S145-22X - Alarmsysteem HAGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis S145-22X HAGER in PDF-formaat.
| Producttype | Buiten passief infrarood bewegingsdetector |
| Merk | Hager |
| Model | S145-22X |
| Referentie | S145-22X |
| Gebruik | Binnen en buiten |
| Detectieprincipe | Passief infrarood, dubbele straal |
| Dekking | 2 verstelbare straalsets van 2 tot 12 m aan elke zijde (totaal bereik 4 tot 24 m) |
| Voeding | Lithium batterij BatLi05 3,6 V - 4 Ah |
| Levensduur | 5 jaar (max. 110 detecties/dag) |
| Afmetingen | 56 x 128 x 235 mm |
| Gewicht | 596 g |
| Beschermingsgraad | IP55 |
| Bedrijfstemperatuur | -20 °C tot +50 °C |
| Radioverbindingen | TwinBand: 433,050-434,790 MHz en 868-870 MHz |
| Bevestiging | Muurbevestiging |
| Sabotagebeveiliging | Bij opening |
| Bereikinstelling | Ja, door verticale verschuiving van de lenzen (posities A, B, C, D) |
| Gevoeligheidsinstelling | Ja, via microschakelaar (L/M/H) |
| Horizontale hoekinstelling | Ja, verschuiving tot 3° |
| Radiovertraging | 5 s of 120 s afhankelijk van instelling |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen van de lens met een zachte, droge doek |
| Veiligheid | Sabotagebeveiliging bij opening, automatische temperatuurcompensatie |
Veelgestelde vragen - S145-22X HAGER
Gebruikersvragen over S145-22X HAGER
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Alarmsysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S145-22X - HAGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S145-22X van het merk HAGER.
GEBRUIKSAANWIJZING S145-22X HAGER
Nl installatiegids - p. 54
Bewegingsdetector IP55 LS radio, gevel special voor huisderen
GB Installation manual - p. 67
Outdoor motion detector 2 × 12 ~m
Sommaire
- Présentation 2
2.Preparation. 4
2.1 Ouverture 4
2.2 Alimentation 4
-
Parametrring 58
-
Voorzorgen bij hetplaatsen 59
6.Installatie 60
6.1 Radiooverbindingstest 60
6.2 Bevestiging 60
- Configuratie en instelling van de detectie.. 61
7.1 Detectiebereik 61
7.2 Horizontaal aanpassen van de detectiehoek 63
7.3 Instellen van de gevoeligheid 64
7.4 Instellen van de werkingsopties 64
8.Werkingstest 65
8.1 Test van de detectiezone 65
8.2Reelle test 65
- Onderhoud 65
9.1 Weergave van de storingen 65
9.2 Batterifervenging 65
9.3 Onderhoud 66
Bi elke toegang tot de interne elementen kan het toestel beschadigd worden door elekstrostatische ontladingen. Neem telkens als er in een toestel moet ingegrepen worden, de volgende voorzorgen:
- vermld elk contact,rechtstreeks of via een metalen voorwerp, met de elektronische componenten of met de metalen
onderdelen van de aansluitklemmen, - gebruik nicht-magnetisch gereedschap,
- alvorens u het toestel openmaakt, raak erst een ongelakt metalen oppervlak aan (een waterleiding of een geaard elektrisch materiaal),
- loop zo min mogelik heb en weer verwil u met de interne componenten bezig bent. Zo Niet, herhaal de bovenstaande punten bi elke nieuwe interventie op het toestel.
1. Voorstelling
De externe bewegingsdetector 2 × 12m zorgt voor de buiutenbeveiliging van de beveiligde zone en is speciaal ontwikkeld om een inbreker nog voor de inbraak op te sporen.
Dankzi de 2 detectielenzen op de zikanten van de detector en het instelbare detectiebereik waardoor een horizontale beveiliging tussen de 4 en 24m (tussen 2 tot 12m langs elke kant) kan gecreerd worden, is deze detector het ideale product om uw gevel te beveiligen.
De detector is nicht onderhevig aan valse inschakelingen veroorzaakt door de zon of de autolampen, beschikt over een verhoogde detectiezekerheid voor huisdieren (de 2 detectiebundels moeten gefiktdig doorkruist worden om een vooralarm of een alarm in te schaken) en over een doeltreffend system van temperatuurscompensatie waardoor de detectiegevoeligkeit automatisch worden aangepast indien de buitentemperatuur de lichaamstemperatuur benadert (35^ - 37^)

Achterbehuzing Detectiemodule


Voorbehuizing

Detectiemodule met open radiodoosje

Lenshoulder

Voorbehuizing
2. Voorbereidings
- Neem de voor - behuizing eraf.

- Neem de awhile behuizing weg.

- Open het radio-doosje.

Sluit de batteri' aan.
Wanneer de batteri wordt aangesloten, zal de detector een autotest uitvoeren. Is deze autotest:
- correct: dan brandt het contrôlelampje gedurende 2 sec,
- fout: dan knippert het contrôlelampje om de 5 sec.
3. Aanleren
OPGELET: Tijdens het aanleren is het zinloos het toestel zich bij de centrale teplaatsen. We raden u in tegendeel aan een beetje op afstand te gaan staan (plaats het toestel op ten minste 2 m van de centrale).
- Zet de centrale in installmentemodus door op de besturingsinterface de volgende sequentie te drukken:

hoofdcade




vervolgens:

installateurscode




- Voer het aanleren als volgt door:
OPGELET:ijdens het aanleren geeft de centrale automatisch een nummer aan de bewegingsdetector.

* Volgens het type van de centrale
OPGELET: de centrale signaleert een manipulatifout door 3 korte bips; in dat geval, herbegin de aanleringsprocedure van bij het begin.
4. Parametrerring
Bifabrieksconfiguratie wordt de bewegingsdetector ingesteld met een zwak vooralarm (voor de reacties van het systeme, die de installmentegids van uw centrale).Men kan het alarmniveau aanpassen via de volgende parameterring:

Parametrerring

Programmeringsvoorbeeld:
programmering van een detector met een alarmniveau ingesteld op "vooralarm":
parameternummer 5, parameterwaarde 2

5. Voorzorgen bij hetplaatsen
OPGELET: respecteer tussen elk toestel een afstand van ten minste 2 meter, behalve tussen 2 detectors.
Plaats de detector:
- op een hoogte H tussen 0,8 en 1,2 m,

- loodrecht op de grond, opdat de bovendetectiezone parallel met de grond loopt. Indien de detector schuin gegenover de grond worden geplaatst, kan de werkingszekerheid verminderen,

- zodanig dat de detectiebundels parallel met de muur lopen.

Plaats de detector Niet:
- op een plaat's waar de bundels van de benedendetectie rechtstreeks of onrechtstreeks verstoord+kennen worden door zonnestralen of door een heel sterke lichtbron,

- in de richting van een bewegend voorwerp (boomtakken, struiken, vlaggen, enz...),

- op een afstand van de muur (gebruik verboden voor een periferische beveiliging zoals blvoorbeeld een infraroodbarriere),

- rechtstreeks op een metalen wand of zich bl storingsbronnen (elektriciteitskast of ventilator...).
6. Installatie
6.1 Radioverbindingstest
- Alvorens de detectors te bevestigen, plaats ze zich bi hun bevestigingsplaats en verifierier de radioverbindungen met de centrale.
Als de verbinding met de centrale correct is, deelt de centrale vocaal de identificatie van het geactiveerde toestel mee. - Druk (>5 sec.) op de toets "test" van elke detector; de centrale geeft het gesproken bericht: "bip, test detector X (geindividualseerd bericht), groep Y, (onmiddelijk of vertraagde)".

6.2 Bevestiging
- Gebruik het boorprofiel op de verpakkingsdoes om de bevestigingsgaten te boren.

- Bevestig de awhile behuizing op de muur met behulp van pluggen en aangepaste schroeven (niet bigelever d).

- Sluit het radiodoojsje. 4. Plaats de

detectie module in dechterbehuzing en draai de schroeven vast.

7. Configuratie en instelling van de detectie
7.1 Detectiebereik
De bundels van de bovendetectie moeten steeds parallel met de grond lopen. Aangezien de bundels (beneden en boven) geliktidig要去 doorkruist worden om een alarm in te schakelen, wordt het detectorbereik bepaald door het bereik van de bundel van de benedendetectie.

Detectie: de bundels van de beneden- en bovendetectie zich doorkruist.

Geen detectie: enkel de bundel van de benedendetectie werd doorkruist.

