PA6020Z - Ontvanger Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PA6020Z Monacor in PDF-formaat.
| Producttype | Ontvanger / Mengversterker voor openbare omroep |
| Merk en model | Monacor PA6020Z |
| Afmetingen (L × H × D) | 482 × 133 × 352 mm (3U) |
| Gewicht | 21 kg |
| Netvoeding | ~230 V / 50 Hz, 1700 VA max |
| Noodvoeding | =24 V, 50 A max |
| RMS uitgangsvermogen | 600 W |
| Bandbreedte | 55 – 16 000 Hz (-3 dB) |
| Signaal/ruisverhouding (lijningang) | > 80 dB (A-gewogen) |
| Signaal/ruisverhouding (microfooningang) | > 70 dB (A-gewogen) |
| Vervormingsgraad | < 1 % (1 kHz) |
| Audio-ingangen | 3 combo XLR/jack 6,35 mm (CH1-CH3) met fantoomvoeding 15 V; 2 RCA-ingangen (CH4-CH5); Paging-ingang via schroefklemmen; AMP IN-ingang jack |
| Luidsprekeruitgangen | 20 zones 100 V (max 100 W/zone); HIGH IMP 100 V uitgang; LOW IMP uitgang (>=4 Ω) |
| Ingebouwde functies | Gong melodie 2/4 tonen, sirene (2 modi), ingangsprioriteit, zonekeuze, fantoomvoeding 15 V |
| Optionele accessoires | Tafelmicrofoon PA-4300PTT, commandomicrofoon PA-2400RC, modules (CD-speler, berichtgeheugen, enz.) |
| Onderhoud en reiniging | Gebruik een droge, zachte doek. Gebruik geen chemicaliën of water. |
| Veiligheid | Niet de binnenkant aanraken; gevaarlijke spanningen (tot 100 V) op de luidsprekerklemmen; alleen binnenshuis gebruiken; ventilatieopeningen niet blokkeren |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Zekering voor noodvoeding (standaard type); standaard netsnoer; reparatie alleen door gespecialiseerde technicus |
Veelgestelde vragen - PA6020Z Monacor
Gebruikersvragen over PA6020Z Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA6020Z - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA6020Z van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING PA6020Z Monacor
Deze handleiding is bedoeld voor installateurs van geluidsinstallaties (hoofdstuk 4 tot 7) en voor gebruikers zonder specifieke vakkennis (hoofdstuk 8). Lees de handleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze voor latere raadpleging.
Op pagina 2 vindt u een overzicht van alle bedieningselementen en de aansluitingen.
Inhoudsopgave
1 Overzicht van de bedienings- elementen en aansluitingen ..... 36
1.1 Mengversterker PA-6010Z/PA-6020Z . . . 36
1.2 Tafelmicrofoon PA-4300PTT. . . . . . . 37
1.3 Commandomicrofoon PA-2400RC ..... 37
2 Veiligheidsvoorschriften. 38
3 Toepassingen en toebehoren ..... 38
4 Keuze van de gongmelodie ..... 38
5 Prioriteit van de plug-inmodule ... 38
5.1 PA-2400RC: Bericht M6 sperren. ..... 39
6 Opstelmogelijkheden ..... 39
6.1 Montage in een rack 39
7 Het apparaat aansluiten. . . . . . . 39
7.1 Luidsprekers 39
7.1.1 Uitgang LOW IMP....39
7.2 Monogeluidsbronnen, microfoons ..... 39
7.2.1 Fantoomvoeding 39
7.2.2 Prioriteit vastleggen ..... 39
7.2.3 Paging-ingang....40
7.3 Stereogeluidsbronnen....40
7.4 Tafelmicrofoon PA-4300PTT.....40
7.5 Commandomicrofoon PA-2400RC ..... 40
7.5.1 Apparaatadressen instellen ..... 40
7.6 Opnameapparaat, monitorsysteem . . . . 40
7.7 Externe signaalbewerking....40
7.8 Schakelingangen 40
7.8.1 Afstandsbediend in- en uitschakelen. . 40
7.8.2 Alarmingang 40
7.9 Net- en noodvoeding . . . . . . . . . . 41
8 Bediening 41
8.1 In-/uitschakelen. 41
8.2 Keuze van de PA-zones ..... 41
8.4 Het gongsignaal activeren. . . . . . . . 41
8.5 Sirene....41
8.6 Tafelmicrofoon PA-4300PTT.....41
8.6.1 Instellingen op de PA-4300PTT ..... 41
8.7 Commandomicrofoon PA-2400RC . . . . 42
8.7.1 Extra versterker in de PA-6010Z . . . . 42
8.7.2 Groepsgeheugen 42
8.7.3 Verdere instellingen op de PA 2400RC 42
9 Beveiligingscircuits en foutsignalisatie....42
1 Overzicht van de bedienings-elementen en aansluitingen
1.1 Mengversterker PA-6010Z/PA-6020Z
1 Afsluitplaat voor de moduleopening; hier kan een module van MONACOR worden ingestoken, bijv. tuner, cd-speler, geheugen voor digitale boodschappen
2 Volumeregelaar voor elk van de ingangskanalen CH1-CH5
Regelaar CH 1 dient ook om het geluidsvolume van de tafelmicrofoons PA 4300PTT te regelen.
Regelaar CH 2 dient ook om het geluidsvolume van de commandicrofoons PA-2400RC te regelen. (uitzondering met de PA-6010Z: hoofdstuk 8.7.1)
3 Regelaars lage en hoge tonen voor het instellen van de klank voor elk van de ingangskanalen CH1–CH5
4 Regelaars lage en hoge tonen voor het instellen van de klank voor een plug-in-module
5 Toets CHIME om de gong te activeren
6 Volumeregeling van het gongsignaal
7 Geluidsvolumeregeling TEL PAGING voor een signaalbron op de ingangsklemmen PAGING IN (24)
8 Volumeregeling van de sirene
9 Toetsen voor het in- en uitschakelen van het sirenegeluid
\~ herhaald stijgende en dalende toon — na het stijgen aangehouden toon
10 Controle-led PROTECT; brandt bij het uitvallen van de versterker, bijv. door overlast of oververhitting
11 Regelaar MASTER voor het totale geluids-volume
12 Controle-led's STAND BY: Stand-by ON: In bedrijf
13 POWER-schakelaar
14 alleen PA-6020Z: zoneselectietoetsen Z1–Z20: zones 1–20
ALL CALL: alle zones van deze rij toetsen Nadat u de respectieve toetsen opnieuw 2 seconden lang hebt ingedrukt, geldt weer de vorige selectie.
15 Het uitgangsniveau weergeven CLIP: Oversturingsaanduiding
16 alleen PA-6010Z: volumekeuzeschakelaar telkens voor de zones 1–10 OFF: Zone uit
17 Netsnoer voor aansluiting op een stopcontact (230V/50Hz)
18 Steekschroefklemmen (aftrekbaar) voor de 100-V-luidsprekers van de zones 1–10 of 1–20
Belangrijk: Elke uitgang is alleen met een sinusvermogen tot 100W (PA-6020Z) of 60W (PA-6010Z) belastbaar. De belasting van alle aan-
gesloten 100 V-luidsprekers mag samen in geen geval de waarde van 600 W overschrijden.
