PA5240 - Ontvanger Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PA5240 Monacor in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PA5240 Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA5240 - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA5240 van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING PA5240 Monacor
1 Afsluitplaat voor de moduleopening; hier kan een module van MONACOR wor- den ingestoken, bv. tuner, mp3/cd-speler, geheugen voor digitale boodschappen 2 Gongtoets 3 Keuzeschakelaar voor de ingangen AUX 5 – 7
Extra klankregelaar voor een apparaat dat in de opening (1) is geplaatst 6 Zoneverzwakkers voor een verschillende volumeregeling van de afzonderlijke PA-zones 7 Microfooningang MIC (jack 6,3 mm, ge- balanceerd) voor de ingang 1, parallelge- schakeld met de jack INPUT-1 (21) 8 Niveauregelaar van de ingangen 1 – 4 en AUX
Regelaar MASTER voor het totale geluids- volume
VU-LED’s voor de eindversterker [onafhan- kelijk van de zoneverzwakkers (6)]; bij oversturing licht de rode LED “clip” op
LED “stand by”, licht op bij uitgescha- kelde versterker
LED “power”, licht op bij ingeschakeld apparaat 13 LED “prot”; licht op, wanneer de verster- ker bij oververhitting gedempt is 14 POWER-schakelaar
Beschermkap voor de schroefaansluitingen Opgelet! Gebruik de versterker nooit zonder de beschermkap.
Luidsprekeraansluitingen voor luidspre- kers van 100 V Opgelet! Elke van de vijf zone-uit- gangen kan een belastbaarheid van maximaal 100 W RMS hebben. De toegelaten totale belasting mag echter in geen geval worden overschreden:
Deksel; bij het gebruik van een module worden hier eventueel andere aansluitin- gen tot stand gebracht
6,3 mm-jacks AMP IN en PRE OUT om een apparaat tussen te schakelen, bv. equalizer; op de jack PRE OUT kan ook een tweede 100 V-versterker worden aangesloten, wanneer het uitgangsvermogen niet vol- doende is om bijkomende luidsprekers te gebruiken
Ingangen AUX 5 – 7 voor apparatuur met lijn niveau (bv. mp3/cd-speler, cas- setterecorder etc.), te selecteren met de schuifschakelaar (3); de signalen van beide stereo kanalen L en R worden intern telkens naar een monosignaal gemengd 20 Ingangsjack voor kanaal 2 (XLR / 6,3 mm- combinatiejack) voor de aansluiting van een microfoon [toets “Mic / Line” (35) niet ingedrukt] of van een apparaat met lijn niveau [toets “Mic / Line” ingedrukt]; parallelgeschakeld met de daaronder lig- gende schroefklemaansluiting (34) 21 Ingangsjack voor kanaal 1 (XLR / 6,3 mm- combinatiejack) voor de aansluiting van een microfoon; parallelgeschakeld met de jack MIC (7) 22 Massaverbinding voor de beide luidspre- keraansluitingen “8 Ω” (23) en “100 V” (25) ernaast
Rechtstreekse uitgang voor een luidspreker van 8 Ω of een luidsprekergroep van 8 Ω; de zoneverzwakkers (6) beïnvloeden deze uitgang niet Opgelet! Gebruik deze uitgang alleen, wanneer de uitgangen van 100 V (16 en
25) niet worden gebruikt. Zo niet, wordt
de versterker overbelast. 24 Netjack voor de aansluiting op een stop- contact (230 V/ 50 Hz) via het meegele- verde netsnoer
Rechtstreeks uitgang voor luidsprekers van 100 V; de zoneverzwakkers (6) beïnvloeden deze uitgang niet Opgelet! De totale belasting van alle aan- gesloten luidsprekers mag 240 W RMS (PA-5240) resp. 480 W RMS (PA-5480) niet overschrijden 26 Schroefklemverbinding* AC POWER RE- MOTE voor een externe schakelaar om afstandsbediend in en uit te schakelen Opmerking: Voor de afstandsbediening mag het toestel niet via de schakelaar POWER (14) zijn ingeschakeld. 27 Zekering voor de noodstroomvoeding; vervang een gesmolten zekering uitslui- tend door een zekering van hetzelfde type 28 Schroefaansluitingen voor een noodvoe- dingsspanning: 24 V (⎓)
