VSP 2410 - Laboratoriumvoeding VOLTCRAFT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VSP 2410 VOLTCRAFT in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over VSP 2410 VOLTCRAFT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laboratoriumvoeding in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VSP 2410 - VOLTCRAFT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VSP 2410 van het merk VOLTCRAFT.
GEBRUIKSAANWIJZING VSP 2410 VOLTCRAFT
NL GEBRUIKSAANWIJZING Pagina 58-75
Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffende de ingebruikname en gebruik, ook als u dit product doorgeeft aan derden.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat u deze later nog eens=kunt nalezen!
U vindt een opsomming van de inhoud in de inhoudsopgave met aanduiding van de pagina-nummers op pagina 58.



Einführung
Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft®-product. Hiermee heeft u een uitstekend product inUIS gehald.
U hebt een kwaliteitproduct aangeschaft dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit een merkfamilie die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek met name onsderscheidt door specifieke vakkundigheid en permanente innovatie.
Met Voltcraft® worden geompliceerde taken voor u als kieskeurige doe-het-zelver of als professionele gebruiker al gauw kinderspel. Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie gegen een buitengewoon voor delige prijs-kwaliteitverhouding.
Wij zijn ervan overtuigd: uw keuze voor Voltcraft is tegelijkkertijd het begin van een lange en prettige samenwerking.
Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!
Inhoudsopgave
Inleiding 58
Voorgeschreven gebruik 59
Bedieningselementen 60
Veiligheidsvoorschriften en risico's 61
Functiebeschrijving 63
Ingebruikname 63
Aansluiting van het netsnoer 63
Opstellen van de verwarming 63
Uitgangsspanning van de uitgangen A en B instellen 64
Uitgangsstroom van de uitgangen A en B instellen 64
Uitgangsspanning van uitgang C instellen 65
Aansluten van een verbruiker 65
Individuel bedrijf 66
Parallelbedrijf 66
Seriebedrijf 68
Seriebedrijf met master-regeling 69
Afstandsbedieningsbedrijf „Remote" 70
Sensorbedrijf "Sense" 70
Verwijdering 72
Onderhoud en reiniging 72
Netzekering verrangen 72
Verhopen van storingen 73
Technische gegevens 74
Voorgeschreiben gebruiK
De programeerbare labovoeding dient als potenialvrije DC-spanningsbron voor het gebruik van laagspanningsapparaten. Er zich drie instelbare en van elkaar onafhankelijkie uitgangen beschikbaar. De uittgangen A en B kuren met behulp van toetsen met elkaar geschakeld en geregeld worden. Zo kan eenvoudig een spannings- en stroomverdubbeling gerealiseerd worden. Bij een serieschakeling van de uittgangen kuren aanraakgevaarlijke spanningen >75V / DC opgewekt worden. Vanaf deze spanning moeten omwille van veiligheidsredenen geisoleerde leidingen/meetsnoren worden gebruikt. De aansluiting wordt uitgevoerd met behulp van 4 mm veiligheidsbussen.
De uitgangsgegevens van de laboratoriumvoedingen zijn als volgt:
| Bestelnr. Artikelomschrijving Uitgang A Uitgang B Uitgang C | |||||
| 51 27 73 VSP | 2206 0.1 - 20 V/DC 0.1 - 20 | V/DC 0.1 - 6 V/DC 0 - 6 A 0.1 - 6 A max. | 1.5A | ||
| 51 27 74 VSP | 2403 0.1 - 40 V/DC 0.1 - 40 | V/DC 0.1 - 6 V/DC 0 - 3 A 0 - 3 A max. | 1.5A | ||
| 51 27 75 VSP | 2405 0.1 - 40 V/DC 0.1 - 40 | V/DC 0.1 - 6 V/DC 0 - 5 A 0 - 5 A max. | 1.5A | ||
| 51 19 19 VSP | 2410 0.1 - 40 V/DC 0.1 - 40 | V/DC 0.1 - 6 V/DC 0 - 10 A 0 - 10 A | max. 1.5A | ||
| 51 27 76 VSP | 2653 0.1 - 65 V/DC 0.1 - 65 | V/DC 0.1 - 6 V/DC 0 - 3 A 0 - 3 A max. | 1.5A | ||
De spanning en stroomsterkte bij uitgang A en B en de spanning bij uitgang C zijn traploos regelbaar. De spannings- en stroomwaarden van uitgang C worden na een toetsdruk via het display van uitgang B weergegeven.
Deinstalling van spanning en stroom wordt met behulp van grof- en fijnregelaars uitgevoerd, zDat een snelle en nauwkeurige instelling van de waarde möglichk is. De waarden worden in twee geschaden, overzichtelijk LC-displays weergegeven.
De uitgangsspanning van uitgang A en B kan via een externe spanning ingesteld en onafhankelijk van de belasting door de sense-functie absolutstabil worden gezogen.
De stroombegrenzing voor constante stroomvoorziening kan via een druk op de toets vooraf worden ingesteld. Een kortsluitingsbrug op de uitgang isijdens het instellen Niet nodig.
Het apparaat is bestand gegen overbelasting en kortsluitingen en beschikt over een veiligheidstemperatuuruitschakeling.
De labovoeding voldoet aan veiligheidsklasse 1. Dit product is alleen goedgekeurd voor aansluiting op een randgeaarde contactdoos met een gebruikelijke wisselspanning van 230 V/AC. De aardpotentiaalbus is direct verbonden met de randaarde van de netstekker.
Het gebruik onder inwerking van ongunstige omgevingsomstandigheden is nicht toegestaan. Ongunstige omstandigheden zijn:
- vocht of een te hoge luchtvochtigheid
- Stof en brandbare gassen, dampen of oplossingsmiddelen.
- onweer resp. weersomstandigheden zoals sterk elekstrostatische velden enz.
Een andere toepassing dan hierboven beschreiben kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het complete product mag nicht worden verandered of omgebouwd!
De veiligeidsvoorschriften dieren absolut in acht te worden genomen!
Bedieningselementen
zie uiktlappagina
(1) Netschakelaar voor inbedrijfname (I = IN / O = UIT)
(2) Bedrijfsindicatie
(3) LC-display (kort ,display ^a ) voor uitgang A
(4) Statusweergave uitgang A (CV = constante spanning, OT = overtemperatuur, CC = stroombegrenzing)
(5) Keuzeschakelaar "series tracking" voor de serieschakeling van de uitgangen A & B. De regeling van beiden uitgangen worden via de "master"-regelaar van uitgang A uitgevoerd.
(6) Keuzeschakelaar "series" voor de serieschakeling van de uitgangen A & B (spanningsverdubbeling). De regeling worden gezendeien uitgevoerd.
(7) Keuzeschakelaar "parallel" voor de parallelschakeling van de uitgangen A & B (stroomverdubbeling). De spanningsregeling van beiden uitgangen gebeurt via de "master"-regelaar van uitgang A.
(8) Keuzeschakelaar „individual“. Elke uitgang isonafhankelijk van elkaar instelbaar.
(9) Statusweergave uitgang B (CV = constante spanning, OT = overtemperatuur, CC = stroombegrenzing)
(10) LC-display (kort „display“) voor uitgang B
(11) Overbelastingsindicator voor uitgang C (stroombegrenzing actief)
(12) Instelregelaar voor de spanning van uitgang C
(13) Druktoets voor spannings- en stroomweergave van uitgang C in het display van uitgang B (10)
(14) Aansluitbus minpool van uitgang C
(15) Aansluitbus pluspool van uitgang C
(16) Aansluitbus minpool van uitgang B
(17) Aansluitbus pluspool van uitgang B
(18) Stroominstelregelaar voor uitgang B (coarse = grofregelaar/fine = fijnregelaar)
(19) Spanningsinstelregelaar voor uitgang B (coarse = grofregelaar/fine = fijnregelaar)
(20) Aansluitbus „aardpotentiaal“
(21) Stroominstelregelaar voor uitgang A (coarse = grofregelaar/fine = fijnregelaar)
(22) Spanningsinstelregelaar voor uitgang A (coarse = grofregelaar/fine = fijnregelaar)
(23) Aansluitbus minpool van uitgang A
(24) Aansluitbus pluspool van uitgang A
(25) Apparaatvoeten aan de voorkant opklapbaar
(26) Zekeringhouser voor de netzekering
(27) Beschermcontact-koude apparaataansluiting voor netsnoer
(28) Aansluitklemmen voor afstandsbesturing- en sense-aansluiting uitgang A
(29) Aansluitklemmen voor afstandsbesturing- en sense-aansluiting uitgang B
(30) Toets "C-limit" voor de weergave en instelling van de stroombegrenzing van uitgang A
(31) Toets "C-limit" voor de weergave en instelling van de stroombegrenzing van uitgang B
Veiligheidsvoorschriften en risico's

