Batavia Racer BTCS006 - Zaag

Racer BTCS006 - Zaag Batavia - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Racer BTCS006 Batavia in PDF-formaat.

📄 60 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice Batavia Racer BTCS006 - page 31
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Merk Batavia
Model Racer BTCS006 (BT-CS006)
Producttype Precisiecirkelzaag (mini cirkelzaag)
Voeding 230-240 V~, 50 Hz
Opgenomen vermogen 450 W
Toerental onbelast (variabel) 1000 – 2100 min⁻¹
Maximale zaagdiepte 20 mm
Zaagblad diameter 70 mm
Asgat zaagblad 11,3 mm
Gewicht 1,6 kg
Beschermingsklasse II (dubbele isolatie)
Geluidsdrukniveau 87,54 dB(A) (K=3 dB(A))
Geluidsvermogenniveau 98,54 dB(A) (K=3 dB(A))
Trillingen (hoofdhandgreep) 2,199 m/s² (K=1,5 m/s²)
Trillingen (extra handgreep) 1,577 m/s² (K=1,5 m/s²)
Inbegrepen accessoires 1 TCT blad 18 tanden ∅70 mm, 1 HSS blad 44 tanden ∅70 mm, inbussleutel, zuigslang, set koolborstels
Veiligheid Onderste beschermkap met veer, asvergrendeling, overbelastingsbeveiliging, veiligheidsschakelaar
Onderhoud en reiniging Reinigen met een vochtige doek en zwarte zeep; koolborstels laten vervangen door een professional; ventilatiesleuven uitblazen
Garantie 2 jaar (materiaal- en productiefouten)
Beoogd gebruik Zagen van hout, soortgelijke materialen, kunststoffen; tegels met diamantzaagblad; alleen droog; niet voor professioneel of industrieel gebruik

Veelgestelde vragen - Racer BTCS006 Batavia

Hoe vervang ik het zaagblad van de Batavia Racer BTCS006 cirkelzaag?
Haal de stekker uit het stopcontact. Druk op de asvergrendeling (8). Draai de bevestigingsschroef (13) los met de inbussleutel door met de klok mee te draaien. Duw de vergrendeling van de beschermkap (7) naar achteren om de kap vrij te maken. Verwijder het zaagblad van onderaf. Maak de flens schoon, plaats het nieuwe zaagblad met de juiste draairichting (pijl op de behuizing en op het blad). Draai de schroef linksom vast. Voer een proefrit van één minuut onbelast uit.
Welke materialen kan ik zagen met de Batavia BTCS006?
Met de meegeleverde zaagbladen kunt u hout, houtachtige materialen (MDF, spaanplaat) en kunststoffen zagen. Met een diamantschijf (niet meegeleverd) kunt u tegels, printplaten en glasvezelversterkte kunststoffen zagen. Alle werkzaamheden moeten droog worden uitgevoerd.
Hoe stel ik de zaagdiepte in?
Draai de stelschroef (3) aan de achterkant los. Stel de zool in op de gewenste diepte met behulp van de schaalverdeling. Kies voor hout en kunststof een diepte die iets groter is dan de dikte van het materiaal. Draai de schroef weer vast. De maximale diepte is 20 mm.
Hoe sluit ik een stofzuiger aan op de zaag?
De zaag is aan de achterkant voorzien van een zuigaansluiting (6). Sluit de meegeleverde zuigslang (9) aan door deze op de aansluiting te plaatsen en naar rechts te draaien tot deze vastklikt. Sluit vervolgens een geschikte stofzuiger aan (droog). Dit zorgt voor een betere afzuiging van stof en houdt uw werkplek schoon.
Wat te doen als de overbelastingsindicator knippert of continu brandt?
Indicator (2) knippert: de zaag nadert zijn belastingsgrens – verminder de voedingssnelheid. Brandt deze continu: de zaag heeft overbelasting of blokkering ondervonden – hij stopt automatisch. Schakel hem uit, laat hem afkoelen, controleer het werkstuk en verwijder eventuele obstakels. Ga verder met een lagere voedingssnelheid.
Welke veiligheidsmaatregelen moet ik nemen tijdens het gebruik?
Draag altijd een veiligheidsbril, een stofmasker en gehoorbescherming. Gebruik de extra handgreep om de zaag met twee handen vast te houden. Houd uw handen uit de buurt van het zaagblad. Zorg ervoor dat het werkstuk goed is bevestigd. Haal de stekker uit het stopcontact voordat u aanpassingen doet of accessoires verwisselt.
Hoe reinig en onderhoud ik de cirkelzaag?
Na elk gebruik de zaag reinigen met een vochtige doek en wat zwarte zeep – geen oplosmiddelen gebruiken. Blaas de ventilatiesleuven uit met perslucht op lage druk. Laat de koolborstels controleren door een professional als ze overmatig vonken. Het vervangen van de borstels moet door een gekwalificeerd persoon worden uitgevoerd.
Hoe maak ik een invalzaagsnede met de Batavia BTCS006?
Plaats de basisplaat op het werkstuk en lijn de markering uit met het begin van de snede. Schakel de zaag in en wacht tot het zaagblad zijn volledige snelheid heeft bereikt (2 seconden). Laat het blad langzaam in het materiaal zakken met gelijkmatige druk. Duw de zaag vervolgens naar voren. Laat de schakelaar los aan het einde van de snede en verwijder de zaag. Sommige zeer harde materialen zijn niet geschikt voor deze techniek.
Welke zaagbladen zijn compatibel met deze zaag?
De zaagbladen moeten een diameter van 70 mm en een asgat van 11,3 mm hebben. Gebruik uitsluitend bladen van de juiste afmeting. Het maximaal toelaatbare toerental moet ≥ 5200 min⁻¹ zijn. Gebruik geen beschadigde bladen. Het hardmetalen blad (18 tanden) is voor hout, het HSS-blad (44 tanden) voor hout en kunststoffen.
Hoe voorkom ik terugslag?
Houd de zaag stevig met twee handen vast. Ga aan de zijkant van het blad staan, nooit in de lijn. Zorg ervoor dat het blad scherp is en de beschermkap correct werkt. Forceer de voeding niet. Stabiliseer grote werkstukken. Bij een invalzaagsnede centreer het blad in de gleuf voordat u opnieuw start. Bij blokkering schakelt u de zaag uit en wacht tot deze volledig stopt.

Gebruikersvragen over Racer BTCS006 Batavia

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Racer BTCS006 - Batavia en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Racer BTCS006 van het merk Batavia.

GEBRUIKSAANWIJZING Racer BTCS006 Batavia

  1. Verklaring van de symbolen....31
  2. Veiligheidsvoorschriften 31
  3. Onderdelenbeschrijving en leveringsomvang..38
  4. Gebruik volgens voorschrift.... 38
  5. Technische gegevens.... 39
  6. Ingebruikneming.... 39
  7. Bediening 41
  8. Reiniging en onderhoud....42
  9. Reparaties en bestellen van reservedelen...42
  10. Afvalverwerking en hergebruik....42
  11. EG-Conformiteitsverklaring 43

Table des matières

WAARSCHUWING – Lees de gebruiksaanwijzing om het risico op letsel te verminderen.

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 1

Draag altijd gehoorbescherming. Blootstelling aan lawaai kan leiden tot gehoorbeschadiging.

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 2

Draag een stofmasker. Bij het bewerken van hout en andere materialen kunnen schadelijk stoffen vrijkomen. Er mogen geen asbesthoudende materialen worden verwerkt!

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 3

Draag een veiligheidsbril. Vonken die tijdens het werk ontstaan, of van de machine afkomstige splinters, spaanders en stof kunnen leiden tot oogbeschadiging.

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 4

Algemene waarschuwing – Wees alert en let op algemene gevaren.

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 5

Gebod – Draag stevig schoeisel!

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 6

Gebod – Draag werkhandschoenen!

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 7

Met de CE-markering bevestigt de fabrikant dat deze machine voldoet aan de geldende Europese richtlijnen.

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 8

Niet voor nat slijpen!

Batavia Racer BTCS006 - Table des matières - 9

Niet voor afbramen!

2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

2.1 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP

Batavia Racer BTCS006 - ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ELEKTRISCH GEREEDSCHAP - 1

Waarschuwing! Lees alle instructies goed door.

Het niet opvolgen van onderstaande instructies kan leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig persoonlijk letsel.

De term "elektrisch gereedschap" in onderstaande waarschuwingen heeft betrekking op zowel apparatuur met een vaste elektriciteitskabel als op apparatuur met een accu (draadloze apparatuur). Bewaar deze instructies!

1. Werkgebied

a) Zorg voor een opgeruimde en goed verlichte werkomgeving. Rommelige en donkere werkomgevingen leiden tot ongelukken.
b) Gebruik elektrisch gereedschap nooit in een omgeving waar explosiegevaar bestaat, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen, dampen of andere stoffen. Elektrische gereedschappen kunnen vonken veroorzaken, die deze stoffen tot ontbranding kunnen brengen.
c) Wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt, houd dan kinderen en omstanders op afstand. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.

2. Elektrische veiligheid

a) Stekkers van elektrische gereedschappen moeten probleemloos passen op het stopcontact. Breng nooit wijzigingen aan in of aan de stekker. Gebruik geen adapters voor geaarde elektrische gereedschappen.
Standaardstekkers en passende stopcontacten verkleinen de kans op een elektrische schok.
b) Voorkom lichamelijk contact met geaarde oppervlakken van bijvoorbeeld pijpen, leidingen, radiatoren, fornuizen en
koelkasten. Wanneer uw lichaam geaard is, wordt de kans op een elektrische schok groter.

c. Stel elektrische gereedschappen nooit bloot aan regen of vocht. Wanneer er water binnendringt in een elektrisch gereedschap, wordt de kans op een elektrische schok groter.

d) Gebruik het snoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, te verplaatsen of de

stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm het snoer tegen olie, warmte, scherpe randen en bewegende delen.

Beschadigde of vastzittende snoeren vergroten de kans op een elektrische schok.

e) Wanneer u elektrische gereedschappen buiten gebruikt, gebruik dan een verlengkabel die geschikt is voor buitengebruik. Door een kabel te gebruiken die geschikt is voor buitengebruik, wordt de kans op een elektrische schok kleiner.
f) Gebruik elektrische apparatuur altijd in combinatie met een reststroomverbreker. Het gebruik van een reststroomverbreker maakt de kans op een elektrische schok kleiner.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf altijd alert, kijk goed wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u een elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik geen elektrische gereedschappen wanneer u moe bent, of drugs, alcohol of medicijnen hebt gebruikt. Eén moment van onachtzaamheid bij het gebruik van elektrische gereedschappen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben.
b) Gebruik veiligheidsvoorzieningen. Draag altijd een veiligheidsbril. Een gepast gebruik van veiligheidsvoorzieningen, zoals een stofmasker, speciale werkschoenen met antislipzolen, een veiligheidshelm en gehoorbescherming verkleinen de kans op persoonlijk letsel.
c) Voorkom dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart. Zorg dat de schakelaar op de UIT-positie staat, voordat u de stekker in het stopcontact steekt. Draag elektrisch gereedschap nooit met uw vinger op de schakelaar en steek ook nooit de stekker van ingeschakelde elektrische gereedschappen in het stopcontact: dit leidt tot ongelukken.
d) Verwijder alle instel- en andere sleutels uit het elektrisch gereedschap voordat u hem inschakelt. Instel- en andere sleutels aan een ronddraaiend onderdeel van het elektrisch gereedschap kunnen tot verwondingen leiden.
e) Zorg dat u nooit uw evenwicht kunt verliezen; houd altijd twee voeten stevig op de vloer. Hierdoor kunt u het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.

f) Zorg dat u geschikte kleding draagt. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sieraden en lang haar kunnen vast komen te zitten in bewegende delen.
g) Wanneer er voorzieningen zijn voor de aansluiting van stofafzuiginstallaties, zorg dan dat ze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Gebruik van deze voorzieningen vermindert de gevaren die door stof worden veroorzaakt.
4. Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap

a) Oefen geen overmatige kracht uit op elektrisch gereedschap. Gebruik het juiste gereedschap voor uw specifieke toepassing. Met het juiste elektrische gereedschap voert u de taak beter en veiliger uit wanneer dit op de snelheid gebeurt waarvoor het apparaat is ontworpen.
b) Gebruik nooit elektrisch gereedschap waarvan de AAN/UIT-schakelaar niet werkt. Ieder elektrisch gereedschap dat niet kan worden in- en uitgeschakeld met de schakelaar is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aanbrengt aan elektrische gereedschappen, accessoires verwisselt of het elektrisch gereedschap opbergt. Wanneer u zich aan deze preventieve veiligheidsmaatregelen houdt, beperkt u het risico dat het gereedschap per ongeluk wordt gestart.
d) Berg elektrisch gereedschap dat niet in gebruik is op buiten bereik van kinderen en laat personen die niet bekend zijn met het gereedschap of deze instructies het apparaat niet gebruiken. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk in de handen van ongeoefende gebruikers.
e) Zorg voor een goed onderhoud van elektrisch gereedschap. Controleer of bewegende delen op de juiste wijze zijn vastgezet. Controleer ook of er geen onderdelen defect zijn of dat er andere omstandigheden zijn die van invloed kunnen zijn op de werking van het gereedschap. Laat het gereedschap bij beschadigingen repareren vóór gebruik. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhoud van het gereedschap.

f) Zorg dat snij- en zaagwerktuigen scherp en schoon blijven. Goed onderhouden snij- en zaagwerktuigen met scherpe randen zullen minder snel vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden.
g) Gebruik alle elektrische gereedschappen, accessoires, bitjes etc., zoals aangegeven in deze instructies en op de wijze waarvoor het gereedschap is ontworpen. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren taak. Gebruik van elektrisch gereedschap voor handelingen die afwijken van de taken waarvoor het apparaat is ontworpen kunnen leiden tot gevaarlijke situaties.

5. Service

a) Neem contact op met een gekwalificeerd specialist die originele onderdelen gebruikt bij de reparatie van uw elektrisch gereedschap. Dit garandeert een goede werking van het apparaat.

2.2 VEILIGHEIDSRICHTLIJNEN VOOR ALLE ZAAGMACHINES

a) GEVAAR: Kom met uw handen niet binnen het zaagbereik en raak het zaagblad niet aan. Houd met uw tweede hand de extra handgreep of de motorbehuizing vast. Wanneer u met twee handen de cirkelzaag-machine vasthoudt, kan u niet door het zaagblad worden verwond.
b) Grijp niet onder het werkstuk. De beschermkap biedt onder het werkstuk geen bescherming tegen het zaagblad.
c) Stel de zaagdiepte in op de dikte van het werkstuk. Er dient minder dan een volledige tand onder het werkstuk zichtbaar te zijn.
d) Houd het te zagen werkstuk nooit in de hand of op een been. Zet het werkstuk vast in een stabiele klem. Het is belangrijk het werkstuk goed vast te zetten om het risico op contact met het lichaam, vastlopen van het zaagblad of verlies van controle te minimaliseren.
e) Houd tijdens het uitvoeren van werkzaamheden de machine vast aan de geïsoleerde handgrepen, omdat de machine verborgen stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Contact met een leiding die onder spanning staat zet ook de metalen delen van de machine onder

spanning en heeft een elektrische schok tot gevolg.

f) Gebruik bij zagen in de lengte altijd een aanslag of een rechte zijgeleider. Dit verhoogt de nauwkeurigheid en vermindert het risico op het vastlopen van het zaagblad.
g) Gebruik altijd zaagbladen van de juist maat en met een passend montagegat (bijv. stervormig of rond). Zaagbladen die niet goed in de zaag passen, lopen niet goed rond, waardoor de controle over de machine verloren kan worden.
h) Gebruik nooit beschadigde of namaak onderlegringen of schroeven voor het zaagblad. De onderlegringen en schroeven voor het zaagblad worden speciaal voor uw zaagmachine geproduceerd, voor optimale prestaties en betrouwbaarheid.

2.3 VERDERE VEILIGHEIDSRICHTLIJNEN VOOR ALLE ZAAGMACHINES

Oorzaken voor en vermijden van terugslag:

  • Terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van het haken of vastlopen van een slecht uitgelijnd zaagblad, dat ertoe kan leiden dat de ongecontroleerde zaag omhoog komt uit het werkstuk en zich in de richting van de bedienaar beweegt;
  • Wanneer het zaagblad haakt of vastloopt in de sluitende zaagsnede, blokkeert het en de kracht van de motor slaat de machine terug in de richting van de bedienaar;
  • Als het zaagblad in de zaagsnede verdraait of niet goed is uitgelijnd, kunnen de tanden van het achterste deel van het zaagblad in het bovenvlak van het werkstuk haken, waardoor het zaagblad uit de zaagsnede wordt geslagen en de machine terugslaat in der richting van de bedienaar.

Terugslag is het gevolg van onjuist of verkeerd gebruik van de zaag. Dit kan worden voorkomen door de hieronder beschreven voorzorgsmaatregelen te treffen.

a) Houd de machine met beide handen vast en houd uw armen in een zodanige stand, dat u de kracht van terugslag kunt opvangen. Blijf altijd aan de zijkant van het zaagblad; breng nooit het zaagblad in één lijn met uw lichaam. Bij terugslag kan de cirkelzaagmachine achteruit slaan, maar de bedienaar kan de kracht van de terugslag

beheersen, wanneer de juist voorzorgsmaatregelen worden getroffen.

b) Als het zaagblad vastloopt of u het werk onderbreekt, schakel dan de machine uit en houd hem stil in het werkstuk, totdat het zaagblad tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de machine uit het werkstuk te verwijderen of achteruit te bewegen, zolang het zaagblad nog draait, omdat hierdoor terugslag kan plaatsvinden. Stel de oorzaak vast voor het vastlopen van het zaagblad en hef hem op.
c) Wanneer u de zaag opnieuw wilt starten, terwijl hij nog in het werkstuk bevindt, centreer dan het zaagblad in de zaagsnede en controleer dat de zaagtanden niet in het werkstuk haken. Als het zaagblad klemt kan het, wanneer de machine opnieuw wordt gestart, uit het werkstuk slaan of terugslag veroorzaken.
d) Ondersteun grote platen om het risico op terugslag door een vastlopend zaagblad te verminderen. Grote platen kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Platen moeten aan beide kanten worden ondersteund, zowel in de omgeving van de zaagsnede als aan de randen.
e) Gebruik geen botte of beschadigde zaagbladen. Zaagbladen met botte of slecht gerichte tanden veroorzaken door een smallere zaagsnede verhoogde wrijving, klemmen van het zaagblad en terugslag.
f) Draai voor het zagen de zaagdiepte- en zaaghoekinstellingen vast. Wanneer u tijdens het zagen de instellingen verandert, kan het zaagblad vastlopen en kan zich terugslag voordoen.
g) Wees vooral voorzichtig wanneer u in bestaande wanden of andere blinde omstandigheden een "invalzaagsnede" wilt maken. Het inlopende zaagblad kan bij het zagen in verborgen voorwerpen blokkeren en terugslag veroorzaken.

2.4 VEILIGHEIDSRICHTLIJNEN VOOR DEZE MINI CIRKELZAAG

a) Controleer voor ieder gebruik of de beschermkap correct sluit. Gebruik de machine niet wanneer de onderste beschermkap niet vrij kan bewegen en niet onmiddellijk sluit. Klem of bind de onderste

beschermkap nooit vast in de geopende stand. Als de machine per ongeluk op de grond valt, kan de onderste beschermkap verbuigen. Open de beschermkap met de bedieningshendel en overtuig u ervan dat hij vrij beweegt en dat hij bij alle zaaghoeken en -dieptes noch het zaagblad, noch andere delen raakt.

b) Controleer de toestand en de werking van de veer voor de onderste beschermkap. Gebruik de machine niet wanneer de onderste beschermkap en veer niet correct werken. Beschadigde onderdelen, kleverige afzettingen of opeenhoping van spaanders zorgen voor een vertraagde werking van de onderste beschermkap.
c) Borg bij een "invalzaagsnede" die niet onder een recht hoek wordt uitgevoerd, de bodemplaat van de machine tegen zijdelings verschuiven. Zijdelingse verschuiving kan leiden tot vastlopen van het zaagblad en daarmee tot terugslag.
d) Leg de machine niet op een werkbank of de vloer zonder dat de onderste beschermkap het zaagblad bedekt. Een onbeschermd, nalopend zaagblad beweegt de machine tegenovergesteld aan de zaagrichting en zaagt wat in zijn weg komt. Let daarbij op de nalooptijd van de zaag.

Veiligheidsrichtlijnen voor doorslijpmachines

a) De tot de machine behorende beschermkap dient stevig bevestigd en zodanig ingesteld te zijn, dat een zo groot mogelijke mate van veiligheid wordt bereikt, d.w.z. dat het kleinst mogelijke deel van de slijpschijf openlijk wijst in de richting van de bedienaar. Zorg ervoor dat uzelf en personen die zich in de buurt bevinden buiten het vlak van de draaiende slijpschijf blijven. De beschermkap beschermt de bedienaar tegen afbrekende delen en eventueel contact met de slijpschijf.

b) Gebruik uitsluitend diamant slijpschijven met de machine. Ook al kunt u accessoires monteren op de machine, dit garandeert nog geen veilig gebruik.
c) Het toegestane toerental van de gebruikte slijpschijf dient tenminste net zo hoog te zijn als het op de machine aangegeven

maximale toerental. Accessoires die sneller draaien dan toegestaan kunnen breken en rondvliegen.

d) Slijpschijven mogen uitsluitend gebruikt worden voor de aanbevolen toepassingen. Bijv.: Slijp nooit met de zijkant van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bestemd voor het afnemen van materiaal met de rand van de schijf. Het zijdelings uitoefenen van kracht op dit soort slijpschijven kan leiden tot breuk.
e) Gebruik altijd onbeschadigde spanflenzen van de juiste maat en vorm voor de door u gekozen slijpschijf. Geschikte flenzen ondersteunen de slijpschijf en verminderen zo het risico op breuk van de slijpschijf.
f) Gebruik geen afgesleten slijpschijven van grotere machines. Slijpschijven voor grotere machines zijn niet bestemd voor de hogere toerentallen van kleinere machines en kunnen breken.
g) De buitendiameter en dikte van de gebruikte slijpschijf moeten overeenkomen met de opgegeven maten van uw machine. Toegepaste schijven met verkeerde afmetingen kunnen niet voldoende worden afgeschermd of gecontroleerd.
h) Slijpschijven en flenzen dienen exact te passen op de slijpas van de machine. Toegepaste schijven die niet exact passen op de slijpas van de machine, draaien onregelmatig, vibreren sterk en kunnen leiden tot verlies van de controle.
i) Gebruik geen beschadigde slijpschijven. Controleer slijpschijven voor ieder gebruik op splinters en scheuren. Wanneer de machine of de slijpschijf valt, controleer dan of hij beschadigd is, of gebruik een onbeschadigde slijpschijf. Wanneer u de slijpschijf hebt gecontroleerd en gemonteerd, zorg dan dat u en andere zich in de buurt bevindende personen buiten het vlak van de draaiende slijpschijf blijven en laat de machine gedurende een minuut op maximaal toerental draaien. Beschadigde slijpschijven breken meestal in deze testperiode.
j) Draag persoonlijke beschermingmiddelen. Gebruik, afhankelijk van de toepassing, volledige gelaatbescherming, oogbescherming of een veiligheidsbril.

Draag in voorkomend geval een stofmasker, gehoorbescherming, werkhandschoenen of slijpschort, dat u beschermt tegen kleine slijp- en materiaaldelen. U dient uw ogen te beschermen tegen rondvliegende deeltjes, die bij de verschillende toepassingen vrijkomen. Stof- of adembescherming dient stof dat tijdens het werken vrijkomt te filteren. Bij langdurige blootstelling aan lawaai kan gehoorbeschadiging ontstaan.

k) Let erop dat anderen op veilige afstand van uw werplek blijven. Iedereen die de werkplek betreedt, dient persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen. Delen die van het werkstuk of de toegepaste schijven afbreken kunnen rondvliegen en ook buiten de directe werkomgeving letsel veroorzaken.
I) Houd tijdens het werken de machine uitsluitend vast aan de geïsoleerde handgrepen, omdat de slijpschijf verborgen stroomleidingen of het eigen netsnoer kan raken. Contact met leidingen die onder spanning staan kan ook de metalen delen van de machine onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden.
m) Houd het netsnoer uit de buurt van het draaiende gereedschap. Als u de controle over de machine verliest, kan het netsnoer doorgesneden of vastgegrepen worden en kan uw hand of arm in het draaiende gereedschap terecht komen.
n) Leg de machine nooit neer voordat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Het draaiende gereedschap kan in contact komen met het oppervlak, waardoor u de controle over de machine kunt verliezen.
o) Laat de machine niet draaien terwijl u hem draagt. Uw kleding kan door toevallig contact met het draaiende gereedschap worden gegrepen en het gereedschap kan hierbij uw lichaam verwonden.
p) Reinig de ventilatieopeningen van de machine regelmatig. Het blazen van de motor zuigt stof in de behuizing en een hoge concentratie van metaalstof kan elektrische risico's met zich meebrengen.
q) Gebruik de machine niet in de nabijheid van brandbare materialen. Vonken kunnen deze materialen ontsteken.
r) Gebruik de machine niet in de nabijheid van brandbare materialen. Vonken kunnen deze materialen ontsteken.

2.6 VERDERE VEILIGHEIDSRICHTLIJNEN VOOR HET GEBRUIK VAN SLIJPSCHIJVEN

Terugslag en overeenkomstige veiligheidsrichtlijnen

Terugslag is een plotselinge reactie als gevolg van het vasthaken of vastlopen van een draaiende slijpschijf. Vasthaken of vastlopen leidt tot het abrupt stoppen van de roterende schijf. Daardoor wordt de machine op ongecontroleerde wijze vanaf het punt waar hij vastloopt tegen de draairichting van de slijpschijf in bewogen. Wanneer bijv. een slijpschijf in het werkstuk haakt of vastloopt, kan de kant van de slijpschijf die zich in het werkstuk bevindt, vast blijven zitten, waardoor de slijpschijf afbreekt of terugslag veroorzaakt. De slijpschijf beweegt naar of van de bedienaar, afhankelijk van de draairichting van de schijf en het punt waar hij is vastgelopen. Slijpschijven kunnen hierbij ook breken. Terugslag is het gevolg van onjuist of verkeerd gebruiken van de machine. Dit kan voorkomen worden door het toepassen van de hieronder beschreven voorzorgsmaatregelen.

a) Houd de machine met beide handen vast en houd uw armen in een zodanige stand, dat u de kracht van terugslag kunt opvangen. Gebruik altijd de extra handgreep, om bij hoge toerentallen de kracht van terugslag of reactiekrachten zo goed mogelijk te kunnen controleren. De bedienaar kan de kracht van de terugslag beheersen, wanneer de juist voorzorgs-maatregelen worden getroffen.
b) Kom met uw handen niet binnen het bereik van de schijf. De schijf kan zich bij terugslag over uw hand bewegen.
c) Vermijd het gedeelte voor en achter de draaiende slijpschijf. De terugslag duwt de machine in de tegenovergestelde richting van de draairichting van de slijpschijf vanaf het punt waar hij is vastgelopen.
d) Werk altijd extra voorzichtig in de buurt van hoeken, scherpe kanten enz. Voorkom dat de slijpschijf terugslaat uit of vastloopt in het werkstuk. De roterende slijpschijf heeft de neiging om bij hoeken of scherpe kanten, of wanneer hij stuit, vast te lopen. Hierdoor kan verlies van controle of terugslag ontstaan.
e) Gebruik geen ketting- of getande zaagbladen en geen gesegmenteerde diamantschijven met meer dan 10 mm brede spleten. Zulke schijven veroorzaken zware terugslag of verlies van controle over de machine.

f) Voorkom het vastlopen van de slijpschijf of een te hoge aanzetdruk. Slijp niet overmatig diep. Overbelasting van de slijpschijf verhoogt belasting en de vatbaarheid voor het haken of vastlopen en daarmee het risico op terugslag of breken van de slijpschijf.
g) Als de slijpschijf vastloopt of u de bewerking onderbreekt, schakel dan de machine uit en houd hem stil, totdat de schijf tot stilstand is gekomen. Probeer nooit om de nog draaiende slijpschijf uit de zaagsnede te halen, omdat dit terugslag tot gevolg kan hebben. Stel de oorzaak voor het vastlopen vast en hef hem op.
h) Schakel de machine niet in, zolang hij zich in het werkstuk bevindt. Laat de slijpschijf eerst zijn maximale toerental bereiken, voordat u de zaagsnede voorzichtig vervolgt. Anders kan de schijf vasthaken, uit het werkstuk springen of terugslag veroorzaken.
i) Ondersteun platen of grote werkstukken, om het risico op terugslag door een vastgelopen slijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen onder hun eigen gewicht doorbuigen. Het werkstuk dient aan beide zijden van de schijf te worden ondersteund, zowel in de buurt van de zaagsnede als aan de kanten.
j) Wees bijzonder voorzichtig bij "invalzaagsneden" in bestaande wanden of andere blinde bereiken. De invallende slijpschijf kan bij het slijpen in gas- of waterleidingen, elektrische leidingen of andere voorwerpen terugslag veroorzaken.

2.7 VEILIGHEIDS- EN GEBRUIKSAANWIJZINGEN VOOR DIAMANTSLIJPSCHIJVEN

Toepassing

Gebruik doorslijpschijven uitsluitend voor doorslijpen en niet voor afbramen! Gebruik de doorslijpschijven uitsluitend voor de opgegeven materialen, niet voor andere materialen of grond-stoffen! Gevaar op verwondingen! Slijpen en koelen!

Algemene Informatie

Deze slijpschijf is breekbaar, en dient daarom met uiterste zorg te worden behandeld. Het gebruik van beschadigde, onjuist ingespannen of gemonteerde schijven is gevaarlijk en kan tot ernstige verwondingen leiden.

Behandeling en opslag

Schijven dienen met zorg te worden behandeld en vervoerd. Schijven dienen zodanig te worden opgeslagen dat zij niet worden blootgesteld aan mechanische beschadigingen en schadelijke omgevingsinvloeden. Ter voorkoming van beschadigingen dient voor het transport de slijpschijf uit de machine te worden gehaald.

Selectie en veilig en voorgeschreven gebruik

Let op de informatie op het etiket van de schijf en de gebruiksbeperkingen, veiligheidsrichtlijnen of verdere aanwijzingen. Houd de aangegeven draairichting van de schijven aan. Als u niet zeker bent over de keuze van de toe te passen schijven, neemt u dan contact op met de fabrikant of een vakhandelaar. Let op het toerental van de toegepaste schijven en van de machine.

Voor het gebruik

Zaagbladen en slijpschijven dienen voor ieder gebruik visueel te worden geïnspecteerd. Gebruik geen beschadigde schijven. Zet het te bewerken werkstuk vast!

Monteren/Wisselen

Span de schijf in volgens de aanwijzingen van de gebruikte slijpschijf - en van de fabrikant van de machine. Het inspannen van schijven mag uitsluitend worden uitgevoerd door terzakekundige personen. Voer na iedere keer inspannen gedurende een vastgestelde tijd een testrun uit, waarbij het aangegeven maximale toerental van de schijf niet mag worden overschreden. Span de schijven altijd in zodat ze aan alle kanten vrijlopen.

Gebruik

  1. Neem de gebruiksaanwijzing in acht van de machine waarmee u een bepaalde schijf wilt gebruiken.
  2. Monteer voor het in gebruik nemen de van toepassing zijnde beveiligingen op de machine. Voer geen werkzaamheden uit zonder bescherming door de beveiligingen.
  3. Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen in overeenstemming met de soort machine en toepassing, bijv. oogbescherming, gehoorbescherming, adembescherming, veiligheidsschoenen, werkhandschoenen en soortgelijke beschermende kleding.

  4. Voer uitsluitend die werkzaamheden uit waarvoor de slijpschijf geschikt is (rekening houdend met gebruiksbeperkingen, veiligheidsrichtlijnen of overeenkomstige aanwijzingen).

  5. Schakel de machine uit voordat u hem neerlegt op een werkbank of op de vloer en wacht tot de schijf stilstaat.
  6. Voer bij het doorslijpen de slijpschijf recht in in de slijpsleuf, waarbij de machine niet wordt gekanteld.
  7. Beweeg de machine niet heen en weer in het materiaal, maar druk rustig door.
  8. Werk uitsluitend onder rechte hoeken en langs rechte lijnen, om het gevaar op scheuren of het uitbreken van segmenten te voorkomen.
  9. Oefen geen zware druk uit bij het slijpen, het gewicht van de machine volstaat.
  10. Las afkoelpauzes in.
  11. Voorzichtig! De schijf wordt tijdens het werken zeer heet; raak hem alleen met werkhand-schoenen aan, nadat hij is afgekoeld.

2.8 VEILIGHEIDSRICHTLIJNEN VOOR HET BEHANDELEN VAN ZAAGBLADEN

  1. Monteer uitsluitend bladen wanneer u weet hoe u hiermee dient om te gaan.
  2. Let op het maximale toerental. Het op het blad aangegeven maximale toerental mag niet worden overschreden. Verlaag, indien aangegeven, het toerental.
  3. Gebruik geen gescheurde bladen. Sorteer gescheurde bladen uit. Reparaties zijn niet toegestaan.
  4. Ontdoe de inspanvlakken van vuil, vet, olie en water.
  5. Gebruik geen losse verloopringen of -bussen voor het verkleinen van de montageopening van cirkelzaagbladen.
  6. Let erop dat vaste verloopringen voor het vastzetten van bladen dezelfde diameter hebben en tenminste 1/3 van de zaagdiameter zijn.
  7. Zorg ervoor dat vaste verloopringen parallel aan elkaar staan.
  8. Behandel bladen met zorg. U kunt ze het best bewaren in de originele verpakking of in een speciale doos. Draag werkhandschoenen om de bladen beter beet te kunnen pakken en het risico op letsel te verminderen.

  9. Zorg er voor het gebruik van bladen voor dat alle beveiligingen zijn gemonteerd zoals voorgeschreven.

  10. Overtuig u er voor het gebruik van dat het door u gebruikte zaagblad overeenkomt met de technische eisen van de machine en dat het volgens de voorschriften is gemonteerd.
  11. Gebruik het meegeleverde zaagblad uitsluitend voor zaagwerkzaamheden in hout, nooit voor het bewerken van metalen.

2.9 OVERIGERISICO'S

Ook wanneer u de machine bedient zoals voorgeschreven, blijven er altijd andere risico's bestaan. Onder ander kunnen de volgende gevaren zich voordoen in verband met de bouwwijze en uitvoering van de machine:

  1. Gezondheidsproblemen die het gevolg zijn trillingen in handen en armen, als de machine gedurende langere tijd wordt gebruikt, en hij niet volgens de voorschriften wordt behandeld en onderhouden.
  2. Letsel en materiële schade, veroorzaakt door rondvliegende schijven, die als gevolg van plotselinge beschadiging, slijtage of onjuiste montage onverwacht uit/van de machine worden geslingerd.
  3. Snij- en brandwonden, als schijven direct na het gebruik en/of met de blote huid worden aangeraakt.

Waarschuwing! Wanneer de machine in werking is, genereert hij een elektromagnetisch veld! Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden actieve of passieve medische implantaten beïnvloeden! Ter vermindering van het gevaar van ernstig of dodelijk letsel, bevelen wij personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van de medische implantaten te raadplegen, voordat de machine wordt bedient!

3. BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN EN LEVERINGSOMVANG (AFBEELDING 1)

  1. Aan-/uitschakelaar
  2. Overbelastingsindicator
  3. Zaagdieptebegrenzing
  4. Beschermkap
  5. Scharnierpunt van de beschermkap
  6. Aansluiting voor stofafzuiging
  7. Bedieningsknop voor beschermkap
  8. Asvergrendeling
  9. Afzuigslang
  10. Inbussleutel
  11. Schijven
    a) 1 x TCT zaagblad met 18 tanden,
    ∅ 70 x ∅ 11,3 mm
    b) 1 x HSS blad met 44 tanden,
    ∅ 70 x ∅ 11,3 mm
  12. Extrahandgreep
    13.Klemschroef
  13. Instelknop voor toerental
  14. 1x set koolborstels

De Mini Handcirkelzaag is geschikt voor het zagen van rechtlijnige zaagsneden in hout, houtachtige materialen en kunststoffen. Gebruik hiervoor of het van hartmetaal voorziene zaagblad of het HSS zaagblad. Het slijpen van tegels, printplaten en met glasvezel versterkte kunststoffen is mogelijk met diamantschijven.

Alle werkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd onder droge omstandigheden. De machine mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor hij is bestemd. Ieder ander gebruik is niet volgens voorschrift. De gebruiker/bedienaar, en niet de fabrikant, is aansprakelijk voor enigerlei ontstane schade of opgelopen verwondingen.

Houd er rekening mee dat onze machines niet worden vervaardigd voor bedrijfsmatig, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij aanvaarden geen aanspraken op garantie wanneer de machine wordt gebruikt in professionele, ambachtelijk of industriële bedrijven of bij vergelijkbare activiteiten.

Stroomaansluiting 230-240 V\~

Frequentie 50 Hz

Opgenomen vermogen 450 W

Onbelast toerental n_0 1000 - 2100 min ^-1

Max. zaagdiepte max. 20 mm

Zaagblad ∅ 70 mm

Asgat zaagblad ∅ 11,3 mm

Beschermingsklasse II / dubbelgeïsoleerd

Gewicht 1,6 kg

Geluidsdrukniveau L _nA 87,54 dB(A)

Onzekerheid K_pA 3 dB(A)

Geluidsvermogenniveau L _WA 98,54 dB(A)

Onzekerheid K_WA 3 dB(A)

Batavia Racer BTCS006 - BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN EN LEVERINGSOMVANG (AFBEELDING 1) - 1

Buitendiameter: ∅ 70 mm

Diameter boorgat: ∅ 11,3 mm

Dikte: 2 mm

Aantal tanden/segmenten: 18

Max. toegestaan toerental: 5200 min ^-1

Slijpmateriaalgroep: HW

Toepassing: zaagwerkzaamheden

Materiaal: Hout

Batavia Racer BTCS006 - BESCHRIJVING VAN DE ONDERDELEN EN LEVERINGSOMVANG (AFBEELDING 1) - 2

Buitendiameter: ∅ 70 mm

Diameter boorgat: ∅ 11,3 mm

Dikte: 0,8 mm

Aantal tanden/segmenten: 44

Max. toegestaan toerental: 5200 min ^-1

Slijpmateriaalgroep: HW

Toepassing: zaagwerkzaamheden

Materiaal: hout, houtachtige materialen, kunststof

Lawaai en Trillingen

De lawaai en trillingswaarden worden vastgesteld in overeenstemming met EN 60745-1 en

EN 60745-2-5.

Handgreep

Hand- en armtrillingen bij zagen in hout

$$ a _ {h, W} = 2, 1 9 9 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$

Onzekerheid K = 1,5 m/s²

Extra handgreep

Hand- en armtrillingen bij zagen in hout

$$ a _ {h, W} = 1, 5 7 7 \mathrm{m} / \mathrm{s} ^ {2} $$

Onzekerheid K = 1,5 m/s²

Batavia Racer BTCS006 - Extra handgreep - 1

Let op!

De aangegeven afgifte van trillingen wordt vastgesteld aan de hand van een genormeerde meetmethode en dient ter vergelijking van de machine met andere. De aangegeven afgifte van trillingen kan ook dienen voor het inschatten van het voornoemde risico. De daadwerkelijke afgifte van trillingen tijdens het gebruik van de machine kan afwijken van de aangegeven afgifte van trillingen, afhankelijk van het gebruik van de machine. Op basis van het geschatte risico onder realistische omstandigheden dienen adequate beschermingsmaatregelen te worden getroffen, om de gebruiker te beschermen. (Houd daarnaast rekening met de belastingsduur van alle werkcycli, zoals bijv. het nalopen en het vrijlopen van de machine).

Beperk de productie van lawaai en trillingen tot het minimum!

  • Gebruik uitsluitend machines die in perfecte staat verkeren.
  • Onderhoud en reinig de machine regelmatig.
    • Pas uw werkwijze aan aan de machine.
    • Overbelast de machine niet.
  • Laat de machine in voorkomend geval controleren.
  • Schakel de machine uit, wanneer hij niet wordt gebruikt.

6. INGEBRUIKNEMING

6.1 Uitpakken

  1. Open de verpakking en haal de machine er voorzichtig uit.
  2. Verwijder het verpakkingsmateriaal.
  3. Verwijder verpakkings-/ en transportbeveiligingen (indien aanwezig).
  4. Controleer of de leveringsomvang compleet is.
  5. Controleer de machine en toebehorende delen op transportschade.
  6. Bewaar indien mogelijk de verpakking tot na het verlopen van de garantietermijn. Voer vervolgens de verpakking af, rekening houdend met milieueisen, door hem in te leveren bij een recycling systeem.

6.2 Aansluiting aan de stroomvoorziening

Overtuigt u zich er voor het aansluiten van dat de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met

de gegevens van het lichtnet. Haal altijd de stekker uit het stopcontact voordat u instellingen uitvoert aan de machine.

6.3 Aanwijzingen

Batavia Racer BTCS006 - Aanwijzingen - 1

Let op!

  • Haal voor alle werkzaamheden aan de machine de stekker uit het stopcontact!
  • Gebruik geen defecte schijven of schijven die scheuren en barsten vertonen.
  • Gebruik geen flenzen/flensmoeren waarvan de binnenmaat groter of kleiner is dan het gat in de schijf.
  • Gebruik uitsluitend schijven van dezelfde soort als die zijn meegeleverd bij de machine. Laat u adviseren door de vakhandel.

6.4Gereedschap monteren/wisselen (Afb. 3, 4)

• Druk de asvergrendeling (8) in.
- Draai de klemschroef (13) met de inbussleutel (10) naar rechts los.
- Druk de vergrendeling van de beschermkap (7) in en schuif de beweegbare beschermkap terug en houd hem vast.
- Als er gereedschap (11) is gemonteerd, neem het dan naar onderen uit.

- Reinig de flens en plaats een nieuw stuk gereedschap. Let op de draairichting (zie de pijl op de behuizing en op het gereedschap)!

- Zet het gereedschap vast door de klemschroef naar links vast te draaien; let hierbij op het ronddraaien van het gereedschap.

- Overtuig u er voordat u de aan-/uitschakelaar bedient van dat het gereedschap goed is gemonteerd, beweegbare delen gangbaar zijn en klemschroeven stevig aangedraaid zijn.

- Let op! De inbussleutel (10) mag niet in de klemschroef blijven zitten.

Aanwijzing: Laat de machine na het wisselen/monteren van het gereedschap eerst een minuut onbelast draaien, om er zeker van te zijn dat het gereedschap goed is gemonteerd.

6.5Instellen van de zaagdiepte (Afbeelding 5)

• Draai de instelschroef (3) los.
- Stel de zaagdiepte in op de schaalverdeling (a) en draai de instelschroef (3) vast.

  • Bij hout en kunststof dient de zaagdiepte iets groter te worden gekozen dan de dikte van het materiaal.
  • Voor een hogere kwaliteit van de zaagsnede kan een houten onderlegger worden gebruikt. De onderlegger wordt echter wel beschadigd.

6.6 Afzuigen van stof en spaanders (Afbeelding 6)

Let op! Bij het bewerken van bijv. loodhoudende verflagen en sommige houtsoorten kunnen schadelijke/giftige stoffen vrijkomen. Deze vormen een gevaar voor zowel de gebruiker, maar ook voor zich in de buurt bevindende personen. Bescherm uzelf met een geschikt persoonlijk beschermingsmiddel en houd andere personen uit de buurt van de werkplek. Sluit een afzuiginstallatie of een stofzuiger aan op de machine. Hiermee bereikt u optimale afzuiging van stof en spaanders van het werkstuk.

Voordelen: u ontziet zowel de machine als uw eigen gezondheid. Daarenboven blijft uw werkplek schoon en veilig.

  • Sluit de afzuigslang (9) aan op de aansluiting voor stofafzuiging (6).
  • Let erop dat de verdikking aan de binnenkant van de kleinere aansluiting aan de slang (9) overeenkomt met de uitsparing op de aansluiting voor stofafzuiging (6).
  • Draai de afzuigslang naar rechts totdat hij vastklikt.

Sluit een geschikte afzuiginstallatie aan.

Aanwijzingen:

  1. Overtuig u ervan dat de stofzuiger geschikt is voor gebruik met machines. De meeste droogstofzuigers voor huishoudelijk gebruik zijn goed geschikt voor dit doel.
  2. De stofafzuiging is uiterst zinvol, wanneer er vele zaagsneden achter elkaar worden gemaakt. Het is dan minder vaak nodig om de machine te reinigen en het werk te onderbreken.
  3. Wanneer u materialen zaagt waarbij mogelijk gevaarlijke stoffen vrijkomen, gebruik dan altijd stofafzuiging. Dat geld o.a. ook voor hardhout, MDF platen en keramische producten.

6.7 Extra handgreep (Afbeelding 4)

Schroef de extra handgreep (12) in het bevestigingspunt aan de bovenkant van de behuizing.

Let op! Gebruik de machine altijd met gemonteerde handgreep!

7. BEDIENING

7.1 Algemene aanwijzingen

  • Selecteer het juiste gereedschap voor het te bewerken materiaal.
  • Controleer de toestand en scherpte van het gebruikte gereedschap.
    • Houd de machine altijd stevig vast.
  • Gebruik geen geweld! Schuif de machine lichtjes en gelijkmatig naar voren.
  • Het gereedschap mag niet door de hand of door zijdelingse druk op het gereedschap worden afgeremd.

- De beschermkap mag niet vastlopen en moet zich na een voltooide werkfase weer in de uitgangspositie bevinden.

- Controleer voor het gebruik van de machine met uitgetrokken stekker het functioneren van de beschermkap.

- Overtuig u er voor ieder gebruik van de machine van dat de veiligheidsvoorzieningen, zoals de beschermkap, flenzen en instelinrichtingen functioneren dan wel juist ingesteld en vastgezet zijn.

- Op de aansluiting voor de stofafzuiging (6) kan een geschikte stofafzuiging worden aangesloten. Verzeker u ervan dat de stofafzuiging veilig en volgens de voorschriften is aangesloten.

7.2 Instellen toerental

  • Stel voor aanvang van de werkzaamheden het voor de toepassing geschikte toerental in. Voor het werken met zachtere materialen bevelen wij bijvoorbeeld een hoger toerental aan dan voor hardere materialen.
  • Draai voor het instellen van het toerental de instelknop (14) afhankelijk van de toepassing. Voor het minimale toerental stelt u de knop op „1“, het maximale toerental wordt bereikt met instelling „6“.

7.3In-/uitschakelen

Inschakelen: schuif de aan-/uitschakelaar (1) naar achteren, druk hem in en houd hem vast.

Uitschakelen: laat de aan-/uitschakelaar (1) los.

7.4 Overbelastingsbeveiliging

De machine is uitgerust met een overbelastingsbeveiliging. De overbelastingsindicator (2) geeft de bedrijfstoestand van de machine aan.

De overbelastingsindicator (2) knippert: de machine nadert de belastingslimiet – verminder de vooruitstuwende kracht.

De overbelastingsindicator (2) brandt constant: de machine werd overbelast of geblokkeerd.

- de machine schakelt uit. Schakel de machine in dit geval uit en hem afkoelen voordat u hem weer in gebruik neemt.

7.5Gebruik

Batavia Racer BTCS006 - 7.5Gebruik - 1

Let op! Voer altijd eerst een testzaagsnede uit op een reststuk!

  • Klem kleine stukken hout voor het bewerken stevig in. Houd ze nooit met de hand vast.
    • Volg de veiligheidsvoorschriften onvoorwaardelijk op! Draag een veiligheidsbril!
    • Stel de zaagdiepte en het toerental in.
  • Pak de machine vast en let erop dat er geen ventilatieopeningen worden afgedekt.
  • Schakel de machine in en wacht enkele seconden, tot het gereedschap het maximale toerental heeft bereikt.
  • Het afvalstuk dient zich aan de rechter, dan wel de linker kant van de machine te bevinden, waarbij het brede deel van de steuntafel over het gehele vlak wordt ondersteund.
  • De bodemplaat dient altijd vlak op het werkstuk te liggen.
  • Druk de regelknop (7) in en laat het gereedschap langzaam in het werkstuk inschuiven of eventueel invallen.
  • Druk de machine vooruit door het werkstuk. Nooit achteruit!
  • Oefen bij het werken maar weinig kracht uit op de machine.
  • Geleid, wanneer volgens een vooraf getekende lijn wordt gezaagd, de machine langs de overeenkomstige inkeping.
  • Verminder wanneer de overbelastingsindicator (2) knippert de snelheid.
  • Als de machine stopt en de overbelastingsindicator (2) brandt constant, dan is de overbelastingsbeveiliging van de machine geactiveerd. Redenen: voorwaartse beweging te snel of een obstakel in het

werkstuk. Schakel in dit geval de machine uit en controleer het werkstuk. Ga door met vertraagde voorwaartse beweging.

7.6 Lijnzaagsneden (Afbeelding 7)

Een getekende lijn kan met behulp van de aflezer (a), die aan de voor- en achterzijde op de beschermkap aangebracht zijn, gemakkelijk worden gevolgd. Voor nauwkeurig werken moet de verplaatsing van de zaagsnede ten opzichte van de hulplijn worden vastgesteld door het uitvoeren van een proefzaagsnede. De ideale plaats van de zaagsnede dient daarna te worden gerealiseerd door het verplaatsen van de hulplijn naar de doellijn.

7.7 Bewerken van grotere werkstukken

Voor het bewerken van grotere werkstukken of het zagen van rechte kanten:

  • Klem een plank of lat met schroefklemmen op het werkstuk als aanslag.
  • Geleid de linkerkant van de bodemplaat langs de aanslag

7.8 Invalzaagsneden (Afbeelding 4)

Aanwijzing: Enkele zeer harde materialen zijn niet geschikt voor invalzaagsneden. Plaats de bodemplaat op het werkstuk. Let erop dat de achterste, zijdelingse dieptemarkering zich ter hoogte van het begin van de zaagsnede bevindt. Schakel de machine in en laat hem twee seconden draaien, totdat het gereedschap zijn maximale toerental heeft bereikt. Laat het gereedschap dan langzaam, maar met lichte druk, in het werkstuk zakken. Schuif de machine vooruit door het werkstuk.

Wanneer u het eind van de zaagsnede bereikt, schakel dan de machine weer uit en trek hem uit het werkstuk.

7.9 Snijden van tegels

Plakband of isolatieband op het werkstuk vergemakkelijkt het werken en voorkomt krassen op het werkstuk.

8. REINIGING EN ONDERHOUD

Batavia Racer BTCS006 - REINIGING EN ONDERHOUD - 1

Let op! Haal voor alle reinigingswerkzaamheden de stekker uit het stopcontact!

Reiniging

  • Houd veiligheidsvoorzieningen, ventilatieopeningen en de behuizing van de motor zo goed mogelijk vrij van stof en vuil. Veeg de machine af met een schone doek of blaas hem uit met perslucht onder lage druk.
  • Wij bevelen aan om de machine direct na ieder gebruik te reinigen.
  • Reinig de machine regelmatig met een vochtige doek en een beetje zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen; die kunnen de kunststof delen van de machine aantasten. Let erop dat er geen water in het binnenste van de machine kan komen.

Koolborstels

Laat bij overmatig vonken de koolborstels door een gekwalificeerd persoon controleren. Let op! De koolborstels mogen uitsluitend door een gekwalificeerde persoon worden vervangen.

Onderhoud

In het binnenwerk van de machine bevinden zich geen te onderhouden onderdelen.

9. REPARATIES EN BESTELLEN VAN RESERVEDELEN

Vervanging van het netsnoer

Wanneer het netsnoer van de machine wordt beschadigd, moet het door de fabrikant of de klantendienst of een soortgelijk gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaar te voorkomen.

Reserveonderdelen/accessoires

Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar via onze webshop: www.batavia.eu

10. AFVALVERWERKING EN HERGEBRUIK

Batavia Racer BTCS006 - AFVALVERWERKING EN HERGEBRUIK - 1

De machine mag niet worden afgevoerd met het huishoudelijk afval.

De machine bevindt zich in een verpakking om transportschade te vermijden. Deze verpakking is grondstof en is dus herbruikbaar of kan weer in de grondstoffenkringloop teruggevoerd worden. De machine en zijn accessoires bestaan uit verschillende materialen, zoals bijv. metaal en kunststoffen. Voer defecte onderdelen af als gevaarlijke stoffen. Vraag bij de vakhandel of op het gemeentehuis om meer informatie!

Het product en de gebruiksaanwijzing kunnen wijzigen. De technische gegevens kunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.

EG-Conformiteitsverklaring

Hiermee verklaren wij, Batavia GmbH, Blankenstein 180, NL-7943 PE Meppel, dat het apparaat Precisie cirkelzaag, Artikel Nr. 7060453, Model Nr. BT-CS006 op grond van zijn ontwerp en bouwwijze en in de door ons in omloop gebrachte uitvoering voldoet aan de desbetreffend van toepassing zijnde fundamentele veiligheids- en gezondheidsvereisten van de EG-richtlijnen 2004/108/EG Elektromagnetische compatibiliteit (EMC), 2006/42/EG (Machine), 2006/95/EG (Laagspanning). Voor de evaluatie van de conformiteit zijn de volgende geharmoniseerde normen toegepast:

EN 60745-1: 2009+A11, EN 60745-2-5: 2010, EN 55014-1: 2006+A1, EN55014-2: 1997+A1+A2, EN 61000-3-2: 2006+A1+A2, EN 61000-3-3: 2008

Meino Seinen, Kwaliteitsmanager Batavia GmbH, Blankenstein 180, 7943 PE Meppel, Nederland

Batavia Racer BTCS006 - EG-Conformiteitsverklaring - 1

text_image 1 2 3 6 7 8 10 11a 11b 9 13 5 4 13 1

Batavia Racer BTCS006 - EG-Conformiteitsverklaring - 2

text_image 7 8 2

Batavia Racer BTCS006 - EG-Conformiteitsverklaring - 3

text_image 3 4 5

Batavia Racer BTCS006 - EG-Conformiteitsverklaring - 4

text_image Ouvrir 10 Fermer 13 4 3

Batavia Racer BTCS006 - EG-Conformiteitsverklaring - 5

text_image 12 9 6 6

Batavia Racer BTCS006 - EG-Conformiteitsverklaring - 6

Dit product heeft 2 jaar garantie

Geachte klant, onze producten ondergaan een streng kwaliteitscontrole proces. Wanneer dit product niet correct functioneert, wend u zich alstublieft altijd eerst tot onze klantenservice. Bewaar altijd uw aankoopbewijs. De garantieservice is alleen van toepassing op materiaal- of productiefouten. Uitgesloten zijn gebreken veroorzaakt door intensief gebruik, misbruik en incorrecte behandeling of extern geweld.

Maandag t/m vrijdag van 9 tot 17 uur

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Batavia

Model : Racer BTCS006

Categorie : Zaag