RMU 40 - Temperatuurregelaar Nibe - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RMU 40 Nibe in PDF-formaat.
| Type product | Temperatuurregelaar (binnenunit) |
| Merk | Nibe |
| Model | RMU 40 |
| Afmetingen (eenheid) | 85 x 85 x 35 mm (L x H x D) |
| Afmetingen (plastic steun) | 85 x 85 x 14 mm |
| Voeding | 12 VDC, 40 mA (geleverd door de warmtepomp/binnenmodule) |
| Compatibiliteit | F1145, F1155, F1245, F1255, F1345, F1355, F370, F470, F730, F750, VVM 225, VVM 310, VVM 320, VVM 325, VVM500, SMO 40 |
| Ingebouwde ruimtetemperatuursensor | Ja, vervangt de sensor BT50 |
| Belangrijkste functies | Controle en bewaking van de warmtepomp, instelling van de kamertemperatuur, tijdelijke verhoging van warm water, ventilatieregeling (indien van toepassing), keuze van bedrijfsmodus (auto, handmatig, alleen extra verwarming) |
| Display | Scherm met menu's en statusinformatie |
| Installatie | Op plastic steun of in een inbouwdoos, elektrische aansluiting door erkend elektricien |
| Communicatie | Kabel LiYY, EKKX of soortgelijk |
| Maximaal aantal aangesloten eenheden | 2 |
| Vereiste softwareversie | 1199 of later |
| Referentie | 067 064 |
| Veiligheid | Alle aansluitingen moeten spanningsloos worden uitgevoerd door een erkend elektricien |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte doek, vermijd schurende middelen |
| Geschat gewicht | Ongeveer 100 g |
Veelgestelde vragen - RMU 40 Nibe
Gebruikersvragen over RMU 40 Nibe
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Temperatuurregelaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RMU 40 - Nibe en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RMU 40 van het merk Nibe.
GEBRUIKSAANWIJZING RMU 40 Nibe
Handleiding voor installmenter Ruimte-eenheid NL
Svenska
Viktig information
Installationsmöljigheter
RMU 40 kan installeras på era olika satt, varav nagra visas nedan.
OBSI
Denna symbol betyder fara for manniska aller maskin.
TANK PAI
Videnna symbol nns viktig information om vad du skata narka pa nar du skoter din anlaggning.
TIPS!
Videnna symbol nns tips om hur du kan underlatta handhavandet avprodukten.
Allmänt
Belangrijke informatatie

Voorzichtig!
Dit symbol duidt aan dat een person of de machine gevaar loopt.

LET OPI
Dit symbol duidt belangrijke informatie aan over wat u in de gaten moet hondenijdens onderhoud aan uw installmentie.

TIP
Dit symbool duidt tips aan om het gebruik van het product te vergemakkelijken.
Algemeen
Met de RMU 40 kurz u uw warmtepomp/binnenmodule van NIBE vanuit een andere ruimte in hetuis regelen en bewaken.
Bevestigingsopties
De RMU 40 kan op verschillende manieren worden geinstalleerd, waarvan enkele hieronder worden weergegeven.




Compatible producten
F1145
F730
F1155
F750
F1245
VVM 225
F1255
VMM 310
F1345
VMM320
F1355
VVM 325
F370
VVM 500
F470
SMO 40
Inhoud
RMU 401
Opbouwdoos1
Schroeven2
Ruinmevoeler
1.
De RMU 40 bevat een ruimtesensor metdezelfde functie als de sensor die bij de warmtepomp/binnenmodule is geleverd (BT50).
Hierdoor is het möglichk om te kiezenwelke ruimtesensor de warmtepomp/binnenmodule voor de weergave en regeling van de ruimtetemperatuur moet gebruiken.

LET OP!
Indien er in hetzelfde klimaatsystem zowel een ruimtesensor (RTS 40) als een ruimte-eenheid is geinstalleerd, worden alleen de temperatuur van de RTS 40 gezruikt voor weergeven, regelen en loggen.
De ruimtetelemperatuursensor heeft maximaal drie functies:
- Weergave van de huidige ruimteteperatuur op het display van de warmtepomp/binnenmodule.
- Optie om de gewenste kamertemperatuur in ^ C te veranderen.
- Mogelijkheid tot wijzigen/stabiliseren van de aanvoertemperatuur op basis van de kamertemperatuur.
Installer de sensor in een neutrale positie waar de insteltemperatuur is vereist. Een geschikte locatie is op een vrij binnenwand in een hal op ca. 1,5 m boven de grond. Het is belangrijk dat de sensor tijdens het meten van de juiste kamertemporatuur Niet worden gehinder, wat het geval is als de sensor in een nis, tussen planken, awhile een gordijn, boven of nabij een warmtebron, in een tochtstroom van een buitendeur of in direct zonlicht worden geplaatst. Ook dicht-gedraide radiatorthermostaten hunnen problemen 3.veroorzaken.
Als de sensor要去 worden gezrukt om de kamertemperatureur te wijzigigen in ^ C en/of om de kamertemperatureur te verjnen/stabiliseren, moet de sensor worden geactiveerd in menu 1.9.4 van de warmte-pomp/binnenmodule.

LET OPI!
Als de ruimtesensor worden gebruikt in een kamer met vloerverwarming, dient deze uitsluitend een weergavefunctie te hebben en geen controlerende functie van de kamertemperaturen.

Open de RMU 40 door een schroevendraaier in een van de 4mm brede openings in de rand te steken. Druk de schroevendraaierrecht waar binnen om de clip te openen. Herhaal dit voor de resterende drie clips.

Zonder opbouwdoos: plaats het achterpaneel voor de inbouwdoos en schroef vast aan de muur.
Met opbouwdoos: schroef de opbouwdoos in de muur. Schroef daarna het achterpaneel met de tweet meegeleverde schroeven in de opbouwdoos.

Aansluiten volgens sectie "Elektrische aansluiting".

Installeren
De RMU 40 kan nicht direct gegen een muur worden geinstalleerd, aangezien de aansluitklem aan de achterkantuitsteekt.
Installer de RMU 40 in een inbouwdoos of op de meegeleverde opbouwdoos.
Als u de ruimtetelemperatuursensor in de RMU 40 wilt gebruiken, is de positie van de ruimte-eenheid belangrijk. Zie sectie "Ruimtevoeler".
Kantel het voorpaneel ongeveer 30^ en bevestig de twee clips aan een kant. Sluit daarna de eenheid en bevestig de twee clips aan de andere kant.
Elektrische aansluiting
Voorlichtig!
Alle elektrische aansluitingen要去en door een erkende elektricien worden uitgevoerd.
De elektrische installmente en de bedrading moeten worden uitgevoerd conform de geldende voorschriften.
De klimaateenheid moet spanningsloosijken als de RMU 40 worden geinstalleerd.
Voorlichtig!
Alle elektrische aansluitingen moeten door een erkende elektricien worden uitgevoerd.
De elektrische installmente en de bedrading moeten conform de geldende voorschriften wordenuitgevoerd.
De klimaateenheid moet spanningsloos zijn als de RMU 40 worden geinstalleerd.
F1145, F1155
De klemmenstrook in de RMU 40 worden aangesloten op klemmenstrook X4:9-12 op de ingangskaart (AA3) in de warmtepomp.


F1245, F1255
De klemmenstrook in de RMU 40 worden aangesloten op klemmenstrook X4:9-12 op de ingangskaart (AA3) in de warmtepomp.
Voor de elektrische aansluiting van de F1345 zijn er verschillende versies, afhankelijk van wonneer de warmte-pomp geproduced is. Kijk voor de elektrische aansluiting die van toepassing is voor uw F1345 maar de aandui-ding "2.0" boven de rechterkant van de klemmenstroo zoals op de afbeelding.



F1345 zonder 2.0
De klemmenstrook in de RMU 40 worden aangesloten op klemmenstrook X6:4-7 in de warmtepomp.
Communicatie aansluiten
Gebruik kabeltype LiYY, EKKX of soortgelijk voor de volgende aansluitingen.


F1345 met 2.0, F1355
SMO 40
De klemmenstrook in de RMU 40 worden aangesloten De klemmenstrook in de RMU 40 worden aangesloten op klemmenstrook AA101-X10:7-10 in de warmtepompop klemmenstrook X4:9-12 op de ingangskaart (AA3) op de SMO 40.




RMU 40 in combinatie met MODBUS 40 en SMS
De klemmenstrook in de RMU 40 worden aangesloten of de MODBUS 40, moet een waarvan de eerste eenheid op klemmenstrook X4:9-12 op de ingangskaart (AA3)zijn die is aangesloten op de klemmenstrook van de klim in de warmtepomp.


De aansluiting (in beiden Richtingen) van de SMS 40/MODBUS 40 vindtplaats in klemmenstrook AA9:X1.
Er kuren maximaal twee eenheden worden aangeslo- ten op de klimaateenheid.

De klemmenstrook in de RMU 40 worden aangesloten op klemmenstrook X4:9-12 op de ingangskaart (AA3) in de binnenmodule.



Installingenprogrammeren Bediening - Inleiding
- Houd de toets Terug in de RMU 40 7 seconden ingedrukt voor het openen van het menu "service-inste lingen".
- Ga waar het menu en selecteer op welk afgiftesysteme de RMU 40 moet worden aangesloten.
- Start de warmtepomp/binnenmodule, ganaarmenu "systeeminstelingen" (5.2) en activeer de RMU 40 voor het afgiftesystem dat u met de ruimte-eenheid wilt regelen.
- Als u wilt dat de warmtepomp/binnenmodule de ruimtesensor gebruikt om de temperatuur te regelen, dan stelt u dit in in het menu "instellenen ruimtesensor" (1.9.4). Als er een externe ruimtesensor (BT50) is geinstalleerd, worden deze gebruikt. In andere geallen worden de ruimtesensor in de RMU 40 gelebruikt.
Voorzichtig!
De software in de warmtepomp/binnenmodule moet versie 1199 of hoger zich om met de RMU 40 te kunnen werken.
A
Display
Instructies, instellenen en bedieningsinformatie worden op het display weergegeven.
B
Knop stand-by
De RMU 40 kan stand-by worden gezet met behulp van de stand-byknop. De bediening van de warmtepomp/binnenmodule worden door een druk op de knop Niet beinvloed.
C
Toets Terug
De toets terug worden gebruikt om:
- terug te keren maar het vorige menu.
- een instelling te wijzig den die Niet is bevestigd.
D
Toets OK
De toets OK worden gebruikt om:
- selects van submenu's/opties/instelwaarden te bevestigen.
E
Knoppen omhoog en omlaag
Met de knappen omhoog en omlaag kut u het volgende doe:
in de menu's en:tussen de opties scrollen.
de waarden verhogen en verlagen.
Menusystem
Opties selecteren
Als de RMU 40 is gestart, kommt u in het informatiemenu. Hier worden basisinformatie over de status van de warm- tepomp/binnenmodule weergegeven.De binnentemperatuur worden in verhouding tot het geselecteerde klimaatsysteme weergegeven.
In een opti菜单 worden de huidig geseleterde optie aangegeven met een groen vinkje.
Een andere optie selecteren:
- Markeer de betreende optie met behulp van de knop omhoog of omlaag. Een van de opties is voorgeseleerd (wit).
- Druk op OK om de geseleerde optie te bevestigen. De geseleerde optie heeft een groen vinkje.
Druk op een knop om maar het hoofdmenu te gaan.
In het informatiemanu verschijnt:
■ bij het starten.
- wonneer de knop Terug in het hoofdmenu worden gedrukt.
na 15 minutes geen aktiviteit.
Bij een alarm worden aan de bovenzijde van het display een symbool weergegeven samen met het nummer van het alarm. Ga voor meer informatieaar uw warmte-pomp/binnenmodule.
Een waarde instellen
Om een waarde in te stellen:
- Markee de waarde die u wilt instellen met de knop omhoog of omlaag.
Drukt u op OK. De darübergrond van de waarde worden groen. Dit betekent dat u de instelmodus hebt geopend. - Druk op de knop omhoog om de waarde de whooge verhogen of op de knop omaaag om de h/m/of Waarde te verlagen.
- Druk op de OK-knop om de waarde te bevestigen die u hebt ingesteld. Druk op de toets Terug om ongedaan te makeen en naarens de oorspronkelijke waarde terug te keren.
Werking
- Om de cursor te verplaatsen, drukt u op de knop omhoo of olaag. De gemarkeerde positie is algid richter en/of heeft een opwaartse tab.
Menu selectoren
Selecteer een submenu door het met behulp van de knappen omhoog en omlaag te selecteren enervoigens op de OK-knop te drukken om door het menusysteme te navigeren.
Regeling - Menu's
Hoofdmenu
Menu 1 - temperatuur
Submenu's
De statusinformationie van het actuele menu staat op het display aan de rechterkant van desubmenu's.
De temperatuur voor het afgiftesystem instellen. De statusinformatie geeft de instelwaarde voor het afgiftesystemeer.
Activering van tijdelijke verhoging in de warmertapwatertemperatuur. Statusinformatie geeft aan "uit" of wat de resterende tijdsduur is voor de tijdelijke temperatuurverhoging.
De ventilatorsnelheid instellen. De statusin-formatie geeft de geselechte instelling wee. Dit menu worden alleen weergegeven voor warmtepompen voor uitlaatlucht en warmtepompen met het accessoire uitlaatluchtmodule.
Activering van handmatige of automatische bedrijfsmodus. De geselecteerde bedrijfsmodus wordt weergegeven in de statusinformationie.
Instellen welt afgiftesysteme door de ruimte-eenheid moet worden geregeld. Houd de toets Terug 7 seconden ingedrukt om het menu Service te openen.
Indien de woning meerdere klimaatsystemen heeft,\ wordt dit met een thermometer voor elk systeme aangegeven op het display.
Instellen van de temperatuur (zonder geactiveerde ruimtevoelers):
Instelbereik: -10 tot +10
Het display geeft de instelwaarden voor verwarming wee (verschuiving stooklijn). Verhoog of verlaag de waarde op het display om de binnentemperatuur te verhogen of te verlagen.
Gebruik de pijltjestoetsen om een neue waarde in te stellen. Bevestig de neue instelling met een druk op de OK-knop.
Het aantal stappen die de waarde moet worden gewijzigd voor een graad verschil in de binnentemperatuur hangt af van de verwarmingseenheid. Slechts een stap voor vloerverwarming, verwijl radiatoren er misschien drie vereisen.
De gewenste waarde instellen. De neue waarde worden weergegeven aan de rechterkant van het symbol in het display.
Stel de temperatuur (met geinstalleerde en geactiveerde ruimtevoelers):
Instelbereik: 5 - 30^
De Waarde in het display wordt weergegeven als een temperatuur in ^ C indien het verwarmingssystem wordt geregeld door een ruimtevoeler.
Gebruik de pijltjestoetsen om de kamertemporatuur te wijzigen in de gewenste temperatuur op het display. Bevestig deijke instelling met een druk op de OKknop. Deijke temperatuur worden weergegeven aan derechtkerkant van het symbool op het display.
LET OP!
Een stijging in de ruimtetelematuur kan worden vertraagd door de thermostaten van de radiatoren of de vloerverwarming. Open waarom dethermostaatkranen volledig, behalve in ruimtes waar een lagere temperatuur is vereist, bijv. slaapkamers.
TIP
Menu 3 - ventilatie
Wacht 24 uer voordat u een neue instelling invoert, zodat de kamertemperatuur vrij heeft te stabiliseren.
Menu 2 - tijdelijk in luxe
Instelbereik: normal en snelheid 1-4
LET OPI!
Instelbereik: 3, 6 en 12 Uhr, alsok modus "uit"
Dit menu worden alleen weergegeven voor warmtepompen voor uitaatlucht en warmtepompen met het accessoire uitaatluchtmodule (FLM).
Wanner de vraag aan warmtapwater tijdelijk is verhoogd, kan dit menu worden gebruiktomeenverhosing U Aunt hier de ventilatie in de woning tijdelijk verhogen in de warmtapwatertemperatuur te selecteren in de luve verlagen. modus voor een bepaalde tijd. Als u een十几年e spelbeid hebt geselecteard, begint een
LET OP!
Indien de comfortstand "luxe" is geseleerd in menu 2.2 van de warmtepomp/binnenmoduIe, kan er verder geen verhoging meer worden doorgevoerd.
Als u een neue slelheid hebt geseleerd, begint een klok met aftellen. Wanner de tijd is verstreten, keert de ventilatiesnelheid terug maar de normale instelling.
Indien nodig+kunnen de verschillende terugsteltijden worden gewijzigd in menu 1.9.6 van de warmtepomp.
Menu 4 - bedrijfsstand
De functie worden onmiddelijk geactiveerd wanner er eenperiode is geseleeteerd en deze is bevestigd met een druk op OK.Deijd aan de rechterkant geeft de resterende tijd aan bij de geseleeteerde instelling.
Wanner deijd voor bij is, keert het menu terug waar de stand "uit".
Selecteer "uit" omuit te schakelen.
bedrijfsstand
Instelbereik: auto, handmatig, add. heat only
functies
De bedrijfsstand van de warmtepomp/binnenmodule is meestal ingesteld op "auto". Het is ook möglich om de warmtepomp/binnenmodule in te stellen op "add. heat only", maar alleen als er bijverwarming worden gebruikt, of "handmatig" enervoigens instellen welke functies要去en worden toegestaan.
Wijzig de bedrijfsstand door de gewenste stand aan Vinken en op de OK-knop te drukken. Om selecteerbare functies te selecteren die wel of Niet zichtogetstaan, markiert u de functie met behulp van de pijltjestoetsen en drukt u op de OK-knop.
enu 5 - SERVICE
Bedrijfsstand auto
In denen bedrijfsstand kunt u nied kiezen welke functies zich toegestaan, odomat dit automatisch worden geregeld door de warmtepomp/binnenmodule.
Bedrijfsstand handmatig
In deze bedrijfsstand(Int)kiezen welke functies zijn toegestaan.
Bedrijfsstand add. heat only
LET OPI!
Hier stelt u in op welt afgiftesysteme de ruimte-eenheid moet worden aangesloten. Bevestig de instelling met de OK-knop.
Als u modus "add. heat only" kiest, worden de Het menu geeft weeer welk product is aangesloten en de selectie van de compressor ongedaan gemaakt softwareversie in de RMU 40 . en zich de energiekosten hoger.
In deze bedrijfsstand is de compressor in de warmte-pomp Niet actief en worden alleen bijverwarming gebruikt.
Functies
"addition" helpt de compressor de woning en/of het warmtapwater te verwarmen, wanner deze de gehele vraag Niet alleen kan verwerken.
"heating" betekent dat u warmte in de woning krijgt. U kunt selectie van de functie ongedaan makein indien u geen verwarming wilt.
"cooling" betekent dat u koeling in de woning krijgt bij warm weeer. U kurz de selectie van de functie ongedaan makein indien u geen koeling wilt.Voor dit alternatif is een accessoire voor koeling vereist of moet de warmtepomp een ingebouwde functie voor koeling hebben.
LET OP!
Het afgiftesystem moet ook zijn geactiveerd in menu 5.2 van dewarmtepomp/binnenmoduIe. Activeer alle afgiftesystemen die u wilt regelen vanuit de RMU 40 .
Alarm beheren
Bij een alarm worden aan de bovenzijde van het display een symbool weergegeven samen met het nummer van het alarm. Ga voor meer informatieaar uw warmte-pomp/binnenmodule.
In de andere menu's wordt het alarmsymbol in de hoekrechtsonder weergegeven.
Problemen oplossen
Communicatiefout
- Controller of deinstallingen in de RMU 40 menu 5 en dewarmtepomp/binnenmodule menu 5.2 overeen-komen.
- Controller de kabelaansluiting:tussen de RMU 40 en de warmtepomp/binnenmodule.
Displaylichtniet op
- Controller de kabelaansluiting:tussen de RMU 40 en de warmtepomp/binnenmodule.
- Controller of de eenheid Niet in stand-by staat.
Technische gegevens
85x85x35mmOpbouwdoos BxHxD
85x85x14mmAfmetingen BxHxD
12 VDC 40 mA
(gevoed vanaf de warm-
tepomp/binnenmodule)
067 064Onderdeelnr.