Güde GMPS 100 - Waterpomp

GMPS 100 - Waterpomp Güde - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GMPS 100 Güde in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Güde GMPS 100 - page 36

Gebruikersvragen over GMPS 100 Güde

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Waterpomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMPS 100 - Güde en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMPS 100 van het merk Güde.

GEBRUIKSAANWIJZING GMPS 100 Güde

Nederlands NL 35 Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing MOTORPOMP-SET Italiano I 43 Traduzione del Manuale d’Uso originale

35Vóór ingebruikneming van de machine deze gebruiksaanwijzing aandachtig doorlezen.

A.V. 1 Voor nadruk en uittreksels is toestemming vereist. Technische wijzigingen voorbehouden.

Hebt u technische vragen? Een reclamatie? Hebt u reserveonderdelen of een gebruiksaanwijzing nodig? Op onze website www.guede.com in Service helpen wij u snel en niet-bureaucratisch verder. Help ons om u te helpen, a.u.b. Om uw machine in geval van reclamatie te kunnen identificeren hebben wij het serienummer evenals artikelnummer en productiejaar nodig. Deze gegevens vindt u op het typeplaatje. Vul deze gegevens hieronder in om deze altijd bij de hand te hebben.

Serienummer: Artikelnummer: Productiejaar: Tel.: +49 (0) 79 04 / 700-360 Fax: +49 (0) 79 04 / 700-51999 E-mail: support@ts.guede.com Inleiding In het kader van een continue productontwikkeling behouden wij ons het recht voor technische wijzigingen aan te brengen. Dit document betreft de originele gebruiksaanwijzing. Aanduiding: Waarschuwingen/Verboden: Pomphuis met water aanvullen Overige personen dienen voldoende afstand te houden

Sensor voor lage oliestand (zie gebruiksaanwijzing) Instelling voor gashendel

Algemene waarschuwingen Uitsluitend in open lucht gebruiken, giftige uitlaatgassen

Waarschuwingen bij tanken Oliestand voor iedere inbedrijfstelling controleren Productveiligheid:

Het product is conform de desbetreffende normen en richtlijnen van de Europese Gemeenschap

Milieubescherming: Afval niet in het milieu, maar vakkundig verwijderen Verpakkingsmateriaal van karton bij de daarvoor bestemde recyclingplaatsen inleveren

Beschadigde en/of te verwijderen elektrische of elektronische apparaten bij de daarvoor bestemde recyclingplaatsen inleveren

opbrengst Aanzuighoogte

Opgave geluidsniveau Drukaansluiting

36Beschrijving van het apparaat (afb. A/B)

5. Aanzuigaansluiting

9. Sensor voor lage oliestand

10. Aan/uit-schakelaar

14. Afvoeraansluiting

1. 4 m aanzuigfitting

EG-Conformiteitverklaring Hiermede verklaren wij, Güde GmbH & Co. KG Birkichstrasse 6 74549 Wolpertshausen Germany, dat de navolgend genoemde apparaten, op grond van hun ontwerp en bouwwijze, evenals de door ons in omloop gebrachte uitvoeringen, aan de desbetreffende fundamentele veiligheids- en gezondheidsverordeningen van de EG-richtlijnen voldoen. Bij niet met ons overeengekomen wijzigingen aan het apparaat verliest deze verklaring haar geldigheid. Benaming van het product: MOTORPOMP-SETGMPS 100 Artikel nr.: # 94251 Desbetreffende EG-Richtlijnen: 2006/42 EG 2004/108 EG 2005/88 EG 2002/95 EG 2004/26 EG Gebruikte harmoniserende normen: EN 809/AC:2010 EN 1679-1/A1:2011 Type Approval No: e24*97/68SA*2002/88*0152*00 Datum/Handtekening fabrikant: 12.12.2011

Gegevens betr. ondertekende: bedrijfsleider, dhr. Arnold Technische documentatie: J. Bürkle FBL; QS Garantie

