HAGER TG500C - Rookmelder

TG500C - Rookmelder HAGER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis TG500C HAGER in PDF-formaat.

📄 76 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice HAGER TG500C - page 38
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Español ES Italiano IT Nederlands NL

Download de handleiding voor uw Rookmelder in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TG500C - HAGER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TG500C van het merk HAGER.

GEBRUIKSAANWIJZING TG500C HAGER

p. 26 Installatiegids Rookdetector op batterijvoeding Rookdetector 230 V

Vuchtwegverlichting Geven een gemoduleerd geïntegreerd geluidssignaal (85 dB(A) op 3 m) Knippert snel De detector die de rook detecteert Vuchtwegverlichting De andere draadgekoppelde rookdetectoren Geeft een continu geïntegreerd geluidssignaal (85 dB(A) op 3 m)

Contents Introductie 38 - Werking van het product 38 - Tekening 39 Voeding 40 Montage van de rookmelder 40

Keuze van de montageplaats

- Doorkoppelen van verschillende rookmelders 42 Test van de detector 43 Bewust sperren van de detector 44 Signaleren van storingen 44 - Batterijstoring 44 - Storing te wijten aan vuile detectiekop 45 Onderhoud 45 - Onderhoud van de detectiekop 45 - Vervangen van de batterijen 46 - Bij uitvoering van werkzaamheden 46 Gebruiksfiche 47 - 48 Technische kenmerken 49 TG 500A (wit) TG 500B (alu) TG 501A (wit) Hoe de detector reageert bij rookdetectie: Introductie Werking van het product De optische rookmelder is geschikt voor de beveiliging van gebouwen met de bestemming wonen. Dit zijn woningen, bungalows, appartementen, caravans en campers etc. De rookmelder kan opzichzelfstaand of gekoppeld worden gebruikt. Indien er hager hitte-melders of hager relaisprinten worden aangesloten, dan tellen deze mee en moeten dan op het aantal van 40 in mindering worden gebracht.39

Drukknop Witte LED oriëntatie verlichting Rode LED voor alarm en functie status Groene LED (aanwezigheid 230 V netspanning TG501A) Aansluitblok Batterij- connector Richtpunt voor de drukknop

TekeningMontage van de rookmelder Voeding Keuze van de montageplaats De rookmelder moet worden geïnstalleerd volgens de normen in:

  • in risicoruimten zoals woonkamers, hal, overloop kinderkamers, zolders of bewoonde kelderverdiepingen...),
  • bij voorkeur in het midden van de ruimte op het plafond,
  • op een afstand van meer dan 50 cm van enig obstakel muur, scheidingswand, balk hoger dan 15 cm. Indien de gang smaller is dan 1 m moet de rookmelder in het midden worden gemonteerd.
  • aan elk uiteinde van een lange gang (+10 m). Als de rookmelder onmogelijk op een horizontaal plafond kan worden bevestigd dan mag montage op een schuin plafond volgens voorschriften in de norm. Rookmelder mag niet gemonteerd worden:
  • vertikaal op de wand
  • dichtbij (minimale afstand 50 cm) een elektronische ballast, TG 501A Sluit de batterij aan. Let op de polariteit. Sluit de bruine fase draad aan op de L klem, de blauwe nul draad op de N klem en de oranje signaaldraad op de klem met het “puls” teken. Als de spanning wordt aangesloten knippert de rode LED snel gedurende 15 seconden en daarna flitst de rode LED elke 10 seconden ter controle. TG 500A / TG 500B Sluit de batterij aan. Let op de polariteit. Het rode verklikkerlampje knippert gedurende 15 s en vervolgens 1 keer om de 10 s ter bevestiging van de normale werking van de detector.
  • op zeer stoffige plaatsen,
  • in plaatsen waar de temperatuur kan uitkomen boven de +50°C of onder de -10 °C, wat de werking van de detector negatief kan beïnvloeden,
  • op een afstand van minder dan 1 m van verwarmings-, koel- en ventilatie- openingen; het zou kunnen dat de rook wordt afgevoerd,
  • op een afstand van minder dan 6 m van een schoorsteen of een houtkachel; de verbrandingsrook kan een ongewenst alarm doen afgaan,
  • in een ruimte waar rook en waterdamp een ongewenst alarm kunnen doen afgaan,
  • in een ruimte waar er kans is op condensatie of vocht (badkamers, wasplaatsen…), gebruik hiervoor de hittemelder
  • boven in de nok van het dak.41 Bevestiging Bevestiging op inbouwdoos Voor inbouwdozen van 60 mm diameter gebruikt u de bevestigingsgaten 60. Voor inbouwdozen van 85 mm diameter gebruikt u de bevestigingsgaten 85. Bevestig de sokkel met behulp van de gepaste schroeven. Opbouwmontage (Fig. A) - Plaats de sokkel op de voorziene plaats en markeer met een potlood de stand van de 2 bevestigingsgaten (60 of 85). - Boor een gat met een boor van 5 mm diameter. - Bevestig de sokkel met behulp van de gepaste schroeven en pluggen. Voor de kabeldoorvoer aan de oppervlakte moet u de 2 verbindingsstukken losmaken en ze tussen het plafond en de sokkel over de 2 gekozen bevestigingsgaten plaatsen. De detector kan nu alleen nog worden geopend met behulp van een platte schroevendraaier. Plaats de 2 pijlen op de montage - sokkel en op de rookmelder recht tegenover elkaar. Draai dan de rook - melder met de wijzers van de klok mee tot dat eind aanslag bereikt is. De rookmelder kan niet op de sokkel worden gemonteerd als de batterij niet in het batterijvak zit. Let er op dat de blokkering niet geforceerd wordt bij de montage !

Optionele vergrendeling van de de tector op de bevestigingssok - kel (Fig. B). De optionele vergrendeling is bedoeld om het ongewenst verwijde - ren van de detector door onbevoeg - den te verhinderen. Knip met behulp van een kniptang de borgpen af.Normale lasklemmen of schroefklemmen niet toepassen i.c.m. flexibele draden. Wago Quik Connect lasklem aanbevolen.

Doorkoppelen van verschillende rookmelders U kunt in totaal 40 rookmelders aan elkaar koppelen zodat het alarmsignaal afgaat op alle rookmelders in de woning. Op die manier bent u zeker dat u wordt gewaarschuwd als er rook ontstaat in een andere ruimte dan deze waar u zich bevindt.

1. Als u de sokkel van de detectoren hebt bevestigd klikt u het aansluitblok los.

2. Vervolgens sluit u de bedrading als volgt aan:

Vanuit veiligheidsoogpunt wordt geadviseerd geen batterij rookmelders met 230 V rookmelders te koppelen. Rookmelders van het type TG501 moeten rechtstreeks aangesloten worden op een installatie eindgroep van maximaal 16A. Als rookmelders worden gekoppeld via de koppeldraad moeten ze allen deel uit maken van dezelfde installatie eindgroep (voorschrift NEN1010).

3. Klik het aansluitblok vast op de sokkel.

4. Vergrendel de detector op zijn sokkel.

TG 501A TG 500A / TG 500B Voor een draad van 1,5 mm

, de maximale afstand tussen twee willekeurige rookmelders mag nooit meer dan 400 m bedragen.Test van de detector

Het is verstandig om voor het testen van de rookmelder de mensen de omgeving te waar-schuwen. Houd een armlengte afstand tussen oren en rookmelder om beschadiging van het gehoor te voorkomen. Manuele test Druk (ongeveer 5 s) op de testknop tot het geïntegreerde geluidssignaal wordt ingeschakeld. Tot de testknop wordt losgelaten activeert u het alarm van rookmelder: Gebruik nooit een naakte vlam om een rookdetector te testen. De detector die de test uitvoert Knippert snel Knippert 1 keer om sec. Geluidssignaal van 1 sec. (73 dB (A) op 3 m) gevolgd door een pauze van 1 sec. De andere draadgekoppelde detectoren Geluidssignaal van 1 sec. (73 dB (A) op 3 m) gevolgd door een pauze van 2 sec. Knippert snel Lichtbundel verlicht de vluchtroute gedurende 1 sec. Voer deze test minstens één keer per maand door en in het bijzonder na een lange afwezigheid. Detectietest: Voer eerst een manuele test uit met de testknop. Na de manuele test wordt gedurende 4 minuten de pre- alarm functie geactiveerd. De pre-aralmfunctie maakt het testen met testgas eenvoudiger. Elke detectie van rook wordt aangegeven met korte piepjes alvorens het luide alarmsignaal begint. Vier minuten na de manuele test gaat de rookmelder in normaal bedrijf. Werkwijze met testgas:

  • houd de bus met testgas op ongeveer 10cm afstand van de detectiekop,
  • spuit gedurende 2 seconden wat testgas in het rooster van de detectiekop,
  • de melder zal reageren met een steeds sneller wordende reeks piepjes en zal tenslotte luid alarm geven. Dit proces kan 30 seconden duren dus even geduld alstublieft,
  • druk om het alarm te stoppen kort op de testknop. NLBewust sperren van de detector

In geval van gekoppelde rook - melders moet bij vals alarm alleen knop van de melder met de rode knipperende LED worden indrukt om het alarm te stoppen. Batterijstoring: Na het signaleren van een batterijstoring blijft de detector goed functioneren gedurende 30 dagen. Het is raadzaam de batterij zo snel mogelijk te vervangen. Als het geluidssignaal voor het melden van een batterijstoring zich voordoet op een ongelegen moment, kunt u het 8 uur uitstellen over een maximale duur van 7 dagen door op de testknop te drukken tot u de eerste pieptoon hoort. Tijdens deze periode kunt u dan de batterij vervangen. Detector die de storing weergeeft TG 500A/TG 500B knippert 1 keer om de 5 sec. 2 snelle pieptonen om de 60 sec. Signaleren van storingen U kunt de detector deactiveren gedurende 15 min.:

  • om te verhinderen dat bij activiteiten die rook kunnen ontwikkelen (reinigen van stoffige plaats of vegen van een schoorsteen…) een ongewenst alarm zou afgaan,
  • om het alarm stop te zetten bij detectie van niet gevaarlijke rook. Daartoe drukt u op de testknop tot u de eerste pieptoon hoort of tot de detector het geïntegreerde geluidssignaal stopzet. Het lampje dat de toestand van de detector weergeeft, knippert dan om de 2 s. Na het verstrijken van deze 15 min. of na een manuele test, werkt de detector automatisch weer normaal; het lampje dat de toestand van de detector weergeeft, knippert om de 10 s. Gedurende deze periode van 15 min. kan de detector geen enkele rook detecteren en geen alarm doen afgaan. TG 501A

Storing te wijten aan vuile detectiekop: Onderhoud van de detectiekop Het geregeld onderhoud van de detector is erg belangrijk. Het roostervan de rookmelder moet u minstens één keer per jaar of bij elke signalering “detectiekop vuil” met een stofzuiger reinigen (zie Signaleren van storingen). Als de signalering “detectiekop vuil” na het reinigen aanhoudt, moet u de detector vervangen. Onderhoud Detector die de storing weergeeft TG 500A/TG 500B knippert 8 keer om de 8 sec. 8 snelle pieptonen om de 58 sec. TG 501A

Als het geluidssignaal voor het melden van een vuile detectiekop zich voordoet op een ongelegen moment, kunt u het 8 uur uitstellen over een maximale duur van 7 dagen door op de testknop te drukken tot u de eerste pieptoon hoort. Tijdens deze periode kunt u dan de detector reinigen. De rookdetectoren mogen nooit langer dan 10 jaar worden gebruikt. De rookdetector bevat geen enkel radioactief materiaal; deponeer afgedankte rookdetectoren in de daartoe voorziene inzamelpunten. NL46 De meegeleverde batterij mag alleen worden vervangen door een alkalinebatterij van hetzelfde type (9 V, 6LR61). Lege batterijen moeten in de daartoe voorziene inzamelpun - ten worden gedeponeerd. De werking van de rookmelder/-detector is niet mogelijk in combinatie met een sproei-inrichting. 24 maanden tegen elke materiaal- of fabricagefout vanaf de productiedatum. In geval van defect moet het product worden teruggestuurd naar de gebruikelijke verdeler. De garantie is slechts geldig als de procedure voor het terugsturen van de producten via de installateur en de verdeler werd nageleefd en als na deskundig onderzoek onze kwaliteitscontroledienst geen fout vaststelt, die erop wijst dat het product geïnstalleerd en / of gebruikt werd op een manier die niet beantwoordt aan de voorschriften.Eventuele opmerkingen met nadere verklaring van het defect moeten bij het product worden gevoegd. Waarborg Vervangen van de batterijen A. Als de optionele blokkering van de detector niet vergrendeld is, gaat u als volgt te werk: - Maak de sokkel van de detector los door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien tot u een klik hoort. - Vervang de lege batterij. - Vergrendel de detector op zijn sokkel. - Voer een test uit (zie Test van de detector). B. Als de optionele blokkering van de detector vergrendeld is (zie Bevestiging), gaat u als volgt te werk: - Steek een platte schroevendraaier in de uitsparing. - Schuif de detector van de sokkel door deze tegen de wijzers van de klok in te draaien tot u een klik hoort. - Vervang de lege batterij. - Vergrendel de detector op zijn sokkel. - Voer een test uit (zie Test van de detector). Bij uitvoering van werkzaamheden mag de detector niet worden overschilderd Bij eventuele werkzaamheden na de installatie van de detector moet u deze volledig afdekken met behulp van de meegeleverde geplastificeerde bescherming. Vergeet de geplastificeerde bescherming niet te verwijderen na uitvoering van de werkzaamheden.Hoe reageren in geval van brand?

  • Zorg voor een vluchtroute.
  • Stel een evacuatieschema op voor alle kamers.
  • Op de grond hangt er het minste rook : kruip naar buiten.
  • Maak iedereen wakker bij het afgaan van het alarm.
  • Zorg voor een verzamelpunt buiten de woning.
  • Betreed niet nodeloos de brandende ruimte.
  • Verwittig de brandweer. knippert 1 keer om de 10 sec. Alle rookdetectoren De detector die de rook detecteert Knippert snel Vuchtwegverlichting Geeft een continu geïntegreerd geluidssignaal (85 dB(A) op 3 m) De andere draadgekoppelde rookdetectoren Geven een gemoduleerd geïntegreerd geluidssignaal (85 dB(A) op 3 m) Vuchtwegverlichting De detector die de test uitvoert Knippert snel Knippert 1 keer om sec. Geluidssignaal van 1 sec. (73 dB (A) op 3 m) gevolgd door een pauze van 1 sec. De andere draadgekoppelde detectoren Geluidssignaal van 1 sec. (73 dB (A) op 3 m) gevolgd door een pauze van 2 sec. Knippert snel Lichtbundel verlicht de vluchtroute gedurende 1 sec. Overzicht van de reacties en signaleringen van uw detector Normale werking Rookdetectie (1) (1) Reacties tot het verdwijnen van de rook Test van de detector (2) (2) Reacties nadat u de testknop langer dan 5 s ingedrukt hebt gehouden en tot u deze toets hebt losgelaten -Signaleren van storingenBewust uitschakelen van de detector U kunt de detector deacti- veren gedurende 15 min.:
  • om te verhinderen dat bij activiteiten die rook kunnen ontwikkelen (reinigen van stoffige plaats of vegen van een schoorsteen…) een onge wenst alarm zou afgaan,
  • om het alarm stop te zetten bij detectie van niet gevaarlijke rook. Daartoe drukt u op de testknop tot u de eerste pieptoon hoort of tot de detector het geïntegreerde geluidssignaal stopzet. Het lampje dat de toestand van de detector weergeeft, knippert dan om de 2 s. Na het verstrijken van deze 15 min. of na een manuele test, werkt de detector automatisch weer normaal; het lampje dat de toestand van de detector weergeeft, knippert om de 10 s. Gedurende deze periode van 15 min. kan de detector geen enkele rook detecteren en geen alarm geven. Dankzij een lichtsensor wordt het geluidssignaal voor signalering van een batterijstoring en een vuile detectieknop tijdens de nacht uitgeschakeld en maximaal 12 uur uitgesteld. Batterijstoring Als het geluidssignaal voor het melden van een batterijstoring of een vuile detectiekop zich voordoet op een ongelegen moment, kunt u het 8 uur uitstellen over een maximale duur van 7 dagen door op de testknop te drukken tot u de eerste pieptoon hoort. Tijdens deze periode kunt u dan een beroep doen op uw installateur. Detector die de storing weergeeft TG 500A/TG 500B knippert 8 keer om de 8 sec. 8 snelle pieptonen om de 58 sec. TG 501A

Storing te wijten aan vuile detectiekop49

  • Detectietype: optische rookdetector
  • Gemiddeld gedetecteerde oppervlakte: 50 m
  • Gebruik: binnenmontage
  • - TG 500A / TG 500B: - alkalinebatterij 9 V (Type: DURACELL PLUS / 6LR61); levensduur ongeveer 4 jaar - lithiumbatterij 9 V (ULTRALIFE / U9VL-J); levensduur ongeveer 10 jaar
  • - TG 501A: - 230 V ~ - alkalinebatterij 9 V (Type : DURACELL PLUS / 6LR61); levensduur ongeveer 10 jaar
  • Signalering: - van de toestand van de detector, - van de activeringen, - van storingen: rode led
  • Lichtbundel verlicht de vluchtroute bij rookdetectie: Witte led
  • Geïntegreerd geluidssignaal: bij detectie: 85 dB op 3 m
  • Geïntegreerd geluidssignaal: - bij test, - bij signalering van een storing, - bij activering: 73 dB op 3 m
  • Bedrijfstemperatuur: - 10 °C tot + 55 °C
  • Opslagtemperatuur: - 10 °C tot + 60 °C
  • Normen: DIN EN 14604: 2005 Technische kenmerken Niet-contractueel document onderworpen aan wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving.
  • TG 501 A Merk: Hager Wij verklaren, op basis van de hierbij gevoegde conformiteitsverklaring, dat het hierboven beschreven product beantwoordt aan de fundamentele voorschriften van de Richtlijn voor Bouwproducten: 89/106/EEG, gewijzigd bij richtlijn 93/68/EEG, conform de Europese norm EN 14604 2005 en de bepalingen van de bijlage ZA van dezelfde norm. Conformiteitsverklaring

Wij verklaren, op basis van de hierbij gevoegde conformiteitsverklaring, dat het hierboven beschreven product beantwoordt aan de fundamentele voorschriften van de Richtlijn voor Bouwproducten: 89/106/EEG, gewijzigd bij richtlijn 93/68/EEG, conform de Europese norm EN 14604 2005 en de bepalingen van de bijlage ZA van dezelfde norm. Conformiteitsverklaring

Annex Bijlage: Montage van een rookmelder op schuine wanden: Montage op de wand niet toegestaan Dakhelling (1) < 15° min. 30 mm max. 200 mm Dakhelling 15° - 30° min. 200 mm max. 300 mm Dakhelling > 30° min. 300 mm max. 500 mm Afstand tussen rookgevoelige elementen en plafond (Dv) (1) De hoek tussen het dakvlak en de horizon. Zijn beide dakhellingen niet gelijk, dan moet de kleinste helling worden gerekend.

Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HAGER

Model : TG500C

Categorie : Rookmelder