HAGER S145-22X - Alarmsysteem

S145-22X - Alarmsysteem HAGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis S145-22X HAGER in PDF-formaat.

📄 84 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice HAGER S145-22X - page 54
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Questions des utilisateurs sur S145-22X HAGER

0 question sur cet appareil. Repondez a celles que vous connaissez ou posez la votre.

Poser une nouvelle question sur cet appareil

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Aucune question pour l'instant. Soyez le premier à en poser une.

Download de handleiding voor uw Alarmsysteem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding S145-22X - HAGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. S145-22X van het merk HAGER.

GEBRUIKSAANWIJZING S145-22X HAGER

installatiegids - p. 54 Bewegingsdetector IP55 LS radio, gevel special voor huisderen

De externe bewegingsdetector 2 x 12 m zorgt voor de buitenbeveiliging van de beveiligde zone en is speciaal ontwikkeld om een inbreker nog vóór de inbraak op te sporen. DankzÍ de 2 detectielenzen op de zÍkanten van de detector en het instelbare detectiebereik waardoor een horizontale beveiliging tussen de 4 en 24 m (tussen 2 tot 12m langs elke kant) kan gecreëerd worden, is deze detector het ideale product om uw gevel te beveiligen. De detector is niet onderhevig aan valse inschakelingen veroorzaakt door de zon of de autolampen, beschikt over een verhoogde detectiezekerheid voor huisdieren (de 2 detectiebundels moeten gelÍktÍdig doorkruist worden om een vooralarm of een alarm in te schakelen) en over een doeltreffend systeem van temperatuurscompensatie waardoor de detectiegevoeligheid automatisch wordt aangepast indien de buitentemperatuur de lichaamstemperatuur benadert (35°C -37°C).

Aanbevelingen BÍ elke toegang tot de interne elementen kan het toestel beschadigd worden door elektrostatische ontladingen. Neem telkens als er in een toestel moet ingegrepen worden, de volgende voorzorgen:

  • vermÍd elk contact, rechtstreeks of via een metalen voorwerp, met de elektronische componenten of met de metalen onderdelen van de aansluitklemmen,
  • gebruik niet-magnetisch gereedschap,
  • alvorens u het toestel openmaakt, raak eerst een ongelakt metalen oppervlak aan (een waterleiding of een geaard elektrisch materiaal),
  • loop zo min mogelÍk heen en weer terwÍl u met de interne componenten bezig bent. Zo niet, herhaal de bovenstaande punten bÍ elke nieuwe interventie op het toestel.

5. Voorzorgen bij het plaatsen .......................... 59

7. Configuratie en instelling van de detectie .. 61

7.1 Detectiebereik ............................................ 61

7.2 Horizontaal aanpassen

van de detectiehoek................................... 63

Inhoudsopgave55 De bundels van de bovendetectie De bundels van de benedendetectie Microschakelaar voor het instellen van de gevoeligheid Microschakelaar voor de werkingsopties LED controlelampje Sluitingsschroef Zelfbeveiliging Radiodoosje Radiokaart Testtoets Aansluitklem voor lithiumbatterij Controlelampje van de programmering Lenshouder Lithiumbatterij Sluitingsschroef x 2 Achterbehuizing Detectiemodule Detectiemodule met open radiodoosje Voorbehuizing Voorbehuizing56 Sluit de batterÍ aan.Wanneer de batterÍ wordt aangesloten, zalde detector een autotest uitvoeren. Is dezeautotest:• correct: dan brandt het controlelampjegedurende 2 sec,• fout: dan knippert het controlelampje omde 5 sec.

1. Neem de voor -behuizing eraf.2. Neem de achterbehuizing

3. Open het radio-doosje.

1. Zet de centrale in installatiemodus door op

de besturingsinterface de volgende sequentie te drukken: vervolgens:

2. Voer het aanleren als volgt door:

OPGELET: Tijdens het aanleren is het zinlooshet toestel dicht bij de centrale te plaatsen. We raden u in tegendeel aan een beetje op afstand te gaan staan (plaats het toestel opten minste 2 m van de centrale).OPGELET: tijdens het aanleren geeft de centrale automatisch een nummer aan debewegingsdetector.OPGELET: de centrale signaleert een manipulatiefout door 3 korte bips; in dat geval, herbegin de aanleringsprocedure van bij het begin.

