CW 3 Klean!Star - Niet gecategoriseerd Kärcher - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CW 3 Klean!Star Kärcher in PDF-formaat.

📄 328 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice Kärcher CW 3 Klean!Star - page 94
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Kärcher

Model : CW 3 Klean!Star

Categorie : Niet gecategoriseerd

Download de handleiding voor uw Niet gecategoriseerd in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CW 3 Klean!Star - Kärcher en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CW 3 Klean!Star van het merk Kärcher.

GEBRUIKSAANWIJZING CW 3 Klean!Star Kärcher

  • Per un'alimentazione di tensione senza errori conformarsi ai valori di allaccia- mento Gestore, elettricista Errore Causa Correzione ResponsabileItaliano 93 Dati tecnici Con riserva di modifiche tecniche. Consumo di acqua e consumo di detergente Il consumo di acqua dipende dalla lunghezza del veicolo, dalle dotazioni dell'impianto e dal programma di lavaggio. I valori forniti sono un esempio di consumo per lavaggio veicolo. Nota Condizioni limite: ● Lunghezza del veicolo 4,5 m Dichiarazione di conformità UE Con la presente dichiariamo che la macchina di seguito definita, in conseguenza della sua progettazione e costruzione nonché nello stato in cui è stata immessa sul mercato, è conforme ai re- quisiti essenziali di sicurezza e salute pertinenti delle direttive UE. In caso di modifiche apportate alla macchina senza il nostro consenso, la presente dichiarazione perde ogni validità. Prodotto: Impianti di autolavaggio Tipo: 1.534-xxx Direttive UE pertinenti 2006/42/CE (+2009/127/EG) 2014/30/UE 2009/125/CE + 2009/1781 Norme armonizzate applicate EN ISO 12100 EN 17281 EN 60204-1 EN 61000-6-2: 2005 + AC: 2005 EN 61000-6-4: 2007 + A1: 2001 I firmatari agiscono per incarico e con delega della direzione. CW 3 / CW 5 (CWB 3/1) CW 3 / CW 5 (CWB 3/2) CW 3 / CW 5 (CWB 3/3) Dimensioni impianto Altezza di lavaggio mm 2100, 2200, 2300 2400, 2500, 2600 2700, 2800, 2900 Altezza telaio mm 2900 3200 3500 Altezza totale mm 2930, 3030, 3130 3230, 3330, 3430 3530, 3630, 3730 Larghezza telaio mm 3500 3500 3500 Larghezza totale spazzole laterali mm 4040 4040 4040 Larghezza totale protezione antispruzzo mm 4060 4060 4060 Profondità del telaio / Profondità con spazzole in rotazione mm 1600 / 2170 1600 / 2170 1600 / 2170 Lunghezza totale capannone corto mm 2070 2070 2070 Larghezza impianto all'altezza specchio mm 2450 2450 2450 Larghezza impianto nella zona del lavaggio ruote mm 2100 2100 2100 Larghezza pista rotaie di scorrimento mm 2550, 2700, 2800 2550, 2700, 2800 2550, 2700, 2800 Larghezza capannone con distanza di sicurezza mm 4500 4500 4500 Spazzole di lavaggio Diametro spazzole laterale mm 975 975 975 Numero di giri delle spazzole 1/min 107 107 107 Diametro spazzole orizzontali mm 975 975 975 Numero di giri delle spazzole orizzontali 1/min 127 127 127 Velocità del portale m/min 0 - 24 0 - 24 0 - 24 Collegamento elettrico Tensione di rete V 400 400 400 Frequenza Hz 50 50 50 Potenza assorbita dalla rete kW 10-16 10-16 10-16 Fusibile dispositivo di comando max. A 35-50 35-50 35-50 Collegamento idrico Diametro nominale Pollici 1 1 1 Pressione flusso secondo DIN 1988 (con 100 l/min) MPa 0,4 - 0,6 0,4 - 0,6 0,4 - 0,6 Temperatura max. °C 50 50 50 Attacco utensile ad aria compressa Diametro nominale Pollici 1/2 1/2 1/2 Pressione MPa 0,6 - 0,8 0,6 - 0,8 0,6 - 0,8 Consumo / Lavaggio (senza dispositivo antigelo, in base al programma con veicolo lungo 4,5 m) l505050 Consumo con antigelo, circa l 700 700 700 Valori rilevati secondo EN 60335-2-79 Livello sonoro processo di lavaggio con asciugatura dB(A) 87 87 87 Livello sonoro solo funzionamento asciugatrice dB(A) 91 91 91 Modulo di alta pressione del livello sonoro dB(A) 86 86 86 Potenza sonora processo di lavaggio con asciugatura dB(A) 101 101 101 Potenza sonora solo funzionamento asciugatrice dB(A) 105 105 105 Potenza sonora modulo alta pressione dB(A) 101 101 101 Incertezza dB(A) 3 3 394 Nederlands Responsabile della documentazione: S. Reiser Alfred Kärcher SE & Co. KG Alfred-Kärcher-Str. 28 - 40 71364 Winnenden (Germany) Tel.: +49 7195 14-0 Fax: +49 7195 14-2212 Winnenden, 01/11/2022 Inhoud Algemene instructies Voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, dient u deze originele gebruiksaanwijzing en het hoofdstuk veiligheidsinstructies door te lezen en deze in acht te nemen. Bewaar deze voor later gebruik of voor de volgende eigenaar. Milieubescherming De verpakkingsmaterialen zijn herbruikbaar. Verwijder ver- pakkingen op een milieuvriendelijke manier. Elektrische en elektronische apparaten bevatten waardevol- le recyclebare materialen en vaak bestanddelen zoals batte- rijen, accu's of olie, die bij onjuiste omgang of verkeerd afvalverwijdering een potentieel gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu kunnen vormen. Voor een correcte werking van het apparaat zijn deze bestanddelen echter noodza- kelijk. Voer apparaten met dit symbool niet samen met het huis- vuil af. Instructies betreffende ingrediënten (REACH) Actuele informatie over ingrediënten vindt u op: www.kaer- cher.de/REACH Veiligheidsinstructies Bij een verkeerde bediening of verkeerd gebruik dreigt er gevaar voor de bediener en andere personen door: ● Hoge waterdruk ● Hoge elektrische spanning ● Perslucht ● Zuiveringsmiddelen Lees, om risico's voor personen, dieren en dingen te voorkomen, vóór het eerste gebruik van de installatie: ● De gebruiksaanwijzing inclusief alle veiligheidsinstructies ● De betreffende nationale voorschriften van de wetgever ● De veiligheidsinstructies die bij de gebruikte reinigingsmidde- len zijn bijgevoegd Vergewis u ervan: ● Dat u zelf alle aanwijzingen begrepen hebt ● Dat alle gebruikers van de installatie inzake de aanwijzingen op de hoogte zijn gesteld en deze begrepen hebben Alle personen die met de plaatsing, inbedrijfstelling en bediening te maken hebben, moeten: ● Adequaat gekwalificeerd zijn ● De gebruiksaanwijzing kennen en in acht nemen ● De betreffende voorschriften kennen en in acht nemen Zorg ervoor dat in geval van zelfbediening alle gebruikers door middel van duidelijk zichtbare aanwijzingen worden geïnfor- meerd over: ● Mogelijke gevaren ● Veiligheidsvoorschriften ● De bediening van de installatie De gebruiksaanwijzing moet door de exploitant van de wasinstal- latie conform de plaatselijke en personele omstandigheden in een gebruiksinstructie worden omgezet. De gebruiksinstructie moet op een geschikte manier door klaarleggen of ophangen aan de werkplek bekend worden gemaakt. Gevarenniveaus GEVAAR ● Aanwijzing voor direct dreigend gevaar dat tot zware of dodelij- ke verwondingen leidt. 몇 WAARSCHUWING ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot zware of dodelijke verwondingen kan leiden. 몇 VOORZICHTIG ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot lichte verwondingen kan leiden. LET OP ● Aanwijzing voor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot materi- ële schade kan leiden. Voorschriften en richtlijnen Voor het gebruik van deze installatie gelden in de bondsrepubliek Duitsland volgende voorschriften en richtlijnen (verkrijgbaar bij Carl Heymanns Verlag KG, Luxemburger Straße 449, 50939 Köln): ● Voorschrift inzake ongevallenpreventie "Algemene voorschrif- ten" BGV A1 ● Veiligheid voertuigwasinstallaties EN 17281 ● Verordening m.b.t. de bedrijfsveiligheid (BetrSichV) Voertuigwasinstallaties Het bedienen, bewaken, onderhouden en controleren van voer- tuigwasinstallaties mag alleen door personen worden uitgevoerd die met deze werkzaamheden en met de gebruiksaanwijzing ver- trouwd zijn en die over de met de installatie gepaard gaande ge- varen zijn geïnformeerd. Minerale olie bevattend afvalwater LET OP Milieuverontreiniging door voertuigen Lekkende oliën. Bescherm de bodem en voer de afgewerkte olie op een milieu- vriendelijke manier af. Laat de tandwielolie en minerale olie bevattend afvalwater niet in de bodem of wateren terechtkomen. Behandel het afvalwater vooraleer u het in de riolering terecht laat komen. Neem de plaatselijk geldende wettelijke bepalingen en afvalwa- tervoorschriften in acht. Zelfbediening Bij zelfbedieningswasinstallaties moet tijdens de bedrijfsgereed- heid een persoon bereikbaar zijn die met de wasinstallatie ver- trouwd is en die in geval van storing de voor het vermijden van eventuele gevaren nodige maatregelen kan uitvoeren of kan la- ten uitvoeren. Voor de gebruiker van de wasinstallatie moeten goed zichtbare instructies over bediening en reglementair gebruik van de wasin- stallatie aan de wasinstallatie zijn aangebracht. Algemene instructies p. 94
  • Milieubescherming p. 94
  • Veiligheidsinstructies p. 94
  • Reglementair gebruik p. 96