19 Schroefklemmen AC POWER REMOTE voor het afstandsbediend in- en uitschakelen van de versterker via een sluitcontact
20 Schroefklemmen DC POWER voor een noodvoeding (--- 24V)
21 Steekschroefklemmen LOW IMP voor een laagohmige luidspreker met een minimale impedantie van 4 Ω, onafhankelijk van de zoneselectie
Belangrijk: Deze uitgang nooit gelijktijdig met de 100 V-uitgangen (18, 22) gebruiken; de versterker zou overbelast kunnen worden.
22 Steekschroefklemmen HIGH IMP voor het aansluiten van 100V-luidsprekers, onafhankelijk van de zoneselectie
Belangrijk: De belasting op deze uitgang mag met de luidsprekers op de zone-uitgangen (18) samen in geen geval hoger zijn dan 600 W; de versterker zou overbelast kunnen worden.
23 Zekering voor de noodvoeding van 24 V Vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfde type!
24 Steekschroefklemmen PAGING IN voor de aansluiting van een signaalbron met lijnniveau-uitgang voor aankondigingen met verhoogde prioriteit (c) tabel afb. 5 in hoofdstuk 3)
25 Steekschroefklemmen E/M MESSAGE CONTROL voor het aansluiten van een sluitcontact om een bericht te activeren (bijv. noodbericht), wanneer een berichtengeheugen (bijv. PA-1120DMT) geïnstalleerd is.
26 Aansluitmogelijkheid, bijv. voor een apparaat om de klank te bewerken, via 6,3 mm-stekkerbussen PRE OUT en AMP IN Het gebruik van de bus AMP IN onderbreekt de interne signaalverbinding met de eindversterker
27 Aansluitingen REC voor een opnameapparaat zoals cinch-jacks
De bussen zijn als L (links) en R (rechts) beschikbaar voor stereo-opnameapparatuur. Omdat de versterker monostabiel werkt, zijn de signalen op beide bussen identiek.
28 Ingangen LINE IN voor de kanalen CH4 en CH5 als cinch-jacks; de bussen zijn voor stereo-signaalbronnen als L (links) en R (rechts) beschikbaar. Omdat de versterker monofoon werkt, wordt het monomastersignaal intern steeds op basis van de stereosignalen gevormd.
29 Ingang voor het microfoon- en lijnniveau als gecombineerde XLR-/stekkerbus, gebalanceerd bedraad, voor elk van de ingangskanalen CH1–CH3
30 Regelaar GAIN om de ingangsversterking aan de signaalbron (microfoon- tot lijn-niveau) aan te passen voor elk van de ingangskanalen CH1–CH3
31 Schakelaar PHANTOM POWER voor elk van de ingangskanalen CH1-CH3; bij ingedrukte schakelaar is aan de XLR-contacten van de ingangsbus (29) een gelijkspanning van 15V voor microfoons met fantoomvoeding
Opgelet: Schakel de versterker uit, demp de uitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in
de stand "0", om de schakelaar te bedienen. Zo vermijdt u luide schakelploppen. Bovendien mag bij ingeschakelde fantoomvoeding geen microfoon (of andere signaalbron) met ongebalanceerde signaaluitgang aangesloten zijn, omdat deze beschadigd kan worden.
32 Afdekplaat, wordt bij de inbouw van sommige plug-inmodules vervangen door een aansluitplaat
33 alleen PA-6010Z: volumeregelaar voor de extra 60 W-versterker die alleen bij aankondigingen via een commandomicrofoon PA-2400RC werkzaam is, als hierop minder dan drie zones zijn geselecteerd
34jack voor de aansluiting van de commandomicrofoon PA-2400RC
35jack voor de aansluiting van de tafelmicrofoon PA-4300PTT
Opmerking: De tafelmicrofoon maakt gebruikt van het ingangskanaal CH 1. De fantoomvoeding voor ingang CH 1 moet zijn ingeschakeld en op de ingangsbus CH 1 mag niets zijn aangesloten.
36 DIP-schakelaars PRIORITY voor het instellen van de voorrang voor de ingangskanalen CH1-CH3:
1.2 Tafelmicrofoon PA-4300PTT
(afzonderlijk verkrijgbaar toebehoren)
37 DIP-schakelaars CHIME;
in de stand ON weerklinkt meteen een gongsignaal bij het indrukken van de spreektoets TALK (43)
38 DIP-schakelaars PRIORITY;
OFF: Er is een aankondiging hoorbaar in de PA-zones die op de versterker zijn geselecteerd.
ON: Zolang de spreektoets TALK (43) ingedrukt is, worden alle zone-uit-gangen ingeschakeld.
39 Schakelaar MASTER / SLAVE voor het vastleggen van de prioriteit bij het gebruik van meerdere microfoons PA-4300PTT
SLAVE: Naar MASTER geschakelde microfoons hebben voorrang.
MASTER: De microfoon heeft voorrang op microfoons die naar SLAVE geschakeld zijn.
40 RJ-45-aansluiting OUTPUT voor aansluiting op de bus PA-4300PTT (35) van de versterker of op de bus LINK (41) van een andere PA-4300PTT
41 RJ-45-aansluiting LINK voor aansluiting van een bijkomende microfoon PA-4300PPT Maximaal 3 met elkaar verbonden microfoons kunnen op de versterker aangesloten worden.
42 Microfoonkapsel met windscherm
43 Spreektoets TALK; houd de toets ingedrukt voor een aankondiging en wacht evt. op het gongsignaal, bij ingedrukte toets brandt de groene led TALK erboven De rode led BUSY geeft aan dat via een andere PA-4300PTT gesproken wordt.
1.3 Commandomicrofoon PA-2400RC
(afzonderlijk verkrijgbaar toebehoren)
44 Jack 24V= voor de bijkomende voedingsspanning via een netadapter met een laagspanningsstekker 5,5/2,1 mm(buiten-/binnendiameter); let op de polariteit: centercontact = ⊕
De bijkomende netadapter is nodig, als de voedingsspanning via de versterker niet volstaat [als de led AMP-POWER (55) knippert, bijv. bij aansluiting van meer dan drie PA-2400RC-microfoons of als het snoer heel erg lang is].
45 RJ-45-aansluiting LINK voor aansluiting van een bijkomende PA-2400RC
46 RJ-45-aansluiting OUTPUT voor de verbinding met de aansluiting PA-2400RC (34) van de versterker of met de aansluiting LINK (45) van een andere PA-2400RC
47 DIP-schakelaars voor het busadres en de leidingafsluiting
Met de schakelaars 1–5 moet u op alle PA 2400RC-microfoons verschillende adressen instellen, voordat ze aangesloten worden (heofdstuk 7.5.1).
Bij de laatste van alle PA-2400RC-microfoons in de ketting plaatst u de schakelaar 6 (TERMINATION) in de stand ON om de afsluitweerstand in te schakelen.
48 DIP-schakelaars
Schakelaar 1 (PRIORITY) – In de stand ON heeft de PA-2400RC voorrang op de andere microfoons waarbij deze functie niet is ingeschakeld, en kan hij de aankondigingen ervan onderbreken.
Schakelaar 2 (COMPRESSION) – Met de schakelaar in de stand ON wordt de dynamiek van het microfoonsignaal gere- duceed om vervormingen bij luid spreken te verminderen.
