Kakerlakensuppe - Bordspel Schmidt - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Kakerlakensuppe Schmidt in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Kakerlakensuppe Schmidt
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Bordspel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Kakerlakensuppe - Schmidt en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Kakerlakensuppe van het merk Schmidt.
GEBRUIKSAANWIJZING Kakerlakensuppe Schmidt
Auteur: Jacques Zeimet Grafi sme: Rolf Vogt Illustraties: Rolf Vogt Redactie: Thorsten Gimmler © 2008: SCHMIDT SPIELE GmbH Spelers: 2-6 Leeftijd: vanaf 6 jaar Speelduur: 10 à 20 minuten Spelmateriaal 112 groentenkaarten (champignons, preipepers, wortelen) 16 Kakkerlakkenbouillonkaarten (met een kakkerlak; 4 per groentesoort) Deze spelregels groentekaarten: taboe groentekaarten:19 Spelidee en -doel De spelers maken een soep door zo snel mogelijk hun groenten- kaarten af te leggen tijdens hun beurt. Maar ze moeten dan ook zo snel mogelijk en correct zeggen welke groente ze afl eggen of slurpen op het juiste moment. De winnaar is de eerste speler die er in slaagt al zijn kaarten af te leggen. Spelvoorbereiding Schud de 128 kaarten goed en verdeel ze zo gelijk mogeliyk onder de spelers. De overblijvende kaarten worden aan de kant gelegd. Iedere speler neemt zijn stapel kaarten gedekt in de hand en het spel kan beginnen! Spelverloop De jongste speler mag beginnen. Hij draait snel de bovenste kaart van zijn pak om, legt deze in het midden van de tafel en benoemt, zonder aarzelen, de afgebeelde groente: Champignons, Prei, Pepers, Wortelen Het spel verloopt met de wijzers van de klok. Tijdens zijn beurt legt elke speler de bovenste kaart van zijn pak en benoemt de groente volgens volgende spelregels:1. De waarheid Normaal gezien moet een speler de waarheid zeggen, dit wil zeggen de naam van de afgebeelde groente! Maar opgelet! De naam van de groente die door de vorige speler is afgelegd of genoemd mag niet gebruikt worden. Bijgevolg moet de speler de groente anders noemen (maar hij mag niet slurpen (zie punt 2: kakkerlakkenbouillon). Voorbeeld: Het kan gebeuren dat een speler een champignon legt en « prei » zegt (omdat er al een champignonkaart bovenop de stapel lag of omdat de vorige speler al « champignon » gezegd heeft!)
2. Kaart Kakkerlakkenbouillon
Tussen de kaarten zitten 4 kaarten per groentensoort waarop een kakkerlak van de soep slurpt. Als een speler zo’n kaart speelt moet hij slurpen (« Slurp! »). Voortaan moeten de spelers steeds slurpen bij iedere kaart met deze groentensoort, zolang de kakkerlakkenbouillon- kaart zichtbaar is. Deze groente mag ook niet meer genoemd worden. Pas op! Een speler mag slechts slurpen als een overeenkomende groente of een nieuwe kakkerlakkenbouillonkaart gedraaid wordt. Iedere keer als een speler geslurpt heeft moet de volgende speler die deze groente speelt 20«hmmm!» zeggen. Dit geluid mag echter niet herhaald worden: op een slurpgeluid volgt een «hmmm!» en op een «hmmm!» volgt een «Slurp!» … Als een kakkerlakkenbouillonkaart gespeeld wordt, wordt de stapel onmiddellijk geblokkeerd. Deze kaart moet nog wel zichtbaar blijven. De volgende kaarten vormen een tweede afl egstapel, totdat een nieuwe kakkerlakkenbouillonkaart gedraaid wordt. De spelers leggen vervolgens terug hun kaarten op de eerste afl egstapel. Vanaf dan moet je dus slurpen voor de nieuwe kakkerlakkenbouillonkaart … Belangrijk: Op het moment dat er net twee stapels zijn, liggen er dus twee kakkerlakkenbouillonkaarten zichtbaar : je moet dus slurpen bij deze twee soorten groenten (als ze verschillend zijn) ! Als je je vergist: Indien een speler zich vergist van naam, geluid, begint te lachen of (euh ???) langer dan drie seconden twijfelt, dan maakt de speler een fout! In dit geval moet deze speler alle kaarten van alle afl egstapels toevoegen aan zijn handkaarten. Hij begint nu ook terug opnieuw met afl eggen. Einde van het spel en winnaar De eerste speler die al zijn handkaarten heeft kunnen afl eggen wint het spel! 21Voorbeeld:
1. Papa speelt champignons en zegt « Champignons ».
2. Marie speelt champignons en zegt « Pepers » (want zij mag niet
opnieuw « Champignons » zeggen).
3. Axel speelt pepers en zegt « Prei » (want pepers is net genoemd).
4. Mama speelt een kakkerlakkenbouillonkaart met wortelen
5. Papa verandert van afl egstapel en speelt een wortel. Hij zegt
« Hmmm! » (want mama heeft net geslurpt).
6. Marie speelt een kakkelakkenbouillon met champignons en slurpt
(want op « Hmmm! » volgt opnieuw een slurpgeluid).
7. Axel verandert opnieuw van afl egstapel, speelt een wortel en zegt
« Hmmm! » (want de kakkelakkenbouillon met wortelen is nog zichtbaar en Marie heeft net geslurpt).
8. Mama speelt ook een wortelkaart en zegt « Prei » (omdat de
wortelen net al door Axel gespeeld zijn en de kakkelakkenbouillon kaart met champignons zichtbaar is ; ze had eventueel ook «pe- pers» mogen zeggen).
9. Papa speelt een prei en zegt « Pepers » (want «Prei» is net gezegd).
10. Marie speelt champignons en zegt «Champignons». FOUT!
(omdat de kakkerlakkenbouillonkaart met champignons open ligt). Ze had moeten slurpen en moet bijgevolg alle kaarten van beide afl egstapels nemen. De soep is klaar! Aan tafel!
SimpelGids