  • Wateraansluiting p. 96
  • Toebehoren en reserveonderdelen p. 97
  • Installatiebeschrijving p. 97
  • Bedieningselementen p. 100
  • Displaybeschrijving p. 102
  • Inbedrijfstelling p. 104
  • Werking p. 104
  • Buitenwerkingstelling p. 107
  • Onderhoud p. 108
  • Hulp bij storingen p. 114
  • Garantie p. 116
  • Technische gegevens p. 116
  • EU-conformiteitsverklaring Nederlands 95 Onderhoud en instandhouding Onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden mogen princi- pieel alleen bij een uitgeschakelde wasinstallatie worden uitge- voerd. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door machinebewegingen Schakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudings- werkzaamheden uit. Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot. Gebruik met reinigingsmiddel 몇 WAARSCHUWING Gevaar door voor de gezondheid gevaarlijke stoffen in reini- gingsmiddelen Neem de veiligheidsgegevensbladen van de reinigingsmiddelen in acht. Neem de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen in acht. Draag voorgeschreven veiligheidskleding, zoals veiligheidsbril en veiligheidshandschoenen. LET OP Verhoogd corrosiegevaar door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen Verwerk volgende reinigingsmiddelen aan de installatie niet: Reinigingsmiddelen die voor de reiniging van de washal bestemd zijn. Reinigingsmiddelen die voor de uitwendige reiniging van de wasinstallatie bestemd zijn. Zure reinigingsmiddelen. Reinigingsmiddelen die met een afzonderlijk toestel op het voer- tuig aangebracht worden (bijv. velgreiniger). Middel voor de afvalwaterbehandeling. Betreden van de portaalwasinstallatie GEVAAR Gevaar door betreden van de portaalwasinstallatie Verbied voor onbevoegde personen het betreden van de portaal- wasinstallatie. Wijs duidelijk en permanent op het toegangsverbod. Glijgevaar LET OP Glijgevaar door natheid Draag geschikt schoeisel bij het betreden van de installatie en beweeg voorzichtig. Wijs klanten door geschikte en permanent aanwezige borden op het glijgevaar. Bediening van de installatie 몇 WAARSCHUWING Gevaren door foute bediening Personen die de installatie bedienen, moeten: over het gebruik van de installatie geïnstrueerd zijn, hun kunde m.b.t. het bedienen hebben aangetoond, expliciet de opdracht hebben gebruik voor het gebruik. De gebruiksaanwijzing moet voor elke bediener toegankelijk zijn. De installatie mag niet worden bediend door personen onder 18 jaar. Uitzondering hierop vormen leerlingen boven 16 jaar onder toezicht. 몇 WAARSCHUWING Struikelgevaar door op de grond liggende voorwerpen of toevoerleidingen Verwijder vóór de ingebruikneming van de installatie op de was- plaats liggende voorwerpen. Vorstgevaar 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel en beschadiging door ijsvorming in de in- stallatie Tap bij vorstgevaar het water uit de installatie af. Houd de verkeerswegen voor alle personen slipvast (bijv. vloer- verwarming, kiezel). Werkplek De installatie wordt aan het bedieningspaneel of een waskaart-/ codelezer in gebruik genomen. ● Vóór de wasbeurt moeten de inzittenden het voertuig verlaten. ● Tijdens het wasproces is het betreden van de installatie verbo- den. Gevarenbronnen Algemene gevaren GEVAAR Verwondingsgevaar door ontsnappende perslucht, hoge- drukwater aan de sproeierkop alsook wegvliegende vuil- deeltjes of dergelijke in het bereik van de roterende borstels! Loskomende vuildeeltjes of voorwerpen kunnen personen of die- ren verwonden. Perslucht of hogedrukwater kan zelfs bij een uitgeschakelde in- stallatie nog onder druk staan. Houd de halbodem vrij van los rondslingerende voorwerpen. Bedien de persluchtinstallatie resp. het hogedruksysteem voor- zichtig. Draag bij werkzaamheden een veiligheidsbril. Explosiegevaar GEVAAR Explosiegevaar Gebruik de installatie niet in de buurt van explosieve ruimtes. Hiervan uitgezonderd zijn uitdrukkelijk hiervoor bedoelde en als zodanig aangeduide installaties Gebruik als reinigingsmiddel geen explosieve of giftige stoffen, zoals bijv.: ● Benzine ● Stookolie of dieselbrandstof ● Oplosmiddelen ● Oplosmiddelhoudende vloeistoffen ● Zuren ● Aceton Instructie Vraag bij de fabrikant na als u niet zeker bent. Gehoorschade De van de installatie uitgaande geluiden zijn zonder gevaar voor de klant van de wasinstallatie vanwege de kortstondige belasting. Instructie Aan de inrijzijde bedraagt het geluidsniveau bij droge werking 91 dB(A). 몇 WAARSCHUWING Gehoorschade voor bedieningspersoneel bij droge werking Draag bij droge werking een gehoorbescherming. Gehoorschade door hoog volume in de machineruimte Draag geschikte gehoorbescherming tijdens het verblijf in de ma- chineruimte. Elektrische gevaren GEVAAR Gevaar voor elektrische schok Neem elektrische onderdelen en leidingen nooit met natte han- den vast. Zorg ervoor dat elektrische aansluitkabels of verlengsnoeren niet door erover te rijden, te pletten, te vervormen of dergelijke kun- nen worden beschadigd. Bescherm kabels tegen hitte, olie en scherpe randen. Richt nooit een waterstraal op elektrische apparaten of installa- ties. Bescherm alle stroomvoerende delen in het werkbereik tegen waterstralen. Sluit de installatie uitsluitend aan op stroombronnen die in over- eenstemming met de voorschriften zijn geaard. Laat alle werkzaamheden aan elektrische onderdelen van de in- stallatie alleen door een elektricien uitvoeren.96 Nederlands Voor de gezondheid gevaarlijke stoffen GEVAAR Gevaar door voor de gezondheid gevaarlijke stoffen Neem absoluut de bijgevoegde en opgedrukte instructies voor de reinigingsmiddelen in acht. Drink nooit het door de installatie afgegeven water! Door het bij- gemengde reinigingsmiddel bezit het geen drinkwaterkwaliteit. Neem de voorschriften m.b.t. de kiemremming van de fabrikant van de zuiveringsinstallatie in acht als u voor het gebruik van de installatie industriewater gebruikt. Zorg ervoor dat stoffen, die niet bij een algemeen gebruikelijke buitenreiniging van voertuigen ontstaan (zoals bijv. zware meta- len, pesticiden, radioactieve stoffen, fecaliën of smetstoffen), niet in de wasinstallatie terechtkomen. Gevaar door stroomuitval Het ongecontroleerd heropstarten van de installatie na een stroomuitval is door constructieve maatregelen uitgesloten. Gevaar voor het milieu door afvalwater Neem de plaatselijke bepalingen voor de afvalwaterafvoer in acht. Instandhouding en bewaking Om een veilige werking van de installatie te garanderen en geva- ren bij onderhoud, bewaking en controle te verhinderen, moeten de betreffende aanwijzingen in acht worden genomen. Onderhoud en instandhouding Onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden moeten door een deskundige persoon op regelmatige tijdstippen volgens de aanwijzingen van de fabrikant worden uitgevoerd. Neem hierbij bestaande bepalingen en veiligheidseisen in acht. Laat werk- zaamheden aan de elektrische installatie alleen door een elektri- cien uitvoeren. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door machinebewegingen Schakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudings- werkzaamheden uit. Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door persluchttanks en -leidingen die na het uitschakelen van de installatie onder druk staan. Bouw vóór alle werkzaamheden aan de installatie de druk af. Controleer de drukloosheid aan de manometer van de onder- houdseenheid. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door hogedruksysteem dat na het uit- schakelen van de installatie onder druk staat. Schakel vóór alle werkzaamheden aan de installatie het hoge- druksysteem drukloos. Bewaking. Deze wasinstallatie moet vóór de eerste inbedrijfstelling en daar- na minstens halfjaarlijks door een deskundige persoon op veilige toestand worden gecontroleerd. Deze controle omvat vooral: ● Visuele controle m.b.t. uiterlijk herkenbare slijtage resp. be- schadiging ● Functiecontrole ● Volledigheid en werking van veiligheidsinrichtingen bij zelfbe- dieningsinstallaties dagelijks vóór het begin van het werk, bij bewaakte installaties indien nodig, minstens echter een keer per maand. Originele onderdelen gebruiken Gebruik uitsluitend originele onderdelen van de fabrikant of door hem aanbevolen onderdelen, omdat anders garantieclaims ver- vallen. Neem alle veiligheids- en gebruiksinstructies in acht die bij deze onderdelen zijn meegeleverd. Dit betreft: ● Reserveonderdelen en slijtageonderdelen ● Toebehoren ● Bedrijfsstoffen ● Zuiveringsmiddelen Veiligheidsinrichtingen De hogedrukpompen voor de voorziening van de bodemwasin- richting en het hogedrukwassen hebben de volgende veiligheids- inrichtingen. Veiligheidsventiel Het veiligheidsventiel gaat open bij overschrijding van de toege- stane bedrijfsoverdruk en het water stroomt drukloos naar buiten. Reglementair gebruik Deze wasinstallatie is uitsluitend voor de uitwendige reiniging van personenauto's met standaarduitrusting en gesloten leverwa- gens bestemd. Tot het reglementaire gebruik behoren ook: ● Naleven van alle aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing. ● In acht nemen van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften. LET OP Gevaar voor beschadiging van de voertuigen bij het gebruik van CareTouch-borstels Rust de installatie met een aanbouwset hoge druk uit of reinig de voertuigen voor als u CareTouch-borstels gebruikt. Afmetingen in acht nemen Om schade aan voertuigen en de wasinstallatie te vermijden, mo- gen alleen personenauto's en gesloten leverwagens overeen- komstig de opgegeven grensmaten worden gereinigd, zie hoofdstuk Technische gegevens. Wateraansluiting Om het drinkwaternet te beschermen, moet er conform EN 1717 een netscheiding van categorie 5 tussen installatie en drinkwater- netwerk worden ingebouwd. Opstelling De installatie moet door gekwalificeerd vakpersoneel worden op- gesteld. Bij de opstelling moeten de plaatselijk geldende veilig- heidsbepalingen in acht worden genomen (bijv. afstanden tussen installatie en gebouw). Te voorzien fout gebruik Niet-reglementair gebruik is verboden. Het bedieningspersoneel is aansprakelijk voor gevaar dat door het niet toegestane gebruik ontstaat. Het gebruik voor andere doeleinden dan in deze documentatie beschreven is verboden. LET OP Materiële schade aan voertuigen en installatie door het niet naleven van de voertuiggrensmaten Neem de opgegeven voertuiggrensmaten in acht, zie hoofdstuk Technische gegevens. De portaalwasinstallatie is niet geschikt voor de reiniging van: ● Speciale motorvoertuigen, zoals bijv. voertuigen met naar vo- ren boven de voorruit of naar achteren boven de achterruit staande dak- en alkoofopbouweenheden ● Bouwmachines ● Voertuigen met aanhanger ● Tweewiel- en driewielvoertuigen ● Voertuigen met dubbele banden ● Pick-ups (optioneel mogelijk) ● Cabrio's met open kap ● Cabrio's met gesloten kap zonder bewijs van de fabrikant voor geschiktheid voor wasinstallaties Worden deze aanwijzingen niet in acht genomen, dan is de fabrikant van de installatie niet aansprakelijk voor daaruit resulterend(e) ● lichamelijk letsel, ● materiële schade, ● letsels bij dieren.Nederlands 97 Ongeschikte reinigingsmiddelen LET OP Verhoogd corrosiegevaar door het gebruik van ongeschikte reinigingsmiddelen Volgende reinigingsmiddelen mogen niet door de installatie wor- den verwerkt: ● Reinigingsmiddelen die voor de reiniging van de washal be- stemd zijn. ● Reinigingsmiddelen die voor de uitwendige reiniging van de wasinstallatie bestemd zijn. ● Zure reinigingsmiddelen. ● Reinigingsmiddelen die met een afzonderlijk toestel op het voertuig aangebracht worden (bijv. velgreiniger). ● Middel voor de afvalwaterbehandeling. Toebehoren en reserveonderdelen Gebruik alleen origineel toebehoren en originele reserveonder- delen. Deze garanderen een veilige en storingsvrije werking van het apparaat. Informatie over toebehoren en reserveonderdelen vindt u onder www.kaercher.com. Installatiebeschrijving Installatieoverzicht inrijzijde 1 Zuil 1 2 Sproeiers borstelbewaking (circuit A1 / A2 / A3 optionele in de plaats van C3) 3 Dakborstel 4 Zuil 2 5 Hogedrukventielen 6 Pneumatisch ventieleiland 7 Doseerpompen 8 Onderhoudseenheid 9 Drukregelaar 10 Reinigings- en onderhoudsmiddel 11 Onderstel 12 Sproeiers vers water, chemische drooghulp, was (circuit A1) 13 Sproeiers velgschuim / velgen voorsproeien 14 Wielwasinrichting 15 Hogedruksproeier wielwasser / wielkastreiniging 16 Sproeiers schuim, insecten, intensief Basic (circuit B2) 17 Sproeiers industriewater, shampoo (circuit B1) 18 Hogedruksproeiers 19 Looprails 20 Indicatie wasfase 21 Positioneringslamp98 Nederlands Installatieoverzicht uitrijzijde 1 Zijborstel 2 2 Dakborstel 3 Sproeiers polijsten (circuit C3) 4 Sproeiers vers water, chemische drooghulp, was (circuit C2) 5 Sproeiers industriewater, shampoo (circuit C1) 6 Dakventilatormotor 7 Rotatiemotor zijborstel 2 8 Dakdroger 9 Rotatiemotor zijborstel 1 10 Zijborstel 1 Standaarduitrusting Zijborstels De roterende zijborstels reinigen het voertuig aan de zijkant, vooraan en achteraan. Dakborstel De roterende dakborstel verwijdert het vuil van de bovenkant van het voertuig. Wielwasinrichting (schijfborstel) Voor een grondige velgenreiniging is de wasinstallatie met twee wielwasinrichtingen uitgerust. De positie van de wielen wordt door een fotocel geregistreerd. De roterende borstels worden door pneumatische cilinders tegen de velg gedrukt. De besproeiing van de borstels gebeurt telkens door een in het centrum aangebrachte sproeier. Instructie Een in de hoogte verstelbare wielwasinrichting is optioneel ver- krijgbaar. Sproeiers en sproeibogen Met de sproeiers en sproeibogen wordt industriewater en schoon water op het voertuig gesproeid. Afhankelijk van het wasprogramma wordt het water met reini- gings- en onderhoudsmiddel gemengd. A1 = schoon water, chemische drooghulp (CTH), was A2 = industriewater, shampoo A3 = polijsten (optioneel, in de plaats van C3) B1 = industriewater, shampoo B2 = schuim, insecten, intensief Basic C1 = industriewater, shampoo C2 = schoon water, CTH, was C3 = polijsten G = velgen voorspuiten L = teerverwijderaar K = bandenglans H 2 = hoge druk wielwas H 3 = zijdelingse hogedruksproeiers H4 = hogedruksproeiers dakNederlands 99 Schuim-wasbeurt Het reinigingsmiddel voor de voorreiniging wordt ter verlenging van de inwerktijd als schuim aangebracht. Vuilvangers De vuilvangers houden deeltjes tegen die de sproeiers zouden kunnen verstoppen. Doseerpompen De doseerpompen voegen reinigings- en onderhoudsmiddel aan het water toe. Zijdrogers Uit de drogers stroomt de voor het droogblazen van de voertuig- zijden benodigde lucht. Dakdroger De drogerbalken worden langs de contouren van het voertuig ge- leid. Ingebouwde ventilatoren zorgen voor de luchtstroom die no- dig is om het voertuig te drogen. Positioneringslamp De positioneringslamp heeft volgende functies: ● Vóór het wassen voor het positioneren van het voertuig. ● Na het wassen wordt de uitrijrichting weergegeven. ● Weergave van storingen. Fotocellen Met de fotocellen wordt het volgende geregistreerd: ● Positie en contouren van het voertuig. ● De positie van de voertuigwielen. Reinigings- en onderhoudsmiddel De reinigings- en onderhoudsmiddelbussen en doseerpompen bevinden zich in de zuil 2. In de zuil 2 kunnen maximaal 8 bussen worden ondergebracht. Zijn er meer bussen nodig, dan kan de voorziening optioneel van- uit de technische ruimte gebeuren. De zuigslangen, bussen en bijbehorende doseerpompen zijn met dezelfde kleuren gemarkeerd. Markering van de doseerpompen. p. 117
  • Vatgrootte 10 liter ** Vatgrootte 20 liter Typeplaatje Op het typeplaatje vindt u de belangrijkste gegevens over de in- stallatie. Besturingskast De besturingskast van de installatie bevindt zich aan de toevoer- verdeler. Voedingsverdeler Op de voedingsverdeler is de hoofdschakelaar van de installatie aangebracht. De voedingsverdeler bevindt zich buiten van de wasinstallatie in de technische ruimte of een andere geschikte plaats in de buurt van de wasinstallatie. 1 Voedingsverdeler 2 Sleutelschakelaar, zie ABS telsystemen – 0 = installatie uit – 1 = bediening via waskaartlezer – 2 = bediening via waskaartlezer en bedieningspaneel (dis- play) 3 Hoofdschakelaar, zie Hoofdschakelaar Noodstop Bij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren moet de instal- latie door het indrukken van de "NOODSTOP"-toets onmiddellijk worden uitgeschakeld. "NOODSTOP"-toetsen bevinden zich: ● aan de waskaart-/codelezer. ● aan het bedieningspaneel. ● optioneel aan de ingang van de washal als het bedieningspa- neel of de waskaart-/codelezer zich niet daar bevinden. Bedieningsplaats De wasinstallatie wordt geleverd met: ● een bedieningspaneel met display ● een waskaart-/codelezer (optie) Kantelbeveiliging Een mechanische beveiliging houdt de installatie ook bij foutief gedrag van de wasklant op de looprails. Opties Waskaartlezer/codelezer Voor het gebruik van de wasinstallatie met zelfbediening wordt een waskaartlezer of een codelezer gebruikt. Instructie De voor het gebruik nodige waskaarten/codes zijn op de betref- fende installatie geprogrammeerd. Industriewateraansluiting De industriewateraansluiting maakt het gebruik van regenwater of recyclingwater als gedeeltelijke vervanging van schoon water mogelijk. Planeetwielwasinrichting In de plaats van een schijfborstel is de planeetwielwasinrichting met 3 borstels uitgerust. In de hoogte verstelbare wielwasinrichting De wielwasinrichtingen kunnen bijkomend met een hoogtever- stelling worden uitgerust. Wielkastreiniging