DELONGHI Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF - Ontvochtiger

Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF - Ontvochtiger DELONGHI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF DELONGHI in PDF-formaat.

📄 44 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice DELONGHI Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF - page 19
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF DELONGHI

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ontvochtiger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF - DELONGHI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF van het merk DELONGHI.

GEBRUIKSAANWIJZING Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF DELONGHI

AANWIJZINGENVOORDEREPARATIESVANAPPARATENMET

R290

AANWIJZINGEN VOOR DE REPARATIES VAN APPARATEN MET R290

1 ALGEMENE AANWIJZINGEN

1.1 Controles van de omgeving

Alvorens te beginnen met werkzaamheden aan installaties die brandbare koelmiddelen bevatten, moeten veiligheidscontroles uitgevoerd worden om het risico van brand tot een minimum te beperken. Neem de volgende voorzorgen in acht, alvorens de koelinstallatie te repareren.

1.2 Werkmethode

Om het risico van eventueel aanwezige brandbare gassen of dampen tot een minimum te beperken, moet een vooraf vastgestelde methode gevolgd worden.

1.3 Algemeen werkgebied

Al het onderhoudspersoneel en andere personen die in het betrokken gebied werken, moeten geïnformeerd worden over de aard van de uit te voeren werkzaamheden. Vermijd om te werken in gesloten ruimtes. Het gebied rond de werkzone moet geïsoleerd worden. Controleer of de omstandigheden in het gebied veilig zijn gemaakt door controle van het brandbare materiaal.

1.4 Controles voor de detectie van lekken van koelmiddel

Het gebied moet vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een speciale koelmiddeldetector, zodat de technicus onmiddellijk een potentieel brandbare atmosfeer kan constateren. Controleer of het lekdetectieapparaat geschikt is voor gebruik met brandbare koelmiddelen (het mag bijvoorbeeld geen vonken produceren, moet afgedicht of intrinsiek veilig zijn).

1.5 Aanwezigheid van een brandblusser

In geval van hete werkzaamheden aan het koelapparaat of zijn onderdelen, moet een brandblusser onder handbereik aanwezig zijn. In de buurt van het gebied waar gevuld wordt moet een poeder- of CO ^2 brandblusser aanwezig zijn.

1.6 Ontstekingsbronnen

Tijdens het uitvoeren van werkzaamheden aan een koelinstallatie die het openen van leidingen betreffen die brandbaar koelmiddel bevatten of hebben bevat, mogen geen ontstekingsbronnen worden gebruikt die brand- of explosiegevaar met zich mee brengen. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten, moeten op voldoende afstand van de plek van installatie, reparatie, verwijdering en sloop worden gehouden. Tijdens deze werkzaamheden is namelijk afgifte van het brandbare koelmiddel in de omliggende ruimte mogelijk. Alvorens de werkzaamheden uit te voeren, moet het gebied rond het apparaat geïnspecteerd worden om te controleren of er geen gevaren door brandbare substanties of risico's van ontsteking bestaan. Er moeten borden met "verboden te roken" worden geplaatst.

1.7 Ventilatie van de ruimte

Controleer, alvorens het systeem open te maken of heet werk te verrichten, of in de open lucht gewerkt kan worden of dat de ruimte goed geventileerd is. Tijdens de werkzaamheden moet altijd een bepaalde mate van ventilatie gegarandeerd zijn. De ventilatie heeft als doel om eventueel vrijgekomen koelmiddel te verstrooien en bij voorkeur naar buiten af te voeren.

1.8 Controles van het koelapparaat

In geval van vervanging van elektrische onderdelen, moeten deze voor het doel geschikt zijn en conform de specificaties zijn. Voor het onderhoud en de reparaties moeten altijd de aanwijzingen van de fabrikant opgevolgd worden. Raadpleeg in geval van twijfel de technische service van de fabrikant.

Controleer voor installaties die gebruik maken van brandbare koelmiddelen of:

  • de vulling conform de afmetingen van de ruimte is waarin de onderdelen zijn geïnstalleerd die koelmiddel bevatten;
  • de ventilatie-apparaten en uitlaten correct werken en niet verstopt zijn;
  • controleer, indien een indirect koelcircuit wordt gebruikt, of er koelmiddel in het secundaire circuit aanwezig is;
  • de merkingen op het apparaat nog steeds zichtbaar en leesbaar zijn. Eventuele merkingen en labels die

onleesbaar zijn moeten hersteld worden;

- de leidingen of de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd zijn in een dusdanige positie dat blootstelling aan corrosieve substanties onwaarschijnlijk is, tenzij de onderdelen gemaakt zijn van materialen die roestbestendig zijn of op passende wijze tegen roesten beschermd zijn;

1.9 Controles van de elektrische onderdelen

Bij reparatie en onderhoud van elektrische onderdelen moeten voorafgaande veiligheidscontroles en inspectieprocedures van deze onderdelen zijn voorzien. In het geval van defecten die de veiligheid in gevaar kunnen brengen, mag het circuit niet op het elektriciteitsnet worden aangesloten, zolang deze defecten niet verholpen zijn. Als het niet mogelijk mocht zijn om het defect onmiddellijk te verhelpen, maar het toch nodig is om de werkzaamheden voort te zetten, moet een passende tijdelijke oplossing worden gevonden. Deze oplossing moet worden gemeld aan de eigenaar van het apparaat, zodat alle partijen ervan op de hoogte zijn. De initiele veiligheidscontroles omvatten:

Controle of de condensatoren ontladen zijn: deze controle moet op veilige manier gebeuren om de mogelijke vorming van vonken te voorkomen; Controle of geen enkel elektrisch onderdeel en bedrading blootgesteld is tijdens het vullen, regenereren of aftappen van de installatie; Controle of er continuïteit van de randaarding is.

2.1 Tijdens reparaties aan afgedichte onderdelen, moet de stroomvoorziening van het apparaat waaraan men werkt afgekoppeld worden voordat afgedichte deksels enz. geopend worden. Mocht het volstrekt noodzakelijk zijn om de stroomvoorziening aan de installatie tijdens de werkzaamheden te behouden, moet een permanent lekdetectiesysteem in het meest kritieke punt geïnstalleerd worden, om eventuele situaties van potentieel gevaar te melden.

2.2 Bijzondere aandacht moet aan het volgende worden besteed, om te garanderen dat tijdens werk aan elektrische onderdelen, de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau beïnvloed wordt. Dit geldt ook voor eventuele schade aan kabels, een overmatig aantal aansluitingen, aansluitingen aan

klemmen niet conform de specificaties, schade aan afdichtingen, foutieve montage van pakkingdrukkers, enz. Controleer of het apparaat stevig gemonteerd is. Controleer of pakkingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig versleten zijn dat ze niet meer het ontstaan van een brandbare omgeving kunnen voorkomen. De reserveonderdelen moeten conform de specificaties van de fabrikant zijn.

OPMERKING Het gebruik van siliconenafdichtmiddelen kan de doeltreffendheid van sommige soorten lekdetectieapparaten verhinderen. Intrinsiek veilige onderdelen hoeven niet geïsoleerd te worden voordat hieraan gewerkt wordt.

3 REPARATIE VAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELEN

Zet geen permanente inductieve of capacitieve ladingen op het circuit, zonder eerst gecontroleerd te hebben of deze niet de spanning en stroom die voor het apparaat in kwestie zijn toegestaan overschrijden.

In een brandbare atmosfeer, zijn de enige onderdelen onder spanning waaraan men kan werken, intrinsiek veilige onderdelen. De testapparatuur moet op de correctie waarde zijn afgesteld. Gebruik voor de vervanging van componenten uitsluitend door de fabrikant gespecificeerde onderdelen. Andere onderdelen kunnen, in geval van lekken, ontsteking van koelmiddel in de atmosfeer veroorzaken.

4 BEDRADING

Controleer of de bedrading niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen en andere ongunstige omstandigheden. Deze controle moet ook rekening houden met de gevolgen van veroudering of continue trillingen van bronnen als compressoren of ventilatoren.

5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELEN

Voor het zoeken of detecteren van koelmiddellekken, mogen nooit potentiële ontstekingsbronnen gebruikt worden. Gebruik geen lekzoeklamp (of andere detectiemiddelen die een open vlam gebruiken).

6 LEKDETECTIEMETHODES

De volgende methods voor de detectie van lekken worden acceptabel geacht voor systemen die brandbare

koelmiddelen bevatten. Voor de detectie van brandbare koelmiddelen moeten elektronische lekdetectoren gebruikt worden, maar de gevoeligheid kan aanpassing of kalibrering behoeven. (De detectie-instrumenten moeten gekalibreerd worden in ruimten zonder koelmiddel). Controleer of de detector geen potentiële bron van ontsteking is en of hij geschikt is voor het koelmiddel in kwestie. Het lekdetectie-instrument moet ingesteld worden op een percentage van het LFL (onderste ontbrandbaarheidspunt) van het koelmiddel, op het gebruikte koelmiddel gekalibreerd worden en het correcte gaspercentage (maximum 25%) moet bevestigd worden.

Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor het merendeel van de koelmiddelen, maar het gebruik van reinigingsmiddelen die chloor bevatten moeten vermeden worden, aangezien chloor kan reageren met het koelmiddel en de koperen leidingen kan corroderen. Als de aanwezigheid van een lek wordt vermoed, moeten alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden.

Als een koelmiddellek wordt gevonden dat gerepareerd moet worden door middel van hardsolderen, moet al het koelmiddel uit het systeem worden afgetapt of geïsoleerd (d.m.v. afsluitkleppen) in een systeemgedeelte dat ver van het lek is gelegen. Vóór en tijdens het hardsolderen moet het systeem met zuurstofvrije stikstof (OFN) worden doorgespoten.

7 AFTAPPEN EN EVACUEREN VAN HET KOELMIDDELCIRCUIT

Wanneer het koelmiddelcircuit voor reparaties – of andere doeleinden – wordt opengemaakt, moeten de conventionele procedures gevolgd worden. In elk geval is het belangrijk de doeltreffendste procedure te gebruiken, aangezien ontbrandbaarheid altijd een risico is. De volgende procedure moet gevolgd worden: tap het koelmiddel af;

spoel het circuit door met inert gas; evacueer het circuit; spoel opnieuw door met inert gas;

open het circuit door te snijden of te hardsolderen. De koelmiddellading moet opgevangen worden in speciale cilinders. Het systeem moet "gespoeld" worden met OFN om de unit veilig te maken. Het kan zijn dat deze procedure meerdere malen herhaald moet worden. Voor dit doel mag geen perslucht of zuurstof worden gebruikt. Voor het spoelen wordt eerst het vacuum in het systeem met OFN verbroken en gaat men door met vullen tot de bedrijfsdruk wordt bereikt. Vervolgens wordt het systeem, ontlucht en tenslotte wordt het vacuum hersteld. Dit proces moet herhaald worden totdat er geen koelmiddel meer in het systeem is. Wanneer de laatste OFN lading wordt gebruikt, moet het systeem tot de atmosferische druk ontlucht worden. Deze handeling is van fundamenteel belang als er hardsoldeerwerk op de leidingen uitgevoerd moet worden. Controleer of de uitgang van de vacuumpomp zich niet in de buurt van ontstekingsbronnen bevindt en of een goede ventilatie verzekerid is.

8 VULPROCEDURES

In aanvulling op de conventionele vulprocedures, moeten de volgende vereisten in acht worden genomen.

  • Controleer of er geen contaminatie van verschillende koelmiddelen optreedt wanneer vulapparatuur wordt gebruikt. De slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn, om de hoeveelheid bevat koelmiddel tot een minimum te beperken.
  • De cilinders moeten in verticale stand worden gehouden.
  • Controleer of het koelsysteem geaard is alvorens het met koelmiddel te vullen.
  • Breng na het opladen een etiket op het systeem aan (als dit etiket nog niet aanwezig is).
  • Let op dat het circuit niet overmatig gevuld wordt.

Voordat het systeem gevuld wordt, moet een drukkeuring van het systeem met OFN worden verricht. Na het vullen, maar vóór activering, moet een lekproef worden verricht. Voordat de werkzaamheden worden beëindigd, moet opnieuw een lekproef worden verricht.

