HG05262 - Bordspel Playtive - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HG05262 Playtive in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Bordspel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HG05262 - Playtive en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HG05262 van het merk Playtive.
GEBRUIKSAANWIJZING HG05262 Playtive
AANWIJZINGEN VOOR LATER GEBRUIK!
KLEUTERS EN KINDEREN! WAARSCHUWING! Niet geschikt voor kinderen jonger dan 36 maanden! Kleine balletjes. Verstikkingsgevaar. LET OP! Alle verpakkings- en bevestigings- materialen zijn geen onderdeel van het speel- goed en moeten om veiligheidsredenen altijd worden verwijderd, voordat kinderen met het speelgoed kunnen spelen. De verpakking voor eventuele reclamatie goed bewaren! Spelinstructies Schaken (voor twee personen) Spelmateriaal: 32 schaakfiguren (16 witte, 16 zwarte) 1 speelbord 1 spelhandleiding Verloop van het spel: Beide spelers hebben hetzelfde aantal schaakstukken: 1 dame 2 lopers 1 koning 2 paarden 2 torens 8 pionnen De schaakstukken worden zo- als weergegeven geplaatst; iedere dame wordt op een veld van „haar“ eigen kleur geplaatst. De speler die de witte schaakstukken heeft, mag beginnen. Bij het schaken is het de bedoeling dat beide spelers proberen, de tegenstander erbij te hinderen om ervoor te zorgen dat de koning aan het einde van het spel zich niet meer kan bewegen, d.w.z. hem schaakmat te zetten. Hiervoor zijn veel intelligente en strategische zetten en de vaardigheid, mogelijke zetten van de tegen- stander te voorspellen voor nodig. U moet ervoor zorgen dat uw schaakfiguren door een of meerdere andere figuren van uw kleur worden beschermd.34 NL/BE Zetten van de schaakfiguren: Dame Met de dame kunt u een wil- lekeurig aantal velden in elke richting zetten. D.w.z. diago- naal, horizontaal en verticaal. Koning Met de koning kunt u zetten in elke richting doen (diago- naal, verticaal, horizontaal), maar alleen één veld per zet. Hij mag niet als elke andere figuur worden gezien als hij wordt bedreigd. Men moet in geval van een bedreiging de koning altijd met de kreet „schaak“ waarschuwen. Toren Met de toren kunt u een wille- keurig aantal velden horizon- taal en verticaal zetten. De schaakfiguren van de tegen- stander kunnen alleen binnen deze rij van velden worden aangevallen en geslagen. Loper De loper kunt u een willekeurig aantal velden zetten, maar al- leen in de diagonale richting. Aangezien de loper nooit de kleur van zijn veld mag wisse- len, kunnen zij alleen maar op „hun“ veldkleur worden aangevallen resp. geslagen. Paard Het paard is het enige schaak- figuur, waarmee men over an- dere figuren mag springen. Het is een bijzonder beweeg- lijke schaakfiguur. Zo kunt u met het paard zetten: „een veld rechtdoor en dan een veld schuin“. Dat betekent dat een zet met het paard altijd op een veld van een andere kleur eindigt. Pionnen Pionnen kunnen één of twee velden naar voren bewegen - twee velden echter alleen vanuit de startpositie. Zodra de pion zich niet meer op de startpositie bevindt, mag hij per zet slechts nog een veld bewegen. Met de pion kunt u geen zet achteruit maken en ook niet achteruit aanvallen of slaan. Met de pionnen kunt u de figuren van de tegenstander alleen in diagonale richting slaan. Als het u lukt, de pion tot aan de startlijn van de tegenstan- der te bewegen, kunt u hem vervangen door een ander figuur dat u bij één van de voorafgaande zetten heeft verloren, ongeacht of dezelfde schaakfiguren zich reeds in het spel bevinden of niet. Slaan: Als een schaakfiguur wordt geslagen, neemt het aangrijpende figuur de plaats van het figuur in, dat van het speelbord moet worden genomen. De „en passant“ zet mag alleen worden gemaakt als een pion vanuit de uitgangspositie