PAC1800 - Airconditioner PROLINE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PAC1800 PROLINE in PDF-formaat.
| Producttype | Mobiele airconditioner monoblock |
| Merk | Proline |
| Model | PAC1800 |
| Energie-efficiëntieklasse | A |
| Nominaal koelvermogen | 2,0 kW |
| Nominaal opgenomen elektrisch vermogen | 0,8 kW |
| EER (Energie-efficiëntiecoëfficiënt) | 2,6 |
| Stroomverbruik in stand-by | 0,5 W |
| Geluidsvermogensniveau | 62 dB(A) |
| Koelmiddel | R290, vulling 0,14 kg, GWP 3 |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz (schatting) |
| Bedrijfsmodi | Koeling, Ontvochtiging, Ventilatie |
| Afstandsbediening | Ja, met AAA-batterijen (inbegrepen) |
| Timer | Programmeerbaar (aan/uit) tot 24 uur |
| Slaapfunctie | Ja, past de temperatuur geleidelijk aan |
| Automatisch herstarten | Ja, na stroomuitval |
| Overloopbeveiliging | Ja, code P1 (waterbak vol) |
| Filteronderhoud | Elke 2 weken reinigen met stofzuiger |
| Behuizing reinigen | Licht vochtige doek, daarna droog |
| Klantenservice | Neem contact op met Darty (hotline) |
Veelgestelde vragen - PAC1800 PROLINE
Gebruikersvragen over PAC1800 PROLINE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PAC1800 - PROLINE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PAC1800 van het merk PROLINE.
GEBRUIKSAANWIJZING PAC1800 PROLINE
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik en mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden of andere toepassingen, zoals voor niet-huishoudelijk gebruik ofin een commerciële omgeving.

- Als het netsnoer beschadigd is, moet dit worden vervangen door de fabrikant, zijn servicecentrum of een soortgelijk gekwalificeerde persoon om gevaren te voorkomen.
- Het apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilige gebruik van het apparaat en als zij de gevaren ervan begrijpen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en onderhoud mogen zonder toezicht niet door kinderen worden uitgevoerd.
- Voor meer informatie over de reinigingsmethode en -frequentie, zie de sectie "REINIGING EN ONDERHOUD" op pagina's 101-102.

Lees de instructies.

Waarschuwing; risico op brand/brandbaar materiaal

text_image
.Gebruiksaanwijzing; gebruiksinstructies

Onderhoudsindicator; lees de technische handleiding
- Installeer het apparaat in overeenstemming met de nationale bedradingsvoorschriften. - Dit product bevat niet-gefluoreerd broeikasgas (hermetisch afgesloten) dat gevaarlijk is voor het milieu en bijdraagt aan de opwarming van de aarde als het in de atmosfeer terechtkomt.
Type koudemiddel: R290 Aardopwarmingspotentieel (GWP): 3
- Dit product bevat een koudemiddel met een GWP gelijk aan 3. Dit betekent dat als 1 kg van dit koudemiddel in de atmosfeer zou lekken, de impact op de opwarming van de aarde 3 keer groter zou zijn dan 1 kg CO _2 , over een periode van 100 jaar. Probeer nooit zelf op met koelcircuit te openen of het product zelf te uit elkaar te halen. Vraag het altijd een vakman.
- Het lekken van koudemiddel draagt bij aan klimaatverandering. Koudemiddel met een lager aardopwarmingsvermogen (GWP) zou minder bijdragen aan de opwarming van de aarde dan een koudemiddel met een hoger GWP, als het naar de atmosfeer zou lekken.
- Het apparaat afvoeren:
Om mogelijke schade aan het milieu of aan de menselijke gezondheid te voorkomen door het ongecontroleerd verwijderen van afval, recycle het apparaat op een verantwoordelijke wijze, om het duurzame hergebruik van grondstoffen, koudemiddelen en de ontvlambare isolatie-blaasgassen te bevorderen. Lever het apparaat in bij een inzamelpunt in uw gemeente. Neem contact op met het inzamelpunt in uw buurt voor meer informatie over de juiste verwijderingsprocedure.
• Voor installatie, onderhoud:
Het apparaat moet op een horizontale vloer worden geplaatst met rondom genoeg ventilatie. Vervang of repareer de onderdelen niet zelf. Raadpleeg indien nodig het servicecentrum.
• Behandeling:
Ga altijd met de nodige voorzichtigheid om met het apparaat om schade te voorkomen.
- De accu moet uit het apparaat worden verwijderd voordat het apparaat wordt afgedankt.
- De accu moet worden verwijderd volgens de geldende lokale voorschriften.
- Plaats de batterijen volgens de juiste polariteit.
- Gebruik geen verschillende soorten batterijen of oude en nieuwe batterijen door elkaar.
- Gebruik alleen batterijen van het aanbevolen of een gelijkwaardig type.
- Lege accu's moeten uit het product worden verwijderd.
- De voedingsklemmen mogen niet kortgesloten worden.
- Let op de milieuaspecten bij de verwijdering van accu's. Gooi geen gebruikte accu's in de vuilnisbak. Neem voor vragen over het verantwoord verwijderen van accu's contact op met uw dealer.
- De accu's mogen niet worden blootgesteld aan overmatige hitte zoals zon, vuur en dergelijke.
- Als de accu lekt, vermijd dan contact met de huid. Bewaar de lekkende accu in een gesloten plastic zak en breng dit naar uw plaatselijke recyclingcentrum. Bij contact met de huid, slijmvliezen of ogen, grondig met water spoelen en uw arts of oogarts raadplegen.
- Laad wegwerpbatterijen nooit opnieuw op, er bestaat explosiegevaar.
- Oplaadbare batterijen moeten uit het apparaat gehaald worden alvorens ze op te laden.
Veiligheidsmaatregelen
- Gebruik het apparaat alleen in een rechtopstaande positie op een vlak, effen oppervlak en op een afstand van minstens 50 cm van muren of andere voorwerpen.
- De installatie moet worden uitgevoerd volgens de installatie-instructies. Een verkeerde installatie kan het lekken van water, elektrische schokken of brand veroorzaken.
- Gebruik alleen de meegeleverde accessoires en onderdelen, en het aangegeven gereedschap voor de installatie. Andere onderdelen gebruiken kan het lekken van water, elektrische schokken, brand, letsel of materiële schade veroorzaken.
- Zorg ervoor dat het stopcontact dat u gebruikt geaard is en de juiste spanning heeft.

