GEBRUIKSAANWIJZING Miimo HRM 70 Live Honda
Gebruikershandleiding (Vertaling van de oorspronkelijke gebruikershandleiding)
Identificatie van de machine....57
Bediening 57
Onderhoud 58
Opslag in de winter....58
Software-update 58
Gevaren van de accu. 59
Veiligheidswaarschuwingen voor het laadstation en de voeding....5 9
Symbolen 59
Beoogd gebruik 59
Informatieovergeluid/trillingen 61
Verklaringvanafbeeldingen 61
Montage 61
Eenextratuin/gazongebiedtoevoegen(zieafbeeldingI)....62
Maaien 62
Menunavigatie 63
Problemoplossing....65
Aftersales-service en toepassingsservice 68
Vervoer....68
Afvoeren....68
Nederlands
Dank u voor het aanschaffen van de Miimo robotmaaier.
Lees de onderstaande veiligheidsinstructies voordat u de Miimo installeert.
Veiligheidsvoorschriften
Waarschuwing! Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle instructies. Maak uzelf vertrouwd met de bediening en het juiste gebruik van de machine.
Bewaar de instructies op een veilige plaats voor later gebruik!
SERIENUMMER
AANKOOPDATUM
REGISTREER HET SERIENUMMER EN
DE AANKOOPDATUM EN BEWAAR DEZE
OP EEN VEILIGE PLEK OM ZE LATER TE
KUNNEN INZIEN
Identificatie van de machine
![HONDA Honda Motor Europe Ltd. Cain Road, Brackall R812 3HL, United Kingdom Honda Motor Europe Ltd. - Astot Office, Wijganserveld: (Record 1), 9300 Astot, Belgium HRM70E C MABY-00000X / X000000X 3600HB0700 7.6kg MM/YYYY 45.0Wh 18.0V DC: 4.0A: 2.5Ah Made in Hungary IPX4 15cm 3200 1/mix 797 [1] [2] [3] [4] [5]](/content/2026/04/622983/images/544a6559b8c6f138c87b625281c87a98ab95ae36eb2c3ccf65e5f4b2dfea210e.jpg)
[1] Naam en adres van de fabrikant.
[5] Conformiteitsmarkering volgens EU-richtlijn(en).
Verklaring van de symbolen op de machine

Algemene veiligheidswaarschuwing voor gevaar.
Zorg ervoor dat de machine geen uitgangen blokkeert of belemmert.

Waarschuwing: Lees de gebruiksaanwijzing door voordat u de machine gaat gebruiken.

Waarschuwing: Gebruik de aan/uit-
schakelaar voordat u aan de machine gaat
werken of de machine optilt.

Waarschuwing: Raak draaiende messen niet aan. De messen zijn scherp. Pas op voor het snijden in tenen of vingers.

Wacht tot alle onderdelen van de machine volledig tot stilstand zijn gekomen voordat u ze aanraakt. De messen draaien nog even nadat de machine is uitgeschakeld. Een draaiend mes kan letsel veroorzaken.

Zorg ervoor dat omstanders niet gewond raken door het wegschieten van vreemde voorwerpen.

Waarschuwing: Blijf op een veilige afstand van het product wanneer het in bedrijf is.

Ga niet op de machine zitten.

De acculader bevat een veiligheidstransformator.

Gebruik geen hogedrukreiniger of tuinslang om de machine te reinigen.
Bediening
▶ Schakel de maaier uit met de aan/uit-schakelaar voordat u aan de maaier zelf werkt (bijv. onderhoud, gereedschapswissel, enz.) en tijdens transport en opslag.
▶ Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat ze met de machine gaan spelen.
- Deze maaier mag niet worden gebruikt door kinderen, personen met een lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke handicap, of gebrek aan ervaring en kennis, of personen die onvoldoende bekend zijn met deze instructies. Het is mogelijk dat plaatselijke verordeningen een minimumleeftijd van de gebruiker voorschrijven.
▶ Bedien de machine niet op blote voeten of met open sandalen, draag altijd stevig schoeisel en een lange broek.
▶ Vermijd het maaien in slechte
weersomstandigheden, vooral wanneer er kans is op
bliksem.
▶ De gebruiker is verantwoordelijk voor eventuele ongevallen en gevaar voor letsel/schade aan derden of hun eigendom.
Als er een gevaar optreedt terwijl de machine in bedrijf is, druk dan onmiddellijk op de rode STOP-knop.
▶ Controleer of de begrenzingsdraad correct is aangebracht volgens de instructies in de installatiehandleiding.