De garantie heeft uitsluitend betrekking op onvolkomenheden die op materiaal- of productiefouten zijn terug te voeren. Bij een claim betreffende een onvolkomenheid, in de zin van garantie, dient de originele aankoopfactuur met de aankoopdatum bijgesloten te worden. Van garantie uitgesloten zijn verkeerd gebruik, zoals bijv. overbelasting van het apparaat, gebruik van geweld, beschadigingen door vreemde invloeden of vreemde voorwerpen. Het niet naleven van gebruik- en montageaanwijzingen en normale slijtage zijn eveneens van garanties uitgesloten. Technische gegevens GMP 100 Motortype (luchtgekoeld) 4 Takt-Motor Slagvolume 97,7 ccm Motorvermogen 1,1 kW – 1,5 PS Max. opvoerhoeveelheid

Max. waterdrukleiding 1,5 bar Max. aanzuighoogte 4 m Max. opvoerhoogte 15 m Ø druk- /zuigaansluiting ca. 40 mm Tankinhoud 1,4 l Aansluiting drukleiding 1,5‘‘ AG Brandstof Benzin bleifrei Motorolie 15W-40/0,6l Max. watertemperatuur + 40 °C Geluidsniveau LWA 103 dB Gewicht 13 kg Afmetingen LxBxH 360x310x380 mm Algemene veiligheidsinstructies Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en maakt u zich met de bedieningselementen en het juiste gebruik van dit product vertrouwd. Wij zijn niet voor schaden aansprakelijk die als gevolg van het veronachtzamen van aanwijzingen en voorschriften in deze gebruiksaanwijzing zijn veroorzaakt. Schaden als gevolg van een veronachtzaming van aanwijzingen en voorschriften in deze gebruiksaanwijzing vallen niet onder garanties. Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed en sluit deze bij overdracht van het apparaat bij. Kinderen en de met de inhoud van deze gebruiksaanwijzing niet vertrouwde personen mogen dit apparaat niet gebruiken. Op kinderen moet gelet worden om vast te stellen dat zij niet met het apparaat spelen. In verschillende landen geldende voorschriften begrenzen mogelijk de leeftijd van de gebruikers en dienen beslist opgevolgd te worden. Personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke bekwaamheden mogen dit apparaat niet gebruiken met uitzondering daarvan dat zij, voor hun eigen veiligheid, door een bevoegde persoon worden gecontroleerd of van deze persoon betreffende instructies krijgen hoe het apparaat gebruikt dient te worden.. Volg beslist de in de verschillende hoofdstukken van deze gebruiksaanwijzing genoemde speciale veiligheidsinstructies op. In het bijzonder dienen de instructies en aanwijzingen met de volgende symbolen opgevolgd te worden: 37Veronachtzaming van deze aanwijzing is verboden wegens het gevaar van persoonlijke en/of materiele schade! Controleer het apparaat op transport beschadigingen. In het geval van schade dient de detailhandelaar onmiddellijk op de hoogte gesteld te worden. De pomp is niet geschikt voor het verpompen van zoutwater, fecaliën, brandbare, bijtende, explosieve of andere gevaarlijke vloeistoffen. Evenzo is de pomp niet geschikt voor het verpompen van drinkwater en andere levensmiddelen. De te verpompen vloeistof mag de bij de technische gegevens genoemde maximale, resp. minimale temperatuur niet overschrijden, resp. er onder dalen. Handelswijze in noodgeval Wegens het eventueel plaatsvinden van een ongeval zou altijd een verbandtrommel, volgens DIN 13164, op de werkplek bij de hand moeten zijn. Het uit de verbandtrommel genomen materiaal dient onmiddellijk aangevuld te worden. Indien u hulp vraagt, geef dan de volgende gegevens door: Plaats van het ongeval Soort van het ongeval Aantal gewonde mensen Soort verwondingen Tref de noodzakelijke maatregelen om éérste hulp te verlenen, die aan het letsel beantwoordt en vraag zo snel mogelijk gekwalificeerde medische hulp aan. Bescherm gewonde personen voor overig letsel en stel ze gerust. Gebruik volgens de bepalingen Benzinemotorpomp voor het verpompen van schoon tot licht vervuild water. Ieder ander gebruik geldt als niet volgens deze gebruiksregels. De producent is voor de eventuele hieruit ontstane schades niet aansprakelijk. Let er op dat onze apparaten niet voor commercieel gebruik zijn bestemd. Gebruiksdoeleinden Het apparaat is voor het verpompen van schoon tot licht vervuild water bestemd. Het model is met zijn hoge prestatievermogen ook voor industrieel- en landbouwgebruik inzetbaar. Tot de typische inzetgebieden van de benzinemotorpomp behoren: Waterverzorging op bouwplaatsen. Besproeiing van tuinen, bloemperken en velden evenals irrigaties. Water verpompen uit putten, waterreservoirs, beken, enz. Het aftappen en vullen van vijvers, zwembaden, enz. Verwijdering De verwijderinginstructies zijn met pictogrammen aangegeven die op het apparaat, resp. op de verpakking, te vinden zijn. Een beschrijving van de afzonderlijke betekenissen is in het hoofdstuk “Aanduiding” te vinden. Verwijdering van de transportverpakking De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschades. De verpakkingsmaterialen zijn meestal volgens milieuvriendelijke en verwijderingtechnische standpunten gekozen en derhalve recyclebaar. Het retour brengen van de verpakking in de materiaalomloop spaart grondstoffen en verlaagt de afvalhoeveelheden. Verpakkingsdelen (bijv. folies, styropor) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Er bestaat verstikkingsgevaar! Bewaar de verpakking buiten het bereik van kinderen en verwijder deze zo snel mogelijk. Eisen aan de bedienende persoon De bedienende persoon moet, vóór ingebruikname van het apparaat, de gebruiksaanwijzing goed gelezen hebben. Kwalificatie Behalve een uitvoerige instructie door vakkundig verkooppersoneel is er geen speciale kwalificatie voor het gebruik van het apparaat nodig. Minimale leeftijd Het apparaat mag enkel door personen gebruikt worden van 18 jaar of ouder en deze moeten met de omgang en de werkwijze bekend zijn. Voor jeugdigen tussen 16 en 18 jaar is het werken met het apparaat onder toezicht van een volwassen persoon toegestaan. Uitzondering hierop is het gebruik door jeugdige personen bij een beroepsopleiding ter verkrijging van vaardigheid en indien dit onder toezicht van een instructeur plaats vindt. Scholing Voor het gebruik van het apparaat is passend onderricht voldoende. Een speciale scholing is niet noodzakelijk. Transport en opslag

