DIM4 KNX - Slim huis STEINEL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DIM4 KNX STEINEL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DIM4 KNX STEINEL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Slim huis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DIM4 KNX - STEINEL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DIM4 KNX van het merk STEINEL.
GEBRUIKSAANWIJZING DIM4 KNX STEINEL
Bedieningsvoorschrift
1 Veiligheidsinstructies 3
2 Constructie apparaat 3
3 Functie 4
4 Bediening....6
5 Informatie voor elektrotechnici.... 9
5.1 Montage en elektrische aansluiting.... 9
5.2 Inbedrijfname 11
6 Technische gegevens.... 12
7 Hulp bij problemen.... 14
8 Garantie.... 16
1 Veiligheidsinstructies

De montage en aansluiting van elektrische apparaten mag alleen worden uitgevoerd door een elektrotechnicus.
Ernstig letsel, brand of materiële schade mogelijk. Handleiding volledig doorlezen en aanhouden.
Gevaar door elektrische schokken. Voordat werkzaamheden aan het apparaat of de last worden uitgevoerd, moeten deze worden vrijgeschakeld. Daarbij moet rekening worden gehouden met alle installatieautomaten die gevaarlijke spanningen aan het apparaat of de last leveren.
Gevaar door elektrische schokken. Het apparaat is niet geschikt voor vrijschakelen, omdat ook bij uitgeschakelde uitgang de last niet galvanisch van het net gescheiden is. Voordat werkzaamheden aan het apparaat of de last worden uitgevoerd, moeten deze worden vrijgeschakeld. Schakel hiertoe alle bijbehorende installatieautomaten uit.
Gevaar voor onherstelbare beschadiging van dimmer en last, wanneer de ingestelde bedieningsmodus en de lastsoort niet bij elkaar passen. Vóór aansluiting of vervanging van de last het correcte dimprincipe instellen.
Brandgevaar. Bij gebruik met inductieve trafo's iedere trafo overeenkomstig de speci- ficaties van de leverancier aan de primaire zijde zekeren. Uitsluitend veiligheidstrans- formatoren conform EN 61558-2-6 gebruiken.
Deze handleiding is onderdeel van het product en moet door de eindklant worden bewaard.
2 Constructie apparaat

Afbeelding 1: Constructie apparaat
(1) Toetsenveld voor handbediening
(2) Programmeerknop en -LED
(3) KNX-aansluiting
(4) Status-LED uitgangen
(5) Aansluitingen verbruikers
3 Functie
Systeeminformatie
Dit apparaat is een product van het KNX-systeem en voldoet aan de KNX-richtlijnen. Voorwaarde voor een goed begrip is gedetailleerde vakkennis opgedaan via KNX-opleidingen.
De functie van het apparaat is softwareafhankelijk. Gedetailleerde informatie over softwareversies en de bijbehorende functionaliteit en de software zelf vindt u in de productdatabase van de leverancier.
Het apparaat is geschikt voor updates. Firmware-updates kunnen eenvoudig worden uitgevoerd met de STEINEL KNX Service App (aanvullende software).
Het apparaat is compatibel met KNX Data Secure. KNX Data Secure biedt bescherming tegen manipulaties in de gebouwautomatisering en kan in het ETS-project worden geconfigureerd. Gedetailleerde vakkennis geldt als voorwaarde. Voor de veilige inbedrijfname is een apparaatcertificaat vereist, dat op het apparaat is aangebracht. Tijdens de montage moet het apparaatcertificaat van het apparaat worden verwijderd en op een veilige plaats worden bewaard.
Ontwerp, installatie en inbedrijfname van het apparaat vinden plaats met behulp van de ETS vanaf versie 5.7.3.
Beoogd gebruik
– Schakelen en dimmen van gloeilampen, HV-halogeenlampen, dimbare HV-LED-lampen, dimbare compacte TL-lampen, dimbare inductieve trafo's met NV-halogeen- of NV-LED-lampen, dimbare elektronische trafo's met NV-halogeen- of NV-LED-lampen
- Gebruik in KNX-installaties - Montage op DIN-rail conform DIN EN 60715 in onderverdelers
Bij aansluiting van inductieve of elektronische trafo's de gegevens van de trafofabrikant over lasten en dimprincipe opvolgen.
