45PRO V - Scarificateur SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 45PRO V SABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Scarificateur in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 45PRO V - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 45PRO V van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 45PRO V SABO
Nederlands Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
- Spark plug SAE10005 Air filter insert SAE10171 Scarifier cutters For safety reasons, the scarifier cutters must always be replaced by an authorised workshop. This workshop has the respective spare part numbers for the scarifier cutters available.40 1 Inleiding p. 41
- 2 Verklaring van het op de machine aangebrachte typeplaatje p. 41
- 3 Verklaring van de pictogrammen p. 41
- 4 Verklaring van de symbolen p. 41
- 5 Gebruik conform de voorschriften p. 42
- 6 Algemene veiligheidsvoorschriften voor de benzineverticuteerder p. 42
- Algemene veiligheidsinstructies p. 42
- Voorbereidende maatregelen p. 43
- Gebruik p. 43
- Onderhoud en opslag p. 44
- 7 Beschrijving van de componenten p. 45
- 8 Voorbereidende werkzaamheden p. 45
- Duwstang bevestigen (Afbeelding E1 + X3 + C1 ) p. 45
- Montage van de startstang (Afbeelding L1 ) p. 45
- 9 Vóór de eerste inbedrijfstelling p. 45
- Oliepeil controleren en olie bijvullen (Afbeelding Y1 ) p. 45
- Brandstof invullen p. 46
- 10 Starten van de motor (Afbeelding S2 + D + E + Q2 ) p. 46
- 11 Uitschakelen van de motor (Afbeelding F + Y2 ) p. 46
- 12 Stoppen in geval van nood p. 46
- 13 Instellen van de verticuteerdiepte p. 46
- Instelling (Afbeelding V2 + T2 + Z2 ) p. 46
- 14 Verticuteerbedrijf p. 46
- Verticuteren op hellingen p. 46
- Oliepeilcontrole p. 46
- Controle van de bedrijfsveiligheid p. 46
- Tijdelijke beperkingen p. 47
- Tips voor de verzorging van het gazon (Afbeelding M ) p. 47
- 15 Onderhoudsintervallen p. 47
- 16 Verzorging en onderhoud van de verticuteerder p. 47
- Reiniging p. 47
- Opbergen p. 47
- Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N + A1 + N4 ) p. 47
- Onderhoud van de messenas p. 48
- Vervangen van de V-snaar van de aandrijving p. 48
- Onderhoud van de wielen p. 48
- 17 Onderhoud van de motor p. 48
- Olie wisselen (Afbeelding Y1 + Y2 + Y ) p. 48
- Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) p. 48
- Reinigen van de afzettingskap (afbeelding W1 ) p. 48
- Controle van de bougie (Afbeelding Y ) p. 48
- Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand) p. 48
- 18 Oorzaken van storingen en het verhelpen daarvan p. 49
- 19 Technische gegevens p. 49
- Motor p. 49
- Verticuteerder p. 49
- Geluidsvermogensniveau p. 49
- Geluidsdrukniveau p. 50
- Trillingen p. 50
- 20 Originele reserveonderdelen en toebehoren p. 50
- CE Verklaring van conformiteit 1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, Als je niet alleen trots bent op een verzorgd gazon, maar ook met plezier in de tuin werkt, dan weet je dat je goede tuingereedschappen hebt. Met uw nieuwe verticuteerder heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne hightech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt en dat ziet u aan het geweldige resultaat. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de verticuteerder voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw verticuteerder te vermijden. Gebruik de verticuteerder voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw verticuteerder betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de verticuteerder als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein. p. 7541
1 Model 2 Productidentificatienummer 3 Apparaatvermogen 4 Gewicht 5 Gekeurde veiligheid (afhankelijk van het model) 6 Nominaal toerental motor 7 Bouwjaar 8 CE-conformiteitskenmerk 9 Verticuteerder 10 Gegarandeerd geluidsvermogensniveau 11 Serienummer
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 45-PRO V (SA331522): Werkbreedte 450 mm, motor: LONCIN G200F
Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen!
Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden!
Opgelet voor scherpe werkgereedschappen! – Snij u niet in de vingers of tenen! Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de motor afzetten en de bougiestekker verwijderen.
Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsbril dragen!
Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden – gehoorbescherming dragen!
Waarschuwing voor hete oppervlakken - motor en uitlaat niet aanraken. Verbrandingsgevaar!
Uitlaatgassen zijn giftig - motor niet in gesloten ruimtes laten lopen. Vergiftigingsgevaar!
Benzine is licht ontvlambaar - vonken en vlammen uit de buurt houden, niet roken. Brandgevaar!
WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en servicevoorwaarden.
WAARSCHUWING Derden uit de gevarenzone houden! Contact met het roterende snijgereedschap kan zwaar letsel veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Verticuteer nooit, terwijl personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn.
WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Lekkende benzine en olie op de hete motor zijn licht ontvlambaar. Brand en explosies kunnen zwaar letsel en materiële schade veroorzaken. Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als de machine heet is. Bij lopende motor moet de oliepeilstok steeds vast ingeschroefd zijn.42
WAARSCHUWING Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zwaar letsel en materiële schade veroorzaken. Roken en open vuur zijn bij het tanken verboden.
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Contact met het roterende snijgereedschap kan ernstige verwondingen aan de voeten veroorzaken. De motor alleen achter het apparaat staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen.
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Contact met het roterende snijgereedschap kan ernstige verwondingen aan handen en voeten veroorzaken. Bij lopende motor/messenas de door de lengte van de duwstang geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het verticuteren, met name bij met bladeren bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van het snijgereedschap controleren, daarna de messen vóór elk verticuteren onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Versleten of beschadigde messen door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vervangen. Vóór het starten van de motor controleren of de gereedschappen verwijderd zijn.
WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het verticuteren het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
VOORZICHTIG Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Verbrandingsgevaar! Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigd of ontbrekend veiligheidsrooster voor de uitlaat.
VOORZICHTIG Als bij werkzaamheden aan het apparaat de bougiestekker niet wordt verwijderd, zou de motor gestart kunnen worden en zware verwondingen het gevolg kunnen zijn. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor afzetten, de bougiestekker verwijderen en de contactsleutel, indien voorhanden, verwijderen. Bougiestekker nooit bij lopende motor verwijderen. Gevaar: elektrische schok! Betreffende reinigings- of onderhoudsinstructies in de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
WAARSCHUWING Contact met het roterende snijgereedschap kan ernstige verwondingen aan handen en voeten veroorzaken. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. De motor afzetten en wachten tot het snijgereedschap stilstaat: – als het apparaat opgetild of gekanteld moet worden, bijv. voor het transport; – bij het rijden buiten het gazon op wegen of straten; – als de machine korte tijd zonder toezicht blijft; – voordat de verticuteerdiepte wordt ingesteld; – vóór het bijtanken. Alleen bijtanken bij koude motor!
VOORZICHTIG Contact met de scherpe randen van de verticuteermessen kan letsel veroorzaken. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING Veiligheidsbril dragen! Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Verticuteer nooit zonder veiligheidsbril.
WAARSCHUWING Gehoorbescherming dragen! Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Verticuteer nooit zonder gehoorbescherming.
- Het apparaat is uitsluitend bestemd voor het verticuteren van grasperken en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging (“Gebruik conform de voorschriften”). Elke verder leidende toepassing geldt als niet conform de voorschriften; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven bedrijfs-, onderhouds- en servicevoorwaarden.
- Bij gebruik in openbare plantsoenen, parken, op sportvelden, langs de weg en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder voorzichtig te werk gaan.
- De verticuteerder mag met name niet gebruikt worden voor onkruidverwijdering in steenvoegen, op terrassen of voetpaden, als motorhak en voor het egaliseren van grondoneffenheden zoals bijv. molshopen.
- Het gebruik van door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan dit apparaat sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
6 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE
BENZINEVERTICUTEERDER Algemene veiligheidsinstructies
Voor uw eigen veiligheid en voor een zo optimaal mogelijke werking van uw machine raden wij u aan deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen. Neem de tijd om kennis te nemen van de bedieningselementen en de machine juist te gebruiken. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Wij wijzen u erop dat de bestuurder of gebruiker van de machine aansprakelijk is voor het in gevaar brengen van andere personen, hun eigendommen en ongevallen waarbij deze betrokken zijn.
- Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet bij eventuele verdere verkoop aan de nieuwe eigenaar van het apparaat worden overhandigd.
- Laat nooit kinderen en personen onder 16 jaar en andere personen die geen kennis hebben genomen van de gebruiksaanwijzing de machine gebruiken. Wij wijzen u op het volgende: De minimumleeftijd van gebruikers kan regionaal verschillen.
- Wijs iedereen die met het apparaat gaat werken op de mogelijke gevaren en hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd zijn en over de gevaren geïnstrueerd werden. De geldende voorschriften voor ongevallenpreventie alsook de andere algemeen erkende veiligheidstechnische en arbeidsmedische regels dienen te worden opgevolgd.
- Dit apparaat dient niet te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en/of kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.43
Verticuteer nooit, terwijl personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn.
- Berg de machine veilig op! Ongebruikte apparaten moeten in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard.
- Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
- De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de stang liggen dat ze bij het neerklappen van de stang niet bekneld raken of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden. Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het verticuteren moet altijd stevig, gesloten, antislipschoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Verticuteer niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen.
Controleer vóór en tijdens het verticuteren het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.
Controleer voor en tijdens het verticuteren het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok! Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
- Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot het werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – vóór het verticuteren op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation. – wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – de begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – rondslingerende kabelresten voor het verticuteren verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het verticuteren belemmeren. Vóór het verticuteren op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen. WAARSCHUWING
– Benzine is licht ontvlambaar en uiterst explosief. Brand en explosies kunnen zwaar letsel en materiële schade veroorzaken. – Benzine alleen in een goedgekeurde jerrycan en voor kinderen ontoegankelijk bewaren. – Tank niet in het voertuig, op een laadvloer of een aanhanger met kunststofbekleding vullen. Tank voor het vullen met brandstof niet in de nabijheid van het voertuig en steeds op de bodem neerzetten. – Tank alleen in de open lucht met een koude motor. Tijdens het tanken zijn roken en open vuur verboden. – Met benzine aangedreven apparaten die zich op een laadvlak of een aanhanger bevinden, niet vanuit de pomp voltanken, maar voltanken met een draagbare jerrycan. – Tank benzine voor u de motor start. – Open de tankdop niet en tank geen benzine bij een draaiende motor of als de machine heet is. – Probeer de motor niet te starten als u benzine heeft gemorst. Verwijder in plaats daarvan het apparaat van de met benzine vervuilde plek en veeg de overgelopen brandstof van de motor af. Probeer de motor niet te starten voordat de benzinedampen zijn vervlogen. – Sluit benzinetank en jerrycan om veiligheidsredenen weer volledig af. – Vervang bij beschadiging de benzinetank en de tankdop.
