MAKITA DGA508Y1J - Vermaler

DGA508Y1J - Vermaler MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DGA508Y1J MAKITA in PDF-formaat.

📄 112 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MAKITA DGA508Y1J - page 49
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MAKITA

Model : DGA508Y1J

Categorie : Vermaler

Download de handleiding voor uw Vermaler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DGA508Y1J - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DGA508Y1J van het merk MAKITA.

GEBRUIKSAANWIJZING DGA508Y1J MAKITA

Haakse accuslijpmachine GEBRUIKSAANWIJZING 49

  • In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
  • De technische gegevens van de accu kunnen van land tot land verschillen.
  • Gewicht, inclusief accu, volgens de EPTA-procedure 01/2003 Gebruiksdoeleinden Het gereedschap is bedoeld voor het slijpen, schuren en doorslijpen van metaal en steen zonder gebruik van water. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN60745: Model DGA408 Geluidsdrukniveau (L

): 79 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) Het geluidsniveau kan tijdens gebruik hoger worden dan 80 dB (A). WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN60745: Model DGA408 Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met normale zijhandgreep Trillingsemissie (a h, AG ): 4,5 m/s

Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met trillingsbestendige zijhandgreep Trillingsemissie (a h, AG ): 4,5 m/s

Gebruikstoepassing: schuren met schijf met normale zijhandgreep Trillingsemissie (a h, DS ): 2,5 m/s

Gebruikstoepassing: schuren met schijf met trillingsbe- stendige zijhandgreep Trillingsemissie (a h, DS ): 2,5 m/s

Model DGA458 Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met normale zijhandgreep Trillingsemissie (a h, AG ): 5,5 m/s

Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met trillingsbestendige zijhandgreep Trillingsemissie (a h, AG ): 5,0 m/s

Gebruikstoepassing: schuren met schijf met normale zijhandgreep Trillingsemissie (a h, DS ): 2,5 m/s

Gebruikstoepassing: schuren met schijf met trillingsbe- stendige zijhandgreep Trillingsemissie (a h, DS ): 2,5 m/s

Model DGA508 Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met normale zijhandgreep Trillingsemissie (a h, AG ): 6,0m/s

Gebruikstoepassing: slijpen van oppervlakken met trillingsbestendige zijhandgreep Trillingsemissie (a h, AG ): 5,5 m/s

Onzekerheid (K): 1,5 m/s 250 NEDERLANDS Gebruikstoepassing: schuren met schijf met normale zijhandgreep Trillingsemissie (a h, DS ): 2,5 m/s

Gebruikstoepassing: schuren met schijf met trillingsbe- stendige zijhandgreep Trillingsemissie (a h, DS ): 2,5 m/s

OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroffen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). WAARSCHUWING: De opgegeven trilling- semissiewaarde geldt voor de voornaamste toe- passingen van het elektrisch gereedschap. Als het elektrisch gereedschap echter voor andere toepas- singen wordt gebruikt, kan de trillingsemissiewaarde daarvoor anders zijn. EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen en alle instructies. Het niet vol- gen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuslijpmachine Gemeenschappelijke veiligheidswaarschu- wingen voor slijp-, schuur-, draadborstel- en doorslijpwerkzaamheden:

Dit elektrisch gereedschap is bedoeld voor gebruik als slijp-, schuur-, draadborstel- of doorslijpge- reedschap. Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, afbeeldingen en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap worden geleverd. Als u nalaat alle onderstaande instructies te volgen, kan dit leiden tot een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel.

2. Werkzaamheden zoals polijsten worden niet

aangeraden met dit elektrisch gereedschap. Werkzaamheden waarvoor dit elektrisch gereed- schap niet is bedoeld kunnen gevaarlijke situaties opleveren en tot persoonlijk letsel leiden.

3. Gebruik geen accessoires die niet speciek

zijn ontworpen en aanbevolen door de fabri- kant van het gereedschap. Ook wanneer het accessoire kan worden aangebracht op uw elek- trisch gereedschap, is een veilige werking niet gegarandeerd.

4. Het nominale toerental van het accessoire

moet minstens gelijk zijn aan het maximumto- erental vermeld op het elektrisch gereedschap. Accessoires die met een hoger toerental draaien dan hun nominaal toerental kunnen stuk breken en in het rond vliegen.

5. De buitendiameter en de dikte van het acces-

soire moeten binnen het capaciteitsbereik van het elektrisch gereedschap vallen. Accessoires met verkeerde afmetingen kunnen niet afdoende worden afgeschermd of beheerst.

6. Als accessoires met schroefdraadbevestiging

worden aangebracht, moet de schroefdraad overeenkomen met de asschroefdraad van de slijpmachine. Als accessoires met ensbeves- tiging worden aangebracht, moet het asgat van het accessoire overeenkomen met de diameter van de pasrand op de ens. Accessoires die niet overeenkomen met de bevestigingshard- ware van het elektrisch gereedschap, zullen niet gebalanceerd draaien en buitensporig trillen, en kunnen leiden tot verlies van controle over het gereedschap.

7. Gebruik nooit een beschadigd accessoire.

Inspecteer het accessoire vóór ieder gebruik, bijvoorbeeld een slijpschijf op ontbrekende schilfers en barsten; een rugschijf op barsten, scheuren of buitensporige slijtage; en een draadborstel op losse of gebroken draden. Nadat het elektrisch gereedschap of acces- soire is gevallen, inspecteert u het op schade of monteert u een onbeschadigd accessoire. Na inspectie en montage van een accessoire, zorgt u ervoor dat u en omstanders niet in het rotatievlak van het accessoire staan, en laat u het elektrisch gereedschap draaien op het maximaal, onbelast toerental gedurende één minuut. Beschadigde accessoires breken normaal gesproken in stukken gedurende deze testduur.51 NEDERLANDS

8. Draag persoonlijke-veiligheidsmiddelen.

Afhankelijk van de toepassing gebruikt u een spatscherm, een beschermende bril of een veiligheidsbril. Al naar gelang de toepassing draagt u een stofmasker, gehoorbeschermers, handschoenen en een werkschort die in staat zijn kleine stukjes slijpsel of werkstukfrag- menten te weerstaan. De oogbescherming moet in staat zijn rondvliegend afval te stoppen dat ontstaat bij de diverse werkzaamheden. Het stof- masker of ademhalingsapparaat moet in staat zijn deeltjes te lteren die ontstaat bij de werkzaam- heden. Langdurige blootstelling aan zeer intens geluid kan leiden tot gehoorbeschadiging.

Houd omstanders op veilige afstand van het werk- gebied. Iedereen die zich binnen het werkgebied begeeft, moet persoonlijke-veiligheidsmiddelen gebruiken. Fragmenten van het werkstuk of van een uiteengevallen accessoire kunnen rondvliegen en letsel veroorzaken buiten de onmiddellijk werkomgeving.

Houd het elektrisch gereedschap alleen vast aan het geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het gereedschap met verborgen bedrading in aanraking kan komen. Door contact met onder spanning staande draden, zullen ook de niet-geïsoleerde metalen delen van het elektrisch gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

11. Leg het elektrisch gereedschap nooit neer

voordat het accessoire volledig tot stilstand is gekomen. Het ronddraaiende accessoire kan de ondergrond pakken zodat u de controle over het elektrisch gereedschap verliest.

12. Laat het elektrisch gereedschap niet draaien

terwijl u het naast u draagt. Als het ronddraai- ende accessoire u per ongeluk raakt, kan het verstrikt raken in uw kleding waardoor het acces- soire in uw lichaam wordt getrokken.

13. Maak de ventilatieopeningen van het elektrisch

gereedschap regelmatig schoon. De ventilator van de motor zal het stof de behuizing in trekken, en een grote opeenhoping van metaalslijpsel kan leiden tot elektrisch gevaarlijke situaties.

14. Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de

buurt van brandbare materialen. Vonken kun- nen deze materialen doen ontvlammen.

15. Gebruik geen accessoires die met vloeistof

moeten worden gekoeld. Het gebruik van water of andere vloeibare koelmiddelen kan leiden tot elektrocutie of elektrische schokken. Terugslag en aanverwante waarschuwingen Terugslag is een plotselinge reactie op een beknelde of vastgelopen draaiende schijf, rugschijf, borstel of enig ander accessoire. Beknellen of vastlopen veroorzaakt een snelle stilstand van het draaiende accessoire dat op zijn beurt ertoe leidt dat het elektrisch gereedschap zich ongecontroleerd beweegt in de tegenovergestelde richting van de draairichting van het accessoire op het moment van vastlopen. Bijvoorbeeld, als een slijpschijf bekneld raakt of vast- loopt in het werkstuk, kan de rand van de schijf die het beknellingspunt ingaat, zich invreten in het oppervlak van het materiaal waardoor de schijf eruit klimt of eruit slaat. De schijf kan daarbij naar de gebruiker toe of weg springen, afhankelijk van de draairichting van de schijf op het beknellingspunt. Slijpschijven kunnen in derge- lijke situaties ook breken. Terugslag is het gevolg van misbruik van het elektrisch gereedschap en/of onjuiste gebruiksprocedures of omstandigheden, en kan worden voorkomen door goede voorzorgsmaatregelen te treffen, zoals hieronder vermeld:

1. Houd het elektrisch gereedschap stevig vast

en houd uw armen en lichaam zodanig dat u in staat bent een terugslag op te vangen. Gebruik altijd de extra handgreep (indien aanwezig) voor een maximale controle over het gereed- schap in geval van terugslag en de koppel- reactiekrachten bij het starten. De gebruiker kan een terugslag of de koppelreactiekrachten opvangen indien de juiste voorzorgsmaatregelen worden getroffen.

2. Plaats uw hand nooit in de buurt van het draai-

ende accessoire. Het accessoire kan terugslaan over uw hand.

3. Plaats uw lichaam niet in het gebied waar het

elektrisch gereedschap naar toe gaat wanneer een terugslag optreedt. Een terugslag zal het gereedschap bewegen in de tegenovergestelde richting van de draairichting van de schijf op het moment van beknellen.

4. Wees bijzonder voorzichtig bij het werken

met hoeken, scherpe randen, enz. Voorkom dat het accessoire springt of bekneld raakt. Hoeken, scherpe randen of springen veroorzaken vaak beknellen van het draaiende accessoire wat leidt tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap.

5. Bevestig geen zaagketting, houtbewerkings-

blad of getand zaagblad. Dergelijke bladen leiden vaak tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor slijp- en doorslijpwerkzaamheden:

1. Gebruik uitsluitend schijven van het type aan-

bevolen voor uw elektrisch gereedschap en de specieke beschermkap voor de te gebruiken schijf. Schijven waarvoor het elektrisch gereed- schap niet is ontworpen, kunnen niet goed worden afgeschermd en zijn niet veilig.

2. Het slijpoppervlak van schijven met een ver-

zonken middengat moet bij het aanbrengen lager liggen dan het vlak van de bescherm- rand. Bij een onjuist aangebrachte schijf die boven het vlak van de beschermrand uitsteekt is geen goede bescherming mogelijk.

3. De beschermkap moet stevig worden vastge-

zet aan het elektrisch gereedschap en in de maximaal beschermende stand worden gezet zodat het kleinst mogelijke deel van de schijf is blootgesteld in de richting van de gebrui- ker. De beschermkap dient om de gebruiker te beschermen tegen aanraking met de schijf, stuk- jes die daarvan af breken en vonken die brandge- vaar voor kleding opleveren.

4. Schijven mogen uitsluitend worden

gebruikt voor de aanbevolen toepassingen. Bijvoorbeeld: u mag niet slijpen met de zijkant van een doorslijpschijf. Doorslijpschijven zijn bedoeld voor slijpen met de rand. Krachten op het zijoppervlak kunnen deze schijven doen breken.52 NEDERLANDS

5. Gebruik altijd onbeschadigde schijfenzen

van de juiste afmetingen en vorm voor de te gebruiken schijf. Een goede schijfens onder- steunt de schijf en verkleint daarmee de kans op het breken van de schijf. Flenzen voor doorslijp- schijven kunnen verschillen van enzen voor slijpschijven.

6. Gebruik geen deels afgesleten schijven van

grotere elektrische gereedschappen. Schijven die zijn bedoeld voor grotere elektrische gereed- schappen zijn niet geschikt voor de hogere snel- heid van een kleiner elektrisch gereedschap en kunnen in stukken breken. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen speciek voor doorslijpwerkzaamheden:

1. Laat de doorslijpschijf niet vastlopen en oefen

geen buitensporige druk uit. Probeer niet een buitensporig diepe snede te slijpen. Een te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede verdraait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden of de schijf kan breken.

2. Plaats uw lichaam niet in één lijn achter de

ronddraaiende schijf. Wanneer de schijf, op het aangrijppunt in het werkstuk, zich van uw lichaam af beweegt, kunnen door de mogelijke terugslag de ronddraaiende schijf en het elektrisch gereed- schap in uw richting worden geworpen.

3. Wanneer de schijf vastloopt of u het slijpen

onderbreekt, schakelt u het elektrisch gereed- schap uit en houdt u dit stil totdat de schijf volledig tot stilstand is gekomen. Probeer nooit de doorslijpschijf uit de snede te halen terwijl de schijf nog draait omdat hierdoor een terugslag kan optreden. Onderzoek waarom de schijf is vastgelopen en tref afdoende maatregelen om de oorzaak ervan op te heffen.

4. Begin niet met doorslijpen terwijl de schijf al in

het werkstuk steekt. Wacht totdat de schijf op maximaal toerental draait en breng daarna de schijf voorzichtig terug in de snede. Wanneer het elektrisch gereedschap opnieuw wordt gestart terwijl de schijf al in het werkstuk steekt, kan de schijf vastlopen, omhoog lopen of terugslaan.

Ondersteun platen en grote werkstukken om de kans op het beknellen van de schijf en terugslag te minimaliseren. Grote werkstukken neigen door te zakken onder hun eigen gewicht. U moet het werkstuk ondersteunen vlakbij de snijlijn en vlakbij de rand van het werkstuk aan beide kanten van de schijf.

6. Wees extra voorzichtig bij het maken van een

invalslijpsnede in bestaande wanden of op andere plaats waarvan u de onderkant niet kunt zien. De uitstekende schijf kan gas- of water- leidingen, elektrische bedrading of voorwerpen die terugslag veroorzaken raken. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor schuurwerkzaamheden:

1. Gebruik geen veel te grote schuurpapierschij-

ven. Volg de aanbevelingen van de fabrikant bij uw keuze van het schuurpapier. Te groot schuurpapier dat uitsteekt tot voorbij de rand van het schuurkussen levert snijgevaar op en kan beknellen of scheuren van de schuurpapierschijf of terugslag veroorzaken. Veiligheidswaarschuwingen speciek voor draadborstelwerkzaamheden:

1. Wees erop bedacht dat ook tijdens normaal

gebruik borsteldraden door de borstel worden rondgeslingerd. Oefen niet te veel kracht uit op de borsteldraden door een te hoge belasting van de borstel. De borsteldraden kunnen met gemak door dunne kleding en/of de huid dringen.

2. Als het gebruik van een beschermkap wordt

aanbevolen voor draadborstelen, zorgt u ervoor dat de draadschijf of draadborstel niet in aanraking komt met de beschermkap. De draadschijf of draadborstel kan in diameter toene- men als gevolg van de werkbelasting en centrifu- gale krachten. Aanvullende veiligheidswaarschuwingen:

1. Bij gebruik van een slijpschijf met een verzon-

ken middengat, mag u uitsluitend met glasve- zel versterkte schijven gebruiken.

2. GEBRUIK NOOIT een stenen komschijf op

deze slijpmachine. Deze slijpmachine is niet ontworpen voor dit type schijven en het gebruik ervan kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

3. Let erop dat u de as, de ens (met name de

montagekant) en de borgmoer niet beschadigt. Als deze onderdelen beschadigd raken, kan de schijf breken.

4. Zorg ervoor dat de schijf niet in aanraking is

met het werkstuk voordat u het gereedschap hebt ingeschakeld.

5. Laat gereedschap een tijdje draaien voordat u

het op het werkstuk gaat gebruiken. Controleer op trillingen of schommelingen die op onjuiste montage of een slecht uitgebalanceerd schijf kunnen wijzen.

6. Gebruik de aangegeven kant van de schijf om

7. Laat het gereedschap niet ingeschakeld lig-

gen. Schakel het gereedschap alleen in wan- neer u het vasthoudt.

8. Raak het werkstuk niet onmiddellijk na bewer-

king aan. Het kan bijzonder heet zijn en brand- wonden op uw huid veroorzaken.

9. Houd u aan de instructies van de fabrikant

voor het juist aanbrengen en gebruiken van de schijven. Behandel de schijven voorzichtig en berg deze met zorg op.

10. Gebruik geen afzonderlijke verloopbussen of

adapters om slijpschijven met een groot asgat aan dit gereedschap aan te passen.

11. Gebruik uitsluitend enzen die geschikt zijn

voor dit gereedschap.

12. Voor gereedschap waarop schijven met een

geschroefd asgat dienen aangebracht te wor- den, moet u ervoor zorgen dat de schroefdraad in de schijf lang genoeg is zodat de as hele- maal erin gaat.

13. Zorg ervoor dat het werkstuk goed onder-

14. Houd er rekening mee dat de schijf nog een

tijdje blijft draaien nadat het gereedschap is uitgeschakeld.53 NEDERLANDS

15. Indien de werkplaats uiterst warm en vochtig

is, of erg verontreinigd is met geleidend stof, gebruikt u een kortsluitstroomonderbreker (30 mA) om de veiligheid van de gebruiker te verzekeren.

16. Gebruik het gereedschap niet op materialen

die asbest bevatten.

17. Wanneer u een doorslijpschijf gebruikt, dient

u altijd te werken met de stofvangbescherm- kap die door de plaatselijke overheid wordt voorgeschreven.

18. Schijven bedoeld voor doorsplijpen mogen

niet aan zijwaartse druk worden blootgesteld.

19. Draag geen stoffen werkhandschoenen tijdens

gebruik van dit gereedschap. Vezels van stof- fen handschoenen kunnen binnendringen in het gereedschap waardoor het gereedschap defect kan raken. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betreffende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu

1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op

(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.

2. Neem de accu niet uit elkaar.

3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu

aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplofng veroorzaken.

4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-

men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.

5. Voorkom kortsluiting van de accu:

(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.

6. Bewaar het gereedschap en de accu niet op

plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50°C of hoger.

7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-

neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploffen in het vuur.

8. Wees voorzichtig dat u de accu niet laat vallen

en hem niet blootstelt aan schokken of stoten.

9. Gebruik nooit een beschadigde accu.

10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn

onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoffen. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereis- ten ten aanzien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getransporteerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoffen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afgedekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.

11. Volg bij het weggooien van de accu de plaatse-

lijke voorschriften.

12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-

schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu

1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen

is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.

2. Laad een volledig opgeladen accu nooit

opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.

3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-

ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.

4. Laad de accu op als u deze gedurende een

lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.54 NEDERLANDS

FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. ► Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. De resterende acculading controleren Alleen voor accu’s met indicatorlampjes ► Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. De resterende acculading controleren Afhankelijk van het land Wanneer u het gereedschap inschakelt, toont het accu-indicatorlampje de resterende acculading. ► Fig.3: 1. Accu-indicatorlampje De resterende acculading wordt aangegeven in de onderstaande tabel. Toestand van accu-indicator Resterende acculading Aan Uit Knippert 50% tot 100% 20% tot 50% 0% tot 20% Laad de accu op. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is voorzien van een gereedschap-/accube- veiligingssysteem. Dit systeem schakelt automatisch de voe- ding naar de motor uit om de levensduur van het gereedschap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereedschap of de accu aan één van de volgende omstandigheden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Wanneer het gereedschap wordt gebruikt op een manier die een abnormaal hoge stroomsterkte vergt, stopt het gereedschap automatisch zonder dat een indicatorlampje gaat branden. Schakel in dat geval het gereedschap uit en stop het gebruik dat ertoe leidde dat het gereedschap overbelast raakte. Schakel daarna het gereedschap weer in om verder te gaan.55 NEDERLANDS Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en toont het accu-indica- torlampje de volgende status. In die situatie laat u het gereedschap eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Aan Knippert Als het gereedschap niet start, kan de accu oververhit zijn. In die situatie laat u de accu eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw start. Beveiliging tegen te ver ontladen Als de acculading onvoldoende is, stopt het gereed- schap automatisch. In dit het geval verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De beveiligingsvergrendeling opheffen Wanneer het beveiligingssysteem herhaaldelijk in werking treedt, wordt het gereedschap vergrendeld en toont het accu-indicatorlampje de volgende status. In deze situatie start het gereedschap niet meer, ook niet wanneer het gereedschap wordt in- en uitgescha- keld. Om de beveiligingsvergrendeling op te heffen, verwijdert u de accu, plaatst u deze in de acculader en wacht u tot het opladen is voltooid. Aan Uit Knippert Asvergrendeling Druk de asvergrendeling in om te voorkomen dat de as meedraait wanneer u accessoires aanbrengt of verwijdert. ► Fig.4: 1. Asvergrendeling KENNISGEVING: Bedien de asvergrendeling nooit terwijl de as draait. Het gereedschap kan hierdoor worden beschadigd. Werking van de schakelaar LET OP: Controleer altijd, voordat u de accu in het gereedschap aanbrengt, of de aan-uitscha- kelaar op de juiste manier schakelt en weer terug- keert naar de uit-stand nadat deze is losgelaten. LET OP: Knijp de aan-uitschakelaar niet hard in zonder de uit-vergrendelknop in te drukken. Hierdoor kan de schakelaar kapot gaan. LET OP: Omwille van uw veiligheid is dit gereedschap uitgerust met een uit-vergren- delknop die voorkomt dat het gereedschap onbedoeld wordt ingeschakeld. Gebruik het gereedschap NOOIT wanneer dit kan worden ingeschakeld door gewoon de trekkerschakelaar in te knijpen zonder de uit-vergrendelknop te bedienen. Stuur het gereedschap voor deugde- lijke reparatie terug naar ons erkend servicecen- trum ALVORENS het verder te gebruiken. LET OP: U mag NOOIT het doel of de werking van de uit-vergrendelknop teniet doen of deze vastplakken. Om te voorkomen dat de aan-uitschakelaar per ongeluk wordt ingeknepen, is een uit-vergrendelknop aangebracht. Om het gereedschap te starten, trekt u de uit-vergren- delknop in de richting van de gebruiker en knijpt u ver- volgens de aan-uitschakelaar in. Om het gereedschap te stoppen, laat u de aan-uitscha- kelaar los. ► Fig.5: 1. Uit-vergrendelknop 2. Aan-uitschakelaar Automatische toerentalwisselfunctie ► Fig.6: 1. Functie-indicatorlampje Toestand van functie-indicatorlampje Bedrijfsfunctie Hoog-toerentalfunctie Hoog-koppelfunctie Dit gereedschap heeft een "hoog-toerentalfunctie" en een "hoog-koppelfunctie". De bedrijfsfunctie wordt automatisch veranderd aan de hand van de werkbe- lasting. Wanneer tijdens gebruik het functie-indica- torlampje gaat branden, staat het gereedschap in de hoog-koppelfunctie. Beveiliging tegen onopzettelijk herstarten Zelfs wanneer de aan-uitschakelaar ingeknepen wordt gehouden en de accu wordt aangebracht, start het gereedschap niet. Om het gereedschap te starten, laat u eerst de aan-uit- schakelaar los. Trek daarna eerst aan de uit-vergren- delknop in en knijp vervolgens de aan-uitschakelaar in.56 NEDERLANDS Elektronische koppelregelfunctie Het gereedschap detecteert elektronisch situaties waarin de schijf of het accessoire gevaar loopt om vast te lopen. In deze situatie wordt het gereedschap auto- matisch uitgeschakeld om verder ronddraaien van de as te voorkomen (het voorkomt niet terugslag). Om het gereedschap te starten, schakelt u eerst het gereedschap uit, heft u de oorzaak van de plotselinge afname van het toerental op, en schakelt u daarna het gereedschap weer in. Zachte-startfunctie De zachte-startfunctie voorkomt abrupt schoksgewijs inschakelen. Elektrische rem De elektrische rem wordt ingeschakeld nadat het gereedschap is uitgeschakeld. De rem werkt niet wanneer de elektrische voeding wordt onderbroken, zoals wanneer de accu per ongeluk wordt verwijderd, terwijl de knop is ingeschakeld. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De zijhandgreep (handvat) monteren LET OP: Controleer altijd voor gebruik of de zijhandgreep stevig vastzit. Draai de zijhandgreep vast op het gereedschap in een van de standen aangegeven in de afbeelding. ► Fig.7 De beschermkap aanbrengen en verwijderen (voor schijf met een verzonken middengat, lamellenschijf, exischijf, schijfvormige draadborstel, doorslijpschijf, diamantschijf) WAARSCHUWING: Bij gebruik van een schijf met een verzonken middengat, lamellenschijf, exischijf of schijfvormige draadborstel moet de beschermkap zodanig op het gereedschap wor- den gemonteerd dat de gesloten zijde van de kap altijd naar de gebruiker is gekeerd. WAARSCHUWING: Wanneer u een doorslijp- schijf of diamantschijf gebruikt, moet u altijd een beschermkap gebruiken die speciaal ontworpen is voor gebruik met doorslijpschijven. (In sommige Europese landen kan bij gebruik van een diamantschijf de normale beschermkap worden gebruikt. Houd u aan de regelgeving in uw land.) Voor gereedschap met een beschermkap met een borgschroef Monteer de beschermkap met de uitsteeksels aan de beschermkapband recht tegenover de inkepingen in het lager- huis. Draai vervolgens de beschermkap naar een dusdanige hoek dat deze de gebruiker beschermt tijdens de werkzaam- heden. Draai de schroef vooral stevig vast. Om de beschermkap te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. ► Fig.8: 1. Beschermkap 2. Lagerhuis 3. Schroef Voor gereedschap met een beschermkap met een klemhendel Draai de schroef los en trek daarna de hendel in de richting van de pijl. Monteer de beschermkap met de uitsteeksels aan de beschermkapband recht tegenover de inkepingen in het lagerhuis. Draai vervolgens de beschermkap naar een dusdanige hoek dat deze de gebruiker beschermt tijdens de werkzaamheden. ► Fig.9: 1. Beschermkap 2. Lagerhuis 3. Schroef

Trek de hendel in de richting van de pijl. Zet daarna de beschermkap vast door de schroef aan te draaien. Draai de schroef vooral stevig vast. De instelhoek van de beschermkap is instelbaar met de hendel. ► Fig.10: 1. Schroef 2. Hendel Om de beschermkap te verwijderen, volgt u de proce- dure voor het aanbrengen in de omgekeerde volgorde. Een schijf met een verzonken middengat of een lamellenschijf aanbrengen en verwijderen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Bij gebruik van een schijf met een verzonken middengat of een lamellenschijf, moet de beschermkap zodanig op het gereedschap worden aangebracht dat de gesloten zijde van de kap altijd naar de gebruiker is gekeerd. LET OP: Zorg ervoor dat de pasrand van de binnenens perfect past in de binnendiameter van de schijf met een verzonken middengat of lamellenschijf. Als u de binnenens met de verkeerde zijkant aanbrengt, kunnen gevaarlijke trillingen het gevolg zijn. Breng de binnenens aan op de as. Zorg ervoor dat het ingedeukte deel van de binnenens wordt aangebracht op het rechte deel onderaan de as. Pas de schijf met een verzonken middengat of lamellenschijf op de binnenens en draai de borgmoer op de as vast. ► Fig.11: 1. Borgmoer 2. Schijf met een verzonken middengat 3. Binnenens 4. Pasrand Om de borgmoer vast te draaien, drukt u de asver- grendeling stevig in zodat de as niet kan draaien, en gebruikt u vervolgens de borgmoersleutel om de borg- moer stevig rechtsom vast te draaien. ► Fig.12: 1. Borgmoersleutel 2. Asvergrendeling Om de schijf te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde.57 NEDERLANDS Een exischijf aanbrengen of verwijderen Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Gebruik altijd de bijge- leverde beschermkap wanneer een exischijf op het gereedschap is aangebracht. De schijf kan tijdens het gebruik kapotslaan en de beschermkap helpt om persoonlijk letsel te voorkomen. ► Fig.13: 1. Borgmoer 2. Flexischijf 3. Rugschijf

Houd u aan de instructies voor een schijf met een verzonken middengat, maar gebruik tevens een rugschijf onder de schijf. Raadpleeg de volgorde van aanbrengen op de accessoire-pagina in deze gebruiksaanwijzing. Een schuurpapierschijf aanbrengen of verwijderen Optioneel accessoire OPMERKING: Gebruik schuuraccessoires die wor- den beschreven in deze gebruiksaanwijzing. Deze moeten afzonderlijk worden aangeschaft. Voor model voor 100 mm ► Fig.14: 1. Borgmoer voor schuren

2. Schuurpapierschijf 3. Rubber rugschijf

1. Breng de binnenens aan op de as.

2. Bevestig de rubber rugschijf op de as.

3. Breng de schijf aan op de rubber rugschijf en draai

de borgmoer voor schuren op de as.

4. Vergrendel de as met de asvergrendeling en draai

de borgmoer voor schuren stevig rechtsom vast met behulp van de borgmoersleutel. Om de schijf te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. Voor model voor 115 mm en 125 mm ► Fig.15: 1. Borgmoer voor schuren

2. Schuurpapierschijf 3. Rubber rugschijf

1. Bevestig de rubber rugschijf op de as.

2. Breng de schijf aan op de rubber rugschijf en draai

de borgmoer voor schuren op de as.

3. Vergrendel de as met de asvergrendeling en draai

de borgmoer voor schuren stevig rechtsom vast met behulp van de borgmoersleutel. Om de schijf te verwijderen, volgt u de procedure in omgekeerde volgorde. BEDIENING WAARSCHUWING: Het is in geen geval ooit nodig om grote druk op het gereedschap uit te oefenen. Het gewicht van het gereedschap oefent voldoende druk uit. Forceren of te grote druk uitoe- fenen kan ertoe leiden dat de schijf breekt, hetgeen gevaarlijk is. WAARSCHUWING: Vervang ALTIJD de schijf als het gereedschap tijdens het slijpen is gevallen. WAARSCHUWING: Laat NOOIT de slijp- schijf of de schijf met kracht op uw werkstuk terechtkomen. WAARSCHUWING: Voorkom dat de schijf springt of bekneld raakt, met name bij het wer- ken rond hoeken, scherpe randen enz. Dat kan leiden tot terugslag of verlies van controle over het gereedschap. WAARSCHUWING: Gebruik dit gereedschap NOOIT met houtzagen en andere zaagbladen. Zulke zaagbladen op een slijpmachine leiden vaak tot terugslag of verlies van controle over het gereed- schap, wat kan leiden tot persoonlijk letsel. LET OP: Schakel nooit het gereedschap in terwijl dat het werkstuk al raakt omdat hierdoor letsel kan worden veroorzaakt bij de gebruiker. LET OP: Draag tijdens gebruik altijd een vei- ligheidsbril of spatscherm. LET OP: Schakel na gebruik altijd het gereed- schap uit en wacht tot de schijf helemaal tot stilstand is gekomen voordat u het gereedschap neerlegt. LET OP: Houd het gereedschap ALTIJD stevig vast met één hand op de behuizing en de andere hand aan de zijhandgreep (handvat). Gebruik als slijpmachine of schuurmachine ► Fig.16 Schakel het gereedschap in en breng daarna de schijf op/in het werkstuk. In het algemeen geldt: houd de rand van de schijf onder een hoek van ongeveer 15° op het oppervlak van het werkstuk. Tijdens de inloopduur van een nieuwe schijf mag u de slijpmachine niet in voorwaartse richting bewegen omdat deze anders in het werkstuk kan 'invreten'. Pas nadat de rand van de schijf door slijtage is afgerond, mag u de schijf in zowel voorwaartse als achterwaartse richting gebruiken.58 NEDERLANDS Gebruik met een doorslijpschijf of diamantschijf Optioneel accessoire WAARSCHUWING: Wanneer u een doorslijp- schijf of diamantschijf gebruikt, moet u altijd een beschermkap gebruiken die speciaal ontworpen is voor gebruik met doorslijpschijven. (In sommige Europese landen kan bij gebruik van een diamantschijf de normale beschermkap worden gebruikt. Houd u aan de regelgeving in uw land.) WAARSCHUWING: Gebruik NOOIT een doorslijpschijf om zijdelings mee te slijpen. WAARSCHUWING: Laat de schijf niet vastlopen en oefen geen buitensporige druk uit. Probeer niet een buitensporig diepe snede te slijpen. Een te grote kracht op de schijf verhoogt de belasting en de kans dat de schijf in de snede ver- draait of vastloopt, waardoor terugslag kan optreden, de schijf kan breken of de motor oververhit kan raken. WAARSCHUWING: Begin niet met doorslij- pen terwijl de schijf al in het werkstuk steekt. Wacht totdat de schijf op maximaal toerental draait en breng daarna de schijf voorzichtig in de snede terwijl u het gereedschap voorwaarts beweegt over het oppervlak van het werkstuk. Wanneer het elektrisch gereedschap wordt ingescha- keld terwijl de schijf al in het werkstuk steekt, kan de schijf vastlopen, omhoog lopen of terugslaan. WAARSCHUWING: Tijdens het doorslijpen mag u nooit de hoek van de schijf veranderen. Door zijdelingse druk uit te oefenen op de doorslijp- schijf (zoals bij slijpen), zal de schijf barsten en breken waardoor ernstig persoonlijk letsel wordt veroorzaakt. WAARSCHUWING: Een diamantschijf moet haaks op het door te slijpen werkstuk worden gebruikt. ► Fig.17: 1. Borgmoer 2. Doorslijpschijf of diamant- schijf 3. Binnenens 4. Beschermkap voor doorslijpschijf of diamantschijf Volg voor het aanbrengen de instructies voor een schijf met een verzonken middengat. De montagerichting van de borgmoer en binnen- ens verschilt afhankelijk van het type en de dikte van de schijf. Zie de volgende afbeeldingen. Voor model voor 100 mm Een doorslijpschijf aanbrengen: ► Fig.18: 1. Borgmoer 2. Doorslijpschijf (dunner dan 4 mm) 3. Doorslijpschijf (4 mm of dikker)

Een diamantschijf aanbrengen: ► Fig.19: 1. Borgmoer 2. Diamantschijf (dunner dan 4 mm) 3. Diamantschijf (4 mm of dikker)

Voor model voor 115 mm en 125 mm Een doorslijpschijf aanbrengen: ► Fig.20: 1. Borgmoer 2. Doorslijpschijf (dunner dan 4 mm) 3. Doorslijpschijf (4 mm of dikker)

Een diamantschijf aanbrengen: ► Fig.21: 1. Borgmoer 2. Diamantschijf (dunner dan 4 mm) 3. Diamantschijf (4 mm of dikker)

Gebruik met een komvormige draadborstel Optioneel accessoire LET OP: Controleer de werking van de draad- borstel door het gereedschap onbelast te laten draaien terwijl u erop let dat niemand vóór of in één lijn met de draadborstel staat. LET OP: Gebruik de draadborstel niet wan- neer deze beschadigd is of onbalans heeft. Het gebruik van een beschadigde draadborstel verhoogt de kans op verwonding door aanraking van afgebro- ken borsteldraden. ► Fig.22: 1. Komvormige draadborstel Verwijder de accu vanaf het gereedschap en plaats het gereedschap ondersteboven zodat de as goed toegankelijk is. Verwijder alle accessoires vanaf de as. Draai de kom- vormige draadborstel op de as en draai hem vast met behulp van de bijgeleverde sleutel. KENNISGEVING: Voorkom tijdens gebruik van de draadborstel te veel druk waardoor de borsteldraden te veel verbuigen. Dit kan leiden tot voortijdig afbreken. Gebruik met een schijfvormige draadborstel Optioneel accessoire LET OP: Controleer de werking van de schijf- vormige draadborstel door het gereedschap onbelast te laten draaien terwijl u erop let dat niemand vóór of in één lijn met de schijfvormige draadborstel staat. LET OP: Gebruik de schijfvormige draadbor- stel niet wanneer deze beschadigd is of onbalans heeft. Het gebruik van een beschadigde schijfvor- mige draadborstel verhoogt de kans op verwonding door aanraking van afgebroken borsteldraden. LET OP: Gebruik bij de schijfvormige draad- borstel ALTIJD de beschermkap, waarbij de bui- tendiameter van de schijfvormige draadborstel binnenin de beschermkap moet vallen. De schijf kan tijdens het gebruik kapotslaan en de bescherm- kap helpt om persoonlijk letsel te voorkomen. ► Fig.23: 1. Schijfvormige draadborstel Verwijder de accu vanaf het gereedschap en plaats het gereedschap ondersteboven zodat de as goed toegan- kelijk is.59 NEDERLANDS Verwijder alle accessoires vanaf de as. Draai de schijf- vormige draadborstel op de as en zet deze vast met de bijgeleverde sleutel. KENNISGEVING: Voorkom tijdens gebruik van de draadborstel te veel druk waardoor de draden van de schijfvormige draadborstel te veel verbui- gen. Dit kan leiden tot voortijdig afbreken. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. De ventilatieopeningen schoonmaken Zorg dat het gereedschap en de ventilatieopeningen steeds goed schoon blijven. Maak regelmatig de ventilatieopeningen schoon en let goed op dat ze niet verstopt raken. ► Fig.24: 1. Luchtuitlaatopening

2. Luchtinlaatopening

Verwijder het stofrooster vanaf de luchtinlaatopening en reinig het zodat de lucht er ongehinderd door kan stromen. ► Fig.25: 1. Stofrooster KENNISGEVING: Reinig het stofrooster wan- neer het verstopt zit met stof of vreemde voorwer- pen. Als u het gereedschap blijft gebruiken met een verstopt stofrooster, kan het gereedschap beschadigd raken. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereed- schap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke letsel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze accessoires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.

  • Originele Makita accu’s en acculaders ► Fig.26 - Model voor 100 mm Model voor 115 mm Model voor 125 mm 1 Zijhandgreep 36 2 Beschermkap (voor slijpschijf) 3 Binnenens 4 Schijf met een verzonken middengat of lamellenschijf 5 Borgmoer 6 Rugschijf 7 Flexischijf 8 Binnenens en rubber rug- schijf 76 Rubber rugschijf 100 Rubber rugschijf 115 9 Schuurpapierschijf 10 Borgmoer voor schuren 11 Schijfvormige draadborstel 12 Komvormige draadborstel 13 Beschermkap (voor doorslijpschijf) *1 14 Doorslijpschijf of diamantschijf - Borgmoersleutel OPMERKING: *1 In sommige Europese landen kan bij gebruik van een diamantschijf de normale beschermkap worden gebruikt in plaats van de speciale beschermkap die beide zijden van de schijf afschermt. Houd u aan de regelgeving in uw land. OPMERKING: Sommige items op de lijst kunnen zijn inbegrepen in de doos van het gereedschap als standaard toebehoren. Deze kunnen van land tot land verschillen.60 ESPAÑOL ESPAÑOL (Instrucciones originales) ESPECIFICACIONES Modelo: DGA408 DGA458 DGA508 Diámetro de la muela 100 mm (4″) 115 mm (4-1/2″) 125 mm (5″) Grosor máx. de la muela 6,4 mm Rosca de mandril M10 M14 o 5/8″ (especíco para cada país) Velocidad especicada (n) 8.500 min