LSP-1362 - Laboratoriumvoeding VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LSP-1362 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LSP-1362 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laboratoriumvoeding in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LSP-1362 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LSP-1362 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING LSP-1362 VOLTCRAFT
NL Gebruiksaanwijzing
LSP-1362 Laboratoriumnetvoeding
Bestelnr. 2247646 Pagina 77 - 101
CE
Seite
- Inleiding....79
- Verklaring van de symbolen ....79
- Doelmatig gebruik ....80
- Omvang van de levering 81
- Eigenschappen en functies ....81
- Veiligheidsinstructies....82
a) Algemeen....82
b) Aangesloten apparaten....82
c) Plaatsing....83
d) Gebruik....83
e) Elektrische veiligheid....84
- Bedieningselementen....85
a) Bedieningspaneel....85
b) Display....86
c) Achterkant....87
- Ingebruikname....88
a) Aansluiten op het stroomnet....88
b) Apparaat plaatsen....88
- Normaal gebruik....89
a) Schakel het apparaat in....89
b) Limiet instellen voor spanning/stroom....89
c) De verbruikers aansluiten....90
d) Instelwaarde voor spanning/stroom instellen....91
e) Stroom-/vermogensweergave selecteren....91
f) Uitgang in-/uitschakelen....92
g) Voorinstellingen opslaan en oproepen 92
h) Activeren/deactiveren van de toetsenblokkering....93
i) Sense-functie gebruiken....93
j) Apparaat naar fabrieksinstellingen terugzetten....95
- Master/slave-gebruik....95
a) Apparaten voorbereiden....95
b) Apparaten aansluiten 96
c) De verbruikers aansluiten....97
- Fouten opsporen en storingen verhelpen....98
- Onderhoud en reiniging....100
- Verwijdering....100
- Technische gegevens....101
1. Inleiding
Geachte klant,
Wij danken u voor de aankoop van dit product.
Het product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen.
Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op te volgen.

Deze gebruiksaanwijzing behoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over ingebruikname en gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product doorgeeft aan derden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing daarom voor later gebruik!
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.
Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. Verklaring van de symbolen

Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken.

Het symbool met een uitroepteken in een driehoek duidt op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden.

U ziet het pijl-symbol waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven.

Het product mag alleen binnenshuis in droge, gesloten ruimtes worden gebruikt. Het product mag niet vochtig of nat worden. Er bestaat levensgevaar door een elektrische schok!

Dit symbool herinnert u eraan om de bij het product behorende gebruiksaanwijzing te lezen.
De laboratoriumnetvoeding dient als potentiaalvrije DC-spanningsbron voor het gebruik van laagspanningsverbruikers met constante spanning of constante stroom. Er kunnen maximaal drie spannings-/stroomuitgangsbereiken als voorinstelling worden opgeslagen. Het maximale uitgangsvermogen bedraagt 80 watt. De DC-uitgang kan alternatief aan de voorzijde via 4 mm veiligheidsbussen of op de rugzijde via klemmen gebeuren. Via een sense-leiding kunnen spanningsverliezen op de DC-leiding gecompenseerd en de uitgangswaarde stabiel gehouden worden.

Gebruik altijd voldoende gedimensioneerde aansluitkabels. Een te kleine diameter kan leiden tot oververhitting en brand.
Om hogere uitgangsstromen te bereiken, kunnen meerdere LSP-1362 laboratoriumnetvoedingen via master/slave-besturing parallel worden geschakeld. Alle laboratoriumnetvoedingen worden in dit geval via het master-apparaat aangestuurd.
Een instelbare spannings- en stroombegrenzing beschermt de aangesloten verbruikers tegen overspanning/overstroom. Bij het bereiken van de spanning/stroom wordt de uitgang uitgeschakeld. De spanning en de stroomsterkte worden op een dubbel display weergegeven en zijn elk traploos regelbaar.
De laboratoriumnetvoeding is beveiligd tegen overbelasting en kortsluiting, en voorzien van een temperatuuruitschakeling voor de veiligheid. De laboratoriumnetvoeding behoort tot veiligheidsklasse 1. Het is uitsluitend goedgekeurd voor aansluiting op stopcontacten met randaarde en een gebruikelijke wisselspanning van 100-240 V/AC.
Gebruik onder ongunstige omgevingsomstandigheden is niet toegestaan. Ongunstige omgevingsomstandigheden zijn:
- Nattigheid of een te hoge luchtvochtigheid
- Stof of brandbare gassen, stoom of oplosmiddelen.
- Onweer dan wel onweersomstandigheden zoals sterke elektrostatische velden etc.
In verband met veiligheid en normering zijn geen aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product toegestaan. Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan de hiervoor beschreven doeleinden, kan het product beschadigd raken. Bovendien kan oneigenlijk gebruik gevaren zoals kortsluiting, brand, elektrische schok etc. veroorzaken. Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze goed. Geef het product alleen samen met de gebruiksaanwijzing door aan derden.
Alle vermelde bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de respectieve eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
4. Omvang van de levering
• Laboratoriumnetvoeding
- Netsnoer voor geaarde stopcontacten
- Aansluitkabels met hoek en krokodillenklemmen
• Master/slave-verbindingskabel
- Afsluitstekker voor master/slave-verbinding
- Gebruiksaanwijzing
Actuele gebruiksaanwijzingen
Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-code. Volg de instructies op de website.

5. Eigenschappen en functies
- Traploze instelling van uitgangsspanning (0,5-36 V) resp. uitgangsstroom (0-5 A)
- Draaibediening met eenhandige bediening
- Toetsenblokkering om onbedoelde aanpassingen te voorkomen
- Spannings- en stroomweergave op 4-cijferig display met 10 mV/1 mA resolutie
- Instelbare spannings- en stroombegrenzing om aangesloten verbruikers te beschermen
- Er kunnen 3 voorinstellingen voor spanning en stroom worden opgeslagen
- Mogelijkheid tot parallelschakeling van meerdere LSP-1362 laboratoriumnetvoedingen via master/slave-besturing
- Beveiliging tegen oververhitting, overspanning, overstroom en kortsluiting
- Sense-aansluiting voor nauwkeurige bepaling van de spanning bij de verbruiker
- Fout- en waarschuwingsmeldingen op het display

Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Als u de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet opvolgt, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor het daardoor ontstane persoonlijke letsel of schade aan voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/garantie.
a) Algemeen
- Het product is geen speelgoed. Houd het uit de buurt van kinderen en huisdieren.
- Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen.
- Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, zware schokken, hoge luchtvochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
- Stel het product niet bloot aan welke mechanische belasting dan ook.
- Behandel het product met zorg. Schokken, stoten of zelfs vallen vanaf een geringe hoogte kunnen het product beschadigen.
- Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het product.
- Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product:
- zichtbaar is beschadigd,
- niet meer naar behoren werkt,
- gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden werd opgeslagen of
- onderhevig is geweest aan ernstige vervoergerelateerde belastingen.
- Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een specialist of in een erkend servicecentrum.
- Als u nog vragen hebt die niet door deze gebruiksaanwijzing zijn beantwoord, neem dan contact op met onze technische dienst of andere specialisten.
b) Aangesloten apparaten
- Neem ook de veiligheidsinstructies en gebruiksaanwijzingen van alle andere apparaten in acht die met het product zijn verbonden.
c) Plaatsing
- Het product mag alleen in droge, gesloten ruimtes binnenshuis gebruikt worden. Het product mag niet vochtig of nat worden. Er bestaat gevaar voor een levensgevaarlijke elektrische schok!
- Plaats het product op een stabiele, vlakke, schone en voldoende grote locatie.
- Zorg ervoor dat de kabels niet worden platgedrukt of door scherpe randen worden beschadigd. Leg de aansluitkabel zodanig, dat niemand erover kan struikelen.
- Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en gemakkelijk toegankelijk zijn.
- Zet geen voorwerpen gevuld met vloeistoffen op of naast de oplader. Als deze vloeistoffen in het apparaat binnendringen gaat het stuk en is er een gevaar op een brand of elektrische schok.
- Het product wordt warm tijdens het gebruik. Zorg voor voldoende ventilatie. Ventilatiesleuven mogen niet worden afgedekt!
- Er mogen zich geen apparaten met sterke elektrische of magnetische velden in de nabijheid van het product bevinden, zoals transformatoren, motoren, draadloze telefoons, radioapparatuur, etc. omdat ze het product kunnen beïnvloeden.
d) Gebruik
- Gebruik het product nooit direct nadat het van een koude ruimte naar een warme ruimte is overgebracht. De condens die daarbij ontstaat kan onder bepaalde omstandigheden de werking van het apparaat storen of tot beschadiging leiden! Hierbij bestaat het risico op een levensgevaarlijke elektrische schok! Laat de oplader eerst op kamertemperatuur komen, vóórdat u het in gebruik neemt. Dit kan een aantal uur duren.
- Draag tijdens het werken met netvoedingen of opladers geen metalen en geleidende sieraden zoals kettingen, armbanden, ringen, etc. Sluit netvoedingen of opladers onder geen beding aan op mensen of dieren.
- Als er vloeistof op of in het product terecht komt:
- Maak het stopcontact waarop het product is aangesloten spanningsloos. Schakel hiervoor de bijbehorende zekeringautomaat uit of haal de zekering eruit. Schakel bovendien de bijhorende FI-aardlekschakelaar uit, zodat het stopcontact op alle polen van de netspanning is ontkoppeld.
- Trek daarna de netstekker uit de contactdoos.
- Gebruik het product dan niet meer, maar breng hem weg ter reparatie of voer hem milieuvriendelijk af.

