapparaat ingebouwde flitscondensator ondergaat een fysische verandering, als het apparaat langere tijd niet wordt ingeschakeld. Daarom moet het apparaat ieder kwartaal minimaal 10 minuten zijn ingeschakeld.
De stroombronnen moeten daarbij zoveel energie leveren dat de flitsparaatheidsweergave uiterlijk 30 seconden na het inschakelen oplicht.
HULP BIJ STORINGEN
Mocht het ooit gebeuren dat bijvoorbeeld het flitsapparaat niet volgens de verwachtingen functioneert, schakel het dan circa 10 s uit met de hoofdschakelaar. Controleer de correcte stand van de flitsapparaatvoet in de accessoireschoen van de camera, en de camera-instellingen. Vervang de batterijen door nieuwe of opgeladen batterijen! Het flitsapparaat moet ook na het inschakelen weer 'normaal' functioneren.
Als dat niet zo is, neem dan contact op met uw vakhandelaar. Hieronder zijn enkele problemen genoemd die bij het gebruik van flits kunnen optreden. Onder de betreffende punten zijn mogelijke oorzaken respectievelijk oplossingen voor deze problemen opgesomd.
Het AF-hulplicht van het flitsapparaat wordt niet geactiveerd
- Het flitsapparaat is niet klaar om te flitsen.
- De camera werkt niet in de modus 'Single-AF (S-AF)'.
- De camera ondersteunt slechts het eigen, interne AF-hulplicht.
Verschillende cameratypen ondersteunen slechts met de centrale AF-sensor van de camera het AF-hulplicht in het flitsapparaat.
Als een decentrale AF-sensor wordt geselecteerd, wordt het AF-hulplicht in het flitsapparaat niet geactiveerd!
→ Centrale AF-sensor activeren!
De zoompositie van de reflector wordt niet automatisch aangepast aan de actuele zoompositie van het objectief
- De camera draagt geen gegevens over aan het flitsapparaat.
- Er worden geen gegevens uitgewisseld tussen flitsapparaat en camera.
→ Ontspanknop van camera aantikken - De camera is uitgerust met een objectief zonder gegevensoverdracht-interface.
- De reflectorkop is uit zijn gangbare positie gezwenkt.
- De groothoeklens is vóór de reflector geklapt, respectievelijk de groothoeklens is geplaatst.
Er vindt geen automatische omschakeling naar de flitssyn- chroontijd plaats
- De camera, respectievelijk het gebruikte objectief heeft een centrale sluiter (de meeste compacte camera 's).
→ De omschakeling naar de synchroontijd is niet vereist. - Het flitsapparaat werkt met kortstondige synchronisatie (HSS). Daarbij vindt geen omschakeling naar de synchroontijd plaats.
- De camera werkt met sluitertijden die langer zijn dan de flitssynchroontijd.
Afhankelijk van de belichtingsmodus van de camera wordt daarbij niet omgeschakeld naar de flitssynchroontijd (zie camera-handleiding).
De opnamen zijn te donker
- Het hoofdonderwerp ligt buiten de actieradius van het flitsapparaat. Let op: Bij het indirect flitsen wordt de actieradius van het flitsapparaat kleiner.
- Het onderwerp krijgt zeer lichte of reflecterende beeldpartijen. Daardoor wordt het meetsysteem van de camera misleid.
→ FlitsmodusTTL gebruiken en een positieve flitsbelichtingscor- rectie instellen, bijvoorbeeld +1 EV
De opnamen zijn te licht
- De afstand tot het hoofdonderwerp is te kort, of het is bovenge-middeld licht / reflecteert sterk.
→ FlitsmodusTTL gebruiken en een negatieve flitsbelichtingscorrectie instellen, bijvoorbeeld -1 EV Of de ingebouwde reflectorkaart / de opsteeklens in de leveringsomvang plaatsen.
