TW001GM201 - Schroevendraaier MAKITA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis TW001GM201 MAKITA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Schroevendraaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding TW001GM201 - MAKITA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. TW001GM201 van het merk MAKITA.
GEBRUIKSAANWIJZING TW001GM201 MAKITA
Accuslagmoersleutel GEBRUIKSAANWIJZING 38
Gemiddelde slagkrachtinstelling (2)
Gemiddelde slagkrachtinstelling (2)
Maximaal aandraaimoment (bij maximale slagkrachtinstelling (4)) Bevestigen met M30 gedu- rende 6 seconden
Moer-breekkoppel (bij maximale slagkrachtinstelling (4))
Totale lengte 217 mm Nominale spanning Max. 36 V - 40 V gelijkspanning Nettogewicht 3,9 - 4,2 kg
- In verband met ononderbroken research en ontwikkeling, behouden wij ons het recht voor de bovenstaande technische gegevens zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
- De technische gegevens kunnen van land tot land verschillen.
- Het gewicht kan verschillen afhankelijk van de hulpstukken, waaronder de accu. De lichtste en zwaarste com- binatie, overeenkomstig de EPTA-procedure 01/2014, worden getoond in de tabel. Toepasselijke accu’s en laders Accu BL4025/BL4040 Lader DC40RA
Sommige van de hierboven vermelde accu’s en laders zijn mogelijk niet leverbaar afhankelijk van waar u woont. WAARSCHUWING: Gebruik uitsluitend de accu’s en laders die hierboven worden genoemd. Gebruik van enige andere accu of lader kan leiden tot letsel en/of brand. Gebruiksdoeleinden Dit gereedschap is bedoeld voor het vastdraaien van bouten en moeren. Geluidsniveau De typische, A-gewogen geluidsniveaus zijn gemeten volgens EN62841-2-2: Geluidsdrukniveau (L
): 111 dB (A) Onzekerheid (K): 3 dB (A) OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestme- thode en kan/kunnen worden gebruikt om dit gereed- schap te vergelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven geluidsemissiewaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling.39 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Draag gehoorbescherming. WAARSCHUWING: De geluidsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). Trilling De totale trillingswaarde (triaxiale vectorsom) zoals vastgesteld volgens EN62841-2-2: Gebruikstoepassing: bevestigen met behulp van slag- werking van bevestigingsmiddelen tot de maximale capaciteit van het gereedschap Trillingsemissie (a
Onzekerheid (K): 2,0 m/s
OPMERKING: De totale trillingswaarde(n) is/zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kan/ kunnen worden gebruikt om dit gereedschap te ver- gelijken met andere gereedschappen. OPMERKING: De opgegeven totale trillingswaar- de(n) kan/kunnen ook worden gebruikt voor een beoordeling vooraf van de blootstelling. WAARSCHUWING: De trillingsemissie tij- dens het gebruik van het elektrisch gereedschap in de praktijk kan verschillen van de opgegeven waarde(n) afhankelijk van de manier waarop het gereedschap wordt gebruikt, met name van het soort werkstuk waarmee wordt gewerkt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat veilig- heidsmaatregelen worden getroen ter bescher- ming van de gebruiker die zijn gebaseerd op een schatting van de blootstelling onder prak- tijkomstandigheden (rekening houdend met alle fasen van de bedrijfscyclus, zoals de tijdsduur gedurende welke het gereedschap is uitgescha- keld en stationair draait, naast de ingeschakelde tijdsduur). EG-verklaring van conformiteit Alleen voor Europese landen De EG-verklaring van conformiteit is bijgevoegd als Bijlage A bij deze gebruiksaanwijzing. VEILIGHEIDSWAAR- SCHUWINGEN Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheids- waarschuwingen, aanwijzingen, afbeeldingen en technische gegevens behorend bij dit elektrische gereedschap aandachtig door. Als u niet alle onder- staande aanwijzingen naleeft, kan dat resulteren in brand, elektrische schokken en/of ernstig letsel. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch gereedschap" in de veiligheidsvoor- schriften duidt op gereedschappen die op stroom van het lichtnet werken (met snoer) of gereedschappen met een accu (snoerloos). Veiligheidswaarschuwingen voor een accuslagmoersleutel
1. Houd elektrisch gereedschap vast bij het
geïsoleerde oppervlak van de handgrepen wanneer u werkt op plaatsen waar het beves- tigingsmateriaal in aanraking kan komen met verborgen bedrading. Wanneer bevestigingsma- terialen in aanraking komen met onder spanning staande draden, zullen de niet-geïsoleerde meta- len delen van het gereedschap onder spanning komen te staan zodat de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
2. Draag oorbeschermers.
3. Controleer de slagdop nauwkeurig op slijtage,
scheuren of beschadiging alvorens deze op het gereedschap te monteren.
4. Houd het gereedschap stevig vast.
5. Houd uw handen uit de buurt van draaiende
6. Raak de slagdop, de bout, de moer of het
werkstuk niet onmiddellijk na gebruik aan. Zij kunnen bijzonder heet zijn en brandwonden op uw huid veroorzaken.
7. Zorg ervoor dat u stevig staat op een vast
ondergrond. Bij gebruik van het gereedschap op een hoge plaats dient u ervoor te zorgen dat niemand beneden u aanwezig is.
8. Het juiste aandraaimoment kan verschillen
afhankelijk van de soort en maat van de bout. Controleer het aandraaimoment met een momentsleutel. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN.40 NEDERLANDS WAARSCHUWING: Laat u NIET misleiden door een vals gevoel van comfort en bekendheid met het gereedschap (na veelvuldig gebruik) en neem alle veiligheidsvoorschriften van het betref- fende gereedschap altijd strikt in acht. VERKEERD GEBRUIK of het niet naleven van de veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwij- zing kan leiden tot ernstige verwondingen. Belangrijke veiligheidsinstructies voor een accu
1. Lees alle voorschriften en waarschuwingen op
(1) de acculader, (2) de accu, en (3) het product waarvoor de accu wordt gebruikt, alvorens de accu in gebruik te nemen.
2. Haal de accu niet uit elkaar en saboteer hem
niet. Dit kan leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
3. Als de gebruikstijd van een opgeladen accu
aanzienlijk korter is geworden, moet u het gebruik ervan onmiddellijk stopzetten. Voortgezet gebruik kan oververhitting, brand- wonden en zelfs een ontplong veroorzaken.
4. Als elektrolyt in uw ogen is terechtgeko-
men, spoelt u uw ogen met schoon water en roept u onmiddellijk de hulp van een dokter in. Elektrolyt in de ogen kan blindheid veroorzaken.
5. Voorkom kortsluiting van de accu:
(1) Raak de accuklemmen nooit aan met een geleidend materiaal. (2) Bewaar de accu niet in een bak waarin andere metalen voorwerpen zoals spij- kers, munten e.d. worden bewaard. (3) Stel de accu niet bloot aan water of regen. Kortsluiting van de accu kan oorzaak zijn van een grote stroomafgifte, oververhitting, brand- wonden, en zelfs defecten.
6. Bewaar en gebruik het gereedschap en de
accu niet op plaatsen waar de temperatuur kan oplopen tot 50 °C of hoger.
7. Werp de accu nooit in het vuur, ook niet wan-
neer hij zwaar beschadigd of volledig versleten is. De accu kan ontploen in het vuur.
Laat de accu niet vallen, sla er geen spijker in, snijd er niet in, gooi er niet mee en stoot hem niet tegen een hard voorwerp. Dergelijke handelingen kunnen leiden tot brand, buitensporige hitte of een explosie.
9. Gebruik nooit een beschadigde accu.
10. De bijgeleverde lithium-ionbatterijen zijn
onderhevig aan de vereisten in de wetgeving omtrent gevaarlijke stoen. Voor commercieel transport en dergelijke door derden en transporteurs moeten speciale vereisten ten aan- zien van verpakking en etikettering worden nageleefd. Als voorbereiding van het artikel dat wordt getranspor- teerd is het noodzakelijk een expert op het gebied van gevaarlijke stoen te raadplegen. Houd u tevens aan mogelijk strengere nationale regelgeving. Blootliggende contactpunten moeten worden afge- dekt met tape en de accu moet zodanig worden verpakt dat deze niet kan bewegen in de verpakking.
11. Wanneer u de accu wilt weggooien, verwijdert
u de accu vanaf het gereedschap en gooit u hem op een veilige manier weg. Volg bij het weggooien van de accu de plaatselijke voorschriften.
12. Gebruik de accu’s uitsluitend met de gereed-
schappen die door Makita zijn aanbevolen. Als de accu’s worden aangebracht in niet-compatibele gereedschappen, kan dat leiden tot brand, bui- tensporige warmteontwikkeling, een explosie of lekkage van elektrolyt.
13. Als u het gereedschap gedurende een lange
tijd niet denkt te gaan gebruiken, moet de accu vanaf het gereedschap worden verwijderd.
14. Tijdens en na gebruik, kan de accu heet wor-
den waardoor brandwonden of koude brand- wonden kunnen worden veroorzaakt. Wees voorzichtig bij het hanteren van een hete accu.
15. Raak de aansluitpunten van het gereedschap
niet onmiddellijk na gebruik aan omdat deze heet genoeg kunnen zijn om brandwonden te veroorzaken.
16. Zorg ervoor dat geen steenslag, stof of grond
vast komt te zitten op/in de aansluitpunten, openingen en groeven van de accu. Dit kan leiden tot slechte prestaties of een defect van het gereedschap of de accu.
17. Behalve indien gebruik van het gereedschap
is toegestaan in de buurt van hoogspannings- leidingen, mag u de accu niet gebruiken in de buurt van een hoogspanningsleiding. Dit kan leiden tot een storing of een defect van het gereedschap of de accu.
18. Houd de accu uit de buurt van kinderen.
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES. LET OP: Gebruik uitsluitend originele Makita accu’s. Het gebruik van niet-originele accu’s, of accu’s die zijn gewijzigd, kan ertoe leiden dat de accu ontploft en brand, persoonlijk letsel en schade veroor- zaakt. Ook vervalt daarmee de garantie van Makita op het gereedschap en de lader van Makita. Tips voor een maximale levens- duur van de accu
1. Laad de accu op voordat hij volledig ontladen
is. Stop het gebruik van het gereedschap en laad de accu op telkens wanneer u vaststelt dat het vermogen van het gereedschap is afgenomen.
2. Laad een volledig opgeladen accu nooit
opnieuw op. Te lang opladen verkort de levensduur van de accu.
3. Laad de accu op bij een omgevingstempe-
ratuur tussen 10°C en 40°C. Laat een warme accu afkoelen alvorens hem op te laden.
4. Als de accu niet wordt gebruikt, verwijdert u
hem vanaf het gereedschap of de lader.
5. Laad de accu op als u deze gedurende een
lange tijd (meer dan zes maanden) niet gaat gebruiken.41 NEDERLANDS
FUNCTIES LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens de functies op het gereedschap af te stellen of te controleren. De accu aanbrengen en verwijderen LET OP: Schakel het gereedschap altijd uit voordat u de accu aanbrengt of verwijdert. LET OP: Houd het gereedschap en de accu stevig vast tijdens het aanbrengen of verwijderen van de accu. Als u het gereedschap en de accu niet stevig vasthoudt, kunnen deze uit uw handen glippen en het gereedschap of de accu beschadigen, of kan persoonlijk letsel worden veroorzaakt. ► Fig.1: 1. Rood deel 2. Knop 3. Accu Om de accu te verwijderen verschuift u de knop aan de voorkant van de accu en schuift u tegelijkertijd de accu uit het gereedschap. Om de accu aan te brengen lijnt u de lip op de accu uit met de groef in de behuizing en duwt u de accu op zijn plaats. Steek de accu zo ver mogelijk in het gereed- schap tot u een klikgeluid hoort. Als u het rode deel aan de bovenkant van de knop kunt zien, is de accu niet goed aangebracht. LET OP: Breng de accu altijd helemaal aan totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit niet doet, kan de accu per ongeluk uit het gereedschap vallen en u of anderen in uw omgeving verwonden. LET OP: Breng de accu niet met kracht aan. Als de accu niet gemakkelijk in het gereedschap kan worden geschoven, wordt deze niet goed aangebracht. Gereedschap-/ accubeveiligingssysteem Het gereedschap is uitgerust met een gereedschap-/ accubeveiligingssysteem. Dit systeem schakelt automa- tisch de voeding uit om de levensduur van het gereed- schap en de accu te verlengen. Het gereedschap kan tijdens het gebruik automatisch stoppen als het gereed- schap of de accu aan één van de volgende omstandig- heden wordt blootgesteld: Overbelastingsbeveiliging Deze beveiliging treedt in werking wanneer het gereed- schap wordt gebruikt op een manier waarop een abnormaal hoge stroomsterkte wordt getrokken. In die situatie schakelt u het gereedschap uit en stopt u de toepassing die ertoe leidde dat het gereedschap over- belast raakte. Schakel vervolgens het gereedschap in om het weer te starten. Oververhittingsbeveiliging Wanneer het gereedschap oververhit is, stopt het gereedschap automatisch en knipperen de lampen. In die situatie laat u het gereedschap en de accu eerst afkoelen voordat u het gereedschap opnieuw inschakelt. Beveiliging tegen te ver ontladen Deze beveiliging treedt in werking wanneer de reste- rende acculading laag wordt. In die situatie verwijdert u de accu vanaf het gereedschap en laadt u de accu op. De resterende acculading controleren Druk op de testknop op de accu om de resterende acculading te zien. De indicatorlampjes branden gedu- rende enkele seconden. ► Fig.2: 1. Indicatorlampjes 2. Testknop Indicatorlampjes Resterende acculading Brandt Uit Knippert 75% tot 100% 50% tot 75% 25% tot 50% 0% tot 25% Laad de accu op. Er kan een storing zijn opgetreden in de accu. OPMERKING: Afhankelijk van de gebruiksomstan- digheden en de omgevingstemperatuur, is het moge- lijk dat de aangegeven acculading verschilt van de werkelijke acculading. De trekkerschakelaar gebruiken ► Fig.3: 1. Trekkerschakelaar LET OP: Alvorens de accu in het gereed- schap te plaatsen, moet u altijd controleren of de trekkerschakelaar goed werkt en bij het loslaten terugkeert naar de stand “OFF”. Om het gereedschap te starten, knijpt u gewoon de trekkerschakelaar in. Hoe harder u de trekkerscha- kelaar inknijpt, hoe sneller het gereedschap draait. Laat de trekkerschakelaar los om het gereedschap te stoppen.42 NEDERLANDS OPMERKING: Het gereedschap stopt automatisch wanneer u de trekkerschakelaar gedurende ongeveer 6 minuten ingeknepen houdt. OPMERKING: Wanneer de maximaal-toerentalfunc- tie is ingeschakeld, wordt de draaisnelheid het hoogst, zelfs als u de trekkerschakelaar niet helemaal inknijpt. Raadpleeg voor gedetailleerde informatie het tekst- deel over de maximaal-toerentalfunctie. De lamp op de voorkant gebruiken LET OP: Kijk niet direct in het lamplicht of in de lichtbron. ► Fig.4: 1. Lamp ► Fig.5: 1. Knop Om de lampstatus in te schakelen, houdt u de knop gedurende één seconde ingedrukt. Om de lampstatus uit te schakelen, houdt u de knop nog- maals gedurende één seconde ingedrukt. Als de lampstatus is ingeschakeld, knijpt u de trek- kerschakelaar in om de lamp in te schakelen. Om uit te schakelen, laat u hem los. Ongeveer 10 seconden nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten, gaat de lamp uit. Wanneer de lampstatus uitgeschakeld is, zal de lamp niet gaan branden, ook al knijpt u de trekkerschakelaar in. OPMERKING: Om de lampstatus te controleren, knijpt u de trekkerschakelaar in. Als de lamp gaat branden wanneer u de trekkerschakelaar inknijpt, is de lampstatus ingeschakeld. Als de lamp niet gaat branden, is de lampstatus uitgeschakeld. OPMERKING: Wanneer het gereedschap oververhit is, knippert het licht gedurende een minuut waarna het LED-display uit gaat. In dat geval laat u het gereedschap afkoelen alvorens het weer in gebruik te nemen. OPMERKING: Gebruik een droge doek om vuil van de lens van de lamp af te vegen. Wees voorzichtig dat u de lens van de lamp niet bekrast omdat dan de verlichting minder wordt. OPMERKING: U kunt de lampstatus niet omschake- len, zolang de trekkerschakelaar wordt ingeknepen. OPMERKING: Ongeveer 10 seconden na het losla- ten van de trekkerschakelaar kunt u de lampstatus omschakelen. De omkeerschakelaar bedienen ► Fig.6: 1. Omkeerschakelaar LET OP: Controleer altijd de draairichting alvorens het gereedschap te starten. LET OP: Verander de stand van de omkeer- schakelaar alleen nadat het gereedschap volledig tot stilstand is gekomen. Als u de draairichting verandert terwijl het gereedschap nog draait, kan het gereedschap beschadigd raken. LET OP: Zet de omkeerschakelaar altijd in de neutrale stand wanneer u het gereedschap niet gebruikt. Dit gereedschap heeft een omkeerschakelaar voor het veranderen van de draairichting. Druk de omkeerscha- kelaar in vanaf kant A voor de draairichting rechtsom, of vanaf kant B voor de draairichting linksom. Wanneer de omkeerschakelaar in de neutrale stand staat, kan de trekkerschakelaar niet worden ingeknepen.43 NEDERLANDS De bedieningsfunctie veranderen Wijzigen van de slagkracht U kunt de slagkracht in vier stappen instellen: 4 (maximaal), 3 (hard), 2 (gemiddeld) en 1 (zacht). Zo kunt u de beste aandraaikracht voor het te verrichten werk kiezen. Het niveau van de slagkracht verandert elke keer wanneer u op de knop drukt. U kunt de slagkracht veranderen binnen ongeveer een minuut nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten. OPMERKING: U kunt de tijdsduur gedurende welke u de slagkracht kunt veranderen verlengen met ongeveer één minuut door op de knop of de knop te drukken. ► Fig.7 Bedieningsfunctie (Slagkrachtniveau aangegeven op het bedieningspaneel) Maximaal aantal slagen Doel 4 (maximaal)
Vastdraaien met de maximale kracht en snelheid. Vastdraaien wanneer kracht en snelheid gewenst zijn. 3 (hard)
Vastdraaien met minder kracht en snelheid dan in de Maximaal-stand (gemakkelijker te controleren dan in de Maximaal-stand). Vastdraaien wanneer kracht en snelheid gewenst zijn. 2 (gemiddeld)
Vastdraaien wanneer een goede afwerking noodzakelijk is. Vastdraaien wanneer u voldoende en doseerbare kracht nodig hebt. 1 (zacht)
Vastdraaien met minder kracht om schroef- draadbreuk te vermijden. Vastdraaien wanneer u precies moet kun- nen bijregelen bij kleine maat bouten. : Het lampje brandt. OPMERKING: Als geen van de lampjes op het bedieningspaneel brandt, knijpt u de trekkerschakelaar eenmaal in voordat u op de knop drukt. OPMERKING: Alle lampjes op het bedieningspaneel gaan zijn wanneer het gereedschap is uitgeschakeld om acculading te besparen. De grootte van de slagkracht kan worden gecontroleerd door de trekkerschakelaar heel licht in te knijpen zodat het gereedschap nog niet in werking treedt.44 NEDERLANDS De bedieningsfunctie veranderen Dit gereedschap is uitgerust met meerdere gebruiksvriendelijke bedieningsfuncties voor het indraaien van bouten met nauwkeurige controle. Het type bedieningsfunctie verandert elke keer wanneer u op de knop drukt. U kunt de bedieningsfunctie veranderen binnen ongeveer een minuut nadat u de trekkerschakelaar hebt losgelaten. OPMERKING: U kunt de tijdsduur gedurende welke u de bedieningsfunctie kunt veranderen verlengen met onge- veer één minuut door op de knop of de knop te drukken. ► Fig.8 Bedieningsfunctie (Hulpfunctie aangegeven op het bedieningspaneel) Werking Doel Boutfunctie Rechtsom Deze functie helpt om continu schroeven erin te draaien met hetzelfde aandraaimoment. Deze functie helpt ook de kans te verklei- nen dat de bouten/moeren breken als gevolg van te strak vastdraaien. Linksom Deze functie helpt voorkomen dat een bout eraf valt. Bij het losdraaien van een bout waar- bij het gereedschap linksom draait, zal het gereedschap automatisch stoppen of lang- zamer gaan draaien zodra de bout/moer voldoende los zit. OPMERKING: De timing waarmee het indraaien stopt is afhankelijk van het type bout/moer en het materiaal waarin wordt gedraaid. Test het indraaien voordat u deze functie gebruikt. Rechtsom Voorkomen dat bouten te strak worden vastgedraaid. Linksom Losdraaien van bouten. Boutfunctie (1) Rechtsom Het gereedschap stopt automa- tisch zodra de slagwerking is begonnen. Linksom De slagkracht is 4. Het gereed- schap stopt automatisch zodra de slagwerking is gestopt.
Boutfunctie (2) Rechtsom Het gereedschap stopt automa- tisch ongeveer 0,5 seconde na het moment waarop de slag- werking is begonnen. Linksom De slagkracht is 4. Het gereed- schap stopt automatisch ongeveer 0,2 seconde na het moment waarop de slagwerking is gestopt.
Boutfunctie (3) Rechtsom Het gereedschap stopt automa- tisch ongeveer 1 seconde na het moment waarop de slag- werking is begonnen. Linksom Het gereedschap gaat langza- mer draaien nadat de slagwer- king is gestopt.
: Het lampje brandt. OPMERKING: Als geen van de lampjes op het bedieningspaneel brandt, knijpt u de trekkerschakelaar eenmaal in voordat u op de knop drukt. OPMERKING: Alle lampjes op het bedieningspaneel gaan zijn wanneer het gereedschap is uitgeschakeld om acculading te besparen. Het type bedieningsfunctie kan worden gecontroleerd door de trekkerschakelaar heel licht in te knijpen zodat het gereedschap nog niet in werking treedt.45 NEDERLANDS Maximaal-toerentalfunctie ► Fig.9: 1. Knop 2. Lampje Wanneer de maximaal-toerentalfunctie is ingeschakeld, wordt het toerental van het gereedschap het hoogst, zelfs als u de trekkerschakelaar niet helemaal inknijpt. Wanneer de maximaal-toerentalfunctie is uitgescha- keld, neemt het toerental van het gereedschap toe naar mate u de trekkerschakelaar verder inknijpt. Om de maximaal-toerentalfunctie in te schakelen, houdt u de knop ingedrukt. Om de maximaal-toe- rentalfunctie uit te schakelen, houdt u nogmaals de knop ingedrukt. Het lampje brandt terwijl de maximaal-toerentalfunctie is ingeschakeld. OPMERKING: De maximaal-toerentalfunctie blijft ingeschakeld ook wanneer de slagkrachtfunctie of automatisch-stoppenfunctie wordt veranderd. MONTAGE LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens enig werk aan het gereedschap uit te voeren. Selecteren van de juiste slagdop Gebruik altijd de juiste maat slagdop voor het vast- draaien van bouten en moeren. Het gebruik van een slagdop met een verkeerde maat zal een onnauwkeurig en onregelmatig aandraaimoment en/of beschadiging van de bout of moer tot gevolg hebben. Een slagdop aanbrengen of verwijderen LET OP: Zorg ervoor dat de slagdop en het bevestigingsdeel niet beschadigd zijn voordat u de slagdop aanbrengt. LET OP: Nadat u de slagdop hebt aange- bracht, controleert u of deze stevig vast zit. Als deze eraf komt, mag u hem niet gebruiken. Voor een slagdop met O-ring en pen ► Fig.10: 1. Slagdop 2. O-ring 3. Pen Verwijder de O-ring uit de groef in de slagdop en verwij- der daarna de pen uit de slagdop. Plaats de slagdop op de vierkante aandrijfkop zodat het gat in de slagdop is uitgelijnd met het gat in de vierkante aandrijfkop. Steek de pen door het gat in de slagdop en het gat in de vierkante aandrijfkop. Breng daarna de O-ring weer op zijn oorspronkelijke plaats in de groef in de slagdop aan, zodat de pen op zijn plaats wordt gehouden. Om de slagdop te verwijderen, voert u deze procedure in omgekeerde volgorde uit. De haak aanbrengen LET OP: Als u de haak aanbrengt, bevestigt u deze altijd stevig met de schroef. Als u dit niet doet, kan de haak losraken en tot persoonlijk letsel leiden. ► Fig.11: 1. Gleuf 2. Haak 3. Schroef De haak is handig om het gereedschap tijdelijk op te hangen. Hij kan aan iedere zijkant van het gereedschap worden bevestigd. Om de haak te bevestigen, steekt u deze in een groef in een zijkant van de behuizing van het gereedschap en zet u hem vast met twee bouten. Om de haak eraf te halen, draait u de bouten los en haalt u de haak eraf. BEDIENING LET OP: Druk de accu altijd stevig aan totdat die op zijn plaats vastklikt. Wanneer het rode deel aan de bovenkant van de knop nog zichtbaar is, zit de accu er nog niet helemaal in. Schuif hem er helemaal in totdat het rode deel niet meer zichtbaar is. Als u dit nalaat, zou de accu uit het gereedschap kunnen vallen en uzelf of anderen kunnen verwonden. ► Fig.12 Houd het gereedschap stevig vast en plaats de slagdop over de bout of moer. Schakel het gereedschap in en draai vast gedurende de juiste aandraaitijd. Het juiste aandraaimoment kan verschillen afhankelijk van het soort en de maat van de bout, het materiaal van het te bevesti- gen werkstuk, enz. De verhouding tussen het aandraaimoment en de aandraaitijd is aangegeven in de graeken. Juiste aandraaimoment voor een bout met hoge trekvastheid met maximale slagkrachtinstelling (4) (kgf•cm) N•m
1. Aandraaitijd (seconden) 2. Aandraaimoment
LET OP: Als het gereedschap continu gebruikt wordt, raakt u het hamerhuis niet aan. Het hamerhuis kan bijzonder heet worden en brand- wonden op uw huid veroorzaken. ► Fig.13: 1. Hamerhuis46 NEDERLANDS OPMERKING: Houd het gereedschap recht voor de bout of moer. OPMERKING: Een buitensporig hoog aandraaimo- ment kan de bout/moer of slagdop beschadigen. Voordat u aan het werk gaat, dient u altijd even proef te draaien, om de juiste aandraaitijd voor uw bout of moer te bepalen. OPMERKING: Als u het gereedschap onafgebroken hebt gebruikt totdat de accu helemaal leeg is, laat u het gereedschap eerst 15 minuten rusten voordat u doorgaat met een andere accu. Het aandraaimoment wordt beïnvloed door een groot aantal verschillende factoren, waaronder de volgende. Controleer na het vastdraaien altijd het aandraaimo- ment met een momentsleutel.
1. Wanneer de accu bijna leeg is, neemt de spanning
- Het gebruik van een slagdop van een ver- keerde maat zal resulteren in een lager aandraaimoment.
- Een versleten slagdop (slijtage aan het zes- kantig of vierkante uiteinde) zal resulteren in een lager aandraaimoment.
- Zelfs wanneer het koppelcoëciënt over- eenkomt met de boutklasse, hangt het juiste aandraaimoment af van de boutdiameter.
- Zelfs wanneer de boutdiameters gelijk zijn, hangt het juiste aandraaimoment af van het koppelcoëciënt, de boutklasse en de boutlengte.
4. Door het gebruik van een universeelkoppeling of
verlengstuk zal de aandraaikracht van de slag- moersleutel iets lager zijn. Hiervoor kunt u com- penseren door wat langer aan te draaien.
5. De manier van vasthouden van het gereedschap
en de positie waar de schroef in het materiaal wordt gedraaid, hebben een invloed op het aandraaimoment.
6. Bij lagere toerentallen wordt ook het aandraaimo-
ment kleiner. ONDERHOUD LET OP: Zorg altijd dat het gereedschap is uitgeschakeld en de accu ervan is verwijderd alvorens te beginnen met onderhoud of inspectie. KENNISGEVING: Gebruik nooit benzine, was- benzine, thinner, alcohol en dergelijke. Hierdoor kunnen verkleuring, vervormingen en barsten worden veroorzaakt. Om de VEILIGHEID en BETROUWBAARHEID van het gereedschap te handhaven, dienen alle reparaties, onderhoud of afstellingen te worden uitgevoerd bij een erkend Makita-servicecentrum of de Makita-fabriek, en altijd met gebruik van Makita-vervangingsonderdelen. OPTIONELE ACCESSOIRES LET OP: Deze accessoires of hulpstukken worden aanbevolen voor gebruik met het Makita gereedschap dat in deze gebruiksaanwijzing is beschreven. Bij gebruik van andere accessoires of hulpstukken bestaat het gevaar van persoonlijke let- sel. Gebruik de accessoires of hulpstukken uitsluitend voor hun bestemde doel. Wenst u meer bijzonderheden over deze acces- soires, neem dan contact op met het plaatselijke Makita-servicecentrum.
Notice-Facile