- Vóór het gebruik van de verticuteerder deze controleren op juiste bevestiging van de schroefverbindingen, correcte montage en toestand van de messenas om gevaren te vermijden. Versleten en beschadigde messen en bevestigingsschroeven moeten worden uitgewisseld.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elk gebruik worden gecontroleerd. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik
- Het apparaat mag niet in een explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
- Laat de verbrandingsmotor niet draaien in afgesloten ruimten waarin zich gevaarlijke verbrandingsgassen kunnen ophopen. Gevaar voor vergiftiging!
- Dragers van pacemakers mogen bij draaiende motor geen motoronderdelen aanraken die onder spanning staan.
- Opgelet! Apparaat niet voor aanzuigopeningen van ventilatiesystemen van ruimtes laten lopen.
- Verticuteer niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken. Gevaar: elektrische schok!
- Bougie alleen bij afgekoelde motor eraf trekken. Verbrandingsgevaar!
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf van de machine vereisen onbeperkte aandacht.
- Verticuteer alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- Niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het apparaat bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Verticuteer op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Verticuteer niet op al te steile hellingen! Het verticuteren op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw verticuteerder is zo krachtig, dat hij nog kan verticuteren op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet volledig te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide verticuteerders bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of het apparaat naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
- Houd de door de lengte van de duwstang bepaalde veilige afstand aan.
- Om een wegglijden van het apparaat tijdens het dragen te verhinderen, dient u het apparaat steeds vast te nemen aan de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (behuizing, dwarsstang van het onderste gedeelte van de duwstang).
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie hoofdstuk “Technische gegevens”). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen.44 Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk “Beschrijving van de componenten”):
– Veiligheidsschakelbeugel motorstop (1) De verticuteerder is uitgerust met een motorstopinrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de beugel voor de motorstop los te laten de verbrandingsmotor afgezet. De verbrandingsmotor en het snijgereedschap moeten tot stilstand komen (Opgelet! Het snijgereedschap loopt na!). Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen, die in de afbeelding “Beschrijving van de componenten” wordt getoond. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.
Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk “Beschrijving van de componenten”):
– Behuizing, spatbescherming (7) Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsel door omhoog geslingerde voorwerpen. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde spatbescherming worden gebruikt.
– Behuizing Deze bescherminrichting beschermt tegen letsel door contact met het roterende snijgereedschap. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
– Afdekkingen van de riemaandrijving (3), motorafdekkingen (8) Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsel door bewegende onderdelen. Het apparaat mag niet met beschadigde c.q. zonder op de voorgeschreven wijze bevestigde afdekkingen worden gebruikt.
– Veiligheidsrooster voor de uitlaat (11) De motor/uitlaat wordt zeer heet. Het veiligheidsrooster beschermt tegen verbrandingen. Het apparaat niet zonder veiligheidsrooster voor de uitlaat gebruiken.
De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
- Wijzig de basisafstelling van de motor niet en gebruik de motor niet met een te hoog toerental.
Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het snijgereedschap staan.
Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld. Indien nodig moet de machine, door de duwstang omlaag te duwen, zo schuin worden gezet dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste gedeelte van de duwstang bevinden.
Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
Zet de motor af door de beugel voor de motorstop los te laten, trek de bougie eraf, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan en de contactsleutel, indien voorhanden, is uitgetrokken: – als de machine wordt verlaten; – voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden eraan uitvoert; – voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; – als er een vreemd voorwerp werd geraakt; – als de machine ongewoon begint te trillen.
- Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van het apparaat beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Neem als er sterke trillingen optreden, meteen contact op met een geautoriseerde vakwerkplaats.
- WAARSCHUWING De in deze gebruiksaanwijzing vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een snijgereedschap in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud de machine goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze gebruiksaanwijzing opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden.
Zet de motor af door de beugel voor de motorstop los te laten, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan, – als u de verticuteerder moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport; – als u de machine naar het verticuteervlak toe en weer weg transporteert; – bij het rijden buiten het gazon; – als u de machine korte tijd verlaat; – als u de verticuteerdiepte wilt instellen; – voordat u bijtankt. Alleen bijtanken bij koude motor!
- Indien de motor een benzinekraan bezit, dient deze na het verticuteren dicht te worden gedraaid. Onderhoud en opslag
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken!
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het apparaat in een veilige arbeidstoestand is.
Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in een gesloten ruimte waarin eventueel benzinedampen met open vuur of vonken in contact kunnen komen of kunnen ontvlammen.
Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Voor onderhouds- en reinigingswerkzaamheden de machine tenminste 15 minuten laten afkoelen.
- Houd, om brandgevaar te vermijden, de motor, uitlaat en brandstoftank vrij van gras, bladeren en lekkende olie (vet). Bij het omhoog kantelen of op de zijkant leggen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een afgesloten ruimte wegzet. De machine in geen geval in de nabijheid van open vuur of warmtebronnen zoals boilers of verwarmingen wegzetten.
Controleer elke keer voordat u gaat verticuteren de toestand en de goede bevestiging van de messenas. Versleten of beschadigde messen moeten absoluut worden vervangen. Het vervangen van de messen resp. werkzaamheden aan de messenas altijd door een vakwerkplaats laten uitvoeren. Door een verkeerd gemonteerde messenas kunnen delen loskomen, hetgeen tot ernstige verwondingen kan leiden.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
- Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals motorolie en brandstof, moeten geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen) worden gedragen. De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen.
Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd op vlakke ondergronden bij uitgeschakelde motor en verwijderde bougiestekker. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.
- Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok.
- Bougie alleen bij afgekoelde motor eraf trekken. Verbrandingsgevaar!45
- Controleren of de bougie goed bevestigd is! Gevaar: elektrische schok.