hoofdcodeinstallateurscode

  • Volgens het type van de centrale 10 s max.Druk langdurig opde toets “Test”(max. 10 sec.) tot aan hetantwoord van de centraleDe centrale wachtop de groepskeuze (van 1 tot 4)*. De keuze gebeurtvia het toetsenbordvan de centraleDe centrale wacht op devertragingskeuze; 0: onmiddellijk, 1: vertraagd.De keuze gebeurt via het toetsenbord van de centraleDe centralebevestigt hetaanleren van dedetector door eengesproken berichtDruk op hettoetsenbord vande centrale vervolgens #

vervolgens tot of “detector X” “groep?” “vertraging?” “bip, detector X, groep Y, onmiddellijk (of vertraagd)”58 BÍ fabrieksconfiguratie wordt de bewegingsdetector ingesteld met een zwak vooralarm (voor de reacties van het systeem, zie de installatiegids van uw centrale). Men kan het alarmniveau aanpassen via de volgende parameterring: Parameterring Programmeringsvoorbeeld: programmering van een detector met een alarmniveau ingesteld op “vooralarm”: parameternummer 5, parameterwaarde 2

Parameternummer Alarmniveau Parameterwaarde5 Inbraak 1 Vooralarm 2 Afschrikking 3 (fabrieksconfiguratie) Waarschuwing 4Controlelampevan deprogrammering aan Sequentie vanhet indrukkenong. 5 sec.ongev. 10 sec.ongeveer2 sec.ongev. 10 sec.Begin doorlangdurig opde toets teduwen tot hetcontrolelampjeuitgaat.De toets 5 maalopeenvolgendindrukken, watovereenstemt methet parameter-nummerLangdurigindrukken vande toets tot hetcontrolelampjevluchtig uitgaat De toets 1 tot 4 maal opeenvolgendindrukken, infunctie van deparameterwaardeBeëindig desequentie doorlangdurig op detoets te drukken tothet controlelampjeuitgaat

Begin 5 maaldrukken voorde keuze vanhet alarmniveauLangdurigdrukken tot hetcontrolelampjevluchtig uitgaat2 maal drukkenom het vooralarm te kiezenEinde ongeveer 2 sec.Controlelampevan deprogrammering uit Continu brandenvan hetcontrolelampje = correcteparameterring (2 sec.)59

  • zodanig dat de detectiebundels parallel met de muur lopen. Plaats de detector:
  • op een hoogte H tussen 0,8 en 1,2 m,
  • loodrecht op de grond, opdat de bovendetectiezone parallel met de grond loopt. Indien de detector schuin tegenover de grond wordt geplaatst, kan de werkingszekerheid verminderen,
  • op een afstand van de muur (gebruik verboden voor een periferische beveiliging zoals bÍvoorbeeld een infraroodbarrière),
  • in de richting van een bewegend voorwerp (boomtakken, struiken, vlaggen, enz...),

5. Voorzorgen bij het plaatsen

OPGELET: respecteer tussen elk toestel een afstand van ten minste 2 meter, behalve tussen 2 detectors.

Plaats de detector niet:

  • op een plaats waar de bundels van de benedendetectie rechtstreeks of onrechtstreeks verstoord kunnen worden door zonnestralen of door een heel sterke lichtbron,
  • rechtstreeks op een metalen wand of dicht bÍ storingsbronnen (elektriciteitskast of ventilator…).60 1. Alvorens de detectors te bevestigen,plaats ze dicht bÍ hun bevestigingsplaatsen verifieer de radioverbindingen met decentrale.Als de verbinding met de centrale correctis, deelt de centrale vocaal de identificatievan het geactiveerde toestel mee.

2. Druk (> 5 sec.) op de toets “test” van elke

detector; de centrale geeft het gesprokenbericht: “bip, test detector X(geïndividualiseerd bericht), groep Y,(onmiddellijk of vertraagde)”.)))))“bip, test detector X, groep Y,(onmiddellijk of vertraagd)”Bevestigings-schroeven BovenOnder 1. Gebruik het boorprofiel op deverpakkingsdoos om debevestigingsgaten te boren.2. Bevestig deachterbehuizingop de muur metbehulp vanpluggen enaangepasteschroeven (nietbÍgelever d).3. Sluit het radiodoosje. 4. Plaats dedetectie modulein deachterbehuizingen draai deschroeven vast.