Schakelaar 3 (CHIME ON / OFF) – Met de schakelaar in de stand ON is bij het indrukken van de toets TALK (52) eerst een gongsignaal hoorbaar:
gongsignaal van vier tonen bij schakelaar 4 in de stand ON;
gongsignaal van twee tonen bij schakelaar 5 in de stand ON en schakelaar 4 in de bovenste stand
Schakelaar 6 – Instelling bepaalt met welke versterker de commandomicrofoon gebruikt wordt:
Stand ON: PA-6010Z (10 zones)
Bovenste stand: PA-6020Z (20 zones)
49 Regelaar CHIME om het geluidsvolume van het gongsignaal in te stellen
50 Regelaar MIC om het geluidsvolume van de aankondiging in te stellen
51 Microfoonkapsel met windscherm
52 Spreektoets TALK; houd de toets ingedrukt voor een aankondiging en wacht evt. op het gongsignaal, bij ingedrukte toets brandt de groene led TALK erboven
53 Toets RECALL om een groep van zones op te slaan en op te vragen
Om de geselecteerde zones op te slaan, houdt u de toets ingedrukt tot de led ON (55) stopt met knipperen.
Om de opgeslagen groep op te vragen, drukt u kort op de toets. Nadat u opnieuw op de toets hebt gedrukt, geldt weer de vorige selectie.
54 Zoneselectietoetsen
Z1–Z10: zones 1–10 (met PA-6010Z)
Z1-Z20: zones 1-20 (met PA-6020Z)
ALL CALL: alle zones van deze rij toetsen Na opnieuw indrukken van de toets ALL CALL geldt weer de vorige selectie.
55 Status-led's
ON - bedrijfsled;
knippert tijdens het opslaan met de toets RECALL (53)
BUSY – brandt bij een aankondiging of knippert bij aankondigingen met hogere prioriteit
MIC FAULT – geeft uitvallen van de microfoon aan
AMP POWER – geeft stroomvoorziening via de versterker aan; knippert bij een te lage voedingsspanning
SIGNAL – brandt, als er een microfoon- of gongsignaal beschikbaar is
56 Bedieningstoetsen voor het oproepen van opgeslagen berichten uit de plug-inmodule PA-1120DMT
De toetsen hebben dezelfde functies als de overeenkomstige toetsen op de module.
2 Veiligheidsvoorschriften
De apparaten (versterkers PA-6010Z, PA-6020Z en microfoons PA-2400RC en PA-4300PTT) zijn in overeenstemming met alle relevante Europese Richtlijnen en dragen daarom de C-markering.
WAARSCHUWING De netspanning van de versterkers is levensgevaarlijk. Open ze daarom niet en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt. U loopt immers het risico van een elektrische schok.
Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraansluitingen (18, 21, 22) onder een spanning tot 100 V die bij aanraking gevaarlijk kan zijn. Wijzig de aansluitingen alleen, als de versterker van het stroomnet en de noodvoeding is gekoppeld
- De apparaten zijn enkel geschikt voor gebruik binnenshuis; vermijd druip- en spatwater en plaatsen met een hoge vochtigheid. Het toegestane omgevingstemperatuurbereik bedraagt 0–40°C.
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen enz. op de apparatuur.
- De warmte die in de versterkers ontstaat, moet door ventilatie worden afgevoerd. Dek daarom de ventilatieopeningen niet af.
-
Schakel de apparaten niet in en koppel ze onmiddellijk van de voedingsspanning,
-
wanneer een apparaat of het netsnoer zichtbaar beschadigd is,
- wanneer u een defect vermoedt nadat het apparaat bijvoorbeeld gevallen is.
- wanneer het apparaat slecht functioneert.
De apparaten moeten in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.
- Een beschadigd netsnoer mag alleen in een werkplaats worden vervangen.
- Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact, maar aan de stekker zelf.
- Verwijder het stof met een droge, zachte doek. Gebruik zeker geen water of chemicaliën.
- In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting, foutieve bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de aansprakelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.
Wanneer de apparaten definitief uit bedrijf worden genomen, bezorg ze dan voor verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen en toebehoren
De versterkers PA-6010Z en PA-6020Z met een sinusvermogen van elk 600 W zijn speciaal ontworpen voor het gebruik in 100 V-geluidsinstallaties.
Uitvoeringskenmerken:
- PA-6020Z: 100 V-uitgangen voor 20 zones, individuel selecteerbaar
- PA-6010Z: 100 V-uitgangen voor 10 zones met individuele, 5-trapse geluidsvolume-regeling
- 1 van de zoneselectie onafhankelijke 100V-luidsprekeruitgang
- 1 alternatieve luidsprekeruitgang voor laagohmige luidsprekers, testdoeleinden
- 3 ingangskanalen met instelbare gevoeligheid van lijn- tot microfoonniveau via gecombineerde XLR-/busaansluitingenen fantoomvoeding (15 V) voor elk kanaal individueel schakelbaar
- 2 ingangskanalen voor signalen met lijnniveau via cinch-aansluitingen
- 1 ingangskanaal voor aankondigingssignalen met lijnniveau via schroefklemmen (PAGING)
- 3 tafelmicrofoons PA-4300PTT met spreektoets aansluitbaar (toebehoren)
- 32 commandomicrofoons PA-2400RC met zoneselectie en statusindicaties aansluitbaar (toebehoren)
- PA-6010Z: extra geïntegreerde 60 W-versterker voor onafhankelijke aankondigingen via de commandomicrofoons PA-2400RC in maximaal 2 zones
- 1 signaalgong, bijv. voor aanduiding van een aankondiging met selecteerbare gongmelodie (2 tonen, 4 tonen)
- 2 sireneklanken voor alarmering
- 1 ingang voor 24 V-noodvoeding in geval van bedrijf bij stroomuitval
In de uitbreidingsopening (1) kunt u bijv. een van de volgende plug-inmodules van MONACOR plaatsen:
PA-1120DMT berichtengeheugen voor 6 aankondigingen, met scha-kelklok
PA-1140RCD radio/cd-speler
PA-1200C schakelklok
PA-1200RDSUFM/MW-radio met USB-audiospeler
Door de prioriteit van de ingangen te bepalen, verhoogt de verstaanbaarheid van belangrijke aankondigingen. Hierbij worden signalen van een ingang met lagere rang automatisch gedempt, als er een aankondiging via een ingang met hogere rang volgt. De hiërarchie is de volgende:
| Rang In gang | |
| 1 (hoog) | Noodbericht uit berichtengeheugen (jumper MS2 = PRI en contact „E/M Message Control" gesloten)Gong |
| 2 | PA-4300PTT (PRIORITY = ON)Plug-inmodule (jumper MS2 = PRI) |
| 3 Ingangen CH 1–CH 3 (MIC PRIORITY = ON)PA-4300PTT (PRIORITY = OFF, MIC PRI.1 = ON)PA-2400RC (MIC PRIORITY 2 = ON!)PAGING IN | |
| 4 | Ingangen CH 1–CH 3 (MIC PRIORITY = OFF)PA-4300PTT (PRIORITY = OFF, MIC PRI.1 = OFF)Sirenes |
| 5 (laag) | Plug-inmodule (jumper MS2 = SLAVE)Ingangen CH 4 en CH 5 |
⑤ Prioriteit van de ingangen
4 Keuze van de gongmelodie
Voor het type gongsignaal dat via de toets CHIME (5) of een tafelmicrofoon PA-4300PTT kan worden geactiveerd, zijn twee varianten mogelijk. Om de gongmelodie te wijzigen:
1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Neem de afsluitplaat (1) van de moduleopening of van een plug-inmodule die in de opening steekt.