Raadpleeg de installatiehandleiding die bij het product is geleverd voor volledige instructies voor het installeren van de Miimo.
Inspecteer regelmatig het gebied waar de maaier wordt gebruikt en verwijder alle stenen, takken, draden en andere vreemde voorwerpen.
Zorg dat er geen onder spanning staande netkabels in het werkgebied lopen. Als een netkabel in de robotmaaier verstrikt raakt, moet u de kabel isoleren voordat u deze probeert te verwijderen.
▶ Voer regelmatig een visuele inspectie uit om te controleren of de messen, mesbouten en maai- eenheid niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten als set om onbalans te voorkomen.
- Gebruik de machine nooit als de afschermingen defect zijn of zonder veiligheidsvoorzieningen.
▶ Plaats uw handen of voeten niet nabij of onder draaiende onderdelen.
▶ U mag de machine nooit optillen of dragen met draaiende motor.
▶ Laat de machine niet onbeheerd achter als u weet dat er huisdieren, kinderen of personen in de directe omgeving zijn.
▶ Start de machine volgens de instructies, en zorg er hierbij voor dat u op een afstand van de draaiende onderdelen staat.
- Gebruik het product niet op hetzelfde moment als een sprinkler of gebruik het schema om ervoor te zorgen dat de twee systemen nooit tegelijkertijd werken.
Als het product om welke reden dan ook is ondergedompeld, haal het dan weg van water en schakel het uit met de aan/uit-schakelaar. Probeer het product niet in te schakelen, maar neem contact op met uw officiële Honda-dealer.
Wijzig dit product niet. Onbevoegde wijzigingen kunnen de veiligheid van uw product in gevaar brengen en leiden tot meer geluid en trillingen.
Schakel het product uit met de aan/uit-schakelaar:
- voordat u een blokkade verwijdert,
- voordat u de machine controleert, reinigt of eraan werkt,
- vóór opslag,
- als de machine abnormaal trilt (stop en controleer onmiddellijk),
- na het raken van een vreemd voorwerp; controleer op beschadiging en vraag advies over noodzakelijke reparaties bij uw officiële Honda-dealer.
Onderhoud
▶ Draag altijd tuinhandschoenen bij het hanteren van of werken in de buurt van de scherpe messen.
▶ Schakel de maaier uit met de aan/uit-schakelaar voordat u aan de maaier gaat werken.
▶ Haal de stekker uit het stopcontact voordat u aan het laadstation of de voeding gaat werken.
Reinig de buitenkant van de machine grondig met een zachte borstel en een doek. Gebruik geen water, oplosmiddelen of poetsmiddelen. Verwijder al het gras en vuil, met name uit de ventilatiesleuven.
Draai de maaier ondersteboven en reinig het mesgebied en de zwenkwielen regelmatig. Gebruik een stijve borstel of schraper om opgehoopt maaisel te verwijderen (zie afbeelding J).
Messen zijn omkeerbaar.
Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven goed vastzitten zodat er veilig met het tuingereedschap kan worden gewerkt. (zie afbeelding K)
- Controleer de machine regelmatig visueel en vervang versleten of beschadigde onderdelen om veiligheidsredenen.
Zorg ervoor dat alleen officiële Honda- vervangingsonderdelen worden gebruikt.
▶ Vervang, indien nodig, alle messen en bouten als set.
Opslag in de winter
▶ Schakel de maaier uit met de aan/uit-schakelaar.
▶ De maaier kan worden gebruikt tussen 5 °C en 45 °C. Als de temperatuur in de tuin tijdens het winterseizoen constant lager is dan 5 °C, berg de maaier en het laadstation dan op een veilige, droge plaats op, buiten het bereik van kinderen.
Plaats geen andere voorwerpen op de maaier of het laadstation.
Het wordt aanbevolen de originele verpakking te gebruiken wanneer u de Miimo over lange afstanden vervoert.
▶ Bewaar de maaier alleen bij temperaturen tussen -20 °C en 50 °C. Laat de maaier in de zomer bijvoorbeeld niet in de auto liggen.
Software-update
De maaier heeft een USB-interface die uitsluitend bedoeld is voor software-updates. Deze worden uitgevoerd door uw officiële Honda-dealer. Gebruik alleen goedgekeurde USB-sticks (geformatteerd naar FAT 32) en goedgekeurde USB OTG-kabels.
- Gebruik de USB-interface niet voor andere doeleinden. Sluit geen externe apparaten aan.
▶ U kunt ook automatische software-updates inschakelen in het menu Instellingen Miimo in de Mii-monitor smartphone-app.
Gevaren van de accu
▶ Laad de machine alleen op in het door Honda goedgekeurde laadstation.
De Miimo kan worden gebruikt tussen 5 °C en 45 °C. Als de accutemperatuur buiten dit bereik ligt, geeft de Miimo een bericht weer en verlaat hij het laadstation niet. Als de Miimo in bedrijf is, keert hij terug naar het laadstation of blijft hij ter plekke staan.
Als de accu defect raakt, kan er vloeistof ontsnappen en in contact komen met de aangrenzende onderdelen. Controleer de betreffende onderdelen en neem contact op met de officiële Honda-dealer.
In het onwaarschijnlijke geval dat er vloeistof uit de accu komt, dient u contact met de machine te vermijden. Raadpleeg bij contact met de vloeistof een arts.
▶ Open de machine of accu niet. Gevaar voor kortsluiting en elektrische schokken.
▶ Bescherm de machine tegen brand. Gevaar voor explosie van de accu. Neem in geval van brand of explosie van de accu contact op met de hulpdiensten.
▶ Bij beschadiging en onjuist gebruik van de machine kunnen er dampen uit de accu komen. Zorg voor frisse lucht en raadpleeg een arts in geval van klachten. De dampen kunnen het ademhalingssysteem irriteren.
Veiligheidswaarschuwingen voor het laadstation en de voeding
- Gebruik alleen het originele laadstation en netsnoer van Honda om de maaier op te laden. Anders bestaat er brand- en explosiegevaar.
- Controleer regelmatig het laadstation, de voedingseenheid, kabels en stekkers. Als beschadiging of slijtage van kabels of stekkers wordt vastgesteld, isoleer deze dan van het laadstation of de voeding en gebruik ze niet. Open het laadstation of de voeding nooit zelf. Laat reparaties alleen uitvoeren door een gekwalificeerde Honda-monteur en gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Bij schade aan het laadstation, de voeding, een kabel of stekker neemt het risico op een elektrische schok toe.
- Gebruik het laadstation en de voeding niet op gemakkelijk ontvlambare oppervlakken (bijv. papier, textiel, enz.) of in dergelijke omgevingen. Door het warm worden van het laadstation en de voeding tijdens het opladen kan er brandgevaar ontstaan.
Houd kinderen te allen tijde in de gaten. Zo zorgt u ervoor dat kinderen niet met het laadstation, de voeding of de machine kunnen spelen.
De spanning die op de voeding wordt aangegeven, moet overeenkomen met de spanning van de voedingsbron.
Wij raden u aan de voeding alleen aan te sluiten op een contactdoos die is beveiligd door een stroomonderbreker die wordt geactiveerd bij een reststroom van 30 mA. Controleer uw aardlekschakelaar regelmatig.
- Het netsnoer moet regelmatig worden gecontroleerd op tekenen van beschadiging.
In geval van overstroming van het laadstation schakelt u de netvoeding uit en neemt u contact op met een officiële Honda-dealer.
▶ Raak de netstekker of andere stekkers nooit met natte handen aan.
- Loop niet over de kabels, plet ze niet en trek er niet aan. Bescherm de kabels tegen hitte, olie en scherpe randen.
De voeding is voor de veiligheid dubbel geïsoleerd en vereist geen aardverbinding. De bedrijfsspanning is 230 V AC, 50 Hz (voor niet-EU-landen 220 V, 240 V waar van toepassing). Neem voor gedetailleerde informatie contact op met uw officiële Honda-dealer.
Neem bij twijfel contact op met een gekwalificeerde elektricien of de dichtstbijzijnde officiële Honda-dealer.
Symbolen
De volgende symbolen zijn belangrijk voor het lezen en begrijpen van de bedieningsinstructies, met name de schema's. Let op de symbolen en hun betekenis. De juiste interpretatie van de symbolen helpt u het tuingereedschap beter en veiliger te gebruiken.
Symbool Betekenis

Draag beschermende handschoenen

Toegestane actie

Verboden actie

Accessoires/reserveonderdelen
Beoogd gebruik
De maaier is bedoeld voor het maaien van particuliere gazons.
Gebruik de maaier niet binnenshuis.
Gebruik de maaier niet voor andere doeleinden vanwege het grotere risico op ongelukken en schade aan de maaier. Probeer de maaier nooit op enige manier te wijzigen, omdat dit tot ongevallen of schade aan de maaier kan leiden.
Technische gegevens
| Robotmaaier SI-eenheid HRM70 Live |
| Maaibreedte cm 19 | | |
| Maaihoogte mm 30–50 | | |
| Hellingshoek (max.) °/% 15/27 | | |
| Oppervlakte van gazon | | |
| – maximaal m | 2 | 700 |
| – max. per acculadingA) | m2 | 85 |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 kg 7,6 | | |
| Beschermingsklasse IPX4 | | |
| Serienummer zie typeplaatje op maaier | | |
| Bedrijfsfrequentiebereik (inductieve sensor) | KHz | 5 |
| max. magnetische veldsterkte (inductieve sensor) (op 10 m) | dBμA/m 44 | |
| Bedrijfsfrequentiebereik (GSM) | MHz | 880-960 |
| MHz | 1710-1880 |
| Max. zendvermogen (GSM) | dBm 33 | |
| Accu | | Li-ion |
| Nominale spanning | VDC 18 | |
| Opbrengst | Ah 2,5 | |
| Aantal accucellen | | 5 |
| Bedrijfstijd, tot max.A) | min 75 | |
| Oplaadtijd (max.) | min 60 | |
| Begrenzingsdraad | | |
| – draad meegeleverd | m | 175 |
| – minimaal vereiste lengte | m 20 | |
| – maximaal toegestane lengte | m | 350 |
| Laadstation | | |
| Ingangsspanning | VDC 24 | |
| Stroomverbruik opladen/begrenzingsdraad ingeschakeld | W | 73/2,6 |
| Laadstroom (max.) | A | 2,3 |
| Toegestaan laadtemperatuurbereik B) | °C | 5–45 |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 kg | 1,65 | |
| Beschermingsklasse IPX4 | | |
| Voedingseenheid | | |
| Zwitserland | | 80004-Y0H-003 |
| Verenigd Koninkrijk | | 80003-Y0H-003 |
| Rest van Europa | | 80002-Y0H-003 |
| Ingangsspanning (AC) | V | 220-240 |
| Beschermingsklasse | | ☐/II |
| Frequentie | Hz 50–60 | |
| Uitgangsspanning (DC) | V 24 | |
| Beschermingsklasse IPX7 | | |
| Gewicht | kg | 1,25 |
A) Afhankelijk van maaihoogte, grasomstandigheden en vochtgehalte
B) Interne accutemperatuur
De specificaties gelden bij een nominale spanning [U] van 230 V. Deze specificaties kunnen variëren bij andere spanningen en in landspecifieke modellen.
Geluidsemissiewaarden vastgesteld volgens EN 50636-2-107.
De A-gewogen geluidsniveaus van het product zijn gewoonlijk: Geluidsvermogenniveau 61 dB(A). Onzekerheid K = 2 dB.
Verklaring van afbeeldingen
| Actie | Afbeelding | Bladzijde |
| Accessoires A | | 100 |
| Leveringsomvang/maaier uitpakken B | | 101 |
| Begrenzingsdraad leggen C | | 101 |
| Begrenzingsdraad verlengen D | | 102 |
| Begrenzingsdraad leggen rond nieuw voorwerp binnen maigebied | E | 102 |
| Maaier optillen en dragen F | | 103 |
| Maaihoogte instellen G | | 103 |
| Plaatsen & maaien H | | 104 |
| Extra gazongebied toevoegen I | | 104 |
| – met extra laadstation (rechts) | | |
| – zonder extra laadstation (linksboven) | | |
| Reiniging J | | 105 |
| Onderhoud K | | 105 |
| Netvoedingsaansluiting L | | 106 |
Montage

Controleer of de begrenzingsdraad volledig aan de grond is vastgepind, zodat er geen losse stukken draad zijn. Losse draden
kunnen een struikelgevaar vormen.
Verwijder stenen, losse stukken hout, draad, onder spanning staande netkabels en andere vreemde voorwerpen uit het maalgebied.
Zorg ervoor dat het maaigebied vlak is en vrij van zichtbare obstakels voor de maaier zoals greppels, groeven en steile hellingen van meer dan 15°/27%.
Het laadstation moet op de draad aan de buitenrand van het maalgebied worden geplaatst. Het mag niet aan de zijkant van een gereedschaps- of tuinschuurtje worden geplaatst dat als een eiland in het gazon staat dat moet worden gemaid.
Het wordt aanbevolen uw gazon eenmaal met een conventionele gazonmaaier te maaien voordat u de maaier installeert, het gazon voor het eerst in het nieuwe seizoen gaat maaien en als het maaisel langer dan 5 mm zou zijn.
Het maaisysteem van de maaier is ontworpen voor het maaien van kort gras (30-50 mm). Het maaisel kan als mulch blijven liggen om het gazon te bemesten. De maaihoogte van de maaier kan worden ingesteld op 30, 40 en 50 mm.
Het wordt aanbevolen te beginnen met een hogere instelling en vervolgens de maaihoogte geleidelijk te verlagen naarmate de draad onder het gras verdwijnt.
Dit voorkomt dat uw Miimo de draad doorsnijdt.
Extra begrenzingsdraad kan worden toegevoegd met behulp van een draadverbinding (zie afbeeldingen D–E). De begrenzingsdraad kan worden verlengd tot een maximale lengte van 350 m.
De begrenzingsdraad kan tot 5 cm onder de grond (of onder niet-metalen tegels) worden ingegraven.
Om schade aan de begrenzingsdraad te voorkomen, mag u het gebied waar deze is geplaatst niet verticuteren of harken.
Vermijd bij het leggen van de draad hoeken van minder dan 45°. Deze kunnen van invloed zijn op de prestaties.
Display

| Symbol | Betekenis |
| 1 |  | Terug-toets |
| 2 | [24AB] | BevestigingsknopAls de bevestigingsknop wordt ingedrukt tijdens het maaien, keert de maaier terug naar het laadstation |
| [YSCA] |
| 3 | [2378] | Rode LED aan: storing van maaier |
| 4 |  | Groene LED aan: maaier is ingeschakeldGroene LED uit: De maaier is niet actief en uw viercijferige pincode is vereist voor activering.Of de maaier is uitgeschakeld; schakel de maaier in met de aan/uit-schakelaar en voer uw viercijferige pincode in om de maaier te activeren.Opmerking: tijdens een software-update branden de groene LED en de rode LED. |
 |
 |
| [4ZZ20] |
 |
| [YKAO] |
| 5 |  | Knop links/rechts |
| 6 |  | Knop omlaag/omhoog |
| 7 | [8HOD] | Display met dialoogscherm |
| 8 |  | Tuinnummer (wordt weergegeven als er meer dan één tuinkaart in het maaiergeheugen staat) |
 |
| 9 |  | Netwerksignaal aanwezig |
| [5HOT] | Netwerksignaal afwezig |
Het display schakelt over naar de slaapstand als er gedurende 10 minuten geen invoer plaatsvindt.
Volg de instructies in de installatiehandleiding om de Miimo in een extra gazongebied te installeren.
Afzonderlijk gazongebied met een apart laadstation (zie afbeelding I, rechts): De maaier kan op maximaal drie verschillende gazons worden gebruikt. Voor een extra gazongebied zijn een apart laadstation (zie afbeelding A) en de noodzakelijke begrenzingsdraad en pinnen vereist. Als u een schema of de kalenderfunctie "Smart Timer" van Honda selecteert, wordt het gras van het gebied waarin de maaier zich bevindt binnen de tijdvakken gemaaid. Schakel de maaier uit wanneer deze tussen de afzonderlijke gazongebieden wordt getransporteerd. Opmerking: software-updates moeten op elk laadstation van de maaier worden uitgevoerd.
Om te onthouden welk laadstation bij welke tuin hoort, raden wij u aan de laadstations te voorzien van het tuinnummer en de tuinbeschrijving wanneer u deze voor de winter opslaat.
Zonder afzonderlijk laadstation: Het is mogelijk om de gazongebieden te verbinden door de begrenzingsdraden tussen de twee gazongebieden evenwijdig en zo dicht mogelijk bij elkaar te plaatsen (zie afbeelding I, linksboven). Het extra gazongebied zonder laadstation wordt niet in het kaartgeheugen geregistreerd en de maaier gebruikt de maaistrategie Map & Mow niet in dit gazongebied zonder laadstation. Het aanbevolen maximale gazongebied zonder laadstation is 50 m². De maaier maait totdat de accu leeg is en moet voor het opladen worden teruggebracht naar het laadstation.
Maaien
▶ Laat kinderen niet meerijden op de maaier.
▶ Druk op de stopknop boven op de maaier voordat u de maaier optilt. Til de maaier altijd op aan de handgreep. (zie afbeelding F)
Zorg ervoor dat er zich geen kleine dieren, zoals egels of schildpadden, in het maalgebied bevinden.
Nadat de installatie is voltooid, kunt u direct beginnen met maaien door op "maaien" te drukken in de gratis Honda Mii-monitor App. U kunt ook een geprogrammeerd schema instellen met behulp van de functie "Smart Timer" van Honda, die ook tockomstige maaisessies kan plannen op basis van wanneer er regen wordt voorspeld.
U kunt ook een handmatige "kalender" instellen op basis van uw specifieke behoeften.
De maaier moet een gazon 3 keer volledig maaien (3 volledige maaibeurten uitvoeren) om het gazon in te leren. Tijdens de inleerfase is het visuele resultaat mogelijk niet optimaal.
Hieronder vermelden we de geschatte bedrijfstijden voor volledige dekking van de tuin met behulp van Map & Mow. Houd er rekening mee dat de bedrijfstijden variëren afhankelijk van de complexiteit van het gazon en het aantal voorwerpen in de tuin.
100 m² 4 u
500 m² 16 u
700 m² 22 u
Stel een schema met regelmatige herhalingen in. Dit zorgt voor een goed maairesultaat, de accu gaat langer mee en u vermijdt maaisel op het gazon.
Wanneer de maaier aan het maaien is
In de modus "Handmatig" werkt de maaier totdat het gazon is gemaid. Het maaien wordt alleen onderbroken om de accu op te laden. Wanneer het gazon is gemaid, keert de maaier terug naar het laadstation.
In de programmeerbare modus "Kalender" of met de kalenderfunctie "Smart Timer" van Honda werkt de maaier continu gedurende een ingestelde tijdsduur. Het maaien wordt alleen onderbroken om de accu op te laden.
Als het maaien van het gazon vóór het verstrijken van de tijdsduur is voltooid, keert de maaier terug naar het laadstation.
Als u het maaien voortijdig wilt stoppen, drukt u op de knop Laadstation in de Honda Mii-monitor App. U kunt de maaier ook terug naar het laadstation sturen door op
bevestigen.
De maaier verlaagt het energieverbruik door de stroom in de begrenzingsdraad automatisch uit te schakelen wanneer hij niet maait en niet wordt opgeladen.
Om de maaier op afstand te activeren vanuit de energiebesparende modus, drukt u op "Maaien" in de Honda Mii-monitor App. Bij het activeren van een kalender of de Honda "Smart Timer"-functie wordt het draadsignaal automatisch ingeschakeld.
Kleine gazons maaien met "Place & Mow"
Place & Mow is bedoeld voor het maaien van kleine gebieden waarvoor een speciale behandeling nodig is zonder dat het hele gazon moet worden gemaaid, zoals het gebied onder een stuk tuinmeubilair dat is verwijderd. De maaier wordt in de linkerbenedenhoek van het te maaien gebied geplaatst (zie afbeelding H). Het uiteindelijke gemaaide gebied hangt af van de toestand van het gazon en is niet noodzakelijkerwijs een exact vierkant. Volg na het voltooien van "Place & Mow" de instructies op het scherm.