Detectie: de bundels van de beneden- en bovendetectie zijn doorkruist. Detectiebereik Geen detectie: enkel de bundel van de benedendetectie werd doorkruist. Geen detectie: enkel de bundel van de bovendetectie werd doorkruist. De bundels van de bovendetectie moeten steeds parallel met de grond lopen. Aangezien de bundels (beneden en boven) gelÍktÍdig moeten doorkruist worden om een alarm in te schakelen, wordt het detectorbereik bepaald door het bereik van de bundel van de benedendetectie. Detectiebereik

7. Configuratie en instelling van de detectie

Het is belangrÍk het detectiebereik van de bundels rechts en links afzonderlÍk in te stellen in functie van de detectoromgeving. Detectiebereik62 Installatiehoogte van 1 m De bundel van de benedendetectie wordt aangepast in functie van de lenspositie, zoals aangegeven op de tekeningen hier onder. Om het detectiebereik in te stellen: Stand Standaardbereik Maximumbereik* (m) (m) A 12 10 - 15 B 8 6 - 10 C 5 4 - 6 D 2 1,5 - 3

  • Het maximumbereik kan licht afwijken van de standaard - waarden in functie van de omgevingscondities.

3. Indien u de detectiehoek

horizontaal wenst aan te passen, ga dan over tot de volgende paragraaf; zo niet, plaats de lens houder terug op zÍn plaats. Controleer of de lenshouder langs beide kanten goed in de 6 inkervingen van de voorbehuizing vastzit. Inkervingen Sluitingsschroeven onderaan Veiligheidsvoorziening bovenaan

1. VerwÍder de lenshouder van

de voorbehuizing zoals aangegeven.

2. Pas het detectiebereik afzonderlÍk aan door de lenzen verticaal

te doen glÍden naar de standen A, B, C of D. OPGELET: de lenzen mogen niet schuin in de lenshouder geplaatst worden.

12(m) Stand A (12 m) Stand B (8 m) Stand C (5 m) Stand D (2 m)63 In geval van een storend obstakel voor de detectiebundels, kan men de bundels horizontaal met 3° verschuiven.

3. Plaats de lenshouder terug op zÍn plaats (zie stap 3. “Detectiebereik”).

De lenzen staan helemaal naar rechts gedraaid, de detectiehoek bedraagt 0°. De lenzen zijn niet helemaal naar rechts gedraaid, de detectiehoek wordt met 3° van de muur verplaatst. Om de detectiehoek aan te passen:

1. Haal de lenshouder uit de voorbehuizing (zie stap 1. “Detectiebereik”).

2. Pas de detectiehoeken afzonderlÍk aan door de lenzen horizontaal te doen glÍden.

7.2 Horizontaal aanpassen van de detectiehoek

OPGELET: aangezien de inschakeling van een alarm afhangt van het gelijktijdig doorkruisen van de bundels van de beneden- en bovendetectie, moet de horizontale aanpassing van de detectiehoek op de twee bundels worden toegepast. In dat geval, kies de instelling van de gevoeligheid H (zie “Instellen van de gevoeligheid”). 12 m 0,6 m

12 m Einde van het detectiebereik Einde van het detectiebereik Vóór het aanpassen van de detectiehoek Na het aanpassen van de detectiehoek64 Hierdoor kan men het gevoeligheidsniveau van de detector aanpassen.

  • Voor moeilÍke omgevingsomstandigheden (wind, sterk licht…): verminder de gevoeligheid (stand L).
  • Voor standaardomstandigheden: laat de microschakelaar op de stand M. Indien de detectiehoek met 3° werd aangepast (zie horizontaal aanpassen van de detectiehoek), of indien de maximale gevoeligheid nodig is om het einde van de detectiezone te kunnen bereiken (op ongeveer 12 m), stel dan de gevoeligheid in op de stand H. Het instellen van de opties gebeurt met behulp van de 3 microschakelaars aan de binnenkant van de detector. Microschakelaar voor de werkingsopties

7.3 Instellen van de gevoeligheid 7.4 Instellen van de werkingsopties

OPGELET: indien u de microschakelaar 2 of de microschakelaar 3 op ON zet, zal de autonomie verminderen.

Detector in testmodus De LED controlelampjes branden bij elke detectie.

Detector in normale modus De LED controlelampjes branden niet (behalve indien de microschakelaar 3 op ON staat). De periodieke doorzending van het radiobericht hangt af van de stand van de microschakelaar 2.

Inschakelingsvertraging Geprogrammeerd op 5 sec., zal de radioverzending, zelfs in geval van een permanente detectie, slechts om de 5 sec. plaats vinden.

