ST 725 - Meetinstrumenten BENNING - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 725 BENNING in PDF-formaat.
| Producttype | Apparaatcontroller voor elektrische veiligheidstests volgens DIN VDE 0701-0702 en DGUV-richtlijn 3 |
| Afmetingen (L x B x H) | 270 x 115 x 55 mm |
| Gewicht | 1100 g |
| Voeding | 6 ingebouwde LR6/AA-batterijen (1,5 V) of netvoeding 230 V, 50 Hz, 16 A |
| Batterijduur | Ongeveer 2500 tests met nieuwe batterijen |
| Hoofdfuncties | Meting van beschermingsleidingweerstand (R_PE), isolatieweerstand (R_ISO), lekstroom (I_LEAK) via directe, differentiële of equivalente meting; continuïteitstest; lijntest voor IEC-kabels; controle van driefasige apparaten; meting van uitschakeltijd RCD (30 mA); spanningsmeting op veiligheidsstopcontact |
| Display | LCD-scherm met symbolen, meetwaarden en PASS/FAIL-indicatie |
| Geheugen | 999 geheugenplaatsen voor meetresultaten |
| Interface | USB (Micro-B) voor gegevenstransfer, PS/2-poort voor optionele printer |
| Conformiteit | DIN EN 61557-1, -2, -4, -10, -16 (VDE 0413); IEC 61010-1 (300 V cat. II, vervuilingsgraad 2); IP40; EN 61326-1 (EMC) |
| Gebruiksvoorwaarden | Droge omgeving, max. hoogte 2000 m, temperatuur 0 tot 40°C, vochtigheid <80% |
| Onderhoud | Reinigen met droge doek; vervangen van batterijen en zekeringen door gebruiker; jaarlijkse kalibratie aanbevolen |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling (APO) na 2 min; overbelastingsbeveiliging via zekeringen; waarschuwingen voor gevaarlijke spanning |
| Reserveonderdelen | Zekeringen F 16 A, 250 V, 5x20 mm (ref. 10019440); batterijen LR6/AA |
| Inbegrepen accessoires | Testkabel met krokodillenklem, IEC-voedingskabel, netkabel, beschermhoes, USB-kabel, software-cd, handleiding |
Veelgestelde vragen - ST 725 BENNING
Gebruikersvragen over ST 725 BENNING
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Meetinstrumenten in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 725 - BENNING en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 725 van het merk BENNING.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 725 BENNING
Fig. 5: Testen van apparaten van beschermklasse II (apparaten met randaarding zonder aardegeleider en met aanraakbare geleidende onderdelen) resp. testen van apparaten van beschermklasse III (veiligheidslaagspanning)

text_image
BENNING ST 725 Ro > 1999 Icak 0.18mA 2-2Fig. 6a: Testen van netvoedingskabels met apparaatstekker

Fig. 6b: Testen van kabels, verdeeldozen en kabelhaspels

Apparaattester voor de veiligheidstechnische controle van mobiele elektrische apparaten/bedrijfsmiddelen
- Controle volgens NEN 3140, DIN VDE 701-0702, ÖVE/ ÖNORM E 8701
- Testen van kabelhaspels, verdeeldozen en netvoedingskabels
- Uitschakelingtijdmeting van RCD veiligheidsschakelaar
- Uitschakelingtijdmeting van vast geïnstalleerde RCD-beschermschakelaars en van mobiele PRCD-beschermschakelaars
- Spanningsmeting aan externe veiligheidswandcontactdozen
Inhoud
-
Opmerkingen voor de gebruiker
-
Veiligheidsvoorschriften
-
Leveringsomvang
-
Beschrijving van het apparaat
-
Algemene kenmerken
-
Gebruiksomstandigheden
-
Elektrische gegevens
7.1 Aardgeleidingsweerstand
7.2 Isolatieweerstand
7.3 Lekstroom en aanraakstroom via vervangende lekstroom
7.4 Lekstroom via verschilstroomprincipe
7.5 Aanraakstroom via direct meetprincipe
7.6 Leidingtest
7.7 Uitschakelingtijdmeting van RCD veiligheidsschakelaar
7.8 Lekstroom via direct meetprincipe (optionele meetadapters 044140 of 044141)
7.9 Spanningsmeting aan externe veiligheidswandcontactdoos
7.10 Grenswaarden volgens NEN 3140, DIN VDE 0701-0702 resp. ÖVE/ ÖNORM E 8701-1
- Testen met de BENNING ST 725
8.1 Voorbereiding van de metingen
8.2 In- en uitschakelen van de BENNING ST 725
8.3 Testen van de netspanning aan externe randaardecontactdoos
8.4 Testverloop
- Controle van elektrische apparaten/bedrijfsmiddelen volgens NEN 3140
9.1 Testen van apparaten van beschermklasse I
9.2 Testen van apparaten van beschermklasse II/ III
9.3 Leidingtest
9.3.1 Testen van netvoedingskabels (IEC-adapterkabels)
9.3.2 Testen van kabelhaspels, verdeeldozen en verlengsnoeren
9.4 Test 3-fasige apparaten
9.4.1 Passieve test
9.4.2 Actieve test
9.5 Test van 30 mA RCD-beschermschakelaar
9.5.1 Test van vast geïnstalleerde RCD-beschermschakelaars
9.5.2 Test van mobiele RCD-beschermschakelaars
- Meetwaardegeheugen
10.2 Meetwaarden oproepen
10.4 Meetwaardegeheugen uitlezen via USB-poort
10.5 Meetwaarden afdrukken
10.6 Instellen van datum en tijd
- Onderhoud
11.1 Veiligheidsstelling van het apparaat
11.2 Reiniging
11.3 Het wisselen van de batterijen
11.4 Het wisselen van de zekeringen
11.5 Kalibrering
11.6 Onderdelen
11.7 Milieu
- Opmerkingen voor de gebruiker
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor
- elektriciens, bekwame personen en
- elektrotechnisch opgeleide personen
De BENNING ST 725 is bedoeld voor metingen in droge ruimtes (zie ook pt. 6: 'Gebruiksomstandigheden').
In de gebruiksaanwijzing en op de BENNING ST 725 worden de volgende symbolen gebruikt:

Waarschuwing voor gevaarlijke spanning!
Verwijst naar voorschriften die in acht genomen moeten worden om gevaar voor de omgeving te vermijden.

Let op de gebruiksaanwijzing!
Dit symbool geeft aan dat de aanwijzingen in de handleiding in acht genomen moeten worden om gevaar te voorkomen.

Dit symbool op de BENNING ST 725 betekent dat de BENNING ST 725 in overeenstemming is met de EU-richtlijnen.

Dit symbool verschijnt in het display voor ongeladen batterijen. Zodra het batterijsymbool knippert, vervangt u meteen de batterijen door nieuwe batterijen. Opgeladen batterijen zijn ook noodzakelijk voor het meten in nettoepassing.

AC: wisselspanning/-stroom

Aarding (spanning t.o.v. aarde)

Beschermklasse I

Beschermklasse II
2. Veiligheidsvoorschriften
Dit apparaat is gebouwd en getest volgens de voorschriften:
IEC/ EN 61557-16
IEC/ EN 61010-1
IEC/ EN 61010-2-030
IEC/ EN EN 61557 deel 1, 2, 4, 10 en 16
en heeft, vanuit een veiligheidstechnisch oogpunt, de fabriek verlaten in een perfecte staat. Om deze staat te handhaven en om zeker te zijn van gebruik zonder gevaar, dient de gebruiker goed te letten op de aanwijzingen en waarschuwingen zoals aangegeven in deze gebruiksaanwijzing. Een verkeerd gebruik en niet-naleving van de waarschuwingen kan ernstig letsel of de dood tot gevolg hebben.

Pas op bij het werken in de nabijheid van ongeïsoleerde aders of geleidingrails. Contact met spanningsvoerende leidingen kan elektrocutie veroorzaken.

De BENNING ST 725 mag alleen worden gebruikt in elektrische circuits van overspanningscategorie II met max. 300 V AC ten opzichte van aarde.
Bedenk dat werken aan installaties of onderdelen die onder spanning staan, in principe altijd gevaar kan opleveren. Zelfs spanningen vanaf 30 V AC en 60 V DC kunnen voor mensen al levensgevaarlijk zijn.

Het apparaat mag uitsluitend op een eenfase-net 230 V, 50 Hz met een voorzekering 16 A worden aangesloten. Let erop, dat het maximale schakelvermogen/lampenbelasting van het teststopcontact van BENNING ST 725, zie paragraaf 7.4 en 7.5., niet wordt overschreden. Een overschrijding kan tot het uitvallen van de zekeringen en tot beschadiging van de BENNING ST 725 leiden. Beschadigingen op grond van een overbelasting zijn uitgesloten van eventuele garantieaanspraken.

Voorkom herhaaldelijke lekstroom- en aanraakstroommetingen met 2 x 50 minuten meetduur aan testobjecten met een hoge stroomopname (16 A). Een herhaaldelijke meting bij maximale last (16 A) kan het interieur van het apparaat en zodoende ook de oppervlakte van het apparaat verhitten.

De meting van de aardgeleidingsweerstand kan door in serie geschakelde impedanties van extra bedrijfsstroomkringen en door compensatiestromen worden vervalst.
De meting van de aardgeleidings- en isolatieweerstand mag uitsluiten aan spanningloze installatiedelen worden uitgevoerd.

Elke keer, voordat het apparaat in gebruik wordt genomen, moet het worden gecontroleerd op beschadigingen.
Bij vermoeden dat het apparaat niet meer geheel zonder gevaar kan worden gebruikt, mag het dan ook niet meer worden ingezet, maar zodanig worden opgeborgen dat het, ook niet bij toeval, niet kan worden gebruikt.
Ga ervan uit dat gebruik van het apparaat zonder gevaar niet meer mogelijk is:
- bij zichtbare schade aan de behuizing van het apparaat
- als het apparaat niet meer (goed) werkt
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden
- na zware belasting of mogelijke schade ten gevolge van transport of onoordeelkundig gebruik.
- indien het apparaat vochtig zijn.

Om een risico uit te sluiten
- mag u de leidingen niet aan de blanke meetstaven aanraken,
- dient u de leidingen in de dienovereenkomstig gemarkeerde contacten van het meetinstrument te steken.

Onderhoud:
Het apparaat niet openen, zij bevat geen onderdelen die door de gebruiker te repareren zijn. Reparatie en service alleen door gekwalificeerd personeel.

Reiniging:
Reinig de buitenkant regelmatig met een doek en reinigingsmiddel en wrijf deze aansluitend goed droog. Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen.
3. Leveringsomvang en optioneel toebehoren
Bij de levering van de BENNING ST 725 behoren:
3.1 Eén BENNING ST 725
3.2 Eén stuk testleiding met krokodilklem,
3.3 Eén stuk netvoedingskabel (IEC-adapterkabel)
3.4 Eén stuk netaansluitkabel
3.5 Eén compactbeschermingsetui
3.6 een stuk USB-verbindingskabel (A-stekker naar micro-B-stekker),
3.7 Zes batterijen van 1,5 V mignon (IEC LR6/ AA) (ingebouwd)
3.8 Eén gebruiksaanwijzing
3.9 een stuk CD-ROM met download-/stuurprogrammasoftware, meertalige gebruiksaanwijzing en informatiemateriaal.
Opmerking t.a.v. aan slijtage onderhevige onderdelen:
De BENNING ST 725 bevat twee zekeringen voor de overbelastingsbeveiliging:
Twee stuks zekeringen nominale stroom 16 A, 250 V, F, scheidingsvermogen ≥ 500 A, D = 5 mm, L = 20 mm (Art.Nr. 10019440)
- De BENNING ST 725 wordt gevoed door zes batterijen van 1,5 V (IEC LR6/ AA, mignon)
Opmerking t.a.v. aan optionele toebehor:
- Draagbare printer BENNING PT 1 om ter plaatse snel testrapporten af te drukken, thermisch procedé, incl. netdeel en oplaadbare NiMh-accu (044150)
- Rollen thermisch papier (20 stuks), rolbreedte/-lengte: 58 mm/13 m (044151)
- Testborden "next test", 300 stuks (756212)
- Meetadapter voor een-/driefase-gebruikers (passief, zonder netspanningsafhankelijke schakelin richtingen) voor het meten van R_FE , R_ISO en I_EA :
- 16 A CEE-koppeling 3-polig - 16 A randaardesteker (044143)
- 32 A CEE-koppeling 3-polig - 32 A randaardesteker (044144)
- 16 A + 32 A CEE-koppeling 5-polig + 16 A CEE-koppeling 3-polig - 16 A randaardesteker (044147)
- 16 A CEE-koppeling 5-polig - 16 A randaardesteker (044122)
- 32 A CEE-koppeling 5-polig - 32 A randaardesteker (044123)
Actieve meetadapters:
- Meetadapter voor driefase-gebruikers (actief, met netspanningafhankelijke schakelinrichtingen) voor het meten van R_PE en I_PE (directe meting) onder functionele omstandigheden:
- 16 A CEE 5-polig actief (044140)
- 32 A CEE 5-polig actief (044141)
alternatief:
- Lekstroomtang BENNING CM 9 meting van verschil-, aanraak-, en verbruikstroom bij een-
en driefase gebruikers (044065)
- Meetadapter voor lekstroomtang BENNING CM 9, kabel afzonderlijk aangelegd en dubbel geïsoleerd:
- 16 A randaardekoppeling - 16 A randaardesteker (044131)
- 16 A CEE-koppeling 5-polig - CEE-steker 5-polig (044127)
- 32 A CEE-Koppeling 5-polig - CEE-steker 5-polig (044128)
- Testrapportformulieren 'Testen van elektrische apparaten' kunt u gratis downloaden onder www.benning.de
Zie fig. 10.: Optioneel toebehoren
4. Beschrijving van het apparaat
Zie fig. 1: Voorzijde van het apparaat
Zie fig. 2: Bovenaanzicht apparaat
Hieronder volgt een beschrijving van de in fig. 1 en 2 aangegeven informatie- en bedienings-elementen.
① Testcontact voor de aansluiting van het te testen apparaat
② Toets voor het testen van apparaten van beschermklasse I (apparaten met aardegeleideren aanraakbare geleidende onderdelen, die op de aardegeleider zijn aangesloten)
3 □-Toets voor het testen van apparaten van beschermklasse II (apparaten met randaarding zonder aardegeleider en met aanraakbare geleidende onderdelen) of voor het testen van apparaten van beschermklasse III (veiligheidslaagspanning)
4 Toets, controle van de lekstroom (verschilmeting) resp. van de aanraakstroom (directe meting) onder functionele omstandigheden (testobject wordt met netspanning gevoed)
5 Toets, vermindering van de testspanning tot 250 VDC resp. 500 VDC voor isolatieweerstandsmeting
6 Toets, controle van 30 mA RCD-veiligheidsschakelaar
7 toets, test 3-fasige apparaten in bedrijfsomstandigheden met optionele meetadapters (044140, 044141)
⑧ Digitaal display (LCD), geeft de voortgang van het testproces alsmede afzonderlijke meetresultaten weer
9 4 mm-testcontact voor de aansluiting van de testleiding met krokodilklem
⑩ Apparaatstekker (IEC-stekker) voor de aansluiting van de netvoedingskabel
Netaansluitbus, voor het aansluiten van de netspanning (230 V, 50 Hz), voor de spanningsmeting aan externe randaardecontactdoos resp. voor het aansluiten van de meetsignaallijn van de meetadapter 16 A CEE 3-fase actief/ 32 A CEE 3-fase actief.
⑫ Seriële PS/2-bus voor optionele printer BENNING PT 1 (044150)
13 -toets, om de weergegeven meetwaarden (displaywaarden) op te slaan
14 -toets, om de opgeslagen meetwaarden (displaywaarden) op te roepen
15 -toets, om de weergegeven of opgeslagen meetwaarden af te drukken op de printer BENNING PT 1
16 USB-poort (Micro-B-bus), voor aansluiting van de USB-verbindingskabel
5. Algemene kenmerken
De BENNING ST 725 voert elektrische veiligheidscontroles volgens NEN 3140, DIN VDE 0701-0702 en ÖVE/ÖNORM E 8701 uit.
