AL600plus - Batterijlader H-Tronic - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AL600plus H-Tronic in PDF-formaat.
| Producttype | Loodaccu-lader |
| Merk | H-Tronic |
| Model | AL600plus |
| Ingangsspanning | 220-240 V AC, 50 Hz |
| Max. laadstroom (12 V) | 600 mA |
| Max. laadstroom (2/6 V) | 300 mA |
| Accucapaciteit | 1,2 - 40 Ah |
| Compatibele accuspanningen | 2 V, 6 V, 12 V |
| Accutypes | Loodzuur, Gel, AGM |
| Bescherming | Omgekeerde polariteit, kortsluiting, overlading |
| Weergave | 5 LED's: netspanning, opladen, herinitialisatie, gereed, fout |
| Laadmodi | Fase I (constante stroom), Fase U1 (constante spanning), Fase U2 (onderhoud) |
| Accutestfunctie | Ja, automatische diagnose voor het laden |
| Automatische onderhoudsfunctie | Ja, cyclisch onderhoudsladen |
| Bedrijfstemperatuurbereik | -25 °C tot +45 °C |
| Garantie | 2 jaar |
| Artikelnummer | 2 24 22 17 |
| Meegeleverde accessoires | Rode en zwarte accuklemmen |
| Gebruik | Binnen, droog |
Veelgestelde vragen - AL600plus H-Tronic
Gebruikersvragen over AL600plus H-Tronic
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Batterijlader in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AL600plus - H-Tronic en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AL600plus van het merk H-Tronic.
GEBRUIKSAANWIJZING AL600plus H-Tronic
- Gebruik....33
- Waarschuwingen 33
- Risico's 34
- Veiligheid 35
- Aansluiting en ingebruikname 35
- Voor ervaren gebruikers (snel beginnen) 36
- Uitvoerige omschrijving betreffende de laadprocedure......36
- Garantie....39
- Environmental protection 39
AUTOMATIKLADER
AL 600plus
Art.- Nr. 2 24 22 17

Deze Automatische Oplader AL 600plus met ddiagnose-functie werkt met de modernste karakteristiekgestuurde laadt-techniek en zorgt daardoor voor optimale lading en onderhoud van de loodaccu. Een intelligente software controleert continu de volledige functies en stuurt afhankelijk van de status de juiste laadprocedure. De accu kan maandenlang aangesloten blijven. Overladen is niet mogelijk.
Speciale kenmerken
- Meerdere niveaus I/U- laadkromme IPhase, U1-Phase, U2-Phase
- Verpoling- en kortsluitingveilig door elektronische veiligheidsstroomkring
- Automatische accuonderhoudsmodus (automatische refreshing van de accu na het opladen)
- Softwaregestuurde diagnose van de accu voor aanvang van de
oplaadprocedure, accu testfunctie en storingdetectie
- Druppellading
- Voor 2 V-, 6 V- en 12 V- loodaccu (zuur, gel, AGM)
- Oplaadstroom max. 0,6A (automatische aanpassing)
- 5 LED statusweergave: netstroom, laden, refresh, gereed, storing.
Technische gegevens
- Gebruiksspanning: 220 - 240V/AO
- Max. laadstrom 600 mA (12 V), 300mA (2 V/6 V)
- Capacity of battery: 1,2 - 40 Ah
- Elektronische kortsluiting- en verpolingsbeveiliging, overlaad-beveiliging
Waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten.
Om dit zo te houden en zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient u zich als gebruiker te houden aan deze veiligheidsbepalingen en waarschuwingen, die in deze handleiding staan.
Lees eerst deze handleiding volledig en zorgvuldig door voordat u dit oplaadtoestel in gebruik neemt. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffende de ingebruikname en het gebruik. Bij schades, die ontstaan door het niet opvolgen van de handleiding, vervalt het recht op garantie. Voor volgschades, die hieruit ontstaan zijn wij niet aansprakelijk. Deze gebruiksaanwijzing is een integraal onderdeel van dit product. U dient zich beslist te houden aan de aanwijzingen betreffende de veiligheid en het gebruik.

Let er a.u.b. op, dat bedienings- en aansluitfouten buiten onze invloedsfeer liggen. Begrijpelijkerwijze kunnen wij niet aansprakelijk gesteld worden voor schades die daarvan het gevolg zijn.
1. GEBRUIK
Het gebruik van het laadapparaat conform de voorschriften omvat het laden en de druppellading van onderhoudsvrije gelaccu's, microflies- en zuuraccu's, die geschikt zijn voor de in de technische gegevens aangegeven spanning- en laad-stroom. Een andere toepassing is niet conform de voorschriften. Uitsluitend de gebruiker is aansprakelijk voor de hieruit ontstane schade.