e) Elektrische veiligheid
- Controleer voor het aansluiten op het stroomnet of de aansluitwaarden op het typeplaatje van het product overeenstemmen met die van uw stroomnet.
-
Als de stroomaansluitkabel beschadigd is:
-
Maak het stopcontact waarop het product is aangesloten spanningsloos. Schakel hiervoor de bijbehorende zekeringautomaat uit of haal de zekering eruit. Schakel bovendien de bijhorende FI-aardlekschakelaar uit, zodat het stopcontact op alle polen van de netspanning is ontkoppeld.
- Trek daarna de netstekker uit de contactdoos.
- Vervang de beschadigde stroomaansluitkabel voordat u het product weer in gebruik neemt.
- Trek voor de veiligheid in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact:
- voordat u het product reinigt,
- tijdens onweer,
- als het product langere tijd niet gebruikt wordt.
- Stekkers mogen nooit met natte handen in het stopcontact gestoken of eruit getrokken worden.
- Trek de stekker niet aan de kabel uit het stopcontact.
- In scholen, trainingscentra, hobby- of doe-het-zelf workshops, moet de bediening van elektrische apparaten altijd onder supervisie staan van getraind personeel.
- Wanneer u het gebruikt op een commercieel terrein, moeten de voorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrisch apparatuur in acht worden genomen.
7. Bedieningselementen
a) Bedieningspaneel

text_image
1 8.8.8.8. C.V. V W A SLAVE SHIFT LOCK 2 ○ Pre. A ○ ○ Pre. B ○ ○ Pre. C ○ A / W ○ / ℃ SHIFT MENU 7 VOLT. UVL PUSH FINE / COARSE CURR. UCL PUSH FINE / COARSE 9 POWER + OUTPUT 80W MAX 101 Display 2 Toets uitgang AAN/UIT
3 Voorinsteltoetsen A-C 4 Toetsvergrendeling / stroom-/vermogensweergave
5 Menutoets / shift 6 AAN/UIT-tuimelschakelaar
7 Spanningsdraairegelaar 8 Stroomdraairegelaar
9 Aansluiting pluspool 10 Aansluiting minpool
b) Display

text_image
11 12 8.8.8.8. V W C.C. A SLAVE SHIFT LOCK 13 14 15 16 1711 Spanningsindicatie 12 Stroom-/vermogensindicatie
13 Led-slave 14 Led-shift
15 Led-lock 16 Led constante spanning
17 Led constante stroom
c) Achterkant

18 Aansluitingen voor sense-kabel 19 Alternatieve spanningsuitgang
20 Master-aansluiting 21 Slave-aansluiting
22 Netstekker-aansluiting 23 Aansluiting voor fabrieksconfiguratie
8. Ingebruikname

De laboratoriumnetvoeding is geen lader. Laad uw batterijen altijd met geschikte laders met een passende laaduitschakeling op. Bij langdurig gebruik met nominale belasting wordt het oppervlak van de behuizing warm. Let op! Mogelijk gevaar op brandwonden! Zorg dus voor voldoende ventilatie van de netvoeding en gebruik het nooit geheel of gedeeltelijk afgedekt om eventuele schade te voorkomen.
Let er bij het aansluiten van een te gebruiken apparaat op dat het niet ingeschakeld is op het moment van aansluiting. Een ingeschakeld te gebruiken apparaat kan tijdens het aansluiten op de stekkerbus van de netvoeding vonken veroorzaken, die op hun beurt de bussen en/of de aangesloten bekabeling en/of hun aansluitingen kunnen beschadigen.
Als u de netvoeding niet nodig heeft, schakel hem dan uit en koppel hem los van het stroomnet. De displays blijven na het uitschakelen nog enkele seconden branden om de interne condensatoren te ontladen en de laatst ingestelde parameters op te slaan. Het is essentieel te zorgen voor voldoende kabeldoorsnede van de DC-aansluitkabels omdat een overbelasting een brand in de leiding tot gevolg kan hebben.
a) Aansluiten op het stroomnet
Ga als volgt te werk om de laboratoriumnetvoeding aan te sluiten op het stroomnet:
- Sluit de meegeleverde stroomkabel aan op de netspanningsaansluiting (22). Zorg dat het stevig vast zit.
- Verbind het andere uiteinde van de stroomkabel op een geschikt geaard stopcontact.
b) Apparaat plaatsen
Plaats de laboratoriumnetvoeding op een stabiele, vlakke en degelijke ondergrond. Zorg ervoor dat de ventilatie-openingen in de behuizing onbedekt zijn.
9. Normaal gebruik
a) Schakel het apparaat in
Ga als volgt te werk om de laboratoriumnetvoeding in te schakelen:
- Zorg ervoor dat de laboratoriumnetvoeding is aangesloten op de stroombron en dat deze stabiel op een geschikt oppervlak staat.
- Verwijder eventueel aangesloten apparatuur uit de uitgang (9,10).
- Schakel de laboratoriumnetvoeding met de AAN/UIT-tuimelschakelaar (6) aan.

Na het inschakelen wordt op het display eerst de huidige firmware-versie weergegeven (bijv. "rUe 1.1"). Vervolgens wordt in de spanningsweergave (11) resp. stroom-/vermogensweergave (12) kort de op dat moment ingestelde gewenste waarde voor de spanning en de stroom en tenslotte de op dat moment gemeten waarden voor spanning en stroom weergegeven.
b) Limiet instellen voor spanning/stroom

Stel voor iedere spanningsinstelling eerst de spannings-/stroombegrenzing in. De begrenzing is bedoeld om aangesloten verbruikers te beschermen. Een te hoge stroom kan bijvoorbeeld uw aansluitkabels beschadigen.
Spanningsbegrenzing
Ga als volgt te werk om de waarde voor de spanningsbegrenzing in te stellen:
- Koppel eventueel aangesloten apparatuur los van de uitgang.
- Druk op de menutoets (5). De led-shift (14) begint te branden.
- Druk op de spanningsdraairegelaar (7). Op het display verschijnt de weergave: 3600 500L.
- Draai aan de spanningsdraairegelaar (7)om de waarde voor de spanningslimiet aan te passen.
- Druk op de menutoets (5) om een ingestelde waarde op te slaan.

Als u voor de spanningsbegrenzing een waarde probeert in te stellen die onder de ingestelde waarde voor de uitgangsspanning ligt, verschijnt de foutmelding UUL Erro op het display. Pas de beide waarden zo aan dat de streefwaarde onder de grenswaarde ligt. De foutmelding verdwijnt vervolgens.
Stroombegrenzing
Ga als volgt te werk om de waarde voor de stroombegrenzing in te stellen:
- Koppel eventueel aangesloten apparatuur los van de uitgang.
- Druk op de menutoets (5). De led-shift (14) begint te branden.
- Druk op de stroomdraairegelaar (8). Op het display verschijnt de weergave: SUCL 5.100.
- Draai aan de stroomdraairegelaar (8)om de waarde voor de stroomlimiet aan te passen.
- Druk op de menutoets (5) om een ingestelde waarde op te slaan.

Als u voor de stroombegrenzing een waarde probeert in te stellen die onder de ingestelde waarde voor de uitgangsstroom ligt, verschijnt de foutmelding Erro UCL op het display. Pas de beide waarden zo aan dat de streefwaarde onder de grenswaarde ligt. De foutmelding verdwijnt vervolgens.
c) De verbruikers aansluiten

Let er bij het aansluiten van een te gebruiken apparaat op dat het uit staat wanneer het op de netvoedingsadapter aangesloten wordt. De maximale stroomopname van de aan te sluiten verbruiker mag de aanduidingen uit de technische gegevens niet overschrijden.
Bij de serieschakeling van de uitgangen van meerdere netvoedingen kunnen contactgevaarlijke spanningen (> 75 VDC) worden gegenereerd, die levensgevaarlijk kunnen zijn bij aanraking. Vanaf deze spanning mogen uitsluitend geïsoleerde accessoires (aansluitbekabeling, meetkabels, etc.) gebruikt worden. Gebruik van ongeïsoleerde bekabeling en contacten moet vermeden worden. Alle ongeïsoleerde plekken moeten afgedekt worden met geschikte, vlambestendige isolatiematerialen of andere beschermende maatregelen tegen direct contact en kortsluiting.
Zorg voor voldoende kabeldoorsnede voor de beogde stroomsterkte.
Ga bij het aansluiten van een verbruiker als volgt te werk:
- Verwijder eventueel aangesloten apparatuur van de uitgang.
- Sluit de pluspool (+) van het aan te sluiten apparaat aan op de rode "+" -stekkerbus, en de minpool (-) op de zwarte "-" -stekkerbus van de uitgang. Gebruik hiervoor de meegeleverde aansluitkabels of andere geschikte en voldoende gedimensioneerde aansluitkabels.
d) Instelwaarde voor spanning/stroom instellen
Gebruik de spanning- resp. stroomdraairegelaar (7,8) om de instelwaarde voor spanning of stroom in te stellen:
- Draai de draaischakelaar met de klok mee om de ingestelde waarde te verhogen.
- Draai de draairegelaar tegen de klok in om de ingestelde waarde te verlagen.
- Druk op de draairegelaar om te wisselen tussen grove- en fijne instelling.

In de normale modus werkt het apparaat in de constante spanningsmodus. D.w.z. dat de netvoeding continu een voorgeprogrammeerde uitgangsspanning levert. Deze modus wordt weergegeven met de status-led "C.V." (16). Wanneer de vooraf ingestelde stroomsterkte is bereikt, schakelt het apparaat over naar constante stroommodus en past het de spanningswaarde aan zodat de ingestelde stroomsterkte niet wordt overschreden. Deze modus wordt weergegeven met de status-led "C.C." (17).
e) Stroom-/vermogensweergave selecteren
Naast de spanning kan op het display de actueel gemeten stroom of het vermogen worden weergegeven. Ga als volgt te werk om tussen stroom- en vermogensweergave te wisselen:
- Druk op de menutoets (5). De led-shift (14) begint te branden.
- Druk op de toets voor de stroom-/vermogensweergave (4) om tussen stroom- en vermogensweergave om te schakelen:
- Als de letter "W" naast de stroom-/vermogensweergave (12) begint te branden, wordt het gemeten vermogen weergegeven.
- Als de letter "A" naast de stroom-/vermogensweergave (12) begint te branden, wordt de gemeten stroom weergegeven.
f) Uitgang in-/uitschakelen
Het apparaat beschikt over een functie om de uitgang handmatig in-/uit te schakelen.
Om de uitgang aan- of uit te schakelen, drukt u op de toets "Uitgang AAN/UIT" (2).
- Als de led naast de toets "Uitgang AAN/UIT" (2) brandt, is de uitgang ingeschakeld.
- Als de led naast de toets "Uitgang AAN/UIT" (2) uit gaat, is de uitgang uitgeschakeld.
Standaardinstelling aanpassen
Standaard is de uitgang bij het starten van het apparaat uitgeschakeld. U kunt het apparaat alternatief zo instellen, dat bij het inschakelen de laatst ingestelde status van de uitgang wordt overgenomen. Ga daarbij als volgt te werk:
- Houd de menutoets (5) lang ingedrukt om naar de menumodus te gaan.
- Draai de spanningsdraairegelaar (7) tot op het display de weergave verschijnt.
- Druk op de spanningsdraairegelaar (7) om de instelling aan te passen. Op het display verschijnt de weergave . PU OFF
- Draai de stroomdraairegelaar (8) tot op het display de weergave ☐ PU LAST verschijnt. Bij deze instelling wordt bij het inschakelen van het apparaat de laatst ingestelde status van de uitgang overgenomen.
- Druk op de spanningsdraairegelaar (7) om de uitgevoerde instelling te bevestigen.
- Druk op de menutoets (5) om de menumodus te beëindigen.
g) Voorinstellingen opslaan en oproepen
Het apparaat beschikt over drie toetsen, waarmee de voorinstellingen voor stroom en spanning kunnen worden opgeslagen en opgeroepen.
Voorinstellingen opslaan
Ga als volgt te werk om voorinstellingen op te slaan:
- Koppel eventueel aangesloten apparatuur los van de uitgang.
- Druk op een van de toetsen voor de voorinstelling (3).
- Stel de spanning of de stroom in met de draairegelaars (7,8).
- De ingestelde waarden worden automatisch als voorinstelling voor de gekozen toets opgeslagen.
Voorinstellingen oproepen

