FS 56 R - Grasmaaier STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FS 56 R STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FS 56 R STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FS 56 R - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FS 56 R van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING FS 56 R STIHL
1 Met betrekking tot deze handleiding. 71
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.72
3 Vrijgeveen combinaties van zaaggarnituur, beschemkap/aanslag, handgreep en draagstel. 81
4 Dubbele handgreep monteren 82
5 Beugelhandgreep monteren 83
6 Draagoog monteren 85
7 Beschermkappen monteren. 86
8 Snijgarnituur monteren.. 87
9 Brandstof. 90
10Tanken 91
11 Draagstel omdoen. 91
12 Apparaat uitbalanceren. 92
13 Motor starten/afzetten 93
14 Apparaat vervoeren 96
15 Gebruksvoorschriften 96
16 Luchtfilter reinigen. 97
17 Carburateur afstellen 97
18 Bougie. 97
19 Motorkarakteristiek. 98
20 Apparaat opslaan. 98
21 Metalen snijgarnituren slijpen 99
22 Onderhoud maaikop 99
23 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften. 100
24 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen 102
25 Belangrijke componenten 103
26 Technische gegevens 103
27 Reparatierichtlijnen 104
28Milleuverantwoordafvoeren. 105
29 EU-conformiteitsverklaring. 105
30 UKCA-conformiteitsverklaring. 105
Geachte client(e),
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteit'sproduct van de firma STIHL.
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebrende kwaliteitstcontroles gefabricieerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreten bent met dit apparaat en er probleemoos mee kurz werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vrijdelijkegroet,

Dr. Nikolas Stihl
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Symbolen die op het apparaat�n aangebrachte worden in deze handleiding toegelicht.
Afhankelijk van het apparaat en de uitrusting kuren de volgende symbolen op het apparaat� aangebracht.

Benzinetank; brandstofmengsel van benzine en motorolie

Decompressieklep bedieren

Hand-benzinepomp
Hand-benzinepomp bedienen
Vettube
Geleiding aanzuiglucht: zomerstand
Geleiding aanzuiglucht: winterstand
Handgreepverwarming
1.2 Coding van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op oncegvalen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materièle schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkst continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons waarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding können dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Speciale veiligheidsmaatregelen zich nodig bij het werken met dit motorapparaat, maar er met een zeer hoog toenental van het snijgarnituur worden gewerkt.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situaties leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere in acht nemen.
Wie voor het eerst met het motorapparaat werk: door de verkoper of door een andere deskundige latent uitleggen hoe men hiermee veilig kan werk - of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen nicht met het motorapparaat werkken - behalvejongeren boven de 16aar, die onder toezichteren met het apparaat te werkken.
Kinderen, dieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het motorapparaat Niet worden gebruikt, het apparaat zo neerleggen dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het motorapparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere Personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gezaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen meegeven of uitlenen aan Personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn -.altijd de gebruiksaanwijzing meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorapparaten kan door nationale en ookplaatselijkke, lokale voorschriftenijdelijk worden beperkt.
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zich en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen nicht mag inspannen,要去zijnartsraadplegenof het werkken met een motorapparaat möglichk is.
Alleen voor dragers van een pacemaker: het ontstekingsmechanisme van dit apparaat genereert een zeer ging electromagnetisch veld. Beinvloeding van enkele typen pacemakers kan nicht geheel worden uitgesloten. Ter voorkoming van gezondheidsrisico's adviseert STIHL de behandelend arts en de fabrikant van de pacemaker te raadplegen.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beinvloeden of drugs mag nicht met het motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat – afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur – alleen gebruiken voor het maaien van gras of het knippen van wildgroei, struiken, struikgewas, bosschages,kleine bomen of dergelijke.
Voor andere doeleinden mag het motorapparaat Niet worden gezruikt - kans op ongelukken!
Alleen die snijgarnituren of toebehoren monteren die door STIHL voor dit motorapparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vragen hierover contact opnemen met een geauthoriserde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het motorapparaat.
STIHL advisert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen - uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiele schade die door het gebruik van Niet-vrijgegeven aanbouwapparaten worden veroorzaakt, is STIHL nicht aansprakelijk.
De beschermkap van het motorapparaat kan de gebruiker Niet tegen alle voorwerpen (stenen, glas, draad enz.) beschermen die door het snijgarnituur worden weggeslingerd. Deze voorwerpen konnen ergens afketsen enervoigens de gebruiker treffen.
Voor het reinigen van het apparaat geen hogedrukreiniger gebruiken. Door de harde waterstraal+kennen onderdelen van het apparaat worden beschadigd.
2.1 Kleding en uitrusting
De voorgeschreveen kleding en uitrusting dragen.

De kleding要去 doelmatig zich en mag tijdens het werk Niet hinderen. Nauwsluitende kleding - combipak, geen stofjas.
Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de scholders bevindt.

Veiligheidslaarzen met een stroeve, slipvrije zool en stalen neus dragen.
Alleen bij gebruik van maaikoppen zijn als alternatief stevige schoenen met stroeve, slipvrije zool toegestaan.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduc- ren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
Een gelaatsbeschermer dragen en erop letten dat deze goed zit. Een gelaatsbeschermer alleen biedt onvoldoende bescherming voor de ogen.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen - zoals bijv. oorkappen.
Veiligheidshelm dragen bij het opschonen, in hoog struikgewas en bij gevaar door vallende takken.

Robuuste werkhandsschoenen van slijt vast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting.
2.2 Motorapparaat vervoeren


Altijd de motor afzetten.
Het motorapparaat hangend aan het draagstel ofuitgebalanceerd aan de steel/maaiboom dragen.
Beveilig het metalen snijgarnituur gegen contact met een transportbeveiliging, ook bij transport over kortere afstanden - zich ook "Montage van een transportbeveiliging".

Hete machineonderdelen en de aan-drijfkop/het aandrijfmechanisme nicht aanraken - kans op brandwonden!
In auto's: het motorapparaat gegen omvallen, beschadiging en gegen het weglekken van benzine beveiligigen.
2.3 Tanken

Benzine is bijzonder Licht ontvlambaar -uit de buurt blijven van open vuur -geen benzine morsen - Niet roken.
Voor het tanken de motor afzetten.
Niet tanken zolang de motor nog heet is -de benzine kan overstromen - brandgevaar!
De tankdop voorzichtig losdraaien, zodate de heersende overdruk zich langzaam kan afbouwen en er geen benzine uit de tank kan spuiten.
Uitsluitend op een goed geventileerde plek tanken. Als er benzine ward gemorst, het motorapparaat direct schoonmaken - de kleding Niet in aanraking lately komen met de benzine, anders direct andere kleding aantrekken.

Na het tanken de tankdop zo vast可想而知 aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tankdop door de motortrillingen lostrift en er benzine wegstroomt.
Op lekkages letten - als er benzine maar buiten stroomt, de motor Niet starten -levensgevaar door verbranding!
2.4 Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat controleren - het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzing in acht nemen:
- Het brandstofsystem op lekkage controleren, vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de tankdop, slangaansluitingen, hand-benzinepomp (alleen bij motorapparaten met handbenzinepomp). Bij lekkages of beschadiging de motor Niet starten - brandgevaar! Het apparaat voor de ingebruikneming door een geauthoriseerde dealer lately repareren
- De combinatie van snijgarnituur, beschemkap, handgreep en draagstel/draagriem要去en goedgekeurd, alle onderdelen correctgemonteerd
-
De stopschakelaar/combischuif moet gemakkelijk hunnen worden bediend
-
De chokeknop, de gashendelblokkering en de gashendel要去en goed gangbaar zich - de gashendel要去 automatisch in de stationaire stand terugveren. Vanuit de standen en van de chokeknop要去 deze bij het gewelijkijdig indrukken van de gashendelblokkering en de gashendel terugveren in de werkstandI
- Bougiesteker op vastzitten controleren - bij een loszittende steker kuren vonden ontstaan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden - brandgevaar!
- Snijgarnituur of aanbouwgereedschap: correcte montage: staat en vastzitten
- Veiligheidsinrichtingen (bijv. beschemkap voor snijgarnituur, draaischotel) op beschadiggen, resp. slijtage controleren. Beschadigde onderdelen verrangen. Het apparaat Niet met een beschadigde beschemkap of een versleten draaischotel (als het opschrift en de pijlen Niet meer duidelijk zichtaarijken) gebruiken
- Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
- De handgrepen要去en schoon en droog, vrij van olie en vuil zich - belangrijk voor een veilige bediening van het motorapparaat
- De draagriem en de handgreep(-grepen) overeenkomstig de lichaamslengte instellen. Zie hiervoor het hoofdstuk "Draagstel omdoen" en "Motorapparaat uitbalanceren".
Het motorapparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebrukt - kans op ongelukken!
Voor noodgevallen bij gebruik van draagriemen: het snel loskoppelen en neerzetten van het apparaat oefenen. Tijdens het oefenen het apparaat Niet op de grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
2.5 Motor starten
Minstens op 3 m van de plek waar werk getankt – Niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele en veilige houding aannemen, het motorappaarat goed vasthouden - het snijgarnituur mag geen voorwerpen en ook de grond Niet raken, waar dat ditijdens het starten kan meedraaien.
Het motorapparaat worden slechts door eensoon bediend – geen andere Personen binnen een straal van 15 m dulden – ook Nietijdens het starten – kans op letsel – door weggeslingerde voorwerpen!

Contact met het snijgarnituur voorkomen - kans op letsel!

De motor Niet 'los uit de hand' starten - starten zoals in de handleiding staat beschreiben. Het snijgarnituur draait nog even door nadat de gashendel wordt losgelaten - naloopeffect!
Stationair toerental controleren: het snijgarnituur moet bij stationair toerental - bij losgelaten gashendel - stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen, boomschors, droog gras, benzine)uit de buurt van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdemp per houden - brandgevaar!
2.6 Apparaat vasthouden en bediennen
Het motorapparaat alkijd met beiden handen op de handgrepen vasthouden.
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
2.6.1 Bij uitvoeringen met dubbele handgreep

Rechterhand op de bedieningshandgreep, linkerhand op de handgreep op de steel.
2.6.2 Bij uitvoeringen met beugelhandgreep

De linkerhand op de beugelhandgreep, de rechterhand op de bedieningshandgreep - geldt ook voor linkshandigen.
2.7 Tijdens de werkzaamheden
Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Bij dreigend gevaar, resp. in geval van nood, direct de motor afzetten - de stopschakelaar/ combischuif richting 0 drukken.

Binnen een brede straal van de plek waar wordt gewerkt, bestaat door de wegteslingerde voorwerpen kans op oncevallen, waarom mogen er zich binnen een straal van 15m geen andere personen ophouden. Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden - kans op materiele schade! Ook op een afstand van meer dan 15m kan gevaar nicht geheel worden uitgesloten.
Op een correct stationair toerental letten, zodate het snijgarnituur na het loslaten van de gashendel Nieteermeer draait.
Regelmatig de instelling van het stationair toerental controleren, resp. corrigeren. Als het snijgarnituur bij stationair toerental toch meedraait, het stationair toerental door een geauthoriseerde dealer lately repareren. STIHL advisert de STIHL dealer.
Let op bij gladheid, regen, sneeuw, op hellingen, in oneffen terrein enz. - kans op uitglijen!
Op obstakels letten: boomstronken, wortels - struikelgevaar!
Alleen staand op de grond werken, nooit op onstabieleplaatsen, nooit op een ladder of vanaf een hoogwerker.
Bij gebruik van gehoorbeschemers要去 extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt – waar geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) harder goed hoorbaar zijn.
Opijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuitputting te voorkomen - kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken - alleen bij voldoende Licht en goed zich. Voorzichtig werken, anderen nicht in gevaar brengen.

Het motorapparaat produceert giftige uitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen konnen geurloos en onzichtbaar zich en onverbrande koolwaterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi-leerde ruimtes met het motorapparaat werkken - ook Niet met apparaten voorzien van katalysator.
Bij het werken in greppels, slenken of opplaatsen met weinig ruimte, steeds voor voldoenledluchtventilatie zorgen - levensgevaar door vergiftigting!
Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen (bijv. kleiner wordend blikveld), gehoorverlies, duizeligheid, afnemende concentratie, de werkzaamheden direct onderbreken - deze symptomen können onder andere worden veroorzaakt door een te hove uitlaatgas concentratie - kans op ongelukken!
Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veel möglich beperken - de motor Niet onnodig latendraaien, alleen gas gehen tijdens het werk.
Niet rokenijdens het gebruik en in de directe omgeving van het motorapparaat - brandgevaar! Uit het brandstofsystemen können ontvlambare benzinedampen ontsnappen.
Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, dampen en rook hunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling ademhalingsbescherming dragen.
Als het motorapparaat Niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werk uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruik nemen beslist controlleren of dit in goede staat verkeert - zie ook "Voor het starten".
Vooral op lekkage van het brandstofsysteme en de goede werkig van de veiligheidsinrichtingen letten. Motorapparaten die nicht meer bedrijfszeker zich, in geen geval verder gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geaurisiere de dealer.
Niet in de warmestartstand van de chokeknop werkken - het motortoerental is bij deze stand van de chokeknop Niet regelbaar.

Nooit zichonder de op het apparaat en het snijgarnituur afgestemde beschermkap werken - kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen!

Terrein controlleren: vaste voorwerpen - stenen, metalen delen of iets dergelijkskennen worden weggeslingerd - ook meer dan 15m - kans op letse! - En deze kunnen het snijgar-nituur alsmede objecten (zoals bijv. geparkeerde auto's, ruiten) beschadigen (materiele schade).
Bijzonder voorzichtig werken in onoverzichtelijk, dichtbegroeid terrein.
Tijdens het maaien in hoog struikgewas, onder bosjes en heggen: werkhoogte met het snijgarnituur minimaal 15cm - dieren nicht in gevaar breden.
Voor het achechterlaten van het apparaat - motor afzetten.
Het snijgarnituur regelmatig, met korte tussenpozen en bij merkBare wijzigingen direct controle- ren:
- Motor uitschakelen, apparaat stevig vasthouden, snijgarnituur tot stilstand lately komen
- Op goede staat en vastzitten controleren, op scheurvorming letten
- Scherpte controlleren
- Beschadigde of botte snijgarnituren direct verrangen, ook bij zeerkleine haarscheurtjes
Snijgarnituuropname regelmatig ontdoen van gras en struikgewas -verstoppingen in het gedeelte van het snijgarnituur of de beschemkap verwijderen.
Voor het verwangen van het snijgarnituur de motor afzetten - kans op letsel!

De aandrijfkop/het aandrijfmechanisme wordenijdens het gebruik heet. De aandrijfkop Niet aanraken - kans op verbranding!
Wanner een roterend metalen snijgarnituur een steen of ander hard voorwerp raakt, kan er vonkvorming ontstaan die onder bepaalde omstandighedenlicht ontvlambare stoffen tot ontbranding kan brengen. Ook droge planten en struikgewas zichnlicht ontvlambaar, met name tijdens hete, droge weersomstandigheden. Wanner er brandgevaar bestaat, metalen snijgarnituur Niet gebruiken in de buurt van Licht ontvlambare stoffen, droge planten of struiken. Absoluut bij de verantwoordelijke bosbeheerinstantie informeren of er brandgevaar bestaat.
2.8 Gebruik van maaikoppen
Beschermkap voor snijgarnituur uitbreiden met de aanbouwdelen die in de gebruiksaanwijzing staan vermeld.
Alleen beschermkap met correct gemonteerd mes gebruiken, zodate maiadraad beperkt blijft tot de toegestane lenghte.
Voor het nastellen van de maaidraad bij met de hand nastelbare maakoppen beslist de motor afzetten - kans op letsel!
Verkeerd gebruik met te lange mauidraden verlaagt het werktoerental van de motor. Dit leidt, door het constant slipspen van de koppeling, tot oververhitting en tot beschadiging van belangrijke delen (bijv. koppeling, en delen van de kunststof behuizing) - bijv. door het bij stationair toerental meedraaiende snijgarnituur - kans op letsel!
2.9 Gebruik van metalen snijgarnituren
STIHL advisert originele STIHL metalen snijgar-nituren te gebruiken. Deze zich qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Metalen snijgarnituren draaien zeer snug. Hierbij ontstaan krachten die op het apparaat, het snijgarnituur zich en op het maigoed werkken.
Metalen snijgarnituren要去 regelmatig volgens voorschift geslepen worden.
Ongelijkmatig geslepen metalen snijgarniturenveroorzaken een onbalans die voor extremebelasting van het apparaat+kennen zorgen-kans op breuk!
Botte of verkeerd geslepen snijkanten können leiden tot een hogere belasting van het metalen snijgarnituur - kans op letsel door geschuurde of gebroken delen!
Metalen snijgarnituur na elk contact met harde voorwerpen (bijv. stenen, rotsblokken, metalen delen) controleren (bijv. op scheurtjes en verrormingen). Bramen en andere zichtbare materiaalopeenhopingen要去en worden verwijderd, waar dat bij bij verder gebruik op elk moment los zouden+kennen latenten en worden weggeslingerd - kans op letse!
Beschadigd of ingescheurd snijgarnituur nicht mehr gebruiken en nicht repareren - hetzij door lessen ofRCTEN-Vormverandering (onbalans).
Deeltjes of brobstukken können loskomen en met hoge snugelheid de gebruiker of derden treffen - ernstig letse!
Om de genoemde bevaren die optredenijdens het gebruik van een metalen snijgarnituur, te ver
kleinen, mag het gebruikte metalen snijgarnituur in geen geval een te grote diameter hebben. Het mag Niet te zwaar+zijn. Het moet gemaakt+zijn van materialen van toereikende kwaliteit en een geschikte geometrie (vorm, dikte) hebben.
Een Niet door STIHL geproduced metalen snijgarnituur mag Niet zwaarder, Niet dikker zich, geen andere vorm hebben en qua diameter nicht groter zich dan het grootste, voor dit motorapparaat vrijgeveen metalen STIHL snijgarnituur - kans op letsel!
2.10 Trillingen
Langdurig gebruik van het motorapparaat kan leiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloedingsstoornissen aan de handen ("witte vingers").
Een algemeen geldende gebruiksduur kan nicht worden vastgesteld, sondern deze van meerdere factoren afhankelijk is.
De gebruiksduur worden verlengd door:
- Bescherming van de handen (warme hand-schoenen)
Rustpauzes
De gebruiksduur worden verkort door:
- Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechte doorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers, kriebelen)
Lage buitentemperaturen - De mate van kracht uitgeoefend door de handen (stevig beetpakken beinvloedt de doorbloeding nadelig)
Bij regelmatig, langdurig gebruik van het apparraat en bij het herhaald optreden van de betreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen) worden een medisch onderzoek geadviseerd.
2.11 Onderhoud en reparatives
Het motorapparaat regelmatig onderhonden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreiben. Alle andere werkzaamheden latent uitvoeren door een geauthoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatif geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geauthoriseerde dealer.
Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
STIHL advisert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Bij reparatie-, onderhouds- en reinigingswerkzaamheden altijd de motor afzetten en de bougiesteker lostrekken - kans op letsel door het onbedoeld starten van de motor! - Uitzondering: afstelling carburateur en stationair torental.
De motor mag bij een losgetrokken bougiesteker of bij een losgedraide bougie Niet met behulp van het startmechanisme worden getornd - brandgevaar door ontstekingsvonden buiten de cilinder!
Het motorapparaat Niet in de nabijheid van open vuur onderhonden en opslaan - brandgevaar door de brandstof!
De tankdop regelmatig op lekkegde controeren.
Alleen in goede staat verkerende, door STIHL vrijgegeven bougies -zie "Technische gevevens" - monteren.
Bougiekabel controlleren (goede isolatie, vaste aansluiting).
Controller of de uitlaatdemper in een goede staat verkeert.
Niet met een defecte of zonder uitlaatdempper werken - brandgevaar! - Gehoorschade!
De hete uitlaatdemper nicht aanraken - gevaar voor brandwonden!
2.12 Symbolen op de beschermkappen
Een pijl op de beschemkap voor het snijgarnituur geeft de draairichting van het snijgarnituur aan.
Enkele van de volgende symbolen zijn aangebracht op de buitenzijde van de beschemkap en verwijzenaar de vrijgeveen combinatie snijgarnituur/beschemkap.

De beschermkap alleen in combinatie met maaikoppen gebruiken - geen metalen snijgarnituren gebruiken.

De beschermkap nicht in combinatie met slagmessen en cirkelzaagbladen gebruiken.

De beschermkap nicht in combinatie met maaikoppen gebruiken.

De beschemkap alleen in combinatie met grassnijbladen gebruiken.
2.13 Draagstel

Draagstel gebruiken
- Het motorapparaat met draaiende motor aan de draagriem vasthaken
Grassnijbladen moeten in combinatie met een draagstel (enkele schouderriem) worden gebruikt!
2.14 Maaikop met maaidraad

Voor soepel 'maaigedrag' - voor nauwkeurig maaien, zelfs van onregelmatige grasranden rondom bomen, heiningpalen etc. - geringe beschadiging van de boomschors.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een bijlage. De maaikop alleen volgens de gegevens in de bijlage uitrusten met maaidraden.

WAARSCHUWING
De maiaadraden Niet verrangen door metaaldraad of andere soorten draden - kans op letsel!
2.15 Maaikop met kunststof messen - STIHL PolyCut
Voor het maaien van Niet-afgezette grayscale (zonder palen, omheiningen, bomen en vergelijkbare obstakels).
Op de slijtage-indicatoren letten!

Als van de maaikop PolyCut een van de markeringen aan de onderzijde is doorgebroken (pijl): de maaikop Niet meer gebruiken en verrangen door een(AP)Kans op letsel door contact met de wegsglingerde gereedschapdelen!
Beslist de onderhoudsvoorschriften voor de maaikop PolyCut inRCTnem!
In plaats van met kunststof messen kan de maaikop PolyCut ook worden uitgerust met maaidra-den.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behorende bijlagen. De maaikop alleen volgens de gegevens in de bijlagen utrusten met kunststof messen of maaidraden.

WAARSCHUWING
Inplaats van de maaidraad geen metaaldraad ofander draad gebruiken - kans op letsel!
2.16 Kans op terugslag bij metalensnijgarnituren

WAARSCHUWING

Bij gebruik van metalen snijgarnituren bestaat de kans op terugslag als het snijgarnituur een vast obstakel (boomstam, tak, boomstronk, steen of iets dergelijks) raakt. Het apparaat worden hierbij teruggeslingerd - tegen de draairichting van het snijgarnituur in.

Er is een hogere kans op terugslag als het snij-garnituur in de zwarte sector een obstakel raakt.
Nederland 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
2.17 Grassnijblad

Alleen voor gras en onkruid - met het apparaat net als met een zeis werken.

WAARSCHUWING
Bij onjuist gebruik kan het grassnijblad worden beschadigd - kans op letsel door weggeslingerde onderdelen!
Het grassnijblad, als het merkbaar bot is geworden volgens voorschrift slijpen.
3 Vrijgegeven combinaties van zaaggarnituur, beschemkap/aanslag, handgreep e...
3 Vrijgegeven combinaties van zaaggarnituur, beschemkap/aanslag, handgreep en draagstel
Snijgarnituur Beschermkap Handgreep Draagriem

3.1 Toegestane combinations
Afhankelijk van het snijgarnituur de juiste combinatie uit de tabelkiezen!

WAARSCHUWING
Om veiligheidsredenen mogen alleen snijgarnituren, beschemkappen, handgrepen en draagriemen uitdezelfde tabelregel worden gecombineerd. Andere combinaties zichniet toegestaan - kans op ongelukken!
3.2 Snijgarnituren
3.2.1 Maaikoppen
Cirkelzaagbladen van een ander materiaal dan metaal zichn Niet toegestaan.
3.3 Beschermkappen
13 Beschermkap met mes voor maakoppen
14 Beschermkap voor metalen snijgarnituren
3.4 Handgrepen
15 Beugelhandgreep
16 Beugelhandgreep met
17 Beugel (loopbegrenzer)
18 Dubbele handgreep
3.5 Draagriemen
19 Enkele schouderriem kan worden gebruikt
20 Enkele schouderriem moet worden gebruikt
21 Dubbele schouderriem kan worden gebruikt
4 Dubbele handgreep monteren
4.1 Draagbeugel monteren
De draagbeugel op een afstand van ca. 10 cm (4 inch) voor de motorbehuizing op de steel/maaiboom monteren.

Handgreepsteun (1) op de steel/maaiboom (2) plaatsen
Draagbeugel (3) in de handgreepsteun plaatsen
Klembeugel (4) op de handgreepsteun plaatsen, de bouten (5) door de boringen van de beide delen schuiven en tot aan de aanslag in de klembeugel (6) draaien - de bouten handvast draaien
4.2 Bedieningshandgreep monteren

Bout (1) losdraaien - de moer (2) blijft ache ter in de bedieningshandgreep (3)
De bedieningshandgreep met de gashendel (4)aar de aandrijfkop gericht op het uiteinde van de draagbeugel (5) schuiven tot de boringen (6) in lijn liggen
Bout (1) aanbrengen en vastdraaien
5 Beugelhandgreep monteren Nederlands
4.3 Draagbeugel uitlijnen en bevestigen

Draagbeugel op de afstand (A) van ca. 20 cm (8 inch) en de afstand (B) van ca. 15 cm (6 inch) uutilijnen
De bouten (1) kruislings vastdraaien
4.4 Gaskabel bevestigen
LETOP
De gaskabel Niet knikken of in een scherpe bocht leggen - de gaskabel要去 goed gangbaar zich!

Gaskabelhouser (2) en gaskabel (1) op de steel/maaiboom plaatsen
Gaskabelhouser (2) samendrukken. De gaskabelhouser (2) klikt hoorbaar vast

5 Beugelhandgreep monteren
Bij de levering van het neue apparaat is de beugelhandgreep al op het apparaat gemonteerd.
5.1 Beugel gebruiken

Afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur -zie "Vrijgegeven combinaties van snijgarnituur, beschemkap, handgreep. draagstel" - moet op de beugelhandgreep een beugel worden gemonteerd die als loopbegrenzer dient.
De beugel worden met het apparaat meegeleverd of is als speciaal toebehoren leverbaar.
5.2 Beugel bevestigen

Bouten (1) losdraaien en samen met de ringen (2) en de moeren (3) wegemen
Beugelhandgreep (4) en klemmen (5) wegemen

Vierkante moeren (3) in de beugel (6) steken - en de boringen met elkaar in lijn brengen

Klem (7) in de beugelhandgreep (4)plaatsen en samen op de steel/maaiboom (8) aanbren-gen
Klem (8) aanbrengen
Beugel (6) aanbrengen - op de montagestand letten!
Boringen met elkaar in lijn brengen
Bouten (1) in de boringen steken en in de beugel draaien tot ze aanliggen
Verder met "Beugelhandgreep uitlijnen en bevestigen"
De beugel.altijd gemonteerdlater.
6 Draagoog monteren Nederlands
5.3 Beugelhandgreep uitlijnen en bevestigen

Door het wijzigen van de afstand (A) kan de beugelhandgreep in de voor de gebruiker en de toepassing meest gunstige stand worden geplaatst.
Advies: afstand (A) ca. 15 cm (5,9 inch)
De beugelhandgreep in de gewenste stand schuiven
Beugelhandgreep (4) uitlijnen
De boutez vast aandraaien, dat de beugelhandgreep nicht meer om de steel/maaiboom kan worden verdraaid - als er geen beugel is gemonteerd: indien nodig de moeren borgen
6 Draagoog monteren
6.1 Kunststof uitvoering

Stand van het draagoog:zie "Belangrijke componenten".
Draagoog (1) op de steel/maaiboom plaatsen en over de steel/maaiboom drukken
M5-moer in de zeskantopname van het draag-oog aanbrengen
Bout M5x14 aanbrengen
Draagoog uittlijnen
Bout vastdraaien
6.2 Metalen uitvoering
Het draagoog wordt met het apparaat meegeleverd of is als special toebehoren leverbaar.

Stand van het draagoog:zie "Belangrijke componenten".
Klem (1) met de schroefdraad, maar links gericht op de steel/maaiboom plaatsen (gebruikerszijde)
- Lippen van de klem samendrukken en samengedrukt honden
Bout (2) M6x14 in de boring draaien
Draagoog uitlijnen
Bout vastdraaien
De beschemkap (1) is alleen vrijgeveen voor maaikoppen, waarom要去 voor de montage van een maaikop ook de beschemkap ((1) worden gemonteerd.

WAARSCHUWING
De beschemkap (2) is alleen vrijgeveen voor grassnijbladen, waarom要去 voor de montage van een grassnijblad ook de beschemkap/aanslag (2) worden gemonteerd.
De beschemkappen (1) env(2) worden op bezelfde wijze op de aandrijfkop bevestigd.

De beschemkap op de aandrijfkop plaatsen, hierbij de nok (3) op de aandrijfkop in de uitsparing (4) van de beschemkap schuiven
Bout (5) aanbrengen en vastdraaien
8 Snijgarnituur monteren Nederlands
8 Snijgarnituur monteren
8.1 Motorapparaat neerleggen

Motor afzetten
- Het motorapparaat zo neerleggen dat de koppeling voor het snijgarnituur maar boven is gericht
8.2 Drukschotel monteren
De drukschotel worden met het apparaat meegeleverd.

Drukschotel (1) op de as (2) schuiven
LETOP
Voor de bevestiging van snijgarnituren moet de drukschotel op de aandrijfkop় gemonteerd.
8.3 Bevestigingsonderdelen voor snijgarnituren
Afhankelijk van het snijgarnituur waarmee uw motorzeis werk uitgeleverd, kan ook de leveringsomvang van bevestigingsonderdelen voor het snijgarnituur verschillend zich.
8.3.1 Leveringsomvang zonder bevestigingsonderdelen

Er kuren alleen maaikoppen worden gemonteerd die direct op de as (2) worden bevestigd.
8.3.2 Leveringsomvang met bevestigingsonderdelen
Er können maakoppen en grassnijbladen worden gemonteerd.

Voor de bevestiging van enkele maaikoppen en de grassnijbladen zichn ook de moer (3), de draaischotel (4) en de drukring (5) nodig.
De onderden makeen deel uit van de onderde-lenset die samen met het apparaat worden geleverd en zich als speciala toebehoren leverbaar.
8.4 As blokkeren

Voor het monteren en demonteren van snijgarnituren要去 de as (2) met behulp van de blokkeerpen (8) of de haakse schroevendraier (7) worden geblokkeerd. De onderdelen makeen deeluit van de leveringsomvang en+zijn als speciaattoebehoren leverbaar.
- Blokkeerpen (7) of de haakse schroeven-draaier (7) in de boring (8) in de aandrijfkop schuiven - tot aan de aanslag - iets aandruken
As, moer of snijgarnituur verdraaien tot de blokkeerpen in de boring valt en de as worden geblokkeerd
8.5 Snijgarnituur monteren

WAARSCHUWING
De bij het snijgarnituur passende beschermkap monteren - zie "Beschemkappen monteren".
8.6 Maaikop met schroefdraadaansluiting monteren
De bijlage voor de maaikop goed bewaren.

Drukschotel aanbrengen
De maaikop linksom tot aan de aanslag op de as (1) schroeven
As blokkeren
Maaikop vastdraaien
LET OP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
8.7 Maaikop verwijderen
As blokkeren
De maaikop rechtsom draaien
8.8 Metalen snijgarnituur monteren
Het bijlageblad en de verpakking voor het meta- len snijgarnituur goed bewaren.

WAARSCHUWING
Veiligheidshandschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe snijkanten.
Altijd slechts een metalen snijgarnituur monteren!
8 Snijgarnituur monteren Nederlands
Snijgarnituur op de juiste wijze aanbrengen

Bij de grassnijbladen (1) en (2) können de snijkanten in een willekeurige richting wijzen - deze snijgarnituren regelmatig omkeren om eenzijdige slijtage te voorkomen.
Bij het grassnijblad (3)要去en de snijkanten\ aar rechts zich gericht.

Op de pijl voor de draairichting aan de binnen-zijde van de beschermkap letten.


Snijgarnituur (4) op de drukschotel (5) leggen

De kraag (pijl) moet in de boring van het snijgar-nituur vallen.
Snijgarnituur bevestigen
Drukring (6) aanbrengen - bolle zichde maar boven gericht
Draaischotel (7) aanbrengen
As (8) blokkeren
Moer (9) linksom op de as schroeven en vastdraaien

WAARSCHUWING
Een te gemakkelijk draaiende moer verrangen.
LETOP
Het gereedschap voor het blokkeren van de as weer lostrekken.
8.9 Metalen snijgarnituur demonteren

WAARSCHUWING
Veiligheidshandschoenen aantrekken - kans op letsel door de scherpe snijkanten.
As blokkeren
De moer rechtsom losdraaien
- Het snijgarnituur en de bevestigingsonderden Hiervan van de aandrijfkop trekken - hierbij de drukschotel (5) Niet wegemen
9 Brandstof
De motor draait op een brandstofmengsel van benzine en motorolie.

WAARSCHUWING
Direct huidcontact met brandstof en het inademen van brandstofdampen voorkomen.
9.1 STIHL MotoMix
STIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geen benzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoog octaangetal en biedt.altijd de juiste mengverhouding.
STIHL MotoMix is voor de langst möglichke levensduur van de motor gemengd met STIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.
Brandstoffen die nicht geschikt zijn of met een afwijkende mengverhouding, können leiden tot ernstige schade aan de motor. Benzine of motorolie van een mindere kwaliteit kan de motor, keerringen, leidingen en brandstoftank beschaden.
9.2.1 Benzine
Alleen benzine van een gerenommeerd merk met een octaangetal van minimaal 90 RON gebruiken - loodvrij of loodhoudend.
Benzine met een alcoholpercentage van meer dan 10% kan bij motoren met handmatig instelbare carburateursurs storingenveroorzaken, waarom mag deze benzine voor deze motoren Niet worden gezruikt.
Motoren met M-Tronic leveren met benzine met een alcoholpercentage tot 27% (E27) het volle motorvermogen.
9.2.2 Motorolie
Als brandstof zich wordt gemengd, mag alleen een STIHL tweetaktmotorolie of een andere hoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB, JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC of ISO-L-EGD worden gezruikt.
STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HP Ultra of een gelijkwaardige hoogwaardige motorolie voor om de emissiegrenswaarden geduurrende de machinelevensduur te konnen waarborgen.
9.2.3 Mengverholding
Bij STIHL tweetaktmotorolie 1:50; 1:50 = 1 deel olie ^+ 50 delen benzine
9.2.4 Voorbeelden
Hoeveelheid ben- STIHL tweetaktzine olie 1:50
Liter Liter (ml)
10,02 (20)
50,10 (100)
10 0,20 (200)
15 0,30 (300)
20 0,40 (400)
25 0,50 (500)
In een voor brandstof vrijgegeven jerrycan eerst motorolie bijvullen enervolgens benzine en goed mengen
10 Tanken Nederlands
9.3 Brandstofmengsel opslaan
Benzine alleen bewaren in voor brandstof vrijgegeven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd gegenlicht en zonnestralen.
Het brandstofmengsel veroudert - alleen de hoeveelheid die nodig is voor enkele weken men-gen. Het brandstofmengsel Niet langer dan 30 dagen bewaren. Door de inwerking van Licht, zon, lage of hoge temperaturen kan het brandstofmengsel sneller onbruikbaar worden.
STIHL MotoMix kan darüber tot 5aar probleemloos worden bewaard.
De jerrycan met brandstofmengsel voor het tanken goed schudden

WAARSCHUWING
In de jerrycan kan zich druk opbouwen - de dop voorzichtig losdraaien.
De benzinetank en de jerrycan regelmatig grondig reinigen
De restbrandstof en de voor de reiniging gebruike vloeistof volgens voorschrift en milieubewust opslaan en afvoeren!
10 Tanken
10.1 Apparaat voorbereiden

De tankdop en de omgeving ervan voor het tanken reinigen zodate er geen vuil in de tank valt
- Het apparaat zoplaatsen, dat de tankdop maar boven is gericht
10.2 Tankdop opendraaien

Tankdop linksom draaien tot deze van de tankopening kan worden genomen
Tankdop wegemen
10.3 Tanken
Bij het tanken geen benzine morsen en de tank Niet tot aan de rand vullen.
STIHL adviseert het STIHL vulsystem voor brandstof (special toebehoren).
Tanken
10.4 Tankdop dichtdraaien

Tankdop aanbrengen
Tankdop tot aan de aanslag rechtsom draaien en met de hand zo vast möglichk aandraaien
11 Draagstel omdoen
Type en uitvoering van het draagstel�n afhankelijk van het exportland.
Gebruik van het draagstel - zie "Vrijgegeven combinaties van snijgarnituur, beschemkap, handgreep, draagstel".
11.1 Enkele schouderriem

Enkele schouderriem (1) omdoen
- De riemlengte zo afstellen dat de karabijn-haak (2) ongeveer een handbreedte onder de rechterheup ligt
Apparaatuitbalanceren
11.2 Dubbele schouderriem

- Dubbele schouderriem (1) omdoen en de slotplatz (3) sluiten
Riemlengte afstellen - de karabijnhaak (2)要去 bij een vastgehaakt motorapparaat circa een handbreedte onder de rechterheup liggen - Apparaatuitbalanceren-zie"Apparaatuitbalanceren"
12 Apparaatuitbalanceren
Type en uitvoering van het draagstel en de karabijnhaak zijn afhankelijk van het exportland.
Bij apparaten met beugelhandgreep is het draag-oog in de bedieningshandgreep geintegreerd,zie "Belangrijke componenten".Apparaten met beugelhandgreep hoeven Niet te worden uitgebalanceerd.
12.1 Het apparaat vasthaken aan het draagstel

Karabijnhaak (1) in het draagoog (2) op de steel vasthaken

Bout (3) losdraaien
12.2 Pendelstand

- Maaikoppen en grassnijbladen moeten net de grond raken
Voor het bereiken van de pendelstand de vol-gende handelingen uitvoeren:
- Het draagoog verschuiven - de bout handvast draaien - het apparaat lien uitpendelen - de pendelstanden controleren
Als de juiste pendelstand is bereikt:
De bout van het draagoog vastdraaien
12.3 Het apparaat bij het draagstel loshaken

De lip op de karabijnhaak (1) indrukken en het draagoog (2)uit de haak trekken
13 Motor starten/afzetten
13.1 Bedieningselementen
13.1.1 Uitvoering met dubbele handgreep

1 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar - met de werkstand en 0 = stopstand.
Nederlands 13 Motor starten/afzetten
13.1.2 Uitvoering met beugelhandgreep

1 Gashendelblokkering
2 Gashendel
3 Stopschakelaar - met de werkstand en 0 = stopstand.
13.1.3 Werking van de stopschakelaar en het contact
De nicht ingedrukte stopschakelaar staat in de werkstand: het contact is ingeschakeld - de motor is startklaar en kan worden gestart. Als de stopschakelaar in stand 0 wordt gedrukt, wordt de ontsteking uitgeschakeld. Nadat de motor is afgeslagen, wordt het contact automatisch waar ingeschakeld.
13.2 Motor starten

Balg (4) van de hand-benzinepomp ten minste 5-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
13.2.1 Koude motor (koude start)

- Chokeknop (5) indrukken en hierbij in stand draaien
13.2.2 Warme motor (warme start)

- Chokeknop (5) indrukken en hierbij in stand Z draaien
Deze instelling geldt ook als de motor reeds heeft gedraaid, maar nog koud is.
13.2.3 Starten

- Het apparaat zo op de grond plaatsen dat het Niet kan omvallen: de steun op de motor en de beschemkap voor het snijgarnituur vormen de ondersteuning
- Indien gemonteerd: de transportbeschemkap op het snijgarnituur verwijderen
13 Motor starten/afzetten Nederlands
Het snijgarnituur mag noch de grond noch enigander voorwerp raken - kans op ongevallen!
Een veilige houding aannemen - mogelijkheden: staand, gebukt of knielend
- Het apparaat met de linkerhand stevig op de grond drukken - hierbij noch de gashendel, de gashendelblokkering, noch de stopschakelaar aanraken
LET OP
De voet of de knie nicht op de steel/maaiboom plaatsen!

- Met de rechterhand de starthandgreep vastpakken
13.2.4 Uitvoering zonder ErgoStart
De starthandgreep langzaam tot aan de eerst voelbare aanslag uittrekken en cervolgens neln en krachtig doortrekken
13.2.5 Uitvoering met ErgoStart
De starthandgreep gelijkmatig uittrekken
LETOP
Het koord Niet tot aan het koorduiteinde uit de boring trekken - kans op breuk!
De starthandgreep nicht terug latent schieten - maar latent vieren zodate het startkoord correct kan worden opgerold
Verder starten tot de motor draait

13.2.6 Zodra de motor draait
De blokkehendel indrukken en gas geven de chokeknop springt in de werkstand I - na een koude start de motor door enkele keren gas te geven warmdraaien

WAARSCHUWING
Bij een correct afgestelde carburateur mag het snijgarnituur bij stationair toerental nicht meedraaien!
Het apparatus is maar voor gebruik.
13.3 Motor afzetten
- De stopschakelaarrichting0drukken-de motorstopt-de stopschakelaarloslaten-de stopschakelaarveerterug
13.4 Verdere aanwijzingen met betrekking tot het starten
De motor slaat in de koudestartstand of bij het accelereren af.
De chokeknop in stand Zplaatsen -verder starten tot de motor draait
De chokeknop in stand 12 plaatsen -verder starten tot de motor draait
De motor slaat nicht aan
Controlleren of alle bedieningselementen correct zichn afgesteld
Controlleren of de tank met benzine is gemvuld, zo nodsig tanken
Controlleren of de bougiesteker stevig op de bougie is gedrukt
Startprocedure herhalen
De chokeknop in stand Iplaatsen -verder starten tot de motor draait
Alle benzine werd verbruikt
Na het tanken de balg van de hand-benzine-pomp ten minste 5-maal indrukken - ook als de balg met benzine is gezuld
- De chokeknop afhankelijk van de motortemperatuur instellen
Motor opniew starten
14 Apparaat vervoeren
14.1 Transportbeschermkap gebruiken
Het type transportbeschemkap is afhankelijk van het type metalen snijgarnituur dat behoort tot de leveringsomvang van het motorapparaat. Transportbeschemkappen zijn ook als special toebehoren leverbaar.
14.1.1 Grassnjbladen 230~mm




15 Gebruiksvoorschriften
15.1 Gedurende de eerste bedrijfsuren
Het neue apparaat tot aan de derde tankvelling Niet onbelast met hoge toerentallen latent draaien, om te voorkomen dat er tijdens de inloopfase extra belasting optreedt. Gedurende de inloopfase要去en de bewegende delen op elkaar inlopen – in de motor heerst een verhoogde wrijvingsweerstand. De motor levert zich imaximale vermogen pas na 5 tot 15 tankvullingen.
15.2 Tijdens de werkzaamheden
De motor nog even stationair lien draaien als hij voordien langearend onder vollastheeft gedraaid, tot de meeste warmte door de koelluchtstroom is afgevoerd.Dit om te voorkomen dat de componenten op de motor (ontstekingssystem, carburateur) door warmteophoping te zwaar worden belast.
15.3 Na het werk
Als het werk even wordt onderbroken: de motor soften afkoelen. Het apparaat met lege benzine-tank op een droge plaats, Niet in de buurt van ontstekingsbronnen, opbergen tot het moment dat het apparaat weeort wordt gebruikt. Bij langdurige stilstand -zie "Apparaat opslaan".
16 Luchtfilter reinigen Nederlands
16 Luchtfilter reinigen
16.1 Als het motorvermogen merkbaar afneemt

- Chokeknop (1) in stand _n = 1^ plaatsen
Bout (2) in filterdeksel (3) linksom draaien, tot het deksel los zit
Filterdeksel (3) over de chokeknop heben lostkrekken en wegemen
Het grove vuil rondon het filter verwijdersen

Via de uitsparing (4) in het filterhuis het vilen filter (5) wegemen
Vilten filter (5) verrangen - als tijdelijke maatregel uiktkloppen of uitblazen - Niet uitwassen
LETOP
Beschadigde onderdelen verrangen!
- Het vilen filter (5) zo in het filterhuisplaatsen dat het hiermee gewelijkigt - de pijl is gericht maar de uitsparing
- Chokeknop (1) in stand plaatsen
Filterdeksel (3) aanbrengen - hierbij de bout (2) Niet scheef drukken - de bout in de boring draaien
De carburateur van het apparatus is af fabriek zo afgesteld dat de motor onder alle bedrijfsomstandigheden worden voorzien van een optimaal benzine-luchtmengsel.
17.1 Stationair toerental instellen
Motor slaat bij stationair toerental af
Motor ca. 3 min. warm laten draaien
Aanslagschroef stationair toerental (LA) langzaam rechtsom draaien, tot de motor gelijkmattig draait - het snijgarnituur mag Niet meebewegen
Het snijgarnituur beweegt bij stationair toerental mee
Aanslagschroef stationair toerental (LA) linksom draaien, tot het snijgarnituur stil blijft staan, cervolgens 1/2 tot 3/4 slag indezelfderrichting verderr Draaien

WAARSCHUWING
Als het snijgarnituur na de uitgevoerde afstelling bij stationair toerental nicht stil blijft staan, het motorapparaat door een geauthoriseerde dealer latent repareren.
18 Bougie
Bij onvoldoende motorvermogen, slecht starten of onregelmatig stationair toerental eerst de bougie controleren.
Na ca. 100 bedrijfsuren de bougie verrangen - bij sterk ingebrande elektroden reeds eerder - alleen door STIHL vrijgegeven, ontstoorde bougies gebruiken -zie "Technische gevevens"
18.1 Bougie uitbouwen
Motor afzetten

Bougiesteker (1) lostrekken
Bougie (2) losdraaien
18.2 Bougie controlleren

Vervuilde bougie reinigen
Elektrodeafstand (A) controlleren en zo nods afstellen, waarde voor elektrodeafstand - zie "Technische gegevens"
Oorzaken van de verwiling van de bougie opheffen
Mogelijkke oorzaken zijn:
- Te veel motorolie in de benzine
- Vervuild luchtfilter
Ongunstige bedrijfsomstandigheden

WAARSCHUWING
Bij een Niet vastgedraaide of ontbrekende aansluitmoer (1) kuren vonden gezvormd. Als in een Licht brandbare of explosieve omgeving wordt gewerkt, kuren brand of explosies ontstaan. Personen kuren ernstig letsel oplopen of er kan materiele schade ontstaan.
- Ontstoorde bougies met een vaste aansluitmoer monteren
18.3 Bougie monteren
Bougie in de boring draaien
Bougiesteker op de bougie drukken
19 Motorkarakteristiek
Als ondanks het gereinigde luchtfilter en de correcte carburaturafstelling de motorkarakteristiek Niet optimaal is, kan dit ook te wijten zich aan deuitlaatdemper.
De uitlaatdemper bij de geauthoriserde dealer op verruiling (koolaanslag) lately controlleren!
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latelyuitvoeren.
20 Apparaat opslaan
Bij buitengebruiktelling vanaf ca. 30 dagen
De brandstoftank op een goed geventileerde plaats aftappen en reinigen
De brandstof volgens de voorschriften en milieuuwetgeving afvoeren
- Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is: hand-benzinepomp ten minste 5 keer indrukken, voordat de motor worden gestart
De motor encke net zo lang stationair laten draaien tot de motor afslaat
- Snijgarnituur demonteren, schoonmake en controleren. Metalen snijgarnituren insmeren met conservingsolie.
- Het apparatusaat goed schoonmaken, vooral de cilinderribben en het luchtfilter!
- Het apparaat op een droge en veiligeplaats opbergen - tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) beschermen
21 Metalen snijgarnituren slijpen Nederlands
21 Metalen snijgarnituren slijpen
- Snijgarnituren bij een geringe slijtage met een aanscherpvijl "specialtoebehoren" - bij sterke slijtage en groeven, met behulp van een slijpapparaat slijpen of dit door een geautoriseerde dealer lately uitvoeren - STIHL advisert de STIHL dealer
Regelmatig slijpen, weinig materiaal wegemen: voor het gebruikelijke aanscherpen zijnmeestal twee tot drie vijlstreken voldoende



002BA113 KN
- Mesvleugel (1) gelijkmatig slijpen - de omtrek van het hart (2) Niet wijzigen
Meer aanwijzingen met betrekking tot het slijpen staan op de verpakking van het snijgarnituur. Daarom de verpakking bewaren.
21.1 Uitbalanceren
- Ca. 5-maal aanscherpen, hierna het snijgarnituur met behulp van het STIHL balanceerapparaat "special toebehoren" op onbalans controlleren en uitbalanceren of dit door een geauthoriserde dealer lately uitvoeren - STIHL adviseert de STIHL dealer
22 Onderhoud maaikop
22.1 Motorapparaat neerleggen

Motor afzetten
- Het motorapparaat zo neerleggen dat de koppeling voor het snijgarnituur maar boven is gericht
22.2 Maaidraad verrangen
Voor het verrangen van de maaidraad de maai-kop beslist op slijtage controleren.

WAARSCHUWING
Als er sterke slijtagesporen zichtaar�, moet de maaikop compleet worden verrangen.
De maaidraden worden in het verwolg kortweg "draden" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maaikop behoort een handleiding met afbeeldingen die LAST Zien hoe de draden worden verrangen. Daarom de handleiding voor de maaikop goed bewaren.
Indien nodig de maaikop uitbouwen
22.3 Maaidraad bijstellen
STIHL SuperCut
De draad worden automaticisch op de juiste lenghte afgesteld als de draad minimaal 6 cm
(2 1/2 inch) lang is - door het mes op de beschermkap worden te lange draden op de optimale lenghte afgesneden.
STIHL AutoCut
- Het apparaat met draaiende motor boven een grayscale houden - de maaikop要去 hierbij draaien
De maaikop op de grond tippen - de draden worden bijgesteld en door het mes op de beschemkap op de optimale lenghte afgesneden
Steeds nadat met de maaikop op de grond wordt getipt wordt de draad bijgesteld. Daaromijdens de werkzaamheden de maaiprestaties van de maaikop observeren. Als met de maaikop te vaak op de grond wordt getipt, worden ongebruekte stukken van de maaidraad door het mes afgesneden.
De draadlengthe worden alleen bijgesteld als de\ beide draaduiteinden ten minste nog\ 2,5 cm (1 inch) lang়.
STIHL TrimCut

WAARSCHUWING
Voor het met de hand bijstellen van de draad de motor beslist afzetten - anders is er kans op letse!
- Het spoelhuis omhoog trekken – linksom draaien – ca. 1/6 slag – tot aan de arrêteerstand – en wee terug lately veren
Nederlands 23 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
De draaduiteinden maar buiten trekken
De procedure indien nodig herhalen tot de beiden draaduiteinden het mes in de beschemkap bereiken.
Een draaibeweging van aanslag tot aanslag vergroot de draadlengthe met ca. 4 cm (1 1/2 inch).
22.4 Maaidraden verrangen
STIHL PolyCut
In de maaikop PolyCut kuren inplaats van messen ook afgekorte draden worden gehaakt.
Voordat de maaikop met de hand worden voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten - anders is er kans op letsell!
- De maaikop aan de hand van de meegeleverde handleiding voorzien van de op maat afgekorte draad
22.5 Mes verrangen
22.5.1 STIHL PolyCut
Voor het verrangen van de messen de maaikop beslist op slijtage controlleren.

WAARSCHUWING
Als er sterke slijtagesporen zichtaar�n, moet de maaikop compleet worden verrangen.
De snijmessen worden in hetervoig kortweg "messen" genoemd.
Tot de leveringsomvang van de maakop behoort een handleiding met afbeeldingen die LAST ZEN hoe de messen worden verrangen. Daarom de handleiding voor de maakop goed bewaren.

WAARSCHUWING
Voordat de maaikop met de hand worden voorzien van maaidraad de motor beslist afzetten - anders is er kans op letsel!
Maaikop verwijderen
- De messen op die wijze verrangen als afgebeeld in de handleiding
De maaikop wee monteren
23 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werktielen dienen de gegeven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijkns | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarliks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Complete machine visuèle | controle (staat,lekkgage) | X X | ||||||||
| reinigen X | ||||||||||
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor-male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan-gere dagelijkse werkelijkden dienen de geveven inter-vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beindigen van de werkzaamheden, resp. dageliks | Na elke tankvilling | Wekeliks | Maandeliks | Jaarliks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| beschadigde onderdelen verrangen | X | X | ||||||||
| Bedieningshandgreep werk | king controlleren XX | |||||||||
| Luchtfilter visuele controle | XX | |||||||||
| reinigen XX | ||||||||||
| vervangen X | ||||||||||
| Hand-benzinepomp (indien gemonteerd) | controleren X | |||||||||
| laten repareren door geauthoriserde dealer1) | X | |||||||||
| Aanzuigmond in de ben-zinetank | controleren X | |||||||||
| vervangen XXX | ||||||||||
| Benzinetank reinigen XX | ||||||||||
| Carburateur stationair toer | ental con-troleren, het werktuig mag Niet meedraaien | X | X | |||||||
| Stationair toerental instellen | X | |||||||||
| Bougie elektrodeafstand afstel-len | X | |||||||||
| elke 100 bedrijfsuren verrangen | ||||||||||
| Aanzuigopening voor koellucht | visuele controle X | |||||||||
| reinigen | X | |||||||||
| Bereikbare bouten, schroeven en moeren (behalte stelschroeven) | natrekken | X | ||||||||
| Snijgarnituur | visuele controle | XX | ||||||||
| vervangen X | ||||||||||
| op vastzitten controleren | XX | |||||||||
| Metalen snijgarnituur | slijpen/aanscherpen | X | X | |||||||
| Veiligheidssticker | vervangen X | |||||||||
| Onderstaande gevevens zijn gebaseerd op nor- male bedrijfsomstandigheden. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij lan- gere dagelijkse werktielen dienen de geveven inter- vallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Na elke tankvulling | Wekelijks | Maandelijks | Jaarijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig |
24 Slijtage minimisieren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldigplaatsvinden als staat beschreiben in de handleiding.
De gebruiker is zich verantwoordelijk voor alle schade die door het Niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen worden veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- Niet door STIHL vrijgeveen wijzigingen aan het product
- Het gebruik van gereedschappen of toebehoren die nicht voor het apparaat zijn vrijgegeven, Niet geschikt of kwalitatief minderwaardig়
- Het Niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparatus
- Gebruik van het apparaat bij sportmanifestations of wedstrijden
- Vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
24.1 Onderhoudswerkzamaheden
Alle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigingsvoorschriften" vermelde werkzaamheden要去 regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden Niet door de gebrui
ker zich kuren worden uitgevoerd,要去enDEXe
worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatifgeschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Als deze werkzaamheden nicht of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar voor de gebruiker zich verantwoordelijk is. Hiertoe behoren o.a.:
Schade aan de motor ten gevolge van nicht tijdig of Niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter), verkeerde carburateurafstelling of onvoloende reiniging van de koelluchtgeleiding (inlaatsleuven, cilinderriben)
Corrosie- en andere verwolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
- Schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
24.2 Aan slijtage onderhevige delen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur,ijdig worden verrangen. Hiertoe behoren o.a.:
-
Snijgarnituren (alle typen)
-
Bevestigingsdelen voor snijgarnituren (draaischotels, moeren, enz.)
- Beschermkap snijgarnituur
Koppeling
Filter (voor lucht, benzine) - Startmechanisme
-- bougie

25 Belangrijke componenten
1 Hand-benzinepomp
2 Tankdop
3 Tank
4 Starhandgreep
5 Uitlaatdemper
6 Gashendel
7 Stopschakelaar
8 Gashendelblokkering
9 Dubbele handgreep
10 Handgreepsteun
11 Draagoog
12 Gaskabelhouser
13 Carburatustrstelschroeven
14 Chokeknop
15 Luchtfilterdeksel
16 Bougiesteker
17 Apparatensteun
18 Beugelhandgreep
19 Beugel (loopbegrenzer, afhankelijk van de exportuitvoering gemonteerd)
20 Steel
21 Huls
Machinenummer

1maaikop
2 beschemkap uitsluitend voor maakoppen
3 mes
4 beschemkap uitsluitend voor grassnijbladen
5 grassnijblad
Eencilinder-tweetaktmotor
Cylinderinhoud: 27,2 cm3
Boring: 34 mm
Slag: 30 mm
Vermogen volgens 0,8 kW (1,1 pk) bij
ISO 8893: 8500 1/min
Stationair toerental: 2800 1/min
Afregeltoerental (nominale 10000 1/min Waarde):
Max. toerental van de uit- 8600 1/min gaande as (koppeling snij-garnituur):
26.2 Ontstekingssystem
Nederlands 27 Reparatierichtlijnen
Bougie (ontstoord): NGK CMR 6 H, BOSCH USR 4AC
Elektrodeafstand: 0,5 mm
26.3 Brandstofsystem
Onafhankelijk van de stand werkende membrancarburateur met geintegreerde benzinepomp
Inhoud benzinetank: 340~cm^3 (0,34 l)
26.4 Gewicht
Zonder benzine, zonder snijgarnituur en beschemkap
FS 56 5,1 kg
FS 56 R:4,7 kg
FS 56 C met ErgoStart: 5,2 kg
FS 56 RC met ErgoStart: 4,8 kg
26.5 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillingswaarden wegen stationair toerental en nominaal maximumtoerental even zwaar.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG zie
www.stihl.com/vib
26.5.1 Geluidsdrukniveau L peq volgens ISO-22868
FS 56, FS 56 C
met maaikop: 93 dB(A)
met metalen gereedschap: 94 dB(A)
FS 56 R, FS 56 RC
met maikop: 93 dB(A)
met metalen gereedschap: 94 dB(A)
26.5.2 Geluidsvermogenniveau L w volgens ISO 22868
FS 56, FS 56 C, FS 56 R, FS 56 RC
metmaikop:107dB(A)
met metalen gereedschap: 107 dB(A)
26.5.3 Trillingswaarde a hv,eq volgens ISO 22867
FS 56, FS 56 C
Handgreep
links
Handgreeprechts
met maaikop: 4,7m / s^2
3,8 m/s²
met metalen gereed- 5,5m / s^2 schap:
5,5 m/s²
FS 56 R
Handgreep
links
Handgreeprechts
metmaikop: 6,5m / s^2
7,5 m/s²
met metalen gereed-6,6 m/s2 schap:
6,6 m/s²
FS 56 RC
Handgreep
links
Handgreeprechts
met maaikop: 6,5m / s^2
7,5 m/s²
met metalen gereed-6,6 m/s2
6,6 m/s²
schap:
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermögensniveau bedraagt de K--waarde volgens
RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillingswaarde bedraagt de K--waarde volgens
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, klassificatie en vrijgave van chemica- lien.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voerschrift (EG) nr. 1907/2006zie
www.stihl.com/reach
26.7 Uitlaatgasemissiewaarde
De in de EU-typegoedkeuringsprocedure gemeten CO_2 -waarde staat weergegeven bij
www.stihl.com/co2
in de productspecifieken technische gegevens.
De gemeten CO_2 -waarde werden op een representatieve motor volgens een genormeerde testprocedure onder laboratoriumomstandigheden bepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantie van het vermogen van een bepaalde motor.
Door het in deze handleiding beschreiben gebruik conform de voorschriften en onderhoud, worden aan de geldende uitlaatgasemissie-eisen voldaan. Bij modificaties aan de motor verwalt de typegoedkeuring.
27 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreiben. Verdergaande reparations mogen
alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te latentuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatin geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderden. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit worden nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL advisert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zich te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo
STIHLEN, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
28 Milieuverantwoord afvoeren
Informatie over de afvoer is verkrijgbaar bij de gemeente of bij een STIHL dealer.
Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu.

De STIHL producten inclusief de verpakking volgens deplaatselijke voorschriften bij een geschikt verzamelpunt voor recycling inleven.
Niet bij het huisvuil afvoeren.
29 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigeng verantwoordelijkheid dat
Constructie:Motorzeis
Merk: STIHL
Type: FS 56
FS 56C
FS 56 C-E
FS 56R
FS 56 RC
FS 56 RC-E
Serie-identificatie: 4144
Cylinderinhoud: 27,2 cm3
voldoet aan de betreffende bepalingen van derichtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met den tijs de van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:
EN ISO 11806-1, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werden volgensrichtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassing van de norm ISO 10884 gehandeld.
Gemeten geluidsvermogenniveau
107 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau 109 dB(A)
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgeving
C
30 UKCA-conformiteitsverklar- ring
ANDREAS STIHL AG & Co. KG Badstr. 115
D-71336 Waibingen
Duitsland
verklaart op eigenc verantwoordelijkheid dat
Constructie: Motorzeis
Merk: STIHL
Type: FS 56
FS 56C
FS 56 C-E
FS 56 R
FS 56 RC
FS 56 RC-E
Serie-identificatie: 4144
Cylinderinhoud:
27,2 cm3
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Electromagnetic Compatibility Regulations 2016 en Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de ten tjde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geprodueerd:
EN ISO 11806-1, EN 55012, EN 61000-6-1
Voor het bepalen van het gemeten en het gegarandeerde geluidsvermogenniveau werden gehandeld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 8 of met gebruikmaking van norm ISO 10884.
Gemeten geluidsvermogenniveau
107 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
109 dB(A)
Bewaren van technische documentatione:
Het productiejaar en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgeving
