Desert Climber - Radiografisch bestuurbaar speelgoed Reely - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Desert Climber Reely in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Desert Climber Reely
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Radiografisch bestuurbaar speelgoed in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Desert Climber - Reely en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Desert Climber van het merk Reely.
GEBRUIKSAANWIJZING Desert Climber Reely
NL Gebruiksaanwijzing
1:10XS Elektrische buggy "Desert Climber" 4WD RtR
Bestelnr. 1527213 Pagina 87 - 114
Seite
- Inleiding 89
- Verklaring van symbolen 89
- Voorgeschreven gehruik 90
- Leveringsomvang 90
- Benodigde accessoires 91
- Veiligheidsvoorschriften 92
a) Algemeen 92
b) Stekkeroeding/netspanning/laadapparaat 93
c) Ingebruikname/gebruik 94
d)Rijden van het voertuig. 95
- Batterij- en accuvoorschriften 97
a) Algemeen 97
b)Zender 98
c) Voertuig 98
- Rijaccu opladen 99
- Bedieningselementen van de zender 100
- Ingebruikname 101
a) Batterijen/accu's in de zender plaatsen 101
b) Zender in bedrijf stellen 101
c)Rijaccu in het voertuig plaatsen. 101
d)Rijaccuaand derijregelaar aansluiten 102
e)Rijregelaar inschakelen 102
f) Voertuig besturen 102
g)Rijden stoppen 105
- Schokdempfer instellen 106
- Reiniging en onderhoud 108
a) Algemeen 108
b) Voor, resp. na elke rit 108
c) Wiel verwangen 109
- Afvoer 110
a) Product 110
b) Batterijen/accu's. 110
Pagina
- Verklaring van conformiteit (DOC) 110
- Verhelpen van storingen 111
- Technische gegevens 113
a) Voertuig 113
b)Zender 113
c)Rijaccu. 113
d) Laadapparaat 114
e) Stekkervoeding 114
1. Inleiding
Geachte klant,
hartelijk dank voor de aanschaf van dit product.
Dit product voldoet aan de wettelijkke nationale en Europese voorschriften.
Volg de instructies van de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een oncevaarlijke werkig te garanderen!

Deze gebruiksaanwijzing hoor bij dit product. Deze bevat belangrijke instructies voor de ingebruikname en bediening. Let hierop, ook wonneer u dit product aan derden doorgeeft. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig voor toekomstige referentie!
Alle vermelde bedrijs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectievelijke eigenaren. Alle rechten voorbehonden.
Bij technische vragen sunt u zich wenden tot unsere helpdesk.
Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.
2. Verklaring van symbolen

Het symbol met de bliksemschicht in een driehoek geeft aan wanner er gevaar bestaat voor uw gezondheid, bijv. door een elektrische schok.

Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke aanwijzingen in deze gebruksaanwijzing die in ieder geval要去en worden opgevolgd.

Het pijlsymbol ziet u, wannear u bijzondere tips en aanwijzingen voor de bediening zult verkrijgen.
3. Voorgeschreiben gebruk
Dit product is een vierwielaangedreven modelvoertuig, dat via de meegeleverde afstandsbediening draadloos radiografisch kan worden bestuurd. De stuurfuncties zijn vooruit/achteruit/links/rechts (telkens traploos).
De ingebouwde motor worden via een elektronische rijregelaar aangestuurd, de sturing via een servo.
Het voertuig (chassis en carrosserie) is rijklaar gemonteerd.
Om het voertuig te gebruiken zich erchter nog diverse accessoires nodig die zich inbegrepen. Zie hoofdstuk 5.
Het product is geen spelelgoed. Het is Niet geschikt voor kinderen onder de 14aar.

Houd rekening met de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing. Deze bevat belangrijke informatie voor het gebruik van het product. Lees de volledige gebruiksaanwijzing voor de ingebruikname en het gebruik van het voertuig aandachtig door.
Wonneer u deze nicht in acheit neemt, bestaan er diverse gevaren, bv. verwondingsgevaar.
4. Leveringsomvang
Rijklaar opgebouwd voertuig
- Zender (afstandsbediening)
Rijaccu
Laadapparaat
Stekkervoeding
- Steeksleutel
- Schroevendraaier
- Gebruiksaanwijzing
Actuele gebruiksaanwijzingen
Download de actuèle gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.

5. Benodigde accessoires
Om het voertuig te gebruiken zijn nog diverse accessoires nodig die Niet zich inbegrepen (afzonderlijk te bestellen).
Dit is absolutist:
- 4 batterijen van het type AA/mignon voor de zender
Voor een optimaal gebruik van het voertuig raden wij u verder de volgende componenten aan:
- Een of meerere bijkomende rijaccu's (om na een korte afkoelpauze van motor en rijregelaar te konnen verdier vliegen)
- Vervangbatterijen (4x AA/mignon) voor de zender (wonneer de batterijen in de zender tijdens het rijden van het voertuig leeg raken)
- Reservebanden (om versleten/beschadigde banden snel te kuren wisselen)
- Montagestandsvoor testritten en een eenvoudiger onderhoud)
- Divers gereedschap (vb. schroevendraier, spitse tang, zeskantsleutel)
Persluchtspray (om te reinigen)
Borglak (om losgekomen schroeferbindingen opniew vast te make) - Transporttas
De reserveonderdelenlijst vindt u op unsere internetpagina www.conrad.com in het downloadbereik van het betrokken product.
6. Veiligheidsvoorschriften

Bij beschadigingen veroorzaakt door het Niet opvolgen van deze gebruiksaanwijzing vervalt iederrecht op garantie. Voor gevolgschade die hieruit ontstaat, zich wij Niet aansprakelijk!
Voor materièle of personlijke schade, die door ondeskundig gebruik of nicht inachtname van de veiligheidsvoorschriften veroorzaakt worden zich wij Niet aansprakelijk! In zulke geallen vervalt de garantie.
Gewone slijtage bij het gebruik (bv. versleten banden, versleten tandwielen) en schade door ongevallen (bv. gebroken wiltdraagarmen, beschadigd chassis, enz.) vallen nicht onder de garantie.
Geachte klant, diezeeiligeidsvoorschriften haben nicht enkel de beschemming van het product, maar ook de beschemming van uw gezondheid en die van andere Personen tot doel. Lees waarom dit hoofdstuk zeer aandachtig door voordat u het product gebruikt!
a) Algemeen
Let op, belangrijk!
Bij gebruik van het model kan het tot materièle schade of lichamelijke letselskommen. Houd rekening met hetfeit dat u voor het gebruik van het model voldoende verzekerd bent, bijv. via een aansprakelijkkeidsverzekering. Informeer indien u reeds beschikt over een aansprakelijkkeidsverzekering voor u het model in bedrijf neemt bij uw verzekering of het gebruik van het model mee verzekerd is.
- Om veiligheids- en vergunningsredenen is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het product Niet toegestaan.
- Het product is geen spelelgoed. Het is Niet geschikt voor kinderen onder de 14aar.
- U mag het verpakkingsmateriaal Niet zomaar lately rondslingeren. Dit is gevaarlijk spelgoed voor kinderen.
- Wendt u zich tot ons (zie hoofdstuk 1 voor de contactgegevens) of een anderevakman indien u vragen hebft die Niet met behulp van deze gebruiksaanwijzing opgehelderd können worden.
De bediening en het gebruik van op afstand bediende modelvoertuigen moet geleerd worden! Als u nog nooit een dergelijk voertuig bestuurd heeft,要去 u heel voorzichtig rijden en u eerst vertrouwd makeen met de reacties van het voertuig op de commando's van de afstandsbediening. Wees geduldig!
Neem geen risico bij het gebruik van het model! Uw eigengeiligheid en die van uw omgeving is afhankelijk van uw verantwoordig gebruik van het model.
- Het voorgeschreveen gebruik van het voertuig verondersteld regelmatige onderhoudswerken en reparaties. Bijvoorbeeld is het zo dat de banden verslijten bij gebruik of er is "ondevalsschade" bij een rijfout.
Gebruik voor de door u gewenste onderhouds- of reparatiewerkenuitsluitend originele verrangonder-delen!
b) Stekkervoeding/netspanning/laadapparaat
- De opbouw van de stekkervoeding voldoet aan beschemingsklasse II. Gebruik voor de spannings-/ stroomverzorging van de stekkervoeding uitsluitend een gewonde contactdoos van het openbare stroomnet.
- De contactdoos waarme de stekkervoeding worden verbonden,要去 makkelijk toegankelijk়.
- Trek de stekkervoeding nooit aan het snoeruit de contactdoos. Raak het zijdelings aan de behuizing aan en trek het danuit de contactdoos.
- Wonneer de stekkervoeding tekenen van schade vertoont, mag u het nicht beetpakken, er bestaat levensgevaar door elektrische schok!
Schakel erst de netspanning voor de contactdoos, waaraan de stekkervoeding is aangesloten uit (bijhorende zekeringsautomaat uitschakelen of zekering uittdraaien, verrolgens bijhorende FI-beschermschakelaar uitschakelen zodat de contactdoos aan alle polen van de stroomtoevoer is afgesloten).
Trek pas daarna de stekkervoeding uit de contactdoos. De beschadigde stekkervoeding moet op milieubewust verwijderd worden, gebruik het Nieteer. Vervang het door een identieke stekkervoeding.
- Sluit aan het laadapparaatuitsluitend de meegeleverde stekkervoeding aan. Gebruik de stekkervoeding nooit voor andere doeleinden. Laadapparaat en stekkervoeding moen alleen samen worden gebruikt.
- Het laadapparaat mag alleen in droge en gesloten ruimtes worden gebrukt. Het apparaat mag nicht vochtig of nat worden. Vermijd direct zonlicht, sterke但它 en koude. Houd het laadapparaat uit de buurt van stof en vuil. Zet ook geen voorwerpen met vloeistoffen, bijv. vazen of planten, op of naast de stek-kervoeding/het laadapparaat.
- Wanner deze vloeistoffen in de stekkervoeding/het laadapparaat raken, worden de stekkervoeding/het laadapparaat vermietigd en bestaat er bovendien groot brandgevaar. Bovendien bestaat gevaar voor elektrische schokken.
- Neem hierbij ook de omgevingsvoorwaarden van het hoofdstuk "Technische geevens" in acht.
- Het laadapparaat is uitsluitend geschikt voor het opladen van de meegeleverde rijaccu (of een identieke verwangaccu). Laad nooit andere accutypes of nicht-heroplaadbare batterijen op. Er bestaat groot brandgevaar of gevaar voor een explosie!
- Zet het laadapparaat nooit op brandbare oppervlakken (vb. tapijt, tafelkleed). Gebruik algijd een geschikte onbrandbare, hittebestendige ondergrond. Dek het laadapparaat en de stekkervoeding nooit af. Houd het laadapparaat ver van brandbare of Licht ontvlambare materialen (vb. gordijnen).
- Plaats het laadapparaat Niet zonder geschikte bescherming opkestbare meubeloppervlakken. Anders zich er krassporen, drukplaatsen of verkleuringen möglichk.
- Gebruik de stekkervoeding/het laadapparaat Niet binnen in voertuigen.
- Houd kinderen weg van de stekkervoeding/van het laadapparaat. Kinderen können de accu kortsluten, wat kan leiden tot een brand of explosie. Dit is levensgevaarlijk!
- Vermijd een gebruik van het apparaat in de onmiddelijkke buurt van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren. Hierdoor kan de besturingslektronica van het laadapparaat beinvloed worden.
- U mag de rijaccu nooit zonder toezicht met het laadapparaat opladen.

- Laad aktijd slechts een enkele rijaccu met het laadapparaat op.
- Voor de rijaccu aan het laadapparaat is gekoppeld en het opladen worden gestart,要去 de rijaccu volledig van het voertuig/rijregelaar worden ontkoppeld. Anders kan het tot schade aan het laadapparaat of derijregelaar komen. Verlies van waarborg/garantie!
- Neem de rijaccu uit het voertuig voor het opladen.
- Wanner u met het laadapparaat of accu's werk, mag u geen metalen of geleidende materialen, zoals vb. jewelen (kettingen, armbanden, ringen, etc.) dragen. Door een kortsluiting bestaat brand- en explosiegevaar.
- Gebruik de stekkervoeding/het laadapparaat nooit direct wonneer het van een koude ruimte in een warmeruimte is gebracht. Het condenswater dat wordt gezvormd, kan onder bepaalde omstandigheden het apparaat beschadigen of storingenveroorzaken!
Laat de stekkervoeding/het laadapparaatkaarom eerst op kamertemperatuur komen, vórdat u het aansluit en in gebruik neemt. Dit kan een paar uu r duren!
- Indien kan worden aangenomen dat gebruik zonder bevaren nicht meer möglichk is, dan要去 de stekkervoeding/het laadapparaat buiten bedrijf worden gesteld en worden beveiligd gegen onopzettelijk gelebruik.
Schakel erst de netspanning maar de contactdoos aan alle polen, die zich aangesloten op de stekkervoeding, af (bv. bijbehorende beveiligingsautomatisme uitschakelen of zekering eruit draaien, verwolgens de bijhorende aardlekschakelaar uitschakelen). Trek daarna de stekkervoeding uit de contactdoos. Ontkoppel dan ook eenevt. aangesloten accu van het laadapparaat.
U mag de stekkervoeding/het laadapparaat daarna Niet meer gebruiken. Breng hem maar een reparatie-dienst of verwijder hem op milieuvriendelijkije wijze.
- Men mag aannemen dat een gevaarloze werkung Niet meer möglichk is wanneer de stekkervoedig/het laadapparaat zichtaar is beschadigd, Niet meer functioneert, langdurig onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of tjdens transport te zwaar is belast.
c) Ingebruikname/gebruik
- Gelieve u tot een ervaren modelsporter of een modelbouwclub te wenden als u nog Niet genoeg kennis heeft voor het gebruik van op afstand bediende modellen.
- Let er bij het gebruik van een model algijd op, dat er zich nooit lichaamsdelen of voorwerpen in de geva-renzone van motoren of andere draaiende aandrijfonderdelen bevinden.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde rijaccu (of een identieke verrangaccu) voor het voertuig. Gebruik de rijregelaar nooit via een adapter, ook Niet om het model te testen.
- Dit voertuig is uitsluitend geschikt voor een Lilon-rijaccu met 2 cellen (nominale spanning 7,4V ).
Bij gebruik van rijaccu's met meer cellen bestaat brandgevaar door oververhitting van de rijregelaar, bovendien worden de aandrijving van het voertuig overbelast en daardoor beschadigd (vb. differentieel). Verlies van waarborg/garantie!
- Schakel bij de ingebruikname steeds eerst de zender in. Pas daarna mag de rijaccu van het voertuig met de rijregelaar verbonden en de rijregelaar ingeschakeld worden. Dit kan anders tot onvoorziene reacties van het voertuig leiden!
Ga voor de inbedrijfname als volgt te werk:
-
Plaats het voertuig voor het aansluiten van de rijaccu op een geschikte ondergrond, zodat de wielen vrij hunnen draaien.
-
Schakel de rijregelaaruit.
-
Schakel de zender in indien dit nog Niet is gebeurd. Controller en werkig (vb. bedrijfsweergave van de zender). Vervang zwakke of verbruike batterijen tijdig.
-
Draai op de zender de trimregelaar "T/H DR" helemaal maar rechts.
-
Sluit een volledig opgeladen rijaccu met de polen in de juiste richting aan de rijregelaar aan (rode kabel = plus/+, zwarte kabel = min/).
- Zet eerst de rijregelaar aan. Wacht dan enkele seconden tot de rijregelaar zijn zichelftest heeft afgeslooten.
- Stel op de zender de trimregelaar "ST TRIM" zo in dat de voorwielen ongeveer in het midden staan. Een precieze instelling voor hetrechtuirijden kan later gedaan worden als het voertuig rijdt.
- Controller of het voertuig, zoals verwacht op commando's afstandsbesturing reageert (besturing en aandrijving), voordat u het van de ondergrond neemt en het met wielen op de bodemplaatst. Neem waar bij echter de aandrijving van het voertuig Niet vast; houd het voertuig Niet aan de wielen vast.
d) Rijden van het voertuig
- Een verkeerd gebruik van het product kan zware letsels en beschadigingen tot gevolg hebben! Rijd waarom alleen zolang u direct visueel contact met het modelvoertuig hebft.
- Rijd alleen als uw reactievermogen Niet verminderd is. Vermoeidheid of beinvloeding door alcohol of medicijnen kan verkeerde reacties tot gevolg hebben (net als bij een=echt voertuig).
- Met dit modelvoertuig mag u Niet op openbare straten, pleinen en wegen rijden. Gebruik het ook nicht op privaat terrein zonder de toestemming van de eigenaar.
Gebruik het model op een plaat voor het geen gevaar vormt voor andere personen, dieren of voorwerpen. Rijd Niet op mensen of dieren af!
Voor u het model op een voor dit doeleinde geschikteplaats gebruikt (bv. een ren-/rallyparcours voor modelvoertuigen, etc.) dan vraagt u de exploitant van dezeplaats om toestemming.
- Vermijd het rijden bij zeer lage buitentemperaturen. Kunststof onderdelen verliezenaar bij aan elastici-teit, wat reeds bij eenlicht ongeval tot groe schade kan leiden.
- Rijd Niet bij onweer, onder hoogspanningsleidingen of in de buurt van zendmasten.
- Bescherm uw voertuig, rijaccu en zender gegen vochtigkeit en sterke verruiling. Stel de zender nicht langdurig bloot aan direct zonlicht of extreme hitte.
- Laat de zender steeds ingeschakeld zolang het modelvoertuig in gebruik is.
- Schakel in geval van storing het model direct uit en zorg dat de storing geheel is verholpen voordat u het model waar in gebruik neemt.
-
Voor het afstellen van het voertuig schakelt u alkijd eerst de rijregelaar van het voertuig af uit en ontkoppelt u verwolgens de rijaccu volledig van de rijregelaar. Pas nu mag de zender uitgeschakeld worden.
-
Bij zwakke batterijen (bv. accu's) in de zender neemt het bereik af. Bovendien reageert het voertuig evt. Niet更是 op de stuurbevelen op de zender. Stop in dit geval het rijden van het voertuig en schakel de rijregelaar uit. Vervang verwolgens de batterijen of accu's in de zender door zichwe.
- Als de rijaccu in het voertuig zwak worden, zal het voertuig langzamer rijden of Niet meer correct op de zender reageren.
De rijaccu in het voertuig dient Niet tot het voorzien van de motor van stroom via de rijregelaar, maar de rijregelaar veroorzaakt ook de voor de werkung nodige spanning/stroom voor de ontvanger en de staurservo.
Daartoe is in de rijregelaar een BEC (Engels "Battery Eliminator Circuit", elektronische schakeling voor directe stroomvoorziening van de ontvanger zonder extra ontvangersaccu).
Bij te lage spanning van de rijaccu kan ook de spanning aan de ontvanger verlagen, wat ervoor zorgt dat het voertuig Niet meer op de stuurbevelen van zender regeert.
In dit geval beeindigt u het rijden onmiddelijk (rijregelaar uitschakelen, rijaccu volledig van het voertuig ontkoppelen, zender uitschakelen). Vervang daarna de rijaccu van het voertuig of laad de rijaccu opnieuw op.
Voor u de accu opniew oplaadt,That u deze volledig afkoelen.
- Zowel de motor en de aandrijving als de rijregelaar en de rijaccu van het voertuig worden warm tijdens het gebruik. Houd voor elke verranging van de accu een pauze van minstens 5 - 10 Minutes.
- Raak de motor, de rijregelaar en de accu Niet aan tot deze afgekoeld zich. Verbrandingsgevaar!
7. Batterij- en accuvoorschriften