Waterstralen uit 2 bijkomende sproeiers per wielwasinrichting rei- nigen de wielkasten en drempels van het voertuig. Bodemwasinrichting Met de bodemwasinrichting kan de voertuigonderkant worden gewassen. Hiervoor wordt water met hoge druk via twee zwenk- bare sproeierbuizen op de volledige onderkant gespoten. Naam Aanduiding Verbruik Bestelnr. RM 896 Vehicle Pro Klear! RIM* 15-25ml 6.296-077.0 RM 890 Vehicle Pro Klear! Prewash* 10-14ml 6.296-003.0 RM 891 Vehicle Pro Klear! Brush* 7-10ml 6.295-995.0 RM 892 Vehicle Pro Klear! Foam* 8-10ml 6.295-998.0 RM 893 Vehicle Pro Klear! Dry* 8-12ml 6.296-001.0 RM 894 Vehicle Pro Klear! Glow* 10-15ml 6.295-993.0 RM 837 Vehicle Pro Klear! Plus** 15ml 6.295-779.0100 Nederlands Voorspuiten (insecten losmaken) Met de voorspuitsproeiers wordt schuim op de voorste helft van het voertuig aangebracht. Het schuim wordt uit water, voorspuit- middel en perslucht gemaakt. Intensief basic Uit stationaire sproeiers wordt chemisch voorreinigingsmiddel op het voertuig aangebracht. Het schuim wordt uit water, voorspuitmiddel en perslucht ge- maakt. Velgschuim Met 2 stationaire schuimsproeiers wordt een met perslucht opge- schuimd waterreinigingsmiddelmengsel op de velgen gespoten. Hogedrukwassen Met het hogedrukwassen wordt het grove vuil van het voertuig- oppervlak verwijderd. Door het minimaliseren van het gevaar voor krassporen door zandkorrels of dergelijke draagt de HD-rei- niging in belangrijke mate bij tot de lakbesparende reiniging. Er staan verschillende uitvoeringen ter beschikking: ● Werkdruk 16 bar (1,6 MPa) ● Werkdruk 60 bar (6 MPa) ● Werkdruk 70 bar (7 MPa), hogedrukpomp onboard (in het por- taal) Schuimwax Uit de sproeiers voor de drooghulp wordt vóór het droogproces schuimwax op het voertuig aangebracht. Koude was Uit de koudewassproeiers wordt water gemengd met was op het voertuig gespoten. Er kunnen 2 verschillende soorten koude was (was 1 en was 2) worden gekozen. Verwarming voor reinigingsmiddel De voor verwarming voor reinigingsmiddel bevindt zich in de rei- nigingsmiddeltoevoer in zuil 2. Vorstbeveiligingsinstallatie De wasinstallatie kan met een vorstbeveiligingsinstallatie worden uitgerust: Bij vorstgevaar wordt het water automatisch uit het lei- dingsysteem geblazen. De uitblaasbewerking wordt door een thermostaat gestuurd. Installatie met omgekeerde osmose Via de sproeiers voor de drooghulp wordt gedemineraliseerd wa- ter (uit een bij de klant voorhanden of optionele installatie met omgekeerde osmose) of schoon water met toegevoegde droog- hulp op het voertuig aangebracht. Schuimpolijsten Met 2 stationaire schuimsproeiers wordt een met perslucht ge- schuimd mengsel uit water en reinigingsmiddel op het voertuig gespoten. Vervolgens vindt een polijstfase met de wasborstels plaats. Veiligheidsschakelaars Veiligheidsschakelaars zijn nodig als de vereiste veiligheidsaf- standen tussen de wasinstallatie en vast geïnstalleerde inbou- weenheden (bijv. wanden, zuilen, wastafels) niet in acht kunnen worden genomen. Veiligheidsschakelaars verhinderen het in- klemmen van personen tussen installatie en wand. Raakt een veiligheidsschakelaar een hindernis, dan wordt de wasinstallatie onmiddellijk gestopt. Instructie Controleer de oorzaak als de installatie door een veiligheidsscha- kelaar gestopt werd en laat deze door geautoriseerd personeel terugzetten. Spatbescherming Door de spatbescherming worden aan de wasplaats aangren- zende vlakken tegen wegspattend vuil en spatwater uit de rote- rende zijborstels beschermd. De spatbescherming is aan de buitenoppervlakken van de onder- stellen en de zuilen bevestigd. Wielsporen De wielsporen hebben als taak om een centrale positionering van het voertuig te garanderen. Ze verhinderen het neerzetten van het voertuig te ver buiten het midden. Afstandsreset Met de reset-functie kan het wasportaal met een commando op afstand via een interface in de uitgangspositie worden gebracht. De functie kan worden geactiveerd via een afzonderlijke parame- ter in de installatiebesturing. ● In het algemeen mag deze functie alleen worden geactiveerd in landen of op plaatsen waar deze functie toegestaan is. ● Ter plaatse moet videobewaking worden geïnstalleerd die het gehele bereik van de washal of het gehele traject van de in- stallatie bestrijkt, en verder moeten de voorschriften worden toegepast die van kracht zijn in het land/de gemeente waar de installatie wordt geïnstalleerd. ● De persoon die de reset op afstand uitvoert, moet zich er eerst via de videobewaking van vergewissen dat er zich geen per- sonen in het traject van de installatie bevinden. Indien de op- dracht vervolgens door een persoon wordt aangevraagd, moet deze persoon melden dat de installatie en het traject volledig vrij zijn door een veiligheidsinstructie (bv. pop-upvenster) te bevestigen. ● De persoon die de installatie in zijn systeem integreert, bij- voorbeeld via internet, is verantwoordelijk voor de noodzake- lijke beveiliging of cyberveiligheid en er moet een risicobeoordeling van de installatie worden uitgevoerd. Poortbesturing De voorhanden poortbesturing wordt door de personenautopor- taalbesturing met voor het wasproces juiste signalen aange- stuurd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen zomerpoortbesturing en winterpoortbesturing. Zomerpoortbesturing ● Vóór het begin van de wasbeurt zijn de poorten open. ● Het voertuig kan inrijden. ● Bij het begin van de wasbeurt worden de poorten gesloten. ● Na het einde van de wasbeurt worden de poorten geopend en blijven deze open. Winterpoortbesturing ● Voor het begin van de wasbeurt is de inrijpoort gesloten en moet deze voor het inrijden van het voertuig worden geopend. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het inschuiven van een waskaart in de waskaartlezer. ● Bij het begin van de wasbeurt (bijv. toets "start" aan de was- kaartlezer indrukken) wordt de inrijpoort gesloten. ● Na het einde van de wasbeurt wordt de uitrijpoort geopend en na het uitrijden van het voertuig opnieuw gesloten. Bedieningselementen Noodstop Bij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren moet de instal- latie door het indrukken van de "NOODSTOP"-toets onmiddellijk worden uitgeschakeld. "NOODSTOP"-toetsen bevinden zich: ● aan de waskaart-/codelezer. ● aan het bedieningspaneel. ● optioneel aan de ingang van de washal als het bedieningspa- neel of de waskaart-/codelezer zich niet daar bevinden. Hoofdschakelaar De hoofdschakelaar bevindt zich aan de voedingsverdeler. Voor het inschakelen van de installatie de hoofdschakelaar op "1" zetten.Nederlands 101 ABS telsystemen Aan de sleutelschakelaar aan de voedingsverdeler, zie Voe- dingsverdeler, kan worden gekozen vanuit welke bedieningspun- ten wasprogramma's kunnen worden gestart. ● Stand 0: Geen programmastart mogelijk ● Stand 1: Programmastart aan de waskaart-/codelezer moge- lijk ● Stand 2: Programmastart aan de waskaart-/codelezer en aan het bedieningspaneel mogelijk Waskaart-/codelezer Het wasprogramma kan afhankelijk van de uitvoering van de waskaart-/codelezer als volgt worden gekozen: ● Invoer aan een toetsenbord. ● Het op de waskaart aangegeven programma. ● Invoer van een codenummer. Instructie Meer aanwijzingen vindt u in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing van de waskaart-/codelezer. Bedieningspaneel 1 Noodstopknop 2 Display 3 Toets stuurspanning/basisstand Doseerpompen De reinigings- en onderhoudsmiddelen worden gedoseerd via doseerpompen die zich in de zuil 2 bevinden. De indeling van de doseerpompen dient als voorbeeld. Als stan- daard zijn de doseerpompen 1-4 altijd zoals afgebeeld ingedeeld. Voor de doseerpompen 5-8 kan uit 7 verschillende reinigings- en onderhoudsmiddelen worden gekozen. 1 Doseerpomp 2 Doseerpomp shampoo 3 Doseerpomp schuim 4 Doseerpomp was 1 5 Doseerpomp voorreiniging (insecten) 6 Doseerpomp was 2 7 Doseerpomp velgreiniger (velgschuim) 8 Doseerpomp polijsten Met de doseerpompen worden aan het waswater reinigings- en onderhoudsmiddelen overeenkomstig het wasprogramma en de uitrusting van de installatie toegevoegd. Instructie De doseerhoeveelheden worden door de monteur bij de eerste inbedrijfstelling van de installatie optimaal ingesteld. In de regel zijn er geen wijzigingen van de instellingen vereist. Markering van de doseerpompen Instructie De positionering van de doseerpompen is installatiespecifiek. Doseerpomp Reinigings- en onderhoudsmiddel Drooghulp Shampoo Actief schuim Was 1 Polijsten 1 Velgenreiniging Was 2 Bandenglans Insectenvoorreiniging102 Nederlands Doseerhoeveelheid instellen 1 Ontluchtingsknop 2 Ontluchtingshendel 3 Instelknop doseerhoeveelheid LET OP Beschadiging van de doseerpomp door droogloop Stel de doseerhoeveelheid alleen bij een lopende doseerpomp in.

1. De instelknop doseerhoeveelheid eruit trekken.

2. De ontluchtingsknop afwisselend indrukken en loslaten en on-

dertussen de instelknop op de gewenste waarde draaien.

3. De ontluchtingsknop loslaten.

4. De instelknop doseerhoeveelheid indrukken.

Doseerpomp ontluchten De luchtdruktoevoer van de installatie moet in gebruik zijn. 1 Ontluchtingsknop 2 Ontluchtingshendel 3 Instelknop doseerhoeveelheid

1. De ontluchtingshendel linksom tot aan de aanslag draaien.

2. De doseerhoeveelheid op 100% instellen.

3. De ontluchtingsknop zo vaak indrukken tot het reinigingsmid-

del zonder bellen uit de ontluchtingsleiding aan de onderkant van de doseerpomp naar buiten komt.

4. De doseerhoeveelheid op de gewenste waarde terugzetten,

zie Doseerhoeveelheid instellen.

5. De ontluchtingshendel rechtsom tot aan de aanslag draaien.

Displaybeschrijving Startdisplay Instructie De taal wordt bij de eerste inbedrijfstelling ingesteld en kan via het menu instellingen/algemeen worden gewijzigd. Via het display kunnen bijvoorbeeld instellingen aan de installatie worden uitgevoerd, weergaves op het display zelf worden inge- steld, informatie over de installatie worden weergegeven. Statusbalk 1 Datum 2 Tijd 3 Actueel aangemelde gebruiker 4 Onderhoudstermijn is verstreken 5 Actueel seizoen (indien vrijgeschakeld) 6 Actuele installatiestatus Symboolbeschrijving Afhankelijk van in welk menu men zich bevindt of welke status de installatie heeft, worden op het display volgende symbolen weer- gegeven Polijsten 2 Intensief Basic Doseerpomp Reinigings- en onderhoudsmiddel Installatie bedrijfsgereed Installatie in storing Toets home Met de toets home kan vanuit een submenu een ni- veau teruggegaan worden. Toegangsbevoegdheid gebruiker aangemeld Toegangsbevoegdheid reinigingsmiddel leverancier aangemeld Toegangsbevoegdheid exploitant aangemeld Toegangsbevoegdheid service aangemeldNederlands 103 Wassen In het menu wassen kunnen programma's en extra programma's gekozen en gestart worden. Het lopende programma kan onderbroken worden en de voort- gangsindicatie kan in procent worden weergegeven. Wasprogramma starten, zie Programma aan het display starten.. Service In het servicemenu kunnen handfuncties worden uitgevoerd en de handmatige vorstbescherming worden gestart. Het menu service bevat volgende submenu's: ● Handmatig bedrijf (handfuncties portaal, vorstbescherming handmatig starten, handfuncties watersysteem) ● Diagnose (alleen exploitant en servicepersoneel) Zelftestfuncties van de installatie worden opgeroepen Instellingen Het menu instellingen bevat het gebruikersbeheer en er kunnen instellingen voor de installatie worden uitgevoerd. Het menu instellingen bevat volgende submenu's: ● Gebruikersbeheer ● Wasprogramma-instellingen (portaalsnelheid voor voorreini- ging, borstels, onderhoud en droging, seizoensgebonden in- stelling) ● Installaties (reinigingsmiddel, watervoorziening, poortbedrijf, indicatie klanttekst-prio) ● Algemeen (datum, tijd en openingstijden instellen, taal selec- teren, systeeminformatie weergeven) Algemene info Via het menu kunnen analyses over de installatie en het actuele vulpeil van de reinigingsmiddelen worden weergegeven. Het menu algemene info bevat volgende submenu's: ● Wasteller (alleen exploitant) - indicaties van de uitgevoerde en afgebroken wasbeurten ● Bedrijfsuren ● Onderhoud diagnose - interval van het volgende onderhoud, systeeminformatie, foutgeheugen, gebeurtenisgeheugen ● Vulpeil reinigingsmiddelen - procentueel vulpeil van de reini- gingsmiddelen (optie) Seizoensgebonden wasprogramma's lente ingesteld Seizoensgebonden wasprogramma's zomer inge- steld Seizoensgebonden wasprogramma's herfst inge- steld Seizoensgebonden wasprogramma's winter inge- steld104 Nederlands Meldingen op het display Bij het gebruik van de installatie kunnen volgende pushmeldin- gen op het display worden weergegeven. Kritieke fout GEVAAR Gevaar door kritieke fouten Schakel de installatie uit en informeer de service. Kritieke fouten mogen alleen door personen worden verholpen die over de servicewerkzaamheden van de installatie zijn geschoold. Is er sprake van meerdere fouten, dan worden deze doorlopend weergegeven. Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld. Storing Storingen zijn fouten die tijdens het wasprogramma optreden. Het wasprogramma wordt onderbroken en kan na het verhelpen van de storing worden voortgezet. Is er sprake van meerdere storingen, dan worden deze doorlo- pend weergegeven. Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld. Een uitvoerige beschrijving voor het verhelpen van storingen be- vindt zich in hoofdstuk Hulp bij storingen. Gebeurtenis Een gebeurtenis is een fout die optreedt als er geen wasprogram- ma actief is. Is er sprake van meerdere gebeurtenissen, dan worden deze doorlopend weergegeven. Met de pijltoetsen kan tussen de indicaties worden gewisseld. Een uitvoerige beschrijving voor het verhelpen van storingen be- vindt zich in hoofdstuk Hulp bij storingen. Installatie niet in basispositie Deze melding verschijnt als een aggregaat zich niet in de basis- positie bevindt. Instructie Druk op de knop (> 2 seconden) of druk op de blauwe toets (> 2 seconden) om de installatie in de basispositie te brengen. Onderhoud vereist De melding verschijnt als een onderhoudstermijn verstreken is. Instructie Leg een onderhoudstermijn met de service vast. Inbedrijfstelling

1. Afsluitventielen voor water en perslucht openen.

2. Hoofdschakelaar aan de voedingsverdeler op "1" zetten.

3. Blauwe toets stuurspanning/basisstand aan het bedieningspa-

neel indrukken. De installatie is bedrijfsklaar. Het te wassen voertuig kan in de in- stallatie rijden. Werking GEVAAR Gevaar door bewegende delen van de installatie. Schakel bij gevaar voor personen, voorwerpen en dieren de in- stallatie onmiddellijk uit door de noodstopknop in te drukken. LET OP Beschadigingsgevaar van de voertuigen door niet verwij- derd reinigingsmiddel Treedt na het aanbrengen van het reinigingsmiddel een storing aan de wasinstallatie op, dan moet u het reinigingsmiddel na het uitschakelen van de installatie door grondig afspuiten met water onmiddellijk verwijderen om mogelijke lakschade door te lange inwerkingsduur te verhinderen. Instructie Bij zelfbedieningsinstallaties moet altijd een deskundige, met de installatie vertrouwde persoon bereikbaar zijn die ter vermijding van eventuele gevaren nodige maatregelen kan uitvoeren of la- ten uitvoeren.Nederlands 105 Inschakelen na noodstop Instructie Verhelp voor het herinschakelen de oorzaak voor het bedienen van de noodstopknop. Personen of dieren mogen zich niet in het werkbereik bevinden. Voertuigen moeten uit de installatie worden gereden. 1 Noodstopknop 2 Toets stuurspanning/basisstand

1. Noodstopknop door trekken ontgrendelen.

2. Blauwe toets stuurspanning/basisstand aan het bedieningspa-

neel indrukken. In de basispositie brandt het bovenste groene signaallampje "vooruit" van de positioneringslamp. De installatie is opnieuw bedrijfsklaar, het te wassen voertuig kan in de installatie rijden. Gebruiker aan het display aanmelden

1. In het hoofdmenu instellingen/gebruikersbeheer selecteren.

De mogelijke gebruikers worden weergegeven.

2. Gebruiker selecteren.

Het venster voor het invoeren van de code wordt geopend.

3. Code invoeren en bevestigen.

Het symbool van de aangemelde gebruiker wordt in de boven- ste regel weergegeven. Instructie Het gebruikersniveau wordt na 30 minuten niet-gebruik automa- tisch naar het gebruikersniveau teruggezet. Voertuig voorbereiden LET OP Beschadiging van de installatie en van het voertuig Zorg ervoor dat vóór het starten van de installatie volgende maat- regelen worden getroffen om schade aan het voertuig te vermij- den.

1. Ramen, deuren en dakluiken sluiten.

2. De antennes inschuiven, in richting achterzijde inklappen of

3. Grote of wijd openstaande spiegels inklappen.

4. Het voertuig op lossen voertuigdelen onderzoeken en deze

demonteren, bijv.: Sierstrips Spoiler Bumpers Deurgrepen Uitlaatpijpen Winddeflectoren Zeildoekkabels Afdichtrubbers Van buiten aangebrachte zonneschermen Bagagedrager Voertuig in installatie rijden De positioneringslamp ondersteunt de wasklant bij de correcte positionering van het voertuig. 1 Vooruitrijden 2 Stoppen, positie in orde 3 Achteruitrijden

1. Voertuig recht en in het midden tussen de looprails plaatsen.

2. Een versnelling kiezen.

3. Bij automatische transmissie stand "P" kiezen.

4. De handrem aantrekken.

5. Controleren of alle aanwijzingen uit Voertuig voorbereiden

6. Het voertuig verlaten (alle personen).

7. Het wasprogramma afhankelijk van het starttype starten.

Programma starten. Aan de waskaart-/codelezer Instructie Het gebruik met een waskaart-/codelezer is in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing voor de waskaart-/codelezer beschreven.106 Nederlands Programma aan het display starten.

1. Toets "Wassen" indrukken.

2. Het gewenste wasprogramma selecteren.

3. Gewenste opties selecteren en met OK bevestigen.

4. Wasprogramma starten.

5. In het lopende wasprogramma kunnen volgende gsm-functies

op het display worden uitgevoerd: a Droger vergrendelen/omhoog bewegen b Dakborstel vergrendelen/omhoog bewegen c Zijborstel vergrendelen/naar buiten bewegen d Wielborstels stoppen Toets "Informatie" indrukken om de voortgangsindicatie van het programma weer te geven. Lopend programma onderbreken

1. Toets "Stop" indrukken.

Het programma wordt geannuleerd.

2. Toets "Start" indrukken om het programma opnieuw voort te

zetten. Programma-einde Na het programma-einde wordt aan de positioneringslamp weer- gegeven of het voertuig vooruit of achteruit uit de installatie moet worden gereden.

1. Het voertuig uit de installatie rijden.Nederlands 107

Handmatige modus Handmatige functies kunnen voor volgende bouwgroepen wor- den uitgevoerd: ● Portaal - verplaatsen ● Dakborstel - omhoog en omlaag brengen, in- en uitschakelen ● Zijborstel - naar binnen en buiten brengen, in- en uitschakelen ● Droger - omhoog en omlaag brengen, in- en uitschakelen ● Wielborstel - vooruit en terug brengen, in- en uitschakelen

1. In het hoofdmenu service/handmatig bedrijf/handportaal se-

lecteren. Het menu van de uitvoerbare handfuncties wordt geopend.

2. Bouwgroep selecteren.

Selecteerbare handfuncties worden in het geel weergegeven.

3. Handfunctie starten.

Vooraleer een andere bouwgroep kan worden geselecteerd, moet de gekozen bouwgroep worden gedeselecteerd. Reinigings- en onderhoudsmiddel bijvullen 몇 WAARSCHUWING Gevaar door chemicaliën Neem de veiligheidsgegevensbladen van de reinigings- en on- derhoudsmiddelen in acht. Instructie Op het display de knoppen "Algemene informatie" en "Vulpeil rei- nigingsmiddel" indrukken om het vulpeil weer te geven, zie Alge- mene info. De indicatie van het vulpeil is optioneel. 1 10 liter bijvulbussen 2 Uitloopbuis

1. Uitloopbuis op de bijvulbus schroeven.

2. Betreffend reinigings- of onderhoudsmiddelreservoir openen.

3. Reservoir vullen en opnieuw sluiten.

Buitenwerkingstelling Kortstondige buitenbedrijfstelling

1. Een lopend wasprogramma beëindigen.

2. De hoofdschakelaar op "1" laten zodat de optionele vorstbe-

schermingsinrichting geactiveerd kan blijven. Langdurig stilleggen

1. Een lopend wasprogramma beëindigen.

2. Alle watervoerende leidingen ontwateren als voor de tijd van

de stillegging vorst te verwachten is.

3. De hoofdschakelaar op "0" zetten.

4. De waterleiding sluiten.

5. De persluchtleiding sluiten.

6. De reinigings- en onderhoudsmiddelen verwijderen.

Buitenbedrijfstelling door automatische vorstbeschermingsinrichting (optie) LET OP Beschadiging van de installatie door niet ingeschakelde vorstbeschermingsinrichting Let er bij vorstgevaar op dat de hoofdschakelaar ingeschakeld is en dat er geen noodstopknop is ingedrukt. Wordt de minimumtemperatuur onderschreden, dan worden au- tomatisch volgende stappen uitgevoerd:

1. Het lopende wasprogramma wordt voltooid.

2. Na het einde van het wasprogramma worden de slangen en

de sproeierbuizen van het portaal met perslucht uitgeblazen.

3. Het starten van bijkomende wasprogramma's wordt geblok-

keerd. Instructie Na het einde van het vorstgevaar is de installatie automatisch op- nieuw bedrijfsklaar Automatisch vorstbschermingsverloop handmatig starten LET OP Beschadiging van de installatie door temperaturen onder het vriespunt Voer de vorstbescherming aan de installatie uit. Instructie Bij installaties met automatische vorstbescherming start de vorst- bescherming zodra de vooringestelde temperatuur is bereikt.

1. In het hoofdmenu service/handmatig bedrijf selecteren.

2. Toets "hand vorstbescherming" indrukken om de vorstbe-

scherming te starten. De vorstbescherming wordt gestart en de resterende tijd op het display weergegeven.108 Nederlands Onderhoud Onderhoudsaanwijzingen Basis voor een veilige installatie is regelmatig onderhoud volgens het onderhoudsschema. 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door machinebewegingen Schakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudings- werkzaamheden uit. Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door persluchttanks en -leidingen die na het uitschakelen van de installatie onder druk staan. Bouw vóór alle werkzaamheden aan de installatie de druk af. Controleer de drukloosheid aan de manometer van de onder- houdseenheid. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door hogedruksysteem dat na het uit- schakelen van de installatie onder druk staat. Schakel vóór alle werkzaamheden aan de installatie het hoge- druksysteem drukloos. GEVAAR Verwondingsgevaar door ontsnappende perslucht, hoge- drukwater aan de sproeierkop alsook wegvliegende vuil- deeltjes of dergelijke in het bereik van de roterende borstels! Loskomende vuildeeltjes of voorwerpen kunnen personen of die- ren verwonden. Perslucht of hogedrukwater kan zelfs bij een uitgeschakelde in- stallatie nog onder druk staan. Houd de halbodem vrij van los rondslingerende voorwerpen. Bedien de persluchtinstallatie resp. het hogedruksysteem voor- zichtig. Draag bij werkzaamheden een veiligheidsbril. Doelgroepen voor het onderhoud Wie mag inspectie-, onderhouds- en instandhoudingswerk- zaamheden uitvoeren? Eigenaar / formele gebruiker Werkzaamheden met de aanwijzing "Exploitant" mogen alleen door geïnstrueerde personen worden uitgevoerd die de installatie kunnen bedienen en onderhouden. Klantenservice Werkzaamheden met de aanwijzing "Klantenservice" mogen al- leen worden uitgevoerd door servicemonteurs van Kärcher of door monteurs die door Kärcher hiervoor zijn geautoriseerd. Onderhoudscontract Om een betrouwbaar gebruik van de installatie te garanderen, ra- den we u aan om een onderhoudscontract af te sluiten. Neem contact op uw verantwoordelijke KÄRCHER-klantenservice. Voorbereidingen Uw eigen veiligheid en de veiligheid van anderen vereist dat de installatie bij onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden is uitgeschakeld. Omdat niet alle te onderhouden installatieonder- delen vrij toegankelijk zijn, moeten bepaalde installatieonderde- len tijdens de onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden worden bewogen. Hiervoor is de modus "handmatig bedrijf" be- stemd. Het handmatige bedrijf wordt aan het display uitgevoerd. GEVAAR Gevaar voor letsel Neem de volgorde van de volgende werkstappen absoluut in acht. LET OP Beschadigingsgevaar door handmatig bedrijf Gebruik het handmatige bedrijf niet om voertuigen te wassen.

