CS25 - Zaag SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS25 SABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS25 - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS25 van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING CS25 SABO
See spare parts catalogue1 SPECIFICATIES Productbenaming Kettingzaag Type SA561521 Motor 40 V borstelloze gelijkstroommotor Kettingsnelheid 20 m/s Stoptijd ketting < 0,2 s Inhoud zaagkettingsmeermiddel 180 ml Geleiderlengte 250 mm, 350 mm Gewicht zonder accu (met zaagblad van 250 mm) 3,65 kg Gewicht zonder accu (met zaagblad van
WAARSCHUWING De hand/arm-vibratie kan bij daadwerkelijk gebruik van het werktuig afwijken van de aangegeven waarden. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het werktuig wordt gebruikt. Vermijd trillingsgevaar via de volgende veiligheidsmaatregelen: draag handschoenen tijdens het gebruik, beperk de gebruikstermijn of verkort het gebruiksperiode. 2 BESCHRIJVING zie afbeelding 1 tot 22 1 Afdekking van de geleiderail 2 Frontgreepbescherming / kettingrem 3 Frontgreep 4 Blokkeerknop 5 Activeringsschakelaar 6 Oliereservoirdop 7 Olie-indicator 8 Spike-bumper 9 Zaagketting 10 Geleiderail 11 Moersleutel 12 Achterste greep 13 Kettingspanschroef 14 Kettingafdekking 15 Kettingafdekkingsmoeren 16 Bout voor de spanning van de zaagketting 17 Aandrijfwiel van de ketting 18 Accu-ontgrendelknop 19 Olieuitloopaansluiting 20 Geleidergroef 21 Kettingaandrijfschakels 22 Snijkanten 23 Velrichting 24 Gevarenzone 25 Vluchtweg 26 Valrichting 27 Inkeping 28 Valkerf 29 Breukstrook 30 Onttakking 31 Werkt u op de grond, laat hierbij dan de onderste takken als steun staan tot de stam gezaagd wordt 32 De boomstam ligt over de gehele lengte erop 33 Zagen van boven voorkomt het zagen in de aarde 34 De boomstam ligt er aan één einde op 35 Zagen van onderen 36 Zagen van boven 37 De boomstam ligt er aan beide uiteinden op 38 Inkorten van een boomstam 39 Ga bij het zagen aan de bergzijde staan, omdat de boomstam naar beneden kan gaan rollen 40 Ontlastende zaagsnede 41 Doorsnijding3 VERKLARING VAN HET OP DE KETTINGZAAG AANGEBRACHTE TYPEPLAATJE 1 Nominale spanning 2 Productbenaming 3 Gegarandeerd geluidsvermogensniveau 4 CE-conformiteitsteken 5 QR-code 6 Productiedatum 7 Productidentificatienummer 8. Dit apparaat hoort niet in het huisafval. Apparaat, toebehoren en verpakking inleveren voor milieuvriendelijke recycling 9 Maximale kettingsnelheid 10 Zwaardlengte 11 Typeaanduiding 12 Geboden verboden en waarschuwingen
4 VERKLARING VAN DE SYMBOLEN
Op uw apparaat kunnen de volgende symbolen afgebeeld zijn. Maak u vertrouwd met deze symbolen en ken hun betekenis. Een correct begrip van deze symbolen staat garant voor een veilig en efficiënt gebruik van uw apparaat. SYMBOOL BESCHRIJVING/ VERKLARING Belangrijke veiligheidsmaatregelen. Hier gaat het om uw veiligheid. Lees de gebruikshandleiding en let op de waarschuwingen en veiligheidsvoorschriften. Draag bij het gebruik van dit apparaat hoofdbescherming. Draag bij het gebruik van dit apparaat een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag bij het gebruik van dit apparaat beschermende handschoenen. Niet gebruiken bij regen of in vochtige omstandigheden. Houd het apparaat met beide handen vast.Vermijd contact met de railpunt. GEVAAR! Pas op voor terugslagen. Het symbool geeft de draairichting van de zaagketting aan. Het symbool geeft de draairichting voor het spannen en ontspannen van de kettingspanning aan. Het symbool geeft de olietank voor het zaagkettingsmeermiddel aan.
- Symbool boven: in deze richting wordt de kettingrem vrijgegeven
- Symbool onder: in deze richting wordt de kettingrem geactiveerd. De volgende signaalwoorden en betekenissen moeten de met dit product verbonden risicograad verduidelijken. SYMBOOL SIGNAAL BETEKENIS GEVAAR: Betekent een onmiddellijke gevaarlijke situatie die, indien ze niet vermeden kan worden, de dood of zware verwondingen kan veroorzaken. WAARSCHUWING: Betekent een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien ze niet vermeden kan worden, de dood of zware verwondingen kan veroorzaken. OPGELET: Betekent een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien ze niet vermeden kan worden, lichte of medium verwondingen kan veroorzaken. OPGELET: (zonder waarschuwingssymbool) staat voor een situatie die tot materiële schade kan leiden. AANWIJZING Duidt op een opmerking die leidt tot een beter begrip van de bediening van het apparaat. TECHNISCH ONDERHOUD Het onderhoud vereist de grootste voorzichtigheid en kennis en zou daardoor alleen mogen gebeuren door een vakman. Wij raden dan ook aan dat het apparaat enkel bij een erkende handelaar in uw buurt mag worden hersteld. Bij het onderhoud van het apparaat zouden slechts originele wisselstukken mogen worden gebruikt. WAARSCHUWING Het gebruik van een elektrisch apparaat kan ertoe leiden dat andere voorwerpen in uw ogen komen en zware oogverwondingen veroorzaken. Zet daarom voor het gebruik van elektrische werktuigen altijd een veiligheidsbril met zijbescherming en eventueel ook gezichtsbescherming op. Wij bevelen een gezichtsmasker aan met breed zicht dat zich laat combineren met het dragen van een normale bril of een standaard veiligheidsbril. Draag steeds oogbescherming die de norm EN 166 respecteert. 5 BEOOGD GEBRUIK
- Het apparaat mag uitsluitend worden gebruikt voor de volgende doeleinden: o Dit product is bedoeld voor het zagen van takken, stammen en balken met een diameter die wordt bepaald door de zaaglengte van de geleiderail. o Dit product is alleen bedoeld voor het zagen van hout. o Dit product is alleen bedoeld voor gebruik buitenshuis en in huis door volwassenen. Elke daarboven uitgaand gebruik geldt als niet beoogd; voor hieruit resulterende schade is de fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervan draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
- Bij gebruik in openbare voorzieningen, parken, sportfaciliteiten, op straten en in land- en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist. Let hierbij altijd op de ter plaatse geldende wettelijke bepalingen.
- Gebruik dit product niet voor andere dan de hierboven genoemde doeleinden.
- Dit product mag niet worden gebruikt voor professionele boomverzorging. Het mag niet worden gebruikt door kinderen of personen die geen geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen en -kleding dragen.
- Let erop, dat dit apparaat reglementair niet is geconstrueerd voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid, wanneer het apparaat in commerciële, ambachtelijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijke activiteiten wordt gebruikt.
- Niet toelaatbaar is het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE- conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan dit product sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.· Ondanks het beoogde gebruik en bijzondere voorzichtigheid van de gebruiker bestaat een restrisico. Ga steeds bedachtzaam met het apparaat om. Mogelijke gevaren zijn afhankelijk van het type en de constructie van het apparaat: o Contact met blootliggende zaagtanden van de zaagketting (snijgevaar). o Grijpen in een roterende zaagketting (snijgevaar). o Onvoorziene, abrupte beweging van de geleiderail (snijgevaar). o Weggeslingerde delen van de zaagketting (snijgevaar/snijgevaar door splinters). o Weggeslingerde delen van het te bewerken object. o Inademen van deeltjes van het te bewerken object. o Huidcontact met het zaagkettingsmeermiddel. o Gehoorverlies als er tijdens het werk geen gehoorbescherming wordt gebruikt. Veiligheidsinformatieblad Uw kettingzaag werd met de hoogste eisen voor betrouwbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en -veiligheid ontwikkeld en geproduceerd. Indien zorgzaam gebruikt en onderhouden zal uw apparaat vele jaren op betrouwbare en foutloze wijze blijven functioneren. 6 ALGEMENE VEILIGHEIDSWAARSCHUWINGEN WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen. Het niet respecteren van de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of zware verwondingen. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen voor de toekomst. In de veiligheidsvoorschriften verwijzen we met ‘elektrowerktuig’ naar via het net aangedreven elektrowerktuigen (met een stroomkabel) en accu-aangedreven elektrowerktuigen (zonder stroomkabel). Werkplaatsveiligheid
- Houd uw werkruimte zuiver en goed verlicht. Wanorde of niet verlichte werkruimtes kunnen tot ongevallen leiden.
- Werk niet met elektrowerktuigen in een omgeving met explosiegevaar, waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stof zich bevinden. Elektrowerktuigen veroorzaken vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
- Houd kinderen en andere personen op afstand tijdens het gebruik van elektrowerktuigen. Bij afleiding kunt u de controle over het apparaat verliezen.
- Werk met het apparaat niet bij slecht weer, wanneer het gevaar van blikseminslag bestaat. Elektrische veiligheid
- Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken zoals van buizen, verwarmingstoestellen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door elektrische schok, wanneer uw lichaam is geaard.
- Houd elektrowerktuigen weg van regen of nattigheid. Het binnendringen van water in een elektrowerktuig verhoogt het risico op kortsluiting. Veiligheid van personen
- Wees opmerkzaam. Let op wat u doet en wees slim bij het gebruik van een elektrowerktuig. Gebruik geen elektrowerktuig wanneer u vermoeid bent of wanneer u onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie bent. Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van het elektrische gereedschap kan ernstige letsels veroorzaken.
- Draag uw persoonlijke veiligheidsuitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke veiligheidsuitrusting zoals een stofmasker, slipvaste veiligheidsschoenen, een stoothelm of oorbescherming, afhankelijk van de werkzaamheden en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico op verwondingen.
- Vermijd een onbedoelde ingebruikname. Controleer of het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u de accu plaatst, het werktuig opneemt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrische gereedschap de vingers aan de schakelaars hebt of bij ingeschakeld apparaat de accu plaatst, kan dit leiden tot ongevallen.
- Verwijder instelwerktuigen of moersleutels voordat u het elektrische werktuig aanzet. Een werktuig of sleutel die zich in het bereik van de bewegende delen bevindt, kan tot verwondingen leiden.
- Vermijd een niet-ergonomische lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stabiel staat en behoud in alle gevallen uw evenwicht. Daardoor kunt u het werktuig in onverwachte situaties beter controleren.
- Draag gepaste kledij. Draag geen wijde kledij of sieraden. Houd uw haar, kledij en handschoenen op afstand van de bewegende delen. Losse kledij, sieraden of lang haar kunnen gegrepen worden door de bewegende delen. Zorgvuldige hantering en gebruik van elektrische werktuigen
- Overbelast uw apparaat niet. Gebruik voor uw werk het apparaat dat daarvoor voorzien is. Met het passende elektrische werktuig werkt u efficiënter en veiliger binnen het aangegeven vermogensbereik.
- Gebruik geen elektrisch werktuig waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch werktuig dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet hersteld worden.
- Verwijder de accu voordat u de instellingen van het apparaat verandert, accessoires wisselt of het apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel verhindert het onopzettelijk starten van het elektrisch werktuig.
- Bewaar ongebruikte elektrische werktuigen buiten het bereik van kinderen. Laat personen die niet vertrouwd zijn met het apparaat of de veiligheidsmaatregelen ervan niet gelezen hebben het werktuig niet gebruiken. Elektrische werktuigen zijn gevaarlijk wanneer ze door onervaren personen worden gebruikt.
- Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer de correcte werking van de bewegende delen. Zorg ervoor dat er geen enkel onderdeel beschadigd is. Controleer de montage en alle andere elementen die bij het gebruik een effect kunnen hebben. Wanneer onderdelen beschadigd zijn, moet u het apparaat laten herstellen vooraleer het te gebruiken. Ongelukken worden vaak veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
- Houd snijwerktuigen scherp en zuiver. Zorgvuldig onderhouden snijwerktuigen klemmen minder snel vast en zijn makkelijker te hanteren.
- Gebruik elektrische werktuigen en hun accessoires in overeenstemming met hun voorschriften. Let daarbij op de arbeidsomstandigheden en de uit te voeren taken. Het gebruik van elektrische werktuigen voor andere dan de voorgeschreven doeleinden kan tot gevaarlijke situaties leiden.Specifieke veiligheidsmaatregelen voor accu-apparaten
- Controleer voordat u de accu plaatst of de schakelaar op ‘UIT’ staat of vergrendeld is. Het plaatsen van een accu in een ingeschakeld apparaat kan ongevallen veroorzaken.
- Laad de accu alleen op met een door de producent goedgekeurde lader. Een ongeschikte lader kan brand veroorzaken wanneer u een ander type accu gebruikt dan wat de producent voorschrijft.
- Voor elk accu-apparaat moet een specifiek accutype worden gebruikt. Het gebruik van elke andere accu kan leiden tot brand.
- Houd een niet-gebruikte accu op afstand van metalen voorwerpen, zoals papierklemmen, munten, sleutels en alle andere voorwerpen die de contactpunten met elkaar zouden kunnen verbinden. Kortsluiting van de contacten van de accu, kan brandwonden of brand veroorzaken.
- Vermijd elk contact met de accuvloeistof na foutief gebruik. Wanneer accuvloeistof verspreid wordt, moet het getroffen oppervlak met zuiver water worden afgespoeld. Raadpleeg een arts wanneer de vloeistof in de ogen is terecht gekomen. Gemorste accuvloeistof kan tot irritatie en brandwonden leiden.
Alle veiligheidsmaatregelen met betrekking tot hantering, opslag, opberging, transport, afvoer van de lithium-ion-batterij alsmede eerstehulpmaatregelen en maatregelen voor brandbestrijding, vindt u in het "productveiligheidsinformatieblad" op www.sabo-online.com bij de gebruiksaanwijzingen. Informatie-telefoonnummer voor lithium-ionbatterijen +49 (0) 2261 704-0 Herstelling
- Laat uw elektrisch werktuig alleen door gekwalificeerd vakpersoneel herstellen en alleen met originele wisselstukken. Hierdoor wordt verzekerd dat de veiligheid van het elektrisch werktuig gegarandeerd blijft. INSTRUCTIES
- Lees de richtlijnen zorgvuldig. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine.