text_image
50cm 50cm 50cmNL
- Sluit uw apparaat aan op een in een juist geaard stopcontact. Als het stopcontact dat u wilt gebruiken onvoldoende geaard is of niet wordt beschermd door een zekering of stroomonderbreker met tijdvertraging (de benodigde zekering of stroomonderbreker wordt bepaald door de maximale stroomsterkte van het apparaat. De maximale stroom is aangegeven op het typeplaatje vaan het apparaat), laat dan een gepast stopcontact installeren door een vakbekwame elektricien.
- Installeer het apparaat op een vlakke, stevige ondergrond. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot schade of overmatig lawaai en trillingen.
- Houd het apparaat vrij van verstoppingen om een juiste werking te garanderen en veiligheidsrisico's te beperken.
- Wijzig de lengte van het netsnoer niet en gebruik geen verlengsnoer om het apparaat van stroom te voorzien.
- Deel geen enkel stopcontact met andere elektrische apparaten. Een verkeerde voeding kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
- Installeer uw airconditioner niet in een vochtige ruimte zoals een badkamer of wasruimte. Te veel blootstelling aan water kan leiden tot kortsluiting in de elektrische componenten.
- Installeer het apparaat niet in een ruimte die aan brandbaar gas blootgesteld kan worden, dit brand kan veroorzaken.
- Het apparaat is voorzien van wielen voor een eenvoudige verplaatsing. Zorg ervoor dat u de wielen niet op dik tapijt gebruikt of over voorwerpen rolt, het apparaat kan kantelen.
- Gebruik het apparaat niet als het beschadigd is.
- Raak het apparaat niet aan met natte of vochtige handen of op blote voeten.
- Als de airconditioner tijdens het gebruik wordt omgestoten, schakel deze dan uit en trek de stekker onmiddellijk uit het stopcontact. Inspecteer het apparaat visueel om er zeker van te zijn dat er geen schade waarneembaar is.
- Bij onweer moet de stroom worden uitgeschakeld om schade aan het apparaat door bliksem te voorkomen.
- Gebruik uw airconditioner op een dergelijke wijze zodat deze wordt beschermd tegen vocht, bijv. condensatie, spatwater, enz. Plaats of berg uw airconditioner niet op in een omgeving waar deze in water of een andere vloeistof kan vallen of
worden getrokken. Haal de stekker onmiddellijk uit het stopcontact als dit het geval is.
- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact wanneer niet gebruik of voor reiniging. Laat het apparaat afkoelen alvorens het schoon te maken.
- Laat het netsnoer niet over de rand van een tafel hangen of in contact komen met hete oppervlakken en zorg dat het snoer niet in de knoop raakt.
- Leg het snoer niet onder een tapijt. Bedek het snoer niet met matten, lopers of soortgelijke bedekkingen. Leg het snoer niet onder meubels of apparaten. Leg het snoer niet op plekken waar veel wordt gelopen of waar mensen erover kunnen vallen.
- Verwijder geen vaste deksels. Gebruik dit apparaat nooit als het niet goed werkt, gevallen of beschadigd is.
- Om het risico op brand, elektrische schok of persoonlijk letsel te voorkomen, dompel het snoer, de elektrische stekker of het apparaat niet in water of een andere vloeistof.
- Gebruik het apparaat niet buitenshuis.
- Laat het apparaat nooit zonder toezicht achter wanneer het in gebruik is.
- Bedek of blokkeer de inlaat- of uitlaatroosters niet.
- Gebruik het apparaat niet voor andere doeleinden dan deze die in deze gebruiksaanwijzing zijn beschreven.
- Schakel de stroom uit als er een vreemd geluid, geur of rook uit het apparaat komt.
- Druk alleen met uw vingers op de knoppen van het bedieningspaneel, gebruik geen andere voorwerpen.
- Start of stop het apparaat niet door de stekker in het stopcontact te steken of eruit te trekken.
- Gebruik geen gevaarlijke chemicaliën om het apparaat schoon te maken en vermijd elk contact. Gebruik het apparaat niet in de aanwezigheid van brandbare stoffen of dampen zoals alcohol, insecticiden, benzine, etc.
- Transporteer uw airconditioner altijd in verticale positie en plaats deze op een stabiele en vlakke ondergrond alvorens te gebruiken.
Installatie en gebruik van batterijen
Batterijen voor afstandsbediening (inbegrepen):
- De batterij mag alleen door volwassenen worden vervangen. Zorg dat kinderen de afstandsbediening niet gebruiken, tenzij het batterijdeksel er goed op zit.
- Vervang de batterij alleen door een batterij van hetzelfde type. De afstandsbediening werkt op twee AAA 1,5 batterijen, die op een eenvoudige manier vervangen kunnen worden.
NL
SERVICEWERKZAAMHEDEN
WAARSCHUWING
Gebruik geen middelen om het ontdooiproces te versnellen of om schoon te maken, behalve de middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen.
Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld open vuur, een werkend gastoestel of een werkende elektrische verwarming).
Niet doorboren of verbranden.
Houd er rekening mee dat koelmiddelen mogelijk geen geur bevatten.
Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en opgeslagen in een ruimte met een vloeroppervlak van meer dan 8 m ^2 .
Installatie (ruimte)
■ Installatie van de leidingen tot een minimum wordt beperkt;
■ Leidingen moeten worden beschermd tegen fysieke schade en niet mag worden geïnstalleerd in een ongeventileerde ruimte;
■ Naleving van de nationale gasregelgeving moet worden nageleefd;
■ Mechanische verbindingen toegankelijk moeten zijn voor onderhoudsdoeleinden;
■ Minimale vloeroppervlak van de ruimte: 8 m²
■ Maximale hoeveelheid koelmiddelvulling (M): 0,14kg
■ Houd ventilatieopeningen vrij van obstructies;
■ Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant.
Een ongeventileerde ruimte waar het apparaat dat brandbare koelmiddelen gebruikt is
geinstalleerd, moet zodanig zijn geconstrueerd dat bij lekkage van het koelmiddel dit niet zal stagneren om brand- of explosiegevaar te veroorzaken. Dit omvat:
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een goed geventileerde ruimte waar de grootte van de ruimte overeenkomt met de ruimte zoals gespecificeerd voor het gebruik.
- Het apparaat moet worden opgeslagen in een ruimte zonder continu open vuur (bijvoorbeeld een in bedrijf zijnde gastoestel) en ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld een in bedrijf zijnde elektrische verwarming).
Het apparaat moet op een dergelijke manier worden opgeslagen om mechanische schade te voorkomen rring.

Specifieke informatie over de referenties van gekwalificeerd servicepersoneel:
— Ledereen die betrokken is bij het werken aan of de toegang tot een koelmiddelcircuit moet in het bezit zijn van een geldig certificaat van een door de bedrijfstak geaccrediteerde beoordelingsautoriteit, die toestemming geeft om koelmiddelen veilig te verwerken in overeenstemming met een door de industrie erkende beoordelingsspecificatie.
- Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhoud en reparaties waarvoor de assistentie van ander bekwaam personeel nodig is, moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van ontvlambare koelmiddelen.
Informatie over het onderhoud
1. Controle van de omgeving
Alvorens met werkzaamheden aan systemen met brandbare koelmiddelen te beginnen, zijn veiligheidscontroles nodig om ervoor te zorgen dat het ontstekingsrisico tot een minimum wordt beperkt. Voor reparaties aan het koelsysteem moeten de volgende voorzorgsmaatregelen worden getroffen alvorens werkzaamheden aan het systeem uit te voeren.
2. Werkprocedure
De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd volgens een gecontroleerde procedure om het risico te minimaliseren dat een ontvlambaar gas of damp aanwezig is terwijl de werkzaamheden worden uitgevoerd.
3. Algemeen werkgebied
Al het onderhoudspersoneel en anderen die in de omgeving werkzaam zijn, moeten worden geïnstrueerd over de aard van het werk dat wordt uitgevoerd. Werk in besloten ruimten moet worden vermeden. Het gebied rond de werkruimte moet worden afgescheiden. Zorg ervoor dat de omstandigheden in het gebied veilig zijn gemaakt door het beheersen van ontvlambaar materiaal.

4. Controleren op aanwezigheid van koelmiddel
Het gebied moet vóór en tijdens de werkzaamheden worden gecontroleerd met een geschikte koelmiddeldetector, om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van potentieel ontvlambare stoffen. Zorg ervoor dat de gebruikte lekdetectieapparatuur geschikt is voor gebruik met ontvlambare koelmiddelen, dat wil zeggen niet-vonkend, adequaat verzegeld of intrinsiek veilig.
5. Aanwezigheid van een brandblusser
Als er heet werk moet worden uitgevoerd aan de koelapparatuur of daarmee samenhangende onderdelen, moet geschikte brandblusapparatuur ter beschikking staan. Houd een droge poeder- of CO₂ brandblusser bij de hand naast het laadgebied.
6. Geen ontstekingsbronnen
Niemand die werkzaamheden uitvoert met betrekking tot een koelsysteem waarbij aan leidingen wordt gewerkt die brandbaar koelmiddel bevatten of hebben bevat, moet alle ontstekingsbronnen op zodanige wijze gebruiken dat dit niet kan leiden tot het risico van brand of ontploffing. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief het roken van sigaretten, moeten op voldoende afstand worden gehouden van de plaats van installatie, reparatie, verwijdering en afvoer, gedurende welke ontvlambaar koelmiddel mogelijk naar de omringende ruimte kan worden vrijgegeven. Voordat het werk plaatsvindt, moet het gebied rond de apparatuur worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat er geen ontvlambare gevaren of ontstekingsrisico's zijn. Er moeten "No Smoking" -borden
worden geplaatst.
7. Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat het gebied in de openlucht is of dat het voldoende wordt geventileerd voordat er toegang tot het systeem wordt verkregen of hete werkzaamheden worden uitgevoerd. Gedurende de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd, moet er sprake zijn van ventilatie. De ventilatie moet veilig elk vrijgekomen koelmiddel verspreiden en bij voorkeur naar buiten worden afgegeven.

8. Controles van de koelapparatuur
Wanneer elektrische componenten worden veranderd, moeten ze geschikt zijn voor het doel en de juiste specificatie bezitten. Te allen tijde moeten de onderhouds- en servicerichtlijnen van de fabrikant worden nageleefd. Raadpleeg in geval van twijfel de technische dienst van de fabrikant voor assistentie.
De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij installaties die gebruik maken van ontvlambare koelmiddelen:
- de koelmiddelvulling is in overeenstemming met de grootte van de ruimte waarin de koelmiddelbevattende onderdelen zijn geinstalleerd;;
— de ventilatieapparatuur en -uitlaten werken adequaat en worden niet belemmerd;
— indien een indirect koelcircuit wordt gebruikt, moet het secundaire circuit worden gecontroleerd op de aanwezigheid van koelmiddel; - marking op de apparatuur blijft zichtbaar en leesbaar. Markeringen en tekens die onleesbaar zijn, moeten worden gecorrigeerd;
- koelleidingen of -componenten worden geïnstalleerd in een positie waar het onwaarschijnlijk is dat ze worden blootgesteld aan een stof die koelmiddelbevattende componenten kan aantasten, tenzij de componenten zijn vervaardigd van materialen die inherent bestand zijn tegen corrosie of die op geschikte wijze worden beschermd, op deze manier te worden aangetast.
9. Controles van elektrische apparaten
Reparatie en onderhoud van elektrische componenten omvat initiele veiligheidscontroles en inspectieprocedures voor onderdelen. Als er een storing bestaat die de veiligheid in gevaar kan brengen, mag er geen elektrische voeding op het circuit worden aangesloten totdat het naar tevredenheid is afgehandeld.
Als de fout niet onmiddellijk kan worden gecorrigeerd maar het noodzakelijk is het gebruik voort te zetten, moet een adequate tijdelijke oplossing worden gebruikt.
Dit zal worden gerapporteerd aan de eigenaar van de apparatuur, zodat alle partijen op de hoogte zijn.

De eerste veiligheidscontroles moeten omvatten:
□ dat condensatoren worden ontladen: dit moet op een veilige manier gebeuren om eventuele vonkvorming te voorkomen;
□ dat er geen onder stroom staande componenten en bedrading worden blootgesteld tijdens het opladen, terugwinnen of reinigen van het systeem;
□ dat er continuïteit is van de aardeverbinding.
Reparaties aan verzegelde componenten
-
Tijdens reparaties aan verzegelde componenten moeten alle elektrische verbruikers worden losgekoppeld van de apparatuur waaraan wordt gewerkt voorafgaand aan het verwijderen van verzegelde afdekkingen, enz. Als het absoluut noodzakelijk is om een elektrische voeding te hebben tijdens het onderhoud, dan moet er een permanent werkende vorm van lekkagedetectie plaatsvinden op het meest kritieke punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie.
-
Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het volgende om ervoor te zorgen dat door werkzaamheden aan elektrische componenten de behuizing niet zodanig wordt gewijzigd dat het beschermingsniveau wordt beïnvloed. Dit omvat schade aan kabels, overmatig aantal aansluitingen, aansluitingen die niet zijn gemaakt volgens de oorspronkelijke specificaties, schade aan afdichtingen, onjuiste aansluiting van doorvoeringen, enz.
Zorg dat het apparaat veilig is bevestigd.
Zorg ervoor dat de afdichtingen of afdichtingsmaterialen niet zodanig verslechteren dat ze niet langer dienen ter voorkoming van het binnendringen van ontvlambare dampen. Vervangende onderdelen moeten in overeenstemming zijn met de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING Het gebruik van siliconenkit kan de effectiviteit van sommige soorten lekdetectieapparatuur verminderen. Intrinsiek veilige componenten hoeven niet te worden geïsoleerd voordat eraan wordt gewerkt.

Reparatie an intrinsiek veilige componenten
Pas geen permanente inductieve of capaciteitsbelastingen toe op het circuit zonder ervoor te zorgen dat dit de toegestane spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijdt.
Intrinsiek veilige componenten zijn de enige types waaraan gewerkt kan worden terwijl ze onder spanning staan in de aanwezigheid van een ontvlambare atmosfeer. Het testapparaat moet worden ingesteld op de juiste beoordeling.
Vervang componenten alleen door onderdelen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Andere onderdelen kunnen ertoe leiden dat koelmiddel uit een lek ontbrandt in de atmosfeer.
Bekabeling
Controleer of de bekabeling niet onderhevig is aan slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere nadelige omgevingseffecten. Bij de controle moet ook rekening worden gehouden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen van bronnen zoals compressoren of ventilatoren.
Detectie van brandbare koelmiddelen
In geen geval mogen potentiële ontstekingsbronnen worden gebruikt bij het zoeken naar of het detecteren van koelmiddellekken. Een ontladingslamp (of een andere detector die een open vlam gebruikt) mag niet worden gebruikt.
Lekdetectiemethoden
De volgende lekdetectiemethoden worden aanvaardbaar geacht voor systemen die ontvlambare koelmiddelen bevatten.
Elektronische lekdetectoren worden gebruikt om ontvlambare koelmiddelen te detecteren, maar de gevoeligheid is mogelijk niet adequaat of moet mogelijk opnieuw worden gekalibreerd. (Detectie-apparatuur moet worden gekalibreerd in een koelmiddelvrije ruimte.) Zorg ervoor dat de detector geen potentiële ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectieapparatuur moet worden ingesteld op een percentage van de onderste ontvlambaarheidsgrens (LFL) van het koelmiddel en moet worden gekalibreerd op het gebruikte koelmiddel en het juiste percentage van het gas (maximaal 25%) is bevestigd.

Lekdetectievloeistoffen zijn geschikt voor gebruik met de meeste koelmiddelen, maar het gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen moet worden vermeden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan aantasten.
Als er een lek wordt vermoed, moet al het open vuur worden verwijderd/gedoofd.
Als er een lekkage van koelmiddel wordt geconstateerd waarvoor lassen noodzakelijk is, moet al het koelmiddel uit het systeem worden verwijderd of geïsoleerd (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem dat op afstand is van de lekkage. Zuurstofvrije stikstof (OFN) wordt dan zowel vóór als tijdens het lasproces door het systeem gespoeld.
Verwijderen en ontruimten
Bij inbraak in het koelmiddelcircuit om reparaties uit te voeren of voor enig ander doel, moet gebruik worden gemaakt van conventionele procedures. Het is echter belangrijk dat de beste werkwijze wordt gevolgd, aangezien er rekening moet worden gehouden met ontvlambaarheid. De volgende procedure moet worden nageleefd:
□ koelmiddel verwijderen;
□ het circuit reinigen met inert gas;
□ ontruimen;
□ opnieuw reinigen met inert gas;
□ open het circuit door te snijden of te lassen.
De koelmiddelvulling moet worden teruggewonnen via de juiste terugwincilinders. Het systeem moet worden "gespoeld" met octafluoronaftaleen (OFN) om de eenheid te beschermen. Dit proces moet mogelijk meerdere keren worden herhaald. Perslucht of zuurstof mag niet worden gebruikt voor deze taak.
Het spoelen geschiedt door het vacuum in het systeem met OFN te verbreken en te blijven vullen totdat de werkdruk is bereikt, vervolgens naar de atmosfeer te ventileren en uiteindelijk naar een vacuum te trekken. Dit proces moet worden herhaald totdat er geen koelmiddel meer in het systeem zit. Wanneer de laatste OFN-lading wordt gebruikt, wordt het systeem ontlucht tot atmosferische druk om de werkzaamheden mogelijk te maken. Deze bewerking is absoluut noodzakelijk als laswerkzaamheden aan de leidingen moeten plaatsvinden.

Zorg ervoor dat de uitlaat voor de vacuümpomp niet in de buurt van ontstekingsbronnen is en dat er sprake is van ventilatie.
Laadprocedures
Naast de gebruikelijke laadprocedures moeten de volgende vereisten worden nageleefd.
- Zorg ervoor dat er geen verontreiniging van verschillende koelmiddelen optreedt tijdens het gebruik van oplaadapparatuur. Slangen of leidingen moeten zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid koelmiddel die zich daarin bevindt te minimaliseren.
— Cilinders moeten rechtop worden gehouden. - Zorg ervoor dat het koelsysteem geaard is voordat u het systeem met koelmiddel vult.
— Label het systeem wanneer het vullen is voltooid (als dit nog niet is gebeurd).
— Er moet uiterste zorg eraan worden besteed dat het koelsysteem niet overvuld wordt.
Voordat het systeem opnieuw wordt gevuld, moet de druk ervan worden getest met behulp van OFN. Het systeem moet na voltooiing van het vullen maar vóór de inbedrijfstelling worden getest op lekkage. Voorafgaand aan het verlaten van de site
moet een tweede lektest worden uitgevoerd.
Ontmanteling
Alvorens deze procedure uit te voeren, is het van essentieel belang dat de technicus volledig bekend is met de apparatuur en al zijn details. Het wordt aanbevolen om alle koelmiddelen veilig te recupereren. Voorafgaand aan de uit te voeren taak moet een olie- en koelmiddelmonster worden genomen voor het geval dat er een analyse nodig is voorafgaand aan het hergebruik van teruggewonnen koelmiddel. Het is van essentieel belang dat elektrische stroom beschikbaar is voordat er wordt begonnen met de taak.

a) Raak vertrouwd met de apparatuur en de werking ervan.
b) Isoleer het systeem elektrisch.
c) Zorg voordat u de procedure uitvoert dat:
□ mechanische behandelingsapparatuur is, indien nodig, beschikbaar voor de omgang met koelmiddelcilinders;
□ alle persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn en correct worden gebruikt;
☐ het terugwinproces te allen tijde wordt gecontroleerd door een bevoegd persoon;
□ terugwinapparatuur en cilinders voldoen aan de toepasselijke normen.
d) Koel het koelmiddelsysteem zo mogelijk af.
e) Als een vacuum niet mogelijk is, maak dan een spruitstuk zodat koelmiddel uit verschillende delen van het systeem kan worden verwijderd.
f) Zorg ervoor dat de cilinder zich op de schaal bevindt voordat het terugwinnen plaatsvindt.
g) Start de terugwinmachine en werk volgens de instructies van de fabricant.
h) Maak de cilinders niet te vol. (Niet meer dan 80% volume vloeibare vulling).
i) Overschrijd de maximale werkdruk van de cilinder niet, ook niet tijdelijk.
j) Wanneer de cilinders correct zijn gevuld en het proces is voltooid, moet u ervoor zorgen dat de cilinders en de apparatuur snel van de locatie worden verwijderd en
alle isolatiekleppen op de apparatuur zijn afgesloten.
k) Teruggewonnen koelmiddel mag niet in een ander koelsysteem worden gevuld tenzij het is gereinigd en gecontroleerd.
Etikettering
Apparatuur moet worden geëtiketteerd met de vermelding dat het buiten bedrijf is gesteld en het koelmiddel is verwijderd. Het etiket moet worden gedateerd en ondertekend. Zorg ervoor dat zich op de apparatuur labels bevindenmet de vermelding dat de apparatuur ontvlambaar koelmiddel bevat.

Terugwinnen
Bij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, hetzij voor onderhoud of buiten gebruik stellen, wordt aanbevolen om alle koelmiddelen veilig te verwijderen.
Zorg er bij het overbrengen van koelmiddel in cilinders voor dat alleen geschikte koelmiddelterugwinningscilinders worden gebruikt. Zorg ervoor dat het juiste aantal cilinders ter beschikking staan voor het opslaan van de totale systeemvulling. Alle te gebruiken cilinders zijn bestemd voor het teruggewonnen koelmiddel en geëtiketteerd voor dat koelmiddel (dwz speciale cilinders voor het terugwinnen van koelmiddel). Cilinders moeten compleet zijn met overdrukventiel en bijbehorende afsluiters die zich in goede staat bevinden. Lege terugwincilinders worden verwijderd en, indien mogelijk, gekoeld voordat het terugwinnen plaatsvindt.
De terugwinapparatuur moet in goede staat verkeren met een reeks instructies betreffende de apparatuur die voorhanden is en moet geschikt zijn voor het terugwinnen van ontvlambare koelmiddelen. Bovendien moet een reeks gekalibreerde weegschalen beschikbaar zijn en in goede staat verkeren. De slangen moeten compleet met lekvrije ontkoppelingsverbindingen en in goede staat zijn. Controleer voordat u de terugwinmachine gebruikt of deze in goede staat is, goed is onderhouden en dat alle bijbehorende elektrische componenten zijn afgedicht om ontsteking te voorkomen in het geval dat er koelmiddel vrijkomt. Raadpleeg de fabrikant in geval van twijfel.
Het teruggewonnen koelmiddel moet worden teruggestuurd naar de leverancier van het koelmiddel in de juiste terugwinningscilinder en de betreffende afvaltransportnota
worden gerangschikt. Meng geen koelmiddelen in terugwinningsenheden en vooral niet in cilinders.
Als compressoren of compressoroliën moeten worden verwijderd, moet u ervoor zorgen dat ze zijn verwijderd tot een aanvaardbaar niveau om ervoor te zorgen dat er geen ontvlambaar koelmiddel in het smeermiddel achterblijft. Het verwijderingsproces moet worden uitgevoerd voordat de compressor naar de leverancier wordt teruggestuurd. Alleen elektrische verwarming aan de compressorbehuizing mag worden gebruikt om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem wordt afgetapt, moet dit veilig worden verwijderd.