Het gebruik van batterijen en accu's is vandaag de dag weliswaar vanzelfsprekend, maar er bestaan toch tal van bevaren en problemen. Vooral bij lithiumaccu's met hun hoge energie-inhoud (in vergelijking met gewone NiMh-accu's)要去en er diverse voorschriften in acht genomen worden aangezien er anders explosie- en brandgevaar bestaat.
Neem.altijd de volgende informatie en veiligheidsvoorschriften in acht bij het gebruik van batterijen en accu's.
a) Algemeen
- Houd batterijen/accu's buiten het bereik van kinderen.
- U mag batterijen/accu's nicht zomaar latent rondslingeren wegens het gevaar dat kinderen of huisdieren ze inslikken. In dit geval dient u onmiddelijk een arts te raadplegen!
- Zorg dat batterijen/accu's nicht worden kortgesloten, doorboard of in vuur worden geworpen. Er bestaat explosiegevaar!
- Lekkende of beschadigde batterijen/accu's können bij huidcontact bijtende wonden veroorzaken; draag in dit gevaleiligkeitshandschoenen.
- Uit batterijen/accu's lopende vloeistoffen zijn chemisch zeer agressief. Voorwerpen of oppervlaktes die daarmee in aanraken komen, können deels ernstig beschadigd raken. Bewaar batterijen/accu'saarom op een geschikte plaats.
Gewone Niet-oplaadbare batterijen mogen nicht worden opgeladen. Er bestaat brand- en explosiegevaar! U mag alleen accu's opladen die hiervoor geschikt zich. Gebruik geschikte laadapparaten. - Let bij hetplaatsen van de batterijen/accu's en bij de aansluiting van de rijaccu op de juiste polariteit (plus/+ en min/-).
- U mag nooit batterijen en accu's door elkaar gebruiken! Gebruik vb. voor de zender ofwel batterijen ofwel accu's.
- Vervang steeds de hele reeks batterijen/accu's in de ontvanger en zender. U mag geen volle en halfvolle batterijen of accu's door elkaar gebruiken. Gebruik steeds batterijen of accu's van hetzelfde type endezelfde fabrikant.
- Naargelang de accutechnologie (NiMH, LiPo, Lilon....) is een overeenkomstig acculaadapparaat nodig. Laad vb. LiPo-accu's nooit met een NiMH-acculaadapparaat op! Er bestaat brand- en explosiegevaar!
Laad waarom de meegeleverde rijaccu (en bijkomend gekochtete identieke verrangaccu's) uitsluitend via het meegeleverde laadapparaat op; gebruik voor de spannings-/stroomverzorging van het laadapparaat uitsluitend de meegeleverde stekkervoeding.
- Om meercellige lithiumaccu's op te laden is absoluten een geschikte balancer nodig (in het meegeleverde laadapparaat ingebouwd). Een balancer (vaak ook equalizer genoemd) voorkomt het overladen van afzonderlijke lithiumaccucel door de individuele cellenspanning te controleren.
Bij overlading van een lithiumaccu kan het tot een opblazen van de accu of zelfs tot brand of explosiekomen!
- U mag enkel intacte accu's opladen die nicht beschadigd zijn. Als de uitwendige isolatie van de accu, resp. de accubehuizing beschadigd is of als alles een andere vorm heeft of bol staat, mag de accu in geen geval opgeladen worden. In dit geval bestaat er een acuit gevaar voor brand en explosions!

- U mag accu's nooit direct na het gebruik opladen. Laat de accu's altijd eerst afkoelen (tenminste 5 - 10 minutes).
- Neem voor het opladen de rijaccu algijd uit het model. Koppel de rijaccu los van de rijregelaar/van het voertuig.
- Plaats het laadapparaat en de rijaccu op een hittebestendig, onbrandhaar oppervlak.
- Het laadapparaat en de rijaccu worden tijdens het opladen warm. Houd waaromussen laadapparaat en rijaccu voldoende afstand. Leg de rijaccu nooit op het laadapparaat. Dek het laadapparaat en de rijaccu nooit af. U mag het laadapparaat en de rijaccu Niet aan hoge/lage temperatureen en direct zonlicht of vocht/waterblootstellen.
U mag accu's nooit onbewaatk laten tijdens het opladen. - Laad accu's regelmatig op (ongeveer elke 2 - 3 maanden) aangezien het anders door zelfontlading van de accu tot een diepontlading komt. Daardoor worden de accu's onbruikbaar!
NiMH-accu's (behalve speciale bouwtypes met weinig zelfontlading) verliezen hun energie reeds binnen enkele weken.
Lithium-accu's beholden hun energia normala gezien meerere maanden. In elk geval worden ze door diepointlading permanent beschadigd en können nicht meer worden gebruikt.
- Lithium-accu's mogen Niet gedurende langereijd worden opgeslagen, maar slechts met ongeveer 50 - 70% van het beschikbare vermogen (let op deevt. bijkomende informatie van de accufabrikant, indien aanwezig).
- Gebruik nooit een te hoge laadstroom; let op de informatie van de fabrikant voor de ideale, resp. maxi-male laadstroom. Het in de leveringsomvang meegeleverde laadapparaat is optimaal op de lithiumrij-accu afgestemd.
- Neem de rijaccuuit het laadapparaat wanner deze volledig is opgeladen.
b)Zender
- Gebruik voor de zender ofwel batterijen ofwel accu's. Meng batterijen en accu's nooit.
- Vervang steeds de hele reeks batterijen/accu's in de ontvanger en zender.
- Bij gebruik van accu's in de zender neemt de bedrijfsduur door de lagere spanning (nominale spanning batterij = 1,5 V; accu = 1,2 V) af. Als u toch accu's wilt gebruiken, raden wij u aan om NiMH-accu's met lage zelfontlading te gebruiken. Omwille van de bedrijfsveiligheid dient u echter batterijen te gebruiken en geen accu's.
- Als u het product langere vrij Niet gebruikt (bv. als u het opbergt), moet u de in de zender geplaatste batterijen/accu's verwijderen om beschadigingen door lekkende batterijen/accu's te voorkomen.
c) Voertuig
- Gebruik voor het voertuig uitsluitend de meegeleverde Lilon-rijaccu (nominale spanning 7,4 V) of een identieke verrangaccu. Plaats nooit een andere accu of batterijen in het voertuig.
- Als u het product langere vrijd Niet gezebrukt (b.v. als u het opbergt), verwijdert u de rijaccu uit het voertuig om beschadigingen door lekkende accu's te voorkomen. Ontkoppel de verbindingussen rijaccu en rijregelaar/voertuig volledig.
- Laad de meegeleverde rijaccu uitsluitend via het meegeleverde laadapparaat op. Gebruik nooit een ander laadapparaat. Dit kan tot brand of explosie van de rijaccu leiden.
8. Rijaccu opladen

Houd hiervoor rekening met hoofdstukken 6 en 7.
voort het voertuig uitsluitend de meegeleverde Lilon-rijaccu of een identieke verrangrijaccu. Plaatns nooit andere accu's of batterijen in het voertuig.
De rijaccu zijn bij levering leeg en moet worden opgeladen. Voordat een rijaccu�imaule capacititeit za leveren, moet deze meertere keren worden ontladen en opgeladen.
Laad de meegeleverde Li-Ion-rijaccu uitsluitend via het meegeleverde laadapparaat op. Gebruik nooit een ander laadapparaat. Dit kan tot brand of explosie van de rijaccu leiden.
Gebruik voor de spanning-/stroomvoorziening van het laadapparaat uitsluitend de meegeleverde stekkervoeding.
Ontkoppel de rijaccu voor het opladen volledig van de rijregelaar/voertuig en verwijder deze uit het voertuig.
Het opladen van een deels ontladen Li-Ion-rijaccu is geen probleem. Een eerdere ontlading is Niet nodig.
De rijaccu wordenijdens het laden of ontladen warm (tijdens het rijden van het voertuig). Laad de rijaccu pas op als hij tot kamertemperatuur is afgekoeld. Hetzelfde geldt na het laden; gebruik de accu in het voertuig pas als hij na het laden voldoende is afgekoeld.
- Verbind eerst de ronde stekker van de stekkeroeding met de overeenkomstige ronde bus op het laadapparaat.
- Steek de stekkervoeding in een standard contactdoos van het openbare stroomnet (wandcontactdoos). De powerLED van het laadapparaat要去 nu branden.
- Verbind de 3-polige stekker van de rijaccu met de overeenkomstige bus op het laadapparaat. Let waar bij op de correcte orientering van stekker en bus, slechts een positie is correct.
- Het laadproces begint, en de oplaad-LEDicht op.
- Wanner de laad-LED uitdooft, is de rijaccu volledig opgeladen. Afhankelijk van de laadtoestand kan het opladen meerere uren duren.
- Neem de rijaccu uit het laadapparaat wanner de rijaccu volledig is opgeladen.
- Wonneer het voertuig Niet worden gebruikt (bv. tijdens de opslag in de winter) ontkoppelt u de rijaccu van de rijregelaar/voertuig. Bewaar de rijaccu waar op een geschikte, voor kinderen Niet toegankelijkpe plaats. Bescherm de accucontacten gegen een kortsluting, aangezien er hierbij brand- en explosiegevaar bestaat. Hetzelfde geldt bij mechanische schade van de accu's of bij te hoge temperaturen (vb. in de buurt van verwarming of bij direct zonlicht).
- Trek de stekkervoeding uit de contactdoos, wanner u het laadapparaat Nieteer nodig hebt.
9. Bedieningselementen van de zender

1 LED
2 Aan/uit-schakelaar
3 Toets "MODE" (bij dit voertuig zonder functie)
4 Batterijyak
5 Gas/rem-hendel
6 Stuurwiel voor de besturing
7 Drairegelaar "TH D/R" (Dual Rate-installelling voor rijfunctie)
8 Draairegelaar "ST TRIM" (trimming voor rechtuit lopen)
10. Ingebruikname
a) Batterijen/accu's in de zender plaatsen
Open het batterijvak op de zender en leg waar ofwel十几年e batterijen ofwel volledig opgeladen accu's in. Let hierbijk op de juiste polariteit (plus/+ en min/-), zie aanduiding in het batterijvak. Sluit het batterijvak wee.
b) Zender in bedrijf stellen
Schakel de zender in. De LED (1) knippert. Breng de draairegelaar "ST TRIM" (8) in de middelste stand (trimming voorrechtuit lopen), draai de draairegelaar "TH D/R" (7) tot aan de aanslag helemaal maar rechts in de richting van de wijzers van de klok.

De toets "MODE" (3) heeft bij dit voertuig geen functie (de zender worden ook voor andere voertuigen gebruikt).
c) Rijaccu in het voertuigplaatsen

Let op!
de rijaccu nog Niet met de rijregelaar verbinden. Neem eest de zender in gebruik, die hoofdstuk 10. a) en 10. b).
Belangrijk!
Dit voertuig is uitsluitend geschikt voor een Lilon-rijaccu met 2 cellen (nominale spanning 7,4V ).
Bij gebruik van rijaccu's met meer cellen bestaat brandgevaar door oververhitting van de rijregelaar, bovendien worden de aandrijving van het voertuig overbelast en daardoor beschadigd (vb. differentieel). Verlies van waarborg/garantie!
Trek de clip (A)uit en klap de accubeugel (B)naar boven.
Steek de accu in het accuvak van uw voertuig.
Maak de accu met de accubeugel (B) vast en steek de clip (A) terug.

d) Rijaccu aan de rijregelaar aansluten
Schakel eerst de rijregelaaruit (schakelaarstand "OFF", zie opschriften naast de schuifschakelaar).De aan-/uitschakelaar (zie pij in afbeelding rechts) bevindt zich aan de onderkant van het voertuig.

Om te vermijden dat de wielen plots beginnen te draaien en zodoende ook het voertuig begint te rijden, moet u het modelvoertuig op een geschikte ondergrund (of een startbox) zetten zoDat de wielen bij storingen vrij hunn den draaien.
Steek uw hand Niet in de aandrijving. Houd de wielen Niet vast.

Sluit nu pas de rijaccu aan op de rijregelaar. Let waar bij op de juiste polariteit (plus/+= rode kabel, min/- = Zwarte kabel). De T-stekker van rijaccu en rijregelaar is beveiligd gegen verpoling.
e) Rijregelaar inschakelen
Laat nu de gas-/remhendel (5) op de zender los zodat unde in de neutralstand staat.
Schakel de rijregelaar in door de schuifschakelaar aan de onderzijde van het voertuig (zie afbeelding in hoofdstuk 10. d) in de stand "ON" te zetten. De witte LED-lampen op het voertuig worden geactiveerd.
Wacht dan een pau seconden (gas-/remhendel op de zender in de neutrale stand latent, nicht bewegen) tot de rijregelaar zich zelftest afgesloten heeft.
Controleer nu de aandrijf- en stuurfuncties van het voertuig, beweeg bv. het stuurwiel (6) maar links en rechts of druk voorzichtig op de gas-/remhendel.

De LED (1) op de zender stopt met knipperen wanner de zender de ontvanger van het voertuig hebft gezonden). Zender en voertuig zich dan bedrijfsgereed.
f) Voertuig besturen

Bedien de gas-/remhendel op de zender voor de rijfunctie enkel heel voorzichtig en rijd in het begin net te snel tot u vertrouwd bent met de reacties van het voertuig op de bediening. Maak geen plotselinge of snelle bewegingen met de bedieningselementen van de zender.
Als het voertuig de neiging hebft om waar links of rechts te trekken, moet u de trimming voor de besturing overeenkomstig instellen via de draairegelaar "ST TRIM" (8) op de zender.
Als het voertuig slechts langzaam rijdt, draait u de draairegelaar "TH D/R" (7) tot aan de aanslag helemaal maar rechts gegen de richting van de wijzers van de klok.

Via de draairegelaar "TH D/R" worden de dual rate-instelling voor de rijfunctie uitgevoerd. U(Int, deze draairegelaar eenvoudig gesteld, de maximumsnelheid van het voertuig (bij volledige uitslag van de gas-/ remhendel op de zender) instellen.
Draaingaarrechtsmetdeklok sneller
Draaingaarlinkstegendeklok langzamer
Aangezien voor de lagere of hogere snugelheid telkens de volle hendelweg van de gas-/remhendel beschikbaar is, laat het voertuig zich bij lagere snugelheden fijngevoeliger besturen.
Hierdoor kan het voertuig bijvoorbeeld ook voor bewegingsoefingen bij langzaam rijden worden gebruikt.
Bij het wisselenussen vooruit- en achteruirijden, dient de gas/remhendel zich kort (ca. 1 - 2 seconden) in de neutralstand te bevinden. (neutrale stand = hendel loslaten, Niet bewegen). Als de gas-/remhendel direct zonder pauze van vooruit- maar achteruirijden worden getrokken, worden het voertuig afteremd (het voertuig rijdt nichtchteruit).

De afbeeldingen hieronder dienen enkel als illustratie van de functies. Deze moeten nicht met het design van de meegeleverde zender overeenkommen!
- Gas/remhendel loslaten, voertuig rolt uit (of beweegt zich nicht, EVT. trimming corrigeren), hendel bevindt zich in de neutrale stand

- Vooruit rijden, gas-/remhendel langzaam in de richting van de grep trekken

- Vooruit rijden en dan remmen (het voertuig vertraagt; loopt nicht langzaam uit), de gas-/remhendel zonder pauze van de greep wegschuiven


- Vooruit rijden, remmen en dan weiteruit rijden: gas-/remhendel zonder pauze van het handvat wegschuiven (remmen); wanner het voertuig stil staat, de gas-/remhendel koert (ondeveer 1 seconde) in de neutrale stand brengen, dan gas-/remhendel van het handvat wegschuiven (voertuig rijdt nufteruit)

Vooruit rijden


Remmen Wanner het voertuig stil staat, kort wachten (1 seconde)

Achteruit rijden
Als het voertuig de neiging hebft om maar links of rechts te trekken, moet u de trimming voor de besturing overeenkomstig instellen via de draairegelaar "ST TRIM" (8) op de zender.
Als de gas-/remhendel direct zonder pauze van vooruit- maarchyteruirijden worden getrokken, worden het voertuig afgeremd (het voertuig rijdt nichtchteruit).
Als van vooruit rijden maarchteruit rijden moet worden gewisseld,要去 de gas-/remhendel eerst van het handvat worden weggeschoven en dan in de neutrale stand worden gebracht (wanner het voertuigijdens deze fase vooruit rijdt, wordt daardoor ook het remmen uitgevoerd). Wanner de gas-/remhendel nu de tweede keer van het handvat worden weggeschoven, rijdt het voertuig最后一次.

Het voertuig rijdt dus pas achechteruit wanneer de gas-/remhendel voor de tweede koer van het handvat worden weggeschoven. Dit is nodig door de remfunctie; bovendien beschermt het de aandrijving gegen overbelasting omwille van een onmiddelijk wisselen van vooruit waar achechteruit rijden.
Wanner de accuspanning onder de 6,5 V zakt, schakelt de rijregelaar de motor uit om de accu gegen schadelijk diepontlading te beschermen.
Als de rijaccu leeg is, wacht u tenminste 5 - 10 minutes voor de volgende rit tot de motor en de rijregelaar voldoende zich aan afgekoeld. Start pas daarna een neue rit met een volle rijaccu.
Laad een lege rijaccu pas opnieuw op wanner hij is afgekoeld.

U要去 het rijden onmiddelijk stopzetten als uongewone reacties van het voertuig op de commando's van de afstandsbediening registreert of als het voertuig Niet更是 reageert. Dit kan door een zwakke rijaccu, zwakke batterijen of accu's in de afstandsbediening of een te grote afstand tussen het voertuig en de zender veroorzaakt worden.
Ook een samengerolde/beschadigde ontvangerantenne, storingen op het gebrukke zendkanaal (bv. draadloze overdrecht door andere apparaten, Bluetooth, WLAN) of slechte zend-/ontvangstomstandigheden können een reden zich voor ongewone reacties van het voertuig.
Aangezien de stroomvoorziening van de ontvanger via de rijregelaar/rijaccu gebeurt, leidt een zwakke of lege rijaccu tot ongewilde bewegingen van het voertuig (vb. trekken van de sturservo, enz.).
Bijvoorbeeld verkleint de spanning aan de rijaccu bij volgas kortstandig zover dat de ontvanger nicht meer de gewenste bedrijfsspanning ontvangt. Het voertuig versnelt hier wel, maar het sturservo reageert nicht jeist. Beeindig dan onmiddelijk de werkking van het voertuig en gebruik een neue, volledig opgeladen rijaccu.
g) Rijden stoppen
Om het rijden te stoppen, gaat u als volgt te werk:
- Laat de gas-/remhendel op de zender los zodat hij in de neutrale stand staat en liaison het voertuig uittbollen.
- Nadat het voertuig stil staat, schakelt u de rijregelaar via se schuifschakelaar op de onderkantuit, zie afbeelding in hoofdstuk 10. d).

Steen vingers nicht in de wielen of in de aandrijving en u mag in geen geval de hendel op de gas-/ remhendel voor de rijfunctie bewegen!
- Koppel de rijaccu los van de rijregelaar. Maak de stekkerverbinding volledig los.
- Pas nu mag de zender uitgeschakeld worden.

Let op!
rijregelaar en rijaccu wordenijdens het gebruik zeer warm! Raak deze onderdelenaarom nicht direct na het rijden aan; verbrandingsgevaar!
11. Schokdemper instellen

De fabrikant heeft voor de schokdempo van het voertuig reeds een optimale instelling gekozen, het is bijgevolg Niet nodig de schokdempo in te stellen.
Als de instelling voor de schokdemper要去 worden gewijzigd,要去 u de carrosserie verwijderen.
U gaat hiervoor als volgt te werk:
Schakel eerst de rijregelaar van het voertuig uit en ontkoppel de rijaccu volledig van de rijregelaar.
Draai het voertuig om, zodate onderkant maar boven wijst.
Draai de in de afbeiding rechts met een pijl gemarkeerde 4 schroevenuit.
Markeer voor deze en de volgende schroeven de overeenkomstige posities (voor zoverre de schroeven verschellen).

Draai het voertuig opnieuw om zodate het op de wielen staat.
Draai aan de voorzijde van het voertuig telkens de linker enrechtser schroefuit,zieafbeelderingrechts.

Draai aan de zijkant van het voertuig telkens de linker en rechter schroefuit,zie afbeelding rechts.

Tenslotte draait u de beiden schroeven aan de bovenkant van het voertuig UIT, zie afbeelding rechts.

De carrosserie kan slechts voorzichtig aan boven worden verwijderd.

Tussen chassis en carrosserie bevindt zich de verbindingskabel maar de LED's. Let op dat deze bij het verwijderen van de carrosserie Niet beschadigd raakt of helemaal worden afgetrokken!
Bij de Vooras kan de instelling voor de veervoorspanning worden uitgevoerd door aan een kartelmoer (A) te draaien.
Stel de schokdempers algijd gelijk in (aan de linker en rechts kant van de vooras), aangezien anders een rijverzoek opnieuw als mistrukt worden bestempeld.

Bij de zicheras kan de instelling voor de veervoorspanning worden uitgevoerd door aan een kartelmoer (B) te draaien. Met een beetje fijngevoeligheid要去aarom de carrosserie Niet worden verwijderd (zie afbeelding rechts).
Bovendien kan de schokdemper aan het bovenste uiteinde (C) of aan het onderste uiteinde (D) op verschillende punten worden gemonteerd. Door de verschillende geometrie volgt een veranderd veergedrag.
Stel de schokdempers algid gelijk in (aan de linker en rechts kant van de achteras), aangezien anders een rijverzoek opnieuw als mislukt worden bestempeld.


Na het instellen van de schokdempers monteert u de carrosserie in de omgekeerde volgorde terug.
12. Reiniging en onderhoud
a) Algemeen
Voor het reinigen of het onderhoud moet de rijregelaar worden uitgeschakeld en moet de rijaccu volledig van de rijregelaar worden losgekoppeld. Schakel verwolgens de zenderuit. Indien u met het voertuig hebt gereden, maar u alle onderdelen (bijv. motor, rijregelaar enz.) eerst volledig afkoelen.
Verwijder na het rijden stof en vuil van het gehele voertuig. Gebruik bijv. een langharige schone kwast en een stofzui-ger. Sprays met perslucht hun ook zeer nuttig zich.
U mag geen reinigingssprays of gewone schoonmaakmiddelen gebruiken. Hierdoor kan de elektronica beschadigd raken en bovendien leiden dergelijkke middelen tot verkleuringen aan de kunststof onderden of de carrosserie.
Reinig het voertuig nooit met een tuinslang of een hagedrukreiniger.
Voor het schoonvegen van de carrosserie kunt u een zachte enlicht vochtige doek gebruiken. Wrijf Niet te hard. Anders ontstaan krassen of worden de lak beschadigd.
b) Voor, resp. na elke rit
Door de trillingen van de motor en schokken tijdens het rijden, können er onderdelen en schroefverbindingen losraken.
Controleer waarom voor, resp. na elke rit de volgende posities:
Vaste zit van de welmoeren en alle schroefverbindingen van het voertuig
- Bevestiging van carrosserie, rijregelaar/ontvanger, aan/uit-schakelaar
- Bevestiging van de banden op de velgen, resp. toestand van de banden
- Bevestiging van alle kabels (deze mogen Niet in bewegende delen van het voertuig raken)

Kijk bovendien het voertuig vór, resp. na elk gebruik na op beschadigingen. Indien u beschadigingen vaststelt, mag u het voertuig Niet gebruiken of in gebruik nemen.
Als versleten voertuigonderdelen (vb. banden) of defecte voertuigonderdelen (vb. een gebroken draagarm)要去en worden verrangen, dan mag u enkel originele verrangonderdelen gebruiken.
c) Wiel verrangen
Na het losmaken van de wielmoor (A) trekt u het wiel van de wielas (C) af.
Mogelijkkerwijze befind de welmeenemermoer (B) bij het verwijderen van het wiein de velg steken of lost ze zich van de wielas (C). Let er dan op dat de meenemerstift (D) Niet uittvalt of verloren gaat.
Wanner later het viel opnieuw worden gemonteerd, moeter absolut worden gecontroleerd dat de meenemerstift (D) precies in het midden van de wielas (C) steekt in de overeenkomstige bout in de wilmeenemeroer (B) steekt.
Bij een ontbrekende meenemerstift (D) kan er geen draai-moment van de motor op het wiel worden overgedragen; het wiel draait vrij door.
Aansluitend wordt het neue wilg geplaatst zodat de inbus binnen aan de velg precies op de welmeenemeroer (B) steekt.
Schroef het wel met de wilmoer (A) vast.
Let hierbij op de correcte opstelling van de welmoer (A) bij het vastschroeven. De welmoer is een zgn. stopmoer, langs een zijde van de stopmoer bevindt zich in kunststof inzetstuk. Deze要去 bij het vastschroevenaar buiten wijzen.


Gebruik bij het vastschroeven geen geweld aangezien anders het viel maar moeilijk draait, waardoor de aanrijving kan worden beschadigd.
13. Afvoer
a) Product

Elektronische apparaten können gerecycled worden en horen nicht thuis in het huisvuil. Het product dient na afloop van de levensduur volgens de geldende wettelijke voorschriften te worden afgevoerd.
derevt.geplaatste batterijen/accu's engooi deze afzonderlijk van het product weg.
b) Batterijen/accu's
U bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen/accu's in te leveren; verwijdering via het huisvuil is Niet toegestaan.

Batterijen/accu's die schadelijke stoffen bevatten worden gekenmerkt door het hiernaast vermelde symbool, dat erop wijst dat deze Niet via het huisvuil mogen worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zich: Cd=cadmium, Hg=kwik, Pb=lood (de aanduiding staat op de batterijen/ accu's, bv. onder het vuilnisbak-symbool dat links afgebeeld is).
Lege batterijen en Niet meer oplaadbare accu's kut u Gratis inleveren bij de verzamelplaatsen van uw gemeente, once filialen of andere verkooppunten van batterijen en accu's.
Zo voldoet u aan de wettelijk verplichtingen voor afvalscheiding en draagt u bij aan de bescherming van het milieu.
14. Verklaring van conformiteit (DOC)
Hiermee verkaart Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hirschau, dat dit product met richtig 2014/53/EU overeenstemt.
De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het volgende internatadres:
Kies een taal door een vLAGsymbool te selecteren en voer het bestelnummer van het product in hetzoekveld in; cervolgens kunt u de EU-conformiteitsverklaring in pdf-formaat downloaden.
15. Verhelpen van storingen
Het modelvoertuig verwolgens de新模式 technische inzichten vervaardigd. Er konnen desondanks problemen of storingen optreden. Omwille van deze reden wiln wij u graag wijzen op enkele manieren om eventuele storingen op te losesten. Neem bovendien de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de afstandsbediening in acht.
Het model reageert nicht of Niet correct
- Is de rijaccu van het voertuig ofংn de batterijen/accu's in de zender leeg? Vervang de rijaccu of batterijen/accu's door nieuwe.
- Hebt u eerst de zender en aansluitend de rijregelaar ingeschakeld? Bij omgekeerde volgorde functioneert de rijregelaar om veiligheidsredenen Niet.
Is de rijaccu correct op de rijregelaar aangesloten? Controller of de stekkverbindingen evt. verruild of geoxideerd is.
Is de rijaccu volledig opgeladen? - Als het voertuigijdens het rijden blijft staan, werk evt. de onderspanningsherkenning geactiveerd aangezien de spanning van de aangesloten accu te laag is (de rijregelaar schakelt de motor uit wanner de accuspanning onder de 6,5 V zakt). Sluit een nieuwe, volledig opgeladen accu aan het voertuig aan (laat vooraf een pauze van minstens 5 - 10 minutes zodate de rijregelaar en de motor konnen afkoelen).
Is het voertuig te ver weg? Bij een volle rijaccu en volle batterijen/accu's in de zender要去en reikwijdtve van 50 m en meer mogelijk zijn. Dit kan darüber worden verminderd door omgevingsinvloeden, vb. storingen op de zendfrequentie of de nabijheid tot andere zenders (niet enkel afstandsbedieningszenders, maar ook WLAN-/Bluetooth- apparatusen die eveneens een zendfrequentie van 2,4 GHz gebruiken) tot metalen onderdelen, gebouwen, etc.
Bij ontbrekend zendersignaal schakelt de rijregelaar de motor uit veiligheidsoverwegingen uit.
Voertuig wordt langzamer of de sturservo toont enkel nog geringe of helemaal geen reactie; de reikwijdte tussen de zender en het voertuig is enkel zeer kort
- De rijaccu is zwak of leeg.
- De stroomvoorziening van de ontvanger en daarmee ook de stuurservo geleurt via de BEC van de rijregelaar. Omwille waarvan voert een zwakke of lege rijaccu ertoe, dat de ontvanger Niet meer goed werkct.
- Vervang de rijaccu voor een volledig opgeladen rijaccu (vooraf en pauze van 5 - 10 minutes nemen, opdat de motor en de rijregelaar voldoende konnen afkoelen).
- Controller de batterijen/accu's in de zender.
Hetrechtuirijden klopt nicht
- Stel het rechtuirijden op de zender af met de draairegelaar "ST TRIM" in.
- Heeft het voertuig een onceval gehad? Dan controleert u het voertuig op defeche of gebroken onderdelen en verwangt u deze.
De rijfunctie is tegengesteld tot de beweging van de gas-/remhendel op de zender
- Als de motor van de rijregelaar werden ontkoppeld (bv. voor onderhoudsdoeleinden) en later opnieuw gekoppeld, werden de motorkabels misschien verwisseld. Verwissel beiden motorkabels met elkaar.
Het voertuig rijdt nu heel langzaam
- Draai de draairegelaar "TH D/R" op de zender maar rechts in de richting van de wijzers van de klok.
Via de draairegelaar "TH D/R" worden de dual rate-instelling voor de rijfunctie uitgevoerd. U kunt via deze draairegelaar eenvoudig gesteld, de maximumsnelheid van het voertuig instellen.
Draaingaarrechtsmetdeklok sneller
Draaingaarlinkstegendeklok=langzamer
De besturing functioneert nicht of Niet juist, stuuruitslag op voertuig te gering
- Controller de stuurmechaniek op losse onderdelen of schade.
- Controller of bv. loof of steentjes de stuurmechaniek in hun werking hinderen.
De rijduur is zeer kort
- Laad de rijaccu op of gebruik een andere, volledig opgeladen rijaccu.
De rijaccu worden warm tijdens het opladen en rijden van het voertuig
- Dit is normal.
Aandrijving. .Elektrische motor type 540
Allewielaandrijving
Kogelgelagerde aandrijving
Differentieel in voor- en achteras
Onderstel. Onafhankelijke wielophanging vooraan, staras achteraan
Schokdempers met spiraalveren, instelbaar
Afmetingen (L x B x H) 389 x 227 x 165 mm
Wielafmetingen (B× ) . 32× 92mm
Wielstand. 250 mm
Vrije bodemhoogte 35 mm
Gewicht. ca. 1,4 kg (zonder rijaccu)
b)Zender
Frequentiebereik. 2,413..2,463 GHz
Bedrijffspanning. 10 V/DC
Geschikte accu's. Li-Ion, LiPo, met 2 cellen, XH-aansluiting
Laadstroom. .500 mA
Uitschakelspanning 8,4 V/DC (4,2 V/DC per cel)
e) Stekkervoeding
Bedrijffspanning. 100 - 240 V/AC, 50/60 Hz
Uitgang 10 V/DC, 0,6 A
Dies ist eine Publikation der Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle Rechte einschließlich Übersetzung vorbehalten. Reproduktionen jeder Art, z. B. Fotokopie, Mikroverfilmung, oder die Erfassung in elektronischen Datenverarbeitungsanlagen, bedürfen der schriftlichen Genehmigung des Herausgebers. Nachdruck, auch auszugswise, verboten. Die Publikation entspricht dem technischen Stand bei Drucklegung.
Copyright 2017 by Conrad Electronic SE.
This is a publication by Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
All rights including translation reserved. Reproduction by any method, e.g. photocopy, microfilming, or the capture in electronic data processing systems require the prior written approval by the editor. Reprinting, also in part, is prohibited. This publication represent the technical status at the time of printing.
Copyright 2017 by Conrad Electronic SE.
Ceci est une publication de Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Tous droits réservés, y compris de traduction. Toutre reproduction,quelle qu'elle soit (p. ex. photocopie, microfilm, saisie dans des installations de traitement de données) nécessite une autorisation écrite de l'éditeur. Il est interdit de le réimprimer, même par extraits. Cette publication correspond au niveau technique du moment de la mise sous presse.
Copyright 2017 by Conrad Electronic SE.
Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegren, voorbehonden. Reproductions van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijktoestemming van de uitgeber. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
Copyright 2017 by Conrad Electronic SE.