1. Voertuig uit de installatie rijden.

2. Zorg ervoor dat zich geen personen of dieren in de installatie

3. Installatie inschakelen.

4. Handmatig bedrijf aan het display selecteren.

5. Installatiedelen bewegen.

6. Installatie uitschakelen en tegen het herinschakelen beveili-

7. Onderhouds- en instandhoudingswerkzaamheden uitvoeren.Nederlands 109

Onderhoudsoverzicht portaal vooraan 1 Aandrijfriem en riemschijf dakborstel 2 Onderhoudseenheid 3 Drukregelaar zijborstels kantelen 4 Drukregelaar zijborstels vastzetten 5 Drukregelaar wielwas 6 Fotocel voertuigpositie 1 7 Fotocel voertuigpositie 2 8 Fotocel wielherkenning 9 Eindschakelaar portaal rijden begin 10 Eindschakelaar portaal rijden einde 11 Eindschakelaar dakborstel onder 12 Eindschakelaar deurschakelaar zuil 1 13 Eindschakelaar dakborstel boven110 Nederlands Onderhoudsoverzicht portaal achter 1 Overbelastingsschakelaar afbuiging zijborstel 2 Fotocellen dakdroger 3 Aandrijfriem en riemschijf dakdroger 4 Eindschakelaar dakdroger boven 5 Eindschakelaar dakdroger onder Onderhoudsoverzicht hal 1 Mechanische eindaanslag eindstand portaal uitrit 2 Mechanische eindaanslag eindstand portaal inrit 3 Vuilvanger schoon water 4 Vuilvanger industriewater 5 Fotocellen hal in- en uitritNederlands 111 Onderhoudsoverzicht machineruimte 1 Hogedrukpomp 2 Oliepeilindicator 3 Accumulator 4 Drukregelaar 5 Verswaterreservoir Onderhoudsschema dagelijks Bouwgroep Handeling Uitvoering Doelgroep Noodstoptoets Veiligheidsschakelaars Controleren Wasprogramma starten, noodstoptoets of veilig- heidsschakelaar indrukken, installatie moet stoppen, vervolgens de installatie opnieuw inschakelen, zie hoofdstuk Inschakelen na noodstop. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Borden met bedieningsvoorschrif- ten en reglementair gebruik Aanwijzingen voor SB-klan- ten controleren (alleen bij SB-installaties) Borden op volledigheid en leesbaarheid controleren. Beschadigde borden vervangen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Reinigings- en onderhoudsmiddel- reservoir Vulniveau controleren Vullen, indien nodig vervangen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Hogedrukslangen van de hoge- drukpomp naar de wasinstallatie Controleren Slangen op beschadiging onderzoeken. Defecten slangen onmiddellijk vervangen. Gevaar voor onge- vallen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Sproeiers/zeven Op verstopping controleren Visuele controle (sproeibeeld beoordelen), indien no- dig reinigen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Verstopping verhelpen Attentie, sproeiers niet verwisselen. Sproeiers apart losschroeven zodat ze niet met el- kaar worden verwisseld. Met perslucht reinigen of in een reinigingsmiddelop- lossing leggen en vervolgens met een borstel of een naald reinigen. Sproeiers weer vastschroeven. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Fotocellen Op verontreiniging controle- ren en indien nodig reinigen Bij lichte verontreiniging de fotocellen met een voch- tige doek zonder reinigingsmiddel afvegen. Daarbij lichtjes druk uitoefenen. Bij ernstige verontreiniging een mild reinigingsmiddel op de doek spuiten. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Eindschakelaar Visuele controle Op mechanische beschadiging en vastheid controle- ren. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Zijborstels, dakborstel, wielbor- stels Op vreemde voorwerpen controleren Visuele controle, voorhanden vreemde voorwerpen verwijderen, vervuilde borstels met hogedrukreiniger reinigen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Spoel- en spuitcircuits Watertoevoer controleren Tijdens het wassen controleren of er voldoende wa- ter voor het wassen van het voertuig voorhanden is. Te weinig of geen water kan schade aan het te was- sen voertuig veroorzaken. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Positioneringslamp Functiecontrole Fotocellen "positie 1" en "positie 2" onderbreken, po- sitie van de fotocellen zie hoofdstuk Onderhouds- overzicht voor. De positioneringslamp moet de overeenkomstige signalen weergeven. Eigenaar / for- mele gebrui- ker112 Nederlands Onderhoudsschema wekelijks of na 500 wasbeurten Onderhoudsschema na 1000 wasbeurten Onderhoudsschema maandelijks of na 2000 wasbeurten Bouwgroep Handeling Remedie Doelgroep Dakborstelwalsen Zijborstelwalsen Visuele controle Rondloop van de borstelas controleren. Borstels op vastheid controleren. Borstels op slijtage controleren. Minimale borstellengte = nieuwe toestand min 50

Borstels evt. vervangen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Slangen en buisleiding van de toe- voerleiding Visuele controle Dichtheid controleren. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Klantenser- vice Hogedrukpomp(en) Dichtheid controleren Pomp en leidingsysteem op lekkage controleren. Bij olieverlies of bij lekkage van meer dan 10 druppels water per minuut contact opnemen met de klanten- service. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Oliepeil controleren Gewenst peil in het midden van de oliepeilindicator. Indien nodig olie bijvullen (bestelnr. 6.288-020.0) en onmiddellijk de klantendienst informeren. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Druktank controleren Als de hogedrukpomp meer dan gewoonlijk trilt, is de druktank defect. Contact opnemen met de klanten- service. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Klantenser- vice Verswaterreservoir Vlotterafsluiter controleren Werking van de vlotterafsluiter controleren (zie “On- derhoudswerkzaamheden”). Eigenaar / for- mele gebrui- ker Bedieningsplaats met display Reinigen/onderhouden Het oppervlak met een vochtige doek afvegen. Bij ernstige verontreiniging een reinigingsmiddel op de doek spuiten en het oppervlak reinigen Eigenaar / for- mele gebrui- ker Bekleding / glazen-frontinstallatie Reinigen Een zuur reinigingsmiddel op het oppervlak spuiten en met een zachte pad reinigen, vervolgens met schoon water afspoelen en het water met een ven- steraftrekker weghalen Eigenaar / for- mele gebrui- ker Bouwgroep Handeling Uitvoering Doelgroep Looprollen van de zijborstelwalsen Visuele controle Speling door bewegen van de zijborstels controleren. Bij te grote speling tussen loopwagen en geleiding de klantendienst op de hoogte brengen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Klantenser- vice Schroeven van de geleiderails van dakborstel en dakdroger Natrekken Vastheid van de schroeven controleren en evt. nat- rekken. Aanhaalmoment 25 Nm Eigenaar / for- mele gebrui- ker Klantenser- vice Bouwgroep Handeling Remedie Doelgroep Onderhoudseenheid Filter reinigen Perslucht uitschakelen en de wielwasinstallatie in het handmatige bedrijf zo lang in- en uitschakelen tot de druk is afgebouwd. Aan de manometer controleren of de installatie dru- kloos is. Filterhuis afschroeven, filterelement verwijderen, fil- ter met perslucht reinigen, filter plaatsen, filterhuis aanschroeven. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Vuilvanger bruikwater en schoon water Reinigen Watertoevoer afzetten, deksel van de vuilvangers af- schroeven, filter verwijderen, filter met water uitspoe- len, filter opnieuw inzetten, deksel opschroeven. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Drukregelaar Zeef reinigen Zie “Onderhoudswerkzaamheden”. Eigenaar / for- mele gebrui- kerNederlands 113 Onderhoudsschema halfjaarlijks of na 5000 wasbeurten Onderhoudsschema jaarlijks of na 10000 wasbeurten Onderhoudswerkzaamheden Zeef drukregelaar reinigen

1. De watertoevoer sluiten.

2. Het deksel losschroeven.

1 Deksel 2 Afdichting 3 Zeef 4 Drukregelaar

3. De zeef eruit halen en met water afspoelen.

4. De zeef in de drukregelaar plaatsen. Zorg ervoor dat de af-

dichtingen correct geplaatst zijn.