  • Bij een langdurige opslag moet het apparaat vooraf grondig gereinigd en niet toegankelijk voor onbevoegde personen opgeslagen worden.
  • Borg het apparaat voor ieder transport tegen omvallen. Montage / éérste inbedrijfstelling De benzinemotorpomp is in een stabiele stalen buizenkooi met vibratiedemper gemonteerd. Deze voorzieningen mogen tijdens het gebruik niet gedemonteerd worden omdat deze voor een veilige stand zorgen en vibraties reduceren. Algemene instructies voor installatie Alle aansluitleidingen moeten absoluut dicht zijn. Ondichte leidingen kunnen de prestatie van de pomp beïnvloeden en aanzienlijke schaden veroorzaken. Tijdens de gehele installatie mag het apparaat niet in gebruik zijn. Alle aansluitleidingen moeten absoluut dicht zijn, omdat ondichte leidingen de prestatie van de pomp beïnvloeden en aanzienlijke schaden kunnen veroorzaken. Dicht derhalve noodzakelijkerwijs de schroefdraaddelen van de leidingen aan weerszijden en de verbindingen met de pomp met teflonband af. Enkel het gebruik van dichtingsmateriaal zoals teflonband maakt het zeker dat de montage luchtdicht plaatsvindt. 38Vermijd bij het aandraaien van schroefverbindingen overmatige kracht die tot beschadigingen kan leiden. Let er bij het verplaatsen van aansluitleidingen op dat er geen gewicht evenals geen schommelingen of spanningen op de pomp inwerken. Installatie van de aanzuigleiding De ingang van de aanzuigleiding moet van een filter voorzien zijn waardoor de in het water aanwezige grovere vuildeeltjes, die de pomp zouden kunnen verstoppen of beschadigen, worden weggehouden. De aanzuigleiding pompt de vloeistof, die verpompt moet worden, naar de pomp. Gebruik een aanzuigleiding die dezelfde diameter heeft als de zuigaansluiting van de pomp. Bij een aanzuighoogte – hoogteverschil tussen de pomp en oppervlakte van de verpompte vloeistof – van meer dan 4 m wordt trouwens het gebruik van een ¼‘‘ grotere diameter aanbevolen. De ingang van de aanzuigleiding moet van een filter voorzien zijn waardoor de in het water aanwezige grovere vuildeeltjes, die de pomp zouden kunnen verstoppen of beschadigen, worden weggehouden. Een aanrader is bovendien de installatie van een terugslagklep die het ontsnappen van de druk na het uitschakelen van de pomp voorkomt en het apparaat tegen schade door drukstoten beschermt. De terugslagklep kan naar keuze direct aangesloten worden aan de zuigaansluiting van de pomp of aan de ingang van de aanzuigleiding. Het beste is deze te monteren bij de ingang van de aanzuigleiding. Daardoor laat zich de aanzuigleiding door het vullen met water eenvoudig ontluchten. De ingang van de aanzuigleiding moet zich altijd minimaal 0,3 m onder het oppervlak van de te verpompen vloeistof bevinden om ervoor te zorgen dat er geen lucht wordt aangezogen. Bovendien moet op voldoende afstand van de aanzuigleiding tot de bodem en oevers van beken, rivieren, vijvers, enz. gelet worden om het aanzuigen van stenen, planten, e.d. te voorkomen. Installatie van de drukleiding De drukleiding pompt de vloeistof, die verpompt moet worden, van de pomp naar het aftappunt. Om stromingsverliezen te voorkomen is het raadzaam een drukleiding te gebruiken, die ten minste dezelfde diameter heeft als de drukaansluiting van de pomp. Vaste installatie Voor een vaste installatie moet de benzinemotorpomp op een geschikt stabiel oppervlak gemonteerd worden. Om trillingen te reduceren, is het aanbevolen een antivibratie materiaal – bijv. een laag rubber – tussen de pomp en het dragende oppervlak in te voegen. Inbedrijfstelling Opstelling en visuele controle

