SCHEPPACH Plana 4.1c - Vijl

Plana 4.1c - Vijl SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Plana 4.1c SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH Plana 4.1c - page 67

Download de handleiding voor uw Vijl in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Plana 4.1c - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Plana 4.1c van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING Plana 4.1c SCHEPPACH

66Inhoudsopgave: Pagina: Omvang van de levering 68 Technische gegevens 68 Symboolverklaring 69 Algemene aanwijzingen 69 Veiligheidsvoorschriften 69 Doelmatig gebruik 71 Restrisico‘s 71 Opstellen 71 Uitrusting afb. 1 72 Montage 72 Ingebruikname 72 Werkinstructies 73 Elektrische aansluitingen 73 Onderhoud 74 Afvalverwijdering en recyclage 75 Verhelpen van storingen 75 Rekeningen van reserveonderdelen Plana 3.1c 76 Rekeningen van reserveonderdelen Plana 4.1c + 6.1c 79 Elektrisch schakelschema Plana 3.1c / 230V 82 Elektrisch schakelschema Plana 3.1c / 400V 82 Elektrisch schakelschema Plana 4.1c + 6.1c / 230V 83 Elektrisch schakelschema Plana 4.1c + 6.1c / 400V 83

67Omvang van de levering Schaafmachine Schaafblokbescherming Africhtaanslag 4 voetplaten Inbussleutel SW 5 Gebruiksaanwijzing Technische gegevens

volgens EN ISO 3744 106,2 dB(A) Onzekerheid K 3 dB(A) Geluidsdrukniveaul L

volgens EN ISO 11201 93,2 dB(A) Onzekerheid K 3 dB(A) Aanwijzing: De aangegeven geluidswaarden zijn volgens een genormeerde testmethode bepaald en kunnen gebruikt worden om ver- schillende elektrische gereedschappen met elkaar te vergelijken. Bovendien zijn deze waarden geschikt om belastingen voor de ge- bruiker, die door geluid ontstaan, te voren in te kunnen schatten. Waarschuwing! Afhankelijk van de manier waarop u het elektrisch gereedschap ge- bruikt, kunnen de daadwerkelijke waarden van de aangegeven waarden afwijken. Neem maatregelen om uzelf tegen geluidshinder te beschermen. Houd daarbij rekening met het complete werkproces, dus ook tijden, waarin het elektrisch gereedschap onbelast draait of uitgeschakeld is. Passende maatregelen om- vatten onder andere het regelmatig onderhou- den en verzorgen van het elektrisch gereed- schap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.

68Symboolverklaring Draag een veilig- heidsbril. Draag een stofmas- ker. Draag gehoorbe- scherming! Lees de gebruiksaanwij- zing door voordat u met dit elektrisch gereed- schap werkt.

In deze gebruiksaanwij- zing hebben wij plaatsen, die van toepassing zijn op uw veiligheid, van dit teken voorzien. Algemene aanwijzingen

  • Controleer na het uitpakken alle artikelen op eventuele transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijd- stip worden niet erkend.
  • Controleer de levering op volledigheid.
  • Maak u voor aanvang van de werkzaamhe- den bekend met het apparaat aan de hand van de gebruiksaanwijzing.
  • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele on- derdelen.
  • Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de vakhandel.
  • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. AANWIJZING: De fabrikant van dit apparaat is volgens de vi- gerende productaansprakelijkheidswetgeving niet verantwoordelijk voor schade, die aan of door dit apparaat is ontstaan ten gevolge van:
  • onjuiste behandeling
  • veronachtzaming van de gebruiksaanwij- zing
  • reparaties verricht door derden die geen be- voegde vaklieden zijn
  • inbouw van en vervanging door niet-origine- le onderdelen
  • uitval van het elektrische gedeelte bij veron- achtzaming van de elektrische voorschriften en de VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113. Onze adviezen: Lees voordat u de machine assembleert en in bedrijf neemt de gehele tekst van de gebruiks- aanwijzing door. Deze gebruiksaanwijzing helpt u, uw machine te leren kennen en de beoogde gebruiksmoge- lijkheden te benutten. In deze gebruiksaanwijzing staan belangrijke aanwijzingen over hoe u veilig, vakkundig en economisch met de machine werkt, en hoe u gevaren vermijdt, bespaart op reparatiekos- ten, uitvaltijden zo kort mogelijk houdt en de betrouwbaarheid en levensduur van de ma- chine verhoogt. Naast de veiligheidsvoorschriften die u in deze gebruiksaanwijzing aantreft, moeten ook be- slist de voor het gebruik van deze machine geldende landelijke voorschriften in acht wor- den genomen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing bij de ma- chine in een plastic hoes, zodat zij beschermd wordt tegen vocht en vuil. Iedereen die met de machine gaat werken, moet vooraf de ge- bruiksaanwijzing gelezen hebben en vervol- gens de daarin vervatte aanwijzingen zorgvul- dig in acht nemen. Er mogen alleen personen aan de machine werken die instructies hebben ontvangen over het gebruik van de machine en de daarmee samenhangende mogelijke gevaren. De minimumleeftijd moet worden aangehouden. In deze gebruiksaanwijzing hebben wij punten die uw veiligheid betreffen van dit teken voorzien: m Veiligheidsvoorschriften m LET OP! Bij gebruik van elektrische ap- paraten dient u de volgende fundamen- tele veiligheidsmaatregelen te nemen ter bescherming tegen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees alle voorschrif- ten alvorens deze machine te gebruiken en bewaar de veiligheidsvoorschriften.

