Monacor PA6020Z - Ontvanger

PA6020Z - Ontvanger Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PA6020Z Monacor in PDF-formaat.

📄 64 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Monacor PA6020Z - page 36

Gebruikersvragen over PA6020Z Monacor

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA6020Z - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA6020Z van het merk Monacor.

GEBRUIKSAANWIJZING PA6020Z Monacor

INTERNATIONAL GmbH & Co. KG si riserva ogni diritto di elaborazione in qualsiasi forma delle presenti istruzioni per l’uso. La riproduzione – anche parziale – per propri scopi commerciali è vietata.36 ELA-mengversterker Deze handleiding is bedoeld voor installateurs van geluidsinstallaties (hoofdstuk 4 tot 7) en voor gebruikers zonder specifieke vakkennis (hoofdstuk 8). Lees de handleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze voor latere raadpleging. Op pagina 2 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen. 1 Overzicht van de bedienings- elementen en aansluitingen

PA-6010Z /PA-6020Z 1 Afsluitplaat voor de moduleopening; hier kan een module van MONACOR worden ingestoken, bijv. tuner, cd-speler, geheugen voor digitale boodschappen 2 Volumeregelaar voor elk van de ingangs- kanalen CH 1– CH 5 Regelaar CH 1 dient ook om het geluids- volume van de tafelmicrofoons PA 4300PTT te regelen. Regelaar CH 2 dient ook om het geluids- volume van de commandomicrofoons PA-2400RC te regelen. (uitzondering met de PA-6010Z:

Regelaars lage en hoge tonen voor het instellen van de klank voor elk van de in- gangskanalen CH 1– CH 5

Regelaars lage en hoge tonen voor het instellen van de klank voor een plug-in- module 5 Toets CHIME om de gong te activeren 6 Volumeregeling van het gongsignaal 7 Geluidsvolumeregeling TEL PAGING voor een signaalbron op de ingangsklemmen PAGING IN (24) 8 Volumeregeling van de sirene 9 Toetsen voor het in- en uitschakelen van het sirenegeluid herhaald stijgende en dalende toon na het stijgen aangehouden toon 10 Controle-led PROTECT; brandt bij het uit- vallen van de versterker, bijv. door overlast of oververhitting 11 Regelaar MASTER voor het totale geluids- volume 12 Controle-led‘s STAND BY: Stand-by ON: In bedrijf 13 POWER-schakelaar 14 alleen PA-6020Z: zoneselectietoetsen Z1– Z 20: zones 1– 20 ALL CALL: alle zones van deze rij toetsen Nadat u de respectieve toet- sen opnieuw 2 seconden lang hebt ingedrukt, geldt weer de vorige selectie. 15 Het uitgangsniveau weergeven CLIP: Oversturingsaanduiding 16 alleen PA-6010Z: volumekeuzeschakelaar telkens voor de zones 1–10 OFF: Zone uit

Netsnoer voor aansluiting op een stopcon- tact (230 V/ 50 Hz)

Steekschroefklemmen (aftrekbaar) voor de 100-V-luidsprekers van de zones 1–10 of 1– 20 Belangrijk: Elke uitgang is alleen met een sinusvermogen tot 100 W (PA-6020Z) of 60 W (PA-6010Z) belastbaar. De belasting van alle aan-gesloten 100 V-luidsprekers mag samen in geen geval de waarde van 600 W overschrijden.

Schroefklemmen AC POWER REMOTE voor het afstandsbediend in- en uitscha- kelen van de versterker via een sluitcontact

Schroefklemmen DC POWER voor een noodvoeding (⎓ 24 V) 21 Steekschroefklemmen LOW IMP voor een laagohmige luidspreker met een minimale impedantie van 4 Ω, onafhankelijk van de zoneselectie Belangrijk: Deze uitgang nooit gelijktijdig met de 100 V-uitgangen (18, 22) gebruiken; de versterker zou overbelast kunnen worden. 22 Steekschroefklemmen HIGH IMP voor het aansluiten van 100 V-luidsprekers, onaf- hankelijk van de zoneselectie Belangrijk: De belasting op deze uitgang mag met de luidsprekers op de zone-uitgangen (18) samen in geen geval hoger zijn dan 600 W; de versterker zou overbelast kunnen worden. 23 Zekering voor de noodvoeding van 24 V Vervang een gesmolten zekering uitslui- tend door een zekering van hetzelfde type!

Steekschroefklemmen PAGING IN voor de aansluiting van een signaalbron met lijnniveau-uitgang voor aankondigingen met verhoogde prioriteit (

tabel afb.5 in hoofdstuk 3)

Steekschroefklemmen E / M MESSAGE CONTROL voor het aansluiten van een sluitcontact om een bericht te activeren (bijv. noodbericht), wanneer een berich- tengeheugen (bijv. PA-1120DMT) geïn- stalleerd is.

Aansluitmogelijkheid, bijv. voor een ap- paraat om de klank te bewerken, via 6,3 mm-stekkerbussen PRE OUT en AMP IN Het gebruik van de bus AMP IN onder- breekt de interne signaalverbinding met de eindversterker

Aansluitingen REC voor een opnameap- paraat zoals cinch-jacks De bussen zijn als L (links) en R (rechts) be- schikbaar voor stereo-opnameapparatuur. Omdat de versterker monostabiel werkt, zijn de signalen op beide bussen identiek.

Ingangen LINE IN voor de kanalen CH 4 en CH 5 als cinch-jacks; de bussen zijn voor stereo-signaalbronnen als L (links) en R(rechts) beschikbaar. Omdat de ver- sterker monofoon werkt, wordt het mo- nomastersignaal intern steeds op basis van de stereosignalen gevormd. 29 Ingang voor het microfoon- en lijnniveau als gecombineerde XLR- / stekkerbus, ge- balanceerd bedraad, voor elk van de in- gangskanalen CH 1– CH 3 30 Regelaar GAIN om de ingangsversterking aan de signaalbron (microfoon- tot lijn- niveau) aan te passen voor elk van de in- gangskanalen CH 1– CH 3

Schakelaar PHANTOM POWER voor elk van de ingangskanalen CH 1– CH 3; bij inge- drukte schakelaar is aan de XLR-contacten van de ingangsbus (29) een gelijkspanning van 15 V voor microfoons met fantoom- voeding Opgelet: Schakel de versterker uit, demp de uitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in Inhoudsopgave 1 Overzicht van de bedienings- elementen en aansluitingen . . . . . 36