De uitlaatgassen van de benzinemotorpomp bevatten giftige, reukloze koolmonoxide dat tot ernstige gevolgen voor de gezondheid kan leiden door inademing en in extreme gevallen tot de dood. Voor de bescherming van mensen en dieren mogen de apparaten daarom niet op slecht geventileerde plaatsen en in geen geval in gesloten ruimten gebruikt worden. Vermijd altijd het inademen van de uitlaatgassen. Onderwerp de benzinemotorpomp voor ieder gebruik aan een veiligheidscontrole. Een beschadigd apparaat mag niet gebruikt worden. De benzinemotorpomp mag enkel in overstromingsveilige gebieden gebruikt worden. Voor iedere inbedrijfstelling moet er zorgvuldig op gelet worden dat de pomp veilig en stabiel opgesteld is. Zorg altijd voor een vlakke ondergrond, anders zou de beveiliging voor lage oliestand geactiveerd kunnen worden die het starten onmogelijk maakt. De benzinemotorpomp mag enkel in overstromingsveilige gebieden gebruikt worden. Kies de opstelplaats zodanig dat eventueel lekkende brandstof of motorolie geen schade kan veroorzaken. Bij gebruik in vijvers, zwembaden, sloten, beken en of dergelijke plaatsen dient de pomp tegen het gevaar van omvallen geborgd te worden. Onderwerp de benzinemotorpomp voor iedere inbedrijfstelling aan een visuele controle. Let op juiste plaatsing van alle schroeven en de perfecte staat van alle aansluitingen. Een beschadigd apparaat mag niet gebruikt worden. Brandstof en tanken/motorolie De benzinemotorpomp wordt met benzine aangedreven. Gebruik uitsluitend de brandstofsoort die bij de technische gegevens genoemd is. Tijdens het tanken mag niet gerookt worden en open vuur mag niet in de buurt zijn. Adem de dampen niet in. Benzine en motorolie zijn giftige stoffen. Slik geen benzine of motorolie in en adem de dampen niet in. Vermijd elk direct contact van benzine of motorolie met de huid, ogen en uw kleding. Vul geen brandstof bij een draaiende motor. Zet voor het tanken de pomp altijd uit en laat het apparaat minimaal vijf minuten afkoelen. Bij het tanken moet het apparaat zich op een vlakke ondergrond en in verticale positie bevinden om morsen of lekkage van brandstof te voorkomen. Tank in een goed geventileerde omgeving. Neem de eventueel gemorste benzine volledig af voordat de motor wordt gestart. Tijdens het tanken mag niet gerookt worden en open vuur mag niet in de buurt zijn. Adem de dampen niet in. Controleer voor iedere inbedrijfstelling de oliestand (zie „Olievervanging en oliecontrole“) Vullen van de pomp met water, resp. ontluchting van het systeem Vul het pomphuis door de vulopening met water. Controleer dat er geen doorsijpelingsverliezen optreden. Sluit de vulopening weer luchtdicht af. Aanbevelingswaard – niet absoluut noodzakelijk – is bovendien het vullen van de aanzuigleiding met water. De benzinemotorpomp is zelfaanzuigend. Dit betekent dat voor de inbedrijfstelling alleen het pomphuis en niet absoluut ook de aanzuigleiding met water gevuld moet worden. Bovendien wordt de pomp in dat geval enkele minuten langer gebruikt om de te verpompen vloeistof aan te zuigen. De aanvullende vulling van de aanzuigleiding vergemakkelijkt en versnelt de eerste aanzuiging aanzienlijk. Als de aanzuigleiding niet met vloeistof wordt gevuld, zal het mogelijk nodig zijn tijdens de inbedrijfstelling het pomphuis meerdere malen te vullen. Dit is afhankelijk van de lengte en de diameter van de aanzuigleiding. Open een eventueel aanwezige vergrendelvoorzieningen in de drukleiding (bijv. waterkraan), zodat de lucht bij de aanzuiging kan ontsnappen. 39Starten van de motor Voor het starten van de motor moet de benzinekraan (afb. A/19) geopend worden. Stel de ontstekingsonderbreker (afb. A/10) op ON, de chokehendel (afb. A/15) op de startpositie en de keuzehendel voor prestatie (afb. A/12) op volgas. Aansluitend moet meermaals krachtig aan het startkoord (afb. A/11) getrokken worden, tot de motor start. Stel vervolgens de chokehendel (afb. A/15) langzaam in de gebruikspositie. Zodra de motor loopt, begint de aanzuiging. Laat tijdens deze voortgang de keuzehendel voor prestatie (afb. A/12) op volgas ingesteld. Als de vloeistof gelijkmatig en zonder luchtbellen wordt verpompt, is de aanzuiging afgesloten en het systeem ontlucht. De keuzeregelaar voor prestatie (afb. A/12) kan nu aan de individuele behoeften aangepast worden. Gebruik De benzinemotorpomp mag niet met een gesloten aftappunt gebruikt worden. De pomp mag niet duurzaam zonder water gebruikt worden. Bij zo genoemd drooglopen – gebruik van de pomp zonder water te verpompen – kunnen aanzienlijke schaden aan het apparaat ontstaan. De benzinemotorpomp en het gehele leidingsysteem dienen voor vorst en weersinvloeden beschermd te worden. Brandbare stoffen en voorwerpen, licht ontvlambare of explosieve vloeistoffen dienen tijdens het gebruik ver van de pomp gehouden te worden. Plaats geen voorwerpen op de motor. Bij draaiende motor mag geen brandstof of motorolie bijgevuld worden. Schakel voor het tanken de pomp uit. Tijdens het gebruik worden onderdelen van de benzinemotorpomp – bijvoorbeeld de uitlaat en zijn afdekking – zeer warm. Om verwondingen door verbranding te voorkomen mag het apparaat tijdens het gebruik en na het uitschakelen tot zijn afkoeling alleen op speciaal daarvoor aangewezen plaatsen – zoals bij schakelaars of handgrepen – aangeraakt worden. In de eerste 20 bedrijfsuren van een nieuw apparaat, moet de motor niet op volle capaciteit gebruikt worden. Aanbevolen tijdens deze tijd is het gebruik met tweederde van het mogelijke toerental. Volgas gebruik is in deze inloopperiode uitsluitend kortstondig tot maximaal 10 minuten toegelaten – zoals bij de inbedrijfstelling betreffende de aanzuiging. Uitschakelen van de motor Stel de keuzeregelaar voor prestatie (afb. A/12) op stand gas en aansluitend de onstekingsonderbreker (afb. A/10) op OFF.. De inlaat van de pomp is met een klep uitgerust, die na het uitschakelen van de pomp voorkomt dat water uit het pomphuis weg loopt. Deze terugstroomklep zorgt voor een verkorte aanzuigtijd bij de volgende start. Bovendien hoeft daardoor bij een nieuwe start van de pomp geen water in het pomphuis aangevuld te worden.