Inschakelingsvertraging Geprogrammeerd op 120 sec., zal de radioverzending, zelfs in geval van een permanente detectie, slechts om de 120 sec. plaats vinden. Deze stand wordt aanbevolen wanneer er binnen de detectiezone veel bewogen wordt.

Selectie van de status van de LED controlelampjes - De LED controle lampjes branden bij elke detectie in testmodus en in normale modus.

Selectie van de status van de LED controlelampjes - Enkel in testmodus zullen de controlelampjes bij elke detectie branden. Stand aanbevolen indien binnen de detectiezone veel bewogen wordt. Micro- schakelaar voor de keuze van de gevoeligheid (L, M, H)65

1. Zet de microschakelaar op ON.

door het volgende te drukken:

4. Verifieer de detectiezone met

behulp van de LED controle - lampjes en pas indien nodig aan. BÍ elke detectie geeft de centrale het gesproken bericht: “Bip, inbraak of Bip, vooralarm detector X”.

5. Zet de centrale terug in in -

stallatiemodus door het volgende te drukken:

6. Open opnieuw de behuizing,

zet de microschakelaar 1 op OFF. Sluit de behuizing en schroef de sluitingsschroef vast.

Test van de detectiezone

1. Zet de centrale op

gebruiksmodus door het volgende te drukken:

Zet de centrale op “Totale werking”.

4. Doorkruis de beveiligde zone

en controleer de reactie van de centrale (zie installatiegids van de centrale).

De centrale houdt rekening met de spanningsstoringen, de storingen van de zelfbeveiliging en de radiostoringen van de detector. Spanningsstoring Na een systeembesturing geeft de centrale het gesproken bericht: “Bip, spanningsstoring detector X”. Storing van de zelfbeveiliging Na een systeembesturing geeft de centrale het gesproken bericht: “Bip, storing zelfbeveiliging detector X”. Radiostoring Na een systeembesturing geeft de centrale het gesproken bericht: “Bip, radiostoring detec- tor X”.

installatiemodus door aan de gebruiker te vragen het volgende in te drukken: vervolgens:

OPGELET: de programmeringen van de detector blijven bewaard tijdens een batterijvervanging. OPGELET: dankzij een korte druk op de testtoets kan men de voeding controleren. Het rode controlelampje van de radiokaart zal branden. installateurscode installateurscode installateurscode installateurscode hoofdcode66 Spécifications techniques Externe bewegingsdetector 2 x 12 m Detectieprincipe passief infrarood Bereik 2 instelbare bundels van 2 tot 12 m Gebruik binnen- en buitenshuis Voeding lithiumbatterÍ BatLi05 3,6 V – 4 Ah Autonomie 5 jaar bÍ normaal gebruik (max. 110 detecties per dag) Radioverbindingen TwinBand

  • 868 - 870 MHz, 25 mW max, Duty cycle: 0,1% Bevestiging op de muur Werkingstemperatuur van -20°C tot +50°C Mechanische beschermingsindex IP 55 Zelfbeveiliging tegen het openen Afmetingen 56 x 128 x 235 mm Gewicht 596 g S145-22X

4. Zet de centrale terug in gebruiksmodus

door het volgende te drukken:

5. Herbegin de werkingstest

(zie § Werkingstest). Het is belangrijk de bijgeleverde lithiumbatterij door een gelijkaardige batterij te vervangen (BatLi05, 3,6 V). Werp de lithiumbatterij in de daarvoor voorziene recycleercontainers. installateurscode

10. Technische kenmerken

Het product regelmatig controleren en reinigen. Vuil of stoffen die zich op het lensoppervlak deponeren kunnen inderdaad het detectievermogen beperken of wijzigen, zelfs onterechte inschakelingen veroorzaken. Voorbeeld:

  • ijsafzetting op de lens kan de detector ongevoelig maken,
  • een detector waarvan de lens vervuild is door plantaardige aanslag of enige vorm van pollutie kan leiden tot een laattijdige of onterechte inschakeling.

Hierbij verklaart Hager Security SAS dat de radio-elektrische apparatuur, met referentie S145-22X conform de vereisten is van de richtlijn RE-D 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-Conformiteitsverklaring is beschikbaar op het internetadres: www.hager.com

Niet-contractueel document onderworpen aan wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving.

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HAGER

Model : S145-22X

Categorie : Alarmsysteem