(afzonderlijk verkrijgbaar toebehoren) . . . . . . . . 37

1.3 Commandomicrofoon PA-2400RC

  • (afzonderlijkverkrijgbaartoebehoren) p. 37
  • 2 Veiligheidsvoorschriften p. 38
  • 3 Toepassingen en toebehoren p. 38
  • 4 Keuze van de gongmelodie p. 38
  • 5 Prioriteit van de plug-inmodule p. 38

5.1 PA-2400RC: Bericht M6 sperren. . . . . . 39

6 Opstelmogelijkheden . . . . . . . . . 39

6.1 Montage in een rack . . . . . . . . . . . 39

7 Het apparaat aansluiten. . . . . . . . 39

7.8.1 Afstandsbediend in- en uitschakelen. . 40

8.4 Het gongsignaal activeren. . . . . . . . . 41

Nederlands Nederlands Nederlands Pagina Inhoudsopgave Blokschema

Nederlands de stand “0”, om de schakelaar te bedienen. Zo vermijdt u luide schakelploppen. Bovendien mag bij ingeschakelde fantoomvoeding geen microfoon (of andere signaalbron) met ongeba- lanceerde signaaluitgang aangesloten zijn, omdat deze beschadigd kan worden.

Afdekplaat, wordt bij de inbouw van som- mige plug-inmodules vervangen door een aansluitplaat 33 alleen PA-6010Z: volumeregelaar voor de extra 60 W-versterker die alleen bij aan- kondigingen via een commandomicrofoon PA-2400RC werkzaam is, als hierop minder dan drie zones zijn geselecteerd

jack voor de aansluiting van de com- mandomicrofoon PA-2400RC

jack voor de aansluiting van de tafelmicro- foon PA-4300PTT Opmerking: De tafelmicrofoon maakt gebruikt van het ingangskanaal CH 1. De fantoomvoeding voor ingang CH 1 moet zijn ingeschakeld en op de ingangsbus CH 1 mag niets zijn aangesloten.

DIP-schakelaars PRIORITY voor het instellen van de voorrang voor de ingangskanalen CH 1– CH 3:

1.2 Tafelmicrofoon PA-4300PTT

(afzonderlijk verkrijgbaar toebehoren) 37 DIP-schakelaars CHIME; in de stand ON weerklinkt meteen een gongsignaal bij het indrukken van de spreektoets TALK (43) 38 DIP-schakelaars PRIORITY; OFF: Er is een aankondiging hoorbaar in de PA-zones die op de versterker zijn geselecteerd. ON: Zolang de spreektoets TALK (43) ingedrukt is, worden alle zone-uit- gangen ingeschakeld. 39 Schakelaar MASTER / SLAVE voor het vast- leggen van de prioriteit bij het gebruik van meerdere microfoons PA-4300PTT SLAVE: Naar MASTER geschakelde microfoons hebben voorrang. MASTER: De microfoon heeft voorrang op microfoons die naar SLAVE geschakeld zijn.

RJ-45-aansluiting OUTPUT voor aanslui- ting op de bus PA-4300PTT (35) van de versterker of op de bus LINK (41) van een andere PA-4300PTT

RJ-45-aansluiting LINK voor aansluiting van een bijkomende microfoon PA-4300PPT Maximaal 3 met elkaar verbonden micro- foons kunnen op de versterker aangeslo- ten worden. 42 Microfoonkapsel met windscherm

Spreektoets TALK; houd de toets inge- drukt voor een aankondiging en wacht evt. op het gongsignaal, bij ingedrukte toets brandt de groene led TALK erboven De rode led BUSY geeft aan dat via een andere PA-4300PTT gesproken wordt.

1.3 Commandomicrofoon PA-2400RC

(afzonderlijkverkrijgbaartoebehoren)

Jack 24 V⎓ voor de bijkomende voedings- spanning via een netadapter met een laagspanningsstekker 5,5 / 2,1 mm (bui- ten- / binnendiameter); let op de polariteit: centercontact = ⊕ De bijkomende netadapter is nodig, als de voedingsspanning via de versterker niet volstaat [als de led AMP-POWER (55) knip- pert, bijv. bij aansluiting van meer dan drie PA-2400RC-microfoons of als het snoer heel erg lang is].

RJ-45-aansluiting LINK voor aansluiting van een bijkomende PA-2400RC

RJ-45-aansluiting OUTPUT voor de verbin- ding met de aansluiting PA-2400RC (34) van de versterker of met de aansluiting LINK (45) van een andere PA-2400RC 47 DIP-schakelaars voor het busadres en de leidingafsluiting Met de schakelaars 1– 5 moet u op alle PA 2400RC-microfoons verschillende adres- sen instellen, voordat ze aangesloten wor- den (

hoofdstuk 7.5.1). Bij de laatste van alle PA-2400RC-micro- foons in de ketting plaatst u de schakelaar 6 (TERMINATION) in de stand ON om de afsluitweerstand in te schakelen. 48 DIP-schakelaars Schakelaar 1 (PRIORITY) – In de stand ON heeft de PA-2400RC voorrang op de andere microfoons waarbij deze functie niet is ingeschakeld, en kan hij de aankon- digingen ervan onderbreken. Schakelaar 2 (COMPRESSION) – Met de schakelaar in de stand ON wordt de dynamiek van het microfoonsignaal gere- duceerd om vervormingen bij luid spreken te verminderen. Schakelaar 3 (CHIME ON / OFF) – Met de schakelaar in de stand ON is bij het indrukken van de toets TALK (52) eerst een gongsignaal hoorbaar: gongsignaal van vier tonen bij schakelaar 4 in de stand ON; gongsignaal van twee tonen bij schakelaar 5 in de stand ON en schakelaar 4 in de bovenste stand Schakelaar 6 – Instelling bepaalt met welke versterker de commandomicrofoon ge- bruikt wordt: Stand ON: PA-6010Z (10 zones) Bovenste stand: PA-6020Z (20 zones)

Regelaar CHIME om het geluidsvolume van het gongsignaal in te stellen 50 Regelaar MIC om het geluidsvolume van de aankondiging in te stellen 51 Microfoonkapsel met windscherm

Spreektoets TALK; houd de toets inge- drukt voor een aankondiging en wacht evt. op het gongsignaal, bij ingedrukte toets brandt de groene led TALK erboven 53 Toets RECALL om een groep van zones op te slaan en op te vragen Om de geselecteerde zones op te slaan, houdt u de toets ingedrukt tot de led ON(55) stopt met knipperen. Om de opgeslagen groep op te vragen, drukt u kort op de toets. Nadat u opnieuw op de toets hebt gedrukt, geldt weer de vorige selectie. 54 Zoneselectietoetsen Z1– Z10: zones 1–10 (met PA-6010Z) Z1– Z 20: zones 1– 20 (met PA-6020Z) ALL CALL: alle zones van deze rij toetsen Na opnieuw indrukken van de toets ALL CALL geldt weer de vorige selectie. 55 Status-led‘s ON – bedrijfsled; knippert tijdens het opslaan met de toets RECALL (53) BUSY – brandt bij een aankondiging of knippert bij aankondigingen met hogere prioriteit MIC FAULT – geeft uitvallen van de mi- crofoon aan AMP POWER – geeft stroomvoorziening via de versterker aan; knippert bij een te lage voedingsspanning SIGNAL – brandt, als er een microfoon- of gongsignaal beschikbaar is

Bedieningstoetsen voor het oproepen van opgeslagen berichten uit de plug-inmodu- le PA-1120DMT De toetsen hebben dezelfde functies als de overeenkomstige toetsen op de module.38 Nederlands 2 Veiligheidsvoorschriften De apparaten (versterkers PA-6010Z, PA- 6020Z en microfoons PA-2400RC en PA- 4300PTT) zijn in overeenstemming met alle relevante Europese Richtlijnen en dragen daarom de -markering. WAARSCHUWING De netspanning van de versterkers is levensge- vaarlijk. Open ze daarom niet en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt. U loopt immers het risico van een elektri- sche schok. Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraan- sluitingen (18, 21, 22) onder een spanning tot 100 V die bij aanraking gevaarlijk kan zijn. Wijzig de aansluitingen alleen, als de versterker van het stroomnet en de nood- voeding is gekoppeld

De apparaten zijn enkel geschikt voor gebruik binnenshuis; vermijd druip- en spatwater en plaatsen met een hoge vochtigheid. Het toegestane omgevings- temperatuurbereik bedraagt 0 – 40 °C.

Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen enz. op de apparatuur.

De warmte die in de versterkers ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek daarom de ventilatieopeningen niet af.

Schakel de apparaten niet in en koppel ze onmiddellijk van de voedingsspanning,

1. wanneer een apparaat of het netsnoer

zichtbaar beschadigd is,

wanneer u een defect vermoedt nadat het apparaat bijvoorbeeld gevallen is.

wanneer het apparaat slecht functio- neert. De apparaten moeten in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.

Een beschadigd netsnoer mag alleen in een werkplaats worden vervangen.

Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact, maar aan de stekker zelf.

Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of che- micaliën.

In geval van ongeoorloofd of verkeerd ge- bruik, verkeerde aansluiting, foutieve be- diening of van herstelling door een niet-ge- kwalificeerd persoon vervalt de garantie en de aansprakelijkheid voor hieruit resulteren- de materiële of lichamelijke schade. Wanneer de apparaten definitief uit bedrijf worden genomen, bezorg ze dan voor verwerking aan een plaat- selijk recyclagebedrijf. 3 Toepassingen en toebehoren De versterkers PA-6010Z en PA-6020Z met een sinusvermogen van elk 600 W zijn speci- aal ontworpen voor het gebruik in 100 V-ge- luidsinstallaties. Uitvoeringskenmerken:

PA-6020Z: 100 V-uitgangen voor 20 zones, individueel selecteerbaar

PA-6010Z: 100 V-uitgangen voor 10 zones met individuele, 5-trapse geluidsvolume- regeling

1 van de zoneselectie onafhankelijke 100 V-luidsprekeruitgang

1 alternatieve luidsprekeruitgang voor laagohmige luidsprekers, testdoeleinden

3 ingangskanalen met instelbare gevoe- ligheid van lijn- tot microfoonniveau via gecombineerde XLR- / busaansluitingen en fantoomvoeding (15 V) voor elk kanaal in- dividueel schakelbaar – 2 ingangskanalen voor signalen met lijnni- veau via cinch-aansluitingen

1 ingangskanaal voor aankondigingssig- nalen met lijnniveau via schroefklemmen (PAGING)

3 tafelmicrofoons PA-4300PTT met spreektoets aansluitbaar (toebehoren)

32 commandomicrofoons PA-2400RC met zoneselectie en statusindicaties aansluit- baar (toebehoren)

PA-6010Z: extra geïntegreerde 60 W-ver- sterker voor onafhankelijke aankondi- gingen via de commandomicrofoons PA-2400RC in maximaal 2 zones

1 signaalgong, bijv. voor aanduiding van een aankondiging met selecteerbare gong- melodie (2 tonen, 4 tonen) – 2 sireneklanken voor alarmering – 1 ingang voor 24 V-noodvoeding in geval van bedrijf bij stroomuitval In de uitbreidingsopening (1) kunt u bijv. een van de volgende plug-inmodules van MONACOR plaatsen: PA-1120DMT berichtengeheugen voor 6 aankondigingen, met scha- kelklok PA-1140RCD radio / cd-speler PA-1200C schakelklok PA-1200RDSU FM / MW-radio met USB-audiospeler Door de prioriteit van de ingangen te bepalen, verhoogt de verstaanbaarheid van belangrij- ke aankondigingen. Hierbij worden signalen van een ingang met lagere rang automatisch gedempt, als er een aankondiging via een ingang met hogere rang volgt. De hiërarchie is de volgende: Rang Ingang (hoog)Noodbericht uit berichtengeheugen (jumper MS2 = PRI en contact „E/M Message Control“ gesloten) Gong

PA-4300PTT (PRIORITY = ON)Plug-inmodule (jumper MS2 = PRI)3 Ingangen CH 1– CH 3 (MIC PRIORITY = ON)PA-4300PTT (PRIORITY = OFF, MIC PRI.1 = ON)PA-2400RC (MIC PRIORITY 2 = ON!)PAGING IN Ingangen CH 1– CH 3 (MIC PRIORITY = OFF)PA-4300PTT (PRIORITY = OFF, MIC PRI.1 = OFF)Sirenes (laag)Plug-inmodule (jumper MS2=SLAVE)Ingangen CH 4 en CH 5 Prioriteit van de ingangen 4 Keuze van de gongmelodie Voor het type gongsignaal dat via de toets CHIME (5) of een tafelmicrofoon PA-4300PTT kan worden geactiveerd, zijn twee varianten mogelijk. Om de gongmelodie te wijzigen:

1) Koppel de versterker van het net en van

Neem de afsluitplaat (1) van de modu- leopening of van een plug-inmodule die in de opening steekt.

3) Steek de jumper MS1 die via de opening

in de frontplaat toegankelijk is, op de printplaat overeenkomstig om (

afbeel- ding6). Stand 2T: 2-tonenmelodie Stand 4T: 4-tonenmelodie Opmerking: Onafhankelijk van deze instelling kan op de commandomicrofoons PA-2400RC een eigen gongmelodie geselecteerd worden.

Sluit de opening met de afsluitplaat op- nieuw af of plaats de plug-inmodule er weer in.

PRI Audio G +➠ModuleMS2 Selectie van de gongmelodie en moduleprioriteit 5 Prioriteit van de plug-inmodule Voordat de plug-inmodule in de opening (1) wordt ingebouwd, stelt u de prioriteit van de module in. De jumpers voor deze instel- ling is bij een ingebouwde module niet meer toegankelijk.

1) Koppel de versterker van het net en van

2) Schroef de afsluitplaat (1) voor de modu-

de frontplaat toegankelijk is, op de print- plaat overeenkomstig om (

afbeelding 6). Stand “SLAVE”: Het signaal van de plug- inmodule heeft de laagste prioriteit. Stand “PRI”: Het signaal van de modu- le heeft verhoogde prioriteit (vgl. tabel figuur 5 in hoofdstuk 3). Deze instelling is aanbevolen voor het berichtengeheugen PA-1120DMT, zodat bijv. achtergrond- muziek bij een opgevraagde aankondiging gedempt wordt. Belangrijk: Als via een commandomicrofoon PA-2400RC of het schakelcontact E / M MESSAGE CONTROL (25) een (nood)bericht uit de PA-1120DMT moet worden gestart, dan moet de jumper in de stand “PRI” steken. Het geluid van het bericht wordt anders onderdrukt.

Monteer de module zoals beschreven in de handleiding ervan. Het aansluitsnoer voor de voedingsspan- ning en het audiosignaal wordt in afb.639 Nederlands getoond. De extra aansluitingen voor de module PA-1120DMT worden in afb.7 getoond.

5.1 PA-2400RC: Bericht M6 sperren

Als het berichtengeheugen PA-1120DMT samen met commandomicrofoons PA- 2400RC wordt gebruikt, kan de weergave van het onder M6 opgeslagen bericht voor de commandomicrofoons worden gesperd. Omdat de geheugenplaats M6 voor een noodbericht is voorzien, wordt een onbedoel- de weergave van dit bericht bij het gebruik van een commandomicrofoon verhinderd.

1) Koppel de versterker van het net en van

Draai de schroeven van het behuizingsdek- sel los en neem het deksel weg.

Indien nodig steekt u de jumper MS601 “M6” om naar de bovenste printplaat (achteraan bij de RJ-45-aansluitingen)

afb.7). Stand ON: Weergave mogelijk stand OFF: Weergave gesperd

Sluit de behuizing opnieuw af met het deksel. Op de module PA-1120DMT zelf is de weer- gave van het bericht M6 in elk geval mogelijk.

M6-weergave toelaten / sperren 6 Opstelmogelijkheden De versterker is voorzien voor montage in een 19”-rack (482 mm), maar kan ook als tafel- model gebruikt worden. In elk geval moet er lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de ver- sterker te verzekeren.

6.1 Montage in een rack

Voor de montage in een rack zijn 3 HE (1rack-eenheid = 44,45 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeel- te van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het apparaat moet links en rechts ook door rails of onderaan door een bodemplaat ondersteund worden. De lucht die door de versterker wordt af- gegeven, moet uit het rack kunnen worden afgevoerd. Anders hoopt de warmte zich op in het rack, waardoor niet enkel de versterker maar ook andere apparaten in het rack kun- nen worden beschadigd. Boven en onder de versterker moet u telkens een hoogte-eenheid vrijlaten. Bij een onvoldoende warmteafvoer moet u in het rack een ventilator plaatsen. 7 Het apparaat aansluiten Koppel de versterker van de stroomvoorzie- ning los en schakel de aan te sluiten appara- tuur uit, alvorens apparaten aan te sluiten of bestaande aansluitingen te wijzigen.

WAARSCHUWING Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraansluitin- gen (18, 21, 22) onder een spanning tot 100 V die bij aanraking gevaar- lijk kan zijn. De aansluiting mag alleen door opgeleid personeel uitgevoerd worden. Wijzig de aansluitingen alleen, als de versterker van het stroomnet en de noodvoeding is ge- koppeld. Sluit de 100 V-luidsprekers voor de verschil- lende zones aan op de overeenkomstige klemmenparen SPEAKER OUTPUTS Z1– Z10 (PA-6010Z) of SPEAKER OUTPUTS Z1– Z 20 (PA-6020Z) (18). U kunt de klemmenparen van het apparaat lostrekken. De uitgang van elke zone mag met maximaal 60 W (PA-6010Z) of 100 W (PA-6020Z) sinus- vermogen door de luidsprekers worden belast. Op het klemmenpaar HIGH IMP (22) aangesloten 100 V-luidsprekers zijn steeds ingeschakeld, ongeacht de via de toetsen Z1– Z 20 (14) of draaischakelaar (16) gese- lecteerde zones. In elk geval mag de som van het sinusver- mogen van alle op de versterker aangesloten 100 V-luidsprekers niet groter zijn dan 600 W, anders kan de versterker beschadigd worden

Aansluiting van de 100 V-luidsprekers Let bij aansluiting van de luidsprekers steeds op de gelijke polariteit.

7.1.1 Uitgang LOW IMP

Op het klemmenpaar van de uitgang LOW/ IMP (21) kunt u, bijv. voor testdoeleinden, een luidspreker of een luidsprekergroep met een totale impedantie van ten minste 4 Ω aanslui- ten. Deze uitgang kan niet via de zoneselectie uitgeschakeld worden en mag niet samen met de 100 V-uitgangen (18, 22) gebruikt worden. De versterker zou hierdoor immers overbelast kunnen worden.

7.2 Monogeluidsbronnen,

microfoons Monofone signalen van microfoons of ge- luidsbronnen met lijnniveau kunnen via XLR- of 6,3 mm-stekkers op de gecombineerde XLR- / stekkerbussen (29) van de ingangen CH 1– CH 3 aangesloten worden. De aansluitingen zijn bedraad voor ge- balanceerde signalen. Geluidsbronnen met ongebalanceerde signalen kunnen via 2-po- lige stekkerbussen aangesloten worden of via een XLR-stekker, waarbij de contacten 1 en 3 verbonden zijn. Draai de regelaar voor de ingangsverster- king GAIN (30) met behulp van een kleine schroevendraaier voor microfoons in de rich- ting “MIC”, voor geluidsbronnen met lijn- niveau in de richting “LINE”. Corrigeer de instelling tijdens het gebruik, indien nodig. (Als het geluid via deze ingang te stil is, draait u de regelaar rechtsom; als het geluid ver- vormd is, draait u de regelaar linksom.) Belangrijk:

1. Bij gebruik van een of meerdere tafelmicrofoons

PA-4300PTT bezetten deze het kanaal CH 1 en mag er geen microfoon of een andere geluids- bron op de XLR- / stekkerbus CH 1 worden aan- gesloten.

2. Bij het gebruik van een of meerdere commando-

microfoons PA-2400RC moet in acht worden ge- nomen dat de signalen ervan met het signaal van de ingang CH 2 worden gemengd. De volumere- gelaar (2) evenals de klankregelaars (3) van kanaal CH 2 beïnvloeden dan beide signalen. Geluidsbronnen met ongebalanceerde mo- nosignalen, waarvoor geen prioriteit vereist is (bijv. voor achtergrondmuziek), kunnen ook op een van de cinch-bussen (28) van de kanalen CH 4 of CH 5 aangesloten worden

Als voor een geluidsbron (bijv. elektret- microfoon) fantoomvoeding nodig is, drukt u de schakelaar PHANTOM POWER (31) in. De fantoomspanning (⎓15 V) is alleen beschik- baar op de XLR-contacten van de aansluiting. Opgelet:

1. Schakel de versterker uit, demp de uitgangen of

draai de MASTER-regelaar (11) in de stand “0”, om de schakelaar te bedienen. Zo vermijdt u luide schakelploppen.

2. Bij ingeschakelde fantoomvoeding mag er geen

geluidsbron met ongebalanceerde signaaluitgang via de XLR-bus zijn aangesloten. Deze zou immers beschadigd kunnen worden.

7.2.2 Prioriteit vastleggen

Voor elk van de ingangen CH 1– CH 3 kan een verhoogde prioriteit worden vastgelegd. Een signaal op een ingang met verhoogde prio- riteit heeft voorrang en schakelt de signalen van de ingangen met lagere prioriteit uit. Selecteer met de schakelaars MIC PRIORITY (36) voor elk van de drie ingangen of de prio- riteit verhoogd moet zijn (onderste stand ON) of niet (onderste stand). De rang van deze drie ingangen met betrek- king tot de overige ingangen van de verster- ker vindt u in tabel afb. 5 in hoofdstuk 3.40 Nederlands

De ingang PAGING IN (24) met verhoogde prioriteit (

tabel afb. 5 in hoofdstuk 3) biedt een bijkomende mogelijkheid voor het aansluiten van een monogeluidsbron met lijnniveau (bijv. een microfoon met voorver- sterker of de lijnniveau-uitgang van een tele- fooninstallatie). De steekschroefklemmen zijn gebalanceerd bedraad.

7.3 Stereogeluidsbronnen

Sluit apparaten met een stereo-uitgang (bv. cd-speler) aan op de cinch-jacks LINE IN (28) van de ingangen CH 4 of CH 5. Omdat de ver- sterker monofoon werkt, worden het linker en rechter stereokanaal naar een monosignaal gemengd. De signalen van de ingangen CH 4 en CH 5 hebben de laagste prioriteit en worden door een signaal op een ingang met hogere prio- riteit automatisch gedempt (

tabel figuur 5 in hoofdstuk 3).

7.4 Tafelmicrofoon PA-4300PTT

Met deze tafelmicrofoon (afzonderlijk toebe- horen,

figuur 3) kunnen er aankondigin- gen gedaan worden in de PA-zones die op de versterker zijn geselecteerd. Het echter ook mogelijk om aankondigingen met erg hoge prioriteit, ongeacht de geselecteerde zone op de versterker, in alle zones weer te geven.

Verbind de jack OUTPUT (40) van de tafelmicrofoon met de RJ-45-aansluiting PA-4300PTT (35) van de versterker.

Op elke PA-4300PTT-microfoon kunt u weer een volgende microfoon aansluiten. Verbind hiervoor de aansluiting LINK (41) met de aansluiting OUTPUT (40) van een andere PA-4300PTT etc. tot maximaal 3 tafelmicrofoons en de versterker met el- kaar verbonden zijn. De totale lengte van de aansluitleiding mag niet meer dan 1000 m bedragen.

De tafelmicrofoon is verbonden met ka- naal CH 1, daarom mag tegelijk geen microfoon op de XLR- / stekkerbus CH 1 worden aangesloten.

4) Draai de regelaar GAIN (30) op de ingang

CH 1 met behulp van een kleine schroeven- draaier volledig naar rechts (−50).

Voor de PA-4300PTT is fantoomvoeding nodig. Druk daarom de toets PHANTOM POWER (31) op de ingang CH 1 in. Opgelet: Schakel de versterker uit, demp de uitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in de stand “0”, om de schakelaar te bedienen. Zo vermijdt u luide schakelploppen.

Selecteer met de schakelaar MIC PRIORITY (36) met nummer 1 of de prioriteit voor de tafelmicrofoons verhoogd moet zijn (on- derste stand ON) of niet (bovenste stand). Deze instelling geldt echter alleen voor de PA-4300PTT waarop de schakelaar PRIORI- TY is uitgeschakeld (

Met deze commandomicrofoon (afzonderlijk toebehoren,

afb. 4) , kunnen aankondi- gingen met hoogste prioriteit gedaan wor- den (

tabel afb. 5 in hoofdstuk 3). Daarbij kunt u op de PA-2400RC telkens selecteren, in welke PA-zone de aankondiging hoorbaar moet zijn. Bovendien is het mogelijk om opgeslagen berichten uit de plug-inmodule PA-1120DMT op te vragen. De signalen van de commandomicro- foons worden met het signaal van de ingang CH 2 gemengd. De volumeregelaar (2) en de klankregelaars (3) van kanaal CH 2 beïnvloe- den zo beide signalen.

1) Stel via de schakelaar nr. 6 van het rech-

ter DIP-schakelblok (48) aan de achterzij- de van de commandomicrofoon in, met welke versterker de commandomicrofoon gebruikt wordt: Stand ON: PA-6010Z (10 zones) bovenste stand: PA-6020Z (20 zones)

Verbind de jack OUTPUT (46) van de commandomicrofoon met de RJ-45-bus PA-2400RC (34) van de versterker. Op elke commandomicrofoon kunt u opnieuw een andere microfoon aansluiten. Verbind hiervoor de aansluiting LINK (45) met de aansluiting OUTPUT (46) van een andere PA-2400RC etc. tot maximaal 32 com- mandomicrofoons en de versterker met elkaar verbonden zijn. De totale lengte van de leiding mag niet meer dan 1000 m bedragen.

Zorg voor een correcte afsluiting van de leiding om storingen bij de signaalover- dracht te vermijden. Hiervoor plaatst u op het laatste apparaat van de ketting de 6de schakelaar TERMINATION van het DIP-schakelblok (47) in de onderste stand (ON). Bij alle andere apparaten moet de schakelaar in de bovenste stand blijven staan.

De commandomicrofoons worden via de versterker gevoed. Bij aansluiting van meer dan 3 commandomicrofoons op een versterker of bij gebruik van een te lange kabelverbinding, volstaat de voedings- spanning niet. De led AMP POWER (55) geeft de voe- dingsspanning via de versterker aan. Als deze led knippert, dan is de voedingsspan- ning te laag. In dit geval sluit u op de bus 24 V⎓ (44) een stabiele netadapter met een laagspanningsstekker 5,5 / 2,1 mm (buiten- / binnendiameter) aan. Let hierbij op de correcte polariteit: centercontact =⊕. De voedingsspanning die via de net- adapter wordt geleverd, wordt via de aan- sluitingen OUTPUT (46) en LINK (45) ook aan de daarop aangesloten commandomi- crofoons doorgestuurd, zodat deze geen eigen netadapter nodig hebben, als de eer- ste voldoende groot is (stroomverbruik per PA-2400RC: 130 mA).

Stel op de versterker met de schakelaar MIC PRIORITY (36) met het nummer 2 een verhoogde prioriteit (onderste positie ON) in.

7.5.1 Apparaatadressen instellen

Om de communicatie tussen de versterker en de commandomicrofoons vlot te laten verlopen, moeten aan alle aangesloten PA-2400RC-apparaten verschillende databus- adressen worden toegewezen. Dit gebeurt (als binaire code) met de schakelaars 1– 5 “ID” van het DIP-schakelblok (47) aan de ach

terzijde van de commandomicrofoon. Opmerking: Stel de adressen steeds in bij uitgescha- kelde versterker, omdat een adreswijziging tijdens het gebruik niet herkend wordt.

monitorsysteem Een opnameapparaat, een monitorsysteem of een bijkomende versterkerinstallatie kan op de jacks REC (27) aangesloten worden. Hier is het mengsignaal van alle ingangen onafhanke- lijk van de regelaar MASTER (11) beschikbaar. De cinch-jacks zijn als L (links) en R (rechts) beschikbaar voor stereo-opnameapparatuur. Omdat de versterker monostabiel werkt, zijn de signalen op beide bussen identiek. PA-6010Z: Neem hoofdstuk 8.7.1 in acht!

7.7 Externe signaalbewerking

Voor de externe klank- of dynamiekbewer- king kunt u bijv. een equalizer of compressor via de jacks PRE OUT en AMP IN (26) op de signaalweg aansluiten.

Verbind de ingang van het apparaat met de jack PRE OUT om het signaal te bewerken.

2) Verbind de uitgang van het apparaat met

de jack AMP IN. Door het gebruik van de jack AMP IN wordt de interne verbinding tussen de voorverster- ker en de eindversterker voor de volumere- gelaar MASTER (11) onderbroken. PA-6010Z: Neem hoofdstuk 8.7.1 in acht!

Voor de afstandsbesturing van de verster- ker via schakelcontacten zijn de volgende schroefklemparen beschikbaar.

7.8.1 Afstandsbediend

in- en uitschakelen Om de versterker afstandsbediend in en uit te schakelen, verbindt u een sluitcontact met de klemmen POWER REMOTE (19). Opmerking: Bij een gesloten POWER REMOTE- contact kunt u de versterker niet uitschakelen met de schakelaar POWER (13).

Via een sluitcontact op de klemmen E / M MESSAGE CONTROL (25) wordt de versterker voor een noodbericht ingeschakeld (als hij al niet in gebruik is) en alle zone-uitgangen wor- den geselecteerd; bij het model PA-6010Z is het volume van het noodbericht onafhankelijk van de ingestelde zonevolumes. Als er be- richtengeheugenmodule (bijv. PA-1120DMT) geïnstalleerd is, kan automatisch een opge- slagen noodbericht (geheugenplaats M6) weergegeven worden. Deze ingang kan bijv. met de schakeluitgang van een alarminstallatie worden verbonden.41 Nederlands

7.9 Net- en noodvoeding

Als de versterker bij een eventuele stroomuit- val verder moet werken, sluit u op de klem- men DC POWER (20) een 24 V-noodvoeding aan. Tot slot verbindt u het netsnoer (17) met een stopcontact (230 V/ 50 Hz). 8 Bediening Plaats de regelaar MASTER (11) in de mini- mumstand, voordat u het apparaat de eerste keer inschakelt. Zo vermijdt u een te hoog geluidsvolume.

8.1 In- / uitschakelen

Bij aansluiting op het stroomnet staat de versterker bij ontbrekende noodvoeding in de stand-bymodus. De led STANDBY (12) brandt. Om in te schakelen, drukt u op de schakelaar POWER (13). De led ON brandt nu in plaats van de led STAND BY. Om uit te schakelen (stand-bymodus) drukt u opnieuw op de scha- kelaar POWER. Via een schakelcontact op de klemmen POWER REMOTE (19) kunt u het apparaat ook afstandsbediend in- en uitschakelen. Opmerking: Bij een gesloten POWER REMOTE- contact kunt u de versterker niet met de schakelaar POWER (13) uitschakelen. Als de versterker ook op een noodvoeding is aangesloten, blijft hij steeds ingeschakeld. Met de schakelaar POWER kunt u dan ge- woon schakelen tussen netstroom (schakelaar ingedrukt) en de noodvoeding (schakelaar uitgedrukt).

8.2 Keuze van de PA-zones

Alle gewenste zone-uitgangen kunnen bijv. voor een aankondiging of achtergrondmuziek afzonderlijk worden in- en uitgeschakeld. Bij de PA-6010Z is bovendien een individuele aanpassing van het zonevolume mogelijk.

1) Om een zone in te schakelen, drukt u op

de overeenkomstige toets Z1– Z 20 (14). Een led boven de toets brandt bij inge- schakelde uitgang.

Om een zone uit te schakelen, houdt u de betreffende toets ingedrukt, tot de led erboven uitgaat.

Om alle zones van een rij toetsen in te schakelen, drukt u op de toets ALL CALL (helemaal rechts) naast de rij.

4) Om terug te schakelen naar de vorige zo-

neselectie van deze rij toetsen, houdt u de toets ALL CALL ca. 2 sec ingedrukt.

