DCD1007 - Boor DEWALT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DCD1007 DEWALT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DCD1007 DEWALT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DCD1007 - DEWALT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DCD1007 van het merk DEWALT.
GEBRUIKSAANWIJZING DCD1007 DEWALT
Nederlands (vertaald vanuit de originele instructies) 81
Hartelijk gefeliciteerd!
U hebt gekozen voor een DEWALT gereedschap. Jarenlange ervaring, grondige productontwikkeling en innovatie maken DEWALT tot een van de betrouwbaarste partners voor gebruikers van professioneel gereedschap.
Technische Gegevens
| DCD1007 | ||
| Spanning V | DC | 18 |
| Type 1 | ||
| Accutype Li-Ion | ||
| Snelheid onbelast Boor, schroevendraaier/ | slagboor | |
| Snelheid 1 boor/hamer min-1 0-450/0-500 | ||
| Snelheid 2 boor/hamer min-1 0-1200/0-1300 | ||
| Snelheid 3 boor/hamer min-1 0-2000/0-2250 | ||
| Slagfrequentie | ||
| Snelheid 1 min-1 0-8500 | ||
| Snelheid 2 min-1 0-22100 | ||
| Snelheid 3 min-1 0-38250 | ||
| Max. koppel Nm 169 | ||
| Capaciteit boorkop | mm | 1,5-13 |
| Maximale boorcapaciteit | ||
| HOUT | ||
| Houtboor | mm | 38 |
| Peddel mm | 38 | |
| Gedraaid | mm | 25,4 |
| Zelftappend | mm | 66 |
| Gatenzaag mm | 127 | |
| PLAATMETAAL | ||
| Gedraaid | mm | 12,7 |
| Gatenzaag mm | 101 | |
| Stappenboor | mm | #9 (28,5) |
| PLAATSTAAL | ||
| Hardmetalen gatensnijder | mm | 25,4 |
| METSELWERK | ||
| Hardmetalen klopboor | mm | 12,7 |
| Gewicht (zonder accu) | kg | 1,87 |
| Geluidswaarden en/of vibratiewaarden (triax-vectorsom) volgens EN62841-2-1: | ||
| L_PA (emissie geluidsdrukniveau) | dB(A) | 96 |
| L_WA (geluidsvermogensniveau)dB(A) | 104 | |
| K(onzekerheid voor het gegeven geluidsniveau) | dB(A) | 3 |
Boren in metaal
| DCD1007 | ||
| Vibratie-emissiewaarde ah, D = m/s | 2 | < 2,5 |
| Onzekerheid K = m/s | 2 | 1,5 |
| Slagboren | ||
| Vibratie-emissiewaarde ah, ID = m/s | 2 | 12 |
| Onzekerheid K = m/s | 2 | 1,5 |
Het trillings- en/of geluidsemissieniveau dat in dit gegevensblad wordt gegeven, is gemeten overeenkomstig een gestandaardiseerde test opgegeven in EN62841 voor het vergelijken van het ene gereedschap met het andere. Er kan een eerste beoordeling van blootstelling mee worden uitgevoerd.

RSCHUWING: Het opgegeven trillings- en/
vidsemissieniveau geldt voor de belangrijkste
toepassingen van het gereedschap. Als het gereedschap echter voor andere toepassingen of met andere accessoires wordt gebruikt, of slecht wordt onderhouden, kan de vibratie- en/of geluidsemissie verschillen. Dit kan het blootstellingsniveau aanzienlijk verhogen gedurende de totale werkperiode.
Bij een schatting van het blootstellingsniveau aan vibratieen/of geluid moet ook rekening worden gehouden met de tijd dat het gereedschap is uitgeschakeld, of aanstaat maar niet werkelijk wordt ingezet bij werkzaamheden. Dit kan het blootstellingsniveau gedurende de totale werkperiode aanzienlijk verlagen.
Stel vast of er nog aanvullende veiligheidsmaatregelen zijn ter bescherming van de gebruiker tegen de effecten van trilling en/of geluid, zoals: goed onderhoud van gereedschap en de accessoires, de handen warm houden (relevant voor trilling), organisatie van werkpatronen.
EG-conformiteitsverklaring
Machinerichtlijn

Slagboor
DCD1007
DeWALT verklaart dat de producten die zijn beschreven onder Technische gegevens voldoen aan:
2006/42/EC, EN 62841-1:2015+A11:2022 EN
62841-2-1:2018+A11:2019+A1:2022+A12:2022.
Deze producten zijn ook conform richtlijnen 2014/30/EU en 2011/65/EU. Neem voor meer informatie contact op met DEWALT op het volgende adres of raadpleeg de achterzijde van de handleiding.
De ondergetekende is verantwoordelijk voor de samenstelling van het technische bestand en legt deze verklaring af namens DEWALT.
| Accu's Laders/Laadtijden (Minuten)*** | |||||||||||||
| Cat # V | _DC | Ah Gewicht (kg) | DCB104 DCB107 | DCB112/DCB1102 | DCB113 | DCB115/DCB1104 | DCB116 DCB117 DCB118 DCB132 DCB119 | ||||||
| DCB546 | 18/54 | 6,0/2,0 | 1,08 | 60 | 270 | 170 | 140 | 90 | 80 | 40 | 60 | 90 | X |
| DCB547/G | 18/54 | 9,0/3,0 | 1,46 | 75* | 420 | 270 | 220 | 135* | 110* | 60 | 75* | 135* | X |
| DCB548 | 18/54 | 12,0/4,0 | 1,46 | 120 | 540 | 350 | 300 | 180 | 150 | 80 | 120 | 180 | X |
| DCB549 | 18/54 | 15,0/5,0 | 2,12 | 125 | 730 | 450 | 380 | 230 | 170 | 90 | 125 | 230 | X |
| DCB181 | 18 | 1,5 | 0,35 | 22 | 70 | 45 | 35 | 22 | 22 | 22 | 22 | 22 | 45 |
| DCB182 | 18 | 4,0 | 0,61 | 60/40** | 185 | 120 | 100 | 60 | 60/45** | 60/40** | 60/40** | 60 | 120 |
| DCB183/B/G | 18 | 2,0 | 0,40 | 30 | 90 | 60 | 50 | 30 | 30 | 30 | 30 | 30 | 60 |
| DCB184/B/G | 18 | 5,0 | 0,62 | 75/50** | 240 | 150 | 120 | 75 | 75/60** | 75/50** | 75/50** | 75 | 150 |
| DCB185 | 18 | 1,3 | 0,35 | 22 | 60 | 40 | 30 | 22 | 22 | 22 | 22 | 22 | 40 |
| DCB187 | 18 | 3,0 | 0,54 | 45 | 140 | 90 | 70 | 45 | 45 | 45 | 45 | 45 | 90 |
| DCB189 | 18 | 4,0 | 0,54 | 60 | 185 | 120 | 100 | 60 | 60 | 60 | 60 | 60 | 120 |
| DCBP034/G | 18 | 1,7 | 0,32 | 27 | 82 | 50 | 40 | 27 | 27 | 27 | 27 | 27 | 50 |
| DCBP518/G | 18 | 5,0 | 0,75 | 50 | 240 | 150 | 120 | 75 | 60 | 50 | 50 | 75 | 150 |
*Datumcode 201811475B of later
**Datumcode 201536 of later
***Deze matrix is uitsluitend bestemd als richtlijn, de tijden zijn afhankelijk van de temperaturen en de accustatus.

