CPPS-160-42 - Laboratoriumvoeding VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CPPS-160-42 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CPPS-160-42 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laboratoriumvoeding in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CPPS-160-42 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CPPS-160-42 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING CPPS-160-42 VOLTCRAFT
NL GEBRUIKSAANWIJZING
PAGINA 107 - 142
- Introductie....108
- Beoogd gebruik ....109
- Leveringsomvang 110
- Verklaring van de symbolen 111
- Veiligheidsinstructies 111
- Bedieningselementen....115
- Ingebruikname....116
a) Het netsnoer aansluiten 117
b) Het apparaat opstellen....117
c) Algemene informatie....117
- Normaal gebruik 118
a) De stroombegrenzing instellen....118
b) Het outputvoltage instellen....119
c) Een apparaat aansluiten op de voedingsadapter....119
-
Functietoetsen....120
-
Gebruik als "PRESET" geheugen....121
- V/ t -functie.....122
a) Het voorprogrammeren van de DC-voltagebron 122
b) Instellen van de ΔV/Δt-waarde....122
- FUNCTIES A/B/C en de curvegenerator ....124
- Gebruik via afstandsbediening "REMOTE CTRL" 126
a) Voorbereiden op het aansluiten van de afstandsbediening ....126
b) Sturing via een externe voltagebron 127
c) Sturing via een regelbare weerstand (potentiometer) 128
d) Output van de afstandsbediening (aan/uit) 129
- Resetten naar fabrieksinstellingen ....129
- Sense-functie....130
- Software installeren....131
- Sturing met PC-software ....131
- Beschermingsvoorzieningen ....137
- Onderhoud en reiniging....138
a) Netzekering vervangen ....138
- Verhelpen van storingen....139
- Conformiteitsverklaring (DOC)....141
- Verwijdering....141
- Technische gegevens....142
1. INTRODUCTIE
Geachte klant,
Met de aankoop van dit Voltcraft®-product heeft u een uitstekende beslissing genomen waarvoor wij u van harte danken.
Voltcraft® - Deze naam staat op gebied van de meet-, laad- en nettechniek voor producten van méér dan gemiddelde kwaliteit die uitblinken door waartoe ze in staat zijn op hun expertisegebied, hun buitengewone prestatievermogen en hun permanente innovatie.
De ambitieuze hobby-elektronicus maar ook de professionele gebruiker heeft met een product uit het Voltcraft®-assortiment zelfs voor de meest veeleisende opgaven altijd de beste oplossing tot zijn beschikking. En wat heel bijzonder is: De uitgekristalliseerde techniek en de betrouwbare kwaliteit van onze Voltcraft®-producten bieden wij u met een bijna niet te overtreffen gunstige prijs/kwaliteitsverhouding aan. Daarmee leggen wij de basis voor een lange, goede en ook succesvolle samenwerking.
Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!
Alle voorkomende bedrijfsnamen en productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.
Heeft u technische vragen dan kunt u zich wenden tot:
Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.
Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
2. BEOOGD GEBRUIK
De labvoeding dient als gelijkspanningsbron voor aan te sluiten apparatuur wat laagspanning gebruikt. De regelbare output kan op de voorzijde afgesteld worden tot de volledige nominale stroom. De output is beveiligd tegen overbelasting. Bij serieschakeling van de outputs van meerdere voedingsadapters kunnen contactgevaarlijke voltages >75 V/DC gegenereerd worden. Vanaf dit voltage moeten, uit veiligheidsoverwegingen, volledig geïsoleerde kabels/meetsnoeren gebruikt worden. De aansluiting komt tot stand via 4 mm beveiligde stekkerbussen.

Er moet aansluitbekabeling gebruikt worden die lang genoeg is. Een te kleine leidingdoorsnede kan leiden tot oververhitting en brand.
De outputgegevens van de labvoeding zijn als volgt:
| Type Outputvoltage Outputstroom | ||
| CPPS-160-42 0 – 42 V/DC 0 – | 10 A | |
| CPPS-160-84 0 – 84 V/DC 0 – | 5 A |
Het instellen van voltage en stroom verloopt traploos via digitale draaiknoppen voor grove en fijne afstelling, om zo snelle en nauwkeurige afstelling van waarden mogelijk te maken. De waarden worden overzichtelijk in het display weergegeven.
De voedingsadapter kan op afstand bediend worden. Via een extern voltage (0 - 5 V/DC) of via een externe potentiometer (5 kOhm) kunnen outputvoltage en outputstroom ingesteld worden. De DC-output wordt aan- en uitgezet via een schakelcontact.
Er zijn drie programmeerbare presets beschikbaar waaraan verschillende vaste voltages en stroombegrenzingen toegewezen kunnen worden.
Via de meegeleverde software en de USB-poort kan de stroomvoorziening van cyclische workflows via een PC bediend worden. Voor het gebruik kunnen er tot 20 programmeerbare voltage- en stroomsets met een verschillende tijdsduur ingesteld worden. Cyclische workflows kunnen tot 999 keer herhaald worden.
De labvoesing is beveiligd tegen overbelasting en kortsluiting, en voorzien van een temperatuuruitschakeling voor de veiligheid. De labvoeding behoort tot veiligheidsklasse I. Het is uitsluitend goedgekeurd voor aansluiting op stopcontacten met randaarde en een gebruikelijke wisselspanning van 100 - 240 V/AC.
In verband met veiligheid en normering (CE) zijn aanpassingen en/of wijzigingen aan dit product niet toegestaan. Indien het product voor andere doeleinden gebruikt wordt dan hiervoor beschreven, dan kan het product beschadigd raken. Bovendien kan er bij verkeerd gebruik een gevaarlijke situatie ontstaan, met als gevolg bijv. kortsluiting, brand, elektrische schok, etc. Lees
de gebruiksaanwijzing volledig door en gooi hem niet weg. Het product mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden ter beschikking gesteld worden.
Het product voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften.
3. LEVERINGSOMVANG
- Labvoeding
- Stroomkabel
- USB-kabel
- Software-CD
- Stekker voor het aansluiten van de afstandsbediening
- Outputkabel
- Gebruiksaanwijzing
4. VERKLARING VAN DE SYMBOLEN

Dit symbool wordt gebruikt wanneer er gevaar voor uw gezondheid bestaat, bijv. door een elektrische schok.

Het symbool met het uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke tips in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden.

Het pijlsymbool geeft aan dat er bijzondere tips en aanwijzingen omtrent de bediening van het apparaat gegeven worden.

Gebruik alleen binnenshuis in een droge ruimte.

Dit apparaat is CE-conform en voldoet aan de eisen die nationale en Europese richtlijnen stellen.

Beschermde aardverbinding: maak deze schroef niet los.
5. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES

Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet opgevolgd worden, dan kunnen wij niet aansprakelijk gesteld worden voor de daardoor ontstane schade aan apparatuur of voor persoonlijk letsel. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de garantie.
a) Personen / Product
- Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren.
-
Laat verpakkingsmateriaal niet zonder toezicht achter. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen.
-
Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, hevige schokken, hoge luchtvochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen.
- Stel het product niet bloot aan mechanische druk.
- Als het niet langer mogelijk is het product veilig te gebruiken, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilig gebruik kan niet langer gegarandeerd worden wanneer het product:
- zichtbaar beschadigd is,
- niet langer op juiste wijze werkt,
- gedurende een lange periode opgeslagen is onder ongunstige omstandigheden, of
- onderhevig geweest is aan ernstige transportdruk.
- Behandel het product met zorg. Schokken, botsingen of zelfs een val van beperkte hoogte kan het product beschadigen.
- Neem ook de veiligheids- en gebruiksaanwijzingen in acht van alle andere apparaten die op het product aangesloten zijn/worden.
- Apparaten die werken op netspanning horen niet in kinderhanden.
- Wees daarom tijdens het gebruik van het product in aanwezigheid van kinderen bijzonder alert, vooral wanneer ze proberen voorwerpen door openingen van de behuizing te duwen. Er is gevaar voor dodelijke elektrische schokken.
- Giet nooit vloeistof over elektrische apparatuur en plaats met vloeistof gevulde voorwerpen (zoals vazen ) niet op of in de nabijheid van het apparaat. Er is een hoog risico op brand of levensgevaarlijke elektrische schokken.
- Gebruik het product uitsluitend in droge binnenruimtes. Laat het product niet vochtig of nat worden. Anders bestaat er levensgevaar door kortsluiting!
- Op scholen, in onderwijsinstellingen en hobby- en doe-het-zelf-werkplaatsen moet op het omgaan met elektrische apparatuur door geschoold personeel toegezien worden.
- In commerciële instellingen moet de hand worden gehouden aan de ongevallenpreventievoorschriften van het Verbond van Commerciële Bedrijfsverenigingen voor Elektrische Installaties en Apparatuur.
- Bij het openen van behuizingen of het verwijderen van onderdelen kunnen onder spanning staande onderdelen blootgelegd worden. Zorg daarom dat het product is losgekoppeld van alle voltagebronnen vóór onderhoud of reparatie ervan. Condensatoren binnenin het apparaat kunnen na het ontkoppelen van alle voltagebronnen nog steeds onder stroom staan.
- Plaats kabels altijd zo, dat niemand erover kan struikelen of erin verstrikt kan raken. Er bestaat risico op verwonding.
- Draag tijdens het werken met netvoedingen of opladers geen metalen en geleidende sieraden zoals kettingen, armbanden, ringen, etc. Sluit netvoedingen of opladers onder geen beding aan op mensen of dieren.
- Controleer iedere keer voordat u het product gaat gebruiken of het beschadigd is. Als u ziet dat het product beschadigd is, gebruik het dan niet meer. Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact zodat u er zeker van bent dat er geen netspanning op staat. Breng het product dan naar een servicewerkplaats.
- Gebruik als energiebron alleen een geaard stopcontact (100 - 240 V\~, 50/60 Hz) van het openbare elektriciteitsnet.
- Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en gemakkelijk toegankelijk zijn.
- Raak het netsnoer niet aan als het beschadigingen vertoont. Schakel eerst het betreffende stopcontact uit (bijv. via de bijbehorende veiligheidsschakelaar) en trek daarna de stekker voorzichtig uit het stopcontact. Gebruik het product in geen geval met een beschadigd netsnoer.
- Een beschadigd netsnoer mag alleen door de fabrikant, een door deze aangewezen werkplaats of een daarvoor gekwalificeerd persoon worden vervangen om gevaarlijke situaties te voorkomen.
- Stekkers mogen nooit met natte handen in de contactdoos worden gestoken of er uit worden verwijderd.
- Trek de AC-adapter nooit aan het snoer uit het stopcontact!
- Onder de volgende omstandigheden moet de stekker uit het stopcontact worden getrokken:
- vóór u het product gaat reinigen
- bij onweer
- wanneer het product langere tijd niet gebruikt wordt.
- Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik van het product. Dek ventilatie-openingen niet af met bijv. tijdschriften, dekens of gordijnen. Bewaar een minimale afstand van 15 cm tot andere voorwerpen.
- Wanneer u het product installeert, zorg er dan voor dat de kabel niet platgedrukt, geknikt of beschadigd is of beschadigd kan raken door scherpe randen.
- Er mogen zich geen apparaten met sterke elektrische of magnetische velden in de nabijheid van het product bevinden, zoals transformatoren, motoren, draadloze telefoons, radioapparatuur, etc. omdat ze het product kunnen beïnvloeden.
-
Gebruik het product niet op locaties of in ruimtes met negatieve omgevingsomstandigheden. Dit kan leiden tot beschadiging van de gevoelige elektronica binnenin het apparaat en kan levensbedreigende risico's opleveren. Negatieve omgevingsomstandigheden zijn:
-
Hoge luchtvochtigheid (> 80% relatief, condens)
- Vocht, stof, brandbare gassen, damp van oplosmiddelen, benzine
- Hoge omgevingstemperatuur (> ca. +50 °C)
- Elektromagnetische velden (motoren, transformatoren, audiosystemen voor modelbouw, etc.) of elektrostatische velden
- Sluit het apparaat niet onmiddellijk aan nadat het van een koude ruimte naar een warme ruimte is overgebracht. De condensatie kan het apparaat beschadigen. Wacht totdat het apparaat zich aan de nieuwe kamertemperatuur heeft aangepast.
b) Overige
- Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het product.
- Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een expert en/of in een daartoe bevoegde werkplaats.
- Mocht u nog vragen hebben die in deze gebruiksaanwijzing niet beantwoord zijn, neem dan contact op met onze technische dienst of met een andere deskundige.

text_image
2 8.8.8.8 V 8.8.8.8 W C.V. A C.C. POWER PRESET 1 PRESET 2 PRESET 3 LOCK / UNLOCK OUTPUT MENU A/W SHIFT M/ V/ VOLTAGE CURRENT REMOTE PUSH FINE / COARSE [UVL] PUSH FINE / COARSE [UCL] REMOTE CONTROL MAIN OUTPUT 3 4 5 6 7 81 Aan-/uitschakelaar POWER
2 LCD-meetweergave-element met display voor C.V. (constant voltage) en C.C. (constante stroom)
3 LED-weergave v/d afstandsbediening (afstandsbediening/USB-modus)
4 VOLTAGE-instelknop (outputvoltage)
5 CURRENT-instelknop (outputstroom)
6 MAIN OUTPUT-aansluitstekkerbussen
(AUX-outputaansluitingen, max. 10 A bij SSP-8160 / max. 5 A bij SSP-8162)
7 USB-poort
(voor aansluiting op een computer, voor cyclisch werken met een programmeerbaar voltage, stroom, tijd en -cyclus)
8 Verlichte functietoetsen
- PRESET 1, 2, 3-toetsen
- LOCK/UNLOCK-toets (voor A/W-meting)
- MENU-toets (SHIFT-toets)
• OUTPUT ON/OFF-toets ( V/ t -toets)

text_image
Remote Sensing + 9 Remote Control 10 119 Aansluiting voor de afstandsbediening Remote Control
10 Aansluitstekkerbussen voor Remote Sensing
11 IEC-aansluiting en netzekering
7. INGEBRUIKNAME

De labvoeding is geen oplader. Laad uw batterijen altijd met geschikte en bijbehorende, beveiligde opladers. Bij langdurig gebruik met nominale belasting wordt het oppervlak van de behuizing warm. Opgelet! Mogelijk verbrandingsgevaar! Zorg dus voor voldoende ventilatie van de voedingsadapter, en gebruik het nooit geheel of gedeeltelijk afgedekt om eventuele schade te voorkomen.
Let er bij het aansluiten van een te gebruiken apparaat op dat het niet ingeschakeld is op het moment van aansluiting. Een ingeschakeld te gebruiken apparaat kan tijdens het aansluiten op de stekkerbus van de voedingsadapter tot vonken leiden, die op hun beurt de bussen en/of de aangesloten bekabeling en/of hun terminals kunnen beschadigen.
Als u de voedingsadapter niet nodig heeft, schakel het dan uit en koppel het los van het lichtnet. De displays blijven na het uitschakelen nog enkele seconden branden om de interne condensatoren te ontladen en de laatst ingestelde parameters op te slaan. Het is essentieel te zorgen voor voldoende leidingdoorsnede van de DC-aansluitbekabeling omdat dit kan leiden tot overbelasting van en brand in de leiding.
a) Het netsnoer aansluiten
- Sluit het meegeleverde geaarde netsnoer aan op de IEC-poort (11) van de voedingsadapter. Zorg dat het stevig vast zit.
- Sluit het netsnoer aan op een stopcontact met randaarde. De totale lengte van het netsnoer tot aan het stopcontact mag niet meer zijn dan 3 m.
b) Het apparaat opstellen
Plaats de labvoeding op een stabiel, vlak en slijtvast oppervlak. Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen in de behuizing onbedekt zijn.
c) Algemene informatie
De labvoeding is microprocessor-gestuurd en wordt bediend via twee digitale instelknoppen (incrementeel zonder eindpositie) met toetsbesturing. Zo vindt fijne en grove instelling via een instelknop plaats.
Na het inschakelen volgt er een systeemcontrole. De teststatus wordt weergegeven in de twee displays. De volgorde van weergave is als volgt:

text_image
-EU 120Weergave van de huidige softwareversie.

Segmenttesten of het display met alle afzonderlijke segmenten werkt. Na deze stap wordt overgeschakeld naar de normale weergave.
De voedingsadapter kan gebruikt worden in 3 modi. De volgende modi zijn mogelijk:
| Normaal | Normaal gebruik. Instellen van voltage en stroom vindt plaats op de voorzijde. |
| Preset | Gebruik als geheugen. In het apparaat kunnen drie vaste voltages opgeslagen worden die rechtstreeks via deze preset-functie geselecteerd kunnen worden. Selecteren van het geheugen verloopt via de selectietoetsen PRESET 1, 2 en 3 (8) en instellingen via de instelknoppen (4 en 5). |
Afstandsbediening
Gebruik via afstandsbediening. De voedingsadapter kan op afstand bediend worden via extern voltage of door een externe potentiometer. Instellingen voor de afstandsbediening kunnen zowel via voltage als stroom gedaan worden. De instelknoppen op de voorzijde zijn niet actief, maar kunnen via de LOCK/UNLOCK (8)-toets geactiveerd resp. gedeactiveerd worden.
De verschillende gebruiksmodi worden onderstaand gedetailleerder beschreven.
8. NORMAAL GEBRUIK
Bij normaal gebruik kan de voedingsadapter via de instelknoppen op de voorzijde gebruikt worden. Verwijder aangesloten apparatuur uit de output (6).
Zet de voedingsadapter aan via de POWER-aan-/uitschakelaar (1).
Het display (2) licht op, en na een korte zelftest worden het voltage en de stroom weergegeven.

Stel vóór iedere voltage-instelling eerst de stroombegrenzing in. Een overmatige stroomwaarde kan uw aansluitbekabeling beschadigen, en een te lage stroomwaarde (<1 A) kan het outputvoltage beperken.
a) De stroombegrenzing instellen
Begrenzing van de outputstroom is een beschermingsmechanisme om aangesloten apparatuur en/of aansluitbekabeling te beschermen. De stroombegrenzing kan zonder kortsluiting voorgeprogrammeerd worden bij de output. De voedingsadapter levert dan maximaal de voorgeprogrammeerde stroomwaarde.
- Koppel aangesloten apparatuur los van de voedingsadapter.
- Zet de voedingsadapter aan via de POWER-aan-/uitschakelaar (1). Het display (2) licht op, en na een korte zelftest worden het voltage en de stroom weergegeven.
- Stel de stroombegrenzing in via de CURRENT-instelknop (5) naargelang uw toepassing.
- Draai aan de knop om de stroombegrenzingswaarde weer te geven.

Volgt er binnen 2 seconden geen instelling, dan keert het display terug naar de huidige stroomweergave.
- Om de stroombegrenzing in te stellen draait u de instelknop naar links of naar rechts. Dit wordt aangegeven d.m.v. een enigszins helderder cijfer. Druk kort op de instelknop. Het cijfer achter de komma (1,0 of 0,1) van de dichtstbijzijnde eenheid verandert met elke druk op de knop. Draai aan de knop om de waarde te veranderen.
- U kunt grof (dichtstbijzijnde eenheid) of fijn (tot op één tiende) instellen.
- Wanneer de gewenste stroomwaarde ingesteld is, dan schakelt het display automatisch na ca. 2 seconden terug naar de normale weergave.

Wanneer de voorgeprogrammeerde stroomsterkte bij normaal gebruik bereikt wordt, dan schakelt de voedingsadapter over naar de stroombegrenzingsmodus en reduceert daarbij de voltagewaarde. Deze handeling wordt weergegeven door de rode C.C.-statusindicator. (2).
b) Het outputvoltage instellen
Het outputvoltage kan ingesteld worden via de VOLTAGE-instelknop (4). Het grof of fijn afstellen verloopt op dezelfde wijze als het instellen van de stroombegrenzing.

Door het brede instelgebied kan het zijn dat een voltage-instelling ca. 1-2 seconden duurt om zich vanaf een hoge op een lagere voltagewaarde in te stellen.

Bij normaal gebruik werkt het apparaat werkt in constante voltagemodus. D.w.z. dat de voedingsadapter continu een voorgeprogrammeerd outputvoltage levert. Deze handeling wordt weergegeven door de groene C.V.-statusindicator. (2).
c) Een apparaat aansluiten op de voedingsadapter

Let er bij het aansluiten van een te gebruiken apparaat op dat het uit staat wanneer het op de voedingsadapter aangesloten wordt. Het maximale stroomverbruik van het aan te sluiten apparaat mag niet méér zijn dan wat er in de specificaties van de technische gegevens vermeld staat.
Bij serieschakeling van de outputs van meerdere voedingsadapters kunnen contactgevaarlijke voltages (> 75 V/DC) gegenereerd worden die bij aanraking dodelijk kunnen zijn. Vanaf dit voltage mogen uitsluitend dubbel-geïsoleerde accessoires (aansluitbekabeling, meetsnoeren, etc.) gebruikt worden. Gebruik van ongeïsoleerde bekabeling en contacten moet vermeden worden. Alle ongeïsoleerde plekken moeten afgedekt worden met geschikte, vlambestendige isolatiematerialen of andere beschermende maatregelen tegen direct contact en kortsluiting.
Zorg voor voldoende leidingdoorsnede voor de beoogde stroomsterkte.
- Koppel aangesloten apparatuur los van de output.
- Zet de voedingsadapter aan via de POWER-aan-/uitschakelaar (1). Het display(2) licht op, en op het display worden voltage en stroom weergegeven.
- Stel de parameters in volgens uw specificaties, zoals beschreven in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling". Controleer nogmaals of het outputvoltage correct ingesteld is.
- Sluit de pluspool (+) van het aan te sluiten apparaat aan op de rode "+" -stekkerbus, en de minpool (-) op de zwarte "-" -stekkerbus van de output.

Indien nodig kan het te gebruiken apparaat aangesloten worden via de groene stekkerbus (aardaansluiting).

- Het aangesloten apparaat kan nu aangezet worden.

Het stroomverbruik van het aangesloten apparaat wordt in het display (2) weergegeven in ampère (A).
9. FUNCTIETOETSEN
De verlichte functietoetsen (8) kunnen op diverse manieren en in verschillende combinaties gebruikt worden.
a) Toetsenblokkering
- Druk op de LOCK/UNLOCK-toets om alle functie- en draaiknoppen op het voorpaneel te ver-/ontgrendelen.
- De LOCK/UNLOCK-toets licht op wanneer alle functie- en draaiknoppen op het voorpaneel vergrendeld zijn.
b) Handmatige output AAN/UIT
- Druk op de OUTPUT ON/OFF-toets om de output handmatig aan- of uit te zetten.
- De OUTPUT ON/OFF-toets licht op wanneer de output aan staat.
c) Regelbare ampère-/wattmeter
- Druk op de SHIFT-toets en aansluitend op de LOCK/UNLOCK-toets om te switchen tussen ampèremeter en wattmeter.
- Wanneer u weer terug wilt switchen naar de ampèremeter, druk dan nogmaals op de SHIFT-toets en aansluitend op de LOCK/UNLOCK-toets.
10. GEBRUIK ALS "PRESET" GEHEUGEN
In het apparaat kunnen drie vaste voltages incl. stroominstellingen rechtstreeks via de preset-functie geselecteerd worden. Af fabriek zijn alle drie de geheugenplaatsen (PRESET 1, 2, 3) voorgeprogrammeerd.
| Type\Geheugen | PRESET 1 PRESET 2 PRESET 3 | |||||
| Voltage Stroom Voltage Stroom Voltage Stroom | ||||||
| CPPS-160-42 5 V Maximum 13 | 8 V Maximum | 20 V Maximum | ||||
| CPPS-160-84 5 V Maximum 13 | 8 V Maximum | 20 V Maximum | ||||

Let erop dat er geen externe apparatuur aangesloten is.

Het datageheugen kan ingesteld worden via de bijgeleverde software. Hiertoe verwijzen wij u naar het hoofdstuk "Sturing met PC-software".
- Druk op de gewenste PRESET 1, 2, 3-selectietoets (8). De toets licht op en de voorgeprogrammeerde waarden worden in het display (2) weergegeven.
- U kunt de voorgeprogrammeerde voltage- en stroomwaarden naargelang uw toepassing wijzigen. Het outputvoltage kan via de VOLTAGE-knop (4) ingesteld worden en de outputstroom kan via de CURRENT-knop (5) aangepast worden.

Wanneer u de voorgeprogrammeerde voltage- en stroomwaarden wijzigt, dan worden deze waarden opgeslagen wanneer de labvoeding uitgeschakeld wordt. Controleer altijd de ingestelde waarden voordat u een extern apparaat aansluit.
- Om de vooraf ingestelde waarden te controleren drukt u op de SHIFT-toets (8) en aansluitend op de gewenste PRESET 1, 2, 3-selectietoets (8). De voorgeprogrammeerde waarden worden op het display (2) weergegeven. Na ongeveer 2 seconden schakelt het display automatisch terug naar de normale weergave.

Om de ingestelde waarden te resetten naar de fabrieksinstellingen: zie hoofdstuk "Resetten van de ingestelde waarden".
11. V/ T -FUNCTIE
- V a-b toont het voltagegebied van niveau A naar niveau B.
- t a-b toont de tijd in seconden van niveau A naar niveau B. De looptijd is instelbaar van 0 tot 20 seconden.
a) Het voorprogrammeren van de DC-voltagebron
Er zijn drie voltagebronnen die vooraf ingesteld kunnen worden. Ze zijn aangeduid met A, B en C.
- Druk op de PRESET 1, 2, 3-selectietoets (8), en de bijbehorende toets licht op.
- Stel de gewenste voltagewaarde in via de VOLTAGE-instelknop (4).
- Druk op de corresponderende PRESET-toets om de instelmodus te verlaten. De toetsverlichting gaat uit.
b) Instellen van de ΔV/Δt-waarde
- Houd de MENU-toets (8) gedurende ca. 3 seconden ingedrukt.
- Draai aan de VOLTAGE-instelknop (4) tot het volgende op het display verschijnt:

- Druk vervolgens op de VOLTAGE-instelknop (4) om in de instelmodus te komen.
- Draai aan de VOLTAGE-instelknop (4) tot het volgende op het display verschijnt:

text_image
A_b_ v 0000 W • C.V. A • C.C.- Draai aan de VOLTAGE-instelknop (4) om het gewenste voltagegebied te selecteren waarvan u de transitietijd wilt instellen.

De volgorde van de verschillende voltagegebieden zijn:
$$ \mathrm{AB} \rightarrow \mathrm{BA} \rightarrow \mathrm{AC} \rightarrow \mathrm{CA} \rightarrow \mathrm{BC} \rightarrow \mathrm{CB} $$
- Wanneer u het gewenste voltagegebied geselecteerd heeft, drai dan de CURRENT-instelknop (5) om de transitietijd in te stellen.
Voorbeeld:
U wilt de transitietijd tussen voltagebronnen A en B instellen.
- Houd de MENU-toets (8) gedurende ca. 3 seconden ingedrukt.
- Draai aan de VOLTAGE-instelknop (4) tot het volgende op het display verschijnt:

- Druk vervolgens op de VOLTAGE-instelknop (4) om in de instelmodus te komen.
- Draai aan de VOLTAGE-instelknop (4) tot het volgende op het display verschijnt:

text_image
A_b_ v 0000 W • C.V. A • C.C.- Draai dan aan de CURRENT-instelknop (5) tot het volgende op het display verschijnt:

text_image
A_b_ v 0005 W • C.V. A • C.C.- Druk op de VOLTAGE-instelknop (4) om de selectie te bevestigen.
- De transitietijd tussen voltagebronnen A en B bedraagt dan 5 seconden.
- Herhaal stappen 1 t/m 4 voor overige voltagegebieden.

Er kunnen transitietijden van 0 tot 20 seconden ingesteld worden.
12. FUNCTIES A/B/C EN DE CURVEGENERATOR
De functies A/B/C bepalen de tijd (0-600 seconden) waarin de respectievelijke voltagebron A/B/C actief blijft alvorens over te gaan op de volgende voltagebron.
Voordat u functies A/B/C instelt, geeft u eerst de V/ t -waarden in ( Hoofdstuk 11 b).
- Houd de MENU-toets (8) gedurende ca. 3 seconden ingedrukt.
- Draai aan de VOLTAGE-instelknop (4) tot het volgende op het display verschijnt:

-
Druk vervolgens op de VOLTAGE-instelknop (4) om in de instelmodus te komen.
-
Selecteer de gewenste functie A, B of C. Drai de CURRENT-instelknop (5) om de periode in te stellen (van 0 tot 600 seconden).
Voorbeeld 1:
- Pulse golfvorm met 3 seconden bij 10 V en 1 seconde bij 5 V
• A (PRESET 1) = 5 V
• B (PRESET 2) = 10 V - FUNC A = 1 seconde
- FUNC B = 3 seconden
- t a - b = 0
-
t b - a = 0
-
Om de golfvorm te genereren, druk op SHIFT-toets (8) en druk daarna op V/ t -toets (8).
- De golfvorm is periodiek gegenereerd.
- Tot de generatie van de golfvorm te stoppen, druk op SHIFT-toets (8) en druk daarna op V/ t -toets (8).

line
| Time (s) | Amplitude | | -------- | --------- | | 0 | 0 | | 1 | 1 | | 2 | 0 | | 3 | 1 | | 4 | 0 | | 5 | 1 | | 6 | 0 | | 7 | 1 | | 8 | 0 | | 9 | 1 | | 10 | 0 | | 11 | 1 | | 12 | 0 | | 13 | 1 | | 14 | 0 | | 15 | 1 | | 16 | 0 | | 17 | 1 | | 18 | 0 | | 19 | 1 | | 20 | 0 | | 21 | 1 | | 22 | 0 | | 23 | 1 | | 24 | 0 | | 25 | 1 | | 26 | 0 | | 27 | 1 | | 28 | 0 | | 29 | 1 | | 30 | 0 | | 31 | 1 | | 32 | 0 | | 33 | 1 | | 34 | 0 | | 35 | 1 | | 36 | 0 | | 37 | 1 | | 38 | 0 | | 39 | 1 | | 40 | 0 | | 41 | 1 | | 42 | 0 | | 43 | 1 | | 44 | 0 | | 45 | 1 | | 46 | 0 | | 47 | 1 | | 48 | 0 | | 49 | 1 | | 50 | 0 | | 51 | 1 | | 52 | 0 | | 53 | 1 | | 54 | 0 | | 55 | 1 | | 56 | 0 | | 57 | 1 | | 58 | 0 | | 59 | 1 | | 60 | 0 | | 61 | 1 | | 62 | 0 | | 63 | 1 | | 64 | 0 | | 65 | 1 | | 66 | 0 | | 67 | 1 | | 68 | 0 | | 69 | 1 | | 70 | 0 | | 71 | 1 | | 72 | 0 | | 73 | 1 | | 74 | 0 | | 75 | 1 | | 76 | 0 | | 77 | 1 | | 78 | 0 | | 79 | 1 | | 80 | 0 | | 81 | 1 | | 82 | 0 | | 83 | 1 | | 84 | 0 | | 85 | 1 | | 86 | 0 | | 87 | 1 | | 88 | 0 | | 89 | 1 | | 90 | 0 | | 91 | 1 | | 92 | 0 | | 93 | 1 | | 94 | 0 | | 95 | 1 | | 96 | 0 | | 97 | 1 | | 98 | 0 | | 99 | 1 | | A | -5 | B | -10 |Voorbeeld 2:
• Driehoek golfvorm
- A (PRESET 1) = 5 V
• B (PRESET 2) = 10 V
- t a-b = 3 seconden
- t b-a = 3 seconden
- FUNC A = 3 seconden
- FUNC B = 3 seconden
- Om de golfvorm te genereren, druk op SHIFT-toets (8) en druk daarna op V/ t -toets (8).
- De golfvorm is periodiek gegenereerd.
- Tot de generatie van de golfvorm te stoppen, druk op SHIFT-toets (8) en druk daarna op V/ t -toets (8).

Via de ingebouwde aansluiting voor de afstandsbediening Remote Control (9) kunnen voltage en stroom ingesteld worden m.b.v. een externe voltagebron of via een externe, regelbare weerstand (potentiometer). Het aansluiten van de afstandsbediening komt tot stand aan de achterzijde van de aansluiting voor de afstandsbediening Remote Control (9). Om deze aansluiting tot stand te brengen wordt er een stekker voor de aansluiting van de afstandsbediening meegeleverd.

Bij bediening op afstand moet de huidige stroomsturing tevens aangesloten zijn omdat de output anders overschakelt op stroombegrenzingsmodus "C.C." en het outputvoltage beperkt.
a) Voorbereiden op het aansluiten van de afstandsbediening
- Verwijder de schroef aan de zijkant van de meegeleverde stekkerbus van de aansluiting voor de afstandsbediening. Neem er daarna met een kleine draaibeweging de voorste zwarte contactbus uit.
- Voer langs de achterzijde, door de metalen huls, vijf aansluitkabels met een leidingdoorsnede van ten minste 0,34 mm². Soldeer de bekabeling zorgvuldig aan de soldeerlipjes genummerd 1, 2, 3, 4 en 5 van de zwarte contactbus vast. Let erop dat er geen kortsluiting ontstaat.

De cijfers van de soldeerlipjes staan aangegeven op de zwarte isolator.
Markeer de losse kabeluiteinden en hun bijbehorende contactcijfers (1-5) om verwarring te voorkomen.
Plaats de zwarte contactbus in omgekeerde volgorde in de metalen huls en schroef deze zorgvuldig vast.
De contactbezetting is als volgt:
Contact 1 Intern regelbaar voltage + 5 V/DC (<50 mA)
Contact 2 Voltage-instelling
Contact 3 Stroominstelling
Contact 4 Referentiemassa ("Ground")
Contact 5 Output aan/uit
Contract 6-8 Niet in gebruik

text_image
① ⑦ ② ⑧ ⑥ ③ ④ ⑤- Zet de voedingsadapter uit en sluit vervolgens de stekkerbus van de afstandsbediening Remote Control (9) aan. Schroef de buitenste bevestigingsring vast.
- Stel het voltage van de externe voltagebron in op 0 V.
- Zet de voedingsadapter aan.
- Houd de MENU-toets (8) gedurende ca. 3 seconden ingedrukt.
- Draai aan de VOLTAGE-instelknop (4) tot het volgende op het display verschijnt:

- Druk vervolgens op de VOLTAGE-instelknop (4) om in de instelmodus te komen.
- Draai aan de CURRENT-instelknop (5) om de afstandsbediening aan- of uit te zetten. In het rechter display verschijnt nu ON of OFF (aan of uit).
- Druk op de MENU-toets (8) om de selectie te bevestigen en de instelmodus te verlaten.

Zodra de afstandsbedieningsmodus geactiveerd is, worden alle verlichte functietoetsen (8) vastgelegd. De LOCK/UNLOCK-toets (8) en de LED-weergave van de afstandsbediening (3) lichten op.
- Om de afstandsbedieningsmodus te deactiveren drukt u eerst op de LOCK/UNLOCK-toets (8) om alle functietoetsen (8) te activeren.
- Herhaal stappen 4 t/m 8.
b) Sturing via een externe voltagebron
De voedingsadapter kan via een externe voltagebron van 0-5 V/DC over het gehele voltage- en stroomgebied op afstand bediend worden.
Sluit de aansluitbekabeling van de stekkerbus van de afstandsbediening aan zoals afgebeeld:

text_image
V 0 ... 5 V DC + - L ① ⑦ ⑧ ⑥ ⑨ ⑥ ⑩ ⑤ ⑪ ④
- Aansluiting 2 naar de pluspool (+) van het extern regelbare voltage.
- Aansluiting 4 naar de minpool (-) van de externe voltagebron.
- Aansluiting 3 naar de pluspool (+) van het extern regelbare voltage.
- Aansluiting 4 naar de minpool (-) van de externe voltagebron.

Het voltage aan de aansluiting van de afstandsbediening mag niet méér zijn dan 5 V. De aansluitingen mogen niet kortgesloten worden.
c) Sturing via een regelbare weerstand (potentiometer)
De voedingsadapter kan via een externe potentiometer (5 kOhm) over het gehele voltage- en stroomgebied op afstand bediend worden.
Sluit de aansluitbekabeling van de stekkerbus van de afstandsbediening aan zoals afgebeeld:

- Aansluiting 1 op een uiteinde van de weerstand.
- Aansluiting 2 op het middelste glijcontact van de weerstand.
- Aansluiting 4 op het tweede uiteinde van de weerstand.
- Aansluiting 1 op een uiteinde van de weerstand.
- Aansluiting 3 op het middelste glijcontact van de weerstand.
- Aansluiting 4 op het tweede uiteinde van de weerstand.

Aansluitingen 1 en 4 mogen niet kortgesloten worden.
d) Output van de afstandsbediening (aan/uit)
De DC-output wordt aan- en uitgezet via een schakelcontact. Ga voor het aansluiten als volgt te werk:
- Sluit de aansluitbekabeling van de stekkerbus van de afstandsbediening aan zoals afgebeeld.
- Connecteer aansluitingen 4 en 5 via een potentievrij schakelcontact.
- Is de output uitgeschakeld, dan knipperen statusindicatoren C.V. en C.C. (2). Het display (2) geeft vervolgens de huidige instellingen qua outputvoltage en outputstroom weer.
- Wanneer de output uitgeschakeld is, dan kunt u de outputwaarden via de instelknoppen voor voltage VOLTAGE (4) en stroombegrenzing CURRENT (5) vastleggen.

Op contacten 4 en 5 mag geen voltage aangesloten worden.
14. RESETTEN NAAR FABRIEKSINSTELLINGEN
- Houd de MENU-toets (8) gedurende ca. 3 seconden ingedrukt.
- Draai aan de VOLTAGE-instelknop (4) tot het volgende op het display verschijnt:

- Druk vervolgens op de VOLTAGE-instelknop (4) om in de instelmodus te komen.
- Draai aan de CURRENT-instelknop (5). In het rechter display verschijnt nu "yes" or "no" (ja of nee).
- Selecteer "yes" en druk vervolgens op de VOLTAGE-instelknop (4) om de selectie te bevestigen en terug te keren naar de instelmodus.
- Druk daarna op de MENU-toets (8) om de instelmodus te verlaten. De labvoeding start opnieuw met de ingestelde waarden af fabriek.
15. SENSE-FUNCTIE
De sense-functie is een automatische voltageregelaar voor de MAIN OUTPUT-aansluitstekkerbussen (6). Daartoe worden er parallel aan de aansluitkabels twee aparte meetsnoeren aangesloten. Op die twee meetsnoeren wordt de voltagedaling, die optreedt op de aansluitbekabeling, gemeten. Deze voltagedaling zorgt voor automatische compensatie van de labvoeding, zodat het aangesloten apparaat voorzien is van het daadwerkelijk ingestelde voltage.
- Zet de voedingsadapter en het aangesloten apparaat uit.
- Sluit altijd eerst de elektriciteitsleidingen van de voedingsadapter aan op het externe apparaat. Zorg voor de juiste polariteit.
- Druk de terminalvrijgave van de aansluitstekkerbussen aan de achterzijde van de Remote Sensing (10) met een kleine schroevendraaier naar binnen en plaats de kabels in de terminalopeningen. Zorg dat ze stevig vastzitten.
- Sluit nu de twee sense-kabels met de juiste polariteit aan op het te gebruiken apparaat. De leidingdoorsnede voor sense-kabels moet ten minste 0,34 mm² zijn.
- Verwijder aansluitingen altijd in omgekeerde volgorde (eerst de sense-kabels, dan pas de aansluitbekabeling).

Let erop dat de sense-kabels zo dicht mogelijk contact maken bij het aansluitpunt van het externe apparaat. Let echt op de juiste polariteit.

Laat de gevoelige bekabeling nooit kortsluiten.
16. SOFTWARE INSTALLEREN

De software is compatibel met Windows®-besturingssystemen XP, 2003, Vista, 7 en 8.
- Plaats de meegeleverde software-CD in het dvd-station van uw computer.
- Installeer de software door te dubbelklikken op "setup.exe".
17. STURING MET PC-SOFTWARE
- Sluit de voedingsadapter via de USB-kabel aan op een vrije USB-poort van uw PC. Sluit de meegeleverde USB-kabel aan op de USB-stekkerbus (7).
- Zet de voedingsadapter aan.
- Start het programma. Na het opstarten van de software wordt de besturing van de voedingsadapter via de software uitgevoerd.

Het product reageert niet langer op invoer via bedieningstoetsen op het voorpaneel.
- Na het starten van de software, verschijnt het volgende scherm:

- Klik met de linker muisknop op "Supply Connect" en vervolgens op "Single". De volgende weergave verschijnt:

text_image
SSPBXXX Control Application Software V0.1 - [ Single PS (Wave Form Generator) ] Supply Connect Mode (Set Voltage or Current) Voltage 10.8V Current 3.97A 10.68 V V - const 2.50 A 10.6V 3.97A 26.7 W OUTPUT a-a Location: Description: Wave Form Generator | External TimedProgram | DataLog | Setting | Setting Func: A,B,C Voltage(V) 5 13 3 Current(A) 5 7 9 Time(S) 3 5 2 Apply A B C Recalc ○ A ○ B ○ C Apply Setting Transk Time AB BA AC CA BC CB 2 1 2 2 2 2 Apply Run A,B Run Wave Form Preview set 20V 13V 5V 0V A B B 6A A USB Location Description MaxP: 180V/ MaxV: 42V MaxC: 10A Now Sampling: 3S UYL: 20V UCL: 10A- Klik op "Setting". De volgende weergave verschijnt:

- Stel de V / I variëren. Het volgende pop-up menu, kan de bemonsteringsfrequentie worden geselecteerd.

Voorbeeld 1 van de preview van de golfvorm:

Voorbeeld 2 van de preview van de golfvorm:

line
| Time (s) | Voltage (V) | | :--- | :--- | | 05 | 5 | | 35 | 10 | | 65 | 5 |Voorbeeld 3 van de preview van de golfvorm:

text_image
SSP8XXX Control Application Software V0.1 - [ Single PS (Wave Form Generator) ] Supply Connect Mode (Set Voltage or Current) Voltage 10.6V Current 3.97A 10.7 1 V V-const 2.54 A 10.6V 3.97A 27.2 W OUTPUT o--o Location: Description: Wave Form Generator | External Tined Program | DataLog | Setting | Setting Func A,B,C Voltage(V) 3 7 5 Current(A) 5 7 9 Time(S) 3 8 3 Apply A B C Recalls ○ A ○ B ○ C Apply Setting Transit Time A B BA AC CA BC CB 3 2 3 6 4 4 Apply Run A-B Run Wave Form Preview set 20V 7V 3V 0V 05 35 85 105 115 Max P: 160V Max Y: 42V Max C: 10A New Sampling: 3S UVL: 20V UCL: 10A USB Location Descriptiona) Extern getimede programmering
Het apparaat kan worden geprogrammeerd via de computer in 20 stappen (met vooraf ingestelde spanning, stroombegrenzing en tijdsintervallen van 1 seconde tot 99 minuten) metingen. De time-driven programmeren kan plaatsvinden van 1 tot en met oneindige cycli.
Bekijk voor extern getimede programmering

Clear Table: Verwijder alle gegevens in de tabel
Run (Stop): Starten en stoppen van de geprogrammeerde volgorde
Running Cycle: Aantal cycli 0-9999 / 0 = oneindig
Output ON / OFF: ON = uitgang voor deze stap wordt aan / uit geschakeld = OFF
Method
- Klik op "Clear Table" om alle waarden in de tabel te wissen.
- Voer de gewenste waarden in de tabel. U kunt de pijltjestoetsen op het toetsenbord, de respectieve cellen in de tabel.

- Waarden die de nominale spanning en de nominale stroom overschrijdt, worden niet geaccepteerd.
- Spanning waarden overschrijden van de ingestelde grenswaarden (UVL) worden niet geaccepteerd.
- Waarden / onder de ingestelde grenswaarden (spanning / stroom / tijd interval) overschreden worden rood weergegeven en niet geaccepteerd.
-
Indien de duur van een stap 0 minuten en 0 seconden ingesteld, deze stap is de terminatiestap waarin de cyclus eindigt. Alle stappen na die worden niet uitgevoerd.
-
Typ in het vak "Hardlopen Cycle" het aantal cycli.
- Klik vervolgens op "Run" om de externe getimede Programmering te starten.
18. BESCHERMINGSVOORZIENINGEN
Er werden op de voeding verschillende automatische beschermvoorzieningen geïntegreerd die de voeding tegen beschadigingen beschermen. De geactiveerde beschermvoorzieningen worden met lettercodes op het display weergegeven en gelijktijdig wordt de DC-uitgang uit veiligheidsoverwegingen uitgeschakeld.

Als een beschermvoorziening actief is, moet de verbruiker onmiddellijk worden uitgeschakeld en van de voeding worden afgeklemd.
Om de uitgang te heractiveren, schakelt u de voeding uit. Wacht tot alle indicatoren zijn uitgedoofd. Schakel de voeding opnieuw in. De voeding moet opnieuw normaal functioneren. Indien dit het geval niet is, kunt u contact opnemen met onze klantenservice.
De volgende weergaven zijn mogelijk:
a) Uitschakeling bij overspanning

text_image
DUP- Aan de DC-uitgang werd een hogere vreemde spanning vastgesteld dan deze die de voeding toestaat. De uitgang wordt uitgeschakeld.
- Het spanningsniveau voor de uitschakeling zijn in de techn. gegevens vermeld.
b) Uitschakeling bij oververhitting