3) Steek de jumper MS1 die via de opening in de frontplaat toegankelijk is, op de printplaat overeenkomstig om (afbeelding 6).
Opmerking: Onafhankelijk van deze instelling kan op de commandomicrofoons PA-2400RC een eigen gongmelodie geselecteerd worden.
4) Sluit de opening met de afsluitplaat opnieuw af of plaats de plug-inmodule er weer in.

text_image
Module Audio G + MS2 MS1 MS2: PACK PRIORITY SLAVE PRI MS1: CHIME 4T 2T⑥ Selectie van de gongmelodie en moduleprioriteit
5 Prioriteit van de plug-inmodule
Voordat de plug-inmodule in de opening (1) wordt ingebouwd, stelt u de prioriteit van de module in. De jumpers voor deze instelling is bij een ingebouwde module niet meer toegankelijk.
1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Schroef de afsluitplaat (1) voor de moduleopening los.
3) Steek de jumper MS2 die via de opening in de frontplaat toegankelijk is, op de printplaat overeenkomstig om (afbeelding 6).
Stand "SLAVE": Het signaal van de plug-inmodule heeft de laagste prioriteit.
Stand "PRI": Het signaal van de module heeft verhoogde prioriteit (vgl. tabel figuur 5 in hoofdstuk 3). Deze instelling is aanbevolen voor het berichtengeheugen PA-1120DMT, zodat bijv. achtergrondmuziek bij een opgevraagde aankondiging gedempt wordt.
Belangrijk: Als via een commandomicrofoon PA-2400RC of het schakelcontact E/M MESSAGE CONTROL (25) een (nood)bericht uit de PA-1120DMT moet worden gestart, dan moet de jumper in de stand "PRI" steken. Het geluid van het bericht wordt anders onderdrukt.
4) Monteer de module zoals beschreven in de handleiding ervan.
Het aansluitsnoer voor de voedingsspanning en het audiosignaal wordt in afb. 6
getoond. De extra aansluitingen voor de module PA-1120DMT worden in afb. 7 getoond.
5.1 PA-2400RC: Bericht M6 sperren
Als het berichtengeheugen PA-1120DMT samen met commandomicrofoons PA-2400RC wordt gebruikt, kan de weergave van het onder M6 opgeslagen bericht voor de commandomicrofoons worden gesperd.
Omdat de geheugenplaats M6 voor een noodbericht is voorzien, wordt een onbedoelde weergave van dit bericht bij het gebruik van een commandomicrofoon verhinderd.
1) Koppel de versterker van het net en van de noodvoeding.
2) Draai de schroeven van het behuizingsdeksel los en neem het deksel weg.
3) Indien nodig steekt u de jumper MS601 "M6" om naar de bovenste printplaat (achteraan bij de RJ-45-aansluitingen) (afb. 7).
Stand ON: Weergave mogelijk stand OFF: Weergave gesperd
4) Sluit de behuizing opnieuw af met het deksel.
Op de module PA-1120DMT zelf is de weergave van het bericht M6 in elk geval mogelijk.

flowchart
graph TD
A["EM TRIGGER"] --> B["Message module PA-1120DMT"]
B --> C["MS601: Play M6"]
C --> D["ON OFF"]
C --> E["ON OFF"]
⑦ M6-weergavetoelaten/sperren
6 Opstelmogelijkheden
De versterker is voorzien voor montage in een 19"-rack (482 mm), maar kan ook als tafel-model gebruikt worden. In elk geval moet er lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de versterker te verzekeren.
6.1 Montage in een rack
Voor de montage in een rack zijn 3 HE (1 rack-eenheid = 44,45 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het apparaat moet links en rechts ook door rails of onderaan door een bodemplaat ondersteund worden.
De lucht die door de versterker wordt afgegeven, moet uit het rack kunnen worden afgevoerd. Anders hoopt de warmte zich op in het rack, waardoor niet enkel de versterker maar ook andere apparaten in het rack kunnen worden beschadigd. Boven en onder de versterker moet u telkens een hoogte-eenheid vrijlaten. Bij een onvoldoende warmteafvoer moet u in het rack een ventilator plaatsen.
7 Het apparaat aansluiten
Koppel de versterker van de stroomvoorziening los en schakel de aan te sluiten apparatuur uit, alvorens apparaten aan te sluiten of bestaande aansluitingen te wijzigen.
7.1 Luidsprekers
WAARSCHUWING

Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraansluitingen (18, 21, 22) onder een spanning tot 100 V die bij aanraking gevaarlijk kan zijn.
De aansluiting mag alleen door opgeleid personeel uitgevoerd worden. Wijzig de aansluitingen alleen, als de versterker van het stroomnet en de noodvoeding is gekoppeld.
Sluit de 100 V-luidsprekers voor de verschillende zones aan op de overeenkomstige klemmenparen SPEAKER OUTPUTS Z1–Z10 (PA-6010Z) of SPEAKER OUTPUTS Z1–Z20 (PA-6020Z) (18). U kunt de klemmenparen van het apparaat lostrekken.
De uitgang van elke zone mag met maximaal 60 W (PA-6010Z) of 100 W (PA-6020Z) sinusvermogen door de luidsprekers worden belast.
Op het klemmenpaar HIGH IMP (22) aangesloten 100 V-luidsprekers zijn steeds ingeschakeld, ongeacht de via de toetsen Z1–Z 20 (14) of draaischakelaar (16) geselecteerde zones.
In elk geval mag de som van het sinusvermogen van alle op de versterker aangesloten 100 V-luidsprekers niet groter zijn dan 600 W, anders kan de versterker beschadigd worden (figuur 8).
SPEAKER OUTPUTS

text_image
Z1 ... + 100 V + 100 V ... + - Z10/Z20 + 100 V + 60 W ≤ 60W (PA-6010Z) (PA-6020Z) ≤ 100W ≤ 60W (PA-6010Z) (PA-6020Z) ≤ 100W (PA-6020Z) ... + - HIGH IMP + 100 V + 100 V ... + - ≤ 600 W⑧ Aansluiting van de 100 V-luidsprekers
Let bij aansluiting van de luidsprekers steeds op de gelijke polariteit.
7.1.1 Uitgang LOW IMP
Op het klemmenpaar van de uitgang LOW/IMP (21) kunt u, bijv. voor testdoeleinden, een luidspreker of een luidsprekergroep met een totale impedantie van ten minste 4 Ω aansluiten. Deze uitgang kan niet via de zoneselectie uitgeschakeld worden en mag niet samen met de 100 V-uitgangen (18, 22) gebruikt worden. De versterker zou hierdoor immers overbelast kunnen worden.
7.2 Monogeluidsbronnen, microfoons
Monofone signalen van microfoons of geluidsbronnen met lijnniveau kunnen via XLR- of 6,3 mm-stekkers op de gecombineerde XLR-/stekkerbussen (29) van de ingangen CH1–CH3 aangesloten worden.
De aansluitingen zijn bedraad voor gebalanceerde signalen. Geluidsbronnen met ongebalanceerde signalen kunnen via 2-polige stekkerbussen aangesloten worden of via een XLR-stekker, waarbij de contacten 1 en 3 verbonden zijn.
Draai de regelaar voor de ingangsversterking GAIN (30) met behulp van een kleine schroevendraaier voor microfoons in de richting "MIC", voor geluidsbronnen met lijnniveau in de richting "LINE". Corrigeer de instelling tijdens het gebruik, indien nodig. (Als het geluid via deze ingang te stil is, draait u de regelaar rechtsom; als het geluid vervormd is, draait u de regelaar linksom.)
Belangrijk:
- Bij gebruik van een of meerdere tafelmicrofoons PA-4300PTT bezetten deze het kanaal CH1 en mag er geen microfoon of een andere geluidsbron op de XLR-/stekkerbus CH1 worden aangesloten.
- Bij het gebruik van een of meerdere commando-microfoons PA-2400RC moet in acht worden genomen dat de signalen ervan met het signaal van de ingang CH 2 worden gemengd. De volumeregelaar (2) evenals de klankregelaars (3) van kanaal CH 2 beïnvloeden dan beide signalen.
Geluidsbronnen met ongebalanceerde monosignalen, waarvoor geen prioriteit vereist is (bijv. voor achtergrondmuziek), kunnen ook op een van de cinch-bussen (28) van de kanalen CH 4 of CH 5 aangesloten worden ( R hoofdstuk 7.3).
7.2.1 Fantoomvoeding
Als voor een geluidsbron (bijv. elektret-microfoon) fantoomvoeding nodig is, drukt u de schakelaar PHANTOM POWER (31) in. De fantoomspanning (=15 V) is alleen beschikbaar op de XLR-contacten van de aansluiting.
Opgelet:
- Schakel de versterker uit, demp de uitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in de stand "0", om de schakelaar te bedienen. Zo vermijdt u luide schakelploppen.
- Bij ingeschakelde fantoomvoeding mag er geen geluidsbron met ongebalanceerde signaaluitgang via de XLR-bus zijn aangesloten. Deze zou immers beschadigd kunnen worden.
7.2.2 Prioriteit vastleggen
Voor elk van de ingangen CH 1–CH 3 kan een verhoogde prioriteit worden vastgelegd. Een signaal op een ingang met verhoogde prioriteit heeft voorrang en schakelt de signalen van de ingangen met lagere prioriteit uit.
Selecteer met de schakelaars MIC PRIORITY (36) voor elk van de drie ingangen of de prioriteit verhoogd moet zijn (onderste stand ON) of niet (onderste stand).
De rang van deze drie ingangen met betrekking tot de overige ingangen van de versterker vindt u in tabel afb. 5 in hoofdstuk 3.
7.2.3 Paging-ingang
De ingang PAGING IN (24) met verhoogde prioriteit (tabel afb. 5 in hoofdstuk 3) biedt een bijkomende mogelijkheid voor het aansluiten van een monogeluidsbron met lijnniveau (bijv. een microfoon met voorversterker of de lijnniveau-uitgang van een telefooninstallatie). De steekschroefklemmen zijn gebalanceerd bedraad.
7.3 Stereogeluidsbronnen
Sluit apparaten met een stereo-uitgang (bv. cd-speler) aan op de cinch-jacks LINE IN (28) van de ingangen CH 4 of CH 5. Omdat de versterker monofoon werkt, worden het linker en rechter stereokanaal naar een monosignaal gemengd.
De signalen van de ingangen CH 4 en CH 5 hebben de laagste prioriteit en worden door een signaal op een ingang met hogere prioriteit automatisch gedempt (u ^2 tabel figuur 5 in hoofdstuk 3).
7.4 Tafelmicrofoon PA-4300PTT
Met deze tafelmicrofoon (afzonderlijk toebehoren, figuur 3) kunnen er aankondigingen gedaan worden in de PA-zones die op de versterker zijn geselecteerd. Het echter ook mogelijk om aankondigingen met erg hoge prioriteit, ongeacht de geselecteerde zone op de versterker, in alle zones weer te geven.
1) Verbind de jack OUTPUT (40) van de tafelmicrofoon met de RJ-45-aansluiting PA-4300PTT (35) van de versterker.
2) Op elke PA-4300PTT-microfoon kunt u weer een volgende microfoon aansluiten. Verbind hiervoor de aansluiting LINK (41) met de aansluiting OUTPUT (40) van een andere PA-4300PTT etc. tot maximaal 3 tafelmicrofoons en de versterker met elkaar verbonden zijn. De totale lengte van de aansluitleiding mag niet meer dan 1000 m bedragen.
3) De tafelmicrofoon is verbonden met kanaal CH 1, daarom mag tegelijk geen microfoon op de XLR-/stekkerbus CH1 worden aangesloten.
4) Draai de regelaar GAIN (30) op de ingang CH 1 met behulp van een kleine schroevendraaier volledig naar rechts (-50).
5) Voor de PA-4300PTT is fantoomvoeding nodig. Druk daarom de toets PHANTOM POWER (31) op de ingang CH 1 in.
Opgelet: Schakel de versterker uit, demp de uitgangen of draai de MASTER-regelaar (11) in de stand "0", om de schakelaar te bedienen. Zo vermijdt u luide schakelploppen.
6) Selecteer met de schakelaar MIC PRIORITY (36) met nummer 1 of de prioriteit voor de tafelmicrofoons verhoogd moet zijn (onderste stand ON) of niet (bovenste stand). Deze instelling geldt echter alleen voor de PA-4300PTT waarop de schakelaar PRIORITY is uitgeschakeld (ha hoofdstuk 8.6.1).
7.5 Commandomicrofoon PA-2400RC
Met deze commandicrofoon (afzonderlijk toebehoren, afb. 4), kunnen aankondigingen met hoogste prioriteit gedaan worden (tabel afb. 5 in hoofdstuk 3). Daarbij kunt u op de PA-2400RC telkens selecteren, in welke PA-zone de aankondiging hoorbaar moet zijn. Bovendien is het mogelijk om opgeslagen berichten uit de plug-inmodule PA-1120DMT op te vragen.
De signalen van de commandomicrofoons worden met het signaal van de ingang CH 2 gemengd. De volumeregelaar (2) en de klankregelaars (3) van kanaal CH 2 beïnvloeden zo beide signalen.
1) Stel via de schakelaar nr. 6 van het rechter DIP-schakelblok (48) aan de achterzijde van de commandomicrofoon in, met welke versterker de commandomicrofoon gebruikt wordt:
Stand ON: PA-6010Z (10 zones) bovenste stand: PA-6020Z (20 zones)
2) Verbind de jack OUTPUT (46) van de commandomicrofoon met de RJ-45-bus PA-2400RC (34) van de versterker. Op elke commandomicrofoon kunt u opnieuw een andere microfoon aansluiten. Verbind hiervoor de aansluiting LINK (45) met de aansluiting OUTPUT (46) van een andere PA-2400RC etc. tot maximaal 32 commandomicrofoons en de versterker met elkaar verbonden zijn. De totale lengte van de leiding mag niet meer dan 1000 m bedragen.
3) Zorg voor een correcte afsluiting van de leiding om storingen bij de signaaloverdracht te vermijden. Hiervoor plaatst u op het laatste apparaat van de ketting de 6de schakelaar TERMINATION van het DIP-schakelblok (47) in de onderste stand (ON). Bij alle andere apparaten moet de schakelaar in de bovenste stand blijven staan.
4) De commandomicrofoons worden via de versterker gevoed. Bij aansluiting van meer dan 3 commandomicrofoons op een versterker of bij gebruik van een te lange kabelverbinding, volstaat de voedings-spanning niet.
De led AMP POWER (55) geeft de voedingsspanning via de versterker aan. Als deze led knippert, dan is de voedingsspanning te laag. In dit geval sluit u op de bus 24V= (44) een stabiele netadapter met een laagspanningsstekker 5,5/2,1 mm (buiten-/binnendiameter) aan. Let hierbij op de correcte polariteit: centercontact = ⊕.
De voedingsspanning die via de netadapter wordt geleverd, wordt via de aansluitingen OUTPUT (46) en LINK (45) ook aan de daarop aangesloten commandomicrofoons doorgestuurd, zodat deze geen eigen netadapter nodig hebben, als de eerste voldoende groot is (stroomverbruik per PA-2400RC: 130 mA).
5) Stel op de versterker met de schakelaar MIC PRIORITY (36) met het nummer 2 een verhoogde prioriteit (onderste positie ON) in.
7.5.1 Apparaatadressen instellen
Om de communicatie tussen de versterker en de commandomicrofoons vlot te laten verlopen, moeten aan alle aangesloten PA-2400RC-apparaten verschillende databus-adressen worden toegewezen. Dit gebeurt (als binaire code) met de schakelaars 1–5 "ID" van het DIP-schakelblok (47) aan de achterzijde van de commandomicrofoon.
Opmerking: Stel de adressen steeds in bij uitgeschakelde versterker, omdat een adreswijziging tijdens het gebruik niet herkend wordt.
7.6 Opnameapparaat, monitorsysteem
Een opnameapparaat, een monitorsysteem of een bijkomende versterkerinstallatie kan op de jacks REC (27) aangesloten worden. Hier is het mengsignaal van alle ingangen onafhankelijk van de regelaar MASTER (11) beschikbaar. De cinch-jacks zijn als L (links) en R (rechts) beschikbaar voor stereo-opnameapparatuur. Omdat de versterker monostabiel werkt, zijn de signalen op beide bussen identiek.
PA-6010Z: Neem hoofdstuk 8.7.1 in acht!
7.7 Externe signaalbewerking
Voor de externe klank- of dynamiekbewerking kunt u bijv. een equalizer of compressor via de jacks PRE OUT en AMP IN (26) op de signaalweg aansluiten.
1) Verbind de ingang van het apparaat met de jack PRE OUT om het signaal te bewerken.
2) Verbind de uitgang van het apparaat met de jack AMP IN.
Door het gebruik van de jack AMP IN wordt de interne verbinding tussen de voorversterker en de eindversterker voor de volumeregelaar MASTER (11) onderbroken.
PA-6010Z: Neem hoofdstuk 8.7.1 in acht!
7.8 Schakelingangen
Voor de afstandsbesturing van de versterker via schakelcontacten zijn de volgende schroefklemparen beschikbaar.
7.8.1 Afstandsbediend in- en uitschakelen
Om de versterker afstandsbediend in en uit te schakelen, verbindt u een sluitcontact met de klemmen POWER REMOTE (19).
Opmerking: Bij een gesloten POWER REMOTE-contact kunt u de versterker niet uitschakelen met de schakelaar POWER (13).
7.8.2 Alarmingang
Via een sluitcontact op de klemmen E/M MESSAGE CONTROL (25) wordt de versterker voor een noodbericht ingeschakeld (als hij al niet in gebruik is) en alle zone-uitgangen worden geselecteerd; bij het model PA-6010Z is het volume van het noodbericht onafhankelijk van de ingestelde zonevolumes. Als er berichtengeheugenmodule (bijv. PA-1120DMT) geïnstalleerd is, kan automatisch een opgeslagen noodbericht (geheugenplaats M6) weergegeven worden.
Deze ingang kan bijv. met de schakeluitgang van een alarminstallatie worden verbonden.
7.9 Net- en noodvoeding
Als de versterker bij een eventuele stroomuit-val verder moet werken, sluit u op de klem-men DC POWER (20) een 24 V-noodvoeding aan.
Tot slot verbindt u het netsnoer (17) met een stopcontact (230 V/50 Hz).
8 Bediening
Plaats de regelaar MASTER (11) in de minimumstand, voordat u het apparaat de eerste keer inschakelt. Zo vermijdt u een te hoog geluidsvolume.
8.1 In-/uitschakelen
Bij aansluiting op het stroomnet staat de versterker bij ontbrekende noodvoeding in de stand-bymodus. De led STAND BY (12) brandt.
Om in te schakelen, drukt u op de schakelaar POWER (13). De led ON brandt nu in plaats van de led STAND BY. Om uit te schakelen (stand-bymodus) drukt u opnieuw op de schakelaar POWER.
Via een schakelcontact op de klemmen POWER REMOTE (19) kunt u het apparaat ook afstandsbediend in- en uitschakelen.
Opmerking: Bij een gesloten POWER REMOTE-contact kunt u de versterker niet met de schakelaar POWER (13) uitschakelen.
Als de versterker ook op een noodvoeding is aangesloten, blijft hij steeds ingeschakeld. Met de schakelaar POWER kunt u dan gewoon schakelen tussen netstroom (schakelaar ingedrukt) en de noodvoeding (schakelaar uitgedrukt).
8.2 Keuze van de PA-zones
Alle gewenste zone-uitgangen kunnen bijv. voor een aankondiging of achtergrondmuziek afzonderlijk worden in- en uitgeschakeld. Bij de PA-6010Z is bovendien een individuele aanpassing van het zonevolume mogelijk.
8.2.1 PA-6020Z
1) Om een zone in te schakelen, drukt u op de overeenkomstige toets Z1–Z 20 (14) Een led boven de toets brandt bij ingeschakelde uitgang.
2) Om een zone uit te schakelen, houdt u de betreffende toets ingedrukt, tot de led erboven uitgaat.
3) Om alle zones van een rij toetsen in te schakelen, drukt u op de toets ALL CALL (helemaal rechts) naast de rij.
4) Om terug te schakelen naar de vorige zo-
neselectie van deze rij toetsen, houdt u de
toets ALL CALL ca. 2 sec ingedrukt.
8.2.2 PA-6010Z
Selecteer met de draaischakelaar Z1–Z10 (16) voor elke zone-uitgang het volume (niveau 1–5) of schakel de zone uit (positie OFF). Deze instelling heeft geen invloed op het geluids-volume
- van een via de schakelingang E/M MESSAGE CONTROL (25) geactiveerd noodbericht,
- van een aankondiging via een tafelmicrofoon PA-4300PTT met de instelling PRIORITY = ON,
- een aankondiging via een commandomicrofoon PA-2400RC.
8.3 De ingangskanalen instellen
1) Om de volgende instellingen te kunnen doorvoeren, schakelt u ten minste een zone-uitgang in en draait u de regelaar voor het totale geluidsvolume MASTER (11) voor de helft open.
2) Stel voor de ingangskanalen CH 1 tot CH 5 het geluidsvolume met de overeenkomstige regelaar (2) in. Plaats de regelaars van niet-gebruikte ingangen in de stand "0".
Een bijkomende niveaucorrectie kan via de wijziging van de ingangsversterking met de regelaars GAIN (30) op de achterzijde van de versterker doorgevoerd worden. Gebruik hiervoor een kleine schroevendraaier.
Stel met de regelaars BASS en TREBLE (3) telkens de optimale klank in.
3) De klank van een plug-inmodule kan met de regelaars PACK BASS en TREBLE (4) worden geoptimaliseerd.
4) Stel het geluidsvolume voor een op de klemmen PAGING IN (24) aangesloten signaalbron met de regelaar TEL PAGING LEVEL (7) in. Als hier geen signaalbron is aangesloten, draait u de regelaar in de stand "0".
5) Stel het gewenste totale geluidsvolume in met de regelaar MASTER (11).
De led-ketting (15) toont het niveau van het mengsignaal dat met de regelaar MASTER is ingesteld. Als de led CLIP brandt, is het signaal vervormd. In dit geval draait u de regelaar MASTER of de volumeregelaar van de betrokken ingang overeenkomstig terug.
OPGELET Stel het volume nooit te hoog in. Langdurige blootstelling aan hoge volumes kan het gehoor beschadigen!
Het gehoor raakt aangepast aan hoge volumes die na een tijdje niet meer zo hoog lijken. Draai het volume daarom niet verder open, zelfs nadat u eraan gewoon bent.
8.4 Het gongsignaal activeren
Als er via een van de ingangen CH 1–CH 5 een gongsignaal moet weerklinken, bv. om een aankondiging in te leiden, drukt u kort op de toets CHIME (5). Het geluidsvolume van het gongsignaal kan via de regelaar CHIME LEVEL (6) worden ingesteld (keuze van de gongmelodie hoofdstuk 4). Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).
8.5 Sirene
Om het sirenegeluid in of uit te schakelen, drukt u op een van de beide sireneschakelaars (9):
\~ herhaald stijgende en dalende toon
— na het stijgen aangehouden toon
Er kan slechts één sirene tegelijk weerklinken. Het geluidsvolume van de sirene kan via de regelaar SIREN LEVEL (8) worden ingesteld. Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).
8.6 Tafelmicrofoon PA-4300PTT
Voor aankondigingen met een PA-4300PTT:
1) Bepaal met de toets Z1-Z20(14) of met de draaischakelaars Z1-Z10 (16) van de versterker in welke PA-zones de aankondiging hoorbaar moet zijn (heofdstuk 8.2).
Opmerking: Als de schakelaar PRIORITY (38) op de microfoon op ON staat, heeft de zoneselectie die op de versterker is ingesteld, geen invloed op deze tafelmicrofoon.
2) Draai de regelaar voor het geluidsvolume (2) van de ingang CH 1 op de versterker voor de eerste aankondiging tot ongeveer in de helft open.
3) Houd de spreektoets TALK (43) op de microfoon ingedrukt, wacht evt. op het gongsignaal (hoofdstuk 8.6.1, instelling "CHIME") en spreek in de microfoon (42). De controle-led TALK boven de toets brandt. Met het overschrijden van een bepaald spreekvolume worden de signalen van de ingangen met lage prioriteit automatisch uitgeschakeld (hoofdstuk 3 en 7.4).
Opmerking: Als de schakelaar PRIORITY (38) op de microfoon op ON staat, worden de overige ingangssignalen reeds met het indrukken van de spreektoets uitgeschakeld.
4) Corrigeer zo nodig het volume van de aankondiging met de regelaar CH 1 (2) en stel met de regelaars BASS en TREBLE (3) de optimale klank in. Corrigeer zo nodig het geluidsvolume met de regelaar MASTER (11).
5) De led BUSY boven de spreektoets geeft aan, dat er reeds via een andere tafelmicrofoon gesproken wordt.
8.6.1 Instellingen op de PA-4300PTT
Met de schakelaars op de achterzijde van de tafelmicrofoon kunt u volgende instellingen doorvoeren:
CHIME (37) – Met de schakelaar in de stand ON is bij het indrukken van de toets TALK (43) eerst het gongsignaal van de versterker (hoofdstuk 8.4) hoorbaar.
PRIORITY (38) – Met de schakelaar in de stand ON worden met het indrukken van de toets TALK alle zone-uitgangen ingeschakeld. Met de schakelaar in de bovenste stand is de aankondiging daarentegen alleen hoorbaar in de zones die momenteel op de versterker zijn ingeschakeld.
MASTER / SLAVE (39) – Als er meerdere tafel-microfoons PA-4300PTT op een versterker in gebruik zijn, hebben de microfoons met de instelling MASTER voorrang op deze met instelling SLAVE.
8.7 Commandomicrofoon PA-2400RC
Voor aankondigingen met een PA-2400RC:
1) Voordat u de eerste aankondiging doet, draait u de volumeregelaar MIC (50) aan de achterzijde van de commandomicrofoon ongeveer tot de helft open. Gebruik hiervoor een kleine schroevendraaier. Draai de volumeregelaar (2) voor de ingang 2 eveneens eerst in de middelste stand.
2) Selecteer met de toetsen Z1-Z10/Z 20 (54) op voorhand de PA-zones waar de aankondiging hoorbaar moet worden. Bij de geselecteerde zones brandt de led boven de toets.
Als een zone weer uitgeschakeld moet worden, drukt u opnieuw op de betreffende toets, zodat de led uitgaat. Om alle zones van een rij in of uit te schakelen, drukt u op de toets ALL CALL van deze rij. Om terug te schakelen naar de vorige zoneselectie van de rij, drukt u opnieuw op de toets ALL CALL.
Als de led BUSY (55) knippert, dan wordt op dat ogenblik een aankondiging via een andere commandomicrofoon of tafelmicrofoon PA-4300PTT gedaan. Een gelijktijdige aankondiging via meerdere commandomicrofoons is niet mogelijk. Een aankondiging kan echter door een commandomicrofoon met hogere prioriteit onderbroken worden (voor de instelling van de prioriteit hoofdstuk 8.7.3, "PRIORITY").
3) Houd de spreektoets TALK (52) ingedrukt, wacht evt. op het gongsignaal (☑ hoofdstuk 8.7.3, instelling "CHIME") en spreek in de microfoon (51). De controle-led boven de toets brandt en de versterker schakelt naar de zone-uitgangen die op de commandomicrofoon geselecteerd werden, en doet dit zolang de spreektoets ingedrukt wordt. De led SIGNAL (55) brandt tijdens het spreken of het gongsignaal. De ingangssignalen met lagere prioriteit worden automatisch uitgeschakeld (☑ tabel afb. 5 in hoofdstuk 3).
4) Indien nodig corrigeert u het volume van de aankondiging met de regelaar van de ingang CH 2. Bij gebruik van meerdere commandomicrofoons kunt u onderlinge volumeverschillen instellen de regelaars MIC (50). Corrigeer zo nodig het geluids-volume met de regelaar MASTER (11).
Opmerking: Bij de PA-6010Z gelden de beschreven functie van de ingangsregelaar CH 2, van de regelaar MASTER evenals het uitschakelen van andere signalen uitsluitend als er meer dan 2 zones zijn geselecteerd (koofdstuk 8.7.1).
8.7.1 Extra versterker in de PA-6010Z
Met een bijkomende 60 W-versterker in de PA-6010Z zijn via de commandicrofoon PA-2400RC onafhankelijke aankondigingen mogelijk, als er niet meer dan twee zones worden geselecteerd. In de plaats van het mengsignaal uit de hoofdversterker worden deze aankondigingen naar de uitgangen van de geselecteerde zones geschakeld. Daardoor kan in een of twee zones een aankondiging plaatsvinden, terwijl bijv. in andere zones muziek hoorbaar blijft.
Het volgende geldt voor deze aankondigingen:
- De versterking is alleen afhankelijk van de instelling van de regelaar REMOTE (33) en van de regelaar MIC (50) op de betreffende commandomicrofoon. De volumeregelaar (2) voor de ingang CH 2 en de regelaar MASTER hebben hierop geen invloed.
- Er is geen mogelijkheid tot instellen van de klank.
- Het signaal wordt niet via het aansluitpunt PRE OUT / AMP IN (26) gevoerd.
- De aankondigingen geraken niet op de uitgangen HIGH IMP (22), LOW IMP (21) en REC (27).
- Een via het schakelcontact E / M MESSAGE CONTROL (25) geactiveerde weergave van een noodbericht heeft voorrang.
- Een aankondiging via een tafelmicrofoon PA-4300PTT heeft voorrang, wanneer de schakelaar PRIORITY ervan op ON staat.
- Een op de PA-2400RC gestarte weergave uit het berichtengeheugen PA-1120DMT gebeurt steeds via de hoofdversterker.
Bij drie of meer geselecteerde zones wordt de aankondiging automatisch via de volumeregelaar en klankregelaar van de ingang CH 2, de regelaar MASTER en de hoofdversterker gevoerd.
8.7.2 Groepsgeheugen
In elke PA-2400RC kan een willekeurige selectie van zone-uitgangen als groep worden opgeslagen en opnieuw opgevraagd.
1) Selecteer alle gewenste zones van de groep met de toetsen Z1–Z10 / Z 20 (54).
2) Houd de toets RECALL (53) ingedrukt, zodat de led ON (55) knippert. Laat de toets los, als de led niet meer knippert. De groep is nu opgeslagen.
3) Om de opgeslagen groep op te vragen, drukt u kort op de toets RECALL.
4) Om terug te keren naar de selectie die vóór het opvragen van de groep gold, drukt u nogmaals kort op de toets RECALL.
8.7.3 Verdere instellingen op de PA 2400RC
De DIP-schakelblok (48) aan de achterzijde van de commandomicrofoon biedt volgende opties (ON = onderste schakelpositie):
PRIORITY – Met de schakelaar in de stand ON heeft de PA-2400RC voorrang op de andere microfoons waarbij deze functie niet is ingeschakeld, en kan hij de aankondigingen ervan onderbreken.
COMPRESSION – Met de schakelaar in de stand ON wordt de dynamiek van het microfoonsignaal gereduceerd om vervormingen bij luid spreken te verminderen
CHIME – Met de schakelaar in de stand ON weerklinkt bij drukken op de toets TALK (52) meteen een gongsignaal, waarvan u de melodie via de volgende twee schakelaars selecteert.
4 TONE – Met de schakelaar in de stand ON is het gongsignaal met 4 tonen geselecteerd.
2 TONE – Met de schakelaar in de stand ON is het gongsignaal met 2 tonen geselecteerd als de schakelaar "4 TONE" zich in de bovenste stand bevindt.
Het geluidsvolume van het gongsignaal kan via de regelaar CHIME (49) met behulp van een kleine schroevendraaier ingesteld worden.
9 Beveiligingscircuits en foutsignalisatie
De vermogensversterker van de PA-6010Z en van de PA-6020Z is uitgerust met een beveiligingscircuit tegen overbelasting en oververhitting. Dit om te voorkomen dat de luidsprekers en de versterker beschadigd worden. Als de led PROTECT (10) brandt, is de veiligheidsschakeling actief en is er een fout opgetreden. In dit geval moet u de versterker van de netstroom koppelen en de oorzaak van de storing verhelpen.
Bij de commandomicrofoon PA-2400RC wordt het uitvallen van de microfoon aangegeven via de led MIC FAULT (55).
Signaal/Ruis-verhouding
via lijningang: .....> 80 dB (A-filter)
via microfooningang: > 70 dB (A-filter)
THD: .... < 1 % (1 kHz)
Ingangen CH1-CH3
XLR/6,3mm-jack
(Ingangsgevoeligheid,
impedantie, aansluitingstype)
"MIC":....2,5 mV, 5 kΩ, gebalanceerd
"LINE": 300 mV, 5 kΩ, gebalanceerd
Ingangen CH4, CH5
Cinch: 300 mV, 15 kΩ, ongebalanceerd
Ingang PAGING IN
Steekschroefklemmen: .245 mV, 5 kΩ, gebalanceerd
Ingang AMP IN
6,3 mm-jack: .....775 mV, 100 kΩ, ongebalanceerd
Uitgang PRE OUT
6,3 mm-jack: .....775 mV, 100 Ω, ongebalanceerd
Uitgang REC OUT
Cinch:....775 mV, 3 kΩ, ongebalanceerd
Klankregelaars
BASS: 100 Hz, ±10 dB
Vermogensverbruik: .max. 1700VA
Noodtoevoer: ..... = 24V
Stroomverbruik: . . . .max. 50A
Omgevings-
temperatuurbereik: . . . 0–40°C
Afmetingen
| 1 Massa | |
| 2 | Signaal + (+15 V fantoomvoeding) |
| 3 Signaal – (+15 V fantoomvoeding) | |
6,3 mm-Klinke

| S | Massa |
| T | Signaal + |
| R | Signaal - |
Penconfiguratie van de stekkerbussen PRE OUT en AMP IN, 6,3 mm-jack

| S | Massa |
| T | Signaal |
10.2 Commandomicrofoon PA-2400RC
Voedingsspanning: . . . = 24V (16-35V)
viaPA-6010Z/
PA-6020Z of
netadapter
Stroomverbruik: .....130mA
Audio-uitgang
Nominaal niveau: . . . .245 mV
Impedantie: .....600Ω
Aansluitwijze: .....gebalanceerd
THD: .... < 0,5 %
Signaal/Ruis-
verhouding: ....>60dB
Frequentiebereik: .....150–15 000 Hz
Afmetingen
Max. aantal microfoons: 32
Totale aansluitlengte: ..max. 1000 m
Opmerking: Een bijkomende netadapter is nodig, als de voedingsspanning via de versterker niet volstaat [als de led AMP POWER (55) knippert, bijv. bij aansluiting van meer dan drie PA-2400RC-microfoons of als het snoer heel erg lang is].
10.3 Tafelmicrofoon PA-4300PTT
Voedingsspanning(viaPA-6010Z/-6020Z)
Voedingsspanning: . . . = 24V
Fantoomvoeding:....=15V
Afmetingen
Max. aantal microfoons: 3
Totale aansluitlengte: ..max. 1000 m
Wijzigingen voorbehouden.