Marion - Naaimachine VERITAS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Marion VERITAS in PDF-formaat.
| Producttype | Elektronische naaimachine |
| Merk | VERITAS |
| Model | Marion |
| Kleur | Wit/zilver (niet bevestigd) |
| Voeding | 100-240 V, 50/60 Hz, 70 W |
| Beschermingsklasse | II |
| Lamptype | LED, 5 V max. 100 mW |
| Aantal steken | 66 steken (10 standaard + 56 patronen) |
| Steektypes | Rechte steek, zigzag, elastische steken, decoratief, hoofdletters en cursief |
| Knoopsgat | Automatisch in 1 stap (7 types: B-17 tot B-26) |
| Naaldinsteker | Geïntegreerd automatisch |
| Naaisnelheid | Instelbaar met schuifregelaar (max ca. 800 steken/min) |
| Pedaal | Type C-9000 (inbegrepen) |
| Vrije arm | Ja (afneembaar schuifblad) |
| Verlenging | Inbegrepen (vergroot schuifblad) |
| Geheugenmodus | 4 eenheden, elk 20 geheugenplekken (combinaties opslaan) |
| Display | LCD met achtergrondverlichting |
| Inbegrepen accessoires | Naai voeten (universeel T, rits, knoopsgat, overlock E, onzichtbare zoom F, borduur A), reinigingsborstel, tornmes, spoelen (3x), schroevendraaier, naalden, stiklijngeleider, verlenging, enz. |
| Afmetingen (ca.) | 42 x 18 x 30 cm (niet verstrekt) |
| Gewicht (ca.) | 7,5 kg (niet verstrekt) |
| Onderhoud | Reinig transporteur met borstel, beperkt oliën, naald vervangen |
| Veiligheid | Automatische stop bij blokkering, draadafsnijder, kinderbeveiliging (lees de handleiding verplicht) |
| Klantenservice | VERITAS Service Center, gratis nummer 00800 333 00 777, e-mail service-fr@veritas-sewing.com |
Veelgestelde vragen - Marion VERITAS
Gebruikersvragen over Marion VERITAS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Marion - VERITAS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Marion van het merk VERITAS.
GEBRUIKSAANWIJZING Marion VERITAS
Gefeliciteerd met de aankoop van uw computergestuurde naaimachine. U hebt een kwaliteitsproduct gekocht dat met grote zorgvuldigheid is geproduceerd en dat u met het juiste onderhoud vele jaren goede dienst zal bewijzen.
We vragen u om de handleiding voor de eerste ingebruikname goed door te lezen en vooral goed op de veiligheidsaanwijzingen te letten.
Personen die niet vertrouwd zijn met de handleiding, mogen het apparaat niet gebruiken.
In de handleiding vindt u alle wetenswaardigheden over de gebruiksmogelijkheden van uw computergestuurde naaimachine. Indien u nog vragen hebt, kunt u zich wenden tot de verkoper.
Wij wensen u veel plezier en succes met naaien!
Vragen over de machine, het onderhoud en klantenservice
Gratis servicenummer: 00800 333 00 777
service-nl@veritas-sewing.com
Adres klantenservice: Veritas Service Center
c/o Teknihall GmbH
Breitefeld 15
DE-64839 Münster
GERMANY
Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
Bij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen in acht te worden genomen. Lees daarom voordat u deze computergestuurde naaimachine gebruikt deze handleiding zorgvuldig door en bewaar hem voor toekomstig gebruik.
GEVAAR – Ter bescherming tegen elektrische schokken:
- Laat de computergestuurde naaimachine nooit onbeheerd achter de machine op de elektriciteit is aangesloten.
- Haal na gebruik en voordat de naaimachine wordt schoongemaakt altijd de stekker uit het stopcontact.
WAARSCHUWING – Om brandwonden, brand, elektrische schokken of letsel van personen te voorkomen:
- Elektrische apparaten zijn geen speelgoed voor kinderen. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zorgen dat ze niet met de computergestuurde naaimachine spelen. Bijzondere aandacht is nodig als de computergestuurde naaimachine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt.
- De computergestuurde naaimachine mag alleen worden gebruikt voor het doel dat in deze handleiding wordt beschreven. Gebruik alleen de accessoires die in deze handleiding worden beschreven en die worden aanbevolen door de fabrikant, anders kan het apparaat beschadigd raken.
- Gebruik de computergestuurde naaimachine nooit als een kabel of aansluiting beschadigd is, als de machine niet goed of zonder storingen werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of met water in contact is gekomen. Breng in de bovengenoemde gevallen de computergestuurde naaimachine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het servicecenter om de naaimachine te laten controleren en te repare-
ren of om elektrische en/of mechanische onderdelen te laten vervangen.
- Gebruik de computergestuurde naaimachine nooit met geblokkeerde ventilatieopeningen. Houd de ventilatieopeningen van de machine en het voetpedaal vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof.
- Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Let in het bijzonder op in het gebied rond de naald. De bewegen-de delen, zoals de naald en de persvoethevel, vormen een risico voor handen en vingers. Het werkgebied moet daarom voortdurend in de gaten worden gehouden tijdens de wer-king van de machine. Instellingen aan de machine, zoals het vervangen van de naald, het inrijgen van de draad, spoeltje plaatsen of van persvoet wisselen mogen alleen gedaan worden als de machine is uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“).
- Koppel de computergestuurde naaimachine altijd los van de stroomtoevoer, d.w.z. haal de stekker uit het stopcontact, bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden zoals beschreven in de handleiding. Bijvoorbeeld als het deksel wordt verwijderd, het apparaat geolied of gereinigd wordt of als het lampje wordt vervangen. Haal ook de stekker uit het stopcontact als het apparaat wordt verplaatst of niet in werking is.
- Zet om de machine uit te schakelen de hoofdschakelaar op „O“ en trek de stekker uit het stopcontact. Trek altijd de stekker uit het stopcontact als u de machine zonder toezicht achterlaat om letsel door per ongeluk activeren te voorkomen.
