LMCMD060AV3 - Koelkast DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LMCMD060AV3 DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LMCMD060AV3 DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LMCMD060AV3 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LMCMD060AV3 van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING LMCMD060AV3 DAIKIN
Gebruikers en onderhoudsandleiding Monoblok koeelenheden
Italian
English
Français
Deutsch
Nederlandsls
INDICEARGUMENTI
Zardvoordestraat 300,8-8400 Oostende Belgium

C
Zandvoedstraat 300, B-8400 Costende, Belgium



DAIKIN EUROPE N.V. Zuidvoordstraat 300, B8400 Oosterende, Belgium

- Veiligheidsaanbevelingen
- Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten
- Beschrijving van de unit
- Werking
-
Verplaatsen
-
Montage
6.1 Platen
6.2 Afmetingen
6.3 Locatie
6.4 Vrije ruimte
6.5 Montage
6.6 Het afstandsbedieningspaneel plaatsen
6.7 Veiligheidsvoorzieningen
6.8 Reiniging
- De unit aansluiten
7.1 Elektrische aansluiting
7.2 Aansluiting op het watersysteme
8.1 Bedieningspaneel
- Controles, regels en aanpassingen
9.1 Starten
9.2 Het toetsenbord vergrendelen/ontgrendelen
-
Bedrading
-
Onderhoud en reparaties
- Routinematig onderhoud
12.1 Periodiek onderhoud
12.2 Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd
12.3 Storingzoeken
12.4 Alarmen
- Reserveonderdelen bestellen
- De verpakking weggooien
- De unit liquideren
Bedankt dat u voor Daikin hebt gekozen.
Lees deze instructies zorgvuldig door. Ze bevatten details en advies over de juiste montagemethode, het gebruik en het onderhoud om zo een maximaal betrouwbare, efficiente en duurzame unit te krijgen.
1. Veiligheidsaanbevelingen
Volgijdens de montage en het gebruik van de unit onderstaande aanbevelingen.
- De montage moet strikt volgens de schema's en instructies van de fabrikant gebeuren.
- Schade door verkeerde aansluitingen is nicht inbegren.
- Het elektrische systeme waar de unit geplaatst worden,要去 aan de relevante normen voldoen.
- Onderhoud worden uitgevoerd door daartoe opgeleid personeel of door de fabrikant volgens de bepalingen in EN378.

WAARSCHUWING
Draag veiligheidshandschoenen om uw handen gegen snijwonden te beschemen.
Het is voor gebruikers ten stelligste aanbevolen om contact op te nemen met de fabrikant alvorens ieits uit te voeren aan de unit of de unit te gebruiken op een andere manier dan wat door de fabrikant worden aanbevolen (met name voor het toepassingsgebied) en zich te informeren over möglichke bevaren en contra-indicaties bij een verkeerd gebruik van de machine.
- Deze instructies要去en worden gevolgd bij gebruik van de unit, alsook de gebruiksbestemming die door de leverancier is aangegeven. Elk verkeerd gebruik kan schade aan de unit veroorzaken en houdt een ernstig gezondheidsrisico in.

OPGELET
De unit is Niet geschikt voor ruimtes met ontploffingsgevaar.
Het gebruik van de unit in omgevingen met ontploffingsgevaar is.daarom ten strengste verboden.

OPGELET
De unit is nicht geschikt voor ruimtes met een hoog zoutgehalte. Scherm in dergelijk gevallen de condensor en de verdamper op een geschikte manier af.
Als er voor onderhoud aan het koelmiddelcircuit gewerkt moet worden, draineer het systeem dan en LAST het op atmosferische druk komen.