De BENNING ST 725 controleert automatisch het type van het aangesloten testobject en waarschuwt de gebruiker in het geval van een verkeerd geselecteerd testproces [②...③]. Vooringestelde grenswaarden en meetresultaten met goed/ slecht-beoordeling vergemakkelijken de beoordeling van de test.
- Bij volledige batterijcapaciteit maakt het BENNING ST 725 een aantal van ca. 2500 appara-tuurtests mogelijk.
- Apparaatafmetingen:
(L x B x H) = 270 x 115 x 55 mm
- Apparaatgewicht: 1100 g
6. Gebruiksomstandigheden
- De BENNING ST 725 is bedoeld om gebruikt te worden voor metingen in droge ruimtes.
- Barometrische hoogte bij metingen: 2000 m. maximaal.
- Categorie van overbelasting/installatie: IEC 61010-1 → 300 V categorie II.
- Beschermingsgraad stofindringing: 2
- Beschermingsgraad: IP 40 (DIN VDE 0470-1 IEC/ EN 60529),
Betekenis IP 40: Het eerste cijfer (4); Bescherming tegen binnendringen van stof en vuil > 1 mm in doorsnede, (eerste cijfer is bescherming tegen stof/ vuil). Het tweede cijfer (0); Niet beschermd tegen water, (tweede cijfer is waterdichtheid).
- EMV: EN 61326-1
- Werktemperatuur en relatieve vochtigheid:
Bij een werktemperatuur van 0 °C tot 30 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
Bij een werktemperatuur van 31 °C tot 40 °C: relatieve vochtigheid van de lucht < 75 %.
- Opslagtemperatuur: de BENNING ST 725 kan worden opgeslagen bij temperaturen van
- 25 °C tot + 65 °C met een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %. Daarbij dienen wel de batterijen te worden verwijderd.
Opmerking: de nauwkeurigheid van de meting wordt aangegeven als som van:
- een relatief deel van de meetwaarde
- een aantal digits.
Deze nauwkeurigheid geldt bij temperaturen van 18 °C tot 28 °C bij een relatieve vochtigheid van de lucht < 80 %.
7.1 Aardgeleidingsweerstand
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | ||
| 0,05 Ω - 19,99 Ω 0,01 Ω 5 % ± 2 | digits | |
| Teststroom: | >200 mA (2 Ω) | |
| Nullastspanning: | 4 V - 9 V | |
| Vooraf ingestelde grenswaarde: | 0,3 Ω | |
7.2 Isolatieweerstand
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | ||
| 0,1 MΩ - 19,99 MΩ 0,01 MΩ | 5 % ± 2 | digits |
| Testspanning: 250 V | _DC / 500 V_DC , + 20 %, - 0 % | |
| Teststroom: | >1 mA, < 2 mA bij 2 kΩ | |
| Vooraf ingestelde grenswaarde: 1 MΩ (VK I), 2 MΩ (VK II) | ||
7.3 Lekstroom en aanraakstroom via vervangende lekstroom
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | ||
| 0,25 mA - 19,99 mA | 0,01 mA 5 % ± 2 | digits |
| Testspanning: | 40 V_AC , 50 Hz | |
| Teststroom: | < 10 mA bij 2 kΩ | |
| Vooraf ingestelde grenswaarde: | 3,5 mA (VK I), 0,5 mA (VK II) | |
7.4 Lekstroom via verschilstroomprincipe
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | ||
| 0,25 mA - 19,99 mA | 0,01 mA 5 % ± 2 | digits |
| Nominale spanning: 230 V ± 10 % (zoals netvoeding) | ||
| Referentiestroom: | 16 A | |
| Max. schakelvermogen: | 3000 VA | |
| Max. lampenlast: | 1000 W | |
| Max. meetduur: | 30 s | |
| Vooraf ingestelde grenswaarde: | 3,5 mA (VK I) | |
| Externe spanningsterkte: | max. 276 V | |
Bij niet-sinusvormige stroomvoorziening dient er rekening te worden gehouden met een extra fout: Crest-factor van > 1,4 tot 2,0 extra fout + 0,4 %
Externe velden kunnen het meetresultaat extra beïnvloeden.
7.5 Aanraakstroom via direct meetprincipe
Bij niet-sinusvormige stroomvoorziening dient er rekening te worden gehouden met een extra fout: Crest-factor van > 1,4 tot 2,0 extra fout + 3,1 %
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | ||
| 0,1 mA - 1,99 mA | 0,01 mA | 5 % ± 2 Digit |
| Nominale spanning: | 230 V ± 10 % (zoals netvoeding) | |
| Referentiestroom: 16 A | ||
| Max. schakelvermogen: 3000 VA | ||
| Max. lampenlast: 1000 W | ||
| Max. meetduur: 30 s | ||
| Vooraf ingestelde grenswaarde: 0,5 mA (VK II) | ||
| Externe spanningsterkte: max. 276 V | ||
7.6 Leidingtest
- Meting van de aardegeleidersweerstand volgens 7.1
- Meting van de isolatieweerstand volgens 7.2
- Controle op leidingbreuk van buitengeleider (L) en nulgeleider (N)
- Controle op kortsluiting van buitengeleider (L) en nulgeleider (N)
7.7 Uitschakelingtijdmeting van RCD veiligheidsschakelaar
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | ||
| 10 ms - 500 ms 1 ms 5 % ± 2 digits | ||
| Teststroom/polariteit: 30 mA sinusvormig/0° und 180°150 mA sinusvormig/0° und 180° | ||
| Vooraf ingestelde grenswaarde: 200 ms (30 mA), 40 ms (150 mA) | ||
7.8 Lekstroom via direct meetprincipe (optionele meetadapters 044140 of 044141)
| Meetbereik Resolutie Nauwkeurigheid v/d meting | ||
| 0,25 mA - 9,99 mA 0,01 mA 5 % ± 2 digits | ||
| Nominale spanning: | 3 x 400 V ± 10 % (zoals netvoeding) | |
| Referentiestroom: | 16 A of. 32 A | |
| Vooraf ingestelde grenswaarde: | 3,5 mA | |
7.9 Spanningsmeting aan externe veiligheidswandcontactdoos
| Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid v/d meting | Beveiliging tegen overbelasting |
| 50 V - 270 V_AC | 1 V | 5 % ± 2 digits | 300 V |
Weergave:
- spanning tussen buitengeleider (L) en nulgeleider (N)
- spanning tussen buitengeleider (L) en aardegeleider (PE)
- spanning tussen nulgeleider (N) en aardegeleider (PE)
7.10 Grenswaarden volgens NEN 3140, DIN VDE 0701-0702 resp. ÖVE/ ÖNORM E 8701-1 Opmerking:
Vooringestelde grenswaarden (vetgedrukt) zijn in de BENNING ST 725 opgeslagen.
| Beschermklasse I | Beschermklasse II, III | Leidingtest | |
| Aarde geleiders- weerstand R_PE | Voor leidingen met een nominale stroom ≤ 16 A:≤ 0,3 Ω tot 5 m lengle,per extra 7,5 m:plus 0,1 Ω, max. 1 ΩVoor leidingen met een hogere nominale stroom geldt de berekende ohmse weerstandswaarde | ≤ 0,3 Ω(zie VK I) | |
| Isolatie- weerstand R_ISO | ≥ 1 MΩ≥ 2 MΩ voor het bewijs van de veilige scheiding (transformator)≥ 0,3 MΩ bij apparaten met verwarmingselementen | ≥ 2 MΩ (VK II),≥ 0,25 MΩ (VK III), | ≥ 1 MΩ |
| Aarde-geleiders-stroom I_EA/I_LEAK | ≤3,5 mAaan geleidende onderde-len met PE-verbinding1 mA/kW bij apparaten metverwar mingselementen P > 3,5 kW | ||
| Aanraak-stroom I_EA/I_LEAK | ≤0,5 mAaan geleidende onderdelenzonder PE-verbinding | ≤0,5 mAaan geleidendeonderdelen zonderPE-verbinding |
8. Testen met de BENNING ST 725
8.1 Voorbereiding van de metingen
Gebruik en bewaar de BENNING ST 725 uitsluitend bij de aangegeven werk- en opslagtemperaturen. Niet blootstellen aan direct zonlicht.
- Controleer de gegevens op de veiligheidsmeetsnoeren ten aanzien van nominale spanning en stroom.
- Storingsbronnen in de omgeving van de BENNING ST 725 kunnen leiden tot instabiele aanduiding en/of meetfouten.