- Laat nooit personen die niet met de aanwijzingen vertrouwd zijn het apparaat gebruiken. Lokale voorschriften kunnen de leeftijd van de bediener beperken.
- Denk eraan dat de bediener resp. de gebruiker de verantwoordelijkheid draagt voor ongevallen of gevaren tegenover andere personen of hun bezittingen. VOORBEREIDING
- Controleer het apparaat voor gebruik op tekenen van beschadigingen of veranderingen. Wanneer de accu bij het gebruik beschadigd wordt, schakel dan het apparaat uit en verwijder onmiddellijk de accu. Gebruik nooit het apparaat wanneer de accu beschadigd of versleten is.
- Controleer het apparaat voor elk gebruik om te zien of er geen afdekkingen beschadigd zijn, ontbreken of verkeerd gemonteerd zijn. Gebruik de machine nooit wanneer personen, in het bijzonder kinderen, of dieren in de buurt zijn. GEBRUIK
- Houd stroomkabels uit de buurt van de snijwerktuigen.
- Draag tijdens het gebruik van deze machine altijd gehoorbescherming, oogbescherming, lange broek en stevig schoeisel.
- Draag eventueel een gezichtsbescherming
- Werk met het apparaat niet bij slecht weer, wanneer het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Gebruik de machine niet bij regen.
- Gebruik deze machine alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
- Gebruik deze machine nooit wanneer veiligheidsvoorzieningen of afschermingen defect zijn of ontbreken.
- Zet de motor pas aan wanneer handen en voeten uit de buurt van het snijwerktuig zijn.
- Verwijder altijd de accu uit het apparaat: o wanneer er geen toezicht is op de machine. o voordat u een blokkering oplost. o voordat u de machine testen, reinigt of eraan werkt. o bij een nazicht van het apparaat na een hard contact met een vreemd voorwerp. o wanneer de machine ongewoon begint te trillen (directe controle is nodig).
- Vermijd verwondingen aan handen en voeten door het snijwerktuig.
- Let er steeds op dat de verluchtingsopeningen vrij zijn van afzettingen.
ONDERHOUD EN BEWARING
- Verwijder de accu uit het apparaat.
- Gebruik alleen de door de producent voorziene onderdelen en accessoires.
- Controleer en onderhoud de machine regelmatig. Laat de machine door een erkende vakwerkplaats herstellen.
- Bewaar de machine buiten bereik van kinderen bij niet gebruik.
EISEN AAN HET BEDIENEND PERSONEEL
- Gebruikers die niet zijn opgeleid voor het gebruik van een kettingzaag voor boomverzorging kunnen de gevaren van de kettingzaag en de accu niet herkennen of inschatten. De gebruiker of andere personen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden.
- Lees en begrijp deze gebruikshandleiding volledig en bewaar hem goed.
- Gebruik de motorzaag alleen als u getraind bent in het gebruik van een kettingzaag voor boomverzorging.
- Als u de kettingzaag of de accu aan een andere persoon doorgeeft: geef ook deze gebruikshandleiding door.
- Zorg ervoor dat tijdens het gebruik aan de volgende eisen wordt voldaan: o U bent uitgerust. o U bent lichamelijk, sensorisch en mentaal in staat om met de kettingzaag en de accu te gebruiken en ermee te werken. Als u een lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke handicap heeft, mag u er alleen onder toezicht of na instructies door een verantwoordelijke persoon mee werken. o U kunt de gevaren van de kettingzaag en de accu herkennen en inschatten. o U bent meerderjarig of u bent overeenkomstig de nationale regelgeving onder toezicht opgeleid in een beroep.o U wordt niet beïnvloed door alcohol, medicijnen of drugs.
7 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN VOOR KETTINGZAGEN
- Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting als de kettingzaag in werking is. Voordat u de kettingzaag start, moet u ervoor zorgen dat de zaagketting nergens mee in aanraking komt. Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van kettingzagen kan ertoe leiden dat uw kleding of lichaam verstrikt raakt in de zaagketting.
- Houd het elektrisch gereedschap alleen vast bij de geïsoleerde greepvlakken, omdat de zaagketting in contact kan komen met verborgen elektrische leidingen. Zaagkettingen die een "onder spanning staande" draad raken, kunnen blootliggende metalen onderdelen van het elektrisch gereedschap "onder spanning" zetten en de gebruiker een elektrische schok geven.
- Houd de kettingzaag altijd met uw rechterhand op de achterste greep (12) en met uw linkerhand op de frontgreep (3) vast. Het vasthouden van de kettingzaag met de handen in omgekeerde positie verhoogt het risico op letsel en mag nooit worden gedaan.
- Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Draag ook een lange broek met snijbescherming en snijbescherming op beide armen. Verdere veiligheidsuitrusting voor hoofd, handen, benen en voeten wordt aangeraden. Passende beschermende kleding vermindert verwondingen door rondvliegende vreemde voorwerpen of onbedoeld contact met de zaagketting.
- Gebruik geen kettingzagen in bomen. Het gebruik van een kettingzaag in een boom kan letsel veroorzaken.
- Zorg er altijd voor dat u stevig staat en bedien de kettingzaag alleen als u op een stevige, veilige en vlakke ondergrond staat. Glibberige of onstabiele oppervlakken, zoals ladders, kunnen leiden tot verlies van evenwicht of controle over de kettingzaag.
- Let bij het zagen van een tak onder spanning op de terugvering. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de verende tak de gebruiker raken en/of de kettingzaag buiten controle brengen.
- Wees uiterst voorzichtig bij het kappen van onderhout en jonge bomen. Het fijne materiaal kan vast komen te zitten in de zaagketting en tegen u aan terugstriemen of u uit balans brengen.
- Draag de kettingzaag bij de frontgreep met de kettingzaag uitgeschakeld en uit de buurt van uw lichaam. Monteer bij transport of opslag van de kettingzaag altijd de afdekking van de geleiderail. Een correcte hantering van de kettingzaag vermindert de kans op onbedoeld contact met de bewegende zaagketting.
- Neem de instructies in acht voor het smeren, het spannen van de ketting en het vervangen van accessoires. Onjuist gespannen of gesmeerde kettingen kunnen ofwel breken ofwel de kans op een terugslag vergroten.
- Houd de grepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Vette, olieachtige grepen zijn glad, wat leidt tot verlies van gecontroleerde hantering.
- Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag niet voor andere dan de beoogde doeleinden. Bijvoorbeeld: Gebruik geen kettingzaag voor het zagen van kunststof, metselwerk of niet-houten bouwmaterialen. Het gebruik van de kettingzaag voor andere werkzaamheden dan waarvoor hij is ontworpen, kan tot gevaarlijke situaties leiden.
- De accu moet uit het apparaat worden verwijderd, voor het wordt afgevoerd.
- De accu moet op een correcte manier verwijderd worden.
- Vermijd een niet-ergonomische lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stabiel staat en behoud in alle gevallen uw evenwicht. Daardoor kunt u het werktuig in onverwachte situaties beter controleren.
- Draag gepaste kleding. Draag geen losse kledij of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen weg van bewegende delen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen vast komen te zitten in de bewegende delen.
- Kap een boom pas als u alle gevaren kent en weet hoe u ze kunt vermijden. Gebruiker en mensen in de gevarenzone kunnen ernstig gewond raken of gedood worden.
- Het strekt tot aanbeveling dat een beginnende gebruiker ten minste als eerste oefening stammen op een zaagbok of onderstel zaagt. VEILIGE STAAT De kettingzaag verkeert in een veilige staat als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De kettingzaag is onbeschadigd.
- De bedieningselementen functioneren en zijn ongewijzigd.
- De kettingsmering functioneert.
- De inloopgroeven op het aandrijfwiel van de ketting zijn niet dieper dan 0,5 mm.
- Op de kettingzaag zijn alleen originele geleiderails en zaagkettingen gemonteerd.
- De geleiderail en zaagketting zijn correct gemonteerd.
- De zaagketting is goed gespannen.
- Alleen originele vervangingsonderdelen voor deze kettingzaag zijn gemonteerd.
- De accessoires zijn correct bevestigd.
- De olietankdop is gesloten. WAARSCHUWING In een niet-veilige staat kunnen componenten niet meer goed functioneren en kunnen veiligheidsvoorzieningen buiten werking worden gesteld. Mensen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden.
- Werk alleen met een onbeschadigde kettingzaag.
- Als de kettingzaag vuil is: reinig de kettingzaag.
- Wijzig de kettingzaag niet. Uitzondering: montage van een originele geleiderail en zaagketting.
- Als de bedieningselementen niet werken: gebruik de kettingzaag niet.
- Monteer alleen originele vervangingsonderdelen voor deze kettingzaag.
- Monteer de geleiderail en de zaagketting alleen zoals beschreven in deze gebruikshandleiding.
- Monteer de accessoires zoals beschreven in deze gebruikshandleiding of in de gebruikshandleiding van de accessoires.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van de kettingzaag.
- Als er onduidelijkheden bestaan: Ga naar een dealer of neem contact op met de klantenservice. De geleiderail is in veilige staat als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De geleiderail is onbeschadigd.· De geleiderail is niet vervormd.
- De groef is even diep of dieper dan de minimale groefdiepte. Dit wordt bereikt als het glijvlak van de schakels op de opstaande randen rust en de zaagketting niet op de bodem van de groef rust.
- De opstaande randen van de groef zijn braamvrij.
- De groef is niet vernauwd of verwijd. WAARSCHUWING Als de geleiderail niet in een veilige staat is, kan deze de zaagketting niet meer correct leiden. De rondlopende zaagketting kan van de geleiderail springen. Mensen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden.
- Werk alleen met een onbeschadigde geleiderail.
- Als de diepte van de groef minder is dan de minimale groefdiepte: vervang de geleiderail.
- Ontbraam de geleiderail regelmatig.
- Als er onduidelijkheden bestaan: Ga naar een dealer of neem contact op met de klantenservice De zaagketting is in veilige staat als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De zaagketting is onbeschadigd.
- De zaagketting is goed geslepen.
- De slijtagemarkeringen op de zaagtanden zijn zichtbaar. WAARSCHUWING In een niet-veilige staat kunnen componenten niet meer goed functioneren en kunnen veiligheidsvoorzieningen buiten werking worden gesteld. Mensen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden.
- Werk alleen met een onbeschadigde zaagketting.
- Slijp de zaagketting correct.
- Als er onduidelijkheden bestaan: Ga naar een dealer of neem contact op met de klantenservice De accu is in veilige staat als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De accu is onbeschadigd.
- De accu is schoon en droog.
- De accu functioneert en is ongewijzigd. WAARSCHUWING In een niet veilige staat kan de accu niet meer betrouwbaar functioneren. Mensen kunnen ernstig gewond raken.
- Werk alleen met een onbeschadigde en functionerende accu.
- Laad nooit een beschadigde of defecte accu op.
- Als de accu vuil of nat is: reinig de accu en laat deze drogen.
- Wijzig niets aan de accu.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van de accu.
- Sluit de elektrische contacten van de accu niet aan op metalen voorwerpen en maak zo geen kortsluiting.
- Maak de accu nooit open. Uit een beschadigde accu kan vloeistof lekken. Als de vloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kunnen deze geïrriteerd raken.
- Vermijd contact met de vloeistof.
- Als er contact met de huid is geweest: was de betreffende delen van de huid met veel water en zeep.
- Als er contact met de ogen is geweest: spoel de ogen met veel water gedurende ten minste 15 minuten en zoek medische hulp. Een beschadigde of defecte accu kan ongewoon ruiken, roken of branden. Mensen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden en er kan materiële schade ontstaan.
- Als de accu abnormaal ruikt of rookt: gebruik de accu niet en houd deze uit de buurt van brandbare materialen.
- Als de accu brandt: probeer de accu te doven met een brandblusser of water.
GEVAREN BIJ HET ZAGEN
WAARSCHUWING Als er buiten het werkgebied geen mensen binnen gehoorafstand zijn, kan er in geval van nood geen hulp worden geboden.
- Zorg ervoor dat er mensen buiten het werkgebied binnen gehoorsafstand zijn. In bepaalde situaties kan de bediener zich niet meer concentreren op zijn werk. De bediener kan de controle over de motorzaag verliezen, struikelen, vallen en ernstig gewond raken.
- Werk rustig en weloverwogen.
- Als de lichtomstandigheden en het zicht slecht zijn: gebruik geen kettingzaag.
- Bedien de kettingzaag alléén.
- Werk niet boven schouderhoogte.
- Let op obstakels.· Als er vermoeidheidsverschijnselen optreden: neem een arbeidspauze. De draaiende zaagketting kan de bediener doorsnijden. De bediener kan zwaar gewond raken.
- Raak de draaiende zaagketting niet aan.
- Als de zaagketting door een voorwerp wordt geblokkeerd: schakel de motorzaag uit, trek de kettingrem aan en verwijder de accu. Verwijder pas dan het voorwerp. De rondlopende zaagketting wordt warm en rekt uit. Als de zaagketting niet voldoende gesmeerd en nagespannen, kan de zaagketting van de geleiderail springen of breken. Mensen kunnen ernstig gewond raken en er kan materiële schade ontstaan.
- Gebruik smeermiddel voor zaagkettingen.
- Controleer de spanning van de zaagketting regelmatig tijdens het werk. Als de spanning van de zaagketting te laag is: span de zaagketting. Als de kettingzaag tijdens het werk verandert of zich ongewoon gedraagt, kan de kettingzaag zich in een onveilige staat bevinden. Mensen kunnen ernstig gewond raken en er kan materiële schade ontstaan.
- Stop onmiddellijk met werken, verwijder de accu en ga naar een dealer of neem contact op met de klantenservice. Tijdens het werk kunnen trillingen worden veroorzaakt door de kettingzaag.
- Als er tekenen zijn van problemen met de doorbloeding: raadpleeg een arts. Als de draaiende zaagketting een hard voorwerp raakt, kunnen er vonken ontstaan. Vonken kunnen brand veroorzaken in licht ontvlambare omgevingen. Mensen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden en er kan materiële schade ontstaan.
- Werk niet in een licht ontvlambare omgeving. Als de activeringsschakelaar wordt losgelaten, loopt de zaagketting nog even door. De bewegende zaagketting kan mensen snijden. Mensen kunnen ernstig gewond raken.