2. WAARSCHUWINGEN
Het apparaat mag alleen onder navolging van deze gebruiksaanwijzing worden gebruikt voor de hier omschreven toepassing.
- Ter voorkoming van oppervlaktecondens (vorming van condenswater) mag het apparaat niet bij vorst of risico op vorst worden gebruikt.
- Om risico op brand en een elektrische schok te voorkomen, mag het apparaat niet aan regen of vochtigheid worden blootgesteld.
- Er mag geen vloeistof, van welke soort dan ook, in het apparaat binnendringen. Ventilatiegleuf resp. behuizing nooit afdekken.
-
Stel het apparaat niet op in de buurt van warmtebronnen, zoals verwarmingen zoals verwarmingen of dergelijke!
-
Plaats of geleid de laadkabel niet in de buurt van brandbaar materiaal.
- De laadkabel mag niet worden geknikt of via hoekige delen worden gevoerd. Stroomkabels of leidingen waarmee het apparaat is verbonden, moeten voor en na gebruik altijd op isolatiegebreken of breuk worden gecontroleerd.
- Bij het vaststellen van een fout in de toevoer moet het apparaat direct buiten gebruik worden genomen.
- Het apparaat mag alleen op een vaste en niet brandbaar oppervlak worden gebruikt.
- Gebruik het apparaat alleen buiten het voertuig. Let bij de aansluiting van de acculaadklemmen op een veilige en vaste verbinding.
- Het gebruik van tegenwerkende omgevingsvoorwaarden moet onder alle omstandigheden worden voorkomen. Tegenwerkende omgevingsvoorwaarden zijn: Omgevingstemperaturen onder -25^ of boven +50^ , brandbaar gas, oplosmiddelen, dampen, stof, luchtvochtigheid boven 80% alsmede vochtigheid.
- Het apparaat mag alleen in droge en afgesloten ruimtes worden gebruikt.
Storing
Als er aangenomen kan worden dat gebruik zonder gevaar niet meer mogelijk is, dient u het apparaat buiten werking te stellen en te beschermen tegen het per ongeluk in werking stellen door derden.
U kunt aannemen dat gebruik zonder gevaar niet meer mogelijk is, als:
- het apparaat zichtbaar beschadigd is
- het apparaat niet meer werkt
- delen van het apparaat loszitten
- als de verbindingskabels zichtbaar beschadigd zijn.
Indien het apparaat gerepareerd moet worden, moeten voor het vervangen van onderdelen beslist originele onderdelen toegepast worden! Het gebruik van afwijkende onderdelen kan leiden tot ernstige schade aan personen of goederen. Een reparatie mag alleen door een vakman uitgevoerd worden.
3. RISICO'S
Bij herkenbare schade als bijv.: rookontwikkeling, indringen van vloeistoffen enz., apparaat direct loskoppelen van de stroom en de accu. Storing direct laten verhelpen. Risico door verpoling, kortsluiting en contact met accuzuren – direct de veiligheidsvoorschriften van de accufabrikant in acht nemen.
Attentie! Accuzuur is een sterk bijtend zuur. Zuurspatten op de huid of kleding direct met zeepsop behandelen en met veel water naspoelen. Als u zuurspatten in het oog krijgt, moet u dit direct met veel water spoelen en naar een doktenan.
4. VEILIGHEID
- Zorg tijdens het laden voor voldoende ventilatie in de ruimte.
- Open bij niet onderhoudsvrije loodaccu's (loodzuuraccu's) de celstoppen.
- Controleer voor het laden van niet onderhoudsvrije loodaccu's de zuurstand.
- Controleer tijdens een langere laadduur van niet onderhoudsvrije loodaccu's tussendoor de zuurstand. Controleer uit veiligheidsoverwegingen regelmatig de laadprocedure.
Attentie! Voorkom open vuur, licht en radioverkeer in de buurt van de te laden accu (explosiegevaar door knalgas). Neem de laadinstructies van de accufabrikant in acht.
5. AANSLUITING EN INGEBRUIKNAME
Sluit de stroomkabel van het apparaat aan op een intacte contactdoos die voldoet aan de VDE-bepalingen. Als de accu in ingebouwde toestand wordt geladen, moet u eerst controleren of alle stroomverbruikers van het voertuig, zoals bijv. de ontsteking, radio, het licht, telefoon, gsm-oplader enz. zijn uitgeschakeld. Eventueel moet u de loodaccu uitbouwen of afklemmen. Als het laadapparaat na langere laadtijd niet „Gereed“ (Fertig) of „Vol“ (Voll) weergeeft, is het wellicht mogelijk dat de accu een lekstroom weergeeft of dat er op de accu nog altijd een verbruiker is aangesloten. Neem bij het laden de waarschuwingen van de accu- of voertuigfabrikant in acht. Klem eerst de rode klem op de pluspool (+) van de accu en vervolgens de zwarte klem op de minpool (−) van de accu.
