FSE 31 - Grasmaaier STIHL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FSE 31 STIHL in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over FSE 31 STIHL
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FSE 31 - STIHL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FSE 31 van het merk STIHL.
GEBRUIKSAANWIJZING FSE 31 STIHL
1 Met betrekking tot deze handleiding...... 66
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek.66
3 Gebruik....71
4 Beschermkappen monteren....72
5 Maaidraad afstellen....73
6 Handgrepen instellen.... 74
7 Werkhoek instellen....75
8 Apparaat ombouwen tot kantensnijder..... 75
9 Apparaat op het lichtnet aansluiten......75
10 Apparaat inschakelen.... 76
11 Apparaat uitschakelen.... 76
12 Apparaat opslaan....76
13 Maaidraad vervangen.... 77
14 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften... 77
15 Slijtage minimaliseren en schade voorko-
men....78
16 Belangrijke componenten.... 79
17 Technische gegevens.... 80
18 Reparatierichtlijnen.... 80
19 Milieuverantwoord afvoeren....81
20 EU-conformiteitsverklaring....81
21 UKCA-conformiteitsverklaring....81
Geachte cliënt(e),
Het doet ons veel genoegen dat u hebt gekozen voor een kwaliteitsproduct van de firma STIHL.
Dit product werd met moderne productiemethoden en onder uitgebreide kwaliteitscontroles gefabriceerd. Er is ons alles aan gelegen dat u tevreden bent met dit apparaat en er probleem-loos mee kunt werken.
Wendt u zich met vragen over uw apparaat tot uw dealer of de importeur.
Met vriendelijke groet,

Dr. Nikolas Stihl
1 Met betrekking tot deze handleiding
1.1 Symbolen
Alle symbolen die op het apparaat zijn aangebracht worden in deze handleiding toegelicht.
1.2 Codering van tekstblokken

WAARSCHUWING
Waarschuwing voor kans op ongevallen en letsel voor personen alsmede voor zwaarwegende materiële schade.
LET OP
Waarschuwing voor beschadiging van het apparaat of afzonderlijke componenten.
1.3 Technische doorontwikkeling
STIHL werkt continu aan de verdere ontwikkeling van alle machines en apparaten; wijzigingen in de leveringsomvang qua vorm, techniek en uitrusting behouden wij ons daarom ook voor.
Aan gegevens en afbeeldingen in deze handleiding kunnen dan ook geen aanspraken worden ontleend.
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek

Speciale veiligheidsmaatregelen zijn nodig bij het werken met dit apparaat, omdat het snijgarnituur met een zeer hoog toerental draait en er met elektriciteit wordt gewerkt.

De gehele gebruiksaanwijzing voor de eerste ingebruikneming aandachtig doorlezen en voor later gebruik goed opbergen. Het veronachtzamen van de gebruiksaanwijzing kan tot levensgevaarlijke situaties leiden.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. van beroepsgroepen, sociale instanties, arbeidsinspectie en andere, in acht nemen.
Wie voor het eerst met het apparaat werkt: door de verkoper of door een andere deskundige
laten uitleggen hoe men hiermee veilig kan werken – of deelnemen aan een cursus.
Minderjarigen mogen niet met het apparaat werken – behalve jongeren boven de 16 jaar die onder toezicht leren met het apparaat te werken.
Kinderen, huisdieren en toeschouwers op afstand houden.
Als het apparaat niet wordt gebruikt, het apparaat zo neerzetten dat niemand in gevaar kan worden gebracht. Het apparaat zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben, de netkabel uit de contactdoos trekken.
De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallen die andere personen of hun eigendommen overkomen, resp. voor de gevaren waaraan deze worden blootgesteld.
Het apparaat alleen meegeven of uitlenen aan personen die met dit model en het gebruik ervan vertrouwd zijn – en altijd de handleiding meegeven.
Personen die vanwege beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten niet in staat zijn het apparaat veilig te bedienen, mogen alleen onder toezicht of op aanwijzingen van een verantwoordelijke persoon hiermee werken.
Het gebruik van geluidproducerende apparaten kan door nationale alsook plaatselijke, lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt.
Voor het begin van de werkzaamheden controle- ren of het apparaat in goede staat verkeert.
Vooral op de aansluitkabel, de stroomstekker en de veiligheidsinrichtingen letten.
Het apparaat niet verplaatsen door aan de aansluitkabel te trekken.
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat, bijv. schoonmaken, onderhoud, vervanging van onderdelen – de netsteker uit de contactdoos trekken!
De beschermkap van het apparaat kan de gebruiker niet tegen alle voorwerpen (stenen, glas, draad enz.) beschermen die door het snijgarnituur worden weggeslingerd. Deze voorwerpen kunnen ergens afketsen en vervolgens de gebruiker treffen.
Voor het reinigen van het apparaat geen hoge- drukreiniger gebruiken. Door de harde waters- traal kunnen onderdelen van het apparaat wor- den beschadigd.
Het apparaat niet met water afspuiten.
2.1 Lichamelijke gesteldheid
Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerust en gezond zijn en een goede lichamelijke conditie hebben.
Wie zich om gezondheidsredenen niet mag inspannen, moet zijn arts raadplegen of het werken met dit apparaat is toegestaan.
Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reactievermogen beïnvloeden of drugs mag niet met het apparaat worden gewerkt.
2.2 Toebehoren en onderdelen
Alleen die snijgarnituren of toebehoren monteren die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen monteren. Bij vragen hierover contact opnemen met een geautoriseerde dealer. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten, is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert origineel STIHL gereedschap en toebehoren te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het product en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht. Voor persoonlijke en materiële schade die door het gebruik van niet-vrijgegeven aanbouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL niet aansprakelijk.
2.3 Toepassingen
Het apparaat – afhankelijk van het gemonteerde snijgarnituur – alleen gebruiken voor het maaien van gras en het knippen van wildgroei of dergelijke.
Het gebruik van het apparaat voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat. Geen wijzigingen aan het product aanbrengen – ook dit kan leiden tot ongelukken of defecten aan het apparaat.
2.4 Kleding en uitrusting
De voorgeschreven kleding en uitrusting dragen.

De kleding moet doelmatig zijn en mag tijdens het werk niet hinderen. Nauwsluitende kleding dragen – combipak, geen stofjas.
Geen kleding dragen waarmee men aan takken, struiken of de bewegende delen van het apparaat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das en
sieraden dragen. Lang haar in een paardenstaart binden en dusdanig vastmaken, dat het zich boven de schouders bevindt.

Stevige schoenen met stroeve, slipvrije zolen dragen.

WAARSCHUWING

Om de kans op oogletsel te reduceren een nauw aansluitende veiligheidsbril volgens de norm EN 166 dragen. Erop letten dat de veiligheidsbril goed zit.
Een gelaatsbeschermer dragen en erop letten dat deze goed zit. Een gelaatsbeschermer alleen biedt onvoldoende bescherming voor de ogen.
"Persoonlijke" gehoorbescherming dragen – zoals bijv. oorkappen.

Robuuste werkhandschoenen van slijtvast materiaal dragen (bijv. leer).
STIHL biedt een omvangrijk programma aan persoonlijke beschermuitrusting.
2.5 Apparaat vervoeren
Altijd het apparaat uitschakelen en de stroomstekker uit het apparaat trekken.
In voertuigen: het apparaat tegen kantelen en beschadiging beveiligen.
2.6 Voor aanvang van de werk- zaamheden
Apparaat controleren
Controleren of het apparaat in goede staat verkeert – het desbetreffende hoofdstuk in de gebruiksaanwijzing in acht nemen:
- De schakelaar moet goed gangbaar zijn – de schakelaar moet na het loslaten terugkeren in de uitgangspositie
- De combinatie van snijgarnituur, beschermkap en handgreep moet zijn vrijgegeven, alle onderdelen moeten correct zijn gemonteerd. Geen metalen snijgarnituren – kans op letsel!
- Het snijgarnituur op correcte montage, vastzitten en goede staat controleren
-
Veiligheidsinrichtingen (bijv. beschermkap voor snijgarnituur) op beschadigingen, resp. slijtage controleren. Beschadigde onderdelen vervangen. Het apparaat niet met een beschadigde beschermkap gebruiken
-
De handgrepen moeten schoon en droog, vrij van olie en vuil zijn - belangrijk voor een veilige bediening van het apparaat
- De handgrepen al naargelang de lichaamslengte instellen
Het apparaat mag alleen in technisch goede staat worden gebruikt – kans op ongelukken!
Het apparaat alleen in gebruik nemen als alle componenten in goede staat verkeren en vast zijn gemonteerd.
Geen wijzigingen aan de bedieningselementen en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
Bij het inschakelen van het apparaat mag het snijgarnituur voorwerpen en de grond niet raken.

Contact met het snijgarnituur voorkomen – kans op letsel!

Het snijgarnituur draait nog even door nadat het apparaat wordt uitgeschakeld – naloopeffect!
Elektrische aansluiting
Kans op stroomschokken verkleinen:
- De spanning en de frequentie van het apparaat (zie typeplaatje) moeten corresponderen met de spanning en de frequentie van het elektriciteitsnet
- De aansluitkabel, de netstekker en de verleng-kabel op beschadigingen controleren. Beschadigde kabels, koppelingen, stekkers of aansluitkabels die niet aan de voorschriften voldoen, mogen niet worden gebruikt
- Elektrische aansluiting alleen op de volgens voorschrift geïnstalleerde contactdoos
- Isolatie van de aansluit- en verlengkabel, stekker en koppeling in goede staat
- Stroomstekkers, aansluitkabels en verlengkabels alsmede elektrische stekkerverbindingen nooit met natte handen vastpakken
- De gebruikte verlengkabel moet voldoen aan de voorschriften voor het betreffende gebruik
De aansluit- en verlengkabel correct neerleggen:
- Op de minimale doorsnede van de afzonderlijke kabels letten – zie "Apparaat elektrisch aansluiten"
- De aansluitkabel zo neerleggen en markeren, dat deze niet kan worden beschadigd en er niemand in gevaar kan worden gebracht – kans op struikelen!
- Het gebruik van ongeschikte verlengkabels kan gevaarlijk zijn. Alleen verlengkabels gebruiken die zijn vrijgegeven voor gebruik in
2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands
de buitenlucht en als zodanig zijn gecodeerd, waarbij tevens de kabeldoorsnede voldoende is voor het afgenomen vermogen
- De stekker en koppeling van de verlengkabel moeten waterdicht zijn en mogen niet in het water liggen
- Niet langs randen, punten of scherpe voorwerpen laten schuren
– Niet in deur- of raamsponningen inklemmen - Bij in elkaar gedraaide kabels – de netstekker uit de contactdoos trekken en de kabels uit de knoop halen
- Contact met het roterende snijgarnituur beslist voorkomen
- De kabelhaspel altijd geheel afwikkelen, om brandgevaar door oververhitting te voorkomen
2.7 Apparaat vasthouden en bedie- nen
Het apparaat altijd met beide handen op de handgrepen vasthouden. Altijd voor een stabiele en veilige houding zorgen.
Het apparaat altijd rechts van het lichaam houden.

De linkerhand op de beugelhandgreep, de rechterhand op de bedieningshandgreep – geldt ook voor linkshandigen.
2.8 Tijdens de werkzaamheden

Bij beschadiging van de netkabel direct de netstekker uit de contactdoos trekken – levensgevaar door elektrische schokken!
De netkabel niet beschadigen door eroverheen te rijden, deze af te knellen of eraan te trekken.
De stroomstekker nooit uit de contactdoos trekken door aan de aansluitkabel te trekken, maar door de stroomstekker vast te pakken.
De stroomstekker en de aansluitkabel alleen met droge handen vastpakken.
Het apparaat nooit met water afspuiten – kans op kortsluiting!

Niet bij regen en ook niet in een natte of zeer vochtige omgeving met het apparaat werken – de elektromotor is niet waterdicht – kans op elektrische schokken en kortsluiting!
Het apparaat niet in de regen achterlaten.
Bij dreigend gevaar, resp. in noodgevallen het apparaat direct uitschakelen – de schakelaar en de inschakelblokkering loslaten.
Het apparaat wordt door slechts één persoon bediend – geen andere personen in het werkgebied toestaan.

Binnen een brede straal van de plek waar wordt gewerkt, bestaat door de weggeslingerde voorwerpen kans op ongevallen, daarom mogen er zich binnen een straal van 15 m geen andere personen ophouden. Deze afstand ook ten opzichte van andere objecten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materiële schade! Ook op een afstand van meer dan 15 m kan gevaar niet geheel worden uitgesloten.

Terrein controleren: vaste voorwerpen – stenen, metalen delen of iets dergelijks kunnen worden weggeslingerd – ook meer dan 15 m – kans op letsel! – En deze kunnen het snijgar-nituur alsmede objecten (zoals bijv. geparkeerde auto's, ruiten) beschadigen (materiële schade).
Nooit zonder de op het apparaat en het snijgarnituur afgestemde beschermkap werken – kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen!
Geen nat gras maaien.
Wees voorzichtig bij werkzaamheden op hellingen en in oneffen terrein – kans op uitglijden!
De aansluitkabel altijd achter het apparaat houden – niet in achterwaartse richting werken – kans op struikelen!
Op obstakels letten: boomstronken, wortels – struikelgevaar!
Alleen staand op de grond werken, nooit op onstabiele plaatsen, nooit op een ladder of vanaf een hoogwerker.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extra omzichtig en bedachtzaam worden gewerkt, omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeuwen, alarmsignalen e.d.) minder goed hoorbaar zijn.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid en uitputting te voorkomen – kans op ongelukken!
Rustig en met overleg werken – alleen bij voldoende licht en goed zicht. Voorzichtig werken, anderen niet in gevaar brengen.
Bijzonder voorzichtig werken in onoverzichtelijk, dichtbegroeid terrein.
Het snijgarnituur regelmatig, met korte tussenpozen en bij merkbare wijzigingen direct controle-ren:
- Het apparaat uitschakelen, goed vasthouden, het snijgarnituur op de grond drukken om af te remmen en de stroomstekker uit de contactdoos trekken
- Op goede staat en vastzitten controleren, op scheurvorming letten
- Beschadigde snijgarnituren direct vervangen, ook bij zeer kleine haarscheurtjes
- Snijgarnituuropname regelmatig ontdoen van gras en struikgewas – verstoppingen in het gedeelte van het snijgarnituur of de beschermkap verwijderen
Voor het vervangen van het snijgarnituur, het apparaat uitschakelen en de stroomstekker uit de contactdoos trekken. Door het onbedoeld aanlopen van de motor – kans op letsel!
Beschadigd of ingescheurd snijgarnituur niet meer gebruiken en niet repareren - hetzij door lassen of richten - vormverandering (onbalans).
Deeltjes of brokstukken kunnen loskomen en met hoge snelheid de gebruiker of derden treffen – ernstig letsel!
Wanneer een roterend metalen snijgarnituur een steen of ander hard voorwerp raakt, kan er vonkvorming ontstaan die onder bepaalde omstandigheden licht ontvlambare stoffen tot ontbranding kan brengen. Ook droge planten en struikgewas zijn licht ontvlambaar, met name tijdens hete, droge weersomstandigheden. Wanneer er brandgevaar bestaat, metalen snijgarnituur niet gebruiken in de buurt van licht ontvlambare stoffen, droge planten of struiken. Absoluut bij de
verantwoordelijke bosbeheerinstantie informeren of er brandgevaar bestaat.
Alleen beschermkap met volgens voorschrift gemonteerd mes monteren, zodat maaidraden op de toegestane lengte worden afgesneden.
Contact met het mes voorkomen – kans op let- sel!
Voor het met de hand bijstellen van de maai-draad beslist het apparaat uitschakelen en de stroomstekker uit de contactdoos trekken – kans op letsel!
Verkeerd gebruik met te lange maaidraden verlaagt het werktoerental van de motor. Dit leidt tot oververhitting en tot beschadiging van de motor.
De maaidraad niet door een metalen draad vervangen – kans op letsel!
Als het apparaat niet volgens de voorschriften (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen) werd uitgeschakeld, het apparaat voor het opnieuw in gebruik nemen beslist op een bedrijfsveilige staat controleren – zie ook "Voor aanvang van de werkzaamheden". Vooral de correcte werking van de veiligheidsinrichtingen controleren. Apparaten die niet meer bedrijfsveilig zijn, in geen geval blijven gebruiken. In geval van twijfel contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
Voor het achterlaten van het apparaat: het apparaat uitschakelen – de stroomstekker uit de contactdoos trekken.
2.9 Trillingen
Dit apparaat wordt gekenmerkt door zeer lage belasting door trillingen voor de handen.
Desondanks wordt de gebruiker geadviseerd zich medisch te laten onderzoeken als in een enkel geval het vermoeden bestaat op doorbloedingsstoornissen in de handen (bijv. vingers kriebelen).
2.10 Onderhoud en reparaties
Voor alle werkzaamheden aan het apparaat altijd het apparaat uitschakelen en de netsteker los-trekken. Door het onbedoeld aanlopen van de motor – kans op letsel!
Het motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitvoeren die in de handleiding staan beschreven. Alle andere werkzaamheden laten uitvoeren door een geautoriseerde dealer.
3 Gebruik Nederlands
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan het apparaat. Bij vragen contact opnemen met een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren. Deze zijn qua eigenschappen optimaal op het apparaat en de eisen van de gebruiker afgestemd.
Geen wijzigingen aan het motorapparaat aanbrengen – de veiligheid kan hierdoor in gevaar worden gebracht – kans op ongelukken!
De netkabel en de netsteker regelmatig op goede isolatie en veroudering (breuk) controle- ren.
Elektrische componenten, zoals bijv. de netkabel mogen alleen door elektriciens worden gerepareerd, resp. vervangen.
Kunststof onderdelen reinigen met een doek.
Agressieve reinigingsmiddelen kunnen het kunststof beschadigen.
Het apparaat niet met water afspuiten.
De bevestigingsbouten van de beschermkappen en het snijgarnituur op vastzitten controleren en indien nodig vastdraaien.
De koelluchtsleuven in het motorhuis indien nodig reinigen.
Het apparaat veilig in een droge ruimte opslaan.
3 Gebruik
3.1 Maaien

text_image
1 2 280BA001 KN- Het apparaat met beide handen vasthouden – de rechterhand op de bedieningshand-greep (1) – linkerhand op de beugelhand-greep (2)
- Rechtop staan – het apparaat ontspannen vasthouden en altijd rechts van het lichaam houden
- Het snijgarnituur mag geen obstakels en ook de grond niet raken
- Het apparaat gelijkmatig heen en weer bewegen, hierbij de maaikop 20 - 30° naar voren kantelen
▶ De afstand van de maaidraad ten opzichte van het grasveld bepaalt de maaihoogte - Indien mogelijk met de linkerhand maaien, hierbij worden plantenresten en stenen van de gebruiker af geslingerd
- Contact met schuttingen, muren, stenen enz. vermijden – dit leidt tot een verhoogde slijtage
3.1.1 Maaien onder hindernissen
Voor het gemakkelijk maaien onder bosschages kan de hoek tussen de steel/maaiboom en de maaikop worden versteld (zie "Werkhoek instellen").
Nederlands 4 Beschermkappen monteren
3.1.2 Werken met de afstandhouder (alleen FSE 41)

text_image
1 280BA002 KNDe afstandhouder (1)
- begrenst het werkgebied van de maaidraad
- Voorkomt beschadigingen tijdens het maaien door de roterende maaidraden (bijv. boom-schors)
- bepaalt bij het kanten snijden de afstand tot de grond
3.2 Kanten snijden (alleen FSE 41)

Het apparaat kan in een handomdraai worden omgebouwd tot kantensnijder (zie "Apparaat tot kantensnijder ombouwen").
- Het apparaat zoals afgebeeld gebruiken
- De maaidraad langs de gazonrand geleiden – het apparaat op de juiste hoogte boven de grond houden of gebruikmaken van de afstandhouder
3.3 Milieuverantwoord afvoeren
LET OP
Het maaigoed niet bij het huisvuil gooien, het maaigoed kan worden gecomposteerd.
▶ Beschermkap (1) vanaf de onderzijde op de motorbehuizing (2) plaatsen
▶ Beschermvlak naar links gericht
▶ De beschermkap in de geleidegroeven 90° verdraaien

text_image
6 3 4 5 280BA005 KN▶ De blokkeerpal (3) moet zijn vastgeklikt
▶ De bout (4) uit de houder nemen, in de boring (5) plaatsen en vastdraaien
- Kapje (6) lostrekken van het afkortmes
4.1 Afstandhouder monteren (alleen FSE 41)

text_image
9 8 7 280BA006 KN- Afstandhouder (7) op de prop (8) en de centrering in de beschermkap plaatsen en met 2 bouten (9) fixeren
5 Maaidraad afstellen

text_image
2 1 280BA007 KN- De draaiende maaikop evenwijdig boven het begroeide oppervlak houden – de grond aan- tippen – de draad wordt ca. 3 cm langer
Door het mes (1) op de beschermkap (2) worden te lange maaidraden op de optimale lengte afgesteld – daarom het meerdere malen aantippen achter elkaar vermijden.
De maaidraden worden alleen bijgesteld als de beide maaidraden nog minimaal 2,5 cm lang zijn.
Als de maaidraden korter dan 2,5 cm zijn, de maaidraad met de hand instellen, zie "Maaidraad met de hand instellen".
5.1 Maaidraad met de hand instellen
▶ Apparaat uitschakelen
▶ De netsteker uit de contactdoos trekken
▶ Apparaat omdraaien

text_image
1 2 2 2 280BA019 KN▶ De knop (1) op de spoel tot aan de aanslag indrukken
▶ Draaduiteinden (2) uit de spoel trekken
Als er geen draad meer in de spoel aanwezig is, de maaidraad vervangen, zie "Maaidraad vervangen".
6 Handgrepen instellen
6.1 Lengte steel/maaiboom afstellen (alleen FSE 41)

text_image
2 1 A B C 3 280BA008 KN▶ Ontgrendeling (1) indrukken
▶ Bedieningshandgreep (2) in de lengterichting van de steel/maaiboom (3) trekken en vastklikken; 3 vergrendelstanden: A, B en C
6.2 Bedieningshoek instellen (alleen FSE 41)

text_image
2 1 A C 3 180° 180° 280BA021 KN▶ Alleen in de lengtestand A en C mogelijk
▶ Ontgrendeling (1) indrukken
- Bedieningshandgreep (2) 180° naar de steel/maaiboom (3) draaien en vastklikken; 2 vergrendelstanden: 0° en 180°
6.3 Beugelhandgreep instellen

text_image
A B C 5 4 280BA010 KN▶ Ontgrendeling (4) indrukken
▶ Beugelhandgreep (5) kantelen en vastklikken; 3 vergrendelstanden: A, B en C
7 Werkhoek instellen

text_image
A B C 2 1 280BA011 KN▶ Ontgrendeling (1) indrukken
▶ Steel/maaiboom (2) kantelen en vastklikken; 3 vergrendelstanden: A, B en C
8 Apparaat ombouwen tot kantensnijder
8.1 Alleen FSE 41

text_image
1 180° 45° 2 280BA012 KN▶ Bedieningshandgreep (1) 180° ten opzichte van de steel/maaiboom verdraaien en vastklikken, zie "Handgrepen instellen"
- De steel/maaiboom (2) 45° kantelen en vastklikken, zie "Werkhoek instellen"
9 Apparaat op het lichtnet aansluiten
De spanning en de frequentie van het apparaat (zie typeplaatje) moeten corresponderen met de spanning en de frequentie van het elektriciteits-net.
De minimale beveiliging (zekering) van de net-aansluiting moet overeenkomstig de technische gegevens zijn uitgevoerd – zie "Technische gegevens".
Het apparaat moet via een aardlekschakelaar op het elektriciteitsnet worden aangesloten, die de stroomtoevoer onderbreekt als de aardlekstroom hoger is dan 30 mA.
De netkabel moet voldoen aan IEC 60364 en aan de nationale voorschriften.
9.1 Verlengkabel
Nederlands 10 Apparaat inschakelen
De verlengkabel moet qua constructie ten minste voldoen aan dezelfde eigenschappen als de netkabel van het apparaat. Op de codering (typebenaming) van de netkabel letten.
De aders in de kabel moeten, afhankelijk van de netspanning en de kabellengte, de vermelde minimale doorsnede hebben.
Kabellengte Minimale doorsnede
220 V - 240 V:
tot 20 m 1,5 mm ^4
20 m tot 50 m 2,5 mm ^4
100 V - 127 V:
tot 10 m AWG 14/2,0 mm²
10 m tot 30 m AWG 12/3,5 mm ^4

text_image
280BA013 KN 1 2- Netsteker (1) in de contrasteker (2) van de verlengkabel steken
9.2 Trekontlasting
De trekontlasting beschermt de aansluitkabel tegen beschadiging.

text_image
4 5 3 280BA014 KN▶ Met de verlengkabel een lus vormen
▶ Lus (3) door de opening (4) steken
- De lus (3) over de haak (5) geleiden en vaststeken
▶ De steker van de verlengkabel in een volgens de installatievoorschriften aangesloten contactdoos steken
10 Apparaat inschakelen

text_image
1 280BA015 KN▶ Een veilige en stabiele houding aannemen
- Het apparaat met beide handen vasthouden – de rechterhand op de bedieningshandgreep – linkerhand op de beugelhandgreep
- rechtop staan – het apparaat ontspannen vasthouden en altijd rechts van het lichaam houden
- Het snijgarnituur mag geen obstakels en ook de grond niet raken
▶ Schakelaar (1) indrukken
11 Apparaat uitschakelen
▶ Schakelaar loslaten

Het snijgarnituur draait nog even door nadat de schakelaar wordt losgelaten – naloopeffect!
Bij langere onderbrekingen – de netsteker uit de contactdoos trekken.
Als het motorapparaat niet meer wordt gebruikt, het apparaat zo opbergen dat niemand in gevaar kan worden gebracht.
De handrugnevelspuit zo opbergen dat onbevoegden er geen toegang toe hebben.
12 Apparaat opslaan
Bij buitengebruikstelling vanaf ca. 30 dagen
- Het apparaat grondig reinigen, vooral de koel-luchtsleuven
- De spoel met de maaidraden wegnemen, reinigen en controleren
De elasticiteit en daarmee de levensduur van de maaidraad kan worden verlengd als deze in een bak met water wordt bewaard.
- Het apparaat op een droge en veilige plaats opslaan. Beschermen tegen onbevoegd gebruik (bijv. door kinderen)
13 Maaidraad vervangen Nederlands
13 Maaidraad vervangen
13.1 Apparaat voorbereiden
▶ Apparaat uitschakelen
▶ De netsteker uit de contactdoos trekken
▶ Apparaat omdraaien
13.2 Draadresten verwijderen
Bij normaal gebruik wordt de draadvoorraad in de maaikop bijna compleet opgebruikt.
13.3 Spoel uitbouwen

text_image
2 1 3 4 5 2 2 280BA016 KN▶ Behuizing (1) vasthouden
▶ De lippen (2) indrukken en de afdekkap (3) wegnemen
▶ De spoel (4) uit de behuizing trekken
13.4 Nieuwe draadspoel inbouwen

text_image
3 2 4 5 1 5 280BA017 KN- Draden met een diameter van 1,4 mm monteren
▶ De draaduiteinden door de openingen (5) in de behuizing (1) steken
▶ De spoel (4) in de behuizing plaatsen
▶ De afdekkap (3) indrukken, tot de beide lippen (2) duidelijk hoorbaar worden vergrendeld
14 Onderhouds- en reinigingsvoorschriften
| De gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfsomstandighe- den. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beeindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Wekelijks | Maandelijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| Compleet apparaat Visuele controle (staat) X | ||||||||
| De gegevens zijn gebaseerd op normale bedrijfsomstandighe- den. Onder zware omstandigheden (veel stofoverlast enz.) en bij langere werktijden per dag dienen de gegeven intervallen navenant te worden verkort. | Voor begin van de werkzaamheden | Na beeindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijks | Wekelijks | Maandelijks | Bij storingen | Bij beschadiging | Indien nodig | |
| reinigen X | ||||||||
| Aansluitkabel controleren X | ||||||||
| laten vervangen door geauto- riseerde dealer1) | X | |||||||
| Schakelaar Werking controleren | X | |||||||
| laten vervangen door geauto- riseerde dealer1) | XX | |||||||
| Aanzuigopeningen voor koel- lucht | reinigen X | |||||||
| Bereikbare bouten en moeren na | trekken X | |||||||
| Snijgarnituur (maaikop) Visuele | controle X | |||||||
| laten vervangen door geauto- riseerde dealer1) | X | |||||||
| op vastzitten controleren X | ||||||||
| Veiligheidssticker vervangen | X | |||||||
| 1)STIHL adviseert de STIHL dealer | ||||||||
15 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen
Het aanhouden van de voorschriften in deze handleiding voorkomt overmatige slijtage en schade aan het apparaat.
Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaat moeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staat beschreven in de handleiding.
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alle schade die door het niet in acht nemen van de veiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwijzingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzonder voor:
- niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aan het product
- het gebruik van gereedschappen of toebehoren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven, niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn
- het niet volgens voorschrift gebruikmaken van het apparaat
- gebruik van het apparaat bij sportmanifestaties of wedstrijden
- vervolgschade door het blijven gebruiken van het apparaat met defecte onderdelen
15.1 Onderhoudswerkzaamheden
Alle in het hoofdstuk „Onderhouds- en reinigingsvoorschriften“ vermelde werkzaamheden moeten
regelmatig worden uitgevoerd. Voorzover deze onderhoudswerkzaamheden niet door de gebruiker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten deze worden overgelaten aan een geautoriseerde dealer.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig geschoold en hebben de beschikking over technische informaties.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundig worden uitgevoerd kan er schade ontstaan waarvoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hiertoe behoren onder andere:
- schade aan de elektromotor ten gevolge van niet tijdig of niet correct uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden (bijv. onvoldoende reiniging van de koelluchtgeleiding)
- schade door verkeerde elektrische aansluiting (spanning, te lichte bedrading)
- corrosie- en andere vervolgschade ten gevolge van onjuiste opslag
- schade aan het apparaat ten gevolge van gebruik van kwalitatief minderwaardige onderdelen
15.2 Aan slijtage blootstaande onderdelen
Sommige onderdelen van het motorapparaat staan ook bij gebruik volgens de voorschriften aan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijk van de toepassing en de gebruiksduur, tijdig worden vervangen. Hiertoe behoren o.a.:
- Snijgarnituur
- Beschermkap
16 Belangrijke componenten

text_image
1 2 3 5 6 7 8 # 9 10 11 12 13 14 15 2008022.KN1 Bedieningshandgreep
2 Schakelaar
3 Trekontlasting
4 Netkabel
5 Ontgrendeling voor beugelhandgreep
6 Ontgrendeling voor bedieningshandgreep (alleen FSE 41)
7 Beugelhandgreep
8 Steel/maaiboom
9 Ontgrendeling voor motorbehuizing
10 Aanzuigopeningen voor koellucht
11 Motorbehuizing
12 Beschermkap
13 Afkortmes
14 Afstandhouder (alleen FSE 41)
15 Maaikop
Machinenummer
17.1.1 FSE 31, uitvoering 230 V
Nominale spanning: 230 V
Frequentie: 50 Hz
Nominale stroomsterkte: 1,1 A
Vermogen: 245 W
Nominaal toerental bij belasting: 10100 1/min
Zekering: min. 10 A
Beveiligingsklasse: II, ☐
17.1.2 FSE 41, uitvoering 230 V, 240 V ^1)
Nominale spanning: 230 V, 240 V ^1)
Frequentie: 50 Hz
Nominale stroomsterkte: 1,7 A
Vermogen: 400 W
Nominaal toerental bij belasting: 9900 1/min
Zekering: min. 10 A
Beveiligingsklasse: II, ☐
17.1.3 FSE 41, uitvoering 120 V
Nominale spanning: 120 V
Frequentie: 60 Hz
Nominale stroomsterkte: 3,8 A
Vermogen: 400 W
Nominaal toerental bij belasting: 9900 1/min
Zekering: min. 10 A
Beveiligingsklasse: II, 回
17.2 Lengte
FSE 31: 1100 mm
FSE 41: 1180 mm
17.3 Gewicht
Compleet met snijgarnituur en beschermkap
FSE 31: 2,2 kg
17.5 Geluids- en trillingswaarden
Voor het bepalen van de geluids- en trillings-, oscillatiewaarden wordt rekening gehouden met de bedrijfsstatus nominaal max.toerental.
Gedetailleerde gegevens m.b.t. de arbo-wetgeving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG, zie www.stihl.com/vib
17.5.1 Geluiddrukniveau L p volgens EN 50636-2-91
FSE 31: 82 dB(A)
FSE 41: 87 dB(A)
17.5.2 Geluidvermogensniveau L w volgens EN 50636-2-91
FSE 31: 92 dB(A)
FSE 41: 96 dB(A)
17.5.3 Trillingswaarde a hv volgens EN 50636-2-91
Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermogensniveau bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillings-waarde bedraagt de K--waarde volgens RL 2006/42/EG = 2,0 m/s ^2 .
17.6 REACH
REACH staat voor een EG voorschrift voor de registratie, classificatie en vrijgave van chemicaliën.
Informatie met betrekking tot het voldoen aan het REACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 zie www.stihl.com/reach
18 Reparatierichtlijnen
Door de gebruiker van dit apparaat mogen alleen die onderhouds- en reinigingswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze handleiding staan beschreven. Verdergaande reparaties mogen alleen door geautoriseerde dealers worden uitgevoerd.
STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerkzaamheden alleen door de STIHL dealer te laten uitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatig
geschoold en hebben de beschikking over Technische informaties.
Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdelen inbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderdelen. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukken of schade aan de apparaat.
STIHL adviseert originele STIHL onderdelen te monteren.
Originele STIHL onderdelen zijn te herkennen aan het STIHL onderdeelnummer, aan het logo STIHL® en, indien aanwezig, aan het STIHL onderdeellogo G _® (op kleine onderdelen kan dit logo ook als enig teken voorkomen.).
19 Milieuverantwoord afvoeren
Bij het milieuvriendelijk verwerken moeten de nationale voorschriften met betrekking tot afvalstoffen in acht worden genomen.

text_image
000BA073 KNSTIHL producten behoren niet bij het huisvuil. STIHL producten, accu's, toebehoren en verpakking moeten worden ingeleverd voor een milieu-vriendelijke recycling.
Actuele informatie betreffende het milieuvriendelijk verwerken van accu's is verkrijgbaar bij de STIHL dealer.
20 EU-conformiteitsverklaring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: elektrische
motorzeis
Merk: STIHL
Type: FSE 31
FSE 41
Serie-identificatie: 4815
voldoet aan de betreffende bepalingen van de richtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EU en 2000/14/EG en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN 55014-1, EN 55014-2, EN 60335-1,
EN 50636-2-91, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3
Voor het bepalen van het gemeten en het gega-randeerde geluidvermogensniveau werd volgens richtlijn 2000/14/EG, bijlage VI, onder toepassing van de norm ISO 11094 gehandeld.
Uitvoerende keuringsinstantie:
Gemeten geluidsvermogenniveau
FSE 31: 92 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
FSE 31: 94 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving

21 UKCA-conformiteitsverkla- ring
Nederlands 21 UKCA-conformiteitsverklaring
verklaart op eigen verantwoordelijkheid dat
Constructie: elektrische
motorzeis
Merk: STIHL
Type: FSE 31
FSE 41
Serie-identificatie: 4815
voldoet aan de betreffende bepalingen van de Britse richtlijnen The Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Electrical and Electronic Equipment Regulations 2012, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008, Supply of Machinery (Safety) Regulations 2008 en Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001 en in overeenstemming met de ten tijde van de productiedatum geldende versies van de volgende normen is ontwikkeld en geproduceerd:
EN 55014-1, EN 55014-2, EN 60335-1, EN 50636-2-91, EN 61000-3-2, EN 61000-3-3
Voor het bepalen van het gemeten en het gega-randeerde geluidsvermogenniveau werd gehandeld volgens de Britse richtlijn Noise Emission in the Environment by Equipment for use Outdoors Regulations 2001, Schedule 9 of met gebruikma-king van norm ISO 11094.
Uitvoerende keuringsinstantie:
Gemeten geluidsvermogenniveau
FSE 31: 92 dB(A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau
FSE 31: 94 dB(A)
Bewaren van technische documentatie:
Het productiejaar, het productieland en het machinenummer staan vermeld op het apparaat.
Waiblingen, 15-7-2021
Hoofd van de afdeling productgoedkeuring, - regelgeving

