Nibe RMU 40 - Temperatuurregelaar

RMU 40 - Temperatuurregelaar Nibe - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis RMU 40 Nibe in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Nibe RMU 40 - page 51
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE English EN Suomi FI Nederlands NL Svenska SV

Gebruikersvragen over RMU 40 Nibe

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Temperatuurregelaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RMU 40 - Nibe en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RMU 40 van het merk Nibe.

GEBRUIKSAANWIJZING RMU 40 Nibe

Vérifiez que l'unité n'est pas en mode veille. Données techniques Caractéristiques techniques RMU 40 85x85x35mmSupport en plastique L x H x P 85x85x14mmDimensions L x H x P 12 VCC 40 mA (délivrée par la pompe à chaleur/le module inté- rieur) Tension nominale 067 064Réf. RMU 40 | FR50Dutch Belangrijke informatie Voorzichtig! Dit symbool duidt aan dat een persoon of de machine gevaar loopt. LET OP! Dit symbool duidt belangrijke informatie aan over wat u in de gaten moet houden tijdens onderhoud aan uw installatie. TIP Dit symbool duidt tips aan om het gebruik van het product te vergemakkelijken. Algemeen Met de RMU 40 kunt u uw warmtepomp/binnenmodule van NIBE vanuit een andere ruimte in het huis regelen en bewaken. Compatibele producten

F470 Inhoud RMU 401 Opbouwdoos1 Schroeven2 Bevestigingsopties De RMU 40 kan op verschillende manieren worden ge- ïnstalleerd, waarvan enkele hieronder worden weerge- geven.

RMU40RMU40RMU40RMU40RMU40RMU40RMU40BT50BT50 51RMU 40 | NLRuimtevoeler De RMU 40 bevat een ruimtesensor met dezelfde functie als de sensor die bij de warmtepomp/binnenmodule is geleverd (BT50). Hierdoor is het mogelijk om te kiezenwelke ruimtesensor de warmtepomp/binnenmodule voor de weergave en regeling van de ruimtetemperatuur moet gebruiken. LET OP! Indien er in hetzelfde klimaatsysteem zowel een ruimtesensor (RTS 40) als een ruimte-eenheid is geïnstalleerd, wordt alleen de temperatuur van de RTS 40 gebruikt voor weergeven, regelen en loggen. De ruimtetemperatuursensor heeft maximaal drie functies:

Weergave van de huidige ruimtetemperatuur op het display van de warmtepomp/binnenmodule.

Optie om de gewenste kamertemperatuur in °C te veranderen.

Mogelijkheid tot wijzigen/stabiliseren van de aanvoertemperatuur op basis van de kamertem- peratuur. Installeer de sensor in een neutrale positie waar de insteltemperatuur is vereist. Een geschikte locatie is op een vrije binnenwand in een hal op ca. 1,5 m boven de grond. Het is belangrijk dat de sensor tijdens het meten van de juiste kamertemperatuur niet wordt gehinderd, wat het geval is als de sensor in een nis, tussen planken, achter een gordijn, boven of nabij een warmtebron, in een tochtstroom van een buiten- deur of in direct zonlicht wordt geplaatst. Ook dicht- gedraaide radiatorthermostaten kunnen problemen veroorzaken. Als de sensor moet worden gebruikt om de kamertem- peratuur te wijzigen in °C en/of om de kamertempe- ratuur te verfijnen/stabiliseren, moet de sensor wor- den geactiveerd in menu 1.9.4 van de warmte- pomp/binnenmodule. LET OP! Als de ruimtesensor wordt gebruikt in een kamer met vloerverwarming, dient deze uit- sluitend een weergavefunctie te hebben en geen controlerende functie van de kamertem- peratuur. Installeren De RMU 40 kan niet direct tegen een muur worden ge- ïnstalleerd, aangezien de aansluitklem aan de achterkant uitsteekt. Installeer de RMU 40 in een inbouwdoos of op de mee- geleverde opbouwdoos. Als u de ruimtetemperatuursensor in de RMU 40 wilt gebruiken, is de positie van de ruimte-eenheid belangrijk. Zie sectie "Ruimtevoeler".

LEK Open de RMU 40 door een schroevendraaier in een van de 4mm brede openingen in de rand te steken. Druk de schroevendraaier recht naar binnen om de clip te openen. Herhaal dit voor de resterende drie clips.

LEK Zonder opbouwdoos: plaats het achterpaneel vóór de inbouwdoos en schroef vast aan de muur. Met opbouwdoos: schroef de opbouwdoos in de muur. Schroef daarna het achterpaneel met de twee meegeleverde schroeven in de opbouwdoos.

Aansluiten volgens sectie "Elektrische aansluiting".

LEK Kantel het voorpaneel ongeveer 30° en bevestig de twee clips aan één kant. Sluit daarna de eenheid en bevestig de twee clips aan de andere kant. RMU 40 | NL52Elektrische aansluiting Voorzichtig! Alle elektrische aansluitingen moeten door een erkende elektricien worden uitgevoerd. De elektrische installatie en de bedrading moe- ten worden uitgevoerd conform de geldende voorschriften. De klimaateenheid moet spanningsloos zijn als de RMU 40 wordt geïnstalleerd. Voorzichtig! Alle elektrische aansluitingen moeten door een erkende elektricien worden uitgevoerd. De elektrische installatie en de bedrading moe- ten conform de geldende voorschriften worden uitgevoerd. De klimaateenheid moet spanningsloos zijn als de RMU 40 wordt geïnstalleerd. Voor de elektrische aansluiting van de F1345 zijn er ver- schillende versies, afhankelijk van wanneer de warmte- pomp geproduceerd is. Kijk voor de elektrische aanslui- ting die van toepassing is voor uw F1345 naar de aandui- ding "2.0" boven de rechterkant van de klemmenstrook, zoals op de afbeelding. LEK Communicatie aansluiten Gebruik kabeltype LiYY, EKKX of soortgelijk voor de volgende aansluitingen. F1145, F1155 De klemmenstrook in de RMU 40 wordt aangesloten op klemmenstrook X4:9–12 op de ingangskaart (AA3) in de warmtepomp. F1145RMU 40 ABGND+12V89107111213 AA3-X4RMU40Warmtepomp AA3-X4 F1245, F1255 De klemmenstrook in de RMU 40 wordt aangesloten op klemmenstrook X4:9–12 op de ingangskaart (AA3) in de warmtepomp. +12V ABGND

F1245 RMU 40 RMU40Warmtepomp AA3-X4 F1345 zonder 2.0 De klemmenstrook in de RMU 40 wordt aangesloten op klemmenstrook X6:4-7 in de warmtepomp.

X6WarmtepompRMU40 AA3-X6 53RMU 40 | NLF1345 met 2.0, F1355 De klemmenstrook in de RMU 40 wordt aangesloten op klemmenstrook AA101-X10:7-10 in de warmtepomp. GND12VAB F1345 2.0 RMU 40

-BE1 -GP16 -BE2 -BE3 AUX 4 AUX 5 0-10V AA101:X10 F370, F470, F730, F750 De klemmenstrook in de RMU 40 wordt aangesloten op klemmenstrook X4:9–12 op de ingangskaart (AA3) in de warmtepomp. +12V ABGND

De klemmenstrook in de RMU 40 wordt aangesloten op klemmenstrook X4:9–12 op de ingangskaart (AA3) in de binnenmodule. +12V ABGND

F1245 RMU 40 RMU40Binnenmodule AA3-X4 SMO 40 De klemmenstrook in de RMU 40 wordt aangesloten op klemmenstrook X4:9–12 op de ingangskaart (AA3) op de SMO 40. +12V ABGND

F1245 RMU 40 RMU40Regelmodule LEK AA3-X4 RMU 40 in combinatie met MODBUS 40 en SMS 40 Als de RMU 40 moet worden aangesloten op de SMS 40 of de MODBUS 40, moet één daarvan de eerste eenheid zijn die is aangesloten op de klemmenstrook van de kli- maateenheid. De aansluiting (in beide richtingen) van de SMS 40/MODBUS 40 vindt plaats in klemmenstrook AA9:X1. Er kunnen maximaal twee eenheden worden aangeslo- ten op de klimaateenheid. ingangskaart Klimaateenheid RMU 40 MODBUS 40/ SMS 40 Tillbehör_singular = translation hint, 1 = value SMS 40 SMS 40

Houd de toets Terug in de RMU 40 7 seconden inge-drukt voor het openen van het menu "service-instel-lingen". Ga naar het menu en selecteer op welk afgiftesys-teem de RMU 40 moet worden aangesloten. Start de warmtepomp/binnenmodule, ganaarmenu“systeeminstellingen” (5.2) en activeer de RMU 40voor het afgiftesysteem dat u met de ruimte-eenheidwilt regelen. Als u wilt dat de warmtepomp/binnenmodule deruimtesensor gebruikt om de temperatuur te rege-len, dan stelt u dit in in het menu “instellingenruimtesensor” (1.9.4). Als er een externe ruimtesen-sor (BT50) is geïnstalleerd, wordt deze gebruikt. Inandere gevallen wordt de ruimtesensor in deRMU 40 gebruikt.Voorzichtig!De software in de warmtepomp/binnenmodulemoet versie 1199 of hoger zijn om met deRMU 40 te kunnen werken. Bediening - Inleiding Ruimte-eenheid

B C D E Display Instructies, instellingen en bedieningsinformatieworden op het display weergegeven.

Knop stand-by De RMU 40 kan stand-by worden gezet met be-hulp van de stand-byknop. De bediening van dewarmtepomp/binnenmodule wordt door eendruk op de knop niet beïnvloed.

Toets Terug De toets terug wordt gebruikt om: terug te keren naar het vorige menu. een instelling te wijzigen die niet is bevestigd.

Toets OK De toets OK wordt gebruikt om: selecties van submenu's/opties/instelwaardente bevestigen.

Knoppen omhoog en omlaag Met de knoppen omhoog en omlaag kunt u hetvolgende doen: in de menu's en tussen de opties scrollen. de waarden verhogen en verlagen. 55RMU 40 | NLMenusysteem Als de RMU 40 is gestart, komt u in het informatiemenu. Hier wordt basisinformatie over de status van de warm- tepomp/binnenmodule weergegeven.De binnentempe- ratuur wordt in verhouding tot het geselecteerde klimaat- systeem weergegeven. BuitentemperatuurBinnentemperatuur Temp. luxe geactiveerd Warmtapwatertemp.Klok Druk op een knop om naar het hoofdmenu te gaan. In het informatiemenu verschijnt:

wanneer de knop Terug in het hoofdmenu wordt in- gedrukt.

na 15 minuten geen activiteit. Bij een alarm wordt aan de bovenzijde van het display een symbool weergegeven samen met het nummer van het alarm. Ga voor meer informatie naar uw warmte- pomp/binnenmodule. Werking Om de cursor te verplaatsen, drukt u op de knop omhoog of omlaag. De gemarkeerde positie is altijd lichter en/of heeft een opwaartse tab. Menu selecteren Selecteer een submenu door het met behulp van de knoppen omhoog en omlaag te selecteren en vervolgens op de OK-knop te drukken om door het menusysteem te navigeren. Opties selecteren bedrijfsstand 4autohandmatigadd. heat onlyadditionheatingcooling In een optiemenu wordt de huidig geselecteerde optie aangegeven met een groen vinkje. Een andere optie selecteren: Markeer de betreffende optie met behulp van de knop omhoog of omlaag. Een van de opties is voorgeselecteerd (wit).

Druk op OK om de geselecteerde optie te be- vestigen. De geselecteerde optie heeft een groen vinkje.

Een waarde instellen Om een waarde in te stellen: Markeer de waarde die u wilt instellen met de knop omhoog of omlaag.

Drukt u op OK. De achtergrond van de waarde wordt groen. Dit betekent dat u de instelmodus hebt geopend.

Druk op de knop omhoog om de waarde te verhogen of op de knop omlaag om de waarde te verlagen.

Druk op de OK-knop om de waarde te be- vestigen die u hebt ingesteld. Druk op de toets Terug om ongedaan te maken en naar de oorspronkelijke waarde terug te keren.

RMU 40 | NL56Regeling - Menu's Hoofdmenu klimaatsysteem 1temperatuurtijdelijk in luxeventilatiebedrijfsstandservice-instellingenProductnaam Submenu's De statusinformatie van het actuele menu staat op het display aan de rechterkant van de submenu's. temperatuur De temperatuur voor het afgiftesysteem instellen. De statusinformatie geeft de instelwaarde voor het afgiftesysteem weer. tijdelijk in luxe Activering van tijdelijke verhoging in de warmtapwatertemperatuur. Statusinformatie geeft aan "uit" of wat de resterende tijdsduur is voor de tijdelijke temperatuurverhoging. ventilatie De ventilatorsnelheid instellen. De statusin- formatie geeft de geselecteerde instelling weer. Dit menu wordt alleen weergegeven voor warmtepompen voor uitlaatlucht en warmtepompen met het accessoire uitlaatluchtmodule. bedrijfsstand Activering van handmatige of automati- sche bedrijfsmodus. De geselecteerde bedrijfsmodus wordt weergegeven in de statusinformatie. service-instellingen Instellen welk afgiftesysteem door de ruimte-eenheid moet worden geregeld. Houd de toets Terug 7 seconden ingedrukt om het menu Service te openen. Menu 1 - temperatuur temperatuur 1 Indien de woning meerdere klimaatsystemen heeft, wordt dit met een thermometer voor elk systeem aange- geven op het display. Instellen van de temperatuur (zonder geactiveerde ruimtevoelers): Instelbereik: -10 tot +10 Het display geeft de instelwaarden voor verwarming weer (verschuiving stooklijn). Verhoog of verlaag de waarde op het display om de binnentemperatuur te verhogen of te verlagen. Gebruik de pijltjestoetsen om een nieuwe waarde in te stellen. Bevestig de nieuwe instelling met een druk op de OK-knop. Het aantal stappen die de waarde moet worden gewij- zigd voor een graad verschil in de binnentemperatuur hangt af van de verwarmingseenheid. Slechts één stap voor vloerverwarming, terwijl radiatoren er misschien drie vereisen. De gewenste waarde instellen. De nieuwe waarde wordt weergegeven aan de rechterkant van het symbool in het display. Stel de temperatuur (met geïnstalleerde en geactiveerde ruimtevoelers): Instelbereik: 5 – 30 °C De waarde in het display wordt weergegeven als een temperatuur in °C indien het verwarmingssysteem wordt geregeld door een ruimtevoeler. Gebruik de pijltjestoetsen om de kamertemperatuur te wijzigen in de gewenste temperatuur op het display. Bevestig de nieuwe instelling met een druk op de OK- knop. De nieuwe temperatuur wordt weergegeven aan de rechterkant van het symbool op het display. LET OP! Een stijging in de ruimtetemperatuur kan wor- den vertraagd door de thermostaten van de ra- diatoren of de vloerverwarming. Open daarom de thermostaatkranen volledig, behalve in ruimtes waar een lagere temperatuur is vereist, bijv. slaapkamers. 57RMU 40 | NLTIP Wacht 24 uur voordat u een nieuwe instelling invoert, zodat de kamertemperatuur tijd heeft te stabiliseren. Menu 2 - tijdelijk in luxe uit tijdelijk in luxe 2 3 uren 6 uren 12 uren Instelbereik: 3, 6 en 12 uur, alsook modus “uit” Wanneer de vraag naar warmtapwater tijdelijk is ver- hoogd, kan dit menu worden gebruiktomeenverhoging in de warmtapwatertemperatuur te selecteren in de luxe modus voor een bepaalde tijd. LET OP! Indien de comfortstand “luxe” is geselecteerd in menu 2.2 van de warmtepomp/binnenmodu- le, kan er verder geen verhoging meer worden doorgevoerd. De functie wordt onmiddellijk geactiveerd wanneer er een periode is geselecteerd en deze is bevestigd met een druk op OK. De tijd aan de rechterkant geeft de resterende tijd aan bij de geselecteerde instelling. Wanneer de tijd voorbij is, keert het menu terug naar de stand "uit". Selecteer “uit" om tijdelijk in luxe uit te schakelen. Menu 3 - ventilatie normaal ventilatie 3 snelheid 1 snelheid 2 snelheid 3 snelheid 4 Instelbereik: normaal en snelheid 1–4 LET OP! Dit menu wordt alleen weergegeven voor warmtepompen voor uitlaatlucht en warmte- pompen met het accessoire uitlaatluchtmodule (FLM). U kunt hier de ventilatie in de woning tijdelijk verhogen of verlagen. Als u een nieuwe snelheid hebt geselecteerd, begint een klok met aftellen. Wanneer de tijd is verstreken, keert de ventilatiesnelheid terug naar de normale instelling. Indien nodig kunnen de verschillende terugsteltijden worden gewijzigd in menu 1.9.6 van de warmtepomp. Menu 4 - bedrijfsstand bedrijfsstand 4 auto handmatig add. heat only addition heating cooling bedrijfsstand Instelbereik: auto, handmatig, add. heat only functies Instelbereik: addition, heating, cooling De bedrijfsstand van de warmtepomp/binnenmodule is meestal ingesteld op "auto". Het is ook mogelijk om de warmtepomp/binnenmodule in te stellen op "add. heat only", maar alleen als er bijverwarming wordt ge- bruikt, of "handmatig" en vervolgens instellen welke functies moeten worden toegestaan. RMU 40 | NL58Wijzig de bedrijfsstand door de gewenste stand aan te vinken en op de OK-knop te drukken. Om selecteerbare functies te selecteren die wel of niet zijn toegestaan, markeert u de functie met behulp van de pijltjestoetsen en drukt u op de OK-knop. Bedrijfsstand auto In deze bedrijfsstand kunt u niet kiezen welke functies zijn toegestaan, omdat dit automatisch wordt geregeld door de warmtepomp/binnenmodule. Bedrijfsstand handmatig In deze bedrijfsstand kunt u kiezen welke functies zijn toegestaan. Bedrijfsstand add. heat only LET OP! Als u modus "add. heat only" kiest, wordt de selectie van de compressor ongedaan gemaakt en zijn de energiekosten hoger. In deze bedrijfsstand is de compressor in de warmte- pomp niet actief en wordt alleen bijverwarming gebruikt. Functies "addition" helpt de compressor de woning en/of het warmtapwater te verwarmen, wanneer deze de gehele vraag niet alleen kan verwerken. "heating" betekent dat u warmte in de woning krijgt. U kunt selectie van de functie ongedaan maken indien u geen verwarming wilt. "cooling" betekent dat u koeling in de woning krijgt bij warm weer. U kunt de selectie van de functie ongedaan maken indien u geen koeling wilt. Voor dit alternatief is een accessoire voor koeling vereist of moet de warmte- pomp een ingebouwde functie voor koeling hebben. Menu 5 - SERVICE SERVICE 5systeemRMU40 versiexxx Hier stelt u in op welk afgiftesysteem de ruimte-eenheid moet worden aangesloten. Bevestig de instelling met de OK-knop. Het menu geeft weer welk product is aangesloten en de softwareversie in de RMU 40 . LET OP! Het afgiftesysteem moet ook zijn geactiveerd in menu 5.2 van dewarmtepomp/binnenmodu- le. Activeer alle afgiftesystemen die u wilt rege- len vanuit de RMU 40 . Alarm beheren Alarm 51 Bij een alarm wordt aan de bovenzijde van het display een symbool weergegeven samen met het nummer van het alarm. Ga voor meer informatie naar uw warmte- pomp/binnenmodule. In de andere menu's wordt het alarmsymbool in de hoek rechtsonder weergegeven. Problemen oplossen Communicatiefout

Controleer de kabelaansluiting tussen de RMU 40 en de warmtepomp/binnenmodule. 59RMU 40 | NLDisplay licht niet op

Controleer de kabelaansluiting tussen de RMU 40 en de warmtepomp/binnenmodule.

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Nibe

Model : RMU 40

Categorie : Temperatuurregelaar