- Indien de tank geledigd dient te worden, dan moet dit in open lucht en bij koude motor gebeuren. Er op letten, dat er geen brandstof wordt gemorst.
- De verticuteerder alleen met geheven messenas opslaan. Een neergelaten messenas kan op den duur verbuigen en de gebruiksveiligheid van de verticuteerder in gevaar brengen. Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Ongelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
1 Veiligheidsschakelbeugel motorstop 2 Tankdop 3 Afdekkingen van de riemaandrijving 4 Olievulopening 5 Motorbevestiging 6 Stelschroef voor verticuteerdiepte 7 Spatbescherming 8 Motorafdekking 9 Brandstofkraan 10 Luchtfilter 11 Veiligheidsrooster voor de uitlaat 12 Bougie 13 Verticuteerhendel 14 Startkabelgreep 8 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN Voor de montage van de verticuteerder bevinden zich de volgende afzonderlijke delen in de verpakking:
- Verticuteerder met gemonteerde duwstang
- Gereedschapszak met volgende inhoud: – Gebruiksaanwijzing met conformiteitsverklaring – Garantiebepalingen (afhankelijk van het model) – Diverse montageonderdelen Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar. LET OP Vóór montage van de stang en de startkabelhouder en bij het omhoog klappen van de stang altijd de bougiestekker uittrekken! Na montage, uiterlijk vóór het starten van de motor de bougiestekker weer aanbrengen! Duwstang bevestigen (Afbeelding E1 + X3 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabels bij het uit- en in elkaar klappen van de duwstangen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt worden! De kabel altijd aan de buitenkant van de stangverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van het apparaat leiden. – De ingeklapte duwstang naar boven toe uit elkaar trekken. – Als het bovenste en het onderste deel van de duwstang op één niveau liggen, de gerande moer (1) aan beide kanten met de hand vast aandraaien E1 . – De moeren (2), sluitringen (3) en zeskantschroeven (4) uit de gereedschapszak nemen X3 . – Onderste deel van de duwstang (5) optillen en tegen de bovenste of onderste boringen van het voorgemonteerde steunijzer (6) aan leggen voor verschillende schuinstanden van de stang X3 : bovenste boring = steile stand van de duwstang (voor grotere personen) onderste boring = vlakke stand van de duwstang (voor kleinere personen) – Van buiten aan beide kanten de zeskantschroef (4) met erop gezette ring (3) door het onderstuk van de stang (5) en het steunijzer (6) steken, de tweede ring (3) erop zetten en vastschroeven met de moer (2). – Alle schroefverbindingen vast aandraaien. Montage van de startstang (Afbeelding L1 ) – Startkabelhouder (1) uit de gereedschapszak nemen. – Moer zo ver eruit draaien, dat de beide helften over de stang kunnen worden geschoven. – Op de bovenstang zit een sticker (2) voor de positionering van de startkabelhouder. LET OP Om veiligheidsredenen mag de startkabelhouder alleen in de opgegeven positie worden gemonteerd. – Startkabel (3) uittrekken en in de startkabelhouder leiden. – De beide helften samenvoegen (4) en licht naar buiten draaien, moer weer vastdraaien. Zo wordt verhinderd dat de startkabel eruit springt. De startkabelhouder moet zo gemonteerd/uitgelijnd worden, dat de startkabel vrij loopt en niet tegen andere delen aanwrijft.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Alle schroefverbindingen en de bougiestekker controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de correcte montage en toestand van de messenas moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de messenas“). Werkzaamheden aan de messenas altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Door een verkeerd gemonteerde messenas kunnen delen loskomen, hetgeen tot ernstige verwondingen kan leiden. De verticuteerder is uitgerust met een motorstopinrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de motor zich uitschakelen en het snijgereedschap tot stilstand komen (Opgelet! Het snijgereedschap loopt na!). Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen, die in de afbeelding “Beschrijving van de componenten” wordt getoond. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. De veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet worden gemanipuleerd of gedeactiveerd! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Oliepeil controleren en olie bijvullen (Afbeelding Y1 )
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
BELANGRIJK Schade vermijden! De motor wordt zonder olie geleverd. De motor moet voor het starten met olie worden gevuld. – De verticuteerder moet horizontaal op een gelijke bodem staan. – Vuil van olievulbereik verwijderen. – De oliepeilstok (1) uitnemen en met een schone doek afvegen. – De oliepeilstok (1) erin zetten. Niet draaien of vastdraaien. – De oliepeilstok (1) uittrekken en het oliepeil controleren. Als het oliepeil correct is, bevindt de olie zich aan de bovenkant van de vol-markering (2) van de oliepeilstok.46 – Bij een te laag oliepeil langzaam motorolie in de vulopening (3) gieten (hoeveelheid en kwaliteit zie Technische gegevens). Het oliepeil moet tot aan de onderkant van de vulopening komen. – De oliepeilstok (1) weer inzetten en vastdraaien. Brandstof invullen
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
– Gebruik als tankvulling alleen verse en schone loodvrije standaard brandstof. Brandstof met maximaal 10% ethanol is acceptabel. – Benzinedop losdraaien. – Brandstof m. b. v. een trechter tot max. onderkant van de vulpijp vullen. – Benzinedop weer aanbrengen en vastdraaien.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Vóór het starten van de motor erop letten dat de messenas/het apparaat zich in de uitlichtpositie bevindt Z2. De motor starten vanaf de rechterkant van de verticuteerder. De verticuteerder in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de messenas en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld. Indien nodig moet de machine, door de duwstang omlaag te duwen, zo schuin worden gezet dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste gedeelte van de duwstang bevinden. VOORZICHTIG Startkabelgreep tijdens het starten stevig vastpakken. De greep zou anders uit de hand kunnen glijden. Verwondingsgevaar!