RESERVEONDERDELEN
BESTELNUMMER
| Opsteeklens 422-310.003-006 |
| Standvoet 422-310.003-005 |
| Tas 439-600.243-000 |
TECHNISCHE GEGEVENS
Richtwaarde zie tabel, binnenzijde achterflap
Flitsmodi A en TTL met automatische TTL-flitsbelichtingsregeling, M, Sd, Sf met vaste flitssterkte, ■ voor duurlicht
Flitsbelichtingscorrecties ±2 EV in 1/2 EV-niveaus (met TTL), (video)
Handmatige deellichtvermögens 1/1 - 1/256 (met M, Sd, Sf)
Flitslichttijden 1/800 s bij volledige energie (met M, Sd, Sf), 1/800 - 1/20000 s bij automatiek (met A, TTL)
Videolicht-tijd circa 3,5 uur bij nieuwe batterijen en maximale helderheid
Kleurtemperatuur circa 5600 K bij volledige vermogensafgifte ISO-werkbereik ISO 50 tot ISO 50000
Aantal flitsen / flits-volgtijd (minimaal-maximaal, afhankelijk van type batterij en flitsmodus) 220-1700 / 0,1-4 s
Verlichting van de zoomreflector voor 24 / 28 / 35 / 50 / 70 / 80 / 105mm. Instelling door lichtkleur van een LED weergegeven, vanaf 16mm met geïntegreerde groothoeklens, afhankelijk van de flitsmodus automatische of handmatige instelling
Zwenkbereiken / vastzetstanden van de reflectorkop
Verticaal: 45°, 60°, 75°, 90°
Horizontaal in beide richtingen: 30°, 60°, 90°, 120°, 150°, 180°
AF-hulplicht Automatische activering, werkbereik circa 0,7 - 5 m
Speciale functies HSS-flitsen met korte sluitertijden (met navenant uitgeruste camera's), kortstondige flits-synchronisatie; synchronisatie aan het begin of het einde van de belichting, langdurige flitssynchronisatie, vermindering van het rode-ogen-effect (met navenant uitgeruste camera's, daar in te stellen), snoerloos flitsen met activering door lichtpuls van het hoofd-flitsapparaat, schakelbaar voor activering met of zonder voorflits
Voeding alkali-mangaan-batterijen 1,5 V, type IEC LR6 (AA/Mignon), of lithium-batterijen 1,5 V, type IEC FR6 (AA/Mignon), of nikkel-metaal-hydride batterijen 1,2 V, type IEC HR6 (AA/Mignon), steeds vier stuks
Energiespaarsysteem Na 2 / 5 minuten (afhankelijk van de flitsmodus) automatische omschakeling naar de modus Standby, na 60 minuten uitschakelen
Afmetingen (B x H x D) circa 61 x 85 x 85 mm (reflectorkop naar voren)/61 x 133 x 57 mm (reflectorkop naar boven)
Gewicht (zonder stroombronnen) circa 200 g
Leveringsomvang Flitsapparaat met opsteeklens, standvoet, tas, handleiding
Technische veranderingen en vergissingen voorbehouden
LEICA PRODUCT SUPPORT
Technische vragen over toepassingen met Leica-producten, ook over de meegeleverde software, worden schriftelijk, telefonisch of per e-mail beantwoord door de Product Support afdeling van Leica Camera AG. Ook voor koopadvies en het bestellen van handleidingen is dit uw contactadres.
U kunt uw vragen eveneens via het contactformulier op de website van Leica Camera AG aan ons richten.
Leica Camera AG
Voor het onderhoud van uw Leica-uitrusting en in geval van schade kunt u gebruik maken van de Customer Care afdeling van Leica Camera AG of de reparatieservice van een Leica-vertegenwoordiging in uw land (voor adressenlijst zie Garantiebewijs).
Leica Camera AG
Customer Care
Am Leitz-Park 5
D-35578 Wetzlar
Telefoon: +49(0)6441-189
Telefax: +49(0)6441-339
customer.care@leica-camera.com
PREFAZIONE
Gentile cliente,