Beëindiging van het gebruik Transport van de pomp met een gevulde brandstoftank is niet toegestaan. Na elk gebruik moet het in de pomp aanwezige water door de overeenkomstige opening afgetapt worden. Laat het pomplichaam goed drogen om schaden door roestvorming te voorkomen. Bij vorst kan het in de pomp achtergebleven water door bevriezing aanzienlijke beschadigingen veroorzaken. Indien het apparaat na zijn gebruik getransporteerd wordt, dient de brandstof volledig afgetapt te worden. Transport van de pomp met een gevulde brandstoftank is niet toegestaan. Onderhoud en verzorging Schakel zo mogelijk voor onderhoudswerkzaamheden de motor uit, neem de bougiestekker uit en laat de motor afkoelen. Als de motor voor bepaalde onderhoudswerkzaamheden moet draaien, zorg dan voor voldoende ventilatie omdat de uitlaatgassen giftig zijn. Regelmatig onderhoud en een goede zorg verminderen het risico van mogelijke storingen en helpen om de levensduur van uw apparaat te verlengen. Motoren hebben een complexe techniek en bevatten een groot aantal bewegende onderdelen die aan hoge mechanische, thermische en chemische effecten door het milieu en het verbrandingsproces blootgesteld zijn. Het gebruik van juiste, hoogwaardige en verse middelen – brandstoffen en motorolie – helpt bij het voorkomen van schade aan de motor en onderbreking tijdens het gebruik. Schurende materialen in de te verpompen vloeistof – zoals zand – versnellen de slijtage en verminderen de prestaties. Bij het verpompen van vloeistoffen met dergelijke stoffen is raadzaam een voorfilter in te bouwen. Dit aanbevelingswaardige onderdeel filtreert efficiënt zand en dergelijke deeltjes uit de vloeistof, minimaliseert daardoor de slijtage en verlengt de levensduur van de pomp. Olieverversing en oliecontrole Controleer voor iedere inbedrijfstelling de oliestand. Minimaal eenmaal per jaar moet de olie ververst worden. De motorolie verliest binnen deze periode aanzienlijk aan kwaliteit ook als het apparaat nauwelijks gebruikt wordt. Tap de oude olie voor het uitvoeren van de olieverversing af en vul de nieuwe olie via de vulopening in de olietank (oliesoort en de oliehoeveelheid, zie “Technische gegevens”). Ook een te grote hoeveelheid olie is schadelijk (vulhoeveelheid – zie „Technische gegevens“). Tot een zorgvuldig onderhoud en verzorging behoort de controle van de oliestand voor iedere inbedrijfstelling. Voer de controle enkel met de hiervoor aanwezige oliepijlstok uit. Het apparaat dient daarbij waterpas te staan, uitgeschakeld en afgekoeld te zijn. Geef veel aandacht aan de oliehoeveelheid en zorg er voor dat deze de minimale of maximale stand niet overschrijdt. (Oliesoort en oliehoeveelheid – zie “Technische gegevens”)

Volg de betreffende plaatselijke voorschriften op voor de verwijdering van oude olie. Vul geen motorolie bij draaiende motor bij. Zet voor het vullen met motorolie de pomp altijd uit en laat het apparaat minimaal 5 minuten afkoelen. Bij het vullen met motorolie moet het apparaat zich op een vlakke ondergrond en in verticale positie bevinden om morsen of lekkage van motorolie te voorkomen. Neem de eventueel gemorste motorolie volledig af voordat de motor wordt gestart. 40Tijdens het vullen van motorolie mag niet gerookt worden en open vuur mag niet in de buurt zijn. Adem de dampen niet in. Automatische activering van Auto Stop (beveiliging voor lage oliestand) bij lage oliestand. Deze comfortabele techniek activeert de automatische uitschakeling van de motor, indien de motorolie onder de voorgeschreven minimale stand daalt. De motor kan pas opnieuw gestart worden als de motorolie in voldoende hoeveelheid werd bijgevuld. Volg bij het vullen van olie noodzakelijkerwijs alle in deze handleiding genoemde instructies betreffende de motorolie en oliecontrole op. Bougie Het schoonmaken van de bougie en indien nodig, een correctie van de elektrodeafstand, moet elke zes maanden, resp. 100 bedrijfsuren plaatsvinden. Neem voor het onderhoud van de bougie eerst de bougiestekker uit. Schroef aansluitend de bougie met een bougiesleutel uit. Voor het waarborgen van een probleemloze werking dient de bougie vrij van verbrandingsresten en droog te zijn en een elektrodeafstand van 0,6-0,7 mm te hebben. Maak bij behoefte de bougie schoon. Voor het verwijderen van verbrandingsresten wordt een fijne draadborstel aanbevolen. Corrigeer eventueel de elektrodeafstand door het voorzichtig buigen van de elektrode. Bij een te dikke afzetting of versleten elektroden wordt het gebruik van een nieuwe bougie aanbevolen. Schroef de gecontroleerde, schoongemaakte of eventueel een nieuwe bougie met de hand tot de aanslag in. Draai aansluitend de bougie met een bougiesleutel voorzichtig vast. Vermijd daarbij overmatige kracht zodat de bougie door forceren niet beschadigd wordt. Plaats vervolgens de bougiestekker weer op de bougie. Luchtfilter Gebruik voor het reinigen van het luchtfilter in geen geval benzine of oplosmiddelen met een laag vlampunt vanwege het daarmee verbonden brand- en explosiegevaar. Bij een vuil luchtfilter is de luchtstroom naar de carburateur verhinderd. Om een onjuiste werking van de carburateur te voorkomen dient derhalve het luchtfilter regelmatig gecontroleerd te worden en eventueel gereinigd of vervangen te worden. Algemeen wordt een controle van het luchtfilter op vervuilingen voor ieder gebruik aanbevolen. Schoonmaken is uiterlijk elke drie maande, resp. na 50 bedrijfsuren noodzakelijk. Bij het werken in een extreem vervuilde of stoffige omgeving moet het schoonmaken met kortere tussenpozen na tien bedrijfsuren plaatsvinden. Elke zes maanden, resp. na 300 bedrijfsuren, moet een nieuw luchtfilter geplaatst worden. Open voor het onderhoud het luchtfilterhuis en verwijder het luchtfilter. Was eventueel het luchtfilter in een niet brandbaar oplosmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel. Gebruik voor het schoonmaken in geen geval benzine of oplosmiddelen met een laag vlampunt vanwege het daarmee verbonden brand- en explosiegevaar. Laat het luchtfilter na het schoonmaken drogen. Plaats het gecontroleerde, schoongemaakte of eventueel nieuwe luchtfilter en sluit het weer. Gebruik de pomp nooit zonder luchtfilter omdat het de motorslijtage verhoogt.

Vervangen van de glijringpakking De glijringpakking dicht het pomplichaam met de motoras af. Deze behoort tot de onderdelen die aan een natuurlijke slijtage zijn onderworpen. Bij een defecte glijringpakking lekt tussen de motor en het pompenlichaam water. Ter vervanging van de glijringpakking dienen achtereenvolgens het pomphuis, de handstartinrichting en het pomploopwiel gedemonteerd te worden. Daarna kan de glijringpakking vervangen worden. Aansluitend moeten het pomploopwiel, de handstartinrichting en het pomphuis weer zorgvuldig gemonteerd worden. Verwijderen van vreemde voorwerpen uit de pomp Grovere deeltjes in de verpompte vloeistof kunnen het pomplichaam en pomploopwiel blokkeren. In dit geval kan het pomphuis gedemonteerd worden om de onzuiverheden uit het pomplichaam en pomploopwiel te verwijderen. Opslag Indien het apparaat een langere tijd niet gebruikt wordt, dient het in de pomp aanwezige water volledig afgetapt te worden. Laat de pomp goed drogen om roestvorming te voorkomen. Maak ook de brandstoftank en de carburateur leeg. Voor opslag is het zorgvuldig schoonmaken en eventueel een conservering van het apparaat aanbevolen. Let er op dat de opslagplaats droog en vorstvrije is. Storingen Aangrijpen van het apparaat. Let er op dat geen water in de onderdelen van het apparaat indringt. Wij nemen geen aansprakelijkheid voor schaden ontstaan als gevolg van ondeskundige pogingen tot reparatie. Schaden als gevolg van ondeskundige pogingen tot reparatie leiden tot het vervallen van alle aanspraken op garantie. Alle genoemde maatregelen voor het oplossen van storingen mogen niet met draaiende motor uitgevoerd worden. De volgende lijst beschrijft een aantal mogelijke storingen aan het apparaat, mogelijke oorzaken en tips voor het oplossen daarvan. Alle genoemde maatregelen mogen niet met draaiende motor uitgevoerd worden. Als een storing niet zelf opgelost kan worden, kunt u contact opnemen met de klantenservice of uw verkooppunt. Meer uitgebreide reparaties mogen uitsluitend door vakpersoneel uitgevoerd worden. Let er beslist op dat bij schaden als gevolg van ondeskundige pogingen tot reparatie alle garantieaanspraken vervallen en wij niet aansprakelijk zijn voor enige schade die hieruit voortvloeit. Controleer eerst bij functiestoringen, of een bedieningsfout of een andere oorzaak aanwezig is, die niet is te wijten aan een defect in het apparaat – zoals bijvoorbeeld brandstoftekort.

STORING MOGELIJKE OORZAKEN OPLOSSINGEN Pomp verpompt geen of te weinig vloeistof, motor draait

motorprestatie te laag.

vulopening met vloeistof vullen.

2. Aanzuigleiding en

verbindingspunt van de aanzuigleiding met teflonband afdichten. Aanzuigleiding vervangen, indien deze niet repareerbare beschadiging vertoont.

41ingang van de aanzuigleiding verstopt.

5. Aanzuigleiding is

6. Pomploopwiel door

onzuiverheden geblokkeerd.

en/of opvoerhoogte te groot.

9. Pomploopwiel niet

onregelmatig. van het filter.

van de aanzuigleiding.

de installatie zodat aanzuighoogte en/of opvoerhoogte de maximale waarde niet overschrijden.

benaderen. Vibraties of sterke geluidsontwikk eling tijdens gebruik

1. Aanzuighoogte en/of

opvoerhoogte te groot.

blokkeert aanzuigleiding en/of pomploopwiel.

de installatie zodanig dat de aanzuighoogte en/of opvoerhoogte de maximale waarde niet overschrijden.

opstelling van het apparaat zorgen.

benaderen. Motor start niet of stopt tijdens het gebruik

geactiveerd omdat het olieniveau onder de benodigde minimale hoeveelheid ligt.

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Güde

Model : GMPS 100

Categorie : Waterpomp