PA5240 - Ontvanger Monacor - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PA5240 Monacor in PDF-formaat.
| Producttype | Amplifier-mixer Public Address 5 zones |
| Merk | Monacor |
| Model | PA5240 |
| Vermogen RMS 100 V-uitgangen (totaal) | 240 W RMS (5 × 100 W max, totaal mag niet hoger zijn dan 240 W) |
| Vermogen RMS uitgang 8 Ω | 1 × 240 W RMS |
| Maximaal uitgangsvermogen | 340 W |
| Aantal zones | 5 zones (individuele dempers) |
| Microfooningangen | 4 ingangen (Mic 1-4), gevoeligheid 2,5 mV, symmetrisch |
| Lijningangen | 6 ingangen: Line 2-4 (250 mV), Aux 5-7 (250 mV) |
| Luidsprekeruitgangen | 5 × 100 V (zones), 1 × 100 V direct, 1 × 8 Ω direct |
| Vervormingspercentage | < 1 % |
| Bandbreedte | 55 – 16000 Hz |
| Signaal/ruisverhouding (Lijn) | > 80 dB (A-gewogen) |
| Signaal/ruisverhouding (Microfoon) | > 70 dB (A-gewogen) |
| Toonregeling | Bas ±10 dB bij 100 Hz, Treble ±10 dB bij 10 kHz |
| Netvoeding | 230 V / 50 Hz, 750 VA |
| Noodvoeding | 24 V (--), max. stroomverbruik 20 A |
| Afmetingen (B × H × D) | 482 × 133 × 352 mm, 3U rek |
| Gewicht | 16 kg |
| Bedrijfstemperatuur | 0 – 40 °C |
| Onderhoud en reiniging | Gebruik een droge, zachte doek, geen chemicaliën of water |
| Inbegrepen accessoires | Netsnoer, beschermkap voor aansluitingen |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Reparatie door gespecialiseerde technicus; zekering vervangbaar door een van hetzelfde type |
Veelgestelde vragen - PA5240 Monacor
Gebruikersvragen over PA5240 Monacor
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PA5240 - Monacor en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PA5240 van het merk Monacor.
GEBRUIKSAANWIJZING PA5240 Monacor
PA mengversterker voor 5 zones
Lees de handleiding grondig door, alvorens het apparaat in gebruik te nemen, en bewaar ze voor latere raadpleging. Op de uitklapbare pagina 3 vindt u een overzicht van alle beschreven bedieningselementen en de aansluitingen.
De luidsprekers mogen alleen worden aangesloten door personen met grondige kennis van de 100 V-geluidstechniek (hoofdstuk 5). De versterker is eenvoudig te bedienen (hoofdstuk 6), bedoeld voor nietvakmensen. Mocht u nog vragen hebben, neem dan contact op met uw installateur of gespecialiseerde winkel.
1 Overzicht van de bedienings-elementen en aansluitingen
1.1 Frontpaneel
1 Afsluitplaat voor de moduleopening; hier kan een module van MONACOR worden ingestoken, bv. tuner, mp3/cd-speler, geheugen voor digitale boodschappen
2 Gongtoets
3 Keuzeschakelaar voor de ingangen AUX 5–7
4 Klankregelaar "Bass" (±10 dB / 100 Hz) en "Treble" (±10dB/10kHz)
5 Extra klankregelaar voor een apparaat dat in de opening (1) is geplaatst
6 Zoneverzwakkers voor een verschillende volumeregeling van de afzonderlijke PA-zones
7 Microfooningang MIC (jack 6,3 mm, gebalanceerd) voor de ingang 1, parallelgeschakeld met de jack INPUT-1 (21)
8 Niveauregelaar van de ingangen 1 – 4 en AUX
9 Regelaar MASTER voor het totale geluids-volume
10 VU-LED's voor de eindversterker [onafhankelijk van de zoneverzwakkers (6)]; bij oversturing licht de rode LED "clip" op
11 LED "stand by", licht op bij uitgeschakelde versterker
12 LED "power", licht op bij ingeschakeld apparaat
13 LED "prot"; licht op, wanneer de versterker bij oververhitting gedempt is
14 POWER-schakelaar
1.2 Achterzijde
15 Beschermkap voor de schroefaansluitingen Opgelet! Gebruik de versterker nooit zonder de beschermkap.
16 Luidsprekeraansluitingen voor luidsprekers van 100 V
Opgelet! Elke van de vijf zone-uitgangen kan een belastbaarheid van maximaal 100W RMS hebben. De toegelaten totale belasting mag echter in geen geval worden overschreden: PA-5240 240W RMS PA-5480 480W RMS
17 Deksel; bij het gebruik van een module worden hier eventueel andere aansluitingen tot stand gebracht
18 6,3 mm-jacks AMP IN en PRE OUT om een apparaat tussen te schakelen, bv. equalizer; op de jack PRE OUT kan ook een tweede 100 V-versterker worden aangesloten, wanneer het uitgangsvermogen niet voldoende is om bijkomende luidsprekers te gebruiken
19 Ingangen AUX 5–7 voor apparatuur met lijnniveau (bv. mp3/cd-speler, cassetrecorder etc.), te selecteren met de schuifschakelaar (3); de signalen van beide stereo kanalen L en R worden intern telkens naar een monosignaal gemengd
20 Ingangsjack voor kanaal 2 (XLR/6,3 mm-combinatiejack) voor de aansluiting van een microfoon [toets "Mic/Line" (35) niet ingedrukt] of van een apparaat met lijnniveau [toets "Mic / Line" ingedrukt]; parallelgeschakeld met de daaronder liggende schroefklemaansluiting (34)
21 Ingangsjack voor kanaal 1 (XLR / 6,3 mm-combinatiejack) voor de aansluiting van een microfoon; parallelgeschakeld met de jack MIC (7)
22 Massaverbinding voor de beide luidsprekeraansluitingen "8 Ω" (23) en "100V" (25) ernaast
23 Rechtstreekse uitgang voor een luidspreker van 8 Ω of een luidsprekergroep van 8 Ω; de zoneverzwakkers (6) beïnvloeden deze uitgang niet
Opgelet! Gebruik deze uitgang alleen, wanneer de uitgangen van 100 V (16 en 25) niet worden gebruikt. Zo niet, wordt de versterker overbelast.
24 Netjack voor de aansluiting op een stopcontact (230V/ 50 Hz) via het meegeleverde netsnoer
25 Rechtstreeks uitgang voor luidsprekers van 100V; de zoneverzwakkers (6) beïnvloeden deze uitgang niet
Opgelet! De totale belasting van alle aangesloten luidsprekers mag 240W RMS (PA-5240) resp. 480W RMS (PA-5480) niet overschrijden
26 Schroefklemverbinding* AC POWER REMOTE voor een externe schakelaar om afstandsbediend in en uit te schakelen
Opmerking: Voor de afstandsbediening mag het toestel niet via de schakelaar POWER (14) zijn ingeschakeld.
27 Zekering voor de noodstroomvoeding; vervang een gesmolten zekering uitsluitend door een zekering van hetzelfde type
28 Schroefaansluitingen voor een noodvoedingsspanning: 24 V (=)
29 Schakelaar GROUND/ LIFT, om bij bromstoringen de signaalmassa van de kastmassa te scheiden (LIFT) of ze te verbinden (GROUND)
30 Schroefaansluitingen
"Remote Siren" voor afstandsbediende activering van de sirene via een schakelaar
"Remote Chime" voor de afstandsbediende activering van de gong via een drukknop
"INPUTS Chime On / Off" met kortsluit-brug
Bij verwijdering van de brug kunt u de gong via de schroefklemaansluitingen (34) van de ingangen 2 – 4 niet afstandsbediend activeren.
31 Regelaar "Mute Level" voor het instellen van de volumedemping bij een aankondiging, gong of sirene
32 Regelaar "Siren Level" voor het instellen van het sirenevolume
33 Regelaar "Chime Level" voor het instellen van het gongvolume
34 Schroefklemverbindingen* voor de ingangen 2 – 4; bij kanaal 2 is deze ingang met de jack (20) erboven parallelgeschakeld; De contacten - dienen telkens voor de afstandsbediende activering van het gongsignaal en voor de automatische vermindering van het geluidsvolume van het AUX-kanaal.
35 Keuzeschakelaar voor de ingangen 2 - 4 tussen microfoonniveau (toets niet ingedrukt) en lijnniveau (toets ingedrukt)
36 Schakelaar "P.H. +18 V" van de ingangen 2 – 4 om de fantoomvoeding van 18 V tussen te schakelen; nodig bij de aansluiting van condensator- of elektretmicrofoons, die op fantoomvoeding werken
Opgelet! Bij tussengeschakelde fantoomvoeding mag u op de bijhorende microfooningangen geen ongebalanceerde microfoons aansluiten, omdat ze beschadigd zouden kunnen worden.
37 Schakelaar "P.H. +18 V" voor de ingang 1 om de fantoomvoeding van 18 V tussen te schakelen
2 Veiligheidsvoorschriften
Het apparaat is in overeenstemming met alle relevante EU-Richtlijnen en is daarom gekenmerkt met €€
WAARSCHUWING De netspanning van het

apparaat is levensgevaar- lijk. Open het apparaat niet, en zorg dat u niets
in de ventilatieopeningen steekt! U loopt het risico van een elektrische schok.
Tijdens het gebruik staan de luidsprekeraansluitingen (16, 25) onder een levensgevaarlijke spanning tot 100 V. Gebruik de versterker nooit zonder de beschermkap (15).
De in- en uitgangen mogen enkel aangesloten en gewijzigd worden, wanneer de geluidsinstallatie is uitgeschakeld.
- Het toestel is enkel geschikt voor gebruik binnenshuis. Vermijd druip- en spatwater, uitzonderlijk warme plaatsen en plaatsen met een hoge vochtigheid (toegestaan omgevingstemperatuurbereik: 0–40 °C).
- Plaats geen bekers met vloeistof zoals drinkglazen etc. op het toestel.
* Gemakkelijkheidshalve kunt u de schroefklemaansluitingen uit hun insteekverbinding trekken.
- De warmte die in het toestel ontstaat, moet door ventilatie afgevoerd worden. Dek de ventilatieopeningen niet af.
-
Schakel het toestel niet in resp. trek onmiddellijk de stekker uit het stopcontact:
-
wanneer het toestel of het netsnoer zichtbaar beschadigd zijn,
- wanneer er een defect zou kunnen optreden nadat de module bijvoorbeeld gevallen is,
-
wanneer de module slecht functioneert. Het apparaat moet in elk geval hersteld worden door een gekwalificeerd vakman.
-
Trek de stekker nooit met het snoer uit het stopcontact, maar met de stekker zelf.
- Verwijder het stof enkel met een droge doek. Gebruik zeker geen chemicaliën of water.
- In geval van ongeoorloofd of verkeerd gebruik, verkeerde aansluiting resp. bediening of van herstelling door een niet-gekwalificeerd persoon vervalt de garantie en de verantwoordelijkheid voor hieruit resulterende materiële of lichamelijke schade.

Wanneer het apparaat definitief uit bedrijf wordt genomen, bezorg het dan voor milieuvriendelijke verwerking aan een plaatselijk recyclagebedrijf.
3 Toepassingen en toebehoren
De versterkers PA-5240 en PA-5480 zijn speciaal voor het gebruik in PA-installaties van 100 V ontworpen. Ze beschikken over uitgangen van 100 V voor maximaal 5 PA-zones, waarvan u het volume individueel kunt instellen. Op de vijf met elkaar mengbare ingangskanalen kunt u microfoons (kanalen 1 – 4) of apparatuur met lijnniveau (kanalen 2–5) aansluiten.
In de extra opening (1) kunt u een van de volgende modules van MONACOR plaatsen:
| PA-1120DMT | geheugen voor digitale boodschappen met schakelklok |
| PA-1140RCD radio | o/cd-speler |
| PA-1200C schakelklok | |
| PA-1200RDS AM | FM-radio |
De PA-5000PTT van MONACOR, een PTT-tafelmicrofoon, is speciaal voor deze versterkers als toebehoren ontworpen, en kan worden aangesloten via de schroefklemaansluitingen (34) van de kanalen 2 – 4.
4 De versterker opstellen
De versterker is voorzien voor montage in een 19"-rack (482 mm), maar kan ook als tafelmodel gebruikt worden. In elk geval moet de lucht door alle ventilatieopeningen kunnen stromen, om voldoende ventilatie van de eindversterkers te verzekeren.
4.1 De montage in een rack
Voor de montage in een rack hebt u 3 RE (3 rack-eenheden = 133 mm) nodig. Om te voorkomen dat het rack topzwaar wordt, dient de versterker in het onderste gedeelte van het rack gemonteerd te worden. De frontplaat alleen is niet voldoende voor een veilige bevestiging. Het toestel moet links en rechts door rails of onderaan door een bodemplaat extra ondersteund worden.
De hete lucht die uit de versterker wordt geblazen, moet uit het rack kunnen worden afgevoerd. Anders hoopt de warmte zich op in het rack, waardoor niet enkel de versterker maar ook andere apparaten in het rack kunnen worden beschadigd. Bij een onvoldoende warmteafvoer moet u in het rack een ventilator plaatsen.
5 De versterker aansluiten
De in- en uitgangen mogen enkel door een gekwalificeerde vakman uitgevoerd worden en in elk geval wanneer de versterker uitgeschakeld is!
Diverse aansluitingen, bv. deze voor de luidsprekers, bevinden zich onder de beschermkap (15). Om de aansluitingen tot stand te brengen, schroeft u de kap los.
WAARSCHUWING

De versterker mag niet zonder de beschermkap (15) worden bediend. Immers, tijdens het bedrijf
voeren de luidsprekeraansluitingen (16, 25) gevaarlijke spanningen tot 100 V. Schroef de beschermkap na het aansluiten opnieuw vast, zodat de contacten niet kunnen worden aangeraakt.
5.1 De luidspreker
1) Ofwel sluit u luidsprekers van 100 V voor de vijf PA-zones aan op de klemmen ATT ZONE OUTPUTS (16)
Opgelet! In elke PA-zone mag de belasting door de luidsprekers van 100 V max. 100 W RMS bedragen, maar mag de toegelaten totale belasting van alle luidsprekers niet worden overschreden:
240W RMS (PA-5240) resp.
480W RMS (PA-5480)
2) Ofwel sluit u een luidsprekergroep met een totale impedantie van minstens 8 Ω aan op de klemmen COM (22) en 8 Ω (23). De zoneverzwakkers (6) beïnvloeden deze uitgang niet.
3) Let bij de aansluiting steeds op de correcte polariteit. Bij de 8 Ω-aansluiting is de klem COM de negatieve pool en de klem 8 Ω de positieve pool. De positieve aansluiting van de luidsprekerkabel is altijd speciaal gemarkeerd.
4) Bijkomende luidsprekers van 100 V waarvan het volume niet door de zoneverzwakkers (6) moet worden gedempt, kunnen op de klemmen COM (22) en 100 V (25) worden aangesloten. De totale belasting van deze luidsprekers en van de luidsprekers op de klemmen ATT ZONE OUTPUTS mag daarbij niet worden overschreden (zie boven aanwijzing "Opgelet").
5.2 Microfoons
Er kunnen vier microfoons worden aangesloten, telkens een microfoon op de kanalen 1–4:
- In het kanaal 1 op de jack MIC (7) op het frontpaneel of op de jack XLR / 6,3 mm-combinatiejack INPUT-1 (21) Een signaal van het kanaal 1 heeft prioriteit op alle andere signalen, d.w.z. de andere signalen worden in volume automatisch gedempt, wanneer u in de microfoon op kanaal 1 spreekt.
- In het kanaal 2 op de XLR / 6,3 mm-combinatiejack INPUT-2 (20) of op de schroef-klemaansluiting (34) eronder*
- In het kanaal 3 op de schroefklemaansluiting INPUT-3 (34)*.
- In het kanaal 4 op de schroefklemaansluiting INPUT-4 (34)*
*Opmerking: Bij de microfoon PA-5000PTT wordt het geluidsvolume van het AUX-kanaal bij het indrukken van de spreektoets automatisch verminderd.
U kunt de schroefklemaansluitingen (34) gemakkelijkheidshalve uit de insteekverbinding van het apparaat trekken en direct na de aansluiting opnieuw in pluggen.
1) Verbind de microfoons met de overeenkomstige aansluitingen.
De microfoons PA-5000PTT op de schroefklemmenrij (34) aansluiten, zodat de gong van deze microfoons geactiveerd en het geluidsvolume van het AUX-kanaal verminderd kan worden.
2) Bij aansluiting van een microfoon mag de toets "Mic/Line" (35) van de kanalen 2 - 4 niet zijn ingedrukt, zodat de ingang microfoongevoelig is geschakeld.
3) Bij gebruik van een microfoon met fantoomvoeding drukt u op de overeenkomstige toets "P.H. +18 V" (36, 37). De microfoon wordt via de versterker met een spanning van 18V gevoed.
Opgelet! Bij tussengeschakelde fantoomvoeding mag u op de bijhorende microfooningangen geen ongebalanceerde microfoons aansluiten, omdat ze beschadigd zouden kunnen worden.
5.3 Apparaten met lijnuitgang
U kunt zes apparaten met lijnuitgang (bv. mp3/cd-speler, tuner, cassettedeck) aansluiten, telkens een apparaat op de kanalen 2 – 4 en drie apparaten op het AUX-kanaal.
1) Verbind de apparaten met de overeenkomstige aansluitingen:
- XLR/6,3 mm-combinatiejack INPUT-2 (20)
– Schroefklemaansluitingen INPUT-2 tot INPUT-4 (34)
– Cinch-jacks AUX INPUTS (19)
Gebruik bij de aansluiting van een stereo-apparaat op de XLR/6,3 mm-combinatiejack (20) een stereo-monoadapter (bv. SMC-1 van MONACOR) en een adapterkabel (bv. MCA-300 van MONACOR). Anders heffen de signalen van het stereomidden elkaar op.
2) Druk in de kanalen 2 - 4 bij de aansluiting van een apparaat met lijnuitgang op de
bijbehorende toets "Mic/Line" (35), zodat de ingang naar lijnniveau is geschakeld. De overeenkomstige toets "P.H. +18 V" (36) mag niet zijn ingedrukt, zodat de fantoomvoeding is uitgeschakeld.
3) Voor het AUX-kanaal bepaalt u met de keuzeschakelaar "5 6 7" (3) het apparaat dat moet worden beluisterd.
5.4 Een equalizer of ander apparaat tussenschakelen
Voor de externe klankregeling kunt u bv. een equalizer tussenschakelen via de jacks INSERTS(18).
1) Verbind de ingang van het apparaat met de jack PRE OUT.
2) Verbind de uitgang van het apparaat met de jack AMP IN.
Opmerking: In de versterker wordt het signaal onderbroken, wanneer alleen de jack AMP IN is aangesloten of het tussengeschakelde apparaat niet is ingeschakeld, defect is of niet correct is aangesloten. De aangesloten luidsprekers blijven dan gedempt.
5.5 Bijkomende versterker
Indien er meer luidsprekers nodig zijn dan toegelaten voor de versterker, is een bij komende versterker noodzakelijk. Verbind de ingang van de bijkomende versterker met de jack PRE OUT in het aansluitbereik INSERTS (18). Het signaal voor de bijkomende versterker wordt niet door de zoneverzwakker (6) beïnvloed.
5.6 Schakelaars voor gong en sirene
Verbind voor de afstandsbediende activering van de gong een drukknop met de contacten "Remote Chime" (30). Om de sirene te kunnen gebruiken, sluit u een schakelaar aan op de contacten "Remote Siren" (30). Om vanaf meerdere plaatsen een bediening mogelijk te maken, kunt u ook meerdere drukknoppen resp. schakelaars parallel schakelen.
5.7 Schakelaar voor afstandsbediend in- en uitschakelen
Via een afzonderlijke schakelaar kunt u de versterker afstandsbediend in- en uitschakelen. Verbind hiervoor een POWER-schakelaar met de schroefklemaansluiting AC POWER REMOTE (26). Voor het afstandsbediend in- en uitschakelen mag de versterker niet zijn ingeschakeld met de schakelaar POWER (14).
5.8 Netvoeding en noodstroomvoeding
1) Als de versterker bij een eventuele stroom-uitval verder moet werken, sluit u op de klemmen DC POWER 24 V--- (28) een noodvoeding van 24 V aan (bv. PA-24ESP van MONACOR). Bij een kabellengte van maximum 4 m is een dwarsdoorsnede van 5 mm² vereist.
Opmerking: Als de aansluitingen DC POWER 24V van de noodstroomeenheid onder de spanning van 24 V staan, kan de versterker met de schakelaar POWER (14) niet worden uitgeschakeld. De versterker schakelt bij een stroomuitval of in uitgeschakelde toestand automatisch om naar de noodvoeding.
2) Ten slotte verbindt u het meegeleverde netsnoer eerst met de jack (24) en plugt u het in een stopcontact (230 V/ 50 Hz).
3) Ook wanneer de versterker is uitgeschakeld, verbruikt hij een geringe hoeveelheid stroom. Trek daarom de stekker uit het stopcontact en koppelt u de noodvoeding eventueel los, wanneer u de versterker langere tijd niet gebruikt.
6 Bediening
Als de versterker is uitgeschakeld en met de voedingsspanning is verbonden, licht de LED "stand by" (11) op.
1) Alvorens het apparaat een eerste keer in gebruik te nemen, plaatst u de vijf ingangsregelaars INPUT-1 tot INPUT-4 en AUX (8) evenals de regelaars MASTER (9) in de stand nul.
2) Schakel de versterker in met de schakelaar POWER (14) of met een schakelaar die op de schroefklemaansluiting AC POWER REMOTE (26) is aangesloten. De LED "stand by" gaat uit en de LED "power" (12) licht op.
6.1 Het volume instellen
1) Draai eerst de regelaar INPUT (8) van het signaal dat het sterkst moet worden gehoord, in de stand 7 (bv. INPUT-1 voor noodaankondigingen op kanaal 1 met de hoogste prioriteit).
2) Plaats de zoneverzwakkers ZONE ATTENUATORS (6) van de zone waar het geluid het sterkst moet zijn, in de stand 5.
3) Doe een aankondiging via de betreffende microfoon en stel met de regelaar MASTER (9) het maximaal gewenste volume in. Daarbij mag de LED "clip" van de volume- indicator (10) echter niet oplichten. De versterker wordt dan overstuurd en de signalen vervormd. Draai de regelaar MASTER overeenkomstig terug.
Indien het gewenste volume niet wordt bereikt, en de LED "clip" nog niet oplicht, draai dan de betreffende regelaar INPUT verder open.
4) Regel daarna met de zoneverzwakkers (6) tijdens een aankondiging ook het volume van de overige zones.
5) Stel het volume van andere microfoons en signaalbronnen in met de bijbehorende regelaars (8). Draai de regelaar van de ongebruikte kanalen steeds in de stand nul.
6) Om een apparaat te selecteren dat op een van de jacks AUX INPUTS (19) is aangesloten, stelt u de keuzeschakelaar "5 6 7" (3) in. Draai hiervoor de regelaar AUX eerst in de nulstand. Zo vermijdt u luide schakelploppen.
7) Stel de klang in met de beide regelaars "Bass" en "Treble" (4). Stel met de regelaars PACK (5) de klank in voor een module in de opening (1).
8) Wenst u in bepaalde zones tijdelijk geen geluid, dan draait u de bijbehorende verzwakkers (6) in de stand "off".
- Een signaal van het kanaal 1 heeft prioriteit op alle andere signalen, d.w.z. de andere signalen worden in volume automatisch gedempt, wanneer u in de microfoon op kanaal 1 spreekt.
- Bij het indrukken van de spreektoets van de microfoons PA-5000PTT worden het geluidsvolume van het AUX-kanaal automatisch verminderd.
- Bij het inschakelen van de sirene of het activeren van de gong worden de ingangssignalen eveneens gedempt.
De volumedemping kunt u met de regelaar "Mute Level" (31) tussen -25 dB tot -35 dB instellen.
6.3 Gong
De gong kan bv. vóór een aankondiging worden geactiveerd met de toets CHIME (2), met een drukknop die op de klemmen "Remote Chime" (30) is aangesloten, en met de overspraaktoets van een PTT-microfoon. Stel het gongvolume met behulp van een schroevendraaier in aan de regelaar "Chime Level" (33).
Indien de gong niet moet worden geactiveerd door de PTT-microfoons die op de ingangen 2 – 4 (34) zijn aangesloten, verwijdert u de jumper op de schroefklemmen "INPUTS Chime On/Off" (30).
6.3.1 Omschakelen tussen gongsignaal van twee en vier tonen
Met een stekkerbrug in de versterker kunt u omschakelen tussen een gongsignaal van twee en een van vier tonen.
WAARSCHUWING
Het omschakelen van het gongsignaal mag uitsluitend gebeuren door deskundig personeel. De ver-
sterker moet hiervoor worden geopend. Trek in elk geval eerst de netstekker uit het stopcontact, anders loopt u het risico van een elektrische schok!
1) Als er een noodstroomeenheid is aangesloten, koppelt u deze van de aansluitingen DC POWER (28) los, zodat de versterker zeker buiten bedrijf is.
2) Schroef het deksel van de versterker af.
3) Voer met de stekkerbrug MS 1 op de linker geleidingsplaat aan de achterzijde van de versterker volgende instellingen door:
Stand "2T" = gongsignaal van twee tonen
Stand "4TONE" = gongsignaal van vier tonen
4) Schroef het deksel weer vast.
6.4 Alarmsirene
De sirene kan via een schakelaar worden geactiveerd die op de klemmen "Remote Siren" (30) is aangesloten. Stel het volume met behulp van een schroevendraaier in aan de regelaar "Siren Level" (32).
6.5 SchakelaarGROUND/LIFT
De vorming van een aardlus bij de installatie van alle apparaten (bv. van de behuizing van de versterker via een rack naar een andere apparaatbehuizing) veroorzaakt een bromgeluid (het best hoorbaar bij zachte muziekfragmenten). U kunt deze aardlus met de schakelaar GROUND/ LIFT (29) op de achterzijde van het apparaat onderbreken. Plaats hiervoor de schakelaar in de stand LIFT. Het brommen zou nu moeten stoppen.
Anderzijds is de versterker niet beschermd tegen elektrische storingsvelden, als de behuizing niet met de massa is verbonden. Plaats in dit geval de schakelaar in de stand GROUND. In geval van twijfel plaatst u de schakelaar afwisselend in beide standen om de optimale instelling te vinden.
7 Beveiligingscircuit
De versterker is uitgerust met een beveiligings-circuit tegen overbelasting, oververhitting en kortsluiting aan de luidsprekeruitgangen. De afkoeling van de eindversterker gebeurt door een ventilator, waarvan het toerental wordt bepaald door de temperatuur in de eindversterker. Mocht de temperatuur desondanks te hoog zijn opgelopen, dan wordt de versterker gedempt en licht de rode LED "prot" (13). Draai de regelaar MASTER (9) in dit geval helemaal in de nulstand, wacht tot de LED "prot" uitgaat en schakel de versterker dan uit. Verhelp de foutoorzaak, bijvoorbeeld:
- Sluit bij een overbelasting minder luidsprekers aan of, indien mogelijk, stel voor de luidsprekers een lager vermogensverbruik in. Gebruik eventueel een tweede versterker (zie hoofdstuk 5.5).
- Zorg bij oververhitting voor een betere luchtcirculatie.
- Lokaliseer bij een kortsluiting aan een luidsprekeruitgang de plaats van de kortsluiting en verhelp ze.
| Technische gegevens PA-5240 PA-5480 | ||
| Sinusvermogen (W RMS)100V-uitgangen*8Ω-uitgang*max. uitgangsvermogen | 5 × 100 W, maar samen niet meer dan 240 W1 × 240 W340 W | 5 × 100 W, maar samen niet meer dan 480 W1 × 480 W680 W |
| THD < 1 % | ||
| IngangenMic 1–4Line 2–4Aux 5–7Amp InExtra module | 2,5 mV, 2 kΩ, gebalanceerd250 mV, 200 kΩ, gebalanceerd250 mV, 5 kΩ, ongebalanceerd775 mV, 10 kΩ, ongebalanceerd250 mV, 10 kΩ, ongebalanceerd | |
| UitgangenLuidsprekers*ZonesRechtstreeks uitgangenPre Out | 5 × 100 V1 × 100 V, 1 × 8 Ω775 mV/100Ω, ongebalanceerd | |
| Frequentiebereik | 55–16000 Hz | |
| Signaal/ruis-verhoudingLineMic | >80 dB (A gemeten)>70 dB (A gemeten) | |
| EqualizerBassTreble | ±10 dB bij 100 Hz±10 dB bij 10 kHz | |
| Omgevingstemperatuurbereik | 0–40°C | |
| VoedingsspanningNetspanningKrachtontnemingNoodstroomvoedingGelijkstroomverbruik | 230 V/50 Hz750 VA24 V (--)max. 20 A | 230 V/50 Hz1500 VA24 V (--)max. 40 A |
| Afmetingen (B × H × D) | 482 × 133 × 352 mm, 3 RE | 482 × 133 × 352 mm, 3 RE |
| Gewicht | 16 kg | 17 kg |
| *Gebruik ofwel de 100 V-uitgangen of de 8 Ω-uitgang! | ||
Blokschema zie pagina 29