– De brandstofkraan (2) openen S2 . – Bij koude motor de chokehendel op de motor (3) naar stand “Choke” schuiven. – De gasregelaar (4) naar achter in positie “Haas” zetten. Tijdens gebruik van de motor dient de gasregelaar op “Haas” te staan. – Om de motor te starten de schakelbeugel (5) naar het bovenste deel van de stang trekken. Tijdens het gebruik moet de schakelbeugel in deze stand worden vastgehouden D . – De startkabel (7) langzaam uittrekken tot er een weerstand merkbaar wordt, dan snel uittrekken, – de motor begint te lopen, de kabel langzaam terugvoeren E . – Onder bepaalde omstandigheden moet het startproces herhaald worden. – Nadat de motor warmgelopen is, de chokehendel (3) naar voren in de bedrijfsstand schuiven Q2 . – Bij bedrijfswarme motor de chokehendel op de motor (3) naar voren in de bedrijfsstand schuiven. De motor starten zoals zojuist omschreven. – Als de motor niet aanspringt, ga dan te werk zoals bij het starten van de koude motor.
11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING F +
Y2 ) – Veiligheidsschakelbeugel (1) loslaten F . De motor wordt uitgeschakeld en het snijgereedschap komt tot stilstand. Opgelet! Het snijgereedschap loopt na! – Brandstofkraan (2) sluiten Y2 .
Veiligheidsschakelbeugel loslaten. – Het snijgereedschap komt tot stilstand. Opgelet! Het snijgereedschap loopt na! – De motor gaat uit. LET OP Vóór elk verticuteren controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos functioneert: – Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de motor zich uitschakelen en het snijgereedschap tot stilstand komen (Opgelet! Het snijgereedschap loopt na!). Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Het instellen van de verticuteerdiepte mag alleen bij uitgeschakelde motor gebeuren! Voor het werken met de verticuteerder wordt de verticuteerhendel naar voren in de stand “Verticuteren” gedrukt T2 . Daarna wordt het apparaat met messenas neergelaten en de messen dringen in het grasoppervlak. De werkdiepte is afhankelijk van de slijtage van de messen en moet bovendien op de betreffende gazon- en grondverhoudingen worden ingesteld. De verticuteerdiepte steeds op een effen gazonoppervlak controleren en instellen. Bij neergelaten messenas dienen de messen de grasnerf iets aan te ritsen. De werkdiepte van max. 3-5 mm is aan te bevelen. Bij een verzorgd gazon zonder stenen kan de verticuteerdiepte iets groter worden ingesteld. Bij een gazonoppervlak met veel mos dient met een kleinere werkdiepte te worden begonnen. Instelling (Afbeelding V2 + T2 + Z2 ) De verticuteerdiepte als volgt instellen: – Na het losdraaien van de contramoer op de stelschroef V2 de werkdiepte zó instellen dat de messen als de verticuteerder omlaag gelaten is (handhendel naar voren) T2 ca. 3 tot 5 mm diep in de grond doordringen. – Na het omzetten de contramoer weer vast aanhalen. – Om het apparaat uit de ingestelde werkpositie te tillen, wordt de hendel geheel naar achteren in de stand “Transporteren” gezet. De ingestelde verticuteerdiepte wordt hierdoor niet veranderd Z2 ! Na enkele bedrijfsuren zal bijstelling van de verticuteerdiepte wegens slijtage nodig worden. Hoe intensiever het gebruik, des te groter de slijtage van de messen. Harde of zeer droge gronden versnellen de slijtage. De afstelling van de verticuteerdiepte dient dan precies hetzelfde te worden uitgevoerd als boven staat omschreven.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
INSTRUCTIE Om de messenas te ontzien, scherpe bochten vermijden en voor het keren de messenas verhogen. Verticuteren op hellingen LET OP Het apparaat kan in bermen en op hellingen die tot 46% (25° helling) aflopen, worden ingezet. Steilere schuinstanden kunnen schade aan de motor veroorzaken. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet volledig te benutten. Zorg er altijd voor dat u stevig en stabiel staat. In principe mogen met de hand geleide verticuteerders bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat! Oliepeilcontrole Controleer het oliepeil voor elke verticutering (zie hoofdstuk Oliepeil controleren en olie bijvullen). Daarnaast is de verticuteerder uitgerust met een oliepeilsensor. Als het oliepeil te laag is, wordt de motor uitgeschakeld. De oliepeilsensor is geen vervanging voor regelmatige controles door de gebruiker. De motor nooit met te weinig of te veel olie laten lopen. Onherstelbare schade zou het gevolg kunnen zijn. Controle van de bedrijfsveiligheid De verticuteerder is uitgerust met een motorstopinrichting. Vóór elk verticuteren controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moet de motor zich uitschakelen en het snijgereedschap tot stilstand komen (Opgelet! Het snijgereedschap loopt na!). Anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de positie terugspringen, die in de afbeelding “Beschrijving van de componenten” wordt getoond. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. De veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet worden gemanipuleerd of gedeactiveerd! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!47 Ter vermijding van gevaar vóór elk verticuteren de toestand en goede bevestiging van de messen controleren (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de messenas”). Werkzaamheden aan de messenas altijd door een vakwerkplaats laten uitvoeren. Door een verkeerd gemonteerde messenas kunnen delen loskomen, hetgeen tot ernstige verwondingen kan leiden. Om de 10 bedrijfsuren schroeven en moeren van het apparaat controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien! Controleren of de bougie goed bevestigd is! Gevaar: elektrische schok. Bougie nooit bij lopende motor eraf trekken! Gevaar: elektrische schok. Bougie alleen bij afgekoelde motor eraf trekken! Verbrandingsgevaar. Bij blokkering van de messenas, bijv. door tegen een hindernis aan te rijden of door vreemde voorwerpen, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de verticuteerder beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Tijdelijke beperkingen Er bestaan