Schakelaar GROUND/ LIFT, om bij brom- storingen de signaalmassa van de kast- massa te scheiden (LIFT) of ze te verbinden (GROUND) 30 Schroefaansluitingen “Remote Siren” voor afstandsbediende activering van de sirene via een schakelaar “Remote Chime” voor de afstandsbe- diende activering van de gong via een drukknop “INPUTS Chime On / Off” met kortsluit- brug Bij verwijdering van de brug kunt u de gong via de schroefklemaansluitingen (34) van de ingangen 2 – 4 niet afstands- bediend activeren. 31 Regelaar “Mute Level” voor het instellen van de volumedemping bij een aankon- diging, gong of sirene 32 Regelaar “Siren Level” voor het instellen van het sirenevolume
Regelaar “Chime Level” voor het instellen van het gongvolume
Schroefklemverbindingen* voor de ingan- gen 2 – 4; bij kanaal 2 is deze ingang met de jack (20) erboven parallelgeschakeld; De contacten dienen telkens voor de afstandsbediende activering van het gongsignaal en voor de automatische vermindering van het geluidsvolume van het AUX-kanaal. 35 Keuzeschakelaar voor de ingangen 2 – 4 tussen microfoonniveau (toets niet inge- drukt) en lijnniveau (toets ingedrukt)
Schakelaar “P.H. +18 V” van de ingangen 2 – 4 om de fantoomvoeding van 18 V tus- sen te schakelen; nodig bij de aansluiting van condensator- of elektretmicrofoons, die op fantoomvoeding werken Opgelet! Bij tussengeschakelde fan- toomvoeding mag u op de bijhorende microfooningangen geen ongebalan- ceerde microfoons aansluiten, omdat ze beschadigd zouden kunnen worden.
Schakelaar “P.H. +18 V” voor de ingang1 om de fantoomvoeding van 18 V tussen te schakelen 2 Veiligheidsvoorschriften Het apparaat is in overeenstemming met alle relevante EU-Richtlijnen en is daarom geken- merkt met . WAARSCHUWING De netspanning van het apparaat is levensgevaar- lijk. Open het apparaat niet, en zorg dat u niets in de ventilatieopeningen steekt! U loopt het risico van een elektrische schok. Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraan- sluitingen (16, 25) onder een levensgevaar- lijke spanning tot 100 V. Gebruik de verster- ker nooit zonder de beschermkap (15). De in- en uitgangen mogen enkel aange- sloten en gewijzigd worden, wanneer de geluidsinstallatie is uitgeschakeld.
Het toestel is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0 – 40 °C).
Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het toestel. Nederlands Nederlands Pagina
- Gemakkelijkheidshalve kunt u de schroefklemaan-sluitingen uit hun insteekverbinding trekken.21 Nederlands
De warmte die in het toestel ontstaat, moet door ventilatie afgevoerd worden. Dek de ventilatieopeningen niet af.
Schakel het toestel niet in resp. trek on- middellijk de stekker uit het stopcontact:
wanneer het toestel of het netsnoer zichtbaar beschadigd zijn,
2. wanneer er een defect zou kunnen op-
treden nadat de module bijvoorbeeld gevallen is,
3. wanneer de module slecht functioneert.
Het apparaat moet in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.
Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact, maar met de stekker zelf.
Verwijder het stof enkel met een droge doek. Gebruik zeker geen chemicaliën of water.
In geval van ongeoorloofd of verkeerd ge- bruik, verkeerde aansluiting resp. bediening of van herstelling door een niet-gekwalifi- ceerd persoon vervalt de garantie en de ver- antwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade. Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwer- king aan een plaatselijk recyclage- bedrijf. 3 Toepassingen en toebehoren De versterkers PA-5240 en PA-5480 zijn speciaal voor het gebruik in PA-installaties van 100 V ontworpen. Ze beschikken over uitgangen van 100 V voor maximaal 5 PA- zones, waarvan u het volume individueel kunt instellen. Op de vijf met elkaar mengbare in- gangskanalen kunt u microfoons (kanalen 1 – 4) of apparatuur met lijnniveau (kanalen 2 – 5) aansluiten. In de extra opening (1) kunt u een van de volgende modules van MONACOR plaatsen: PA-1120DMT geheugen voor digitaleboodschappen met schakelklok PA-1140RCD radio / cd-speler PA-1200C schakelklok PA-1200RDS AM / FM-radio De PA-5000PTT van MONACOR, een PTT- tafelmicrofoon, is speciaal voor deze ver- sterkers als toebehoren ontworpen, en kan worden aangesloten via de schroefklemaan- sluitingen (34) van de kanalen 2 – 4. 4 De versterker opstellen De versterker is voorzien voor montage in een 19”-rack (482 mm), maar kan ook als tafelmodel gebruikt worden. In elk geval moet de lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de eindversterkers te verzekeren.
4.1 De montage in een rack
Voor de montage in een rack hebt u 3 RE (3rack-eenheden = 133 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De front- plaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het toestel moet links en rechts door rails of onderaan door een bodemplaat extra ondersteund worden. De hete lucht die uit de versterker wordt geblazen, moet uit het rack kunnen worden afgevoerd. Anders hoopt de warmte zich op in het rack, waardoor niet enkel de verster- ker maar ook andere apparaten in het rack kunnen worden beschadigd. Bij een onvol- doende warmteafvoer moet u in het rack een ventilator plaatsen. 5 De versterker aansluiten De in- en uitgangen mogen enkel door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd worden en in elk geval wanneer de versterker uitge- schakeld is! Diverse aansluitingen, bv. deze voor de luidsprekers, bevinden zich onder de be- schermkap (15). Om de aansluitingen tot stand te brengen, schroeft u de kap los. WAARSCHUWING De versterker mag niet zonder de beschermkap (15) worden bediend. Im
mers, tijdens het bedrijf voeren de luidsprekeraansluitingen (16, 25) gevaarlijke spanningen tot 100 V. Schroef de beschermkap na het aansluiten opnieuw vast, zodat de contacten niet kunnen wor- den aangeraakt.
1) Ofwel sluit u luidsprekers van 100 V voor
de vijf PA-zones aan op de klemmen ATT ZONE OUTPUTS (16) Opgelet! In elke PA-zone mag de be- lasting door de luidsprekers van 100 V max. 100 W RMS bedragen, maar mag de toegelaten totale belasting van alle luidsprekers niet worden overschreden: 240 W RMS (PA-5240) resp. 480 W RMS (PA-5480)
Ofwel sluit u een luidsprekergroep met een totale impedantie van minstens 8 Ω aan op de klemmen COM (22) en 8 Ω (23). De zoneverzwakkers (6) beïnvloeden deze uitgang niet.
Let bij de aansluiting steeds op de correcte polariteit. Bij de 8 Ω-aansluiting is de klem COM de negatieve pool en de klem 8 Ω de positieve pool. De positieve aansluiting van de luidsprekerkabel is altijd speciaal gemarkeerd.
4) Bijkomende luidsprekers van 100 V waar-
van het volume niet door de zoneverzwak- kers (6) moet worden gedempt, kunnen op de klemmen COM (22) en 100 V (25) worden aangesloten. De totale belasting van deze luidsprekers en van de luidspre- kers op de klemmen ATT ZONE OUTPUTS mag daarbij niet worden overschreden (zie boven aanwijzing “Opgelet”).
Er kunnen vier microfoons worden aange- sloten, telkens een microfoon op de kanalen 1 – 4:
In het kanaal 1 op de jack MIC (7) op het frontpaneel of op de jack XLR / 6,3 mm-combinatiejack INPUT-1 (21) Een signaal van het kanaal 1 heeft prioriteit op alle andere signalen, d.w.z. de andere signalen worden in volume automatisch gedempt, wanneer u in de microfoon op kanaal 1 spreekt.
In het kanaal 2 op de XLR / 6,3 mm-com- binatiejack INPUT-2 (20) of op de schroef- klemaansluiting (34) eronder*
3. In het kanaal 3 op de schroefklemaanslui-
4. In het kanaal 4 op de schroefklemaanslui-
- Opmerking: Bij de microfoon PA-5000PTT wordt het geluidsvolume van het AUX-kanaal bij het indrukken van de spreektoets automatisch verminderd. U kunt de schroefklemaansluitingen (34) ge- makkelijkheidshalve uit de insteekverbinding van het apparaat trekken en direct na de aan- sluiting opnieuw in pluggen.
Verbind de microfoons met de overeen- komstige aansluitingen. De microfoons PA-5000PTT op de schroefklemmenrij (34) aansluiten, zodat de gong van deze microfoons geactiveerd en het geluidsvolume van het AUX-kanaal verminderd kan worden.
2) Bij aansluiting van een microfoon mag de
toets “Mic / Line” (35) van de kanalen 2 – 4 niet zijn ingedrukt, zodat de ingang micro- foongevoelig is geschakeld.
Bij gebruik van een microfoon met fan- toomvoeding drukt u op de overeenkom- stige toets “P.H. +18 V” (36, 37). De mi- crofoon wordt via de versterker met een spanning van 18 V gevoed. Opgelet! Bij tussengeschakelde fan- toomvoeding mag u op de bijhorende microfooningangen geen ongebalan- ceerde microfoons aansluiten, omdat ze beschadigd zouden kunnen worden.
5.3 Apparaten met lijnuitgang
U kunt zes apparaten met lijnuitgang (bv. mp3/cd-speler, tuner, cassettedeck) aanslui- ten, telkens een apparaat op de kanalen 2 – 4 en drie apparaten op het AUX-kanaal.
Verbind de apparaten met de overeenkom- stige aansluitingen: – XLR / 6,3 mm-combinatiejack INPUT-2 (20) – Schroefklemaansluitingen INPUT-2 tot INPUT-4 (34) – Cinch-jacks AUX INPUTS (19) Gebruik bij de aansluiting van een stereo- apparaat op de XLR / 6,3 mm-combinatiejack (20) een stereo-monoadapter (bv. SMC-1 van MONACOR) en een adapterkabel (bv. MCA-300 van MONACOR). Anders heffen de signalen van het stereomidden elkaar op.
2) Druk in de kanalen 2 – 4 bij de aansluiting
van een apparaat met lijnuitgang op de22 Nederlands bijbehorende toets “Mic / Line” (35), zodat de ingang naar lijnniveau is geschakeld. De overeenkomstige toets “P.H. +18 V” (36) mag niet zijn ingedrukt, zodat de fantoom- voeding is uitgeschakeld.
Voor het AUX-kanaal bepaalt u met de keuzeschakelaar “5 6 7” (3) het apparaat dat moet worden beluisterd.
5.4 Een equalizer of ander apparaat
tussenschakelen Voor de externe klankregeling kunt u bv. een equalizer tussenschakelen via de jacks INSERTS (18).
1) Verbind de ingang van het apparaat met
2) Verbind de uitgang van het apparaat met
de jack AMP IN. Opmerking: In de versterker wordt het signaal onderbroken, wanneer alleen de jack AMP IN is aan- gesloten of het tussengeschakelde apparaat niet is ingeschakeld, defect is of niet correct is aangesloten. De aangesloten luidsprekers blijven dan gedempt.
5.5 Bijkomende versterker
Indien er meer luidsprekers nodig zijn dan toe- gelaten voor de versterker, is een bij komende versterker noodzakelijk. Verbind de ingang van de bijkomende versterker met de jack PRE OUT in het aansluitbereik INSERTS (18). Het signaal voor de bijkomende versterker wordt niet door de zoneverzwakker (6) beïnvloed.
5.6 Schakelaars voor gong en sirene
Verbind voor de afstandsbediende activering van de gong een drukknop met de contacten “Remote Chime” (30). Om de sirene te kun- nen gebruiken, sluit u een schakelaar aan op de contacten “Remote Siren” (30). Om vanaf meerdere plaatsen een bediening mogelijk te maken, kunt u ook meerdere drukknoppen resp. schakelaars parallel schakelen.
