DV14DL - Boor HiKOKI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DV14DL HiKOKI in PDF-formaat.
| Producttype | Draadloze boorhamer/schroevendraaier |
| Merk | HiKOKI |
| Model | DV14DL |
| Accuspanning | 14,4 V Li-ion |
| Compatibele accus | BCL1415 (1,5 Ah), BCL1430 (3,0 Ah), EBL1430 (3,0 Ah) |
| Onbelaste snelheid | Lage stand eco: 0-200 tpm Lage stand vol vermogen: 0-400 tpm Hoge stand eco: 0-850 tpm Hoge stand vol vermogen: 0-1750 tpm |
| Onbelaste slagfrequentie | Laag: 0-4.800 tpm Hoog: 0-21.000 tpm |
| Boorcapaciteit baksteen | 14 mm (diepte 30 mm) |
| Boorcapaciteit hout | 45 mm (dikte 18 mm) |
| Boorcapaciteit metaal | Staal: 13 mm, Aluminium: 13 mm |
| Schroefcapaciteit | Machinebouten: 6 mm Houtschroeven: 8 mm Ø × 75 mm (voorgeboord) |
| Boorkop | Snelspan |
| Gewicht (met accu) | 2,1 kg |
| Meegeleverde lader | UC18YRL of UC18YGL2 |
| Standaard accessoires | 1 kruisbit (nr. 2 × 65L), lader, 2 accu's, zijhandgreep, kunststof koffer |
| Hoofdfuncties | Boren, hameren, schroeven, koppelinstelling (22 standen), variabele snelheid, vooruit/achteruit, eco/vol vermogen stand |
| Veiligheid | Bescherming tegen overbelasting, oververhitting, onbedoeld starten, motorrem, dubbele isolatie |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een droge of zeepachtige doek, geen oplosmiddelen gebruiken |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Koolborstels (code 999054), andere onderdelen verkrijgbaar bij geautoriseerde HiKOKI-service |
| Algemene informatie | Fabrieksgarantie, veiligheidsvoorschriften naleven, alleen aanbevolen accu's en laders gebruiken |
Veelgestelde vragen - DV14DL HiKOKI
Gebruikersvragen over DV14DL HiKOKI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DV14DL - HiKOKI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DV14DL van het merk HiKOKI.
GEBRUIKSAANWIJZING DV14DL HiKOKI
Lees alle waarschuwingen en instructies aandachtig door.
Nalating om de waarschuwingen en instructies op te volgen kan in een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel resulteren.
Bewaar alle waarschuwingen en aanwijzingen voor eventuele naslag in de toekomst.
De term "elektrisch gereedschap" heeft zowel betrekking op elektrisch gereedschap dat via de netvoeding van stroom wordt voorzien als gereedschap dat via een accu (snoerloos) van stroom wordt voorzien.
1) Veiligheid van de werkplek
a) Zorg voor een schone en goed verlichte werkplek. Een rommelige of donkere werkplek verhoogt de kans op ongelukken.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in een omgeving met ontplofbare vloeistoffen, gassen of stof.
Elektrisch gereedschap kan vonken afgeven. Deze vonkjes kunnen stofdeeltjes of gassen doen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere toeschouwers tijdens het gebruik van elektrische gereedschap uit de buurt. Afleidingen kunnen gevaarlijk zijn.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker op het elektrische gereedschap moet geschikt zijn voor aansluiting op de wandcontactdoos.
De stekker mag op geen enkele manier gemodificeerd worden. Gebruik geen verloopstekker met geaard elektrisch gereedschap. Deugdelijke stekkers en geschikte wandcontactdozen verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals leidingen, radiatoren, fornuizen en koelkasten.
Wanneer uw lichaam in contact staat met geaarde oppervlakken loopt u een groter risico op een elektrische schok.
c) Stel het elektrisch gereedschap niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden.
Het risico op een elektrische schok wordt vergroot wanneer er water in het elektrisch gereedschap terechtkomt.
d) Behandel het snoer voorzichtig. Draag het gereedschap nooit door dit bij het snoer vast te houden. Trek niet aan het snoer wanneer u de stekker uit het stopcontact wilt halen.
Houd het snoer uit de buurt van warmtebronnen, olie, scherpe randen of bewegende onderdelen. Een beschadigd of verward snoer verhoogt het risico op een elektrische schok.
e) Gebruik buitenshuis een verlengsnoer dat specifiek geschikt is voor het gebruik buiten.
Het gebruik van een snoer dat specifiek geschikt is voor gebruik buitenshuis vermindert het risico op een elektrische schok.
f) Als het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving gebruikt moet worden, dient een voeding met RCD (reststroom-apparaat) beveiliging te worden gebruikt.
Gebruik van een RCD vermindert de kans op een elektrische schok.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf waakzaam, let voortdurend op uw werk en gebruik uw gezond verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt.
Gebruik geen elektrisch gereedschap wanneer u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen.
Eén moment van onoplettendheid kan in ernstig lichamelijk letsel resulteren.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming.
Beschermingsmiddelen zoals stofmaskers, niet-glijdende veiligheidsschoenen, een helm of oorbescherming vermindert het risico op lichamelijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk kan starten. Controleer of de schakelaar in de uit stand staat voordat u de voeding en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of gaat dragen. Zorg ervoor dat u tijdens het verplaatsen van het elektrisch gereedschap uw vingers uit de buurt van de schakelaar houdt en sluit de stroombron niet aan terwijl de schakelaar op aan staat om ongelukken te vermijden.
d) Verwijder sleutels en moersleutels uit het gereedschap voordat u het elektrisch gereedschap aanzet.
Een (moer-)sleutel die op een bewegend onderdeel van het elektrisch gereedschap bevestigd is kan in lichamelijk letsel resulteren.
e) Reik niet te ver. Zorg ervoor dat u te allen tijde stevig staat en uw evenwicht behoudt. Op deze manier heeft u tijdens een onverwachte situatie meer controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende onderdelen. Loszittende kleding, sieraden en lang haar kunnen in de bewegende onderdelen verstrikt raken.
g) Indien het elektrisch gereedschap van een aansluiting voor stofafzuiging is voorzien dan dient u ervoor te zorgen dat de stofafzuiging aangesloten en op de juiste manier gebruikt wordt.
Het gebruik van stofafzuiging vermindert eventuele stofgerelateerde risico's.
4) Bediening en onderhoud van elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap mag niet geforceerd worden. Gebruik het juiste gereedschap voor het karwei.