wordt gezet. Als u een pion van de startpositie twee velden vooruit zet en boven een bedreigd veld naast een pion van de tegenstander staat, kan de pion van de tegenspeler de eigen pion met de volgende zet slaan door naar het tevoren bedreigde veld te bewegen. Dat betekent dat de pion van de tegenspeler op het veld wordt gezet dat hij bedreigde en dat de geslagen pion35 NL/BE van het bord wordt genomen. „En passant“ zetten zijn niet verplicht. Rokade: Dat is een dubbele zet, waarbij koning en toren ge- lijktijdig wordt bewogen. Deze zet is ervoor bestemd, de koning in een heel bijzonder beschermde positie te brengen. De rokade is alleen mogelijk, – als noch de koning, noch de toren in een voor- afgaande zet werd verplaatst, – als zich geen andere figuur tussen koning en toren bevindt, – als de koning niet schaak staat, – als de koning door deze zet niet wordt bedreigd (schaak). Schaakmat: Als de koning door een figuur van de tegenstander wordt bedreigd, wordt hem „schaak“ aangeboden. Deze term moet door de aanvallende speler worden uitgesproken. Nu moet de andere speler zijn koning bevrijden uit deze situatie. Hiervoor zijn er meerdere mogelijkheden: het bedreigende figuur kan worden geslagen, de koning kan naar een vrij veld, dat niet wordt bedreigd, bewegen, of een van de pionnen kan in de lijn van de aanval worden bewogen om de koning te verdedigen. Schaakmat betekent dat de koning van de tegenstander door geen van de voorheen genoemde zetten meer uit de schaakpo- sitie kan worden gered en met de volgende zet wordt geslagen. Remise: Aan het einde kunnen situaties ontstaan, waarin geen van de spelers de tegenstander schaakmat kan zetten. Dit spel eindigt dan in een remise. Beide spelers moeten akkoord gaan met de remise. Backgammon (voor twee personen) Spelmateriaal: 30 backgammon -schijven (15 witte, 15 zwarte) 2 dobbelstenen 1 verdubbelingssteen 1 speelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding: Het spelbord wordt zo tussen de beide spelers geplaatst dat iedere speler voor een getand veld met 12 puntige driehoeken (de zogenaamde PUNTEN) zit. Het speelveld wordt verdeeld in 4 velden en worden onderverdeeld in de kleu- ren zwart en wit. Het zwarte binnenveld (het zogenaamde home board of thuisveld) bevindt zich rechts boven, het zwarte buitenveld (het zogenaamde outer board) links boven, het witte binnenveld rechts onder en het witte buitenveld links onder. De bovenste PUNTEN (1-12) zijn de zwarte PUNTEN, de onderste PUNTEN (13-24) zijn de witte PUNTEN. Iedere speler ontvangt 15 schijven, die hij als volgt op het spelbord verdeelt: Home-BoardOuter-Board Bar Speelrichting zwart Speelrichting wit ZWART: 2 stenen op PUNT 24 5 stenen op PUNT 13 3 stenen op PUNT 8 5 stenen op PUNT 6 WIT: 2 stenen op PUNT 1 5 stenen op PUNT 12 3 stenen op PUNT 17 5 stenen op PUNT 19 Er wordt gedobbeld met 2 normale en 1 verdubbe- lingssteen.36 NL/BE Doel van het spel: Beide spelers proberen, de schijven zo snel moge- lijk in het eigen Home Board, dus het thuisveld van zijn kleur te brengen. Wie als eerste geen schijven meer op het bord heeft staan, heeft gewonnen. Verloop van het spel: Iedere speler gooit met een dobbelsteen; de- gene die het hogere getal heeft gegooid, is als eerste aan de beurt. Hij voert zijn eerste zet uit met het beide aantal ogen, dat zojuist door hem en zijn tegenstander werd gegooid. Vervolgens gooien beide spelers afwisselend met twee dobbelstenen. Beide gegooide aantal ogen worden gezet, ieder getal extra. De speler zet het getal, door een van zijn schijven zoveel PUNTEN in de richting van zijn Home Board te schuiven, als het aantal ogen laat zien. Daarbij mag hij over zijn eigen stenen en die van de tegenspeler springen om op een vrij PUNT te landen. De PUNT geldt als bezet als hij door vijf eigen of minimaal twee stenen van de te- genstander bezet wordt. Als een steen op een PUNT terecht komt dat door slechts één steen van de tegenstander wordt bezet, wordt de steen van de tegenstan- der van het bord genomen en op de balk (deel van het frame in het midden van het speelveld) gelegd. De speler van deze steen moet probe- ren deze geslagen steen weer in het spel te brengen, voordat hij het spel kan voortzetten. Hij moet de steen overeenkomstig het geworpen aantal ogen in het home board van de tegen- stander zetten. Gooit hij bijv. een 1 en een 6, zet hij de steen op PUNT 1 of PUNT 6 als de gekozen positie nog vrij is. Iedere speler kan zijn beide getallen achter el- kaar met een of twee schijven zetten. Gooit hij bijv. 2+4, kan de speler eerst met een steen de 2 en dan de 4 zetten of omgedraaid. 2 en 4 mogen echter nooit direct tot een 6 worden opgeteld. De speler moet altijd kunnen tussen landen! De worp mag echter ook met 2 ver- schillende schijven worden gezet. Als er twee keer hetzelfde getal wordt gegooid (2+2, 3+3 etc.) moet de speler de worp dub- bel zetten, d.w.z. 4x zetten. Hij moet zetten, tenzij hij geen mogelijkheid heeft, een of beide waarden van de dobbelstenen te zetten. Terugzetten is niet toegestaan. Als een speler al zijn schijven in zijn Home Board heeft gezet, volgt het uitspelen. Hij moet de waarden van zijn dobbelstenen nu niet ge- bruiken om te zetten maar om de schijven van het bord te halen. Gooit de speler 1+3, kan hij van PUNT 1 en 3 elk een schijf „eruit“ halen. Mocht hij 2x de 3 hebben gegooid, kan hij van PUNT 3 vier schijven eruit halen, voor zover hier 4 schijven staan. Kan de waarde van de dobbelsteen niet worden gebruikt om uit te spelen, moet de speler van een verder weg gelegen positie naar voren zet- ten. Uitzondering: staat de laatste zwarte schijf bijv. op PUNT 4, kan zwart deze schijf met een 4, een 5 of een 6 uitspelen. D.w.z. de waarde van de dobbelsteen van reeds vrijgemaakte PUNTEN kunnen voor de laatste PUNT worden gebruikt. De speler, die als eerste al zijn schijven uitspeelt, heeft gewonnen. Als de tegenstander tenminste 1 schijf kon uitspelen, telt de winst een keer. Als de tegenstander geen schijf kon uitspelen, telt de winst dubbel (een zog. „Gammon“). Als nog schijven van de tegenstander in het Home Board van de winnaar of op de balk lig- gen en de tegenstander nog geen schijf heeft kunnen uitspelen, telt de overwinning drievou- dig (een zogenaamd „Backgammon“). Verdubbelen: Iedere speler kan tijdens het spel zijn speelinzet verdubbelen door voor zijn volgende worp de ver- dubbelingssteen te pakken en hem met de 2 naar boven te leggen, zodat de tegenstander dit kan zien. De tegenstander heeft de mogelijkheid, de verdub- beling te weigeren of te accepteren. Accepteert hij dit, kan hij tijdens het spel weer verdubbelen en de verdubbelingssteen op de 4 draaien. Een gepoogde verdubbeling wordt niet meegeteld. Wint zwart bijv. enkelvoudig en ligt de verdubbelingssteen 2, dan wint zwart tenslotte dubbel. Wint zwart dub- bel en ligt de verdubbelingssteen op 2 dan wint zwart viervoudig enz. Of u voor staat en een ver- dubbeling de moeite waard is, ervaart men door37 NL/BE uit te rekenen, hoeveel PUNTEN iedere eigen schijf en iedere schijf van de tegenstander nog moet af- leggen voordat hij wordt uitgespeeld. De speler met de minste nog te maken zetten is in voordeel. Dammen (voor twee personen) Spelmateriaal: 24 spelstenen (12 witte, 12 zwarte) 1 speelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding: Het bord wordt zo neergelegd, dat beide spelers rechts een wit veld hebben. Iedere speler legt zijn stenen op de zwarte velden van de eerste 3 rijen, zodat telkens 4 stenen in een rij liggen. Verloop en doel van het spel: Wit begint, daarna wordt om de beurt gezet. De stenen mogen telkens slechts één veld wor- den verplaatst en wel alleen op de zwarte vel- den. Wanneer een steen direct voor een steen van de tegenstander ligt, en het veld daarach- ter is leeg, dan kan de tegenstander over de steen heen springen („slaan“). De geslagen steen wordt van het bord verwijderd. Wanneer de steen waarmee geslagen wordt op het nieuwe veld dezelfde situatie tegenkomt, dan mag deze direct de volgende steen slaan, ook in een haakse hoek. Op die manier kan deze in één keer twee of meer stenen van het bord verwijderen. Wanneer de startlijn van de tegenstander wordt bereikt, wordt de steen omgezet in een „dam“. Een „dam“ bestaat uit twee op elkaar liggende stenen, kan naar voren en naar ach- teren bewegen en mag meer dan één veld passeren. Deze hoeft ook niet direct achter de steen van een tegenstander te worden geplaatst wanneer deze wordt geslagen, maar kan ook twee stenen tegelijkertijd slaan, wanneer daar- tussen meer dan één veld leeg is. Wanneer een speler verzuimt een steen van de tegenstander te slaan, ondanks dat hij daartoe in staat is, dan moet hij zijn steen van het bord nemen. Die speler heeft verloren, die geen stenen meer heeft of die niet meer kan zetten. Mancala (voor twee personen) Spelmateriaal: 48 mancala-spelstenen 1 spelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding en doel van het spel: Het spelbord bestaat uit zes kuiltjes evenals de mancala-kuil voor iedere speler. De spelers zitten tegenover elkaar. Een speler bezit de kuil direct voor hem en de mancala-kuil rechts van hem. Aan het begin van het spel worden in alle kuiltjes - behalve de mancala-kuil - telkens vier spelstenen geplaatst. Doel van het spel is, zo veel spelstenen als mogelijk in zijn eigen mancala-kuil te brengen. Verloop van het spel: Bepaal welke speler mag beginnen. De speler kiest een van zijn kuilen uit en neemt alle daarin bevindende spelstenen in de hand. Vervolgens legt hij tegen de klok in de volgende kuiltjes tel- kens een spelsteen, totdat hij alle stenen heeft verdeeld. Hierbij wordt de eigen mancala-kuil ook betrokken, die van de tegenstander echter niet. Vervolgens is de andere speler aan de beurt. Komt een van de spelers met de laatste steen in de eigen helft uit bij een lege kuil, mag hij deze stenen en die van de tegenstander uit de tegenoverliggende kuil halen en in zijn manca- la-kuil leggen. Zodra de zijde van de tegenspeler geen spelste- nen meer heeft, mag de andere speler al zijn stenen in zijn mancala-kuil leggen. Daarmee is38 NL/BE het spel afgelopen. De speler met de meeste stenen in zijn mancala-kuil heeft gewonnen. Boter kaas en eieren (voor twee personen) Spelmateriaal: 10 spelstenen (5 witte, 5 zwarte) 1 spelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding en doel van het spel: Iedere speler krijgt elk 5 witte resp. zwarte spelstenen. Bepaal welke speler begint. Wie als eerste 3 stenen zonder onderbreking in een rij heeft geplaatst, heeft het spel gewonnen. Verloop van het spel: Beide spelers plaatsen afwisselend elk een steen op een vakje van het speelbord. Zodra een speler 3 spelstenen van dezelfde kleur of horizontaal, verticaal of diagonaal in een rijtje heeft gezet, is het spel afgelopen. Mocht geen speler een rij van 3 spelstenen bereiken, wordt het spel als gelijkspel beoor- deeld. Sterrenhalma (voor twee tot zes personen) Spelmateriaal: 60 spelkogels (elk 10 kogels in 6 kleuren) 1 spelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding en doel van het spel: Iedere speler legt zijn spelkogels in een van de zes kleurige driehoeken. Iedere speler heeft een kleur. Hierdoor wordt ook gelijk bepaald welk start- en finishveld bij de spelkogels horen. Wie als eerste zijn 10 spelkogels in het tegen- overliggende driehoek heeft gebracht, heeft het spel gewonnen. Verloop van het spel: Bepaal welke speler mag beginnen. Om beur- ten mag elke speler met een van zijn spelkogels een zet uitvoeren. Hierbij zijn twee zetten toegestaan: het trekken en het springen. Bij het trekken beweegt de speler slechts een spelkogel. De kogel kan in alle richtingen een stap trekken. Als een veld door een eigen of door een kogel van de tegenstander bezet is, kan de speler deze in de richting van de zet springen. Voor- waarde hiervoor is dat het veld achter de te springen kogel vrij is. De speler moet bij iedere zet kiezen tussen trekken en springen. Het is niet toegestaan beide zetten te doen. Springen mag u zo lang als het mogelijk is. U bent echter niet hiertoe gedwongen. Als een spelkogel bij de finish is aangekomen, mag hij dit veld niet meer verlaten. Ladderspel (voor twee tot vier personen) Spelmateriaal: 4 Ludo-spelfiguren (elk 1 figuur in 4 kleuren) 1 dobbelsteen 1 spelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding en doel van het spel: Iedere speler krijgt een spelfiguur en plaatst deze op het startveld met dezelfde kleur. Wie als eerste met zijn spelfiguur het finish-veld heeft bereikt, heeft het spel gewonnen. Verloop van het spel: Bepaal welke speler het eerste dobbelt. In overeenstemming met het aantal gegooide ogen mag de speler zijn spelfiguur zetten. Daarna wordt om beurten verder gespeeld. Als een speler aan het einde van zijn zet op een veld met een ladder landt, mag hij hier omhoog klimmen. Als een speler aan het einde van zijn zet op een veld met een slangenkop landt, moet hij39 NL/BE terugkeren naar de staart van de slang. Als een speler op een veld landt, waar reeds een spelfiguur van de tegenspeler staat, wordt het spelfiguur geslagen en moet de tegenstan- der terug naar de start. Als er een 6 wordt gegooid, mag de speler nog een keer gooien. U heeft het exacte aantal ogen nodig om op het speelveld te landen. Ludo / pachisi (voor twee tot vier personen) Spelmateriaal: 16 Ludo-spelfiguren (elk 4 figuren in 4 kleuren) 1 dobbelsteen 1 spelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding en doel van het spel: Iedere speler krijgt 4 spelfiguren van dezelfde kleur en plaatst deze op het overeenkomstige starthuisje. Degene die alle 4 de spelfiguren in het finish-huisje heeft gezet, heeft gewonnen. Verloop van het spel: Bepaal welke speler als eerste mag dobbelen. Daarna wordt om beurten verder gespeeld. Iedere speler mag 3 keer gooien. Wie een 6 heeft, mag een spelfiguur uit het starthuisje op het startveld zetten. Vervolgens gooit de speler nog een keer en zet het aantal ogen naar voren. Zolang een speler alle 4 spelfiguren in het starthuisje heeft, mag hij 3 keer dobbelen. Gooit een speler nogmaals een 6, kan hij zelf be- palen, of hij nog een spelfiguur op het speelveld zet of met een spelfiguur 6 velden naar voren gaat. Na iedere 6 mag nogmaals worden gedobbeld. Komt een speler op een veld waar een spelfiguur van een tegenspeler staat, kan hij deze slaan. Het spelfiguur van de tegenspeler moet dan terug naar het starthuisje en kan met een 6 op- nieuw terug worden gebracht op het speelveld. Als een veld met een eigen spelfiguur is bezet, moet deze zet met een ander spelfiguur worden uitgevoerd. Het is niet toegestaan, dat twee spelfiguren op een veld staan. In het finish-huisje zijn de spelfiguren veilig en kunnen niet worden geslagen. U mag niet over de figuren springen die reeds in het finish-huisje staan. Solitaire (voor een tot twee personen) Spelmateriaal: 32 stenen 1 spelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding en doel van het spel: De 32 stenen worden zo op het spelbord ge- plaatst, dat slechts nog een veld in het midden vrij blijft. Doel van het spel is dat aan het einde een steen in het midden over blijft. Verloop van het spel: Verwijder zo veel stenen als mogelijk, door horizontaal en verticaal over een andere steen te springen. U mag telkens over slechts een steen springen en het veld, waar u landt, moet leeg zijn. Bij 2 spelers wordt steeds om beurten gespeeld. Als een speler niet kan zetten, heeft hij het spel verloren. Dobbelsteen spel (voor twee personen) Spelmateriaal: 30 stenen (15 witte, 15 zwarte) 2 dobbelstenen 1 spelbord 1 spelhandleiding Spelvoorbereiding en doel van het spel: Iedere speler heeft elk 15 witte resp. zwarte stenen. Bepaal welke speler mag beginnen. Wie aan het einde van het spel de meeste stenen op het spelbord heeft, heeft het spel gewonnen.40 NL/BE Verloop van het spel: Beide dobbelstenen worden gelijktijdig gegooid. De gegooide getallen worden bij elkaar opge- teld. Vervolgens plaatst de speler een steen op het overeenkomstige veld. Daarna is de andere speler aan de beurt. Gooit hij hetzelfde aantal ogen als zijn tegenspeler, mag hij geen steen op het spelbord zetten. Er wordt zo lang gespeeld, totdat alle velden bezet zijn. Onderhoud en opslag Bewaar het product steeds op kamertemperatuur in een droge, schone ruimte. Reinig het product niet met agressieve reinigingsmiddelen, gebruik alleen een droog reinigingsdoekje. Afvoer De verpakking bestaat uit milieuvriendelijke grond- stoffen die u via de plaatselijke recyclingcontainers kunt afvoeren. Informatie over de mogelijkheden om het uitgediende product na gebruik te verwijderen, verstrekt uw ge- meentelijke overheid. Garantie Het product wordt volgens strenge kwaliteitsrichtlijnen zorgvuldig geproduceerd en voor levering grondig getest. In geval van schade aan het product kunt u rechtmatig beroep doen op de verkoper van het product. Deze wettelijke rechten worden door onze hierna vermelde garantie niet beperkt. Op dit product verlenen wij 3 jaar garantie vanaf aankoopdatum. De garantieperiode start op de dag van aankoop. Bewaar de originele kassabon alstublieft. Dit document is nodig als bewijs voor aankoop. Wanneer binnen 3 jaar na de aankoopdatum van dit product een materiaal- of productiefout optreedt, dan wordt het product door ons – naar onze keuze – gratis voor u gerepareerd of vervangen. Deze garantie komt te vervallen als het product beschadigd wordt, niet correct gebruikt of onderhouden wordt. De garantie geldt voor materiaal- en productiefouten. Deze garantie is niet van toepassing op producton- derdelen, die onderhevig zijn aan normale slijtage en hierdoor als aan slijtage onderhevige onderde- len gelden (bijv. batterijen) of voor beschadigingen aan breekbare onderdelen, zoals bijv. schakelaars, accu’s of dergelijke onderdelen, die gemaakt zijn van glas. Afwikkeling in geval van garantie Om een snelle afhandeling van uw reclamatie te waarborgen dient u de volgende instructies in acht te nemen: Houd bij alle vragen alstublieft de kassabon en het artikelnummer (bijv. IAN 123456_7890) als bewijs van aankoop bij de hand. Het artikelnummer vindt u op de typeplaat, ingegra- veerd, op het titelblad van uw handleiding (linkson- der) of als sticker op de achter- of onderzijde. Wanneer er storingen in de werking of andere gebreken optreden, dient u eerst telefonisch of per e-mail contact met de onderstaande service-afde- ling op te nemen. Een als defect geregistreerd product kunt u dan samen met uw aankoopbewijs (kassabon) en vermelding van de concrete schade alsmede het tijdstip van optreden voor u franco aan het u meegedeelde servicepunt verzenden. Service Service Nederland Tel.: 0900 0400 223 (0,10 EUR / Min.) E-Mail: owim@lidl.nl41 NL/BE Service Belgiё Tel.: 070 270 171 (0,15 EUR / Min.) E-Mail: owim@lidl.be42 PL Wstęp ..............................................................................................................................................Strona 43 Zawartość .........................................................................................................................................Strona 43 Zastosowanie zgodne z przeznaczeniem .....................................................................................Strona 43 Wskazówki bezpieczeństwa ......................................................................................Strona 43 Instrukcje gier...........................................................................................................................Strona 43 Szachy (dla dwóch osób) ...............................................................................................................Strona 43 Backgammon (dla dwóch osób).....................................................................................................Strona 45 Warcaby (dla dwóch osób) ...........................................................................................................Strona 47 Mankala (dla dwóch osób) ............................................................................................................ Strona 47 Kółko i krzyżyk (dla dwóch osób) ..................................................................................................Strona 48 Trylma (od dwóch do sześciu osób) ...............................................................................................Strona 48 Węże i drabiny (od dwóch do czterech osób) .............................................................................Strona 48 Chińczyk / Pachisi (od dwóch do czterech osób) ..........................................................................Strona 49 Samotnik (od dwóch do jednego osób).........................................................................................Strona 49 Wyścig (dla dwóch osób) ...............................................................................................................Strona 49 Pielęgnacja i przechowywanie .................................................................................Strona 50 Utylizacja .....................................................................................................................................Strona 50 Gwarancja ..................................................................................................................................Strona 50 Sposób postępowania w przypadku naprawy gwarancyjnej......................................................Strona 50 Serwis ...............................................................................................................................................Strona 5043 PL Kolekcja gier 10 w 1 z drewna Wstęp Gratulujemy Państwu zakupu nowego produktu. Zdecydowali się Państwo na zakup produktu naj- wyższej jakości. Przed uruchomieniem urządzenia po raz pierwszy zapoznaj się z nim. W tym celu przeczytaj uważnie poniższą instrukcję obsługi oraz wskazówki dotyczące bezpieczeństwa. Pro- dukt należy użytkować w sposób tu opisany i zgodnie z określonym zakresem zastosowania. Należy przechowywać tę instrukcję w bezpiecz- nym miejscu. Przekazując produkt innej osobie, na- leży również przekazać wszystkie dokumenty. Zawartość 1 obudowa gry 2 plansze, 1 szufladka 80 kamieni do gry (32 figury szachowe, 32 ka- mienie do gry w backgammona, 16 pionków do chińczyka) 60 kulek do gry 48 kamieni do gry w mankale 2 kostki 1 kostka podwajająca 1 instrukcja gry Zastosowanie zgodne z przeznaczeniem Produkt jest zestawem gier dla graczy od 6 lat i jest przeznaczony wyłącznie do prywatnego użytku. Wskazówki bezpieczeństwa
SimpelGids