Vóór elk gebruik dient u het apparaat, de leidingen en het testobject te controleren op beschadigingen.

Let erop, dat het maximale schakelvermogen/lampenlast van het teststopcontact van de BENNING ST 725, zie paragraaf 7.4 en 7.5., niet wordt overschreden. Een overschrijding kan tot het uitvallen van de zekeringen en tot beschadiging van de BENNING ST 725 leiden. Beschadigingen op grond van een overbelasting zijn uitgesloten van eventuele garantieaanspraken.

De stekker van de netaansluitkabel kan in de bus ⑪ van de BENNING ST 725 slechts in één positie worden ingestoken (zie witte mark). Oefen op de stek ker van de netaansluitkabel geen kracht uit om beschadigingen aan de BENNING ST 725 te voorkomen.

Vóór het begin van de test moet het testobject worden ingeschakeld (netschakelaar aan). Bij het aansluiten van de BENNING ST 725 op de netspanning wordt het testobject tijdens het meten van de stroom van de veiligheidsaarddraad/ contactstroom van netspanning voorzien. Controleer de correcte werking van het testobject tijdens het meten!

Aan het begin van de test dient te worden gecontroleerd of het juiste testproces werd geselecteerd voor de beschermklasse van het aangesloten testobject.
8.2 In- en uitschakelen van de BENNING ST 725
- Door de toetsen ② en ③ ca. 3 seconden ingedrukt te houden, wordt de BENNING ST 725 ingeschakeld. Dit wordt bevestigd door geluidssignalen. Door deze toetsen nogmaals in te drukken, wordt het apparaat uitgeschakeld.

text_image
RPE - - - - kΩ RISO - - - - MΩ ILEAK - - - - mA^~ ⊕ □- De BENNING ST 725 wordt na ca. 1 minuten automatisch uitgeschakeld (APO, Auto-Power-Off). Het apparaat wordt weer ingeschakeld, als de toetsen ② en ③ worden ingedrukt. Een geluidssignaal geeft de automatische uitschakeling van het apparaat aan.
8.3 Testen van de netspanning aan externe randaardecontactdoos
- Sluit de netaansluitkabel op de netaansluitbus ⑪ van de BENNING ST 725 aan.
- Sluit de randaardestekker aan op de te testen veiligheidswandcontactdoos. Als er netspanning aanwezig is, wordt de spanningsmeting automatisch gestart.
- Afhankelijk van de positie van de buitengeleider (rechts of links) van het randaardecontactdoos worden de spanningspotentialen tussen de aansluitklemmen L, N en PE gedurende
ca. 3 seconden in het display weergegeven.

text_image
LN✓ 230 v~ LE✓ 230 v~ NE✓ 0 ~ of ▲
text_image
LN✓ 230 v~ LE✓ 0 v~ NE✓ 230 ~ ⚠️- Indien de spanningspotentialen binnen de navolgende grenswaarden liggen, verschijnt er een naast de LN-, LE- en NE-symbolen.
LN 195 V - 253 V LN 195 V - 253 V
LE 195 V - 253 V of LE < 30 V
NE < 30 V NE 195 V - 253 V

Alleen de spanningspotentialen tussen de afzonderlijke aansluitingen L, N en PE worden gemeten. De meting geeft geen uitsluitsel over de vakkundige installatie van de veiligheidswandcontactdoos. Er volgt geen waarschuwing bij een gevaarlijke aanraakspanning van de PE-geleider! De BENNING ST 725 mag niet blijvend op de netspanning worden aangesloten.
- Na 3 seconden schakelt de BENNING ST 725 automatisch terug naar de standby-modus.
Zie fig. 3: Spanningsmeting aan externe veiligheidswandcontactdoos
8.4 Testverloop
De BENNING ST 725 voert elektrische veiligheidscontroles volgens NEN 3140, DIN VDE 0701-0702 resp. ÖVE/ÖNORM E 8701 uit. Uitvoerige informatie over de tests en grenswaarden vindt u in de actuele versie van de betreffende normen.
De BENNING ST 725 controleert automatisch het type van het aangesloten testobject en waarschuwt de gebruiker in het geval van een verkeerd geselecteerd testproces [2...3].
Opmerking:
- De BENNING ST 725 kan testen bij batterijtoepassing en bij netstroomtoepassing met aansluiting van de 230 V netspanning uitvoeren. In batterijtoepassing dient erop te worden gelet, dat de meting van de lek- en aanraakstroom in het vervangende lekstroom principe wordt uitgevoerd. Dit principe is geschikt voor testobjecten, die geen netspanningafhankelijke schakelelementen (bijv. netvoedingen) bevatten.
- Als de interne opbouw van het testobject niet bekend is of indien het testobject netspanningsafhankelijke schakelelementen bevat, dient de testen in nettoepassing met aansluiting van de 230 V netspanning te worden uitgevoerd. Zodra de BENNING ST 725 via de bus van netspanning wordt voorzien, vindt de meting van de lek-/ aanraakstroom automatisch plaats via het verschilstroom-/directe meetprincipe terwijl het testobject onder bedrijfsom standigheden is.
- De testspanning voor de isolatieweerstandsmeting is volgens de norm op 500 VDC ingesteld. Voor testobjecten met geïntegreerde overspanningafleiders en voor elektronische appara ten, waarbij bezwaren bestaan tegen een testspanning van 500 V_DC , kan de testspanning via de toets ⑤ op 250 V_DC worden verlaagd.
9. Controle van elektrische apparaten/bedrijfsmiddelen volgens NEN 3140, DIN VDE 0701-0702 resp. ÖVE/ÖNORM E 8701

Vóór het begin van de test dient het testobject aan een visuele controle te worden onderworpen. Bij eventuele beschadigingen moet de test worden stopgezet.
9.1 Testen van apparaten van beschermklasse I
Testen van apparaten met aardegeleider en aanraakbare geleidende onderdelen die op de aardegeleider zijn aangesloten.
- Het testobject moet op het testcontact ① van de BENNING ST 725 worden aangesloten.
- Steek de 4 mm-veiligheidsstekker van de testleiding met krokodilklem in het 4 mm-veiligheidscontact ⑨ en breng een verbinding met een metalen onderdeel van het testobject tot stand.
- Voor nettoepassing (lekstroom in verschilprincipe, testobject in werking!) stekker van de netaansluitkabel in bus ⑪ en stekker met randaarde in een beveiligd geaard randaardecontactdoos (230 V, 50 Hz, 16 A) steken.
- De testspanning van de R_ISO -meting kan indien nodig via de ③ toets ⑤ op 250 VDC worden
gereduceerd. De ingestelde testspanning wordt kortstondig in het display ⑧ weergegeven. Een hernieuwde toetsbediening schakelt over op de standaard ingestelde 500 V _DC testspanning.
- Schakel het testobject in.
- Na een druk op de toels ② start het automatische testproces.
- De test begint met de meting van de aardegeleidersweerstand R PE.
-IndienR PE groter is dan 1 Ω de toegestane grenswaarde wordt de meetwaarde van R PE in het display weergegeven en een vernaast verschijnt het R _PE -symbool. De vroegtijdige beëindiging wordt bevestigd met de melding 'FAIL' op het display.

text_image
× RPE > 5.00 Ω RISO <----MΩ ILEAK <----mA² × FAIL ④-IndienR _PE groter is dan de toegelaten limietwaarde (≤ 0,3 Ω tot 5 m lengte) maar kleiner is dan 1 Ω, wordt de meetwaarde zonder evaluatie weergegeven, het symbool „tAble“ verschijnt op het display en de testprocedure wordt gestopt. De verantwoordelijke controleur bepaalt aan de hand van de limietwaardetabel (zie paragraaf 7.10 of de tabel aan de achterzijde van de BENNING ST 725) en de leidinglengte van het testobject of de weergegeven meetwaarde aanvaardbaar is.
Door op de -toets ② te drukken, wordt de meetwaarde positief geëvalueerd en verschijnt een naast het R _PE -symbol. De testprocedure wordt verder gezet.
Door op de □-toets ③ te drukken, wordt de meetwaarde negatief geëvalueerd en verschijnt een naast het R _PE symbool. De annulering wordt bevestigd door „FAIL“ op het display.

text_image
RPE 0.40 Ω RISO <----MΩ <----TABLE-IndienR PE kleiner dan de toelaatbare grenswaarde is, wordt de meetwaarde van R PE weergegeven en verschijnt een naast het R PE -symbool. De meting van R PE wordt nu nogmaals uitgevoerd met omgekeerde polariteit en de hoogste meetwaarde van beide metingen wordt weergegeven. Als de test van R _PE succesvol was, wordt de test van de isolatieweerstand gestart.

text_image
✓ RPE < 0.05 Ω RISO < - - - - MΩ ILEAK < - - - - mA~ ⊕- Indien op het display 'Lo LOAD' verschijnt, dient u te controlleren of het testobject ingeschakeld is.

- Met een druk op de toets ② wordt bij een te geringe belasting ( R_L-N > 6 kΩ) het testproces voortgezet.
- Mocht in het display „HIGH LOAD“ verschijnen, dan duidt dit op een te hoge last (R _L-N <<
14 Ω, I_last > 16 A) in het testobject. Eventueel bestaat er gevaar voor een kortsluiting resp. voor een aardsluiting. Controleer of er in het testobject een kortsluiting tussen buiten- (L) en nulgeleider (N) aanwezig is.
- Mocht er geen kortsluiting aanwezig zijn, dan kan door te drukken op de toets ② het testverloop worden voortgezet.
- Indien de isolatieweerstand R_ISO groter is dan de toelaatbare grenswaarde, verschijnt een naast het R_ISO -symbool.
BENNING ST 725 in nettoepassing:
- De BENNING ST 725 onderbreekt het testverloop na de R ISG -meting en verzoekt de gebruiker door een knipperende melding „ ILEAK ” om de 230 V netspanning op het teststopcontact ① te schakelen. Overtuigt u er zich in ieder geval van, dat het testobject beveiligd is en druk op de teets ④ om de lekstroom volgens het verschilstroomprincipe te meten.
- Het meten van de lekstroom (verschilstroomprincipe) start alleen wanneer de correcte netspanning aanwezig is.

text_image
✓ RPE 0.05 Ω ✓ RISO > 19.99MΩ ✓ ILEAK 0.17mA 1-2 ± △Stap 1 van 2:
- Na een meettijd van 5 seconden of door een hernieuwd indrukken van de toets ④ wordt het net omgepoold en de lekstroom wordt met omgepoolde netspanning („L/N“ – „N/L“) geme- ten. De hoogste meetwaarde van beide metingen wordt weergegeven.

