WAGNER ProSpray 3.20 - Verfspuit

ProSpray 3.20 - Verfspuit WAGNER - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ProSpray 3.20 WAGNER in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice WAGNER ProSpray 3.20 - page 57
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Elektrische Airless spuit
Merk Wagner
Model ProSpray 3.20
Toepassingsgebied Binnen, kleine tot middelgrote objecten (deuren, meubels, lambrisering, enz.)
Voeding 230 VAC, 50/60 Hz, 5,3 A, 1000 W
Maximale werkdruk 207 bar (20,7 MPa)
Maximaal debiet 2,0 l/min
Debiet bij 120 bar (water) 1,6 l/min
Maximale spuitopening 0,021 inch (0,53 mm)
Maximale viscositeit van het product 20 000 mPa·s
Maximale producttemperatuur 43°C
Hogedrukslang 15 m, diameter 6,35 mm, aansluiting 1/4" NPSM
Stroomkabel 6 m, 3x1,5 mm²
Gewicht 13,6 kg
Afmetingen (L x B x H) 441 x 324 x 415 mm
Geluidsdrukniveau 80 dB(A) (onzekerheid K=4 dB)
Geluidsniveau in bedrijf 93 dB(A) (onzekerheid K=4 dB)
Trillingsniveau < 2,5 m/s² (onzekerheid K=1,5 m/s²)
Bruikbare producten Watergedragen en oplosmiddelhoudende verven, dispersies, latex, primers, vullers, oliën, tweecomponentenproducten (binnen de gebruiksduur)
Veiligheid Ontlastklep, pistoolvergrendeling, injectiebeveiliging, verplichte aarding, aardlekschakelaar ≤30 mA
Regelmatig onderhoud Reinigen na elk gebruik, spoelen met geschikt oplosmiddel, reinigen filters (aanzuig en hogedruk), aftappen
Jaarlijks onderhoud Controle door Wagner service (slangen, kabel, kleppen, filters)
Garantie 36 maanden (registratie binnen 4 weken), 12 maanden bij intensief gebruik of verhuur
Reserveonderdelen Beschikbaar: filters, kleppen, afdichtingen, spuitdoppen, slangen, pistolen, enz.
Optionele accessoires Verstelbare spuitdoppen, verlengstukken, TempSpray (verwarming), HEA lagedrukdoppen, doppensets

Veelgestelde vragen - ProSpray 3.20 WAGNER

Hoe start ik de Wagner ProSpray 3.20 na de eerste ingebruikname?
Dompel de aanzuigslang en de retourleiding in een geschikt reinigingsmiddel. Draai de drukknop naar minimum, open de ontlastklep in stand PRIME (circulatie), schakel het apparaat in. Wacht tot het reinigingsmiddel terugkomt via de retourleiding, sluit de klep in stand SPRAY, trek de trekker om het reinigingsmiddel te verstuiven. Herhaal met het coatingproduct.
Hoe reinig ik het Airless-pistool na gebruik?
Verwijder de spuitdop en spoel het pistool op lage druk met het geschikte reinigingsmiddel. Reinig de spuitdop zorgvuldig met een houten tandenstoker en controleer het korfzeefje. Demonteer het filter van de pistoolkop (beugel) en reinig of vervang het.
Hoe kies ik de juiste spuitdop voor mijn project?
De keuze hangt af van het product en de ondergrond. Voor lakken gebruikt u een fijne spuitdop (opening 0,007-0,011 inch); voor dikke verven een bredere dop (0,015-0,021 inch). Raadpleeg de tabel met Airless-doppen in de handleiding. De straalbreedte moet overeenkomen met de werkafstand (25-30 cm).
Wat te doen als de pomp geen product aanzuigt?
Controleer of de ontlastklep in stand PRIME (circulatie) staat. Zorg ervoor dat het aanzuigfilter ondergedompeld is in het product en schoon is. Controleer of de aanzuigslang goed vastzit en geen lucht lekt. Reinig of vervang indien nodig het aanzuigfilter.
Wat is de maximale werkdruk en hoe stel ik deze in?
De maximale druk is 207 bar (20,7 MPa). Stel deze in met de drukknop: draai met de klok mee om te verhogen, tegen de klok in om te verlagen. Gebruik de laagst mogelijke druk voor een correcte verstuiving, meestal tussen 100 en 180 bar, afhankelijk van de spuitdop.
Hoe onderhoud ik de hogedrukslang?
Inspecteer voor elk gebruik de slang op sneden, bulten of slijtage. Buig de slang niet met een straal kleiner dan 20 cm. Vermijd het overrijden door voertuigen en wrijving over scherpe randen. Vervang beschadigde slangen onmiddellijk. Wagner adviseert vervanging elke 6 jaar.
Kan ik oplosmiddelhoudende producten spuiten met dit apparaat?
Ja, maar alleen producten met een vlampunt van 21°C of hoger. Volg de veiligheidsinstructies: voldoende ventilatie, aarding van de container, draag beschermende uitrusting (handschoenen, bril, masker). Reinig nooit met water of stoom onder druk.
Wat te doen bij verstopping van de spuitdop?
Vergrendel het pistool, open de ontlastklep in stand PRIME om de druk te laten ontsnappen. Verwijder de spuitdop en reinig deze met een houten tandenstoker in geschikt verdunningsmiddel. Gebruik nooit metalen voorwerpen. Als de verstopping aanhoudt, vervang dan de dop.
Hoe laat ik de druk af voordat ik ingrijp?
Open de ontlastklep in stand PRIME (circulatie). Schakel het apparaat uit (OFF). Draai de drukknop naar minimum. Trek de trekker van het pistool om de restdruk in de slang en het pistool te laten ontsnappen. Vergrendel vervolgens het pistool.
Waar vind ik reserveonderdelen en accessoires voor de ProSpray 3.20?
Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar via het Wagner-service netwerk en erkende dealers. De handleiding bevat gedetailleerde lijsten met referenties (bijv. spuitdoppen, filters, kleppen). U kunt ook bestellen via de Wagner-website of contact opnemen met de klantenservice.

Gebruikersvragen over ProSpray 3.20 WAGNER

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Verfspuit in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ProSpray 3.20 - WAGNER en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ProSpray 3.20 van het merk WAGNER.

GEBRUIKSAANWIJZING ProSpray 3.20 WAGNER

Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing

1 ALGEMENE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 67 APPENDIX 74
2 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET 13.1 Keuze van de spuitdop ____ 74

AIRLESS-SPUITEN 58

3 OVERZICHT VAN DE TOEPASSINGEN 13.3 Accessoires voor het spuitpistool 74

3.1 Toepassingsgebieden ____ 6113.4 Tabel Airless spuitdoppen ____ 75
3.2 Bedekkingsmaterialen ____ 61 13.5 Tabel 2Speed Tip spuitdoppen ____ 77
4 BESCHRIJVING VAN HET APPARAAT ____ 62 13.6 Spuittipkoffer ____ 78
4.1 Airless-methode 62 13.7 TempSpray 79
4.2 Werking van het apparaat 62 13.8 HEA-spuittippen voor nevelarm spuiten
4.3 Legenda bij de schematische tekening ProSpray 3.20 63 met lage druk ____ 80
4.4 Schematische tekening ProSpray 3.20 ____ 63 INSPECTIE VAN HET APPARAAT ____ 81
4.5 Technische gegevens 64 RELANGRIJKE AANWUZING M.B.T
4.6 Transport in een voertuig 64

5 INBEDRIJFSTELLING 64

5.1 Hogedrukslang, spuitpistool en afscheidingsolie ____ 64 AANWIJZING VOOR AFVOER ____ 81
5.2 Aansluiting op het lichtnet 65 GARANTIEVERKLARING 81
5.3 Reiniging van conserveringsmiddelen bij eerste inbedrijfstelling ____ 65 EU-CONFORMITEITSVERKLARING ____ 82
5.4 Het apparaat met bedekkingsmateriaal in gebruik nemen ____ ACCESSOIRES ____ 83 65 Accessoires voor ProSpray 3.20 ____ 83
6 SPUITTECHNIEK 66 ONDERDELEN 85
7 HANTERING VAN DE HOGEDRUKSLANG 67 Onderdelehnijst hoordeenheid 85
8 ONDERBREKING VAN DE WERKZAAMHEDEN 67 Onderdelenlijst frame 87
9 REINIGING VAN HET APPARAAT WAGNER-KLANTENSERVICE 88 (BUITEN WERKING STELLEN) 68

9.1 Reiniging van de buitenkant van het apparaat ____ 68
9.2 Aanzuigfilter 68
9.3 Hogedrukfilter reinigen 69
9.4 Reiniging van het Airless-spuitpistool 69

10 HULP BIJ STORINGEN 70
11 ONDERHOUD 73
11.1 Algemeen onderhoud 73
11.2 Hogedrukslang ____ 73
12 REPARATIES AAN HET APPARAAT 71
12.1 Ontlastingsventiel 71
12.2 In- en uitlaatventiel ____ 72
12.3 Schakelschema ProSpray 3.20 ____ 73

1 ALGEMENE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN

Waarschuwing! Lees alle veiligheidsinstructies,

WAGNER ProSpray 3.20 - ALGEMENE VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN - 1

aanwijzingen, illustraties en technische gegevens die bij dit elektrisch gereedschap zijn meegeleverd. Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kan elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsrichtlijnen en aanwijzingen voor de toekomst. De term "elektrisch gereedschap" die in de veiligheidsrichtlijnen wordt gebruikt, verwijst naar elektrische gereedschappen met netvoeding (met netsnoer) en naar elektrisch gereedschap op een accu (zonder netsnoer).

1. Veiligheid op de werkplek

a) Houd de werkplek schoon en goed verlicht. Wanorde en niet verlichte werkplekken kunnen tot ongevallen leiden.
b) Werk niet met het elektrisch gereedschap in een omgeving met explosiegevaar waar ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof aanwezig zijn. Elektrisch gereedschap wekt vonken op die stof of dampen kunnen ontsteken.
c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van elektrisch gereedschap op afstand. Bij afleiding kunt u de controle over het elektrische gereedschap verliezen.

2. Elektrische veiligheid

a) De stekker van het elektrisch gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met elektrisch geaarde elektrische gereedschappen. Ongewijzigde stekkers en passende wandcontactdozen verminderen het risico van elektrische schokken.
b) Voorkom contact van uw lichaam met geaarde oppervlakken van b.v. buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op elektrische schokken wanneer uw lichaam is geaard.
c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het binnendringen van water in elektrisch gereedschap verhoogt het risico van een elektrische schok.
d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrisch gereedschap te dragen, op te hangen of de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of bewegende delen. Een beschadigd of verward netsnoer verhoogt het risico van een elektrische schok.

e) Indien het gebruik van het elektrisch gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, gebruik dan een aardlekschakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico van een elektrische schok.

3. Veiligheid van personen

a) Wees alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met elektrisch gereedschap. Gebruik het elektrisch gereedschap niet als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen bent. Een moment van onachtzaamheid bij het gebruik van het elektrisch gereedschap kan ernstig letsel veroorzaken.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen en draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals stofmasker, antislip veiligheidsschoenen, veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van type en gebruik van het elektrisch gereedschap, vermindert het risico van letsel.
c) Zorg ervoor dat het elektrische gereedschap is uitgeschakeld voordat u het op het lichtnet en/of de accu aansluit, het optilt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar houdt of het apparaat ingeschakeld op het lichtnet aansluit, kan dit tot ongelukken leiden.
d) Verwijder afstelgereedschap of moersleutels voordat u het apparaat inschakelt. Een gereedschap of sleutel in een draaiend deel van het elektrisch gereedschap kan letsel veroorzaken.
e) Vermijd een abnormale lichaamshouding. Zorg voor een goede houding en bewaar op elk moment uw evenwicht. Hiermee kunt u het elektrische gereedschap onder onverwachte omstandigheden beter controleren.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sierraden. Houd haren, kleding en handschoenen verwijderd van bewegende delen. Loszittende kleding, sierraden of lange haren kunnen door bewegende delen worden gegrepen.
g) Pas op voor een vals gevoel van veiligheid en neem de veiligheidsvoorschriften voor elektrisch gereedschap in acht, ook wanneer u na veelvuldig gebruik vertrouwd met het elektrisch gereedschap bent. Onoplettendheid kan binnen een fractie van een seconde tot ernstig letsel leiden.

4. Gebruik en behandeling van het elektrische gereedschap

a) Overbelast het elektrische gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bedoelde elektrische gereedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven

vermogensbereik.

b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.
c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de afneembare accu voordat u instellingen aan het apparaat uitvoert, accessoires wisselt of het elektrische gereedschap opbergt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld inschakelen van het elektrische gereedschap.
d) Bewaar elektrisch gereedschap, wanneer het niet wordt gebruikt, buiten bereik van kinderen. Laat geen personen met het apparaat werken die daar niet mee vertrouwd zijn of die deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrisch gereedschap is gevaarlijk wanneer dit door onervaren personen wordt gebruikt.
e) Onderhoud het elektrische gereedschap zorgvuldig. Controleer of bewegende delen van het apparaat correct werken en niet klemmen, en of onderdelen zodanig zijn gebroken of beschadigd dat de werking van het elektrisch gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen repareren voordat u het elektrisch gereedschap gebruikt. Veel ongevallen worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrisch gereedschap.
f) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, hulpmiddelen enz. in overeenstemming met deze aanwijzingen en zoals voor dit specifieke type apparaat is voorgeschreven. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor ander dan het bedoelde gebruik kan leiden tot gevaarlijke situaties.
g) Zorg ervoor dat de grepen en greepvlakken schoon en vrij van olie en vet blijven. Gladde grepen en greepvlakken maken een veilig gebruik en controle over het elektrisch gereedschap in onverwachte situaties onmogelijk.

5. Service

a) Laat uw elektrisch gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd vakpersoneel en uitsluitend met originele reserveonderdelen. Daarmee blijft de veiligheid van het apparaat gewaarborgd.
b) Wanneer het netsnoer van dit apparaat is beschadigd, moet dit door de fabrikant, zijn klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon worden vervangen om gevaren te voorkomen.

2 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR HET AIRLESS-SPUITEN

Let op de plaatselijk geldende voorschriften.

Veiligheidstechnische eisen voor het Airless-spuiten zijn onder andere geregeld in:

Voor een veilige omgang met Airless hogedruk-spuitapparaten moeten de volgende veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen.

2.1 VLAMPUNT

WAGNER ProSpray 3.20 - VLAMPUNT - 1

Verspuit uitsluitend bedekkingsmaterialen met een vlampunt van 21 °C of hoger. Het vlampunt is de laagste temperatuur waarbij het bedekkingsmateriaal dampen vormt. Deze dampen zijn voldoende om met de lucht die zich boven het bedekkingsmateriaal bevindt een ontvlambaar mengsel te vormen.

2.2 EXPLOSIEVEILIGHEID

WAGNER ProSpray 3.20 - EXPLOSIEVEILIGHEID - 1

Gebruik het apparaat niet op plaatsen die zijn gezoneerd als plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen.

Het apparaat is niet explosieveilig uitgevoerd. Gebruik het toestel niet in explosieve bereiken (zone 0,1 en 2). Voorbeelden van explosieve bereiken zijn de opslaglocatie van lak en de directe omgeving van het spuitobject. Stel het toestel minimaal 3 m verwijderd van het spuitobject op.

2.3 EXPLOSIE- EN BRANDGEVAAR TIJDENS HET SPUITEN DOOR ONTSTEKINGSBRONNEN

WAGNER ProSpray 3.20 - EXPLOSIE- EN BRANDGEVAAR TIJDENS HET SPUITEN DOOR ONTSTEKINGSBRONNEN - 1

In de directe omgeving mogen zich geen ontstekingsbronnen bevinden, zoals b.v. open vuur, brandende sigaretten, sigaren en pijpen, vonken, gloeidraden, hete oppervlakken, enz.

2.4 GEVAAR VOOR LETSEL DOOR DE SPUITSTRAAL

WAGNER ProSpray 3.20 - GEVAAR VOOR LETSEL DOOR DE SPUITSTRAAL - 1

WAGNER ProSpray 3.20 - GEVAAR VOOR LETSEL DOOR DE SPUITSTRAAL - 2

Let op, gevaar voor letsel door injectie! Richt nooit het spuitpistool op uzelf, personen of dieren.

Spuitpistool alleen met contactbescherming tegen spuitstaal gebruiken De spuitstraal mag niet in contact komen met lichaamsdelen.

De bij Airless-spuitpistolen optredende spuitdrukken kunnen zeer ernstig letsel veroorzaken. Bij contact met de spuitstraal kan bedekkingsmateriaal in de huid worden geïnjecteerd. Behandel spuitletsel niet als een onschuldige snijwond. Raadpleeg bij huidletsel door bedekkingsmateriaal of oplosmiddel direct een arts voor een snelle, vakkundige behandeling. Informeer de arts over het gebruikte bedekkingsmateriaal of oplosmiddel.

2.5 SPUITPISTOOL BORGEN TEGEN ONBEDOELDE BEDIENING

Borg het spuitpistool altijd bij montage of demontage van de spuitkop en bij werkonderbrekingen.

2.6 TERUGSTOOT VAN HET SPUITPISTOOL

WAGNER ProSpray 3.20 - TERUGSTOOT VAN HET SPUITPISTOOL - 1

Bij een hoge werkdruk wekt het overhalen van de trekker een terugstootkracht op tot 15 N.

Wanneer u daar niet op bent voorbereid, kan uw hand achteruit worden gestoten of kunt u het evenwicht verliezen. Dat kan letsel veroorzaken.

2.7 ADEMBESCHERMING TEGEN OPLOSMIDDELDAMPEN

Draag tijdens spuitwerkzaamheden adembescherming.

2.8 VOORKOMEN VAN BEROEPSZIEKTES

Draag een veiligheidsbril.

Draag gehoorbescherming.

Ter bescherming van de huid zijn beschermende kleding, handschoenen en eventueel huidbeschermende crème vereist.

Neem de voorschriften in acht van de fabrikanten van de bedekkingsmaterialen, oplosmiddelen en reinigingsmiddelen bij de voorbereidingen, verwerking en reiniging van het apparaat.

2.9 MAX. WERKDRUK

De toegestane werkdruk van spuitpistool, spuitpistoolaccessoires, apparaataccessoires en hogedrukslang mag niet lager zijn dan de op het apparaat vermelde maximale werkdruk van 20,7 MPa (207 bar).

2.10 HOGEDRUKSLANG

WAGNER ProSpray 3.20 - HOGEDRUKSLANG - 1

Let op, gevaar voor letsel door injectie! Door slijtage, knikken en niet-doelmatig gebruik kunnen lekplaatsen in de hoge- drukslang ontstaan. Door een lekplaats kan vloeistof in de huid geïnjecteerd worden.

  • Hogedrukslang vóór elk gebruik grondig controleren.
  • Vervang een beschadigde hogedrukslang onmiddellijk.
  • Probeer nooit een defecte hogedrukslang zelf te repareren!
  • Vermijd scherpe bochten en knikken. De kleinste buigstraal mag ongeveer 20 cm bedragen.
  • Rijd niet over de hogedrukslang en bescherm deze tegen scherpe voorwerpen en kanten.
  • Nooit aan de hogedrukslang trekken om het toestel te bewegen.
    • Hogedrukslang niet verdraaien.
  • Hogedrukslang niet in oplosmiddel leggen. Buitenkant alleen met een doordrenkte doek afvegen.
  • Hogedrukslang zo leggen, dat er geen struikelgevaar bestaat.

WAGNER ProSpray 3.20 - HOGEDRUKSLANG - 2

Gebruik voor een goede en veilige werking en een lange levensduur uitsluitend originele hogedrukslangen van WAGNER.

2.11 ELEKTROSTATISCHE OPLADING (OPTREDEN VAN VONKEN OF BRAND)

WAGNER ProSpray 3.20 - ELEKTROSTATISCHE OPLADING (OPTREDEN VAN VONKEN OF BRAND) - 1

Ten gevolge van de stroomsnelheid van het bedekkingsmateriaal tijdens het spuiten kan er elektrostatische oplading optreden. Dit kan bij ontlading leiden tot vonken of brand. Daarom is het noodzakelijk dat het apparaat altijd via de elektrische installatie is geaard. Dit mag uitsluitend via een volgens de voorschriften geaard stopcontact.

Elektrostatische oplading van spuitpistool en hoge- drukslang wordt via de hogedrukslang afgevoerd. Daarom moet de elektrische weerstand tussen de aansluitingen van de hogedrukslang één megaohm of minder bedragen.

2.12 GEBRUIK VAN HET APPARAAT OP BOUWTERREINEN EN IN WERKPLAATSEN

Aansluiting op het lichtnet mag uitsluitend via een speciaal voedingspunt met een aardlekbeveiliging van ≤ 30 mA. Een voorgeschakelde installatieautomaat (zekering) met 16 A (B- of C-karakteristiek) is vereist.

2.13 VENTILATIE TIJDENS SPUITWERKZAAMHEDEN BINNEN

Er moet worden gezorgd voor voldoende ventilatie om oplosmiddeldampen af te voeren.

2.14 AFZUIGINSTALLATIES

Deze dienen door de gebruiker van het apparaat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften te worden gerealiseerd.

2.15 AARDING VAN HET SPUITOBJECT

Het te coaten spuitobject moet zijn geaard (de wanden van gebouwen zijn doorgaans natuurlijk geaard).

2.16 BEDEKKINGSMATERIAAL

Houd rekening met gevaren die het gevolg kunnen zijn van het verspoten materiaal en neem tevens de aanwijzingen op de verpakking of van de fabrikant van het materiaal in acht.

Verspuit geen materialen waarvan u de eventuele gevaren niet kent.

2.17 REINIGING VAN HET APPARAAT

Spoel het pistool tijdens het reinigen alleen met een verwijderde spuittip en een lage druk.

GevaarBij reiniging van het apparaat met oplos-middel mag niet in een reservoir met kleine opening (spongat) worden gespoten of gepompt. Gevaar door vorming van een explosief gas/luchtmengsel. Het reservoir moet zijn geaard. Gebruik alleen geaarde metalen reservoirs. Houd het pistool voor aarding stevig tegen de rand van het reservoir.
GevaarGevaar voor kortsluiting door binnendringend water!Spuit het apparaat nooit af met een hoge-druk- of stoomreiniger.

2.18 WERKZAAMHEDEN OF REPARATIES AAN DE ELEKTRISCHE UITRUSTING

Laat deze uitsluitend uitvoeren door een elektrotechnisch vakbekwaam persoon. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor een ondeskundige installatie. Verwijder voor alle werkzaamheden netstekker uit de wandcontactdoos.

2.19 ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN EN WERKONDERBREKINGEN

Voordat u werkzaamheden aan het apparaat uitvoert en bij elke werkonderbreking dient u de druk op het spuitpistool en de hogedrukslang te ontlasten. Beveilig de handbeugel van het spuitpistool en schakel het apparaat uit.

2.20 PLAATSING OP EEN ONEFFEN ONDERGROND

De voorzijde moet omlaag wijzen om wegglijden te voorkomen.

Het apparaat mag niet op schuine ondergronden worden gebruikt, omdat het door de trillingen de neiging heeft te verplaatsen.

2.21 TRILLINGSNIVEAUS

Het aangegeven trillingsniveau is volgens een genormaliseerde testprocedure gemeten en kan ter vergelijking van elektrisch gereedschap worden gebruikt.

Het trillingsniveau dient ook voor een inleidende inschatting van de trillingsbelasting.

Pas op! De trillingsemissiewaarde kan tijdens het feitelijke gebruik van het elektrische gereedschap van de aangegeven waarde afwijken, afhankelijk van de wijze waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt. Het is noodzakelijk om veiligheidsmaatregelen ter bescherming van de bedienende persoon vast te leggen, die op een schatting van de blootstelling tijdens de feitelijke gebruiksvoorwaarden berusten (hierbij dienen alle delen van de bedrijfscyclus in acht genomen te worden, bijvoorbeeld tijden, waarin het elektrische gereedschap is uitgeschakeld, en zulke, waarin het weliswaar is ingeschakeld maar zonder belasting draait).

3 OVERZICHT VAN DE TOEPASSINGEN

3.1 TOEPASSINGSGEBIEDEN

De capaciteit van de ProSpray 3.20 is zodanig ontworpen dat binnenverwerking van dispersies op kleine tot middelgrote objecten mogelijk is. De ProSpray 3.20 mag alleen binnen worden gebruikt.

Voor lakken is het apparaat geschikt voor alle gangbare werkzaamheden zoals: deuren, deurkozijnen, balustrades, meubels, houten betimmeringen, hekwerken, radiatoren en stalen onderdelen.

3.2 BEDEKKINGSMATERIALEN

TE VERWERKEN BEDEKKINGSMATERIALEN

WAGNER ProSpray 3.20 - TE VERWERKEN BEDEKKINGSMATERIALEN - 1

Let op de Airless-kwaliteit bij de te verwerken bedekkingsmaterialen.

In water verdunbare en oplosmiddelhoudende lak en lakverf, tweecomponentenmateriaal, dispersies, latexverf, lossingsmiddelen, oliën, hechtlagen, primers en vulmiddelen.

De verwerking van andere bedekkingsmaterialen is uitsluitend toegestaan na goedkeuring van de firma WAGNER.

FILTRATIE

Ondanks het gebruik van een aanzuigfilter en een insteekfilter in het spuitpistool is het in het algemeen aan te bevelen het bedekkingsmateriaal te filtreren.

Roer het bedekkingsmateriaal voor het begin van de werkzaamheden goed door.

WAGNER ProSpray 3.20 - FILTRATIE - 1

Attentie: let er bij het doorroeren met een roerwerk met motoraandrijving op, dat geen luchtbellen ontstaan. Lichtbellen storen bij het spuiten en kunnen zelfs tot een onderbreking leiden.

VISCOSITEIT

Met het apparaat kan hoogviskeus bedekkingsmateriaal tot ca. 20.000 mPa·s worden verwerkt.

Indien het hoogviskeuze bedekkingsmateriaal niet kan worden aangezogen, moet het volgens de voorschriften van de fabrikant worden verdund.

TWEECOMPONENTEN-BEDEKKINGSMATERIALEN

Houdt u exact aan de voorgeschreven verwerkingstijd. Binnen deze tijd moet het apparaat zorgvuldig met een geschikt reinigingsmiddel worden doorgespoeld en ge reinigd.

BEDEKKINGSMATERIALEN MET SCHERPGERANDE TOEVOEGINGEN

Deze zorgen voor een snelle slijtage van ventielen, hogedrukslang, spuitpistool en spuitdop. De levensduur van deze onderdelen kan daardoor aanzienlijk korter worden.

Belangrijkste toepassingsgebieden zijn dikke lagen van hoogviskeus bedekkingsmateriaal bij grote oppervlakken en een hoog verbruik.

Een zuigerpomp zuigt het bedekkingsmateriaal aan en transporteert dit onder druk naar de spuitdop. Het materiaal wordt bij een druk tot maximaal 207 bar (20,7 MPa) door de spuitdop geperst. De hoge druk zorgt voor een microfijne verstuiving van het materiaal.

Omdat in dit systeem geen lucht wordt gebruikt, wordt deze methode AIRLESS-methode (zonder lucht) genoemd.

De voordelen van deze manier van spuiten zijn een zeer fijne verstuiving, een nevelarme werkwijze en een glad oppervlak zonder luchtbellen. Behalve deze voordelen zijn nog de hoge werksnelheid en de goede hanteerbaarheid te noemen.

Om de werking van het apparaat beter te kunnen begrijpen, volgt hier een korte beschrijving van de opbouw.

WAGNER ProSpray 3.20 apparaten zijn elektrisch aangedreven hogedruk-spuitapparaten.

De aandrijvingskracht wordt met tandwielen op een krukas overgebracht. De krukas beweegt de zuiger van de materiaaltransportpomp op en neer.

Door de omhooggaande beweging van de zuiger gaat het inlaatventiel automatisch open. Tijdens de neergaande beweging van de zuiger gaat het uitlaatventiel open.

Het bedekkingsmateriaal stroomt onder hoge druk door de hogedrukslang naar het spuitpistool. Als het bedekkingsmateriaal uit de spuitkop vrijkomt, wordt het verstoven.

De drukregelaar regelt de aangevoerde hoeveelheid en de bedrijfsdruk van het bedekkingsmateriaal.

4.3 LEGENDA BIJ DE SCHEMATISCHE TEKENING PROSPRAY 3.20

  1. Spuitpistool
  2. Hogedrukslang
  3. Retourslang
  4. Aanzuigslang
  5. Frame
  6. Reinigingsreservoir
  7. ON/AAN - OFF/UIT schakelaar

  8. Ontlastingsventiel
    Hendelstand verticaal - PRIME (circulatie) Hendelstand horizontaal - SPRAY (spuren)

  9. Drukregelknop
  10. Manometer
  11. Vulopening voor EasyGlide (EasyGlide voorkomt verhoogde slijtage van de pakkingen)
  12. Druksteel

4.4 SCHEMATISCHE TEKENING PROSPRAY 3.20

WAGNER ProSpray 3.20 - SCHEMATISCHE TEKENING PROSPRAY 3.20 - 1

Spanning
230 VAC, 50/60 Hz
Max. stroomverbruik
5,3 A
Opnamevermogen toestel
1000 W
Apparaatsnoer
6 m lang, 3x1,5 mm ^2
Max. werkdruk
207 bar (20,7 MPa)
Max. volumestroom
2,0 l/min
Volumestroom bij 120 bar (12 MPa) met water
1,6 l/min
Max. afmeting spuitkop
0,021 inch (duim) - 0,53 mm
Max. temperatuur van het bedekkingsmateriaal
43°C
Max. viscositeit
20.000 MPa·s
Gewicht
13,6 kg
Speciale hogedrukslang
6,35 mm, 15 m - 1/4" - 18 NPSM
Afmetingen (L x B x H)
441 x 324 x 415 mm
Geluidsdrukniveau*
80 dB (A); Onzekerheid K = 4 dB
Geluidsdrukvermogen*
93 dB (A); Onzekerheid K = 4 dB
Trillingsniveaus*
< 2,5 m/s ^2 ; Onzekerheid K = 1,5 m/s ^2

* Gemeten volgens EN 62841-1

4.6 TRANSPORT IN EEN VOERTUIG

Het apparaat met geschikte bevestigingsmiddelen vastzetten.

5 INBEDRIJFSTELLING

5.1 HOGEDRUKSLANG, SPUITPISTOOL EN AFSCHEIDINGSOLIE

  1. De manometer (afb. 2, pos. 1) op de uitgang voor het bedekkingsmateriaal (2) vastdraaien.
  2. De hogedrukslang (3) op de manometer vastdraaien (4).
  3. Het spuitpistool (5) met de gewenste spuitkop op de hogedrukslang vastdraaien.
  4. Haal de wartelmoeren van de hogedrukslang stevig aan, om lekkage van bedekkingsmateriaal te voorkomen.

WAGNER ProSpray 3.20 - HOGEDRUKSLANG, SPUITPISTOOL EN AFSCHEIDINGSOLIE - 1

  1. EasyGlide ingieten (afb. 3). Slechts zover vullen, dat er geen EasyGlide in het reservoir voor het bedekkingsmateriaal druppelt.

WAGNER ProSpray 3.20 - HOGEDRUKSLANG, SPUITPISTOOL EN AFSCHEIDINGSOLIE - 2

EasyGlide voorkomt verhoogde slijtage van de pakkingen.

WAGNER ProSpray 3.20 - HOGEDRUKSLANG, SPUITPISTOOL EN AFSCHEIDINGSOLIE - 3

  1. Druk de druksteel (afb. 3, pos. 1) volledig in om ervoor te zorgen dat de inlaatkogel vrij is.

5.2 AANSLUITING OP HET LICHTNET

WAGNER ProSpray 3.20 - AANSLUITING OP HET LICHTNET - 1

Aansluiten mag uitsluitend op een volgens de voorschriften geaard stopcontact.

Controleer voor aansluiting op het lichtnet, dat de netspanning overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje op het apparaat.

Bij aansluiting op het openbare laagspanningsnet is er mogelijk een licentie van de netwerkbeheerder vereist. Controleer de geldende regelgeving in uw land en neem contact op met uw netwerkbeheerder.

De aansluiting moet met een foutstroombeschermingsinrichting INF ≤ 30 mA zijn uitgerust.

WAGNER ProSpray 3.20 - AANSLUITING OP HET LICHTNET - 2

In het Wagner accessoireprogramma vindt u mobiele elektrische persoons-beschermingsvoorzieningen, die u ook met andere elektrische apparaten kunt gebruiken.

5.3 REINIGING VAN

CONSERVERINGSMIDDELEN BIJ EERSTE INBEDRIJFSTELLING

  1. Aanzuigslang (afb. 4, pos. 2) en retourslang (1) in een reservoir met geschikt reinigingsmiddel dompelen.
  2. Drukregelknop (3) in de gele zone op minimale druk draaien.
  3. Ontlastingsventiel (4) openen, ventielstand PRIME (circulatie).
  4. Apparaat inschakelen (5) ON (AAN)
  5. Wachten, tot er reinigingsmiddel uit de retourslang komt.
  6. Ontlastingsventiel sluiten, ventielstand SPRAY (spuiten).
  7. Haal de trekker van het spuitpistool over.
  8. Spuit het reinigingsmiddel uit het apparaat in een open verzamelreservoir.

WAGNER ProSpray 3.20 - CONSERVERINGSMIDDELEN BIJ EERSTE INBEDRIJFSTELLING - 1

  1. Aanzuigslang (afb. 4, pos. 2) en retourslang (1) in het reservoir met bedekkingsmateriaal dompelen.
  2. Drukregelknop (3) in de gele zone op minimale druk draaien.
  3. Ontlastingsventiel (4) openen, ventielstand PRIME (circulatie).

  4. Apparaat inschakelen (5) ON (AAN)

  5. Wachten tot er bedekkingsmateriaal uit de retourslang komt.

  6. Ontlastingsventiel sluiten, ventielstand SPRAY (spuiten).

  7. Spuitpistool meerdere keren bedienen en in een verzamelreservoir spuiten, tot het bedekkingsmateriaal ononderbroken uit het spuitpistool komt.

  8. Druk verhogen, de drukregelknop langzaam hoger draaien

Spuitresultaat controleren, druk verhogen tot de verstuiving optimaal is.

Drukregelknop altijd op de laagste stand zetten waarbij de verstuiving nog goed is.

  1. Het apparaat is klaar om te spuiten.

6 SPUITTECHNIEK

WAGNER ProSpray 3.20 - SPUITTECHNIEK - 1

Spuitgevaar. Spuit nooit zonder de bescherming van de spuitkop. Haal NOOIT de trekker van het pistool over wanneer de sproeikop zich niet in de spuit- of ontstoppingsstand bevindt. Activeer ALTIJD de grendel van de trekker van het pistool voordat u de spuitkop verwijdert, vervangt of reinigt.

A) Voor een goede verfbeurt is een gelijke coating over het hele oppervlak uiterst belangrijk. Beweeg uw arm tegen een constant snelheid en houd het spuitpistool op een constante afstand van het oppervlak. De beste spuitafstand is 25 tot 30 cm tussen de spuitkop en het oppervlak.

A
25 - 30 cm

B) Houd het spuitpistool in een rechte hoek ten opzichte van het oppervlak. Dit betekent dat u uw hele arm naar achteren en naar voren moet bewegen in plaats van uw pols te buigen.

Houd het spuitpistool loodrecht op het oppervlak, anders wordt een uiteinde van het patroon dikker dan het andere.

B
WAGNER ProSpray 3.20 - SPUITTECHNIEK - 3

C) Haal de trekker van het pistool over nadat u de werkslag bent gestart. Laat de trekker los voordat u de werkslag stopt. Het spuitpistool zou moeten bewegen wanneer de trekker wordt overgehaald en losgelaten. Overlap elke werkslag voor ongeveer 30%. Dit zorgt voor een effen coating.

C 25 - 30 cm 25 - 30 cm

WAGNER ProSpray 3.20 - SPUITTECHNIEK - 5

Bij zeer scherpe randzones en strepen in de spuitstraal moet de spuitdruk worden verhoogd, of het materiaal worden verdund.

7 HANTERING VAN DE HOGEDRUKSLANG

WAGNER ProSpray 3.20 - HANTERING VAN DE HOGEDRUKSLANG - 1Het apparaat is met een speciaal voor zuigerpompen geschikte hogedrukslang uitgerust.
Gevaar voor verwonding door lekke hogedrukslang. Vervang een beschadigde hogedrukslang onmiddellijk.Probeer een defecte hogedrukslang nooit zelf te repareren!

De hogedrukslang moet zorgvuldig worden behandeld. Vermijd scherpe bochten en knikken. De kleinste buigstraal mag ongeveer 20 cm bedragen.

Rijd niet over de hogedrukslang en bescherm deze tegen scherpe voorwerpen en kanten.

Nooit aan de hogedrukslang trekken om het toestel te bewegen.

Let erop dat de hogedrukslang niet verdraaid wordt. Dit kan verhinderd worden door een Wagner-spuitpistool met draaigeleiding en een slangtrommel te gebruiken.

WAGNER ProSpray 3.20 - HANTERING VAN DE HOGEDRUKSLANG - 2Bij gebruik van de hogedrukslang bij werkzaam-heden op een steiger blijkt dat dit het beste gaat, wanneer de slang steeds langs de buitenzijde van de steiger wordt geleid.
WAGNER ProSpray 3.20 - HANTERING VAN DE HOGEDRUKSLANG - 3Bij oude hogedrukslangen stijgt het risico op beschadigingen. Wagner raadt aan, de hogedruk-slang na 6 jaar te vervangen.
WAGNER ProSpray 3.20 - HANTERING VAN DE HOGEDRUKSLANG - 4Gebruik uitsluitend originele hogedrukslangen van Wagner voor een goede en veilige werking en een lange levensduur.

8 ONDERBREKING VAN DE WERKZAAMHEDEN

  1. Ontlastingsventiel openen, ventielstand PRIME (circulatie).
  2. Apparaat uitschakelen OFF (UIT).
  3. Drukregelknop in de gele zone op minimale druk draaien.
  4. Trekker van het spuitpistool overhalen, om de druk van de hogedrukslang en het spuitpistool af te laten.
  5. Spuitpistool borgen, zie gebruikshandleiding van het spuitpistool.
  6. Voor het reinigen van een standaard spuitkop, zie punt 13.2.
    Wanneer een ander type spuitkop is gemonteerd, volg dan de betreffende gebruikshandleiding.
  7. Anzuigslang en retourslang in het bedekkingsmateriaal laten zitten of in een geschikt reinigingsmiddel dompelen.

WAGNER ProSpray 3.20 - ONDERBREKING VAN DE WERKZAAMHEDEN - 1

Let opBij het gebruik van sneldrogend - of tweecomponentenmateriaal moet het apparaat binnen de verwerkingstijd met een geschikt reinigingsmiddel worden doorgespoeld.

9 REINIGING VAN HET APPARAAT (BUITEN WERKING STELLEN)

WAGNER ProSpray 3.20 - REINIGING VAN HET APPARAAT (BUITEN WERKING STELLEN) - 1Schoon werken is een absolute vereiste voor een storingsvrije werking. Reinig het apparaat na beëindiging van de werkzaamheden. Resten bedekkingsmateriaal mogen in het apparaat in geen geval droog worden en vast gaan koeken.
WAGNER ProSpray 3.20 - REINIGING VAN HET APPARAAT (BUITEN WERKING STELLEN) - 2Het gebruikte reinigingsmiddel (alleen met een vlampunt boven 21 °C) moet geschikt zijn voor het bedekkingsmateriaal.
WAGNER ProSpray 3.20 - REINIGING VAN HET APPARAAT (BUITEN WERKING STELLEN) - 3Borg het spuitpistool, zie gebruiksaanwijzing van het spuitpistool.Reinig en demonteer de spuitdop.In het geval van een standaard spuitdop, zie punt 12.2.Ga,wanneerenanderespuitdopuitvoering gemonteerd is, te werk volgens de betreffende gebruikshandleiding.
  1. Aanzuigslang uit het bedekkingsmateriaal halen.
  2. Ontlastingsventiel sluiten, ventielstand SPRAY (spuiten).
  3. Apparaat inschakelen ON (AAN).
WAGNER ProSpray 3.20 - REINIGING VAN HET APPARAAT (BUITEN WERKING STELLEN) - 4Let opBij oplosmiddelhoudende bedekkingsmaterialen moet het reservoir worden geaard.
WAGNER ProSpray 3.20 - REINIGING VAN HET APPARAAT (BUITEN WERKING STELLEN) - 5Voorzichtig! Spuit of pomp niet in reservoirs met een kleine opening (spongat)!Zie veiligheidsvoorschriften
  1. Haal de trekker van het spuitpistool over om resterend bedekkingsmateriaal uit de aanzuigslang, de hogedrukslang en het spuitpistool in een open reservoir te pompen.
  2. Aanzuigslang met retourslang in een reservoir met geschikt reinigingsmiddel dompelen.
  3. Drukregelknop in de gele zone op minimale druk draaien.
  4. Ontlastingsventiel openen, ventielstand PRIME (circulatie).
  5. Geschikt reinigingsmiddel enkele minuten in het circuit rondpompen.
  6. Ontlastingsventiel sluiten, ventielstand SPRAY (spuiten).
  7. Trekker van het spuitpistool overhalen.

  8. Resterend reinigingsmiddel in een open reservoir pompen, tot het apparaat leeg is.

  9. Apparaat uitschakelen OFF (UIT).

9.1 REINIGING VAN DE BUITENKANT VAN HET APPARAAT

Trek eerst de stekker uit het stopcontact.
WAGNER ProSpray 3.20 - REINIGING VAN DE BUITENKANT VAN HET APPARAAT - 1Let opGevaar voor kortsluiting door binnendringend water!Spuit het apparaat nooit af met een hogedruk- of een stoomhogedrukreiniger.Hogedrukslang niet in oplosmiddel leggen.Buitenkant alleen met een doordrenkte doek afvegen.

Veeg de buitenkant van het apparaat met een in geschikt reinigingsmiddel gedrenkte doek.

9.2 AANZUIGFILTER

WAGNER ProSpray 3.20 - AANZUIGFILTER - 1Een schoon aanzuigfilter garandeert continu de maximale transporthoeveelheid, een constante spuitdruk en een goede werking van het apparaat.
  1. Schroef het filter (afb. 5) van de aanzuigbuis af.
  2. Reinig of vervang het filter.

Reinig het filter met een harde kwast en een geschikt reinigingsmiddel.

WAGNER ProSpray 3.20 - AANZUIGFILTER - 2

Een hogedrukfilter is verkrijgbaar als optioneel accessoire dat afzonderlijk kan worden besteld. Filterpatroon regelmatig reinigen. Een verontreinigd of verstopt hogedrukfilter leidt tot een slecht spuitresultaat of een verstopte spuitkop.

  1. Drukregelknop in de gele zone op minimale druk draaien.
  2. Ontlastingsventiel openen, ventielstand PRIME (circulatie).
  3. Apparaat uitschakelen OFF (UIT).

WAGNER ProSpray 3.20 - AANZUIGFILTER - 3

Netstekker uit het stopcontact trekken.

  1. Filterbehuizing (afb. 6, pos. 1) met een bandsleutel losdraaien.
  2. Draai naar rechts en draai het filter los (2) van het pompspruitstuk (3).
  3. Alle delen met geschikt reinigingsmiddel reinigen. Indien nodig, het filterpatroon vervangen.
  4. O-ring (4) controleren, indien nodig vervangen.
  5. Draai naar links om het nieuwe of gereinigde filter in het spruitstuk van de pomp te draaien.
  6. Filterbehuizing (1) indraaien en met een bandsleutel tot de aanslag vastdraaien.

⑥ 3 1 2 4

9.4 REINIGING VAN HET AIRLESS-SPUITPISTOOL

WAGNER ProSpray 3.20 - REINIGING VAN HET AIRLESS-SPUITPISTOOL - 1

Reinig het spuitpistool na elk gebruik.

  1. Spoel het spuitpistool bij een lage werkdruk met een geschikt reinigingsmiddel door.
  2. Reinig de spuitdop grondig met een geschikt reinigingsmiddel, zodat er geen resten van het bedekkingsmateriaal achterblijven.
  3. Reinig de buitenkant van het Airless-spuitpistool grondig.

INSTEEKFILTER IN HET AIRLESS-SPUITPISTOOL (AFB. 7)

  1. Maak de bovenkant van de trekkergeleiding (1) los uit de pistoolkop.
  2. Maak de hendel van de pistoolkop los en erwijder hem door gebruik (2) te maken van de onderkant van de trekkergeleiding als moersleutel.
  3. Haal het oude filter (3) uit de pistoolkop. Reinigen of vervangen.
  4. Schuif het nieuwe filter met de taps toelopende kant naar voren in de pistoolkop.
  5. Schroef de hendelconstructie op de pistoolkop totdat deze goed vast zit.Aandraaien met de trekkersleutel.
  6. Klik de trekkergeleiding terug op de pistoolkop.

WAGNER ProSpray 3.20 - INSTEEKFILTER IN HET AIRLESS-SPUITPISTOOL (AFB. 7) - 1

Soort storingMogelijke oorzaakMaatregelen om de storing te verhelpen
A. Apparaat start niet____B. Apparaat zuigt niet aan____C. Apparaat zuigt wel aan, maar er wordt geen druk opgebouwd____D. Bedekkingsmateriaal komt boven uit de materiaaltransportpomp____E. Verhoogde pulsatie bij het spuitpistool____F. Slecht spuitresultaat____G. Vermogen van het apparaat loopt terug____H. De druk in de pomp wordt te hoog en de pomp wordt derhalve niet uitgeschakeld.1. Geen spanning.2. Drukinstelling te laag.3. ON/OFF (AAN/UIT) schakelaar defect.____1. Ontlastingsventiel staat op SPRAY (spuiten) ingesteld.2. Filter komt boven het vloeistofniveau uit en zuigt lucht aan.3. Filter verstopt.4. Aanzuigslang niet dicht, d.w.z. het apparaat zuigt valse lucht aan.____1. Grote slijtage van spuitkop.2. Spuitkop te groot.3. Drukinstelling te laag.4. Filter verstopt.5. Bedekkingsmateriaal loopt via de retourslang, wanneer het onlastingsventiel in de stand SPRAY (spuiten) staat.6. Pakkingen verkleefd of versleten.7. Ventielkogels versleten.8. Ventielzittingen versleten.____1. Bovenste pakking is versleten.2. Zuiger is versleten.____1. Verkeerd type hogedrukslang.2. Spuitkop versleten of te groot.3. Te hoge druk.____1. Te grote spuitkop voor het te verwerken bedekkingsmateriaal.2. Drukinstelling niet correct.3. Te lage aanvoer.4. Bedekkingsmateriaal heeft een te hoge viscositeit.____1. Drukinstelling is te laag.____1. Drukschakelaar is defect.2. Transducer is defect.1. Voedingsspanning controleren.2. Drukregelknop hoger draaien.3. Vervangen____1. Ontlastingsventiel op PRIME (circulatie) zetten.2. Bedekkingsmateriaal bijvullen.3. Filter reinigen of vervangen.4. Aansluitpunten reinigen, zonodig O-ringen vervangen. Aanzuigslang met klembeugels borgen.____1. Vervangen2. Spuitkop vervanegn.3. Draai met de wijzers van de klok mee aan de regelschakelaar om de druk te verhogen.4. Filter reinigen of vervangen.5. Ontlastingsventiel demonteren en reinigen of vervangen.6. Pakkingen demonteren, reinigen of vervangen.7. Ventielkogels demonteren en vervangen.8. Ventielzittingen demonteren en vervangen.____1. Pakking demonteren en vervangen.2. Zuiger demonteren en vervangen.____1. Gebruik voor een goede en veilige werking en een lange levensduur uitsluitend originele hogedrukslangen van WAGNER.2. Spuitkop vervangen.3. Drukregelknop naar hogere cijfers draaien.____1. Spuitkop vervanegn.2. Drukregelknop verdraaien tot een acceptabel spuitresultaat wordt bereikt.3. Alle filters reinigen of vervangen.4. Conform informatie van de fabrikant verdunnen.____1. Draai met de wijzers van de klok mee aan de regelschakelaar om de druk te verhogen.____1. Breng de eenheid naar een geautoriseerd servicecenter van Wagner.2. Breng de eenheid naar een geautoriseerd servicecenter van Wagner.

11 ONDERHOUD

11.1 ALGEMEEN ONDERHOUD

Het onderhoud van het apparaat dient eenmaal per jaar door de servicedienst van Wagner te worden uitgevoerd.

  1. Hogedrukslangen, aansluitkabel en stekker controleren op beschadigingen.
  2. Controleer inlaat-, uitlaatventiel en filter op slijtage.

11.2 HOGEDRUKSLANG

Controleer de hogedrukslang visueel op eventuele insnijdingen of uitbollingen, in het bijzonder bij de koppelstukken. Wartelmoeren moeten probleemloos kunnen worden gedraaid.

WAGNER ProSpray 3.20 - HOGEDRUKSLANG - 1

Bij oude hogedrukslangen stijgt het risico op beschadigingen. Wagner raadt aan, de hogedrukslang na 6 jaar te vervangen.

Apparaat uitschakelen OFF (UIT).

Voor alle reparaties - netstekker uit het stopcontact verwijderen.

12.1 ONTLASTINGSVENTIEL

WAGNER ProSpray 3.20 - ONTLASTINGSVENTIEL - 1
Let op

De klepbehuizing (4) mag niet worden hersteld. Als deze versleten is, moet het altijd worden vervangen door een nieuwe.