1. Hou uw werkgebied netjes

  • Wanorde in het werkgebied veroorzaakt ongevallenrisico.
  • Zorg ervoor dat de elektrische voedings- leiding het werkproces niet verhindert en geen struikelgevaar veroorzaakt.

2. Hou rekening met de omgevingsinvloe-

  • Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan de regen. Gebruik elektrische gereedschappen niet in vochtige of natte omgeving. Zorg voor een goede verlichting. Ge- bruik elektrische gereedschappen niet in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen.

3. Bescherm u tegen elektrische schok

  • Vermijd lichamelijk contact met geaarde onderdelen, b.v. buizen, radiatoren, for- nuizen, koelkasten.

4. Zorg dat kinderen uit de buurt blijven!

  • Laat andere personen het gereedschap of de kabel niet aanraken, houd ze uit de buurt van uw werkplek.

5. Berg uw gereedschap veilig op

  • Ongebruikt gereedschap moet in een droge, gesloten ruimte en voor kinderen op een onbereikbare plaats worden be- waard.

6. Overbelast uw gereedschap niet

  • U kunt beter en veiliger werken binnen het aangegeven vermogensbereik.

7. Gebruik het juiste gereedschap

  • Gebruik geen te zwak gereedschap of voorzetapparaten voor zware werk- zaamheden. Gebruik gereedschap niet voor doeleinden en werkzaamheden, waarvoor deze niet zijn bedoeld. Ge- bruik bijvoorbeeld geen handcirkelzaag om bomen om te zagen of takken te snij- den.

8. Draag geschikte werkkleding

  • Draag geen wijde kleding of sieraden, deze kunnen door bewegende delen worden vastgegrepen. Draag bij lang haar een haarnetje.
  • Bij werkzaamheden aan de machine geen handschoenen dragen.

699. Draag een veiligheidsbril

  • Gebruik een stofmasker bij stofverwek- kende werkzaamheden.

10. Gebruik de kabel niet als gereedschap

  • Draag het gereedschap niet aan de kabel en gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten.

11. Beveilig het werkstuk

  • Gebruik spaninrichtingen of een bank- schroef om het werkstuk vast te houden. Het wordt zodoende veiliger vastgehou- den dan met uw hand en maakt het mo- gelijk de machine met de beide handen te bedienen.

12. Rek u niet uit boven uw standbereik

  • Vermijd elke abnormale lichaamshou- ding. Zorg voor een veilige stand en be- waar steeds uw evenwicht.

13. Onderhou uw gereedschappen zorg-

  • Hou uw gereedschappen scherp en schoon om beter en veiliger te werken. Neem de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het verwisselen van gereedschappen in acht. Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een er- kende vakman vervangen. Controleer de verlengkabel regelmatig en vervang beschadigde kabels. Hou handgrepen droog en vrij van olie en vet.

14. Verwijder de netstekker uit het stop-

  • Bij niet-gebruik, vóór onderhoudswerk- zaamheden en vóór het verwisselen van gereedschap zoals b.v. zaagblad, boor en alle soorten van machinegereed- schappen.

15. Laat geen gereedschapssleutels ste-

  • Controleer of de sleutels en afstelge- reedschappen verwijderd zijn alvorens de machine aan te zetten.

16. Vermijd onbedoelde aanloop

  • Draag geen op het stroom aangesloten gereedschap met de vinger op de scha- kelaar. Controleer of de schakelaar is bij het aansluiten op het stroomnet is uitge- schakeld.
  • De lopende machine niet zonder toe- zicht laten. Voor het verlaten van de werkplek moet de machine altijd worden uitgeschakeld.

17. Verlengkabel in open lucht

  • Gebruik in open lucht enkel verleng- kabels die ervoor zijn goedgekeurd en overeenkomstig gekenmerkt.

18. Wees steeds oplettend

  • Hou uw werk in het oog. Ga verstandig te werk. Gebruik het gereedschap niet als u er niet met uw aandacht bij bent.
  • Werk nooit onder invloed van verdo- vende middelen, zoals alcohol en drugs, aan de machine. Houd er rekening mee dat ook medicatie invloed kan hebben op uw gedrag.
  • Voordat u de machine verder gebruikt dient u de veiligheidsinrichtingen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun perfecte en reglementaire werk- wijze te controleren. Controleer of de bewegelijke onderdelen naar behoren functioneren en niet klem zitten alsook of onderdelen beschadigd zijn. Alle onder- delen moeten naar behoren gemonteerd zijn om de veiligheid van de machine te verzekeren. Beschadigde veiligheids- inrichtingen en onderdelen dienen des- kundig door een erkende vakwerkplaats te worden hersteld of vervangen tenzij in de handleidingen anders vermeld. Beschadigde schakelaars dienen door een klantendienst-werkplaats te worden vervangen. Gebruik geen gereedschap- pen waarvan de schakelaar niet kann worden in- of uitgeschakeld.
  • Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen toebehoren en hulpappparaten, die in de gebruiksaanwijzing zijn aangegeven of door de gereedschapsfabrikant worden aanbevolen of aangegeven. Bij gebruik anders dan in de gebruiksaanwijzing of in de catalogus aanbevolen gebruiks- gereedschappen of toebehoren kan er persoonlijk letsel ontstaan.

21. Herstellingen alleen door een elektro-

  • Dit elektrisch gereedschap beantwoordt aan de desbetreffende veiligheidsbepa- lingen. Herstellingen mogen enkel door een elektrovakman worden verricht, an- ders kunnen zich ongelukken voor de gebruiker voordoen.

22. Sluit de stofafzuiginrichting aan

  • Indien er voorzieningen voor het aan- sluiten van stofafzuiginrichtingen aan- wezig zijn, moet u controleren of deze zijn aangesloten en gebruikt worden. Speciale veiligheidsvoorschriften Gebruik geen stompe messen. Gevaar op te- rugslag! Het snijblok moet volledig zijn afgedekt. Ge- bruik voor het schaven van korte werkstukken een schuifstok. Voor het schaven van smalle werkstukken moet u aanvullende veiligheids- voorzieningen treffen. Het gebruik van dwars- drukvoorzieningen en veerafdekkingen zou noodzakelijk kunnen zijn om veilige werkom- standigheden te waarborgen. Het apparaat is geschikt voor het zagen van sponningen. De terugslagbeveiliging en de aanvoerrollen moe- ten regelmatig worden gecontroleerd. Appara- ten die zijn uitgerust met een spaanafzuiging en afzuigkap, moeten op de overeenkomstige apparaten worden aangesloten. De soort ma- teriaal kan de stofontwikkeling ongunstig beïn- vloeden. Het apparaat is uitsluitend geschikt voor het zagen van hout en soortgelijke ma- terialen. Als het mes tot 5% is versleten, moet deze worden vervangen. Als een schuifstok ontbreekt, kan er gevaar ontstaan. De schuif- stok moet, als deze niet wordt gebruikt, altijd bij de machine worden bewaard. Als kleine werkstukken met de hand worden ingevoerd, bestaat een hoger risico op letsel. Advie- zen van de fabrikant betreffende het gebruik van een schuifstok moeten in acht worden genomen. Een onjuiste uitlijning van de vei- ligheidsafdekkingen, aanvoertafel of rooster kan leiden tot oncontroleerbare situaties. Be- schadigde of vervuilde werkstukken brengen risico‘s met zich mee. Metalen onderdeeltjes of snel versplinterend hout mag met dit appa- raat niet worden bewerkt. Gevaar voor letsel! Plaats lange werkstukken voor het zagen op de roltafel of een andere steunvoorziening. Anders kunt u de controle over het werkstuk verliezen. De machine is geschikt voor het schaven en wordt gebruikt als vandiktebank Als u met de machine wilt werken, dient u altijd de juiste veiligheidskleding te dragen:
  • gehoorbescherming ter bescherming tegen gehoorschade,
  • adembescherming om het inademen van gevaarlijke stoffen deeltjes te vermijden,
  • een veiligheidsbril om oogletsel door rond- vliegende deeltjes te vermijden. De volgende situaties moeten onder alle om- standigheden worden vermeden: vroegtijdige onderbreking van de zaagprocedure (schaaf- snedes, die niet de totale lengte van het werkstuk omvatten; het schaven van oneffen houten delen, die niet vlak op de aanvoertafel liggen). Het apparaat is alleen bedoeld voor privé-ge- bruik. Het apparaat mag niet gebruikt worden voor professionele of commerciële doelein- den. Restrisico: Denk eraan dat ook bij het naleven van alle veiligheidsvoorschriften er altijd een mogelijk restrisico bestaat. Het naleven van deze aanwijzingen en aangemeten voorzich- tigheid bij de omgang met de machine vermin- dert de risico’s op persoonlijk letsel of bescha- diging van het apparaat. Bijzondere risico’s:
  • Vinger- of handletsel aan machineonderde- len of werkstukken, bijv. bij het vervangen van de schaafmessen
  • Gevaar voor stroomschokken, bij gebruik van niet gestandaardiseerde stroomaanslui- tingen
  • Aanraken van stroomgeleidende delen aan geopende elektrische componenten
  • Aantasting van het hoorvermogen bij lang werken aan de machine zonder gehoorbe- scherming
  • Uitstoten van gevaarlijke houtstof bij het niet gebruiken van een stofafzuiging. Ondanks het in acht nemen van de gebruiks- aanwijzing kunnen ook niet zichtbare restri- sico‘s bestaan.

70Let op! Als de hoofdnetaansluiting een slechts toestand vertoont, bestaat bij het inschakelen van het apparaat het gevaar op kortsluiting. Hierbij kunnen ook andere functies aangetast worden (bijv. het oplichten van controle lamp- jes). Mochten er bij de hoofdnetwerkaanslui- ting storingen optreden (Huidige impedantie max. <0,105 Ω), dient u contact op te nemen met uw lokale stroomleverancier voor hulp en informatie. Incorrect opspannen en positioneren van de messen kan vanwege wegschietende mes- sen tot een gevaarlijke situatie leiden. Zorg er daarom voor ingebruikname voor dat de mes- sen conform de gebruiksaanwijzing correct in- gezet en ingesteld zijn. Elk niet voor het scha- ven gebruikte deel van het schaafblok moet verdekt zijn. Controleer en onderhoud de ma- chine voor elke ingebruikname, vooral de anti- terugslagklauwen en de voeidingsaandrijfas moeten worden geïnspecteerd. Controleer of de stofafzuiging en opvanginrichting correct aangesloten en gebruikt worden. Controleer of de stofafzuiging geschikt is. Fijn houtstof kan naast gezondheidsgevaren in bepaalde concentraties ook tot explosierisico’s leiden. Tijdens wijzigingen en instellingen moet de machine worden uitgeschakeld en moet de netstekker worden verwijderd. Houtstof kan gezondheidsschadelijke risico’s veroorzaken. Bewaar de veiligheidsvoorschriften zorg- vuldig. Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat ge- nereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt. Doelmatig gebruik m

  • De schaafmachine is uitsluitend geconstru- eerd voor het bewerken van hout met het aangeboden gereedschap en de bijbeho- rende toebehoren. Er mogen geen metalen materialen worden bewerkt.
  • De machine voldoet aan de geldende EG- machinerichtlijn.
  • De machine is ontworpen voor een enkel- laags bedrijf, inschakelduur S1.
  • Neem alle veiligheids- en gevareninstructies op de machine in acht.
  • Alle veiligheids- en gevareninstructies op de machine moeten altijd volledig en in lees- bare staat worden gehouden.
  • Bij gebruik in afgesloten ruimtes moet de machine op een afzuiginstallatie worden aangesloten.
  • Voor het afzuigen van houten spaanders of zaagmeel moet er een afzuiginstallatie wor- den gebruikt.
  • De stroomsnelheid op de afzuigsteunen moet 20 m/s bedragen. Onderdruk 1200 Pa.
  • Voor werkzaamheden in het commerciële bereik moet voor het afzuigen een ontstof- ngsinstallatie worden gebruikt. Afzuig- of ontstofngsinstallaties blij een draaiende machine niet uitschakelen of verwijderen.
  • Gebruik de machine alleen in technisch on- berispelijke staat en ook overeenkomstig de bestemming, bewust van veiligheid en gevaren met inachtneming van de bedrijfs- handleiding! In het bijzonder storingen, die de veiligheid kunnen benadelen, direct (la- ten) verhelpen!
  • De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoor- schriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetin- gen moeten in acht worden genomen.
  • De geldende ongevallenpreventievoor- schriften alsook de overige algemene er- kende veiligheidstechnische voorschriften moeten in acht worden genomen.
  • De machine mag alleen door vakkundige personen worden gebruikt, onderhouden en worden gerepareerd, die bekend zijn met deze werkzaamheden en op de hoogte zijn van de gevaren. Zelf aangebrachte wijzigin- gen aan de machine sluiten een aansprake- lijkheid van de fabrikant voor hieruit voort- vloeiende schade uit.
  • De machine mag uitsluitend met de originele accessoires en originele gereedschappen van de fabrikant worden gebruikt.
  • Elk verder gaand gebruik is niet doelmatig. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/be- diener, niet de fabrikant, aansprakelijk. Restrisico‘s m
  • De machine is gebouwd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheids- technische regels. Er kunnen bij werkzaam- heden echter afzonderlijke restrisico’s op- treden. Verwondingsgevaar voor vingers en handen door het roterende schaafblok bij een incorrecte geleiding van het werkstuk.
  • Grijp bij het geleiden van het werkstuk nooit met de handen onder de mesbescherming!
  • Leid een werkstuk nooit terug over het open lopende schaafblok.
  • Letsel door een wegslingerend werkstuk bij ondeskundige bediening of ondeskundige geleiding, zoals bijvoorbeeld het werken zonder aanslag.
  • Gevaar voor de gezondheid door houtstof of houtspaanders.
  • Draag altijd persoonlijke beschermingsmid- delen zoals oogbescherming en een stof- masker. Afzuiginstallatie plaatsen!
  • Gevaar voor de gezondheid door lawaai. Bij werkzaamheden wordt het toegestane geluidsniveau overschreden. Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen zoals gehoorbescherming.
  • Gevaar door stroom bij onjuist gebruik van de elektra-aansluitingen.
  • Verwerk alleen speciaal hout zonder fou- ten zoals: Knoesten, dwarsscheuren, op- pervlaktescheuren, vreemde voorwerpen (spijkers, schroeven). Foutief hout vormt een risico bij het werken.
  • Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgs- maatregelen, sprake zijn van niet-zichtbare restrisico’s.
  • Restrisico’s kunnen worden geminimali- seerd als de veiligheidsinstructies en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruiksaanwijzing in acht worden geno- men.
  • Intrekgevaar door automatische voeding.
  • Beknellingsgevaar door automatische uit- voer. Opstellen Bereid de werkplaats, waarop het elektrisch gereedschap moet staan, voor. Creëer vol- doende ruimte om een veilig en storingsvrij werken mogelijk te maken. Het elektrisch ge- reedschap is vervaardigd voor het werken in gesloten ruimtes en moet stabiel op een vlak- ke, vaste ondergrond worden opgesteld. Het is raadzaam om de machine op de vloer te bevestigen. (pluggen)

6. Vaststelgreep voor vandiktetafel

11. Wiel voor hoogteverstelling

12. Handgreep voor het omhoog brengen

13. Aan- / Uit-schakelaar

Montage Vanwege verpakkingstechnische redenen is uw schaafmachine niet volledig gemon- teerd. De schaafmachine mag niet op de africht- tafel worden opgetild! Voetplaten monteren en afstellen afb. 2 4 voetplaten met frameonderdeel monteren, Inbusmoeren met de hand licht aanhalen. Om oneffenheden in de vloer te compenseren, de contramoeren losdraaien en de voetplaten overeenkomstig in- of uitdraaien. De contra- moer weer aanhalen. Let op! Machine altijd met een waterpas uitlijnen. Africhtaanslag monteren afb. 3.1 Africhtaanslag (3) in de geleiding schuiven en met de klemhendel (A) aanhalen. Africhtaanslag instellen afb. 3.0, 3.1

1. Klemhendel (B) losdraaien

2. Met behulp van een aanslaghoek dient de

90°-positie van de africhttafel ten opzichte van het aanslagvlak te worden bepaald,

3. Klemhendel (B) aanhalen.

4. Contramoer losdraaien, met de cilinder-

schroef (C) de aanslag afstellen.

5. Contramoer weer aanhalen.

Let op! De africhtaanslag moet altijd veilig beves- tigd zijn. De klemming gebeurt met de klemhendel (A + B) afb. 3.1 Schaafblokbescherming monteren afb. 4 Schaafblokbescherming zijdelings op de af- richttafel vast met 2 inbusschroeven monteren en aanhalen. De schaafblokbescherming kan zonder ge- reedschap worden weggezwenkt, door de ex- centreerhendel naar boven te trekken, schaaf- blokbescherming wegzwenken, excentreerhendel naar onderen drukken. Bij Plana 4.1 en 6.1 afb. 12, 12.1

1. Telkens 1 kruiskopschroef (M) aan beide

zijden van de achterwand losdraaien,

2. achterwand licht optillen en verwijderen.

3. Contramoer (K) losdraaien, riemen door

het draaien van de inbusschroef (L) op spanning brengen, contramoer weer aan- halen.

4. Achterwand plaatsen en met 2 kruiskop-

schroeven weer borgen. Bij Plana 3.1 afb. 13, 13.1

1. 6 kruiskopschroeven links en rechts aan

de achterwand verwijderen.

2. 4 bevestigingsschroeven (M) op de motor

3. Gebruik een houten plaat als hefboom

door deze tussen de motor en behuizing te spannen.

5. Controleer de riemspanning na het aanha-

Ingebruikname Neem voor de ingebruikname de veilig- heidsinstructies in acht. Alle beschermings- en hulpvoorzieningen moeten zijn gemon- teerd. Ombouw-, instellings-, meet- en reinigings- werkzaamheden uitsluitend bij uitgeschakelde motor uitvoeren. Netstekker loskoppelen! Motorrem: Remtijd tot stilstand van het schaafblok dage- lijks controleren. Deze tijd mag max. 10 secon- den bedragen, anders niet doorwerken. Werkvoorbeeld africhten afb. 5 + 6 Let op! Nooit zonder schaafblokbescherming bij africhtschaven werken. Africhtschaaf-spanopname afb. 7 De spanopname bij africhtschaven kan via de tafelverstelhendel (5) van 0 - 3 mm worden in- gesteld. Let op! Bij het verstellen eerst de vaststel- greep (6) losdraaien, spanopname op de schaal (D) met de tafelverstelhendel instel- len en vaststelgreep (6) weer aanhalen. Bij langere werkstukken (langer dan bewer- kings- of afnametafel) moet een dolly (speciale toebehoren) of gelijksoortig worden gebruikt. Vlakschaaf-machineinstelling Afb. 9.0, 9.1, 9.2. Omschakeling van africhten op vlakschaven. Ontgrendel de africhttafel op beide zijden door het ontspannen en uittrekken van de beide ex- centreerhendels afb. 9 (9) Kantel de beide tafels met de grepen afb. 9 (12) naar boven totdat de vergrendeling afb.

Zwenk de spaanderuitwerpkap (8) naar boven totdat deze met de veerbeugel afb. 9.2 (F) vastklikt. In combinatie met een afzuiginstallatie kan vervolgens worden afgezogen. Vlakschaaf - tafelverstelling afb. 10 De vandiktetafel kan via het handwiel (11) in de hoogte worden versteld en wordt met de vandiktetafelklemming (10) tegen verstelling geborgd. De geïntegreerde positie-aanduiding (G) geeft de doorlaathoogte aan. Een handomdraai komt overeen met 2 mm. De vandiktetafel evenals de africhttafel altijd harsvrij houden. Instelling van de schaal in schaafbedrijf Afb. 10 Indien er een onnauwkeurigheid aanwezig is, kan de schaal (G) worden versteld. Daartoe de beide bevestigingsschroeven losdraaien, schaal nauwkeurig uitlijnen, beide schroeven weer aanhalen. Automatische voeding in vlakschaafbe- drijf. Afb. 11 De automatische voeding wordt door de voedingsvergrendelingshendel (7) in- resp. uitgeschakeld. Positie open = Aan Positie onder = Stop Indien de voeding is ingeschakeld, wordt het hout automatisch toegevoerd en wordt een nauwkeurig en gelijkmatig opper- vlak bereikt. Bij het africhten is het handig om de voeding uit te schakelen. De voeding kan ook vanwege veiligheidsrede- nen worden uitgeschakeld. V-snaarspanning motor Let op! Bij alle ombouw- en instelwerkzaamhe- den moet altijd de netstekker uit het stopcon- tact worden verwijderd. V-snaren na de eerste ingebruikname na 3 bedrijfsuren naspannen. Verder moet de snaarspanning regelmatig na 40 bedrijfsuren worden gecontroleerd en evt. worden nage- spannen. Africhtschaaf - schaafblokbescherming, afb. 5 Bij het africhten tot 100 mm werkstuksterkte moet de schaafblokbescherming van boven het werkstuk en het schaafblok afdekken. Bij een werkstukbreedte van meer dan 100 mm stelt u de beschermingsrails van de schaaf-

72blokbescherming in op de werkstukbreedte. Let erop om de handen gesloten met aange- sloten duimen op het gereedschap te leggen.

Voegen, afb. 6 Gebruik voor dit werkproces de africhtaan- slag, de schaafblokbescherming op de africht- tafel laten liggen en de beschermingsrails tot de werkstukbreedte instellen Druk het werkstuk tegen de schaafaanslag en leidt nu met beide handen over het schaafblok. Zodra de plaat ver genoeg in de opnametafel zit, legt u de linkerhand erop en schuift u zon- der onderbreking over het schaafblok. Africhtschaaf - spaanderuitwerping, afb. 8 Bij africhtschaven moet de africhttafel zijn ver- grendeld. De afzuigslang op de afzuigkap steken In combinatie met een afzuiginstallatie kan vervolgens worden afgezogen (speciale toe- behoren). Afzuigsteundiameter 100 mm Werkinstructies

■ UITRUSTEN EN INSTELLEN VAN DE MACHINE

  • Ombouw-, instellings-, meet- en reinigings- werkzaamheden uitsluitend bij uitgeschakel- de motor uitvoeren. Netstekker loskoppelen en wachten tot het draaiende gereedschap stilstaat.
  • Alle beschermings- en veiligheidsvoorzie- ningen moeten direct worden teruggeplaatst nadat de reparatie of het onderhoud is vol- tooid.
  • Defecte schaafmessen (scheuren of derge- lijke) direct vervangen. Zie Mesvervanging!
  • De werkzaamheid van de terugslagzekering voor elke bewerking controleren. De grijper- punten moeten scherp zijn.
  • Het schaafblok is in overeenstemming met DIN EN 847-1 gemaakt.
  • De bewerking pas starten als het volledige toerental is bereikt.
  • De bedieningsplaats van de machine vrij- houden van spaanders en houtkrullen.
  • Voor het afzuigen van houten spaanders en houtstof moet een afzuiginstallatie worden gebruikt. De stroomsnelheid op de afzuig- steunen moet minstens min. 20 m/s bedra- gen.
  • Werk alleen met scherpe schaafmessen. Stompe schaafmessen verhogen het terug- slaggevaar.
  • Bij vandikteschaven: Werkstuk met het dik- ke uiteinde vooruit invoeren, holle zijde naar onderen. Maximaal 2 werkstukken tegelij- kertijd schaven, door aan de beide buitenzij- den aan te voeren.
  • Bij het bewerken van langere werkstukken (langer dan de bewerkingstafel) moeten dol- ly’s (speciale toebehoren) worden gebruikt.
  • Africhten: Bij het africhten tot 100 mm werk- stuksterkte moet de schaafblokbescher- ming van boven het werkstuk en het schaaf- blok afdekken. Bij een werkstukbreedte van meer dan 100 mm stelt u de beschermings- rails van de schaafblokbescherming in op de werkstukbreedte. Let erop om de handen gesloten met aangesloten duimen op het gereedschap te leggen.
  • Voegen: Het werkstuk wordt tegen de af- richtaanslag gelegd. De beschermingsrails van de schaafblokbescherming op de werk- stukbreedte instellen en deze op de tafel laten liggen.
  • Africhten en voegen van kleine dwarsdoor- sneden (lijsten): Bij het africhten wordt het werkstuk zoals bij werkstukken tot 100 mm dikte met vlak opliggende handen naar vo- ren geschoven. Bij het voegen wordt het werkstuk met de beide handen met geslo- ten vuist tegen de aanslag gedrukt en naar voren geschoven. De veiligheidsvoorzie- ning is tot tegen de aanslag aangezet en wordt tot aan het werkstuk geschoven. Africhten en voegen van korte werkstuk- ken (min. lengte 150 mm): Bij het africhten wordt het werkstuk met de vlakke hand op de bewerkingstafel gedrukt en met het door de rechterhand geleide schuifhout naar vo- ren geschoven. De linkerhand glijdt over de veiligheidsvoorzieningen, zodra het werk- stuk op de afnametafel ligt, wordt de druk met de linkerhand naar de afnametafel ge- schakeld. Bij het voegen wordt het werkstuk met de linkerhand, met gesloten vuist, tegen de aanslag en de tafel gedrukt en met het schuifhout naar voren geschoven.
  • Afschuinen: Het werkstuk wordt tegen de af- richtaanslag gelegd. De beschermingsrails van de schaafblokbescherming op de werk- stukbreedte instellen en deze op de tafel la- ten liggen. Het werkstuk wordt met de linker- hand bij een gesloten vuist tegen de aanslag en de afnametafel gedrukt en met een ge- sloten rechterhand naar voren geschoven.
  • Bij werkstukken die langer zijn dan de afna- metafel, moet een dolly (speciale toebeho- ren) of gelijksoortig worden gebruikt.
  • Let op! Nooit zonder schaafblokbescher- ming bij africhtschaven werken Elektrische aansluitingen m
  • Netaansluitleidingen controleren. Geen de- fecte aansluitingen gebruiken. Zie Elektri- sche aansluiting.
  • Neem de draairichting van de motor en het gereedschap in acht, zie Elektrische aan- sluiting schaafmachine.
  • Installaties, reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden aan de elektrische installatie mogen uitsluitend door een specialist wor- den uitgevoerd.
  • Voor het oplossen van storingen moet de machine worden uitgeschakeld. Netstekker loskoppelen.
  • Bij het verlaten van de werkplek altijd de mo- tor uitschakelen. Netstekker loskoppelen.
  • Ook bij een kleine standplaatswissel de machine van elke externe energietoevoer scheiden! Voor een hernieuwde ingebruik- name de machine weer correct op het net aansluiten! De machine met CEE-stekker op het net aan- sluiten, voeding moet met 16 A zijn gezekerd. Op de bedrijfsschakelaar de groende drukknop indrukken, het schaafblok start (afb. 14). Voor het uitschakelen de rode drukknop in- drukken, schaafblok wordt binnen 10 sec. af- geremd. Draairichtingswijziging Bij een netaansluiting of de standplaatswissel moet de draairichting worden gecontroleerd, eventueel moet de polariteit door midden van een schroevendraaier worden gewisseld (ma- chinestopcontact, afb. 15). De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de rele- vante VDE- en DIN-bepalingen. De netaanslui- ting van de klant evenals het gebruikte verleng- snoer moeten voldoen aan deze voorschriften resp. de plaatselijke EVU-voorschriften. Bedrijfsmodus / Inschakelduur De elektromotor voor de bedrijfsmodus S1 voor continu bedrijf. Bij overbelasting van de motor schakelt deze zelfstandig uit, omdat een wikkelingsthermo- staat in de motorwikkeling is geplaatst. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de mo- tor weer worden ingeschakeld. Beschadigde elektrische aansluitkabels Aan elektrische aansluitkabels ontstaat vaak isolatieschade. Mogelijke oorzaken:
  • Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid.
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.
  • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
  • Scheuren door veroudering van de isolatie.

73Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensge- vaarlijk als de isolatie is beschadigd! Controleer de elektrische aansluitkabels regel- matig op schade. Let erop dat bij het controle- ren de aansluitkabel niet op het elektriciteits- net is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten voldoen aan de relevante VDE- en DIN-bepalingen en de plaatselijke EVE-voor- schriften. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H 07 RN. Op de aansluit- kabel moet de typeaanduiding vermeld staan. Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter, bij langer dan een lente van 25 m ten minste 2,5 vierkante millimeter. De netaansluiting wordt met 16 A (traag) be- veiligd. Draaistroommotor De netspanning moet 380÷420 V/50 Hz bedra- gen. De netaansluiting en verlengsnoeren moeten 5-aderig zijn=3P/N/PE. Verlengsnoeren moeten een minimumdoor- snede hebben van 1,5 mm². De netaansluiting is met maximaal 16 A bevei- ligd. Bij een netaansluiting of de standplaatswissel moet de draairichting worden gecontroleerd, eventueel moet de polariteit door midden van een schroevendraaier worden gewisseld (ma- chinestopcontact, afb. 15). Wisselstroommotor De netspanning moet 230 V~ / 50 Hz bedra- gen. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektro- monteur worden uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende ge- gevens:

  • Motorfabrikant; motortype
  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de ma- chine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor Bij terugsturen van de motor altijd de complete aandrijfeenheid met elektrische besturing re- tourneren. Onderhoud

WAARSCHUWING Trek altijd de netstekker uit het stopcontact voordat aan het elektrisch gereedschap zelf wordt gewerkt (zoals bij trans- port, montage, ombouw, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden)! ■ REINIGING Onderhouds-, reparatie- en reinigingswerk- zaamheden, evenals functiestoringen alleen bij uitgeschakelde aandrijving uitvoeren. Ma- chine uitschakelen via de Aan-/Uit-schakelaar, vervolgens de netstekker verwijderen! Alle beschermings- en veiligheidsvoorzienin- gen moeten direct worden teruggeplaatst na- dat de reparatie of het onderhoud is voltooid. De africhttafel evenals de vandiktetafel altijd harsvrij houden. De lagers van het schaafblok zijn voorzien van continue smering. In nieuw- staat optredende verwarming is standaard en dit verdwijnt na een bepaalde tijd. Voedingswalsen regelmatig reinigen. De glijlagers van de voedingswals, de verstel- spil van de vandiktetafel, de lagers na de eer- ste 5 bedrijfsuren insmeren. Bij gebruik elke 20 bedrijfsuren. Schaafmessen De af fabriek geplaatste HSS-schaafmessen zijn klaar voor gebruik en correct ingesteld. Alleen correct bijgeslepen en nauwkeurig in- gestelde schaafmessen garanderen veilig werken. Wij adviseren: houd altijd een tweede nieuwe set schaafmessen ter vervanging op voorraad. Reserveschaafmessen zijn verkrijgbaar bij uw vakhandel. Schaafmessen plaatsen, afb. 16