U kunt de klus beter en veiliger uitvoeren wanneer u het juiste elektrische gereedschap gebruikt.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de schakelaar niet goed werkt.
Elektrisch gereedschap dat niet via de schakelaar bediend kan worden is gevaarlijk en moet onmiddellijk gerepareerd worden.
c) Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de voeding en/of de accu van het elektrisch gereedschap losmaakt, afstellingen verricht, accessoires verwisselt of voordat u het elektrisch gereedschap opbergt.
Dergelijke preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico dat het elektrisch gereedschap per ongeluk opstart.S
d) Berg elektrisch gereedschap buiten het bereik van kinderen op en sta niet toe dat personen die niet bekend zijn met het juiste gebruik van het gereedschap of deze voorschriften dit elektrisch gereedschap gebruiken.
Eletrisch gereedschap is gevaarlijk in onbevoegde handen.
e) Het elektrisch gereedschap moet regelmatig onderhouden worden. Controleer het gereedschap op een foutieve uitlijning, vastgelopen of defecte bewegende onderdelen en andere problemen die van invloed zijn op de juiste werking van het gereedschap.
Indien het gereedschap defect of beschadigd is moet het gerepareerd worden voordat u het gereedschap opnieuw gebruikt.
Slecht onderhouden elektrisch gereedschap is verantwoordelijk voor een groot aantal doe-hetzelf ongelukken.
f) Houd snijwerktuigen scherp en schoon.
Goed onderhouden snijwerktuigen met scherpe snijranden lopen minder snel vast en zijn gemakkelijker in het gebruik.
g) Elektrisch gereedschap, toebehoren, bits enz. moeten in overeenstemming met deze instructies worden gebruikt waarbij de werkomstandigheden en het werk in overweging moeten worden genomen.
Gebruik van het elektrisch gereedschap voor andere doeleinden dan waarvoor het is bedoelt, kan resulteren in een gevaarlijke situatie.
5) Gebruik van gereedschap en onderhoud van de batterij
a) Herlaad enkel met de lader die door de fabrikant wordt gespecificeerd.
Een lader die geschikt is voor één bepaald type batterijgroep kan brandgevaar veroorzaken bij een andere batterijgroep.
b) Gebruik de apparaten enkel met specifiek ontworpen batterijgroepen.
Het gebruik van andere batterijgroepen kan letsels of brand veroorzaken.
c) Wanneer de batterijgroep niet in gebruik is, houdt u ze verwijderd van andere metalen voorwerpen zoals papierclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere metalen voorwerpen die een verbindingen van de ene terminal met de andere kunnen maken.
De batterijterminals kortsluiten kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Bij een verkeerd gebruik kan er vloeistof uit de batterij lekken; vermijd elk contact. Indien er toevallig contact ontstaat, goed met water spoelen. Indien de vloeistof in contact met de ogen komt, ook medische hulp inroepen.
Vloeistof die uit de batterij lekt kan irritatie en brandwonden veroorzaken.
6) Onderhoudsbeurt
a) Het gereedschap mag uitsluitend door bevoegd onderhoudspersoneel worden onderhouden die authentieke onderdelen gebruikt.
Hierdoor kunt u erop aan dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap behouden blijft.
VOORZORGMAATREGELEN
Houd kinderen en kwetsbare personen op een afstand. Het gereedschap moet na gebruik buiten het bereik van kinderen en andere kwetsbare personen worden opgeborgen.
-
Draag gehoorbescherming tijdens het gebruik van klopboormachines. Blootstelling aan lawaai kan tot gehoorverlies leiden.
-
Gebruik de extra handgrepen die met het gereedschap zijn meegeleverd. Verlies van controle over het gereedschap kan in lichamelijk letsel resulteren.
-
Kontroleer of er geen elektrische bedrading achter de muur, het plafond of de vloer is, voordat met het boren begonnen wordt.
-
Wanneer u een bitje in de sleutelloze boorkop doet, moet u de klembus voldoende vastdraaien. Als de klembus niet goed vast zit, kan het bitje slippen of los komen en letsel veroorzaken.
-
Laad de accu bij een temperatuur van 0 - 50°C. Een temperatuur van onder 0°C kan overlapping veroorzaken, hetgeen gevaarlijk kan zijn. de accu kan niet bij een temperatuur van boven de 50°C geladen worden. De meest geschikte temperatuur is tussen de 20 - 25°C.
-
Wacht ongeveer 15 minuten voordat met het laden van een andere batterij begonnen wordt. Laad niet meer dan twee accu's achterelkaar op.
-
Voorkom dat stof of vuil in de aansluitopening van de accuterecht komt.
-
Demonteer de oplaadbare batterij of acculader niet.
-
Voorkom kortsluiting van de oplaadbare batterij. Kortsluiting kan resulteren in oververhitting. Dit kan schade of brandgevaar opleveren.
-
Gooi de batterij niet in het vuur. Een brandende batterij kan ontploffen.
-
Breng de batterij naar de dealer waar deze gekocht werd, nadat deze na oplading onvoldoende kracht heeft voor praktisch gebruik. Gooi een ultgewerkte batterij niet weg.
-
Het gebruik van een uitgeputte batterij zal de acculader beschadigen.
-
Steek nooit een voorwerp in de ventilatie- openingen van de acculader. Als een voorwerp of ontylambaar materiaal in de ventilatie-openingen van de acculader wordt gestoken, kan dit resulteren in een elektrische schok of beschadiging aan de acculader.
OPMERKINGEN BIJ GEBRUIK LITHIUM-ION BATTERIJ
De lithium-ion batterij is voorzien van een beschermingsfunctie die volledige ontlading van de batterij voorkomt waardoor de levensduur wordt verlengd. In geval 1 tot 3 hieronder kan de motor tijdens het gebruik van het product tot stilstand komen, zelfs wanneer u de schakelaar ingedrukt houdt. Dit geeft geen probleem met het product aan maar wordt veroorzaakt door de beschermingsfunctie.
- De motor komt tot stilstand wanneer de batterij leeg is. De batterij moet in dit geval onmiddellijk opgeladen worden.
- De motor kan tot stilstand komen wanneer het gereedschap overbelast is. Laat de schakelaar onmiddellijk los en zoek naar de oorzaak van de overbelasting. Wanneer u het probleem verholpen heeft kunt u het gereedschap opnieuw gebruiken.