BEDRADINGSSCHEMA
Zekering
Type: 4T, Spanning: 250V, Stroom: 3,15A
Type: 334, Spanning: 250V, Stroom: 3,15A

flowchart
graph TD
subgraph "MOEDERBORD"
A["OPTIONEEL"] --> B["SW2"]
B --> C["SW1"]
C --> D["ION"]
D --> E["M~ MOTOR"]
E --> F["OPTIONEEL"]
F --> G["OMLAAG VENTILATOR"]
G --> H["OMLAAG FCAP"]
H --> I["OMHOOG FCAP"]
I --> J["OMHOOG VENTILATOR"]
J --> K["OMHOOG FCAP"]
K --> L["OMHOOG VENTILATOR OPTIONEEL"]
L --> M["VOEDING"]
end
subgraph "OPMERKINGEN"
N["OPTIONEEL"] --> O["OSCILLATIE"]
P["OPTIONEEL"] --> Q["SW1"]
Q --> R["ION"]
R --> S["M~ MOTOR"]
T["OPTIONEEL"] --> U["SW1"]
U --> V["ION"]
V --> W["M~ MOTOR"]
X["OPTIONEEL"] --> Y["SW1"]
Y --> Z["ION"]
Z --> AA["M~ MOTOR"]
AB["OPTIONEEL"] --> AC["SW1"]
AC --> AD["ION"]
AD --> AE["M~ MOTOR"]
end
subgraph "TRANSFORMATOR OPTIONEEL"
AF["OPTIONEEL"] --> AG["GEEL"]
AH["OPTIONEEL"] --> AI["ROOD"]
AJ["OPTIONEEL"] --> AK["UV"]
AL["OPTIONEEL"] --> AM["ZWART (BLAUW)"]
AN["OPTIONEEL"] --> AO["VIERWEGKLEP"]
AP["OPTIONEEL"] --> AQ["COMPRESSOR"]
AR["OPTIONEEL"] --> AS["BLAUW ZWART"]
AT["OPTIONEEL"] --> AU["ZWART"]
AV["OPTIONEEL"] --> AW["COMPRESSOR"]
AX["OPTIONEEL"] --> AY["G/G"]
end
subgraph "OPLSALGGEETAN" [16020600001914]
B -->|CN5| U
C -->|CN4| U
D -->|CN23| U
E -->|CN27| U
F -->|CN5| V
G -->|CN25 (OF CN28)| W
H -->|CN10 (OF CN11)| X
I -->|CN13| Y
J -->|CN14| Z
K -->|CN15| AA
L -->|CN16| AB
M -->|CN17| AC
N -->|CN18| AD
P -->|CN19| AE
Q -->|CN20| AF
W -->|CN21| AG
X -->|CN22| AH
Y -->|CN23| AI
Z -->|CN24| AJ
AA -->|CN25| AK
AB -->|CN26| AL
AC -->|CN27| AM
AD -->|CN28| AN
AE -->|CN29| AO
AF -->|CN30| AP
AG -->|CN31| AQ
AH -->|CN32| AR
AI -->|CN33| AS
AJ -->|CN34| AT
AK -->|CN35| AU
AL -->|CN36| AV
AM -->|CN37| AW
AN -->|CN38| AX
AO -->|CN39| AY
AP -->|CN40| AZ
AQ -->|CN41| BA
AR -->|CN42| BB
AS -->|CN43| BC
AT -->|CN44| BD
AU -->|CN45| BE
AV -->|CN46| BF
AW -->|CN47| BG
AX -->|CN48| BH
AY -->|CN49| BI
AZ -->|CN50| BJ
BA -->|CN51| BK
BB -->|CN52| BL
AC -->|CN53| BM
AD -->|CN54| BN
AE -->|CN55| BO
AF -->|CN56| BP
AG -->|CN57| BP1
AH -->|CN58| BP2
AI -->|CN59| BP3
AJ -->|CN60| BP4
AK -->|CN61| BP5
AL -->|CN62| BP6
AM -->|CN63| BP7
AN -->|CN64| BP8
AO -->|CN65| BP9
AP -->|CN66| BP10
AQ -->|CN67| BP11
AB -->|CN68| BP12
AC -->|CN69| BP13
AD -->|CN70| BP14
AE -->|CN71| BP15
AF -->|CN72| BP16
AG -->|CN73| BP17
AH -->|CN74| BP18
AI -->|CN75| BP19
AJ -->|CN76| BP20
style "MOEDERBORD" fill:#f9f,stroke:#333,stroke-width:2px

Vooraanzicht

text_image
Bedieningspaneel Signaalontvanger van afstandsbediening Horizontale luchtgleuf (handmatig afstellen) Bedieningshendel verticale luchtgleuf (handmatig afstellen) Voorste paneel Zwenkwielen ( 4)Achteraanzicht

text_image
Handvat (beide zijden) Filter Bovenste luchtinlaat Afvoeruitlaat Luchtuitlaat Lagere luchtinlaat Afvoeruitlaat voor onderste bak NLAccessoires

text_image
Wanduitlaatadapte r met d o p
text_image
Schroef en muurplug (4 sets)
text_image
Afvoerslang NL

Afstandsbediening met batterijen
INSTALLATIE
Locatie
- Het apparaat moet op een stevige vloer worden geplaatst om lawaai en trillingen tot een minimum te beperken.
- Het apparaat moet binnen het bereik van een juist geaard stopcontact worden geplaatst en de afvoeruitlaat (aan de achterkant van het apparaat) moet toegankelijk zijn.
- Plaats nooit obstakels rond de luchtinlaat of -uitlaat van het apparaat.
- Laat minstens 30 cm ruimte vrij vanaf de muur met een raam voor efficiënte airconditioningprestaties. De horizontale luchtgleuven moeten minstens 50 cm van obstakels verwijderd zijn.
De uitlaatslang installeren
De afvoerslang en aansluiting moeten op het apparaat worden geïnstalleerd of van het apparaat worden verwijderd overeenkomstig de manier waarop het wordt gebruikt:
Voor koelen * modus: De afvoerslang en aansluiting moeten op het apparaat
worden aangesloten.
Voor ventilator ✦ of droge ⚡ modus: De afvoerslang en aansluiting moeten van het apparaat worden ontkoppeld.

text_image
1 Bevestig de uitlaataansluiting aan het ene uiteinde van de uitlaatslang. NL2 Sluit de uitlaatslang aan op de luchtuitlaat aan de achterkant van het apparaat.
Wandinstallatie
- Maak een gat van 125 mm in de muur voor de wanduitlaatadapter.
- Maak de wanduitlaatadapter aan de wand vast met de meegeleverde muurpluggen en schroeven.
- Sluit de in elkaar gezette uitlaatslang aan op de wanduitlaatadapter.

text_image
Verankeringspositie Wanduitlaatadapter Adapterdop OPMERKING: Dek het gat af met de adapterdop wanneer het niet in gebruik is. max 120cm min 30cm
OPMERKING: Om een goede werking te garanderen, mag u de slang NIET te veel uitrekken of overmatig buigen. Zorg ervoor dat er zich geen obstakels in de buurt van de luchtuitlaat van de uitlaatslang bevinden (binnen 500 mm) om het uitlaatsysteem naar behoren te laten werken.

Het apparaat in- of uitschakelen
Steek de stekker van het apparaat in het stopcontact.
Druk op ⏻ om het apparaat in te schakelen.
Om het apparaat uit te schakelen, druk opnieuw op ⏻.
MODUS
Druk herhaaldelijk op >≡ om de gepaste werkingsmodus te selecteren. Het controlelampje van de gekozen modus brandt op het bedieningspaneel.
De uitlaatslang moet worden gebruikt tijdens een werking in de KOELMODUS.
- Druk herhaaldelijk op >≡ totdat het COOL-controlelampje brandt.
- Druk herhaaldelijk op of om de gewenste kamertemperatuur te selecteren.
De √ en ∧ knoppen worden gebruikt om de temperatuur in stappen van 1°C te verhogen of
te verlagen.
- De temperatuur kan tussen 17°C en 30°C worden ingesteld.
- OPMERKING: De temperatuur kan in graden Fahrenheit of graden Celsius worden weergegeven.
Om van de ene naar de andere eenheid te gaan, druk en houd √ en ∧ gedurende 3 seconden ingedrukt.

- Druk herhaaldelijk op op de afstandsbediening om de ventilatorsnelheid aan te passen.

VENTILATORMODUS

De uitlaatslang is niet nodig tijdens een werking in de VENTILATORMODUS.
-
Druk herhaaldelijk op >≡ totdat het FAN-controlelampje brandt.
-
Druk herhaaldelijk op op de afstandsbediening om de ventilatorsnelheid te kiezen. In deze modus kan de temperatuur niet worden aangepast.
DROOG-/ONTVOCHTIGINGSMODUS

De uitlaatslang is niet nodig tijdens een werking in de DROOGMODUS.
• Druk herhaaldelijk op >≡ totdat het DRY-controlelampje brandt.
- De ventilatorsnelheid of temperatuur kan niet worden ingesteld. De ventilator zal automatisch op LAGE snelheid werken.
- OPMERKING: Houd ramen en deuren gesloten voor de beste ontvochtigingsprestaties.
LED-DISPLAY
Het LED-display toont de ingestelde temperatuur in de KOEL-modus. In de DROOG of VENTILATOR-modus wordt de kamertemperatuur weergegeven.
DE ASTANDSBEDIENING GEBRUIKEN
De batterijen installeren
- Schuif het batterijklepje van de afstandsbediening.
- Installeer de meegeleverde batterijen en let erop dat de (+) en (-) uiteinden van de batterijen overeenstemmen met de symbolen in het batterijvak.
- Schuif het batterijklepje terug op zijn plaats.

- Richt de afstandsbediening naar de ontvanger op het apparaat. De afstandsbediening mag niet meer dan 8 meter van het apparaat verwijderd zijn (zonder obstakels tussen de afstandsbediening en de ontvanger).
- Het apparaat piept wanneer het afstandssignaal wordt ontvangen.
- Gordijnen, andere materialen en direct zonlicht kunnen de infraroodsignaalontvanger verstoren.
- Verwijder de batterijen als de afstandsbediening langer dan 2 maanden niet gebruikt zal worden.

Afstandsbediening

text_image
Scherm Aan/uit-knop Moduskeuzeknop Ventilatorsnelheidsknop Slaapknop Sneltoets Timer aan knop Timer uit knop LED aan/uit knop Temperatuur verhogen/verlagen knop PROLINEIndicatoren op het LED-display

text_image
Weergave van AAN/UIT Verschijnt wanneer het apparaat wordt ingeschakeld en verdwijnt wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld. Transmissie-indicator: Licht op wanneer de afstandsbediening een signaal naar het apparaat stuurt. Weergave van timer aan Timer On Timer Off Set Temp. Cool Dry Fan FAN Auto Batterijweergave Detectie lege batterij Weergave van MODUS Geeft de huidige modus weer. Weergave van SLAAPSTAND-functie geactiveerd is. Weergave van temperatuur/timer Weergave van VENTILATORSNELHEIDAan/uit-knop
Druk op deze knop om het apparaat in of uit te schakelen.
Het display van de afstandsbediening geeft weer wanneer er op de knoppen wordt gedrukt om aan te geven dat de afstandsbediening een signaal naar de airconditioner stuurt.
Druk op om het display van het bedieningspaneel in of uit te schakelen.
Modusknop
Druk herhaaldelijk op deze knop om de Koelen *, Drogen ⏻ of Ventilator ≡ modus te selecteren. Het overeenkomstig symbool licht op het display van de afstandsbediening op om de gekozen modus aan te geven
Koelmodus Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ totdat de gewenste temperatuur op het display van de afstandsbediening wordt weergegeven.

Druk herhaaldelijk op om de gewenste ventilatorsnelheid te selecteren.

text_image
FAN >>> Lage snelheid FAN >>>||||||||| Hoge snelheidFAN
Auto
Automatische snelheid
Droog-/Ontvochtigingsmodus
Druk herhaaldelijk op ▲ of ▼ totdat de gewenste temperatuur op het display van de afstandsbediening wordt weergegeven.
In deze modus kan de ventilatorsnelheid niet worden gewijzigd.
Ventilatormodus


Druk herhaaldelijk op om de gewenste ventilatorsnelheid te selecteren.
In deze modus kan de temperatuur niet worden gewijzigd en geeft het display van de afstandsbediening geen temperatuur weer.

De timerfunctie instellen
Uw airconditioner heeft twee timergerelateerde functies:
TIMER AAN – stelt een tijdsduur in waarna het apparaat automatisch wordt ingeschakeld.
TIMER UIT – stelt een tijdsduur in waarna het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld.

TIMER AAN-functie
Met de TIMER AAN-functie kunt u een tijdsduur instellen waarna het apparaat automatisch wordt ingeschakeld, bijvoorbeeld wanneer u thuiskomt van uw werk.

-
Als het apparaat uitgeschakeld is, druk op
-
De laatste ingestelde tijdsperiode samen met een "h" (dat het uur aangeeft) verschijnen standaard op het display.
- Opmerking: Dit cijfer geeft de tijdsduur na de huidige tijd dat u wilt dat het apparaat wordt ingeschakeld aan. Als u bijvoorbeeld TIMER AAN op 2 uur instelt, dan zal het display van de afstandsbediening "2.0h" tonen en zal het toestel na 2 uur ingeschakeld worden.

- Druk herhaaldelijk op om de tijd in te stellen waarop u het apparaat wilt inschakelen.
- Wacht 2 seconden en de TIMER AAN-functie is geactiveerd.
TIMER UIT-functie

Met de TIMER UIT-functie kunt u een tijdsduur instellen waarna het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld, bijvoorbeeld wanneer u wakker wordt.

-
Als het apparaat ingeschakeld is, druk op
-
De laatste ingestelde tijdsperiode samen met een "h" (dat het uur aangeeft) verschijnen standaard op het display.
- Opmerking: Dit cijfer geeft de tijdsduur na de huidige tijd dat u wilt dat het apparaat wordt uitgeschakeld aan. Als u bijvoorbeeld TIMER UIT op 2 uur instelt, dan zal het display van de afstandsbediening "2.0h" tonen en zal het toestel na 2 uur uitgeschakeld worden.

- Druk herhaaldelijk op om de tijd in te stellen waarop u het apparaat wilt uitschakelen.
- Wacht 2 seconden, daarna wordt de TIMER UIT-functie geactiveerd.
OPMERKING: Bij het instellen van de TIMER AAN of TIMER UIT-functie wordt de tijd met elke druk op de knop in stappen van 30 minuten verhoogd, tot een tijd van 10 uur. Na 10 uur en tot 24 uur zal het in stappen van 1 uur toenemen.
Om de TIMER AAN of TIMER UIT-functie te annuleren, stel de timer in op "0.0h".

Zowel TIMER AAN als TIMER UIT tegelijkertijd instellen
Houd er rekening mee dat de tijdsperioden die u voor beide functies instelt, verwijzen naar het aantal uur na de huidige tijd. Stel bijvoorbeeld dat de huidige tijd 13:00 is en u wilt dat het apparaat automatisch om 19:00 wordt ingeschakeld. U wilt dat het 2 uur werkt en vervolgens automatisch om 21:00 wordt uitgeschakeld.
Doe het volgende:


text_image
8 3secVoorbeeld: Het apparaat instellen om het na 6 uur in te schakelen, 2 uur te laten werken en vervolgens uit te schakelen.
Uw afstandsbediening

text_image
Timer on 6.0 h Timer is ingesteld om te worden ingeschakeld 6 uur vanaf de huidige tijd. Timer off 8.0 h Timer is ingesteld om te worden uitgeschakeld 8 uur vanaf de huidige tijd.

flowchart
graph TD
A["Timer start."] --> B["Huidige tijd 13.00"]
B --> C["14:00"]
C --> D["15:00"]
D --> E["16:00"]
E --> F["17:00"]
F --> G["18:00"]
G --> H["19:00"]
H --> I["20:00"]
I --> J["21:00"]
K["Apparaat gaat AAN."] --> L["Apparaat gaat UIT."]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style K fill:#ccf,stroke:#333
style L fill:#cfc,stroke:#333
note right of K "6 uur later"
note right of L "8 uur later"
Slaapstand

De SLAAPSTAND-functie past de temperatuur van de kamer geleidelijk aan om een comfortabele

omgeving te creëren. Druk op om de functie te activeren.
- In de KOEL-modus stijgt de temperatuur met 1°C in 30 minuten en vervolgens met 2°C na nog eens 30 minuten.
- Deze nieuwe temperatuur wordt gedurende circa 7 uur gehandhaafd waarna het apparaat naar de oorspronkelijk ingestelde temperatuur teruggaat. Dit beëindigt de slaapstandfunctie en het apparaat blijft werken zoals oorspronkelijk geprogrammeerd.
- Om deze functie te annuleren, druk opnieuw op
OPMERKING: De SLEEP-functie kan niet worden gebruikt in de FAN- of DRY-modus.

SNELKOPPELING-functie
- Wordt gebruikt om de huidige instellingen te herstellen of om eerdere instellingen te hervatten.
- Druk op deze knop terwijl de afstandsbediening is ingeschakeld, het systeem keert automatisch terug naar de vorige instellingen, waaronder de werkingsmodus, de ingestelde temperatuur, de ventilatorsnelheid en de slaapstandfunctie (indien actief).
- Als u langer dan 2 seconden op deze knop drukt, zal het systeem automatisch de huidige instellingen herstellen, waaronder de werkingsmodus, de ingestelde temperatuur, de ventilatorsnelheid en de slaapstandfunctie (indien actief).
AUTO-RESTART
Als het apparaat onverwacht wordt uitgeschakeld door een stroomstoring, zal het automatisch opnieuw opstarten in de vorige instellingen wanneer de stroom terug is.
WACHT 3 MINUTEN ALVORENS DE WERKING TE HERVATTEN.
Nadat het apparaat is uitgeschakeld, kan het de eerste 3 minuten niet opnieuw worden gestart. Dit is om het apparaat te beschermen. De werking start automatisch na 3 minuten.

De luchtgleuven moeten handmatig worden aangepast.
Draai de luchtgleuven in de gewenste richting.
Plaats geen zware voorwerpen op de luchtgleuven en blokkeer ze niet, het apparaat kan hierdoor beschadigd raken.
Zorg ervoor dat de luchtgleuf altijd volledig open is tijdens de werking.
ENERGIEBEHEER
Wanneer de omgevingstemperatuur in de koelmodus gedurende een bepaalde periode lager is dan de ingestelde temperatuur, zal het apparaat automatisch de energiebeheerfunctie activeren De compressor en ventilatormotor zullen stoppen met werken. Wanneer de omgevingstemperatuur opnieuw hoger is dan de ingestelde temperatuur, zal het apparaat de energiebeheermodus automatisch afsluiten en zal de compressor en/of ventilatormotor opnieuw werken.
HET WATER AFVOEREN
Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
Tijdens de DROOG-/ontvochtigingsmodus, verwijder de afvoerdop en plug die zich achteraan in het midden van het apparaat bevinden. Tijdens deze handeling kan er wat restwater worden gemorst, gebruik aldus een lekbak (niet inbegrepen) om het water op te vangen.
Sluit de meegeleverde afvoerslang aan, zoals afgebeeld. Het water kan continu via de slang worden afgevoerd naar een afvoer in de vloer.

text_image
Verwijder de afvoerplug.
text_image
Continue afvoerslangOPMERKING: Zorg ervoor dat de slang juist vastzit, zodat er geen lekken zijn. Leid de slang naar de afvoer en zorg ervoor dat er geen knikken zijn die het stromen van het water belemmeren. Plaats het uiteinde van de slang in de afvoer en zorg ervoor dat het uiteinde van de slang omlaag is gericht om het water probleemloos te laten stromen. Als de continue afvoerslang niet wordt gebruikt, zorg er dan voor
dat de afvoerplug en dop stevig zijn vastgemaakt om lekkage te voorkomen.
Wanneer het waterpeil van de onderste bak een vooraf bepaald peil bereikt, piept het apparaat en wordt "P1" op het display weergegeven. Op dat moment stopt het koel-/ontvochtigingsproces onmiddellijk. De ventilatormotor blijft echter werken (dit is normaal). Verplaats het apparaat voorzichtig naar een gepaste afvoerlocatie, verwijder de onderste afvoerplug en laat het water wegstromen. Breng de onderste afvoerplug weer aan en start de machine opnieuw totdat "P1" verdwijnt. Als de fout opnieuw optreedt, neem contact op met een servicecentrum.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u de onderste afvoer plug stevig aanbrengt om lekkage te voorkomen voordat u het apparaat gebruikt.


text_image
Onderste afvoerplug met dopREINIGING EN ONDERHOUD

WAARSCHUWING: Schakel het apparaat voor reiniging of onderhoud uit door op op het bedieningspaneel of op de afstandsbediening te drukken. Haal de stekker uit het stopcontact.
De buitenkant reinigen
Reinig de buitenkant van het apparaat met een licht bevochtigde doek en veeg vervolgens droog met een droge doek.
- Gebruik nooit ontvlambare vloeistoffen of chemicaliën om het apparaat schoon te maken.
- Was het apparaat nooit onder stromend water om het risico op een elektrische
schok te vermijden.
BELANGRIJK
Het bedieningspaneel en andere onderdelen mogen niet in contact komen met water of een andere vloeistof.
De filter reinigen


OPGELET: Gebruik het apparaat NIET zonder filter, daar er zich vuil en pluis zou ophopen en tot lagere prestaties zou leiden.