Controleer altijd de ingestelde waarden voordat u een verbruiker aansluit, zodat deze niet beschadigd raakt.
Om een opgeslagen voorinstelling op te roepen, drukt u gewoon op de betr voorinstellingstoets (3). De led naast de ingedrukte toets begint te branden en de vooraf ingestelde waarden worden overgenomen.
h) Activeren/deactiveren van de toetsenblokkering
Met de toetsvergrendeling kunt u de toetsen en draairegelaars van het bedieningspaneel vergrendelen om onbedoelde invoer te voorkomen. Ga als volgt te werk om de toetsvergrendeling te activeren of te deactiveren:
- Druk op de toets voor de toetsvergrendeling (4) om de toetsvergrendeling te activeren. De led "LOCK" (15) begint te branden.
- Druk opnieuw op de toets voor de toetsvergrendeling (4) om de toetsvergrendeling te deactiveren. Dee led "LOCK" (15) gaat uit.
i) Sense-functie gebruiken
De sense-functie is een automatische spanningsregeling voor de aansluitbussen (9,10). Daartoe worden er parallel aan de aansluitkabels twee aparte meetsnoeren aangesloten. Op die twee meetkabels wordt de voltagedaling, die optreedt op de aansluitbekabeling, gemeten. Deze voltagedaling zorgt voor automatische compensatie van de laboratoriumnetvoeding, zodat het aangesloten apparaat voorzien is van het daadwerkelijk ingestelde voltage.
- Schakel de laboratoriumnetvoeding en eventueel aangesloten verbruikers uit.
- Verbind altijd eerst de voedingskabels op de uitgang van de laboratoriumnetvoeding (9,10) met de verbruiker. Let hierbij op de juiste polariteit.
- Druk op de aansluitbussen "RS+" en "RS-" (18) aan de achterkant de klemontgrendeling met een kleine schroevendraaier naar binnen en plaats de kabels in de klemopeningen. Zorg dat ze stevig vastzitten.
- Sluit nu de twee sense-kabels met de juiste polariteit aan op het te gebruiken apparaat. De leidingdoorsnede voor sense-kabels moet ten minste 0,34 mm² bedragen.
- Verwijder aansluitingen altijd in omgekeerde volgorde (eerst de sense-kabels, dan pas de aansluitbekabeling).

text_image
RS+ O/P+ O/P- RS- + - A / W 0 / 0 SHIFT MENU POWER OUTPUT 80W MAX
Let erop dat de sense-kabels zo dicht mogelijk contact maken bij het aansluitpunt van het externe apparaat. Let echt op de juiste polariteit.
Sluit de sense-kabels nooit kort.
j) Apparaat naar fabrieksinstellingen terugzetten
Ga als volgt te werk om het apparaat terug te zetten naar de fabrieksinstellingen:
- Houd de menutoets ingedrukt om naar de menumodus te gaan.
- Draai de spanningsdraairegelaar (7), tot op het display de weergave FACS SEE verschijnt.
- Druk op de spanningsdraairegelaar (7) om het menu voor de fabrieksinstellingen te openen. Op het display verschijnt de mededeling FACS No
- Draai de stroomdraairegelaar (8) totdat de weergave op het display verandert in FACS YES
- Druk op de stroomdraairegelaar (8) om het apparaat terug te zetten naar de fabrieksinstellingen.
10. Master/slave-gebruik
Om hogere uitgangsstromen te bereiken, kunnen maximaal 30 LSP-1362 laboratoriumnetvoedingen via master/slave-besturing parallel worden geschakeld. Alle laboratoriumnetvoedingen worden in dit geval via het master-apparaat aangestuurd. De stroom die aan de verbruiker wordt geleverd, is de som van de door de afzonderlijke laboratoriumnetvoedingen geleverde stroom. De spanning is in het gehele circuit gelijk en komt overeen met de op het "master"-apparaat ingestelde waarde.
a) Apparaten voorbereiden
Om de apparaten voor de master/slave-modus voor te bereiden, moet aan elk apparaat een eigen ID worden toegewezen:
- Master-apparaat: ID=0
• 1. Slave-apparaat: ID=1
• 2. Slave-apparaat: ID=2; enz.
Ga als volgt te werk om een apparaat van een ID te voorzien:
- Houd de menutoets ingedrukt om naar de menumodus te gaan.
- Draai de spanningsdraairegelaar (7), tot op het display de weergave verschijnt.
- Druk op de spanningsdraairegelaar (7) om het adresmenu te openen.
-
Draai de stroomdraairegelaar (8) tot op het display de gewenste adres-ID verschijnt.
-
Druk de spanningsdraairegelaar (7) om de geselecteerde adres-ID te bevestigen.
- Druk op de menutoets (5) om de menumodus te beëindigen.
b) Apparaten aansluiten

Zorg ervoor dat de gebruikte aansluitkabels dezelfde lengte en dezelfde doorsnede hebben.
Ga als volgt te werk om de apparaten met elkaar te verbinden:
- Verbind de master/slave-verbindingskabel met de master-aansluiting (20) van het master-apparaat en de slave-aansluiting (21) van het 1e slave-apparaat.
- Als u andere slave-apparaten wilt aansluiten, verbindt u telkens een andere master/slave-verbindingskabel met de master-aansluiting (20) van het slave-apparaat en de slave-aansluiting (21) van het volgende slave-apparaat.
- Steek de afsluitstekker in de master-aansluiting (20) van het laatste slave-apparaat.
→ Als de master/slave-verbinding correct is gemaakt, brandt de led "Slave" (13) groen.

flowchart
graph LR
subgraph MASTER
A["RS+"] --> B["Reserved"]
C["O/P+"] --> B
D["O/P-"] --> B
E["RS-"] --> B
F["Master"] --> B
G["Slave"] --> B
end
subgraph SLAVE
H["RS+"] --> I["Reserved"]
J["O/P+"] --> I
K["O/P-"] --> I
L["RS-"] --> I
M["Master"] --> N["Reserved"]
O["Slave"] --> N
P["Slave"] --> N
end
subgraph SLAVE
Q["RS+"] --> R["Reserved"]
S["O/P+"] --> R
T["O/P-"] --> R
U["RS-"] --> R
V["Master"] --> W["Reserved"]
X["Slave"] --> W
Y["Slave"] --> W
end
c) De verbruikers aansluiten
De verbruiker moet parallel met de gebruikte apparaten worden aangesloten.

De op de verbruiker aangesloten stroom ontstaat uit het product van de op het master-apparaat ingestelde stroom en het aantal gebruikte apparaten.

text_image
I1 I2 I3 I0 = I1 + I2 + I311. Fouten opsporen en storingen verhelpen
U heeft met deze laboratoriumnetvoeding een product aangeschaft dat betrouwbaar en veilig is in het gebruik.
Er kunnen zich echter problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storingen te verhelpen:

Houd absoluut rekening met de veiligheidsinstructies (zie Abschnitt „6. Veiligheidsinstructies“ auf Seite 82).
| Probleem Oorzaken Oplossing | ||
| Het apparaat kan niet ingeschakeld worden. | Apparaat niet op de voedingsspanning aangeslotenStroomonderbreker geactiveerd | Aansluiten op het stroomnetControleer de stroomonderbreker |
| De aangesloten apparaten werken niet. | Spanning is niet correct ingesteldVerkeerde polariteitVerbruiker niet geschikt | Spanning correct instellen.Op de juiste polariteit lettenTechnische gegevens van de verbruiker controleren |
Displaymelding•![]() | FoutmeldingspanningsbegrenzingIngestelde waarde voor de spanningsbegrenzing ligt onder de instelwaarde voor de uitgangsspanning. | Spanningsdraairegelaar (7) met de klok mee draaien. De waarde voor de spanningsbegrenzing en de instelwaarde voor de uitgangsspanning worden samen aangepast.Alternatief: Apparaat door uit- en weer inschakelen resetten. |
Displaymelding•![]() | Foutmelding stroombegrenzing: Ingestelde waarde voor stroombegrenzing ligt onder de instelwaarde voor de uitgangsstroom. | Draai de stroomdraairegelaar (8) met de klok mee. De waarde voor de stroombegrenzing en de instelwaarde voor de uitgangsstroom worden samen aangepast.Alternatief: Apparaat door uit- en weer inschakelen resetten |
Displaymelding•![]() | Foutmeldingoverspanningsbeveiliging.Spanning aan de uitgangis groter dan de ingesteldegewenste waarde voor despanning. | 1. Apparaat uitschakelen.2. Verbruikers loskoppelen.3. Apparaat opnieuw inschakelen.4. Als de fout blijft bestaan, neem dancontact op met de klantenservice. |
Displaymelding•![]() | Foutmeldingoverstroombeveiliging.Stroom aan de uitgang is groterdan de ingestelde gewenstewaarde voor de stroom. | 1. Apparaat uitschakelen.2. Verbruikers loskoppelen.3. Apparaat opnieuw inschakelen.4. Als de fout blijft bestaan, neem dancontact op met de klantenservice. |
Displaymelding•![]() | Foutmelding oververhitting.De systeemtemperatuur iste hoog. | 1. Apparaat uitschakelen.2. Verbruikers loskoppelen.3. Laat het apparaat 30 minutenafkoelen.4. Apparaat opnieuw inschakelen.5. Als de fout blijft bestaan, neem dancontact op met de klantenservice. |
Displaymelding![]() | WaarschuwingspanningsbegrenzingDe instelwaarde voor despanning kan niet verderworden verhoogd, omdat deingestelde waarde voor despanningsbegrenzing is bereikt. | Evt. waarde voor despanningsbegrenzing verhogen |
Displaymelding•![]() | WaarschuwingstroombegrenzingDe instelwaarde voor destroom kan niet verderworden verhoogd, omdat deingestelde waarde voor destroombegrenzing is bereikt. | Evt. waarde voor destroombegrenzing verhogen |

Andere reparaties dan hierboven beschreven mogen uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd. Als u vragen heeft over hoe met het apparaat om te gaan dan kunt u contact opnemen met onze technische dienst.
12. Onderhoud en reiniging

Gebruik in geen geval agressieve reinigingsmiddelen, reinigingsalcohol of andere chemische producten omdat de behuizing beschadigd of de werking zelfs belemmerd kan worden.
- Koppel het product vóór iedere reiniging los van de stroomvoorziening. Dompel het niet onder in water.
- Gebruik een droog, pluisvrij doekje voor de reiniging van het product.
- Druk bij het schoonmaken niet te hard op het oppervlak van de behuizing en het lcd-display om krassen te voorkomen.
13. Verwijdering

Alle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese markt wordt gebracht, moet met dit symbool zijn gemarkeerd. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggegooid.
ledere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eindgebruikers zijn verplicht oude batterijen en accu's die niet bij het oude apparaat zijn ingesloten, evenals lampen die op een niet-destructieve manier uit het oude toestel kunnen worden verwijderd, van het oude toestel te scheiden alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt.
Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende gratis inlevermogelijkheden (meer informatie op onze website):
• in onze Conrad-filialen
- in de door Conrad gemaakte inzamelpunten
- in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de terugnamesystemen die zijn ingericht door fabrikanten en distributeurs in de zin van de ElektroG
Voor het verwijderen van persoonsgegevens op het te verwijderen oude apparaat is de eindgebruiker verantwoordelijk.
Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen kunnen gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude apparaten.
Uitgangsspanning....0,5-36 V/DC
Uitgangsstroom 0-5 A
Uitgangsvermogen .... max. 80 W
Rendement....≥ 78 %
Vermogensfactor ≥ 0,9
Weergavenauwkeurigheid .... ± 0,5 % (+ 5 counts)
Spanningregeling
Resolutie 10 mV (bij min. 0,5 V)
Stabiliteit bij lastverandering (0-100 %) ....≤ 30 mV
Stabiliteit bij netspannings- variaties (±10 %)......≤ 4 mV
Stabiliteit bij lastverandering (0-100 %) ....≤ 10 mA
Stabiliteit bij netspannings- variaties (±10 %)......≤ 10 mA
Bedrijfscondities .... 0 tot +40 °C max. 80 % relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend)
Opslagcondities ....-20 tot +70 °C max. 80 % relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend)
Afmetingen (l x b x h)....330 x 54 x 137 mm
Gewicht....1,65 kg

Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.