9 INACTIVERING VAN HET SYSTEEM

Om deze procedure uit te kunnen voeren, moet de technicus volledig vertrouwd zijn met de installatie en zijn kenmerken. Men adviseert om alle koelmiddelen op veilige manier op te vangen. Voordat deze taak wordt uitgevoerd, moet een olie- en koelmiddelmonster worden afgenomen, indien analyse is vereist voordat het geregenereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Controleer of elektriciteit beschikbaar is voordat aan deze taak wordt begonnen.

a) Bestudeer het apparaat en zijn werking.

b) Isoleer het systeem van het elektrische circuit.
c) Controleer, alvorens met de procedure te beginnen, of: mechanische uitrusting beschikbaar is voor het hanteren van de koelmiddelcilinders; alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct gebruikt worden; het terugwinningsproces te allen tijde onder toezicht van een vakkundig iemand verloopt; de terugwinningsapparatuur en de cilinders conform de betreffende voorschriften zijn.
d) Leeg indien mogelijk het koelsysteem met een pomp.
e) Als een vacuum niet mogelijk is, realiseer dan een verdeelleiding om het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem te verwijderen.
f) Controleer of de cilinder op een weegschaal is geplaatst voordat de terugwinning start.
g) Start het terugwinningsapparaat volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
h) Vul de cilinders niet boven het maximumniveau. (Niet boven 80% van het volume van de vloeibare lading).
i) Overschrijd niet de maximum bedrijfsdruk van de cilinder, ook niet tijdelijk.
j) Zorg ervoor, zodra de cilinders correct gevuld zijn en het proces beëindigd is, dat de cilinders en de apparatuur zo snel mogelijk uit de ruimte verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen van het apparaat gesloten worden.
k) Het teruggewonnen koelmiddel mag niet gebruikt worden voor het vullen van een ander koelsysteem, tenzij het gereinigd en gecontroleerd is.

10 LABELS

Op het apparaat moet een label worden aangebracht dat aangeeft dat het systeem geïnactiveerd en van koelmiddel ontdaan is. Dit label moet gedateerd en ondertekend worden. Controleer of op het apparaat labels zijn aangebracht die aangeven dat het apparaat brandbaar koelmiddel bevat.

11 TERUGWINNING

Wanneer koelmiddel uit een systeem wordt verwijderd, zowel voor onderhoud en reparatie als inactivering, wordt geadviseerd om dit op veilige wijze te doen. Gebruik uitsluitend cilinders die geschikt zijn voor het terugwinnen van koelmiddel. Controleer of een voldoende aantal cilinders ter beschikking is om de totale vulling van het systeem te bevatten en of deze cilinders voor dat type koelmiddel gelabeld zijn (bijv.: speciale cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel). De cilinders moeten voorzien zijn van werkende veiligheids- en afsluitkleppen. Lege cilinders moeten geëvacueerd worden en indien mogelijk gekoeld worden voordat het terugwinnen plaatsvindt.

De terugwinningsapparatuur moet goed functioneren, vergezeld gaan van gebruik aanwijzingen en geschikt zijn voor het terugwinnen van brandbare koelmiddelen. Bovendien moet een aantal gekalibreerde en goed functionerende weegschalen beschikbaar zijn. Slangen moeten voorzien zijn van lekvrije koppelstukken en in goede toestand verkeren. Voordat de terugwinningsapparatuur wordt gebruikt, moet gecontroleerd worden of deze in goede toestand verkeert, goed onderhouden is en of alle elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van een koelmiddellek. Neem in geval van twijfel contact op met de fabrikant. Het teruggewonnen koelmiddel moet in de correcte cilinder teruggegeven worden aan de leverancier van het koelmiddel, samen met het ingevulde document voor afvaltransport. Meng niet verschillende koelmiddelen in de terugwinningsapparatuur en vooral niet in de cilinders.

Indien compressoren of compressorolie verwijderd moeten worden, controleer dan of ze geledigd zijn tot een acceptabel niveau, om er zeker van te zijn dat geen brandbaar koelmiddel in het smeermiddel is achtergebleven. Het evacuatieproces moet uitgevoerd worden voordat de compressor aan de leverancier wordt teruggegeven. Om dit proces te versnellen, mag alleen elektrische verwarming van het compressorlichaam worden gebruikt. Het aftappen van olie moet op veilige wijze gebeuren.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

Geef ze door aan een volgende gebruiker.

Deze handleiding is ook beschikbaar als PDF op:

www.delonghi.com

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : DELONGHI

Model : Tasciugo AriaDry Multi DEX214RF DEXD214RF

Categorie : Ontvochtiger