5. Het deksel erin draaien en vastdraaien.

Dakborstel en dakdroger Visuele controle van de aan- drijfriemen Toerental van de aandrijfriemen controleren en evt. vervangen. Klantenser- vice Alle eindschakelaars Bevestiging en afstand con- troleren Afstand tussen eindschakelaar en schakelvlag met een voelermaat meten. Eindschakelaar evt. door het verstellen van de beide kunststofmoeren instellen. Afstanden van de eindschakelaars: ● Ø 30 mm = 5,0 mm ● Ø 18 mm = 2,0 mm ● Teller zijborstel bewegen Ø 12 mm = 3,0/ ±0,1 mm ● Teller dakborstel/dakdroger optillen Ø 12 mm = 3,5/ ±0,1 mm Klantenser- vice Washal Reinigen Op oppervlakken zoals vloeren, muren en tegels een zuur reinigingsmiddel spuiten, laten inwerken, reini- gingsmiddel met een zachte pad (wit) verwijderen Eigenaar / for- mele gebrui- ker Bouwgroep Handeling Remedie Doelgroep Bouwgroep Handeling Remedie Doelgroep Kabels en slangen bij: ● Energiesteun of ● Energieketting of ● Kabelschlepp Visuele controle Toestand van de slangen en kabels. Dichtheid van de slangen en verbindingselementen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Zijborstels, dakborstel, wielbor- stels Basisreiniging Borstels met een reinigingsmiddel (voorreiniger of halreiniger) besproeien, laten inwerken en grondig afspoelen met een hogedrukreiniger en warm water (max. 40 °C) Eigenaar / for- mele gebrui- ker Bouwgroep Handeling Remedie Doelgroep SB-traverse Tandstang op slijtage contro- leren Eigenaar / for- mele gebrui- ker Klantenser- vice Wielwasborstels Visuele controle Borstels na ca. 15000 wasbeurten vervangen. Wielwasborstels vervangen: Schroeven binnen de borstelring losdraaien, wielwasborstel verwijderen, nieuwe wielwasborstel plaatsen en met de schroe- ven bevestigen. Eigenaar / for- mele gebrui- ker Klantenser- vice Hogedrukinstallatie Veiligheidscontrole Een veiligheidscontrole volgens de richtlijnen voor hogedrukreinigers uitvoeren. Deskundige klantenservice114 Nederlands Vlotterafsluiter controleren

1. Controleren of er water uit de overloopopening ontsnapt.

1 Verswaterreservoir 2 Deksel 3 Overloopopening 4 Vlotterafsluiter 5 Uitloop

2. Het deksel van het schoonwaterreservoir verwijderen.

3. Controleren of de vlotterafsluiter volledig sluit als het schoon-

waterreservoir vol is. Instructie Er ontsnapt geen water uit de uitloop als de vlotterafsluiter volle- dig gesloten is.

4. Plaats het deksel terug.

Hulp bij storingen 몇 WAARSCHUWING Gevaar voor letsel door machinebewegingen Schakel de installatie vóór onderhouds- en instandhoudings- werkzaamheden uit. Beveilig de hoofdschakelaar tegen het herinschakelen, bijv. met een hangslot. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door persluchttanks en -leidingen die na het uitschakelen van de installatie onder druk staan. Bouw vóór alle werkzaamheden aan de installatie de druk af. Controleer de drukloosheid aan de manometer van de onder- houdseenheid. 몇 WAARSCHUWING Verwondingsgevaar door hogedruksysteem dat na het uit- schakelen van de installatie onder druk staat. Schakel vóór alle werkzaamheden aan de installatie het hoge- druksysteem drukloos. Doelgroepen bij het verhelpen van storingen Wie mag er storingen verhelpen? Eigenaar / formele gebruiker Werkzaamheden met de aanwijzing "Exploitant" mogen alleen door geïnstrueerde personen worden uitgevoerd die de installatie kunnen bedienen en onderhouden. Elektriciens Elektriciens zijn personen met een beroepsopleiding in de elek- trotechniek. Klantenservice Werkzaamheden met de aanwijzing "Klantenservice" mogen al- leen worden uitgevoerd door servicemonteurs van Kärcher of door monteurs die door Kärcher hiervoor zijn geautoriseerd. Storingsindicaties op het display Instructie De storingen met oorzaak en oplossingen worden in tekstvorm op het display weergegeven. Storingen overeenkomstig de indicatie verhelpen en met de OK- toets bevestigen.Nederlands 115 Indicaties op de positioneringslamp Storingen zonder indicatie Indicatie Knip- perco-

Oorzaak Oplossing Afwis- selend knippe- rend Handma- tig bedrijf actief Melding Brandt Was- beurt loopt Melding Brandt Was- beurt ge- stopt Melding Afwis- selend knippe- rend Fout ac- tief Fout verhelpen Kort knippe- rend Nood- stop ac- tief Oorzaak vaststel- len en noodstop- knop ontgrendelen Brandt Positie naar vo- ren ver- plaatsen Voertuig naar vo- ren rijden Brandt Positio- nering stoppen Voertuig stoppen Brandt Positio- neren te- rugbreng

Voertuig terugrij- den Knippe- rend Wassen beëindigd Voertuig er voor- uit uitrijden Knippe- rend Wassen beëindigd Voertuig er ach- teruit uitrijden Indicatie Knip- perco-

Oorzaak Oplossing Fout Oorzaak Oplossing Verantwoordelijke Reinigingswerking onvol- doende Geen of te weinig reinigingsmiddel Geen of te lage luchtdruk in de toe- voerleiding Versleten borstels Vulpeil van de reinigingsmiddelen con- troleren, evt. vullen, doseerpomp ont- luchten. Luchtdruk instellen, evt. instellen (0,6 MPa (6 bar) aan de manometer onder- houdseenheid). Reinigingsmiddelaanzuigfilter reinigen, reinigingsmiddelleidingen op beschadi- ging controleren. Borstels controleren, evt. vervangen. Eigenaar / formele gebruiker Hogedrukpomp bereikt niet de vereiste druk Lekkage buisleidingsysteem aan de aanzuigkant Watertekort Schroefsluitingen en slangen controle- ren. Watertekort verhelpen. Exploitant, serviceaf- deling Manometeraanwijzer van de hogedrukpomp slingert sterk Pomp zuigt lucht aan Druktank defect Zuigleiding controleren. Druktank vervangen. Klantenservice Veiligheidsventiel van de ho- gedrukpomp gaat open Sproeiers van de wasinstallatie ver- stopt Sproeiers controleren, reinigen, vervan- gen. Eigenaar / formele gebruiker Slang of hogedrukventielen ver- stopt Verstopping verwijderen. Klantenservice116 Nederlands Centrifugaalpomp ontluchten

1. De ontluchtingsschroef losdraaien.

1 Centrifugaalpomp 2 Ontluchtingsschroef

2. Lekt er water, dan de ontluchtingsschroef opnieuw indraaien.

Garantie In elk land gelden de garantievoorwaarden die door onze verant- woordelijke verkoopmaatschappij zijn uitgegeven. Mogelijke sto- ringen aan uw apparaat verhelpen we binnen de garantieperiode gratis, voor zover een materiaal- of fabricagefout de oorzaak is. Als u gebruik wilt maken van de garantie, neemt u met uw aan- koopbon contact op met uw distributeur of de dichtstbijzijnde ge- autoriseerde klantenservice. (adres zie achterzijde) Technische gegevens Uit de sproeiers komt te wei- nig of geen water Vuilvanger verstopt Waterdruk onvoldoende Sproeiers verstopt Lucht in de centrifugaalpomp Magneetklep of toevoerleiding ver- stopt Vuilvanger reinigen Watertoevoerdruk en pompen controle- ren Sproeiers met perslucht reinigen Centrifugaalpomp ontluchten door de ontluchtingsschroef los te draaien Magneetventielen en toevoerleidingen (water en stroom) controleren en evt. re- pareren Eigenaar / formele gebruiker Na de wasbeurt komt er geen water uit de sproeiers Magneetventiel vervuild Magneetventielen reinigen Klantenservice Drogen onvoldoende Te weinig of teveel drooghulpmid- del Verkeerd drooghulpmiddel Geen of te weinig luchtdruk Dosering verhogen of verlagen Vulpeil van de reinigingsmiddelen con- troleren Aanzuigfilter reinigen Doseerpomp ontluchten Origineel drooghulpmiddel van Kärcher gebruiken Functie van de drogerventilator controle- ren Eigenaar / formele gebruiker Wielwasborstel draait niet Motorveiligheidsschakelaar in de schakelkast is geactiveerd Aandrukkracht te hoog Motorveiligheidsschakelaar in de scha- kelkast controleren Aandrukkracht aan de drukregelaar voor wielwas verlagen Eigenaar / formele gebruiker Wielwasborstel loopt lang- zaam of niet uit Geen of te weinig luchtdruk Luchtdruk controleren, evt. instellen Aandrukkracht aan de drukregelaar voor wielwas verhogen Exploitant, serviceaf- deling Wielwasborstel loopt op ver- keerde plaats uit Fotocellen vervuild Fotocellen reinigen, evt. instelling con- troleren Eigenaar / formele gebruiker Borstels vervuilen snel Shampoodosering te gering Dosering shampoo instellen Waterhoeveelheid controleren, evt. in- stellen Eigenaar / formele gebruiker Sproeierbuizen van de bo- demwasinrichting zwenken te langzaam/snel of helemaal niet Geen of te weinig luchtdruk Zwenkeenheid sterk vervuild Smoorkleppen verkeerd ingesteld Luchtdruk in de toevoerleiding controle- ren, evt. instellen Zwenkeenheid reinigen