Bij schade veroorzaakt door het Niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, verzalt hetrecht op garantie! Voor verwolgschade die hieruit ontstaat en voor materièle schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruik of het Niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriften, zich wij Niet verantwoordelijk!
Het apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten.
Volg de instructies en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat te handhaven en een veilige werkig te garanderen! Let op de volgende symbolen:

Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absolut opgevolgd dienen te worden.

Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een veiligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat.

Het "hand"-symbol bool vindt u bij bijzondere tips of instructies voor de bediening.

Alleen voor toepassing in droge binnenruimtes

Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betrokken Europese richtlijnen.

Aardpotentiaal

Aardklem; deutsche schroef mag nicht worden losgedraaid

De ingebouwde scheidingstransformator is nicht bestendig gegen kortsluiting. De beveiligingsinstallatie is darüber detrafo geschakeld (elektronische overbelastings- en kortsluitbeveiliging).
Meetapparaten en accessoires zich geen spelelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen!
In industrielle omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen.
In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen要去 door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehonden op het werken met apparaten op netvoeding.
Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de grond en de netvoeding absolutui droog+zijn.
Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen, ook wonneer dit handmatig möglichk is, können spanningvoerende delen wordenblootgelegd.
Voordat het apparaat worden geopend,要去 deze van alle spanningsbronnen zijn losgekoppeld.
Condensators in het toestel hunnen nog geladen zich, ook als het toestel van alle spanningsbronnen losgemaaakt werk.
Schakel de labovoeding apparaat nooit meteen in nadat ze van een koude in een warme ruimte is gebracht. Het condenswater dat wordt gezormd, kan onder bepaalde omstandigheden het apparaat beschadigen. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuurkommen.
De netvoeding worden warm tijdens gebruik; zorg voor voldoende ventilatie. Ventilatiesleuvenogens Niet worden afgedekt!
De netvoeding en aangesloten verbruikers mogen nicht zonder toezicht in werkig worden.
Tijdens het werken met voedingsapparaten is het dragen van metalen of geleidende sieraden, zoals kettingen, arbanden, ringen o.i.d. verboden.
De netvoeding is nicht voor toepassing op mensen en dieren toegestaan.
Stal het apparaat Niet bloot aan mechanische belastingen. Een val van op geringe hoogte kan het apparaat reeds beschadigen. Trillingen en direct zonlicht要去en worden vermeden.
Wonneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik Nieteer mogelijk is, mag het apparaat Nieteer worden gebruikt en moet het worden beveiligd gegen onbedoeld gebruik. U mag ervan uitgaan dat een veilig gebruik Nieteer mogelijk is indien:
- het apparaat zichtaar is beschadigd,
- het apparaat Niet meer functioneert en
- het product gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of
- het apparaat tijdens transport zwaar is belast.
Neem ook de veiligheidsvoorschriften in acht, zoals die beschreiben zich in de afzonderlijke hoofdstukken resp. in de gebruiksaanwijzingen van de aangesloten apparaten.
Functiebeschrijving
De labo-voeding werkkt met geavanceerde schakel-technologie en actieve PFC (vermogenfactor-correctie). Dit maakt een stabiele uitgangsspanning en een hoog rendement möglichk. De gelijkspanningsuitgangen zijn galvanisch gescheden en voorzien van een veiligheidsontkoppeling ten opzichte van de netspanning. De secundaire DC-aansluiting worden telkens via twee gekleurde veiligheidsbussen uitgevoerd.
In overzichtelijke dual-displays worden de spanningen en stromen voor de uitgangen A en B gezchemden weergegeven (V = Volt = eenheid van de elektrische spanning, A = Ampère = eenheid van de elektrische stroom). Uitgang C wordt door het drukken op een toets in het display van uitgang B weergegeven. De actuele toestand van de voeding worden aangegeven via LED's. Diverse beveiligingen, zoals bijvoorbeeld gegen overbelasting, stroombegrenzung, oververhittingenz. werden voorzien voor een veilig en betrouw-baar bedrijf.
De voeding worden gekoeld met behulp van geintegreerde ventilatoren. Er要去 bijgevolg worden gelet op een voldoende luchtcirculatie.
De voeding kan de uitgangsspanning en de uitgangsstroom traploos instellen (bij uitgang C alleen de spanning).
Ingebruikname