WAGNER ProSpray 3.20 - ONTLASTINGSVENTIEL - 2

  1. Kerfstift (afb. 8, pos. 1) met een drevel van 2 mm uit het ontlastingsventielknop (2) verwijderen.
  2. Ontlastingsventielknop (2) en meenemer (3) verwijderen.
  3. Complete ventielbehuizing (4) met een bahco losdraaien.
  4. Controleren, dat de afdichting (5) goed aanligt en vervolgens de nieuwe complete ventielbehuizing (4) op de materiaaltransportpomp (6) draaien. Met een bahco vastdraaien.
  5. Meenemer (3) uitlijnen met de boring op de materiaaltransportpomp (6). Meenemer opschuiven en met machinevet insmeren.
  6. Boringen in de ventiel-as (7) en in de ontlastingsventielknop (2) op elkaar uitlijnen.
  7. Kerfstift (1) aanbrengen en de ontlastingsventielknop in de stand PRIME/SPRAY zetten.

12.2 IN- EN UITLAATVENTIEL

  1. Verwijder de schroef die de drukregelknop bevestigt aan de onderkant van de drukregelknop. Verwijder de knop. De drie schroeven op de frontkap losdraaien, frontkap verwijderen.

WAGNER ProSpray 3.20 - IN- EN UITLAATVENTIEL - 1

Beknellingsgevaar – niet met vingers of gereedschap tussen de bewegende delen komen.

  1. Apparaat inschakelen ON (AAN) en zo uitschakelen OFF (UIT), dat de zuiger in de onderste stand van de slag staat.
  2. Netstekker uit het stopcontact verwijderen.
  3. Klembeugels van de aansluitbuis van de aanzuigslang verwijderen, aanzuigslang verwijderen.
  4. Retourslang losdraaien.
  5. Apparaat 90° naar achteren kantelen zoadat de materiaaltransportpomp beter bereikbaar is.
  6. Verwijder de druksteelklem en schuif de behuizing van de druksteel (7) uit de behuizing van de inlaatklep (1).

10 2 6 5 4 3 8 1 7

  1. Inlaatventielbehuizing (afb. 10, pos. 1) uit de materiaaltransportpomp draaien.
  2. Onderste kogelgeleiding (6), onderste afdichting (5), inlaatventielkogel (4), inlaatventielzitting (3) en O-ring (8) demonteren.
  3. Alle delen met geschikt reinigingsmiddel reinigen.

Inlaatventielbehuizing (1), inlaatventielzitting (3) en inlaatventielkogel (4) controleren op slijtage, indien nodig de delen vervangen.

  1. Uitlaatventielbehuizing (afb. 11, pos. 9) met bahco uit de zuiger (8) draaien.

  2. Bovenste kogelgeleiding (14), schijf (13), uitlaatventielkogel (12) en uitlaatventielzitting (11) demonteren.

  3. Alle delen met geschikt reinigingsmiddel reinigen. Uitlaatventielbehuizing (9), uitlaatventielzitting (11), uitlaatventielkogel (12) en bovenste kogelgeleiding (14) controleren op slijtage, indien nodig de delen vervangen.
  4. Montage in omgekeerde volgorde uitvoeren. Zorg ervoor dat de afdichtring van de uitlaatklep (9) opnieuw wordt geplaatst met het niet-getapte lipje naar de zuiger gericht. O-ring (afb. 10, pos. 8) met machinevet insmeren en controleren, dat deze goed aanligt in de inlaatventielbehuizing (afb. 10, pos. 1).

⑪ 10 14 13 12 11 9

Pos.Benaming
1Netsiekker
2Schakelaar
3EMI-filter
4Drukschakelaar
5Overlastbeveiligings-schakelaar
6Motor
7Condensatoren
Pos.Benaming
aZwart / Bruin
bGroen
cWit / Blauw
dBlauw
eGroen / Geel
fWit
gZwart
hRooq
iBruin

13 APPENDIX

13.1 KEUZE VAN DE SPUITDOP

Voor een perfecte en doelmatige werkwijze is de keuze van de spuitdop van groot belang. Vaak kan de juiste spuitdop alleen via een proef worden bepaald.

De spuitstraal moet gelijkmatig zijn.

Als er strepen in de spuitstraal te zien zijn, is de spuitdruk te laag of de viscositeit van het bedekkingsmateriaal te hoog.

Oplossing: druk verhogen of bedekkingsmateriaal verdunnen. Elke pomp levert een bepaald pompvermogen in verhouding tot het formaat van de spuitdop:

In principe geldt: grote spuitdop = lage druk

kleine spuitdop = hoge druk

Er is een groot assortiment van spuitdoppen met verschillende spuithoeken.

13.2 ONDERHOUD EN REINIGING VAN AIRLESS HARDMETALEN SPUITDOPPEN

STANDAARDSPUITDOPPEN

Als er een andere spuitdopuitvoering gemonteerd is, dan volgens fabrikantinstructies reinigen.

De spuitdop heeft een uiterst precies bewerkte boring. Voor een lange levensduur moet de spuitdop omzichtig worden behandeld. Denk eraan, dat het hardmetalen inzetstuk broos is! Werp de spuitdop nooit en bewerk de spuitdop niet met scherpe metalen voorwerpen.

Neem de volgende punten in acht om de spuitdop schoon en gebruiksklaar te houden:

  1. Open het onlastingsventiel, ventielstand PRIME (circulatie).
  2. Demonteer de spuitdop van het spuitpistool.
  3. Leg de spuitdop in een geschikt reinigingsmiddel tot alle resten van het bedekkingsmateriaal zijn opgelost.
  4. Blaas de spuitdop met perslucht door, indien voorhanden.
  5. Verwijder eventuele resten met behulp van een spitse houten staaf (tandenstoker).
  6. Controleer de spuitdop met behulp van een vergrootglas en herhaal de punten 3 t/m 5 indien nodig.

WAGNER ProSpray 3.20 - Neem de volgende punten in acht om de spuitdop schoon en gebruiksklaar te houden: - 1

13.3 ACCESSOIRES VOOR HET SPUITPISTOOL

WAGNER ProSpray 3.20 - ACCESSOIRES VOOR HET SPUITPISTOOL - 1

Vlakstraal-verstelspuitdop

tot 250 bar (25 MPa)

Spuitdop-markeringBoring mmSpuitbreedte bij ca. 30 cm afstand van het object Druk 100 bar (10 MPa)ToepassingVlakstraal-verstelspuitdop bestelnr.
15 0,130,46 5 - 35 cmLakken 0999 057
20 0,180,48 5 - 50 cmLakken, vulmiddelen 0999 053
28 0,280,66 8 - 55 cmLakken, dispersies 0999 054
410,43 - 0,8810 - 60 cmRoestwerende verf - dispersies0999 055
490,53 - 1,3710 - 40 cmVerf voor grote oppervlakken0999 056

Beschermingsinrichting tegen aanraking

voor vlakstraal-verstelspuitdop

WAGNER ProSpray 3.20 - Beschermingsinrichting tegen aanraking - 1

Bestelnr. 0097 294

Spuitdopverlenging met draaibaar kniegewricht (zonder spuitdop)

WAGNER ProSpray 3.20 - Spuitdopverlenging met draaibaar kniegewricht (zonder spuitdop) - 1

Lengte: 100 cm Bestelnr. 0096 015

Lengte: 200 cm Bestelnr. 0096 016

Lengte: 300 cm Bestelnr. 0096 017

Düsenverlängerung

15 cm, F-schroefdraad, Bestelnr. 0556 051

30 cm, F-schroefdraad, Bestelnr. 0556 052

45 cm, F-schroefdraad, Bestelnr. 0556 053

60 cm, F-schroefdraad, Bestelnr. 0556 054

WAGNER ProSpray 3.20 - Düsenverlängerung - 1

15 cm, G-schroefdraad, Bestelnr. 0556 074

30 cm, G-schroefdraad, Bestelnr. 0556 075

45 cm, G-schroefdraad, Bestelnr. 0556 076

60 cm, G-schroefdraad, Bestelnr. 0556 077

13.4 TABEL AIRLESS SPUITDOPPEN

WAGNER ProSpray 3.20 - TABEL AIRLESS SPUITDOPPEN - 1
Wagner
TradeTip 3 spuitdop
tot 270 bar
(27 MPa)

WAGNER ProSpray 3.20 - TABEL AIRLESS SPUITDOPPEN - 2
zonder spuitdop
F-schroefdraad (11/16 - 16 UN)
voor spuitpistolen van Wagner
bestelnr. 0289391
zonder spuitdop
G-schroefdraad (7/8 - 14 UNF)
voor spuitpistolen van Graco/Titan
bestelnr. 0289390

WAGNER ProSpray 3.20 - TABEL AIRLESS SPUITDOPPEN - 3

Alle spuitdoppen in de onderstaande tabel worden samen met het passende pistoolfilter geleverd.

1) Spuitbreedte bij ca. 30 cm afstand tot het te spuiten object en een druk van 100 bar (10 MPa) met kunstharslak 20 DIN-seconden.

Toepassing Markering spuitdop Spuit-hoekBoring inch / mmSpuitbreedte mm^1) Pistoolfilter Bestelnr.
Waterverdunbare en oplosmid-delhoudende lak en lakverf, oliën,scheidingsmiddelen107 10^ 0.007/0.18100rood0553107
207 20^ 0.007/0.18120rood0553207
307 30^ 0.007/0.18150rood0553307
407 40^ 0.007/0.18190rood0553407
109 10^ 0.009/0.23100rood0553109
209 20^ 0.009/0.23120rood0553209
309 30^ 0.009/0.23150rood0553309
409 40^ 0.009/0.23190rood0553409
509 50^ 0.009/0.23225rood0553509
609 60^ 0.009/0.23270rood0553609
KunstharslakPVC-lak111 10^ 0.011/0.28100rood0553111
211 20^ 0.011/0.28120rood0553211
311 30^ 0.011/0.28150rood0553311
411 40^ 0.011/0.28190rood0553411
511 50^ 0.011/0.28225rood0553511
611 60^ 0.011/0.28270rood0553611
Lak, grondverfGrondlakVulstof113 10^ 0.013/0.33100rood0553113
213 20^ 0.013/0.33120rood0553213
313 30^ 0.013/0.33150rood0553313
413 40^ 0.013/0.33190rood0553413
513 50^ 0.013/0.33225rood0553513
613 60^ 0.013/0.33270rood0553613
813 80^ 0.013/0.33330rood0553813
VulstofRoestwerende verf115 10^ 0.015/0.38100geel0553115
215 20^ 0.015/0.38120geel0553215
315 30^ 0.015/0.38150geel0553315
415 40^ 0.015/0.38190geel0553415
515 50^ 0.015/0.38225geel0553515
615 60^ 0.015/0.38270geel0553615
715 70^ 0.015/0.38300geel0553715
815 80^ 0.015/0.38330geel0553815
Roestwerende verfLatexverfDispersie117 10^ 0.017/0.43100wit0553117
217 20^ 0.017/0.43120wit0553217
317 30^ 0.017/0.43150wit0553317
417 40^ 0.017/0.43190wit0553417
517 50^ 0.017/0.43225wit0553517
617 60^ 0.017/0.43270wit0553617
717 70^ 0.017/0.43300wit0553717
817 80^ 0.017/0.43330wit0553817
Roestwerende verfLatexverfDispersie219 20^ 0.019/0.48120wit0553219
319 30^ 0.019/0.48150wit0553319
419 40^ 0.019/0.48190wit0553419
519 50^ 0.019/0.48225wit0553519
619 60^ 0.019/0.48270wit0553619
719 70^ 0.019/0.48300wit0553719
819 80^ 0.019/0.48330wit0553819
919 90^ 0.019/0.48385wit0553919
Vlambescherming 221 20^ 0.021/0.53120wit0553221
321 30^ 0.021/0.53150wit0553321
421 40^ 0.021/0.53190wit0553421
521 50^ 0.021/0.53225wit0553521
621 60^ 0.021/0.53270wit0553621
721 70^ 0.021/0.53300wit0553721
821 80^ hoek0.021/0.53Boringinch / mm330Spuitbreedte mm^1) witPistoolfilter Bestelnr.0553821
Toepassing Markering spuitdop Spuit-
Dakcoating 223 20^ 0.023/0.58120wit0553223
323 30^ 0.023/0.58150wit0553323
423 40^ 0.023/0.58190wit0553423
523 50^ 0.023/0.58225wit0553523
623 60^ 0.023/0.58270wit0553623
723 70^ 0.023/0.58300wit0553723
823 80^ 0.023/0.58330wit0553823
Diklaagmaterialen,Corrosiebescherming,Sputplamuur225 20^ 0.025/0.64120wit0553225
325 30^ 0.025/0.64150wit0553325
425 40^ 0.025/0.64190wit0553425
525 50^ 0.025/0.64225wit0553525
625 60^ 0.025/0.64270wit0553625
725 70^ 0.025/0.64300wit0553725
825 80^ 0.025/0.64330wit0553825
227 20^ 0.027/0.69120wit0553227
327 30^ 0.027/0.69150wit0553327
427 40^ 0.027/0.69190wit0553427
527 50^ 0.027/0.69225wit0553527
627 60^ 0.027/0.69270wit0553627
827 80^ 0.027/0.69330wit0553827
229 20^ 0.029/0.75120wit0553229
329 30^ 0.029/0.75150wit0553329
429 40^ 0.029/0.75190wit0553429
529 50^ 0.029/0.75225wit0553529
629 60^ 0.029/0.75270wit0553629
231 20^ 0.031/0.79120wit0553231
331 30^ 0.031/0.79150wit0553331
431 40^ 0.031/0.79190wit0553431
531 50^ 0.031/0.79225wit0553531
631 60^ 0.031/0.79270wit0553631
731 70^ 0.031/0.79300wit0553731
831 80^ 0.031/0.79330wit0553831
233 20^ 0.033/0.83120wit0553233
333 30^ 0.033/0.83150wit0553333
433 40^ 0.033/0.83190wit0553433
533 50^ 0.033/0.83225wit0553533
633 60^ 0.033/0.83270wit0553633
235 20^ 0.035/0.90120wit0553235
335 30^ 0.035/0.90150wit0553335
435 40^ 0.035/0.90190wit0553435
535 50^ 0.035/0.90225wit0553535
635 60^ 0.035/0.90270wit0553635
735 70^ 0.035/0.90300wit0553735
439 40^ 0.039/0.99190wit0553439
539 50^ 0.039/0.99225wit0553539
639 60^ 0.039/0.99270wit0553639
Heavy Duty-applicaties 243 20^ 0.043/1.10120groen0553243
443 40^ 0.043/1.10190groen0553443
543 50^ 0.043/1.10225groen0553543
643 60^ 0.043/1.10270groen0553643
445 40^ 0.045/1.14190groen0553445
545 50^ 0.045/1.14225groen0553545
645 60^ 0.045/1.14270groen0553645
451 40^ 0.051/1.30190groen0553451
551 50^ 0.051/1.30225groen0553551
651 60^ 0.051/1.30270groen0553651
252 20^ 0.052/1.32120groen0553252
455 40^ 0.055/1.40190groen0553455
555 50^ 0.055/1.40225groen0553555
655 60^ 0.055/1.40270groen0553655
261 20^ 0.061/1.55120groen0553261
461 40^ 0.061/1.55190groen0553461
561 50^ 0.061/1.55225groen0553561
661 60^ 0.061/1.55270groen0553661
263 20^ 0.063/1.60120groen0553263
463 40^ 0.063/1.60190groen0553463
565 50^ 0.065/1.65225groen0553565
665 60^ 0.065/1.65270groen0553665
267 20^ 0.067/1.70120groen0553267
467 40^ 0.067/1.70190groen0553467

13.5 TABEL 2SPEED TIP SPUITDOPPEN

WAGNER ProSpray 3.20 - TABEL 2SPEED TIP SPUITDOPPEN - 1

De innovatieve 2SpeedTip van WAGNER verenigt twee spuittips in één.

WAGNER ProSpray 3.20 - TABEL 2SPEED TIP SPUITDOPPEN - 2

2 Speed Tip houder bestelnr. 0271065

Tabel spuitdoppen

Grootte spuitproject Bedekkingsmateriaal
Lak (L) Muurverf (D) Dunpleisters (S)
KleinD5Spuittip: 111 / 415bestelnr. 0271 062S5Spuittip: 225 / 629bestelnr. 0271 064
D7Spuittip: 113 / 417bestelnr. 0271 063
L10Spuittip: 208 / 510bestelnr. 0271 042D10Spuittip: 111 / 419bestelnr. 0271 045S10Spuittip: 527 / 235bestelnr. 0271 049
MiddelL20Spuittip: 210 / 512bestelnr. 0271 043D20Spuittip: 115 / 421bestelnr. 0271 046S20Spuittip: 539 / 243bestelnr. 0271 050
GrootL30Spuittip: 212 / 514bestelnr. 0271 044D30Spuittip: 115 / 423bestelnr. 0271 047S30Spuittip: 543 / 252bestelnr. 0271 051
Extra grootD40Spuittip: 117 / 427bestelnr. 0271 048
aanbevolen pistoolfilterrood wit -

13.6 SPUITTIPKOFFER

De spuittipkoffers vormen een perfecte aanvulling op ow verspuitinstallatie. Alle benodigde materialen kunnen er veilig en voor elk project afzonderlijk in worden opgeborgen. Ze zijn beschikbaar in vier verschillende uitvoeringen en dus perfect afgestemd op uw specifieke toepassing.

ARTNR.

Het verfmateriaal wordt uniform opgewarmd tot de vereiste temperatuur door middel van een elektrisch verwarmingselement dat zich in de slang bevindt (gereguleerd van 20°C tot 60°C).

Voordelen:

  • Constante verftemperatuur zelfs bij lage buitentemperaturen
  • Aanzienlijk betere werking van coatingmaterialen met hoge viscositeit
    • Verhoogde aanbrengefficiënte
  • Besparing van oplosmiddelen als gevolg van de reductie in viscositeit
  • Aanpasbaar op alle airless eenheden
Bestelnr.Benaming
23116592311852TempSpray H 126 (ideaal voor lakopdrachten)Basis set H 126, 1/4" incl. 10 m. RVS slang; ø6 mm ; 1/4"Spraypack bestaande uit: basis set H 126 (2311659), Airless pistool Vector Grip G-draad, incl. TradeTip 3 spuittiphouder, 2SpeedTip L10 (208/510)
23116602311853TempSpray H 226 (ideaal voor dispersie/materialen met hoge viscositeit)Basis set H 226 incl. slanghaspel, 15 m. verwarmde slang ø10 mm 1/4" en 1 m. ø 4 mm.Spraypack bestaande uit: basis set H 226 (2311660), Airless pistool Vector Grip G-draad, incl. TradeTip 3 spuittiphouder, 2SpeedTip D10 (111/419)
23116612311854TempSpray H 326 (ideaal voor dispersie/materialen met hoge viscositeit)Basis set H 326 incl. slanghaspel, 30 m. verwarmde slang ø10 mm 1/4" en 1 m. ø 4 mm.Spraypack bestaande uit: basis set H 336 (2311661), Airless pistool Vector Grip G-draad, incl. TradeTip 3 spuittiphouder, 2SpeedTip D20 (115/421)

TempSpray H 126

WAGNER ProSpray 3.20 - Voordelen: - 2

HEA staat voor High Efficiency Airless, een innovatieve spuitiptechnologie die een revolutie voor airless spuiten betekent. HEA-spuittippen maken het mogelijk om de druk van het spuitapparaat aanzienlijk te verlagen en met lage druk te werken (ideaal met 80 - 140 bar). Hierbij kunnen de spuittippen met allen TradeTip 3 spuittiphouders en WAGNER apparaten worden gebruikt. Sommige verf moet eventueel worden verdund om een optimaal resultaat te bereiken. In de regel kan het materiaal hiervoor tot 10% worden verdund (neem hierbij de instructies van de fabrikant van het materiaal in acht).

WAGNER ProSpray 3.20 - Voordelen: - 3

gauge | Value | |-------| | 10 |

Lage druk in het HEA-bereik instellen en starten.

WAGNER ProSpray 3.20 - Voordelen: - 4

Gelijkmatig spuitbeeld zonder spuitranden.

x

Bij zichtbare randen de druk langzaam verhogen.