plaatselijke voorschriften met betrekking tot de tijden, waarop verticuteerders mogen worden gebruikt. Informeert u zich a.u.b. voor het gebruik van de verticuteerder bij de desbetreffende instantie. Tips voor de verzorging van het gazon (Afbeelding M ) Bij het verticuteren het apparaat in rechte banen met matige stapsnelheid geleiden. Veroorzaakt door de voorwaartse draairichting van de messenas is slechts een geringe duwkracht noodzakelijk. Afhankelijk van de kwaliteit van de bodem is het gedeeltelijk noodzakelijk om de verticuteerder tegen de werkrichting in tegen te houden. Het rijden van nauwe bochten vermijden. Bij sterk bemost of bij veel voorhanden onkruid in het gazon is het aanbevolen, een tweede keer, haaks op de eerste werkrichting te verticuteren. Voor de tweede verticuteerbeurt het uitgewerkte verticuteermateriaal verwijderen. Extra bovenop liggend verticuteermateriaal zou het verticuteerresultaat verslechteren, het apparaat extra belasten en de werkzaamheden voor de bedienende persoon onnodig verzwaren (sterkere duwkrachten). Het verwijderen/opnemen van het verticuteermateriaal gebeurt het makkelijkste door het op te zuigen met een TurboStar-grasmaaier of kan manueel met de hark gebeuren. 15 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Neem als u gebreken vaststelt, contact op met een geautoriseerde vakwerkplaats. Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen. De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden. Vóór de eerste inbedrijfstelling
- Het oliepeil controleren Y1 .
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De messenas controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn. Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
- Bereik van de begrenzingskabel controleren (indien ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
- Het oliepeil controleren Y1 .
- Toestand en goede bevestiging van de messen controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vervangen resp. vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn. Om de 10 bedrijfsuren
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Messenas controleren op slijtage en goede bevestiging. Na elk bedrijf
- De verticuteerder schoonmaken.
- De messen controleren op beschadigingen en slijtage. Inrijtijd – Na de eerste 5 bedrijfsuren
- De motorolie verversen Y1 . Om de 25 bedrijfsuren of jaarlijks
- Papierelement van het luchtfilter schoonmaken W .
- Voorfilter reinigen W .
- Bougie reinigen en afstand tussen de elektroden instellen Y . Om de 50 bedrijfsuren of jaarlijks
- De motorolie verversen Y1 . Bij de jaarlijkse inspectie
- Papierelement van het luchtfilter laten vervangen W .
- Voorfilter laten vervangen W .
- Bougie laten vervangen Y .
- Tankzeef laten vervangen.
- Luchtkoelingssysteem laten reinigen.
- Het gebied onder de riemafdekking laten reinigen.
VERTICUTEERDER Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken! Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
Reiniging BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de verticuteerder naar voren omhoog kantelen. De verticuteerder in omhoog gekantelde toestand beveiligen! Vuil en grasresten na het verticuteren verwijderen. Gebruik een borstel of een lap voor het reinigen. BELANGRIJK Nooit met hogedrukreiniger of normale waterstraal motordelen (zoals ontstekingssysteem, carburateur enz.) afdichtingen en lagerpunten reinigen. Beschadigingen en dure reparaties kunnen het gevolg zijn. Opbergen Het apparaat moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een afgesloten ruimte wegzet. Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N + A1 + N4 ) – Als het apparaat moet worden gedragen, pakt u het voor vast aan de behuizing en achter aan de dwarsstang van het bovenste deel van de duwstang (zie afbeelding N ). – Om het plaatsbesparend te bewaren of voor het transport kan het bovenste gedeelte van de duwstang ook over de motor worden geklapt. Daarvoor de gerande moeren losdraaien en het bovenste deel van de duwstang over de motor zwenken (zie afbeelding A1 ). Erop letten dat de kabel voor het gebruik van de motor niet geknikt of bekneld wordt! Als u het apparaat wilt vervoeren, neemt u het vooraan aan de behuizing en achter aan de dwarsstang van het onderste gedeelte van de duwstang vast. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de stang voor transport- en opslagdoeleinden kan de stang bij het losdraaien van de gerande moeren onverwacht omslaan. Bovendien kunnen er tussen het onderste en bovenste gedeelte van de duwstang plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen, als er geen andere hulpmiddelen ter beschikking staan. Als het apparaat op een laadvlak getransporteerd wordt, dan moet voor het op- en afladen een laadplatform worden gebruikt. LET OP Verwondingen vermijden! Bij het op- of afladen van de machine bijzonder voorzichtig te werk gaan. Het wordt aangeraden om er bij het gebruik van een aanhanger op te letten dat deze is uitgerust met stabiele zijwanden.48 Om het apparaat vast te zetten mogen alleen de aangeduide punten aan het transportvoertuig gebruikt worden. – Het apparaat op alle 4 wielen staand transporteren, om brandstofverlies, beschadigingen van het apparaat en verwondingen van personen te vermijden. – Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. – Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. – Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Daarvoor worden de riemen direct aan de bevestigingspunten aan het apparaat (zie afbeelding N4 ) en in de vastsjorpunten op de laadvloer bevestigd en licht voorgespannen. LET OP De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn. Onderhoud van de messenas Controleer voor ieder verticuteren de toestand en vaste zitting van de messen. Versleten of beschadigde messen moeten absoluut worden vervangen. WAARSCHUWING Het uitwisselen van de messen steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Door een verkeerd gemonteerde messenas kunnen delen loskomen, hetgeen tot ernstige verwondingen kan leiden.