Geen detectie: enkel de bundel van de bovendetectie werk doorkruist.
Het is belangrlik het detectiebereik van de bundels rechts en links afzonderlik in te stellen in functie van de detectoromgeving.


De bundel van de benedendetectie wordt aangepast in functie van de lenspositie, zoals aangegeven op de tekeningen hieronder. Om het detectiebereik in te stellen:
- Verwider de lenshouser van de voorbehuizing zoals aangegeven.

- Pas het detectiebereik afzonderlik aan door de lenzen verticaal te doen gilden maar de standen A, B, C of D.

Installatiehoogte van 1 m
| Stand Standaardbereik | Maximumbereik* | |
| (m) | (m) | |
| A 12 | 10 - 15 | |
| B 8 | 6 - 10 | |
| C 5 | 4 - 6 | |
| D 2 | 1,5 - 3 | |
- Het maximumbereik kanlicht afwijken van de standarda - waarden in functie van de omgevingscondities.
OPGELET: de lenzen
mogen Niet schuin in de
lenshouser geplaatst
worden.

Stand A (12 m)
| (m) | 1 | 2 | 3 |
Stand B (8 m)
| (m) | |
| 1 | |
Stand C (5 m)
| (m) | 1 | 2 | 3 |
Stand D (2 m)
| (m) | 10 | 12(m) |
- Indien u de detectiehoek horizontalaal wenst aan te passen, ga dan over tot de volgende paragraaf; zo Niet, plaats de lens houder terug op zin plaats. Controleer of de lenshouserlangs beside kanten goed in de 6 inkervingen van de voorbehuizing vastzit.

Veiligheidsvoorziening
Sluitingschroeven onderaan
7.2 Horizontaal aanpassen van de detectiehoek
In geval van een storend obstakel voor de detectiebundels, kan men de bundels horizontal met 3^ verschuiven.
OPGELET: aangezien de inschakeling van een alarm afhangt van het gelijktijdig doorkruisen van de bundels van de beneden- en bovendetectie, moet de horizontale aanpassing van de detectiehoek op de twee bundels worden toegepast. In dat geval, kies de installing van de gevoeligheid H (zie "Instellen van de gevoeligheid").

Om de detectiehoek aan te passen:
- Haal de lenshouseruit de Voorbehuizing (zie stap 1."Detectiebereik").
- Pas de detectiehoeken afzonderlik aan door de lenzen horizontaal te doen gliden.

- Plaats de lenshouser terug op zinplaats (zie stap 3. "Detectiebereik").
7.3 Instellen van de gevoeligheid 7.4 Instellen van de werkingsopties
Hierdoor kan men het gevoeligheidsniveau van de detector aanpassen.
Voor moeilke omgevingsomstandigheden (wind, sterk licht...): verminder de gevoeligheid (stand L).
- Voor standardomstandigheden:That de microschakelaar op de stand M.
Indien de detectiehoek met 3^ werk aangepast (zie horizontaal aanpassen van de detectiehoek), of indien de maximale gevoeligheid nodig is om het einde van de detectiezone te konnen bereiken (op ongeveer 12 m), stel dan de gevoeligheid in op de stand H.

Het instellen van de opties gebeurt met behulp van de 3 microschakelaars aan de binnenkant van de detector.

Microschakelaar voor de werkingsopties
OPGELET: indien u de microschakelaar 2 of de microschakelaar 3 op ON zet, zal de autonomie verminderen.
| ON 1 2 3 | Detector in testmodus De LED contrôlelampjes branden bij elketelechtie. |
| ON 1 2 3 | Detector in normale modus De LED contrôlelampjes branden Niet(behval indien de microschakelaar 3 op ONstaat). De periodieke doorzending van het radiobericht hangt af van de stand van de microschakelaar 2. |
| ON 1 2 3 | Inschakelingsvertraging Geprogrammeerd op 5 sec., za de radioverzending, zelfs in geval van een permanente detectie, slechts om de 5 sec.plaats vinden. |
| ON 1 2 3 | Inschakelingsvertraging Geprogrammeerd op 120 sec., za de radioverzending, zelfs in geval van een permanente detectie, slechts om de 120 sec.plaats vinden. Deze stand worden aanbevolen wanner er binnen de detectiezone veel bewogen worden. |
| ON 1 2 3 | Selectie van de status van de LEDcontrollampjes - De LED controle lampjesbranden bij elkete detectie in testmodus en innormale modus. |
| ON 1 2 3 | Selectie van de status van de LEDcontrollampjes - Enkel in testmoduszullen de controlelampjes bij elkete detectiebranden. Stand aanbevolen indien bennen de detectiezone veel bewogen worden. |
8. Werkingtest
8.1 Test van de detectiezone
- Zet de microschakelaar op ON.
- Sluit de behuizing.
- Zet de centrale in testmodus door het volgende te drukken:

- Verifieer de detectiezone met behulp van de LED controle - lampjes en pas indien nodig aan. Bi elke detectie geeft de centrale het gesproken bericht: "Bip, inbraak of Bip, vooralarm detector X".
- Zet de centrale terug in in - stallatiemodus door het volgende te drukken:

- Open opniew de behuizing, zet de microschakelaar 1 op OFF.
Sluit de behuizing en schroef de sluitingsschroef vast.
8.2 Reele test
- Zet de centrale op gebruiksmodus door het volgende te drukken:

- Zet de centrale op "Totale Werking".
- Wacht op deuitgangsvertraging.
- Doorkruis de beveiligde zone en controller de reactie van de centrale (zie installatiegids van de centrale).
9. Onderhoud
9.1 Weergave van de storingen
De centrale houdt rekening met de spanningsstoringen, de storingen van de zichfbeveiliging en de radiostoringen van de detector.
Spanningsstoring
Na een systeembesturing geeft de centrale het gesproken bericht: "Bip, spanningsstoring detector X".
Storing van de zichbeveiliging Na een systeembesturing geeft de centrale het gesproken bericht: "Bip, storing zichbeveiliging detector X".
Radiostoring
Na een systeembesturing geeft de centrale het gesproken bericht: "Bip, radiostoring detector X".
9.2 Batterivervanging
OPGELET: de programmeringen van de detector blijven bewaardijdens een batterijvervanging.
- Zet de centrale in installatiemodus door aan de gebruiker te vragen het volgende in te drukken:

vervolgens:

- Open de detectordoos (zie § Openen).
- Vervang de Iege lithiumbatteri.
OPGELET: dankzij een korte druk op de testtoets kan men de voeding controleren. Het rode controleampje van de radiokaart za branden.
- Zet de centrale terug in gebruiksmodus door het volgende te drukken:

installatorscode




- Herbegin de werkingsstest (zie § Werkingstest).
Het is belangrijk de bijgeleverde lithiumbatterij door een gelijkaardige batterij te verrangen (BatLi05, 3,6 V). Werp de lithiumbatterij in de waarvoortoorziene recyclercontainers.

9.3 Onderhoud
Het product regelmatig controleren en reinigen.
Vuil of stoffen die zich op het lensoppervlak deponeren+kunnen inderdaad het detectievermogen beperken of wijzigen,zelfs onterechte inschakelingen veroorzaken.
Voorbeeld:
- ijsafzetting op de lens kan de detector, ongevoelig maken,
- een detector waarvan de lens verruild is door plantaardige aanslag of enige vorm van pollutie kan leiden tot een laattijdige of onterechte inschakeling.
| Spécifications techniques | Externe bewegingsdetector 2 x 12 m S145-22X |
| Detectieprincipe | passief infrarood |
| Bereik | 2 instelbare bundels van 2 tot 12 m |
| Gebruik | binnen- en buitenshuis |
| Voeding | lithiumbatteri BatLi05 3,6 V - 4 Ah |
| Autonomie | 5aar bi normalaal gebruik (max. 110 detecties per dag) |
| Radiooverbindingen | TwinBand • 433,050 - 434,790 MHz, 10 mW max, Duty cycle: 10% • 868 - 870 MHz, 25 mW max, Duty cycle: 0,1% |
| Bevestiging | op de muur |
| Werkingstemperatuur | van -20°C tot +50°C |
| Mechanische beschemingsindex | IP 55 |
| Zelfbeveiliging | tegen het openen |
| Afmetingen | 56 x 128 x 235 mm |
| Gewicht | 596 g |
Summary
- Introduction 67
2.Preparation. 69
Hierbij verklart Hager Security SAS dat de radio-elektrische apparatuur, met referentie S145-22X conform de vereisten is van de richtlijn RE-D 2014/53/EU.
De volledige tekst van de EU-Conformiteitsverklaring is beschikbaar op het internetadres: www.hager.com
Niet-contractueel document onderworpen aan wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving.