81795 - Afstandsmeter VOREL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 81795 VOREL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 81795 VOREL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afstandsmeter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 81795 - VOREL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 81795 van het merk VOREL.
GEBRUIKSAANWIJZING 81795 VOREL
Een laser-afstandsmeter is een apparaat waarmee u afstanden kunt meten met een laserstraal. De meting gebeurt in een rechte lijn. Dankzij de uitgebreide functies kan er direct worden gemeten, kan er indirect worden gemeten en kunnen de oppervlakte en het volume van de ruimtes worden berekend. Aanbevolen gebruik binnenshuis.
LET OP! De geboden detector is geen meetinstrument in de zin van de "Metrologiewet".
Lees deze handleiding volledig door voordat u het apparaat gebruikt. De instructies moeten worden bewaard voor verwijzing.
UITRUSTING
Het product wordt compleet verkocht en hoeft niet in elkaar te worden gezet. Voor een goede werking is alleen de installatie van een batterij nodig.
TECHNISCHE GEGEVENS
| Parameter Meeteenheid Waarde | ||||
| Catalogusnummer 81791 81794 81795 | ||||
| Meetbereik [m] 0,05 - 50 0,05 - 80 0,05 - 100 | ||||
| Nauwkeurigheid bij lengtemeting [mm] ±2,0 | ||||
| Meeteenheid meters/inches/voeten/voeten+inches | ||||
| Laservermogen [mW] < 1 | ||||
| Golfi engte [nm] | 620 - 690 | |||
| Laserklasse | 2 | |||
| Voeding | 3 V d.c. (2 x AAA) | |||
| Werktemperatuur | [°C] | 0 ÷ +40 | ||
| Opslagtemperatuur | [°C] | -10 ÷ +50 | ||
| Afmetingen | [mm] | 119 x 49 x 22 | ||
| Gewicht (zonder accu) | [g] | 60 | ||
| Beschermingsgraad | IP54 | |||
ALGEMEEN
Richt de laserstraal nooit op mensen of dieren. Kijk niet in de laserstraal. De laser is van klasse twee en zendt een straal uit met de golflengte en het vermogen zoals aangegeven in de technische gegevenstabel. Een dergelijke straal vormt geen bedreiging, maar het direct in de oogbol richten ervan kan oogschade veroorzaken. Demonteer het apparaat niet zelf, dit kan u blootstellen aan laserstraling. Wijzig het apparaat, met name het lasersysteem, niet. Gebruik het apparaat niet in een omgeving waar de omgevingstemperatuur buiten het werkingsbereik ligt. Bij opslag bij een temperatuur buiten het werkbereik wachten tot het apparaat de bedrijfstemperatuur heeft bereikt, alvorens met de werkzaamheden te beginnen. Het product is bestand tegen het binnendringen van water en stof in de mate die de beschermingsgraad aangeeft. Het product niet onderdompelen in water of een of ander stof. Plaats het apparaat niet met andere gereedschappen
NL
in de gereedschapskist. Slagen kunnen de afstandsmeter vernietigen. Bij langere onderbrekingen van het gebruik van het apparaat moeten de batterijen of de accu's uit het apparaat worden verwijderd. Bewaar de meter niet bij een temperatuur van meer dan 50°C, omdat dit het LCD-scherm kan beschadigen. Reinig het apparaat met een zachte, schone en licht vochtige doek. De laserstraal moet zijn doel bereiken, vervolgens reflecteren en terugkeren naar het apparaat. Als gevolg hiervan zijn de meetcondities aan beperkingen onderhevig. Te fel licht op het meetpunt, te reflecterend oppervlak, bijv. glas kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om te meten. Wijzig in dit geval de meetomstandigheden of kies de juiste meetmethode.
TOESTELBEDIENING
Plaatsen en vervangen van de batterijen (II)
Open het deksel van het batterijvak aan de achterkant van het apparaat. Het deksel is vastgezet met een grendel. Installeer Ni-MH-batterijen of -accu's in de stopcontacten. Let op de juiste polariteit. Vervang de batterijen of accu's altijd door de complete sets. Om een correcte en zo lang mogelijke werking van het apparaat te garanderen, wordt aanbevolen om merk-alkalinebatterijen van merkfabrikanten te gebruiken. Om de levensduur van de batterijen of accu's te verlengen, zal het apparaat de laseraanwijzer na ongeveer 30 seconden uitschakelen en de stroom uitschakelen na ongeveer 3 minuten vanaf de laatste druk op een willekeurige knop.
Het apparaat in- en uitschakelen
Bij het inschakelen van het apparaat houdt u de knop met de aanduiding DIST ingedrukt tot op het display aanwijzingen verschijnen. Laat de druk los wanneer het display wordt ingeschakeld. Om het apparaat uit te schakelen houdt u de knop CLEAR/OFF ingedrukt. Laat de knop los wanneer het display wordt ingeschakeld. Het product start altijd in de enkelvoudige meetmodus en onthoudt de eerder ingestelde meeteenheid en de eerder ingevoerde metingen. De metingen worden gewist wanneer het product wordt uitgeschakeld, hetzij automatisch, hetzij door de gebruiker.
Wijziging van de maateenheden
Houd bij ingeschakelde unit de knop met de aanduiding FUNC/UNITS ongeveer 2 seconden ingedrukt. Laat de knop los na het veranderen van de meeteenheid op het display. Eenheden veranderen in de cyclus: meters / inches / voeten / voeten + inches.
Selectie van de meetbasis
Het is mogelijk om te meten vanaf de voorkant van het apparaat en vanaf de achterrand. De meetbasis wordt gewijzigd door de knop met de aanduiding +/- gedurende ongeveer 2 seconden ingedrukt te houden. De geselecteerde meetbasis wordt grafi sch weergegeven op het display.
Enkelvoudige meetmodus
Druk één keer op de knop met de aanduiding DIST, dit activeert de laseraanwijzer, richt de laserpunt op de plaats waar de afstand wordt gemeten en druk vervolgens opnieuw op de knop met de aanduiding DIST. De afstandsmeter zal meten en het resultaat zal worden getoond in het laatste
NL
meetveld. In het geval van volgende metingen zullen de resultaten van vorige metingen op het scherm naar het veld met de vorige meetresultaten gaan en tegelijkertijd in de volgende geheugenbanken worden opgeslagen. Terugkeren naar een enkele meting vanuit elke andere meetmodus is mogelijk door op de knop met de aanduiding CLEAR/OFF te drukken.
Continue meetmodus
Continue meting is een soort directe meting die het mogelijk maakt om in beweging te meten. De afstandsmeter beweegt door de gemeten afstand te vergroten of te verkleinen en de afstand wordt continu weergegeven. Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk om de afstand te bepalen die moet worden afgelegd bij het naderen of het zich verwijderen van het te meten oppervlak. Inschakelen van het apparaat door u de knop met de aanduiding DIST ingedrukt te houden tot op het display aanwijzingen "min" en "max" verschijnen. Verplaats de afstandsmeter door de aanwijzingen op het display af te lezen. De afstandsmeter onthoudt automatisch de minimale en maximale gemeten afstand en toont deze op het display. Het driehoeksymbool (Δ) geeft het verschil aan tussen de maximale en minimale afstand. Om terug te keren naar de enkele meetmodus, drukt u tweemaal op de knop met de aanduiding DIST.
Oppervlaktemeting (III)
LET OP! Het is mogelijk om slechts één rechthoek per keer te meten. Oppervlakken met een andere vorm moeten worden verdeeld in rechthoeken, dan moet elk van hen afzonderlijk worden gemeten en moeten de meetresultaten bij elkaar worden opgeteld. Start het apparaat en selecteer, door op de knop met de aanduiding FUNC/UNITS te drukken, de oppervlaktemeting met het rechthoek-symbool. Het display toont een meetsymbool met een knipperende rand, waarvan de lengte wordt gemeten. Maak een meting als een enkele meting en meet dan een tweede afstand. De afstandsmeting zal zichtbaar zijn in het resultaatveld van de vorige meting, de berekende oppervlakte zal zichtbaar zijn in het resultaatveld van de laatste meting. Door kort op de toets met CLEAR/OFF te drukken wordt de laatst gemeten afstand gewist, door nogmaals op deze toets te drukken kan de eerder gemeten afstand worden gewist.
Kubieke meting (IV)
LET OP! Het is mogelijk om het oppervlak van slechts één kubus per keer te meten. Kubussen met een andere vorm moeten worden verdeeld in kubussen en vervolgens moeten ze allemaal afzonderlijk worden gemeten en moeten de resultaten van de metingen worden opgeteld. Start het apparaat en selecteer met de knop FUNC / UNITS de oppervlaktemeting gemarkeerd met het kubusvormige symbool. Het display toont een meetsymbool met een knipperende rand, waarvan de lengte wordt gemeten. Maak een meting als een enkele meting en meet dan een tweede en de derde afstand. De afstandsmeting zal zichtbaar zijn in het resultaatveld van de vorige meting en de berekende kubieke capaciteit zal zichtbaar zijn in het resultaatveld van de laatste meting. Door kort op de toets met CLEAR/OFF te drukken wordt de laatst gemeten afstand gewist, door nogmaals op deze toets te drukken kan de eerder gemeten afstand worden gewist.
NL
Indirecte meting
De meting wordt gebruikt om afstanden te meten waar een directe meting niet mogelijk is, bijvoorbeeld wanneer er obstakels in het pad van de laserstraal zijn. De meting kan worden gebruikt om de hoogte te meten wanneer er geen directe toegang tot het te meten oppervlak is. Aangezien het resultaat van een meting afhankelijk is van berekeningen op basis van de gemeten indirecte afstanden, zal het resultaat van een dergelijke meting altijd een grotere fout hebben dan de directe meting. Enkelvoudige tussenafstanden moeten zo nauwkeurig mogelijk worden gemeten, dit zal resulteren in een kleine fout in het tussenliggende meetresultaat.
Indirecte meting met behulp van een rechthoekige driehoek (V)
Start het apparaat en selecteer, door op de knop met de aanduiding FUNC/UNITS te drukken, de oppervlaktemeting met het rechthoekige driehoeksymbool. Het display toont een meetsymbool met een knipperende rand, waarvan de lengte wordt gemeten. Maak een meting als een enkele meting en meet dan een tweede afstand. De afstandsmeting zal zichtbaar zijn in het resultaatveld van de vorige meting en de door de stelling van Pythagoras berekende afstand zal zichtbaar zijn in het resultaatveld van de laatste meting. LET OP! De eerste gemeten afstand moet groter zijn dan de tweede. Anders zal het meetresultaat onjuist zijn.
Indirecte meting door middel van een dubbele rechthoekige driehoek (VI)
De meting wordt uitgevoerd wanneer het begin en het einde van de afstand boven en onder het meetpunt liggen. LET OP! De meest nauwkeurige meetresultaten worden verkregen wanneer het meetpunt zich in het midden van de gemeten afstand bevindt. Start het apparaat en selecteer door op de knop met de aanduiding FUNC/UNITS te drukken de meting met het symbool van een dubbele rechthoekige driehoek. Het display toont een meetsymbool met een knipperende rand, waarvan de lengte wordt gemeten. Maak een meting als een enkele meting en meet dan een tweede en de derde afstand. De afstandsmeting zal zichtbaar zijn in het resultaatveld van de vorige meting en de door de stelling van Pythagoras berekende afstand zal zichtbaar zijn in het resultaatveld van de laatste meting. LET OP! De eerste en de derde gemeten afstand moet groter zijn dan de tweede. Anders zal het meetresultaat onjuist zijn.
Optellen en aftrekken van afstand
Met de afstandsmeter kunt u metingen optellen of aftrekken. Start het apparaat, neem een directe meting van de eerste afstand en druk dan op de knop met +/- één keer om afstanden op te tellen of twee keer om afstanden af te trekken. Op het display verschijnt het symbool van de wiskundige handeling. Meet dan de tweede afstand direct. Het resultaat verschijnt in het laatste meetveld. Door opnieuw op de optel- of aftrekknop te drukken, kunt u een andere afstandsmeting uitvoeren en het vorige resultaat optellen of aftrekken.
Meetgeheugen
De afstandsmeter is uitgerust met een geheugen waarin de laatste 10 metingen automatisch worden opgeslagen. Oudere resultaten worden verwijderd en automatisch vervangen door nieuwere. Om de opgeslagen resultaten te bekijken, start u het apparaat en drukt u op de knop met de aan-
NL
duiding FUNC/UNITS totdat het geheugenbanknummer verschijnt. Door op de +/- toets te drukken kunt u de waarden bekijken die zijn opgeslagen in opeenvolgende geheugenbanken.
Foutmeldingen
| Foutcode | ∅orzaak van de fout Oplossing | |
| 402 Rekenfout. | Herhaal de meetprocedure volgens de instructies. | |
| 203 Laag batterijpeil. Vervang de batterijen of accu's | ||
| 301 De temperatuur is te hoog. Koel het apparaat af. | ||
| 302 De temperatuur is te laag. Warm het apparaat op. | ||
| 101 | Feedbacksignaal te zwak of meettijd te lang. | Verander het meetgebied. |
| 102 Een te sterk feedbacksignaal. Verander het meetgebied. | ||
| 201 | De verlichting van de werkplek is te sterk. | Meet in een minder blootgestelde omgeving. |
| 202 | De verlichting van de werkplek is te zwak. | Meet in een meer blootgestelde omgeving. |
| 401 Hardwarefout. | Zet het apparaat meerdere keren aan en uit. Als de fout blijft optreden, neem dan contact op met de service. | |

Dit symbool geeft aan dat afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (inclusief batterijen en accu's) niet samen met ander afval mag worden weggegooid. Afgedankte apparatuur moet gescheiden worden ingezameld en bij een inzamelpunt worden ingeleverd om te zorgen voor recycling en terugwinning, zodat de hoeveelheid afval en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan worden beperkt. Het ongecontroleerd vrijkomen van gevaarlijke componenten in elektrische en elektronische apparatuur kan een risico vormen voor de menselijke gezondheid en schadelijke gevolgen hebben voor het milieu. Het huishouden speelt een belangrijke rol bij het bijdragen aan hergebruik en terugwinning, inclusief recycling van afgedankte apparatuur. Voor meer informatie over de juiste recyclingmethoden kunt u contact opnemen met uw gemeente of detailhandelaar.