text_image
✓ RPE 0.05 Ω ✓ RISO > 19.99MΩ ✓ ILEAK 0.18mA 2-2 ⊕ ⚠️ ▲Stap 2 van 2:
- Indien de lekstroom lager is dan de toegestane grenswaarde, verschijnt een naast het ILEAK-symbol.
- De totale test geldt als geslaagd, wanneer het symbool „PASS“ in het display verschijnt.
alternatief:
BENNING ST 725 in batterijtoepassing (zonder netvoeding):
- Tevens verschijnt een naast het IEA-symbol, indien de lekstroom IEA (vervangend lek stroom principe) kleiner dan de toegestane grenswaarde is.
- De test is succesvol afgesloten, als de melding 'PASS' op het display verschijnt.

text_image
✓ RPE 0.05 Ω ✓ RISO > 19.99MΩ ✓ IEA 0.10mA^ ✓ PASS ⊕Zie fig. 4: Testen van apparaten van beschermklasse I (apparaten met aardegeleider en aanraakbare geleidende onderdelen die op de aardegeleider zijn aangesloten)
Opmerking bij de meting van de aardegeleidersweerstand:
- De meting van de aardegeleidersweerstand R_PE kan ook als continue meting (max. 2 x 90 seconden) worden uitgevoerd. Houd hiervoor de toets ② langer dan ca. 5 seconden ingedrukt, tot het symbool △ op het display verschijnt. Beweeg nu de aansluitleiding van het testobject over de gehele lengte, om een eventuele zwakke plek of breuk in de aardegeleider vast te stellen. De BENNING ST 725 registreert doorlopend de actuele meetwaarde op het display en bewaart de maximale waarde in zijn geheugen. Door nogmaals op de toets ② te drukken, wordt de meting met omgekeerde polariteit uitge voerd. Bij een nieuwe druk op toets ② verschijnt de maximale waarde van R_PE op het display en wordt het testproces voortgezet zoals beschreven onder punt 9.1.
Aanwijzing voor het meten van de lekstroom in nettoepassing:
- De meting van de lekstroom I _LEAK kan alternatief ook als continue meting (max. 2 x 5 minuten) worden uitgevoerd. Druk hiervoor op de toets ④ gedurende ca. > 5 seconden om de continue meting te starten. Na 5 minuten vindt het onpolen van de netspan ning („L/N“ – „N/L“) automatisch plaats. Door de toets ④ eerder in te drukken, kan het onpolen van de netspanning manueel worden uitgevoerd resp. de meting door nogmaals op de toets ④ te drukken worden beeindigd.
Merk op dat de BENNING ST 725 niet voorzien is om herhaalde duurmetingen met hoge be- lastingsstroom uit te voeren. Als de toegelaten interne bedrijfstemperatuur wordt overschre- den, verschijnt het symbool „StOP“ en „hot“ op het display. In dit geval moet de BENNING ST 725 van het net worden losgekoppeld en kan hij na een voldoende afkoelfase opnieuw worden gebruikt.
Aanwijzing voor het meten van de aanraakstroom:
- Aan te raken geleidende delen, die niet verbonden zijn met de aardegeleider, dienen volgens paragraaf 9.2 te worden gecontroleerd. De BENNING ST 725 moet voor het meten van de aanraakstroom (direct principe) met 230 V netspanning worden toegepast.
- Bij de aanraakstroommeting in het directe meetprincipe mag geen enkel gedeelte van het testobject een verbinding met het aardpotentiaal hebben. Het testobject dient geïso leerd te worden opgesteld. Anders zouden er afleidingsstromen naar de aarde toe het meetresultaat kunnen beïnvloeden.
9.2 Testen van apparaten van beschermklasse I□ (randaarding) en van apparaten van beschermklasse III ◆ (veiligheidslaagspanning)
Testen van apparaten zonder aardegeleider en met aanraakbare geleidende onderdelen.
- Het testobject moet op het testcontact ① van de BENNING ST 725 worden aangesloten.
- Breng door middel van de testleiding met krokodilklem een verbinding tussen het 4 mm-testcontact⑨ en een metalen deel van het testobject tot stand.
- Voor nettoepassing (aanraakstroom in direct principe, testobject in werking!) stekker van de netaansluitkabel in bus ⑪ en stekker met randaarde in een beveiligd geaard randaardecontactdoos (230 V, 50 Hz, 16 A) steken.
- De testspanning van de R ISO -meting kan indien nodig via de foets ⑤ op 250 V DC worden gereduceerd. De ingestelde testspanning wordt kortstondig in het display ⑧ weergegeven. Een hernieuwde toetsbediening schakelt over op de standaard ingestelde 500 V _DC testspanning.

text_image
Riso 500 V ILEAK < mA ~ □- Schakel het testobject in.
- Met een druk op de □ toets ③ start het automatische testproces.
- Indien op het display 'Lo LOAD' verschijnt, dient u te controlleren of het testobject ingeschakeld is.

- Met een druk op de toets ③ wordt bij een te geringe belasting ( R_L-N > 6 kΩ) het testproces voortgezet.
- Mocht in het display „HIGH LOAD“ verschijnen, dan duidt dit op een te hoge last (R L-N << 14 Ω, I Last > 16 A) in het testobject. Eventueel bestaat er gevaar voor een kortsluiting resp. voor een aardsluiting. Controleer of er in het testobject een kortsluiting tussen buiten- (L) en nulgeleider (N) aanwezig is.
- Mocht er geen kortsluiting aanwezig zijn, dan kan door te drukken op □ toets③ het testverloop worden voortgezet.
- Indien de isolatieweerstand R_ISO groter is dan de toelaatbare grenswaarde, verschijnt een naast het R_ISO -symbool.
BENNING ST 725 in nettoepassing:
- De BENNING ST 725 onderbreekt het testverloop na de R ISO -meting en verzoekt de gebruiker door een knipperende melding „ LEAK ” om de 230 V netspanning op het teststopcontact ① te schakelen. Overtuigt u er zich in ieder geval van, dat het testobject beveiligd is en druk op de teets ④ om de aanraakstroom _LEAK (direct principe) te meten.
- Het meten van de aanraakstroom volgens het directe principe start alleen wanneer de correcte netspanning aanwezig is.
Stap 1 van 2:

text_image
✓ Riso > 19.99MΩ ✓ ILEAK < 0.17mA 1-2 回- Na een meettijd van 5 seconden of door een hernieuwd indrukken van de toets 4 wordt het net omgepoold en de aanraakstroom wordt met omgepoolde netspanning („L/N“ – „N/L“) gemeten. De hoogste meetwaarde van beide metingen wordt weergegeven.
Stap 2 van 2:

text_image
✓ Riso > 19.99MΩ ✓ ILEAK < 0.18mA 2 - 2 □- Indien de aanraakstroom lager is dan de toegestane grenswaarde, verschijnt een naat het ILEAK-symbol.
- De totale test geldt als geslaagd, wanneer het symbool „PASS“ in het display verschijnt.
alternatief:
BENNING ST 725 in batterijtoepassing (zonder netvoeding):
- Tevens verschijnt een naast het IEA-symbol, indien de aanraakstroom IEA (vervangend lekstroom principe) kleiner dan de toegestane grenswaarde is.
- De test is succesvol afgesloten, als de melding 'PASS' op het display verschijnt.
Zie fig. 5: Testen van apparaten van beschermklasse II (apparaten met randaarding zonder aardegeleider en met aanraakbare geleidende onderdelen) resp. testen van apparaten van beschermklasse III (veiligheidslaagspanning)
Aanwijzing voor het meten van de aanraakstroom in nettoepassing:
- Bij de aanraakstroommeting volgens het directe meetprincipe mag geen enkel gedeelte van het testobject een verbinding met het aardpotentiaal hebben. Het testobject dient geïsoleerd te worden geplaatst. Anders zouden er afleidingsstromen naar de aarde toe het meetresultaat beïnvloeden.
- Het meten van de aanraakstroom I LEAK kan alternatief ook als continue meting (max. 2 x 5 minuten) worden uitgevoerd. Druk hiervoor de toets④ gedurende ca. > 5 seconden om de continue meting te starten. Na 5 minuten vindt het onpolen van de netspanning („L/N“ – „N/L“) automatisch plaats. Door vroeger op de toets④ te drukken kan het onpolen van de netspanning manueel worden uitgevoerd resp. de meting door nogmaals op de toets④ te drukken worden beeindigd.
Merk op dat de BENNING ST 725 niet voorzien is om herhaalde duurmetingen met hoge be- lastingsstroom uit te voeren. Als de toegelaten interne bedrijfstemperatuur wordt overschre- den, verschijnt het symbool „StOP“ en „hot“ op het display. In dit geval moet de BENNING ST 725 van het net worden losgekoppeld en kan hij na een voldoende afkoelfase opnieuw worden gebruikt.
Opmerking bij de meting van de isolatieweerstand bij testobjecten van beschermklasse III:
- Op basis van de vooringestelde grenswaarde van 2 MΩ voor testobjecten van beschermklasse II dient men er bij het testen van testobjecten van beschermklasse III rekening mee te houden dat meetwaarden tussen de grenswaarden 2 MΩ (VK II) en 0,25 MΩ (VK III) met een X naast het R _ISO -symbool worden weergegeven. In dat geval dient de meetwaarde door de bevoegde persoon te worden beoordeeld.
9.3 Leidingtest
De leidingtest kan worden gebruikt voor het testen van netvoedingskabels (aansluitsnoer met koppeling voor apparaten) alsmede voor het testen van kabelhaspels, verdeeldozen en ver-
lengsnoeren.
9.3.1 Testen van netvoedingskabels (IEC-adapterkabels)
- Verwijder de stekker van de netaansluitkabel uit bus ⑪ van de BENNING ST 725.
- Sluit de te testen netvoedingskabel via de apparaatstekker 10 op de BENNING ST 725 aan.
- Na een druk op de toels ② start het automatische testproces.
- De test begint met de meting van de aardegeleidersweerstand RPE.
- Al naargelang de grenswaarde wordt over- of onderschreden, verschijnt een X of een naast het R _PE -symbool.


De aardegeleidersweerstand is afhankelijk van de lengte en diameter van de te testen kabel.
-IndienR _PE groter is dan de toegelaten limietwaarde (≤ 0,3 Ω tot 5 m lengte) maar kleiner is dan 1 Ω, wordt de meetwaarde zonder evaluatie weergegeven, het symbool „tAble“ verschijnt op het display en de testprocedure wordt gestopt. De verantwoordelijke controleur bepaalt aan de hand van de limietwaardetabel (zie paragraaf 7.10 of de tabel aan de achterzijde van de BENNING ST 725) en de leidinglengte van het testobject of de weergegeven meetwaarde aanvaardbaar is.
Door op de toets ② te drukken, wordt de meetwaarde positief geëvalueerd en verschijnt een naast het R _PE -symbool. De testprocedure wordt verder gezet.
Door op de □ toets ③ te drukken, wordt de meetwaarde negatief geëvalueerd en verschijnt een naast het R _PE -symbool. De annulering wordt bevestigd door „FAIL“ op het display.

text_image
RPE 0.40 Ω RISO <----MΩ <----TABLE- Typische weerstandswaarden van kabels zijn in tabel 1 vermeld.
| Diameter | |||
| Lengte | 1,0 mm^2 1,5 mm^2 | 2,5 mm^2 | |
| 5 m 0,1 0,06 0,04 | |||
| 10 m 0,2 0,12 0,08 | |||
| 25 m 0,5 | 0,3 | 0,2 | |
| 50 m 1,0 | 0,6 | 0,4 | |
Tabel 1: weerstandswaarden van de aardegeleider in relatie tot de lengte en diameter
- Na een succesvolle test van R_PE wordt automatisch een meting van de isolatieweerstand uitgevoerd.
- Al naargelang de grenswaarde wordt over- of onderschreden, verschijnt een of een naast het R_ISO -symbool.
- Na een succesvolle test van R_ISO wordt de buitengeleider (L) en de nulgeleider (N) op leidingbreuk en kortsluiting gecontroleerd. Een succesvolle controle op leidingbreuk en kortsluiting wordt aangegeven met een √ naast de B—C en de melding 'Good'.
- De melding 'PASS' bevestigt de succesvolle voltooiing van het complete testproces.


- Indien de leidingbreuk- of kortsluitingstest niet succesvol was, verschijnt in plaats van 'Good' een van de volgende meldingen:
- 'OPEN':
Meldt een leidingbreuk in de buitengeleider (L) of nulgeleider (N).
- 'Shor':
Meldt een kortsluiting tussen de buitengeleider (L) en nulgeleider (N).
Zie fig. 6a: Testen van netvoedingskabels met apparaatstekker
Opmerking bij de meting van de aardegeleidersweerstand:
- De meting van de aardegeleidersweerstand R PE kan ook als continue meting (max. 2 x 90 seconden) worden uitgevoerd. Houd hiervoor de toets ② langer dan ca. 5 seconden inge drukt, tot het symbool △ op het display verschijnt. Beweeg nu de aansluitleiding van het testobject over de gehele lengte, om een eventuele zwakke plek of breuk in de aardegeleider vast te stellen. De BENNING ST 725 registreert doorlopend de actuele meetwaarde op het display en bewaart de maximale waarde in zijn geheugen. Door nogmaals op de toets ② te drukken, wordt de meting met omgekeerde polariteit uitgevoerd. Bij een nieuwe druk op toets ② verschijnt de maximale waarde van R PE op het display en wordt het testproces voortgezet zoals beschreven onder punt 9.3.1.
9.3.2 Testen van kabelhaspels, verdeeldozen en verlengsnoeren
- Verwijder de stekker van de netaansluitkabel uit bus ⑪ van de BENNING ST 725.
- Sluit de bijgeleverde apparaatstekker (IEC-adapterkabel) aan op de apparaatstekker 10 van de BENNING ST 725.
- De te testen kabel wordt op het testcontact ① en de randaardestekker van de netvoedings-kabel aangesloten.
- Na een druk op de toets ② start het automatische testproces.
- Het verdere testproces is identiek met het testproces onder punt 9.3.1.
Zie fig. 6b: Testen van kabels, verdeeldozen en kabelhaspels
Opmerking voor testen 3-fasige kabel:
- Verwijder de stekker van de netaansluitkabel uit bus ⑪ van de BENNING ST 725.
- De 3-fase kabel moet via de optionele passieve meetadapter (044122, 044123 of 044147) aan de testcontactdoos ① van de BENNING ST 725 aangesloten worden.
- Steek de 4 mm-veiligheidsstekker van de testleiding met krokodilklem in het 4 mm-veiligheidscontact ⑨ en breng een verbinding met de PE-geleider van CEE-koppeling
- Na een druk op de ② sets ② start het automatische testproces voor het meten van R_PE, R_ISO en L_EA .
9.4 Test 3-fasige apparaten
9.4.1 Passieve test
Voor het passief testen van 3-fasige apparaten (testobject niet in bedrijf) verwijdert u de netaansluitkabel van de BENNING ST 725. De passieve meetadapters (044122, 044123 en 044147) worden gebruikt, waarbij de buitengeleiders L1, L2 en L3 in de 5-polige CEE-koppeling overbrugd zijn. De aardleiding-/contactstroom wordt gemeten volgens het vervanglekstroomprocedé. De test verloopt zoals beschreven bij eenfasige toestellen in punt 9.1 en 9.2 (BENNING ST 725 in batterijvoeding, zonder netstroom).
Zie fig. 7a: Test 3-fasige apparaten via passieve meetadapters
9.4.2 Actieve test
De actieve test van 3-fasige testobjecten gebeurt met de optionele meetadapters 16 A CEE 5-polig actief (044140) of 32 A CEE 5-polig actief (044141) in bedrijfsomstandigheden.
- Steek de CEE-stekker van het testobject in de CEE-koppeling van de meetadapter en sluit de CEE-stekker van de meetadapter op een beveiligd voedingsnet (3 x 400 V, N, PE, 50 Hz, 16 A/ 32 A) aan.
- De meetsignaallijn van de meetadapter dient met de netaansluitbus 11 van de BENNING ST 725 te worden verbonden.
- Steek de 4 mm veiligheidsstekker van de testlijn met opnameklem in de 4 mm veiligheidsbus ⑨ van de BENNING ST 725 en breng een verbinding met een metalen element van het testobject tot stand.
- Zorg ervoor, dat het testobject beveiligd is en schakel het testobject in.
- Door te drukken op de toets ⑦ start het automatische testproces.
- Mocht er een contactspanning op het metalen element van het testobject aanwezig zijn, dan wordt de meting afgebroken en de volgende waarschuwing in het display weergegeven:

- Anders start de meting van de aardgeleidingsweerstand R_PE met automatische polariteitsomkering en de hoogste meetwaarde van beide metingen wordt gedurende in het display weergegeven.
- Na een succesvolle test van R_PE volgt de meting van de lekstroom I_LEAK als continueming gedurende max. 30 seconden. Door te drukken op de iets 7 kan de meting voortijdig worden beeindigd.

text_image
✓ RPE 0.26 Ω ✓ ILEAK 1.35mA^ ⊕- Indien de lekstroom kleiner is dan de toegestane grenswaarde, verschijnt een teken naast het I _LEAK -symbol.
- De test is succesvol afgesloten, als de melding 'PASS' op het display verschijnt.

text_image
✓ RPE 0.26 Ω ✓ ILEAK 1.35mA^ PASS ⊕- Het indrukken van de -Taste ⑦ zonder voorafgaande aansluiting van de meetadapter op de BENNING ST 725 leidt tot de volgende waarschuwing in het display:

text_image
PLUC IN 3 Ph AdPtrZie fig. 7b: Test 3-fasige apparaten via actieve meetadapters (geïsoleerde opstelling van testobject)
Opmerking:
- De meting van de lekstroom vindt plaats via een stroomomvormer in de aardegeleider van de meetadapter (044140 of 044141) via het directe meetprincipe. Het testobject dient geisoleerd te worden geplaatst. Geen enkel gedeelte van het testobject mag een verbinding met het aardpotentiaal hebben. Anders kunnen er afleidingsstromen naar de aarde toe het meetresultaat beïnvloeden.
- Als het testobject niet geïsoleerd kan worden opgesteld, kan de meting van de aardgeleiderstroom als alternatief ook volgens het verschilstroomprocedé worden uitgevoerd met de lekstroomtang BENNING CM 9 (044065). Daartoe moet het testobject via de optionele meetadapter (044127 of 044128) in bedrijf worden genomen en moeten met de lekstroomtang alle actieve geleiders (L1, L2, L3 en N) worden omsloten. De aardleidingstroom wordt door de BENNING CM 9 volgens het verschilstroomprocedé gemeten.
9.5 Test van 30 mA RCD-beschermschakelaar
Met de BENNING ST 725 kan de activeringstijd van vast geïnstalleerde RCD-beschermschakelaars en van mobiele PRCD-beschermschakelaars met 30 mA nominale foutstroom worden gemeten. In de automatische testsequentie wordt de activeringstijd van de 1-voudige nominale foutstroom (0°/ 180° beginpolariteit) en van de 5-voudige nominale foutstroom (0°/ 180° beginpolariteit) gemeten.
- Door het genereren van een foutstroom van 30 mA wordt aangetoond, dat de RCD veiligheidsschakelaar bij het bereiken van de nominale foutstroom aanspreekt. Mocht de grenswaarde van de maximale aanraakspanning van 50 V worden overschreden, dan wordt het symbool „UB > 50 V“ in het display weergegeven en de test wordt gestopt.

Vóór een RCD-beschermschakelaar wordt getest, moet de 4 mm veilig heidsstekker van de testdraad uit de testcontactdoos ⑨ worden verwijderd. De meting kan worden beïnvloed door:
- Een eventueel aanwezige spanning tussen aardegeleider van het randaardecontactdoos en aarde
- Afleidingsstromen in de stroomkring achter de RCD-veiligheidsschakelaar
- Andere aardingsvoorzieningen
- Bedrijfsmiddelen die achter de RCD-veiligheidsschakelaar aangesloten zijn en een verlenging van de uitschakeltijd veroorzaken, bijv. condensato-ren of rondomlopende machines.
9.5.1 Test van vast geïnstalleerde RCD-beschermschakelaars
- Sluit de stroomkabel aan op de stroomstekker 10 van de BENNING ST 725.
- Steek de randaardestekker in een stopcontact met randaarding dat beveiligd is door de te testen RCD-beschermschakelaar en schakel de RCD-beschermschakelaar in.
- De test van de RCD-beschermschakelaar wordt gestart door op de foets 6 te drukken.
- Als het symbool „rESET“ op het display blijft staan en de symbolen „LN“ en „LE“ knipperen, draait u de randaardestekker in het stopcontact met randaarde 180° om en bedient u de toets 6 opnieuw om de test te starten.
- Wanneer het symbool „rESEt“ op het display verschijnt, schakelt u de RCD-beschermschakelaar telkens weer in.
- De BENNING ST 725 genereert een foutstroom van 30 mA met positieve (0°) of negatieve (180°) beginpolariteit. De RCD-beschermschakelaar activeert en de activeringstijden van de 1-voudige nominale foutstroom worden gemeten.
- Als de activeringstijd kleiner is dan de limietwaarde (200 ms), verschijnt een naast de activeringstijd.
- Vervolgens genereert de BENNING ST 725 een foutstroom van 150 mA met positieve (0°) of negatieve (180°) beginpolariteit. De RCD-beschermschakelaar activeert en de activeringstijden van de 5-voudige nominale foutstroom worden gemeten.
- Als de activeringstijd kleiner is dan de limietwaarde (40 ms), verschijnt een naast de activeringstijd.
- De test geldt als geslaagd wanneer het symbool „PASS“ op het display verschijnt.

text_image
✓ ✓ 0° PASS ΓCd 45 mszie afbeelding 8a: Test van vast geïnstalleerde RCD-beschermschakelaar (1 N = 30 mA)
Opmerking:
- Door het genereren van een foutstroom van 30 mA wordt aangetoond, dat de RCD veiligheidsschakelaar bij het bereiken van de nominale foutstroom aanspreekt. Mocht de grenswaarde van de maximale aanraakspanning van 50 V worden overschreden, dan wordt het symbool „UB > 50 V“ in het display weergegeven en de test wordt gestopt.

De meting kan worden beïnvloed door:
- Een eventueel aanwezige spanning tussen aardegeleider van het randaardecontactdoos en aarde
- Afleidingsstromen in de stroomkring achter de RCD-veiligheidsschakelaar -Andereaardingsvoorzieningen
- Bedrijfsmiddelen die achter de RCD-veiligheidsschakelaar aangesloten zijn en een verlenging van de uitschakeltijd veroorzaken, bijv. condensato-ren of rondomlopende machines.
9.5.2 Test van mobiele RCD-beschermschakelaars
- Steek de stekker van de netaansluitkabel in bus ⑪ van de BENNING ST 725.
- Steek de randaardestekker in een 230 V stopcontact met randaarde. Als er netspanning aanwezig is, wordt de spanningsmeting automatisch gestart.
- Afhankelijk van de positie van de buitengeleider (rechts of links) van het randaardecontactdoos worden de spanningspotentialen tussen de aansluitklemmen L, N en PE gedurende ca. 2 seconden in het display weergegeven.

text_image
LN✓ 230 v~ LE✓ 230 v~ NE✓ 0 ~ of ▲
text_image
LN ✓ 230 v~ LE ✓ 0 v~ NE ✓ 230 ~ ⚠️- Steek de mobiele PRCD-beschermschakelaar in testdoos ① van de BENNING ST 725.
- Sluit de bijgeleverde stroomkabel aan op de stroomstekker 10 van de BENNING ST 725 en steek de randaardestekker zoals aangegeven in afbeelding 8b in de mobiele PRCD-beschermschakelaar. De kabeluitgang moet in de richting van het display wijzen!
- Door op de toets ⑥ te drukken, wordt de netspanning naar testdoos ① geschakeld. Op het display verschijnt „rCd“ en „rESEt“.
- Schakel de mobiele PRCD-beschermschakelaar in.
- Als het symbool „rESET“ op het display blijft staan en de symbolen „LN“ en „LE“ knipperen, controleert u of de mobiele PRCD ingeschakeld is. Als hij ingeschakeld is, draait u de rand-aardestekker van de stroomkabel in de mobiele PRCD-beschermschakelaar 180° en start u de test opnieuw.
- Wanneer het symbool „rESEt“ op het display verschijnt, schakelt u de mobiele RCD-beschermschakelaar telkens weer in.
- De BENNING ST 725 genereert een foutstroom van 30 mA met positieve (0°) of negatieve (180°) beginpolariteit. De mobiele PRCD-beschermschakelaar activeert en de activeringstijden van de 1-voudige nominale foutstroom worden gemeten.
- Als de activeringstijd kleiner is dan de limietwaarde (200 ms), verschijnt een naast de activeringstijd.
- Vervolgens genereert de BENNING ST 725 een foutstroom van 150 mA met positieve (0°) of negatieve (180°) beginpolariteit. De mobiele PRCD-beschermschakelaar activeert en de activeringstijden van de 5-voudige nominale foutstroom worden gemeten.
- Als de activeringstijd kleiner is dan de limietwaarde (40 ms), verschijnt een naast de activeringstijd.
- De test geldt als geslaagd wanneer het symbool „PASS“ op het display verschijnt.