Tabel HEA spuitdoppen

Alle spuitdoppen in de onderstaande tabel worden samen met het passende pistoolfilter geleverd.
Toepassing MarkeringspuitdopSpuit-hoekBoring inch / mmSpuitbreedte mm^1) Pistoolfilter Bestelnr.
Kunstharslak211 20^ 0.011 / 0.28120rood0554211
PVC-lak311 30^ 0.011 / 0.28150rood0554311
411 40^ 0.011 / 0.28190rood0554411
Lak, grondverf213 20^ 0.013 / 0.33120rood0554213
Grondlak, Vulstof313 30^ 0.013 / 0.33150rood0554313
413 40^ 0.013 / 0.33190rood0554413
Vulstof415 40^ 0.015 / 0.38190geel0554415
Roestwerende verf515 50^ 0.015 / 0.38225geel0554515
615 60^ 0.015 / 0.38270geel0554615
Roestwerende verf417 40^ 0.017 / 0.43190wit0554417
Latexverf517 50^ 0.017 / 0.43225wit0554517
Dispersie617 60^ 0.017 / 0.43270wit0554617
Roestwerende verf519 50^ 0.019 / 0.48225wit0554519
Latexverf619 60^ 0.019 / 0.48270wit0554619
Dispersie
Vlambescherming 421 40^ 0.021 / 0.53190wit0554421
521 50^ 0.021 / 0.53225wit0554521
621 60^ 0.021 / 0.53270wit0554621

1) Spuitbreedte bij ca. 30 cm afstand tot het te spuiten object en een druk van 100 bar (10 MPa) met kunstharslak 20 DIN-seconden.

INSPECTIE VAN HET APPARAAT

Om veiligheidsredenen raden wij u aan het apparaat indien nodig, echter minimaal één keer per 12 maanden, door een deskundige te laten controleren op een veilige werking. Bij stilgelegde apparaten kan de controle tot aan de volgende keer in gebruik nemen worden verschoven. Bovendien moeten ook alle (eventueel afwijkende) nationale controle- en onderhoudsvoorschriften in acht worden genomen. Bij vragen neemt u a.u.b. contact op met de klantenservice van de firma Wagner.

BELANGRIJKE AANWIJZING M.B.T. PRODUCTAANSPRAKELIJKHEID

Op grond van een EU-verordening is de fabrikant alleen volledig aansprakelijk voor zijn product bij productfouten, als alle onderdelen van de fabrikant komen of door de fabrikant zijn vrijgegeven en als de toestellen vakkundig gemonteerd en gebruikt worden. Bij het gebruik van vreemde toebehoren en reserveonderdelen kan de aansprakelijkheid geheel of gedeeltelijk vervallen, als het gebruik van de vreemde toebehoren of vreemde reserveonderdelen tot een productfout leidt. In extreme gevallen kan het gebruik van het totale toestel verboden worden door de bevoegde instanties.

Met originele WAGNER accessoires en reserveonderdelen heeft u de zekerheid dat aan alle veiligheidsvoorschriften is voldaan.

AANWIJZING VOOR AFVOER

Conform de Europese Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de omzetting daarvan in nationaal recht, mag dit product niet met het huisvuil worden afgevoerd, maar moet het voor milieuhygiënisch verantwoord hergebruik worden afgevoerd!

WAGNER ProSpray 3.20 - AANWIJZING VOOR AFVOER - 1

Uw oude WAGNER apparaat wordt door ons of onze handelsvertegenwoordigingen teruggenomen en voor u milieuhygiënisch verantwoord afgevoerd. Neem in dat geval contact op met een van onze servicesteunpunten of handelsvertegenwoordigingen of rechtstreeks met ons.

GARANTIEVERKLARING

(Stand 01-02-2009)

1. Omvang van de garantie

Alle Wagner Professional-verfaanbrengingapparaten (hierna aangeduid als 'producten') worden zorgvuldig gecontroleerd, getest en onderworpen aan de strenge controles van de Wagner kwaliteitsborging. Wagner geeft daarom uitsluitend aan de commerciële of professionele gebruiker, die het product in de geautoriseerde speciaalzaak heeft gekocht (hierna aangeduid als 'klant'), een uitgebreidere garantie voor de op internet op www.wagner-group.com/profi-guarantee vermelde producten.

De garantieclaims van de koper uit het koopcontract met de verkoper alsmede wettelijke rechten worden niet beperkt door deze garantie.

Wij geven garantie zo, dat na onze beslissing het product of afzonderlijke onderdelen hiervan vervangen of gerepareerd worden of het apparaat tegen restitutie van de aankoopprijs wordt teruggenomen. De kosten voor materiaal en werktijd worden door ons overgenomen. Vervangen producten of onderdelen worden eigendom van Wagner.

2. Garantietijd en registrering

De garantietijd bedraagt 36 maanden, bij industrieel gebruik of identieke belasting en in het bijzonder ploegenbedrijf of bij verhuur 12 maanden.

Voor op benzine en lucht aangedreven aandrijvingen geven wij eveneens 12 maanden garantie.

De garantietijd begint met de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak. Beslissend is de datum op het originele aankoopbewijs.

Voor alle vanaf 01-02-2009 bij de geautoriseerde speciaalzaak gekochte producten wordt de garantietijd met 24 maanden verlengd, als de koper deze apparaten binnen 4 weken na de dag van levering door de geautoriseerde speciaalzaak in overeenstemming met de volgende bepalingen registreert.

De registratie gebeurt op internet op

Als bevestiging geldt het garantiecertificaat en het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop staat. Een registratie is alleen mogelijk, als de koper toestemming verleent voor het opslaan van de gegevens die hij daar moet invoeren.

Door garantievergoedingen wordt de garantieperiode voor het product noch verlengd noch vernieuwd.

Na afloop van de betreffende garantieperiode kunnen claims tegen en vanuit de garantie niet meer geldend gemaakt worden.

3. Afhandeling

Als in de garantieperiode fouten in materiaal, verwerking of prestaties van het apparaat tevoorschijn komen, dan moeten garantieclaims onmiddellijk, uiterlijk echter binnen 2 weken geldend gemaakt worden.

Voor de inontvangstneming van garantieclaims is de geautoriseerde speciaalzaak, die het apparaat heeft geleverd, bevoegd. De garantieclaims kunnen echter ook bij onze in de bedieningshandleiding genoemde servicepunten geldend worden gemaakt. Het product moet samen met het originele aankoopbewijs, waarop de datum van aankoop en de productaanduiding moet staan, gratis opgestuurd of getoond worden. Voor de gebruikmaking van de garantieverlenging moet bovendien het garantiecertificaat worden bijgesloten.

De kosten en het risico van verlies of beschadiging van het product op weg naar of van de instantie, die de garantieclaims in ontvangst neem of het gerepareerde product weer levert, draagt de klant.

4. Uitsluiting van garantie

Garantieclaims kunnen niet behandeld worden

-voor onderdelen, die onderworpen zijn aan gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage, alsmede gebreken aan het product, die terug te leiden zijn naar een gebruiksgebonden of andere, natuurlijke slijtage. Hiertoe behoren vooral kabels, kleppen, pakkingen, mondstukken, cilinders, zuigers, medium vervoerende behuizingsdelen, filters, slangen, dichtingen, rotoren, statoren etc.. Schade door slijtage wordt vooral veroorzaakt door schurende coatingmaterialen, zoals bijvoorbeeld dispersie, pleister, plamuur, lijm, glazuur, kwarts.

-bij fouten aan apparaten, die terug te leiden zijn naar niet-inachtneming van bedieningsinstructies, ongeschikt of verkeerd gebruik, verkeerde montage, resp. inbedrijfstelling door de koper of derden, niet-reglementair gebruik, anomale milieuomstandigheden, ongeschikte coatingmaterialen, chemische, elektrochemische of elektrische invloeden, ongeschikte bedrijfsomstandigheden, gebruik met verkeerde netspanning/- frequentie, overbelasting of gebrekkig(e) onderhoud, verzorging resp. reiniging.

-bij fouten aan het apparaat, die door gebruik van accessoire-, aanvullings-, of reserveonderdelen werden veroorzaakt, die geen originele Wagner-onderdelen zijn.

--bij producten, waarop veranderingen of aanvullingen werden aangebracht.

-bij producten met verwijderd of onleesbaar gemaakt serienummer

-bij producten, waarop door niet-geautoriseerde personen reparatiepogingen werden uitgevoerd.

-bij producten met geringe afwijkingen van de oorspronkelijke hoedanigheid, die voor waarde en gebruiksgeschiktheid van het apparaat onbelangrijk zijn.

-bij producten, die gedeeltelijk of compleet uit elkaar zijn gehaald.

5. Aanvullende regelingen

Bovenstaande garanties gelden uitsluitend voor producten die in de EU, het GOS of Australië door de geautoriseerde speciaalzaak gekocht en in het land van aankoop gebruikt worden.

Blijkt uit de controle, dat er geen garantiegeval aanwezig is, dan zijn de kosten van de reparatie voor de koper.

Deze bepalingen regelen alleen de rechtsverhouding naar ons toe. Verdergaande claims, vooral voor schade en verlies van welk soort dan ook, die door het product of het gebruik ervan ontstaan, zijn behalve in het toepassingsbereik uitgesloten van de productaansprakelijkheidswet.

Garantieclaims tegen de speciaalzaak blijven onaangetast.

Deze garantie valt onder de Duitse wet. De contracttaal is Duits. Als de betekenis van de Duitse en een buitenlandse tekst van deze garantie van elkaar afwijken, heeft de betekenis van de Duitse tekst voorrang.

J. Wagner GmbH

Bondsrepubliek Duitsland

Alle wijzigingen voorbehouden · Printed in Germany

EU-conformiteitsverklaring

Wij verklaren dat dit product voldoet aan de volgende normen:

2006/42/EG, 2014/30/EU, 2011/65/EU, 2012/19/EU

En normatieve dokumenten:

EN 62841-1, EN 1953, EN 55014-1, EN 55014-2,

EN 61000-3-2, EN 61000-3-3

De EU-conformiteitsverklaring wordt met het product meegeleverd. Indien nodig kan de verklaring met bestelnummer 2385803 worden nabesteld.

D ZUBEHÖRBILD F ILLUSTRATION DES ACCESSOIRES F

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : WAGNER

Model : ProSpray 3.20

Categorie : Verfspuit