55001 - Generator HYUNDAI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 55001 HYUNDAI in PDF-formaat.

📄 32 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice HYUNDAI 55001 - page 4
Bekijk de handleiding : Français FR Dansk DA Deutsch DE English EN Nederlands NL Svenska SV
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HYUNDAI

Model : 55001

Categorie : Generator

Download de handleiding voor uw Generator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 55001 - HYUNDAI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 55001 van het merk HYUNDAI.

GEBRUIKSAANWIJZING 55001 HYUNDAI

55001/55002 WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften en alle instructies. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle voorschriften en instructies voor toekomstig gebruik. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Volg bij gebruik van de machine altijd de bijgesloten veiligheids- voorschriften en onderstaande aanvullende veiligheidsvoorschriften nauwkeurig op. In deze handleiding worden de volgende pictogrammen gebruikt: Gevaar voor lichamelijk letsel of materiële schade. AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR GENERATOREN Werkomgeving

  • Plaats de machine op een stevig oppervlak. Plaats de machine niet op een metalen oppervlak.
  • Bewaar geen brandstof in de buurt van de machine. Elektrische veiligheid
  • Controleer voor gebruik of het opgenomen vermogen van de aan te sluiten uitrusting kleiner is dan het maximale uitgangs- vermogen van de generator.
  • Sluit de uitrusting uitsluitend aan wanneer de generator op volle snelheid draait. Koppel de uitrusting los voor het uitschakelen van de generator. Persoonlijke veiligheid
  • Vermijd aanraking van hete onderdelen van het machine.
  • Vul nooit brandstof bij terwijl de machine draait. Laat de machine na gebruik minimaal 15 minuten afkoelen alvorens brandstof bij te vullen. Gebruik en onderhoud van elektrisch gereedschap
  • Gebruik de machine niet voor het voeden van elektrische apparatuur (als externe spanningsbron).
  • Plaats de machine niet in de felle zon. Stel de machine niet bloot aan temperaturen boven 40 °C. Berg de machine niet op in een vochtige omgeving.
  • Zorg ervoor dat de generator bij aangesloten belasting voldoende brandstof heeft.
  • De geluidsdemper en het luchtfilter fungeren als vlamvangers in het geval dat na-ontsteking optreedt. Zie er derhalve op toe dat ze zijn gemonteerd en in een technisch perfectie conditie verkeren.
  • Schakel de generator onmiddellijk uit als zich een van de volgende situaties voordoet: - haperen of instabiel draaien van de motor - afname van het elektrisch vermogen - oververhitting van de aangesloten belasting - excessief trillen van de generator - vonkvorming - aanwezigheid van rook of vuur Op de machine vindt u de volgende pictogrammen: Draag gehoorbescherming.

Gebruik de machine uitsluitend buiten, in een goed geventileerde omgeving. Gebruik de machine niet bij neerslag of in een vochtige omgeving. Gebruik de machine niet in een omgeving waar vonken, vlammen of open vuur voor kunnen komen. Rook niet in de buurt van de machine. Aard voor gebruik altijd de machine. Raadpleeg de handleiding. BESCHRIJVING (FIG. A) Deze generatoren zijn ontworpen voor het opwekken van elektriciteit om elektrische machines of apparaten te voeden. De machines worden niet geleverd met olie en brandstof.

21. Oliefilterdeksel

22. Luchfilterdeksel

Inhoud verpakking Inverter generator Bougiesleutel Gebruiksaanwijzing Veiligheidsvoorschriften Garantie en service Olie-alarmsysteem Het olie-alarmsysteem is ontworpen om beschadiging van de motor door een te laag oliepeil te voorkomen. De motor wordt automatisch uiitgeschakeld zodra het oliepeil te laag wordt. De olie-alarm indicator (10) licht rood op Controleer het oliepeil als de motor stopt en niet opnieuw start. Motorschakelaar Met de motorschakelaar (2) In de stand ON kan de motor worden gestart. In de stand OFF kan de motor niet worden gestart. Economy-schakelaar De economy-schakelaar (1) zorgt voor een lager brandstofverbruik. Met de economy-schakelaar ingeschakeld gaat de motor langzaam draaien als het aangesloten apparaat wordt losgekoppeld en keert automatisch terug naar de juiste snelheid als het elektrische apparaat weer wordt aangesloten. Schakel de economy-functie uit bij gebruik van de DC-aansluiting en bij gelijktijdig gebruik van DC en AC.5 NEDERLANDS Met de economy-schakelaar in de stand OFF draai de moter op hoge snelheid. DC-circuit beveiliging (alleen 55002) De DC-circuitbeveiliging (12) wordt automatisch ingeschakeld wanneer de belasting het nominale uitgangsvermogen van de generator overschrijdt. Verlaag de belasting tot de nominale uitvoer als de DC- circuitbeveiliging wordt ingeschakeld. Tankdopontluchtingsknop De tankdop is voorzien van een ontluchtingsknop om de brandstoftoevoer te stoppen. De ontluchtingsknop moet eenmaal vanuit de gesloten positie met de klok mee worden gedraaid. Hierdoor kan brandstof naar de carburateur stromen en de motor draaien. Draait de ontluchtingsknop linksom om de brandstoftoevoer te stoppen. Tijdens transport van de machine moet de ontluchtingsknop in de stand OFF staan. Brandstofkraan De brandstofkraan (20) wordt gebruikt om brandstof vanuit de tank naar de carburateur te voeren.

VOOR HET EERSTE GEBRUIK

Vullen met olie Gebruik 4-taktmotorolie. SAE 10W-30 is geschikt voor algemeen gebruik bij alle temperaturen. Andere viscositeiten kunnen gebruikt worden wanneer de gemiddelde omgevingstemperatuur binnen de opgegeven bereiken is.

  • Verwijder het oliefilterdeksel (21).
  • Vul het carter met de voorgeschreven hoeveelheid olie.
  • Breng het oliefilterdeksel weer aan. Vullen met brandstof Gebruik altijd brandstof die voldoet aan de volgende specicaties: ongelode benzine, octaangehalte minimaal 87. Vul nooit brandstof bij terwijl de machine draait. Laat de machine na gebruik minimaal 15 minuten afkoelen alvorens brandstof bij te vullen. Rook niet in de buurt van de machine of in de buurt van de brandstof. Vul nooit brandstof bij in de buurt van vonken, vlammen of open vuur.
  • Draai de brandstofkraan (20) dicht.
  • Verwijder het deksel (17) van de vulopening.
  • Giet de brandstof voorzichtig in de vulopening. Vul de tank niet verder dan de markering.
  • Breng het deksel weer op de vulopening aan. Aarding Voor het gebruik moet de generator worden geaard. Hierdoor voorkomt u statische lading die kan leiden tot elektrische schokken. Ook kunnen veiligheids- voorzieningen van de aangesloten elektrische toestellen hun werk doen (bv. lekstroomschakelaars). Sluit een afgeschermde geleider (minimum doorsnede 1,5 mm²) aan op de aardeconnector (6) en bevestig het andere einde aan een aardingspunt ( bv. radiator of waterleiding). GEBRUIK Starten van de motor Ontkoppel alle aangesloten apparaten voordat u de motor start.

4. Schuif de chokehendel naar de CHOKE-positie. Niet nodig als

5. Trek langzaam aan de starthendel totdat u weerstand voelt.

Breng de hendel terug naar zijn oorspronkelijke positie en trek snel. Trek het koord niet volledig uit. Laat na het starten de starthendel terugkeren naar zijn oorspronkelijke positie terwijl u de hendel nog steeds vasthoudt. Pak de draaggreep stevig vast om te voorkomen dat de generator omvalt wanneer u aan de starterhendel trekt.

6. Laat de motor warmdraaien.

7. Schuif de chokehendel terug naar de stand RUN.

8. Laat de motor enkele minuten zonder belasting draaien.

Uitschakelen Ontkoppel alle aangesloten apparaten.

Aanpassing aan de carburateur bij gebruik op grote hoogte Bij gebruik op grote hoogte kan het standaard lucht-brandstof- mengsel te rijk zijn waardoor prestaties zullen afnemen en het brandstofverbruik zal toenemen. Een zeer rijk mengsel zal ook de bougie vervuilen en een harde start veroorzaken. Als de generator op grote hoogte wordt gebruikt moet de hoofdsproeier worden vervangen of moet de stationairschroef worden afgesteld. Indien de generator altijd op grote hoogte wordt gebruikt moet de carburator worden aangepast. Neem hiervoor contact op met uw aankoopadres. Als de carburateur voor gebruik op grote hoogte is aangepast, zal het lucht-brandstofmengsel te arm zijn voor gebruik op lage hoogte waardoor de motor oververhit raakt en ernstig wordt beschadigd. De carburateur moet dan eerst in de originele staat worden teruggebracht.

AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK

Wisselstroom (AC) Start de motor zoals hiervoor beschreven. Controleer of de spanningsindicator (8) groen is. Om een elektrisch apparaat of machine aan te sluiten, steekt u de netstekker in de AC-contactdoos (14). Overbelastingsbeveiliging Het indicatielampje voor overbelasting gaat branden wanneer een overbelasting van een aangesloten elektrisch apparaat wordt gedetecteerd, de generator oververhit raakt of de AC- uitgangsspanning stijgt. De elektronische stroomonderbreker wordt dan geactiveerd en stopt de stroomtoevoer om de generator en alle aangesloten elektrische apparaten te beschermen. De spanningsindicator (groen) knippert en het overbelastingsbeveiliging (rood) gaat branden, waarna de motor stopt. Volg in dat geval de volgende stappen:

1. Schakel alle aangesloten elektrische apparaten uit en stop de

2. Verlaag het totale wattage van aangesloten elektrische

apparaten door een apparaat los te koppelen.

3. Controleer de ventilatiesleuven op verstoppingen. Verwijder

De AC-uitgang van de generator wordt automatisch gereset wanneer de motor wordt gestopt en vervolgens opnieuw wordt gestart. Het indicatielampje voor overbelasting kan eerst enkele seconden oplichten bij gebruik van elektrische apparaten die een grote startstroom vereisen, zoals een compressor of een dompelpomp. Dit is echter geen storing. Wisselstroom kan gelijktijdig met gelijkstroom worden gebruikt. Als beide tegelijk worden gebruikt mag het totale vermogen voor AC en DC niet worden overschreden: AC: 0,7 kVA, DC: 4 A. De meeste motoren vereisen meer dan hun nominale vermogen, bij het starten. Gelijkstroom (DC) (Alleen 55002) De DC-ingang (13) mag alleen worden gebruikt voor het opladen van een 12V-accu.

  • Zet de economyschakalaar in de stand OFF.
  • Sluit de laadkabel aan op de accu en vervolgens op de DC-ingang (13). Gevaar voor kortsluiting of vonken! Sluit de laadkabel altijd eerst aan op de accu. Koppel de kabel altijd eerst los van de generartor. Indien de kabel wordt aangesloten op een accu in een voertuig moet eerst de aardekabel van de accu worden losgekoppels om kortsluiting te voorkomen. Start de motor van het voertuig niet zolang de generator met de accu is verbonden. Hierdoor onstaat schade aan de generator.
  • Sluit de positieve klem aan op de positieve pool van de accu. Een foutieve aansluiting kan de generator en de acccu ernstig beschadigen. Indien de accuvloeistof met de huid in aanraking komt, spoelt u de huid onmiddellijk met stromend water af. Neutraliseer met een mild zuur, bijv. citroensap of azijn. In geval van contact met de ogen spoelt u de ogen gedurende minimaal 10 minuten met schoon stromend water af en raadpleegt een arts. DC-circuit beveiliging Koppel de accu los als de DC-circuitbeveiling (12) wordt geactiveerd. Wacht enkele minuten, druk de circuitbeveiling weer in en sluit de accu opnieuw aan.

REINIGING EN ONDERHOUD

Voor een goed functioneren en lange levensduur van de machine is regelmatige reiniging en onderhoud essentieel. Verricht geen reinigings- of onderhoudswerkzaamheden terwijl de motor draait. Rook niet tijdens onderstaande werkzaamheden. Voer geen werkzaamheden uit in de buurt van vonken, vlammen of open vuur.

  • Reinig regelmatig alle ventilatie openingen. Olie verversen U dient de olie na de eerste 20 bedrijfsuren te verversen, en vervolgens na iedere 100 uur of 6 maanden.

1. Plaats de machine op een vlakke ondergrond en laat de motor

enkele minuten warmdraaien. Stop vervolgens de motor en draai de brandstofkraan dicht. Draai de ontluchtingsknop van de brandstoftankdop met de klok mee.

2. Draai de schroef van de zijkant los en verwijder het deksel.

3. Verwijder het oliefilterdeksel (21).

4. Plaats een opvangbak onder de motor. Kantel de generator om

de olie volledig af te tappen.

5. Vul met motorolie.

6. Breng het oliefilterdeksel weer aan.

7. Plaats de zijkant en draai de schroef vast.

Reinigen van het luchtlter Het is erg belangrijk om het luchtlter in goede staat te houden. Vuil veroorzaakt door onjuist geïnstalleerd, onjuist onderhouden of een beschadigd luchtlter veroorzaakt schade en slijtage aan motor. Reinig het lter regelmatig.

1. Draai de schroef van de zijkant los en verwijder het deksel.

2. Verwijder het luchtfilterdeksel (22) en het filter.

3. Reinig het filter met behulp van spiritus of ethanol.

4. Knijp het filter uit. Niet wringen!

5. Dompel het filter in schone motorolie.

6. Knijp het filter uit en monteer het op zijn plaats.

7. Breng de het lichtfilterdeksel weer aan.

8. Plaats de zijkant en draai de schroef vast.

De motor mag nooit zonder het lter draaien; overmatige zuiger- en / of cilinderslijtage kan het gevolg zijn. Controleren van de bougie

  • Verwijder het bougiedeksel (4).
  • Neem de bougiekabel van de bougie.
  • Verwijder de bougie met behulp van de bougiesleutel.
  • Reinig de elektrode met behulp van een staalborstel.
  • Controleer de contactafstand (correcte waarde 0,6 - 0,7 mm), en stel deze indien nodig bij.
  • Breng de bougie en het bougiedeksel weer aan. Onderhoud van de vonkenvanger U dient de vonkenvanger elke 100 bedrijfsuren te reinigen.
  • Verwijder de schroeven van de geluiddemper (5).
  • Verwijder de vonkenvanger.
  • Reinig de vonkenvanger met een borstel.
  • Plaats de vonkervanger en monteer de geluiddemper.

Langdurige opslag van uw machine vereist een aantal preventieve maatregelen om problemen bij het opnieuw opstarten te voorkomen.

1. Leeg de brandstoftank

  • Verwijder de tankdop, laat de brandstof uit de brandstoftank lopen
  • Verwijder het deksel, tap de brandstof uit de carburateur door de aftapschroef los te draaien.
  • Verwijder de bougie, giet ongeveer een eetlepel SAE 10W30 motorolie in het bougiegat en installeer de bougie opnieuw.
  • Gebruik de trekstarter om de motor meerdere keren te draaien (met uitgeschakelde motorschakelaar).
  • Trek aan de trekstarter totdat u weerstand voelt.
  • Reinig de buitenkant van de generator en breng een roestbeschermingsmiddel aan.
  • Bewaar de generator, afgedekt, op een droge, goed geventileerde plaats.
  • De generator moet in verticale positie blijven. Reinig de generator nooit met water of een hogedruk- reiniger. Water in de generator kan kortsluiting of corrosie veroorzaken.7 NEDERLANDS TECHNISCHE GEGEVENS 55001 55002 Cilinderinhoud cc 40 99,2 Boring mm 39 52,4 Slag mm 33,5 46 Toerental (stationair) min
  • Niveau van de geluidsdruk op de werkplek. GARANTIE Voor de garantiebepalingen wordt verwezen naar de bijgevoegde garantievoorwaarden. MILIEU Verwerking Uw product, accessoires en verpakking moet worden gesorteerd voor milieuvriendelijke verwerking. Uitsluitend voor EG-landen Werp elektrisch gereedschap niet bij het huisvuil. Volgens de Europese Richtlijn 2002/96/EG voor Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur en de implementatie ervan in nationaal recht moet niet langer te gebruiken elektrisch gereedschap gescheiden worden verzameld en op een milieuvriendelijke wijze worden verwerkt. Wijzigingen voorbehouden; specicaties kunnen zonder opgave van redenen worden gewijzigd ONDERHOUDSSCHEMA Goed onderhoud verlengt de levensduur van de generator en zorgt voor een veilig en probleemloos gebruik. Voer nooit onderhoudswerkzaamheden uit terwijl de generator draait. handeling elk gebruik eerste maand of 10 uur elke 3 maanden of 50 uur elke 6 maanden of 100 uur elke 12 maanden of 300 uur bougie controleer de afstand van de elektrode en maak schoon, vervang indien nodig.

motorolie controleer niveau x vervang x luchtlter controleer x reinig en vervang indien nodig x brandstoflter reinig en vervang indien nodig x brandstofkraan controleer en stel bij als de motor is afgekoeld

uitlaatsysteem controleer op lekkage, draai de pakking opnieuw vast of vervang deze indien nodig

carburateur controleer de werking van de choke x koelsysteem controleer de ventilator x startsysteem controleer de trekstarter x ontkoling zo vaak als nodig is x bevestigingen controleer alle bevestigingen xHYUNDAI

  • volgens de bepalingen van de richtlijnen