Selecteer met de draaischakelaar Z1– Z10 (16) voor elke zone-uitgang het volume (niveau 1– 5) of schakel de zone uit (positie OFF). Deze instelling heeft geen invloed op het geluids- volume

van een via de schakelingang E / M MESSAGE CONTROL (25) geactiveerd noodbericht,

van een aankondiging via een tafelmi- crofoon PA-4300PTT met de instelling PRIORITY = ON,

een aankondiging via een commandomi- crofoon PA-2400RC.

Om de volgende instellingen te kunnen doorvoeren, schakelt u ten minste een zone-uitgang in en draait u de regelaar voor het totale geluidsvolume MASTER (11) voor de helft open.

Stel voor de ingangskanalen CH 1 tot CH 5 het geluidsvolume met de overeenkomsti- ge regelaar (2) in. Plaats de regelaars van niet-gebruikte ingangen in de stand “0”. Een bijkomende niveaucorrectie kan via de wijziging van de ingangsversterking met de regelaars GAIN (30) op de achterzij

de van de versterker doorgevoerd worden. Gebruik hiervoor een kleine schroeven- draaier. Stel met de regelaars BASS en TREBLE (3) telkens de optimale klank in.

3) De klank van een plug-inmodule kan met

de regelaars PACK BASS en TREBLE (4) worden geoptimaliseerd.

Stel het geluidsvolume voor een op de klemmen PAGING IN (24) aangesloten signaalbron met de regelaar TEL PAGING LEVEL (7) in. Als hier geen signaalbron is aangesloten, draait u de regelaar in de stand “0”.

5) Stel het gewenste totale geluidsvolume in

met de regelaar MASTER (11). De led-ketting (15) toont het niveau van het mengsignaal dat met de regelaar MAS- TER is ingesteld. Als de led CLIP brandt, is het signaal vervormd. In dit geval draait u de regelaar MASTER of de volumeregelaar van de betrokken ingang overeenkomstig terug. OPGELET Stel het volume nooit te hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadigen! Het gehoor raakt aangepast aan hoge vo- lumes die na een tijdje niet meer zo hoog lijken. Draai het volume daarom niet verder open, zelfs nadat u eraan gewoon bent.

8.4 Het gongsignaal activeren

Als er via een van de ingangen CH 1– CH 5 een gongsignaal moet weerklinken, bv. om een aankondiging in te leiden, drukt u kort op de toets CHIME (5). Het geluidsvolume van het gongsignaal kan via de regelaar CHIME LEVEL (6) worden ingesteld (keuze van de gong- melodie

hoofdstuk 4). Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER(11).

Om het sirenegeluid in of uit te schakelen, drukt u op een van de beide sireneschake- laars (9): herhaald stijgende en dalende toon na het stijgen aangehouden toon Er kan slechts één sirene tegelijk weerklinken. Het geluidsvolume van de sirene kan via de regelaar SIREN LEVEL (8) worden ingesteld. Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).

8.6 Tafelmicrofoon PA-4300PTT

Voor aankondigingen met een PA-4300PTT:

Bepaal met de toets Z1– Z 20 (14) of met de draaischakelaars Z1-Z10 (16) van de ver- sterker in welke PA-zones de aankondiging hoorbaar moet zijn (

hoofdstuk 8.2). Opmerking: Als de schakelaar PRIORITY (38) op de microfoon op ON staat, heeft de zoneselectie die op de versterker is ingesteld, geen invloed op deze tafelmicrofoon.

2) Draai de regelaar voor het geluidsvolume

(2) van de ingang CH 1 op de versterker voor de eerste aankondiging tot ongeveer in de helft open.

Houd de spreektoets TALK (43) op de microfoon ingedrukt, wacht evt. op het gongsignaal (

hoofdstuk 8.6.1, instel- ling “CHIME”) en spreek in de microfoon (42). De controle-led TALK boven de toets brandt. Met het overschrijden van een be- paald spreekvolume worden de signalen van de ingangen met lage prioriteit au- tomatisch uitgeschakeld (

hoofdstuk3 en 7.4). Opmerking: Als de schakelaar PRIORITY (38) op de microfoon op ON staat, worden de overige ingangssignalen reeds met het indrukken van de spreektoets uitgeschakeld.

Corrigeer zo nodig het volume van de aan

kondiging met de regelaar CH 1 (2) en stel met de regelaars BASS en TREBLE (3) de optimale klank in. Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).

5) De led BUSY boven de spreektoets geeft

aan, dat er reeds via een andere tafelmi- crofoon gesproken wordt.

8.6.1 Instellingen op de PA-4300PTT

Met de schakelaars op de achterzijde van de tafelmicrofoon kunt u volgende instellingen doorvoeren: CHIME (37) – Met de schakelaar in de stand ON is bij het indrukken van de toets TALK (43) eerst het gongsignaal van de verster- ker (

hoofdstuk 8.4) hoorbaar. PRIORITY (38) – Met de schakelaar in de stand ON worden met het indrukken van de toets TALK alle zone-uitgangen inge- schakeld. Met de schakelaar in de boven- ste stand is de aankondiging daarentegen alleen hoorbaar in de zones die momenteel op de versterker zijn ingeschakeld. MASTER / SLAVE (39) – Als er meerdere tafel- microfoons PA-4300PTT op een versterker in gebruik zijn, hebben de microfoons met de instelling MASTER voorrang op deze met instelling SLAVE.42 Nederlands

8.7 Commandomicrofoon PA-2400RC

Voor aankondigingen met een PA-2400RC:

Voordat u de eerste aankondiging doet, draait u de volumeregelaar MIC (50) aan de achterzijde van de commandomicro- foon ongeveer tot de helft open. Gebruik hiervoor een kleine schroevendraaier. Draai de volumeregelaar (2) voor de ingang2 eveneens eerst in de middelste stand.

Selecteer met de toetsen Z1– Z10 / Z 20 (54) op voorhand de PA-zones waar de aan- kondiging hoorbaar moet worden. Bij de geselecteerde zones brandt de led boven de toets. Als een zone weer uitgeschakeld moet worden, drukt u opnieuw op de betref- fende toets, zodat de led uitgaat. Om alle zones van een rij in of uit te schakelen, drukt u op de toets ALL CALL van deze rij. Om terug te schakelen naar de vorige zoneselectie van de rij, drukt u opnieuw op de toets ALL CALL. Als de led BUSY (55) knippert, dan wordt op dat ogenblik een aankondiging via een andere commandomicrofoon of tafelmicrofoon PA-4300PTT gedaan. Een gelijktijdige aankondiging via meerdere commandomicrofoons is niet mogelijk. Een aankondiging kan echter door een commandomicrofoon met hogere priori- teit onderbroken worden (voor de instel- ling van de prioriteit

Houd de spreektoets TALK (52) ingedrukt, wacht evt. op het gongsignaal (

hoofd- stuk 8.7.3, instelling “CHIME”) en spreek in de microfoon (51). De controle-led boven de toets brandt en de versterker schakelt naar de zone-uitgangen die op de commandomicrofoon geselecteerd wer- den, en doet dit zolang de spreektoets in- gedrukt wordt. De led SIGNAL (55) brandt tijdens het spreken of het gongsignaal. De ingangssignalen met lagere prioriteit wor- den automatisch uitgeschakeld (

tabel afb. 5 in hoofdstuk 3).

4) Indien nodig corrigeert u het volume van

de aankondiging met de regelaar van de ingang CH 2. Bij gebruik van meerdere commandomicrofoons kunt u onderlinge volumeverschillen instellen de regelaars MIC (50). Corrigeer zo nodig het geluids- volume met de regelaar MASTER (11). Opmerking: Bij de PA-6010Z gelden de beschreven functie van de ingangsregelaar CH 2, van de regelaar MASTER evenals het uitschakelen van andere signa-len uitsluitend als er meer dan 2 zones zijn geselec-teerd ( hoofdstuk 8.7.1).

8.7.1 Extra versterker in de PA-6010Z

Met een bijkomende 60 W-versterker in de PA-6010Z zijn via de commandomicrofoon PA-2400RC onafhankelijke aankondigingen mogelijk, als er niet meer dan twee zones worden geselecteerd. In de plaats van het mengsignaal uit de hoofdversterker worden deze aankondigingen naar de uitgangen van de geselecteerde zones geschakeld. Daardoor kan in een of twee zones een aankondiging plaatsvinden, terwijl bijv. in andere zones mu- ziek hoorbaar blijft. Het volgende geldt voor deze aankondigin- gen: – De versterking is alleen afhankelijk van de instelling van de regelaar REMOTE (33) en van de regelaar MIC (50) op de betreffende commandomicrofoon. De volumeregelaar (2) voor de ingang CH 2 en de regelaar MASTER hebben hierop geen invloed.

Er is geen mogelijkheid tot instellen van de klank. – Het signaal wordt niet via het aansluitpunt PRE OUT / AMP IN (26) gevoerd.

De aankondigingen geraken niet op de uitgangen HIGH IMP (22), LOW IMP (21) en REC (27).

Een via het schakelcontact E / M MESSAGE CONTROL (25) geactiveerde weergave van een noodbericht heeft voorrang. – Een aankondiging via een tafelmicrofoon PA-4300PTT heeft voorrang, wanneer de schakelaar PRIORITY ervan op ON staat. – Een op de PA-2400RC gestarte weergave uit het berichtengeheugen PA-1120DMT gebeurt steeds via de hoofdversterker. Bij drie of meer geselecteerde zones wordt de aankondiging automatisch via de volumere- gelaar en klankregelaar van de ingang CH 2, de regelaar MASTER en de hoofdversterker gevoerd.

8.7.2 Groepsgeheugen

In elke PA-2400RC kan een willekeurige selectie van zone-uitgangen als groep worden opgeslagen en opnieuw opgevraagd.

Selecteer alle gewenste zones van de groep met de toetsen Z1– Z10 / Z 20 (54).

Houd de toets RECALL (53) ingedrukt, zodat de led ON (55) knippert. Laat de toets los, als de led niet meer knippert. De groep is nu opgeslagen.

Om de opgeslagen groep op te vragen, drukt u kort op de toets RECALL.

Om terug te keren naar de selectie die vóór het opvragen van de groep gold, drukt u nogmaals kort op de toets RECALL.

8.7.3 Verdere instellingen

opdePA 2400RC De DIP-schakelblok (48) aan de achterzijde van de commandomicrofoon biedt volgende opties (ON = onderste schakelpositie): PRIORITY – Met de schakelaar in de stand ON heeft de PA-2400RC voorrang op de andere microfoons waarbij deze functie niet is ingeschakeld, en kan hij de aankon- digingen ervan onderbreken. COMPRESSION – Met de schakelaar in de stand ON wordt de dynamiek van het mi- crofoonsignaal gereduceerd om vervor- mingen bij luid spreken te verminderen CHIME – Met de schakelaar in de stand ON weerklinkt bij drukken op de toets TALK (52) meteen een gongsignaal, waarvan u de melodie via de volgende twee schake- laars selecteert. 4 TONE – Met de schakelaar in de stand ON is het gongsignaal met 4 tonen geselecteerd. 2 TONE – Met de schakelaar in de stand ON is het gongsignaal met 2 tonen geselec- teerd als de schakelaar “4 TONE” zich in de bovenste stand bevindt. Het geluidsvolume van het gongsignaal kan via de regelaar CHIME (49) met behulp van een kleine schroevendraaier ingesteld wor- den. 9 Beveiligingscircuits en foutsignalisatie De vermogensversterker van de PA-6010Z en van de PA-6020Z is uitgerust met een beveiligingscircuit tegen overbelasting en oververhitting. Dit om te voorkomen dat de luidsprekers en de versterker beschadigd wor- den. Als de led PROTECT (10) brandt, is de veiligheidsschakeling actief en is er een fout opgetreden. In dit geval moet u de versterker van de netstroom koppelen en de oorzaak van de storing verhelpen. Bij de commandomicrofoon PA-2400RC wordt het uitvallen van de microfoon aange- geven via de led MIC FAULT (55).43 Nederlands 10 Technische gegevens

  • Voedingsspanning:
  • ⎓ 24 V (16 – 35 V) via PA-6010Z / PA-6020Z of netadapter Stroomverbruik: p. 130
  • mA Audio-uitgang Nominaal niveau: p. 245
  • mV Impedantie: Ω Aansluitwijze: gebalanceerd THD: < 0,5 % Signaal / Ruis- verhouding: p. 600
  • > 60 dB Frequentiebereik: p. 150
  • –15 000 Hz Afmetingen (B × H × D): p. 275
  • × 51 × 156 mm Gewicht: ,4 kg Aansluiting: RJ-45 Max. aantal microfoons: 32 Totale aansluitlengte: max. 1000 m Opmerking: Een bijkomende netadapter is nodig, als de voedingsspanning via de versterker niet vol-staat [als de led AMP POWER (55) knippert, bijv. bij aansluiting van meer dan drie PA-2400RC-micro-foons of als het snoer heel erg lang is]. p. 1
Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Monacor

Model : PA6020Z

Categorie : Ontvanger