Sommige mobiele PRCD-types (bijv. PRCD-S, PRCD-K) schakelen L, N en PE op alle polen uit, zodat de BENNING ST 725 geen verbinding tussen stroomstekker 10 en testdoos 1 herkent. De test van deze PRCD-types moet worden uitgevoerd overeenkomstig punt 9.5.1 "Test van vast geïnstalleerde RCD-beschermschakelaars", door de mobiele PRCD-beschermschakelaar in een netstopcontact te steken dat niet via een bijkomende RCD-beschermschakelaar beveiligd is.
Zie fig. 8b: Test van mobiele PRCD-beschermschakelaars (I N = 30 mA)
De BENNING ST 725 beschikt over een meetwaardegeheugen om de meetwaarden van 999 testobjecten op te slaan.
- Zodra de test beëindigd is en het testresultaat beschikbaar is, drukt u op de toots 13 om de weergegeven meetwaarden op te slaan in de eerste vrije geheugenplaats. Het opslaan wordt met het symbool "STORE" en het geheugenplaatsnummer op het display 8 bevestigd. De 10bets 13 blijft geblokkeerd tot een volgende test wordt uitgevoerd om dubbele opslag te vermijden. Bij elke nieuwe opslag wordt het geheugenplaatsnummer automatisch met één eenheid verhoogd. Zodra alle 999 geheugenplaatsen bezet zijn, verschijnt het symbool „FULL“ op het display 8.

text_image
FULL 99910.2 Meetwaarden oproepen
- Druk op de ☐ toets 14 om de opgeslagen meetwaarden met het bijbehorende geheugenplaatsnummer weer op te roepen. Het symbool "RECALL" verschijnt op het display 8.
- Door nogmaals op de ☐ toets 14 te drukken, wordt naar de volgende geheugenplaats gegaan.
- Door op de teuts 13 te drukken, kan naar de vorige geheugenplaats worden gegaan.
- Druk op de ☐ toets 14 om de opgeslagen meetwaarden met het bijbehorende geheugenplaatsnummer weer op te roepen. Het symbool "RECALL" verschijnt op het display 8.
- Om het volledige meetwaardegeheugen te wissen, drukt u op de toets 13 en de toets 14 tot de tellerstand weer op nul staat en op het display 8 "no dAtA" verschijnt.
10.4 Meetwaardegeheugen uitlezen via USB-poort
Om de meetwaarden via de USB-poort 16 uit te lezen, dient u eenmalig het hardwarestuurprogramma uit de map „Treiber-driver“ op de meegeleverde CD-ROM en vervolgens het downloadprogramma uit de map „Programm-program“ op uw pc te installeren.
Voor de gegevensdownload voert u de volgende stappen uit:
- Verwijder alle aansluitkabels en testobjecten van de BENNING ST 725.
- Verbind de BENNING ST 725 via de USB-verbindingskabel met de pc.
- Het hardwarestuurprogramma wordt op een vrije COM-poort geïnstalleerd en geeft een bevestiging van zodra de nieuwe hardware kan worden gebruikt.
- De gebruikte COM-poort kan worden gecontroleerd via het apparaatbeheer van uw systeem.
- Start het programma BENNING Datalogger", klik bij de opties op „COM-Ports aktualisieren“ (COM-poorten updaten) en selecteer de overeenkomstige COM-poort. Klik vervolgens op „Download".
- Druk op de BENNING ST 725 gedurende circa 5 seconden op de ☐ toets 14 tot de download wordt uitgevoerd en het volledige meetwaardegeheugen wordt uitgelezen.
- De meetwaarden kunnen worden opgeslagen als (*.csv)- of (*.txt)-bestand.
- Door te klikken op „Öffnen“ (Openen), kunnen de meetwaarden bijv. met een rekenbladprogramma worden geopend.
10.5 Meetwaarden afdrukken
- Om de afdrukfunctie te gebruiken, dient u de optionele printer BENNING PT 1 (044150) via de seriële printerkabel te verbinden met de PS2-bus 12 van de BENNING ST 725.
- Zodra de test beëindigd is en het testresultaat beschikbaar is of een testresultaat werd opgeroepen met de 13, kunt u een testrapport afdrukken door de 15 toets bedienen.
- De BENNING ST 725 schakelt de printer BENNING PT 1 met elk afdrukcommando automatisch aan en uit.
Voorbeeld van een testrapport
10.6 Instellen van datum en tijd
De BENNING ST 725 heeft een geïntegreerde realtime-klok om elke geheugenbewerking te voorzien van een datum-tijdstempel.
Ga als volgt te werk om de datum en tijd in te stellen:
- Schakel de BENNING ST 725 uit door de ⏻ toets ② en de □ toets ③ tegelijk te bedienen.
- Houd de ☐ toets 14 ingedrukt en bedien tegelijk de ⏚ toets 2 en □ toets 3.
- Het datum-/tijdformaat wordt als volgt aangegeven:
MM.DD = Maand (1-12).Dag (1-31)
YYYY = Jaar
HH.mm = Uren (0-23).Minuten (0-59)
- Druk op de ⏚ toets ② om een datum-/tijdveld te selecteren.
- Een knipperend veld geeft aan dat dit veld kan worden ingesteld.
- De waarde wordt verhoogd of verlaagd met de 📄 toets 13 respectievelijk de 📋 toets 14.
Bij elke wijziging wordt het secondenveld op nul gezet.
- Schakel het apparaat uit door de ⏚ toets ② en de □ toets ③ tegelijk te bedienen om de instelling op te slaan.
11. Onderhoud

De BENNING ST 725 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning!
Werken aan een onder spanning staande BENNING ST 725 mag uitsluitend gebeuren door elektrotechnische specialisten, die daarbij de nodige voorzorgsmaatregelen dienen te treffen om ongevallen te voorkomen.
Maak de BENNING ST 725 dan ook spanningsvrij alvorens het apparaat te openen.
- Schakel het testapparaat uit.
- Koppel alle aansluitleidingen van het apparaat los.
11.1 Veiligheidsstelling van het apparaat
Onder bepaalde omstandigheden kan de veiligheid tijdens het werken met de BENNING ST 725 niet meer worden gegarandeerd, bijvoorbeeld in geval van:
- zichtbare schade aan de behuizing.
- meetfouten.
- waarneembare gevolgen van langdurige opslag onder verkeerde omstandigheden.
- transportschade.
In dergelijke gevallen dient de BENNING ST 725 direct te worden uitgeschakeld en niet opnieuw elders worden gebruikt.
11.2 Reiniging
Reinig de behuizing aan de buitenzijde met een schone, droge doek (speciale reinigingsdoeken uitgezonderd). Gebruik geen oplos- en/ of schuurmiddelen om de BENNING ST 725 schoon te maken. Let er in het bijzonder op dat het batterijvak en de batterijcontacten niet vervuilen door uitlopende batterijen.
Indien toch verontreiniging ontstaat door elektrolyt of zich zout afzet bij de batterijen en/of in het huis, dit eveneens verwijderen met een droge, schone doek.
11.3 Het wisselen van de batterijen

De BENNING ST 725 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning!
De BENNING ST 725 wordt gevoed door zes batterijen van 1,5 V (IEC LR6/ AA/ mignon).
Als het batterijsymbool op het display ⑧ verschijnt, moeten de batterijen worden vervangen (zie fig. 9).
De batterijen worden als volgt verwisseld:
- Schakel de BENNING ST 725 uit.
- Leg de BENNING ST 725 op zijn voorzijde en draai de schroef uit het batterijdeksel.
- Open het batterijdeksel (hiervoor bevinden zich uitsparingen in het apparaat).
- Neem de lege batterijen uit het batterijvak.
- Leg vervolgens nieuwe batterijen in het batterijvak (let op de correcte polariteit!).
- Sluit het batterijdeksel weer en draai de schroef weer vast.
Zie fig. 9: Vervanging van de batterijen/ smeltzekeringen

Gooi batterijen niet weg met het gewone huisvuil, maar lever ze in op de beken-de inzamelpunten. Zo levert u opnieuw een bijdrage aan een schoner milieu.
11.4 Het wisselen van de zekeringen

De BENNING ST 725 mag nooit onder spanning staan als het apparaat geopend wordt. Gevaarlijke spanning!
De BENNING ST 725 wordt door twee ingebouwde zekeringen (16 A, 250 V, F, D = 5 mm, L = 20 mm) (10019440) tegen overbelasting beveiligd.
De zekeringen worden als volgt verwisseld (zie fig. 9):
- Schakel de BENNING ST 725 uit.
- Leg de BENNING ST 725 op zijn voorzijde en draai de schroef uit het batterijdeksel.
- Open het batterijdeksel (hiervoor bevinden zich uitsparingen in het apparaat).
- Hevel een uiteinde van de defecte zekering aan de zijkant met een sleufschroevendraaier uit de zekeringhouder.
- Neem de defecte zekering geheel uit de zekeringhouder.
- Breng de nieuwe zekering aan. Gebruik uitsluitend zekeringen met dezelfde nominale stroom, dezelfde nominale spanning, hetzelfde scheidingsvermogen, dezelfde aanspreek-karakteristiek en dezelfde afmetingen.
- Sluit het batterijdeksel weer en draai de schroef weer vast.
Zie fig. 9: Vervanging van de batterijen/ smeltzekeringen
11.5 Kalibrering
BENNING waarborgt de naleving van de in de gebruiksaanwijzing vermelde technische gegevens en nauwkeurigheidsinformatie gedurende het 1ste jaar na de leveringsdatum. Op de nauwkeurigheid van de metingen te waarborgen, is het aan te bevelen het apparaat jaarlijks door onze servicedienst te laten kalibreren:
Wij raden u aan het apparaat aan het einde van zijn nuttige levensduur, niet bij het gewone huisafval te deponeren, maar op de daarvoor bestemde adressen.