WAARSCHUWING
Stel het koelmiddel Niet vrij aan de lucht. Het要去 door gespecialiseerde technici met geschikt gereedschap worden gerecupereerd.
- De hoeveelheid en het type te gebruiken koelmiddel staan op de gegevensplaat.
- Gebruik geen ander koelmiddel (vooral ontvlambare vloeistoffen, bijvoorbeeld koolwaterstof) of lucht.
- Het koelmiddelcircuit of de bijbehorende onderdelen mogen Niet aangepast of veranderd worden (bijvoorbeeld:leen op de compressorbehuizing)
- De eindgeberi k der h tseem tegen extern brandgevaar te beschemen.
2. Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten
DAIKIN EUROPE N.V.
Zandvoedstraat 300, B-8400 Costende, Belgium


R134a
R452A
SCARICO CONDENSA
CONDENSED GRAIN LINE
ECOULEMENT DE CONDENSATION
KONDENSATALABROHR
DEASQUÉ CONDENDISACNION

Koelmiddel
Condensafvoerleiding
Opgelet: warme of koude onderdelen

ATTENDOINS
TRIMENT DE POMERO SULLA MACHINOS TOLLELLA LACQUESION
ATTENTOSSI
STROTONIC ANTI-ADHESIVE TEAMS (15.1.12) MACHINOS
CACTON
SWITCH DIRT OVERTISING AT THE MACHINE
COSTAL
COSTAL DEL MACHINOS EN FUSION (15.1.13) MACHINOS
GUCUADO
ANTILLE MAMMALOAN,ELIUS,CHRONALMATAKIA
Opgelet: Schakel de unituit alvorens eraan te werken.
Opgelet: gevaar voor elektrocutie

Sluit deze kabel op een stroomonderbreker aan, nooit rechtstreeks op de hoofdleiding.

Kleuren van voedingskabels

Opgelet - belangrijk: Reinig de condensor regelmatig door er van binnen maar buiten lucht door te blazen. Stop de unit alvorens deze te reinigen.
Kabelverlichtingruimte
LUCECELLA 230 V.
ROCK LUT
LUMIERE CHANRE
ZELLELOCT
LUZ CAMARA
EN NUI TADINORI
EN NUI TADINORI (CERTELLA)
EN CORTEDT A LUCENTY ALIMENTATOR
EN CORTEDT A LUCENTY ALIMENTATOR
EN CORTEDT A LUCENTY ALIMENTATOR
Kabel microdeurcontact
DA COLLOGIALE AL MUCROPORA TO BE CONNECTED AL MUCRODOCKA
A CONNEXTER AL MUCROPORA
B CONNECTIONAL DETERMINANTS
PARKA CONNECTAL AL MUCROPORA
NOT TO CONNECTIONAL TO THE SERVQUAL SUPPLY
ALL CONNECTIONAL PARTS ARE ALTERNATIVE
CONNECTIONAL PARTS ARE ALTERNATIVE
CONNECTIONAL PARTS ARE ALTERNATIVE
Kabel deurverwarming
RESISTENZA PORTA
DOOR HEATER CIRCUIT
REVERSAL GATORIA
TURBUSTING
RESISTENZA PULATES
ON/OFF SWITCHS
PASSES (CABLE) LATCHED ON/OUT
PASSES (CABLE) LATCHED OFF
ON/OFF SWITCHS
ON/OUT A LINE OF ELECTRANCE
3. Beschrijving van de unit
De LMC-reeks bestaat UIT luchtgekoelde of watergekoelde (optioneel) condensatie-units op basis van het principe met enkelvoudige blokken. Deze bestaanuit:

- een condensatie-unit buiten de koelruimte;
- een verdamper in een geisoleerde omkasting buiten de koelruimte;
- een elektrisch bedieningspaneel op de condensatie-unit;
- een op de wand gemonteerd afstandsbedieningspaneel.
4. Werking
Enkelvoudige LMC-blokken zijn compressie-units waar koude worden geproduced door bij lage druk een koelmiddelvloeistof (type hfk) in een warmtewisselaar (verdamper) te verdampen. Deaaruit voortkomende damp worden door mechanische compressie bij een hogere druk terug maar een vloeistof omgezet, gevolgd door koeling in een andere warmtewisselaar (condensor).
De compressor is hermetisch afgesloten en maakt geen- en weergaande bewegingen, met een eenfasige of driefasige voeding.
De ontdooling gebeurt automatisch in vooraf ingestelde cycli; manuele ontdooling is ook möglich.
5. Verplaatsen
De unit kan met til- en transportmiddelen verplaatst worden.


WAARSCHUWING
Zorg dat er niemand in het bedieningsgebied van het til- of transportmiddel staat om möglichke ongevallen met personen te voorkomen.

Als de unit in een houten behuizing of kist zit, zet de verpakking dan goed vast alvorens deze te verplaatsen.

