LMCEY1W12AVM01 - Airconditioner DAIKIN - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LMCEY1W12AVM01 DAIKIN in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LMCEY1W12AVM01 DAIKIN
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LMCEY1W12AVM01 - DAIKIN en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LMCEY1W12AVM01 van het merk DAIKIN.
GEBRUIKSAANWIJZING LMCEY1W12AVM01 DAIKIN
Gebruiksaanwijzing Daikin LMC
Manual de funciona Daikin LMC
English
Deutsch
Français
Nederlands
Espanol
Italiano
EaVikα
LMCEY1A13AVM01 LMCEY1W12AVM01
LMCEY2A19AYE01 LMCEY2A25AYE01
2 Algemene veiligheidsmaatregelen 86
2.1 Over de documentatie 86
2.1.1 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen 86
2.2 Voor de gebruiker 87
3 Over de unit en opties 91
3.1 Over het systeme 91
3.2 Over de verschillende modellen 91
3.3 Velligheidssystemen 91
3.4 Plaats van de veiligheidssymbolen 92
3.5 Mogelijke opties voor de unit 92
4 Gebruikersinterface 93
4.1 Overzicht 93
4.2 Basisfunctions 94
4.2.1 Gebruikersinterfacontgrendelen 94
4.2.2 Opstarten 94
4.2.3 Temperatuir instellen 94
4.2.4 Uitschakelen 94
4.2.5 Tussen schermen navigeren 94
4.2.6 Status van een actuator veranderen 94
4.2.7 Status van een directe functie veranderen 95
4.3 Configuratie 96
4.3.1 Om uw apparaat te verbinden met Daikin User.. 96
4.3.2 Fabrieksparameters opslaan 96
4.3.3 Parameters wijzigen 96
4.3.4 Parameters 97
4.4 Gedeelde functies voor meerdere units instellen 99
4.5 Over de alarmen 10
4.5.1 Alarmschem openen 100
4.5.2 Over soorten storingen 100
4.5.3 Alarm of waarschuwing resetten 101
4.5.4 Over het alarmlog 101
5 Werking 102
5.1 Werkingsbereik 102
5.2 Bedieningsprocedure 102
5.3 Goederen opslaan 103
5.4 HACCP-alarmen 103
6 Energie besparen en optimale werking 104
7 Onderhoud en service 104
7.1 Unit reinigen 104
7.1.1 Buitenkant schoonmaken 104
7.1.2 Binnenkant schoonmaken 104
7.1.3 Watercircuit reinigen 105
7.2 Gepland onderhoud 105
8 Opsporen en verhelpen van storingen 105
8.1 Foutcodes:Overzicht. 107
9 Als afval verwijderen 112
10 Verklarende wordenlijst 112
1 Over dit document
Onze welgemeende dank voor de aankoop van dit product. Verzoek:
- Bewaar de documentatie voor latere raadpleging.
Doelpubliek
Eindgebruikers
Documentatieset
Dit document maakt deel UIT van een documentatieset. De volledige set omvat:
Installatiehandleiding:
- Instructies voor installmentie
- Formaat: Papier (in de doos van de unit) + Digitale bestanden op http://www.daikin.eu Zoek uw model met behulp van de zoekfunctie
- Gebruiksaanwijzing:
- Snelle handleiding voor basisgebruik
- Formaat: Papier (in de doos van de unit) + Digitale bestanden op http://www.daikin.eu Zoek uw model met behulp van de Zoekfunctie
Laatste herzieningen van de meegeleverde documentatie konnen op de regionale Daikin-website of via uw installmenteur beschikkaar zich.
De originele instructies zijn opgesteld in het Engels. Alle andere talen zijn vertalingen van de oorspronkelijke instructies.
Technische gegevens
- Een deel van de recentste technische gegevens is beschikbaar op de regionale Daikin-website (publiek toegankelijk).
- De volledige recentste technische gegevens zijn beschikkaar op het Daikin Business Portal (authenticatie vereist).
- Een gedrukte versie van de conformiteitsverklaring en de bedradings en leidingschema's worden met de unit meegeleverd.
2 Algemene veiligheidsmaatregelen
2.1 Over de documentatie
- De originele instructies zich opgesteld in het Engels. Alle andere talen zich vertalingen van de oorspronkelijke instructies.
- De in dit document beschreiben voorzorgsmaatregelen gaan over heel belangrijke onderwerpen; volg ze nauwkeurig op.
- De installmente van het systeme en alle in de installmentiehandleiding beschreiben handelingen要去en door een erkende installateur worden uitgevoerd.
2.1.1 Betekenis van de waarschuwingen en symbolen
De waarschuingen met betrekking tot de handelingen zijn er om te waarschuwen voor restrisico's en.gaan vooraf aan een gevaarlijke handeling.
GEVAAR
Duidt op een situatie die de dood of ernstige verwondingen als gevolg heeft.
WAARSCHUWING
Duidt op een situatie die de dood of ernstige verwondingen als gevolg zou können hebben.
VOORZICHTIG
Duidt op een situation die keine of matige verwondingen als gevolg zou können haben.
OPMERKING
Duidt op een situatie die schade aan apparatuur of eigendom zou kuren berokkenen.
INFORMATIE
Duidt op nuttige tips of bijkomende informatie.
2.2 Voor de gebruiker
Algemeen
Indien u TWIJFELS heegt over de installmente of bediening van de unit, neem contact op met uw verdeler.

INFORMATIE
Apparatuur voldoet aan de eisen voor commerciele en Licht-industrièle locaties indien vakkundig geinstalleerd en onderhoden.

WAARSCHUWING
Voor opslag:
- Isoleer de unit van energiebronnen om brand- en explosiegevaar te voorkomen.
- Plaats de unit zodanig dat er voldoende ruimte is om ze veilig te verplaatsen.
- Gebruik de juiste hef- en transportmiddelen.
Vermijd blootstelling van de unit aan weersinvloeden, temperatuur- en vochtigheidsomstandigheden die de verpakking en de unit zich kuren beschadigen. - Plaats de unit op een stabiele, stevige ondergrond die bestand ist gegen het gewicht van de unit en de apparatuur.

WAARSCHUWING
Houd de unit uit de buurt van zonlicht.


WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat alle vereiste ventilatieopengen nicht geblokkeerd worden. Dit geldt voor de unit zich en voor de structuur waarin ze is ingebouwd.

WAARSCHUWING
Gebruik geen andere mechanische apparaten of andere middelen om het ontdoopproces te versnellen dan die aanbevolen door de fabrikant.

WAARSCHUWING
Gebruik geen elektrische apparaten in de voedselopslagruimten (koelruimte), tenzij ze van het type+zijn dat door de fabrikant worden aanbevolen.

WAARSCHUWING
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf een leeftijd van 8年龄段 en door personen met verminderde fysiieke, zintuiglijke of mentale mogelijkheden of een gebrek aan ervaring en kennis als het gebruik van het apparaat op een veilige manier werk uitgelegd en als zij de bevaren hiervan begrijpen.
Kinderen mogen NIET met het apparaat spelen.
Reiniging en onderhoud door de gebruiker mag NIET worden uitgevoerd door kinderen zonder toezicht.

WAARSCHUWING
Controleer vór het gebruik van de unit of zij correct werk geinstalleerd door een installerateur.

WAARSCHUWING
Beschadig het koelcircuit Niet.

WAARSCHUWING




Deze unit gebruikt R290 als koelmiddel (koelmiddel van groep A3). Dit is een brandhaar gas. Het inademen van dampen kan verstikking veroorzaken en het centrale zenuwstelsel aantasten. Direct contact met de huid of ogen kan leiden tot ernstige verwondingen en brandwonden. Lees de servicehandleiding "Systemen met R290 koelmiddel" ("Systems using R290 refrigerant"), beschikbaar op de regionale Daikin website, voordat u deze unit hanteert en installeert.
2 Algemene veiligheidsmaatregelen

Brandgevaar door brandbaar koelmiddel. Neem maatregelen om een gevaarlijke, explosieve atmoseer te voorkomen en houd ontstekingsbronnen uit de buurt.

WAARSCHUWING


Deze unit bevat elektrische en hete onderdelen.

WAARSCHUWING


Stop de werkung en schakel de voeding UIT als er zichiets abnormaals voordoet (brandgeur, enz.).
Als u de unit onder dergelijk. omstandigheden LAST werken, kan dit leiden tot een defect, elektrische schok of brand. Neem contact op met uw dealer.

WAARSCHUWING

Om elektrische schokken of brand te voorkomen:
- Spoel de unit NIET af.
- Gebruik de unit NIET met natte handen.
- Plaats GEEN voorwerpen met water op de unit.

WAARSCHUWING


Wijzig, demonteer, verwijder, herinstalleer of repareer de unit NIETzfelf aangezien een verkeerde demontage of installmente een
elektrische schok of brand kanveroorzaken. Neem contact op met uw dealer.

WAARSCHUWING

Installer GEEN werkende ontstekingsbronnen (bijvoorbeeld open vuur, een werkend gastroestel of een werkende elektrische verwarming) in het leidingwerk.

WAARSCHUWING


Daikin is nicht aansprakelijk voor de veiligheid van de koelruimte.
Zorg ervoor dat er geen mensen in de koude ruimte awhilen voordat u de deuren sluit:
- Verstikkingsgevaar. Zorg ervoor dat er voldoende leeg volume in de koelruimte is om de verilgheid te garanderen.
- Gevaar voor bevriezing.
Risico op doodvriezen.

VOORZICHTIG

Steek GEEN vingers, stokken of andere voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat. Verwijder de ventilatorafscheming NIET. Wanner de ventilator met hoge snelheid draait, zou dit letsels veroorzaken.

VOORZICHTIG


Raak de lamellen van de warmtewisselaar NIET aan. Deze lamellen zichscherp en kunnen snijwondenveroorzaken.Draag veiligheidshandschoenen als u aan of rond de lamellen van de warmtewisselaar moet werken.

VOORZICHTIG

- Raak de interne delen van de controller NOOIT aan.
- Open de controller NIET. Sommige onderdelen in het toestel aanraken is gevaarlijk en kan problemen met het toestel veroorzaken.

VOORZICHTIG

- Plaats GEEN voorwerpen, apparatuur of uitrustingen bovenop de unit.
- Klim, zit of sta NIET op de unit.

VOORZICHTIG

Gebruik bij ijsvorming op de unit geen heet water of mechanische gereedschappen of voorwerpen om het ijstverwijderen.Dit kan schade en een möglichklekveroorzaken.
Disclaimer
Mocht u in het bezit komen van het OEM wachtwoord van de installmentie, legitim of Niet, dan is het verboden om parameters te wijzlogen via dat geprivilegieerde toegangsniveau. Daikin behoudt zich allijd de möglichkheid voor om een integriteitscontrole van de fabrieksparameters uit te voeren. Als blijkt dat hiermee geknoeid is, is Daikin op geen enkele manier aansprakelijk voor uittval, schade of garantieverplichtingen.
Koelmiddel
De unit is in de fabriek geladen met koelmiddel, er is geen extravilling van koelmiddel nodig.

GEVAAR



Deze unit werkt met R290 als koelmiddel. Laat het koelmiddel NIET vrij in de atmoseer; het moet door gespecialiseerde technici met geschikte apparatuur worden teruggewonnen.

GEVAAR



Neem voldoende maatregelen wanner koelmiddel zoulekken. Als er koelgas lekt, schakel dan onmiddelijk de stroomtoevoeruit (voor elke unit) en ventileer de ruimte. Mogelijk risico's:
- Raak ongewenste vloeistoflekken NOOITrechtstreeks aan. U zou ernstige wonden+kunnen oplopen door bevriezing.
- Raak de koelmiddelleidingen NIET aanijdens en onmiddelijk na gebruik aangezien zich dan warm of koud+kunnen zich, afhankelijk van de staat van het koelmiddel in de koelmiddelleidingen, de compressoren andere onderdelen van de koelmiddelcyclus. U kunt uw handen verbranden of bevriezen als u de koelmiddelleidingen aanraakt. Laat de ledingen eenijdje afkoelen tot hun normale temperatuur of, als u ze toch meteen moet aanraken, draag dan gespaste handschoenen om letsels te voorkomen.

WAARSCHUWING
Doorboor of verbrand GEEN onderdelen van de koelmiddelcyclus.
- Gebruik GEEN andere schoonmaakmiddelen of manieren om het ontdooien te versnellen dan die aanbevolen door de fabrikant.
Denk eraan dat het koelmiddel in het systeem geurloos is.

INFORMATIE
R290
R290 isDICHTER dan lucht, dus in open lucht zakt het tot op vloerniveau.
Elektrisch

GEVAAR: RISICO OPELEKTKROCUTIE
Schakel alle stroom UIT vooraleer het paneel van de schakelkast te verwijderen, elektrische bedrading aan te sluiten of elektrische onderdelen aan te raken.
Schakel de stroom langer dan 10 minutes uit en meet de spanning bij de voedingsklemmen van de omvormer van de compressor vooraleer reparations uit te voeren. De spanning MOET minder dan 50V DC zijn vooraleer u elektrische onderdelen mag aanraken.
- Raak elektrische componenten NIET aan met natte handen.
- Laat de unit NIET onbewaakt awhile wanner het servicepaneel is verwijderd.

WAARSCHUWING

Vervang NOOIT een zekering door een zekering met een andere waarde of andere draden als een zekering is doorgebrand. Het gebruik van een draad of koperdraad kan een uitval van de unit of brand veroorzaken.

WAARSCHUWING

- Controller na het uitvoeren van de elektrische werkzaamheden of elk elektrisch onderdeel en elke klem in de elektrische componentenkast goed is bevestigd.
- Controller of alle deksels zich vooraleer de unit in te schakelen.

WAARSCHUWING


Raak de person die een elektrische schok krijgt NOOIT aan; anders kurz u er zich ook een krijgen. Raak de persoon NIET aan voordat u zeker weet dat de stroom isuitgeschakeld. Voor elektrische schokken is.altijd dringende medische hulp nodig, zelfs als het slachtoffer zich prima lijkt te voelen.

WAARSCHUWING

In de vaste bedrading MOET een magnetothermische schakelaar worden geinstalleerd, met een contactscheiding in alle polen voor volledige uitschakeling bij overspanning van categorie III. In geval van meerere units moet elke unit+zijn eigen stroomonderbreker hebben.
Merk op dat deze magnetothermie schakelaar Niet mag worden gebruikt om de unit onder normale bedrijfsomstandigheden in en uit te schakelen. Daarvoor要去 de controller worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Er MOET een aardlekschakelaar
worden geinstalleerd in de vaste
bedrading. In geval van meertere units
moet elke unit zich eigien
stroomonderbreker hebben.
Deze zorgtervoar de stroomtoevoer automatisch wordenuitgeschakeld zodra een isolatiefout van een deel onder spanning maarblootliggende geleidende delen of naarde aarding is gedetecteerd.
De specificaties van het toestel moeten worden bepaald door een gekwalificeerde installment, op basis van de geldende nationale norm.
Deze apparatuur is NIET bedoeld voor gebruik op residentiele locations en garandeert GEEN afdoende bescherming van de radio-ontvangst op dergelijkke locations.
3.1 Over het systeme
De LMCEY-unit is een koelbinnenunit waarmee lucht kan worden gekoeld door verdamping van een vloeijaar koelmiddel (type koolwaterstof R290) bij lage druk in een warmtewisselaar (verdamper). De resulterende damp worden door Mechanische compressie bij hogere druk teruggebracht in vloeibare toestand, gevolgd door afkoeling in een andere warmtewisselaar (condensor).
Afhankelijk van het model, kuren LMCEY-units luchtgekoeld (LMCEY1A13AVM01 + LMCEY2A19+25AYE01) of watergekoeld (LMCEY1W12AVM01 + LMCEY2W19+25AYE01) zijn.
Ontdooien gebeurt automatisch door injectie van heet gas;
handmatig ontdooien is ook möglichk.

INFORMATIE
Het A-gewogen geluidsdrukniveau van de unit is minder dan 70 dBA.
De meting voldoet aan UNI EN ISO 3746:2010.
3.2 Over de verschillende modellen
(a) Koelvermogen bij een nominale lege toestand volgens EN 17432 (binnentemperatuur van 0^ , buitentemperatuur van 32^ ).
[6] Koelvermögen bij een nominale lege toestand volgens EN 17432 (binnentemperatur van 0^ , inlaatwatertemperatur van 30^ , uillaatwatertemperatur van 35^ ).
(c) Nominal waterdebiet: 5,7 l/min.
(d) Nominal waterdebiet: 8,3 l/min.
Nominaal waterdebiet: 11,6 l/min.
In dit document staat LMCEY1A13AVM01 voor luchtgekoelde modellen en/of LMCEY1W12AVM01 voor watergekoelde modellen afgebeeld in de instructies, tenzij de modellen afzonderlijk要去en worden behandeld.
| Productbenaming | ||
| a | b c d e f g h i j k L M S E Y 1 A 0 9 A VM 0 1 | |
| a | Productcategorie | |
| · L = Koeling | ||
| b | Serie | Unittype · M = Monoblock met invertertechnologie |
| c | Installatietype · S = Wand · C = Plafond | |
| d | Bedrijsbereik koelruimte · E = Multi-temperatuur (MT & LT) | |
| e | Koelmiddel · Y = R290 | |
| f | Aantal koelcircuits · 1 of 2 | |
| g | Condensatietype · A = Lucht · W = Water | |
| h | Capaciteitsindex · Maximaal koelvermogen van de unit in MT bij nominale omstandigheden volgens EN 17432: · Luchtgekoelde versie: Ta=32°C / Tc=0°C | kW × 10 · Watergekoelde versie: TwIN=30°C / Tc=0°C | kW × 10 | |
| i | Belangrijke ontwerpijziging / Productdifferentiertierung · A = CE-gecertificeerd (Europa) · ... | |
| j | Voeding · VM = 220240 V, 1P+N 50 Hz & 220230 V, 1P+N 60 Hz · YE = 380415 V, 3P+N 50 Hz & 400440 V, 3P+N 60 Hz | |
| k | Optiecode (kleine BOM wijzigingen / batchdefinitie) · 01 = Basisversie | |
3.3 Veiligheidssystemen

WAARSCHUWING
Het verwijderen van beschermingen tijdens de werkking van de machine is absolut verboden. Ze zijn ontwikkeld om de veilighheid van de bediener te waarborgen.
In dit document staat LMCEY1A13AVM01 voor luchtgekoelde modellen en/of LMCEY1W12AVM01 voor watergekoelde modellen afgebeeld in de instructies, tenzij de modellen afzonderlijk要去en worden behandeld.
Mechanische verilgheidsvoorzieningen:
- Vaste beveiliging voor de verdamper en de condensatie-unit, beveiligd met borgschroeven.
Elektrische verilgheidsvoorzieningen:
- Hogedrukschakelaar ter bescherming gegen te hoge druk met automatische reset.
- Alarm:
Een zoemer of alarmlamp (indien optie is geinstalleerd) gaat aan bij een alarm (zie "4 Gebruikersinterface" [▶ 93]).
Zekeringen, geplaatst in de schakelkast. - Een magnetothermische stroomonderbreker voor overstroombeveiliging en een aardlekschakelaar voor aardlek-/residuèle stroombeveiliging (MOET lokaal worden geinstalleerd).
3.4 Plaats van de veiligheidssymbolen

LMCEY1A/W

LMCEY2A/W
a Ontylambaar materiaal
b Thermisch risico
c Aanduiding waterinlaat (alleen LMCEY1W+LMCEY2W)
d Elektrisch risico
3.5 Mogelijkke opties voor de unit

INFORMATIE
Sommige opties zijn möglichk NIET verkrijgbaar in uw land.

OPMERKING
Het gebruik van andere accessoires en/of opties dan die goedgekeurd door Daikin kan storingen in het systeme veroorzaken en automatisch de garantie ongelidig make, waardoor de fabrikant worden ontheven van aansprakelijkheid inzake schade aan Personen, dieren en/ of eigendommen.
Er zijn vier kabelwartels (f) meegeleverd om de optionele kabels in de unit te brengen.

a Draad lamp koelruimte (2 m), marking C3
b Afstandsbedieningspaneel, voorbedraad (5 m)
c Deurverwarming, Voorbedraad (5 m), marking C2
d Deurschakelaar, voorbedraad (5 m), markering C4
e Elektrische voeding, Voorbedraad (5 m), markering C1
f Voor optioneel gebruik
Deurschakelaar (3MCT014ACC)
Om vorst op de verdamper te voorkomen, onderbreekt de deurschakelaar de werking van de unit wanner de deur van de koelruimte openstaat. Deze regelt ook de lamp van de koelruimte. De deurschakelaar is een optie.
Als de leur langer open blijdt dan de waarde van parameter Add, worden de regeling in elk geval hervat. Hetlicht blijft branden, de meting op het display knippert, de zoemer en het alarmrelais (indien geactiveerd) worden ingeschakeld, en de temperatuuralarmen worden geactiveerd met een vertraging van 60 minutes.
Deurverwarming
Voor toepassingen bij lage temperaturen worden aanbevolen een deurverwarming te installereren. Deze voorkomt dat de deur bevriest. De keuze van de meest geschikte deurverwarming worden overgelaten aan de installmenteur of de fabrikant van de koelruimte. Soms is de deurverwarming al inbegren in de geprefabriceerde deurkit.

INFORMATIE
De deurverwarming is alleen nodig voor toepassenen bij lage temperaturen.
Lamp koelruimte (1KIT862ACC)
Hetlichtbrandt wanner de deur van de koelkamer geopend is.Detijdat hetlicht blijft branden na het sluiten van de deur wordt ingesteld met parameter H14 (0 tot 240 minutes).Zie "4.3.3 Parameters wizigen" [96].
De lamp van de koelruimte worden geregeld door gebruikersinterface of via de Daikin apps.
De lamp van de koelruimte is een optie.

INFORMATIE
Er zijn 4 vrijekabelwartels beschikkaar voor opties. Er kuren slechts 4extra opties worden geinstalleerd.
Alarm
Er kan een alarmfunctie worden geinstalleerd (licht of geluid).
Router
De unit (of meerdere units) kan met het netwerk worden verbonden via een router, beschikbaar als optie.
uBOSS Wi-Fi (draadloos, 3MCB002ACC)

a LMC-unit
b RS485-kabel
c Toegangspunt (external router)
d Toestellen
e Gateway BOSS
f LAN-kabel
OF Keuze tussen wifi en LAN-kabel

uBOSS Ethernet (bedraad, 3MCB001ACC)
a LMC-unit
b RS485-kabel
c Toegangspunt (external router)
d Toestellen
e Gateway BOSS
f LAN-kabel
Meerdere units combineren
Om meerdere units met elkaar te verbinden, moet een communicatiekabel worden gebrukt. Zie "Meerdere units installeren" in de installmentehandelieing.
4 Gebruikersinterface

VOORZICHTIG

- Raak de interne delen van de controller NOOIT aan.
- Open de controller NIET. Sommige onderdelen in het toestel aanraken is gevaarlijk en kan problemen met het toestel veroorzaken.
Deze gebruiksaanwijzing geeft een Niet-beperkend overzicht van de belangrijkste functies van het system.

INFORMATIE
Gebruik alleen die combinaties van bedieningen en programme's die in de handleiding van de fabrikant vermeld staan.
4.1 Overzicht
De gebruikersinterface heeft drie cijfers, met een teken voor temperaturen onder nul en een decimale punt. Ze eft een ingebouwde alarmzoemer en negen symbolen/knuppen.

INFORMATIE
Bij een actief alarm klink de zoemer. Druk op een willekeurige knop om de zoemer te dampen.

a Knoppen
b Symbolen
c Alarmsymbol
d Display
e Symbolen
f Knoppen
Betekenis van symbolen op het display
| Symbool | Beschrijving |
| + | Instelpunt/Pijl omhoog |
| Programma | |
| Aan-Uit/Pijl omlaag | |
| Ontdooien | |
| Continue cyclus (niet geactiveerd) | |
| Licht | |
| HACCP | |
| Alarmlog | |
| Hulpoutput | |
| Compressor | |
| Verdamperventilator | |
| Klok | |
| °C | °Celsius |
| °F | °Fahrenheit |
| Service/Onderhoud |
4 Gebruikersinterface
Betekenis van signalen op het display
Signalen zich berichten die op het display worden weergegeven om de gebruiker op de hoogte te stellen van de lopende regelprocedures (bijv. ontdooien) of om de invoer via het klavier te bevestigen.
| Bericht | Betekenis |
| BLE | Bluetooth™-verbinding actief |
| dEF | Ontdooien bezig |
| Loc | Display vergrendeld |
| Uit | Schakelaar UIT |
| Aan | Schakelaar AAN |
4.2 Basisfuncties
4.2.1 Gebruikersinterface ontgrendelen
Gebruikersinterface ontgrendelen

1 Druk op een willekeurige knop.

Resultaat: Op het display verschijnt het bericht "Loc".
2 Druk drie seconden op de knop PROGRAMMA om de vergrendelingsmodus te verlaten.

Resultaat: Het display toont drie streepjes na elkaar.
4.2.2 Opstarten
1 Ontrendel de gebruikersinterface. Zie "4.2.1 Gebruikersinterface ontrendelen" [▶ 94].
2 Zet de unit aan door op de knop aan-uit/pijl omlaag op de gebruikersinterface te drukken.

Resultaat: Het display gaat aan. De firmwareversie wordt kort weergegeven.
Resultaat: De unit start op.

INFORMATIE
De compressor start op na een vooraf ingestelde vertraging (parameter). Deze functie is nuttig om de compressor en het relais te beschemen gegen in- en uitschakelen bij herhaalde stroomonderbrekingen. Het ontdooien (indien nodig) begint ook na.Deze vertraging. Het hele proces kan enkele minuten duren. Vervolgens start de compressor weeop in de koelstand.

INFORMATIE
In de uit-status van de unit worden het maximale interval tussen opeenvolgende ontdoolingen steeds bijgewerkt, om het cyclische karakter van dit interval te behouden. Als een ontdooli-interval afloopt toenjl de unit is uitgeschakeld, wordt dit eventeregestreerd. Wanner de unit weeer worden ingeschakeld, wordtervoalgens een ontdooolingsverzoek gegeneerd.
4.2.3 Temperatuur instellen
1 Ontgrendel de gebruikersinterface.Zie "4.2.1 Gebruikersinterface ontgrendelen" [ 青 94].
2 Druk op de knop Instelpunt/Piji omhoog:
3 Gebruik de knoppen OMHOOG en OMLAAG om het temperatuurinstelpunt te wijzigen.

Resultaat: Het instelpunt is gewijzigd.
4.2.4 Uitschakelen

1 Ontgrendel de gebruikersinterface. Zie "4.2.1 Gebruikersinterface ontgrendelen" [▶ 94].
2 Schakel de unituit door op de knop aan-uit/pijl omlaag op de gebruikersinterfacet drukken.
Resultaat: De compressorbeveiligingstijden worden in acht genomen.
Resultaat: Het ontdooien worden geforceerd beeindigd en worden nicht hervat bij het inschaken.
4.2.5 Tussen schermen navigeren
4.2.6 Status van een actuator veranderen

INFORMATIE
Als u niet op een knop drukt, keert de terminal na 7 seconden terug maar het standarddisplay.
1 Ontrendel de gebruikersinterface. Zie "4.2.1 Gebruikersinterface ontrendelen" [▶ 94]
2 Druk op de knop PROGRAMMA om de "dir"-modus te openen.

Resultaat: Op het scherm verschijnt "dir". Knuppen die vast branden geben aan dat de betreffende actuator/functie actief is. Knuppen die knipperen geben aan dat de actuator/functie nicht actief is.
3 Druk op een knop (bijv. de knop voor continue cyclus).

Resultaat: De status verandert (bijv. van actief maar Niet actief).
4.2.7 Status van een directe functie veranderen

INFORMATIE
Als u nicht op een knop drukt, keert de terminal na 20 seconden automatischtering aan de standardweergave.
1 Ontrendel de gebruikersinterface. Zie
"4.2.1 Gebruikersinterface ontgrendelen" [▶ 94].
2 Druk op de knop PROGRAMMA om de "dir"-modus te openen.

Resultaat: Op het scherm verschijnt "dir".
Direkte functie veranderen:

3 Druk op de knop PROGRAMMA in het scherm "dir".
Resultaat: Het display toont het eerste scherm van de directe functie (bijv. "Fr").
4 Druk op de knappen OMHOOG en OMLAAG om door het menu te navigeren.
5 Druk op de knop PROGRAMMA wonneer u bij het scherm van de directe functie bent aangekomen dat u wilt wijzigen (bijv. "Eco").
Resultaat: U hebt de directe functie ingevoerd.
6 Druk op de knoppen OMHOOG en OMLAAG om deinstelling te wijzigen (bijv. wijzigen in "On").
7 Druk op de knop PROGRAMMA om de neue instelling te bevestigen.
Resultaat: Het display gaat terug maar het scherm van de directe functie (bijv. "Eco").
8 Druk op de knoppen OMHOOG en OMLAAG om door het menu te navigeren. Scroll maar de volgende directe functie waarvan u de status wilt wijzigen.
Wanner u的一面 bent met het wijzigen van de status van de directe functies:
9 Scrollaarhetschemir"ESC".
10 Druk op de knop PROGRAMMA.
Resultaat: Het display keert'erug maar het activeringsschem voorde actuator/directe functie ("dir").
Betekenis van symbolen op het display
| Display | Menu Beschrijving | |
| /5 | Pro | Maateenheid (0: °C, 1: °F) |
| Ad | ALM | vertragingstijd voor hoge- en lagetemperatuuralarmen |
| Add | ALM | Vertraging deuralarm en vertraging hogetemperatuuralarm na openen deur |
| AH | ALM | Relatieve drempel hogetemperatuuralarm |
| AL | ALM | Relatieve drempel lagetemperatuuralarm |
| Eco | dir | ECO-modus activeren (0: UIT, 1: AAN) |
| Fr | dir | Firmwareversie (alleen lezen) |
| HAn | HcP | Aantal type HA-alarmen (alleen lezen) |
| Hb | CnF | Zoemer activeren (0: gedeactiveerd, 1: geactiveerd) |
| HFn | HcP | Aantal type HF-alarmen (alleen lezen) |
| HU | Ctl | Vochtigheidsniveau instellen (niet geactiveerd) |
| PSd | PSd | Onderhoudsmenu |
| rHP | HcP | HACCP event-log event resetten |
| rSA | ALM | Alarmen resetten |
| SAh | dir | Alarmlog weergeven (alleen lezen) |
| Sc | dir | Condensorsonde (alleen lezen) |
| Sm | dir | Hetzelfde als SrG (alleen lezen) |
| SrG | dir | Regelsonde (alleen lezen) |
4 Gebruikersinterface
| Display | Menu Beschrijving | |
| St | ●Ctrl | Temperatuurinstelpunt instellen |
| StH | ●Ctrl | Vochtigheidsinstelpunt instellen (niet geactiveerd) |
4.3 Configuratie

INFORMATIE
Gebruik alleen die combinaties van bedieningen en programme's die in de handleiding van de fabrikant vermeld staan.
4.3.1 Om uw apparaat te verbinden met Daikin User

INFORMATIE
Parameters instellen gaat het Beste via de app (Daikin User of Daikin Installer). Sommige parameters könnenECHTER ook via de gebruikersinterface worden ingesteld.
De Daikin app is vereist om de controller te configureren, parameters in te stellen of trends en informatie te controeren.
Vanaf een mobiel apparaat (smartphone, tablet), via BLE (Bluetooth Low Energy), kan de Daikin User app het instelpunt instellen, handmatig ontdooien starten, de lamp van de koelruimte (indien voorzien) in- en uitschakelen en de ECO-stand activeren.
Het is ook möglichk om de trend in verband met de HACCP-functionie te raadplegen en te downloaden.
Procedure om de app te installeren:
1 Download de Daikin User app.
2 Start de app op het mobiele toestel.
3 Schakel Bluetooth in op uw apparaat. Open Daikin User en selecteer het Bluetooth-symbool om de beschikkbare apparaten te tonen.
4 Selecteer "BLUETOOTH SCAN" om de beschikkare controllerapparaten binnen een bereik van 10 m te zien.
5 Selecteer het apparaat waarmee u verbinding wilt maken.
Resultaat: "BLE" zal knipperen op het display van de gebruikersinterface om te bevestigen dat de verbinding tot stand is gebracht.



INFORMATIE
Tijdens de eerste verbinding synchroniseert de app (Daikin User of Daikin Installer) via een cloudverbinding met de software van de controller. Dit betekent dat in ieder geval voor deze eerste verbinding een internetverbinding nodig is. Anders kan het vereiste pakket ook uit de cloud worden opgehaald zodia de verbinding is hersteld (via de sectie "Packet Manager" van de app).

INFORMATIE
Om de apparaat-ID (Bluetooth-naam) van de unit te wijzigen, navigeer aan "Home / Service Area" zodia de unit verbonden is.

INFORMATIE
Bluetooth-frequentiebereik van 2.4 GHz tot 2.4835 GHz. Bluetooth-vermogensniveau: +4 dBm.

INFORMATIE
De unit is uitgerust met een back-upbatterij zodate de klok van de unit ook bij een stroomonderbreking nog blijt werken.
Bij de eerste installmentie en/of nadat de unit langeijd Niet is gebruikt, kan de back-upbatterij leeg zich; in dat geval knippert het klokalarm "Etc" op de HMI.
Stel in dat geval met de Daikin app en de unit in StandBy, Datum & Uur in in Instelling -> Toestel -> Datum/uur instellen.
De unit neemt automatisch de datum en uur over van de aangesloten klok.
Zie "8.1 Foutcodes: Overzicht" in de gebruksaanwijzing.
4.3.2 Fabrieksparameters opslaan

INFORMATIE
Sla de fabrieksinstelling van de parameterconfiguratie op voordat u een parameter wijzigt, zodate u deze op elk moment kutn herstellen.
Verbind uw toestel met Daikin User. Zie "4.3.1 Om uw apparaat te verbinden met Daikin User" [96]
1 Gebruik het "hamburger"-menu linksboven in het scherm om waar de "Parameterlijst" te gaan.
2 Klik op de 3 punjes rechtsboven in het scherm en selecteer "Configuratie maken".
3 Sla de configuratie op als "Standaard configuratie".
4 De fabrieks configuratie is nu opgeslagen en kan indien nodig worden hersteld door te klikken op het "hamburger"-menu Configurations Standaard configuratie Toepassen.
4.3.3 Parameters wijzigen

INFORMATIE
Sla de fabrieksinstelling van de parameterconfigatie op voordat u een parameter wijzigt, zodate u deze op elk moment kutn herstellen.
1 Ontgrendel de gebruikersinterface. Zie "4.2.1 Gebruikersinterface ontgrendelen" [94].
2 Druk op de knop PROGRAMMA om de "dir"-modus te openen.

Resultaat: Op het scherm verschijnt "dir".
3 Gebruik de knoppen OMHOOG (a) en OMLAAG (b) om maar het gewenste menu te navigeren, en druk dan op de knop PROGRAMMA (c) om het menu (bijv. CtI) te openen.

4 Gebruik de knoppen OMHOOG (a) en OMLAAG (b) om maar het menu-item te navigeren, en druk dan op de knop PROGRAMMA (c) om de parameterwaarde (bijv. St) wee te gezven.
5 Druk op de knoppen OMHOOG (a) en OMLAAG (b) om de instelling te wijzigen (bijv. druk op OMHOOG/OMLAAG om de waarde te wijzigen).

6 Druk op de knop PROGRAMMA (c) om de instelling op te slaan en terug te keren maar het menu.

INFORMATIE
Als u nicht op de knop PROGRAMMA drukt, worden de instelling Niet opgeslagen.
7 Selecteer "ESC" met OMHOOG/OMLAAG en druk op de knop PROGRAMMA (c) om terug te keren maar de parametercategoryen.

8 Gebruik OMHOOG/OMLAAG omশ de volgende categorie te gaan en volg slappen 3 tot 7 om de andere parameters in te stellen.
9 Selecteer "ESC" na het make van de instellenen om de categorie en te verlaten en druk op de knop PROGRAMMA (c).
4.3.4 Parameters
| Naam | Beschrijving Standaa | rd | Min. Max. | UoM | Menu | (a) | App |
| /5(b) | Maateenheid:·0: °C·1: °F | 0 | 0 | 1 | •Pro | • | |
| Add(b) | Vertraging deuralarm en vertraging hogetemperatuuralarm na openen deur | 15 | 1 | 240 | min | •ALM | • |
| AH(b) | Relatieve drempel hogetemperatuuralarm(c) | 5 | 0 | 555/999 | Δ°C/°F | •ALM | • |
| AL(b) | Relatieve drempel lagetemperatuuralarm(c) | 0 | 0 | 200/360 | Δ°C/°F | •ALM | • |
| dAs(b) | DAG-status/ECO-modus | 1 | 0 | 1 | • | ||
| Eco(d) | Status ecomodus:·0: UIT·1: AAN | 1 | 0 | 1 | •dir | ||
| H14(b) | Tijd dat hetlicht blijft branden nadat de deur is gesloten | 0 | 0 | 240 | min | • | |
| HAn | Aantal type HA-alarmen (alleen lezen) | 0 | 0 | 6 | •HcP | ||
| Hb(b) | Zoemer:·0: gedeactiveerd·1: geactiveerd | 1 | 0 | 1 | •CnF | • | |
| HFn | Aantal type HF-alarms (alleen lezen) | 0 | 0 | 6 | •HcP | • | |
| Htd(b) | Vertraging HACCP-alarm, 0: monitoring uitgeschakeld | 0 | 0 | 240 | • | ||
| On(b) | AAN/UIT-commando (knop op begruikersinterface):·0: UIT·1: Aan | 0 | 0 | 1 | • | ||
| PDU(b) | Gebruikerspaswoord | 0 | 0 | 999 | • | ||
| rHP | HACCP event-log resetten | 0 | 0 | 1 | •HcP | • |
4 Gebruikersinterface
| Naam | Beschrijving Standaa | rd | Min. Max. | UoM | Menu | (a) | App |
| rSA | Alarmen resetten 0 0 1 • | ALM | |||||
| SAK | Weergave alarmhistoriek (alleen lezen) - - - | ||||||
| SrG | Regelsensor (temperatuur koelruimte) (alleen lezen) 0 0 0 °C/°F • | dir | |||||
| St(b) | Instelpunt temperatuurregeling -25 -25/-13 10/50 °C/°F • | CtI | • | ||||
| td1-d(b) | Tijdspanne 1 voor gepland ontdooven- dag 0 0 1 | • | |||||
| td1-time(b) | Tijd datatype 1 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| td2-d(b) | Tijdspanne 2 voor gepland ontdooven- dag 0 0 1 | • | |||||
| td2-time(b) | Tijd datatype 2 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| td3-d(b) | Tijdspanne 3 voor gepland ontdooven- dag 0 0 1 | • | |||||
| td3-time(b) | Tijd datatype 3 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| td4-d(b) | Tijdspanne 4 voor gepland ontdooven- dag 0 0 1 | • | |||||
| td4-time(b) | Tijd datatype 4 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| td5-d(b) | Tijdspanne 5 voor gepland ontdooven- dag 0 0 1 | • | |||||
| td5-time(b) | Tijd datatype 5 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| td6-d(b) | Tijdspanne 6 voor gepland ontdooven- dag 0 0 1 | • | |||||
| td6-time(b) | Tijd datatype 6 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| td7-d(b) | Tijdspanne 7 voor gepland ontdooven- dag 0 0 1 | • | |||||
| td7-time(b) | Tijd datatype 7 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| td8-d(b) | Tijdspanne 8 voor gepland ontdooven- dag 0 0 1 | • | |||||
| td8-time(b) | Tijd datatype 8 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tE1-d(b) | Eindtijdspanne 1 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tE1-time(b) | Eindtijd datatype 1 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tE2-d(b) | Eindtijdspanne 2 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tE2-time(b) | Eindtijd datatype 2 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tE3-d(b) | Eindtijdspanne 3 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tE3-time(b) | Eindtijd datatype 3 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tE4-d(b) | Eindtijdspanne 4 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tE4-time(b) | Eindtijd datatype 4 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tE5-d(b) | Eindtijdspanne 5 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tE5-time(b) | Eindtijd datatype 5 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tE6-d(b) | Eindtijdspanne 6 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tE6-time(b) | Eindtijd datatype 6 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tE7-d(b) | Eindtijdspanne 7 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tE7-time(b) | Eindtijd datatype 7 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tE8-d(b) | Eindtijdspanne 8 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tE8-time(b) | Eindtijd datatype 8 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tS1-d(b) | Begintijdspanne 1 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tS1-time(b) | Begintijd datatype 1 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tS2-d(b) | Begintijdspanne 2 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tS2-time(b) | Begintijd datatype 2 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tS3-d(b) | Begintijdspanne 3 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tS3-time(b) | Begintijd datatype 3 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tS4-d(b) | Begintijdspanne 4 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tS4-time(b) | Begintijd datatype 4 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tS5-d(b) | Begintijdspanne 5 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tS5-time(b) | Begintijd datatype 5 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tS6-d(b) | Begintijdspanne 6 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tS6-time(b) | Begintijd datatype 6 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tS7-d(b) | Begintijdspanne 7 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • | ||||
| tS7-time(b) | Begintijd datatype 7 | 0:00:00 | 0:00:00 | 23:59:59 | • | ||
| tS8-d(b) | Begintijdspanne 8 voor ECO-modus - dag | 0 0 1 | • |
| Naam | Beschrijving Standaa | rd | Min. | Max. | UoM | Menu | (a) | App |
| tS8-time(b) | Begintijd datatype 8 0:00:00 0:00:00 23:59:59 ● |
(a) Het menu waar de parameter zich bevindt worden in deze kolom aangegeven.
[1] Andere wijzigingen in de parameters dan de hier in de tabel vermelde hunnen gevolgen hebben voor de goede werkig van de unit. Laat ze alleen wijzigden door een professional.
Parameters AH en AL worden gebruikt om de drempels voor het instelpunt voor de hoge- en lagetemporatuuralarmen in te stellen. Om de gekoelde producten te beschermen, heeft het beheer van deze twee alarmdrempels voorrang op de normale regeling:
AL (drempel lagetemperatuuralarm): wonneer de temperatuur in de koelruimte lager is dan de drempel AL, wordt de compressor onmiddelijk gestopt. AH (drempel hogetemperatuuralarm): wonneer de temperatuur in de koelruimte hoger is dan de drempel AH, werkde compressor op maximale sleheid.
[4] De unit beschikt over een Eco-modus; hiermee kurz u energie besparen op bepaalde tijdstippen (bjv. 's nachts). De functie kan worden ingeschakeld door de gebruiker en moet worden gevalueerd volgens de HACCP-procedures. Om het stroomverbruik te verlagen, worden het instelpunt van de unit in de Eco-modus verhoogd met de waarde van parameter r4. De Eco-modus kan worden ingeschakel op de gebruikersinterface of in de Daikin app; druk hiervoor op het Eco-symbolool op de hoofdpagina of verander de tijdspannes, metdezelfde prioriteit.
4.4 Gedeelde functies voor meerere units instellen

OPMERKING
Controller of softwareversie van alle unitsdezelfde is en de recentste is. Als dit Niet de recentste versie is, update dan de software. Anders zullen de units misschien nicht goed werkden door minder dan optimale communicatie.

INFORMATIE
Als de controller van de secundaire unit offline is, zorgt de controller van de primaire unit ervoor dat alle functies blijven werken zonder rekening te houden met de specifieke controller van de secundaire unit die nicht meer beschikbaar is (netwerkregeling, netwerkontdooing, deur, enz ...).
Aan de kant van de controller van de secundaire unit za de controller proberen de koeling te garanderen, dus za hij regelen op de temperatuur van de koelruimte.
Lichten
Lichten können worden aangesloten op alle controllers in het network en de Lichtstatus worden alsijd gesynchroniseerd. Elke controller zal de lichten op hetzelfde moment in- en uitschakelen.
Deur open
De deurmicroschakelaar moet worden aangesloten op de controller van de primaire unit in het netwerk.
Zoals voor de lichten, worden ook de deurstatus gedeel met alle controllers. Elke controller weet of de deur(en) open is/zijn of Niet, en elke controller kan acties uitvoeren.
Temperatuurregeling van het netwerk

INFORMATIE
Om parameters met betrekking tot deze functionaliteit te wijzigien, is toegang op "Service"-niveau vereist.
De temperatuurregeling kan op twee manieren worden uitgevoerd, afhankelijk van de parameter "nrt" met de volgende waarden:
- 0: De relativie controller regelt via de op de controller aingesloten sonde.
- 1: De relativieve controller regelt via de op de controller van de primaire unit aangesloten sonde.
De netwerklogica maakt het möglichk gelijktijdige starts van compressoren te voorkomen. Met behulp van de parameter "SSd" is het möglichk een vertraging in te stellen:tussen het starten van verzillende LMCEY-units.
Als het nodig is om meerdere units tegelijktijd te starten, za de eerste unit die vraagt om te starten worden gestart. Na "SSd" start ook de volgende unit, enz. (Zie het voorbeeld hieronder).

1Aan
Uit
A Compressorstatus
B Verzoekstatus
C1 Compressor secundaire unit 1
C2 Compressor secundaire unit 2
C3 Compressor secundaire unit 3
C4 Compressor secundaire unit 4
CM Compressor primaire unit
SSd Vertraging tussen opstarten [s]
Opmerking: LMCEY2A/W-units hebben twee compressoren, maar werken op een gelijkaardige manier. De twee compressoren van bezelfde unit werken synchroon.
Netwerk ontdooien

INFORMATIE
Om parameters met betrekking tot deze functionaliteit te wijzigien, is toegang op "Service"-niveau vereist.
Deze functie kan voor elke controller afzonderlijk worden geactiveerd/gedeactiveerd.
Ontdooien kan worden gesynchroniseerdussen de controller van de primaire unit en de controllers van de secundaire units met behulp van de parameters dS_1, dS_2, dS_3 en dS_4 met de volgende waarden:
0: Geen synchronisatie uitgevoerd.
1:Alleen starten.
Alleen starten: controllers van de secundaire unit beginnen op hetzelfde moment te ontdooien als de controller van de primaire unit, en alle controllers können op verschillende momentarily eindigen.
2: Start & Stop.
Start & Stop: controllers van de secundaire unit beginnen op hetzelfde moment te ontdooien als de controller van de primaire unit. Als een controller het ontdooien eerder beeindigt dan de
andere, worden het betreffende ontdoirelais spanningsloos en begint de druppelfase pas als alle andere controllers de ontdooifase hebben beeindigd.
ds_1=0
dS 2=1
dS 3 = 2
dS 4 = 2
d2 =0
ds_1=0
dS 2 = 1
dS 3 = 2
dS 4 = 2
d2 = 1


A Start
A1 Start nicht gesynchroniseerd
B Einde gesynchroniseerd
B1 Einde nicht gesynchroniseerd
C1 Controller secundaire unit 1
C2 Controller secundaire unit 2
C3 Controller secundaire unit 3
C4 Controller secundaire unit 4
CM Controller primaire unit
ds1-4 Parameters ontdooisynchronisatie
d2 Network einde ontdoijen synchronisatie voor primaire
unit
Lokaal ontdooien op een LMCEY-unit kan nog steeds op twee manieren:
- Handmatig (vanuit app, toezichtsysteme of gebruikersinterface).
- Als de unit Niet handmatig werk gestart, za ze elke 4 uur ontdooien voor een correcte werkung van de unit.
4.5 Over de alarmen
4.5.1 Alarmschem openen
1 Ontgrendel de gebruikersinterface. Zie
4.2.1 Gebruikersinterface ontgrendelen" [▶ 94].
2 Druk op de knop PROGRAMMA om menu's te openen.

Resultaat: Op het scherm verschijnt "dir".
3 Gebruik de knoppen OMHOOG en OMLAAG om maar het gewenste menu te navigeren en druk dan op de knop PROGRAMMA om het menu "ALM" (alarm) te openen.

Als u Niet op een knop drukt, keert de terminal na 7 seconden terug maar het standaarddisplay.
4.5.2 Over soorten storing
Wanneren eon storing wordt gedeteerd:
- De foutcode worden op het display weergegeven, afgewisseld met de hoofdwaarde. Hierdoor kan de storing onmiddelijk worden geidentificeerd.
- Het "service"-symbool verschijnt op het display.

a "Service"-symbol
b Hoofdwaarde
c Foutcode
Er zijn 2 soorten storingen:
-
Waarschuwing
-
De zoemer klinkt nicht.
- Er is geen relais geactiveerd.
Fouten die in deze categorie vallen zijn: ontdooien beeindig na maximale tijd, verwilde condensor, HACCP-alarmen en configuratiefouten.
Alarm
- De zoemer klinkt.
- Het betreffende relais is geactveerd
Deze categorie omvat alarmen waarvoort het relais als alarm is geconfigureerd, sondestoringen, temperatuuralarmen, enz.

INFORMATIE
Bij een actief alarm klinkt de zoemer. Druk op een willekeurige knop om de zoemer te dampen.
Houd rekening met het volgende:
Alarmen en waarschuwingen worden geidentificierd aan de hand van foutcodes. Zie "8 Opsponen en verhelpen van storingen" [105] voor de tabel met foutcodes.
Als er meer dan een waarschuwing/alarm optreedt, worden ze achtereenvolgens weergegeven.
De waarschuwings- en alarmsignalen können per parameter onmiddelijk of vertraagd worden geactiveerd.
4.5.3 Alarm of waarschuwing resetten
- Automatisch: als de orzaak Niet meer aanwezig is, houdt ook het alarm op.
- Handmatig: wanner de oorzaak Niet meer aanwezig is, blijf het alarm actief totdat het handmatig worden gereset via een parameter.
De alarmen können handmatig worden geset door parameter rSA in te stellen op "1", via de gebruikerterminal of in de Daikin app (alleen Bluetooth-verbinding) met het specifieke commando op de alampagina.
Als de toestand die het alarm haeft gegeneerd nog steeds aanwezig is, worden het alarm na het resetten opnieuw geactiveerd.
4.5.4 Over het alarmlog
Alarmlog
Wonneer een alarm worden gewist, worden het opgeslagen in het alarmlog dat maximaal 5 alarmen bevat, in een FIFO-lijst (het 6e alarm overschrijft het eerste alarm, enzovoort). Het fountenlog is toegankelijk via de gebruikerterminal, via supervisor of de Daikin apps (alleen Bluetooth-verbinding).
De controller kan zowel periodieke als eventlogs registrieren, die verwolgens können worden bekeken en gedownload via de Daikin apps.
1 Om de periodieke logs te bekijken in Daikin User: Selecteer Trend in het hamburgeru (tablad) Logs.
2 Om de eventlogs te bekijken in Daikin User: Selecteer Trend in het hamburgeru (tablad) Events.

a Voorinstelling
b Periodiek vastgelegde variabelen
c Legende
De logweergave is vooraf ingesteld, maar KAN worden gewijzigd met behulp van de keuze van de legende. Bovendien konnen met de vooraf ingestelde weergaven die op het apparaat zijn geladen, de belangrijkste waarden worden gefilterd (temperatuur, HACCP-alarmen, stroomonderbrekingen, enz.). Om de logs te downloaden gebruikt u het uitklapmenu rechtsboven.
De periodieke logs registrieren de hoofwaarden met regelmatie tussenpozen, zoals in de onderstaande tabel worden aangegeven.
| Gelogde waarde | UOM Periode | |
| Regeltemperatuur | °C/°F | 5 min |
| Actueel temperatuurinstelpunt. | °C/°F | 1 h |
| Maximale temperatuur in deperiode | °C/°F | 1 h |
| Minimale temperatuur in deperiode | °C/°F | 1 h |
| Actuele verdampingstemperatuur | °C/°F | 1 h |
| Actuele condensatietemperatuur | °C/°F | 1 h |
| Compressor, minuten AAN in deperiode | min | 1 h |
| Compressor,:aantal starts in deperiode | - | 1 h |
| Verdamperventilator, minuten AAN in deperiode | min | 1 h |
Eventlogs worden geregistreerd wonneer zich specifieke omstandigheden voordoen en kuren worden gebruikt om bepaalde waarden op te slaan, zoals weergegeven in de tabel hieronder.
Het type alarm dat in het logboek worden geregisteerd, kan worden geidentificierd aan de hand van de alarminformatie (zie "8.1 Foutcodes: Overzicht" [▶ 107]).
| Gelogde waarde | Gebeurteni s | Andere vastgelegde waarden | Sample s* | Limle ten |
| Alarm | Activering alarm | Nummer van het actieve alarm met de hoogste prioriteit. Alarmstatus (actief/ gestopt) | 20 | max 255 alarm |
| Stroomonde rbreking | Toestel AAN | Duur stroompanne in minutes | 20 | 1000uur |
| HACCP-alarmen | HA- of HF-alarm | Type HA- of HF-alarm | 10 | - |
- De samples worden opgeslagen in een circulaire FIFO-lijst (bijv. voor de alarmen overschrijft het 21e alarm het eerste alarm, enz.).

OPMERKING
Als de op de controller ingestelde tijd meteer dan 140 minuten worden gewijzigd, worden de opgeslagen logs gewist.
Het alarmlog kan worden gewist met de Daikin apps (alleen Bluetooth-verbinding) met het specifieke commando op de alarmagina.

INFORMATIE
Het alarmlog verwijderen kan nicht ongedaan worden gemaakt.
Voor de alarmlijst met de codes en beschrijvingen, zich "8.1 Foutcodes: Overzicht" [▶ 107].
5 Werking
5.1 Werkingsbereik
Voor luchtgekoelde units
| Temperatuurtype | Temperatuurbereik | |
| Omgevingstemperatuur | +5~+45°C | |
| Koeltemperatuur | Instelling lage temperatuur (vniezer) | Van -25°C |
| Instelling middelmatte temperatuurr (koeler) | Tot +10°C | |

a Omgevingstemperatuur (Ta)
b Werkingsbereik
c Pull-downzone
d Temperatuur koelruimte (Tc)
Voor watergekoelde units
| Temperatuurtype | Temperatuurbereik | |
| Omgevingstemperatuur | +5~+45°C | |
| Watertemperatuur | +5~+48°C | |
| Koeltemperatuur | Instelling lage temperatuur (vriezer) | Van -25°C |
| Instelling middelmatte temperatuur (koeler) | Tot +10°C | |


a Omgevingstemperatuur (Ta)
b Werkingsbereik
c Pull-downzone
d Temperatuur koelruimte (Tc)
e Watertemperatuur (Tw)
Controleer voordat u de unit in gebruik neemt of de kwaliteit van het water dat worden gebruikt om de condensor(en) van de unit te voeden voldoet aan de onderstaande tabel. De fabrikant is nicht verantwoordelijk voor schade of storingen aan de apparatuurveroorzaakt door onjuist behandeld water.

VOORZICHTIG
Voeg geen glycol of andere additieven toe aan het water. Het gebruik van andere vloeistoffen dan gespecifieerd door de fabrikant kan de capaciteit en betrouwbaarheid van de unit beinvloeden.
| WATERINHOUD | CONCENTRATIE (mg/l of ppm) |
| Alkaliteit \( \left( {\mathrm{{HCO}}3}^{ - }\right) \) | 70-300 |
| Sulfaat \( \left( {{\mathrm{{SO}}}_{4}{}^{2 - }}\right) \) | <70 |
| \( {\mathrm{{HCO}}}_{3}{}^{ - }/{\mathrm{{SO}}}_{4}{}^{2 - } \) | >1,0 |
| Elektrische geleidhaarheid | 10-500 μS/cm |
| pH | 7,5-9,0 |
| Ammonium \( \left( {\mathrm{{NH}}}_{4}^{ + }\right) \) | <2 |
| Chloriden (Cl-) | <50 |
| Vrije chloor (Cl₂) | <1 |
| Waterstofsulfide (H2S) | <0,05 |
| Vrij (aggressief) koolstofdioxide \( \left( {\mathrm{{CO}}}_{2}\right) \) | <5 |
| Totale hardheid (°dH) | 4,0-8,5 |
| Nitraat \( \left( {\mathrm{{NO}}}_{3}{}^{ - }\right) \) | <100 |
| IJzer (Fe) | <0,2 |
| Aluminium (Al) | <0,2 |
| Mangaan (Mn) | <0,1 |
5.2 Bedieningsprocedure
- Lees de documentation zorgyuldig voordat u de unit in gebruik neemt om de best möglichke prestaties te garanderen.
- Schakel de unit in voordat u de gekoelde goederen opslaat.
Varieert van 15 tot 30 minutes, afhankelijk van de omgevingstemperatuar. - Kies de juiste temperatuurinstelling voor het op te slaan product (zie "4 Gebruikersinterface" [▶ 93]).
- Een deurmicroschakelaar onderbreekt de werkking van de unit en schakelt het Licht van de koelruimte in een uit wonneer de deur van de koelruimte worden geopend. De lamp van de koelruimte kan ook via de gekruikersinterface of via de Daikin apps worden in- enuitgeschakeld.
-
Door middel van Bluetooth kan de unit worden gecontroleerd en geregeld via de Daikin User app.
-
Meerdere units (tot 5) können worden gecombineerd binnen een koelruimte. Ze werken dan volgens het principe van primaire/ secundaire unit.
Voordelen:
Grotere koelcapaciteit.
Redundantie als een unit uittvalt.
- Betere luchtstroom.
5.3 Goederen opslaan

OPMERKING
Dek de luchtinlaat en -uitlaat maar de condensor en de verdamper van de unit Niet af.
Het handhaven van de juiste temperatuur garandeert het behoud van de kwaliteit van de opgeslagen goederen.
Luchtcirculatie is van Crucial belang om een gelijkmatige temperatuur in de gehele koelruimte te handhaven. Onvoldoende luchtcirculatie kan warmteophopingen of ijsvorming veroorzaken.
Daarom:
- Gebruik pallets of rekken die de luchtcirculatie onder de goederen vergemakkelijken.
- Plaats de goederen uit de buurt van de wanden van de koelruimte. Gebruik eventeel afstandhoulders.
- Laat ongeveer 20 cm ruimte:tussen de goederen en het plafond van de koelruimte.
- Stapel warmteproduzerende producten, zoals groenten en fruit, zo op dat er voldoende ruimte is om de opgewekte warmte door de circulatie van koude lucht af te voeren.
- Stapel producten die geen warmte producereren, zoals vlees en diepvriesproducten, zich bij elkaar in het midden van de koelruimte.


WAARSCHUWING

Daikin is Niet aansprakelijk voor de veiligheid van de koelruimte.
Zorg ervoor dat er geen mensen in de koude ruimte城县.
achterblijven voordat u de deuren sluit:
- Verstikkingsgevaar. 12 m³ moet leeg blijven in de koelruimte.
- Gevaar voor bevriezing.
Risico op doodvriezen.
5.4 HACCP-alarmen
Deze unit is uitergerust met de HACCP-regelfunctie. HACCP (Hazard Analysis and Critical Control Point) is een beheersystem dat ontworpen is om gevaren voor de gezondheid te identificeren en strategieën op te stellen om deze te voorkomen, te elimineren of te verminderen.
De HACCP-regelfunctie in deze unit maakt regeling en monitoring van het kritieke regelpunt (koeltemperatuur) möglichk.
Het is ook möglichk om rapporten te downloaden die de naleving van de huidige weteveging aantonen.
De HACCP-gegevensregistrar op de unit kan worden ingeschakeld door de parameter "Htd" te wijzigen in de Daikin app. Zie "4.3 Configuratie" [▶ 96].
De initièle instelling van de parameter "Htd" is "0", wat betekent dat HACCP-gevevensregistratie ingeschakeld is.
Specifieke alarmen
Er zijn specifieke alarmen voor het regelen van de werkingstemperatuur, het registereren van afwijkingen door stroomstoringen of een stijging van de temperatuur door andere oorzaken (defecten, extreme bedrijfsomstandigheden, gebruikersfouten, enz.).
Er worden twee soorten potentieel kritieke HACCP-gebeurtenissen beheerd:
- Alarmen type "HA", hoge temperatuur tijdens werkung:
Een alarm van het type "HA" worden gegenereerd als tijdens de normale werkig de temperatuur die worden uitgelezen door de regelsonde de drempelwaarde voor hoog temperatuur gedurende 60 minutes (vertragingsstijd voor alarmen voor hoge en lage temperatuur) + "Htd" (HACCP-alarmvertraging) overschrijdt. In vergelijkking met het nomale alarm voor hogc temperatuur dat al door de controller wordt gesignaleerd, wordt het HACCP-alarm van het type "HA" dus vertraagd met een extra tijd "Htd", specifiek voor HACCP-Registraratie.
Voorbeeld: De kritieke temperatuur werd overschreden, het alarm werd Niet verholpen en de temperatuur bleef langer boven de drempel dan de maximaal toegestane lijd (drempels bepaald door de HACCP-procedures van de locatie).
| Par. | Beschrijving | Def. | Min. | Max. | UOM | Menu App | |
| Htd | Vertraging HACCP-alarm | 0 (monitoringuitgeschakeId) | 0 | 240 | Min | ● | |
| HAn | Aantal alarmen type HA | 0 | 0 | 15 | - | ● HcP | ● |
| HA1, HA2, HA3 | Datum enijdstip van activering van het eerste, tweede en derde alarm van het type HA | ... | ... | ... | - | ● | |
- Alarmen type "HF", hoge temperatuur na stroomonderbreking: Het HACCP-alarm van het type "HF" worden gegenereerd na een stroomonderbreking, als wanner na het herstellen van de stroom de temperatuur uitgelezen door de regelsono hoger is dan de "AH" hogetemperatureuurdrempel. "HFn" geeft het aantal alarmen van het type "HF" dat geactiveerd werk aan.
Voorbeeld: De unit was uitgeschakeld. Na het herstarten ligt de temperatuur boven de drempelwaarde en keert nicht binnen een bepaaldeijd terug maar een aanvaardhaariveau (parameters bepaald door HACCP-procedures van de locatie).
| Par. | Beschrijving Def. | Min. Max. | UOM | Menu | App | ||
| HFn | Aantal alarmen type HF | 0 0 15 - ● | HcP | ● | |||
| HF1 , HF2 , HF3 | Datum en tijdstip van activering van het eerste, tweede en derde alarm van het type HF | ...... - ● |
In het geval van een alarm gaat het HACCP-symbool aan, toont het display de alarmcode, worden het alarm gelogd en worden het alarmrelais en de zoemer geactiveerd.
Alarmen van het type "HA" en "HF" können worden geseset met de Daikin app. Zie "4.5.3 Alarm of waarschuwing resetten" [101].
Het HACCP-eventlog kan worden gewist met de Daikin app, via het verzolgkeuzemenu aan de zijkant, door "Alarmen -> Alarmgeschiedenis -> Logboeken wissen" te selecteren.

OPMERKING
Het HACCP-eventlog wissen kan nicht ongedaan worden gemaakt.
6 Energie besparen en optimale Werking
Als de omstandigheden het toelaten:
- Plaats geen onbevroren vloeistoffen of levensmiddelen in de koelruimte (bij gebruik als vriezer).
- Verminder de openingsfrequentie van de deuren van de koelruimte.
Altijd:
- Verminder de openingsstijd van de deuren van de koelruimte.
Zorg ervoor dat de deuren van de koelruimte perfect sluiten. - Zorg voor een goede luchtstroomCUSen de opgeslagen goederen.
- Controller of de verdamper ijsvrij is. IJsvorming op de verdamper verhindert een regelmatige luchtstroom.
7 Onderhoud en service

INFORMATIE
Geschikt onderhoud is crucial voor een langere levensduur,perfecte werkomstandigheden en een hoog rendement van de unit.Het verzekert ook de goede werking van de door fabrikant voorziene veiligheidsvoorzieningen.
7.1 Unit reinigen
7.1.1 Buitenkant schoonmake

OPMERKING
Om de behuizing van de unit schoon te makes:
- Gebruik geen reinigingsmiddelen of chemicalien.

WAARSCHUWING
Gebruik geen water voor het schoonmaken. Water kan elektrische onderdelen beschadigen.
Maak schoon met een zachte doek. Als sommige vlekken moeilijk te verwijderen zich, gebruik dan water of een neutraal schoonmaakmiddel en veeg af met een droge doek.
7.1.2 Binnenkant schoonmaken

OPMERKING
Om de behuizing van de unit schoon te make:
- Gebruik geen reinigingsmiddelen of chemicalien.

- Schakel alle elektrische voedingen UIT vooraleer u het deksel van de schakelkast verwijdert, elektrische bedrading aansluit of elektrische onderdelen aanraakt.
- Schakel de elektrische voeding langer dan 10 minuut uit en meet de spanning op de aansluitklemmen van de condensatoren of elektrische onderdelen van de hoofdkring vooraleer u een onderhoud uitvoert. De spanning MOET onder de 50V DC geallen zijn vooraleer u elektrische onderdelen mag aanraken. Raadpleeg het bedradingssschema voor deplaats van de aansluitklemmen.
- Raak elektrische onderdelen NIET aan met natte handen.
- Laat de unit NIET onbewaakt awhile wanner het servicedeksel verwijderd is.

VOORZICTHIG


Raak de lamellen van de warmtewisselaar NIET aan. Deze lamellen zijn scherp en hunnen snijwonden veroorzaken. Draag veiligheidshandschoenen als u aan of rond de lamellen van de warmtewisselaar要去 werken.

WAARSCHUWING
Gebruik geen water voor het schoonmaken. Water kan elektrische onderdelen beschadigen.
Voor een goede werkung van de unit要去en de condensor en de verdamper schoon zich. De reinigingsfrequentie is afhankelijk van de omgeving waarin de unit is geinstalleerd.

INFORMATIE
Onder normale bedrijfsomstandigden moeten de condensor en de verdamper alleen worden gereinigdtijdens geplande onderhoudsinspecties.
Reinigen warmtewisselaar condensor
1 Schakel de unituit.
2 Reinig de warmtewisselaar van de condensor met een langharige borstel of door (lage druk) lucht van binnen maar buiten te blazen.

OPMERKING
Gebruik geen perslucht om de lamellen van de warmtewisselaar van de condensor te reinigen. Dit za ze beschadig en een goede werkig van de warmtewisselaar van de condensor verhinderen.

WAARSCHUWING
Gebruik geen water voor het schoonmaken. Water kan elektrische onderdelen beschadigen.
Als de lamellen toch verbogen zijn:
3 Maak ze voorzichtigrecht met behulp van een lamellenkam voor het reinigen/rechtzetten.
Reinigen warmtewisselaar verdamper
1 Stel de unit in op de minimale bedrijfstemperatuur en wacht tot er zich ijts opbouwt.
2 Activeer de handmatige ontdooistand van de unit.
3 Controller of de warmtewisselaar van de verdamper schoon is.
4 Schakel de unituit.
5 Reinig de warmtewisselaar van de verdamper met een langharige borstel of door (lage druk) lucht van binnen maar buiten te blazen of door water (onder lage druk) te spuiten.

OPMERKING
Gebruik geen water of lucht onder hoge druk om de lamellen van de warmtewisselaar van de verdamper te reinigen. Dit za ze beschadigen en een goede werkking van de warmtewisselaar van de verdamper verhinderen.

INFORMATIE
Voor het reinigen van de warmtewisselaar van de verdamper mag water worden gespoten. Het water loopt door de afvoerleiding. Zorg ervoor dat de afvoerleidingen NIET verstopt raken door vuil dat uit de warmtewisselaar van de verdamper komt.
7.1.3 Watercircuit reinigen
Bij sommige toepassingen, zoals bij gebruik van zeer hard water bij hoge temperaturen, kan het nodig+zijn om het watercircuit te reinigen om de beste werking van de platenwarmtewisselaar te garanderen.
Reinigregelmatig.
Reinig het watercircuit door een reinigingsvloeistof in omloop te brengen.
1 Gebruik een tank met een sterk verdund zuur, bijvoorbeeld 5% fosforzuer of, als het circuit vaak worden gereinigd, 5% oxaalzuer.
2 Pomp de reinigingsvloeistof in het watercircuit via de (onderste) waterinlataansluiting (a) om de lucht te ventileren. Voor een optimale reiniging要去 het debiet minstens 1,5 keer het normale debiet�n, bij voorkeur in omgekeerde richting.

3 Keer de stromingsrichting om de 30 minutes om, indien möglichk.
4 Vervang het reinigingszuur door een oplossing met 1 - 2% natriumhydroxide (NaOH) of natriumbicarbonaat (NaHCO3) voor de LASTste spoeling, om er zeker van te zich dat al het zuur geneneutraliseerd is.
5 Spoel de warmtewisselaar na het reinigen grondig af met schoon water.
7.2 Gepland onderhoud
Controleer regelmatig de slijtage van de elektrische contacten. Laat ze indien nodig verrangen door een gekwalificeerde technicus.

OPMERKING
Onderhoud of repareer de unit NOOTzfI. Vraag hier een erkend servicetechnicus voor.
In geen geval mag de gebruiker:
- Vervang elektrische onderdelen.
- Werken aan de elektrische apparatuur.
- Mechanische onderdelen repareren.
- Werken aan het koelsystem.
- Werk aan het bedieningspaneel.
- Werken aan beveiligings- en verilgheidsvoorzieningen.
| Elke 6 maanden | Inspectie- en onderhoudsprogramma's |
| ● | Controler de alarmlijst. |
| ● | Controler de condensor en reinig deze indien nodig (alleen luchtgekoelde modellen). |
| ● | Controler de verdamper en reinig deze indien nodig. |
| ● | Controler of de afvoerleiding nicht verstoapt is. |
| ● | Reinig het watercircuit indien nodig (alleen watergekoelde modellen). |
8 Opsporen en verhelpen van storingen
Als zichën van de volgende problemen voordoet,neem dan onderstaande maatregelen en neem contact op met uw verdeler.

WAARSCHUWING

Stop de werkung en schakel de voeding UIT als er zichiens abnormaals voordoet (brandgeur, enz.).
Als u de unit onder dergelijke omstandigheden maar werkken, kan dit leiden tot een defect, elektrische schok of brand. Neem contact op met uw dealer.

WAARSCHUWING

Als de interne bedrading of de voedingskabel beschadigd is, moet deze worden verrangen door de fabrikant, zich onderhoudsagent of gelijk gekwalificeerde Personen.
ALLEEN een erkend servicetechnicus mag het systeme repareren.
| Storing | Maatregel |
| Als een beveiliging zoals een zekering, onderbreker of aardlekschakelaar geregeld in werkung worden gesteld. | Schakel de hoofdvoeding UIT. Verwitting uw installateur en geef hem de storing door. |
8 Opsporen en verhelpen van storingen
| Storing | Maatregel |
| Als er water lekt uit de unit aan de kant van de condensor. | Stop de werkung. • Controller de afvoerleiding op lekken. • Controller de externe afvoerleiding goed is aangesloten. • Controller of alle thermische isolatiesponzen die bij de unit+zijn geleverd, goed+zijn geinstalleerd. • Controller of er geen lekken,zijn in het watercircuit (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W). • Controller de aansluitingen van de waterinlaat en -uitlaat correct+zijn gemaakt. (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W) |
| Als er water lekt uit de lekbak onder de verdamper. | Controller of de leiding van de lekbak Niet verstopt is. |
| De bedrijffschakelaar werkt NIET goed. | Schakel de voeding uit. |
| Als het display van de gebruikersinterface een alarm aangeeft. | Controller het hoofdstuk "8.1 Foutcodes: Overzicht" [▶ 107]. Breng uw installateur op de hoogte en meld de foutcode. |
Als het systeme NIET goed werkkt, behalve voor de hiervoord vermelde gevallen, en geen van de vermelde storingen van toepassing is, volg dan de volgende procedures om na te gaan water er misloopt.
| Storing | Maatregel |
| Indien het systeme helemaal Niet werkt. | • Controller of er geen stroomonderbreking is. Wacht tot de stroom is hersteld. Als de stroomijdens de werkung uityvalt, za het systeme automatisch herstarten meteen nadat de stroom is hersteld. • Controller of er geen zekering is doergebrand of een onderbreker in werkung is gesteld. Vervang indien nodig de zekering of reset de onderbreker. • Controller of het netsnoer nog goed is aangesloten. • Controller of de begruikersinterface in het afstandsbedieningspaneel nog steeds goed is aangesloten. |
| Storing | Maatregel |
| De unit begint nicht te werken als op de AAN/UIT-knop worden gedrukt, maar het display.gaat wel aan.Merk op dat de compressor opstart na een vooraf ingestelde vertraging. Deze functie is nuttig om de compressor en het relais te beschermen谈起 in- en uitschaken bij herhaalde stroomonderbrekingen.Het ontdooien (indien nodig) begint ook na deze vertraging. | • Controller de microschakelaar van de deur. De schakelaar要去 worden bediend en het NO-contact要去 gesloten zijn wannes der deur worden gesloten. |
| Compressor stopt. De unit is uitergerust met een overtemperatuurbeveiligin g die de compressor stopt zodia de maximaal toegestane temperatuur van de inverterprintplaat worden overschreten.Mogelijk oorzaken:• Onvoldoende ventilatie van de ruimte waar de unit is geinstalleerd.• De unit werk btuen�werkingsbereik.Probleem met de netspanning.Slechte werking van de condensorventilator (of koelventilator van de inverter).Het apparaat worden automatisch gereset nadat de temperatuur wee normaal is geworden. | • Alleplaatmetalen panelen van de unit要去en aangebrachtezoijn en controller of de luchtinaat of -uitlaat van de condensor van de unit Niet worden geblokkeerd door obstakels.Verwijder eventuele obstakels en zorg ervoor dat de lucht vrij kan circuleren.Gebruik de unit binnen het werkingsbereik van de unit (zie "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102]).• Controller de unit correct is geinstalleerd.Zie "Algemene installmentiertijnen" in de installmenthandleiding.• Controller de voeding (spanning).Corrigeer indien nodig.• Controller de werkung van de condensorventilator (of koelventilator van de inverter).Neem contact op met uw dealer als deze Niet werkt. |
| Het system stocht meteen nadat het begint te draaien. De unit is uitergerust met een overspanningsbeveiliging om veiligheidsredenen en om de elektrische componenten te beschermen. | • Controller of de stekker goed geinstalleerd is. Controller de legenda van de kabel in de handleiding en zorg ervoor dat elke geleider op de juiste manier is aangesloten op de stekker.• Controller of de beveiliging van de elektrische voeding voldoet aan de nationale normen.Neem contact op met uw dealer als het probleem aanhoudt. |
| Het systemerwert, maar koelt onvoldoende. | • Controller of de luchtinaat of -uitlaat van de verdamper van de unit Niet worden geblokkeerd door obstakels. Verwijder eventuele obstakels en zorg ervoor dat de lucht vrij kan circuleren. • Controller of er zich geen ijs heeft afgezet op de verdamper in de koelruimte. Ontdooi de unit handmatig. • Controller of er net te veel producten in de koelruimte staan, zich "5.3 Goederen opslaan" [▶ 103]. Overbelast de koelruimte nicht. • Controller of er een goede luchtcirculatie is in de koelruimte. Leg de producten in de koelruimte op een andereplaats, zich "5.3 Goederen opslaan" [▶ 103]. • Controller of er net te veel stof op de condensor zit. Verwijder het stof, zich "7.1.2 Binnenkant schoonmaken" [▶ 104]. • Controller of het watercircuit nicht verstopt is (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W). • Controller of de platenwarmtewisselaar worden gevoed met het voorgeschreven waterdebiet (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W), zich "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102]. • Controller of er koude lucht uit de koelruimte lekt. Neem maatregelen om te voorkomen dat er koude lucht ontsnapt. • Controller of u de temperatuur Niet te hoogশ heeft ingesteld. Stel het instelpunt juist in, zich "4.2.3 Temperatuur instellen" [▶ 94]. • Controller of er geen producten met een hoge temperatuur in de koelruimte+zijn opgeslagen. Sla producten allijd pas op nadat zich bij afgekoeld. • Controller of de deur Niet te lang worden geopend. Verminder de openingsduur van de deur. |
Neem na controle van alle bovenstaande punten als u het probleem Niet zich kunt oplossen contact op met uw installateur. Geef hem de symptomen door, de volledige modelnaam van de unit (met indien möglich ook het fabricagenummer) en de installmentdatum.
8.1 Foutcodes: Overzicht
Als er een storingscode verschijnt op het display van de gebruikersinterface van de binnenunit, controlleren dan de beschrijving van het alarm, het effect en het oplossen ervan. Neem contact op met uw installerateur als het alarm Niet verdwijnt en geef hem de storingscode door, het unittype en het serienummer (deze informatatie vindt u op het naamplaatje van de unit).
Hierna vindt u een lijst met storingscodes als referentie. Afhankelijk van de ernst van de storingscode, kutu op de AAN/UIT-knop drukken om de code te resetten. Vraag anders advies aan uw installateur.
De boutcodes zijn zichtaar in het alarmmenu.
Voor toegang tot het alarmmenu en het resetten van een alarm of foutcode, zie "4.5 Over de alarmen" [▶ 100].
| Displaycode | Beschrijving | Trigger | Effect | Reset | Opsoren en verhelpen van storingen |
| CE | Schrijffout configuratie. | Fout bij het schrijven van de parameter. Ongeldige waarden geschreven in parameter. Unit werduitgeschakeld toenwijl de parameters nog werden geschreven. | Parameter Niet opgeslagen. | Automatisch | • Neem contact op met uw dealer/installateur. |
8 Opsporen en verhelpen van storingen
| Displaycode | Beschrijving Trig | ger Effect Reset Opspon | en verhelpen van | storingen | |
| cht | Waarschuwing hoge condensatietemperatuur. | Condensor kan geblokkeerd zich, met een hogere temperatuur als gezolg. | Unit blijft werken. Automatisch - Controlee | of er geen vuil of stof op de condensor zit. • Controller de luchtinlaat en -uitlaat van de unit geblokkeerd zich; hierdoor zou er minder luckt maar de condensor stromen. • Controller of het watercircuit nicht verstopt is (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W). • Controller de platenwarmtewisselaar worden gevoed met het voorgeschreven waterdebiet (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W), zich "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102]. • Controller de unit binnen het in de handledig aangegeven werkingsbereik werkt. Zie "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102]. • Neem contact op met uw dealer/ installateur als het probleem aanhoudt. | |
| dor | Deur open. | De deur is geopend en de deurschakelaar is actief. | De unit stocht met werken. | Automatisch wanner de deur wordt gesloten. | • Sluit de deur van de koelruimte. • Als de waarschuwing aanhoudt wanner de deur gesloten is, controller dan of de microschakelaarGOOD wordt geactiveerd in deze stand. • Neem contact op met uw dealer/ installateur als het probleem aanhoudt. |
| E1 | Fout Th3 sonde aanzuiglucht. | Th3 defect of losgekoppeld. | De unit blijft werken met back-up Th5 thermistorregeling, met +10°C offset. | Automatisch | • Neem contact op met uw dealer/ installateur. |
| E2 | Fout Th5 sonde verdamperinlaat. | Th5 defect of losgekoppeld. | De unit stocht met werken met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch | • Neem contact op met uw dealer/ installateur. |
| E3 | Fout Th6 sonde verdamperuitlaat. | Th6 defect of losgekoppeld. | De unit stocht met werken met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch | • Neem contact op met uw dealer/ installateur. |
| E4 | Fout Th1 personne. | Th1 defect of losgekoppeld. | De unit stocht metwerk met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch | • Neem contact op met uw dealer/ installateur. |
| E6 | Fout Th7 personne. | Th7 defect of losgekoppeld. | De unit stocht metwerk met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch | • Neem contact op met uw dealer/ installateur. |
| Ed1 | Ontdooven beëindigd na maximale tijd. | Ontdooven op verdamer 1 beëindigd door timeout ontdocien dP1. | Ontdooven eindhoven, normale werking begint. | Ontdooven eindhoven en de unit blijft werken. | • Controller of er geen ijs of vuil op de verdamper zit. • Open de koelruimte minimaal 4 uer Niet om te voorkommen dat er zich vocht en ijs vomt en om de unit nogmaals te lately ontdocien. • Neem contact op met uw dealer/ installateur als het probleem aanhoudt. |
| Etc | Fout real-timeklok (niet ingesteld of nicht geactualiseerd). | Real-timeklok zich bilgewerkt. | De unit blijft werken maar timeracties zoals de planner werken nicht. | Automatisch - Real-timeklok instellen in Daikin Apps: Instelling/Toestel/Datum/uer stellen. • Neem contact op met uw dealer/ installateur als het probleem aanhoudt. |
| Displaycode | Beschrijving Trigg | ger Effect Reset Osporen en verhopen van | storingen | |
| HA | HACCP alarm type HA(hoge temp. tijdens working): Limiet hoge temperatuur ingesteld door gebruiker voor HACCP is bereikt in de koelruimte. | Limiet hoge temperatuur bereikt. | Unit blijft werk met maximale compressorsnelheid. | Automatisch • Contruleer of de deur van de koelruimte goed sluit zodat er geen buitenlucht in de koelruimte kan.• Controleer na de waarschuwing of de temperatuur van de koelruimte daalt.• Controleer of de parameters AH en Htd in lijn�zijm met het instelpunt. Zie "5.4 HACCP-alarmen" [▶ 103].• Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. |
| HF | HACCP alarm type HF(hoge temp. na stroomonderbreking):Limiet hoge temperatuur ingesteld door gebruiker voor HACCP is bereikt in de koelruimte na een stroomonderbreking. | Limiet hoge temperatuur bereikt. | Unit blijft werk met maximale compressorsnelheid. | Automatisch • Neem contact op met uw installateur om te controleren of de unit stroom krijgt en om de orzaken van de stroomonderbreking te onderzoeken.• Controleer of de deur van de koelruimte goed sluit zodat er geen buitenlucht in de koelruimte kan.• Controleer of de temperatuur van de koelruimte daalt.• Controleer of de parameters AH en Htd in lijn�zijm met het instelpunt. Zie "5.4 HACCP-alarmen" [▶ 103].• Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. |
| HI | Limiet hoge temperatuur is bereikt in de koelruimte. | Limiet hoge temperatuur bereikt. | Unit blijft werk met maximale compressorsnelheid. | Automatisch • Contruleer of de deur van de koelruimte goed sluit zodat er geen buitenlucht in de koelruimte kan.• Controleer of de temperatuur van de koelruimte daalt.• Controleer of parameter AH in lijn is met het instelpunt. Zie "4.3 Configuratie" [▶ 96].• Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. |
| IA | Fout hoge druk. | Hogedrukschakelaar geactiveerd. | Unit stopt met werken. | Automatische reset na 10 minutes of handmatige reset. |
| • Contruleer of er geen vuil of stof op de condensor zit.• Controleer of de luchtinlaat en -uillaat van de unit geblokkeerd+zijn; hierdoor zou er minder lucknaar de condensor stromen.• Controleer of het watercircuit nicht verstopt is (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W).• Contruleer of de platenwarmtewisselaar worden gevoed met het voorgeschreven waterdebiet (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W),zie "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102].• Contruleer of de unit binnen het in de handleiding aangegeven werkingsbereik werkt. Zie "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102].• Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. |
8 Opsporen en verhelpen van storingen
| Displaycode | Beschrijving Trigger | Effect Reset | Osporen en verhappen van | storingen | |
| LO | Limiet lage temperatuur is bereikt in de koelruimte. | Limiet lage temperatuur bereikt. | De unit stopt met werkden met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch · Openc de deur van de koelruimte om de temperatuur te laten stijgen.Controleer of de temperatuur van de koelruimte stigt.Controleer of parameter AL in lijn is met het instelpunt. Zie "4.3 Configuratie" [▶ 96].Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. | |
| SF | Configuratie nicht correct.beindigd. | Verkeerde numerieke instelling in parameterbestand.Vereiste functies Niet toegeweizen.Wanner de ingestende waarde bijvoorbeeld builen het toelaatbare bereik valt. | Parameter nicht opgeslagen. | Automatisch · Parametersdeel afsluten.Herstart de elektrische voeding van de unit.Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. | |
| CHt | Alarm hoge condensatietempoar. | Limiet hoge temperatuur bereikt aan condensor. | De unit stopt met werkden met uitzondering van de verdamperventilator. | Handmatig · Controleer of de condensor schoon is.Blokkee de condensor Niet.Controleer of het watercircuit Niet verstopt is (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W).Controleer of platewnarmtwisselsaar wordt gevoed met het voorgeschreven waterdebiet (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W),zie "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102].Controleer of de unit binnen de tempateruurlimieten voor werking werkt.Zie "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102].Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. | |
| Hdt | Hoge perstemperatuur. | Limiet hoge perstemperatuur bereikt. | Unit stopt met werkden. | Handmatig · Controleer of de condensor schoon is.Blokkee de condensor Niet.Controleer of het watercircuit Niet verstopt is (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W).Controleer of platewnarmtwisselsaar wordt gevoed met het voorgeschreven waterdebiet (alleen voor LMCEY1W+LMCEY2W),zie "5.1 Wergingsbereik" [▶ 102].Controleer of de unit binnen de tempateruurlimieten voor werking werkt.Zie "5.1 Werkingsbereik" [▶ 102].Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. | |
| Units in master-slave-verbinding | |||||
| Displaycode | Beschrijving | Trigger | Effect | Reset | Opsponen en verhopen van storingen |
| MA | Hoofd secundaire offline. | Hoofd fouin en communicaufout op de secundaire unit (weergegeven op de slave-unit). | Hangt af van instelleningen master-slave-verbinding en inhoud foult. | Automatisch · Neem contact op met uw installerateur om te controlleren of de slave-units stroom krijen.Controleer alarmen van secundaire units.Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt.Start de units opnieuw op. | |
| Displaycode | Beschrijving Trigger Effect Reset Opsporen en verhelpen van storingen | ||||
| u1~u4 | Hoofd secundaire offline (HMI-display is u*). | Hoofd bout en communicaufout van secundaire unit (weergegeven op master-unit). | Hangt af van instelleningen master-slave-verbinding en inhoud bout. | Automatisch • Neem contact op met uw installateur om te controlleren de slave-units stroom krijgen.Controleer alarmen van secundaire units.Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt.Start de units opnieuw op. | |
| n1~n4 | Er is een alarm in verband met een van de secundaire units. | HMI-weergave op de master-unit. Actie van slave-unit hangt af van het type alarm. | Hangt af van instelleningen master-slave-verbinding en inhoud bout. | Automatisch • Controleer alarmen op de HMI van secundaire units.Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt.Start de units opnieuw op. | |
| Av1~Av4 | Hoofd en secundaire software zijn verschillend. | Alarm-firmware Niet compatiblebepot Secundaire 1...4 (alleen op Hoofd). | Master-slave-verbinding kan nicht worden ingesteld. | Automatisch • Neem contact op met uw dealer/installateur. | |
| Alleen units met twee circuits | |||||
| Displaycode | Beschrijving Trigger Effect Reset Opsporen en verhelpen van storiengen | ||||
| Ed2 | Ontdooien op Tweede verdamper beëindigdamax maximaile tijd. | Ontdooien op verdamper 2 beëindigdoorduutout ontdooien dP2. | Ontdoolien eindhoven, normale werking begint. | Ontdoolien eindhoven en de unit blijwerken. | • Controleer of er geen ijs of vuil op de verdamper zit.Open de koelruimte minimaal 4 uur nicht om te voorkomen dat er zich vocht en ijs vomt en om de unit nogmaals te lately ontdooien.Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt. |
| E7 | Fout Th12 personedircuit 2. | Th12 defect of losgekoppeld. | De unit stoot met werken met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch • Neem contact op met uw dealer/installateur. | |
| E8 | Fout Th72 personedircuit 2. | Th72 defect of losgekoppeld. | De unit stoot met werken met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch • Neem contact op met uw dealer/installateur. | |
| dA1 | Fout Th52 sondeverdamperinlaat circuit 2. | Th52 defect of losgekoppeld. | De unit stoot met werken met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch • Neem contact op met uw dealer/installateur. | |
| dA2 | Fout Th62 sondeverdamperuilaat circuit 2. | Th62 defect of losgekoppeld. | De unit stoot met werken met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch • Neem contact op met uw dealer/installateur. | |
| EdcB | EVDmin offline. | Communicatiefoutrussen ACU en EVDmin (dEd = Alarm bij vertraging 1440min, product gestopt). | De unit stoot met werken met uitzondering van de verdamperventilator. | Automatisch | • Indien mogelijk, probeer de voeding van de unit te herstarten.Neem contact op met uw dealer/installateur als het probleem aanhoudt.Controleer de unit binnen de temperatuurlimieten voor werking werkt.Zie"5.1 Werkingsbereik" [102]. |
| EE | EEPROM defect. | EEPROM werkert en/ofunitparametersbeschadigd. | Volledige uitschakeling. | Vervang de driver. Neem contact op met service. | • Neem contact op met uw dealer/installateur. |
9 Als afval verwijderen
Bij normala gebruik van de unit ontstaan geen stoffen die op een speciale manier要去en worden verwijderd.
Houten, plastic en polystyrene verpakkingen要去en worden weggegooid volgens de voorschriften die gelden in het land waar de unit worden gebruikt.

OPMERKING
Probeer het systeme NIET zelf te ontmantelen: het ontmantelen van het systeme en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen MOETEN conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden.
De definitieve verwijdering van de unit moet gebeuren door een erkende technische hulpdienst in het gebied, die beschikt over de juiste opleading, uitrusting en instructies voor de ontmanteling. Zij zijn ook verantwoordelijk voor hergebruik, recycling en terugwinning.
- Units dragen het volgende symbol:

Dit beteKent dat u GEEN elektrische en elektronische producten mag Mengen met ongesorteerd huishoudelijk afval. Probeer het systemd NIET zich te ontmantelen: het ontmantelen van het systemd en het behandelen van het koelmiddel, van olie en van andere onderdelen MOET door een erkende installmentur conform met de geldende wetgeving uitgevoerd worden.
De units MOETEN voor hergebruik, recyclage en terugwinning bij een gespecialiseerd behavelingsbedrijf worden behandeld. Door ervoor te zorgen dat dit product op de juiste manier worden weggeworpen, draagt u bij tot het voorkomen van möglichke negatieve gevolgen voor milieu en menselijk gezondheid. Voorneer informatie, contacteer uw installmenter deplaatselijk overheid.

VOORZICHTIG

Aan de ontmanteling van de unit+kunnen gevaren voor het milieu verbonden zijn.
10 Verklarende wordenlijkst
Accessoires
Bij het product geleverde labels, handleidingen, informatiebladen en apparatuur die moet worden geinstalleerd volgens de instructies in de meegeleverde documentationatie.
Geldende wetgeving
Alle geldende internationale, Europese, nationale en plaatselijke richtlijnen, wetten, reglementen en/of voorschriften betreffende een bepaald product of domein.
Erkend installateur
Technisch onderlegd personne die bevoegd is voor de installmentie van het product.
Dealer
Distributeur voor het product.
Lokaal te voorzien
NIET door Daikin geprodueerde apparatuur die kan worden gecombineerd met het product volgens de instructies in de meegeleverde documentatione.
Montagehandleiding
Instructiehandleiding voor een bepaald product of een bepaalde toepassing, waarin de installmentie, configuratie en onderhoud ervan worden verklaard.
Onderhoudsinstructies
Instructiehandleiding voor een bepaald product of een bepaalde toepassing, waarin (indien relevant) de installment, configuratie, gebruik en/of onderhoud van het product of de toepassing worden beschreiben.
Gebruksaanwijzing
Instructiehandleiding voor een bepaald product of een bepaalde toepassing, waarin het gebruik ervan worden verklaard.
Optionele apparatus
Door Daikin geprodueerde of goedgekeurde apparatusuur die kan worden gecombineerd met het product volgens de instructies in de meegeleverde documentationie.
Servicebedrijf
Bevoegd bedrijf dat het vereiste onderhoud aan het product kan uitvoeren of coordineren.
Gebruiker
Persoon die de eigenaar is van het product en/of het product gebruikt.