text_image
OTP- De geïntegreerde temperatuursensor heeft een te hoge systeemtemperatuur vastgesteld. Om oververhitting te voorkomen wordt de uitgang uitgeschakeld.
- Schakel de voeding uit en laat minstens 30 minuten afkoelen. Controleer na het inschakelen of de ventilator of de ventilatieopneningen geblokkeerd zijn. In de inschakel-zelftestfase moet de ventilator hoorbaar lopen. Indien dit het geval niet is, kunt u contact opnemen met onze klantenservice.
c) Uitschakeling bij overbelasting

text_image
OLP- Bij overbelasting aan de DC-uitgang wordt normaal gezien de stroombegrenzing actief. Indien dit het geval niet is, wordt een tweede beschermfunctie actief.
- Schakel onmiddellijk na het verschijnen van deze waarschuwingsmelding de voeding uit en controleer de aansluitgegevens van de verbruiker. Verwijder de verbruiker van de DC-uitgang van de leiding.
- Schakel de voeding opnieuw in en controleer de functie. Als de foutmelding blijft bestaan, kunt u contact opnemen met onze klantenservice.
19. ONDERHOUD EN REINIGING
- Verwijder de product van de voedingsbron.
- Afgezien van een incidentele reiniging of het vervangen van een zekering is de laboratoriumvoeding onderhoudsvrij.
- Gebruik voor het schoonmaken van het apparaat een schone, droge, antistatische en pluisvrije reinigingsdoek zonder toevoeging van schurende, chemische en oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
a) Netzekering vervangen
Kan de laboratoriumvoeding niet meer ingeschakeld worden, dan werd waarschijnlijk de netbeveiliging aan de achterzijde (11) geactiveerd.
Voor het vervangen van de netzekering gaat u als volgt te werk:
- Schakel de netvoeding uit en verwijder alle aansluitsnoeren en de stekker van het apparaat.
- Druk met een geschikte sleufschroevendraaier de zekeringhouder (11) aan de achterkant met een hendelbeweging uit de houder.

-
Vervang de defecte zekering door een nieuwe zwakstroomzekering (5x20 mm) van hetzelfde type en met dezelfde nominale stroomsterkte. De zekeringwaarde vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens".
-
Druk de zekeringinzet in de klem voor zekeringhouder.

Zekeringen zijn vervangonderdelen, en worden niet door de garantie gedekt.
20. VERHELPEN VAN STORINGEN
U heeft met deze laboratoriumvoeding een product aangeschaft dat betrouwbaar en veilig is in het gebruik.
Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen.
Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storingen te verhelpen:

Neem altijd de veiligheidsinstructies in acht!
Fout Mogelijke oorzaak
De voeding kan zich niet inschakelen.
• Gaat de C.V. of C.C. indicator branden?
- Controleer de netspanning (evt. netzekering in het apparaat resp. de beveiligingsschakelaar in de kabel controleren).
| Aangesloten verbruikers functioneren niet. | • Is de juiste spanning ingesteld?• Is de polariteit juist?• Controleer de technische gegevens van de verbruiker. |
| De controlelamp REMOTEbrandt. Het apparaat kan niet worden bediend met de draaiknoppen. | De werking met afstandsbediening is geactiveerd. |
| De uitgangsstroom wordt 5 A / 10 A re begrensd, hoewel de stroominstelling hoger ligt. | De voorste aansluiting wordt tot max. 5 A / 10 A begrensd. Voor hoge stromen sluit u de verbruiker aan de hoofduitgang aan de achterkant aan. |
| De controlelamp C.C. brandt. Constante stroomwerking: | De vooringestelde stroomsterkte werd overschreden. Controleer de stroomopname van uw verbruiker en vergroot ev. de stroombegrenzing van de voeding. |
| De controlelamp C.V. LED brandt. | Constante spanningswerking:De voeding werkt normaal. Op de uitgang wordt de ingestelde, constante spanning uitgegeven. |
| “OVP” display Uitschakeling bij overspanning: | Zie het hoofdstuk “Beschermvoorzieningen”. |
| “OtP” display Uitschakeling bij overtemperatuur: | Zie het hoofdstuk “Beschermvoorzieningen”. |
| “OLP” display Uitschakelen bij overbelasting: | Zie het hoofdstuk “Beschermvoorzieningen” |

Andere reparaties dan hierboven beschreven, mogen uitsluitend door een erkende vakman worden uitgevoerd. Als u vragen heeft omtrent het gebruik van het product, kunt u contact opnemen met onze technische helpdesk onder het volgende telefoonnummer.
21. CONFORMITEITSVERKLARING (DOC)
Hierbij verklaren wij, Conrad Electronic, Klaus-Conrad-Straße 1, D-92240 Hirschau, dat dit product aan de fundamentele vereisten en aan de andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG voldoet.

De bij dit product behorende verklaring van conformiteit kunt u vinden op www.conrad.com.
22. VERWIJDERING

Elektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil!
Als het product niet meer werkt, moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking inleveren.
Zo voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en bijdragen tot de bescherming van het milieu.
| 1182100(CPPS-160-42) | 1182103(CPPS-160-84) | |
| Bedrijfsspanning: 100 – 240 V/AC, 50/60 Hz | ||
| Max. ingangsstroom (230 V/AC): 2,3 A | ||
| Max. uitgangsvermogen: 160 W | ||
| Uitgangsspanning: 0 – 42 V/DC 0 – 84 | V/DC | |
| Uitgangsstroom: 0 - 10 A 0 - 5 A | ||
| Spannings-Regeling bij 10 – 100 %lastverandering: | 80 mV | |
| Spannings-Regeling bij netinstabiliteit(170 – 264 V/AC): | 10 mV | |
| Stroom-Regeling bij 10 - 90%Lastverandering: | 50 mA | |
| Stroom-Regeling bij netinstabiliteit(170 – 264 V/AC): | 10 mA | |
| Weergavenauwkeurigheid: ±(0,2% +0,3) V/A | ||
| Rendement: 86 % | ||
| Klokfrequentie: 44 – 55 kHz | ||
| Arbeidsfactor met aktieve PFC: >0,91 | ||
| Toestelventilator: Temperatuurgestuurd (0 – 100 %) | ||
| Netzekering Traag (5 x 20 mm): T3.15AL250V | ||
| Bedrijfstemperatuur: 0 tot +40 °C | ||
| Toegestane luchtvochtigheid: 10 – 80 %, niet condenserend | ||
| Opslagtemperatuur: -15 tot +70 °C | ||
| Luchtvochtigheid tijdens opslag: | 0 – 85 %, niet condenserend | |
| Bedrijfshoogte: | max. 2000 m boven de zeespeigel (N.N.) | |
| Veiligheidsklasse: | 1 | |
| Goedkeuring: | CE EMC: EN 55012, LVD: EN 61010 | |
| Gewicht: | 2,5 kg | |
| Afmetingen (B x H x D): | 200 x 90 x 250 mm | |

Impressum
Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau (www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.