43EL Spirit - Grasmaaier SABO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 43EL Spirit SABO in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 43EL Spirit - SABO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 43EL Spirit van het merk SABO.
GEBRUIKSAANWIJZING 43EL Spirit SABO
Grasmaaier GEBRUIKSANWIJZING
1 INLEIDING Beste tuinliefhebber, als bij de trots op een verzorgd gazon ook nog het plezier aan het werk in de tuin komt, dan weet men pas wat men aan zijn tuingereedschappen heeft. Met uw nieuwe grasmaaier heeft u een goede keuze getroffen. Hij verenigt de sterke prestaties van een merk met een rijke traditie met de innovaties van moderne high-tech snufjes. Dat merkt u als u ermee werkt, en dat verheugt u als u het wonderlijke resultaat ziet. Maar voordat u een begin maakt met de verzorging van uw gazon, hier wat belangrijke informatie, waarmee u absoluut rekening moet houden. Voordat u de maaier voor de eerste keer in gebruik neemt, leest u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door om u vertrouwd te maken met de correcte bediening en het onderhoud van de machine en om verwondingen en schade aan uw grasmaaier te vermijden. Gebruik de grasmaaier voorzichtig. De op het apparaat aangebrachte pictogrammen wijzen u op de belangrijkste voorzorgsmaatregelen. De veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing zijn gekenmerkt met symbolen. De betekenis van de pictogrammen en symbolen wordt in de volgende hoofdstukken uitgelegd. De benamingen links en rechts hebben altijd betrekking op de in rijrichting geziene linker- of rechterkant van het apparaat. Als de technische aanwijzingen zorgvuldig in acht worden genomen, zal uw grasmaaier betrouwbaar werken. Wij wijzen erop dat schade aan de maaier als gevolg van bedieningsfouten niet onder de garantieplicht vallen. Wij wensen u veel plezier bij de verzorging van gazon en terrein.
1 Model 2 Beschermklasse 3 Aansluitspanning 4 Productidentificatienummer 5 Netfrequentie 6 Vermogen 7 Gewicht 8 Gecontroleerde veiligheid (afhankelijk van het model) 9 Motortoerental 10 Elektrische apparaten horen niet bij het huisvuil. Apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt brengen. 11 Bouwjaar 12 CE conformiteitsteken 13 Handgeleide grasmaaier 14 Gegarandeerd geluidsdrukniveau 15 Serienummer
Deze gebruiksaanwijzing geldt voor de volgende modellen: 40-EL SPIRIT (SA754): Snijbreedte 400 mm Gelieve de correcte modelbenaming van uw apparaat en het serienummer af te leiden van het typeplaatje.2
Vóór inbedrijfstelling de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en in acht nemen!
Gevaar door weggeslingerde delen bij lopende motor - veiligheidsafstand aanhouden / derden uit de gevarenzone houden!
Aansluitsnoer van de snijmessen verwijderd houden.
Opgelet voor scherpe messen! Contact met roterende mesbalk vermijden! Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen! – Vóór reinigings- en onderhoudswerkzaamheden of bij beschadigde leiding de motor afzetten en de stekker uit het stopcontact trekken.
Elektrische apparaten horen niet bij het huisvuil; breng apparaat, toebehoren en verpakking naar een milieuvriendelijk recyclagepunt.
WAARSCHUWING Gebruiksaanwijzing en algemene veiligheidsvoorschriften zorgvuldig lezen en in acht nemen. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
WAARSCHUWING Derden uit de gevaarszone verwijderd houden! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware letsels leiden. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. Maai nooit, terwijl personen, bijzonder kinderen, of dieren in de omgeving zijn.
WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. De elektrische uitrusting mag niet veranderd worden. De aansluitleiding elke keer voordat u gaat maaien controleren op tekenen van beschadiging en veroudering. Erop letten dat de kabel vrij ligt, niet knikken, schuren of samendrukken. Defecte aansluitleidingen moeten worden vervangen. Het apparaat niet afsluiten met water. De elektrische installatie zou beschadigd kunnen raken. Het vervangen, naslijpen en uitlijnen van het mes altijd laten uitvoeren door een erkend vakbedrijf, aangezien na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande richtlijn DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware voetletsels leiden. De motor alleen achter de maaier staand starten. Er op letten, dat de voeten niet onder de behuizing komen.
WAARSCHUWING Let op voor scherpe messen! Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels leiden. Bij lopende motor/messen de door de lengte van de stuurboom geboden veiligheidsafstand aanhouden. Er op letten, dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
WAARSCHUWING Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware verwondingen veroorzaken. Vóór het maaien, met name bij met loof bedekte vlakken, alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen verwijderen van het gazon. Het apparaat nooit gebruiken met beschadigde of ontbrekende bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Vóór de eerste inbedrijfstelling de bevestiging van de messchroef controleren, daarna de mesbalk vóór elk maaien onderzoeken op goede bevestiging, slijtage en schade. Een versleten of beschadigd mes door een geautoriseerde werkplaats laten vervangen. De schroef van het mes door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
WAARSCHUWING Elektrische schok kan zware verwondingen veroorzaken. Aansluitleiding uit de buurt houden van het snijmes. Bij het starten erop letten dat de aansluitkabel niet in de buurt van het huis ligt. Bij het maaien niet over de aansluitkabel rijden. Bij beschadiging het apparaat uitschakelen en wachten tot het mes stilstaat, meteen de netstekker uittrekken. De aansluitleiding niet aanraken voordat hij van het stroomnet geïsoleerd is. Defecte aansluitleidingen moeten worden vervangen.
VOORZICHTIG Als bij werkzaamheden aan het apparaat de netstekker niet wordt uitgetrokken, zou de motor gestart kunnen worden en kunnen zware verwondingen het gevolg zijn. Vóór onderhouds- en reparatiewerkzaamheden de motor uitschakelen en de netstekker uittrekken. Houd er bij het onderhouden van de snijmessen rekening mee, dat zelfs als de spanningbron is uitgeschakeld de snijmessen bewogen kunnen worden. Voor reinigings- of onderhoudsinstructies de gebruiksaanwijzing raadplegen. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
WAARSCHUWING Het contact met de roterende messenbalk kan tot zware hand- en voetletsels. Omhoog geslingerde voorwerpen kunnen zware letsels veroorzaken. De motor uitschakelen en wachten tot de messenbalk stil staat: – wanneer de maaier opgeheven of gekanteld moet worden, bijv. voor transport; – bij het niet op het gazon rijden op wegen of straten; – wanneer de machine gedurende korte tijd zonder toezicht achterblijft; – voor de maaihoogte wordt ingesteld; – voor de grasopvangzak wordt afgenomen.
VOORZICHTIG Het contact met de scherpe kanten van de messenbalk en met andere scherpe kanten van het toestel kan tot letsels leiden. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden steeds veiligheidshandschoenen dragen.
- Het apparaat is uitsluitend bedoeld voor het maaien van gras en gazon in het kader van de tuin- en landschapsverzorging ("Doelmatig gebruik"). Elke daarboven uitgaande inzet geldt als niet doelmatig; voor hieruit resulterende schade is de3 fabrikant niet aansprakelijk; het risico hiervoor draagt alleen de gebruiker. Tot het doelmatig gebruik behoort ook de naleving van de door de fabrikant voorgeschreven operationele, onderhouds- en instandhoudingsvoorwaarden.
- Bij de inzet in publieke plantsoenen, parken, op sportterreinen, straten en in agrarische en bosbouwbedrijven is bijzondere voorzichtigheid vereist.
- De maaier mag met name niet worden ingezet voor het snoeien van struikgewas, heggen en struiken, voor het snoeien van rankende klimplanten of van begroeiing op daken en balkons, noch voor het afzuigen en/of vrij blazen van stoepen.
- Het gebruik van alle door de fabrikant niet vrijgegeven aanvullende en aanbouwapparaten is niet toegelaten. Bij gebruik van zulke aanvullende en aanbouwapparaten komen de CE-conformiteit en het recht op garantie te vervallen. Eigenmachtige veranderingen aan deze grasmaaier sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant voor daaruit resulterende schade uit.
HANDMATIG BESTUURDE CIRKELMAAIERS (ELEKTRO) Algemene veiligheidsinstructies
Lees voor uw eigen veiligheid en om een goede werking te garanderen zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. De gebruiksaanwijzing bewaren om hem te kunnen raadplegen.
- Denk eraan dat de bediener van de machine of de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendom.
- Deze gebruiksaanwijzing hoort bij de machine en moet in het geval van doorverkoop aan de koper van het apparaat worden overhandigd.
- Sta nooit toe dat kinderen en personen onder 16 jaar, noch andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen, de machine gebruiken. Plaatselijke voorschriften kunnen de minimumleeftijd van de gebruiker vastleggen.
- Geef iedereen die met het apparaat moet werken uitleg over de mogelijk gevaarlijke momenten, en over hoe ongevallen kunnen worden vermeden. Dit apparaat mag alleen door personen gebruikt, onderhouden en gerepareerd worden, die hiermee vertrouwd en over de gevaren onderricht zijn.
- Dit apparaat is niet ervoor bedoeld om te worden gebruikt door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens en/of bij gebrek aan kennis, tenzij een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon op hen toeziet en hen aanwijzingen geeft hoe het apparaat gebruikt moet worden. Deze toezichthouder moet van tevoren beslissen of de persoon met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens voor deze activiteit geschikt is.
Maai nooit als er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn.
- Berg uw machine veilig op! Ongebruikte apparaten moeten in een droge, afgesloten ruimte en ontoegankelijk voor kinderen bewaard worden.
- Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden!
- De kabelinstallering mag niet worden gemanipuleerd, bijv. door verwijderen van kabelklemmen of aanbrengen van extra kabelbinders! De kabels moeten zodanig tegen de buitenkant van de boom liggen dat ze bij het neerklappen van de boom niet verpletterd of overbelast worden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Voorbereidende maatregelen
- Tijdens het maaien moet altijd stevig, gesloten, antislip schoeisel of werkschoenen en een lange broek worden gedragen. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met hangende touwen of riemen. Maai niet op blote voeten of in sandalen. Ter bescherming van de ogen draagt u een veiligheidsbril.
- Luide geluiden kunnen tot gehoorschade leiden. Gehoorbescherming dragen.
Controleer vóór en tijdens het maaien het terrein waarop het apparaat wordt ingezet volledig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, speelgoed en andere vreemde voorwerpen die gegrepen en weggeslingerd kunnen worden.
Controleer voor en tijdens het maaien het terrein op stroomvoerende kabels en verwijder deze indien mogelijk. Rijd nooit met ingeschakeld snijgereedschap over stroomvoerende kabels. Gevaar: elektrische schok! Bij beschadiging van een stroomvoerende kabel het apparaat uitzetten en de kabel van het voedingsnet loskoppelen.
- Wanneer u voor het onderhoud van uw gazon ook een maairobot gebruikt, moeten de volgende veiligheidsinstructies met betrekking tot werkoppervlak van de maairobot in acht worden genomen: – Vóór het maaien op deze oppervlakken moet altijd het bereik van de begrenzingskabel worden gecontroleerd. – Wanneer de kabels in de aarde zijn gelegd, moeten deze worden gecontroleerd, er mogen geen kabels te zien zijn, speciale aandacht is geboden voor het laadstation. – Wanneer de begrenzingskabels bovengronds zijn gelegd, moeten deze direct op de ondergrond gespannen verlopen en niet slap rondslingeren in het gras. De kabels moeten voldoende door begrenzingsnagels gefixeerd zijn, zie gebruiksaanwijzing. – De begrenzingsnagels mogen niet uitsteken, anders moeten ze ingedrukt worden. – Rondslingerende kabelresten voor het maaien verwijderen. Bij de hierboven beschreven omstandigheden bestaat het gevaar dat de kabel door het werkgereedschap naar binnen getrokken en opgewikkeld wordt, wat kan leiden tot ernstige verwondingen.
- Naar beneden hangende takken en soortgelijke hindernissen kunnen de gebruiker verwonden of het maaien belemmeren. Vóór het maaien op mogelijke hindernissen zoals bijv. naar beneden hangende takken letten en deze snoeien of verwijderen.
- Om het goede en veilige bedrijf van een tuinapparaat te garanderen is een aansluitkabel van de minimum kwaliteit H05 RN-F (alternatief H05 VV-F) volgens DIN/VDE 0282/4, met een diameter van 3 x 1,5 mm² en een rubber of met rubber beklede aansluitkoppeling volgens DIN/VDE 0620-2-1 vereist. De aansluiting moet gebeuren aan een geaarde contactdoos 230 V wisselstroom.
- Bij gebruik van een kabel met kinderbeveiliging moet men erop letten dat de beveiliging foutloos werkt (licht loopt), aangezien anders de aansluitstekker van het apparaat kan worden beschadigd.
- De aansluitcontactdoos moet van een trage 16 A zekering zijn voorzien.
- Het gebruik van differentiaalstroom beveiligingsinrichtingen met een nominale differentiaalstroom van max. 30 mA of een gelijkwaardige beveiliging wordt aanbevolen.
De elektrische uitrusting mag niet veranderd worden. De aansluitleiding moet vóór elk maaien op tekenen van beschadiging en veroudering gecontroleerd worden en mag alleen in foutloze toestand worden gebruikt.
- Als het apparaat aan een stroomopwekker moet werken, eerst een geautoriseerde vakwerkplaats vragen welke stroomopwekker geschikt is.
- Vóór het gebruik moet altijd door een zichtcontrole gecontroleerd worden of het snijgereedschap, bevestigingsschroeven en de hele snijeenheid versleten of beschadigd zijn. Ter vermijding van onbalans moeten versleten of beschadigde messen en bevestigingsschroeven door een geautoriseerde vakwerkplaats worden vervangen.
- De toestand van de pictogrammen moet bij elke inzet gecontroleerd worden. Versleten of beschadigde pictogrammen moeten worden vervangen. Gebruik
- Het machine mag niet in explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt.
Aansluitkabels uit de buurt van de snijdinrichting houden. Bij het maaien niet met de machine over de aansluitkabel rijden en bij het geleiden van de aansluitkabel steeds veiligheidsafstand aanhouden.
Indien de aansluitkabel beschadigd wordt, het apparaat uitschakelen en wachten tot het mes stilstaat. Meteen de netstekker uittrekken. De aansluitleiding niet aanraken voordat hij van het stroomnet geïsoleerd is. Defecte aansluitleidingen moeten worden vervangen. Erop letten dat de kabel vrij ligt, niet knikken, schuren of samendrukken.
- Maai niet bij slecht weer, als het gevaar van blikseminslag bestaat.
- Geen koptelefoon dragen om naar de radio of muziek te luisteren. Veiligheid bij het onderhoud en het bedrijf vereisen onbeperkte aandacht.
- Maai alleen bij daglicht of met voldoende licht. Bestuur de machine stapvoets.
- De rijsnelheid aan de persoon en het terrein aanpassen. Verhoog de snelheid langzaam, totdat u de bij u passende rijsnelheid hebt bereikt.
- Bijzonder voorzichtig zijn als onoverzichtelijke hoeken, struiken, bomen of andere hindernissen het zicht kunnen beïnvloeden.
- niet te dicht bij gaten, sloten en taluds rijden. De machine kan plotseling over de kop gaan als een wiel over de rand van een gat of talud rijdt of als een rand plotseling meegeeft.4
- Voorzichtig bij het maaien onder speeltoestellen (bv. schommels). Het apparaat zou in een onveilige positie kunnen komen. Er bestaat gevaar voor letsel.
- De machine niet tijdens ziekte, moeheid of onder invloed van alcohol, medicijnen of drugs bedienen.
- Indien mogelijk moet het gebruik van het toestel bij nat weer worden vermeden. Er bestaat gevaar voor uitglijden.
- Zorg ervoor dat u op hellingen altijd stevig staat. Maai op een helling in dwarsrichting, nooit naar boven of naar beneden. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van rijrichting verandert.
- Maai niet op al te steile hellingen! Het maaien op hellingen brengt extra gevaren met zich mee. Uw grasmaaier is zo krachtig, dat hij nog kan maaien op hellingen die tot 58% (30° helling) aflopen. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat.
- Wees bijzonder voorzichtig als u de machine omkeert of deze naar u toe trekt.
- Bij achterwaartse bewegingen met de machine kunt u struikelen. Vermijd achteruitlopen. Vermijd abnormale lichaamshoudingen. Zorg ervoor dat u stevig staat en niet uw evenwicht verliest.
- Houd de door de lengte van de stuurboom bepaalde veilige afstand aan.
- Om een afglijden van het toestel tijdens het dragen te verhinderen, dient u het toestel steeds vast te nemen met de daarvoor voorziene grijpinrichtingen (draaggreep, behuizing, duwstangeinden of onderste gedeelte van de duwstang). Niet vastnemen aan de uitwerpklep!
- Neem voor het optillen of dragen het gewicht van de machine in acht (zie technische gegevens). Het optillen van grote gewichten kan leiden tot problemen met de gezondheid.
- Til de machine nooit op en draag deze nooit met draaiende motor.
- Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheids- en bescherminrichtingen. Ontbrekende of beschadigde veiligheids- en bescherminrichtingen brengen uw veiligheid en de veiligheid van andere personen in gevaar. Veiligheidsinrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten):
– Veiligheidsschakelbeugel motorstop (1) De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. In het lopende bedrijf en op een moment van gevaar wordt door de beugel voor de motorstop los te laten de elektrische motor uitgeschakeld. De elektrische motor en het mes moeten binnen 3 seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de elektrische motor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het uitschakelen van de elektrische motor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. De functie van de veiligheidsschakelbeugel mag in geen geval buiten werking worden gesteld. Men moet controleren of de veiligheidsschakelbeugel werkt zoals voorgeschreven. Als dat niet het geval is, moet hij door een erkend vakbedrijf gerepareerd worden.
Bescherminrichtingen zijn (zie hoofdstuk Beschrijving van de componenten):
– Behuizing, grasopvangzak, uitwerpklep, deflector (3) Deze bescherminrichtingen beschermen tegen letsels door omhoog geslingerde voorwerpen. Het toestel mag niet met beschadigde behuizing c.q. zonder reglementair bevestigde opvangzak resp. deflector of tegen de behuizing aanliggende uitwerpklep worden gebruikt.
– Behuizing Deze beveiligingsvoorziening beschermt tegen letsel door contact met de roterende mesbalk. Het apparaat mag niet met beschadigde behuizing worden gebruikt. Erop letten dat handen en voeten niet onder de behuizing komen.
– Overtrekslang aan bovengedeelte van duwboom (11), motorkap (5) en motorconsole (6), schakelaar-stekker-combinatie met kabel (2, 12), aansluitkabel, messchroef Deze beveiligingsvoorzieningen beschermen tegen letsel door aanraking van onder spanning staande onderdelen. De elektrische uitrusting mag niet worden veranderd. Defecte aansluitkabels moeten worden vervangen. Een aansluitkabel met minimale kwaliteit H 05 RN-F (alternatief H05 VV-F) conform DIN/VDE 0282/4 gebruiken. Na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatieonderdelen moet conform bestaande norm DIN EN 60335 een isolatiecontrole worden uitgevoerd.
De bescherminrichtingen mogen niet veranderd worden.
- Start of bedien de aanloopschakelaar voorzichtig, overeenkomstig de aanwijzingen van de producent.
- Tijdens het startproces de aandrijving, indien voorhanden, niet inschakelen.
Let er bij het in bedrijf nemen op dat uw voeten op een veilige afstand van het maaisysteem staan.
Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het maaimes in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. Start de motor niet, als er personen of dieren voor de maaier staan. Bij apparaten met zijdelingse uitwerp mag u de motor niet starten, als u voor het uitwerpkanaal staat of als er zich personen of dieren in het uitwerpbereik bevinden.
Houd handen en voeten altijd uit de buurt van draaiende onderdelen. Zorg ervoor dat handen en voeten niet onder de behuizing komen. Houd u altijd verwijderd van de uitwerpopening.
Schakel de motor uit door de beugel voor de motorstop los te laten, trek de netstekker uit, en vergewis u ervan dat alle bewogen delen volkomen stilstaan: – als de machine wordt verlaten; – voordat u de aansluitleiding controleert; – voordat u de machine controleert, reinigt of werkzaamheden eraan uitvoert; – voordat u blokkeringen losmaakt of verstoppingen in het uitwerpkanaal elimineert; – als er een vreemd voorwerp werd geraakt; – als de machine ongewoon begint te trillen.
- Wanneer er een vreemd voorwerp werd getroffen en als de machine blokkeert, bijv. als u tegen een hard voorwerp rijdt, moet u een vakhandelaar laten controleren of er onderdelen van de machine beschadigd of vervormd zijn. Ook de mogelijk noodzakelijke reparaties steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren.
- Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Hoge trillingen op uw handen kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Wend u als er sterke trillingen optreden meteen tot een geautoriseerde vakwerkplaats.
- WAARSCHUWING De in deze bedieningshandleiding vermelde geluids- en trillingsniveaus zijn de maximum waarden voor de inzet van het apparaat. De inzet van een snij-element in onbalans, overmatige bewegingssnelheid of gebrekkig onderhoud zijn van aanzienlijke invloed op geluidsemissie en trillingen. Daarom is het noodzakelijk om voorzorgsmaatregelen te treffen, zodat eventuele schade als gevolg van hoge geluidsniveaus en belasting door trilling wordt vermeden. Onderhoud het apparaat goed, draag een gehoorbescherming, en neem pauzes tijdens het werk. De in deze bedieningshandleiding opgesomde onderhoudswerkzaamheden uitvoeren en het apparaat regelmatig door een geautoriseerde werkplaats laten controleren en onderhouden.
Schakel de motor uit door de veiligheidsschakelbeugel motorstop los te laten en zorg ervoor dat alle bewegende delen volledig stilstaan, – als u de machine moet optillen of kantelen, bijv. voor het transport;5 – als u de machine naar en weg van het maaiveld transporteert; – bij het rijden buiten het gazon; – als u de machine korte tijd verlaat; – als u de snijhoogte wilt verstellen; – voordat u de grasvangzak verwijdert.
- Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken.
- Zorg ervoor dat alle schroefverbindingen goed zijn vastgeschroefd en dat het toestel in een veilige arbeidstoestand is.
U mag alleen bij uitgeschakelde motor de uitwerpklep openen en de grasopvangzak verwijderen.
Controleer elke keer voordat u gaat maaien of de grasopvangbak niet versleten is en of die nog goed functioneert.
Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid, aangezien na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen
Het uitwisselen, bijslijpen en uitbalanceren van het mes steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren, omdat na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. Messenschroef) overeenkomstig de bestaande norm DIN EN 60335 een isolatiecontrole dient te worden uitgevoerd.
- Vervang om veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd veiligheidshandschoenen.
- Bij de omgang met bedrijfsmiddelen, zoals smeermiddelen, moet geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv. geschikte veiligheidshandschoenen) worden gedragen. De gegevensbladen van de bedrijfsmiddelen moeten in acht worden genomen.
Onderhouds- en reinigingswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd bij uitgeschakelde motor en uitgetrokken netstekker. Houd er bij het onderhouden van de snijmessen rekening mee, dat zelfs als de spanningbron is uitgeschakeld de snijmessen bewogen kunnen worden. Een regelmatig onderhoud is onontbeerlijk voor de veiligheid en het behoud van het prestatievermogen.
De machine niet onder stromend water of met drukreinigingsapparaten reinigen. De elektrische inrichting zou beschadigd kunnen worden.
Om garantie- en veiligheidsredenen mogen er alleen originele onderdelen worden gebruikt. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen.
- Opmerkingen voor Zwitserland: Elektro-machines mogen alleen worden gebruikt wanneer een differentiaalstroom beveiligingsschakelaar met de max. schakelstroom van 30 mA is voorgeschakeld.
- Opmerking voor Oostenrijk: De koppelingscontactdoos van de aansluitkabel moet tegen spatwater beschermd zijn.
1 Activeringsbeugel voor motor (veiligheidsschakelbeugel) 2 Elektriciteitskabel aansluitstekker 3 Uitwerpklep 4 Verstelgreep voor instelling maaihoogte (draaggreep achter) met druktoets 5 Kap elektromotor 6 Motordrager 7 Aanwijzing snijhoogte 8 Draaggreep voor 9 Trekontlasting voor elektriciteitskabel 10 Kabelgeleiding 11 Overtrekslang aan het bovenstuk van de duwboom 12 Vergrendelingknop (rood)
8 VOORBEREIDENDE WERKZAAMHEDEN Voor de montage bevinden zich de volgende afzonderlijke delen in de verpakking:
- Maaier met gemonteerde stuurboom
- Opvangdoek, opvangzakframe, schans
- Gereedschapszakje met volgende inhoud: – Bedieningshandleiding met Conformiteitsverklaring – Garantiebepalingen (afhankelijk van het model) – Diverse montageonderdelen. Mocht er toch een onderdeel ontbreken, neem dan contact op met uw gespecialiseerde vakhandelaar. Geleidestangen omhoog plaatsten (Afbeelding A1 + E1 + B1 ) BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. AANWIJZING Vóór het optillen van de bomen moet de snijhoogte op positie 3 (40 mm) of hoger worden ingesteld I . In de beide onderste snijposities kan de boom niet volledig naar achter worden gezwenkt. – De z-vormig in elkaar geklapte stang naar boven toe uit elkaar trekken A1 . – Als het bovenste en onderste gedeelte van de stang in één vlak liggen de beide vleugelmoeren met de hand vastdraaien E1 . – Zwenk op het onderste gedeelte van de geleidestang de uiteinden met de getande kunststof aanpassingen zover naar achteren totdat deze in de eveneens getande uitsparing op de behuizing van de maaier vastklikken B1 . Hierdoor kunt u de stang op drie verschillende hoogten instellen. – De beide vleugelmoeren met de hand stevig vastdraaien B1 .6 – De kabel in de kabelgeleiding trekken. Daardoor wordt een vastklemmen van de kabel verhinderd bij het omklappen van de geleidestangen E1 . – De kabel met behulp van de kabelbinder uit de gereedschapszakje aan de onderste geleidestang bevestigen. Bij het omklappen van het bovenste deel van de geleidestang er op letten, dat de kabel vrij beweegbaar is. VOORZICHTIG Bij de activering van de hoogteverstelling van de duwboom kan het gebeuren dat de boom ongewild omslaat bij het losdraaien van de vleugelmoeren B1 voor de bevestiging van het onderstuk aan de behuizing (maar zo ver losdraaien, dat de boom vrij kan worden bewogen) en het losspringen van de getande kunststof adapters uit de uitsparing aan de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! Grasopvangzak monteren en dan in de maaier inhangen (Afbeelding Q1 + R1 + S1 ) – De zijdelingse houderklem (2) van de schans (1) op het opvangzakframe drukken Q1 . – Langs onder de beugel (3) van de dwarse stang in de schans inhangen. – Daarna de onderste houderklemmen (4) op de dwarse stang van het opvangzakframe drukken. – Het frame van de opvangzak met de beugel vooraan in het opvangdoek plaatsen. De bovenste naden van het opvangdoek aan de beugel uitlijnen. – De profielen van de opvangzak op de stangen van het frame drukken R1 . – De uitwerpklep van de maaier naar boven openen. – Til de opvangzak op met de draaggreep, plaats de schans (1) aan de opening van de opvangzak en hang deze met zijn beide zijdelingse haken boven in de maaierbehuizing S1 . – De uitwerpklep op de opvangzak klappen. Instellen van de maaihoogte (Afbeelding I )
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
De maaihoogte wordt achter de motor ingesteld. – Druk met de duim op de grijze druktoets, breng de maaier in de gewenste positie door de greep aan de maaier omhoog of omlaag te bewegen. – Door het loslaten van de druktoets arrêteert de hendel in de gewenste maaihoogte. – De markering links op de maaier toont de ingestelde maaihoogte aan. BELANGRIJK Het maaien op de laagste snijhoogte mag alleen gebeuren op vlakke en gladde grasmatten! Gelieve er rekening mee te houden dat de onderste snijhoogte-instellingen alleen bij optimale omstandigheden gebruikt mogen worden. Als u de snijhoogte te laag kiest, dan kan de grasnerf beschadigd en onder bepaalde omstandigheden zelfs vernield worden. Naast de snijhoogte beïnvloedt ook de rijsnelheid het snijbeeld en vangresultaat. Snijhoogte en rijsnelheid aanpassen aan de hoogte van het te snijden het gras.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging. De schroeven eventueel aandraaien! Met name de bevestiging van de mesbalk moet gecontroleerd worden (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk“). De bevestigingsschroef van het mes altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten aandraaien, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór de eerste inbedrijfstelling controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de elektrische motor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het uitschakelen van de elektrische motor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
BELANGRIJK Als het apparaat aan een stroomopwekker moet werken, eerst een geautoriseerde vakwerkplaats vragen welke stroomopwekker geschikt is. Aanbrengen van de kabel (Afbeelding C2 ) OPGELET Om het goede en veilige bedrijf van het tuinapparaat te garanderen is een aansluitkabel van de minimum kwaliteit H05 RN-F (alternatief H05 VV-F) volgens DIN/VDE 0282/4, met een diameter van 3 x 1,5 mm² en een rubber of met rubber beklede aansluitkoppeling volgens DIN/VDE 0620-2-1 vereist. De aansluiting moet gebeuren aan een geaarde contactdoos 230 V wisselstroom, beveiliging 16 A traag. Bij gebruik van een kabel met kinderbeveiliging moet men erop letten dat de beveiliging foutloos werkt (licht loopt), aangezien anders de aansluitstekker van het apparaat kan worden beschadigd. – De aansluitkabel eerst in de schakelaar-stekker-combinatie aan de bovenste stang insteken. – Dan pas de kabel aan het stroomnet aansluiten. – Bij verwijderen van de kabel altijd eerst de stekker uit de contactdoos trekken. Bevestigen van de kabel in de trekontlasting (Afbeelding D2 ) OPGELET Om beschadigingen van de schakelaar-stekkercombinatie en van de kabel te verhinderen mag het apparaat niet zonder snoerontlasting gebruikt worden. De kabel moet in de snoerontlasting worden gehangen om hem veilig aan het apparaat te bevestigen. Daardoor wordt verhinderd dat hij uit de kabelstekkerdoos aan het apparaat wordt getrokken. Bovendien wordt de kabel op deze manier bij het draaien automatisch naar de andere kant omgelegd. – In de kabel een lus in de vorm van een halve cirkel vormen - ca. 80 cm van de aansluitkoppeling van de kabel vandaan. – De kabel in de snoerontlasting van beneden uit erdoor steken en rond de bevestigingsbeugels slaan. – Kabel aan beide uiteinden vastpakken en strak trekken in de snoerontlasting. Starten van de motor (Afbeelding A2 ) De motor alleen starten als u achter de maaier staat. De maaier in elk geval op een vlak, niet met hoog gras begroeide ondergrond zetten (te hoog gras remt de aanloop van de mesbalk en bemoeilijkt het startproces). Bij het starten van de motor mag de machine niet omhoog worden gekanteld, maar, indien vereist, door de duwboom omlaag te duwen slechts zo schuin worden gezet, dat het snijgereedschap in de van de gebruiker afgewende richting wijst, maar niet verder dan absoluut noodzakelijk is. Voordat het apparaat weer op de grond staat, moeten beide handen zich aan het bovenste deel van de duwboom bevinden. – Voor het inschakelen van de motor eerst op de rode knop drukken en deze ingedrukt houden. – Met de andere hand de schakelbeugel tegen het bovenste deel van de duwboom drukken. Tijdens de werking moet de schakelbeugel in deze positie worden vastgehouden. – De rode knop kan dan losgelaten worden. BELANGRIJK Als de motor na 5 seconden na inschakelen van het apparaat niet aanloopt, dan
1. Schakelbeugel weer loslaten
2. Netstekker uittrekken!
3. Aansluitleiding controleren
4. Spanning aan het huis (zekering) controleren
5. Apparaat controleren op blokkeringen in de maairuimte7
6. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
11 UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (AFBEELDING F ) Om de motor uit te schakelen, de schakelbeugel loslaten. De motor wordt uitgeschakeld en de automatische messenrem brengt het messensysteem binnen 3 seconden tot stilstand.
Veiligheidsschakelbeugel loslaten. – Het mes komt tot stilstand. – De motor wordt uitgeschakeld. OPGELET Controleer voor elke maaibeurt of de veiligheidsschakelbeugel motorstop foutloos functioneert: – Als de veiligheidsschakelbeugel wordt losgelaten, dan moet het mes binnen 3 seconden blijven stilstaan. Zoek anders de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats op.
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
Gebruik met grasopvangzak WAARSCHUWING Bij gebruik van de grasvangzak moet deze volledig gemonteerd en in perfecte technische staat zijn. Let er bij het maaien op, dat de opvangzak op tijd wordt leeggemaakt. Het turbosignaal op de opvangzak geeft het juiste tijdstip aan om de zak leeg te maken. BELANGRIJK Men moet erop letten dat bij het hanteren met de opvangzak de schans (1) S1 niet verbogen wordt. Turbosignaal (vulstandsindicatie van de grasopvangzak) (Afbeelding J + K ) Aan de bovenkant van de opvangzak is een indicatie geplaatst, waarmee men zien kan of de opvangzak leeg of vol is: – Indien de opvangzak leeg is gaat het signaal onder het maaien bol staan J . – Indien de opvangzak vol is valt het signaal in elkaar; dan moet het maaien dadelijk gestaakt en de opvangzak leeg gemaakt worden K .
BELANGRIJK Indien het weefsel van de opvangzak erg vuil is gaat het signaal niet bol staan. Het weefsel moet dan worden schoongemaakt! Alleen met een luchtdoorlatende opvangzak is een foutloos opnemen van het gras mogelijk. BELANGRIJK Opvangzak niet met warm water reinigen! Leegmaken van de opvangzak (Afbeelding L ) – Motor uitschakelen. – Uitwerpklep openen. – De gevulde opvangzak van de maaier met de draagbeugel uit de maaier loshaken – de uitwerpklep sluit automatisch. – Opvangzak aan de draagbeugel en aan de onderzijde van de bodem vasthoudend grondig uitschudden.
Gebruik zonder opvangzak WAARSCHUWING Bij het gebruik zonder opvangzak moet de uitwerpklep aan het maaichassis steeds gesloten zijn (naar onder geklapt).
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
Maaien op hellingen OPGELET De maaier kan in bermen en op hellingen die tot 58% (30° helling) aflopen, worden ingezet. Om veiligheidsredenen raden wij u echter dringend aan om dit theoretische potentieel niet te volle te benutten. Zorg altijd voor een stabiele stand. In principe mogen met de hand geleide grasmaaiers bij hellingen steiler dan 26% (15° helling) niet worden ingezet. Het gevaar dreigt dat de stabiliteit verloren gaat. Voeren van de kabel bij het maaien De kabel zo klaar leggen, dat de machine hem lopend over het reeds gemaaide gazon losjes kan meetrekken. Bij het keren van het apparaat legt de ontlasting de kabel automatisch om op de andere zijde van de duwboom. Erop letten dat de kabel uit de buurt van het snijgereedschap wordt gehouden en geen lussen vormt. De netaansluitleiding elke keer voordat u gaat maaien onderzoeken op tekenen van beschadigingen en alleen gebruiken in foutloze toestand. Controle van de bedrijfsveiligheid De grasmaaier is uitgerust met een motorstop-inrichting. Vóór elk maaien controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorstop foutloos functioneert. Als de schakelbeugel wordt losgelaten, dan moeten motor en mesbalk binnen drie seconden tot stilstand komen. De beugel moet na het loslaten in elk geval weer in de in de afbeelding „Beschrijving van de componenten“ getoonde positie terugspringen. Als dit niet het geval is, dan moet dit onmiddellijk door een geautoriseerde vakwerkplaats gecontroleerd worden. Verwondingsgevaar! Als de nalooptijd van het apparaat groter is, het apparaat niet meer gebruiken en naar een geautoriseerde vakwerkplaats brengen. Meten van de nalooptijd Na het starten van de elektrische motor draait het mes en is een windgeluid hoorbaar. De nalooptijd komt overeen met de duur van het windgeluid na het uitschakelen van de elektrische motor, en deze kan met een stopwatch worden gemeten. Veiligheids- en bescherminrichtingen van de machine mogen niet gemanipuleerd of gedeactiveerd worden! Erop letten dat alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Het bovenste gedeelte van de duwboom (isolatie) controleren op beschadigingen. Als de overtrekslang beschadigd is, absoluut de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats opzoeken, aangezien anders verwondingen (elektrische schok) door aanraking van spanninggeleidende delen het gevolg kunnen zijn. Ter vermijding van een gevaar elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes controleren. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen (zie hiervoor hoofdstuk „Onderhoud van de mesbalk”). Om de 10 bedrijfsuren ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Daarnaast schroeven en moeren van het apparaat controleren op goede bevestiging en eventueel aandraaien! Bij blokkering van het maaiwerk, bijv. door tegen een hindernis aan te rijden, door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren of delen van de maaier beschadigd of vervormd zijn. Ook de eventueel noodzakelijke reparaties altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren. Als de machine ongewoon sterk begint te trillen of abnormale geluiden begint te maken, dan is een onmiddellijke controle door een geautoriseerde vakwerkplaats vereist. Tijdelijke beperkingen In Duitsland is de tijdelijke werking van grasmaaiers in de 32e verordening tot uitvoering van de bundes-Immissionsschutzgesetz (32e BImSch-V)“ geregeld. Bovendien zijn regionale beperkingen mogelijk (bijvoorbeeld om de middagrust te beschermen), die door de verantwoordelijke lokale autoriteit aan u kunnen worden gecommuniceerd. Tips voor de verzorging van het gazon (Afbeelding M ) WAARSCHUWING Verwijder vóór elke maaibeurt alle vreemde voorwerpen (stenen, hout, takken enz.) van het gazon; let echter ook tijdens het maaien nog op rondslingerende voorwerpen. Een instructie over het thema gazonverzorging krijgt u op aanvraag van uw handelaar. Informatie en instructies voor het maaien vindt u ook op de homepage van de fabrikant.8 15 ONDERHOUDSINTERVALLEN BELANGRIJK Vermijd schade! Onder extreme resp. uitzonderlijke voorwaarden zijn eventueel kortere onderhoudsintervallen vereist dan hierboven vermeld. Indien u gebreken vaststelt, gelieve u dan te wenden tot een geautoriseerde vakwerkplaats. Routineonderhoud aan de machine uitvoeren conform de volgende onderhoudsintervallen. De volgende onderhoudsintervallen moeten worden aangehouden naast de in deze gebruiksaanwijzing opgesomde intervallen voor onderhoudswerkzaamheden. Vóór de eerste inbedrijfstelling
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- De messchroef controleren en eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn! Vóór elk bedrijf
- Gazon controleren en alle vreemde voorwerpen verwijderen.
- Radius van de begrenzingskabel controleren (indien ook een automatische maaier wordt ingezet voor de verzorging van het gazon).
- Toestand en goede bevestiging van het mes controleren, de messchroef eventueel door een geautoriseerde vakwerkplaats laten vastdraaien.
- Controleren of de veiligheidsschakelbeugel voor de motorrem foutloos werkt.
- Controleren of alle bescherminrichtingen zoals voorgeschreven aangebracht en niet beschadigd zijn!
- Grasopvanginrichting controleren op slijtage of slechter functioneren.
- Het bovenste gedeelte van de duwboom (isolatie) controleren op beschadigingen.
- De aansluitleiding controleren op beschadigingen en veroudering. Om de 10 bedrijfsuren
- Alle schroefverbindingen controleren op goede bevestiging.
- Ventilator, meskoppeling en ventilatorhuis controleren op slijtage en zitting. Na elk bedrijf
- De maaier schoonmaken.
- Het mes controleren op beschadigingen en slijtage. Om de 15-20 bedrijfsuren of jaarlijks
- De lagers van de wielen invetten.
Regelmatige verzorging is de beste garantie voor een lange levensduur en een storingsvrij bedrijf! Onvoldoende onderhoud van uw apparaat leidt tot veiligheidsrelevante gebreken! Gebruik uitsluitend originele onderdelen, want alleen deze staan borg voor veiligheid en kwaliteit!
Veiligheidsinstructie! Verklaring van de symbolen zie tabel pagina 2
Reiniging (Afbeelding O ) Vuil en grasresten direct na het maaien verwijderen. De maaier op zijn zijkant leggen en voor de reiniging een borstel of doek gebruiken. OPGELET De vingers niet in de openingen van het ventilatorhuis steken en de ventilator vasthouden. Als de mesbalk bij het reinigen gedraaid wordt, bestaat het gevaar dat de vingers geplet raken tussen ventilator en ventilatorhuis! BELANGRIJK De maaier nooit afspuiten met water. De elektrische installatie zou beschadigd kunnen worden. Opbergen De machine moet altijd in schone toestand in een droge, gesloten ruimte buiten bereik van kinderen worden bewaard. Laat de motor afkoelen voordat u de machine in gesloten ruimten opbergt. Neerklappen van de geleidestangen (Afbeelding A1 ) AANWIJZING Vóór het omklappen van de boom moet de snijhoogte op positie 3 (40 mm) of hoger worden ingesteld I . In de beide onderste snijposities kan de boom niet volledig naar achter worden geklapt. – Voor plaatsbesparende opslag of voor transport de vier vleugelmoeren zo ver losdraaien, dat de duwboom zonder weerstand in Z-vorm boven de motor in elkaar kan worden geklapt A1 . De getande kunststof adapters aan het onderste uiteinde van de duwboom moeten losspringen uit de uitsparing aan de behuizing. – De kabel hierbij niet knikken of beknellen. VOORZICHTIG Bij het omleggen van de duwboom voor transport- en opslagdoeleinden kan de boom ongewild omslaan bij het losdraaien van de vleugelmoeren en het losspringen van de kunststof adapters uit de uitsparing aan de behuizing. Bovendien kunnen er tussen onderstuk van de duwboom, bovenstuk en behuizing plaatsen ontstaan waar u zich kunt kneuzen. Er bestaat verwondingsgevaar! BELANGRIJK Let erop, dat de kabel bij het uit elkaar- en dichtklappen van de stuurbomen niet ingeklemd, bekneld, verdraaid of overstrekt kan worden! De kabel altijd aan van de buitenkant van de boomverbinding leiden. Een beschadigde kabel kan tot een technisch defect van de machine leiden. Transport en beveiliging van het apparaat (Afbeelding N ) – Als het apparaat gedragen moet worden, het niet vastpakken aan de uitwerpklep! Pak het voor en achter vast aan de draaggreep (zie afbeelding N ). Houd bij het optillen of dragen rekening met het gewicht van de machine (zie Technische gegevens). Het optillen van zware gewichten kan problemen met de gezondheid veroorzaken. Wij raden aan om het apparaat altijd met minstens twee personen op te tillen of te dragen. – Het apparaat op alle 4 wielen staand transporteren, om beschadigingen van de machine en verwondingen van personen te vermijden. – Het transportmiddel parkeren op vlakke ondergrond, opdat het apparaat niet kan wegrollen voordat het wordt vastgezet. – De grasvangzak uithangen en tijdens het transport apart vastmaken. – Het apparaat met toegelaten borgmiddelen (bijv. sjorriemen met spanelement) veilig bevestigen op of in het voertuig. Sjorriemen zijn banden van synthetische vezels. Elke sjorriem is gekenmerkt met een etiket. Het etiket geeft belangrijke informatie over het gebruik. De aanwijzingen op dit etiket moeten bij gebruik van de sjorriem in acht worden genomen. – Bij ladingen die kunnen rollen wordt aanbevolen om ze direct vast te sjorren met vier spanriemen. Beveilig het apparaat aan de wielen zo, dat het zich tijdens de rit niet beweegt. OPGELET De riemen niet te strak aantrekken. Als het apparaat te strak wordt vastgezet, dan kunnen beschadigingen het gevolg zijn. Onderhoud van de messenbalk Een scherp mes garandeert optimaal snijresultaat. Controleer elke keer voordat u gaat maaien de toestand en de goede bevestiging van het mes. De bevestigingsschroef van het mes moet altijd door een geautoriseerde vakwerkplaats worden aangedraaid. Als de messchroef te los of te vast wordt aangedraaid, dan kunnen meskoppeling en mesbalk beschadigd worden of loskomen, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Een versleten of beschadigd mes moet absoluut worden vervangen Bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk (Afbeelding Q ) WAARSCHUWING Het bijslijpen en uitbalanceren van de messenbalk steeds door een geautoriseerde vakwerkplaats laten uitvoeren, omdat na reparatie- en onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messenschroef) overeenkomstig de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatiebeveiliging dient te worden uitgevoerd. Een ondeskundig geslepen en niet uitgebalanceerd mes kan sterke vibraties veroorzaken en de gazonmaaier beschadigen. De snijvlakken van de messenbalk mogen alleen worden bijgeslepen totdat de markering (1) op de messenbalk (ring) (zie afbeelding Q ) is bereikt. OPGELET! Slijphoek van 30° in acht nemen. Uw vakbedrijf kan deze waarde (slijtagelimiet) voor u controleren!9 WAARSCHUWING Een mes waarbij de slijtagegrens (markering) werd overschreden kan breken en weggeslingerd worden, hetgeen zware verwondingen kan veroorzaken. Vervangen van de messenbalk WAARSCHUWING Het vervangen van de mesbalk moet door een geautoriseerde vakwerkplaats worden uitgevoerd, aangezien na reparatie- of onderhoudswerkzaamheden aan isolatiedelen (bijv. messchroef) conform de bestaande norm DIN EN 60335 een controle van de isolatieveiligheid moet worden uitgevoerd. Bovendien kan door een verkeerd gemonteerde meskoppeling de mesbalk loskomen, hetgeen zware verwondingen tot gevolg kan hebben.
– Bij de vervanging alleen originele mesbalken gebruiken. Niet gelijkwaardige onderdelen kunnen de machine beschadigen en uw veiligheid in gevaar brengen. – Snijgereedschappen ter vervanging moeten permanent met de naam en/of het logo van de firma of leverancier en met het deel-nr. zijn gekenmerkt.
Onderhoud van de wielen (Afbeelding S ) Eenmaal per jaar of om de 15-20 bedrijfsuren de lagers van de wielen invetten. – Wielkappen eraf nehmen S . – Met een steeksleutel de zeskantmoer losdraaien, schijf en wielen eraf trekken. – Nadat de lagers met een wentellagervet „KAJO-langetermijnvet LZR 2“ werden ingevet, de wielen erop schuiven, schijf erop zetten, met de zeskantmoer bevestigen en weer zo ver vastdraaien, dat de wielen nog licht maar zonder speling gedraaid kunnen worden. Wielkap weer erin zetten.
DAARVAN Storingen Mogelijke oorzaken Oplossing
Motor loopt na 5 seconden na inschakelen van het apparaat niet aan Geen netspanning. Netstekker aansluiten C2 . Zekering controleren. Aansluitkabel beschadigd. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren. Snijhoogte te laag ingesteld (te hoog gras belemmert de aanloop van de motor). Grotere snijhoogte instellen I . Machine bij het starten kantelen. Te veel grasafval in de behuizing. Snijruimte ontdoen van gras, spleet tussen ventilator en behuizing schoon houden (eerst netstekker uittrekken!).
Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten controleren.
Snit onzuiver, gazon wordt geel Messenbalk bot. Door een geautoriseerde vakwerkplaats laten bijslijpen en uitbalanceren Q . Maaihoogte te gering. Grotere maaihoogte instellen I . Maaien met te hoge snelheid. Maaisnelheid aanpassen. Maaibanen niet voldoende overlapt. Bij hoog gras moeten de maaibanen eventueel verder overlappen. Gazon is warboel. Door een verticuteermachine te gebruiken kan de kwaliteit van het gazon merkbaar beter worden.
Uitworp verstopt Niet op turbosignaal gelet J + K . Leegmaken van de opvangzak L . Maaihoogte te gering terwijl het gras te lang is. Grotere Maaihoogte instellen I . Maaien met te hoge snelheid. Maainsnelheid aanpassen. Gras is vocht. Gazon laten drogen.
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen worden uitgevoerd door elektrotechnisch vakpersoneel. A.u.b. nooit zelf repareren! Neem in geval van hier niet nader beschreven storingen en defecten contact op met de dichtstbijzijnde geautoriseerde vakwerkplaats. Dit geldt vooral voor apparaten met elektromotor, aangezien bij de reparatie van deze apparaten altijd een controle van de isolatiebescherming moet worden uitgevoerd. Uw geautoriseerde vakwerkplaats is u ook graag van dienst, wanneer u de hier beschreven onderhoudswerkzaamheden liever niet zelf uitvoert.
Maaier Behuizing Slagbestendige kunststof (PP) Maaibreedte 400 mm Maaihoogte Zentrale, 24, 32, 40, 50, 60, 75 mm Stuurboom in hoogte regelbaar 3-voudig Capaciteit opvangzak 44 liter Gewicht 22 kg Lengte 1400 mm Breedte 455 mm Hoogte 970 mm Wielen voor / achter Ø 150 mm / Ø 180 mm Lagers voor / achter Conische kogellagers
Geluidsvermogen Gegarandeerd geluidsvermogen; gemeten conform 2000/14/CE
Geluidsdrukniveau Emissie - geluidsdrukniveau op de plaats van de operator; gemeten volgens EN 60335-2-77 Meetonzekerheden; conform ISO 4871
Trillingen Trillingen aan de stuurboom; gemeten volgens EN 60335-2-77 Meetonzekerheden; conform EN12096
SimpelGids