De voeding is geen lader. Gebruik voor het laden van accu's geschikte laders met een geschikte laaduitschakeling.
Bij langdurig gebruik met nominale last wordt het oppervlak van de behuizing warm. Let op! Mogelijk gevaar op verbranden! Zorg waarom.altijd voor voldoen- de ventilatie rondon de netvoeding en gebruik deze nooit geheel of gedeelijk afgedekt om eventuele schade te voorkomen.
Let er bij het aansluiten van een verbruiker op de voeding op dat deze uitgeschakeld is. Een ingeschakelde verbruiker kan bij aansluiting op de uitgangsklemen van de voeding leiden tot vonkvorming, wat op haar beurt kan leiden tot beschadiging van de aansluitbussen resp. tot schade aan de aangesloten leidingen en/of hun klemmen.
Koppel de voeding los van het net als ze Niet worden gelebruikt.
Aansluiting van het netsnoer
Verbind de meegeleverde netkabel met randaarde met de netaansluiting (27) van de netvoeding. Controller de aansluiting.
Verbind het netsnoer met een goedgekeurd stopcontact met randaarde.
Opstellen van de verwarming
Plaats de labo-voeding op een stabiele, vlakke en degelijke ondergrond. Let er op, dat de verluchtingsgleuven van het apparaat Niet worden afgedekt.
De voorste apparaatvoeten+knen omhoog worden geklapt, zodat de displays eenvoudiger afgelezenkunnen worden. Hierdoor kan de netvoeding schuin worden neergezet.
Uitgangsspanning van de uitgangen A en B instellen
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2)licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „individual“ (8). De uitgangen A en B können afzonderlijk geregeld worden.
Zet de stroominstelregelaars "A" (21 en 18) in de middenpositie.
Met behulp van de beiden draairegelaars „V coarse" en „V fine" kan de uitgangsspanning voor de uitgangen A en B worden ingesteld.
"coarse" Grofregelaar voor het nsel veranderen van de spanning
fine" Fijnregelaar voor het nauwkeurig instellen van de spanning

In normalaal bedrijf werkkt het apparaat in de constante spanningsmodus. Dit betekent dat de voeding een vooraf ingestelde, constante spanning afgeeft. Deze modus worden met de groene statusindicator "CV" (4 of 9) weergegeven.
Stroombegrenzing van de uitgangen A en B instellen
De instelling van de uitgangsstroom is een beschermingsmechanisme, om de verbruiker of de aansluitdraden te beschermen. De stroombegrenzing kan zonder kortsluiting aan de uitgang vooraf worden ingesteld. Het netapparaat levert maximaal de vooraf ingestelde stroom.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Draai de stroomregelaars „A coarse" en „A fine" (21 of 19) geheel maar links.
Druk voor uitgang A of B de overeenkomstige toets "C-limit" (30 of 31) in en houd deze toets gedurende afstelprocedure ingedrukt. De indicator "CC"licht opijdens het instellen. In de modus "parallel" moeten beiden toetsen gewelijktijdig worden ingedrukt. De overeenkomstige uitgang worden automatisch uitgeschakeld, zolang de toets "C-limit" worden ingedrukt.
Via de beide draairegelaars „A coarse" en „A fine" kan de max. stroomsterkte (stroombegrenzing) worden ingesteld. De LED-indicator „CC" brandt zolang de stroombegrenzing actief is.
coarse" Grofregelaar voor het snel veranderen van de stroom
fine" Fijnregelaar voor het nauwkeurig instellen van de stroom
Laat na het succesvol afstellen de toets "C-limit" los. Het display geeft waar de werkelijkste stroomsterkte wee (bij open uitgang 0,00 A). De statusindicator "CV" brandt.

