KGZ2550PRO - Zaag Toolson - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KGZ2550PRO Toolson in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over KGZ2550PRO Toolson
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KGZ2550PRO - Toolson en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KGZ2550PRO van het merk Toolson.
GEBRUIKSAANWIJZING KGZ2550PRO Toolson

Allen voor EU-landen.
Geef elektrisch gereedschap niet met het huisvuil mee! Volgens de europese richtlijn 2012/19/EU inzake oude elektrische en elektronische apparaten en de toepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dient gebruikt elektrisch gereedschap gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar en recycle bedrijf dat voldoet aan de geldende milieu-eisen.
ES
Inhoudsopgave: pagina:
- Inleiding 104
- Technische gegevens 104
- Inhoud van de levering 104
- Reglementair gebruik 105
- Belangrijke aanwijzingen 105
- Technische gegevens 108
- Vóór ingebruikneming 109
- Montage en bediening 109
- Transport 111
- Onderhoud 112
- Opslag 112
- Elektrische aansluiting 112
- Afvalverwijdering en recyclage 112
- Verhelpen van storingen 113
- Verklaring van Overeenstemming 294
Verklaring van de symbolen op het toestel


Waarschuwing – Handleiding lezen om het letselrisico te verminderen!


Draag een veiligheidsbril!


Draag een gehoorbeschermer!


Draag een stofmasker!


Let op! Lichamelijk gevaar! Niet in het draaiende zaagblad grijpen!


Let op! Laserstraling


Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
ADVIES:
Volgens de van toepassing zijnde wet voor productaansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:
- Onjuist gebruik,
- Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
- Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werk-lui,
- Installatie en vervanging van niet-originele reserve-onderdelen,
- Ongepast gebruik, falen van het elektronisch systeem ten gevolge van niet-naleving van de elektrische specificaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften.
Aanbevelingen:
Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat. De handleiding bevat belangrijke nota's over hoe veilig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatiekosten kann besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten. Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiks-aanwijzing in een doorzichtig plastic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico's mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan. Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden.
2. Beschrijving van het toestel (Abb. 1-19)
- Handgreep
- AAN/UIT-schakelaar
- Ontgrendelhefboom
- Zaagasvergrendeling
- Machinekop
- Zaagbladafdekking bewegelijk
- Zaagblad
- Spaninrichting
- Werkstukhouder
- Vastzetschroef voor werkstukhouder
- Tafelinzetstuk
- Grendelstandhefboom
- Vastzetgreep
- Wijzer
- Schaal
- Draaitafelfeststehender Sägetisch
- vaststaande zaagtafel
- Aanslagrail
- Schaal
- Wijzer
- Spaanopvangzak
- Vastzetschroef
- Vastzetschroef voor trekgeleiding
- Borgbout
- Trekgeleiding
- Kartelschroef voor snijdieptebeperking
- Aanslag voor snijdieptebeperking
- Verschuifbare aanslagrail
- Vastzethendel voor verschuifbare aanslagrail.
- Justeerschroef (90°)
- Justeerschroef (45°)
- Flensschroef
- Buitenflens
- Laser
- AAN/UIT-schakelaar laser
- Batterijvak
- Batterijvakdeksel
- Schroef
- Binnenflens
- Geleidebeugels
- Veer
- Schakelaar voor het wijzigen van het toerental
a) 90° aanslagwinkelhaak (niet bij de omvang van de l vering begrepen)
b) 45° aanslagwinkelhaak (niet bij de omvang van de levering begrepen)
c) Binnenzeskantsleutel, 6 mm
3. Inhoud van de levering
- Open de verpakking en haal het apparaat er voor -zichtig uit.
-
Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden).
-
Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
- Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
- Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd.
LET OP
Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar!
- Trek-, afkort- en verstekzaag
• 1 x spaninrichting (8)
• 2 x werkstukhouder (9)
• Spaanopvangzak (21)
• Binnenzeskantsleutel (c)
• 3 x LR44 knoopcel --- - Gebruikshandleiding
De trek-, kap- en verstekzaag wordt gebruikt voor het kappen van hout, houtachtige grondstoffen, kunststoffen en non-ferrometalen met uitzondering van magnesium en magnesiumhoudende legeringen, overeenkomstig de machinegrootte. De zaag is niet geschikt voor het zagen van brandhout.
De machine mag slechts voor werkzaamheden worden gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk. Alleen de voor de machine gepaste zaagbladen mogen worden gebruikt. Het gebruik van snijschijven van welke soort dan ook is verboden. Het naleven van de veiligheidsvoorschriften alsmede van de montage-instructies en aanwijzingen aangaande de werking vermeld in deze handleiding maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van de arbeidsgeneeskunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen. Veranderingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks een doelmatig gebruik kunnen bepaalde resterende risicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd. Ten gevolge van de constructie en opbouw van de machine kunnen zich de volgende punten voordoen:
- Raken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
- Grijpen in het draaiende zaagblad (snijwonden).
- Terugstoot van werkstukken en werkstukdelen.
- Zaagbladbreuken.
-
Wegslingeren van defecte hardmetalen stukken van het zaagblad.
-
Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige gehoorbeschermer.
- Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij dat schadelijk is voor de gezondheid.
Wij wijzen erop dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt.
5. Belangrijke aanwijzingen
Let op! Bij gebruik van elektrische apparaten dient u de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen te nemen ter bescherming tegen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees alle voorschriften alvorens deze machine te gebruiken en bewaar de veiligheidsvoorschriften.
Veilig werken
1 Hou u uw werkplaats netjes
- Wanorde op uw werkplaats leidt tot gevaar voor ongelukken.
2 Hou rekening met de omgevingsinvloeden
- Stel elektrisch materieel niet bloot aan de regen.
- Gebruik elektrisch materieel niet in vochtige of natte omgeving.
- Zorg voor een goede verlichting.
- Gebruik elektrisch materieel niet in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen.
3 Bescherm u tegen elektrische schok
- Vermijd lichamelijk contact met geaarde delen, b.v. buizen, radiatoren, fornuizen, koelkasten.
4 Buiten bereik van personen houden. - Laat andere personen, met name kinderen, het elektrische gereedschap of de kabel niet aanraken. Let op dat deze personen buiten de werkzone verblijven.
5 Bewaar uw gereedschappen op een veilige plaats - Niet gebruikte gereedschappen moeten in een droge gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
6 Overbelast uw gereedschap niet - U werkt beter en veiliger in het opgegeven ver- mogensgebied.
7 Gebruik het juiste gereedschap
- Gebruik geen te zwakke gereedschappen of voorzetstukken voor zwaar werk.
- Gebruik gereedschappen niet voor doeleinden en werkzaamheden waarvoor ze niet bedoeld zijn; gebruik b.v. geen handcirkelzaag om bomen te vellen of takken te kappen.
- Gebruik de machine niet om brandhout mee te zagen.
8 Draag de gepaste werkkledij - Draag geen wijde kleding of sieraden. Ze kunnen door bewegende delen worden gegrepen. - Bij het werken in open lucht draagt u best rubberhandschoenen en slipvast schoeisel.
- Draag bij lang haar een haarbescherming.
9 Maak gebruik van de beschermende uitrusting
- Draag een veiligheidsbril.
- Gebruik een stofmasker bij werkzaamheden waarbij stof vrijkomt.
10 Sluit de stofafzuiginrichting aan als u hout, houtachtige grondstoffen of kunststoffen verwerkt. LET OP! Bij het bewerken van metalen mag de stofafzuiging niet worden aangesloten. Brand- en explosiegevaar door hete spaanders of vonken! Verwijder ook de spaanopvangzak (21) tijdens het bewerken van metalen.
- Indien inrichtingen voor het aansluiten van stofafzuiginrichtingen voorhanden zijn overtuig u er zich van dat deze aangesloten zijn en gebruikt worden. - Gebruik in afgesloten ruimtes is alleen toegestaar met een geschikt afzuigsysteem.
11 Onttrek de kabel niet aan zijn eigenlijke bestemming
- Draag het gereedschap niet aan de kabel en gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten.
12 Beveilig het werkstuk
- Gebruik spaninrichtingen of een bankschroef ten- einde het werkstuk vast te zetten. Het wordt zo- doende veiliger vastgehouden dan met uw hand en maakt het mogelijk de machine met de beide handen te bedienen. - Voor lange werkstukken is extra ondersteuning (tafel, blokken enz.) vereist om kantelen van de machine te voorkomen. - Druk het werkstuk stevig op het werkblad en tegen de aanslag, om te voorkomen dat het werkstuk gaat wiebelen of verschuiven.
13 Vermijd een onnatuurlijk lichaamshouding
- Zorg er steeds voor dat u stevig en stabiel staat. - Voorkom dat u uw handen in een onhandige stand houdt waardoor een of beide handen het zaagblad zouden kunnen raken bij een plotselinge verschuiving.
14 Onderhoud uw gereedschap zorgvuldig
- Hou uw gereedschappen scherp en schoon om goed en veilig te werken.
- Neem de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het verwisselen van gereedschappen in acht.
- Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een erkende vakman vervangen.
- Controleer de verlengkabel regelmatig en vervang beschadigde kabels.
- Hou handgrepen droog en vrij van olie en vet.
15 Neem de stekker uit het stopcontact
- Verwijder nooit losse houtsplinters, houtkrullen of vastzittende houtstukken als het zaagblad draait.
- Als u de machine niet gebruikt, voordat u onderhoud uitvoert of gereedschappen wisselt, zoals zaagbladen, boren en frezen.
- Als het zaagblad tijdens het zagen wordt geblokkeerd door een grote toevoerkracht, schakelt u het apparaat uit en koppelt u deze los van het netwerk. Verwijder het werkstuk en controleer of het zaagblad soepel loopt. Schakel het apparaat in en voer de zaagsnede opnieuw uit met gereduceerde toevoerkracht.
16 Laat geen gereedschapssleutels steken
- Controleer of de sleutels en afstelgereedschappen verwijderd zijn alvorens de zaag aan te zetten.
17 Voorkom onbedoelde inschakeling
- Controleer of de schakelaar is uitgeschakeld wanneer u de stekker in het stopcontact steekt.
18 Gebruik een verlengsnoer voor gebruik buitenshuis - Gebruik buitenshuis uitsluitend verlengsnoerer die hiervoor zijn goedgekeurd en die als zodanig zijn gelabeld.
- Gebruik de snoeren alleen als de trommel is afgerold.
19 Blijf steeds alert
- Ga voorzichtig te werk. Gebruik uw gezond verstand tijdens de werkzaamheden. Gebruik de machine niet wanneer u niet geconcentreerd bent.
20 Controleer uw toestel op beschadigingen
- Voordat u het gereedschap verder gebruikt dient u de veiligheidsinrichtingen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun behoorlijke en reglementaire werkwijze te controleren.
- Controleer of de bewegelijke onderdelen naar behoren functioneren en niet klem zitten alsook of onderdelen beschadigd zijn. Alle onderdelen moeten naar behoren gemonteerd zijn om de veiligheid van de machine te verzekeren.
- De bewegende beschermkap mag niet in geopende stand worden vastgeklemd.
- Beschadigde veiligheidsinrichtingen en onderdelen dienen deskundig door een erkende vakwerkplaats te worden hersteld of vervangen tenzij in de handleidingen anders vermeld.
- Beschadigde schakelaars dienen door een klantendienst-werkplaats te worden vervangen.
- Gebruik geen defecte of beschadigde aansluitkabels.
- Gebruik geen gereedschappen waarvan de schakelaar niet kan worden in- of uitgeschakeld.
21 LET OP!
- Bij dubbele versteksneden is uiterste voorzichtigheid geboden.
22 LET OP!
- Bij gebruik van andere inzetstukken en andere accessoires bestaat gevaar voor persoonlijk letsel.
23 Laat de machine repareren door een erkend elektricien
- Dit elektrisch gereedschap beantwoordt aan de desbetreffende veiligheidsbepalingen. Herstellingen mogen enkel door een elektrovakman worden verricht, anders kunnen zich ongelukken voor de gebruiker voordoen.
AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
1 Veiligheidsmaatregelen
- Waarschuwing! Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen.
- Vervang een tafelinzetstuk als dit versleten is.
- Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen zaagbladen die voldoen aan EN 847-1.
- Let erop dat u een zaagblad kiest dat geschikt is voor het te zagen materiaal.
- Draag geschikte persoonlijke beschermingsmi delen.
- Hieronder wordt verstaan:
- Gehoorbescherming om het risico op gehoorbeschadiging te beperken.
- Bescherming van de ademhalingswegen om het risico op inademing van gevaarlijk stof te verminderen.
– Draag handschoenen bij het hanteren van zaagbladen en onbewerkte materialen. Vervoer zaagbladen, indien mogelijk, in een houder. - Draag een veiligheidsbril. Vonken die tijdens het werk ontstaan of vrijkomende houtsplinters, houtkrullen en stof uit het apparaat kunnen leiden tot verlies van het gezichtsvermogen.
- Sluit de machine aan op een stofopvanginrichting wanneer u hout zaagt. De hoeveelheid stof die vrijkomt is onder andere afhankelijk van de te bewerken materiaalsoort, het belang van lokale opvang (opname of bron) en de juiste positionering van kappen, keerschotten en geleiders.
- Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd sneldraaistaal (HSS-staal).
2 Onderhoud en instandhouding
- Haal bij instel- of onderhoudswerkzaamheden altijd de stekker uit het stopcontact.
- De geluidsproductie is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de kwaliteit van het zaagblad en de toestand van het zaagblad en de machine. Gebruik, indien mogelijk, zaagbladen die zijn ontworpen voor een lagere geluidsproductie, voer regelmatig onderhoud uit aan machine en toebehoren en verricht zo nodig herstelwerkzaamheden om de geluidsproductie te verminderen.
- Meld aangetroffen fouten aan de machine, de veiligheidsvoorzieningen of opzetstukken direct aan de verantwoordelijke veiligheidsfunctionaris.
3 Veilig werken
- Gebruik alleen zaagbladen waarvan het maximaal toegestane toerental is niet lager is dan het maximale spiltoerental van de tafelcirkelzaag en die geschikt zijn voor het te bewerken materiaal.
-
Controleer of de zaag in geen enkele positie de draaitafel raakt door, nadat de stekker uit het stopcontact is gehaald, het blad met de hand in de standen 45° en 90° te draaien. Stel zo nodig de zaagkop opnieuw af.
-
Gebruik voor het transport van de machine alleen de transportvoorzieningen. Gebruik nooit de veiligheidsvoorzieningen om het apparaat te hanteren of te transporteren.
- Zorg ervoor dat tijdens het transport het onderste deel van het zaagblad afgeschermd is, bijvoorbeeld door de veiligheidsvoorzieningen.
- Let erop dat u alleen afstandsschijven en spilringen gebruikt die geschikt zijn voor het door de fabrikant vermelde doel.
- De vloer rondom de machine moet waterpas, schoon en vrij van losse deeltjes, zoals spanen en zaagresten, zijn.
- De werkpositie bevindt zich altijd aan de zijkant van het zaagblad
- Verwijder geen zaagresten of andere delen van het werkstuk uit de verwerkingszone zolang de machine draait en de zaageenheid zich nog niet in de rustpositie bevindt.
- Zorg ervoor dat de machine, indien mogelijk, altijd op een werkbank of tafel bevestigd is.
- Lange werkstukken moeten worden ondersteund om te voorkomen dat ze na het zagen van de tafel vallen (bijvoorbeeld met een rolstaander of rolbok).
Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een- elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het ri- sico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE BEHANDELING VAN ZAAGBLADEN
1 Gebruik alleen gereedschap als u weet hoe u ermee om moet gaan.
2 Houd rekening met het maximale toerental. Het maximale toerental dat op het gereedschap staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aangegeven, aan het toerentalbereik.
3 Let op de draairichting van de motor en het zaagblad.
4 Gebruik geen gereedschap dat barsten vertoont. Gooi het gereedschap weg als het barsten vertoont. Het is niet toegestaan om het te repareren.
5 De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water worden ontdaan.
6 Gebruik geen losse pasringen of -bussen om de boring van cirkelzaagbladen te verkleinen.
7 Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de borging van het gereedschap dezelfde diameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.
8 Controleer of de bevestigde pasringen parallel aan elkaar lopen.
9 Wees voorzichtig bij het gebruik van de inzetstukken. Bewaar ze bij voorkeur in de originele verpakking en of in speciale houders. Draag beschermende handschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder terug te dringen.
10 Controleer voordat u de inzetstukken gebruikt of de veiligheidsvoorzieningen correct zijn aangebracht.
11 Controleer vóór gebruik of het toegepaste inzetstuk aan de technische eisen van deze machine voldoet en of het goed bevestigd is.
12 Gebruik het meegeleverde zaagblad uitsluitend voor zaagwerkzaamheden in hout, houtachtige grondstoffen, kunststoffen en non-ferrometalen (met uitzondering van magnesium en magnesiumhoudende legeringen).
13 Gebruik de zaag nooit voor het zagen van andere dan de vermelde grondstoffen.
14 Let op dat de machine voor elke zaagprocedure stil staat.

Let op! Laserstraling Niet in de straal kijken Laserklasse 2

Bescherm u en uw omgeving tegen gevaar voor ongelukken door de gepaste voorzorgsmaatregelen te nemen.
- Niet met blote ogen rechtstreeks in de laserstraal kijken.
- Nooit rechtstreeks in de stralengang kijken.
- De laserstraal nooit richten op weerkaatsende oppervlakken, personen of dieren. Ook een laserstraal met een gering vermogen kan schade berokkenen aan het oog.
- Voorzichtig – als u anders te werk gaat dan hier beschreven kan dit leiden tot een blootstelling aan gevaarlijke straling.
- Lasermodule nooit openen.
- Als u de afkortzaag langere tijd niet gebruikt, moet u de batterijen verwijderen.
- De laser mag niet door laser van een ander type worden vervangen.
- Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fabrikant van de laser of een bevoegde dealer worden uitgevoerd.
Veiligheidsvoorschriften voor batterijen
1 Zorg er altijd voor dat de batterijen met de juiste polariteit (+ en -) worden geplaatst, zoals aangegeven op de batterij.
2 Voorkom dat de batterijen worden kortgesloten.
3 Niet-oplaadbare batterijen mag u niet opladen.
4 Voorkom dat de batterij te veel wordt ontladen!
5 Combineer geen oude en nieuwe batterijen of batterijen van verschillende typen of fabrikanten! Vervang de set batterijen gelijktijdig.
6 Verwijder lege batterijen direct uit het apparaat en voer ze op de juiste wijze af!
7 Batterijen niet verwarmen!
8 Niet rechtstreeks op batterijen solderen of lassen!
9 Batterijen niet demonteren!
10 Batterijen niet vervormen!
11 Batterijen niet in open vuur werpen!
12 Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen.
13 Voorkom dat kinderen zonder toezicht de batterijen kunnen vervangen!
14 Bewaar batterijen niet in de buurt van open vuur, kachels of andere warmtebronnen. Plaats de batterij niet in direct zonlicht en gebruik of bewaar ze niet bij warm weer in de auto.
15 Bewaar ongebruikte batterijen in hun originele verpakking en uit de buurt van metalen voorwerpen. Voorkom dat uitgepakte batterijen worden gemengd of bij elkaar worden gelegd! Dit kan kortsluiting van de batterij veroorzaken en beschadiging, brandwonden of zelfs brandgevaar tot gevolg hebben.
16 Verwijder de batterijen uit het apparaat wanneer ze langere tijd niet wordt gebruikt, tenzij het gaat om noodgevallen!
17 Raak lekkende batterijen NOOIT aan zonder adequate beschermingsuitrusting. Indien de gelekte vloeistof in aanraking komt met de huid, moet dat gebied van de huid onmiddellijk onder stromend water worden afgespoeld. Voorkom in ieder geval dat de vloeistof in aanraking komt met de ogen en de mond. Neem in dat geval onmiddellijk contact op met een arts.
18 Reinig de batterijpolen en de contactpunten in het apparaat voordat u de batterijen plaatst.
| Wisselstroommotor: 230 - 240 V~ 50Hz | |
| Vermogen 2150 Watt | |
| Bedrijfsmodus S6 20% 5 Min.* | |
| Nullasttoerental n_0 | 3200 / 4500 min ^-1 |
| Hardmetaalzaagbladø | 255 x ø 30 x 2,8 mm |
| Aantal tanden 48 | |
| Zwenkbereik | -45° / 0°/ +45° |
| Versteksnede | 0° bis 45° naar links |
| Zaagbreedte bij 90° | 305 x 90 mm |
| Zaagbreedte bij 45° | 215 x 90 mm |
| Zaagbreedte bij 2 x 45°(dubbele versteksnede) | 215 x 47 mm |
| Bescherming klasse | II |
| Gewicht | 15,5 kg |
| Laserklasse | 2 |
| Golfengte laser | 650 nm |
| Vermogen laser | ≤ 1 mW |
| Voeding lasermodule | 3 x LR44 knoopcel |
* Bedrijfsmodus S6, ononderbroken periodiek bedrijf. De bedrijfstijd is opgebouwd uit een opstarttijd, een tijd met een constante belasting en een uitlooptijd. De cyclusduur bedraagt 5 minuten en de relatieve inschakelduur bedraagt 20% van de cyclustijd.
Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm hebben. Zorg ervoor dat het werkstuk altijd met de kleminrichting is geborgd.
Geluid en trilling
Het geluid van deze zaag is bepaald conform EN 61029.
| Geluidsdrukniveau L_pA | 95.23 dB(A) |
| Onzekerheid K_pA | 3 dB |
| Geluidsvermogen L_WA | 108.23 dB(A) |
| Onzekerheid K_WA | 3 dB |
Draag een gehoorbescherming.
Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.
Totale vibratiewaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 61029.
Restrisico's
De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheidsvoorschriften. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico's.
- Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.
- Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico's.
- De restrisico's kunnen tot een minimum worden beperkt wanneer aan de „Veiligheidsmaatregelen“ en het „Gebruik volgens bestemming“ wordt voldaan en de gebruiksaanwijzing in zijn geheel wordt opgevolgd.
- Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het zagen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen. Dit kan leiden tot geringere prestaties van de machine bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
- Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het zagen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen, wat leidt tot geringere prestaties van de machine bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
- Gebruik altijd klemmen wanneer u kunststof moet zagen: de te zagen delen moeten altijd met klemmen worden vastgezet.
- Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet worden ingedrukt.
- Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw afkortzaag.
- Houd uw handen buiten de werkruimte, wanneer de machine in bedrijf is.
- Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, laat u de startknop los en trekt u de stekker uit het stopcontact.
7. Vóór ingebruikneming
- De machine moet worden opgesteld zodat ze veilig staat, d.w.z. ze moet op een werkbank, een universeel onderstel of iets dergelijks worden vastgeschroefd. Gebruik hiertoe de boorgaten die zich in het frame van de machine bevinden.
- Vóór ingebruikneming dienen alle afdekkingen en veiligheidsinrichtingen naar behoren te zijn gemonteerd.
- Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
- Bij reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen letten zoals b.v. nagels of schroeven etc.
- Voordat u de AAN-/UIT-schakelaar bedient moet het zaagblad correct gemonteerd zijn. Beweeglijke delen moeten gemakkelijk bewegen.
- Vóór het aansluiten controleren of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenstemmen met de gegevens van het stroomnet.
8. Montage en bediening
8.1 Zaag monteren (fig.1 - 6)
- Voor het verstellen van de draaitafel (16) de borggreep (13) omlaag drukken en de onderste vergrendelingshen-del (12) met de wijsvinger omhoog trekken.
- De draaitafel (16) en naald (14) naar de gewenste hoek van de schaal (15) draaien en vastzetten door de borggreep (13) omhoog te klappen.
- Door de machinekop (5) licht naar beneden te drukken en gelijktijdig de borgpen (24) uit de motorbeugel te trekken, wordt de zaag uit de onderste stand ontgrendeld.
- De machinekop (5) naar boven draaien, tot de ont - grendelingshendel (3) vastklikt.
- De kleminrichting (8) kan zowel links als rechts aan de vaste zaagtafel (17) bevestigd worden. Steek de kleminrichting (8) in het daartoe voorziene boorgat aan de achterkant van de aanslagscheen (18) en borg deze met de schroef.
- Werkstuksteunen (9) aan de vaststaande zaagtafel (17) als in afbeelding 6a, b, c weergegeven aanbrengen en volledig doorschuiven. De assen met de borgveren tegen een onvoorzien wegslippen borgen. Vervolgens met de schroef (10) in de gewenste positie vastzetten.
- De machinekop (5) kan door de borgschroef (22) los te draaien, naar links tot max. 45° schuin geplaatst worden.
8.2 Fijne instelling van de aanslag voor kapsnede 90° (fig. 3,5,18)
- De aanslagwinkelhaak (a) is niet bij de levering begrepen.
- De machinekop (5) naar beneden laten zakken en met de borgpen (24) vastzetten.
- De borgschroef (22) losdraaien.
- De aanslaghoek (a) tussen zaagblad (7) en draaitafel (16) plaatsen.
- Contramoer (d) losdraaien. De stelschroef (30) zover verstellen, tot de hoek tussen zaagblad (7) en draai-tafel (16) 90° bedraagt.
- Contramoer (d) weer vastdraaien om deze instelling vast te zetten.
- Controleer ten slotte de positie van de hoekweergave. Indien nodig, de naald (20) met een kruiskop - schroevendraaier losdraaien, op de 0°-positie van de hoekschaal (19) zetten en de borgschroef weer vastdraaien.
8.3 Nauwkeurig instellen van de aanslag voor versteksnede 45° (fig. 1,3,5,19)
- De aanslagwinkelhaak (b) is niet bij de levering begrepen.
- De machinekop (5) naar beneden laten zakken en met de borgpen (24) vastzetten.
- De draaitafel (16) op de 0°-stand fixeren.
- De borgschroef (22) losdraaien en met de handgreep (1) de machinekop (5) naar links, schuin plaatsen op 45°.
- De 45°-aanslaghoek (b) tussen zaagblad (7) en draai-tafel (16) plaatsen.
- Contramoer (c) losdraaien. De stelschroef (31) zover verstellen, tot de hoek tussen zaagblad (7) en draai-tafel (16) precies 45° bedraagt.
- Contramoer (c) weer vastdraaien om deze instelling vast te zetten.
8.4 Kapsnede 90° en draaitafel 0° (fig.1,2,6,7)
Bij zaagsnedes tot ca. 100 mm kan de trekfunctie van de zaag met de borgschroef (23) in de achterste positie gefixeerd worden. In deze positie kan de machine voor afkorten worden gebruikt. Mocht de zaagsnede boven 100 mm liggen, dan moet erop gelet worden, dat de borgschroef (23) los en de machinekop (5) beweegbaar is. Let op! De verschuifbare aanslagrail (28) moet voor 90° afkortsneden in de binnenste positie worden gefixeerd.
- Open de vastzetschroef (29) van de verschuifbare aanslagrail (28) en schuif de verschuifbare aanslagrail (28) naar binnen.
- De verschuifbare aanslagrail (28) moet zodanig voor de binnenste positie worden gearrêteerd dat de afstand tussen aanslagrail (28) en zaagblad (7) maximaal 5 mm bedraagt.
- Controleer voor het zagen dat tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7) geen botsing mogelijk is.
• Vastzetschroef (29) terug aanhalen. - Machinekop (5) naar de bovenste stand brengen.
- Machinekop (5) aan de handgreep (1) naar achteren schuiven en, indien nodig, in deze stand fixeren. (naargelang de snijbreedte).
- Het te snijden hout tegen de aanslagrail (18) en op de draaitafel (16) leggen.
- Het materiaal op de vaststaande zaagtafel (17) vastzetten m.b.v. de spaninrichting (8) zodat het tijdens het zagen niet kan verschuiven.
- Op de ontgrendelhefboom (3) drukken teneinde de machinekop (5) vrij te zetten.
- AAN / UIT-schakelaar (2) indrukken om de motor in te schakelen.
- Bij gefixeerde trekgeleiding (23): met de handgreep (1) de machinekop (5) gelijkmatigen met lichte druk omlaag bewegen tot het zaagblad (7) het werkstuk heeft doorsneden.
- Dan de machinekop (5) traag en gelijkmatig helemaal naar achteren schuiven tot het zaagblad (7) het werkstuk volledig heeft doorsneden.
- Na het zagen de machinekop (5) terug naar zijn bovenste ruststand brengen en AAN / UIT-schakelaar (2) loslaten.
Let op! Door de terughaalveer slaat de machine vanzelf omhoog, daarom de handgreep (1) aan het einde van de zaagsnede niet loslaten, maar de machinekop (5) langzaam en onder lichte tegendruk omhoog bewegen.
8.5 Afkortsnede 90° en draaitafel 0°tot 45°(fig.1,6,7)
Met de afkortzaag kunnen afkortsneden van 0° tot 45° naar links en van 0° tot 45° naar rechts ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd.
Let op! De verschuifbare aanslagrail (28) moet voor 90° afkortsneden in de binnenste positie worden gefixeerd.
- Open de vastzetschroef (29) van de verschuifbare-aanslagrail en schuif de verschuifbare aanslagrailnaar binnen.
- De verschuifbare aanslagrail (28) moet zodanig voor de binnenste positie worden gearrêteerd dat de afstand tussen aanslagrail (28) en zaagblad (7) maximaal 5 mm bedraagt.
- Controleer voor het zagen dat tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7) geen botsing mogelijk is.
• Vastzetschroef (29) terug aanhalen. - De borggreep (13) omlaag drukken en de onderste vergrendelingshendel (12) met de wijsvinger omhoog trekken.
- Met de borggreep (13) de draaitafel (16) in de gewenste hoek instellen. De naald (14) op de draaitafel (16) moet met de gewenste hoek van de schaal (15) op de vaststaande zaagtafel (17) overeenkomen.
- De borggreep (13) weer omhoog klappen om de draai-tafel (16) te fixeren.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 8.3 beschreven.
8.6 Versteksnede 0°tot 45° en draaitafel 0° (fig. 1,2,6,8)
Met de afkortzaag kunnen versteksneden naar links van 0° tot 45° ten opzichte van het werkvlak worden uitgevoerd. Let op! De verschuifbare aanslagrail (28) moet voor versteksneden (schuin gezette zaagkop) in de buitenste positie worden gefixeerd.
- Open de vastzetschroef (29) van de verschuifbare aanslagrail (28) en schuif de verschuifbare aanslagrail (28) naar buiten.
- De verschuifbare aanslagrail (28) moet zodanig voor de binnenste positie worden gearrêteerd dat de afstand tussen aanslagrail (28) en zaagblad (7) maximaal 5 mm bedraagt.
- Controleer voor het zagen dat tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7) geen botsing mogelijk is.
• Vastzetschroef (29) terug aanhalen. - De machinekop (5) in de bovenste stand brengen.
- De draaitafel (16) op de 0°-stand fixeren.
- De borgschroef (22) losdraaien en met de handgreep (1) de machinekop (5) naar links, schuin plaatsen, tot de naald (20) naar de gewenste hoek van de schaal (19) wijst.
- De borgschroef (22) weer vastdraaien.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 8.3 beschreven.
8.7 Versteksnede 0°tot 45° en draaitafel 0°tot 45° (fig. 1,2,6,9)
Met de afkortzaag kunnen versteksneden naar links van 0° tot 45° ten opzichte van het werkvlak en meteen van 0° tot 45° naar links of van 0° tot 45° naar rechts ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd (dubbele versteksnede). Let op! De verschuifbare aanslagrail (28) moet voor versteksneden (schuin gezette zaagkop) in de buitenste positie worden gefixeerd.
- Open de vastzetschroef (29) van de verschuifbare aanslagrail (28) en schuif de verschuifbare aanslagrail (28) naar buiten.
- De verschuifbare aanslagrail (28) moet zodanig voor de binnenste positie worden gearrêteerd dat de afstand tussen aanslagrail (28) en zaagblad (7) maximaal 5 mm bedraagt.
- Controleer voor het zagen dat tussen de aanslagrail (28) en het zaagblad (7) geen botsing mogelijk is.
• Vastzetschroef (29) terug aanhalen. - De borggreep (13) omlaag drukken en de onderste vergrendelingshendel (12) met de wijsvinger omhoog trekken om de draaitafel los te draaien.
- Met de borggreep (13) de draaitafel (16) in de gewenste hoek instellen (zie daartoe ook punt 8.4).
- De borggreep (13) weer omhoog klappen om de draai-tafel (16) te fixeren.
- De borgschroef (22) losdraaien.
- Met de handgreep (1) de machinekop (5) naar linksbuiten en op de gewenste hoek van de schaal instellen (zie daartoe ook punt 8.6).
- De borgschroef (22) weer vastdraaien.
- De bewerking uitvoeren als onder punt 8.3 beschreven.
8.8 Snijdieptebegrenzing (fig. 3)
- Met de schroef (26) kan de snijdiepte traploos worden afgesteld. Te dien einde kartelmoer op de schroef (26) losdraaien. De gewenste snijdiepte instellen door de schroef (26) in of uit te draaien. Daarna de kartelmoer op de schroef (26) opnieuw aanhalen.
- Controleer de afstelling aan de hand van een proefsnede.
8.9 Spaanopvangzak (fig. 2)
De zaag is voorzien van een opvangzak (21) voor spanen. Knijp de uiteinden van de metalen klem van de stofzak samen en breng de zak aan op de uitlaatopening bij de motor. De spaanzak (21) kan via de ritssluiting aan de onderkant worden leeggemaakt.
8.10 Verwisselen van zaagblad (fig. 11-15)
Netstekker uit het stopcontact trekken!
Let op!
Draag voor het verwisselen van het zaagblad veiligheidshandschoenen! Lichamelijk gevaar!
- Veer (41), door samendrukken van beide einden, van de bouten verwijderen.
- Geleidingsbeugel (40) van de bouten losdraaien.
-
Zaagasvergrendeling (4) hard indrukken en flensschroef (32) langzaam met de wijzers van de klok mee draaien. Na maximaal een hele slag klikt de zaagasvergrendeling (4) vast.
-
Draai dan met wat meer kracht de flensschroef (32) met de wijzers van de klok mee los.
- Flensschroef (32) er helemaal uit draaien en buitenflens (33) wegnemen.
- De ontgrendelingshendel (3) indrukken om de zaagbladbeveiliging (6) terug te schuiven, vervolgen Neem het zaagblad (6) van de binnenflens (32) af en trek het naar beneden eruit.
- Flensschroef (32), buitenflens (33) en binnenflens (39) zorgvuldig schoonmaken.
- Het nieuwe zaagblad (7) in omgekeerde volgorde monteren en aanhalen.
- de geleidingsbeugel (40) weer op de bout plaatsen en met de veer (41) borgen.
- Let op! De afschuining van de tanden, d.w.z. de draai-richting van het zaagblad (7), moet overeenkomen met de richting van de pijl op het huis.
- Voordat u verder werkt controleren of de beschermende inrichtingen naar behoren werken.
- Let op! Telkens na het verwisselen van zaagblad controleren of het zaagblad (7) al loodrecht staande alsook op 45° gekanteld in het tafelinzetstuk (11) vrij draait.
- Let op! Het verwisselen en richten van het zaagblad (7) dient naar behoren te worden uitgevoerd.
8.11 Bedrijf laser (fig. 16,17)
- Inschakelen: Aan/Uit-schakelaar (35) naar de stand "1" brengen. Een laserlijn wordt op het te bewerken stuk geprojecteerd die exact aanduidt langs waar het snijden dient te gebeuren.
- Uitschakelen: Aan/Uit-schakelaar (35) naar de stand "0" brengen.
- Verwisselen van batterijen: Laser (34) uitschakelen. Deksel (37) van het batterijvak verwijderen. Batterijen uitnemen en vervangen door nieuwe (3 x LR44). Bij het installeren van de batterijen op de juiste polariteit letten. Batterijvak (36) terug sluiten.
8.12 Wijzigen van het toerental (afb. 2)
De zaag beschikt over 2 toerentalbereiken:

- Om de zaag met het toerental 3200 1/min (metaal) te gebruiken, zet u de schakelaar (42) in stand I.
- Om de zaag met het toerental 4500 1/min (hout) te gebruiken, zet u de schakelaar (42) in stand II.
9. Transport (Abb. 1,2)
- Om de draaitafel (16) te vergrendelen, moet de borggreep in omhoog geklapte stand staan.
- Ontgrendelhefboom (3) bedienen, machinekop (5) omlaagdrukken en arreteren d.m.v. de borgbout (24). De zaag is dan in de onderste stand vergrendeld.
- Trekfunctie van de zaag in de achterste stand fixren d.m.v. de vastzetschroef voor trekgeleiding (20).
- Machine aan de vaststaande zaagtafel (17) dragen.
- Om de machine opnieuw op te bouwen gaat u te werk zoals beschreven onder 7.1.
10. Onderhoud
⚠ Onderhoud! Telkens voor het instellen, het uitvoerenvan onderhoud of reparaties de stekker uit het stopcontact trekken!
Algemene onderhoudswerkzaamheden
Veeg van tijd tot tijd met een doek houtkrullen en stof van de machine af. Olie om de levensduur van het apparaat te verlengen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën. Gebruik voor de reiniging van de kunststof geen bijtende middelen.
Borstelinspectie
Controleer de borstels van de koolborstels bij een nieuwe machine na de eerste 50 bedrijfsuren, of wanneer er nieuwe borstels gemonteerd zijn. Controleer na de eerste controle om de 10 bedrijfsuren.
Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versleten is, de veer of de nevensluitingsdraad verbrand of beschadigd is, moet u beide borstels vervangen. Wanneer de borstels na het demonteren als inzetbaar beschouwd worden, kunt u ze weer inbouwen.
11. Opslag
Sla het apparaat en de hulpstukken op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegankelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30°C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking. Dek het elektrisch apparaat af om het tegen stof of vocht te beschermen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.
12. Elektrische aansluiting
De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.
Belangrijke aanwijzingen
Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld.
Defecte elektrische aansluitkabel
Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op.
Mogelijke oorzaken zijn:
- Versleten plekken, als aansluitkabels door vensterof deuropeningen worden geleid.
- Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
- Snijplekken omdat over de aansluitkabel is ger den.
- Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
- Scheuren door veroudering van de isolatie.
Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitka - bel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan.
Wisselstroommotor
- De netspanning moet 230 VAC zijn
- Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter.
Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd.
Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
- Stroomtype van de motor
- Gegevens van het typeplaatje van de machine
- Gegevens van het typeplaatje van de motor
13. Afvalverwijdering en recyclage
Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan in de grondstofkring-loop teruggebracht worden. Batterijen horen niet thuis bij het huisvuil. Gooi ze niet in het vuur of in het water. Batterijen moeten worden ingezameld, gerecycleerd of milieuvriendelijk verwijderd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Ontdoe u van defecte onderdelen op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeentebestuur!
- Verhelpen van storingen
| Storing Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De motor functioneert niet Motor, kabel of stekker defect, zekeringen doorgebrand | Laat de machine door een vakman controleren. Repareer de motor nooit zelf. Gevaar! Controleer de zekeringen en vervang ze zo nodig | |
| De motor draait langzaam en bereikt het bedrijfstoerental niet. | Spanning te laag, wikkelingen beschadigd of condensator doorgebrand | Laat de spanning controleren door de energie-maatschappij. Laat de motor controleren door een vakman. Laat de condensator vervangen door een vakman |
| De motor maakt te veel lawaai | Wikkelingen beschadigd, motor defect Laat de motor controleren door een vakman | |
| De motor bereikt het maxi-male vermogen niet. | Groep van stroomnet overbelast (lampen, andere motoren enz.) | Gebruik geen andere apparaten of motoren op de groep |
| Motor raakt snel oververhit. Overbelasting van de motor, ontoereikende koeling van de motor | Voorkom overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor om een optimale koeling van de motor te garanderen | |
| Verminderde prestaties bij het zagen | Zaagblad te klein (te vaak geslepen) Eindaanslag van de zaageenheid opnieuw instellen | |
| Zaagsnede is ruw of gegolfd Zaagblad bot, tandvorm niet geschikt voor materiaaldikte | Zaagblad slijpen of een geschikt zaagblad plaatsen | |
| Werkstuk breekt uit of versplintert | Zaagdruk te hoog of zaagblad niet geschikt voor toepassing | Plaats een geschikt zaagblad |
Съдържание:
Страница:
12 Nostipriniet detalu.
Zichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt. De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij
verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier. De kosten voor de montage van nieuwe onderdelen vallen ten laste van de koper. Eisen tot het aanbrengen van veranderingen of het toestaan van een korting en overige schadeloosstellingsclaims zijn uitgesloten.