Opmerking: Om veiligheidsredenen kan "Place & Mow" niet buiten de begrenzingsdraad worden gebruikt.
Sensors
De maaier is uitgerust met de volgende sensoren:
- De tilsensor wordt geactiveerd wanneer de maaier wordt opgetild.
- De omvalsensor detecteert wanneer de maaier omvalt.
- De kantelsensor wordt geactiveerd wanneer de maaiereen hellingshoek van 32^ bereikt.
Wanneer een van de sensoren wordt geactiveerd, bijv. de tilsensor, worden de aandrijfmotoren en de maaibladen gestopt. Op het display verschijnt een bericht, bijvoorbeeld "opgetild".
- De obstakelsensor detecteert voorwerpen/obstakels langs de gehele voorkant van de maaier en veroorzaakt een richtingsverandering.
De accu opladen
De accu is voorzien van een temperatuurbewaking die het opladen alleen mogelijk maakt als de interne temperatuur van de accu tussen 5 °C en 45 °C ligt.
De lithium-ionaccu wordt gedeeltelijk opgeladen geleverd.
Het wordt aanbevolen de maaier in het laadstation op te laden tijdens het aanbrengen van de begrenzingsdraad.
De lithium-ionaccu kan op elk moment worden opgeladen zonder dat de levensduur wordt verkort. Het onderbreken van de oplaadprocedure leidt niet tot beschadiging van de accu.
Wanneer de accu bijna leeg of ontladen is, wordt de maaier uitgeschakeld door middel van een beveiligingscircuit: de messen bewegen niet meer.
In de onderstaande tabel worden de verschillende menu-items van de Miimo uitgelegd. De meeste van deze functies zijn ook beschikbaar via de Honda Mii-monitor App.
| Hoofdmenu | Submenu 1 Submenu 2 Uitleg |
Nu maaien | | Als u op de bevestigingsknop drukt, wordt de maaier uitgestuurd om te maaien. In de modus "Uit/Handmatig" werkt de maaier totdat op het display "tuin voltooid" wordt weergegeven.In de modus "Kalender" werkt de maaier tot het verstrijken van de tijdsduur of totdat "tuin voltooid" op het display verschijnt (afhankelijk van wat zich eerst voordoet). |
Kalender | Smart Timer | De Honda "Smart Timer"-functie is geoptimaliseerd op basis van de grootte van het gazon en biedt extra functies om verbinding te maken met een lokale aanbieder van weergegevens.In de standaardinstelling maait de maaier twee keer per week het volledige gazon, waarbij de maaier om 8 uur 's ochtends begint te maaien.U kunt uw Smart Timer-schema instellen met behulp van de gratis Honda Mii-monitor App. |
| Kalender Bewerken(geselecteerde dag) | Programmeer een maaischema door specifieke maaidagen en tijdvakken in te stellen (maximaal 2 per dag). |
| Niet maaien/Tijdvak verwijderenHiermee wordt het overeenkomstige tijdvak voor de geselecteerde dag verwijderd.Het aantal volledige maaibeurten per week voor het huidige schema wordt onderaan op het display weergegeven. |
| Uit/Handmatig Kies deze optie als u geen schema wilt gebruiken. De maaier begint alleen te maaien door "Nu maaien" te activeren. |
Hoofdmenu Submenu 1 Submenu 2 Uitleg
Maaimodus | Plaatsen & maaien Selecteer een grootte van 2 m x 2 m, 3 m x 3 m en 4 m x 4 m. |
| Maaien zonder laadstation | De maaier maait het extra gazongebied zonder laadstation in willekcurige modus totdat de accu leeg is. |
Beveiliging | Automatisch vergrendelen | Als er gedurende 3 minuten niet op de knoppen wordt gedrukt, worden deze automatisch vergrendeld.Aanbevolen om veiligheidsredenen en als bescherming tegen dicfstal. |
| – Aan Een pincode is vereist om de maaier na automatische vergrendeling opnieuw te activeren. |
| – Uit De knoppen zijn altijd gereed voor invoer. |
| PIN wijzigen Voor het wijzigen van een pincode moet u eerst de bestaande pincode invoeren. |
| Alarm | |
| – Aan Het alarm is geactiveerd. |
| – Uit Het alarm is uitgeschakeld. |
Datum en tijd | | Hiermee wijzigt u de datum en tijd. |
Taalkeuze | | Hiermee wijzigt u de taal van het display. |
Informatie | Systeemstatus Informatie over het opladen van de accu, systeeminformatie en de bedrijfs- en oplaadtijd voor de maaier. |
Geavanceerd | Draad-ID Hiermee wijzigt u de ID van de begrenzingsdraad wanneer er mogelijke interferenties in de buurt zijn. |
| Sensorinstelling/Toestand van gazon | Kies tussen Laag (oneffen terrein), Normaal en Hoog (glad terrein). Afhankelijk van de geselecteerde toestand van het gazon is de hobbelsensor van de maaier meer of minder gevoelig. |
| Opnicuw in kaart brengen | Hiermee verwijdert u de huidige kaart van de tuin. |
| Fabrieksinstellingen herstellen | Als u de fabrieksinstellingen van de maaier herstelt, worden alle persoonlijke instellingen (behalve de pincode) verwijderd.Na het herstellen van de fabrieksinstellingen moet de maaier de gazons opnicuw in kaart brengen. |
| Overzicht van tuinen Hiermee geeft u het aantal in kaart gebrachte tuinen, hun grootte, hun draad-ID en de datum van de laatste maaibeurt van de tuin weer. |
| Tuin verwijderen Hiermee verwijdert u één specifieke tuinkaart of selecteert u het verwijderen van alle kaarten tegelijk. |
| Naam van maaier Hiermee wijzigt u de naam die op het display wordt weergegeven. De naam kan ook worden gewijzigd in de Honda Mii-monitor App. Alleen letters van het Latijnse alfabet kunnen worden gebruikt. Het aantal letters is beperkt. Deze functie is niet in elke taal beschikbaar.In sommige talen (bijv. Tsjechisch of Pools) heeft een naamswijziging geen invloed op de weergave vanwege specifieke grammaticale verzoeken. |
Hoofdmenu Submenu 1 Submenu 2 Uitleg

Tools
Controle niveau
Informatie over de hoek van de maaier ten opzichte van het terrein. Als de maaier zich in het laadstation bevindt en de stip op het display zich niet binnen de aangegeven cirkel bevindt, moet het laadstation worden verplaatst naar een nieuwe, vlakkere locatie.
Draadsignaal Hiermee detecteert u het draadsignaal dat wordt ontvangen van de begrenzingsdraad, met aanduiding van de sterkte (voor servicevertegenwoordiger).
De maaiier ontvangt geen draadsignaal wanneer hij in het laadstation staat.
Probleemoplossing



Probleem Mogelijke oorzaak Corrigerende maatregel
| Het LED-lampje op het laadstation knippert | De begrenzingsdraad is doorgesneden, te lang of te kort. Draad niet aangesloten en maaier niet in het laadstation. | Controleer of de begrenzingsdraad niet is onderbroken en een lengte tussen 20 en 350 meter heeft. Schakel vervolgens de voeding uit en weer in.Volg de instructies in de installatiehandleiding om de maaier te installeren. |
| Overmatige trillingen/overmatig geluid | Loszittende mesbout Haal de mesbout aan met een aanhaalmoment van 2,5 Nm. |
| Maaiblad beschadigd/verbogen Vervang het maaiblad (zie afbeelding K). |
| Maaier gaat niet betrouwbaar naar het laadstation | Begrenzingsdraad niet goed op het laadstation bevestigd | Volg de instructies in de installatiehandleiding voor het leggen van de begrenzingsdraad. |
| Begrenzingsdraad dicht bij een storingsbron | Verwijder overtollige (bijv. opgerolde) begrenzingsdraad rond het laadstation.Wijzig de ID van de begrenzingsdraad in het menu. |
| Maaier werkt niet Aan/uit-schakelaar niet ingeschakeld | Verwijder de maaier uit het laadstation, schakel de aan/uit-schakelaar in en plaats de maaier terug in het laadstation (zorg ervoor dat het laadstation is ingeschakeld - LED brandt groen). |
| Mogelijke verstopping Schakel altijd eerst de aan/uit-schakelaar uit en controleer vervolgens onder de maaier. Maak de onderkant indien nodig vrij (draag altijd beschermende handschoenen). |
| Accu niet volledig opgeladen Plaats de maaier in het laadstation zodat deze kan worden opgeladen. Het laadstation moet zijn ingeschakeld. |
| Gras te hoog Maai het gazon met een conventionele grasmaaier op de laagste maaihoogte voordat u de maaier gebruikt. |
| Accu te warm/koud De maaier werkt bij een interne accutemperatuur tussen 5 °C en 45 °C. Laat de maaier afkoelen/opwarmen. Als de storing zich regelmatig voordoet, moet u het laadstation in de schaduw plaatsen. |
| Probleem Mogelijke oorzaak Corrigerende maatregel |
| Maaier staat op het gazon met het display uitgeschakeld | Problemen bij de bediening Druk op de bevestigingsknop om het scherm te laten oplichten of plaats de maaiier in het laadstation. |
| Maaier laadt niet op Accu te warm/koud De maaier werkt bij een interne temperatuur tussen 5 °C en 45 °C. Laat de maaier afkoelen/opwarmen. Als de storing zich regelmatig voordoct, moet u het laadstation in de schaduw plaatsen. |
| Laadstation niet ingeschakeld Schakel de voeding van het laadstation in. Als het laadstation niet kan worden ingeschakeld, neem dan contact op met uw officiële Honda-dealer. |
| Laadpennen gecorrodeerd Reinig de laadpennen. |
| Maaier is buiten begrenzingsdraad | Begrenzingsdraad op een helling | Zorg voor een afstand van 30 cm tussen de begrenzingsdraad en de helling, die maximaal 15°/27% mag zijn. |
| Obstakel nabij begrenzingsdraad Verwijder het obstakel. |
| Delen van het gazon zijn niet gemaaid | De maaier moet meer maaibeurten uitvoeren om de tuin te voltooien | Laat de maaier 3 volledige maaibeurten uitvoeren om het hele gazon te dekken. |
| Tijdvak niet lang genoeg voor tuingrootte | Verleng het maaitijdvak of gebruik de kalenderfunctie "Smart Timer" van Honda. |
| Afstand tussen de begrenzingsdraden te klein | Vergroot de afstand tussen de begrenzingsdraden tot minimaal 75 cm. |
| Zware maai-omstandigheden Selecteer de optie "ongelijk terrein/lage gevoeligheid" bij het menu-item "Toestand van gazon/hobbelsensor". Maak de tuin vlak/verwijder hobbels/baken ongeschikte gebieden af met de begrenzingsdraad - Volg de instructies in de installatiehandleiding. |
| Gras te hoog Selecteer de optie "ongelijk terrein/lage gevoeligheid" bij het menu-item "Toestand van gazon/hobbelsensor". |
| Hellingen in de tuin te steil Zorg ervoor dat de maaier alleen wordt gebruikt op hellingen van 15 graden of minder en dat de volledige tuin zich niet op een helling bevindt. |
| Maaier komt vast te zitten in de tuin | Voorwerpen/obstakels niet afgebakend | Gebruik de begrenzingsdraad voor het afbakenen van obstakels waar de maaier vaak vast komt te zitten. |
| Nieuw gelegd gazon | Wacht een paar weken tot de bodem zich heeft gestabiliseerd voordat u de maaier gebruikt. Selecteer de optie "ongelijk terrein/lage gevoeligheid" bij het menu-item "Toestand van gazon/hobbelsensor". Wacht na het sproeien zo lang mogelijk voordat u de maaier inschakelt. |
| De maaier maait per ongeluk bloemen, enz. of rijdt over bepaalde obstakels | Voorwerpen/obstakels lager dan 5 cm niet afgebakend | Baken het obstakel af met de begrenzingsdraad, waarbij u zorgt voor een afstand van 30 cm tot het voorwerp, of verwijder de voorwerpen/obstakels. |
Probleem Mogelijke oorzaak Corrigerende maatregel
| Maaier lijkt niet logisch te maaien | Het Map & Mow-systeem is afhankelijk van de omstandigheden in de tuin. De maaier hoeft niet noodzakelijkerwijs verder te gaan in het volgende ongemaai de gebied. | Meer informatie vindt u in de installatiehandleiding. Als dit gedrag vaak opnieuw optreedt, breng de tuin dan opnieuw in kaart. |
| De maaier rijdt niet altijd in een rechte lijn tussen gebieden | Geen corrigerende maatregelen nodig. |
| De maaier vindt vaak niet de juiste positie of draait vaak ter plekke | Wijzig de draad-ID. |
| Draad gekruist bij het afbakenen van een voorwerp | Volg de instructies in de installatiehandleiding. |
| De maaier rijdt in willekeurige banen over een extra gazon zonder laadstation. | Normaal gedrag. Het Map & Mow-systeem werkt alleen in gebieden met een laadstation. |
| De begrenzingsdraad wordt steeds opnieuw doorgesneden | Draad zit niet strak tussen de pinnenDe afstand tussen de pinnen is groter dan 75 cm | Trek de draad strak en zorg ervoor dat de afstand tussen de pinnen maximaal 75 cm is. Volg de instructies in de installatiehandleiding. Gebruik de draadverbindingen om de doorgesneden draad te repareren. |
| Maaier levert een onverzorgde afwerking/maairesultaat van slechte kwaliteit af | De maaier maait niet vaak genoeg | Maai vaker voor een goed resultaat (bijv. door meer/ langere tijdvakken in het schema). |
| Botte maaimessen | Draai de messen om of vervang ze (zie afbeelding K). |
| Mogelijke verstopping Schakel altijd eerst de aan/uit-schakelaar uit en controleer vervolgens onder de maaier. Maak de onderkant indien nodig vrij (draag altijd beschermende handschoenen). |
| Begrenzingsdraad wordt niet gedetectceerd | Geen voeding bij het laadstation Controleer of het laadstation is ingeschakeld (LED brandt). |
| Begrenzingsdraad doorgesneden Controleer de begrenzingsdraad op beschadiging. |
| Onjuiste installatie (bijv. onvoldoende afstand tussen draden) | Volg de instructies in de installatiehandleiding. |
| Begrenzingsdraad dicht bij een storingsbron | Verwijder overtollige (bijv. opgerolde) begrenzingsdraad rond het laadstation. Wijzig de ID van de begrenzingsdraad in het menu. |
| De knop voor de maaihoogte zit vast | Mogelijke verstopping Schakel altijd eerst de aan/uit-schakelaar uit en controleer vervolgens onder de maaier. Maak de onderkant indien nodig vrij (draag altijd beschermende handschoenen). |
Aftersales-service en toepassingsservice
Vermeld bij alle correspondentie en bestellingen van reserveonderdelen altijd het 4+7-cijferige artikelnummer dat op het typeplaatje van de maaier is vermeld.
Mogelijk is ook de softwareversie van uw maaier vereist (zie "Menu > Instellingen > Informatie").
Als u wordt verzocht de maaier aan de officiële
Hondadealer terug te bezorgen, moeten de maaier en het
laadstation altijd samen worden geretourneerd.
Het product moet regelmatig worden gecontroleerd en onderhouden om veilig gebruik en hoogstaande prestaties te waarborgen.
Door regelmatig onderhoud zal het apparaat ook langer mee gaan.
Honda raadt u aan de jaarlijkse onderhoudsbeurt door uw officiële Honda-dealer te laten uitvoeren.
Vervoer
Voor de meegeleverde lithium-ionaccu's gelden de wettelijke vereisten voor gevaarlijke goederen. De accu's zijn geschikt voor wegtransport door de gebruiker zonder verdere beperkingen.
Bij verzending via derden (bijv. luchttransport of expediteur) moeten speciale eisen op het gebied van verpakking en etikettering worden opgevolgd. Voor de voorbereiding van het te verzenden item moet u een expert in gevaarlijk materiaal raadplegen.
Afvoeren

Het tuingereedschap, de accu's, accessoires en verpakking moeten worden gesorteerd voor milieuvriendelijke recycling.

Zorg ervoor dat tuingereedschappen en accu's/oplaadbare accu's niet met het huisvuil worden afgevoerd!
Alleen voor EU-landen:
In overeenstemming met de Europese wet 2012/19/EU moeten elektrische en elektronische apparaten die niet meer bruikbaar zijn afzonderlijk en op een milieuvriendelijke manier worden afgevoerd. Hetzelfde geldt voor defecte of gebruikte accupakketten/accu's, in overeenstemming met de Europese wet 2006/66/EG.
Accupakketten/accu's
Li-ion:
Houd u aan de instructies onder Transport.