- Wacht tot de zaagketting niet meer draait. Als er hout onder spanning wordt gezaagd, kan de geleiderail worden ingeklemd. De bediener kan de controle over de kettingzaag verliezen en ernstig gewond raken.
- Zaag eerst een ontlastende zaagsnede (40) in de drukzijde (onder), dan een scheidingssnede (41), in de richting van de stam geplaatst, in de trekzijde (boven). (Zie afbeelding 11)
GEVAREN BIJ HET KAPPEN
WAARSCHUWING Ongeoefende personen kunnen de gevaren van het kappen niet inschatten. Mensen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden en er kan materiële schade ontstaan.
- Indien er onduidelijkheden zijn: kap niet zelf. Tijdens het kappen kunnen weg te nemen delen van de boom en de takken op personen of voorwerpen vallen. Mensen kunnen ernstig gewond raken of gedood worden en er kan materiële schade ontstaan.
- Bepaal de velrichting zo in dat het gebied waarin het te weg te nemen deel van de boom valt, vrij is.
- Houd niet-betrokken personen, kinderen en dieren binnen een straal van 2,5 boomlengte rond het werkgebied weg.
TERUGSLAGEN VOOR DE GEBRUIKER VOORKOMEN
Een terugslag kan optreden als de neus of de punt van de geleiderail een voorwerp raakt, of als het hout sluit en de zaagketting in de zaagsnede vastklemt. In sommige gevallen kan het tot een plotselinge terugwaartse reactie komen, waardoor de geleiderail omhoog en weer terug naar de gebruiker uitslaat. Het vastklemmen van de zaagketting op het bovenste einde van de geleiderail kan de geleiderail snel naar de gebruiker doen doorslaan. Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest, wat kan leiden tot ernstig letsel. Vertrouw niet alleen op de veiligheidsvoorzieningen die in uw zaag zijn ingebouwd. Als gebruiker van een kettingzaag moet u verschillende maatregelen nemen om uw zaagwerkzaamheden vrij te houden van ongelukken en verwondingen. Een terugslag is het resultaat van verkeerd gebruik van het gereedschap en/of verkeerde gebruiksprocedures of -omstandigheden en kan worden voorkomen door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen zoals hieronder beschreven:
- Houd de greep stevig vast met uw duim en vingers rond de grepen van de kettingzaag, met beide handen op de zaag en uw lichaam en arm zodanig gepositioneerd dat terugslagkrachten kunnen worden weerstaan. De gebruiker kan de terugslagkrachten controleren als de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Laat de kettingzaag niet los.
- Gebruik de kettingzaag niet te ver van het lichaam af en zaag niet boven schouderhoogte. Dit voorkomt onbedoeld contact met de punt van de kettingzaag en maakt een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties mogelijk.
- Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificeerde vervangingsrails en -kettingen. Onjuiste vervangingsrails en -kettingen kunnen leiden tot kettingbreuk en/of terugslagen.
- Volg de slijp- en onderhoudsinstructies van de fabrikant voor de zaagketting. Het verlagen van de dieptebegrenzing kan leiden tot een verhoogde terugslag.
INTREKKEN VAN DE GEBRUIKER VOORKOMEN
Bij het werken met de onderkant van de geleiderail wordt de kettingzaag van de gebruiker weggetrokken.WAARSCHUWING Als de ronddraaiende zaagketting een hard voorwerp raakt en snel afgeremd wordt, kan de kettingzaag plotseling zeer sterk van de gebruiker vandaan getrokken worden. De bediener kan de controle over de kettingzaag verliezen en ernstig gewond raken of gedood worden.
- Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast.
- Werk zoals beschreven in deze gebruikshandleiding.
- Voer de geleiderail in een rechte zaagsnede.
- Monteer de bumper spike (8) correct.
- Zaag op volle snelheid.
TERUGSTOOT VAN DE BEDIENER VOORKOMEN
Bij het werken met de bovenkant van de geleiderail wordt de kettingzaag naar de gebruiker toe geduwd. WAARSCHUWING Als de ronddraaiende zaagketting een hard voorwerp raakt en snel afgeremd wordt, kan de kettingzaag plotseling zeer sterk naar de gebruiker toe worden gestoten. De bediener kan de controle over de kettingzaag verliezen en ernstig gewond raken of gedood worden.
- Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast.
- Werk zoals beschreven in deze gebruikshandleiding.
- Voer de geleiderail in een rechte zaagsnede.
- Zaag op volle snelheid. AANVULLENDE WAARSCHUWINGSINSTRUCTIES Er is melding gemaakt van het feit dat trillingen van handgereedschap bij bepaalde personen bijdragen aan een aandoening, genaamd het syndroom van Raynaud. Symptomen zijn onder meer tintelingen, gevoelloosheid en het verkleuren van de vingers, wat normaliter voorkomt in koude en vochtige omstandigheden. Voeding, roken en werkpraktijken zouden aan het ontstaan van deze symptomen bijdragen. Het is op dit moment niet bekend wat voor soort trilling of blootstellingsniveau, als dit al zo is, eventueel bijdraagt aan de aandoening. Er zijn maatregelen die de exploitant kan nemen om de effecten van trillingen te verminderen:
- Houd uw lichaam bij koud weer warm. Draag handschoenen bij gebruik van het apparaat om handen en polsen warm te houden. Er wordt wel gezegd dat verkoudheid een belangrijke factor is bij het syndroom van Raynaud.
- Doe na elke gebruiksperiode oefeningen om de doorbloeding te bevorderen. Houd veel werkpauzes. Beperk het niveau van blootstelling per dag. Als u een van de symptomen van deze aandoening ervaart, stop dan onmiddellijk met werken en praat met uw arts over deze symptomen.
- De metalen lengtetanden zijn zo geconstrueerd, dat ze het zagen vergemakkelijken. Als deze tijdens het zagen tegen de stam worden gedrukt, zorgen ze voor een stabieler draaipunt.
- Elke kettingzaag is potentieel dodelijk bij onjuist gebruik. Het wordt dringend aanbevolen om professionele instructie te verkrijgen in de veiligheid en het gebruik van dit gereedschap. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN. LEES ZE REGELMATIG NA EN LEG ZE UIT AAN ELKE PERSOON DIE DIT APPARAAT EVENTUEEL ZAL GEBRUIKEN. WANNEER U HET APPARAAT UITLEENT, GEEF DAN OOK DE HANDLEIDING MEE. 8 GEHEEL UITPAKKEN Dit product moet voor het eerste gebruik gemonteerd worden.
- Neem het product en de accessoires voorzichtig uit de verpakking. Ga na of alle voorwerpen die in de paklijst vermeld worden, aanwezig zijn. WAARSCHUWING Gebruik dit product niet wanneer bij het uitpakken blijkt dat er reeds onderdelen op de paklijst aan uw product gemonteerd zijn. De delen vermeld op de paklijst werden niet door de producent voorgemonteerd en moeten door de klant gemonteerd worden. Het gebruik van een product dat niet correct gemonteerd werd, kan tot zware verwondingen leiden. Als er onderdelen beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met de klantenservice. PAKLIJST
- Kettingzaag (apparaat)
- Ketting voor 250 mm geleiderail (9)
- Ketting voor 350 mm geleiderail (9)
- Onderzoek het product zorgvuldig en verzeker u ervan dat er tijdens het transport geen beschadigingen zijn gebeurd.
- Gooi de verpakking niet weg totdat u het product zorgvuldig hebt onderzocht en zonder problemen hebt gebruikt. WAARSCHUWING Als een onderdeel zou beschadigd zijn of ontbreken, wacht dan met het apparaat te gebruiken tot die delen zijn vervangen. Het gebruik van dit product met beschadigde of ontbrekende delen kan tot zware verwondingen leiden.WAARSCHUWING Probeer dit apparaat niet aan te passen of accessoires te gebruiken die niet aanbevolen zijn. Bepaalde aanpassingen of fout gebruik van het apparaat kunnen zeer riskant zijn en tot zware lichamelijke verwondingen leiden. WAARSCHUWING Om zware lichamelijke verwondingen te vermijden, verwijder de accu uit het apparaat alvorens de delen te monteren.
MONTAGE VAN DE GELEIDERAIL EN KETTING
Zie afbeeldingen 1-7
- Verwijder de moeren van de kettingafdekking (15) met de moersleutel (11).
- Verwijder de kettingafdekking (14).
- Plaats de kettingaandrijfschakels (21) in de groef van de geleider (20).
- Plaats de kettingzagen in de richting van de kettingzaagrichting.
- Plaats de ketting (9) in positie en zorg ervoor dat de beugel zich achter de geleiderail (10) bevindt.
- Houd ketting en geleider vast.
- Leg de kettinglus om het aandrijfwiel van de ketting.
- Zorg ervoor dat het gat voor de kettingspanningspen op de geleiderail correct is uitgelijnd met de pen (16).
- Monteer de kettingafdekking (14).
- Trek de ketting aan. Zie Instellen van de kettingspanning.
- Draai de moeren vast als de ketting goed gespannen is. AANWIJZING Als u de kettingzaag met een nieuwe ketting start, draai dan 2 tot 3 minuten proef. Een nieuwe ketting wordt na het eerste gebruik langer, controleer de spanning en span de ketting indien nodig aan. 9 INGEBRUIKNAME ACCU PLAATSEN WAARSCHUWING
- Als de accu of de lader beschadigd is, vervang deze dan.
- Stop de machine en wacht tot de motor is gestopt voordat u de accu plaatst of verwijdert.
- Zorg ervoor dat u de instructies in de gebruikshandleiding van de accu en de lader leest, begrijpt en opvolgt. Zie afbeelding 2
- Plaats de accu in de kettingzaag. Lijn de brug van de batterij uit met de geleiding in het accucompartiment.
- Laat de lip aan de onderzijde van de accu vastklikken en verzeker u ervan dat de accu goed vastzit voordat u het apparaat gebruikt. ACCU VERWIJDEREN Zie afbeelding 2
- Laat de activeringsschakelaar (5) en de blokkeerknop (4) los om de kettingzaag te stoppen.
- Druk op de accu-ontgrendelknop (18) op de accu en houd deze ingedrukt.
- Verwijder de accu uit de kettingzaag. BEDIENING AANWIJZING Verwijder de accu en houd uw handen uit de buurt van de blokkeerknop (4) als u de machine beweegt. BELANGRIJK Controleer de kettingspanning vóór elk gebruik.
CONTROLE VAN DE KETTINGSMERING
AANWIJZING Gebruik de machine niet zonder voldoende kettingsmering. Zie afbeelding 1
- Controleer het smeermiddelniveau van de kettingzaag met behulp van de olie-indicator (7).
- Voeg indien nodig zaagkettingsmeermiddel toe.
VASTHOUDEN VAN DE KETTINGZAAG
Zie afbeelding 8· Houd de kettingzaag met uw rechterhand op de achterste greep (12) en met uw linkerhand op de voorste greep (3) vast.
- Omvat de grepen met duim en vingers.
- Zorg ervoor dat uw linkerhand de voorste greep vasthoudt en dat uw duim onder de greep zit.
- Druk op de blokkeerknop (4).
- Druk op de activeringsschakelaar (5) terwijl u de blokkeerknop (4) ingedrukt houden.
- Laat de blokkeerknop (4) los. BELANGRIJK Om de kettingzaag te starten moet de kettingrem (2) vrijgegeven worden. Geef de kettingrem vrij door deze naar voren te bewegen.
WAARSCHUWING Zorg ervoor dat uw handen altijd aan de grepen zijn. Zie afbeelding 22
- Trek de frontgreepbescherming of de kettingrem naar de frontgreep om de kettingrem vrij te geven.
- Neem contact op met de klantenservice voor reparatie vóór gebruik als o de kettingrem de ketting niet direct stopt; o de kettingrem niet zonder hulpmiddelen in de ontgrendelde stand blijft.
Zie afbeeldingen 9 - 10 Aanbeveling: Als minimale oefening moet een beginnend gebruiker eerst boomstammen op een zaagbok of onderstel zagen. Voordat u begint met het kappen van een boom, moet u ervoor zorgen dat
- de minimale afstand tussen de werkgebieden Inkorten en Kappen het 2,5-voudige van de hoogte van de boom bedraagt;
- de operatie geen persoonlijk letsel veroorzaakt;
- de operatie geen toevoerleidingen beschadigt. Als de boom toevoerleidingen raakt, informeer dan onmiddellijk het nutsbedrijf.
- de operatie geen materiële schade veroorzaakt.
- de gebruiker zich niet in de gevarenzone bevindt, bijv. aan de dalzijde van het gebied.
- de vluchtwegen die zich naar achteren en diagonaal achter de velrichting uitstrekken, vrij zijn. De velrichting (23) wordt beïnvloed door o de groeirichting van de boom; o de positie van grotere takken; o de windrichting.
- er geen vuil op de boom zit, of stenen, losse schors, spijkers en draadnieten.
13. Maak een inkeping op lage hoogte. Zorg ervoor dat deze zaagsnede
- 1/3 van de boomdiameter bedraagt;
- loodrecht staat op de velrichting. VOORZICHTIG De vlakke inkeping voorkomt dat de zaagketting of het zaagblad tijdens de tweede inkeping vastloopt.
14. Maak de velsnede niet lager dan 50 mm en niet hoger dan de vlakke inkeping. Zorg ervoor dat deze zaagsnede
- parallel aan de vlakke kerfsnede is;
- genoeg hout laat staan, wat een breukstrook kan worden die voorkomt dat de boom draait en in de verkeerde richting valt.
- Als de velsnede dicht bij de breukstrook komt, valt de boom. Stop de velsnede als de boom o niet in de juiste richting valt of o naar voren en naar achteren beweegt en de ketting blokkeert.
15. Open de zaagsnede met de velwig en laat de boom in de juiste richting vallen.
16. Als de boom begint te vallen,
- verwijder dan de kettingzaag uit de zaagsnede;
- ga weg via de vluchtweg;
- kijk uit voor neerhangende takken en kijk uit waar u loopt.ONTTAKKEN VAN DE BOOM Zie afbeelding 11 Bij het onttakken van de boom worden takken van een staande boom verwijderd.
- Druk het zaagblad (10) vol gas met een hendelbeweging tegen de tak.
- Voer eerst een ontlastende zaagsnede (40) op de drukzijde (onder) uit.
- Maak dan een doorsnijding (41), schuin in de richting van de stam, op de trekzijde (boven).
ONTTAKKEN VAN EEN BOOM
Zie afbeelding 12 Bij het onttakken van een boom worden de takken van een omgevallen boom verwijderd (30).
- Laat de grotere onderste takken staan, zodat de stam niet op de grond rust.
- Verwijder de kleine takken in één zaagsnede.
- Verwijder eerst onder spanning staande takken van onder naar boven.
- Gebruik de grotere onderste takken als steun totdat de stam is gezaagd (31).
INKORTEN VAN EEN STAM
Zie afbeeldingen 13 tot 15 Inkorten is de naam voor het proces waarbij de stam in de lengterichting wordt afgezaagd (38). Zorg ervoor dat u stabiel staat en behoud in alle gevallen uw evenwicht. Til, indien mogelijk, de stam op en stabiliseer hem met takken, stammetjes of wiggen.
- Als de stam over de gehele lengte wordt ondersteund (32), zaagt u hem van bovenaf af (33).
- Als de stam aan één kant wordt ondersteund (34), o zaag dan bij de eerste zaagsnede 1/3 van de diameter van onderaf af (35); o zaag bij de tweede zaagsnede van boven (36), om het inkorten te voltooien.
- Als de stam aan twee uiteinden wordt ondersteund (37), o zaag dan bij de eerste snede 1/3 van de diameter van bovenaf af (36); o zaag bij de tweede zaagsnede lager, 2/3 van onder (35), om het inkorten te voltooien.
- Als de stam op een helling ligt, o ga dan op de bergzijde staan (39); o controleer de kettingzaag; o houd de grepen stevig vast; o verminder de zaagsnededruk naar het einde van de zaagsnede toe; AANWIJZING Laat de ketting niet de grond raken. Als het inkorten is voltooid,
- laat dan de activeringsschakelaar (5) los.
- Stop de kettingzaag volledig.
- Neem de kettingzaag mee naar de volgende boom. 10 ALGEMEEN ONDERHOUD WAARSCHUWING Verwijder altijd de accu bij reiniging of onderhoud van het apparaat om zware verwondingen te vermijden. VOORZICHTIG Laat nooit remvloeistoffen, benzinehoudende producten op basis van aardolie, enz. in contact komen met de kunststofdelen van uw apparaat. Chemicaliën kunnen kunststof beschadigen, verzwakken of stukmaken, wat tot zware verwondingen kan leiden. VOORZICHTIG Gebruik geen sterke oplosmiddelen of reinigingsmiddelen op de kunststof behuizing of de onderdelen.
INSTELLEN VAN DE KETTINGSPANNING
Zie afbeelding 2 tot 7 Hoe meer u een ketting gebruikt, des te langer die wordt. Het is daarom belangrijk om de ketting regelmatig in te stellen om de speling te compenseren. Span de ketting zo strak mogelijk maar niet zo strak dat je hem niet vrijelijk met de hand erop kunt trekken.WAARSCHUWING Een slappe ketting kan eraf springen en ernstig of zelfs dodelijk letsel veroorzaken. VOORZICHTIG Draag beschermende handschoenen als u de ketting, de geleider of gedeeltes rond de ketting aanraakt.
- Laat de activeringsschakelaar (5) los om de machine te stoppen en wacht tot de machine niet meer beweegt.
- Draai de borgmoeren los met de moersleutel. AANWIJZING Het is niet nodig om de kettingafdekking (14) te verwijderen om de kettingspanning in te stellen.
- Draai de kettingspanschroef (13) met de klok mee om de kettingspanning te verhogen.
- Draai de kettingspanschroef (13) tegen de klok in om de kettingspanning te verlagen.
- Als de ketting de gewenste spanning heeft bereikt, draait u de borgmoeren aan.
SLIJPEN VAN DE SNIJKANTEN
Slijp de snijkanten (22) als de ketting nog maar moeilijk door het hout dringt AANWIJZING Wij raden u aan om naar een dealer te gaan, die over een elektrische slijper beschikt, die zeer veeleisende en belangrijke slijpwerkwerkzaamheden verricht. Zie afbeeldingen 17 tot 20
- Slijp de snijvlakken met een ronde vijl met een diameter van 4 mm of 5/32 inch.
- Slijp de dekplaat, de zijplaat en de dieptebegrenzer met een platte vijl.
- Vijl alle snijkanten in de aangegeven hoeken en met dezelfde lengte. AANWIJZING Tijdens het proces,
- houd u de vijl plat op het te slijpen oppervlak;
- gebruikt u bij het vijlen het middelste gedeelte van het vijloppervlak;
- oefent u lichte maar constante druk uit bij het slijpen van het oppervlak;
- neemt u de vijl bij iedere teruggaande slag af;
- slijpt u de snijkanten aan de ene zijde en gaat u verder met de andere zijde. Vervang de ketting als:
- de lengte van de snijkanten (22) minder dan 5 mm bedraagt;
- er tussen de kettingaandrijfschakels (21) en de klinknagels te veel afstand zit;
- de zaagsnelheid traag is;
- zelfs na meermaals slijpen van de ketting geen verhoging van de zaagsnelheid wordt bereikt. De ketting is versleten.
ONDERHOUD VAN DE GELEIDERAIL
Zie afbeeldingen 21 tot 22 AANWIJZING Zorg ervoor dat de geleider regelmatig wordt omgedraaid om symmetrische slijtage te verkrijgen.
- Smeer het lager van het voortandwiel (indien aanwezig) met een injectiespuit (niet bij de levering inbegrepen).
- Reinig de railgroef (20) met een schraaphaak (niet bij de levering inbegrepen).
- Reinig de smeergaten.
- Ontbraam de randen en vijl de snijkanten vlak met een platte vijl. Vervang de geleiderail (10) als:
- de railgroef (20) niet samenvalt met de hoogte van de kettingaandrijfschakels (21), die nooit de onderkant mogen raken;
- de binnenkant van de geleiderail versleten is en de ketting daarom naar één zijde neigt.TOEVOEGING VAN SMEERMIDDEL VOOR RAIL EN ZAAGKETTING Controleer de oliehoeveelheid in de machine met behulp van de olie-indicator (7) of door in de geopende tank te kijken. Als het oliepeil laag is, voeg dan als volgt smeermiddel voor de rail en zaagketting toe. BELANGRIJK Gebruik alleen smeermiddel dat voor rails en zaagkettingen geschikt is. AANWIJZING De machine af fabriek zonder smeermiddel voor rails en zaagketting geleverd.
- Maak het deksel van de olietank los en verwijder het (6).
- Giet de olie in de olietank.
- Controleer de olie-indicator (7) om er zeker van te zijn dat er geen vuil in de olietank zit terwijl u de olie bijvult.
- Plaats het deksel op de olietank (6).
- Draai het deksel van de olietank vast.
- Een volle olietank kan voor 20 tot 40 minuten werking worden gebruikt. BELANGRIJK Gebruik geen vuile, gebruikte of vervuilde olie. Dit kan schade aan de geleiderail of de ketting veroorzaken.
11 TRANSPORT EN OPSLAG VAN DE KETTINGZAAG
Voordat u de machine verplaatst, moet u altijd
- de accu uit de machine verwijderen.
- de handen op afstand van de blokkeerknop houden.
- de zwaardbescherming over de geleiderail en ketting aanbrengen; Voordat u de machine opbergt, moet u altijd
- de accu uit de machine verwijderen.
- de machine van ongewenst materiaal ontdoen en reinigen.
- Verzeker u ervan dat het opslaggebied o niet toegankelijk is voor kinderen; o vrij is van corrosiebevorderende middelen zoals tuinchemicaliën en strooizout.
- de zwaardbescherming over de geleiderail en ketting aanbrengen;
- Houd niet gebruikte accu’s uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, schroeven, nagels of alle andere objecten die de contacten van de accu met elkaar kunnen verbinden.
- Kortsluiting van de contacten van de accu, kan brandwonden of brand veroorzaken. Bewaar de accu droog en bij een temperatuur onder 27°C.
- Bewaar nooit ontladen accu’s. Voor het opladen moet u een te warme accu laten afkoelen.
- De lading van de accu vermindert tijdens het stockeren. Hoe hoger de temperatuur hoe sneller deze ontlading. Laad de accu’s elke maand op bij een langere periode van niet gebruik. Dit verhoogt de levensduur en behoudt de capaciteit.
- Verwijder de accu uit het apparaat alvorens het in te stellen, accessoires te wisselen of na het gebruik. Hierdoor vermijdt u het risico dat het apparaat ongewild resp. onbeheerd ingeschakeld wordt.
BESCHERMING VAN HET MILIEU
- De bescherming van het milieu moet een wezenlijk en prioritair aspect zijn bij het gebruik van de machine. Zorg ervoor dat u uw omgeving niet verstoort door het apparaat te gebruiken.
- Houd u strikt aan de lokale voorschriften inzake de verwijdering van verpakkingen, olie, benzine, filters, beschadigde onderdelen of andere stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Deze stoffen mogen niet samen met het huisvuil worden verwijderd, maar moeten afzonderlijk verzameld en naar het recyclagepark gebracht worden.
- Houd u strikt aan de lokale voorschriften inzake de verwijdering van maaisel. Bij buitenbedrijfsstelling mag de machine niet gewoon worden weggegooid, maar moet het volgens de lokale voorschriften naar het recyclagepark worden gebracht.12 PROBLEEMOPLOSSING
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
De geleiderail en de ketting worden warm en er ontstaat rook. De ketting is te strak gespannen. Stel de kettingspanning correct in. Zie hiervoor het hoofdstuk Instellen van de kettingspanning. De olietank is leeg. Voeg zaagkettingsmeermiddel toe. Vervuiling veroorzaakt een verstopping van de olieuitloopaansluiting (19). Verwijder de geleiderail en reinig de olieuitloopaansluiting. Verontreinigingen leiden tot een verstopping van de olietank. Reinig de olietank en voeg nieuw zaagkettingsmeermiddel toe. Gebruik geen vuile, gebruikte of vervuilde olie. Dit kan schade aan de geleiderail (10) of de ketting (9) v eroorzaken. Verontreinigingen zorgen ervoor dat de geleiderail (10) en de oliereservoirdop (6) blokkeren. Reinig de geleiderail (10) en de oliereservoirdop (6). Verontreinigingen leiden tot blokkering van het kettingwiel (17) of de geleidingswielen. Reinig het aandrijfwiel van de ketting (17) en de geleidingswielen. De motor loopt maar de ketting draait niet. De ketting is te strak gespannen. Stel de kettingspanning correct in. Zie hiervoor het hoofdstuk Instellen van de kettingspan ning. De geleiderail en de ketting zijn beschadigd. Vervang de geleiderail en de ketting indien nodig. De motor is beschadigd.
- Neem de accu uit de machine.
- Verwijder de afdekking van de geleiderail (2).
- Verwijder de geleiderail (10) en de zaagketting (9).
- Plaats de accu aan en neem de machine in gebruik. Als het aandrijfwiel van de ketting (17) draait, betekent dit dat de motor goed werkt. Als dit niet het geval is, bel dan de klantenservice. De motor loopt en de ketting draait, maar de ketting zaagt niet. De ketting (9) is bot. Slijp of vervang de zaagketting (9). De ketting (9) is verkeerd in de tegenovergestelde richting aangebracht. Monteer de ketting in tegenovergestelde richting. Zie hiervoor het hoofdstuk Montage van de geleiderail en ketting De ketting (9) zit vast of los. Stel de kettingspanning correct in. Zie hiervoor het hoofdstuk Instellen van de kettingspanning. De machine start niet. De kettingrem (2) is geactiveerd. Trek de kettingrem naar de gebruiker toe om deze vrij te geven. Zie hiervoor afbeelding 22 onderaan. De accu is niet ingeklikt. Verzeker voor het inklikken van de accu, dat de lippen aan de bovenzijde van de accu zijn ingeklikt. De accu is niet geladen. Laad de accu op volgens de handleiding die bij uw model is geleverd. De blokkeerknop (4) en de activeringsschakelaar (5) worden niet gelijktijdig ingedrukt.
- Druk op de blokkeerknop (4).
- Druk op de activeringsschakelaar (5) terwijl u de blokkeerknop (4) ingedrukt houden.
- Laat de accu afkoelen tot zijn temperatuur weer verminderd is.
- Laat de machine ca. 10 minuten lang afkoelen. De motor loopt maar de ketting zaagt niet correct of de motor stopt na ca. 3 seconden. De machine staat in de beveiligingsmodus om de elektronica te beschermen. Laat de activeringsschakelaar (5) los en start de machine opnieuw. Gebruik geen kracht bij het zagen. De accu is niet geladen. Laad de accu op volgens de handleiding die bij uw model is geleverd. De ketting is niet gesmeerd. Smeer de ketting om wrijving te verminderen. Gebruik de geleiderail en de ketting niet zonder voldoende smeermiddel. Zie hiervoor het hoofdstuk Toevoeging van smeermiddel voor rail en zaagketting. De accu of de machine is te heet.
- Laat de accu afkoelen tot zijn temperatuur weer verminderd is.
Gooi elektrische apparaten niet in het huishoudelijk afval. Geef deze apparaten af aan het recyclagecentrum. Richt u tot de verantwoordelijke instantie of uw handelaar om hierover informatie te krijgen. Gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen maakt recycling van materialen mogelijk. Het hergebruik van materialen helpt om de milieuverontreiniging te verhinderen en beperkt het gebruik van grondstoffen. Verwijder de accu’s op het einde van hun levensduur en houd daarbij rekening met het milieu. De accu bevat materiaal dat voor u en het milieu schadelijk is. Het moet daarom apart worden weggegooid in een container die voorzien werd voor lithium-ion batterijen. 14 RESERVEONDERDELENLIJST
- Nummer van het EG-typeonderzoek: MD-203 afgegeven door SGS Fimko Ltd (0598), Takomotie 8, FI- 00380 Helsinki, Finland
- met de voorschriften inzake machines (2006/42/EC) overeenstemt
- met de voorschriften van de volgende andere EC-richtlijnen overeenstemt: o EMC-richtlijn (2014/30/EU) o Richtlijn 2000/14/EG inzake geluidsemissies zoals gewijzigd door 2005/88/EC o RoHS-richtlijn 2011/65/EU zoals door 2015/863/EU gewijzigd en verder verklaren wij dat de volgende (delen/bepalingen uit) Europese geharmoniseerde normen zijn gebruikt EN 55014-1, EN 55014-2 EN 60745-1, EN 60745-2-13
SimpelGids