HV-LED en compacte neonlampen genereren hoge impulsvormige stromen, wanneer de in faseaansnijding worden gebruikt.
Onze dimmers houden rekening met de uiteenlopende elektronische eigenschappen van de meeste LED-lampen op de markt. Er kan echter niet worden uitgesloten, dat in afzonderlijke gevallen de gewenste resultaten niet worden bereikt.
Producteigenschappen
- Uitgangen handmatig bedienbaar, bediening op de bouwplaats
-
Terugmelding in handbedrijf en in busbedrijf
-
Blokkeren van de afzonderlijke uitgangen met de hand of via de bus
- Statusterugmelding
- Compatibel met KNX Data Secure
- Kan worden geüdated met ETS service-app
Eigenschappen dimmodus
- Automatische of handmatige keuze van het dimprincipe dat bij de last past
- Beveiligd tegen nullast, kortsluiting en overtemperatuur
- Melding bij kortsluiting
- Terugmelding van de schakeltoestand en de dimwaarde
- Parametreerbaar inschakel- en dimgedrag
- Tijdfuncties: in-, uitschakelvertraging, trappenhuisschakelaar met voorwaarschuwingsfunctie
– Lichtscenariobedrijf - Statusweergave van de uitgangen via LED
- Bedrijfsurenteller
- Bij een netspanningsuitval langer dan 5 seconden wordt de dimactor uitgeschakeld. Afhankelijk van de parameterinstelling wordt de aangesloten last na terugkeer van de netspanning opnieuw gemeten.
- Verhoging van het uitgangsvermogen door parallel schakelen van meerdere uitgangen mogelijk
- Vermogensuitbreiding door vermogenseenheden mogelijk.
i Uitleveringstoestand: bouwplaatsbedrijf, bediening van de uitgangen via het toetsenbord mogelijk.
Flakkeren van de aangesloten lichtbron door onderschrijden van de minimale last of door rondstuurimpulsen van het elektriciteitsbedrijf mogelijk. Deze eigenschap is geen manco van het product.
Eigenschappen logica
- Logicapoort
- Omzetter (conversie)
- Blokkeerelement
- Vergelijker
– Grenswaardeschakelaar
4 Bediening
Bedieningselementen

text_image
(6) (7) (8) (9) (10) (11) ALL OFF OFF A1 A2 A3 A4 (4) (12)Afbeelding 2: Bedieningselementen
(4) Status-LED uitgangen
- aan: uitgang ingeschakeld, 1...100%
- knippert 1 Hz: kortsluiting of handbediening
- knippert 2 Hz: overbelasting, uitval netspanning of firmware-update
(6) Knop 📋→
- Handbediening
(7) LED 📋|→
- aan: permanent handbedrijf
(8) LED ON|+
- aan: geselecteerde ingang aan, 1...100%
- knippert: firmware-update
(9) Knop ON|+
- Inschakelen/lichter dimmen
(10) Knop OFF|-
– Uitschakelen/donkerder dimmen
(11) LED OFF|-
- aan: geselecteerde uitgang uit
- knippert: firmware-update
(12) Knop ALL OFF
- Alle uitgangen uitschakelen
De LED's (4) tonen de status van de uitgangen optioneel alleen tijdelijk (parameterafhankelijk).
Bedieningsmodi
- Busbedrijf: bediening via tastsensoren of andere busapparaten
- Kortdurend handbedrijf: handbediening ter plaatse met toetsenbord, automatische terugkeer naar busbedrijf
- Permanent handbedrijf: uitsluitend handbediening op apparaat
i In handbedrijf is geen busbedrijf mogelijk.
i Na busuitval en -terugkeer schakelt het apparaat over op busbedrijf.
i Het handbedrijf kan tijdens bedrijf via een bustelegram worden geblokkeerd.
Tijdelijk handbedrijf inschakelen
De bediening met het toetsenbord is geprogrammeerd en niet geblokkeerd.
■ Knop ⚫|→ (6) kort indrukken.
LED Ⓞ→ (7) knippert, LED A1... (4) van de eerste geconfigureerde uitgang knippert.
Kortdurend handbedrijf is ingeschakeld.
Na 5 s zonder knopbediening keert de actor automatisch terug naar het busbedrijf.
Tijdelijk handbedrijf uitschakelen
Het apparaat bevindt zich in tijdelijk handbedrijf.