Bij de vervanging alleen originele verticuteermessen gebruiken! Ongelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. Vervangende verticuteermessen moeten permanent met de naam en/of het logo van de fabrikant of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt.
Vervangen van de V-snaar van de aandrijving Bij vervanging uitsluitend originele aandrijfriemen gebruiken. Het vervangen van de V-riem altijd door een erkend vakbedrijf laten uitvoeren. Onderhoud van de wielen De wielen zijn met langetermijnvet ingevet. Een onderhoud is niet noodzakelijk.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 3
WAARSCHUWING Verwondingen vermijden! Motoruitlaatgassen bevatten koolmonoxide en kunnen ernstige aandoeningen of de dood tot gevolg hebben. De motor niet in gesloten ruimten, zoals garages, inschakelen, ook niet als deuren en vensters geopend zijn. De machine naar buiten bewegen voordat de motor wordt gestart. BELANGRIJK Voor reinigings- en onderhoudswerkzaamheden de verticuteerder naar voren omhoog kantelen. De verticuteerder in omhoog gekantelde toestand beveiligen! LET OP Bij het omhoog kantelen erop letten dat er geen olie of benzine uitloopt. Brandgevaar! Het regelmatig uitvoeren van de voorgeschreven service- en onderhoudswerkzaamheden vormt de voorwaarde voor een duurzame en storingvrije functie van de motor en bovendien een basisvoorwaarde voor garantieaanspraken. De motor vooral uitwendig altijd schoonhouden, vooral de omgeving van geluiddemper en cilinder moet altijd vrij van vreemde voorwerpen zijn (bijv. grasresten). Uitlaat en motor bereiken tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen. Brandbare vreemde voorwerpen zoals loof, gras enz. kunnen ontbranden. Ook een foutloze koeling is alleen gegarandeerd als de cilinderribben steeds schoon zijn. BELANGRIJK De motor nooit met een hogedrukreiniger of een normale waterstraal reinigen. Beschadigingen en dure reparaties kunnen het gevolg zijn. Olie wisselen (Afbeelding Y1 + Y2 + Y ) INSTRUCTIE Om het milieu te beschermen adviseren wij de olieverversing door een vakwerkplaats te laten uitvoeren. De eerste olieverversing bij nieuwe motor is vereist na ca. 5 bedrijfsuren. Later ongeveer om de 50 bedrijfsuren of minstens eenmaal per seizoen. Regelmatig het oliepeil controleren. Om de 8 uur of vóór het starten van de motor het oliepeil controleren. – Voordat de motor of het apparaat worden gekanteld om olie weg te laten lopen, de benzinetank leegmaken en de motor laten lopen tot hij stopt wegens brandstofgebrek. – Motor uitzetten en bougiestekker (1) verwijderen Y . – De brandstofkraan (2) sluiten Y2 . – De olie verversen, zolang de motor warm is. – Om de olie te verversen, de in de rijrichting vooraan liggende olievulschroef (4) losdraaien Y1 . – De verticuteerder zo kantelen, dat de oude olie in een opvangbak terechtkomt. Oude olie niet in de riolering of in de grond terecht laten komen, maar verwerken conform de plaatselijke voorschriften. – Zet de verticuteerder rechtop en draai de olievulschroef (4) weer vast Y1 . – Verse motorolie ingieten (zie hoofdstuk Oliepeil controleren en olie bijvullen, afbeelding Y1 ).
Schoonmaken resp. vervangen van de luchtfilter (Afbeelding W ) BELANGRIJK Nooit de motor met gedemonteerd luchtfilter starten of laten lopen.
– De moer (1) op het luchtfilterdeksel (2) losdraaien en de afdekking verwijderen. – De bevestigingsmoer (3) verwijderen en het filter (4) afnemen. Het voorfilter (5) van het papieren filterelement aftrekken. – Papieren filterelement om de 25 bedrijfsuren reinigen. Bij lichte vervuiling uitkloppen; bij sterke vervuiling of beschadiging vervangen. Papieren filter niet schoonblazen met perslucht. Niet oliën. – Het voorfilter om de 25 bedrijfsuren reinigen. Voorfilter in warm water wassen met vloeibaar reinigingsmiddel, uitspoelen, overtollig water uitpersen en goed in de lucht laten drogen. Het voorfilter niet oliën. – Het droge voorfilter op het papieren filterelement schuiven. Erop letten dat de afdichting (6) op de luchtfilterplaat (8) in het midden ten opzichte van de steekbout (7) ligt. – Het papieren filterelement met gemonteerd voorfilter op de steekbout (7) en de luchtfilterplaat (8) plaatsen. Opletten dat het filter goed in de filterplaat grijpt. Het filter met de moer (3) bevestigen. – De afdekking (2) op het luchtfilter plaatsen en met de moer (1) vast op de luchtfilterplaat (8) bevestigen. Bij ongunstige gebruiksomstandigheden (sterke stofontwikkeling) moet elke keer na het verticuteren worden gereinigd. Papieren filterelement en voorfilter elk jaar vervangen. (Bestelnr. filterelement en voorfilter zie originele reserveonderdelen en accessoires) Reinigen van de afzettingskap (afbeelding W1 ) – De brandstofkraan (1) sluiten. – De afzettingskap (3) en de O-ring (2) verwijderen. – De afzettingskap (3) en de O-ring (2) om de 100 bedrijfsuren of om de 6 maanden reinigen met een niet-brandbaar oplosmiddel en aansluitend drogen. – De O-ring (2) in de brandstofklep aanbrengen en de afzettingskap (3) installeren. De afzettingskap (3) vastdraaien. – Brandstofkraan (1) openen en op dichtheid controleren. De O-ring (2) vervangen als er een lekkage optreedt. Controle van de bougie (Afbeelding Y ) Om de slijtage van de bougie te controleren, bougiestekker (1) verwijderen en de bougie (2) losschroeven. Als de elektrode sterk versleten is, dient de bougie in elk geval te worden vervangen (bestelnummer: zie originele reserveonderdelen en accessoires). Anders is het voldoende om de bougie schoon te maken met een staalborstel en de afstand tussen de elektroden in te stellen tussen 0,70 en 0,80 mm. De bougie (op omkeerring letten) met de hand in de motor vastschroeven en met een dopsleutel handvast monteren. Bougiestekker aanbrengen. De bougie elk jaar vervangen. Overwinteren van de motor volgens voorschrift (of bij langdurige stilstand)
– Benzinetank legen en de motor laten draaien tot hij stopt wegens brandstofgebrek. – Opvangbak voor benzine met trechter onder carburateur zetten W2 .49 – Aftapschroef van de carburateur (4) en afzettingskap (3) verwijderen en brandstofkraan (1) openen W2 . – Nadat alle benzine is weggelopen, afzettingskap (3) en aftapschroef van de carburateur (4) vastdraaien. Let er telkens op dat de O-ring (2) en de afdichting (5) gemonteerd zijn W2 . – Motor uitzetten en bougiestekker (1) verwijderen Y . – De brandstofkraan (2) sluiten Y2 . – Zolang de motor nog warm is, olie aftappen en verse motorolie ingieten (zie hoofdstuk Olieverversing). – Gras- en maaigoedafzettingen van de cilinder en cilinderribben, onder de motorafdekking (8) en rond de geluiddemper verwijderen. – Het apparaat altijd in schone toestand in een gesloten, droge ruimte, buiten het bereik van kinderen bewaren.
18 OORZAKEN VAN STORINGEN EN HET VERHELPEN
DAARVAN Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing
Motor slaat niet aan Schakelbeugel is niet omgeklapt. Schakelbeugel op het bovenstuk van de stang drukken D . Brandstofkraan is gesloten. Brandstofkraan opendraaien S2 . Chokehendel aan de motor in de bedrijfsstand. Chokehendel aan de motor op stand “Choke” schuiven S2 (zie “Starten van de motor”). Brandstoftank leeg. Zuivere en nieuwe brandstof natanken. Bougiestekker los. Bougiestekker plaatsen of door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Bougie defect resp. vuil of elektroden opgebrand. Bougie vervangen of reinigen, afstand tussen de elektroden instellen tussen 0,70 en 0,80 mm Y . Motor krijgt te veel benzine (bougie nat). Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W .
Motor gaat uit Brandstoftank leeg. Zuivere en nieuwe brandstof natanken. Oliepeil te laag. Olie bijvullen. Deze motor is uitgerust met een oliepeilsensor. Als het oliepeil te laag is, wordt de motor uitgeschakeld. Apparaat helt te sterk zijwaarts. Machine niet te sterk zijwaarts kantelen. Deze motor is uitgerust met een oliepeilsensor. Als het oliepeil te laag is, wordt de motor uitgeschakeld.
Motorvermogen neemt af Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Brandstof verouderd of vervuild Benzinetank leegmaken en verse brandstof erin gieten.
Motor draait onregelmatig Luchtfilter vuil. Luchtfilter schoonmaken resp. vervangen W . Bougie verkoold. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Sterke trillingen (vibratie) Motorbevestiging los. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Messenas draait niet V-riem defect Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren resp. vervangen.
Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Laat reparaties die vakkennis vereisen, altijd alleen door een vakman uitvoeren. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert. 19 TECHNISCHE GEGEVENS Motor Motor LONCIN 4-taktmotor, G200F Cilinderinhoud 196 cm
Toerental 3300 tpm Apparaatvermogen 4,0 kW Afstand elektroden 0,7 – 0,8 mm Brandstof Loodvrije standaard brandstof, met max. 10% ethanol Tankinhoud ca. 3,6 liter Smeerolie SAE 30*, SAE 10W-30**, SAE 10W-40, API SE of soortgelijke kwaliteitsolie, min. kwaliteit SF Hoeveelheid olie 0,6 liter
- Wordt SAE 30-olie gebruikt bij temperaturen onder 4°C, dan leidt dit tot slecht starten. ** Het gebruik van 10W-30 bij temperaturen boven 27°C zal resulteren in hoger olieverbruik. Controleer het oliepeil vaker. Verticuteerder Behuizing Aluminium spuitgietwerk Werkbreedte 450 mm Verticuteermessen 19 stuks Gewicht 45,0 kg Lengte 1140 mm Breedte 690 mm Hoogte 1000 mm Wielen voor / achter Ø 200 mm / Ø 200 mm Lagers voor / achter Naaldlagers
= 97 dB(A)50 Geluidsdrukniveau Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de bedienende persoon; gemeten volgens DIN EN 13684 Meetonzekerheden; conform ISO 4871
Trillingen Trillingen aan de duwstang; gemeten volgens DIN EN 13684 Meetonzekerheden; conform EN 12096
SimpelGids