OFFICEJET PRO K550 - Printer HP - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis OFFICEJET PRO K550 HP in PDF-formaat.

📄 80 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice HP OFFICEJET PRO K550 - page 46
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HP

Model : OFFICEJET PRO K550

Categorie : Printer

Download de handleiding voor uw Printer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding OFFICEJET PRO K550 - HP en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. OFFICEJET PRO K550 van het merk HP.

GEBRUIKSAANWIJZING OFFICEJET PRO K550 HP

Zorg dat u alle instructies in de documentatie die wordt geleverd bij de printer, hebt gelezen en begrepen.

Sluit dit product uitsluitend aan op een geaard stopcontact. Als u niet zeker weet of een stopcontact geaard is, kunt u advies inwinnen bij een erkende elektricien.

Haal het netsnoer uit het stopcontact voordat u dit product reinigt.

Plaats of gebruik dit product niet in de buurt van water of wanneer u nat bent.

Zorg dat het product stevig op een stabiel oppervlak staat.

Zet het product op een veilige plaats waar niemand op het netsnoer kan trappen of erover kan struikelen en het netsnoer niet wordt beschadigd.

geel, zwart), 4) twee printkoppen, 5) Starter-cd (software en elektronische gebruikershandleiding), 6) gedrukte documentatie,

7) accessoire voor automatisch dubbelzijdig afdrukken

Ouvrez le capot supérieur et retirez la mousse ou les matériaux d’emballage présents à l’intérieur de l’imprimante. Stap 2: verwijder de verpakkingstape en -materialen.

1) Zet de printer op de plaats die u daarvoor hebt voorbereid.

Het oppervlak moet stevig en vlak zijn en de ruimte moet goed geventileerd zijn. Laat ongeveer 5 centimeter ruimte rond de printer vrij voor ventilatie. 2) Verwijder alle verpakkingstape van de printer. Open de bovenklep en verwijder het schuimrubber of ander verpakkingsmateriaal uit de printer. Punto 2: Rimuovere il nastro e il materiale di imballo.

1) Collocare la stampante nella posizione predisposta. La superficie

1) Plaats de printer op lade 2.

2) Verwijder de verpakkingstapes van de duplexeenheid.

4) Fermez le capot des cartouches d’encre.

Stap 4: plaats de inktpatronen.

1) Trek de klep van de inktpatroon voorzichtig naar voren.

2) Haal de inktpatronen uit de verpakking.

3) Houd elke inktpatroon voor de sleuf met de bijbehorende

kleurcode en steek de patroon in de sleuf. Druk de patronen stevig omlaag tot ze met een klik op hun plaats zitten. Zo weet u zeker dat ze goed contact maken. Opmerking: de printer werkt alleen wanneer alle vier de inktpatronen correct zijn geplaatst.

4) Sluit de klep van de inktpatroon.

Punto 4: Installare le cartucce di stampa.

3) Elke printkop eerst zes keer snel schudden voordat u deze uit

de verpakking haalt.

4) Haal de printkoppen uit de verpakking en verwijder de

oranje beschermingskapjes van elke printkop.

5) Plaats elke printkop in de sleuf met de bijbehorende

kleurcode. Druk de printkoppen goed naar beneden, om ervoor te zorgen dat ze goed contact maken. Italiano

6) Trek de printkopgrendel helemaal naar voren en druk deze

omlaag, zodat de grendel goed vastzit. Opmerking: mogelijk moet u wat druk uitoefenen om de grendel vast te zetten.

7) Sluit de bovenklep.

Stap 6: plaats papier in de laden.

1) Pak de lade onder aan de voorkant vast en trek de lade uit

2) Voor papier dat langer is dan 279 mm tilt u de voorklep van

de lade op (zie gearceerd gedeelte van de lade) en laat u de voorkant van de lade zakken.

3) Plaats maximaal 250 vellen papier in lade 1 of maximaal

350 vellen in lade 2. Leg het papier met de afdrukzijde omlaag en tegen de rechterkant van de lade. Controleer of de stapel papier goed tegen de rechter- en achterkant van de lade ligt en niet buiten de lijnmarkering in de lade uitsteekt. Opmerking: in lade 2 kunt u uitsluitend normaal papier plaatsen. 4) Stel de papiergeleiders in de lade af op het papierformaat dat u in de lade plaatst. Italiano

5) Schuif de lade voorzichtig terug. 6) Trek het verlengstuk op de

uitvoerbak uit. Stap 7: Sluit het netsnoer aan en zet de printer aan.

1) Sluit het netsnoer aan op de printer. 2) Steek het andere eind

van het netsnoer in een stopcontact. 3) Als de printer niet automatisch wordt ingeschakeld, drukt u op de knop (Aan/Uit) om de printer in te schakelen.

Tintenpatronen richtig installiert sind. Français Pour offrir une qualité d’impression optimale, l’imprimante initialise et aligne les têtes d’impression. Au début de la procédure, le voyant d’alimentation clignote et l’imprimante imprime une page d’informations. Durant l’opération, l’imprimante imprime les pages d’alignement (pages couleurs). Ce processus dure environ 8 minutes. Remarque : si d’autres voyants de l’imprimante sont allumés lors de la procédure d’alignement des têtes d’impression, reportezvous à la section « Interprétation des voyants du panneau de commande », à la page 37. Si les pages d’alignement ne s’impriment pas, procédez comme suit. 1) Vérifiez que le cordon d’alimentation est correctement branché. 2) Vérifiez que les têtes d’impression et les cartouches d’encre sont installées correctement. Nederlands Vervolgens wordt de printer geïnitialiseerd en worden de printkoppen uitgelijnd om te zorgen voor de best mogelijke afdrukkwaliteit. Aan het begin van deze procedure knippert het Aan/Uit-lampje eenmaal en wordt een informatiepagina afgedrukt. Tijdens deze procedure worden de uitlijnpagina’s (gekleurde pagina’s) afgedrukt. De procedure duurt ongeveer 8 minuten. Opmerking: zie “De betekenis van de lampjes van het bedieningspaneel” op pagina 46 als er tijdens de uitlijnprocedure van de printkop andere lampjes op de printer branden. Ga als volgt te werk als de uitlijnpagina’s niet worden afgedrukt: 1) Controleer of het netsnoer goed is aangesloten.

2) Controleer of de printkoppen en de inktpatronen correct

zijn geïnstalleerd. Italiano

3) Controleer of het toegangspaneel aan de achterzijde

(HP Officejet Pro K550) of de duplex-eenheid (HP Officejet Pro K550dtn/K550dtwn) is geïnstalleerd.

4) Schakel de printer uit en weer in. Zie “Problemen bij het

afdrukken van een uitlijnpagina” op pagina 48 als de uitlijnpagina’s ook dan niet worden afgedrukt. Stap 8: sluit de printer aan. Zie de aanwijzingen verderop voor uw verbindingstype (USB of bedraad netwerk).

2) Klik in het cd-menu op Installeren (Windows) of

Stuurprogramma installeren (Mac OS) en volg de aanwijzingen op het scherm om de software te installeren. Sluit de USB-kabel aan wanneer hierom wordt gevraagd. Zie de elektronische gebruikershandleiding op de Starter-cd voor meer informatie over de installatie van de software.

3) Plaats de Starter-cd in het cd-romstation. Als het cd-menu

niet automatisch wordt geopend, dubbelklikt u op het installatiepictogram op de Starter-cd.

4) Druk de configuratiepagina af door op de knop

(Configuratiepagina) te drukken. 5) Klik in het cd-menu op Installeren (Windows) of Stuurprogramma installeren (Mac OS) en volg de aanwijzingen op het scherm op om de software te installeren aan de hand van de informatie op de configuratiepagina (zoals het IP-adres). Zie de elektronische gebruikershandleiding voor meer informatie over het installeren van de software of het delen van de printer in een netwerk. Stap 9: test de installatie van de printersoftware. Als u de software hebt geïnstalleerd en de printer hebt aangesloten op de computer, drukt u een document af vanuit een toepassing die u regelmatig gebruikt, om te controleren of de software correct is geïnstalleerd. Zie “Hulpmiddelen voor het oplossen van problemen en voor de configuratie” op pagina 49 als het document niet wordt afgedrukt. Italiano

  • site Web d’assistance produit à l’adresse www.hp.com/support/officejetprok550. Stap 10: registreer de printer. Registreer de printer zodat u belangrijke informatie over ondersteuning en technische informatie ontvangt. Als u de printer niet hebt geregistreerd tijdens de installatie van de software, kunt u de printer later registreren via www.register.hp.com. Meer informatie zoeken. De printer is klaar voor gebruik. Voor meer informatie over het gebruik van de printer en het oplossen van problemen, alsmede informatie over de garantie, kunt u de volgende bronnen raadplegen:

De betekenis van de lampjes van het bedieningspaneel

1) Knop en lampje Aan/Uit

4) Knop en lampje Doorgaan

6) Inktpatroonlampjes

Ga naar de website voor productondersteuning op www.hp.com/support/officejetprok550 voor meer informatie. Lampjespatroon van het bedieningspaneel Uitleg en uit te voeren handeling Het Aan/Uit-lampje en het lampje Doorgaan knipperen. Er is papier vastgelopen in de printer.

  • Verwijder al het papier uit de uitvoerbak. Zoek het vastgelopen afdrukmateriaal en verwijder het. Zie ’Papierstoringen verhelpen’ in de elektronische gebruikershandleiding. De wagen van de printer staat stil.
  • Open de bovenste klep en verwijder eventuele obstakels (zoals vastgelopen afdrukmateriaal).
  • Druk op de knop (Doorgaan) om het afdrukken te hervatten.
  • Als het probleem niet verholpen is, zet u de printer uit en weer aan. Het Aan/Uit-lampje brandt en het lampje Doorgaan knippert. Het printerpapier is op.
  • Plaats papier en druk op de knop Het Aan/Uit-lampje en het lampje Doorgaan branden. Een van de kleppen is niet goed gesloten.
  • Controleer of alle kleppen zijn gesloten. (Doorgaan). Het toegangspaneel aan de achterkant of de duplexeenheid ontbreekt of is niet goed geplaatst.
  • Controleer of het toegangspaneel aan de achterkant (HP Officejet Pro K550) of de duplexeenheid (HP Officejet Pro K550dtn/K550dtwn) goed is geïnstalleerd aan de achterkant van de printer. Nederlands Het Aan/Uit-lampje brandt en een Een of meer printkoppen ontbreken. of meer printkoplampjes knipperen. • Plaats de aangegeven printkop en probeer dan af te drukken.
  • Als het probleem aanhoudt, moet de aangegeven printkop worden vervangen.

Het Aan/Uit-lampje en een of meer Een of meer printkoppen zijn defect of moeten worden gecontroleerd. printkoplampjes knipperen.

  • Zorg ervoor dat de aangegeven printkop goed is geplaatst en probeer dan af te drukken.
  • Als het probleem aanhoudt, moet de aangegeven printkop worden vervangen. Het Aan/Uit-lampje brandt en een of meer inktpatroonlampjes knipperen. Een of meer inktpatronen ontbreken.
  • Plaats de aangegeven printpatroon en probeer dan af te drukken.
  • Als het probleem aanhoudt, moet de aangegeven printpatroon worden vervangen. Een of meer inktpatronen zijn leeg en moeten worden vervangen voordat u verder kunt gaan met afdrukken.
  • Vervang de aangegeven inktpatroon. Het Aan/Uit-lampje en een of meer Een of meer inktpatronen zijn defect of moeten worden gecontroleerd. inktpatroonlampjes knipperen.
  • Zorg ervoor dat de aangegeven printpatroon goed is geplaatst en probeer dan af te drukken.
  • Als het probleem aanhoudt, moet de aangegeven printpatroon worden vervangen. Het Aan/Uit-lampje brandt en een of meer inktpatroonlampjes branden. Een of meer inktpatronen zijn bijna leeg en moeten binnenkort worden vervangen.
  • U hoeft niets te doen. Het Aan/Uit-lampje knippert en een of meer inktpatroonlampjes branden. Het lampje Configuratiepagina knippert. (HP Officejet Pro K550dtwn) Eén van de volgende processen vindt plaats:
  • De printer wordt geïnitialiseerd voor draadloze communicatie.
  • Als u SecureEasySetup (SES) gebruikt voor het installeren van de printer, is het mogelijk dat geprobeerd wordt verbinding te maken met het draadloze netwerk.
  • Als u Windows Connect Now™ gebruikt om de printer in te stellen, ontvangt de printer draadloos informatie van het USB-flash-station. Het lampje Configuratiepagina brandt. (HP Officejet Pro K550dtwn) De modus voor draadloze communicatie is ingeschakeld.
  • U hoeft niets te doen. Alle lampjes branden. Er is een fout opgetreden die niet kan worden hersteld.
  • Koppel alle kabels los (zoals het netsnoer, de netwerkkabel en de USB-kabel), wacht ongeveer 20 seconden en sluit de kabels weer aan. Ga naar de website van HP (www.hp.com/support/officejetprok550) als het probleem zich blijft voordoen. Daar vindt u de laatste informatie over het oplossen van problemen en de laatste productfixes en -updates. Nederlands Elk van bovenstaande processen neemt minder dan 2 minuten in beslag.
  • U hoeft niets te doen.

Problemen oplossen In dit gedeelte vindt u suggesties voor het oplossen van enkele van de meest voorkomende problemen met de installatie van de hard- en software. Raadpleeg het Leesmij-bestand en de release-info, of ga naar de website voor productondersteuning op www.hp.com/support/officejetprok550, voor de meest recente informatie.

Problemen bij het afdrukken van een uitlijnpagina Controleer of de printer aan de volgende punten voldoet:

Het Aan/Uit-lampje brandt (knippert niet). Wanneer de printer voor het eerst wordt ingeschakeld, duurt het ongeveer 45 seconden voordat de printer is opgewarmd. De printer is klaar voor gebruik en er branden of knipperen geen andere lampjes op het bedieningspaneel. Zie “De betekenis van de lampjes van het bedieningspaneel” op pagina 46 wanneer er wel lampjes branden of knipperen. Het netsnoer en de andere kabels werken en zijn goed aangesloten op de printer. Alle verpakkingstape en -materialen moeten van de printer zijn verwijderd. Het toegangspaneel aan de achterzijde (HP Officejet Pro K550) of de duplexeenheid (HP Officejet Pro K550dtn/K550dtwn) zit stevig op zijn plaats. Het papier is correct in de lade geplaatst en er is geen papier vastgelopen in de printer. De oranje beschermkapjes van alle printkoppen zijn verwijderd. Printkoppen en inktpatronen moeten goed geplaatst zijn in de juiste met kleuren gecodeerde sleuven. Druk de printkoppen en inktpatronen stevig op hun plaats zodat ze goed contact maken. De printkopgrendel en alle kleppen moeten gesloten zijn. Problemen bij het installeren van de software Controleer of doe het volgende:

Controleer of de computer voldoet aan de systeemvereisten. Zie de elektronische gebruikershandleiding op de Starter-cd. Voordat u software op een computer met Windows installeert, moeten alle andere programma’s zijn afgesloten. Als het pad naar het cd-romstation niet wordt herkend, controleert u of u de juiste stationsaanduiding hebt opgegeven.

Als de computer de Starter-cd in het cd-station niet herkent, controleert u of de cd is beschadigd. U kunt het printerstuurprogramma downloaden van www.hp.com/support/officejetprok550. Controleer in Apparaatbeheer van Windows of de USB-stuurprogramma’s niet zijn uitgeschakeld. Als u Windows gebruikt en de computer de printer niet kan vinden, voert u het hulpprogramma voor het verwijderen van software uit (Util\Scrubber\Uninstall.exe op de Starter-cd). Hiermee verwijdert u het printerstuurprogramma volledig. Start de computer opnieuw op en installeer het printerstuurprogramma opnieuw. Problemen met aansluiten op een netwerk Opmerking: als u een van de volgende maatregelen hebt getroffen, moet u het installatieprogramma opnieuw uitvoeren. Algemene netwerkproblemen oplossen

Als u de printersoftware niet kunt installeren, moet u het volgende controleren:

  • Alle kabelverbindingen tussen de computer en printer moeten in orde zijn.
  • Het netwerk functioneert en de netwerk-hub is ingeschakeld.
  • Alle toepassingen moeten afgesloten of uitgeschakeld zijn, inclusief eventuele antivirusprogramma’s en persoonlijke firewalls.
  • De printer moet op hetzelfde subnet zijn geïnstalleerd als de computers die van de printer gebruikmaken.
  • Als het installatieprogramma de printer niet kan vinden, drukt u de configuratiepagina af (zie “Een configuratiepagina afdrukken” op pagina 49) en voert u het IP-adres handmatig in het installatieprogramma in.
  • Als u een computer met Windows gebruikt, moet u controleren of de netwerkpoorten die in het printerstuurprogramma zijn gemaakt, overeenkomen met het IP-adres van de printer:

1) Druk de configuratiepagina van de

2) Klik op het bureaublad van Windows op

Start, wijs Instellingen aan en klik vervolgens op Printers of Printers en faxapparaten.

3) Klik met de rechtermuisknop op het

printerpictogram, klik op Eigenschappen en klik vervolgens op het tabblad Poorten.

4) Selecteer de TCP/IP-poort voor de printer

en klik op Poort configureren.

5) Controleer of het IP-adres in het

dialoogvenster overeenkomt met het IP-adres op de configuratiepagina. Als de IP-adressen niet overeenkomen, wijzigt u het IP-adres in het dialoogvenster in het adres op de configuratiepagina.

6) Klik tweemaal op OK om de instellingen op te

slaan en de dialoogvensters te sluiten. Problemen met aansluiten op een bedraad netwerk

Als het verbindingslampje op de netwerkaansluiting niet brandt, controleert u of aan alle voorwaarden bij ’Algemene netwerkproblemen oplossen’ is voldaan. Het verdient weliswaar niet de aanbeveling om een vast IP-adres toe te wijzen aan de printer, maar het zou kunnen dat u sommige installatieproblemen (bijvoorbeeld als gevolg van een conflict met een firewall) kunt oplossen door een vast IP-adres aan de printer toe te wijzen. Raadpleeg de elektronische gebruikershandleiding voor meer informatie. Hulpmiddelen voor het oplossen van problemen en voor de configuratie U kunt de volgende hulpmiddelen gebruiken voor het oplossen van problemen met de printer of voor de configuratie van de printer. Zie de elektronische gebruikershandleiding op de Starter-cd voor meer informatie hierover. Configuratiepagina Ingebouwde webserver Gebruik de configuratiepagina om de huidige printerinstellingen te bekijken, als hulp bij het zoeken naar oplossingen voor problemen met de printer en om de plaatsing van optionele accessoires als de duplexeenheid te controleren. De configuratiepagina bevat ook een log met recente gebeurtenissen. Als de printer op een netwerk is aangesloten, wordt een extra configuratiepagina voor het netwerk afgedrukt. Hierop staan de netwerkinstellingen voor de printer. Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de ingebouwde webserver van de printer gebruiken om informatie over de status te bekijken, instellingen te wijzigen en de printer vanaf de computer te beheren. Als u contact moet opnemen met HP, moet u de configuratiepagina afdrukken voordat u belt. Een configuratiepagina afdrukken HP Officejet Pro K550: druk op de knop (Aan/ Uit) en houd deze ingedrukt, druk eenmaal op de knop (Annuleren) en laat de knop (Aan/Uit) los. Typ in een ondersteunde webbrowser op de computer het IP-adres dat aan de printer is toegewezen. Als het IPadres bijvoorbeeld 123.123.123.123 is, typt u het volgende adres in de webbrowser: http://123.123.123.123 Het IP-adres voor de printer wordt op de configuratiepagina vermeld. Als de ingebouwde webserver wordt weergegeven, kunt u deze toevoegen aan de favorieten, zodat u er in het vervolg eenvoudig naartoe kunt gaan. HP Officejet Pro K550dtn/K550dtwn: druk op de knop (Configuratiepagina). Nederlands