- Wanneer de batterij oververhit is door overbelasting, kan het zijn dat de batterij stopt. In dit geval gebruikt u de batterij niet verder en laat u ze afkoelen. Daarna kunt u haar opnieuw gebruiken. (Alleen BCL1415 en BCL1815) BCL1415 en BCL1815 zijn uitsluitend bedoeld voor de boorschroefmachine. Nooit gebruiken met andere apparaten voor zwaar werk (d.w.z. cirkelzaag, sneltrekzaag, vlakslijpmachine en blazer, enz.).
Gelieve eveneens aandacht te schenken aan volgende waarschuwing en aandachtspunt.
WAARSCHUWING
Om acculekken, het opwekken van warmte, rookemissie, explosie en ontsteking bijtijds te vermijden, moet u ervoor zorgen volgende voorzorgsmaatregelen onder de aandacht te brengen.
- Zorg ervoor dat er geen spaanders en stof op de accu ophopen.
○ Zorg er tijdens de werkzaamheden voor dat er geen spaanders en stof op de accu kunnen vallen.
○ Zorg ervoor dat de spaanders en stof die tijdens het werk op het elektrisch gereedschap vallen zich niet op de accu ophopen.
○ Bewaar een ongebruikte accu niet op een plaats waar het aan spaanders en stof wordt blootgesteld.
○ Verwijder alle spaanders en stof van een accu voordat u hem opbergt en bewaar de accu niet op dezelfde plek als metalen onderdelen (schroeven, spijkers, enz.). - Doorboor de accu niet met een scherp voorwerp, zoals een nagel, klop er niet op met een hamer, stap niet op de accu of gooi er niet mee of stel hem niet bloot aan ernstige fysieke schokken.
- Gebruik geen zichtbare beschadigde of vervormde accu.
-
Gebruik de accu niet met een omgekeerde polariteit.
-
Sluit hem niet rechtstreeks aan op elektrische toestellen of fittingen van sigarettenaanstekers in wagens.
- Gebruik de accu niet voor andere doeleinden dan deze die gespecificeerd werden.
- Wanneer de accu niet kan worden opgeladen, zelfs nadat de specifieke oplaadtijd verstreken is, stopt u onmiddellijk met het opladen.
- Breng de accu niet op hoge temperaturen of drukken of stel ze er niet aan bloot, zoals in een microgolfoven, droger of een hogedrukcontainer.
- Blijf uit de buurt van vuur onmiddellijk nadat een lek of vieze geur werd vastgesteld.
- Gebruik hem niet in een plaats waar een grote statische elektriciteit wordt opgewekt.
- In geval van een acculek, vieze geur, warmteopwekking, verkleuring of vervorming, of iets abnormaals tijdens het gebruik, het opladen of de opslag, haalt u hem onmiddellijk uit de uitrusting of de acculader en stopt u het gebruik.
LET OP
- Wanneer u de lekkende vloeistof uit de accu in de ogen krijgt, wrijf dan niet in de ogen, en was ze goed uit met vers proper water, zoals kraantjeswater en roep er onmiddellijk een dokter bij. Indien u geen behandeling krijgt, kan de vloeistof oogproblemen veroorzaken.
- Wanneer de vloeistof lekt op uw huid of kleding, was ze onmiddellijk goed af met proper water, zoals kraantjeswater. De kans bestaat dat dit huidirritatie veroorzaakt.
- Wanneer u roest, een vieze geur, oververhitting, verkleuring, vervorming en/of andere onregelmatigheden vaststelt wanneer u de accu voor de eerste maal gebruikt, gebruik ze dan niet verder en stuur ze terug naar de leverancier of de verkoper.
TECHNISCHE GEGEVENS
BOORMACHINE
| Model DV14DL DV18DL | ||||
| Onbelaste snelheid | Laag(Spaarmodus) | 0 - 200 min ^-1 | 0 - 200 min ^-1 | |
| Laag(Power-modus) | 0 - 400 min ^-1 | 0 - 400 min ^-1 | ||
| Hoog(Spaarmodus) | 0 - 850 min ^-1 | 0 - 900 min ^-1 | ||
| Hoog(Power-modus) | 0 - 1750 min ^-1 | 0 - 1800 min ^-1 | ||
| Onbelaste slag-verhouding (Laage/Hoge) | 0 - 4800 / 0 - 21000 min ^1 | 0 - 4800 / 0 - 21600 min ^1 | ||
| Kapaciteit | Boren | Steen(Diepte 30 mm) | 14 mm 16 mm | |
| Hout(Dikte 18 mm) | 45 mm 50 mm | |||
| Metaal Staal: 13(Dikte 1,6 mm) | mm,Aluminum: 13 mm | |||
| Drijven | Kolomschroef 6 | mm | ||
| Houtschroef | 8 mm (diameter) × 75 mm (lengte)(bij voorgeboord schroefgat) (bij | 8 mm (diameter) × 100 mm (lengte)voorgeboord schroefgat) | ||
| Oplaadbare batterij | BCL1415: Li-ion 14,4 V (1,5 Ah 4 cellen)BCL1430: Li-ion 14,4 V (3,0 Ah 8 cellen)EBL1430: Li-ion 14,4 V (3,0 Ah 4 cellen) | BCL1815: Li-ion 18 V (1,5 Ah 5 cellen)EBM1830: Li-ion 18 V (3,0 Ah 10 cellen) | ||
| Gewicht 2,1 kg 2,2 kg | ||||
ACCULADER
| Model | UC18YGL | UC18YGL2 |
| Oplaadspanning | 7,2 – 18 V | |
| Gewicht | 0,6 kg | 0,4 kg |
STANDAARD TOEBEHOREN
| DV14DL | 1 Kruiskopdrijver (Nr.2 × 65L) ..... 1 |
| 2 Acculader (UC18YRL of UC18YGL2) .... 1 | |
| 3 Batterij (BCL1415 of BCL1430 of EBL1430) ..... 2 | |
| 4 Zijhandgreep ..... 1 | |
| 5 Plastic doos ..... 1 | |
| DV18DL | 1 Kruiskopdrijver (Nr.2 × 65L) ..... 1 |
| 2 Acculader (UC18YRL of UC18YGL2) .... 1 | |
| 3 Batterij (BCL1815 of EBM1830) ..... 2 | |
| 4 Zijhandgreep ..... 1 | |
| 5 Plastic doos ..... 1 | |
| DV14DL (NN) DV18DL (NN) | Zonder kruiskopdrijver, acculader, batterij, zijhandgreep en plastic doos |
De standaard toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
EXTRA TOEBEHOREN (los verkrijgbaar)
- Batterij (BCL1415, BCL1430, EBL1430) (Voor DV14DL)

- Batterij ( BCL1815, EBM1830) (Voor DV18DL)

De extra toebehoren kunnen zonder nadere aankondiging gewijzigd worden.