■ 5 s geen bediening.
- of -
■ Knop ⬇→ (6) net zo vaak kort indrukken totdat de actor het kortdurend handbedrijf verlaat.
Status-LED's A1... (4) knipperen niet meer, maar geven de uitgangsstatus aan.
Kortdurend handbedrijf is uitgeschakeld.
Afhankelijk van de programmering schakelen de uitgangen bij het uitschakelen van de handbediening naar de dan actieve positie, bijv. dwangmatig gestuurd, koppeling.
Permanent handbedrijf inschakelen
De bediening met het toetsenbord is geprogrammeerd en niet geblokkeerd.
■ Knop 📋→ (6) minimaal 5 s indrukken.
LED Ⓞ|→ (7) brandt, LED A1... (4) van de eerste geconfigureerde uitgang knippert.
Permanent handbedrijf is ingeschakeld.
Permanent handbedrijf uitschakelen
Het apparaat bevindt zich in permanent handbedrijf.
■ Knop Ⓞ|→ (6) minimaal 5 s indrukken.
LED Ⓞ|→ (7) is uit.
Permanent handbedrijf is uitgeschakeld. Busbedrijf is ingeschakeld.
Afhankelijk van de programmering schakelen de uitgangen bij het uitschakelen van de handbediening naar de dan actieve positie, bijv. dwangmatig gestuurd, koppeling.
Alle uitgangen uitschakelen
Het apparaat bevindt zich in permanent handbedrijf.
■ Knop ALL OFF (7) indrukken.
Alle uitgangen schakelen uit.
Uitgangen bedienen
Het apparaat bevindt zich in permanent of tijdelijk handbedrijf.
■ Knop Ⓞ|→ (6) net zo vaak kort indrukken totdat de gewenste uitgang is gekozen.
LED van de gekozen uitgang A1... (4) knippert.
LED's ON|+ (8) en OFF|- (11) geven de status aan.
■ Uitgang bedienen met knop ON|+ (9) of knop OFF|- (10).
Kort: in-/uitschakelen.
Lang: lichter/donkerder dimmen.
LED's ON|+ (8) en OFF|- (11) geven de status aan.
Tijdelijk handbedrijf: na het doorlopen van alle uitgangen verlaat het apparaat het handbedrijf na opnieuw een korte bediening.
Uitgangen blokkeren
Het apparaat bevindt zich in permanent handbedrijf. De busbesturing is blokkeerbaar (ETS-parameter).
■ Knop ⬇|→ (6) net zo vaak indrukken totdat de LED A1... (4) van de gewenste uitgang knippert.
■ Knoppen ON|+ (9) en OFF|- (10) gelijktijdig ten minste 5 s indrukken.
Gekozen uitgang is geblokkeerd.
Status-LED A1... (4) van de gekozen uitgang knippert snel.
Een geblokkeerde uitgang kan in handbedrijf worden bediend.
Uitgangen vrijgeven
Het apparaat bevindt zich in permanent handbedrijf. Een of meerdere uitgangen werden bij handbedrijf geblokkeerd.
■ Knop Ⓞ→ (6) net zo vaak indrukken totdat de te deblokkeren uitgang is geselecteerd.
■ Knoppen ON|+ (9) en OFF|- (10) gelijktijdig ten minste 5 s indrukken. Blokkering is opgeheven.
LED A1... (4) van de gekozen uitgang knippert langzaam.
5 Informatie voor elektrotechnici

GEVAAR!
Levensgevaar door elektrische schokken.
Apparaat vrijschakelen. Spanningvoerende delen afdekken.
5.1 Montage en elektrische aansluiting
Apparaat monteren
Bij Secure-modus (voorwaarden):
- Veilige inbedrijfname is in de ETS geactiveerd.
- Apparaatcertificaat ingevoerd/ingescand resp. aan het ETS-project toegevoegd. Wij adviseren voor het scannen van de QR-code een camera met hoge resolutie te gebruiken.
- Alle wachtwoorden documenteren en op een veilige plaats bewaren.
Omgevingstemperatuur in de gaten houden. Zorg voor voldoende koeling.
■ Bij gebruik van meerdere dimmers of onderdelen in een schakelkast tussen de apparaten een afstand van 18 mm, 1 TE aanhouden.
■ Apparaat op DIN-rail monteren.
- Bij Secure-modus: het apparaatcertificaat moet van het apparaat worden verwijderd en op een veilige plaats worden bewaard.
Apparaat aansluiten
■ Buskabel met KNX aansluitklem en correcte polariteit aansluiten.
■ Ter bescherming tegen gevaarlijke spanningen de afdekkap op de KNX-aansluiting aanbrengen.

VOORZICHTIG!
Gevaar voor beschadiging. Bij de aansluiting van parallel geschakelde uitgangen op verschillende fasen wordt 400 V kortgesloten.
Het apparaat raakt beschadigd.
Parallel geschakelde uitgangen altijd op dezelfde fase aansluiten.
i Afleveringstoestand: bediening van de uitgangen met handbediening mogelijk.
In de bedieningsmodus "Universeel" meet zich de dimactor alleen na vrijschakelen van de last en ook een inbedrijfname met de ETS opnieuw in.
i Mengbelasting capacitief-inductief niet toegestaan
☐ Voor LED-faseaansnijding: sluit maximaal 2 elektronische trafo's per uitgang aan.
Per installatieautomaat 16 A maximaal 600 W LED- of compacte TL-lampen aansluiten. Bij aansluiting van trafo's de gegevens van de trafofabrikant opvolgen.
☐ Voor het dimmen van grotere lamplasten kunnen meerdere dimuitgangen worden gecombineerd. Parallelgeschakelde uitgangen slechts tot 95% belasten. Op parallel geschakelde dimuitgangen geen compacte TL-lampen.
i Op leveringstoestand letten. Vóór het aansluiten van parallel geschakelde uitgangen en inschakelen de dimactor met ETS op de gewijzigde uitgangsbezetting programmeren.
i Parallel geschakelde dimuitgangen niet met universele vermogensvergroters uitbreiden.

text_image
L1 L2 L3 N A1 L N A2 L N A1 A2 A3 A4 ALL OFF ON+ OFF- KNXAfbeelding 3: Apparaataansluiting comfortvariant met parallelgeschakelde dimuitgangen (aansluitvoorbeeld)
■ Lamplasten volgens het aansluitvoorbeeld aansluiten.
5.2 Inbedrijfname
Fysiek adres en toepassingsprogramma laden
■ Programmeerknop indrukken.
De programmeer-LED brandt.
■ Fysiek adres en toepassingsprogramma met de ETS laden.
Safe-State-modus
De Safe-State-modus stopt de uitvoering van het geladen applicatieprogramma.
i Alleen de systeemsoftware van het apparaat werkt nog. ETS-diagnosefuncties en ook het programmeren van het apparaat zijn mogelijk. Handbediening is niet mogelijk.
Safe-State-modus activeren
■ Busspanning uitschakelen of KNX-aansluitklem verwijderen.
■ Ca. 15 s wachten.
■ Programmeerknop indrukken en ingedrukt houden.
■ Busspanning inschakelen of KNX-aansluitklem aanbrengen. De programmeerknop pas loslaten wanneer de programmeer-LED langzaam knippert.
De Safe-State-modus is geactiveerd.
Door opnieuw kort indrukken van de programmeerknop kan de programmeermodus zoals gebruikelijk ook in de Safe-State-modus in- en uitgeschakeld worden. De programmeer-LED beëindigt bij actieve programmeermodus het knipperen.
Safe-State-modus deactiveren
■ Busspanning uitschakelen (ca. 15 s wachten) of ETS-programmering uitvoeren.
Master-reset
De master-reset herstelt de basisinstellingen van het apparaat (fysiek adres 15.15.255, firmware blijft behouden). De apparaten moeten vervolgens met de ETS opnieuw in bedrijf worden genomen. Handbediening is mogelijk.
Bij Secure-modus: een master-reset deactiveert de beveiliging van het apparaat. Het apparaat kan aansluitend met het apparaatcertificaat opnieuw in bedrijf worden genomen.
Master-reset uitvoeren
Voorwaarde: de Safe-State-modus is geactiveerd.
■ Programmeerknop indrukken en > 5 s ingedrukt houden.
De programmeer-LED knippert snel.
Het apparaat voert een master-reset uit, start opnieuw en is na ca. 5 s weer bedrijfsklaar.
Apparaat naar fabrieksinstellingen resetten
Met de STEINEL KNX Service App kunnen de fabrieksinstellingen van apparaten worden hersteld. Deze functie gebruikt de in het apparaat aanwezige firmware, die op het moment van aflevering actief was (afleveringstoestand). Door de reset naar de fabrieksinstellingen verliezen de apparaten hun fysiek adres en configuratie.
Omgevingstemperatuur -5 ... +45 °C
Opslag-/transporttemperatuur -25 ... +70 °C
Aansluitvermogen per kanaal afhankelijk van de aangesloten lampen en de ingestelde lastsoort: (zie afbeelding 4), (zie afbeelding 5)
ETS-parameter Lastsoort
UNI
universeel (met inmeetprocedure)
conventionele trafo (inductief/faseaansnijding)
LED ♿ LED (Faseaansnijding)
elektronische trafo (capacitief/faseafsnijding)
LED △ LED (Faseafsnijding)
.ED | ![]() | ![]() | |
| 230V | |||
| W | W | VA | |
| UNI | 1 ... 35 | 20 ... 100 | 20 ... 100 |
| LED | — | — | 20 ... 100 |
| 1 ... 35 | 20 ... 100 | — | |
| LED | 1 ... 200 | 20 ... 200 | — |
| 1 ... 200 | 20 ... 200 | — | |
| 110V | |||
| W | W | VA | |
| UNI | 1 ... 18 | 20 ... 50 | 20 ... 50 |
| LED | — | — | 20 ... 50 |
| 1 ... 18 | 20 ... 50 | — | |
| LED | 1 ... 100 | 20 ... 100 | — |
| 1 ... 100 | 20 ... 100 | — | |
Afbeelding 4: LED-lamplasten
![]() | ![]() | ![]() | [YY73]CFLi | |
| 230V | ||||
| W | W | VA | W | |
| UNI | 20 ... 225 | 20 ... 210 | 20 ... 210 | 20 ... 80 |
| LED | 20 ... 210 | — | 20 ... 210 | — |
| 20 ... 210 | 20 ... 210 | — | 20 ... 80 | |
| LED | 20 ... 225 | 20 ... 225 | — | 20 ... 150 |
| 20 ... 225 | 20 ... 225 | — | 20 ... 150 | |
| 110V | ||||
| W | W | VA | W | |
| UNI | 20 ... 120 | 20 ... 110 | 20 ... 110 | 20 ... 40 |
| LED | 20 ... 110 | — | 20 ... 110 | — |
| 20 ... 110 | 20 ... 110 | — | 20 ... 40 | |
| LED | 20 ... 120 | 20 ... 120 | — | 20 ... 75 |
| 20 ... 120 | 20 ... 120 | — | 20 ... 75 | |
Afbeelding 5: Conventionele lamplasten
i Mengbelasting capacitief-inductief niet toegestaan
Aansluiting
massief 0,5 ... 4 mm ^2
soepel zonder adereindhuls 0,5 ... 4 mm²
soepel met adereindhuls 0,5 ... 2,5 mm²
Aanhaalmoment schroefklemmen max. 0,8 Nm
Inbouwbreedte 72 mm / 4 TE
KNX
KNX medium TP256
Inbedrijfnamemodus S-modus
Nominale spanning KNX DC 21 ... 32 V SELV
Opgenomen stroom KNX 6 ... 15 mA
Soort aansluiting KNX Aansluitklem
7 Hulp bij problemen
Aangesloten LED- of compacte TL-lampen schakelen in de laagste dimstand uit of flikkeren
De ingestelde minimale lichtsterkte is te laag.
Minimale lichtsterkte verhogen.
Aangesloten LED- of compacte TL-lampen flikkeren
Oorzaak 1: Lampen zijn niet dimbaar.
Gegevens van de fabrikant controleren.
Lampen door een ander type vervangen.
Oorzaak 2: dimprincipe en lampen passen niet optimaal bij elkaar.
Bij HV-LED: Bedrijf in een ander dimprincipe controleren, daarvoor evt. de aangesloten last verlagen.
Bij NV-LED: bedieningsapparaat van de lamp controleren; evt. vervangen.
Bij instelling "Universeel": dimprincipe handmatig vooraf invoeren.
Aangesloten HV-LED- of compacte TL-lampen zijn in de laagste dimstand te licht; dimbereik is te klein
Oorzaak 1: De ingestelde minimale lichtsterkte is te hoog.
Oorzaak 2: Dimprincipe HV-LED-faseafsnijding past niet optimaal bij de aangesloten lampen.
Bedrijf in de instelling "HV-LED-faseaansnijding" controleren, daarvoor evt. de aangesloten last verlagen.
Lampen door een ander type vervangen.
Uitgang is uitgeschakeld
Oorzaak 1: overtemperatuurbeveiliging heeft aangesproken.
Alle uitgangen van het net scheiden, bijbehorende installatieautomaat uitschakelen.
HV-LED-faseafsnijding: aangesloten last verlagen. Lampen door een ander type vervangen.
HV-LED-faseaansnijding: aangesloten last verlagen. Bedrijf in de instelling HV-LED-faseafsnijding controleren. Lampen door een ander type vervangen.
Apparaat minstens 15 minuten laten afkoelen. Inbouwsituatie controleren, voor koeling zorgen, bijv. afstand tot omliggende apparaten vergroten.
Oorzaak 2: overspanningsbeveiliging werd geactiveerd.
HV-LED-faseafsnijding: Bedrijf in de instelling "HV-LED-faseaansnijding" controleren, daarvoor evt. de aangesloten last verlagen.
Lampen door een ander type vervangen.
Het activeren van de overspanningsbeveiliging kan door het zenden van een kortsluitingstelegram worden gemeld resp. door het opvragen van het communicatieobject "Kortsluiting" worden vastgesteld.
Ooraak 3: kortsluiting in uitgangscircuit
Alle uitgangen van het net loskoppelen.
Kortsluiting verhelpen.
Netspanning van de uitgangen weer inschakelen. Betreffende uitgang uit- en weer inschakelen.
Bij kortsluiting schakelt de betreffende uitgang af. Automatisch herstarten bij oplossen kortsluiting binnen 100 ms (inductieve last) resp. 7 seconden (capacitieve of ohmse last). Daarna blijvende uitschakeling.
Bij kortsluiting tijdens het inmeten meet de last na oplossen van de kortsluiting opnieuw in.
Oorzaak 4: lastuitval.
Last controleren, lamp vervangen. Bij inductieve trafo's primaire zekering controleren en evt. vervangen.
Handbediening met toetsenbord niet mogelijk
Oorzaak 1: handbediening is niet geprogrammeerd.
Handbediening programmeren.
Oorzaak 2: handbediening via bus geblokkeerd.
Handbediening vrijgeven.
Geen van de uitgangen kan worden bediend
Oorzaak 1: alle uitgangen zijn geblokkeerd.
Blokkering opheffen.
Oorzaak 2: handbedrijf actief.
Handbedrijf deactiveren (permanent handbedrijf uitschakelen).
Oorzaak 3: geen of verkeerde toepassingssoftware.
Programmering controleren en corrigeren.
Alle uitgangen uit en geen inschakelen mogelijk
Oorzaak 1: busspanningsuitval.
Busspanning controlleren.
Lampen knipperen of brommen, geen correct dimmen mogelijk, apparaat bromt
Oorzaak: verkeerd dimprincipe ingesteld.
Installatie- of inbedrijfnamefout. Apparaten en lampen vrijschakelen, zekeringautomaat uitschakelen.
Installatie controleren en corrigeren.
Als vooraf het verkeerde dimprincipe werd gekozen: juiste dimprincipe instellen.
Wanneer de dimactor verkeerd werkt, bijv. bij sterk inductief net of lange last-kabels: correct dimprincipe met inbedrijfname instellen.
LED-lamp brandt zwak bij uitgeschakelde dimmer
Oorzaak: LED-lamp is voor deze dimmer niet optimaal geschikt.
Compensatiemodule gebruiken (op aanvraag).
LED-lamp van een ander type of fabrikaat gebruiken.
8 Garantie
Technische en formele veranderingen aan het product, voor zover deze de technische vooruitgang dienen, zijn voorbehouden.
Wij bieden garantie in het kader van de wettelijke bepalingen.
STEINEL GmbH
Dieselstraße 80-84
33442 Herzebrock-Clarholz
Telefon +49 5245 448 0
www.steinel.de
product@steinel.de
.ED



