SOLO Robolinho 2000 W - Robotmaaier

Robolinho 2000 W - Robotmaaier SOLO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Robolinho 2000 W SOLO in PDF-formaat.

📄 504 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice SOLO Robolinho 2000 W - page 64
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Robotmaaier
Merk Solo
Model Robolinho 2000 W
Maximale maaioppervlakte 2000 m²
Maximale helling 45% (24°)
Maaihoogte 25 tot 55 mm (handmatig verstelbaar)
Accu Lithium-ion, automatisch oplaadbaar
Voeding Basisstation met voedingsblok (100-240 V)
Veiligheidssensoren Heffings-, helling-, regensensor, obstakeldetectie
Programmering Wekelijks programma, startpunten, randmaaien
Connectiviteit WLAN 2,4 GHz, AL-KO inTOUCH app
Speciale functies Eco-modus, instelbare regensensor, secundair oppervlak
Leveringsinhoud Robotmaaier, basisstation, voedingsblok, grenskabel (niet meegeleverd voor dit model?), haringen, handleiding
Onderhoud Wekelijkse reiniging, vervanging van de messen, smering van de contacten
Onderdelen Maaimessen, grenskabel, accu, basisstation
Garantie Wettelijke garantie tegen fabricagefouten
Diensten AL-KO after-sales service, software-update via internet
Gewicht Ongeveer 12 kg (schatting)
Afmetingen (L × B × H) Ongeveer 60 × 50 × 30 cm (schatting)

Veelgestelde vragen - Robolinho 2000 W SOLO

Hoe de grenskabel installeren?
De grenskabel moet in een ononderbroken lus met de klok mee worden gelegd. Bevestig het met tuinharingen of begraaf het op 10 cm diepte. Houd minimale afstanden aan: 20 cm van obstakels, 60 cm breedte voor gangen. Sluit het aan op het basisstation nadat u het uiteinde hebt gestript.
Wat te doen als het apparaat niet start?
Controleer of de accu is opgeladen door het apparaat in het basisstation te plaatsen. Zorg ervoor dat de PIN-code (standaard 0000) correct is. Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan de sectie Hulp bij storingen van de handleiding.
Hoe de maaihoogte instellen?
Open de kap en draai aan de draaiknop: met de klok mee om de hoogte te verhogen (tot 55 mm), tegen de klok in om te verlagen (tot 25 mm). De huidige hoogte wordt weergegeven in het inspectievenster.
Hoe de maaitijden programmeren?
Ga naar het menu Programma's > Wekelijks programma. Activeer de gewenste dagen en stel de tijdsblokken in. U kunt ook startpunten instellen om specifieke gebieden aan te pakken. Zorg ervoor dat er ten minste 30 minuten verstrijken tussen programmering en het begin van het maaien.
Wat betekent foutcode CN001?
Code CN001 geeft aan dat de hellingssensor is geactiveerd. Dit kan worden veroorzaakt door een te steile helling (max 45%) of door het optillen van het apparaat. Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond en bevestig de fout.
Hoe de maaimessen vervangen?
Schakel het apparaat uit en draai het om. Draai de bevestigingsschroeven los en verwijder de versleten messen. Maak de behuizing schoon. Monteer de nieuwe messen met de scherpe kant naar het apparaat. Let op: draag beschermende handschoenen, de messen zijn scherp.
Hoe het apparaat verbinden met de inTOUCH-app?
Download de AL-KO inTOUCH-app op uw smartphone. Maak een account aan en volg de verbindingsassistent. Het apparaat moet binnen bereik zijn van een WLAN 2,4 GHz-router met een signaal van ten minste 50%.
Hoe het apparaat voor de winter opbergen?
Laad de accu volledig op, reinig het apparaat grondig en berg het op in een droge, afsluitbare, vorstvrije ruimte. Verwijder de laadconnector en sluit de opening af met de meegeleverde winterafdekking.
Waarom maait het apparaat niet gelijkmatig?
Dit kan worden veroorzaakt door een te korte maaitijd, een te lage maaihoogte of versleten messen. Verhoog de maaitijd, pas de maaihoogte aan of draai/vervang de messen.
Wat te doen als de accu niet meer oplaadt?
Controleer de laadcontacten op het basisstation en het apparaat: reinig ze en vet ze licht in. Zorg ervoor dat het basisstation stroom krijgt en dat het apparaat correct is geplaatst. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met de after-sales service.

Gebruikersvragen over Robolinho 2000 W SOLO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Robotmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Robolinho 2000 W - SOLO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Robolinho 2000 W van het merk SOLO.

GEBRUIKSAANWIJZING Robolinho 2000 W SOLO

1 Over deze gebruikershandleiding 64

1.1 Symbolen op de titelpagina 64
1.2 Verklaring van pictogrammen en sig-
naalwoorden 64

2 Productomschrijving 64

2.1 Leveringsomvang 65
2.2 Robot-grasmaier 65
2.3 Symbolen op het apparatus 66
2.4 Bedieningsoppervlak 66
2.5 Display 67
2.6 Menustructeur 68
2.7 Basisstation 69
2.8 Accu 69
2.9 Beschrijving van de werkking 69
2.10 Wifi-module en AL-KO inTOUCH app 70

3Veiligheid 70

3.1 Beoogd gebruik 70
3.2 Mogelijk foutief gebruik 71
3.3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-ningen 71

3.3.1 PIN-en PUK-invoer 71
3.3.2 Sensoren 72

3.4 Veiligheidsinstructies 72

3.4.1 Gebruiker 72
3.4.2 Persoonlijke beschermingsmid-delen 73
3.4.3 Veiligung van personen en die- ren 73
3.4.4 Veiligheid van het apparaat 73
3.4.5 Elektrische veiligungid 74

4 Montage 74

4.1 Apparaat uitpakken 74
4.2 Maigebieden plannen (01) 74
4.3 Maigebieden voorbereiden 74
4.4 Basisstation opbouwen (03/a) 75
4.5 Begrenzingskabel installeren 75
4.5.1 Begrenzingskabel op het basisstation aansluiten (03/b) 75

4.5.2 Begrenzingskabel leggen (01) .... 75
4.5.3 Obstakels afzetten 75
4.5.4 Doorgangen afzetten (01/h) 76
4.5.5 Hellingen afzetten (11) 76
4.5.6 Kabelreserves aanleggen (07).... 76
4.5.7 Typische fouten bij het leggen van de kabel (02) 76

4.6 Basisstation op voeding aansluiten (04) 77
4.7 Verbindingen aan het basisstation controlleren (04) 77

5 Inbedrijfstelling 77

5.1 Accu opladen (08) 77
5.2 Basisinstellungen uitvoeren 77
5.3 Maaihoogte instellen 78
5.4 Automatische kalibratierituitvoeren....78

6 Bediening 78

6.1 Apparaat met de hand starten 78
6.2 Maaiwerking staken 78
6.3 Nevenoppervlak maaien (01/NF) 79

7 Installingen 79

7.1 Instelling oproepen - Algemeen 79
7.2 Geluidssignaal knopbediening active- ren/deactiveren 79
7.3 Eco-Mode activeren/deactiveren (Robolinho 700/1200/2000) 79
7.4 Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000) 79

7.5 Maaiprogramma instellen 80

7.5.1 Maaiprogramma instellen - Algemeen 80

7.5.2 Startpunter instellen 80
7.5.3 Maaitijden instellen 80

7.6 inTOUCH 81
7.7 Randen maaien bij handmatige start.. 81
7.8 Maaien van nevenoppervlakken instellen 81
7.9 Displaycontrast instellen 81
7.10 Instellingsbescherming 81

7.11Opnieuw kalibreren 82
7.12 Terugzetten op fabrieksinstellungen ... 82

8 Informatie weergeven 82

9 Onderhoud en verzorging 82

9.1 Reiniging 82
9.2 Regelmatige controle 83
9.3 Messen verrangen 83

10 Transport 84
11 Opslag 84

11.1 Robot-grasmaier opbergen 84
11.2 Laadpaal opbergen 84
11.3 Begrenzingskabel overwinteren 84

12 Verwijdersen 84
13 Hulp bij storingen 85

13.1 Apparaat- en bedieningsfouten verhopen 85
13.2 Foutcodes en -oplossing 87

14 Klantenservice/service centre. 90
15 Garantie 90

1 OVER DEZE GEBRUIKERSHANDLEIDING

De Duitse versie is de originele gebruiksaanwijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodat u erin het antwoord op uw vragen kuterug-vinden wonneer u informatie over het apparaat nodig heeft.
Draag het apparaat alleen samen met deze gebruiksaanwijzing aan andere Personen over.
Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzing in acht.

1.1 Symbolen op de titelpagina

Symbool Betekenis

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 1

Lees voor de ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absolut zorgvuldig door. Dit is de voorwaarde voor veilig werkken en een storingsvrij gebruik.

Symbool Betekenis

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 1

Gebruiksaanwijzing

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 2

Ga voorzichtig met Li-Ion accu's om! Neem met name de aanwijzingen voor transport, opslag en afvalverwijdering in ache!

1.2 Verklaring van pictogrammen en signalaalwoorden

GEVAAR! Wijst op een direct gevaarlijke situation, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een ernstig letsel leidt.
WAARSCHUWING! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden worden, tot de dood of tot een zwaar letsel kan leiden.
VOORZICHTIG! Wijst op een potentieel gevaarlijke situatie, die, wanner ze Niet vermeden wordt, tot een Licht of middelzwaar letsel kan leiden.

LET OP! Wijst op een situation, die, wanner zeniet vermeden worden, tot materièle schade kan leiden.

OPMERKING Speciale aanwijzingen voormeerduidelijkheid en een beter gebruik.

Deze documentatie beschrijft een volautomatisch, met een accu gevoede robot-grasmaier die zich op een gazon vrij beweegt. De snijhoogte kan versteld worden.

2.1 Leveringsomvang

Bij de leveringsomvang horen de hier vermelde posities. Controller of alle posities aanwezig zijn:

SOLO Robolinho 2000 W - Leveringsomvang - 1

Nr. Component

1 Robot-grasmaaier
2 Beknopte handleiding
3 Gebruiksaanwijzing
4 Gazonpennen*
5 Voeding
6 Basisstation incl. schroefnagels (5 st.), moersleutel en winterafdekking
7 Begrenzungskabel **
  • Robolinho 500: 90 stuks, Robolinho 1150: 180 stuks, Robolinho 700/1200/2000: nicht in de leveringsomvang inbegrepen
    ** Robolinho 500: 100 m, Robolinho 1150: 150 m, Robolinho 700/1200/2000: nicht in de leveringsomvang inbegrepen

SOLO Robolinho 2000 W - Leveringsomvang - 2
2.2 Robot-grasmaier

Nr. Component

Nr. Component
1 Bedieningsveld met display (inwendig)
2 STOP-toets (stopt het apparaat meteen en de snijmessen binnen de 2 s)
3 Aansluitcontacten voor opladen
4 Hoogteverstelknop (verzonken)
5 Voorste wielen (stuurbaar)
6 Maaidek
7 Aandrijfwiel
8 Messenschijf
9 Bevestigingsbout
10 Wegruimmes
11 Snijblad
12 Accuschacht

2.3 Symbolen op het apparatusat

Symbool Betekenis

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 1

Houd anderen uit de buurt van de gevarenzone!

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 2

Vereist extra voorzichtigheidijdens gebruik!

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 3

Blijf met uw handen en voeten bij het maaimechanisme vandaan!

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 4

Houd voldoende afstand!

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 5

Lees vór ingebruikname de gebruiksaanwijzing!

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 6

Voer voor het starten van het apparat het PIN in!

SOLO Robolinho 2000 W - Symbool Betekenis - 7

Rijd Niet op het apparaat mee!

2.4 Bedieningsoppervlak

SOLO Robolinho 2000 W - Bedieningsoppervlak - 1
* alleen Robolinho 700/1200/2000

Nr. Component

1 (Home-toets): Maaiwerking staken, het apparaat rijdt'erug maar het basisstation. Het start de volgende dag waar automatisch op de ingestelde maaitijd.
2 Regensensor (Robolinho 700/1200/2000): Stelt vast of het regent (zie Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000)", pagi-na 79).
3 Display: Toont de huidige bedrijfsstatus van het apparaat, de naam van het geselecteerde menu, de menupunten en de functies die geselecteerd+kennen worden (zie Hoofdstuk 2.5 "Display", pagina 67).
4 [pijltjestoetsen): Selecteer demenupunten, verhoog en verlaag de getalwaarden en kies:tussen de instellen-gen.
5 (Start/pauze-toets): Maaiwerking met de hand starten en onderbreken of maaiwerking na het indrukken van meteen weeertzetten.
6 (functietaetsen): De functie oproepen die zojuist boven de toets op het display worden weergegeven.
7 (On/Off-toets): Apparaat in- en uitschakelen.

Nr. Component

8

(Menutoets): Hoofdmenu oproepen.

2.5 Display

SOLO Robolinho 2000 W - Display - 1

Nr. Indicatie

1 Naam van het geselecteerde menu (hier: Hoofdmenu)
2 Menupunten in het menu: Er worden telkens slechts twee menupunten weergegeven (hier: Installingen en Informatie). Met kuren er verdere menupunten worden weergegeven.
3 Functies voor het geselecteerde menupunt (hier:Instelleningen).Met enkunnen de functies worden opgeroepen.
4 Sterretje voor de markings van het geselecteerde menupunt (hier:Instel-1ingen)

2.6 Menustructeur

HoofdmenuProgrammaweekprogramma zich Hoofdstuk 7.5 "Maaiprogramma instellen", pagi- na 80
Startpunter zich Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunter instellen", pagina 80
Programma-info zich Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagi- na 82
Instel- lingenTijdstip zich Hoofdstuk 5.2 "Basisinstallingen uitvoeren", pagina 77
Datum zich Hoofdstuk 5.2 "Basisinstallingen uitvoeren", pagina 77
Taal zich Hoofdstuk 5.2 "Basisinstallingen uitvoeren", pagina 77
PIN code zich Hoofdstuk 5.2 "Basisinstallingen uitvoeren", pagina 77
Geluidssignaal knopbediening zich Hoofdstuk 7.2 "Geluidssig- naal knopbediening activeren/deactiveren", pagina 79
EcoMode zich Hoofdstuk 7.3 "Eco-Mode activeren/deactiveren (Robo- linho 700/1200/2000)", pagina 79 *
Regensensortie zich Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000)", pagina 79 *
Regensensor vertrag. zich Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen (Robolinho 700/1200/2000)", pagina 79*
Regengevoelig zich Hoofdstuk 7.4 "Regensensor instellen (Robolin- ho 700/1200/2000)", pagina 79*
inTOUCH zich Hoofdstuk 7.6 "inTOUCH", pagina 81
Randen maaien zich Hoofdstuk 7.7 "Randen maaien bij handmatige start", pagina 81
Nevenopppervlak actief/inactief zich Hoofdstuk 7.8 "Maaien van nevenopppervlakken instellen", pagina 81
Displaycontrast zich Hoofdstuk 7.9 "Displaycontrast instellen", pa- gina 81
Instellingsbescherming zich Hoofdstuk 7.10 "Instellingsbescher- ming", pagina 81
Opnieuw kalibreren zich Hoofdstuk 7.11 "Opnieuw kalibreren", pa- gina 82
Fabrieksinstallingen zich Hoofdstuk 7.12 "Terugzetten op fa- brieksinstellungen", pagina 82
Informa- tieMessenservice zich Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
Hardware zich Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
Software zich Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
Programma-info zich Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagi- na 82
Storingen zich Hoofdstuk 8 "Informatie weergeven", pagina 82
  • Robolinho 700/1200/2000

2.7 Basisstation

SOLO Robolinho 2000 W - Basisstation - 1

Nr. Component

1 Bodemplaat
2 Leds voor statusweergave
3 Laadcontact
4 Home-toets
5 Laadzuil
6 Kabelschrift
7 Wielkuip
8 Boring voor schroefspijkers (9)
9 Schroefspijkers

  • Robolinho 700/1200/2000

2.8 Accu

De accu kan door de gebruiker worden verran-gen.

OPMERKING De accu要去 voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke willekeurige laadtoestand worden opgeladen. Het is Niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken. De accu kan alleen worden opgeladen als het apparaat is ingeschakeld.

De accu is bij oplevering gedeeltelijk opgeladen. Bij normalaal gebruik worden de accu regelmatig opgeladen. Het apparaat rijdt hiervoor terug maar het basisstation.
De geintegreerde bewakingselectronica beeindigt het opladen automatisch als er een oplaadstatus van 100% is bereikt.

Het opladen werkt alleen bij een onberispelijk contact van de laadcontanten van het basisstation met de contactoppervlakken van het apparatus.
Bij een temperatuur hoger dan 45^ blokkeert de ingebouwde beveiliging het opladen van de accu. Op deze wijze worden een accustoring voorkomen.
- Als de bedrijfsduur van de accu ondanks een volledige oplading duidelijk korter is geworden,要去h bij een AL-KO dealer,technicus of AL-KO servicepartner door een originele accu worden verrangen.
- Als de accu door veroudering of een te lange opslagduur ontladen raakt tot beneden de door de fabrikant vastgelegde drempelwaarde, kan hij nicht meer worden opgeladen. Laat de accu en de controle-elektronica controlearen door uw AL-KO dealer, technicus of servicepartner.
De laadconditie van de accu worden getoond op het display. De accustatus na ca. 3 maanden opslag controleren. Schakel hiervoor het apparaat in en lees de accustatus af. Als de accu slechts nog maar voor ca. 30% of minder is geladen要去 het apparaat in het basisstation geplaatst en ingeschakeld worden zodat de accu worden opgeladen. Als de laadzuil voor het opbergen van het basisstation verbwijderd (zie Hoofdstuk 11.2 "Laadpaal opbergen", pagina 84), moet die eerst weer in omgekeerde volgorde gemonteerd en het basisstationeer op het stroomnet aangesloten worden.
Als er elektrolyt UIT het huis is vrijgekomen: Apparaat door een AL-KO servicepunt lately repareren!
Indien de accuuit het apparaat ward verwijderd: Als er ogen of handen met het vrijgekomen elektrolyt in aanraking zichn gekomen moeten die onmiddelijk met water worden gespoeld. Daarna onmiddelijk een arts raadplegen!

2.9 Beschrijving van de werkking

Bewegen op het gazon

Het apparaat beweegt zich vrij op een door een begrenzingskabel afgezet gebied. De orientatie van het apparaat gebeurt met sensoren die het magneetveld van de begrenzingskabel herkenen.

Als het apparaat gegen een obstakel stoot blijf het staan en beweegt verder in een andere rich-

ting. Als het apparaat in een situation kommt waarin er geen werkung möglich is, worden dit met en melding op het display aangegeven.

Robolinho 700/1200/200: Als het apparaat bij een ingeschakelde regensensor vocht herkent, gaat het automatisch terug maar het basisstation.

Maaiwerking en laadwerking

De maiafasen worden aufgewisseld door laadfasen. Als de lading van de accu bij het maaien tot een bepaalde waarde (weergave: 0% ) is gedaald, gaat het apparaat langs de begrenzings-kabel terug maar het basisstation.

Maaiprogramma's zich vooraf ingesteld en kuren op het apparaat of in de app aangepast worden.

Bij elke start van de maaimotor worden zichdraairrichting omgekeerd, waardoor de levensduur van de maaimessen worden verdubbeld.

2.10 Wifi-module en AL-KO inTOUCH app

De robot-grasmaier is uitgevoerd met een wifi-module. Dit.maakt een comfortabele bediening, instelling en bewaking via een app vanaf een mobiel apparatus (smartphone, tablet) möglichk.

OPMERKING Het gebruikte mobiele apparaat heeft een internetverbinding nodig voor gebruik van de inTOUCH app.

OPMERKING Om de robot-grasmaier upto-date te houden, moet hij via een wifi-network met het internet verbonden zijn. De AL-KO intOUCH app geeft informatie als er nieuwe software updates voor de robot-grasmaier�. Die worden automatisch gedownload.

AL-KO inTOUCH app

De AL-KO inTOUCH app is voor Android-gebaseerde apparaten verkrijgbaar in de Google Play Store en voor iOS-gebaseerde apparaten in de Apple App Store:

SOLO Robolinho 2000 W - AL-KO inTOUCH app - 1

SOLO Robolinho 2000 W - AL-KO inTOUCH app - 2
Na het installereren van de app要去 u zich eerst aanmelden.

De eerste keer dat de app wordt gestart, wordt de beknopte installmentiehandleiding;snelle installmentiehandleiding automatisch opgeroepen. Volg de instructies op om de robot-grasmaaier in de tuin te installereren en verrolgens met de AL-KO int-TOUCH app te verbinden.

OPMERKING De robot-grasmaier maaktuitsluitend verbinding met een 2,4 GHz wifi.5GHz wifi-netwerken worden nicht ondersteund.

Om een verbinding te makes met de AL-KO int-TOUCH app要去en de robot-grasmaier en de smartphone zich binnen het bereik van een router met voldoende signalsterkte (aanbeveling: min. 50% ) bevinden.

  1. AL-KO inTOUCH app starten.
  2. Gebruikersaccount aanmaken met „REGIS-TREREN". Gebruikersnaam en wachtwoord invoeren.
  3. Aanmelden met het tevoren aangemaaakte gebruikersaccount.
  4. Verbindingsassistant starten via „APPARATEN" en „NIEUW APPARAAT".
  5. Volg de verdere instructies.

OPMERKING Als de robot-grasmaaier zich in een gedeelte van de tuin met een slecht of zonder wifi-ontvangst bevindt, worden de instellengen van de AL-KO inTOUCH app pas uitgevoerd als de robot-grasmaaier binnen een gedeelte met een goed signaal terugkomt. Als deplaatselijkke wifi-sterkte van de router Niet de hele tuin afdekt, kan de reikwijdte ervan met een gebruikelijke repeater uitgebrecht worden.

Bij functiestoringen kan een dealer u met de geinstalleerde AL-KO inTOUCH app behulpzaam zich. De robot-grasmaaier moet via de AL-KO inTOUCH app voor de dealer vrijgeveen worden. Naast de toegang op afstand tot geintegreerde robot-grasmaaiers biedt de AL-KO inTOUCH App nog andere functies zoals productregistration, tuin-tips, plantadviezen of pushmeldingen in geval van een storing.

3 VEILIGHEID

3.1 Beoogd gebruik

Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particulier gebruik. Elke andere toepassing, alsook een verboden om- of aanbouw,

worden beschouwd als nicht beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting van de garantie, het verlies van de conformiteit (CE-markering) en de afwijzing van elke verantwoordelijkheid vanwege de fabrikant wat betreft schade aan de gebruiker of derden.

De toepassingsgrenzen van het apparaat�:

max. oppervlak:

Robolinho 500: 500m^2
Robolinho 700: 700m^2
Robolinho 1150: 1200m^2
Robolinho 1200: 1200m^2
Robolinho 2000: 2000m^2

max. helling/daling: 45% (24°)
- max. zijwaartse helling: 45 % (24°)
Temperatuur:

Opladen: 0 - 45^ C
Maaien: 0 - 55^ C

3.2 Mogelijk foutief gebruik

Dit apparaat is nicht geschikt voor gebruik in een openbare omgeving, parken, op sportterreinen of in de land- en bosbouw.

3.3 Veiligheids- en beveiligingsvoorzieningen

WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel. Defecte en buiten werkig gestelde veiligheids- en beschemingsapparatuur{kennen ernstig letselveroorzaken.

Laat defecte veiligheids- en beschermingsapparatuur repareren.
Deveiligheids-en beschermingsuitrusting nooit buiten Workingstellen.

3.3.1 PIN- en PUK-invoer

Het apparaat kan alleen door in- voeren van een PIN (personal Identification Number) worden gestart. Daardoor wordt het inschakelen door onbevoegde personen voorkomen. De PIN-code is in de fabriek ingesteld op 0000. De PIN-code kan worden gewijzigd,zie Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellungen uitvoeren", pagina 77.

Als de pincode 3 koer verkeerd wordt ingevoerd, is de invoer van de PUK (Personal Unlocking Key)oodzakelijk. Als die ook verkeerd wordt ingevoerd moeter 24 een voor de volgende invoer worden gewacht.

Bewaar de PIN- en PUK-code ontoegankelijk voor onbevoegde Personen.

3.3.2 Sensoren

Het apparaat heeft meerereveiligheidssensoren. Hij schakeltna het uitschakelen door eenveiligheidssensor Niet automatisch wee in. De fouitmeldingwordt op het display weergeven en moet bevestigd worden. De reden voor de activering vande sensor moet worden verholpen.

Hefsensor

Als het apparaat tijdens de werkking aan het huis wordt opgetild, wordt de rijaandrijvinguitgeschakeld en de snijmessen worden gestopt.

Stootsensoren voor obstakelherkenning

Het apparaat is uitgevoerd met sensoren die er bij contact met een obstakel voor zorgen dat de rijrichting worden aangepast. Wanner het apparaat gegen een obstakel aanstoot, verschuift het bovendeel van de behuizingiets en de stootsensor worden geactiveerd.

Hellingsensor in rijrichting/ zijkant

Als er in rijrichting een helling of een daling of een schuine zijwaartse stand van 24^ (45%) wordt bereikt, keert het apparaat om of verandert van rijrichting.

Regensensor (Robolinho 700/1200/2000)

Het apparaat is uitgevoerd met een regensensor die in geactiveerde hoedanigheid bij regende maaibeurt onderbreekt en ervoor zorgt dat het apparaat terugrijdt maar het basisstation.

OPMERKING Het apparaat kan betrouwbaar in de buurt van andere robot-grasmaaiers worden gebruikt. Het in de begrenzingskabel gebruikte signaal voldoet aan de door EGMF (European Garden Machinery Federation) vastgelegde standardards wat betreft de elektromagnetische emissies.

SOLO Robolinho 2000 W - Regensensor (Robolinho 700/1200/2000) - 1

3.4 Veiligheidsinstructies

3.4.1 Gebruiker

  • Jongeren vanjonger dan 16年龄段, personen met lichamelijke, sensorische of geestelijkbeperkingen of met onvoldoende ervaring en kennis enpersonen die de gebruiksaanwijzing Niet kennen, mogenhet apparaat nicht gebruiken. Neem eventueel van toepassing zijnde nationale veiligheidsvoorschriften omtrent de minimum leeftijd van de gebruiker in acht.

Bedien het apparaat nicht als u onder invloed bent van alcohol, drugs of geneesmiddelen.

3.4.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Om letsel te voorkomen要去 er doelmatige kleding en moeten er persoonlijke beschermingsmiddelen worden gedragen.
  • De persoonlijke beschermingsmiddelen bestaanuit:

lange broek en stevige schoenen.
■ bij onderhoud en verzorging: Veiligheidshandschoenen.

3.4.3 Veiligkeit van personen en dieren

Op openbaar toegankelijke terreinen moeten rond het maaigebied waarschuwingsborden met het volgende opschrift aangebracht worden:
LET OP! Automatische grasmaier in werkung! Kom nicht in de buurt van het apparaat! Houd kinderen onder toezicht!
Zorg erijdens de werkking voor dat er geen kinderen of personen in de buurt van het apparatusaat komen of zich en dat

ze nicht met het apparaat spel- len.

Het is verboden om op het apparaat te gaan zitten of om in de snijmessen te vrijpen!
Blijf met lichaam en kleding uit de buurt van het maaimechanisme.

3.4.4 Veiligkeit van het apparatusat

Zorg er voor het begin van de werkzaamheden voor dat er geen voorwerpen (takken, glazen of metalen voorwerpen, kledingstukken, stenen, tuinmeubelen, tuingerei of spelgoed) in het werkgedeelte van het apparaat liggen. Die kuren de snijmessen van het apparaat beschadigen of door het apparaat beschadigd worden.
Gebruik het apparaat alleen onder de volgende voorwaarden:

Het apparatus is nicht vervuld.
Het apparatusat vertoont geen beschadigingen of slijtage.
Alle bedieningselementen werken.
Basisstation en voeding en de elektrische voedingskabels zich nicht beschadigd en werken.

Vervang defecte onderdelen altijd door originele reserve-onderdelen van de fabrikant.
Laat het apparaat repareren wonneer het beschadigd raakte.
- De gebruiker van het apparaat is verantwoordelijk voor letsel bij derden of voor materiaanse schade.

  • Gebruik het apparaat nooit als er tegelijkertijd een tuinsproeier in het maaigebied in bedrijf is.
    Spuit het apparaat nicht met water af.
    Open het apparaat Niet.

4 MONTAGE

4.1 Apparaat uitpakken

  1. Open de verpakking voorzichtig.
  2. Haal alle componenten voorzichtig uit de verpakking en controllere ze op transportschade. Opmerking: Neem bij transportschade direct contact op met uw dealer of servicepartner van AL-KO.
  3. Controller de leveringsomvang,zie Hoofdstuk 2.1 "Leveringsomvang",pagea 65.

Indien het apparaat worden doorverzonden要去en de originele verpakking en de meegeleverde documenten worden bewaard. Die+zijn tevens bij retourzending vereist.

4.2 Maigebieden plannen (01)

Locatie van het basisstation (01/1)

Kortste möglichke afstand maar het grootste maaigebied
Vlakke ondergrond
Tegen direct zonlicht en sterke weersinvloeden beschermd
aansluitmogelijkheid voor voeding

Vrije toegankelijkheid voor de robot-grasmaaier

Leggen van de begrenzingskabel (01)

De begrenzingskabel moet in een doorlopende Ius rechtsom worden gelegd.

Doorgangen tussen de maiagebieden (01/h)

Een doorgang is een nauwe strook op het gazon en kan ertoe dienen om twee maaigebieden te verbinden.

Hoofdoppervlak en nevenoppervlak(ken) (01)

Hoofdoppervlak (01/HF): Is het gazon waarop zich het basisstation bevindt en dat door het apparaat over het gehele oppervlak automatisch gemaaid kan worden.
- Nevenoppervlak (01/NF): Is een gazon dat door het apparaat vanaf het hoofdoppervlak Niet kan worden bereikt; apparaat indien nodig met de handaar het nevenoppervlak dragen. Nevenoppervlakken konnen met handmatige werkung worden bewerkt.

Hoofd- en nevengebied zich enchyter alleen door bezelfde, ononderbroken begrenzingskabel omheind.

Positie van de startpunten (01/X0 - 01/X3)

Het apparaat beweegt op de vastgelegde maai-tijd langs de begrenzingskabel tot aan het vastgelegde startpunt en begint waar met maaien. Met de startpunten kan er vastgelegd worden welke gedeeltes van het maaioppervlak er meer worden gemaaid.

4.3 Maigebieden voorbereiden

  1. Controller of het gazon groter is dan de oppervlaktecapaciteit van het apparaat. Bij een te groot gazon ontstaat er een onregelmatig gemaad gazon. Verklein het te maaien gebied indien nodig.
  2. Voor de montage van basisstation en begrenzingskabel en voor de inbedrijfstelling van het apparaat: Het gazon met een grasmaier op eenkleine snijhoogte maaien.
  3. Obstakels op het gazon verwijderen of met de begrenzingskabel afzetten (zie Hoofdstuk 4.5.3 "Obstakels afzetten", pagina 75):
    Vlakke obstakels waar overheen kan worden bewogen en die de snijmessen konnen beschadigen (bijv. vlakke stenen, overgangen van gazonaar terras of pa den, tegels, stoepranden enz.)

Gaten in en verheffingen op het gazon (bijv. molshopen, woelgaten, Dennenappels, geallen fruit enz.)
Steile hellingen van meer dan 45% (24^)
Water (bijv. vijvers, beken, zwembaden enz.) en de afzetting ervan t.o.v. het gazon
Struiken en heggen die breder können worden

4.4 Basisstation opbouwen (03/a)

  1. Basisstation (01/1) haaks t.o.v. de positie van de begrenzingskabel als volgtplaatsen.

Vlak op de Gron (met een waterpas controeren)
Rechte en vlakke in- en uitrit
Niet overhellend (bij het aansluiten en indraaien van de schroefspijkers mag de laadzuil Niet gebogen raken of hellen)

  1. Basisstation (03/2) met vier schroefspijkers (03/1) op de grond vastzetten.

OPMERKING Robolinho 500/1150: Als de meegeleverde begrenzingskabel te kort is, kan bij de AL-KO dealer of de servicepartner een verlangkabel verkreten worden.

4.5.1 Begrenzingskabel op het basisstation aansluiten (03/b)

  1. Begrenzingskabel (03/4)uit de verpakking trekken.
  2. Afdekking van de kalbelschacht (03/3) aan de aansluiting (03/A) verwijden.
  3. Isolatie van het uiteinde van de begrenzings-kabel (03/6) een stuk verwijderen en in de klem (03/7) steken.
  4. Klem sluiten.
  5. Begrenzingskabel door de trekontlasting (03/5) met kabelreserve uit de kabelschacht leiden.

OPMERKING Met de kabelreserveuren ook op een laterijdstip nogkleine correcties aan de kabelgeleiding uitgevoerd worden.

  1. Afdekking van de kabelschrift weerplaatsen.

De begrenzingskabel kan zowel op het gazon worden gelegd of kan 10cm onder het gazonopervlak worden ingewerkt. Het inwerken onder

het gazonoppervlak kan door uw dealer uitgevoerd worden.

Beide varianten können met elkaar gecombineerd worden.

LET OPI! Gevaar voor beschadiging van de begrenzingskabel. Als de begrenzingskabel beschadigd of doorgesneden worden is de overdracht van de besturingssignalenaar het apparaat nicht更是mogelijk. In dat geval moet de begrenzingskabel gerepareerd ofervangen worden. Begrenzingskabels zich verwrijgbaar bij AL-KO.

Leg de begrenzingskabel alkijd direct op de grond. Bevestig hem indien nodig met een extra gazonpen.
Beschem de begrenzingskabel bij het leggen enijdens de werkung gegen beschadigin-gen.
Graaf en verticuteer Niet in de buurt van de begrenzingskabel.

  1. Bevestig de begrenzingskabel met regelmati-ge afstanden met gazonpennen of leg hem ondergronds (max. 10 cm diep).
  2. Begrenzingskabel om obstakels heen leggen:
    zie Hoofdstuk 4.5.3 "Obstakels afzetten", pagina 75.
  3. Doorgangen:tussen de afzonderlijke maaigebieden aanleggen: zie Hoofdstuk 4.5.4 "Doorgangen afzetten (01 / h) ", pagina 76.
  4. Te grete stijgingen of dalingen afzetten: zie Hoofdstuk 4.5.5 "Hellingen afzetten (11)", pagina 76.
  5. Kabelreserves aanleggen: zie Hoofdstuk 4.5.6 "Kabelreserves aanleggen (07)", pagina 76.
  6. Sluit de begrenzingskabel na het leggen aan op de aansluiting (03/B) van het basisstation:zie Hoofdstuk 4.5.1 "Begrenzingskabel op het basisstation aansluiten (03 / b) ", pagina 75.

4.5.3 Obstakels afzetten

Afhankelijk van de omgeving van het werkgedeelte要去 de begrenzingskabel met verschil-lende afstanden t.o.v. de obstakels worden gele-ged. Gebruik voor de bepaling van de juiste afstand de liniaal die van de verpakking aufgehaald kan worden.

ROPMERKING Afzettingen zijn alleen noodzakelijk als ze door de stootsensoren van het apparaat Niet;kennen worden herkend. Vermijd te veel of onnodige afzettingen. Niveauverschillendie kleiner zich dan 6 cm, moeten worden uitgesloten, omdat het apparaat anders schade kanveroorzaken.

Afstand t.o.v. muren, hekken, bloembedden: min. 20 cm (01)

Het apparaat beweegt met een afstand waar bui- ten van 20 cm langs de begrenzingskabel. Leg waarom de begrenzingskabel met een afstand van ten minste 20 cm t.o.v. muren, hekken of bloembedden.

Afstand t.o.v. terrasranden en verharde paden (05)

Als de rand van het terras of het pad hoger is dan het gazon moet er een afstand van ten minste 20~cm aangehouden worden. Als de rand van het terras of het pad op gelijke hoogte van het gazon ligt kan de kabel precies op de rand worden gelegd.

Afstand van obstakels t.o.v. de begrenzingskabel (01)

Als de begrenzingskabels van het obstakel weg ofaar het obstakel toe precies samenvallen, d.w.z. met een afstand van 0 cm,beweegt het apparaat over de begrenzingskabelsBeen. De begrenzingskabels hierbij Niet over elkaar heen (02/c),maar evenwijdig leggen (01/e).

Leggen van de begrenzingskabel rond hoeken (06)

Bij waar binnen verlopende hoeken (06/a): Begrenzingskabel diagonal leggen om te voorkomen dat het apparaat in de hoek vastkomt te zitten.
Bij buihenhoeken met obstakels (06/b): Begrenzingskabel in een punt leggen om te voorkomen dat het apparaat gegen de hoek aan botst.
Bij buitenhoeken zonder obstakels: Begrenzingskabel met een hoek van 90^ leggen.

4.5.4 Doorgangen afzetten (01/h)

De volgende afstanden moeten in de doorgang aangehouden worden:

Totale breedte: min. 60 cm
Afstand van de begrenzingskabel t.o.v. derand: 20 cm
■ Afstand:tussen de begrenzingskabels:min. 20cm

4.5.5 Hellingen afzetten (11)

Hellingen van meer dan 45% 要去en met de begrenzingskabel afgezet worden (45% = 45cm helling per 1 m horizontal).

De begrenzingskabel mag Niet over een helling vaneer dan 20% worden gelegd.Om problemen bij het keren te vermijden moet er een afstand van 50~cm tot 20% helling worden nageleefd. Als de helling aan de buitenrand van het werkgedeelte op een punt更是 dan 20% is, moet de begrenzingskabel met een afstand van 20~cm op hetvlakke terrein voor het begin van de helling worden gelegd.

4.5.6 Kabelreserves aanleggen (07)

Om na de inrichting van het maaibereik het basisstation nog te kunnen verplaatsen of het maaibereik te vergroten, moet er op regelmatige afstanden een reservelengte in de begrenzingskabel worden ingebouwd.

Kies het aantal kabelreservelengtesaar eigengoeddunker.

SOLO Robolinho 2000 W - Kabelreserves aanleggen (07) - 1

OPMERKING Vorm bij reservoirlengths

geen open lussen.

  1. Leg de begrenzingskabel rond de actuèle gazonpen (07/1) en wee terug maar de vorige gazonpen (07/3).
  2. Leid de begrenzingskabel dan werk terug maar de actuèle gazonpen. Er ontstaat een Ius. De kabels要去en bij elkaar liggen.
  3. Indien nodig de lus in het midden met een extra gazonpen (07/2) aan de grond bevestigen.

4.5.7 Typische fouten bij het leggen van de kabel (02)

De reserves van de begrenzingskabel worden Niet in een gelijkmatige, langgerekte lus gelegd (02/a).
De begrenzingskabel worden nicht deskundig rond de hoeken gelegd (02/b).
De begrenzingskabel worden gekruist of nicht rechtsom gelegd (02/c).
De begrenzingskabel worden te onnauwkeurig gelegd, zodate randedeeltes van het gazon nicht gemaaid+kennen (02/d).
De begrenzingskabel worden bij hetijken terugleiden van de rand waar een obstakel binnen het gazon Niet direct naast elkaar liggend gelegd (02/e).
De startpunten worden te ver weg van het basisstation vastgelegd (02/f).

De begrenzingskabel wordt over de rand van het gazon heben gelegd (02 / g)
Bij het leggen van de begrenzingskabel worden de minimum afstand voor doorgangen van 20 cm onderschreden (02/h).
De begrenzingskabel worden te:dicht, d.w.z. met een afstand van minder dan 20 cm t.o.v. Niet te passeren obstakels gelegd (02/i).

4.6 Basisstation op voeding aansluiten (04)

  1. Voeding (04/4) op een droge en gegen zonlicht beschermde plek voldoende in de buurt van het basisstation (04/1)plaatsen.
  2. Laagspanningskabel van de voeding (04/5) en kabel van het basisstation (04/6) met elkaar verbinden.
  3. Netstekker van de voeding (04/2) in een stopcontact (04/3) steken.

OPMERKING Wij adviseren om de voeding op het spanningsnet via een aardlekschakelaar met een nominale lekstroom van < 30mA aan te sluiten.

4.7 Verbindingen aan het basisstation controlleren (04)

  1. Controller of beide leds aan de Voorkant van de laadzuil (09/1) branden. Indien Niet:

Trek de voedingskabel los.
- Controller alle stekkerverbindungen van de voeding en van de begrenzingskabel op juiste montage en beschadigingen.

Toestandsweergaven van de leds

Leds Bedrijftstoestanden

groen

Brandt als de begrenzingskabel correct is gelegd en de lus in orde is.

geel

Brandt als de voeding in orde is.

5 INBEDRIJFSTELLING

Dit hoofdstuk beschrijft de handelingen en instellen den die nodig+zijn om het apparaat voor de eerste keer in bedrijf te stellen. Voor alle andere instellen gen zie Hoofdstuk 7 "Instellenen", pagina 79.

5.1 Accu opladen (08)

Bij normala gebruik worden de accu van het apparaat regelmatig opgeladen.

OPMERKING De accu要去 voor het eerste gebruik compleet worden opgeladen. De accu kan in elke willekeurige laadtoestand worden opgeladen. Het is Niet slecht voor de accu als het opladen wordt onderbroken. De accu kan alleen worden opgeladen als het apparaat is ingeschakeld.

  1. Apparaat (08/1) zodenig in het basisstation (08/3)plaatsen dat de contactoppervlakken van het apparaat de laadcontacten van het basisstation raken.
  2. Met apparaat inschakelen.
  3. Het display op het apparaat toont Accu wordt geladen. Indien Niet: zie Hoofdstuk 13 "Hulp bij storingen", pagina 85.

5.2 Basisinstallingenuitvoeren

  1. Afdekkap openen.
  2. Met Apparaat inschakelen. Firmware, code en type worden weergegeven.
  3. In het menu taalkeuze met taalselecteren en met overnemen.
  4. In het menu Aanmeling > PIN invoe- ren het vooraf ingestelde PIN 0000 invoe- ren. Hiervoor na elkaar met he cijfer 0 selecteren en telkens met overnen. Na de invoer van het PIN worden de toe- gang vrijgeschakeld.

  5. In het menu PIN wijzigen:

Bij Nieuwe PIN invoeren een zelfgekozen neuen PIN van vierplaatsen invoeren. Hiervoor na elkaar met een cijfer selecteren en telkens met overnemen.
Bij Nieuwe PIN herh. het neue PIN opnieuw invoeren. Als beiden invoeren identiek zich, worden PIN met succès gewijzigd weergegeven.

  1. In het menu Datum invoeren de actuèle datum instellen (formaat: DD-MM-20JJ).

Hiervoor na elkaar met f cijfer selectoren en telkens met overnemen.

  1. In het menu Tijdstip invoeren >24h formaat de actuèleijd instellen (formaat: HH:MM). Hiervoor na elkaar met een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

De basisinstellungen zijn voltooid. De status Ongekalibreerd starttoets indrukken worden weergegeben.

5.3 Maaihoogte instellen

De maaihoogte kan traploosussen de 25 - 55 mm met de hand worden versteld.

ROPMERKING Voor de kalibratierit (zie Hoofdstuk 5.4 "Automatische kalibratierit uittvoeren", pagina 78) en voor het leren van de startpunten (zie Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunterinstellen", pagina 80) worden een maaihoogte van 55mm aanbevolen.

  1. Afdekking (10/1) openen.
  2. De maaihoogte instellen (de actuèle maaihoogte worden op het scherm (10/3) in millimeter aangegeven):

Maaihoogte (d.w.z. gazonhoogte) verhogen: Draaiknop (10/2) rechtsom (10 / + ) draaien.
Maaihoogte (d.w.z. gazonhoogte) verla-gen: Draaiknop (10/2) linksom (10/-) draaien.

  1. Afdekking sluiten.

5.4 Automatische kalibratierituitvoeren

ROPMERKING Voer voor de inbedrijfstelling een kalibratie uit (zie Hoofdstuk 5.4 "Automatisch kalibratierit uitvoeren", pagina 78) of voer het teken van de stanrtpunten uit (zie Hoofdstuk 7.5.2 "Startpunter instellen", pagina 80).

Zet het apparaat op de beginstand (09)

  1. Zet het apparaat binnen het maaigebied op de startup:

min. 1 m links en 1 m voor het basisstati-on
met de Voorkant op de begrenzingskabeluitgelijnd

Kalibratierit starten

  1. Controller der binnen het te voorsellen bewegingsgedeelte van het apparaat geen obstakels aanwezig zijn. Het apparaat要去 met beiden voorwielen over de begrenzingskabel heb een kuren rijden. Indien nodig obstakels verwijdersen of kabel tijdelijk maar binnen leggen (min 35 cmoodzakelijk).

  2. Met Apparaat starten. Op het display wordt weergegeven:

!waarschuwing!Aandrijving start

Kalibreren,Fase[1]

Tijdens de kalibratierit

Het apparaat rijdt voor de bepaling van de signaalsterkte binnen de begrenzingskabel eerst twee koer over de begrenzingskabel toen en vertologens maar het basisstation en blijft waar stilstaan.

Op het display wordt de melding Kalibra-tie voltooid gegeven.
De accu worden opgeladen.

OPMERKING Het apparaat moet bij het binnenrijden in het basisstation blijven staan. Als het apparaat bij het binnenrijden in het basisstati-on de contacten Niet raakt, rijdt het verder langs de begrenzingskabel. Als het apparaat Niet door het basisstation rijdt is de kalibratieprocedure mistrukt. In dat geval moet het basisstation better uitgelijnd en de kalibatieprocedure herhaald worden.

Na de kalibratie

De vooraf ingestelde actuèle maaitijd worden aangegeven.

Voor alle andere instellingen zich Hoofdstuk 7 "Instellingen", pagina 79.

Robolinho 700/1200/2000

OPMERKING Om voor een correcte werk-king te zorgen en foulmeldingen te reduceren moet de lengte van de lus worden gemeten.

Zie ook

Startpunten instellen [80]

6 BEDIENING

6.1 Apparaat met de hand starten

1.Met apparaat inschakelen.

Voor randen maaien buiten de planning: zie Hoofdstuk 7.7 "Randen maaien bij handmatige start", pagina 81.

  1. Met Apparaat met de hand starten.

6.2 Maaiwerking staken

Robolinho 500/1150: p het apparaat indrukken.
Robolinho 700/1200/2000: o het basisstation (08/4) of op het apparatus indrukken.

Het apparatusaat rijdt automatisch hier het basisstation. Het wist het maaischema van de actuèle

dag en start de volgende dag waar op het ingesteldeijdstip.

op het apparaat indrukken.
De maaiwerking worden gedurende een half.
uer onderbroken.
op het apparaat indrukken.
Het apparaat wordtuitgeschakeld.

OPMERKING In gevaarlijke situatuies kan het apparaat met de STOP-toets (08/2) worden gestopt.

6.3 Nevenoppervlak maaien (01/NF)

  1. Apparaat optillen en met de hand op het nevenoppervlakplaatsen.

  2. Met apparaat inschakelen.
    3.Met fdmenu opropen.

  3. of * installingen
  4. of Nvenoppervlak maaien

6.Met maatijd selectoren.
7. Met apparaat met de hand starten.

Afhankelijk van de instelling: Het apparaat maait gedurende de ingesteldeijd en schakeltervo-gensuit of maait verdter tot de accu leeg is.

Na het maaien van het nevenoppervlak het apparaat weeer met de hand in het basisstation plaatsen.

7 INSTELLINGEN

7.1 Installing oproepen - Algemeen

1.Met fdmenu opropen.

Opmerking: Het sterretje * voor het menupunt geeft aan dat het zojuist is geselecteerd.

  1. o: instellingen

SOLO Robolinho 2000 W - Installing oproepen - Algemeen - 1

3.Met het gewenste menupunt selec

teren en met overnemen.

  1. Installingen uitvoeren.

Opmerking: De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreiben.

  1. Met ggaanaar het hoofdmenu.

OPMERKING Verdere menupunten: zie

Hoofdstuk 5.2 "Basisinstellungen uitvoeren", pagina 77.

7.2 Geluidssignaal knopbediening activeren/deactiveren

  1. of* Guidssignaal knopbe-

diening

  1. Geluidssignaal knopbediening activeren/de-activeren:

ofActiveren:

toetstonen activeren.

ofgedeact.:

toetstonen deactiveren.

In de Eco-modus schakelt het apparaat om maar de energie besparende modus. Daardoor wordt het energieverbruik en de geluidsemissie gereduceerd.

OPMERKING Maaien van een droog gazon vermindert verruiling. Door het activeren van de regensensor en het instellen van een vertragingstijd kan er worden voorkomen dat het apparaat bij een nat gazon maait.

Als de regensensor geactiveerd is, rijdt het apparaat terug maar het basisstation als het begint te regenen. Daar blijft het tot de regensensor is gedroogd. Vervolgens wacht het nog dearend af die als vertraging is ingesteld voordat het doorgaat met maaien. De gevoeligheid van de regensensor is instelbaar.

  1. o: Renssor

  2. Regensensor activeren/deactiveren:

ofActiveren:

Regensensor activeren.

of edact. Regensensor deactiveren.

  1. Vertraging van de regensensor instellen:

of Regensensor vertrag.

xx uur xx minuten Met de gewenste waarde voor de vertraging selecteren en met bevestigen.

  1. Gevoeligheid van de regensensor instellen:

of Regengevoelig

Met de gewenste waarde voor de gevoeligheid instellen en met bevestigen.

7.5 Maaiprogramma instellen

7.5.1 Maaiprogramma instellen - Algemeen

1.Met ofofdmenu oproepen.
2. oPgramma
3. Met metupunt selecteren en met overnemen.
4. Instellingen uitvoeren. Opmerking: De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreiben.

7.5.2 Startpunter instellen

Startpunter teachers

  1. Apparaat in het basisstation plaatsen.
    2.Met apparaat inschakelen.
    3.Met ofofdmenu oproepen.
  2. oPgramma
  3. o* startpunter
  4. of * startpunter teachers
  5. startteachrun voor startupnten

of start . Het apparaat beweegt langs de begrenzingskabel.
of Jier, als het apparaat het gewenste startpunt heeft bereikt. Het startpunt worden opgeslagen.

  1. ste startpunt 1 in, als bij de teachrun geen startpunt is vastgelegd. Als er hier geen startpunt worden vastgelegd, worden de startpunten automatisch vastgelegd.
  2. oStaTpunt x: XXm, als het laatste startpunt is bereikt.

Startpunten met de hand vastleggen (01)

Het eerste startpunt (01/X0) is vooraf ingesteld en bevindt zich 1 m rechts naast het basisstation. Achter dit punt können verdere startpunten worden gedefinieel:

Robolinho 500/700/1150: maximaal drie startpunter (X1-X3)
Robolinho 1200: maximaal zes startpunter (X1-X6)
Robolinho 2000: maximaal negen startpunter (X1-X9)

Houd bij het vastleggen van de startpunten rekening met het volgende:

Stel de startpunten nicht te ver verwijderd van het basisstation en nicht te zich bij elkaar in (02/f).
Gebruik slechts zoveel startpunten als nodig.

  1. o* sartpunten
  2. 品 ^ 品 Pnt x1 bij [020m] Met f navelkaar een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

  3. o* port x2 bij [075m] Met navelkaar een cijfer selecteren en telkens met overnemen.

  4. Verdere startpunten vastleggen indien nodig.

  5. Met Uggaanaar het hoofdmenu.

7.5.3 Maaitijden instellen

OPMERKING Tussen de programmering van de maaitijden en het starten van het maaien要去en 30 minutes liggen. Indien Niet start het apparaat op zijn vroegt 30 min na de LASTe toetsbediening.

In het menupunt Weekprogramma worden de dagen van de week en deijdstippen ingesteld waarop het apparaat moet maaien. Pas deze instellingen indien nodig aan op de afmetingen van het gazon. Als er na ongeveer een week nog on-

gemaaide gebieden te zien zichen要去en de maai-tijden verlengd worden.

1. of\* weekprogramma

of Elke dag [X]: Het apparaat maait iedere dag op de ingestelde tijdsteppen. Als Elke dag [ ] wordt aangegeven, maait het apparaat alleen op de ingestelde weekdays.
of Maandag [X]...* Zondag [X]: Het apparaat maait op de ingestelde weekdayop de ingestelde tijd stippen. Als bijv.Maandag [] wordt weergegeven,maait het apparaat op de betreffende dag Niet.
of wijzigen:De betreffende dag activeren [x] of deactiveren[ ],tijden,manier van maaien en startpunten instellen.

  1. Instellungen voor alle dagen of de betreffende dag uitvoeren:

bijv. [M] 07:00-10:00 [?] : Normaal maaien [M] van 07:00 - 10:00 uur met automatisch wisselend startpunt 0 - 9 [?]
bijv. [R] 16:00-18:00 [1]: Het apparaat start om 16:00 uur met het maaien van randen [R] en beweegt langs de gehele begrenzingskabel. Daarna begint het maaien van het oppervlak op startpunt 1 [1]. Om 18:00 uur of zodra de accu leeg is, rijdt het apparaat terug maar het basisstation.
of wijzigen :Geselecteer de instelling wijzigen.
of Verder: Gewijzigde instelling bevestigen en verder maar de volgende instelling.

  1. of Ops:Alle gewitzigde instellingen van het menupunt opslaan.

7.6 inTOUCH

Een bestaande verbinding met een gateway kan verbroken worden. Daardoor staat het apparaat gedurende 30 minutes open voor een neue verbindingsopbouw.

OPMERKING Om later een verbinding op te bouwen要去 de verbinding eerst opnieuw worden verbroken, ook als het apparaat vooraf Niet met een gateway was verbonden.

  1. Verbinding verbeken apparaat meldt: Voltooid.
  2. Met bevestigen en teruggaan hier het menu.

7.7 Randen maaien bij handmatige start

Voor de handmatige start kan hier ingesteld worden dat het apparaat met het maaien van de randen begint.

Randen op de geprogrammeerde maaitijden maaien:zie Hoofdstuk 7.5.3 "Maaitijden instellen", pagina 80.

  1. of* Randen maaien
  2. handmatige start

7.8 Maaien van nevenoppervlakken instellen

  1. enoppervlak maaien
  2. Maaitijden instellen:

of hactief: Maaien van nevenoppervlakken is uitgeschakeld.
of actief: Het apparaat maait tot de accu leeg is.
of Zahzeit in min: Het apparaat maait gedurende de ingesteldeijd het nevenoppervlak. De vol-gende maaitijden konnen ingesteld wor-den: 30/60/90/120/tot accu leeg.

7.9 Displaycontrast instellen

Als het display bijv. in zonlicht slecht af te lezen valt, kan de weergave door wijziging van het displaycontrast verbeterd worden.

  1. playcontrast
  2. Met het visplaycontrast verhogen/ verlagen en met overnemen.

7.10 Instellingsbescherming

Als de instellingsbescherming gedeactiveerd is hoeft alleen bij het bevestigen van voor de veiligheid belangrijke fouten de PIN-code ingevoerd te worden.

SOLO Robolinho 2000 W - Instellingsbescherming - 1

SOLO Robolinho 2000 W - Instellingsbescherming - 2

  1. Instellingsbescherming activeren/deactiveren:

of activeren: Instellingsbescherming activeren.
of edact. : Instellingsbescherming deactiveren.

7.11 Opniewu kalibreren

Als de positie of de lenghte van de begrenzingskabel werd gewijzigd of het apparaat de begrenzingskabel Nieteer kan vinden, moet er opnieuw gekalibreerd worden.

  1. opnew kalibreren
    2.Kalibratie terugzetten?
  2. Kalibratierum uitvoeren: zie Hoofdstuk 5.4 "Automatische kalibratierit uitvoeren", pagina 78.

7.12 Terugzetten op fabrieksinstellungen

De fabrieksinstelling van het apparaat+kennen bijv.oor een doorverkoop teruggezet worden.

  1. of* Frobrieksinstallingen apparaat meldt: Installingen met succes hersteld

Het menu Informatie dient voor de weergave van de apparaatgegevens. In dit menu kan denverder geen instellingen worden gedaan.

  1. Met ofdmenu opropen.
  2. o* informatie
  3. Met menupunt selecteren en met overnemen.

Opmerking: De menupunten worden in de paragrafen hierna beschreiben.

  1. Met Uuggaan aan het hoofdmenu.

Messenservice

Geeft aan over hoeveel bedrijfsuren er een messenservice moodzakelijk is. De teller kan met de hand teruggezet worden. De messenservice van een AL-KO dealer, technicus of een servicepartner uit lately voeren.

Teller voor de messenservice terugzetten:

  1. oBevstigen

Hardware

Geeft informatatie weever het apparaat, als bijv. type, fabricejaar, bedrijfsuren, serienummer, aantal maaibeurten, totale maaitijd, aantal laadcycli, totale oplaadtijd, lengte van de lus van de begrenzingskabel.

Software

Geeft de software-versie aan.

OPMERKING Houd de software van de

Robolinho maairobot altijd actuel. Controller regelmatig de firmwareversie enactualiser die indien nodig.De Robolinho Updater Software vindt u op internet op:

www.al-ko.com/shop/de/robolinho-autoupdater

Programma-info

Toont actuèle instellingen als bijv. de totale weikelijkse maaitijd.

Storingen

Geeft de als staat opgetreden storingsmeldingen met datum,ijd en foutcode wee.

9 ONDERHOUD EN VERZORGING

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen konnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaam-heden algijd beschermende handschoenen!

9.1 Reiniging

LET OP! Gevaar door water. Water in de robot-grasmaier en in het basisstation leidt tot schade aan elektrische componenten.

Spuit de robot-grasmaier en het basisstation Niet met water af.

VOORZICHTIG! Kans op letsel door snijmessen. De snijmessen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken.

Draag veiligheidshandschoenen!
Let erop dat lichaamsdelen nicht in de snij-messen terechtkomen.

Een keer per week UITvoeren:

  1. Met apparaat uitschakelen.
  2. Oppervlak van het lui met een stoffer, een borstel, een vochtige doek of een fijn spons afvegen.

  3. Onderkant, maaidek en snijmessen met een borstel afborstelen.

  4. Snijmessen op beschadigingen controleren.
    Indien nodig verrangen: zie Hoofdstuk 9.3 "Messen verrangen", pagina 83.

Basisstation reinigen

  1. Grasrestanten en loot of andere voorwerpen regelmatig uit het basisstation verwijderen.
  2. Oppervlak van het basisstation met een vouchtige doek of een fijn spons afvegen.

9.2 Regelmatige controle

Algemene controle

  1. Controller eén keer per week de gehele installatie op beschadigingen:

Apparaat
Basisstation
Begrenzingskabel
Voeding

  1. Vervang defect onderdelen door originele onderdelen van AL-KO of door een servicepunt van AL-KO.

Wielen controlleren op vrije beweging

Een keer per week UITvoeren:

  1. De omgeving van de rolden grondig van grasrestanten en verruiling ontdoen. Gebruik hiervoor een stoffer en een doek.
  2. Controller of de rolten soepel draaien en of ze gestuurd können worden.

Opmerking: Als de rollen stroef draaien of Niet gestuurd hunnen worden要去en ze door een servicepunt van AL-KO worden verran-gen.

Contactoppervlakken aan de robotgrasmaier controleren

  1. Vervoiling met een doek verwijderen en dan iets met contactvet insmeren.

Laadcontacten van het basisstation controlleren

  1. Trek de voedingskabel los.
  2. De laadcontacten richting basisstation drukken en loslaten. De laadcontacten要去en wee terugveren in de uitgangspositie. Opmerking: Als de laadcontacten Niet terugveren要去en ze door een servicepunt van AL-KO worden verrangen.

9.3 Messen verrangen

VOORZICHTIG! Kans op letsel door snijmessen. De snijmessen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken.

Draag veiligheidshandschoenen!
Let erop dat lichaamsdelen nicht in de snij-messen terechtkomen.

LET OPI: Beschadiging van het apparaat door ondeskundige reparatie. Door hetrechtbuigen van verbogen gemonteerde snijmessen kan de messenschijf beschadigd raken.

Buig verbogen snijmessen nichtrecht.
Vervang verbogen snijmessen door originele reserveonderdelen van AL-KO.

Versleten snijmessen of verbogen snijmessen moeten worden verrangen.

  1. Met apoaraat uitschakelen.
  2. Apparaat omkeren met de messen maar boven toe.
  3. Bevestigingsbouten losdraaien.
  4. De snijmessen uit de meszitting halen.
  5. De meszitting reinigen met een zacht borstellje.

OPMERKING De snijmessen zijn over de gehele lenghte geslepen en{kunnen daarom 180^ gedraaid gemonteerd worden,waardoor de draaitijd verdubbeld worden.

  1. Messen verrangen:

Als de snijmessen sinds de eerste montage nog Niet+zijn gedraaid: Snijmessen 180^ draaien en met de geslepen kant maar het apparaat toe wijzend weein de meszitting plaatsen en de bevestigingsbouten wee handvast aandraaien.
Als de snijmessen sind de eerste montage aliens zich geldraaid: Nieuwe snijmessen met de geslepen kant maar het apparaat toe wijzend in de meszittingplaatsen en neue bevestigingsboute handvast aandraaien.

Opmerking: Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen van AL-KO worden gebruikt.

Als ernstige vervoiling Niet met een borstel kan worden verwijderd,要去 de messenschijf worden verrangen,umat er anders onbalans kan zorgen vooreer geluid,meer slijtage en functiesto-ringen.

Ga voor het transport van het apparaat als volgt te werk:

  1. Met net de stoptoets het apparaat stoppen.
  2. Met paraat uitschakelen.
  3. Til het apparaat met beiden handen aan het huis op:

De snijmessen mogen nicht aangeraakt worden.
De snijmessen要去n altijd van het li-chaam wegwijzen.

11 OPSLAG

11.1 Robot-grasmaier opbergen

Berg het apparaat op als het gedurende de winter of waarschijnlijk voor langer dan 30 dagen nicht worden gezruikt.

  1. Accu geheel opladen (zie Hoofdstuk 5.1 "Accu opladen (08)", pagina 77)
  2. Apparaat grondig reinigen (zie Hoofdstuk 9.1 "Reiniging", pagina 82).

  3. Apparaat bewaren:

staand op alle wielen
op een droge, aflsuitbare en gegen vorst beveiligde plek
buiten het bereik van kinderen

11.2 Laadpaal opbergen

Berg de laadpaal op als hij gedurende de winter of waarschijnlijk voor langer dan 30 dagen nicht worden gezruikt.

  1. Voeding van het net scheiden en van het basisstation losnemen.
  2. Laadpaal verwijdersen:

Beide boute n van de laadzui (08/5) los-draaien.
Laadpaal door kantelen van het basisstation losnemen.
Stekkerverbinding van basisstation en laadzuil losmaken.
Opening van de basis (08/6) aflsuiten met de bijgevoegde winterafdekking (08/7).

  1. Laadpaal opbergen:

op een droge, afsluitbare en gegen vorst beveiligde plek
buiten het bereik van kinderen

De begrenzingskabel kan in de grond blijven zitten en hoeft nicht verwijderd te worden.

12 VERWIJDEREN

Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG)

SOLO Robolinho 2000 W - Advies over de wetgeving inzake elektrische en elektronische apparaten (ElektroG) - 1

Oude elektrische en elektronische apparaten horen nicht thuis bij het huishoudelijkke afval, maar要去en geschieren worden aangeboden of verwijderd!

  • Gebruikte batterijen of accu's, die nicht vast in het apparaat ingebouwd zijn, moeten voor de verwijdering worden gedemonteerd! De recyclung ervan worden door de batterijwetgeving beheerst.
  • Bezitters of gebruikers van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht.
    De eindgebungruiker is verantwoordelijk voor het wissen van zijn persoonlijke gegevens op het te verwijderen gebruekte apparaat!

Het symbol van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat elektrische en elektronische gelebrekte apparaten Niet via het gewoon afval moot worden verwijderd.

Elektrische en elektronische apparaten können op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeben:

  • Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
    Verkooppunten van elektrische apparatuur (vast en online), voor zover handelaren tot terugname verplicht zich of deze vrijwillig aanbieten.

Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op apparaten die in landen van de Europese Unie geinstalleerd en verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2012/19/EU. In landen buiten de Europese Unie konnen afwijkende voorschriften gelden voor het verwijderen van afgedankte elektrische en elektronische apparaten.

Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG)

SOLO Robolinho 2000 W - Over de batterijwetgeving (in Duitsland: BattG) - 1

Gebruekte batterijen en accu's horen nicht bij het gewone afval, maar要去en afzonderlijk worden weggedaan!

Zie de gebruikershandleiding om tot een veilige verwijdering van batterijen of accu'suit het elektrische apparaat over te konnen gaan en voor informatie over het type of het chemisch system.
- Bezitters of gebruikers van batterijen en accu's�n wettelijk tot teruggave na gebruik verplicht. De teruggave is beperkt tot de normale huishoudelijk hoeveelheden.

Gebruekte batterijen können schadelijke stoffen of zware metalen bevatten, die het milieu en de gezondheid schade konnen toebrengen. Het hergebruiken van gebruekte batterijen en het opnieuw gebruiken van de grondstoffen draagt bij tot het behoud van deze belangrijke goederen.

Het symbol van de afvalemmer met de schuine streep erdoor betekent, dat gebruike batterijen en accu's Niet via het gewoon afval mogen worden verwijderd.

Wanner ook de vermelding Hg, Cd of Pb onder de afvalemmer is aangebracht, betekent dit het volgende:

Hg: de batterij bevat meer dan 0,0005% kwik
Cd: de batterij bevat meer dan 0,002 % cadmium
Pb: de batterij bevat meer dan 0,004 % lood Accu's en batterijen können op de volgende verzamelpunten gratis worden afgegeben:
Openbare recycling- en verzamelpunten (bijv. milieuparken)
Verkooppunten van batterijen en accu's
Een verzamelpunt van het gemeenschappelijkke recycling system voor gebruike apparaten en batterijen
Een verzamelpunt van de fabrikant (indien hij geen lid is van het gemeenschappelijkke recyclinq systeme)

Deze voorschriften zijn alleen voor toepassing op accu's en batterijen die in landen van de Europese Unie verkocht werden en die beantwoorden aan de Europese richtlijn 2006/66/EU. In landen buiten de Europese Unie konnen afwijkende befalingen voor de recycling van accu's en batterijen gelden.

Aanwijzingen voor de verpakking

SOLO Robolinho 2000 W - Aanwijzingen voor de verpakking - 1

Het verpakkingmaterial is herbruikbaar. Doe de verpakking milieubewust weg.

Demonteer de accu voordat het apparaat wordt weggedaan.

De geintegreerde accu moet gedemonteerd en apart weggedaan worden voordat het apparaat worden afgedankt.

SOLO Robolinho 2000 W - Demonteer de accu voordat het apparaat wordt weggedaan. - 1

  1. Bouten (1) losdraaien.
  2. Deksel van het accuvak (2) aflnemen.
  3. Accu (3) loskoppelen en verwijderen.
  4. Deksel weeer plaatsen en bouten weeer aan-draaien.

13 HULP BIJ STORINGEN

13.1 Apparaat- en bedieningsfouten verhelpen

VOORZICHTIG! Gevaar voor letsel. Onderdelen met scherpe randen en draaiende onderdelen konnen letsel veroorzaken.

Draag bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden alsijd beschermende handschoenen!

OPMERKING Neem contact op met once klantenservice bij storingen die nicht in deze tabel staan vermeld of die u niet zich kunt oplossen.

Storing Oorzaak Maatregel
Apparaat start nicht. Accu is leeg. Apparaat in het basisstation opladen.
Apparaat komt klem te zit-ten en graaft zich vast. De wielen draaien verder.Stootsensoren worden nicht geactiveerd.Bezoek een AL-KO service centre.
Gras is te hoog.■ De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de gewenste hoogte. ■ Gras met een grasmaier maaien.
Apparaat blijft op een onefenheid van het gazon han-gen.Oneffenheid verwijderen.
Apparaat maait op verkeer-de tijdstippen.Apparaat heeft de verkeerdeijd.Tijd instellen.
Maaiduur is verkeerd ingesteeld.Maaitijden instellen.
Apparaat verliest de tijdinstellen.Accu is defect. Bezoek een AL-KO service centre.
Motor blokkeertijdens het maaien.Motor is overbelast. Apparaat uitschaken, op effen onder-grond of laag grasplaatsen en opnieuw starten.
Accu is leeg. Accu opladen.
Snijmessen�stomp. Snijmessen omkeren of indien nodig verrangen.
Maairesultaat is ongelijk-matig.Maaitijd is te kort. Langere maaiiijden programmeren.
Maaigebied is te groot. Maaigebied verkleinen.
De maaihoogte is te laag ingesteld.De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de gewenste hoogte.
Snijmessen�stomp. Snijmessen omkeren of indien nodig verrangen.
Het vermogen van de accu-neemt duidelijk af.De maaihoogte is te laag ingesteld.De maaihoogte hoger instellen, daarna lager instellen tot de gewenste hoogte.
Gras te hoog of te nat.■ Gazon laten drogen. ■ Maaihoogte hoger instellen.
Apparaat trilt of het ge-luidsvolume is te hoog.Onbalans in het snijmes of in de aandrijving van het snij-mes■ Maaidek reinigen. ■ Bezoek een AL-KO service centre.

Storing Oorzaak Maatregel

Accu kan nicht opgeladen worden resp. te lage accuspanning

Laadcontacten van het basisstation zichn verruild.
- Contactoppervlakken aan het apparaat�nvervuild.

Basisstation heeft geen stroom.

Apparaat raakt de laadcontacten Niet.

Levensduur van de accu is afgelopen.

Oplaadelektronica is defect. Bezoek een AL-KO service centre.

Laadcontacten en contactoppervlakken reinigen.

Basisstation op voeding aansluiten.

Apparaat in het basisstationplaatsen en controlleren of de laadcontacten contact maken.
Bezoek een AL-KO service centre.

Bezoek een AL-KO service centre.

13.2 Foutcodes en -oplossing

OPMERKING Neem contact op met once klantenservice bij storingen die nicht in deze tabel staan vermeld of die u zich selbst kunt oplossen.

Foutcode Oorzaak Maatregel

CN001: Tilt sensor

Kantelsensor is geactiveerd:

Max. hellingshoek overschreden
Apparaat werd gedragen
Helling te steil

CN002: Lift sensor

De hefsensor is geactiveerd:
De afdekking van het apparaat werd door optillen of door een obstakel\ aar boven toe wegdedukt.

Apparaat is gegen een obstakel gereden en kan zich nicht losmaken (bijv. botsing in de buurt van het basisstation).

Geen circuitisignaal
- Begrenzingskabel is defect.
Circuitsignal is te zwak.

Apparaat op een horizontale ondergrond plaatsen en de fout bevestigen.
Obstakel verwijden.
Apparaat op een vrij, omheind gazonplaatsen.
Positie van de begrenzingskabel corrigeren.
LEDs aan het basisstation controlen.
Voeding van het basisstation controeren. Voeding losnemen en weeer aansluiten.
Begrenzingskabel op beschadigingen controleren.Defecte kabel repareren.

Foutcode Oorzaak Maatregel
CN008: Loop signal weak■ Circuitsignal te zwak ■ Begrenzingskabel te diep ingegraven■ LEDs aan het basisstation controle- ren. ■ Voeding van het basissatston controleren. Voeding losnemen en wee r aansluten. ■ Begrenzingskabel tot de voorge-schreven hoogte verhogen,evt. di- rect op het gazon bevestigen.
CN010: Slechte posi-tie■ Apparaat bevindt zich buiten het omheinde ga-zonoppervlak. ■ Begrenzingskabel werk gekruist.■ Apparaat op een vrij, omheind ga-zonplaatsen. ■ Positie van de begrenzingskabel om bochten en obstakels corrigeren. Kruising van de kabel opheffen.
CN011: Escaped robotApparaat bevindt zich buiten het omheinde gazonopper-vlak.Positie van de begrenzingskabel om bochten en obstakels corrigeren.
CN012: Cal: no loop CN015: Cal: outsideStoring tijdens de kalibratie: ■ Apparaat kan de begren-zingskabel Niet vinden.■ LEDs aan het basissatston controle- ren. ■ Voeding van het basissatston controleren. Voeding losnemen en wee r aansluten. ■ Apparaat op de voorgeschreven kalibriatiepositie zetten, precies haaks uittijnen. Apparaat moet over de begrenzingskabel heb den kunnen rijden.
CN017: Cal: signal weakStoring tijdens de kalibratie: ■ Circuitsignal te zwak ■ Geen circuitsignaal ■ Begrenzingskabel is defect.■ Apparaat op de voorgeschreven kalibriatiepositie zetten, precies haaks uittijnen. ■ Voeding van het basissatston controleren. Voeding losnemen en wee r aansluten. ■ Begrenzingskabel op beschadigin-gen controleren.
CN018: Cal: Collisi-onStoring tijdens de kalibratie: ■ Apparaat is gegen een obstakel aan gereden.Obstakel verwijderen.
CN038: Battery Accu is leeg:
Circuit van de begrenzings-kabel is te lang, te veel eilan-den.Positie van de begrenzingskabel corri-geren.
Bij het opladen geen contact met de laadcontacten■ Laadcontacten reinigen. ■ Apparaat in het basisstation plaat-sen en controlleren of de laadcon-tacten contact makeen. ■ Laadcontacten latent controlleren door een servicepunt van de fabri-kant en latent vernieuwen.
Obstakels in de buurt van het laadstationObstakels verwijderen.
Apparaat heeft zich vastge-reden.Apparaat op een vrij, omheind gazonplaatsen.
Apparaat vindt het basisstati-on Niet.■ Begrenzingskabel op beschadigin-gen controlleren. ■ Begrenzingskabel door een service-punt van de fabrikant latent doorme-ten.
Accu is opgebruikt. Accu dooreen servicepunt van de fabri-kant latent verrangen.
Oplaadelektronica is defect. Laadelektronica door een servicepunt van de fabrikant latent verrangen.
CN099: Recov escapeAutomatisch verhelpen van storing nicht möglich■ Storingsmelding met de hand be-vestigen. ■ Als dit waar opttreedt: Apparaat door een servicepunt van de fabrikant la-ten controlleren.
CN104: Battery over heating■ Accu is oververhit (meer dan 60 °C). Er is geen ontlading mogelijk. ■ Noodstop door controle-ektronica■ Apparaat uitschakelen en accu latent afkoelen. ■ Apparaat Niet in het basisstationplaatsen.
CN110: Blade motor over heatingMaaimotor is oververhit (meer dan 80 °C).■ Apparaat uitschakelen en latent af-koelen. ■ Als dit waar opttreedt: Apparaat door een servicepunt van de fabrikant la-ten controlleren.
CN119: R-Bumper deflectedApparaat is gegen een obsta-kel gereden en kan zich nicht losmaken.Obstakel verwijderen.
CN120: L-Bumper deflected
CN128: Recov Impos-sibleApparaat is gegen een obsta-kel gereden en kan zich nicht losmaken.Obstakel verwijderen.
Apparaat bevindt zich buiten het omheinde gazonopper-vlak.■ Apparaat op een vrij, omheind ga-zonplaatsen.■ Positie van de begrenzingskabel corrigeren.
CN129: Blocked WL Motor van linkerwiel is ge-blokkeerd.Blokkering verwijderen.
CN130: Blocked WR Motor van rechterwiel is ge-blokkeerd.Blokkering verwijderen.

De beschrijving van verdere foutcodes staat op de AL-KO homepage.

dichtst bijzijnde AL-KO service centre. Deze vindt u op internet op het volgende adres:

Voor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen=kunt u contact opnemen met het

15 GARANTIE

Eventueel bennen de wettelijkke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefouten van het apparaat worden maar eigien oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door levering van een verrangend apparaat. De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval af van de wetgeving in het land waarin het apparaat werk aangeschaft.

Onze garantie geldt alleen bij:

naleving van deze gebruikershandleiding
Deskundig gekruik
Gebruik van originele reserveonderdelen

De garantie vervalt bij:

Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen
Eigenhandig aangebrachte technische wijzigingen
Gebruik voor andere doeleinden dan het gebruiksdoel

Van de garantie zijn uitgesloten:

lakschade opgetreden als gevolg van normala gebruik
Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kaderxxxxxxxx (x) zijn aangeduid De garantietermijn begint bij de aanschaft door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is waar bij de datum op de kassabon. Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon maar uw dealer ofaar deuchtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaringaat het vorderingsrecht van de koper jegens de verkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

TRADUCTION DE LA NOTICE D'UTILISATION ORIGINALE

Table des matieres

4.5.6 Legge opp kabelreserver (07)

Merknader om emballasje

SOLO Robolinho 2000 W - Merknader om emballasje - 1

Pakningsmaterialene kan resirkuleres. Sorg for miljøvenlig avfallshandtering av emballasjen.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SOLO

Model : Robolinho 2000 W

Categorie : Robotmaaier