De ingebouwde webserver openen

De printer instellen voor draadloze communicatie (HP Officejet Pro K550dtwn) U kunt de printer op een van de volgende manieren instellen op draadloze communicatie:

Met een cross-kabel of netwerkkabel Zie “De printer instellen voor draadloze communicatie” op pagina 51. Met SecureEasySetup (SES) Zie “Draadloze communicatie instellen met SecureEasySetup (SES)” op pagina 52. Met Windows Connect Now Zie “Draadloze communicatie instellen voor meer printers (alleen voor Windows)” op pagina 52. Opmerking:

Zie “Problemen met draadloze communicatie oplossen” op pagina 53 als er problemen optreden. Als u de printer wilt gebruiken voor draadloze communicatie, moet u het installatieprogramma minstens eenmaal uitvoeren vanaf de Starter-cd en een draadloze verbinding maken. De printer mag niet via een netwerkkabel op het netwerk aangesloten zijn. Het apparaat voor verzending moet ingebouwde 802.11-voorzieningen of een ingebouwde 802.11 draadloze kaart hebben. U wordt aangeraden ervoor te zorgen dat de printer en de computers die de printer gebruiken, zich alle in hetzelfde subnet bevinden. Voordat u de printersoftware installeert, wilt u wellicht de instellingen van uw netwerk weten. U kunt deze informatie verkrijgen bij de systeembeheerders of door de volgende taken uit te voeren:

Vraag de naam van het netwerk (SSID) en de communicatiemodus (infrastructuur of adhoc) op uit het configuratieprogramma voor het draadloze toegangspunt van het netwerk (WAP) of de netwerkkaart van de computer. Zoek uit welk type codering in het netwerk wordt gebruikt, zoals Wired Equivalent Privacy (WEP) of Wi-Fi® Protected Access (WPA). Het beveiligingswachtwoord of de coderingssleutel van het draadloze apparaat. Instellingen van een 802.11draadloos netwerk Naam netwerk (SSID) Standaard zoekt de printer naar de naam van het draadloze netwerk of de SSID (Service Set Identifier) met de naam ’hpsetup’. Uw netwerk heeft misschien een andere SSID. Communicatiemethode Er zijn twee mogelijke communicatiemodi: Ad hoc: in een netwerk in adhocmodus is de printer ingesteld op adhoc-communicatie en communiceert de printer rechtstreeks en zonder WAP (draadloos toegangspunt) met andere draadloze apparaten: Alle apparaten in het netwerk in adhocmodus moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

802.11-compatibel zijn Ad hoc moet de communicatiemethode zijn Dezelfde netwerknaam (SSID) hebben Op hetzelfde subnet en kanaal zitten Dezelfde 802.11-beveiligingsinstellingen hebben Infrastructuur (aanbevolen): in een netwerk in infrastructuurmodus is de printer ingesteld op de infrastructuurcommunicatiemethode en communiceert de printer met andere apparaten op het netwerk, draadloos én bedraad, via een WAP. WAP’s werken normaal gesproken als routers of gateways in kleine netwerken. Voor de mogelijke instellingen voor de printer raadpleegt u de netwerkconfiguratiepagina onder ’De configuratiepagina’ in de elektronische gebruikershandleiding. Ga naar www.weca.net/opensection/pdf/ whitepaper_wifi_security4-29-03.pdf voor meer informatie over beveiliging van draadloze communicatie. Netwerkverificatie: de standaardfabrieksinstelling van de printer is ’Open’, waardoor voor verificatie en codering geen beveiliging nodig is. De andere mogelijke waarden zijn ’Openen en vervolgens gedeeld’, ’Gedeeld’ en ’WPA-PSK’ (Wi-Fi® Protected Access Pre-Shared Key).

WPA maakt het verzenden van gegevens en de toegang tot bestaande en toekomstige Wi-Fi netwerken veiliger. Alle bekende zwakke punten van WEP, het originele landelijke beveiligingsmechanisme in de 802.11-standaard, worden hiermee verholpen. WPA2 is de tweede generatie van WPA-beveiliging en biedt bedrijven en klanten die Wi-Fi gebruiken een hoge mate van zekerheid dat alleen geautoriseerde gebruikers toegang kunnen krijgen tot hun draadloze netwerken. Gegevenscodering:

Wired Equivalent Privacy (WEP) biedt beveiliging door gegevens die via radiogolven van het ene draadloze apparaat naar het andere worden verzonden te coderen. Apparaten op een WEPnetwerk maken gebruik van zogenoemde WEPsleutels om gegevens te coderen. Als uw netwerk van WEP gebruikmaakt, moet u weten welke WEPsleutels worden gebruikt. WPA maakt voor codering gebruik van Temporal Key Integrity Protocol (TKIP) en maakt gebruik van 802.1X-verificatie met een van de standaardtypen Extensible Authentication Protocol (EAP) die momenteel beschikbaar zijn. WPA2 biedt een nieuw coderingsschema, de Advanced Encryption Standard (AES). AES wordt gedefinieerd in de CCM-modus (counter cipherblock chaining) en ondersteunt de Independent Basic Service Set (IBSS) voor meer veiligheid tussen clientwerkstations in de adhocmodus. De printer instellen voor draadloze communicatie Voor Windows

1. Verwijder de beschermklep van de

netwerkaansluiting van de printer.

2. Voer een van de volgende handelingen uit:

  • Sluit de printer tijdelijk op de computer aan met de cross-kabel die bij de printer is meegeleverd.
  • Sluit de printer tijdelijk met een netwerkkabel (wordt apart verkocht) aan op een vrije poort op de hub, switch of router van het netwerk.

3. Sluit alle toepassingen die op het computersysteem

4. Plaats de Starter-cd in het cd-romstation.

Als het cd-menu niet automatisch wordt geopend, dubbelklikt u op het installatiepictogram op de Starter-cd.

5. Klik in het cd-menu op Installeren en volg de

aanwijzingen op het scherm.

6. Selecteer op het scherm Verbindingstype de optie

om verbinding te maken via het netwerk en klik op Volgende.

7. Volg de aanwijzingen op het scherm om de

installatie te voltooien en maak de kabels los wanneer dit wordt gevraagd. Voor Mac OS

1. Open de AirPort Setup Assistant en volg de

aanwijzingen op het scherm op om u aan te sluiten bij een bestaand draadloos netwerk (hpsetup).

2. Dubbelklik op het installatiepictogram van de

Starter-cd en volg de aanwijzingen op het scherm op.

3. Klik op Open Afdrukbeheer als u daarom wordt

gevraagd, zodat u de printer kunt toevoegen. Nederlands Beveiligingsinstellingen

Draadloze communicatie instellen met SecureEasySetup (SES) Als uw draadloze router geschikt is voor SES, volg dan de volgende instructies om draadloze communicatie met behulp van SES in te stellen.

1. Druk op de knop SES op de draadloze router.

2. Druk binnen 2 minuten op de knop

(Configuratiepagina) op de printer en houd deze ingedrukt terwijl u eenmaal op de knop (Doorgaan) drukt. Laat daarna de knop (Configuratiepagina) los. Het lampje Configuratiepagina knippert.

3. Wacht ongeveer 2 minuten en druk daarna op de

knop (Configuratiepagina) om de configuratiepagina van de printer af te drukken en te controleren of de SES-instellingen overeenkomen met de routerinstellingen voor draadloze communicatie. Opmerking: als er geen verbinding tot stand wordt gebracht, moet u de netwerkinstellingen van de printer mogelijk opnieuw instellen (zie de aanwijzingen onder “Configuratie-instellingen van het netwerk opnieuw instellen” op pagina 53) en de stappen herhalen. Zie ook “De instellingen voor de draadloze communicatie controleren” op pagina 53.

4. Sluit alle toepassingen die op het computersysteem

5. Plaats de Starter-cd in het cd-romstation.

Als het cd-menu niet automatisch wordt geopend, dubbelklikt u op het installatiepictogram op de Starter-cd.

6. Klik in het cd-menu op Installeren en volg de

aanwijzingen op het scherm om de printersoftware te installeren.

Draadloze communicatie instellen voor meer printers (alleen voor Windows) De printer ondersteunt de Windows Connect Now™technologie, waarmee u op eenvoudige wijze meer printers kunt instellen voor een draadloze verbinding. Met de Wireless Configuration Utility exporteert u de instellingen voor draadloze communicatie van de computer naar een USB-flash-station en configureert u de printers vervolgens met deze instellingen door het flashstation in de USB-poort van elke printer te plaatsen.

1. Verwijder de beschermklep van de USBhostaansluiting van de printer.

2. Plaats de Starter-cd in het cd-romstation.

Als het cd-menu niet automatisch wordt geopend, dubbelklikt u op het installatiepictogram op de Starter-cd.

3. Klik in het cd-menu op Hulpprogramma’s en klik

vervolgens op Wireless Configuration Utility.

4. Volg de aanwijzingen op het scherm en sluit het

USB-flash-station op de USB-poort aan wanneer dit wordt gevraagd. De configuratie-instellingen voor het draadloze netwerk worden opgeslagen op het flash-station.

5. Volg de aanwijzingen op het scherm en sluit het

USB-flash-station aan op elke printer die u aan het netwerk wilt toevoegen. Problemen met draadloze communicatie oplossen Voer één of meer van de volgende taken uit als de printer niet met het netwerk kan communiceren na de installatie van de draadloze communicatie en de software.

Controleer of de kaart voor draadloze communicatie van de computer is ingesteld op het juiste draadloze profiel. Een draadloos profiel is een verzameling netwerkinstellingen die uniek zijn voor een bepaald netwerk. Een enkele draadloze kaart kan meerdere draadloze profielen hebben (bijvoorbeeld een voor een privénetwerk en een voor een zakelijk netwerk). Open het configuratieprogramma voor de netwerkkaart die op de computer is geïnstalleerd en controleer of het geselecteerde profiel het profiel van het netwerk van de printer is. Controleer of de netwerkinstellingen van de printer overeenkomen met die van het netwerk. Voer een van de volgende handelingen uit om de instellingen voor uw netwerk te vinden:

  • Infrastructuurcommunicatie: open het configuratieprogramma voor het draadloze toegangspunt van het netwerk (Wireless Access Point, WAP).
  • Adhoc-communicatie: Open het configuratieprogramma voor de netwerkkaart die op uw computer is geïnstalleerd. Vergelijk de netwerkinstellingen met de instellingen op de configuratiepagina van de printer (zie “Een configuratiepagina afdrukken” op pagina 49) en noteer eventuele verschillen. Onder andere de volgende problemen zijn mogelijk:
  • Er worden hardware-adressen (MAC-adressen) gefilterd door het draadloze toegangspunt. Zie “Hardware-adressen toevoegen aan een WAP (Wireless Access Point)” op pagina 53.
  • Mogelijk is een van de volgende printerinstellingen onjuist: communicatiemethode, netwerknaam (SSID), kanaal (alleen netwerken in adhocmodus), verificatietype, codering. Zie “Instellingen van een 802.11-draadloos netwerk” op pagina 50.
  • Druk een document af. Als het document nog steeds niet wordt afgedrukt, stelt u de netwerkinstellingen van de printer opnieuw in (zie “Configuratie-instellingen van het netwerk opnieuw instellen” op pagina 53) en installeert u de printersoftware opnieuw (zie “De printer instellen voor draadloze communicatie (HP Officejet Pro K550dtwn)” op pagina 50). Als de instellingen voor het draadloze netwerk correct zijn, is de computer mogelijk verbonden met een ander draadloos netwerk. Controleer of de computer is verbonden met hetzelfde draadloze netwerk als de printer. Gebruikers kunnen dit controleren door de instellingen voor draadloze communicatie op hun respectievelijke computers te controleren. Zorg er daarnaast voor dat de computers toegang hebben tot het draadloze netwerk.

1. Sluit de printer met een netwerkkabel aan op het

netwerk of gebruik de meegeleverde cross-kabel om de printer op de computer aan te sluiten.

2. Open de ingebouwde webserver van de printer.

3. Klik op het tabblad Netwerkmogelijkheden en

vervolgens op Wireless (802.11) in het linkerdeelvenster.

4. Gebruik de wizard Wireless Setup op het tabblad

Wireless Setup om de printerinstellingen aan te passen aan de netwerkinstellingen.

5. Sluit de ingebouwde webserver van de printer af en

koppel de netwerkkabel los van de printer.

6. Verwijder de printersoftware volledig en installeer

deze daarna opnieuw. Hardware-adressen toevoegen aan een WAP (Wireless Access Point) MAC-filter is een beveiligingsfunctie waarbij een draadloos toegangspunt (Wireless Access Point, WAP) wordt geconfigureerd met een lijst met MAC-adressen (ook wel ’hardware-adressen’ genoemd) van apparaten die via de WAP toegang mogen krijgen tot het netwerk. Als de WAP niet over het hardwareadres beschikt van een apparaat dat toegang tot het netwerk probeert te krijgen, wordt de toegang tot het netwerk door de WAP geweigerd. Als de WAP MAC-adressen filtert, moet het MAC-adres van de printer worden toegevoegd aan de WAP-lijst met geaccepteerde MAC-adressen.

(Configuratiepagina) om de configuratiepagina af te drukken.

2. Open het configuratieprogramma van de WAP en

voeg het hardware-adres van de printer toe aan de lijst met geaccepteerde MAC-adressen. Configuratie-instellingen van het netwerk opnieuw instellen Als de printer nog steeds niet kan communiceren met het netwerk, stelt u de netwerkinstellingen van de printer opnieuw in.

(Configuratiepagina) ingedrukt, druk driemaal op (Doorgaan) en laat de knop (Configuratiepagina) los. Het Aan/Uit-lampje knippert enkele seconden. Wacht tot het Aan/Uit-lampje ononderbroken brandt.

(Configuratiepagina) om de configuratiepagina af te drukken en te controleren of de netwerkinstellingen opnieuw zijn ingesteld. Standaard is de naam van het netwerk (SSID) hpsetup en de communicatiemethode adhoc. Nederlands De instellingen voor de draadloze communicatie controleren Als de instellingen voor draadloze communicatie niet correct zijn, volgt u deze stappen om de netwerkinstellingen van de printer te corrigeren:

Beperkte garantie van Hewlett-Packard Product van HP Duur van beperkte garantie Software 1 jaar Accessoires 1 jaar Inktpatronen 6 maanden* Printkoppen 1 jaar* Printerrandapparatuur (zie de volgende gegevens) 1 jaar *Raadpleeg voor meer gedetailleerde informatie over garantie www.hp.com/support/inkjet_warranty. Geldigheid van beperkte garantiey Beperking van garantie

1. Hewlett-Packard verstrekt aan de eindgebruiker de garantie dat

de bovenvermelde producten van HP vrij zijn van materiaal- en fabricagefouten gedurende de bovenvermelde tijdsduur die begint op de dag van aankoop door de klant. IN ZOVERRE DOOR DE PLAATSELIJKE WET IS TOEGESTAAN, VERSTREKKEN NOCH HP, NOCH DERDE LEVERANCIERS ENIGE

ANDERE GARANTIE OF VOORWAARDE, HETZIJ UITDRUKKELIJKE

2. Voor softwareproducten is de beperkte garantie van HP alleen

van toepassing op programmeringsinstructies die niet kunnen worden uitgevoerd. HP garandeert niet dat de werking van een product ononderbroken of vrij van fouten is.

3. De beperkte garantie van HP geldt alleen voor defecten die zich

voordoen als resultaat van normaal gebruik van het product en is niet van toepassing bij andere problemen, met inbegrip van defecten die het resultaat zijn van: a. Verkeerd of ondeskundig onderhoud of aanpassing b. Software, informatiedragers, onderdelen of benodigdheden die niet door HP worden geleverd of ondersteund

Gebruik dat niet in overeenstemming is met de specificaties van het product d. Niet-geautoriseerde aanpassing of misbruik

4. Voor HP-printerproducten is het gebruik van een niet door HP

vervaardigde of nagevulde inktpatroon niet van invloed op de garantie aan de klant of op een contract voor ondersteuning dat tussen de klant en HP is gesloten. Als defecten of beschadigingen aan de printer echter kunnen worden toegeschreven aan het gebruik van een niet door HP vervaardigde of nagevulde inktpatroon, zal HP de gebruikelijke kosten voor arbeidsuren en materiaal voor het repareren van de printer voor het betreffende defect of de betreffende beschadiging in rekening brengen.

5. Als HP tijdens de garantieperiode op de hoogte wordt gebracht

van een defect van een product dat onder de garantie van HP valt, wordt het defecte product door HP gerepareerd of vervangen.

6. Als een defect product dat onder de garantie van HP valt, niet

door HP gerepareerd of vervangen kan worden, zal HP de aankoopprijs voor het defecte product terugbetalen binnen een redelijke termijn nadat HP op de hoogte is gebracht van het defect.

HP is niet verplicht het defecte product te repareren, vervangen of vergoeden totdat het is geretourneerd aan HP.

8. Een vervangingsproduct mag nieuw of bijna nieuw zijn op

voorwaarde dat het ten minste dezelfde functionaliteit bezit als het product dat vervangen wordt. Nederlands

9. Producten van HP kunnen gereviseerde onderdelen, componenten

of materialen bevatten, waarvan de prestaties gelijkwaardig zijn aan die van nieuwe producten.

10. De beperkte garantie van HP is geldig in elk land/elke regio

waar het gegarandeerde product van HP door HP wordt gedistribueerd. Contracten voor extra garantieservice, zoals service op de locatie van de klant, zijn verkrijgbaar bij ieder erkend HP servicekantoor in landen/regio’s waar het product door HP of een erkende importeur wordt gedistribueerd. Beperking van aansprakelijkheid

1. In zoverre dit is toegestaan onder de lokale wetgeving zijn de

rechtsmiddelen die in deze garantieverklaring worden verstrekt, de enige en exclusieve rechtsmiddelen van de klant.

2. IN ZOVERRE DIT IS TOEGESTAAN ONDER DE LOKALE

WETGEVING, MET UITZONDERING VAN DE SPECIFIEKE

BEPALINGEN IN DEZE GARANTIEVERKLARING, ZIJN HP EN HAAR LEVERANCIERS IN GEEN GEVAL AANSPRAKELIJK VOOR DIRECTE, INDIRECTE, SPECIALE OF INCIDENTELE SCHADE OF GEVOLGSCHADE, ZIJ HET OP BASIS VAN CONTRACT, DWANG OF ENIG ANDERE JURIDISCHE THEORIE, OOK NIET ALS HP EN HAAR LEVERANCIERS OP DE HOOGTE ZIJN GEBRACHT VAN DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE. Plaatselijke wet

1. Deze garantieverklaring verleent de klant bepaalde juridische

rechten. De klant kan over andere rechten beschikken die in de VS van staat tot staat, in Canada van provincie tot provincie en elders van land/regio tot land/regio kunnen verschillen.

2. In zoverre deze garantieverklaring niet overeenstemt met de lokale

wetgeving, zal deze garantieverklaring als aangepast en in overeenstemming met dergelijke lokale wetgeving worden beschouwd. Onder deze lokale wetgeving is het mogelijk dat bepaalde afwijzingen en beperkingen in deze garantieverklaring niet op de klant van toepassing zijn. Sommige staten in de Verenigde Staten en bepaalde overheden buiten de Verenigde Staten (inclusief provincies in Canada) kunnen bijvoorbeeld: a. De afwijzingen en beperkingen in deze garantieverklaring als tenietgedaan beschouwen ter bescherming van de wettelijk voorgeschreven rechten van de klant (bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk); b. De mogelijkheid van een fabrikant voor het doen gelden van dergelijke afwijzingen of voorwaarden anderzijds beperken; of

De klant aanvullende rechten onder de garantie bieden, de tijdsduur van stilzwijgende garanties bepalen die niet door de fabrikant afgewezen kan worden, en beperkingen op de tijdsduur van stilzwijgende garanties niet toestaan.