Trumatic C 6002 EH - Ketel TRUMA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Trumatic C 6002 EH TRUMA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Trumatic C 6002 EH TRUMA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Trumatic C 6002 EH - TRUMA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Trumatic C 6002 EH van het merk TRUMA.
GEBRUIKSAANWIJZING Trumatic C 6002 EH TRUMA
- Sgocciolamento d'acqua dalla valvola di sicurezza/di scarico elettrica. – Nessuna tensione di alimentazione. – Fusibile stufa o veicolo difettoso. – La temperatura impostata sul unità di comando è inferiore alla temperatura ambiente. – Finestra aperto sopra il camino (interruttore da finestra). – Tensione della batteria insufficiente < 10,5 V. – Bombola del gas o valvola di chiusura rapida nel tubo di ali- mentazione del gas chiusa. – Alimentazione dell'aria interrotta. – Uscite per l'aria calda bloccate. – Regolatore della pressione del gas congelato. – Percentuale di butano della bombola del gas troppo elevata. – Nessuna tensione di alimentazione. – Il fusibile dell’apparecchio è difettoso. – È scattato l’interruttore anti-surriscaldamento. – Temperatura esterna sotto i 4°C. – Manca l'alimentazione della corrente di 12 V sulla valvola di scarico. – Temperatura esterna sotto gli 8°C. – Manca l'alimentazione della corrente di 12 V sulla valvola di scarico. – Pressione dell'acqua troppo alta. – Controllare la tensione della batteria da 12 V. – Controllare tutti i collegamenti a spina elettrici. – Controllare il fusibile dell’apparecchio (ved. Manutenzione). – Controllare il fusibile del veicolo. – Impostare la temperatura ambiente sul unità di comando ad un valore superiore. – Chiudere la finestra. – Caricare la batteria. – Controllare l'alimentazione del gas. – Controllare il camino per verificare l'eventuale presenza di ostruzioni. – In caso d'uso su imbarcazioni, aprire il camino a tetto. – Controllo delle singole aperture di uscita. – Utilizzare il regolatore dell'impianto deghiacciante (EisEx). – Utilizzare propano (il butano non è adatto per il riscaldamento particolarmente con temperature inferiori ai 10°C). – Controllare la tensione di alimentazione da 230 V ed i fusibili. – Controllare il fusibile dell’apparecchio (ved. Manutenzione). – Ripristinare l’interruttore anti-surriscaldamento (ved. Manutenzione). – Accendere il riscaldamento (in caso di temperature intorno ai 4°C e inferiori, la valvola di scarico si apre automaticamente). – Controllare la tensione di alimentazione da 12 V ed i fusibili. – Accendere il riscaldamento (senza riscaldamento, la valvola di scarico può essere richiusa solo in caso di temperature superiori agli 8°C). – Controllare la tensione di alimentazione da 12 V ed i fusibili. – Controllare la pressione della pompa (max. 2,8 bar). In caso di collegamento ad un'alimentazione dell'acqua centrale (collegamento regionale o urbano) deve essere impiegato un riduttore di pressione che impedisca il raggiungimento di pressioni superiori a 2,8 bar nel boiler. Istruzioni di ricerca guasti Anomalia Causa Rimedio Qualora queste misure non consentissero di eliminare l'anomalia, si prega di rivolgersi essenzialmente al servizio di assistenza Truma.30 Trumatic C 6002 EH 1 Bedieningsdeel 2 Energie-keuzeschakelaar 3 Tijdschakelklok ZUC 2 (toebehoren) 4 Kamertemperatuurvoeler 5 Koudwateraansluiting 6 Warmwateraansluiting 7 Gasaansluiting 8 Uitlaatopeningen voor warme lucht 9 Circulatieluchtterugvoer 10 Uitlaatgasafvoer 11 Verbrandingsluchttoevoer 12 Elektronische regeleenheid 13 Vermogenselektronica 14 Oververhittingsschakelaar 230 V 15 Waterreservoir (12 liter) 16 Ontsteker 17 Brander 18 Warmtewisselaar 19 Oververhittingsbeveiliging 20 Verwarmingselementen 230 V 21 Elektrische veiligheids-/aftapklep Functiebeschrijving Het combitoestel Trumatic C 6002 EH combineert de voordelen van een stationaire elektroverwarming met het hoge verwarmingsvermogen van een onafhankelijke gasverwarming. Onafhankelijk van het feit, of u in zomerstand alleen warm water of in winter- stand alleen warmte of warmte en warm water wilt produceren, staan u 3 moge- lijkheden voor het kiezen van de soort energie ter beschikking: – alleen gas (propaan/buta) voor onafhankelijk gebruik – alleen elektro (230 V) voor stationair gebruik op de camping – of gas en elektro (tegelijkertijd). Zomerstand (alleen warm water) Voor de bereiding van warm water gebruikt men ofwel de gaswerking of de elektrower- king 230 V. De watertempera- tuur kan ingesteld worden op 40°C of 60°C. Bij gaswerking kiest het toestel automatisch de klein- ste brandertrap met 2000 W. Door de eigen accu 12 V van stroom voorzien regelt de volautomatische besturing de watertemperatuur. Voor de elektrowerking kan, overeenkomstig de be- veiliging op de camping, een vermogen van 900 W (3,9 A) of 1800 W (7,8 A) handmatig gekozen worden. De mengwerking (gas en elektro tegelijkertijd) is niet mogelijk. Bij deze instelling kiest het toestel au- tomatisch de elektrowerking met het gekozen vermogen van 900 W of 1800 W. De gasbrander wordt niet ingeschakeld. Winterstand (warmte en warm water) Voor gebruik in de winter kan gebruik gemaakt worden van alle 3 mogelijkheden voor energiekeuze. Bij gaswerking kiest het toestel naargelang vermo- gensvraag (dit blijkt uit het temperatuurverschil tussen ingestelde en momentele binnentemperatuur) auto- matisch de noodzakelijke brandertrap (2000 W, 4000 W of max. 6000 W). De voor de verdeling van warme lucht noodzakelijke circulatielucht- ventilator alsmede de volau- tomatische besturing voor de binnentemperatuur- en veiligheidsbewaking worden door de eigen accu 12 V van stroom voorzien. Voor de elektrowerking kan, overeenkomstig de be- veiliging op de camping, een vermogen van 900 W (3,9 A) of 1800 W (7,8 A) handmatig voorgekozen worden. Bij een grotere behoefte aan vermogen (b.v. opwarmen of lage buiten- temperaturen) moet echter de gas- of mengwerking gekozen worden, aangezien de elektrowerking 230 V met een verwarmingsvermo- gen van maximaal 1800 W slechts een secundaire verwarming is. In mengwerking staat u indien nodig het volle ver- warmingsvermogen van max. 7800 W (gas 6000 W + stroom 1800 W) ter be- schikking. Deze combinatie garandeert snelle opwarm- tijden, ook bij extreem lage buitentemperaturen. Het noodzakelijke verwarmings- vermogen (blijkt uit het temperatuurverschil tussen ingestelde en momentele binnentemperatuur) kiest het toestel automatisch. Bij een slechts geringe vermogens- vraag (b.v. voor het behoud van de binnentemperatuur) wordt de voorkeur gegeven aan de elektrowerking 230 V. De gasbrander schakelt pas bij een hogere vermogens- vraag in resp. schakelt bij het opwarmen eerst uit. Verwarmen is in alle modi (gas-, elektro- en mengwerking) altijd zowel met als zonder waterin- houd onbeperkt mogelijk.31 Gebruiksaanwijzing l = Zomerstand (watertem- peratuur 40°C of 60°C) m = Winterstand (verwarmen zonder warmwatervraag) n = Winterstand (verwarmen met warmwatervraag) p = Draaischakelaar „uit“ q = Gele controlelamp „boiler opwarmfase“ r = Rode controlelamp „storing“ Bij gebruik van voertuigspeci- fieke schakelaars a.u.b. goed nota nemen van de gebruiks- aanwijzing van de voertuigfa- brikant. Kamerthermostaat
s = Kamertemperatuurvoeler Voor het meten van de ka- mertemperatuur bevindzt zich in het voertuig een exter- ne kamertemperatuurvoeler (s). De positie van de voeler wordt door de voertuigfabri- kant, al naargelang voertuig- type individueel afgestemd. Meer informatie vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw voertuig. De thermostaatinstelling op het bedieningsdeel (1 – 9) moet conform warmtebe- hoefte en constructie van het voertuig individueel vastge- steld worden. Voor een ge- middelde kamertemperatuur van ca. 23°C adviseren wij een thermostaatinstelling van ca. 6 – 8. Ingebruikname Vóór de ingebruikname a.u.b. absoluut controleren:
1. Is de schoorsteen vrij?
Eventuele afdekkingen abso- luut verwijderen, bij gebruik op boten dekschoorsteen openen.
2. Zijn de gasfles en de
snelsluitende kraan in de gastoevoerleiding open?
3. Is de beveiliging van de
stroomvoorziening 230 V op de camping voldoende voor het ingestelde vermogen (900 W of 1800 W)?
4. Is de stroomtoevoerkabel
voor de caravan helemaal van de kabelhaspel gerold? Voor ingebruikname die- nen eerst de Gebruiksaan- wijzing en de „Belangrijke bedieningsvoorschriften“ te worden doorgenomen! De voertuigbezitter is ervoor verantwoordelijk dat het ap- paraat op correcte wijze kan worden bediend. Vóór het eerste ge- bruik in ieder geval de gehele watervoorziening met verwarmd zuiver water goed doorspoelen. Wanneer de kachel niet in werking is, moet bij vorstgevaar het wa- ter absoluut worden afgetapt! U kunt in geval van vorst- schade geen aanspraak maken op de garantie! Ook vóór herstellingen van of onderhoudswerkzaamheden aan het voertuig (in de ga- rage!) moet het water worden afgetapt, omdat de elektri- sche veiligheids-/aftapkraan zonder stroomtoevoer auto- matisch wordt geopend! Energie- keuzeschakelaar
- Alleen winterstand! In de zomerstand kiest het toestel automatisch de elektrowerking met het voorgekozen elektrische vermogen van 900 W of 1800 W. Bedieningdeel Trumatic C 40° 60° 60°
j = Draaiknop voor kamer- temperatuur (1 – 9) k = Groene controlelamp „werking“ Verwarmen is in alle modi (gas-, elektro- en mengwerking) altijd zowel met als zonder waterin- houd onbeperkt mogelijk. Zomerstand (alleen warm water)
1. Op de energie-keuzescha-
kelaar de gewenste modus (gas- of elektrowerking) instellen. In de zomerstand is mengwerking (gas en elektro) niet mogelijk. Bij deze instelling kiest het toestel au- tomatisch de elektrowerking met het voorgekozen elektri- sche vermogen van 900 W of 1800 W.
2. Op het bedieningsdeel de
draaischakelaar op zomer- stand (I) 40°C of 60°C zetten. Na het inschakelen branden de groene werking-contro- lelamp (k) en de gele op- warm-controlelamp (q) op het bedieningsdeel. Bij elektro- werking brandt op de ener- gie-keuzeschakelaar ook nog de gele controlelamp (h) en signaleert de werking 230 V. Na bereiken van de ingestel- de watertemperatuur (40°C of 60°C) schakelt het toestel uit en de gele opwarm-controle- lamp (q) gaat uit. Winterstand Verwarmen met warmwater-vraag
2. Op het bedieningsdeel de
draaiknop (j) op de gewenste thermostaatstand (1 – 9) voor de binnentemperatuur draaien.
3. Op het bedieningsdeel
de draaischakelaar op „n“ zetten. Na het inschakelen branden de groene werking-contro- lelamp (k) en de gele op- warm-controlelamp (q) op het bedieningsdeel. Bij elektro- werking brandt op de ener- gie-keuzeschakelaar ook nog de gele controlelamp (h) en signaleert de werking 230 V. Naargelang modus (gas-, elektro- of mengwerking) en vermogensvraag (tempera- tuurverschil tussen ingestelde en momentele binnentem- peratuur) kiest het toestel automatisch de benodigde vermogenstrap tot max. 7800 W. Tot het bereiken van de ingestelde binnentempera- tuur schakelt het toestel trapsgewijs terug. Is deze bereikt, terwijl het water nog opgewarmd moet worden, dan schakelt de circulatie- luchtventilator uit en de wa- terinhoud wordt verder op de kleinste vermogenstrap tot 60°C opgewarmd. Afhankelijk van het verwarmingsvermogen voor het bereiken van de bin- nentemperatuur kan het wa- ter tot max. 80°C opgewarmd worden. De gele controlelamp (q) geeft de opwarmfase van het warm water aan en dooft na bereiken van de watertempe- ratuur (60°C). Verwarmen zonder warmwater-vraag
1. Op het bedieningsdeel de
draaiknop (j) op de gewenste thermostaatstand (1 – 9) voor de binnentemperatuur draaien.
3. Op het bedieningsdeel
de draaischakelaar op „m“ zetten. Na het inschakelen brandt de groene werking-controlelamp (k) op het bedieningsdeel. Bij elektrowerking brandt op de energie-keuzeschakelaar ook nog de gele controlelamp (h) en signaleert de werking 230 V. In deze stand brandt de gele controlelamp (q) alleen bij watertemperaturen beneden 10°C! Naargelang modus (gas-, elektro- of mengwerking) en vermogensvraag (tempera- tuurverschil tussen ingestelde en momentele binnentem- peratuur) kiest het toestel automatisch de benodigde vermogenstrap tot max. 7800 W.32 Gebruiksaanwijzing Storing elektrowerking Bij een storing in de elektro- werking gaat op de energie- keuzeschakelaar de gele controlelamp (h) uit. Mogelijke oorzaken vindt u in de instructies voor het opsporen van fouten. Wordt tijdens werking de stroomvoorziening 230 V slechts voor korte tijd onderbroken, dan loopt de verwarming daarna normaal verder. Elektrische veiligheids-/aftapklep a = Druknop „gesloten“ b = Drukknop „aftappen“ Het aftapklep wordt met behulp van een spoel in gesloten toestand gehouden. Om de accu niet onnodig te belasten, adviseren wij het aftapklep te sluiten als het langer niet wordt gebruikt! Bij temperaturen beneden 4°C aan de veiligheids-/aftap- klep kan de boiler uit zichzelf leeglopen als het apparaat niet in bedrijf is (ook bij sto- ringen)! Om waterverlies te voorkomen, het toestel inscha- kelen (zomer- of winterbedrijf) en het veiligheids-/aftapklep aan de bedieningsknop door omhoogtrekken weer sluiten (stand a). Als de kachel niet aan staat, kan de veiligheids-/aftapklep pas bij temperaturen boven 8°C weer worden gesloten! Het aftapaansluitstuk van de elektrische veiligheids-/aftap- klep moet altijd vrij worden gehouden van vuil (spat- sneeuw, ijs, bladeren, etc.)! U kunt in geval van vorst- schade geen aanspraak maken op de garantie! Na bereiken van de op het bedieningsdeel ingestelde binnentemperatuur schakelt de verwarming (onafhankelijk van de watertemperatuur) uit. Bij gevulde boiler wordt het water automatisch meeverwarmd. Afhankelijk van het verwarmingsvermo- gen en de verwarmingsduur kan de watertemperatuur max. 80°C bereiken. Uitschakelen Voor uitschakelen op het bedieningsdeel de draaischa- kelaar op „p“ zetten. Na het uitschakelen kan de ventilator voor benutting van de restwarmte nog nalopen. Om een abusievelijke overbelasting van het elektriciteitsnet bij een hernieuwde inbedrijfstel- ling te vermijden, is het aan te raden, het toestel na het uitschakelen met de energie-keuzeschake- laar op gaswerking te zetten. Bij vorstgevaar moet het water absoluut worden afgetapt! Sluit de snelsluitkraan in de gastoevoerleiding en draai de gasfles dicht wanneer het toestel gedurende lange tijd niet wordt gebruikt. Storing gaswerking Bij een storing in de gaswer- king gaat op het bedienings- deel de rode controlelamp (r) branden. Mogelijke oorzaken vindt u in de instructies voor het opsporen van fouten. De ontgrendeling geschiedt door uitschakelen en opnieuw inschakelen. Wordt de vensterschakelaar geopend en weer gesloten, dan komt dit overeen met Uit/ Aan op het bedieningspaneel (b.v. bij storingreset)! Vindt tijdens de meng- werking een uitschake- ling door een storing plaats (b.v. door een lege gasfles), dan loopt de verwarming verder in de elektrowerking. De boiler vullen
1. Sluit de elektrische vei-
ligheids-/aftapklep door de knop omhoog te trekken (stand a). Bij temperaturen van rond de 8°C en lager moet eerst de kachel of de boiler worden ingeschakeld, zodat de kraan niet weer open gaat!
2. Schakel de stroomtoevoer
naar de waterpomp in (via hoofdschakelaar of pomp- schakelaar).
3. Draai de warmwaterkranen
in keuken en badkamer open (mengkranen of kranen met één hefboom stelt u in op de stand „warm”). Laat de kranen openstaan totdat alle lucht in de boiler door water is vervangen en water uit de kranen stroomt. Wanneer alleen de koudwaterinstallatie zonder boiler wordt gebruikt, zal de boiler toch met water worden gevuld. Om vorst- schade te vermijden, moet het water via de veiligheids-/ aftapklep worden afgetapt, zelfs wanneer de boiler niet wordt gebruikt. Als alternatief kunnen twee heetwaterbe- stendige blokkeerkleppen voor de koud- en warmwater- aansluiting worden gemon- teerd. Bij aansluiting op een centrale watervoor- ziening (nationaal of lokaal) moet een waterdrukregelaar worden gebruikt, om te voor- komen dat hogere drukwaar- den dan 2,8 bar in de boiler kunnen ontstaan. De boiler aftappe
1. Schakel de stroomtoevoer
naar de waterpomp uit (via de hoofdschakelaar of de pompschakelaar).
ligheids-/aftapklep door de drukknop in te drukken (stand b). De boiler wordt nu via de veiligheids-/aftapklep direct naar buiten geleegd. Door een emmer met dienovereen- komstige inhoud eronder te plaatsen, controleren of de waterinhoud helemaal weg- loopt (12 liter). U kunt in ge- val van vorstschade geen aanspraak maken op de garantie!33 Onderhoud Belangrijke bedieningsvoorschriften Oververhittings- beveiliging 230 V De verwarmingswerking 230 V heeft een mechanische oververhittingsschakelaar. Wordt b.v. tijdens werking of tijdens de nalooptijd de stroomvoorziening 12 V on- derbroken, dan kunnen de in het toestel heersende tempe- raturen de oververhittingsbe- veiliging activeren. Voor het resetten van de oververhittingsbeveiliging de verwarming laten afkoe- len, dan de afdekkap op de vermogenselektronica (13) omhoog schuiven en de rode knop indrukken. Het waterreservoir is ge- maakt van roestvrij staal dat geschikt is voor levens- middelen. Gebruik wijnazijn om de boi- ler te ontkalken. Gebruik de watertoevoer om het produkt in de boiler te brengen. Laat het produkt inwerken en spoel de boiler vervolgens grondig met vers water door. Voor ontsmetting adviseren wij „Certisil-Argento“. Andere produkten, in het bijzonder chloorhoudende, zijn niet geschikt. Om een nederzetting door mikro-organismen te voorko- men, dient de boiler in regel- matige afstanden op 70°C te worden verwarmd (enkel bij winterbedrijf bereikbaar). Het water niet als drinkwater gebruiken! Zekeringen 12 V De toestelzekeringen 12 V bevinden zich op de elektro- nische regeleenheid (12) op het toestel. Deze zekeringen voor zwak- stroom mogen uitsluitend vervangen worden door zeke- ringen van hetzelfde type. F1: 6,3 A, traag F2: 1,6 A, traag Zekering 230 V Zekeringen en netaansluitka- bels mogen uitsluitend door een erkende vakman vervan- gen worden! Vóór het openen van de behuizing voor de vermogenselektronica moet het toestel met alle polen van het net losgekoppeld worden. De toestelzekering 230 V bevindt zich op de vermo- genselektronica (13) op het toestel. Deze zekering voor zwak- stroom mag uitsluitend vervangen worden door een zekering van hetzelfde type: 10 A, traag, uitschakelvermo- gen „H“. Voor onderhouds- en repa- ratiewerkzaamheden mogen uitsluitend originele reserve- onderdelen van Truma gebruikt worden.
1. Werd de schoorsteen in de
buurt resp. direct onder een te openen venster geplaatst, dan moet het toestel voorzien zijn van een automatische uitschakelinrichting, om wer- king bij geopend venster te verhinderen.
2. Regelmatig, vooral na
lange reizen, moet worden gecontroleerd of de gecom- bineerde aan-/afvoerpijp niet is beschadigd en of de aan- sluitingen nog intact zijn. Dit geldt ook voor het toestel zelf en de schoorsteen.
3. Na een kleine interne gas-
ontploffing (foutieve ontste- king) moet de rookgasafvoer door een vakbekwaam mon- teur worden gecontroleerd!
4. De schoorsteen voor
de afvoer van rookgas en de toevoer van verbran- dingslucht moet altijd vrij worden gehouden van vuil (spatsneeuw,ijs, bladeren, enz.).
5. De gasbrander werkt met
ondersteuning van een venti- lator, daardoor is een correct functioneren ook tijdens het rijden gewaarborgd. Voor ge- bruik tijdens het rijden moet rekening gehouden worden met eventuele nationale beperkingen.
6. De ingebouwde tempera-
tuurbegrenzer sluit de gastoe- voer af wanneer het apparaat te heet wordt. Daarom mo- gen de warmeluchtuitlaten en de recicurlaitieopening niet worden afgesloten.
7. De bij het apparaat ge-
leverde gele sticker met waarschuwingen voor de gebruiker moet door de in- bouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker duidelijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de klerenkast)! Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen.
8. Voor verwarming tijdens
het rijden is in richtlijn 2004/78/EG voor campers een veiligheidsafsluitinrich- ting voorgeschreven. Voor verwarming tijdens het rijden raden wij voor caravans ook een veiligheidsafsluitinrich- ting aan. De gasdrukregelaar Truma SecuMotion voldoet aan deze eis. Wanneer geen gasdruk- regelaar Truma SecuMotion geïnstalleerd is, moet de gasfles tijdens het rijden gesloten zijn en er moeten waarschuwings- bordjes in de flessenkast en in de buurt van het be- dieningspaneel aangebracht worden.34 Algemene veiligheidsinstructies Accessoires parkeergarages, garages of op veerboten niet gebruikt worden.
5. Bij eerste ingebruikname
van een spiksplinternieuw toestel (resp. na een langere periode van stilstand) kan gedurende een korte tijd een lichte rook- en geurontwikke- ling optreden. Het is zinvol, het toestel in meng-/zomer- werking (60°C) meerdere malen op te warmen en te zorgen voor een goede ventilatie van het vertrek.
6. Een ongewoon brander-
geluid kan duiden op een regelaardefect en maakt een controle van de regelaar noodzakelijk.
7. Voorwerpen die gevoelig
zijn voor warmte (bijv. spuit- bussen) mogen niet in het inbouwframe van de verwar- ming worden opgeborgen omdat het hier eventueel tot verhoogde temperaturen kan komen.
8. Voor de gasinstallatie
mogen alleen drukregelin- richtingen conform EN 12864 (voor voertuigen) resp. EN ISO 10239 (voor boten) met een vaste uitgangs- druk van 30 mbar gebruikt worden. De doorstromings- snelheid van de drukregelin- richting moet minimaal over- eenkomen met het maximale verbruik van alle door de in- stallatiefabrikant ingebouwde toestellen. Voor voertuigen adviseren wij de Truma gasdrukregelaar SecuMotion resp. voor de gasinstallatie met twee fles- sen de automatische omscha- kelklep Truma DuoComfort. Bij temperaturen rond 0°C en lager moet de gasdrukrege- laar resp. de omschakelklep gebruikt worden met de ijs- bestrijdingsinstallatie EisEx. Er mogen uitsluitend voor het land van gebruik geschikte regelaar-aansluitslangen die voldoen aan de eisen van het land, gebruikt worden. Deze moeten regelmatig gecontro- leerd worden op broosheid. Voor gebruik in de winter mo- gen uitsluitend winterharde speciale slangen gebruikt worden. Drukregelapparatuur en slangleidingen dienen uiterlijk 10 jaar (bij zakelijk gebruik 8 jaar) na de fabricagedatum door nieuwe te worden vervangen. Hiervoor is de gebruiker verantwoordelijk. Bij lekken in de gasinstal- latie of wanneer een gasreuk wordt waargenomen: – alle open vlammen blussen – niet roken – de apparate uitschakelen – sluit de gasfles – ramen en deuren openen – zet geen elektrische apparaten aan – laat de hele installatie door een vakbekwaam monteur controlen! Reparaties mogen alleen door vakbe- kwarme monteurs worden uitgevoerd! Na elke demontage van de rookgasafvoerbuis moet een nieuwe O-ring gemonteerd worden!
1. Iedere wijziging aan het
apparaat (met inbegrip van rookafvoer en schoorsteen) of het gebruik van reserveon- derdelen en voor het functio- neren belangrijke accessoires (bijv. tijdschakelklok) die geen originele Truma onderdelen zijn, als ook het niet opvolgen van de inbouw- en gebruiks- handleiding leidt ertoe dat de garantie vervalt en dat claims m.b.t. aansprakelijkheid zijn uitgesloten. Bovendien ver- valt hierdoor de gebruikstoe- lating voor het apparaat en in sommige landen ook voor het voertuig.
2. De werkdruk van de gas-
voorziening moet overeen- stemmen met de werkdruk van het toestel (30 mbar).
3. LPG-installaties moeten
voldoen aan de technische en administratieve voorschrif- ten van het betreffende land van gebruik (in Europa b.v. EN 1949 voor voertuigen of EN ISO 10239 voor boten). Nationale voorschriften en re- gelingen (in Duitsland b.v. het DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor bo- ten) moeten in acht genomen worden. De keuring van de gasin- stallatie moet iedere 2 jaar door een vakman herhaald worden en eventueel beves- tigd worden in de keurings- verklaring (in Duitsland b.v. conform DVGW-werkblad G 607 voor voertuigen of G 608 voor boten). De eigenaar van het voer- tuig is zelf verantwoorde- lijk voor de keuring ervan.
4. Generatorgastoestellen
mogen bij het tanken, in MODIMIDOFRSASO
Truma tijdschakelaar ZUC 2, incl. verbindingskabel van 3 m (art.-nr. 34042-01). Afstandsbediening voor elek- trische veiligheids-/aftapklep incl. verbindingskabel van 3 m (art.-nr. 34170-01). De elektrische accessoires zijn uitgerust met een stekker en kunnen afzonderlijk worden aangesloten. Verlengkabel voor het be- dieningspaneel, de tijdscha- kelaar ZUC 2 alsook het bedieningspaneel voor de afstandsbediening van het aftapklep staan desgewenst ter beschikking. Schoorsteenverlengstuk KVC voor overwintering (art.-nr. 34070-01). Tijdens het rijden moet de schoorsteenverlenging weggenomen worden. Doorvoering voor caravaniso- latiedak (art.-nr. 34080-01). Standaard levert Truma bij elk bedieningsdeel/elke tijd- schakelklok een passend afdekraampje in de kleur agaatgrijs. Als speciaal toebehoren zijn afdekraampjes in meerdere kleuren verkrijgbaar alsmede als afsluiting naar het afde- kraampje zijdelen in 8 ver- schillende kleuren. Vraag a.u.b. uw leverancier. Koppelclips (art.-nr. 34000-65900). Voor de montage van meer- dere Truma bedieningsdelen naast elkaar. Opbouwraampje voor de Truma bedieningsdelen (art.-nr. 40000-52600). Een combinatie met de zijdelen is niet mogelijk.35 Garantieverklaring van de fabrikant Truma Technische gegevens vastgesteld conform EN 624 resp. Truma keuringsvoorwaarden Gassoort: generatorgas (propaan/buta) Werkdruk: 30 mbar Waterinhoud: 12 liter Opwarmtijd van ca. 15°C tot ca. 60°C: zomerstand/gaswerking: ca. 30 min. (gemeten volgens EN 15033 zomerstand/elektrowerking (1800 W): ca. 45 min. winterstand: ca. 60 min. en meer (afhankelijk van het afgegeven verwarmingsvermogen) Waterdruk: max. 2,8 bar Nominaal verwarmingsvermogen: propaan-/butagas: 2000 W, 4000 W, 6000 W elektrisch: 900 W, 1800 W Gasverbruik: 170 – 480 g/uur Luchtvolumestroom: max. 287 m³/uur (vrij uitblazend, zonder warme-luchtbuis) Opgenomen stroom bij 12 V: verwarming + boiler: 0,2 – 5,6 A boiler opwarmen: 0,4 A ruststroom: 0,001 A Opgenomen stroom van de elektrische veiligheids-/ aftapklep bij 12 V: 0,035 A Opgenomen stroom bij 230 V: 900 W (3,9 A) of 1800 W (7,8 A) Gewicht: ca. 18,7 kg (zonder waterinhoud) Conformiteitsverklaring: De Trumatic C 6002 EH is door de DVGW gekeurd en voldoet aan de gastoestel-richtlijn (90/396/EEG) alsmede aan de tevens geldende EG-richtlijnen. Voor EU-landen is het CE-product- identificatienummer beschikbaar: CE-0085AS0122. De verwarming voldoet aan de verwarmingsrichtlijn 2001/56/EG met supplementen 2004/78/EG en 2006/119/EG en draagt het typekeuringsnummer: e1 00 0146. De verwarming voldoet aan de richtlijn voor radio-ontstoring van motorvoertuigmotoren 72/245/EEG met aanvullingen 2004/104/EG en 2005/83/EG en draagt het typegoedkeurings- nummer: e1 03 2499. De verwarming voldoet aan de EMC-richtlijn 89/336/EEG en de laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG. Technische wijzigingen voorbehouden! wordt ingezet. Werkzaamhe- den van de afdeling klanten- service in andere landen val- len niet onder de garantie. Bijkomende kosten voor extra in- en uitbouwwerkzaam- heden aan het toestel (bijv. demontage van meubel- of carrosserie-onderdelen) val- len niet onder de garantie.
garantieclaim Het adres van de fabrikant luidt: Truma Gerätetechnik GmbH & Co. KG, Wernher-von-Braun-Straße 12, 85640 Putzbrunn. In Duitsland moet bij storin- gen altijd contact opgeno- men worden met de Truma servicecentrale; in andere landen staan de betreffende servicepartners (zie adressen- lijst) ter beschikking. Klachten moeten ander omschreven worden. Verder moet de correct ingevulde garantie- oorkonde overgelegd worden of het fabricagenummer van het toestel alsmede de datum van aankoop aangegeven worden. Om de fabrikant in staat te stellen, te controleren of er sprake is van een geval dat onder de garantie valt, moet de consument het toestel voor zijn risico naar de fabrikant brengen of naar deze opsturen. Bij schade aan verwarmingselementen (warmtewisselaars) moet ook de gasdrukregelaar worden meegestuurd. Bij opsturen naar de fabriek dient het toestel als vracht- goed verzonden te worden. Indien het geval onder de garantie valt, draagt de fa- briek de transportkosten resp. kosten van opsturen en terugsturen. Als niet op garantie aanspraak kan wor- den gemaakt, informeert de fabrikant de klant hierover en geeft aan welke kosten niet voor rekening van de fabri- kant zijn. Bovendien zijn in dit geval de verzendkosten voor rekening van de klant.
1. Gevallen waarin op
garantie aanspraak kan worden gemaakt De fabrikant biedt garantie voor defecten aan het toestel die worden veroorzaakt door materiaal- of fabricagefouten. Daarnaast blijven ook de bij de wet bepaalde voorwaar- den voor aanspraak op garantie van kracht. Er kan geen aanspraak op de garantie worden gemaakt: – Voor aan slijtage onderhe- vige onderdelen en natuur- lijke slijtage, – door gebruik van andere dan originele Truma onder- delen in de apparaten en bij gebruik van ongeschikte gasdrukregelaars, – indien de inbouw- en ge- bruiksaanwijzingen van Truma niet werden aange- houden, – als gevolg van ondeskun- dig gebruik, – als gevolg van een ondes- kundige, niet door Truma geleverde transportverpak- king.
garantie De garantie geldt voor defec- ten in de zin van punt 1, die binnen de 24 maanden na het sluiten van de verkoop-over- enkomst tussen de verkoper en de eindgebruiker onstaan. De fabrikant zal dergelijke gebreken alsnog verhelpen, d.w.z. naar eigen keuze her- stellen of voor een vervan- gende levering zorgdragen. Indien de fabrikant dit onder garantie verhelpt, begint de garantietermijn voor het gerepareerde of vervangen onderdeel niet opnieuw, maar valt het verder onder de oude garantietermijn. Andere aan- spraken, met name vervan- ging bij schade voor de koper of derden is uitgesloten. De voorschriften van de wet op produkt-aansprakelijheid blij- ven onverminderd gelden. De kosten voor het beroep dat op de eigen service-afde- ling van Truma wordt gedaan om een defect te herstellen dat onder de garantie valt, met name transport-, ver- plaatsings-, arbeids- en ma- teriaalkosten, worden door de fabrikant gedragen, als de service-afdeling in Duitsland36 Gaswerking
- Na het inschakelen (winter- en zomerstand) brandt de groene controlelamp op het bedieningsdeel niet.
- Na het inschakelen brandt de groene controlelamp, echter de verwarming brandt niet.
- Na het inschakelen van de verwarming knippert de rode controlelamp.
- Ca. 30 sec. na het inscha- kelen van de verwarming brandt de rode controle- lamp permanent.
- Verwarming schakelt na een langere gebruiksduur op storing. Elektrowerking 230 V
- Na het inschakelen brandt op het bedieningsdeel de groene controlelamp, de gele controlelamp op de energie-keuzeschakelaar brandt niet en de verwar- ming wordt niet warm. Watervoorziening
- Na het uitschakelen van de warming opent de elektri- sche veiligheids-/aftapklep. – Ook na inschakelen van de verwarming blijft de klep open.
- De elektrische veiligheids-/ aftapklep kan niet meer gesloten worden. – Ook na inschakelen van de verwarming blijft de klep open.
SimpelGids