Houd er bij het plaatsen rekening mee dat er

  • verwondingsgevaar voor de vingers en han- den bestaat.
  • de opspanvlakken van de mesblokken en de wigbalken gereinigd worden.
  • de geslepen schaafmessen van olie zijn ont- daan.
  • er alleen setsgewijs bijgeslepen messen worden gebruikt.
  • het plaatsen van de schaafmessenn en wig- balken moet overeenkomstig de afbeelding zijn uitgevoerd.
  • de schaafmessen, mesdragers en wigbal- ken aan beide zijden met het schaafblok afsluiten.
  • De klemschroeven moeten allemaal goed zijn aangehaald (8,9 N/m). Let op! De gegevens voor de mesbevestiging, voor de mesoverstand, voor de mesdikte, voor de min. inspanlengte en voor het optimale aanhaal- momenten van de mesbevestigingsschroeven moeten nauwkeurig worden aangehouden. Schaafmessen instellen, afb. 16a,b,c
  • De HSS-schaafmessen zijn af fabriek ge- plaatst en correct ingesteld.
  • Indien nodig kunt u, zoals hierna beschre- ven, de instelling opnieuw aanbrengen of verjnen.
  • Een schaafmes na de ander instellen
  • Stel de positie van de schaafmessen door middel van de instelschroeven alternatief in, totdat de snede van de messen de beide perfect afgerichte platen (dienen als instel- ling) aanraakt, die op de uitgangstafel zijn gelegd.
  • Stel de ingangstafel in op een africhthoogte van 2 mm.
  • Draai het schaafblok totdat het mes op maximale hoogte staat.
  • De schaafmessen zitten op de kop van de instelschroeven in de moer van het schaaf- blok. Laat de messen tegen de platen ko- men, door de instelschroeven er met een inbussleutel uit te draaien.
  • Lijn de meshouder uit en voer opnieuw een controle van de positie van de messen uit.
  • Controle van de messen Leg de afgerichte plaat (=instelplaat) op de uit- gangstafel en markeer de positie van de plaat. Indien u het schaafblok met de hand in de snij- richting draait, zal de messnede de plaat met x = 2 tot 3 mm verschuiven. Voer de controle voor elk mes op de bedieningszijde en op de andere zijde uit. Zonder een zorgvuldige instelling kan er niet nauwkeurig worden afgericht.
  • De drukschroeven van de wigbalk met moersleutel vast aanhalen. (8,9 N/m)
  • Alle schaafmessen op dezelfde wijze instel- len en vastklemmen
  • Na elke meswissel een testloop uitvoeren en daarna de drukschroeven aanhalen. (8,9 N/m) Voor ingebruikname van het schaafblok moet worden gecontroleerd of de hiervoor vermelde aanwijzingen zijn aangehouden. Voor het inschakelen van de machine moeten de algemene veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen. Schaafmessen slijpen Stompe schaafmessen verhogen ongevallen- gevaar, het werkvermogen is niet meer gega- randeerd. De schaafmessen slechts tot 16 mm me- shoogte bijslijpen. De messnijhoek moet 40 ± 2 graden bedragen. Voor het bijslijpen moeten de schaafmessen naar een geautoriseerde slijper worden ge- bracht, of moeten de messen worden terugge- stuurd naar de fabriek. Scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbH

74Verhelpen van storingen Storing Mogelijke oorzaak Remedie

opgeschort transport bij vandikteschaven Vandiktetafek geharst resp. niet geölied. Vandiktetafel regelmatig reinigen en insproeien (glijspray). Dit geldt vooral bij vochtig en harsachtige houtsoorten.

2. Werkstukafzet bij

africhtschaven Dit is terug te voeren op slecht ingestelde schaafmes- sen De instelling van de schaafmessen moet met grote zorgvuldigheid, met behulp van de instelleer, worden uitgevoerd.

3. Werkstuknauwkeurigheid bij

africhtschaven (hol, bol) Bij niet nauwkeurig staande africhttafels als gevolg van incorrect transport of gelijksoortig. Machine nooit aan de tafels optillen. Stijve africhttafels 1 mm boven het schaafblokli- chaam evenals parallel ten opzichte van de basis- plaat instellen. Elektrotechnische onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een elektricien worden uitgevoerd! Bij het verwijderen van de machine moeten de lokale wettelijke bepalingen in acht genomen worden. Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen / BRD Hobelmesser: Plana 3.1c Set HS-schaafmessen 250: 790 2200 601 Set keermessen 250: 330 4200 030 Set messendrager 250: 330 4300 038 Plana 4.1c Set HS-schaafmessen 310: 330 4000 010 Set HW-schaafmessen 310: 730 2200 603 Set keermessen 310: 330 4200 031 Set messendrager 310: 790 2200 602 Plana 6.1c Set HS-schaafmessen 410: 790 2200 604 Service-informatie U moet er rekening mee houden dat bij dit pro- duct de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slij- tage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken:* V-snaren, koolborstels, schaaf- messen

  • niet verplicht bij de leveringsomvang begre- pen! Afvalverwijdering en recyclage Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpak- king is een grondstof en bijgevolg herbruik- baar of kan in de grondstofkringloop terugge- bracht worden. Batterijen horen niet thuis bij het huisvuil. Gooi ze niet in het vuur of in het water. Batterijen moeten worden ingezameld, gerecycleerd of milieuvriendelijk verwijderd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit di- verse materialen, zoals b.v. metaal en kunst- stof. Ontdoe u van defecte onderdelen op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeentebestuur! Oude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid! Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke be- palingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hier- voor bestemde verzamelpunt worden afgege- ven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aan- schaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektro- nische apparatuur. Het onjuist afvoeren van oude apparatuur kan door mogelijke gevaarlij- ke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, ne- gatieve effecten op het milieu en de gezond- heid van de mens hebben. Door een juiste af- voer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuur- lijke ressources. Informatie inzake inzamel- punten voor verbruikte apparatuur kunt u op- vragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkings- station voor het afvoeren van verbruikte elek- trische en elektronische apparatuur of uw af- valverwerkingsstation.
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : Plana 4.1c

Categorie : Vijl