LMSLN400AW1 - Koelkast DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LMSLN400AW1 DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LMSLN400AW1 DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LMSLN400AW1 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LMSLN400AW1 van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING LMSLN400AW1 DAIKIN
Gebruikers en onderhoudshandleiding Monoblok koeleenheden
Italian
English
Français
Deutsch
Nederlands
INDICE ARGOMENTI
-
Veiligheidsaanbevelingen
-
Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten
-
Beschrijving van de unit
-
Werking
-
Verplaatsen
-
Montage
6.1 Platen
6.2 Afmetingen
6.3 Locatie
6.4 Vrije ruimte
6.5 Montage
6.6 Veiligheidsvoorzieningen
6.7 Reiniging
- De unit aansluiten
7.1 Elektrische aansluiting
8.1 Bedieningspaneel
8.2 Drukknoppen en signalen op het elektronische bedieningspaneel
8.3 Instructies om de parameters op het display weer te geven
- Controles, regels en aanpassingen
9.1 Starten
-
Bedrading
-
Onderhoud en reparaties
-
Routinematig onderhoud
12.1 Periodiek onderhoud
12.2 Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd
12.3 Storingzoeken
12.4 Alarmen
-
Reserveonderdelen bestellen
-
De verpakking weggooien
-
De unit liquideren
Bedankt dat u voor Daikin hebt gekozen.
Lees deze instructies zorgvuldig door. Ze bevatten details en advies over de juiste montagemethode, het gebruik en het onderhoud om zo een maximaal betrouwbare, efficiënte en duurzame unit te krijgen.
1 Veiligheidsaanbevelingen
Volg tijdens de montage en het gebruik van de unit onderstaande aanbevelingen.
- De montage moet strikt volgens de schema's en instructies van de fabrikant gebeuren.
- Schade door verkeerde aansluitingen is niet inbegrepen.
- Het elektrische systeem waar de unit geplaatst wordt, moet aan de relevante normen voldoen.
- Onderhoud wordt uitgevoerd door daartoe opgeleid personeel of door de fabrikant volgens de bepalingen in EN378.

WAARSCHUWING
Draag veiligheidshandschoenen om uw handen tegen snijwonden te beschermen.
Het is voor gebruikers ten stelligste aanbevolen om contact op te nemen met de fabrikant alvorens iets uit te voeren aan de unit of de unit te gebruiken op een andere manier dan wat door de fabrikant wordt aanbevolen (met name voor het toepassingsgebied) en zich te informeren over mogelijke gevaren en contra-indicaties bij een verkeerd gebruik van de machine.
- Deze instructies moeten worden gevolgd bij gebruik van de unit, alsook de gebruiksbestemming die door de leverancier is aangegeven. Elk verkeerd gebruik kan schade aan de unit veroorzaken en houdt een ernstig gezondheidsrisico in.

OPGELET
De unit is niet geschikt voor ruimtes met ontploffingsgevaar.
Het gebruik van de unit in omgevingen met ontploffingsgevaar is daarom ten strengste verboden.

OPGELET
De unit is niet geschikt voor ruimtes met een hoog zoutgehalte. Scherm gevallen de condensor en de verdamper op een geschikte manier af.
Als er voor onderhoud aan het koelmiddelcircuit gewerkt moet worden, draineer het systeem dan en laat het op atmosferische druk komen.

WAARSCHUWING
Stel het koelmiddel niet bloot aan de lucht. Het moet door gespecialiseerde technici met geschikt gereedschap worden gerecupereerd.
- De hoeveelheid en het type te gebruiken koelmiddel staan op de gegevensplaat.
- Gebruik geen ander koelmiddel (vooral ontvlambare vloeistoffen, bijvoorbeeld koolwaterstof) of lucht.
- Het koelmiddelcircuit of de bijbehorende onderdelen mogen niet aangepast of veranderd worden (bijvoorbeeld: lassen op de compressorbehuizing)
- De eindgebruiker dient het systeem tegen extern brandgevaar te beschermen.
2 Tabel met waarschuwings- en aandachtsplaten
DAIKIN EUROPE N.V.
Zandroordeimat 300,8-8400 Ostende, Belgium
CE