Attentie!
- Nooit aansluitingen op de voertuigcarrosserie klemmen.
- Het laadapparaat functioneert bij een omgevingstemperatuur van -25^ ...+45°C
- Bij welke temperatuur of met welke laadparameters een te laden accu mag worden geladen is afhankelijk van de technische gegevens van de accufabrikant.
- Het apparaat kan bij volle belasting temperaturen tot 50°C bereiken.
6. VOOR ERVAREN GEBRUIKERS (SNEL BEGINNEN)
GEBRUIK VAN HET APPARAAT
Aansluiting op het 230V stroomnet
Verbind eerst het laadapparaat met het 230V stroomnet (contactdoos) Het groene LED „Stroom“ (Netz) gaat branden.
Accuspanning instellen
Afhankelijk van welke accu u wilt laden, moet u de schuifregelaar op 2 V, 6 V resp. 12 V plaatsen.
Aansluiten op de accu
Sluit de rode aansluitklem van het laadapparaat aan op de pluspool (+) van de accu en de zwarte klem op de minpool (−) van de accu. De accu kan daarbij in de auto/motor aangesloten blijven (zie Opmerking N3).
Laadprocedure
Het apparaat start automatisch de laadprocedure.
Dit wordt door het LED „Laden“ weergegeven.
Gereed
Als na het laden aan alle testcriteria is voldaan en de accu „goed“ is, schakelt het laadapparaat het LED „Gereed“ (Fertig) in (zie Opmerking N3) en gaat dezeover in de refreshmodus. Tegelijk gaat het LED „Laden“ uit en wordt het LED „Refresh“ aangegeven. De accu is hiermee geladen en gebruiksklaar en kan van het laadapparaat worden losgekoppeld.
- Aansluitend stroomkabel uit de contactdoos verwijderen.
- Trek altijd aan de stekker en nooit aan de kabel!
- Bij niet onderhoudsvrije loodaccu's de zuurstand controleren. Bij een te geringe zuurstand bijvullen met gedistilleerd water.
- Neem de instructies van de accufabrikant in acht.
7. UITVOERIGE OMSCHRIJVING BETREFFENDE DE LAADPROCEDURE
Na de verbinding met het stroomnetwerk (230V/50Hz) brandt het LED „Netstroom“ (Netz). Na het instellen van het accutype middels de schuifregelaar
en het aansluiten van een 2 V-, 6 V- of 12 V-loodaccu (zuur, gel, AGM, EXIDE gel-accu), schakelt het apparaat in controlemodus. Als de spanning van een juist aangesloten accu boven 14,3 V (bij 12 V-accu), of boven 7,15 V (bij 6 V-accu), of boven 2,4 V (bij 2 V-accu) ligt, knippert het LED „Storing(Fehler) alsmede het LED „Laden“. Als de spanning in het bereik 0,5...2,4 V (2 V-accu), 0,5...7,15 V (6 V-accu), of 0,5...14,3 V (12V-accu) ligt, schakelt het apparaat in de Laadmodus.
Laadtechniek
Het apparaat heeft drie verschillende laadfases:
■ I-Phase, de laadstroom bedraagt ca. 0,6A voor 12V-accu en ca. 0,3 A voor 2 V- en 6 V-accu.
■ U1-Phase (= Hoofdlaadfase) met constante spanning van 14,3V (resp. 2,4 V of 7,15 V)
■ U2-Phase (= Laadbehoud) met constante spanning van 13,8V (resp. 2,3V of 6,9 V)
De accu wordt eerst geladen met constante stroom (I-Phase), totdat de laadsluitspanning (14,3 V/7,15/2,4 V) is bereikt. Vervolgens wordt de spanning constant gehouden (U1-Phase) en past de laadstroom zich aan de laadstand van de accu aan. Des te voller de accu, des te geringer de laadstroom. Als een laadstroom onder ca. 100 mA blijft (zie Opmerking N3), wordt de laadprocedure afgebroken en schakelt het laadapparaat automatisch in testmodus. Bij deze test wordt de accu belast met een gedefinieerde stroom. Als hierbij de spanning van de belaste accu terugvalt op de nominale spanning, wijst dit op een grote interne weerstand resp. op een sterke sulfatering van de accu. Als de test niet slaagt, wordt de accu door het laadapparaat als „defect“ aangeduid, het apparaat schakelt uit en de LED’s „Storing“ (Fehler) en „Gereed“ (Fertig) knipperen.
Als na het laden aan alle testcriteria is voldaan en de accu „goed“ is, schakelt het laadapparaat het LED „Gereed“ (Fertig) in en gaat over in de refreshmodus. Tegelijk gaat de LED „Laden“ uit en gaat het LED „Refresh“ branden. De accu is hiermee geladen en gebruiksklaar en kan van het laadapparaat worden losgekoppeld. Blijft de accu desondanks op het laadapparaat aangesloten, wordt door het programma 15 minuten lang een ontlading met een stroom van ca. 30 mA uitgevoerd. Na 15 minuten, of nadat de accuspanning onder de nominale waarde (overeenkomstige 2, 6, 12 V) is gedaald, wordt een
druppellaadprocedure gestart. Hierbij wordt het LED „Refresh“ uitgeschakeld en het LED „Laden“ ingeschakeld. Nu wordt door het programma 15 minuten lang een „Druppellading“ uitgevoerd. De laadstroom wordt nu zo aangepast, dat de accuspanning automatisch op 13,8/6,9/2,3 V wordt gehouden. Na 15 minuten start weer het programma „Refresh“. Dit wordt in cycli zo lang herhaald totdat het laadapparaat wordt losgekoppeld van de accu.
De gebruiksmodi
Het apparaat kan in gebruik drie verschillende gebruiksmodi weergeven:
Het apparaat kan in gebruik vier verschillende storingen weergeven:
- De LED's „Laden“ en „Gereed“ (Fertig) knipperen: De spanningsinstelling (met schuifregelaar) en de gemeten accuspanning komen niet overeen.
- De LED's „Gereed“ (Fertig) en „Storing“ (Fehler) knipperen: De accu wordt als storing gedetecteerd.
- Het LED „Storing“ (Fehler) knippert: De schuifregelaar heeft een ongedefinieerde positie (tussenpositie).
- Het LED „Storing“ (Fehler) brandt continu: Een laadpoging is mislukt.
Mogelijke oorzaak: Laadapparaat of accu defect.
OPMERKINGEN
Opmerking N1: Een volledig lege 12V-accu wordt in principe met een stroom van max. 0,3A geladen.
Opmerking N2: Als een refreshprocedure korter dan 15 minuten duurt, kan het zijn dat de accu defect is en op een hogere interne weerstand wijst.
Opmerking N3: Als de accu een lekstroom, groter dan 100mA, weergeeft, veroorzaakt door veroudering, resp. als de accu een aangesloten last heeft (bijv. boordelektronica), die meer dan 100mA verbruikt, wordt een laadsluitbepa - ling nooit bereikt en blijft het laadapparaat „op eeuwig" in de laadmodus staan!
8. GARANTIE
Op dit apparaat geven wij 2 jaar garantie. De garantie omvat het gratis verhelpen van de gebreken die aantoonbaar terug te voeren zijn op het gebruik van niet perfect materiaal of op fabricagefouten. Verdere aanspraken zijn uitgesloten. Wij zijn niet aansprakelijk voor schades en de gevolgen daarvan die met dit product te maken hebben. Wij houden ons het recht voor tot reparatie, verbetering, levering van reserveonderdelen of teruggaaf van de aankoopprijs.
Bij de volgende criteria vindt geen reparatie plaats resp. vervalt het recht op garantie: bij veranderingen en pogingen tot reparatie van het apparaat bij eigenmachtige verandering van de schakeling, bij de constructie niet voorziene, onvakkundige opslag van onderdelen, verkeerd bedraden van onderdelen zoals schakelaars, potmeters, bussen, overbelasting van het apparaat, bij schades door ingrepen door derden, bij schades door het niet in acht nemen van de bedieningshandleiding en het aansluitschema, bij aansluiting op een verkeerde spanning of stroomsoort, bij het verkeert polen van de module, bij verkeerde bediening of schades door slordige behandeling of misbruik In al deze gevallen vindt terugzending van het apparaat plaats op uw kosten.
9. ENVIRONMENTAL PROTECTION

Dit product mag aan het einde van zijn levensduur niet via de standaard huisafval worden weggegooid, maar moet bij een verzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur worden afgegeven. Het symbool op het product, de gebruiksaanwijzing of de verpakking wijzen u hierop. De waardestoffen zijn conform hun aanduiding weer bruikbaar. Met het hergebruik, de stoffelijke verwerking of andere vorm van verwerking van oude apparatuur leveren een belangrijke bijdrage aan de milieubescherming.
Deze handleiding is een uitgave van de H-TRONIC GmbH, Industrial Area Dienhof 11, D-92242 Hirschau. Alle rechten voorbehouden inbegrip van de vertaling. Niet te worden gereproduceerd. Deze handleiding is onderdeel van deze eenheid. Fouten en veranderingen in technologie, apparatuur en design.