De unit mag Niet te snel opgetild worden, zodat de verpakte unit Niet gevaarlijk kan schommelen of vallen.
6. Montage
6.1 Platen
Er staan waarschuwings- en aandachtsplaten op de unit, zoals opgelijst in de relevante tabel.
6.2 Afmetingen

| Mod. A B C D E F G | H I | L M X Y | |||||||||||||
| LMCMD050 / LMCLN100 | 378 | 250 | 784 | 307 | 120 | 27 | 301 | 525 | 60 | 430 | 350 | 306 | 355 | ||
| LMCMD060-075 / LMCLN170 | 357 | 250 | 719 | 340 | 122 | 28 | 332 | 506 | 60 | 620 | 545 | 337 | 550 | ||
| LMCMD100-120-122 / LMCLN200 | 390 | 250 | 809 | 360 | 122 | 28 | 332 | 540 | 60 | 820 | 745 | 337 | 750 | ||
| LMCMD150-200 / LMCLN300 | 427 | 250 | 929 | 410 | 122 | 98 | 452 | 645 | 60 | 820 | 745 | 456 | 750 | ||
| LMCMD300 | 542 | 250 | 1046 | 520 | 122 | 98 | 452 | 785 | 60 | 1075 | 1000 | 458 | 1005 | ||
6.3 Locatie
Voer de volgende handelingenuit voor een optimale werking van de unit:
A) Plaats de unit in een goed geventileerde ruimte, ver van warmtebronnen.
B) Beperk het aantal keren dat de deur worden geopend.
C) Zorg dat de unit voldoende luchttoevoer en -afvoer heeft.
D) Plaats een afvoerleiding op de afvoeraansluiting voor het ontdoode water in het onderste gedeelte van de unit.
Opmerking: LMC-units verdampen het ontdooide water automatisch; de afvoer is er slechts in geval van problemen.

6.4 Vrije ruimte
Laat bij de plaatsing van de unit voldoende ruimte vrij om de unit in veilige omstandigheden te hunnen openen, correct te hunnen gebruiken en gemakkelijk te hunnen onderhoden.
6.5 Montage
A) Maak een opening met geschikte afmetingen in de muur van de koelruimte (zie bovenstaande afbeeldingen). Plaats de unit op de muur van de koelruimte door het verdampergedeelte in de opening te steken.
B) Zet de unit met de meegeleverde schroeven vast.

6.6 Het afstandsbedieningspaneel plaatsen:
Bevestig de muurplaat via de voorgeboorde gaten; zorg dat het paneel verticaal blijft hangen. Plaats de verbindingskabel tussen het paneel en de unit, maar bundel deze Niet met andere kabels.


OPGELET
Controleer dat de unit en de bijbehorende toestellen tijdens het transport geen schade hebben opgelopen. Let in het bijzonder op de onderdelen die aan de klep van het elektrische paneel en aan de leidingen van het koelmiddelcircuit zich bevestigd. Monteer de unit Zoals aufgebeeld; let erop dat de elektrische aansluitingen correct worden aangesloten.
6.7 Veiligheidsvoorzieningen
De unit beschikt over de volgende mechanische veiligheidsvoorzieninger.
- Vaste bescherming aan de bovenkant en de zijkant voor verdamper en condensatie- unit, vastgezet met borgschroeven.
- Externalventilatorbeschermingen op de verdamper- en condensatie-units, vastgezet met schroeven.
De unit beschikt over de volgende elektrische veiligheidsvoorzieningen:
a. Bescherming van ventilatoren (van motoren) gegen hoge vermogensabsorptie; met automatische reset.
b. Hogedrukschakelaar (alleen voor speciale onderdelen) als bescherming gegen te hoge druk; met automatische reset.

WAARSCHUWING
6.8 Reiniging
Reinig de unit zorgvuldig. Verwijder alle resten van stof, vreeimde stoffen en vuil die er tijdens de verplaatsing gekommen zich. Gebruik detergent en ontvetter.

OPGELET
Oplosminder is Niet toegestaan.
7. De unit aansluiten

OPGELET
Controleer dat de netspanning en de frequentie met de waarden op de gegevensplaat overeenkomen alvorens de unit aan te sluiten. Spanningstolerantie: + / - 10% in vergelijkking met nominale waarde.
7.1 Elektrische aansluiting
Controleer de paneelonderdelen alvorens de unit aan te sluiten.

OPGELET
Voor de aansluiting op het elektrische net kiest de installmenter een geschikte veiligheidsvoorziening (een stroomonderbreker of een differentieelschakelaar) op basis van de betrokken leiding en van de absorptie die op de plaat van de unit staat.
Als er meertere units in een koelruimte staan, dan要去 elke unit een eigeneveiligheidsvoorziening hebben. Sluit de unit aan, rekening houdende met de kleuren van de voedingskabels:
a) 230V / 1 / 50 - 60Hz 3 draden blauw = neutral
$$ \text {g e e l / g r o e n} = \text {a a r d i n g} $$
$$ \begin{array}{c c c c c c} \text {b} & \text {r} & \text {u} & \text {i} & \text {n} \ & & & & & = \ & & & & & f \end{array} $$
b) 230V / 3 / 50 - 60Hz 4 draden grijs = fase
$$ \text {g e e l / g r o e n} = \text {a a r d i n g} $$
$$ \begin{array}{c c c c c c} \mathsf {b} & & \mathsf {r} & & \mathsf {u} & & \mathsf {i} & & \mathsf {n} \ & & & & & & & & & \ & & & & & & & & & \ & & & & & & & & & \ & & & & & & & & & \ \hline \end{array} = \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad \qquad $$
$$ \begin{array}{c c c c c c c} z & w & a & r & t \ \hline \end{array} = \qquad \qquad f $$
c) 400 / 3 / 50Hz 5 draden blauw = neutral
$$ \text {g e e l / g r o e n} = \text {a a r d i n g} $$
$$ \begin{array}{c c c c c c c c} \text {b} & & r & & u & & i & & n \ & & & & & & & & = \ & & & & & & & & f \end{array} $$
$$ z \quad w \quad a \quad r \quad t \quad = \quad f $$
$$ \begin{array}{c c c c c c} \mathrm {g} & & \mathrm {r} & & \mathrm {i} & & \mathrm {j} & & \mathrm {s} \ & & & & & & & & & \ & & & & & & & & & \ & & & & & & & & & \ & & & & & & & & & \ \hline \end{array} = \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad \quad f $$
We raden aan om een microschakelaar (niet meegeleverd) op de deur van de koelruimte te plaatsen, die:
-
het Licht in de koelruimte doet branden, de unit stopt en
-
het temperatuuralarm uitschakelt (tot ongeveer een uur nadat de deur gesloten is) telkens wanner de deur geopend worden.
De vereiste kabel zit bij de unit. Sluitzschean,rekening houdend met het volgende:
microschakelaar gesloten = deur gesloten.

OPGELET
De bovenstaande microschakelaar worden nicht meegeleverd met de unit. Als de kabel van het microdeurcontact losgekoppeld of beschadigd is, dan gebeurt hetzelfde als bij een open deur met een aangesloten contact.
Bij unitsuit het "K^ -ASSORTIMENT ( K = lage temperatuur) zit een kabel om op de deurverwarming
aan te sluiten met een zekering die geschikt is voor de deurverwarming.
De unit is ook uitergerust met een kabel om op de lamp in de koelruimte aan te sluiten (de lamp要去 een spanning van 230 V en een maximaal vermogen van 100 Watt hebben).

OPGELET
Sluit het microdeurcontact, het Licht van de koelruimte of de deurverwarmingskabels Niet aan op 230V. Bij elke kabel hoort een plankje waarop staat hoe deze aangesloten要去 worden.

WAARSCHUWING
Defecte elektrische onderdelen mogen uitsluitend door daartoe opgeleid personeel verwangen worden.
De elektrische aansluiting要去 door gekwalificeerd personeel gebeuren.
7.2 Aansluiting op het watersysteme (watercondenser)
Deze aansluiting is alleen nodig als de unit een watergekoelde condensor heeft. De aanwijzingen ervoor staan op de tags aan de INLAAT- en UITLAATLEIDINGEN. De aangesloten leidingen mogen nooit een Kleinere diameter hebben dan die van de unit. De waterdruk要去 minimaal 1 bar bedragen voor een juiste werkung van de unit.
8.1 Bedieningspaneel

SET: Display INSTELPUNT: De ingestelde waarde worden weergegeven door deze knop in te drukken en los teCTX.
WijzigING INSTELPUNT: Als de knop 3 seconden lang worden ingedrukt, worden de ingestelde waarde weergegeven en gaat de unit in de wijzigingsmodus: de SET-led knippert. Gebruikt de knappen om de waarde te veranderen.
Vervolgens kan de neue waarde opgeslagen worden door op de knop "SET" te duwen (het instrument keert terug maar de temperatuurweergave) of door te wachten tot de programmeerwachtijd (15 seconden) verlopen is.

OMHOOG: In de programmeermodus of in het "functienu" worden de parametercodes doorzocht of wordt de waarde van de weergegeven variabile verhoogd. Hou deze knop ingedrukt om de waarde sneller te wijzigen.
Manuele ontdooiing: Als deze knop 5 seconden ingedrukt worden, start de ontdooicyclus

OMLAAG: In de programmeermodus of in het "functienu" worden de parametercodes doorzocht of wordt de waarde van de weergegeven variabele verlaagd. Hou deze knop ingedrukt om de waarde sneller te wijzigen.

LICHT: Hiermee wordt het licht aan- en uitgeschakeld.
AAN/UIT: Hiermee wordt de stand-bymodus geactiveerd en gedeactiveerd.

Een reeks lichten op het toetsenbord duidt de lasten aan die door het instrument gecontroleerd worden. Elke ledfunctie staat in de volgende tabel beschreiben:
LED
MODUS
FUNCTIE


AAN Compressor ingeschakeld
KNIPPERT Antikortsluitingsvertraging ingeschakeld


AAN Ventilator ingeschakeld
KNIPPERT Afvoer ingeschakeld


AAN Ontdooing ingeschakeld
KNIPPERT Afvoer bezig


AAN Alarmsignaal
In "Pr2" geeft dit aan dat de parameter ook aanwezig is in "Pr1""

AAN Extra uitgang AAN

AAN De ingestelde waarde worden weergegeven KNIPPERT De ingestelde waarde worden weergegeven en kan worden aangepast

AAN Het instrument staat stand-by
9. Controles, regels en aanpassingen
Controller het volgende alvorens de unit in te schakelen:
- De borgschoreen zitten goed vast.
- De elektrische aansluitingen zijn correct aangesloten.
Als de unit geopend is:
- Er ligt geen gereedschapeer in.
- De montage is just gebeurd.
- Erijken geen gaslekken.
- Het deksel aan de voorkant zit goed vast.
9.1 Starten
Controleer of de unit met een compressorvoorverwarming is uitgerust alvorens de machine met de hoofdschakelaar in te schaken. Als dat het geval is, start de voorverwarming dan door de unit aangesloten te latent op de netvoeding zonder de unit via de hoofdschakelaar in te schaken. Zo staat alleen de compressorcarterverwarming aan.
Laat de machine enkele uren zo staan; de duur van deze Voorverwarming is afhankelijk van de omgevingstemperatuur op de plek waar de unit staat: wacht bij een hoge externe temperatuur ten minste 3aar, bij een lagere temperatuur ongeveer 8 à 10 uur om de voorverwarming te voltooien.
Als de voorverwarming voltooid is, zet de hoofdschakelaar dan in de stand "start" of druk op de knop "AAN/UIT" op het afstandsbedieningsspaneel.
Opmerking Als het instrument Niet start, controller dan of de unit een spanningsmonitor heeft. Als dat het geval is, wacht dan tot dit toestel gedaan heeft met meten (ongeveer 6 minutes).
- Stel de vereiste temperatuur van de koelruimte in.

OPGELET
Bereik middelhoge temperatuur: +5 / -5^
Bereik lage temperatuur: -18 / -25°C
WijzigING INSTELPUNT: Als de knop 3 seconden lang worden ingedrukt, worden de ingestelde waarde weergegeven en gaat de unit in de wijzigingsmodus: de SET-led knippert. Gebruik de knuppen OMHOOG en OMLAAG om de waarde te veranderen.
Vervolgens kan de neue waarde opgeslagen worden door op de knop "SET" te duwen (het instrument keert terug waar de temperatuurweergave) of door te wachten tot de programmeerwachtijd (15 seconden) verlopen is.
Nu is de unit in bedrijf en hoefft er verder niets更是 geprogrammeerd te worden. De koelcyclus is volledig automatisch volgens de fabrieksparameters, die alleen door daartoe bevoegt personeel gewijzigd konnen worden.

OPGELET
Controleer 24 pau na de opstart de toestand van de verdamper. Als er ijsvorming is, dan moet de ontdooifrequentie verhoogd worden. Bij units met lage temperatuur要去 de toestand van de verdamper in de eerste maand wekelijks gecontroleerd worden.
9.2 Het toetsenbord vergrendelen/ontgrendelen
Vergrendelen
- Hou de knoppen en langer dan 3 seconden ingedrukt.
- De boodschap (POF) verschijnt op het display en het toetsenbord worden vergrendeld. Nu is het ook alleen maar möglichk om de ingestelde waarde en de opgeslagen maximum- en minimumtemperatuur te zien.
- Als een knop langer dan 3 seconden worden ingedrukt, dan worden de boodschap (POF) weergegeven.
Ontgrendelen
- Hou de knoppen en langer dan 3 seconden samen ingedrukt tot de boodschap (Pon) worden weergegeven.
10. Bedrading
Deze instructies voor gebruik en onderhoud bevatten een bedrangingschema, specifiek voor de units van de LMC-reeks.
11. Onderhoud en reparations
Goed onderhoud is essenteel voor een langere levensduur, perfecte werkomstandigheden en een hoog rendement van de unit, maar ook voor de veriligeidsvoorzieningen van de fabrikant.
12 Routinematig onderhoud
Voor een goede werkung van de unit moet de condensor regelmatig gereinigd worden (de freiagentie is afhankelijk van de omgeving waar de unit is geplaatst).
Schakel de unit uit en reinig deutsche door lucht van binnen aan buiten te blazen. Als er geen luchtdrukpistool beschikbaar is, gebruik dan een borstel met lange haren aan de buitenkant van de condensor.
Laat units met watergekoelde condensoren door een loodgieter reinigen met special ontkalkmiddel.

WAARSCHUWING
Draag veiligheidshandschoenen om uw handen gegen snijwonden te beschermen.

WAARSCHUWING
Schakel de unit uit alvorens er werkzaamheden aan te verrichten.
12.1 Periodiek onderhoud
Controleer regelmatig de slijtage van de elektrische contacten en de schakelaars voor bediening op afstand; verwang ze indien nodig.
12.2 Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd
De volgende handelingen要去en door gekwalificeerde technici of door de fabrikant worden uitgevoerd. De gebruiker mag onder geen bedding:
- elektrische onderdelen verrangen;
- aan de elektrische apparatuur werken;
- mechanische onderdelen repareren;
- aan het koelsystem werken;
- aan het bedieningspaneel, de AAN/UIT-schakelaar en de noodschakelaar werken;
- aan de beschermings- en veiligheidsvoorzieningen werken.
12.3 Storingzoeken
De volgende problemen können optreden als de unit in werking is:
-
Compressorstops. De unit beschicht over een oververhittingsbeveiliging die de compressor stopt wanner de maximaal toegestane temperatuur van motorwikkelingen overschreden is. Mogelijk oorzaken:
-
onvoldoende ventilatie van de ruimte waar de unit staat;
- anomalie in de netspanning;
- slechte werkung van de condensorventilator.
De beveiliging worden automatisch teruggesteld.
- IJsvorming op de verdamper waardoor de normale luchtstroom belemmerd worden.
Mogelijkke oorzaken:
- de leur wordt te vaak geopend;
- slechte werking van de verdamperventilator;
- defecte elektromagnetische klep (bij modellen met ontdooiing door middel van heet gas);
- defeche verwarming ontdooiing (bij modellen met elektrische ontdooiing);
- defect ontdooiprocess.
In dit geval konnen er maatregelen getroffen worden:
Verhoog de temperatuur om het ontdoopproces te beeindigen met enkele grades, verhoog het aantal ontdooicycli.

OPGELET
Gebruik geen warm water of puntige, metalen snijvoorwerpen om ijsblokken te verwijderen.
-
Het display gaat nicht branden. Controller:
-
of de unit stroom krijgt;
- of de netspanningskabel goed is aangesloten;
-
de zekeringen in het elektrische paneel
-
De unit begint nicht te werken wanner de AAN/UIT-knop worden ingedrukt (het display gaat aan):
Controleer de aansluiting van het microdeurcontact en hou er.daar bij rekening schakelaarcontact gesloten要去en wanneer de deur gesloten is.
Onvoldoende rendement van de unit:
Als er geen storingen in de unit gezonden zijn, controlleren dan dat: de deuren van de koelruimte perfect afgesloten worden; er geen koudeverspreding is; de koelruimte slim worden gebruikt; er geen Niet-bevroren vloeistoffen of voedsel in de lagetemperatuurruimte geplaatst zich; de verdamper ijsvrij is. We raden aan om de machines ver van de deuren teplaatsen, vooral wanner de koelruimte vaak worden geopend.

WAARSCHUWING:
Het is absolut verboden om beschermingsmiddelen te verwijderen verwijl de machine in werkking is. Deze zijn er om de verilgheid van de gebruiker te verzekeren.
12.4 Alarmen
"EE" knippert: Gegevensstoring; Alarmuitgangssignaal AAN; Andere uitgangssignalen ongewijzigd
"P1" knippert: Storing thermostaatonde; Alarmuitgangssignaal AAN; Compressoruitgangssignaal volgens parameters "Con" en "CoF"
"P2" afgewisseld met kamertemperatuur: Storing verdampersonde; Alarmuitgangssignaal AAN; Andereuitgangssignalen ongewijzigd, Tijdsafhankelijkke ontdooling
"HA" aufgewisseld met kamertemperatuur: Alarm maximumtemperatuur; Alarmuitgangssignaal AAN; Andere uitgangssignalen ongewijzigd
"LA" aufgewisseld met kamertemperatuur: Alarm minimumtemperatuur; Alarmuitgangssignaal AAN; Andere uitgangssignalen ongewijzigd
"dA" aufgewisseld met kamertemperatuur: Alarm deur geopend; Alarmuitgangssignaal AAN; Uitlaten volgens parameter "odc"
"PAL" afgewisseld met kamertemperatuur: Alarm drukschakelaar; Alarmuitgangssignaal AAN; Alleuitgangssignalen UIT
"noL" vast of Licht op Communicatiealarm toetsenbord - moederbord; Alle stopcontacten UIT
Signalen die nicht in dit handboek beschreiben staan, wijzen op ernstige schade aan het elektronische bedieningspaneel.
Als er een reden tot alarm is, dan blijft het alarmsignaal op het display staan zolang die reden blijft bestaan. De deactivering van het alarmuitgangssignaal kan worden verhinderd door de parameter "tbA" in te stellen op "n". Dan blijft het alarmuitgangssignaal actief zolang de omstandigheden voor het alarm blijven bestaan.
Sondealarm "P1" starts 30 seconden na de storing in de betrokken sonde; dit stocht automatisch 30 seconden nadat de sonde waar normale werking hervat. Controller de aansluitingen alvorens de sonde te verrangen.
De temperatuuralarmen "HA" en "LA" stoppen automatisch zodia de thermostaattemperatuur wee een normale waarde heeft, wanner het ontdooien start of wanner de deur geopend worden.
Het alarm voor een open deur "dA" stopt automatisch wonneer de deur gesloten worden.
Het drukschakelaaralarm "PAL" kan handmatig herstart worden door het instrument uit te schakelen of standby te zetten.
13 Reserveonderdelen bestellen
Refereeen bij de bestelling van reserveonderdelen aan het nummer dat op deplaat van de unit staat.

WAARSCHUWING
Versreten onderdelen moot alleen door gekwalificeerd personeel of door de fabrikant verwangen worden.
14 De verpakking weglooien
Verpakking uit hout, plastic en polystyreen dient volgens de geldende bepalingen in het land van gebruik te worden weggegooid.
15 De unit liquideren
Stel onderden die moeten worden weggegoad nicht bloat aan het milieu. Deze要去en worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciala afval conform de van kracht zijnde regels in het land waar de unit worden gebruikt.

WAARSCHUWING
Stel het koelmiddel Niet vrij aan de lucht. Dit要去 worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciala afval.