- Zorg ervoor dat u de luchtfilter elke 2 weken schoonmaakt voor de beste prestaties.
- Gebruik een stofzuiger om stof uit de filter te verwijderen. In geval van hardnekkig vuil, reinig de filter onder stromend water. Laat de filter drogen en plaats deze terug.
In een huishouden dieren dient het rooster regelmatig te worden schoongeveegd om belemmering van de luchtstroom door dierenhaar te vermijden.
Opslag
Als u het apparaat langere tijd niet denkt te gebruiken, na het reinigen:
- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact.
• Zorg ervoor dat alle water wordt afgevoerd. - Laat het apparaat 12 uur in de VENTILATOR-modus en een warme ruimte ingeschakeld om het te drogen en schimmelvorming te voorkomen.
- Reinig de filter zoals beschreven in de vorige sectie
- Haal de batterijen uit de afstandsbediening.
- Dek het apparaat af en berg het rechtop op in een ruimte die niet aan direct
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Het apparaat wordt niet ingeschakeld wanneer op de AAN/UIT-knop wordt gedrukt. | P1 Beschermingscode | Schakel het apparaat uit, laat het water wegstromen en start het apparaat opnieuw. |
| In de KOEL-modus: kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur. | Stel de temperatuur opnieuw in. | |
| E0 EEPROM-fout | Neem voor onderhoud contact op met een reparateur van het servicecentrum of een soortgelijk gekwalificeerd persoon. | |
| Apparaat koelt niet zoals het hoort. | De luchtfilter is verstopt met stof of dierenhaar. | Schakel het apparaat uit en reinig het filter. |
| Uitlaatslang is niet aangesloten of is verstopt. | Schakel het apparaat uit, ontkoppel de slang, controleer deze op verstopping en sluit de slang weer aan. | |
| De hoeveelheid koudemiddel in het apparaat is laag. | Bel naar een technicus van het servicecentrum om het apparaat te inspecteren en koudemiddel bij te vullen. | |
| Temperatuurinstelling is te hoog. | Verlaag de ingestelde temperatuur. | |
| De ramen en deuren in de kamer staan open. | Zorg ervoor dat alle ramen en deuren gesloten zijn. | |
| De ruimte is te groot | Controleer het koelgebied. | |
| Er zijn warmtebronnen in de kamer. | Verwijder indien mogelijk de warmtebronnen. | |
| Het apparaat maakt veel lawaai en trilt te veel. | De vloer is niet vlak. | Plaats het apparaat op een vlakke en horizontale ondergrond. |
| De luchtfilter is verstopt met stof of dierenhaar. | Schakel het apparaat uit en reinig het filter. | |
| Het apparaat maakt een borrelend geluid. | Dit geluid wordt veroorzaakt door de stroming van koudemiddel in het apparaat. | Dit is normaal. |

FOUTCODES
E0 – EEPROM (Electrical Erasable Read-Only Memory) fout
E1 – Fout met kamertemperatuursensor.
E2 - Fout met verdampertemperatuursensor.
E3 - Fout met condensortemperatuursensor.
E4 – Communicatiefout op scherm.
EC - Storing detectie van lekkage koelmiddel
Beveiligingscode:
P1 – Onderste bak is vol. Sluit de afvoerslang aan en laat het opgevangen water wegstromen. Als de beveiliging zich herhaalt, bel voor technische bijstand.
OPMERKING: Als een van de bovenstaande storingen optreedt, schakel het apparaat UIT en controleer
of er obstakels zijn. Start het apparaat opnieuw op, als de storing nog steeds aanwezig is, schakel het apparaat UIT en trek de stekker uit het stopcontact. Neem voor onderhoud contact op met een reparateur van het servicecentrum of een soortgelijk gekwalificeerd persoon.
SPECIFICATIES
| Productfiche | |||
| Handelsmerk Proline | |||
| Model PAC1800 | |||
| Energie-efficiëntieklasse A | |||
| Omschrijving Symbol Waarde Eenheid | |||
| Nominaal vermogen voor koeling P | rated voor koeling 2,0 kW | ||
| Nominaal opgenomen vermogen voor koeling | P_EER | 0,8kW | |
| Nominale energie-efficiëntieverhouding | EER_d | 2,6 | — |
| Elektriciteitsverbruik in de thermostaat-uit-stand | P_TO | — | W |
| Elektriciteitsverbruik in de stand-by-stand | P_SB | 0,5 W | |
| Elektriciteitsverbruik van éénkanaals-airconditioners | Q_SD | 0,8 kWh/h | |
| Energieverbruik "0,8"" kWh per 60 minuten, gebaseerd op de resultaten van standaardtests. Het feitelijke energieverbruik is afhankelijk van de manier waarop het apparaat wordt gebruikt en de plaats waar het zich bevindt | |||
| Geluidsvermogensniveau L | WA | 62 dB(A) | |
| Aardopwarmingsvermogen | GWP 3 kgCO | 2 eq. | |
| Lekkage van koelmiddel leidt tot klimaatverandering. Bij lekkage in de lucht draagt een koelmiddel met een laag aardopwarmingsvermogen (GWP) minder bij tot de opwarming van de aarde dan een koelmiddel met een hoog GWP. Dit apparaat bevat een koelmiddel met een GWP gelijk aan 3. Dit houdt in dat als 1 kg van deze koelvloeistofin de lucht vrijkomt, het effect op de aardopwarming over een periode van 100 jaar 3 keer groter zou zijn dan bij het vrijkomen van 1 kg CO2. Laat het koelcircuit steeds ongemoeid en probeer nooit het product zelf te demonteren; vraag dit steeds aan een vakman.(Koelmiddel: R290 / 0,14 kg) | |||
| Contactgegevens voor nadere informatie | Etablissements Darty & fils ©129 Avenue Gallieni, 93140 Bondy, FranceWebsite: www.darty.com | ||

OPMERKING: Het energieverbruik van 0,8 kWh per 60 minuten werd afgerond naar een energieverbruik van 1 kWh per 60 minuten in het energielabel conform de verordening EU 626/2011 en tot wijziging ervan.



Als verantwoordelijke handelaar dragen we zorg voor het milieu.
We moedigen u aan om de juiste verwijderingsprocedure voor uw apparaat en verpakkingsmateriaal te volgen. Dit draagt bij tot het behoud van de natuurlijke rijkdommen door deze te recyclen zodat zowel de menselijke gezondheid en het milieu worden beschermd.
Gooi dit apparaat en de verpakking weg in overeenstemming met de geldende wetgeving en voorschriften.
Aangezien dit apparaat elektronische componenten bevat moet het apparaat en toebehoren aan het einde van hun levensduur afzonderlijk van het huisafval worden weggegooid.
Neem contact op met uw gemeente voor informatie over afdanking en recycling.
Lever het apparaat in bij het inzamelpunt van uw gemeente voor recycling. Bij sommige inzamelpunten kunt u het apparaat gratis inleveren.
Hotline Vanden Borre
De dienst na verkoop is bereikbaar van maandag tot zaterdag op +32 2 334 00 00, maandag tot zaterdag van 08.00 tot 18.00 uur.
Hulplijn Nederland
Hiervoor kunt u contact opnemen met het BCC Service Center: 020 334 88 88. Op werkdagen van 08.00 tot 18.00 uur en op zaterdag van 09.00 tot 17.00 uur.
We verontschuldigen ons voor enig ongemak veroorzaakt door kleine inconsistenties in deze gebruikershandleiding, die kunnen ontstaan door productverbetering of -ontwikkeling.
EU- Conformiteitsverklaring
Productbeschrijving:
PLAATSELIJKE AIRCONDITIONER
Het hierboven beschreven voorwerp is in overeenstemming met de desbetreffende
harmonisatiewetgeving van de Unie:
Deze conformiteitsverklaring wordt uitsluitend onder de verantwoordelijkheid afgelegd van de fabrikant.
De verantwoordelijloe persoon voor deze verklaring is: