DLM382CM2 - Grasmaaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DLM382CM2 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DLM382CM2 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DLM382CM2 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING DLM382CM2 MAKITA
Accugrasmaaier GEBRUIKSAANWIJZING 51
Onderdeelnummervanvervangingssnijbladvangrasmaaier 191D41-2 191D43-8 Afmetingen (l x b x h) tijdensgebruik L: 1.380 mm tot 1.410 mm B: 450 mm H: 985 mm tot 1.005 mm L: 1.435 mm tot 1.490 mm B: 460 mm H: 1.005 mm tot 1.045 mm tijdensopslag (zonder grasmand) 860 mm x 450 mm x 475 mm 865 mm x 460 mm x 475 mm Nominale spanning 36Vgelijkstroom Nettogewicht 15,0 - 16,5 kg 15,4 - 17,1 kg
- Inverbandmetononderbrokenresearchenontwikkeling,behoudenwijonshetrechtvoordebovenstaande technischegegevenszondervoorafgaandekennisgevingtewijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Hetgewichtkanverschillenafhankelijkvandehulpstukken,waaronderdeaccu.Delichtsteenzwaarstecom- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL1815N / BL1820 / BL1820B / BL1830 / BL1830B / BL1840 / BL1840B / BL1850 / BL1850B / BL1860B Lader DC18RC / DC18RD / DC18RE / DC18SD / DC18SE / DC18SF / DC18SH
- Sommigevandehierbovenvermeldeaccu’senladerszijnmogelijknietleverbaarafhankelijkvanwaaru woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. WAARSCHUWING: Gebruik geen bekabelde voeding, zoals een accuadapter of draagbare voeding- seenheid met dit gereedschap.Dekabelvaneendergelijkevoedingkanhetgebruikhinderenwaardoorper- soonlijkletselwordtveroorzaakt. Symbolen Hieronderstaandesymbolendievoorhetgereedschap kunnen worden gebruikt. Zorg ervoor dat u de betekenis ervan kent voordat u het gereedschap gaat gebruiken. Wees vooral voorzichtig en let goed op. Leesdegebruiksaanwijzing. Gevaar: let op weggeworpen voorwerpen. Omstanders moeten een afstand van zeker 15 meter bewaren tot het gereedschap. Brengnooituwhandenofvoetendichtbij hetsnijbladonderdegrasmaaier.Het snijbladblijftnadraaiennadatdemotoris uitgeschakeld. Verwijderdecontactsleutelvóórhet inspecteren,bijstellen,reinigen,onder- houden, achterlaten of opbergen van de grasmaaier. Ni-MH Li-ion Alleen voor EU-landen Geef elektrisch gereedschap en accu’s niet met het huisvuil mee! VolgensdeEuropeserichtlijninzakeoude elektrische en elektronische apparaten, eninzakebatterijenenaccu’senoude batterijenenaccu’s,endetoepassing daarvan binnen de nationale wetgeving, dienen elektrisch gereedschap, accu’s en batterijendieheteindevanhunlevensduur hebben bereikt, gescheiden te worden ingezameld en te worden afgevoerd naar eenrecyclebedrijfdatvoldoetaande geldende milieu-eisen. Gebruiksdoeleinden De machine is bedoeld om het gazon te maaien.52 NEDERLANDS Geluidsniveau Detypische,A-gewogengeluidsniveauszijngemeten volgens EN60335-2-77: Model DLM382 Geluidsdrukniveau (L
): 92 dB (A) Onzekerheid(K):3dB(A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n)is/zijngemetenvolgenseenstandaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schaptevergelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60335-2-77: Model DLM382 Trillingsemissie (a
OPMERKING:Detotaletrillingswaarde(n)is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijkenmetanderegereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen DeEG-verklaringvanconformiteitisbijgevoegdals BijlageAbijdezegebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. Instructie
1. Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig
door. Zorg dat u vertrouwd bent met de bedie- ningsorganen en het correcte gebruik van de grasmaaier.
2. Laat nooit kinderen of anderen die niet ver-
trouwd zijn met deze instructies de grasmaaier bedienen. De toegestane leeftijd van gebrui- kers kan ook zijn vastgelegd in de plaatselijke wetgeving.
3. Gebruik de grasmaaier nooit met personen, in
het bijzonder kinderen, of huisdieren dicht in de buurt.
4. Onthoud dat de bediener of gebruiker aanspra-
kelijk is voor ongelukken met letsel aan andere personen of schade aan hun eigendommen.
5. Houd toezicht op kinderen om te zorgen dat ze
niet met de grasmaaier gaan spelen.
6. Lichamelijke conditie - Gebruik de grasmaaier
niet onder de invloed van alcohol, stimule- rende of verdovende middelen, of na het inne- men van medicijnen.53 NEDERLANDS Voorbereidingen
Draag bij gebruik van de grasmaaier altijd stevig schoeisel en een lange broek. Gebruik de grasmaaier niet wanneer u op blote voeten loopt of open sandalen draagt. Draag geen juwelen of kleding die erg ruim valt of waarvan koordjes of bandjes los bungelen. Deze kunnen door de bewegende delen gegrepen worden.
2. Inspecteer de grasmaaier vóór gebruik altijd
visueel op beschadigde, ontbrekende of verkeerd gemonteerde beschermkappen of schilden.
3. Zorg dat er geen andere personen in de buurt
zijn voordat u met maaien begint. Stop de grasmaaier wanneer er iemand nadert.
4. Steek de contactsleutel pas in de grasmaaier
wanneer die klaar voor gebruik is.
5. Draag tijdens het gebruik van elektrisch
gereedschap altijd een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen letsel. De bril moet voldoen aan ANSI Z87.1 in de Verenigde Staten, aan EN 166 in Europa, en aan AS/ NZS 1336 in Australië en Nieuw-Zeeland. In Australië en Nieuw-Zeeland is het wettelijk verplicht om tevens een spatscherm te dragen om uw gezicht te beschermen. Het is de verantwoordelijkheid van de werk- gever om ervoor te zorgen dat geschikte beschermingsmiddelen gebruikt worden door de gebruikers van het gereedschap en anderen in de onmiddellijke omgeving van de werkplek.
6. Controleer vóór gebruik zorgvuldig de snijbla-
den en de bouten van de snijbladen op barsten of andere beschadigingen. Vervang gebarsten of beschadigde snijbladen of bouten van de snijbladen onmiddellijk.
7. Verwijder vóór het maaien eerst obstakels en
voorwerpen zoals stenen, ijzerdraad, glas, botten en grote takken uit uw werkgebied, om schade aan de grasmaaier en persoonlijk letsel te voorkomen.
8. Als het snijblad van de grasmaaier een voor-
werp raakt, kan ernstig letsel worden veroor- zaakt. Controleer altijd vóór het maaien het gras op voorwerpen die hinder of gevaar kun- nen veroorzaken en verwijder ze op afdoende wijze.
9. Kijk uit voor kuilen, sporen, hobbels, stenen en
andere verborgen voorwerpen.Ongelijkmatig terreinkanleidentotuitglijdenenvallen.Inlang gras kunnen obstakels verborgen zitten. Bediening
1. Reik niet te ver. Zorg altijd voor een goede
balans. Zorg altijd dat u stevig staat op hellin- gen. Loop gewoon en ren niet.
2. Schakel de grasmaaier uit, verwijder de
contactsleutel, en verzeker u ervan dat alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen: - wanneer u de grasmaaier achterlaat; - voor het opheen van een blokkering of het vrijmaken van het uitwerpkanaal; - voor het controleren, reinigen of werken aan de grasmaaier; - na het raken van een vreemd voorwerp. Inspecteer de grasmaaier op beschadigingen en voer reparatiewerkzaamheden uit alvo- rens de grasmaaier opnieuw te starten en te bedienen, - als de grasmaaier op ongebruikelijke manier begint te trillen.
3. Gebruik de grasmaaier in geen geval wanneer
de beveiligingskappen of schermen defect zijn, of wanneer beveiligingsdelen zoals de keerschotten en/of grasmand afwezig zijn.
4. Vermijd het gebruik van de grasmaaier onder
slechte weersomstandigheden, met name wanneer de kans op bliksem bestaat.
5. Draag tijdens het gebruik van de grasmaaier
altijd oogbescherming en stevige schoenen.
6. Gebruik de grasmaaier alleen bij daglicht of
7. Schakel de grasmaaier zorgvuldig in volgens
de voorschriften, met uw voeten op veilige afstand van de snijblad(en).
8. Wees voorzichtig uw handen en voeten niet te
verwonden aan het snijblad.
9. Zorg er altijd voor dat de ventilatieopeningen
10. Maai altijd horizontaal langs een glooiing,
nooit omhoog en omlaag. Wees uiterst voor- zichtig wanneer u op een hellend vlak van richting verandert. Probeer niet om te maaien op al te steile hellingen.
11. Wees uiterst voorzichtig wanneer u de gras-
maaier achteruit laat rijden of naar u toe trekt.
12. Stop de snijblad(en) wanneer u de grasmaaier
moet kantelen om hem te verplaatsen over een ander oppervlak dan gras, en ook wanneer u de grasmaaier vervoert van of naar het te maaien terrein.
13. Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor
inschakelt, behalve wanneer het noodzakelijk is de grasmaaier iets te kantelen om de motor te starten. In dat geval kantelt u hem niet verder dan strikt noodzakelijk en tilt u alleen het van u afgerichte deel iets omhoog. Zorg er altijd voor dat u beide handen op de bedie- ningspositie houdt voordat u de grasmaaier weer op de grond laat zakken.
14. Plaats nooit uw handen of voeten onder of
vlakbij de draaiende onderdelen. Blijf steeds uit de buurt van de uitwerpopening.
15. Vervoer de grasmaaier niet terwijl de gras-
maaier is ingeschakeld.54 NEDERLANDS
16. Gebruik de grasmaaier niet wanneer het gras
17. Gebruik de grasmaaier nooit in de regen.
18. Houd de handgreep altijd stevig vast.
19. Raak het snijblad of andere scherpe randen
niet aan bij het optillen of dragen van de grasmaaier.
20. Houd uw handen en voeten uit de buurt van
het draaiende snijblad. Let op - Het snij- blad blijft nadraaien nadat de grasmaaier is uitgeschakeld.
21. Stop onmiddellijk met het gebruik wanneer u
iets vreemds opmerkt. Schakel de grasmaaier uit en verwijder de contactsleutel. Inspecteer vervolgens de grasmaaier.
22. Als de grasmaaier is uitgerust met een maai-
hoogte-instelling, mag u nooit de maaihoogte veranderen terwijl de grasmaaier draait.
23. Laat de schakelhendel los en wacht tot het
snijblad gestopt is voordat u een tuinpad, trottoir, oprijlaan, straat of weg oversteekt, of enig terrein waar grind ligt. Verwijder de con- tactsleutel ook wanneer u de grasmaaier even achterlaat, wanneer u een eindje verder iets moet oprapen, of als u om enige andere reden afgeleid bent van waar u mee bezig was.
24. Als de grasmaaier een vreemd voorwerp raakt,
gaat u als volgt te werk: - Stop de grasmaaier, laat de schakelhendel los en wacht tot het snijblad helemaal tot stil- stand is gekomen. - Verwijder de contactsleutel en de accu. - Controleer de grasmaaier zorgvuldig op beschadigingen. - Vervang het snijblad als het op enige wijze beschadigd is. Repareer alle beschadigingen voordat u de grasmaaier opnieuw start en in gebruik neemt.
25. Start de grasmaaier niet terwijl u recht voor de
schudden (onmiddellijk controleren) - inspecteer op schade; - vervang of repareer alle beschadigde delen; - controleer op loszittende delen en zet die goed vast.
27. Richt het uitgeworpen materiaal nooit op
iemand. Voorkom dat materiaal wordt uitge- worpen tegen een muur of obstakel. Het mate- riaal kan terugkaatsen naar de gebruiker. Zet het snijbladstilwanneerueenverhardeondergrond oversteekt.
28. Trek de grasmaaier niet naar achteren behalve
indien absoluut noodzakelijk. Wanneer u niet anders kan dan de grasmaaier achteruit te bewe- genvanafeenafrasteringofandere,soortgelijke obstructie,kijktuomlaagennaarachterdegras- maaiervóórentijdenshetachteruitbewegen.
29. Schakel de motor uit en wacht tot het snijblad
volledig tot stilstand is gekomen, voordat u de grasvanger verwijdert. Denk eraan dat het snijbladblijftnalopennadatdegrasmaaieris uitgeschakeld. Onderhoud en opslag
1. Vervang alle versleten of beschadigde onder-
delen, voor uw veiligheid. Gebruik uitslui- tend originele vervangingsonderdelen en accessoires.
2. Inspecteer en onderhoud de grasmaaier
3. Indien niet in gebruik, bewaart u de grasmaaier
buiten bereik van kinderen.
4. Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven
stevig zijn aangedraaid, om het gereedschap veilig te kunnen gebruiken.
5. Controleer veelvuldig de grasmand op slijtage
en beschadigingen. Voor de opslag, verzekert u uzelf ervan dat de grasmand leeg is. Vervang een versleten grasmand uit veiligheidsover- wegingen altijd door een origineel, nieuw vervangingsonderdeel.
6. Gebruik uitsluitend de in deze handleiding
door de fabrikant voorgeschreven snijbladen.
7. Wees uiterst voorzichtig tijdens het bijstellen
van de grasmaaier om te voorkomen dat uw vingers bekneld raken tussen het draaiende snijblad en de vaste delen van de grasmaaier.
8. Niet besproeien of afspoelen met een tuins-
lang; zorg dat er geen water in de motor en elektrische contacten komt.
10. Laat de grasmaaier altijd eerst afkoelen voor-
11. Onthoud goed bij onderhoud aan de snijbla-
den dat ook als de stroom is uitgeschakeld, de snijbladen nog wel kunnen bewegen.
12. Haal de veiligheidsvoorzieningen niet uit
elkaar en knoei er niet aan. Controleer regel- matig of ze correct werken. Doe nooit iets dat de beoogde werking van een veiligheidsvoor- ziening hindert of de bescherming die een veiligheidsvoorziening biedt vermindert. Gebruik en verzorging van gereedschap dat op een accu werkt
Laad alleen op met de acculader aanbevolen door de fabrikant. Een acculader die geschikt is vooreenbepaaldtypeaccu,kanbrandgevaarople- verenindiengebruiktmeteenandertypeaccu.
2. Gebruik elektrisch gereedschap uitsluitend
met de daarvoor bestemde accu. Gebruik van andere accu’s kan gevaar voor letsel of brandge- vaar opleveren.
3. Als de accu niet wordt gebruikt, houdt u deze
uit de buurt van metalen voorwerpen, zoals paperclips, muntgeld, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwer- pen die een kortsluiting kunnen veroorzaken tussen de accupolen.Kortsluitingtussende accupolen kan leiden tot brandwonden of brand.
4. Onder zware gebruiksomstandigheden kan
vloeistof uit de accu komen. Voorkom aanra- king! Als u er per ongeluk mee in aanraking komt, spoelt u het er met water af. Als de vloei- stof in uw ogen komt, raadpleegt u tevens een arts. Vloeistof uit de accu kan irritatie en brand- wonden veroorzaken.55 NEDERLANDS
Gebruik geen accu of gereedschap dat bescha- digd of gewijzigd is.Beschadigdeofgewijzigde accu’s kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen dat kan leiden tot brand, explosie of gevaar van letsel.
6. Stel een accu of gereedschap niet bloot
aan vuur of buitensporige temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kunnen een explosie veroorzaken.
Volg alle oplaadinstructies en laad de accu of het gereedschap niet op buiten het temperatuurbereik opgegeven in de instructies.Verkeerdopladenofbij een temperatuur buiten het opgegeven bereik kan de accu beschadigen en de kans op brand vergroten. Elektrische veiligheid en accu
1. Werp de accu(’s) niet in een vuur. De accu kan
exploderen. Raadpleeg de lokale regelgeving voor mogelijkespecialeverwerkingsvereisten.
2. Open of vervorm de accu(’s) niet.Hetelektrolyt
is agressief en kan letsel toebrengen aan de ogen enhuid.Hetkangiftigzijnbijinslikken.
3. Laad de accu niet op in de regen of op een
4. Laad de accu niet buitenshuis op.
5. Raak de lader, inclusief de stekker en de con-
tacten van de lader, niet met natte handen aan. Reparatie
Laat uw elektrisch gereedschap repareren door een vakbekwame reparateur die gebruik maakt van uitsluitend identieke vervangingsonderde- len. Zo bent u ervan verzekerd dat de veiligheid vanhetelektrischgereedschapbehoudenblijft.
2. Repareer nooit een beschadigde accu. Het
repareren van een accu mag uitsluitend wor- den uitgevoerd door de fabrikant of een erkend servicecentrum. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
8. Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in,
snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp.Dergelijkehande- lingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voorcommercieeltransportendergelijkedoor derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerdishetnoodzakelijkeenexpertop hetgebiedvangevaarlijkestoenteraadplegen. Houdutevensaanmogelijkstrengerenationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkagevanelektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.56 NEDERLANDS
Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte presta- ties of een defect van het gereedschap of de accu.
Behalve indien gebruik van het gereedschap is toe- gestaan in de buurt van hoogspanningsleidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’sdiezijngewijzigd,kanertoeleidendatdeaccu ontploftenbrand,persoonlijkletselenschadeveroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
Laad de accu op voordat hij volledig ontladen is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-
ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken. MONTAGE WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat de contactsleutel en de accu zijn verwijderd, alvorens u enig werk aan de grasmaaier gaat uitvoeren. Als u de contactsleutel en de accu niet verwijdert,kandatleidentoternstigpersoonlijkletsel als de grasmaaier plotseling zou starten. WAARSCHUWING: Start nooit de grasmaaier voordat het geheel naar behoren is gemonteerd. Hetapparaatineengedeeltelijkgemonteerdetoe- stand bedienen, kan na per ongeluk inschakelen leidentoternstigpersoonlijkletsel. Het accudeksel aanbrengen WAARSCHUWING: Steek de contactsleutel en de accu niet erin voordat u het accudeksel hebt aangebracht. Als u zich hier niet aan houdt, kan dat leiden tot ernstig letsel. Brenghetaccudekselvolledigaanvóórgebruik.Het accudeksel beschermt de grasmaaier en accu tegen modder, vuil en water.
1. Plaats het accudeksel zodanig op de grasmaaier
datdeopeningeninhetaccudekselzijnuitgelijndmet de uitstekende nokken op de grasmaaier. ►Fig.1: 1. Uitstekende nok 2. Opening 3. Accudeksel
2. Plaats uw handen op het midden van het accu-
Controleervóórheteerstegebruikofhetscharnier- punt van het accudeksel naar behoren is vastgemaakt. Als het accudeksel correct is aangebracht, zal deze niet open- gaan voordat aan de accudeksel-borghendel is getrokken. ►Fig.3: 1. Scharnierpunt 2. Accudeksel-borghendel De handgreep aanbrengen KENNISGEVING: Bij het aanbrengen van de handgrepen leidt u de kabels zodat ze niet bekneld raken door iets tussen de handgrepen. Als de kabel beschadigd is, werkt mogelijk de schakelaar van de grasmaaier niet.
1. Schuif beide uiteinden van de onderste handgreep
in de gleuven van de grasmaaier en draai daarna de klemschroeven helemaal vast. ►Fig.4: 1.Klemschroef2. Onderste handgreep
2. Lijndeschroefgatenvandebovensteenonderste
handgrepen met elkaar uit. Bevestig ze aan elkaar met behulp van de klemschroeven en klemmoeren. ►Fig.5: 1.Klemmoer2.Klemschroef OPMERKING: Houd de bovenste handgreep stevig vast, zodat deze niet uit uw hand valt.
3. Bevestig de kabelklem aan de handgreep. Geleid
het netsnoer zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.6: 1.Kabelklem Het mulch-inzetstuk verwijderen Optioneel accessoire
Houd het mulch-inzetstuk vast aan het handvat en trek het uit het maaidek, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.8: 1. Mulch-inzetstuk 2. Handvat De grasmand aanbrengen
2. Haak de grasmand aan de stang van het maaidek,
zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.10: 1. Haak 2. Stang 3. Grasmand Het mulch-inzetstuk aanbrengen Optioneel accessoire
1. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand.
Houd het mulch-inzetstuk vast aan het handvat en plaats vervolgens het in het maaidek, zoals aangegeven in de afbeelding. ►Fig.12: 1. Mulch-inzetstuk 2. Handvat57 NEDERLANDS
FUNCTIES De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het apparaat altijd uit voor- dat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Zorg dat u voor gebruik het accu- deksel stevig afsluit. Anders zou er modder, vuil en water in kunnen komen en het gereedschap of de accu kunnen beschadigen. LET OP: Schuif de accu altijd volledig naar binnen totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het apparaatvallenenletselveroorzakenbijuofanderen in uw omgeving. LET OP: Druk de accu er niet met kracht in. Als de accu er niet soepel in schuift, houdt u die waar- schijnlijkindeverkeerdestand. OPMERKING: Het apparaat werkt niet met slechts één accu. De accu aanbrengen:
1. Verschuif de accudeksel-borghendel en open het
maaier en schuif daarna de accu erin tot deze met een klikgeluidopzijnplaatswordtvergrendeld. ►Fig.14: 1. Accu
3. Steek de contactsleutel in op de plaats die in de
afbeelding is aangegeven, zover de sleutel gaat. ►Fig.15: 1. Contactsleutel
4. Sluithetaccudekselenduweroptotdathijwordt
vergrendeld met de borghendel. De accu uit de grasmaaier verwijderen:
1. Verschuif de accudeksel-borghendel en open het
2. Trekdeaccuuitdegrasmaaierterwijludeknop
aan de voorkant van de accu verschuift.
3. Trek de contactsleutel eruit.
4. Sluit het accudeksel.
Beveiligingssysteem voor apparaat/ accu Hetapparaatisuitgerustmeteenbeveiligingssysteem voorapparaat/accu.Ditsysteemschakeltautomatisch de voeding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het apparaat kantijdenshetgebruikautomatischstoppenalshet apparaat of de accu aan één van de volgende omstan- digheden wordt blootgesteld. Overbelastingsbeveiliging Wanneer het apparaat wordt bediend op een manier waarop het een abnormaal hoge stroomsterkte trekt, stopt het appa- raat automatisch zonder enige waarschuwing. Wanneer dat gebeurt, schakelt u het apparaat uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het apparaat overbelast raakte. Schakel vervolgens het apparaat in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het apparaat oververhit is, stopt het apparaat automatisch. Laat het apparaat afkoelen voordat u het apparaat weer inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading laag is, stopt het apparaat automa- tisch. Als het apparaat niet werkt, ook niet wanneer de schakelaarswordenbediend,verwijdertudeaccu’s vanaf het apparaat en laadt u de accu’s op. De resterende acculading controleren ►Fig.16: 1.Accu-indicatorlampje Als de resterende acculading laag wordt, knippert het accu-indicatorlampjeaandekantvandebetreende accu.Bijverdergebruikstopthetapparaatenbrandt hetaccu-indicatorlampjegedurendeongeveer10 seconden. Laad in dat geval de accu op. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ►Fig.17: 1.Indicatorlampjes2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculadingtezien.Deindicatorlampjesbrandengedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storingzijn opgetreden in de accu. OPMERKING:Afhankelijkvandegebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijkdatdeaangegevenacculadingverschiltvande werkelijkeacculading.58 NEDERLANDS De trekkerschakelaar gebruiken WAARSCHUWING: Alvorens u de accu aan- brengt, controleert u eerst of de schakelhendel goed werkt en bij loslaten automatisch naar de oorspronkelijke stand terugkeert. Bediening van het apparaat met een schakelaar die niet goed werkt kan leiden tot ongecontroleerde bewegingen, met kansopernstiglichamelijkletsel. OPMERKING: De grasmaaier start niet zonder dat u de schakelknop indrukt, ook al trekt u de schakel- hendel in. OPMERKING:Degrasmaaierstartmogelijkniet vanwege overbelasting wanneer u lang of dicht gras in één keer probeert te maaien. Stel in dat geval de maaihoogte hoger in. Deze grasmaaier is voorzien van een contactslotscha- kelaar en een handgreepschakelaar. Als er iets niet in orde is met een van deze twee schakelaars, staakt u danonmiddellijkhetgebruikenlaatuzecontrolerenbij uwdichtstbijzijndeerkendeMakita-servicecentrum.
1. Breng de accu’s aan. Steek de contactsleutel in
het contactslot en sluit dan het accudeksel. ►Fig.18: 1. Accu 2. Contactsleutel
2. Druk op de schakelknop en houd deze ingedrukt.
draaien.Degrasmaaierblijftdraaientotdatudescha- kelhendel loslaat.
5. Laat de schakelhendel los om de motor te
stoppen. De maaihoogte instellen WAARSCHUWING: Plaats bij het instellen van de maaihoogte nooit uw hand of voet onder de grasmaaierbehuizing. WAARSCHUWING: Controleer vóór het gebruik zorgvuldig of de hendel juist in de gleuf valt. De maaihoogte is instelbaar binnen een bereik van 20 mm tot 75 mm.
1. Verwijderdecontactsleutel.
2. Trek de maaihoogte-instelhendel naar de buiten-
kant van de grasmaaierbehuizing en verplaats hem naar de gewenste maaihoogte. ►Fig.20: 1. Maaihoogte-instelhendel OPMERKING: De waarden voor de maaihoogte mogenslechtsalsrichtlijnwordengebruikt. Afhankelijkvandetoestandvanhetgazonende ondergrond,kandedaadwerkelijkegazonhoogteiets afwijkenvandeingesteldehoogte. OPMERKING: Met een maaiproef in een min- der opvallende plaats kunt u door uitproberen de gewenste hoogte vinden. Grasniveau-indicator ►Fig.21: 1. Grasniveau-indicator De grasniveau-indicator geeft de hoeveelheid gemaaid gras aan.
- Zolang de grasmand nog niet vol is, zal de indica- tortijdenshetmaaienblijvenzweven.
- Wanneer de grasmand vol is, zal de indicator tijdenshetmaaiennietmeerzweven.Indatgeval stoptuonmiddellijkmetmaaienenleegtude grasmand. Na het legen van de grasmand reinigt u die zo dat er weer lucht door de mazen stroomt. OPMERKING: Deze indicator is slechts een grove richtlijn.Afhankelijkvandetoestandbinnenindegras- mand,werktdezeindicatornietaltijdgoed. Het mulch-inzetstuk gebruiken Optioneel accessoire Hetmulch-inzetstukmaakthetmogelijkomhetmaaisel naar de grond terug te voeren zonder het maaisel op te vangen in de grasmand. Wanneer u het apparaat met het mulch-inzetstuk gebruikt, moet u de grasmand verwijderen. KENNISGEVING: Wanneer u de machine met het mulch-inzetstuk gebruikt, verzekert u zich ervan dat de totale lengte van het gras na het maaien 30 mm of meer is, en de maailengte 15 mm of minder is. ►Fig.22: (1) 30 mm of meer (2) 15 mm of minder BEDIENING Maaien WAARSCHUWING: Voor het maaien verwij- dert u alle takken en stenen van het te maaien terrein. Bovendien kunt u beter ook van tevoren alle onkruid uit het te maaien grasveld wieden. WAARSCHUWING: Draag bij het maaien altijd een beschermende bril of een veiligheidsbril met volledig gesloten zijkantbescherming. LET OP: Als het maaisel of een vreemd voor- werp zich ophoopt binnenin het maaidek, moet u eerst de contactsleutel en accu verwijderen, en handschoenen aantrekken voordat u het maaisel of vreemde voorwerp verwijdert. KENNISGEVING: Gebruik deze machine alleen voor het maaien van een gazon. Maai geen onkruid met deze machine. ►Fig.23 Houdbijhetmaaiendehandgreepmetbeidehanden stevig vast. Derichtlijnvoordemaaisnelheidisongeveer1meter per 4 seconden. ►Fig.2459 NEDERLANDS De buitenranden van de voorwielen kunnen worden gebruikt alsrichtlijnvoordemaaibreedte.Gebruikdebuitenranden vandevoorwielenalsrichtlijnbijhetmaaieninbanen. Overlap elke baan met de helft of een derde van de breedte vandevorigebaanomhetgazongelijkmatigtemaaien. ►Fig.25: 1. Maaibreedte 2. Overlapping
Veranderdemaairichtingbijelkebaanomtevoorko- men dat het graspatroon in één richting wordt gevormd. ►Fig.26 Controleer regelmatig het gemaaide gras in de grasmand. Leegdegrasmandvoordatdezevolraakt.Vóórelkeperi- odieke inspectie dient u de grasmaaier uit te schakelen en daarnadecontactsleutelendeaccuteverwijderen. KENNISGEVING: Als u de grasmaaier gebruikt met een volle grasmand kan het snijblad niet soe- pel draaien, hetgeen de motor overmatig belast, waardoor de kans op defecten toeneemt. Maaien van erg lang gras Probeer niet om erg lang gras in één keer kort te maaien. Maai uw gazon liever in meerdere maaibeurten. Laat een dag of twee tussendemaaibeurten,totuwgehelegazongelijkmatigkortis. OPMERKING: Als u erg lang gras in één keer hele- maal kort maait, kan het gras afsterven. Tevens kan de binnenkant van het maaidek verstopt raken door het gemaaide gras. De grasmand legen WAARSCHUWING: Om ongelukken te voor- komen, controleert u regelmatig de grasmand op schade of verzwakking door slijtage. Vervang zo nodig de grasmand.
1. Laat de schakelhendel los.
2. Verwijderdecontactsleutel.
3. Opendeachterklepenverwijderdegrasmand
door het handvat vast te pakken. ►Fig.27: 1. Achterklep 2. Handvat
4. Leeg de grasmand.
ONDERHOUD WAARSCHUWING: Zorg altijd dat de contact- sleutel en de accu uit de grasmaaier zijn verwijderd voordat u de grasmaaier opbergt of draagt, of voor- dat u inspectie of onderhoud gaat verrichten. WAARSCHUWING: Verwijder altijd de con- tactsleutel wanneer de grasmaaier niet in gebruik is. Bewaar de contactsleutel op een veilige plaats, buiten bereik van kinderen. WAARSCHUWING: Draag handschoenen bij het verrichten van inspectie of onderhoud. WAARSCHUWING: Draag bij het verrichten van inspectie of onderhoud altijd een bescher- mende bril of een veiligheidsbril met zijkappen. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoudofafstellingentewordenuitgevoerdbijeen erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijdmetgebruikvanMakita-vervangingsonderdelen. Onderhoud
1. Verwijderdecontactsleutel.Bewaardezeopeen
veilige plaats, buiten bereik van kinderen.
2. Maak uw grasmaaier schoon met slechts een
natte doek. Sproei of giet geen water over de gras- maaier wanneer u die schoonmaakt.
3. Legdegrasmaaieropzijnkantenverwijderhet
maaisel dat zich heeft opgehoopt tegen de onderkant van het maaidek.
4. Controleer of alle moeren, bouten, knoppen,
schroeven en andere bevestigingspunten stevig vast zitten.
5. Inspecteer de bewegende onderdelen op schade,
defectenenslijtage.Beschadigdeofontbrekende onderdelen moeten worden gerepareerd of vervangen. Opslag WAARSCHUWING: Voor het meedragen of opslaan van de grasmaaier, mag u de ingeklapte handgrepen niet vastpakken, maar pakt u het voorhandvat van de grasmaaier vast. Als u de ingeklapte handgrepen vastpakt, kan dat leiden tot ernstig letsel of schade aan de grasmaaier. Alvorensudegrasmaaieropbergt,verwijdertudeaccu en de contactsleutel. Berg de grasmaaier binnenshuis op, in een koele, droge en afgesloten ruimte. Berg de grasmaaier en de accula- der niet op op een plaats waar de temperatuur tot 40 °C of hoger kan oplopen. ►Fig.28: 1. Voorhandvat 2. Achterhandvat
1. Draai de klemschroeven los, schuif de onderste
handgreepnaarweerszijdenuiteen.Klapdehandgreep naarvorenomlaag.Houdhierbijdeonderstehand- greep stevig vast zodat de handgreep niet helemaal naar de andere kant van de grasmaaier omlaag valt. ►Fig.29: 1.Klemschroef2. Onderste handgreep
2. Draai de klemmoeren los, schuif de bovenste
handgreepnaarweerszijdenuiteenenklapdeboven- ste handgreep achterover. ►Fig.30: 1.Klemmoer2. Bovenste handgreep
3. Berg de grasmand op tussen de handgreep en de
grasmaaierbehuizing. ►Fig.31: 1. Grasmand OPMERKING: Wanneer u de grasmaaier rechtop zet, mag u de handgreep niet vastpakken, maar pakt u het voorhandvat van de grasmaaier vast.60 NEDERLANDS Het snijblad van de grasmaaier aanbrengen of verwijderen WAARSCHUWING: Verwijder altijd eerst de contactsleutel en de accu voordat u het snijblad gaat verwijderen of aanbrengen. Als u de contactsleutel en de accu niet verwijdert, kan dat leiden tot ernstig letsel. WAARSCHUWING: Nadat de schakelhendel is losgelaten, blijft het snijblad nog enkele seconden nadraaien. Voer geen enkele handeling uit voordat het snijblad volledig tot stilstand is gekomen. WAARSCHUWING: Draag bij het hanteren van het snijblad altijd handschoenen. Het snijblad van de grasmaaier verwijderen Voor DLM382
1. Legdegrasmaaierzodanigopzijnzijkantdatde
maaihoogte-instelhendel bovenop komt.
2. Omhetsnijbladteblokkeren,steektueenschroe-
vendraaierofsoortgelijkgereedschapindeopeningin het maaidek.
3. Draai de bout linksom los met de sleutel.
►Fig.32: 1.Snijbladvandegrasmaaier
2. Schroevendraaier 3. Sleutel
4. Verwijderdeboutenhetsnijbladindievolgorde.
►Fig.33: 1.Snijbladvoet2.Snijbladvandegras- maaier 3. Bout Voor DLM432
1. Legdegrasmaaierzodanigopzijnzijkantdatde
maaihoogte-instelhendel bovenop komt.
Omhetsnijbladteblokkeren,steektueenschroeven- draaierofsoortgelijkgereedschapindeopeninginhetmaaidek.
3. Draai de bout linksom los met de sleutel.
►Fig.34: 1.Snijbladvandegrasmaaier
2. Schroevendraaier 3. Sleutel
4. Verwijderdebout,debuitenens,hetsnijbladvan
degrasmaaierendebinnenens,indievolgorde. ►Fig.35: 1.Binnenens2.Snijbladvandegras- maaier 3.Buitenens4. Bout Het snijblad van de grasmaaier monteren Omhetsnijbladvandegrasmaaieraantebrengen,volgtu deverwijderingsprocedureinomgekeerdevolgorde. WAARSCHUWING: Breng het snijblad van de grasmaaier zorgvuldig aan. Het heeft een boven- en onderkant. Plaats het snijblad zodanig dat de draairichtingspijl naar buiten wijst. WAARSCHUWING: Draai de bout rechtsom stevig aan om het snijblad vast te zetten. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het snij- blad van de grasmaaier en alle bevestigingsdelen correct zijn aangebracht en stevig zijn vastgezet. WAARSCHUWING: Als u het snijblad ver- vangt, volgt u altijd de instructies die in deze handleiding worden gegeven. PROBLEMEN OPLOSSEN Alvorens u verzoekt om reparatie, kunt u zelf als volgt het probleem opsporen en oplossen. Als u met een probleem kampt dat in deze handleiding niet wordt beschreven, probeer dan niet het gereedschap te demon- teren. Laat reparaties over aan een erkend Makita-servicecentrum, uitsluitend met gebruik van originele Makita-vervangingsonderdelen. Probleemomschrijving Waarschijnlijke oorzaak (storing) OplossingDe grasmaaier start niet. Erzijnnogniettweevolleaccu’saangebracht.Breng opgeladen accu’s aan.Probleem met de accu (onvoldoende spanning)Laaddeaccuop.Alshetopladengeeneectheeft,vervangt u de accu.De contactsleutel is niet ingestoken. Steek de contactsleutel er in.Na kortstondig gebruik stopt de motor al gauw.Deaccuisbijnaleeg. Laaddeaccuop.Alshetopladengeeneectheeft,vervangt u de accu.De maaihoogte is te laag. Vergroot de maaihoogte.Het maximale motortoerental wordt niet bereikt.Deaccuisnietjuistaangebracht. Breng de accu aan zoals beschreven in deze handleiding.De accuspanning valt weg. Laaddeaccuop.Alshetopladengeeneectheeft,vervangt u de accu.Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijkeerkendeservicecentrumomreparatie.Hetsnijbladvandegrasmaaierdraait niet rond: stopdegrasmaaieronmiddellijk!Een vreemd voorwerp, zoals een tak, is vastgeraaktdichtbijhetsnijblad.Verwijderhetvreemdevoorwerp.Hetaandrijfsysteemwerktnietgoed. Vraaguwplaatselijkeerkendeservicecentrumomreparatie.Abnormale trillingen: stopdegrasmaaieronmiddellijk!Hetsnijbladisnietmeergebalanceerd,ofovermatigofongelijkmatiggesleten.Vervanghetsnijblad.61 NEDERLANDS OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven.Bijgebruikvanandereaccessoiresof hulpstukkenbestaathetgevaarvanpersoonlijkelet- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenstumeerbijzonderhedenoverdezeacces- soires,neemdancontactopmethetplaatselijke Makita-servicecentrum.
Notice-Facile