TOEPASSINGEN
○ Boren in steen en betonblokken, etc.
○ Indraaien en uitdraaien van machineschroeven, houtschroeven, tapbouten, etc.
○ Boren van verschillende metalen
○ Boren van verschillende houtsoorten
INLEGGEN EN UITNEMEN VAN DE BATTERIJ
1. Verwijderen van de batterij
Houd de handgreep goed vast en druk tegen de accvergrendeling (2 stuks) om de batterij te verwijderen (zie Afb. 1 en 2).
LET OP
Sluit de batterij nooit kort.
2. Aanbrengen van de batterij
Plaats de batterij met de polen juist aangebracht (zie Afb. 2).
OPLADEN
Voor het gebruik van de klop-boor-schroefmachine dient de accu als volgt opgeladen te worden.
1. Sluit het netsnoer van het oplaadapparaat op het stopkontakt aan
Wanneer de stekker van de acculader in het stopkontakt wordt gestoken, zal het controlelampje in rood knipperen (Met tusserpozen van 1 sekonde).
2. Steek de batterij in het acculader
Steek de batterij stevig in de oplader, totdat deze kontakt maakt met de bodem van de oplader. Let bij het plaatsen van de batterij op de polariteit van (+) en (-) zoals in Afb. 3 getoond wordt.
LET OP
○ Zorg dat de batterij in de juiste richting van plus en min wordt geplaatst. Opladen zal anders niet mogelijk zijn en daarbij zou u bijvoorbeeld de aansluitpunten van de lader kunnen beschadigen.
3. Opladen
Wanneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het controlelampje kontinu rood branden.
Wanneer de batterij volledig is opgeladen, gaat het controlelampje in rood knipperen (Met tussenpozen van 1 sekonde) (Zie Tabel 1).
(1) Aanduiding van de controlelampje
De aanduidingen van het controlelampje zijn zoals aangegeven in tabel 1, al naar gelang de toestand van de oplaadbare batterij of het acculader.
Tabel 1
| Aanduidingen van het controlelampje | ||||
| Laadstatu slampje (ROOD) | Voor het laden | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde. Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet. (Uit voor 0,5 seconde) | |
| Tijdens opladen | Brandt (ROOD) | Blift branden | ||
| Na opladen | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,5 sekonde. Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet. (Uit voor 0,5 seconde) | ||
| Opladen onmogelijk | Knippert (ROOD) | Brandt ongeveer 0,1 sekonde. Brandt ongeveer 0,1 sekonde niet. (Uit voor 0,1 sekonde) | Er is iets mis met de accu of met het oplaad-apparaaat. | |
| Oververhitting slampje (GROEN) | Oververhitting standby | Brandt (GROEN) | Blift branden | De batterij is oververhit. De batterij kan niet opgeladen worden (het opladen wordt hervat wanneer de batterij is afgekoeld). |
OPMERKING: De UC18YRL koelt de oververhitte batterij met een koelventilator af.
(2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij
De temperaturen voor herlaadbare batterijen worden weergegeven in Tabel 2. Oververhitte batterijen moeten een tijdje afkoelen voordat ze worden herladen.
Tabel 2 Temperatuur voor opladen van baterijen
| Oplaadbare batterijen | Geschikte temperatuur voor het opladen |
| BCL1415, BCL1430, EBL1430, BCL1815, EBM1830 | 0°C - 50°C |
(3) Tijd die benodigd is voor het opladen
De oplaadtijden in de onderstaande Tabel 3 zijn afhankelijk van de kombinatie van acculader en batterij.
Tabel 3 Oplaadtijden (bij 20°C)
| Batterij\Acculader | UC18YRL |
| BCL1415, BCL1815 | Circa. 20 min. |
| BCL1430, EBL1430, EBM1830 | Circa. 45 min. |
OPMERKING
De tijd voor het opladen verschilt afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het spanningsvoltage.
-
Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt
-
Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij er uit
OPMERKING
Verwijder na gebruik eerst de batterijen uit de lader en bewaar de batterijen op de juiste manier.
Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d.
Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden.
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen
(1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan.
(2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
LET OP
○ Wanneer de batterijlader onafgebroken wordt gebruikt, zal deze warm worden, waardoor fouten worden veroorzaakt. Nadat het laden is voltooid, wacht u best 15 minuten tot de volgende lading.
○ Als de batterij wordt herladen wanneer ze warm is door batterijgebruik of blootstelling aan zonlicht, kan het controlelampje groen oplichten.
De batterij wordt niet herladen. Laat in dat geval de batterij afkoelen voor het laden.
○ Wanneer het controlelampje snel in rood knippert (vijfmaal per sekonde), neem de batterij dan uit het oplaadapparaat en controleer de opening van de laatste dan op de aanwezigheid van een voorwerp dat er niet hoort. Is er geen voorwerp in de opening aanwezig, dan is de storing waarschijnlijk te wijten aan de oplaadbare batterij of het oplaadapparaat. Laat deze dan controleren door een bevoegde onderhoudsinstantie.
Vóór het gebruik van het elektrisch gereedschap dient de batterij als volgt opgeladen te worden.
- Sluit het netsnoer van het acculader op het stopkontakt aan
Wanneer de stekker van de acculader in het stopkontakt wordt gestoken, zal het controlelampje in rood knipperen (Met tussenpozen van 1 sekonde).
- Steek de batterij in het acculader
Steek de batterij stevig in de oplader, totdat deze kontakt maakt met de bodem van de oplader. Let bij het plaatsen van de batterij op de polariteit van (+) en (-) zoals in Afb. 4 getoond wordt.
LET OP
○ Zorg dat de batterij in de juiste richting van plus en min wordt geplaatst, anders is niet alleen opladen onmogelijk, maar er kunnen ook storingen in de werking van de oplader ontstaan zoals een beschadigd oplaadcontact.
3. Opladen
Wanneer een batterij in de acculader wordt aangebracht, blijft het controlelampje kontinu rood branden. Wanneer de batterij volledig is opgeladen, gaat het controlelampje in rood knipperen (Met tussenpozen van 1 sekonde) (Zie Tabel 4).
(1) Aanduiding van de controlelampje
De aanduidingen van het controlelampje zijn zoals aangegeven in Tabel 4, al naar gelang de toestand van de oplaadbare batterij of het acculader.
Tabel 4
| Aanduidingen van het controlelampje | ||||
| Controlelampje (rood) | Voor het laden | Knippert | Brandt ongeveer 0,5 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 seconde) | |
| Tijdens opladen | Brandt | Blift branden | ||
| Na opladen | Knippert | Brandt ongeveer 1 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 seconde) | ||
| Oververhitting standby | Knippert | Brandt ongeveer 1 sekonde.Brandt ongeveer 0,5 sekonde niet.(Uit voor 0,5 seconde) | De batterij is oververhit. De batterij kan niet opgeladen worden (het opladen wordt hervat wanneer de batterij is afgekoeld). | |
(2) Batreffende de temperatuur van de oplaadbare batterij
De temperatuur van oplaadbare batterijen verloopt zoals aangegeven in de Tabel 5; batterijen die erg warm zijn dient u voor het opladen even af te laten koelen.
Tabel 5 Temperatuur voor opladen van baterijen
| Oplaadbare batterijen | Geschikte temperatuur voor het opladen |
| BCL1415, BCL1430, EBL1430, BCL1815, EBM1830 | 0^ - 50^ |
(3) Tijd die benodigd is voor het opladen
De oplaadtijden in de onderstaande Tabel 6 zijn afhankelijk van de kombinatie van acculader en batterij.
Tabel 6 Oplaadtijden (bij 20°C)
| Batterij\Chargeur | UC18YGL2 |
| BCL1815, BCL1415 Circa. 40 min. | |
| BCL1430, EBL1430, EBM1830 Circa. 90 min. |
OPMERKING:
De tijd voor het opladen verschilt afhankelijk van de omgevingstemperatuur en het spanningsvoltage.
-
Trek de stekker van het oplaadapparaat uit het stopkontakt
-
Houd het oplaadapparaat stevig vast en trek de batterij er uit
OPMERKING:
Verwijder na het laden eerst de batterijen uit de lader en bewaar de batterijen op de juiste manier.
Betreffende het ontladen raken van nieuwe batterij e.d.
Aangezien bij nieuwe en langdurig niet gebruikte batterij de chemische aktiviteit is teruggelopen, zal de stroomopbrengst bij het eerste en tweede gebruik slechts gering zijn. Dit is een tijdelijk verschijnsel; de normale oplaadtijd kan hersteld worden door de accu 2 à 3 maal bij kamer-temperatuur op te laden.
Om langdurig gebruik van de batterij te bevorderen
(1) Laad batterij op vóórdat ze volledig uitgeput zijn. Merkt u dat de gevoede apparatuur minder krachtig gaat werken, onderbreek dan het gebruik en laad de batterij op. Als u apparatuur op batterijvoeding te lang blijft gebruiken, kan dit leiden tot teruglopen van de batterijwerking en eventueel zelfs beschadiging ervan.
(2) Verricht het opladen niet bij hoge temperatuur. Een oplaadbare batterij zal onmiddellijk na gebruik gewoonlijk erg warm zijn. Als u een dergelijke batterij onmiddellijk gaat opladen, zal de chemische balans in het inwendige verstord worden en zal de levensduur van de batterij afnemen. Laat de batterij daarom even afkoelen, voor u met opladen begint.
LET OP:
○ Wanneer de batterijlader onafgebroken wordt gebruikt, zal deze warm worden, waardoor fouten worden veroorzaakt. Nadat het laden is voltooid, wacht u best 15 minuten tot de volgende lading.
○ Als de batterij wordt herladen wanneer ze warm is door batterijgebruik of blootsteling aan zonlicht, licht het controlelampje 1 seconde op. Het licht niet op gedurende 0,5 seconden (het staat gedurende 0,5 seconden uit).
De batterij wordt niet herladen. Laat in dat geval de batterij afkoelen voor het laden.
VOOR HET GEBRUIK
- Gereedmaken en kontroleren van de werkplaats Kontroleer of de werkplaats geschikt is door nauwkeurig de genormde voorzorgsmaatregelen op te volgen.
BEDIENING
- Kontroleer de stand van de boorkap (Zie Afb. 5) De drie functies, schroevendraaier, boor en klopboor, kunnen worden ingesteld via de stand van de kap van de machine.
(1) Wanneer u deze machine als schroevendraaier gebruikt, dient u één van de nummers „1, 4, 7 ... 22“ op de kap, of één van de zwarte stippen, in lijn te brengen met de driehoek op de behuizing.
(2) Bij gebruik van deze machine als boor plaatst u de boor-markering „” op de kap tegenover het driehoekje op de machine.
(3) Voor gebruik als klopboormoet u de "T" hamer marking op de kap in lijn brengen met het driehoekje op de behuizing van de machine.
LET OP
○ De kap kan niet worden ingesteld tussen de nummers „1, 4, 7 ... 22“ of de zwarte stippen.
○ Gebruik de machine niet met de kap tussen „22“ en de zwarte lijn midden op het boorteken. Dit kan resulteren in beschadiging (Zie Afb. 6).
2. Afstelling van het aantrekkoppel
(1) Aantrekkoppel Instelling van het aantrekkoppel van de boor dient te gebeuren op basis van de schroefdiameter. Wan neer teveel kracht bij het aandraaien gebruikt wordt, zal de schroef beschadigd en misschien onbruikbaar worden. Plaats de boorkap in een stand die overeenkomt met het soort schroef in gebruik.
(2) Aanduiding van het aantrekkoppel Het aantrekkoppel verschilt afhankelijk van het type schroef en het soort materiaal dat wordt vastgezet. De nummers „1, 4, 7 ... 22“ en de zwarte stippen op de kap geven de aandraaikracht aan. Het aantrekkoppel bij stand „1“ is het kleinst en het koppel is groter naarmate het nummer oploopt (Zie Afb. 5).
(3) Afstellen van het aantrekkoppel Verdraai de kap en breng de nummers „1, 4, 7 ... 22" of de zwarte stippen in lijn met de driehoek op de behuizing. Draai de kap in de richting van een zwakker of sterker aantrekkoppel overeenkomstig het koppel dat u nodig heeft.
LET OP
○ Het kan voorkomen dat de motor stopt wanneer het apparaat als een boor gebruikt wordt. Zorg ervoor dat de klop-boor-schroefmachine niet vastloopt tijdens gebruik.
○ Wanneer te lang gedraaid wordt kan de schroef breken.
3. Wisseling van rotatie naar impakt en uitsluitend rotatie (Zie Afb. 5)
U kunt van „Rotation (uitsluitend rotatie)“ naar „Impact (impakt + rotatie)“ schakelen door de boormarkering „” of de hamermarkering „T“ in lijn te brengen met de driehoek marking op de machine.
○ Voor het boren van gaten in metaal, hout of plastic, moet u „Rotation (uitsluitend rotatie)" gebruiken.
○ Voor het boren van gaten in steen of beton, moet u „Impact (impakt + rotatie)" gebruiken.
VOORZICHTIG
Indien „Impact“ is ingesteld voor het boren dat normaliter met „Rotation“ wordt uitgevoerd, zal de kracht van het boren sterker zijn maar wordt het boorstuk of andere delen mogelijk beschadigd.
4. Veranderen van de draaisnelheid
Door een combinatie van de omschakeling van „HOOG" of "LAAG" met de toerenschakelaar en de omschakeling van Power-modus (P) of Spaarmodus (S) met de hendel aan de kant van de handgreep, kan de draaisnelheid in vier (4) stappen worden ingesteld. (Zie „TECHNISCHE GEGEVENS".)
○ „HOOG“ of „LAAG“ omschakelen
Gebruik de toerenschakelaar om de draaisnelheid te veranderen. Druk op de vergrendeltoets en schuif de toerenschakelaar in de richting van de pijl (zie Afb. 7 en 8).
Door de toerenschakelaar op „LOW“ te zetten, draait de boor met lage snelheid. Wanneer de toets „HIGH“ gezet wordt, draait de boor op hoge snelheid.
○ De Power-modus (P) of Spaarmodus (S) omschakelen Om de Power-modus (P) in te schakelen, schuift u de hendel aan de kant van de handgreep naar beneden en om de Spaarmodus(S) in te schakelen, schuift u de hendel naar boven. (Fig. 9)
LET OP
○ Voor u het toerental wijzigt met de toerenschakelaar moet u controleren of de schakelaar uit staat. De motor wordt beschadigd wanneer de draais nelheid veranderd wordt tijdens het draaien van de motor.
○ Wanneer de knop op „HIGH“ (hoge snelheid) gezet wordt en de kap tussen „16“ en „22“ staat, is het mogelijk dat de koppeling niet aangrijpt en dat de motor niet loopt. Zet in dat geval de toerenschakelaar op „LOW“ (laag toerental).
○ Schakel de netspanning onmiddelijk uit wanneer de motor vast loopt. Dit om te voorkomen dat de motor of accu beschadigd wordt.
○ Vermijd in de Spaarmodus (S) het ononderbroken vastdraaien van schroeven, omdat de temperatuur van de elektronische componenten van de omzetschakelaar toeneemt.
○ De lithium-ion batterij is voorzien van een beschermingsfunctie die volledige ontlading van de batterij voorkomt waardoor de levensduur wordt verlengd. Wanneer het gereedschap overbelast raakt kan de motor tot stilstand komen. Dit geeft geen probleem met het product aan maar wordt veroorzaakt door de beschermingsfunctie. Laat de schakelaar onmiddelijk los en zoek naar de oorzaak van de overbelasting.
5. Manieren en suggesties voor gebruik
Tabel 7 geeft een overzicht van de diverse werkzaamheden die met dit apparaat kunnen worden uitgevoerd op basis van de mechanische eigenschappen van dit gereedschap.
Tabel 7
| Werk Suggesties | ||
| Boren | Steen | Gebruik een boor en dopsleutel die met de diameter van de schroef overeenkomen. |
| Hout | ||
| Staal | ||
| Aluminium | ||
| Drijven | Kolomschroef Bohrespitze of Hülse dem Schraubendurchschnitt verwenden. | |
| Houtschroef Gebruik na | het voorboren van gat. | |
| Toepassing Kapstand | Kiezen van het toerental (kapstand) | |||
| LOW (laag toerental) HIGH | (hoog toerental) | |||
| Drijven | Kolomschroef 1 – | 22 | Voor schroevan met een diameter van 4 mm of minder | Voor schroevan met een diameter van 6 mm of minder |
| Houstschroef 1 – | Voor schroeven met een nominale diameter van 8 mm of minder | Voor schroeven met een nominale diameter van 4,8 mm of minder | ||
| Boren | Steen | ![]() | Voor diameters van 14 mm of minder (DV14DL)Voor diameters van 16 mm of minder (DV18DL) | Voor diameters van 10 mm of minder (DV14DL)Voor diameters van 12 mm of minder (DV18DL) |
| Hout | Voor diameters van 45 mm of minder (DV14DL)Voor diameters van 50 mm of minder (DV18DL) | Voor diameters van 20 mm of minder (DV14DL)Voor diameters van 22 mm of minder (DV18DL) | ||
| Metaal | Voor boren met een staalboor. | —— | ||
LET OP
○ Bovenstaande voorbeelden in Tabel 8 kunnen als standaard gezien worden voor de verschillende types schroeven en materialen, alhoewel verschillende schroeven en materialen gebruikt worden in de praktijk. Voor verschillende types dient het juiste draaikoppel te worden gekozen.
○ Als u de klop-boor-schroefmachine gebruikt om een schroef met een vierkante of zeskantige kop in te schroeven, gebruik dan geen hoog toerental (HIGH). Dit zou kunnen leiden tot beschadiging van de schroefkop of van het bitje, daar het aandraaikoppel te groot is. Gebruik de klop-boor-schroefmachine met het lage toerental ingeschakeld (LOW).
OPMERKING
Het gebruik van de Li-ion batterij bij lage temperaturen (minder dan 0 °C) kan soms een zwakker aantrekkoppel en een slechtere werking van het gereedschap tot gevolg hebben. Dit is slechts tijdelijk en de werking zal weer normaal zijn als de batterij weer op normale temperatuur is.
7. Aanbrengen en verwijderen van het inzetstuk
(1) Bevestigen van het bitje
Draai de mof los naar links (tegen de klok in van voren gezien) om de klem van de sleutelloze boorkop te openen. Doe een schroevendraaierbitje enz. in de sleutelloze boorkop en draai de mof weer vast naar rechts (met de klok mee van voren gezien) (Zie Afb. 10).
○ Als de mof losraakt terwijl u aan het werk bent, dient u deze weer vast te draaien.
Draai de mof extra aan om deze zo vast mogelijk te zetten.
(2) Verwijderen van het bitje
Draai de mof los naar links (tegen de klok in van voren gezien) en verwijder het bitje enz (Zie Afb. 10).
OPMERKING
Als de mof wordt verdraaid terwijl de klem van de sleutelloze boorkop helemaal open staat, kan er een klikkend geluid veroorzaakt worden. Dit geluid wordt veroorzaakt door de beveiliging tegen het losdraaien van de sleutelloze boorkop en duidt niet op een storing.
LET OP
○ Wanneer de klembus niet losgeschroefd kan worden, dient u het gereedschap in een bankschroef vast te zetten. Zet vervolgens de koppeling op 1-7 en draai de klembus linksom terwijl u de koppeling bediend.
Deze machine is uitgerust met een mechanisme dat automatisch de as vergrendelt zodat u sneller het bitje kunt wisselen.
9. Kontroleer of de accu op de juiste manier aange bracht is
10. Kontroleer de draairichting
De boor draait rechtsom (van achteren gezien) wanneer de R-kant van de omzetschakelaar ingedrukt wordt. De L-kant van de omzetschakelaar dient te worden ingedrukt om de boor linksom te laten draaien (Zie Afb. 11). (De L) en (R) merktekens bevinden zich op de keuzeknop.)
LET OP
○ Gebruik deze machine altijd met de draairichting naar rechts wanneer deze gebruikt wordt als klopboor.
11. Bediening van de schakellaar
○ De boor gaat draaien wanneer aan de trekker getrokken wordt. Wanneer de trekker wordt losgelaten stopt de boor.
○ De draaisnelheid van de boor kunt u regelen door in meer of mindere mate aan de trekschakelaar te trekken. Wanneer u licht aan de trekschakelaar trekt, is de snelheid laag en bij harder trekken wordt de snelheid verhoogd.
OPMERKING
○ Een gezoem wordt gehoord als de motor begint te draaien; dit is alleen geluid en duidt geen defekt aan.
12. Voor het boren van baksteen en metaal
Overmatige druk bij het boren verhoogt niet de snelheid. De boorkop zal hierdoor echter wel worden beschadigd met een kortere levensduur tot gevolg, of de klus wordt mogelijk niet goed uitgevoerd. Gebruik de Snoerloze klop-boor-schroefmachine met een druk van 10-15 kg bij het boren in steen.
13. Gebruik van de haak
LET OP
○Bij gebruik van de haak moet u er goed op letten dat het gereedschap niet valt. Als het gereedschap valt, bestaat er kans op een ongeluk.
○Bevestig geen hulpstuk aan de punt van het gereedschap, behalve een kruiskop-bit, wanneer u het gereedschap met behulp van de haak aan een broekriem hangt.
Dit om letsel te voorkomen wanneer het gereedschap aan de broekriem wordt gedragen met hulpstukken met een scherpe punt, zoals een bit, aan het gereedschap bevestigd.
De haak kan worden bevestigd aan de linkerkant of aan de rechterkant en de hoek waaronder deze is bevestigd kan in 5 stappen worden ingesteld tussen 0° en 80°.
(1) Gebruik van de haak
(a) Trek de haak naar u toe in de richting van pijl (A) en verdraai deze vervolgens in de richting van pijl (B) (Afb. 12).
(b) De hoek kan worden ingesteld in 5 stappen (0°, 20°, 40°, 60°, 80°).
(2) Overbrengen van de haak naar de andere kant LET OP
Onvolledige bevestiging van de haak kan in het gebruik leiden tot lichamelijk letsel.
(a) Houd de machine stevig vast en verwijder de schroef met een schroevendraaier of een munt (Afb. 13).
(b) Verwijder de haak en de veer (Afb. 14).
(c) Bevestig de haak en de veer aan de andere kant en zet ze stevig vast met de schroef (Afb. 15).
OPMERKING
Let op de richting van de veer. Bevestig de veer met de grotere diameter van u af wijzend (Afb. 15).
(3) Gebruik van de bithouder (Haak met bithouder) ○Bevestigen van een bitje
Schuif het bitje opzij en steek het dan stevig naar binnen tot de groef op het bitje vastzit in het uitstekende deel van de haak.
○Verwijderen van een bitje
Houd de machine stevig vast en trek het bitje eruit terwijl u de punt met uw duim vasthoudt (Afb. 16).
LET OP
○Alleen een HHKOKISTANDAARD ACCESSOIRES kruiskop-bit (nr. 2 × 65L; codenr. 983006) mag gebruikt worden. Gebruik geen andere bits want deze kunnen losraken.
(4) Gebruik als hulplicht (Haak met lamp)
(a) Druk de schakelaar in om het licht uit te zetten. Vergeet u dit te doen, dan zal het licht na 15 minuten automatisch uit gaan.
(b) De richting van het licht kan worden versteld binnen het bereik van de haakstanden 1-5 (Afb. 17). ○Brandduur
AAAA mangaan (gewone) batterijen: ca. 15 uur. AAAA alkali batterijen: ca. 30 uur.
LET OP
Kijk niet direct in het licht. Hierdoor kunnen uw ogen letsel oplopen.
(5) Vervangen van de batterijen (haak met lamp)
(a) Draai de schroef van de haak los met een kruiskopschroevendraaier (nr. 1) (Afb. 18).
Verwijder de afdekking van de haak door deze in de richting van de pijl te duwen (Afb. 19).
(b) Verwijder de oude batterijen en doe de nieuwe batterijen ervoor in de plaats. Volg de aanduidingen op de haak en zorg ervoor dat de plus (+) en min (−) polen op de juiste plaats zitten (Afb. 20).
(c) Breng de inkeping op de behuizing van de haak in lijn met het uitsteeksel op de afdekking van de haak. Duw de afdekking in de tegenovergestelde richting als aangegeven door de pijl op Afb. 19 en draai de schroef weer vast. Gebruik in de handel verkrijgbare AAAA formaat batterijen (1,5 V).
OPMERKING
Draai de schroeven niet te vast. Hierdoor zou u ze dol kunnen draaien.
LET OP
○Let op de volgende punten om batterijlekkage, corrosie of andere storingen te voorkomen. Zorg ervoor dat de batterijen met de plus (+) en min (-) polen op de juiste plaats zitten. Vervang allebei de batterijen tegelijkertijd. Gebruik geen oude en nieuwe batterijen door elkaar. Haal lege batterijen onmiddellijk uit de haak.
○Gooi batterijen nooit met het reguliere afval weg en gooi ze niet in het vuur.
○Houd batterijen te allen tijde buiten bereik van kinderen.
○Gebruik de batterijen op de juiste manier en volg de aanwijzingen op de verpakking.
14. Gebruik van de bithouder
LET OP
○Bewaar het bitje op de opgegeven plek op het gereedschap. Als het gereedschap wordt gebruikt terwijl het bitje niet op de juiste manier opgeborgen is, kan het loskomen en lichamelijk letsel veroorzaken.
○Berg op deze manier geen bitjes op met afwijkende lengte, diameter of andere afwijkende afmetingen dan die van het kruiskopbitje (65 mm lang) meegeleverd als STANDAARD TOEBEHOREN. Afwijkende bitjes kunnen loskomen en lichamelijk letsel veroorzaken.
(1) Verwijderen van het bitje Houd de machine stevig vast en trek het bitje uit door de tip daarvan met de vingers vast te pakken (Afb. 21).
(2) Installeren van het bitje Installeer het bitje door de procedure voor het verwijderen in omgekeerde richting te doorlopen. Steek het bitje zo naar binnen dat de rechter en linkerkant gelijk zijn, zoals u kunt zien op Afb. 22.
15.Installeren/verwijderen van de zijhandgreep LET OP
○Maak de zijhandgreep stevig vast. Als deze te los zit, kan deze draaien of loskomen en mogelijk lichamelijk letsel veroorzaken.
(1) Installeer de zijhandgreep zo dat de uitsteeksels op de machine en de groeven van de zijhandgreep in elkaar passen. Zet de handgreep vast nadat u gecontroleerd heeft of de zijhandgreep de slipstopper niet raakt (Afb. 23).
(2) Maak de greep los om de zijhandgreep te verwijderen.
ONDERHOUD EN INSPECTIE
1. Inspectie van de boor
Slijp of vervang de boor wanneer slijtage gekonstateerd wordt; gebruik van eengekonstateerd wordt; gebruik van een stompe boor vermindert de efficientie en kan de motor beschadigen.
2. Inspectie van bevestigingsschroeven
Kontroleer deze schroeven regelmatig om te verzekeren dat ze goed aangedraaid zijn. Draai loszittende schroeven onmiddellijk vast. Dit om ongelukken te voorkomen.
3. Onderhoud van de motor
De motorwikkeling is het „hert“ van het electrishce gereedschap.
Er moet daarom bijzonder zorgvuldig op gelet worden, dat de wikkeling niet beschadigd en/or met olie or water bevochtigd wordt.
4. Inspectie van de koolborstels (Afb. 24)
In de motor zijn koolborstels gebruikt, die onderhevig zijn aan slijtage. Omdat te ver versleten koolborstels kunnen leiden tot problemen met de motor dient u de koolborstel te vervangen door een nieuwe wanneer deze versleten is tot op of tot bij de „slijtagelimiet“. Bovendien moeten de koolborstels altijd schoon zijn en zich vrij in de borstelhouders kunnen bewegen.
OPMERKING
Verzeker u ervan dat u de Hikokl koolborstel code no. 999054 gebruikt, wanneer u de koolborstel vervangt.
5. Het wisselen van de koolborstel
Neem de koolborstel uit door eerst de kap van de borstel te verwijderen en vervolgens een schroevendraaier of iets dergelijks in het uitsteeksel van de koolborstel te haken, zoals te zien is in Afb. 26. Als u de koolborstel installeert, moet u de richting zo kiezen dat de nagel van de koolborstel overeenkomt met het contact-gedeelte buiten de borstelbuis. Duw de koolborstel vervolgens naar binnen met uw vinger, zoals te zien is in Afb. 27. Doe vervolgens de kap van de borstel weer terug.
LET OP
U moet echt de nagel van de koolborstel in het contactgedeelte buiten de borstelbuis passen. (U mag om het even welk van de twee meegeleverde nagels gebruiken.) U moet hier goed op letten, want een eventuele fout hiermee kan resulteren in een vervorming van de nagel van de koolborstel en kan in een vroeg stadium problemen met de motor veroorzaken.
6. Reiningen van de behuizing
Gebruik een zachte droge doek, of wat zeepwater, wanneer de behuizing van de klop-boorschroefmachine vuil is. Gebruik geen vloeistoffen zoals terpentine of benzine om te voorkomen dat de afwerking beschadigd wordt.
7. Opbergen
Bewaar de klop-boor-schroefmachine op een plaats waar de temperatuur niet hoger is dan 40°C, en buiten het bereik van kinderen.
8. Lijst vervangingsonderdelen
LET OP
Reparatie, modificatie en inspectie van Hikokli elektrisch gereedschap dient te worden uitgevoerd door een erkend Hikokl Service-centrum.
Deze Onderdelenlijst komt van pas wanneer u deze samen met het gereedschap aanbiedt bij het erkende Hikokl Service-centrum wanneer u om reparatie of ander onderhoud verzoekt.
Bij gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap dienen de in het land waar u zich bevindt geldende veiligheidsregelgeving en veiligheidsstandaarden stipt te worden opgevolgd.
MODIFICATIES
Hikoki elektrisch gereedschap wordt voortdurend verbeterd en gewijzigd teneinde gebruik te kunnen maken van de nieuwste technische ontwikkelingen. Daarom is mogelijk dat sommige onderdelen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
GARANTIE
De garantie op het elektrisch gereedschap van Hikoki is in overeenstemming met de wettelijke/landspecifieke richtlijnen. Deze garantie dekt geen defecten of schade als gevolg van foutief gebruik, misbruik of normale slijtage. In geval van klachten verzoeken wij u het elektrisch gereedschap samen met het GARANTIECERTIFICAAT dat u achterin deze handleiding aantreft naar een erkend servicecentrum van Hikoki te sturen. Indien door de gebruiker de machine wordt gedemonteerd vervalt de aanspraak op garantie.
OPMERKING
Op grond van het voortdurende research en ont wikkelingsprogramma van HHTACKII zijn veranderingen van de hierin genoemde technische opgaven voorbehouden.
Informatie betreffende luchtgeluid en trillingen
De gemeten waarden zijn verkregen overeenkomstig EN60745 en voldoen aan de eisen van ISO 4871.
DV14DL
Gemeten (A-weighted) geluidsniveau: 93 dB(A)
Gemeten (A-weighted) geluidsdrukniveau: 82 dB(A)
Onzekerheid KpA: 3 dB(A)
Typische gewogen effektieve versnellingswaarde: 7,6 m/s².
DV18DL
Gemeten (A-weighted) geluidsniveau: 93 dB(A)
Gemeten (A-weighted) geluidsdrukniveau: 82 dB(A)
Onzekerheid KpA: 3 dB(A)
Typische gewogen effektieve versnellingswaarde: 9,5 m/s².
Draag gehoorbescherming.