Wordt de vooraf ingestelde stroomsterkte tijdens het normale gebruik bereikt, dan schakelt de voeding over op stroombegrenzing en vermindert waar bij de spanningswaarde. Dit bedrijf worden aangegeven met de rode statusindicatie "CC" (11).
Uitgangsspanning van uitgang C instellen
De uitgang C is onafhankelijk van de ingestelde bedrijfsmodus (series/ parallel/individual) te gebruiken.
Verwijder aangesloten verbruikers van uitgang C.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Druk de toets „show value" (13) en houdt dezeijdens het instellen van de spanning ingedrukt. In het display van uitgang B worden de spanning en de stroom van uitgang C weergegeven.
Met behulp van de draairegelaar „V-adjust“ (12) kan de uitgangsspanning voor uitgang C in worden gesteld.
Laat de toets (13) na het instellen van de spanning weeer los.

Bij uitgang C is een vaste stroombegrenzing van ca. 1,5 A ingesteld, deze kan nicht worden veranderd. Bij het bereiken van deze stroomgrens brandt de rode indicator „overload" (11).
De betreffende spannings- en stroomwaarden können te allen/tsjde door het drukken op de toets „show value" (13) gecontroleerd worden.
Aansluting van een verbruiker

Let bij het aansluiten van een verbruiker op dat deze uitgeschakeld met de voeding worden verbonden. De max. stroomopnale van de aan te sluiten verbruiker mag de aanduidingen uit de technische geevens Niet overschrijden.
Bij het in serie schakelen van de uitgangen A en B of meertere voedingen ontstaan aanraakgevaarlijke spanningen (> 75 VDC), deze können bij aanraking levensgevaarlijk zijn. Vanaf deze spanning mogen alleen geisoleerde accessoires (aansluitleidingen,meetleidingen,enz.) worden gezruikt.
Voorkom het gebruik van Niet-geisoleerde leidingen en contacten. Dezeplaatsendienen door geschikt, moeilijk ontvlambaar isolatiematerialial of andere maatre-gelen te worden afgedekt om rechtsreeks contact te voorkomen.
Let op een voldoende sectie van de geleiders voor de verwachte stroomsterkte.
Individuel bedrijf
Bij het individuele bedrijf kannen de beiden uitgangen onafhankelijk van elkaar aangesloten en ingesteld worden. Deze functie maakt het gebruik van 2 verschillende uitgangsspanningen möglichk.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „individual“ (8). De rode indicator boven de schakelaar brandt. De uitgangen A en B können afzonderlijk geregeld worden.
Stel de parameters in maar wens zoals beschreiben in het hoofdstuk "In gebruik nemen".
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-“, van de betreffende uitgang (A/B).


De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
De stroomopname van de aangesloten verbruiker worden in het display in ampère (A) weergegeven.
Parallelbedrijf
Bij het parallelbedrijf kannen de uitgangen A en B gezruikt worden voor het verdubbelen van de stroom. In deze modus zijn de uitgangen A en B intern parallel geschakeld. Tot max. 10 A is geen externe bijkomende kanaalindeling nodig.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „parallel“ (7). De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de parameters in maar wens zoals beschreiben in het hoofdstuk "In gebruik nemen". De spanningsinstelling geleurt uitsluitend via uitgang A (master). De spanningsregelaar van uitgang B is gedactiveerd
De stroominstelling geleurt in combinatie met uitgang A en B. De som van de beiden stroomaanduidingen komt overeen met de uitgangsstroom.
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Aansluiting bij een totale uitgangsstroom < 10 A:
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-“, van uitgang A.

Aansluiting bij een totale uitgangsstroom >10 A:
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-“, van uitgang A en B.


De dubbele aansluiting verhoogt de geleiderdoorsnede en vermindert de spanningsverlies op de leidingen. Gebruik de aansluitkabel metdezelfde lenghte endezelfde geleiderdoorsnede.
De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
De stroomopname van de aangesloten verbruiker worden in het display in ampere (A) weergegeven. De som van de beiden stroomaanduidingen komt overeen met de uitgangsstroom.
Seriebedrijf
Bij het seriebedrijf kannen de uitgangen A en B gezruikt worden voor het verdubbelen van de spanning. In\ deze modus zijn de uitgangen Aen B intern in serie geschakeld. Een externe aanvullende schakeling is nicht\ nodig.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „series" (6). De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de parameters in maar wens zoals beschreiben in het hoofdstuk "In gebruik nemen".
De spanningsinstelling gebeurt in combinatie met uitgang A en B. De beiden spanningsweergaven (A en B)要去en worden samengeteld; de som kommt overeen met de uitgangsspanning.
De stroominstelling geleurtaar keuze via uitgang A of B.
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus n + ^n (24) van uitgang A en de minpool (-) met de blauwe bus n - n (16) van uitgang B.

De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
De stroomopname van de aangesloten verbruiker worden geleiktijdig in beiden displays weergegeven. De stroom van een display komt overeen met de uitgangsstroom.

De stroominstelregelaars van beiden uitgangenogens zich nicht in de positie minimum (linker aanslag) bevinden, sondern anders Niet het complete instelbereik van de spanning gezruikt kan worden.
Seriebedrijf met master-regeling
Deze modus worden, net als bij het normale seriebedrijf, gezruikt voor het verdubbelen van de spanning van de uitgangen A en B. Het verschil is de regeling. Spanning en stroom worden hier uitsluitend via de instelregelaars van uitgang A geregeld. De uitgangen A en B zijn intern in serie geschakeld. Een externe aanvullende schakeling is Niet nodig.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar „series tracking" (5). De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de parameters inaar wens zoals beschreiben in het hoofdstuk "In gebruik nemen". De spannings- en stroominstelling gebeurt enkel via de instelregelaar van uitgang A. De beiden spanningsweergaven (A en B)要去en worden samengeteld; de som komt overeen met de uitgangsspanning.
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus "+" (24) van uitgang A en de minpool (-) met de blauwe bus -, (16) van uitgang B.

De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
De stroomopname van de aangesloten verbruiker worden geleiktijdig in beiden displays weergegeven. De stroom van een display komt overeen met de uitgangsstroom.

De stroominstelregelaars van beiden uitgangenogens zich nicht in de positie minimum (linker aanslag) bevinden, sondern anders Niet het complete instelbereik van de spanning gezruikt kan worden.
Afstandsbedieningsbedrijf „Remote“
De laboratoriumvoeding kan via een externe gelijkspanning op afstand worden bestuurd. De stuurspanning bedraagt 0 - 2,3 V/DC en regelt proportioneel het complete instelbereik van de betreffende uitgang. Het afstandsbedieningsbedrijf is alleen bij individuel en seriesbedrijf möglichk.

De stroominstelregelaars van beiden uitgangenogens zich nicht in de positie minimum (linker aanslag) bevinden, waar dat anders ons het complete instelbereik van de spanning gezruikt kan worden. De spanningsregelaars要去en bij afstandsbedieningsbedrijf in de positie maximum staan zodat het volle instelbereik gezruikt kan worden.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B en schakel de netvoeding UIT.
Verwijder aan deijkenzijde van het apparaat de kunststofafdekking van de betreffende aansluitklemmen. Aansluitklemmen (28) voor uitgang A, aansluitklemmen (29) voor uitgang B.
Verwijder de kortsluitbrugussen de aansluitklemmen, V ref OUT" en,Vref IN".
Sluit de pluspool van de externe stuurspanning aan de klem „V ref IN" en de minpool aan de klem „COM-MON" aan.
Bevestig de kunststofafdekking weeop de aansluitklem.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar voor individuel of Seriebedrivf. De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de stroombegrenzing volgens uw waarden in, zoals beschreiben in het hoofdstuk „Inbedrijfname". De spanning worden nu via de externe stuurspanning ingesteld.
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
Verbind de pluspool (+) van de verbruiker met de rode bus „+“ en de minpool (-) met de blauwe bus „-“, van de betreffende uitgang.
De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.

Voor normal regardebrijf via die instelregelaar op het apparaat moet de kortslui-tingsbrug op deijkenkantussen de klemmen "V ref OUT" en "V ref IN" opnieuw worden ingezet.

Sensorbedrijf „Sense"
Het sensor-bedrijf "Sense" maakt een nauwkeurige spanningsinstelling möglichk, direct op de verbruiker. Een möglichke spanningsval over de aansluitleidingen worden op deze manier betrouwbaar gecompenseerd. Het sensorbedrijf is alleen bij individuel bedrijf möglichk.

De stroominstelregelaars van beiden uitgangenogens zich nicht in de positie minimum (linker aanslag) bevinden, sondern anders Niet het complete instelbereik van de spanning gezruikt kan worden.
Verwijder de aangesloten verbruikers van de uitgangen A en B en schakel de netvoeding UIT.
Verwijder aan deijkenzijde van het apparaat de kunststofafdekking van de betreffende aansluitklemmen. Aansluitklemmen (28) voor uitgang A, aansluitklemmen (29) voor uitgang B.
Verwijder de beiden kortsluitbruggen:tussen de klemmen (+) SENSE OUT" en (+) SENSE IN" evenals (-) SENSE OUT" en (-) SENSE IN".
Verbind de verbruiker met de juiste polariteit aan de betreffende uitgangsbussen van de voeding.
Verbind de sensorleiding met de juiste polariteitussen de aansluitklemmen van de verbruiker en de sensingang van de voeding. De plusleiding要去 aan de klem (+) SENSE IN" en de minleiding aan de klem (-) SENSE IN" worden aangesloten.
Bevestig de kunststofafdekking weeer op de aansluitklem.
Schakel de voeding in via de aan/uit-schakelaar (1). De bedrijfsindicator (2) Licht op en op het display worden spanning en stroom weergegeven.
Bedien de keuzeschakelaar voor het individuele bedrijf. De rode indicator boven de schakelaar brandt.
Stel de parameters inaar wens zoals beschreiben in het hoofdstuk "In gebruik nemen".
Controleer nogmaals de correct ingestelde uitgangsspanning.
De aangesloten verbruiker kan nu worden ingeschakeld.
Voor het normale bedrijf zonder sensor要去en de kortsluitbruggen weeer geplaatst worden.

Verwijder bij het loskoppelen van de verbruiker steds eerst de voedingsleidingen, of schakel de lavo-voeding uit, voor u de sensor-leidingen losneemt. Als dit Nietgebeurt lan de uitgangsspanning stilgen tot het maximum, en kan de verbruiker ev. beschadigd raken.

Afvalverwijdering

Alle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese markt worden gebracht, moet met dit symbool zichen gemarkeerd. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat aan het einde van+zijn levensduur gescheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggegooid.
ledere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten geschaden van het ongesorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eindgebruikers zijn verplicht oude batterijen en accu's die Niet bij het oude apparaat+zijn ingesloten,evenals lampen die op een Niet-destructive manier uit het oude toestel konnen worden verwijderd, van het oude toestel te scheiden alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt.
Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht om oude apparatuur gratis terug te nemen. Conrad geeft u de volgende Gratis inlevermöglichheden (meer informatie op unsere website):
-in onze Conrad-filialen
-
in de door Conrad gemaakte inzamelpunten
-
in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de terugnamesystemen die+zijn ingericht door fabrikanten en distributeurs in de zin van de ElektroG
Voor het verwijderen van personsgegevens op het te verwijderen oude apparaat is de eindgebruiker verantwoordelijk. Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen kannen gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude apparaten.
Onderhoud en reiniging
Afgezien van een incidentele reiniging of het verwangen van een zekering is de laboratoriumvoeding onderhoudsvrij. Gebruik voor het schoonmaken van het apparaat een schone, droge, antistatische en pluisvrijne reinigingsdoek zonder toevoeging van schurende, chemische en oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Netzekering verrangen
Kan de laboratoriumvoeding Nieteeringschakeld worden, dan werden waarschijnlijk de netbeveiliging aan dechterzijde (26) geactiveerd.
Voor het verwangen van de netzekering gaat u als volgt te werk:
Schakel de voeding uit, verwijder alle aansluitkabels van het apparaat en haal de netstekker uit het stopcontact.
Druk met een geschikte schroevendraaier de zekeringhouser aan dechterzijde (9) een beetje waar binnen en draai deze met een kwartslag gegen de wijzers van de klok eruit (bajonetsluiting).
Vervang de defecte zekering door een neue zwakstroomzekering (5x20 mm) van hetzelfde type en metdezelfde nominale stroomsterkte. De zekeringwaarde vindt u in het hoofdstuk „Technische gevevens".
Draai de zekering in wijzerzin en onder het uitoefenen van enige druk in de zekeringhouser.
Verhelpen van storingen
U heeft met deze labovoeding een product aangeschaft dat betrouwbaar en veilig is in het gebruik.
Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen.
Hieronder vindt u enkele manieren om eventuele storinge te verhelpen:

Neem beslist de veiligheidsvoorschriften in acht!
| Storing Mogelijk oorzaak | |
| De voeding kan Brandt de bedrijfs指示or op de voeding (2)?zich nicht inschakelen. Controller de netspanning (evt. netzekering in het apparaatresp. de beveiligingsschakelaar in de kabel controleren). | |
| Aangesloten verbruikers Is de juiste spanning ingesteld?functioneren Niet. Is de polariteit jusst?Controller de technische gegevens van de verbruiker. | |
| De „OT“-indicator brandt. Het toestel is overbelast en oververhit.Laat het apparaat ingeschakeld maar zonder belasting afkoelen. | |
| De „CC“-indicator brandt. Constante stroomvoedingDe vooringestelde stroomsterkte werk overschreden. Controllerde stroomopname van uw verbruiker en vergroot ev. de stroombegrenzing van de voeding. | |
| De indicate tie “CV”licht op. Constante spanningsvoorzieningDe netadapter werkt normala. Aan de uitgang worden de ingestelde, constante spanning uitgegeven. | |
Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat, bijv. op beschadiging van de behuizing.

Een reparatie mag uitsluitend plaatsvinden door een vakman die vertrouwd is met de risico's resp. toepasselijkke voorschriften. Bij het eigenmachtig uityoeren van wijzigingen of reparaties aan of in het apparaat, verwalt elke aanspraak op garantie. Zekeringen en reserveonderdelen vallen Niet onder de garantie.
Technische gegevens
| VSP 2206 | VSP 2403 | VSP 2405 | VSP 2410 | VSP 2653 | |
| Uitgangsvermögen 249 VA | 249 VA 409 VA | 809 VA 399 VA | |||
| Uitgangsspanning 0.1 - 20 DC-uitgang A | V 0.1 - 40 V 0 | 1 - 40 V 0.1 - 40 | V 0.1 - 65 V | ||
| Uitgangsstroom Uitgang A | 0 - 6 A | 0 - 3 A | 0 - 5 A | 0 - 10 A | 0 - 3 A |
| Uitgangsspanning 0.1 - 20 DC-uitgang B | V 0.1 - 40 V 0 | 1 - 40 V 0.1 - 40 | V 0.1 - 65 V | ||
| Uitgangsstroom Uitgang B | 0 - 6 A | 0 - 3 A | 0 - 5 A | 0 - 10 A | 0 - 3 A |
| Uitgangsspanning DC-uitgang C | 0.1 - 6 V | ||||
| Uitgangsstroom Uitgang C | max. 1.5 A | ||||
| Rimpel bij nominale belasting Uitgang A van Vmax | < 0,025% | < 0,025% | < 0,0125% | < 0,025% | < 0,0125% |
| Uitgang B van Vmax | < 0,025% | < 0,025% | < 0,0125% | < 0,025% | < 0,0125% |
| Uitgang C van Vmax | < 0,005% | < 0,005% | < 0,005% | < 0,006% | < 0,005% |
| Spannings- Regeling bij 100% lastwijziging | < 0,04% (Vmax) (Vmax) (Vmax) | < 0,04% (Vmax) (Vmax) | < 0,03% (Vmax) (Vmax) | < 0,04% | < 0,03% |
| Spannings- Regeling bij 20% netschommeling | < 0,005% < 0,005% (Vmax) (Vmax) | < 0,005% < 0,005% (Vmax) (Vmax) | < 0,025% < 0,005% (Vmax) (Vmax) | < 0,0025% | |
| stroomregeling bij 100% lastwijziging | < 5 mA < 6 mA < 6 mA < 5 mA | < 5 mA | < 5 mA | ||
| stroomregeling bij 20% netschommeling | < 5 mA < 6 mA < 6 mA < 5 mA | < 5 mA | < 5 mA | ||
| Voedingsspanning | 230 V/AC (±20%) 47 - 53 Hz | ||||
| Vermogensopname (max.) | 350 VA 350 VA 500 VA 1000 VA 500 VA | ||||
| Netzekering Traag (5 x 20 mm) | T2,5A/250V | T2,5A/250V | T3,15A/250V | T6,3A/250V | T3,15A/250V |
| Bedrijfstemperatuur | 0 tot +40°C | ||||
| VSP2206VSP2403VSP2405VSP2410VSP2653 | |||
| Relatieve luchtvochtigheid | max. 80%, nicht condenserend | ||
| Veiligheidsklasse 1 | |||
| Netaansluiting Inbouwstekker, IEC 320 C14 | |||
| Gewicht 7.3 kg 7.5 kg 7.3 kg | |||
| Afmetingen 437 x 88 x 340 (B x H x D) mm | |||