text_image
Mod. _________ T S/N _________ Hz kW _MAX A kW R SWP kg 1000sec Ps (HP/LP) 29.5/16.5 bar MADE IN ITALY![]() | Koelmiddel |
![]() | Condensafvoerleiding |
![]() | Opgelet: warme of koude onderdelen |
![]() | Opgelet: Schakel de unit uit alvorens eraan te werken. |
![]() | Opgelet: gevaar voor elektrocutie |
![]() | Sluit deze kabel op een stroomonderbreker aan nooit rechtstreeks op de hoofdleiding. |
![]() | Draairichting |
![]() | Kleuren van voedingskabels |
![]() | Opgelet – belangrijk: Reinig de condensor regelmatig door er van binnen naar buiten lucht door te blazen.Stop de unit alvorens deze te reinigen. |
3. Beschrijving van de unit
De LMS-reeks bestaat uit luchtgekoelde condensatie-units op basis van het principe met enkelvoudige blokken.
Deze bestaan uit:

text_image
1 2 3- een condensatie-unit buiten de koelruimte;
- een verdamper in de ruimte;
- een elektrisch bedieningspaneel op de condensatie-unit;
4. Werking
Enkelvoudige LMS-blokken zijn compressie-units waar koude wordt geproduceerd door bij lage druk een koelmiddelvloeistof (type hfk) in een warmtewisselaar (verdamper) te verdampen. De daaruit voortkomende damp wordt door mechanische compressie bij een hogere druk terug naar een vloeistof omgezet, gevolgd door koeling in een andere warmtewisselaar (condensor).
De compressor is hermetisch afgesloten en maakt heen- en weergaande bewegingen, met een eenfasige of driefasige voeding.
De ontdooiing gebeurt automatisch in vooraf ingestelde cycli, door middel van verwarmingen; manuele ontdooiing is ook mogelijk.
5. Verplaatsen
De unit kan met til- en transportmiddelen verplaatst worden.
DRAAI DE BEVESTIGINGSSCHROEVEN LOS OM DE BEKISTING VAN DE UNIT TE VERWIJDEREN. (afb. A).

Zorg dat er niemand in het bedieningsgebied van het til- of transportmiddel staat om mogelijke ongevallen met personen te voorkomen.

Als de unit in een houten behuizing of kist zit, zet de verpakking dan goed vast alvorens deze te verplaatsen.

De unit mag niet te snel opgetild worden, zodat de verpakte unit niet gevaarlijk kan schommelen of vallen.
6 Montage
6.1 Platen
Er staan waarschuwings- en aandachtsplaten op de unit, zoals opgelijst in de relevante tabel.
6.2 Afmetingen

text_image
A B C F G
Voer de volgende handelingen uit voor een optimale werking van de unit:
A) Plaats de unit in een goed geventileerde ruimte, ver van warmtebronnen.
B) Beperk het aantal keren dat de deur wordt geopend.
C) Zorg dat de unit voldoende luchttoevoer en -afvoer heeft.
D) Plaats een afvoerleiding op de afvoeraansluiting voor het ontdooide water in het onderste gedeelte van de unit.
Opmerking: LMS-units verdampen het ontdooide water automatisch; de afvoer is er slechts in geval van problemen.

flowchart
graph TD
A["Oplossing 1"] --> B["Porta delle cella (fonte di calore)"]
C["Oplossing 2"] --> D["Porta delle cella (fonte di calore)"]
E["Oplossing 3"] --> F["Porta delle cella (fonte di calore)"]
B --> G["Plaatsing in een koelruimte met meer dan één unit"]
D --> G
F --> G
6.4 Vrije ruimte
Laat bij de plaatsing van de unit voldoende ruimte vrij om de unit in veilige omstandigheden te kunnen openen, correct te kunnen gebruiken en gemakkelijk te kunnen onderhouden.
6.5 Montage
Versie aan weerszijden:
Maak zoals afgebeeld insneden in de muur van de koelruimte alvorens de unit te monteren. Zet de unit met geschikte schroeven op de juiste plaats vast. Plaats de unit in de koelruimte, sluit het aansluitstuk voor de verdamperafvoerbak en de meegeleverde leiding met vooraf ingebrachte verwarming (alleen voor units met lage temperatuur units) aan door het gat in de muur van de koelruimte. Vul het gat in de muur met isolerend materiaal, polyurethaan of silicone en plaats de afdekking voor het gat.

text_image
Max. 120
Versie door de muur (optioneel):
A) Maak een opening met geschikte afmetingen in de muur van de koelruimte (zie afbeelding).
B) Plaats de unit op de muur van de koelruimte door het verdampergedeelte in de opening te steken.
C) Zet de unit met de meegeleverde schroeven vast.

text_image
Injecteer silicone helemaal rond de opening van het paneel om deze luchtdicht te maken Max. 120 Mod. H LMSMD030-050-060-075-100/LMSD LMSMD102-120-122-130 / LMS
text_image
Gat I H| Mod. H I | ||
| LMSMD030-050-060-075-100/LMSLN100-120-170 | 425 | 335 |
| LMSMD102-120-122-130 / LMSLN172-200 | 725 | 335 |
| LMSMD150-200 / LMSLN300 | 725 | 475 |

OPGELET
Controleer dat de unit en de bijbehorende toestellen tijdens het transport geen schade hebben opgelopen. Let in het bijzonder op de onderdelen die aan de klep van het elektrische paneel en aan de leidingen van het koelmiddelcircuit zijn bevestigd. Monteer de unit zoals afgebeeld; let erop dat de elektrische aansluitingen correct worden aangesloten.
6.6 Veiligheidsvoorzieningen
De unit beschikt over de volgende mechanische veiligheidsvoorzieningen:
- Vaste bescherming aan de bovenkant en de zijkant voor verdamper en condensatie-unit, vastgezet met borgschroeven.
- Externe ventilatorbeschermingen op de verdamper- en condensatie-units, vastgezet met schroeven.
De unit beschikt over de volgende elektrische veiligheidsvoorzieningen:
a. Bescherming van ventilatoren (van motoren) tegen hoge vermogensabsorptie; met automatische reset.
b. Hogedrukschakelaar (alleen voor speciale onderdelen) als bescherming tegen te hoge druk; met automatische reset.

WAARSCHUWING
De bovenstaande voorzieningen zijn er om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren.
6.7 Reiniging
Reinig de unit zorgvuldig. Verwijder alle resten van stof, vreemde stoffen en vuil die er tijdens de verplaatsing gekomen zijn. Gebruik detergent en ontvetter.

OPGELET
Oplosmiddel is niet toegestaan.
7 De unit aansluiten

OPGELET
Controleer dat de netspanning en de frequentie met de waarden op de gegevensplaat overeenkomen alvorens de unit aan te sluiten. Spanningstolerantie: +/- 10% in vergelijking met nominale waarde.
7.1 Elektrische aansluiting
Controleer de paneelonderdelen alvorens de unit aan te sluiten.

OPGELET
Voor de aansluiting op het elektrische net kiest de installateur een geschikte veiligheidsvoorziening (een stroomonderbreker of een differentieelschakelaar) op basis van de betrokken leiding en van de absorptie die op de plaat van de unit staat.
Als er meerdere units in een koelruimte staan, dan moet elke unit een eigen veiligheidsvoorziening hebben.
Sluit de unit aan, rekening houdende met de kleuren van de voedingskabels:
a) 230V/1/50-60Hz
3 draden
Defecte elektrische onderdelen mogen uitsluitend door daartoe opgeleid personeel vervangen worden.
De elektrische aansluiting moet door gekwalificeerd personeel gebeuren.
8.1 Bedieningspaneel

text_image
-8.88 °C ECO FLIX SET dixalElektronische regeleenheid: deze kan de temperatuur in de koelruimte wijzigen en alle functies van het koelsysteem regelen.
8.2 Drukknoppen en signalen op het elektronische bedieningspaneel
| SET | SET | Om de ingestelde doelwaarde weer te geven; in de programmeermodus wordt er een parameter geselecteerd of een functie bevestigd |
| Ontdooien | ![]() | Om een manuele ontdooiactie te starten |
| Omhoog | ![]() | (OMHOOG): Om de max. opgeslagen temperatuur te zien; in de programmeermodus worden de parametercodes doorzocht of wordt de weergegeven waarde verhoogd. |
| Omlaag | ![]() | Om de min. opgeslagen temperatuur te zien; in de programmeermodus worden de parametercodes doorzocht of wordt de weergegeven waarde verlaagd. |
| AAN/UIT | ![]() | Om het toestel uit te schakelen |
| Licht | ![]() | Om het licht in de koelruimte aan of uit te schakelen. |
Betekenis van de leds
In de volgende tabel wordt de betekenis van enkele punten op het display beschreven.
![]() | CompressorledAltijd aan: compressor ingeschakeldKnippert: antikortsluitingsvertraging ingeschakeld |
![]() | Ontdooiled (ontdooien)Altijd aan: ontdooien ingeschakeldKnippert: druppelfase bezig |
![]() | VentilatorledAltijd aan: ventilatoren ingeschakeldKnippert: vertraging ventilatoren tijdens ontdooien |
![]() | LedalarmAltijd aan: er is een alarm actief |
8.3 Instructies om de parameters op het display weer te geven
DE INGESTELDE WAARDE WEERGEVEN:
Druk de SET-knop in en laat deze onmiddellijk weer los. Op het display wordt de ingestelde waarde weergegeven.
Druk de SET-knop in en laat deze onmiddellijk weer los of wacht 5 seconden om de waarde van de sonde opnieuw weer te geven.
DE INGESTELDE WAARDE WIJZIGEN
Druk langer dan 2 seconden op de SET-knop om de ingestelde waarde te wijzigen;
De ingestelde waarde wordt op het scherm weergegeven en de led voor "oC" of "oF" begint te knipperen; Druk binnen 10 seconden op de O- of N-pijl om de waarde te wijzigen.
Druk opnieuw op de SET-knop of wacht 10 seconden om de nieuwe instelling in het geheugen op te slaan.
EEN MANUELE ONTDOOIACTIE TE STARTEN
Druk langer dan 2 seconden op de knop ONTDOOIEN om een manuele ontdooiactie te starten;
LICHT KOELRUIMTE:
Het licht in de koelruimte wordt ingeschakeld wanneer de knop (LICHT) wordt ingedrukt.
AAN/UIT-functie:
Wanneer de AAN/UIT-knop wordt ingedrukt, dan gaat het toestel in stand-by en wordt UIT weergegeven. Met deze instelling is de unit niet actief. Druk opnieuw op de knop op het toestel AAN te zetten.

WAARSCHUWING
De unit krijgt stroom, zelfs als er op de regeleenheid UIT wordt weergegeven.
9 Controles, regels en aanpassingen
Controleer het volgende alvorens de unit in te schakelen:
- De borgschroeven zitten goed vast.
- De elektrische aansluitingen zijn correct aangesloten.
Als de unit geopend is:
- Er ligt geen gereedschap meer in.
- De montage is juist gebeurd.
- Er zijn geen gaslekken.
- Het deksel aan de voorkant zit goed vast.
9.1 Starten
Voer het volgende uit alvorens de unit te starten:
- Sluit de unit op de netspanning aan. De lichtgevende schakelaar gaat branden
- Als de unit een voorverwarmingscyclus heeft, laat deze dan ten minste 3 uur in deze toestand.
- Als de unit een spanningsmonitor heeft, laat deze dan ten minste 7 minuten in deze toestand om de telfase uit te voeren.
- Schakel de bediening in door toets 0/1 in te drukken.
- Stel de vereiste temperatuur van de koelruimte in.

OPGELET
Bereik middelhoge temperatuur: +5 -5°C
Bereik lage temperatuur: -18 -25°C

OPGELET
Controleer 24 uur na de opstart de toestand van de verdamper. Als er ijsvorming is, moet de ontdooifrequentie verhoogd worden. Bij units met lage temperatuur moet de toestand van de verdamper in de eerste maand wekelijks gecontroleerd worden.
10. Bedrading
Deze instructies voor gebruik en onderhoud bevatten een bedradingschema, specifiek voor de units van de LMS-reeks.
11. Onderhoud en reparaties
Goed onderhoud is essentieel voor een langere levensduur, perfecte werkomstandigheden en een hoog rendement van de unit, maar ook voor de veiligheidsvoorzieningen van de fabrikant.
12 Routinematig onderhoud
Voor een goede werking van de unit moet de condensor regelmatig gereinigd worden (de frequentie is afhankelijk van de omgeving waar de unit is geplaatst).
Schakel de unit uit en reinig deze door lucht van binnen naar buiten te blazen. Als er geen luchtdrukpistool beschikbaar is, gebruik dan een borstel met lange haren aan de buitenkant van de condensor.
Laat units met watergekoelde condensoren door een loodgieter reinigen met speciaal ontkalkmiddel.

WAARSCHUWING
Draag veiligheidshandschoenen om uw handen tegen snijwonden te beschermen.

WAARSCHUWING
Schakel de unit uit alvorens er werkzaamheden aan te verrichten.
12.1 Periodiek onderhoud
Controleer regelmatig de slijtage van de elektrische contacten en de schakelaars voor bediening op afstand; vervang ze indien nodig.
12.2 Onderhoud dat door gekwalificeerde technici of door de fabrikant moet worden uitgevoerd
De volgende handelingen moeten door gekwalificeerde technici of door de fabrikant worden uitgevoerd. De gebruiker mag onder geen beding:
• elektrische onderdelen vervangen;
- aan de elektrische apparatuur werken;
- mechanische onderdelen repareren;
- aan het koelsysteem werken;
- aan het bedieningspaneel, de AAN/UIT-schakelaar en de noodschakelaar werken;
- aan de beschermings- en veiligheidsvoorzieningen werken.
12.3 Storingzoeken
De volgende problemen kunnen optreden als de unit in werking is:
1 Compressorstops. De unit beschikt over een oververhittingsbeveiliging die de compressor stopt wanneer de maximaal toegestane temperatuur van motorwikkelingen overschreden is. Mogelijke oorzaken:
- onvoldoende ventilatie van de ruimte waar de unit staat;
- anomalie in de netspanning;
- slechte werking van de condensorventilator.
De beveiliging wordt automatisch teruggesteld.
2 IJsvorming op de verdamper waardoor de normale luchtstroom belemmerd wordt.
Mogelijke oorzaken:
- de deur wordt te vaak geopend;
- slechte werking van de verdamperventilator;
-
defecte elektromagnetische klep (bij modellen met ontdooing door middel van heet gas);
-
defecte verwarming ontdooiing (bij modellen met elektrische ontdooiing);
- defect ontdooiproces. In dit geval kunnen er maatregelen getroffen worden:
Verhoog de temperatuur om het ontdooiproces te beëindigen met enkele graden, verhoog het aantal ontdooicycli.

OPGELET
Gebruik geen warm water of puntige, metalen snijvoorwerpen om ijsblokken te verwijderen.
-
Het display gaat niet branden. Controleer:
-
of de unit stroom krijgt;
- of de netspanningskabel goed is aangesloten;
- de zekeringen in het elektrische paneel.
Onvoldoende rendement van de unit:
Als er geen storingen in de unit gevonden zijn, controleer dan dat: de deuren van de koelruimte pe afgesloten worden; er geen koudeverspreiding is; de koelruimte slim wordt gebruikt; er geen niet-bevroren vloeistoffen of voedsel in de lagetemperatuurruimte geplaatst zijn; de verdamper ijsvrij is.
We raden aan om de machines ver van de deuren te plaatsen, vooral wanneer de geopend.

WAARSCHUWING:
Het is absoluut verboden om beschermingsmiddelen te verwijderen terwijl de machine in werking is. Deze zijn er om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren.
12.4 Alarmen
| Label | Storing | Oorzaak | Oplossing probleem |
| P1 | Omgevingssonde (Pb1) | waarden buiten het bedrijfsbereikdefecte / kortgesloten / onderbroken sonde | Controleer het type sonde (NTC).Controleer de bedrading van de sondes.Vervang de sonde. |
| P2 | Sonde voor einde van ontdooicyclus (Pb2) | waarden buiten het bedrijfsbereikdefecte / kortgesloten / onderbroken sonde | Controleer het type sonde (NTC).Controleer de bedrading van de sondes.Vervang de sonde. |
| CA | Alarm HOGE/LAGE druk | Overschrijden van de hoge/lage druk, zoals gemeten door de overeenkomstige drukschakelaars (hoger dan de hoogst toegestane differentieelwaarde). | Controleer de efficiëntie van de drukschakelaar.Controleer of de condensor schoon is en of de condensorventilator goed werkt. |
| dA | Deur open | Controleer of de deur van de koelruimte openstaat, of de afdichting goed is, of er een warm product aanwezig is enz. |
13 Reserveonderdelen bestellen
Refereer bij de bestelling van reserveonderdelen naar het nummer dat op de plaat van de unit staat.

WAARSCHUWING
Versleten onderdelen mogen alleen door gekwalificeerd personeel of door de fabrikant vervangen worden.
14 De verpakking weggooien
Verpakking uit hout, plastic en polystyreen dient volgens de geldende bepalingen in het land van gebruik te worden weggegooid.
15 De unit liquideren
Stel onderdelen die moeten worden weggegooid niet bloot aan het milieu. Deze moeten worden verwerkt door bedrijven die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciaal afval conform de van kracht zijnde regels in het land waar de unit wordt gebruikt.

WAARSCHUWING
Stel het koelmiddel niet bloot aan de lucht. Dit moet worden verwerkt door bedrij, die zich bezighouden met de ophaling en recycling van speciaal afval.


