Markus Rompel
WAARSCHUWING: Lees de instructiehandleiding om het risico op letsel te verminderen.
Definities: Veiligheidsrichtlijnen
De definities hieronder beschrijven de ernstgraad voor elk signaalwoord. Gelieve de handleiding te lezen en op deze symbolen te letten.
GENAAR: Wijst op een dreigende gevaarlijke situatie de, indien niet vermeden, zal leiden tot de dood of ernstige verwondingen.
WAARSCHUWING: Wijst op een mogelijk gevaarlijke steeple die, indien niet vermeden, zou kunnen leiden tot de dood of ernstige letsels.
VOORZICHTIG: Wijst op een mogelijk gevaarlijke situatie de, indien niet vermeden, kan leiden tot kleine of matige letsels.
OPMERKING: Geeft een handeling aan waarbij geen persoonlijk letsel optreedt die, indien niet voorkomen, schade aan goederen kan veroorzaken.
Wit op risico van een elektrische schok.
Witop brandgevaar.
ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP
WAARSCHUWING: Lees alle vorsigheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit gereedschap zijn meegeleverd. Het niet opvolgen van alle onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/ of ernstig persoonlijk letsel.
De term „elektrisch gereedschap“ in de waarschuwingen verwijst naar uw (met een snoer) op de netspanning aangesloten elektrische gereedschap of naar (draadloos) elektrisch gereedschap met een accu.
1) Veiligheid Werkplaats
a) Houd het werkgebied schoon en goed verlicht.
Rommelige of donkere gebieden zorgen voor ongelukken.
b) Bedien elektrische gereedschappen niet in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen kunnen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders op een afstand terwijl u een elektrisch gereedschap bedient. Als u wordt afgeleid kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische Veiligheid
a) Stekkers van elektrisch gereedschap moeten in het stopcontact passen. Pas de stekker nooit op enige manier aan. Gebruik geen adapterstekkers samen met geaard elektrisch gereedschap. Niet aangepaste
stekkers en passende contactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlaktes zoals buizen, radiatoren, fornuizen en ijskasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of natte omstandigheden. Als er water in een elektrisch gereedschap terecht komt, verhoogt dit het risico op een elektrische schok.
d) Behandel het stroomsnoer voorzichtig. Gebruik het stroomsnoer nooit om het elektrische gereedschap te dragen of te trekken, of de stekker uit het stopcontact te halen. Houd het snoer uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen, of bewegende onderdelen. Beschadigde snoeren of snoeren die in de war zijn verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u een elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruikt u een verlengsnoer dat geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een verlengsnoer dat geschikt is voor buitenshuis, vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het gebruik van een elektrisch gereedschap op een vochtige locatie onvermijdelijk is, gebruikt u een stroomvoorziening die beveiligd is met een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op een elektrische schok.
3) Persoonlijke Veiligheid
a) Blijf alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand als u een elektrisch gereedschap bedient. Gebruik het gereedschap niet als u vermoeid bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onoplettendheid tijdens het bedienen van elektrische gereedschappen kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
b) Gebruik een beschermende uitrusting. Draag altijd oogbescherming. Beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, een helm, of gehoorbescherming gebruikt in de juiste omstandigheden zal het risico op persoonlijk letsel verminderen.
c) Vermijd onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de schakelaar in de 'off' (uit) stand staat voordat u het gereedschap aansluit op de stroombron en/of accu, het oppakt of ronddraagt. Het ronddragen van elektrische gereedschappen met uw vinger op de schakelaar of het aanzetten van elektrische gereedschappen waarvan de schakelaar aan staat, zorgt voor ongelukken.
d) Verwijder alle stelsleutels of moersleutels voordat u het elektrische gereedschap aan zet. Een moersleutel of stelsleutel die in een ronddraaiend onderdeel van het elektrische gereedschap is achtergelaten kan leiden tot persoonlijk letsel.
e) Rek u niet te ver uit. Blijf altijd stevig en in balans op de grond staan. Dit zorgt voor betere controle van het elektrische gereedschap in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Als er in apparaten wordt voorzien voor het aansluiten van stofverwijdering- of verzamelapparatuur, zorg er dan voor dat deze correct worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van een stofverzamelaar kan aan stof gerelateerde gevaren verminderen.
h) Denk niet dat u, doordat u het gereedschap veel hebt gebruikt, het allemaal wel weet en dat u de veiligheidsbeginselen kunt negeren. Een onvoorzichtige actie kan in een fractie van een seconde ernstig letsel tot gevolg hebben.
4) Gebruik en Verzorging van Elektrisch Gereedschap
a) Forceer het gereedschap niet. Gebruik het juiste elektrische gereedschap voor uw toepassing. Het juiste elektrische gereedschap voert de werkzaamheden beter en veiliger uit waarvoor het is ontworpen.
b) Gebruik het gereedschap niet als de schakelaar het niet aan en uit kan zetten. Leder gereedschap dat niet met de schakelaar kan worden bediend is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu, als deze kan worden losgenomen, uit het elektrisch gereedschap en voer daarna pas aanpassingen uit, wissel daarna pas accessoires of berg daarna pas het gereedschap op. Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.
d) Bewaar gereedschap dat niet wordt gebruikt buiten het bereik van kinderen en laat niet toe dat personen die onbekend zijn met het elektrische gereedschap of deze instructies het gereedschap bedienen.
Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud elektrische gereedschappen. Controleer op verkeerde uitlijning en het grijpen van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere omstandigheden die de werking van het gereedschap nadelig kunnen beïnvloeden. Zorg dat het gereedschap voor gebruik wordt gerepareerd als het beschadigd is. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden gereedschap.
f) Houd snijdgereedschap scherp en schoon. Correct onderhouden snijdgereedschappen met scherpe snijdranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker te beheersen.
g) Gebruik het elektrische gereedschap, de accessoires en gereedschapsonderdelen enz. in overeenstemming met deze instructies, waarbij u rekening houdt met de werkomstandigheden en de werkzaamheden die dienen te worden uitgevoerd. Gebruik van het elektrische gereedschap voor werkzaamheden die anders zijn dan het bedoelde gebruik, kunnen leiden tot een gevaarlijke situatie.
h) Houd de handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, droog, schoon en vrij van olie en vet. Door gladde handgrepen en oppervlakken die u beet pakt, kan veilig werken en bedienen van het gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk worden.
5) Gebruik en Verzorging van Gereedschap op Accu
a) Gebruik alleen de lader die door de fabrikant wordt opgegeven. Een lader die geschikt is voor één accutype, kan een risico op brand veroorzaken indien gebruikt met een andere accu.
b) Gebruik elektrische gereedschappen uitsluitend met speciaal omschreven accu's. Gebruik van andere accu's kan leiden tot letsel en brandgevaar.
c) Als de accu niet in gebruik is, dient u deze uit de buurt te houden van andere metalen voorwerpen zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding van het ene contactpunt met het andere kunnen maken. Het kortsluiten van de accucontactpunten samen kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Als het gereedschap te zwaar wordt belast, kan er vloeistof uit de accu lekken; vermijd contact hiermee. Als u per ongeluk hier toch mee in contact komt, spoelt u met water. Als de vloeistof in contact met de ogen komt, dient u daarnaast medische hulp in te roepen. Vloeistof afkomstig uit de accu kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Werk niet met een accu of met gereedschap dat beschadigd is of waaraan wijzigingen zijn aangebracht. Beschadigde of gemodificeerde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of een risico van letsel.
f) Stel een accu of gereedschap niet bloot aan open vuur of uitzonderlijk hoge temperatuur. Brand of een temperatuur boven de 130 °C kunnen de accu doen exploderen.
g) Volg alle instructies voor het opladen en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik dat in de instructies wordt opgegeven. Door op onjuiste wijze opladen of opladen bij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigd raken en het risico van brand toenemen.
6) Service
a) Zorg dat u gereedschap wordt onderhouden door een erkende reparateur die uitsluitend identieke
vervangende onderdelen gebruikt. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het gereedschap blijft gegarandeer.
b) Probeer nooit beschadigde accu's te repareren. De reparaties aan accu's mogen alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of door geautoriseerde servicecentra.
Additionele specifieke veiligheidsvoorschriften voor boormachines/ schroefmachines/slagboormachines
- Draag gehoorbescherming wanneer u de boorhamer gebruikt. Blootstelling aan lawaai kan gehoorbeschadiging veroorzaken.
- Gebruik de hulphandgreep/hulphandgrepen. Verlies van controle kan leiden tot persoonlijk letsel.
- Houd het gereedschap alleen vast aan geïsoleerde oppervlakken wanneer u een handeling uitvoert waarbij het zaaggereedschap in contact kan komen met verborgen bedrading. Zaaggereedschap dat in contact komt met bedrading "onder spanning", kan metalen onderdelen van het gereedschap onder spanning zetten en de gebruiker een elektrische schok geven.
- Zet het werkstuk met klemmen of op een andere praktische manier vast en ondersteun het op een stabiele ondergrond. Wanneer u het werkstuk vasthoudt met de hand of tegen uw lichaam gedrukt houdt, is het instabiel en kunt u de controle verliezen.
- Draag een veiligheidsbril of andere bescherming van uw ogen. Tijdens het werken met de boor of hamerboor kunnen er kleine stukjes materiaal in het rond vliegen. Rondvliegende deeltjes kunnen permanente beschadiging van de ogen veroorzaken.
- Slagboortjes en het gereedschap worden heet tijdens gebruik. Draag handschoenen wanneer u ze aanraakt.
- Ventilatieopeningen bedekken vaak bewegende onderdelen en kunnen beter niet worden aangeraakt. Loszittende kleding, sieraden of lang haar kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
Veiligheidsinstructie bij het gebruik van lange boren
- Werk nooit op een hogere snelheid dan de maximale nominale snelheid van de boor. Bij hogere snelheden zal de boor waarschijnlijk buigen als de boor vrij kan draaien zonder contact te maken met het werkstuk, en dat kan leiden tot persoonlijk letsel.
- Begin altijd te boren op een lage snelheid en met de tip van de boor in contact met het werkstuk. Bij hogere snelheden zal de boor waarschijnlijk buigen als de boor vrij kan draaien zonder contact te maken met het werkstuk, en dat kan leiden tot persoonlijk letsel.
- Oefen alleen in een directe lijn druk uit op de boor en oefen niet uitzonderlijk veel druk uit. Boren kunnen buigen wat kan leiden tot breuk of verlies van controle, wat persoonlijk letsel tot gevolg kan hebben.
Overige risico's
Ondanks het toepassen van de relevante veiligheidsvoorschriften en het implementeren van veiligheidsvoorzieningen kunnen sommige overige risico's niet worden vermeden. Dit zijn:
• Gehoorbeschadiging.
- Risico op persoonlijk letsel door deeltjes die worden weggeslingerd.
- Risico van brandwonden omdat accessoires tijdens het gebruik heet worden.
- Risico van persoonlijk letsel als gevolg van langdurig gebruik.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Laders
Laders van DEWALT vereisen geen aanpassingen en zijn ontworpen voor een zo eenvoudig mogelijk gebruik.
Elektrische veiligheid
De elektrische motor is slechts voor één voltage ontworpen. Controleer altijd dat het voltage van de accu overeenkomt met de voltage op het typeplaatje. Let er ook op dat het voltage van uw lader overeenkomt met dat van uw netstroomvoorziening.

Deze DEWALT lader is dubbel geïsoleerd volgens EN60335; daarom is een aardedraad niet vereist.
Als de voedingskabel is beschadigd mag deze uitsluitend vervangen worden door DEWALT of een erkende serviceorganisatie.
Een verlengsnoer gebruiken
Gebruik alleen een verlengsnoer als het absoluut noodzakelijk is. Gebruik een goedgekeurd verlengsnoer dat geschikt is voor het ingangsvermogen van uw lader (zie Technische gegevens). De minimumafmeting van de geleider is 1 mm ^2 ; de maximumlengte is 30 m.
Rol het snoer altijd volledig af, wanneer u een haspel gebruikt.
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle acculaders
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES: Deze handleiding bevat belangrijke instructies voor de veiligheid en voor de bediening van geschikte acculaders (raadpleeg Technische gegevens). Lees voordat u de lader gebruikt, alle instructies en aanwijzingen voor de veiligheid op de lader, de accu en het product dat de accu gebruikt.
WAARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Laat geen vloeistof in de lader dringen. Dit zou kunnen leiden tot een elektrische schok.
WAARSCHUWING: Wij adviseren u een davarekschakelaar te gebruiken met een nominale reststroomwaarde van 30 mA of minder.
VOORZICHTIG: Gevaar voor brandwonden. Beperk het van letsel, laad uitsluitend DEWALT oplaadbare accu's op. Andere typen accu's zouden uit elkaar kunnen barsten en persoonlijk letsel en materiële schade veroorzaken.
VOORZICHTIG: Er moet op worden toegezien dat kinderen niet met het gereedschap kunnen spelen.
OPMERKING: Onder bepaalde omstandigheden, wanneer de stekker van de lader in het stopcontact zit, kunnen de niet-afgeschermde laadcontacten binnenin de lader door materiaal of een voorwerp worden kortgesloten. Bepaalde materialen die geleidend zijn, zoals, maar niet uitsluitend, staalwol, aluminiumfolie of een opeenhoping van metaalachtige deeltjes, kunnen beter bij de holtes van de lader worden weggehouden. Trek altijd de stekker uit het stopcontact wanneer er geen accu in de lader zit. Trek de stekker van de lader uit het stopcontact voor u de lader gaat reinigen.
- Probeer NIET de accu op te laden met andere laders dan de laders die in deze handleiding worden genoemd. De lader en de accu zijn speciaal voor elkaar ontworpen.
- Deze laders zijn niet bedoeld voor andere toepassingen dan het opladen van DEWALT oplaadbare accu's. Andere toepassingen kunnen leiden tot brand, een elektrische schok of elektrocutie.
- Stel de lader niet bloot aan regen of sneeuw.
- Trek aan de stekker van de lader en niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen. Er is dan minder risico op beschadiging van het snoer en van de stekker.
- Controleer dat het snoer zo is geplaatst dat niemand erop kan stappen of erover kan struikelen of het snoer op andere wijze beschadigd of bekneld raakt.
- Gebruik alleen een verlengsnoer als dat absoluut noodzakelijk is. Gebruik van een ongeschikt verlengsnoer kan leiden tot het risico van brand, elektrische schok of elektrocutie.
- Plaats niet iets boven op een lader en plaats de lader niet op een zacht oppervlak omdat hierdoor de ventilatiesleuven kunnen worden geblokkeerd en de lader binnenin veel te heet wordt. Plaats de lader niet in de buurt van een warmtebron. De lader wordt gekoeld door de ventilatiesleuven boven en onder in de behuizing.
- Werk niet met de lader met een beschadigd snoer of een beschadigde stekker—laat eventuele beschadigde onderdelen onmiddellijk vervangen.
- Gebruik de lader niet als er hard op is geslagen, als de lader is gevallen of op een andere manier beschadigd is. Breng de unit naar een officieel servicecentrum.
- Haal de lader niet uit elkaar; breng de lader naar een officieel servicecentrum wanneer service of reparatie nodig is. Onjuiste montage kan leiden tot het risico van een elektrische schok, elektrocutie of brand.
- Als het netsnoer is beschadigd, moet het onmiddellijk worden vervangen door de een servicemonteur van de fabrikant of een dergelijk vakbekwaam persoon, zodat risico is uitgesloten.
- Trek, voordat u met reinigingswerkzaamheden begint, de stekker van de lader uit het stopcontact. Er is dan minder risico van een elektrische schok. Het risico is niet minder wanneer u de accu uitneemt.
- Sluit NOOIT twee laders op elkaar aan.
- De lader is ontworpen voor een gewone huishoudelijke elektrische installatie van 230V. Gebruik de lader niet op een andere spanning. Dit geldt niet voor de 12V-lader.
Een accu opladen (Afb. B)
- Steek de stekker van de lader in een geschikt stopcontact voor u de accu plaatst.
- Plaats de accu 1 in de lader, en let er daarbij op dat de accu geheel in de lader komt te zitten. Het rode lampje (opladen) knippert herhaaldelijk en dat duidt erop dat de laadprocedure is gestart.
- Een volledig opgeladen accu wordt aangegeven door het rode lampje dat constant AAN blijft. De accu is nu volledig opgeladen en kan worden gebruikt of kan in de acculader blijven zitten. Om de accu uit de lader te nemen, drukt u op de accu-vrijgaveknop 2 op de accu.
OPMERKING: U kunt maximale prestaties en levensduur van lithium-ion-accu's garanderen door de accu's volledig op te laden voor u deze voor het eerst in gebruik neemt.
Werking van de lader
Raadpleeg onderstaande indicatoren voor de laadstatus van de accu.

text_image
Laadindicatoren Bezig met opladen Geheel opgeladen Vertraging Hete/Koude Accu** Het rode lampje blijft knipperen, maar er brandt ook een geel indicatielampje wanneer de functie actief is. Wanneer de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt, gaat het gele lampje uit en hervat de lader de laadprocedure.
De geschikte lader(s) laden niet een kapotte accu op. Wanneer de laadindicator niet gaat branden, is dat een teken dat de accu kapot is.
OPMERKING: Dit kan ook betekenen dat er iets mis is met de oplader.
Als de lader laat zien dat er een probleem is, laat de lader en de accu dan testen door een geautoriseerd servicecentrum.
Vertraging Hete/Koude Accu
Wanneer de lader waarneemt dat een accu te warm of te koud is, wordt onmiddellijk een vertraging hete/koude accu gestart en wordt het laden uitgesteld tot de accu een geschikte temperatuur heeft bereikt. De lader schakelt dan automatisch over op de accu-laadstand. Deze functie waarborgt een maximale levensduur van de accu.
Een koude accu zal minder snel opladen dan een warme accu. De accu zal gedurende de gehele laadcyclus minder snel worden opgeladen en zal niet maximaal worden opgeladen, ook niet als de accu warmer wordt.
De lader van het type DCB118 is voorzien van een interne ventilator voor het koelen van de accu. De ventilator gaat
automatisch draaien wanneer de accu moet worden gekoeld. Gebruik de lader nooit als de ventilator niet goed werkt of als de ventilatiesleuven zijn geblokkeerd. Zorg ervoor dat er geen vreemde voorwerpen in de lader kunnen komen.
XR Li-Ion-gereedschap is ontworpen met een Elektronisch Beveiligingssysteem dat voorkomt dat de accu te veel wordt geladen, te heet wordt of te diep wordt ontladen.
Het product zal automatisch uitgeschakeld worden, als het elektronisch beschermingssysteem actief wordt. Zet, als dit gebeurt, de Lithium-Ion-accu op de lader, tot deze volledig geladen is.
Montage aan de wand
Deze laders kunnen aan de wand worden gemonteerd of rechtop op een tafel of werkoppervlak staan. Plaats bij wandmontage de accu dichtbij een stopcontact en uit de buurt van een hoek of andere obstakels die de doorstroming van lucht kunnen verhinderen. Gebruik de achterzijde van de lader als sjabloon voor de plaatsing van de montageschroeven aan de wand. Monteer de lader stevig met gipsplaatschroeven (afzonderlijk aan te schaffen), van tenminste 25,4 mm lang waarvan de schroefkop een diameter heeft van of 7–9 mm, in hout geschroefd tot op een optimale diepte, waarbij ongeveer 5,5 mm van de schroef uitsteekt. Houd de sleuven aan de achterzijde van de lader tegenover de uitstekende schroeven en steek montagesleuven volledig op de schroeven.
Instructies voor het reinigen van de lader
WARSCHUWING: Gevaar voor elektrische schok. Neem, dat u met de reiniging begint, de stekker van de lader uit het stopcontact. U kunt stof en vet van de buitenzijde van de lader verwijderen met een doek of een zachte, niet-metalen borstel. Gebruik geen water of schoonmaakmiddelen. Laat nooit vloeistof in het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
Accu's
Belangrijke veiligheidsinstructies voor alle accu's
Wanneer u vervangende accu's bestelt, is het belangrijk dat u het catalogusnummer en de spanning opgeeft.
Wanneer u de accu uit de verpakking haalt is deze niet geheel opgeladen. Lees onderstaande veiligheidsinstructies vóór u de accu en de lader gebruikt. Volg vervolgens de uiteengezette laadprocedures.
LEES ALLE INSTRUCTIES
- Werk niet met de accu en laad deze niet op in een explosieve omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof. Wanneer u de accu plaatst in of verwijdert uit de lader kan het stof of de damp door een vonk vlamvatten.
- Ga altijd voorzichtig te werk bij het plaatsen van de accu. Breng op geen enkele manier wijzigingen in een accu aan, met het doel de accu in een lader te plaatsen
die niet geschikt is, omdat de accu kan openspringen en ernstig persoonlijk letsel veroorzaken.
• Laad de accu's alleen op in DEWALT laders.
- NIET nat maken of onderdompelen in water of andere vloeistoffen.
- Bewaar of gebruik het gereedschap en de accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan dalen onder 4 °C (39,2 °F) (zoals in een schuurtje of een metalen loods in de winter), of hoger kan worden dan 40 °C (104 °F) (zoals in een schuurtje of een metalen loods in de zomer).
- Gooi accu's niet in het vuur, zelfs niet als ze ernstig beschadigd of volledig uitgeput zijn. De accu kan ontploffen in het vuur. Er ontstaan giftige dampen en materialen wanneer lithium-ion-accu's worden verbrand.
- Als de inhoud van de batterij in contact komt met de huid, was het gebied dan onmiddellijk met een milde zeepoplossing. Als accuvloeistof in contact komt met de ogen, spoel het geopende oog dan uit gedurende 15 minuten of tot de irritatie over is. Als medische zorg nodig is, is het goed om weten dat de accu-elektrolyt bestaat uit een mengsel van vloeibare organische carbonaten en lithiumzouten.
- De inhoud van geopende accu's kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken. Zorg voor frisse lucht. Roep medische hulp in als de symptomen aanhouden.
WAARSCHUWING: Gevaar voor brandwonden. Aeed vloeistof kan ontbranden bij blootstelling aan vonken of open vuur.
WAARSCHUWING: Probeer nooit om welke reden dan ook de accu te openen. Als de behuizing van de accu is gescheurd of beschadigd, zet de accu dan niet in de lader. Klem een accu niet vast, laat een accu niet vallen, beschadig een accu niet. Gebruik een accu of lader waar hard op is geslagen, die is gevallen, waar overheen is gereden of die op welke manier dan ook is beschadigd (dat wil zeggen, doorboord met een spijker, geraakt met een hamer, vertrapt) niet. Een elektrische schok of elektrocutie kan het gevolg zijn. Breng beschadigde accu's terug naar het servicecentrum zodat ze kunnen worden gerecycled.
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Berg de accu niet op en vervoer de accu niet op een manier dat metalen voorwerpen in contact kunnen komen met de aansluitpunten van de accu. Bijvoorbeeld, steek de accu niet in een schortzak, broekzakken, gereedschapskisten, gereedschapsdozen, laden, enz., waarin losse spijkers, schroeven, sleutels, enz. liggen.
OPGELET: Wanneer het gereedschap niet wordt gebruikt, plaats het dan op de zijkant op een stabiel oppervlak waar niemand erover kan struikelen en het niet kan vallen. Er is gereedschap met een grote accu dat rechtop kan staan op de accu maar het kan dan gemakkelijk worden omgestoten.
Transport
WAARSCHUWING: Brandgevaar. Tijdens het transport laken accu's brand veroorzaken als de aansluitingen van de accu onbedoeld in aanraking komen met geleidende materialen. Controleer tijdens het vervoeren van accu's dat de aansluitingen van de accu afgeschermd zijn en goed geïsoleerd van materialen die ermee in contact kunnen komen en die kortsluiting kunnen veroorzaken.
OPMERKING: Lithium-ion-accu's mogen niet in gecontroleerde bagage worden gestopt.
DEWALT -accu's voldoen aan alle geldende verzendingsregels zoals deze zijn bepaald door de bedrijfstak en door wettelijke normen, zoals Aanbevelingen voor het transport van gevaarlijke goederen van de UN; Regelgeving voor gevaarlijke goederen van de International Air Transport Association (IATA), Regelgeving voor internationale maritieme gevaarlijke goederen (IMDG) en de Europese overeenkomst betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR). Lithium-ion cellen en -accu's zijn getest in overeenstemming met Hoofdstuk 38.3 van de Aanbevelingen voor het Transport van Gevaarlijke Goederen Handleiding van Testen en Criteria.
In de meeste gevallen zal het verzenden van een DEWALT -accu vrijgesteld zijn van de classificatie als volledig gereglementeerd gevaarlijk materiaal van Klasse 9. In het algemeen zullen alleen verzendingen die een Lithium-ionaccu bevatten met een energieclassificatie hoger dan 100 Watt per uur (Wh), moeten worden verzonden als volledig gereglementeerd Klasse 9. Voor alle lithium-ionaccu's staat de Wh-classificatie vermeld de verpakking. Door de complexiteit van de regelgeving kan DEWALT niet aanbevelen om lithium-ionaccu's via luchttransport te verzenden, ongeacht Wh-classificatie. Verzendingen van gereedschap met accu's (combo-kits) kunnen bij uitzondering per luchtvracht worden verzonden als de Wh-classificatie van de accu niet hoger is dan 100 Wh.
Ongeacht of een verzending wordt geacht een vrijstelling te hebben of volledig voorgeschreven, is voor de verantwoordelijkheid van de verzender de meest recente voorschriften voor verpakking, labeling/markering en vereisten ten aanzien van documentatie te raadplegen.
De informatie die in dit hoofdstuk van de handleiding wordt verstrekt, wordt verstrekt in goed vertrouwen en wordt geacht nauwkeurig te zijn op het moment dat het document werd opgesteld. Er wordt echter geen garantie gegeven, impliciet of expliciet. Het is voor de verantwoordelijkheid van de koper ervoor te zorgen dat zijn activiteiten in overeenstemming zijn met de geldende voorschriften.
Aanbevelingen voor opslag
- De beste opslagplaats is er een die koel en droog is, afgeschermd van direct zonlicht en overmatige warmte of koude. U kunt optimale prestaties en levensduur voor accu's bereiken door ze op kamertemperatuur te bewaren wanneer u ze niet gebruikt.
- Wanneer u de accu lange tijd opbergt, kunt u deze voor optimale resultaten het beste volledig opgeladen opslaan op een koele, droge plaats buiten de lader.
OPMERKING: Accu's kunnen beter niet in volledig ontladen toestand worden opgeslagen. De accu moet voor gebruik weer worden opgeladen.
Labels op lader en accu
Behalve de pictogrammen die in deze handleiding worden gebruikt, kunnen de volgende pictogrammen op de labels op de lader en op de accu staan:

Lees de gebruiksaanwijzing vóór gebruik.


Zie Technische gegevens voor de laadtijd.

Steek geen geleidende voorwerpen in de accu.

Laad beschadigde accu's niet op.

Stel accu's niet bloot aan water.

Laat defecte snoeren direct vervangen.

Laad accu's uitsluitend op bij een temperatuur tussen 4 °C en 40 °C.

Alleen voor gebruik binnenshuis.

Verwerk de accu op milieuverantwoorde wijze als afval.

Laden laad de accu's alleen met de daarvoor bestemde Opladers van DEWALT. Het opladen van andere accu's dan de aangewezen accu's van DEWALT met een DEWALT -oplader kan leiden tot openbarsten van de accu's of andere gevaarlijke situaties.

Gooi de accu niet in het vuur.
Accutype
Deze accu's kunnen worden gebruikt: DCB181, DCB182, DCB183, DCB183B, DCB183G, DCB184, DCB184B, DCB184G, DCB185, DCB187, DCB189, DCBP034, DCBP034G, DCBP518, DCBP518G. Raadpleeg Technische gegevens voor meer informatie.
Inhoud van de verpakking
De verpakking bevat:
1 Borstelloze snoerloze hamerboor
1Lader
1Zijhandgreep
1 Magnetische bithouder (als optie verkrijgbaar accessoire)
1 Riemhaak (als optie verkrijgbaar accessoire)
1Li-ion-accu(C1, D1, E1, H1, L1, M1, P1, S1, T1, X1, Y1 modellen)
2Li-ion-accu's(C2, D2, E2, H2, L2, M2, P2, S2, T2, X2, Y2 modellen)
3Li-ion-accu's(C3, D3, E3, H3, L3, M3, P3, S3, T3, X3, Y3 modellen)
1Gebruikershandleiding
OPMERKING: Bij de N-modellen worden geen accu's, laders en gereedschapskoffers geleverd. Bij de NT-modellen worden geen accu's en laders geleverd. Bij de B-modellen worden Bluetooth®-accu's geleverd.
OPMERKING: Het merkteken met het woord Bluetooth® en logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth®, SIG, Inc. en ieder gebruik van dergelijke merktekens door DEWALT is onder licentie. Overige handelsmerken en merknamen zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren.
- Controleer het gereedschap, de onderdelen of accessoires op eventuele beschadiging tijdens het transport.
- Neem de tijd om deze handleiding grondig door te lezen en te begrijpen voordat u het apparaat in gebruik neemt.
Markering op het gereedschap
De volgende pictogrammen staan op het gereedschap vermeld:

Lees gebruiksaanwijzing voor gebruik.

Zichtbare straling. Staar niet in het licht.
Positie datumcode (Afb. B)
De productiedatumcode 27 bestaat uit een 4-cijferig jaar gevolgd door een 2-cijferige week en wordt uitgebreid met een 2-cijferige fabriekscode.
Beschrijving (Afb. A)
WAARSCHUWING: Pas het gereedschap of een onderdeel e aan nooit aan. Dit kan schade of persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
Componenten
1 Accu
2 Accuvrijgaveknop
3 Variabele snelheidsschakelaar
4 Regelknop Vooruit/Achteruit
5 Kraag voor selectie van de werkstand
6 Sleutelloze spankop
7 Spankopmof
8 Snelheidskeuzeknop
9 Verstelbare LED-werkverlichting
10 Werklichtknop
11 Riemhaak
12 Montageschroef
13 Bithouder (als optie verkrijgbaar accessoire)
14 Zijhandgreep
15 Hoofdhandgreep
Bedoeld gebruik
Deze klopboren zijn ontworpen voor professionele toepassingen op het gebied van boren, klopboren en schroeven.
NIET GEBRUIKEN onder natte omstandigheden of op een plaats waar brandbare vloeistoffen of gassen zijn.
Deze boren/schroevendraaiers/klopboren zijn professioneel elektrisch gereedschap.
Laat kinderen NIET met het gereedschap in contact komen. Toezicht is vereist als onervaren gebruikers met dit product werken.
- Jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen en personen met een zwakke gezondheid, zonder toezicht.
- Dit product is niet bedoeld voor gebruik door personen (waaronder kinderen) die verminderde fysieke, zintuiglijke of psychische mogelijkheden hebben; wanneer sprake is van gebrek aan ervaring, kennis of vaardigheden is gebruik alleen toegestaan onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid van gebruikers. Kinderen mogen nooit alleen gelaten worden met dit product.
MONTAGE EN AANPASSINGEN
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig persoonlijk letsel, schakel het gereedschap uit en neem de accu uit, voor u aanpassingen uitvoert of hulpstukken of accessoires plaatst/verwijdert.
Wanneer het gereedschap per ongeluk wordt gestart, kan dat leiden tot letsel.
WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend accu's en laders van het merk DEWALT.
De accu in het gereedschap plaatsen en de accu uit het gereedschap nemen (Afb. B)
OPMERKING: Controleer dat de accu 1 geheel is opgeladen.
De accu in de handgreep van het gereedschap plaatsen
- Houd de accu tegenover de rails in de handgreep van het gereedschap (Afb. B).
- Schuif de accu in de handgreep tot deze stevig vastzit en let er vooral op dat u de accu hoort vastklikken.
De accu uit het gereedschap nemen
- Druk op de vrijgaveknop van de accu 2 en trek de accu stevig uit de handgreep van het gereedschap.
- Zet de accu in de lader.
Accu's met vermogenmeter (Afb. B)
Er zijn accu's van de merken DEWALT met een vermogenmeter en deze bestaat uit drie groene LED-lampjes die een aanduiding geven van de resterende lading van de accu.
U kunt de vermogenmeter activeren door de knop 26 van de vermogenmeter ingedrukt te houden. Een combinatie van de drie groene LED-lampjes gaat branden en dat geeft een
aanduiding van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. Wanneer de lading in de accu onder het bruikbare niveau ligt, gaat de vermogenmeter niet branden en moet de accu worden opgeladen.
OPMERKING: De accumeter geeft slechts een indicatie van de hoeveelheid lading die de accu nog heeft. De indicator geeft geen aanwijzingen over de functionaliteit van het gereedschap en is onderhevig aan schommelingen afhankelijk van productcomponenten, temperatuur en de toepassing door de eindgebruiker.
Koppelregeling (Afb. F, G)
WAARSCHUWING: Dit is een boormachine met een hoog koppel. Beperk het risico van ernstig persoonlijk letsel, houd het gereedschap ALTIJD stevig met beide handen vast in de juiste werkpositie, zoals wordt getoond.
WAARSCHUWING: Laat het gereedschap NOOIT op de steunen.
- Koppel is de draaiende werking die de boormachine produceert ten opzichten van de roterende boor. Wanneer de boor weerstand ondervindt in het materiaal waarin wordt geboord, reageert de motor door het geleverde koppel aan te passen aan de eisen die worden gesteld, tot de maximale capaciteit van de motor en het tandwielsysteem wordt bereikt.
- De boor draait naar rechts wanneer het gereedschap in de stand vooruit staat en naar links wanneer het gereedschap in de stand achteruit staat.
- Het reactiekoppel van het gereedschap is in de tegenovergestelde richting.
ANTI-ROTATIEsysteem (Afb. J)
Uw gereedschap is uitgerust met het DEWALT
ANTI-ROTATIEsysteem. Deze functie voelt de beweging van het gereedschap en schakelt het gereedschap uit, als dat nodig is. Het rode LED-indicatielampje 22 gaat branden wanneer het ANTI-ROTATIEsysteem wordt ingeschakeld.
| UIT Gereedschap functioneert normaal | Geef gevolg aan de waarschuwingen en volg de aanwijzingen wanneer u met het gereedschap werkt. |
| VAST ROOD ANTI-ROTATIE-systeem is geactiveerd (INGESCHAKELD) | Ondersteun het gereedschap goed en laat de Aan/Uit-schakelaar los. Het gereedschap zal normaal werken wanneer de aan/uit-schakelaar opnieuw wordt indrukt en het indicatielampje uit gaat. |
Zijhandgreep (Afb. D1–D4)
WAARSCHUWING: Beperk het risico van persoonlijk letsel to een minimum, gebruik het gereedschap ALTIJD met de zijhandgreep goed bevestigd en stevig vastgedraaid. Als u dat niet doet, kan de zijhandgreep tijdens het gebruik van het gereedschap los komen te zitten waardoor u vervolgens de controle over het gereedschap kunt
verliezen. Zorg voor een maximale controle, houd het gereedschap met beide handen vast.
De zijhandgreep 14 wordt op de voorzijde van de tandwielkast geklemd en kan in meerdere posities worden geïnstalleerd zodat zowel rechts- als linkshandige personen met het gereedschap kunnen werken. Als u de zijhandgreep in positie hebt geroteerd, moet u deze naar achteren duwen tot de sleuven 16 op de lip van de zijhandgreep op één lijn staan en ingrijpen op de uitstekende nokken 17 aan de boven- en onderzijde van de tandwielkast. U klemt vervolgens de zijhandgreep stevig vast door de handgreep 18 naar rechts te draaien totdat deze vastzit. Het is belangrijk dat u de zijhandgreep vastpakt aan het uiteinde, zodat u de controle over het gereedschap kunt behouden wanneer de boormachine vastloopt.
BELanGRIJk: Afbeeldingen D3 en D4 illustreren de correcte en incorrecte installatie van de zijhandgreep.
Een boortje of accessoire in de sleutelloze spankop plaatsen (Afb. C)
WAARSCHUWING: Probeer niet om boren (of andere deessoires) vast te zetten door het voorste gedeelte van de spankop vast te houden en het gereedschap in te schakelen. Dit kan leiden tot beschadiging van de spankop en tot persoonlijk letsel. Vergrendel altijd de Aan/Uit-schakelaar en trek de stekker uit het stopcontact wanneer u accessoires wisselt.
WAARSCHUWING: Controleer altijd dat het boortje goed uit voordat u het gereedschap inschakelt. Een los boortje kan uit het gereedschap schieten en dat zou dan persoonlijk letsel kunnen veroorzaken.
WAARSCHUWING: De sleutelloze spankop wordt ongrendeld na de eerste klik in tegenwijzerzin met de kraag. Gebruik in de ontgrendelde toestand kan tot onbedoeld openen van de sleutelloze spankop leiden.
Ga als volgt stapsgewijs te werk wanneer u een boortje of een ander accessoire wilt inzetten.
- Schakel het gereedschap uit en verwijder de accu.
- Pak de zwarte kraag van de spankop met één hand vast en zet het gereedschap vast met de andere hand. Draai de kraag zo ver naar links dat u het accessoire van uw keuze kunt inzetten.
- Steek het accessoire ongeveer 3/4" (19 mm) in de spankop 6 en draai deze stevig vast door de spankopmof 7 naar rechts te draaien met de ene hand terwijl u het gereedschap met de andere vasthoudt. Wanneer de spankop bijna is vastgezet, hoort u een klikkend geluid. Ga verder met het zo ver mogelijk vastzetten. Uw gereedschap is voorzien van een mechanisme voor automatische asvergrendeling. Zo kunt u de spankop met één hand openen en sluiten.
-
Het is belangrijk dat u de spankop vastzet met één hand op de spankopmof terwijl u het gereedschap met de andere hand zo goed mogelijk vasthoudt. Draai tijdens het vastzetten niet linksom.
-
U kunt het accessoire losmaken door stap 1 en 2 die hierboven worden vermeld, te herhalen.
Standenselectie (Afb. A)
Met de kraag 5 voor de standenselectie kunt u afhankelijk van de geplande toepassing, de juiste bedrijfsstand selecteren.
Draai, als u één van de standen wilt selecteren, de kraag tot het symbool van uw keuze tegenover de pijl staat.
WAARSCHUWING: Wanneer de kraag voor de staalsenselectie op de boor-, zal de koppeling van de boor niet ingrijpen. De boormachine kan vastlopen als u deze overbelast en er kan dan een plotselinge draaibeweging ontstaan.
Snelheidsselectie (Afb. A)
Het gereedschap is voorzien van drie snelheidsinstellingen voor een grotere veelzijdigheid.
OPMERkInG: Schakel niet over op een andere snelheid wanneer het gereedschap draait. Laat de boor altijd tot stilstand komen en kies daarna pas een andere snelheid.
- Zet het gereedschap uit en laat het tot stilstand komen wanneer u snelheid 1 (hoogste koppelinstelling) wilt kiezen. Schuif de snelheidskeuzeknop 8 helemaal naar voren.
- De instelling voor snelheid 2 (middelste koppel- en snelheidsinstelling) is de middelste stand.
- De instelling voor snelheid 3 (hoogste snelheidsinstelling) is de achterste stand.
Als het gereedschap niet op een andere snelheid werkt, controleer dan of de snelheidskeuzeknop goed ingrijpt in de voorwaartse of achterwaartse positie.
Als het probleem met het wisselen van snelheid aanhoudt, drukt u de Aan/Uit-schakelaar in, laat deze los en probeert u het opnieuw.
BEDIENING
Instructies voor gebruik
WAARSCHUWING: Houd u altijd aan de vangheidsinstructies en van toepassing zijnde voorschriften.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig personlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Juiste handpositie (Afb. H)
WAARSCHUWING: Beperk het risico op ernstig persoonlijk leboer, plaats ALTIJD uw handen in de juiste positie, zoals afgebeeld.
WAARSCHUWING: Houd, om het risico op persoonlijk letse te verminderen, het gereedschap ALTIJD stevig vast, zodat u voorbereid bent om een plotselinge terugslag.
Voor een juiste positie van de handen zet u één hand op de hoofdhandgreep 15 en de andere op de zijhandgreep 14,
zodat u draaibeweging van de machine kunt onder controle kunt houden.
Aan/Uit-schakelaar/regelknop variabele snelheid Vooruit/achteruit (Afb. A)
U kunt het gereedschap in- en uitschakelen door de variabele snelheidsschakelaar 3 in te trekken en los te laten. Hoe verder u de Aan/Uit-schakelaar indrukt, des te hoger is de snelheid van het gereedschap. Uw gereedschap is voorzien van een rem. De spankop stopt zodra u de aan/uit-schakelaar geheel loslaat.
Met de regelknop Vooruit/Achteruit 4 bepaalt u de draairichting van het gereedschap. Deze knop dient ook als knop voor vergrendeling in de Uit-stand.
- U selecteert de draairichting vooruit (naar rechts) door de Aan/Uit-schakelaar los te laten en de regelknop Vooruit/Achteruit aan de rechterzijde van het gereedschap in te drukken.
- U selecteert de draairichting achteruit (naar links) door de regelknop Vooruit/Achteruit aan de linkerzijde van het gereedschap in te drukken.
OPMERKING: In de middenpositie van de regelknop is het gereedschap vergrendeld in de uit-stand. Wanneer u de stand van de regelknop wijzigt, is het belangrijk dat u de aan/uit-knop niet indrukt.
OPMERKING: U kunt het gereedschap beter niet voortdurend in het variabele snelheidsbereik gebruiken. Hierdoor kan de schakelaar beschadigd raken en u kunt het beter vermijden.
OPMERKING: De eerste keer dat het gereedschap wordt gebruikt nadat de draairichting is gewijzigd, hoort u een klik wanneer u het gereedschap opstart. Dit is normaal en wijst niet op een probleem.
Verstelbare LED-werkverlichting (Afb. E, J)
De capsule met verstelbare LED-werkverlichting 9 kan worden versteld via drie vergrendelingsposities. De verstelbare LED-werkverlichting 9 en de bijbehorende schakelaar 10 bevinden zich op de voet van het gereedschap. De werkverlichting wordt ingeschakeld wanneer u de Aan/Uit-schakelaar indrukt. De standen Uit 19, Aan 20 en 20 minuten-modus 21 kunnen worden gewijzigd door de schakelaar van de werklamp 10 op de voet van het gereedschap te verplaatsen. Als u de Aan/Uit-schakelaar ingedrukt houdt, blijft de werkverlichting branden in de modus Aan en 20 minuten.
Wanneer de stand Aan is ingeschakeld, dooft het licht automatisch 20 seconden nadat u de schakelaar hebt losgelaten.
20 minuten-modus

De hoge instelling is de 20 minuten-modus 21. De werklamp zal na het loslaten van de Aan/Uit-schakelaar nog 20 minuten blijven branden. Twee minuten voordat de werklamp uitgaat, knippert deze twee keer en gaat daarna minder fel branden. Tik, om te vermijden dat de werklamp uitschakelt, licht op de Aan/Uit-schakelaar.
WAARSCHUWING: Staar, wanneer u de werklamp in 5 Aan of 20 minuten-modus gebruikt, niet in de
lamp of plaats de boormachine in een positie waarin niemand anders in de lamp kan kijken. Dit kan tot ernstig oogletsel leiden.
OPFELET: Verzeker als u het gereedschap gebruikt als een Weinkamp, dat deze is bevestigd op een stabiel oppervlak, zonder gevaar voor omkantelen of vallen.
OPGELET: Verwijder alle accessoires uit de spankop vortat u de boormachine gebruikt als een werklamp.
Anders zou persoonlijk letsel of materiële schade kunnen ontstaan.
Een toepassing uitvoeren (Afb. A)
WAARSCHUWING: Verzeker, om het risico op persoonlijk letsel te verminderen, ALTIJD dat het werkstuk is verankerd of stevig is vastgeklemd.
WAARSCHUWING: Wacht altijd tot de motor volledig tot sakand is gekomen voordat u de draairichting verandert.
Vóór het uitvoeren van werkzaamheden
- Stel de selectieknop voor de snelheid 8 in. Zie Snelheidsselectie.
- Plaats het juiste boortje of accessoire in de boorkop. Raadpleeg Een boortje of accessoire in de sleutelloze spankop plaatsen.
WA R SCHUWING: Mena of pomp niet
- Meng of pomp niet met dit gereedschap vloeistoffen die gemakkelijk kunnen ontbranden of kunnen ontploffen (wasbenzine, alcohol, enz.).
- Meng of roer geen brandbare vloeistoffen die als zodanig zijn gelabeld.
Schroeven draaien
Uw gereedschap heeft een koppeling met verstelbare torsie voor het in- en uitdraaien van bevestigingsmateriaal in een uitgebreide reeks vormen en maten. De getallen 1–11 op de kraag voor selectie van de werkstand 5 worden gebruikt voor het instellen van het koppelbereik voor het vastdraaien van schroeven. Hoe hoger het getal op de kraag, des te hoger het aanhaalmoment en hoe vaster het bevestigingsmateriaal kan worden geschroefd.
- Draai de kraag voor selectie van de werkstand 5 in de stand van uw keuze. Zie de Standenselectie.
- Trek de Aan/uit-schakelaar in en oefen in een rechte lijn druk uit met het schroefbit, tot het bevestigingsmateriaal op de gewenste diepte in het werkstuk komt.
Aanbevelingen voor schroevendraaien
- Begin met een lagere instelling voor de torsie, en ga vervolgens door naar hoger instellingen voor de torsie zodat u niet het werkstuk of het bevestigingsmateriaal kunt beschadigen.
- Probeer in een stuk afvalhout of op een onzichtbare plek of u de kraag voor selectie van de werkstand in de juiste stand hebt gezet.
Boren
-
Draai de kraag voor selectie van de werkstand 5 naar het symbool van de boor. Zie de Standselectie.
-
Maak met de boor contact met het werkstuk.
OPMERKING: Gebruik alleen scherpe boortjes. Gebruik voor HOUT gedraaide boren, spieboren, spiraalboren, zelftappende boren of gatenzagen. Gebruik voor METAAL gedraaide boortjes, stappenboortjes, carbine gatensnijders of een gatenzaag. Boortjes moeten geschikt zijn voor het snijden van METAAL en over de juiste coatings en snijkanten beschikken.
- Trek de Aan/uit-schakelaar in en oefen in een rechte lijn druk uit met de boor, tot het de gewenste diepte bereikt.
WAARSCHUWING: BEPERK HET RISICO VAN PARKOONLIJK LETSEL, DOOR HET WERKSTUK ALTIJD
stevig te verankeren of vast te klemmen. Voorkom beschadiging van het materiaal, gebruik een "steunblok" als u boort in dun materiaal.
- Oefen met het bitje altijd druk uit in een rechte lijn. Oefen zo veel druk uit dat het boortje zich in het materiaal blijft vreten, maar duw niet zo hard dat de motor vastloopt of het boortje wordt gebogen.
- Houd het gereedschap stevig met beide handen vast zodat u de draaibeweging van de boortje kunt beheersen.
- ALS DE BOORMACHINE VASTLOOPT, is dat meestal omdat het gereedschap wordt overbelast of niet goed wordt gebruikt. LAAT DE AAN/UIT-SCHAKELAAR ONMIDDELLIJK LOS, haal het bitje uit het werk en bepaal wat de oorzaak van het vastlopen is. KLIK DE SCHAKELAAR NIET AAN EN UIT IN EEN POGING EEN VASTGELOPEN BOORMACHINE WEER OP GANG TE HELPEN — HIERDOOR ZOU U DE BOORMACHINE KUNNEN BESCHADIGEN.
- U kunt het doorbreken van het materiaal en het vastlopen tot een minimum beperken door de druk op de boormachine te verminderen en de boor geleidelijk door het laatste gedeelte van het boorgat te leiden.
- Laat de motor draaien terwijl u het bitje terugtrekt uit het geboorde gat. Zo kunt u het vastlopen voorkomen.
In metaal boren
Begin te boren op lage snelheid en laat de snelheid maximaal toenemen terwijl u stevige druk uitoefent op het gereedschap. Een gelijkmatige, constante stroom van de metaalsnippers wijst erop dat u op de juiste snelheid boort. Gebruik een snijvloeistof wanneer u in metaal boort. De uitzonderingen zijn gietijzer en messing, deze moeten droog worden geboord.
OPMERKING: Grote gaten (7,9 mm tot 13 mm) boren in staal is gemakkelijker als u een gat voorboort (4 mm tot 5 mm).
OPMERKING: Wanneer u een boorvloeistof gebruikt, zorg er dan voor dat deze niet op het gereedschap komt.
In hout boren
Begin te boren op lage snelheid en laat de snelheid maximaal toenemen terwijl u stevige druk uitoefent op het gereedschap. Als het waarschijnlijk is dat er spijkers worden aangetroffen, moeten geschikte boren worden gebruikt die bestand zijn tegen contact met spijkers. Werk dat gemakkelijk splinters geeft, moet worden ondersteund met een blok hout.
Werken met de klopboor
BELANGRIJK: Gebruik voor het werken met de klopboor alleen hardmetalen boren of boren die geschikt zijn voor metselwerk.
- Selecteer het gewenste bereik voor de snelheid/ het koppel met de snelheidsinstelling 8 zodat het overeenkomt met de snelheid en het koppel voor de geplande werkzaamheden. Draai de kraag voor selectie van de werkstand 5 naar het symbool van de hamerboor.
- Trek de schakelaar in, oefen net genoeg druk op de hamer uit zodat deze niet te veel stuitert of de boor vastloopt.
Aanbevelingen voor het werken met de klopboor
- Te veel kracht leidt tot lagere boorsnelheden, oververhitting en een lager rendement van de boor.
- Een soepele, gelijkmatige stroom van materiaal is een teken dat het boren goed verloopt.
- Boor rechtuit, houd de boor in een rechte hoek op het werkstuk. Oefen geen zijwaartse druk op de boor uit wanneer u boort, omdat hierdoor de groef van de boor volloopt en de boormachine minder snel loopt.
- Wanneer bij boren van diepe gaten de boorsnelheid terugloopt, trek de boor dan gedeeltelijk uit het gat, terwijl het gereedschap loopt, zodat het materiaal uit het boorgat komt.
ONDERHOUD
Uw gereedschap op stroom is ontworpen om gedurende een lange tijdsperiode te functioneren met een minimum aan onderhoud. Het continu naar bevrediging functioneren hangt af van de juiste zorg voor het gereedschap en regelmatig schoonmaken.
WAARSCHUWING: Om het gevaar op ernstig persoonlijk letsel te verminderen, zet u het gereedschap uit en ontkoppelt u de accu, voordat u enige aanpassing maakt of hulpstukken of accessoires verwijdert/installeert. Het onbedoeld opstarten kan letsel veroorzaken.
Aan de lader en de accu kan geen onderhoud worden verricht.
Smering
Uw elektrische gereedschap heeft geen aanvullende smering nodig.
Reiniging
WAARSCHUWING: Elektrische schok en mechanisch gelt. Koppel het elektrisch apparaat los van de voeding vóór het reinigen.
WAARSCHUWING: Houd het elektrisch apparaat en de verknatiesleuven altijd schoon, om een veilige en efficiënte werking te verzekeren.
WAARSCHUWING: Gebruik nooit oplosmiddelen of andere bijtende chemicaliën voor het reinigen van niet-metalen onderdelen van het gereedschap. Deze chemicaliën kunnen de materialen die in deze onderdelen gebruikt zijn, aantasten. Gebruik een doek, alleen nat gemaakt met water en zachte zeep. Laat nooit vloeistof in
het gereedschap komen; dompel nooit een onderdeel van het gereedschap onder in een vloeistof.
De ventilatiesleuven kunnen gereinigd worden met een droge, zachte niet metalen borstel en/of een geschikte stofzuiger. Gebruik geen water of schoonmaakmiddelen. Draag een goedgekeurde veiligheidsbril en een goedgekeurd stofmasker.
Als optie verkrijgbare accessoires
WAARSCHUWING: Omdat andere accessoires dan die worden aangeboden door DEWALT niet met dit product zijn getest, kan het gebruik van dergelijke accessoires met dit gereedschap gevaarlijk zijn. Om het risico op letsel te beperken, mogen uitsluitend door DEWALT aanbevolen accessoires worden gebruikt met dit. Vraag uw verdeler om meer informatie over de juiste accessoires.
Tool Connect™ Chip (Afb. I)
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig pazoonlijk letsel, schakel de unit uit en verwijder de accu voor u aanpassingen uitvoert of hulpstukken of accessoires plaatst/verwijdert. Wanneer het gereedschap per ongeluk wordt ingeschakeld kan dat leiden tot letsel.
Dit gereedschap is voorbereid op de Tool Connect™ Chip en heeft een mogelijkheid voor het installeren van de Tool Connect™ Chip.
Tool Connect™ Chip is een als optie verkrijgbare applicatie voor uw smart toestel (zoals een smartphone of tablet) die de verbinding tussen uw toestel en het gereedschap tot stand brengt zodat u bepaalde functies voor inventarisatiebeheer van het gereedschap kunt gebruiken.
Zie Tool Connect™ Chip Instructieblad voor meer informatie.
De Tool Connect™ Chip installeren
- Verwijder de borgschroeven 23 waarmee de beschermende kap van de Tool Connect™ Chip 24 op het gereedschap vastzit.
- Verwijder de beschermende kap en plaats de Tool Connect™ Chip in het lege vak 25.
- Controleer dat de Tool Connect™ Chip niet buiten de behuizing uitsteekt. Zet vast met de borgschroeven en draai de schroeven aan.
- Zie Tool Connect™ Chip Instructieblad voor nadere instructies.
Riemhaak en bithouder (Afb. A)
Als optie verkrijgbare accessoires
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig poonlijk letsel, gebruik de riemhaak van het gereedschap UITSLUITEND om het gereedschap aan een werkriem te hangen. Gebruik de riemhaak NIET om het gereedschap vast te zetten of tijdens het gebruik aan een persoon of voorwerp vast te maken. Hang het gereedschap NIET boven uw hoofd en hang geen voorwerpen op aan de riemhaak.
WAARSCHUWING: Beperk het risico van ernstig opoonlijk letsel, let erop dat de schroef waarmee de riemhaak vastzit, goed is bevestigd.
BELANGRIJK: Gebruik alleen de bijgeleverde schroef 12 tijdens het bevestigen of vervangen van de riemhaak of bithouder. Let erop dat u de schroef stevig vastdraait.
Voor links- of een rechtshandig gebruik kunnen de riemhaak 11 en de bithouder 13 met de bijgeleverde schroef 12 aan weerszijden van het gereedschap worden bevestigd. Als u de riemhaak of de bithouder niet wilt gebruiken, kunt u deze van het gereedschap afhalen.
U kunt de riemhaak of de bithouder verplaatsen door de schroef die de riemhaak op z'n plaats houdt, te verwijderen en aan andere zijde weer te monteren. Let erop dat u de schroef stevig vastdraait.
Bescherming van het milieu

Gescheiden afvalinzameling. Producten en accu's die zijn voorzien van dit symbool mogen niet bij het normale huishoudafval worden weggegooid.

Producten en accu's bevatten materialen die kunnen herwonnen en gerecycled waardoor de vraag naar ffen afneemt. Recycle elektrische producten en accu's omstig de lokaal geldende voorschriften. Nadere e is beschikbaar op www.2helpU.com.
Oplaadbare accu
Deze accu met lange levensduur moet worden opgeladen wanneer de accu niet voldoende vermogen levert voor werkzaamheden die eerder zonder veel moeite werden gedaan. Ruim de accu aan het einde van zijn technische levensduur op en houd daarbij rekening met het milieu:
- Maak de accu geheel leeg en haal de accu vervolgens uit het gereedschap.
- Li-lon-cellen kunnen worden gerecycled. Breng ze terug bij uw leverancier of naar het milieupark bij u in de buurt. De ingezamelde accu's zullen worden gerecycled of op juiste wijze tot afval worden verwerkt.