5.7 Schakelaar voor afstandsbediend
in- en uitschakelen Via een afzonderlijke schakelaar kunt u de versterker afstandsbediend in- en uitschake- len. Verbind hiervoor een POWER-schakelaar met de schroefklemaansluiting AC POWER REMOTE (26). Voor het afstandsbediend in- en uitschakelen mag de versterker niet zijn ingeschakeld met de schakelaar POWER (14).
Als de versterker bij een eventuele stroom- uitval verder moet werken, sluit u op de klemmen DC POWER 24 V⎓ (28) een noodvoeding van 24 V aan (bv. PA-24ESP van MONACOR). Bij een kabellengte van maximum 4 m is een dwarsdoorsnede van 5 mm
vereist. Opmerking: Als de aansluitingen DC POWER 24 V⎓ van de noodstroomeenheid onder de span- ning van 24 V staan, kan de versterker met de schakelaar POWER (14) niet worden uitgescha- keld. De versterker schakelt bij een stroomuitval of in uitgeschakelde toestand automatisch om naar de noodvoeding.
Ten slotte verbindt u het meegeleverde netsnoer eerst met de jack (24) en plugt u het in een stopcontact (230 V/ 50 Hz).
3) Ook wanneer de versterker is uitgescha-
keld, verbruikt hij een geringe hoeveelheid stroom. Trek daarom de stekker uit het stopcontact en koppelt u de noodvoeding eventueel los, wanneer u de versterker lan- gere tijd niet gebruikt. 6 Bediening Als de versterker is uitgeschakeld en met de voedingsspanning is verbonden, licht de LED “stand by” (11) op.
Alvorens het apparaat een eerste keer in gebruik te nemen, plaatst u de vijf in- gangsregelaars INPUT-1 tot INPUT-4 en AUX (8) evenals de regelaars MASTER (9) in de stand nul.
Schakel de versterker in met de schake- laar POWER (14) of met een schakelaar die op de schroefklemaansluiting AC POWER REMOTE (26) is aangesloten. De LED “stand by” gaat uit en de LED “power” (12) licht op.
6.1 Het volume instellen
1) Draai eerst de regelaar INPUT (8) van het
signaal dat het sterkst moet worden ge- hoord, in de stand 7 (bv. INPUT-1 voor noodaankondigingen op kanaal 1 met de hoogste prioriteit).
Plaats de zoneverzwakkers ZONE ATTENU- ATORS (6) van de zone waar het geluid het sterkst moet zijn, in de stand 5.
3) Doe een aankondiging via de betreffende
microfoon en stel met de regelaar MAS- TER (9) het maximaal gewenste volume in. Daarbij mag de LED “clip” van de volume- indicator (10) echter niet oplich- ten. De versterker wordt dan overstuurd en de signalen vervormd. Draai de regelaar MASTER overeenkomstig terug. Indien het gewenste volume niet wordt bereikt, en de LED “clip” nog niet oplicht, draai dan de betreffende regelaar INPUT verder open.
4) Regel daarna met de zoneverzwakkers (6)
tijdens een aankondiging ook het volume van de overige zones.
Stel het volume van andere microfoons en signaalbronnen in met de bijbehorende regelaars (8). Draai de regelaar van de on- gebruikte kanalen steeds in de stand nul.
Om een apparaat te selecteren dat op een van de jacks AUX INPUTS (19) is aangeslo- ten, stelt u de keuzeschakelaar “567” (3) in. Draai hiervoor de regelaar AUX eerst in de nulstand. Zo vermijdt u luide scha- kelploppen.
Stel de klang in met de beide regelaars “Bass” en “Treble” (4). Stel met de rege- laars PACK (5) de klank in voor een module in de opening (1).
8) Wenst u in bepaalde zones tijdelijk geen
geluid, dan draait u de bijbehorende ver- zwakkers (6) in de stand “off”.
6.2 Automatische volumedemping
– Een signaal van het kanaal 1 heeft prioriteit op alle andere signalen, d.w.z. de andere signalen worden in volume automatisch gedempt, wanneer u in de microfoon op kanaal 1 spreekt. – Bij het indrukken van de spreektoets van de microfoons PA-5000PTT worden het geluidsvolume van het AUX-kanaal auto- matisch verminderd. – Bij het inschakelen van de sirene of het ac- tiveren van de gong worden de ingangssig- nalen eveneens gedempt. De volumedemping kunt u met de regelaar “Mute Level” (31) tussen −25 dB tot −35 dB instellen.
De gong kan bv. vóór een aankondiging wor- den geactiveerd met de toets CHIME (2), met een drukknop die op de klemmen “Remote Chime” (30) is aangesloten, en met de over- spraaktoets van een PTT-microfoon. Stel het gongvolume met behulp van een schroeven- draaier in aan de regelaar “Chime Level” (33). Indien de gong niet moet worden geac- tiveerd door de PTT-microfoons die op de in- gangen 2 – 4 (34) zijn aangesloten, verwijdert u de jumper op de schroefklemmen “INPUTS Chime On / Off” (30).
6.3.1 Omschakelen tussen gongsignaal van
twee en vier tonen Met een stekkerbrug in de versterker kunt u omschakelen tussen een gongsignaal van twee en een van vier tonen. WAARSCHUWING Het omschakelen van het gongsignaal mag uitslui- tend gebeuren door des- kundig personeel. De ver- sterker moet hiervoor worden geopend. Trek in elk geval eerst de netstekker uit het stopcontact, anders loopt u het risico van een elektrische schok!
Als er een noodstroomeenheid is aangeslo- ten, koppelt u deze van de aansluitingen DC POWER (28) los, zodat de versterker zeker buiten bedrijf is.
2) Schroef het deksel van de versterker af.
Voer met de stekkerbrug MS 1 op de linker geleidingsplaat aan de achterzijde van de versterker volgende instellingen door: Stand “2T” = gongsignaal van twee tonen Stand “4TONE” = gongsignaal van vier tonen
4) Schroef het deksel weer vast.
De sirene kan via een schakelaar worden geactiveerd die op de klemmen “Remote Siren” (30) is aangesloten. Stel het volume met behulp van een schroevendraaier in aan de regelaar “Siren Level” (32).23 Nederlands
6.5 Schakelaar GROUND / LIFT
De vorming van een aardlus bij de installatie van alle apparaten (bv. van de behuizing van de versterker via een rack naar een andere ap- paraatbehuizing) veroorzaakt een bromgeluid (het best hoorbaar bij zachte muziekfragmen- ten). U kunt deze aardlus met de schakelaar GROUND/ LIFT (29) op de achterzijde van het apparaat onderbreken. Plaats hiervoor de schakelaar in de stand LIFT. Het brommen zou nu moeten stoppen. Anderzijds is de versterker niet beschermd tegen elektrische storingsvelden, als de behui- zing niet met de massa is verbonden. Plaats in dit geval de schakelaar in de stand GROUND. In geval van twijfel plaatst u de schakelaar afwisselend in beide standen om de optimale instelling te vinden. 7 Beveiligingscircuit De versterker is uitgerust met een beveiligings- circuit tegen overbelasting, oververhitting en kortsluiting aan de luidsprekeruitgangen. De afkoeling van de eindversterker gebeurt door een ventilator, waarvan het toerental wordt bepaald door de temperatuur in de eindver- sterker. Mocht de temperatuur desondanks te hoog zijn opgelopen, dan wordt de versterker gedempt en licht de rode LED “prot”(13). Draai de regelaar MASTER (9) in dit geval helemaal in de nulstand, wacht tot de LED “prot” uitgaat en schakel de versterker dan uit. Verhelp de foutoorzaak, bijvoorbeeld:
Sluit bij een overbelasting minder luidspre- kers aan of, indien mogelijk, stel voor de luidsprekers een lager vermogensverbruik in. Gebruik eventueel een tweede verster- ker (zie hoofdstuk 5.5).
Zorg bij oververhitting voor een betere luchtcirculatie.
Lokaliseer bij een kortsluiting aan een luid- sprekeruitgang de plaats van de kortslui- ting en verhelp ze. Deze gebruiksaanwijzing is door de auteurswet be schermd eigendom van MONACOR
SimpelGids