- Trek niet aan het netsnoer als u de stekker uit het stopcontact haalt. Trek altijd aan de stekker en niet aan het netsnoer.
- Het netsnoer mag nooit over hoeken of randen hagen of worden vastgeklemd (risico op een elektrische schok!). Leg
Belangrijke veiligheidsaanwijzingen
het netsnoer zodanig dat niemand erover kan struikelen.
-
Gebruik altijd de juiste naaldplaat die is meegeleverd met deze computergestuurde naaimachine. De verkeerde naaldplaat kan ervoor zorgen dat de naald breekt.
-
Gebruik geen kromme of gebroken naalden.
-
Gebruik het apparaat altijd op een droge, stabiele en vlakke ondergrond. Uit de buurt houden van hete oppervlakken of open vuur.
-
Trek tijdens het naaien niet aan de stof, anders kan de naald doorbuigen en breken.
-
Geen voorwerpen in de openingen van de computergestuurde naaimachine steken of laten vallen.
-
Gebruik de computergestuurde naaimachine niet buiten.
-
Gebruik de computergestuurde naaimachine niet in ruimtes waar LPG-producten (bijvoorbeeld sprays) of zuurstof worden gebruikt.
-
Het geluidsniveau is bij normale werkomstandigheden 75 dB(A).
-
Schakel de computergestuurde naaimachine uit of haal de stekker uit het stopcontact als de computergestuurde naaimachine niet goed werkt.
-
Zet nooit iets op het voetpedaal!
-
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hun leert hoe het apparaat veilig kan worden gebruikt en ze de daaruit voortvloeiende risico's begrijpen.
-
Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.
- Gebruik de machine niet als deze vochtig is of in een vochtige omgeving staat.
- Dompel het water nooit onder in water of andere vloeistoffen (gevaar voor elektrische schokken!).
- Sluit het apparaat alleen aan op 100–240 V wisselstroom.
- Wij raden u aan het apparaat aan te sluiten op een elektrici- teitsgroep met een aardlekschakelaar.
- Uw computergestuurde naaimachine is uitgerust met een LED-lampje. Als het LED-lampje beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant of de klantenservice om gevaar te voorkomen.
- De naaimachine mag alleen worden gebruikt met het voet-pedaal van het type C-9000.
- Als de aansluitkabel, die verbonden is met het voetpedaal, beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant en de klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon om gevaar te voorkomen.
- Bewaar deze handleiding op een geschikte plaats in de buurt van de machine. Geef de handleiding aan derden bij uitlenen of doorverkopen van het apparaat.
BEWAAR DEZE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ZORGVULDIG.
Deze computergestuurde naaimachine is bedoeld voor huishou-delijk gebruik.
Inhalt
Belangrijke veiligheidsaanwijzingen....11
Overzicht apparaatonderdelen 18
Functietoetsen 20
LCD-scherm 22
Steekoverzicht 24
Accessoires....28
Voor het eerste gebruik 30
Sluit de naaimachine aan op het stroomnet....32
Het juiste persvoetje plaatsen 34
Spoelen 36
Spoeltje plaatsen....40
Bovendraad inrijgen 42
Automatisch inrijgen 46
Het ophalen van de onderdraad....48
Instellingen 50
Draad afsnijden....50
2-traps persvoetstand....50
Persvoetdruk instellen....50
Beginnen met naaien 52
Start/Stop-knop....5
Voetpedaal 52
Draadspanning....54
Persvoettabel 61
Geschikte naald, garen en stof kiezen....64
Naald wisselen....66
Transporteur omhoog en omlaag zetten 66
Steekbalans instellen....68
Functietoetsen 70
Start/Stop-knop....70
Knop voor de draadsnijder 70
Achterwaartsknop....72
Knop voor automatisch afhechten „Auto-Lock“......74
Knop voor Naaldstop omhoog/omlaag....76
Knop voor het instellen van de steekbreedte ....78
Moduskeuzeknop voor directe steekkeuze 80
Spiegelen....82
Toets tweelingnaald....82
Directe patroonkeuze en cijfertoetsen 84
Correctietoets EDIT/ Geheugentoets M/ Wistoets C.....86
Handige naaitips....88
Hoeken naaien....88
Achterwaarts naaien....88
Naaien met de vrije arm....88
Tafelverlenging bevestigen 90
Naaien von dikke stoffen....90
Naaldpositie wijzigen....92
Steeklengte wijzigen....92
Zizagsteken 94
Stretchsteek....96
Overlockvoet....98
Blindzomen....100
Knopen aannaaien 102
Knopsgaten naaien....104
Met koordinleg versterkte knoopsgaten....110
Afhechtsteek....112
Oogjessteek 114
Stoppen....116
Ritssluiting inzetten 120
Blinde ritssluiting inzetten....122
Smalle zomen....124
Koord naaien 126
Satijnsteek 128
Randgeleider....130
Rimpelen 132
Smocken 134
Naaien uit de vrije hand
Boventransportvoet....140
Fagotsteek....142
Patchworksteek....144
Patroonverlenging 148
Spiegelen....150
Tweelingnaald....152
Geheugen....154
Waarschuwingsfuncties....162
Geluid....166
Onderhoud 168
LCD-scherm reinigen....168
Reinig het oppervlak van de naaimachine.... 168
Grijper reinigen....170
Problemen oplossen....174
Verwijdering 175
Overzicht apparaatonderdelen
Overzicht apparaatonderdelen
1 Steekkeuzepaneel (keuzepaneel bijgesloten, bevestiging bevindt zich in de doos met accessoires)
2 Wiel om de draadspanning in te stellen
3 Onderdraadgeleiding
4 Naaldstang
5 Functietoetsen (A)
6 Draadsnijder
7 Knoopsgathendel
8 Automatische draadinrijger
9 Naaldplaat
10 Aanschuiftafel en accessoirebox
11 Spoelwinderasje
12 Spoelwinderstop
13 Snelheidsregeling
14 LCD-scherm
15 Functietoetsen (B)
16 Steekkeuzeknoppen (C)
17 Functietoetsen (B)
18 Patrooninstelschroef voor stekbalans
19 Horizontale garenpen
20 Opening voor tweede garenpen
21 Handwiel
22 Hoofdschakelaar
23 Netsnoeringang
24 Aansluiting voor voetpedaal
25 Onderdraadgeleiding
26 Bovendraadgeleiding
27 Opening voor bevestiging van het steekkeuzepaneel (montage in de doos met accessoires)
28 Handvat
29 Persvoethevel
30 Transporteur
31 Bevestiging voor het steekkeuzepaneel (in doos met accessoires)
Funktionstasten

A. Functietoetsen (zie pagina 72)
1 START/STOP-knop – Druk op de knop om te starten of te stoppen met naaien.
2 Knop voor draadsnijder – Druk na het naaien op de knop om de draad af te snijden.
3 Achterwaartsknop Zolang deze knop ingedrukt wordt, naait de naaimachine bij lage snelheid achteruit, ideaal om af te hechten.
4 Knop voor automatisch afhechten Als u deze knop ingedrukt houdt, wordt de afrechtsteek direct of na afloop van het huidige steekpatroon genaaid, daarna stopt de computergestuurde naaimachine automatisch.
5 Knop naaldstop omhoog/omlaag Door op deze knop te drukken, kunt u bepalen of de naald bij beeindiging van het naaiproces omlaag of omhoog moet stoppen. Het bijbehorende symbool brandt op het LCD-scherm.
B. Functietoetsen (zie pagina 78)
6 Moduskeuzeknop – Met deze knop komt u in de directkeuzemodus, naaisteek- en decoratieve-steekmodus, bloklettermodus en handschriftmodus.
7 Steekbreedteknop Door op deze knop te drukken kunt u de voorgeprogram- meerde instelling van de steekbreedte veranderen.
8 Steeklengteknop Door op deze knop te drukken kunt u de voorgeprogram- meerde instelling van de steeklengte veranderen.
9 Knop voor tweelingnaald – Knop indrukken en tijdens het gebruik van de tweelingnaald de max. steekbreedte instellen.
10 Toets voor de spiegelfunctie – Door op deze knop te drukken, kunt u patronen gespiegeld naaien.
11 Verlengknop – De steken 33 tot 45 uit groep B kunnen tot 5 maal van hun normale lengte worden verlengd, als deze toets wordt ingedrukt.
C. Keuzetoetsen (zie pagina 86)
12 Correctietoets – Druk op deze toets om bij het naaien van gecombineerde, decoratieve steken een ander patroon toe te voegen.
13 Geheugentoets – Om het gemaakte patroon en/of de patrooncombinatie op te slaan, drukt u op deze toets.
14 Wistoets – Als het verkeerde patroon is gekozen of opgeslagen, kunt u het met deze toets wissen.
15 Directe keuze- en cijfertoetsen - Snelle, directe keuze van 10 standaardsteken of druk op een nummertoets om het gewenste patroon te kiezen.
16 Snelheidsregeling – Met deze hendel kunt u de naaisnelheid instellen.
LCD-Anzeige
Betekenis van de symbolen

Nadel
hochstellen
Soulever
l'aiguille
Raise
needle
Naaid
omhoog zetten

Nähfuß
hochstellen
Soulever le pied
de biche
Raise
presser foot
Persvoet
omhoog zetten

Nähfuß
senken
Abaisser le pied
de biche
Lower
presser foot
Persvoet
omlaag zetten

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 3.5 2.5 xx 3-5 12 11 10
text_image
15 16 14 A 17 13 60 70 --- 2.5 xx3-5 19 18
LCD-Scherm bij steekoverzicht
1 Naaldstop boven
2 Automatische stop
3 Achterwaarts naaien
4 Tweelingnaald
5 Persvoet
6 Spoelen
7 Knoopsgathendel
8 Geluid ingeschakeld
9 Steekoverzicht
10 Spanning
11 Steeklengte
12 Naaldpositie
13 Steekpatroonnummer
14 Naaldstop onder
15 Automatische stop
16 Spiegelen
17 Geluid uitgeschakeld
18 Steeklengte
19 Steekbreedte
LCD-Scherm bij alfabet
20 Steekpatroonnummer
21 Persvoet
22 Spanning
23 Steekbreedte
Standaardsteken via Direct Modus
Steekpatroon van groep B via Nummermodus.
(algemene en decoratieve steken en patronen.
Steekpatroon van groep C
AANWIJZING: Het rode deel in de tabellen toont de individuele herhaling van elk patroon.
Standaardaccessoires
1 Universele voet T
2 Ritssluitingvoet
3 Knoopsgatvoet
4 Overlockvoet E
5 Blindzoomvoet F
6 Cordonvoet A
7 Knoopaanzetvoet
8 Reinigingsborstel/tornmesje
9 Garenpen
10 Randgeleider
11 Grijperspoeltjes (3x)
12 Schroevendraaier (groot en klein)
13 Set naalden
14 Garenpenviltje
15 Tweede garenpen
16 L-schroevendraaier
17 Tafelverlenging
Optioneel
18 Koordvoet M
19 Rolzoomvoet K
20 Quiltvoet P
21 Stop-/Stikvoet
22 Rimpelvoet
23 Tweelingnaald
24 Boventransportvoet
25 Dekseltje
Avant la mise en service Before first use Voor het eerste gebruik
Voor het eerste gebruik
Houd u er rekening mee dat oneigenlijk gebruik van elektriciteit dodelijk kan zijn. Lees daarom de veiligheidsvoorschriften op pagina 11 en de volgende veiligheidsmaatregelen:
- Let erop dat kinderen niet met de naaimachine kunnen spelen!
- De bewegende naald is gevaarlijk, niet aanraken!
- Wijzigingen in het bereik van de beweging van de naald, naaivoet of de naaldplaat mogen alleen met de machine uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“) worden uitgevoerd.
- Het verwijderen en opnieuw plaatsen van de spoel mag alleen als het apparaat is uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“ zetten).
- Vooral de juiste plaatsing van de spoeltjes en de onderdraad alsmede het inrijgen van de bovendraad zijn belangrijk om probleemloos te kunnen naaien. Ga zorgvuldig te werken en voer stap voor stap uit zoals beschreven.
Apparaat klaar maken voor gebruik
In de aanschuiftafel bevindt zich de accessoirebox. U kunt de aanschuiftafel naar links wegschuiven. Daarin vindt u de bevestiging voor het steekkeuzepaneel. Steek de bevestiging zijdelings in de houder van het apparaat en plaats het paneel in de sleuf van de bevestiging.
Stromnetz

LET OP: Zorg er altijd voor dat de computerge- stuurde naaimachine is losgekoppeld van de elektriciteit en de hoofdschakelaar op "O" (UIT) staat als de machine niet wordt gebruikt. Dit geldt ook voor het plaatsen of verwijderen van delen (bijv. naald verwisselen).
Sluit de naaimachine aan op het stroomnet
Zorg er voordat u de naaimachine op het stroomnet aan- sluit voor dat de spanning (Volt) en de frequentie van het apparaat overeenkomen met de spanning en frequentie van het elektriciteitsnet.
- Zet de computergestuurde naaimachine op een stabiele tafel.
- Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting.
- Steek de aansluiting (2 ingangen) van de netstroom-kabel in de aansluiting op de naaimachine.
- Steek de netstroomkabel in het stopcontact.
- Hoofdschakelaar op "-" (AAN) zetten.
- Het naailampje gaat branden zodra de naaimachine wordt ingeschakeld.
Zet om de machine uit te schakelen de hoofdschakelaar op "O" (UIT) en trek de stekker uit het stopcontact.
Nähfuß


text_image
a + - b
Pied de biche Presser Foot Persvoetje


LET OP: Zet de hoofdschakelaar altijd uit (op "O" zelten) voordat het persvoetje wordt geplaatst of verwisseld!
Het juiste persvoetje plaatsen / persvoetje verwisselen
Persvoethouder plaatsen
-
Naaldstang (a) door omhoog zetten van de persvoethevel omhoog zetten;
-
persvoethouder (b) zoals afgebeeld plaatsen. Persvoet plaatsen
-
laat de persvoethouder (b) zakken tot de uitsparing (c) direct boven de pen van de persvoet ligt.
-
Druk de bevestigingshevel (d) omhoog.
-
De persvoethouder (b) gaat omlaag en het persvoetje (f) wordt automatisch vergrendeld.
Persvoet verwijderen
-
Persvoet omhoog zetten. Bevestigingshendel (e) omhoog drukken en de persvoet komt los. Randgeleider plaatsen
-
Randgeleider (g) zoals afgebeeld door de opening schuiven. Instellen op de gewenste breedte van de zoom, de plooi etc.
Greiferspule


Garenklos en garenschotel op de garenpen plaatsen. Bij grotere garenklossen wordt de schotel met de brede kant tegen de klos gezet, bij kleinere klosjes gebruikt u de smalle kant of een kleinere garenschotel. Als het garenklosje een draadsleuf heeft, dan wordt het klosje geplaatst met de draadsleuf rechts zodat de draad tijdens het afwikkelen niet vast kan komen te zitten.
Draad in de draadgeleiding plaatsen.
Leid de draad linksom in de onderdraadgeleiding, vervolgens de draad naar rechts leiden.
Draad zoals afgebeeld door een gat in het spoeltje steken en het lege spoeltje op de spoelwinderas plaatsen.
Spoelwinderasje naar rechts tegen de begrenzing drukken.
Greiferspule


Zodra het spoeltje naar rechts in de „spoelpositie“ wordt gedrukt, verschijnt op het LCD-scherm het bijbehoren-de symbool. Zodra het spoeltje weer naar links in de „naaipositie“ wordt gedrukt, verdwijnt het spoelsymbool weer van het LCD-scherm.
Houd het uiteinde van de draad met de hand vast.
Druk op de knop Start/Stop of druk op het voetpedaal.
Stop het spoelen na een paar omwentelingen en knip de draad zo dicht mogelijk bij de opening af. Spoel verder tot het spoeltje vol is. Het spoelen stopt automatisch als het spoeltje vol is. Start/Stop-knop indrukken om te stoppen of haal uw voet van het voetpedaal en zet het spoelwinderasje weer naar links.
Knip de draad af en haal het volle spoeltje van de as.
AANWIJZING: Zolang het spoelwinderasje naar rechts staat (in de spoelpositie) en het symbool verschijnt op het LCD-scherm, kan er niet worden genaaid en kan het handwiel niet worden gedraaid. Het spoelwinderasje moet eerst weer naar links in de uitgangspositie worden gezet (het symbool verdwijnt), zodat de naaimachine weer kan naaien.
Greiferspule


text_image
1. 2.
Om het spoeltje te kunnen plaatsen of verwijderen, moet de naald helemaal naar boven staan. Zet daarom de naald met een druk op de knop „Naaldstop omhoog/omlaag” in de hoogste stand. Persvoetje omhoog zetten. Schakel vervolgens het apparaat uit.

LET OP: Zet de computergestuurde naaimachine voor het plaatsen of verwijderen van het spoeltje uit (hoofdschakelaar op "O" zetten).
Ontgrendeling in de richting van de pijl schuiven en het transparante dekseltje op het spoelhuis verwijderen.
Plaats het spoeltje zo in het spoelhuis dat het spoeltje linksom draait (richting van de pijl).
Trek de draad door de gleuf (A).
Houd het spoeltje met één hand licht vast en leid de draad met uw andere hand langs de pijltjes van (A) naar (B).
Trek vervolgens de draad langs de pijltjes van (B) naar (C). Snijd de draad aan het uiteinde af door de draad bij (C) langs het mes te halen.
Dekseltje weer terugplaatsen: Dekseltje eerst aan de linkerkant vastzetten en vervolgens rechts omlaag drukken tot het vastklikt.
Oberfaden


AANWIJZING: Het inrijgen van de bovendraad is heel eenvoudig. Toch is het zeer belangrijk om de draad zorgvuldig in te rijgen omdat anders problemen kunnen ontstaan bij het naaien.
Machine inschakelen met de netschakelaar (stand “-”). Naald eerst met de knop “Naaldstop omhoog/omlaag” helemaal omhoog zetten (niet met het handwiel, omdat anders de ideale inrijgpositie wordt versteld) en de persvoet met de persvoethevel omhoog zetten om de draadspanning los te maken.
Zet vervolgens de machine om veiligheidsredenen tijdens het inrijgen weer uit met de schakelaar (stand "O").
Garenpen omhoog zetten.
Plaats de garenklos zo op de garenpen dat de draad naar voren afwikkelt. Plaats de garenschotel op de pen.
Trek de draad van de garenklos door de bovendraadgeleiding.
Oberfaden


Oberfaden einfädein
Trek de draad naar links door de draadgeleider en vervolgens naar voren, zoals afgebeeld.
Plaats de draad in de rechte sleuf en leid de draad omlaag.
Naar links onder de geleidingspunt door en dan weer naar boven leiden.
Eenmaal boven de draad van rechts naar links in de gleuf van de metalen draadhevel leggen en weer omlaag leiden.
Voer de draad achter langs de vlakke, horizontale draad- geleiding.
Trek het uiteinde van de draad van voren naar achteren door het oogje op de persvoethouder en laat een eindje van ongeveer 10 cm over.
Gebruik voor het inrijgen van de naald de inrijger (zie de volgende pagina).
Einfädler


Enfileur Needle Threader Inrijger


LET OP: Schakel de computergestuurde naai-machine uit (hoofdschakelaar op "O" zetten).
BELANGRIJK: De naald is eerder met de knop „Naaldstop omhoog/omlaag” omhoog gezet. Zet de persvoet op de naaldplaat.
Laat de hendel van de inrijger langzaam zakken en steek de draad door de haakvormige draadgeleiding zoals afgebeeld, trek de draad vervolgens naar rechts.
De inrijger draait automatisch naar de inrijgstand en het haakje gaat door het oog van de naald.
Draad voor de naald halen.
Houd de draad vast en laat de hendel langzaam los. Het haakje draait, trekt de draad door het oog van de naald en vormt daarbij een lusje.
Trek de draad door het oog.
OPMERKINGEN:
De inrijger werkt niet:
- met kromme of defecte naalden (zie pagina 66)
- als de naald niet in de hoogste stand staat, dan past het haakje niet in het oog van de naald. zet de naald altijd met een druk op de knop „Naaldstop omhoog/omlaag” in de bovenste stand (en nooit met het handwiel)
- met tweelingnaalden (niet meegeleverd)
Het ophalen van de onderdraad

Het ophalen van de onderdraad
Houd de bovendraad met de linkerhand vast. Draai het handwiel naar u toe (linksom), de naald gaat omhoog en omlaag.
Trek voorzichtig aan de bovendraad en trek de onderdraad door het stikgat in de naaiplaat mee omhoog.
De onderdraad komt tevoorschijn als een lus.
Trek de beide draaduiteinden naar achteren onder de persvoet.
Inrijgcontrole voor de onderdraad
- Bij een goed ingeregen onderdraad wordt de draad licht schuin over het spoeltje geleid (1).
Zeer belangrijk: Als de draad niet zichtbaar is, dan ontstaan grote storingen tijdens het naaien (draadspanning verkeerd, draadknopen aan de onderkant etc.). De spoel en de onderdraad moeten dan opnieuw worden ingeregen (zie pagina 36).
Einstellungen


Persvoet omhoog zetten. Stof verwijderen en de draad naar links langs de naaldstang trekken en met de draadsnijder afsnijden.
De draadeinden worden afgesneden om de juiste lengte voor de volgende naad.
2-traps persvoetstand
Met de persvoethevel wordt de persvoet omhoog en omlaag gezet.
Bij het naaien van dikke lagen kan de persvoet een standje hoger worden gezet zodat de stof beter geplaatst kan worden.
Persvoetdruk Instellen
De persvoetdruk van de machine is vooringesteld en hoeft niet te worden ingesteld op bepaalde stoffen. (Lichte of zware stoffen).
Als u de persvoetdruk wilt veranderen, draait u de stelschroef met een muntstuk.
Om zeer dikke stof te naaien, vermindert u de druk door de schroef linksom te draaien, voor dunne stoffen draait u de schroef rechtsom.
Nähen

Met de Start/Stop-knop kunt u zonder voetpedaal naaien. Druk de knop in en de computergestuurde naaimachine begint te naaien. Druk nogmaals op de knop en de machine stopt. De naaimachine naait aan het begin langzaam.
Met de snelheidsregeling kan de naaisnelheid worden ingesteld.
Om de snelheid te verhogen, schuift u de regeling naar rechts en om te vertragen naar links.
Voetpedaal
Sluit het voetpedaal aan terwijl de naaimachine is uitgeschakeld. Steek de stekker in de aansluiting op de naaimachine.
Zet de naaimachine aan en druk langzaam het voetpedaal in, de machine begint met naaien.
Haal uw voet van pedaal en de naaimachine stopt.
AANWIIZING: Met de snelheidsregeling kan de naaisnelheid ook tijdens de bediening met het voetpedaal worden ingesteld.

LET OP: Raadpleeg een elektromonteur bij twijfels over de aansluiting van de naaimachine op het elektriciteitsnet. Haal de stekker uit het stopcontact als de naaimachine niet wordt gebruikt.
Het apparaat mag alleen worden bediend met het voetpedaal C-9000.
Fadenspannung


Fadenspannung
- Basisinstelling van de draadspanning: 4
- Draai om de draadspanning te verhogen het wiel naar een hoger getal.
- Draai om de draadspanning te verlagen het wiel naar een lager getal. Het is belangrijk om bij het naaien met de juiste draadspanning te werken.
- De spanning moet worden aangepast afhankelijk van het soort steek, het garen en de stof.
- 90% van alle naaiwerkzaamheden kan worden uitgevoerd met een spanning tussen 3 en 5 (4 is de standaardinstelling).
- Bij alle decoratieve naaiwerkzaamheden wordt de steek mooier en plooit de stof minder als de bovendraad iets naar de linker stofkant wordt getrokken.
Normale draadspanning voor stikken.
Te weinig draadspanning voor stikken. Wiel op een hoger cijfer instellen.
Te veel draadspanning voor stikken. Wiel op een lager cijfer instellen.
Normale draadspanning voor zigzag- en siersteken.
a) Voorkant van de stof
b) Achterkant van de stof
c) Bovendraad
d) Onderdraad
Nähfußtabelle
Sommige steken kunnen ook met een tweelingnaald worden genaaid en bieden zo nog meer ontwerpmogelijkheden. Zie ook het hoofdstuk „Naaien met de tweelingnaald"
Universele persvoet (T) | Algemeen naaien, patchwork, siersteken, smockwerk, fagot- steek etc. | Overlockvoet (E) | Randen omzomen | ||
Ritssluitingvoet (I) | Ritssluiting innaaien | Blindzoomvoet (F) | Blindzomen | ||
Knoopsgatvoet (D) | Knoopsgaten, stoppen | Rolzoomvoet (K)(optioneel) | Smalle zomen | ||
Koordvoet (M)(optioneel) | Koord opnaaien | Cordonvoet (A) | Satijnsteekvariant |
Persvoettabel
Quiltvoet (P)(optioneel) | Quilten | Boventransportvoet(optioneel) | Voor regelmatig stoftransport bij het quilten en voor dikke en moeilijke stoffen. | ||
Stop-/Stikvoet(optioneel) | StoppenBorduren uit de vrije handMonogrammen | ||||
| Rimpelvoet (optioneel) | Rimpelen | [zyxx] | |||
Knoopaannaalvoet (H) | Knopen aannaaien |
Matching Needle / Fabric / Thread Geschikte naald, garen en stof kiezen
Tabel voor het afstemmen van naalden, garen en stof
| 9-11 (70-80) | Fijne stoffen: dunne katoen, voile, serge, zijde, mousselino, qiana, gebreid katoen, tricot, jersey, crêpe, polyester, stoffen voor overhemden en blouses. | Dun katoenen garen, nylon, polyester of katoenen garen met polyester kern. |
| 11-14 (80-90) Middelzware stoffen: katoen, satijn, neteldoek, zeildoek, dubbel gebreide stof, lichte wol. | De meeste garens zijn van gemiddelde sterkte en voor deze stoffen en naaldsterktes geschikt. | |
| 14 (90) Middelzware stoffen: Katoenen zeildoek, wol, dikkere gebreide stoffen, badstof, jeans. | Gebruik polyester garen voor synthetische en gemengde materialen. Gebruik katoenen garen voor natuurlijke stoffen. | |
| 16 (100) Zware stoffen: canvas, wollen stoffen, tentdoek en quilts, jeans, meubelstoffen (licht tot middelzwaar). | Gebruik voor de boven- en de onderdraad in principe hetzelf-de garen. | |
| 18 (110) Dikke wol, jasstoffen, meubel-stoffen, leer en vinyl. | Sterk garen, tapijtdraad. | |
OPMERKINGEN:
- Als basisprincipe geldt: dun garen en naalden voor fijne stoffen en dikker garen en naalden voor stevigere en zwaardere stoffen.
- Test het garen en de naald altijd op een klein lapje van de stof die wordt gebruikt.
- Gebruik hetzelfde garen voor de boven- en onderdraad.
Nadelwechsel / Transporteur

LET OP: Hoofdschakelaar uitzetten (op "O" zetten).
Regelmatig de naald vervangen, zeker als de naald veel is gebruikt en problemen veroorzaakt.
Plaats de naald zoals weergegeven in de volgende afbeeldingen.
A Schroef op de naaldstang losdraaien.
B De platte kant van de naald naar achteren richten en de naald van onderen tot aan de aanslag inschuiven.
Draai na het plaatsen van de nieuwe naald de schroef van de naaldstang weer vast.
Gebruik alleen de juiste naalden.
Er kunnen problemen optreden bij het gebruik van:
1 Kromme naalden
2 Stompe naalden
3 Beschadigde punten
Transporteur omhoog en omlaag zetten

Schakelaar op ▲▲ (b) zetten en de transporteur daalt, bijvoorbeeld om knopen aan te naaien. Hendel weer op ▲▲ (a) zetten en de transporteur is weer omhoog gezet en klaar om normaal te naaien.
Handwiel eenmaal helemaal omdraaien om de transporteur omhoog te zetten. De transporteur wordt niet omhoog gezet als het handwiel niet wordt verdraaid, ook als de hendel op ▲▲(a) wordt gezet.
Als siersteken, letters, cijfers of het handmatige knoopsgat ongelijk worden genaaid op bepaalde materialen, kunt u dit met de steekbalans-instelling corrigeren.
Draai met een muntstuk of een schroevendraaier de stelschroef voorzichtig in de richting van de "+" of de "-"
① De stelschroef voor de steekbalans wordt zichtbaar als u accessoirebox verwijdert. De schroef staat normaal gesproken horizontaal.
② Verschoven elastische steken instellen
A Als de steken in elkaar zijn geschoven, draait u de schroef in de richting “-”.
B Correcte instelling.
C Als de steken uitelkaar zijn getrokken, draait u de schroef in de richting "+".
③ Verschoven letters of cijfers instellen
A Als de letters of cijfers elkaar overlappen, draait u de schroef in de richting "−".
B Correcte instelling.
C Als de steken uit elkaar zijn getrokken, draait u de schroef in de richting "+".
④ Steekdichtheid voor het knoopsgat instellen
A Als het knoopsgat te strak is genaaid, draait u de schroef in de richting “-”.
B Correcte instelling.
C Is het knoopsgat niet strak genoeg genaaid, dan draait u de schroef in de richting "+".
AANWIJZING: Test de gewenste steek altijd op een lapje stof van het huidige project.
Funktionstasten

text_image
A B C D E F
De belangrijkste functies in één oogopslag
A Naaldstop omlaag/omhoog
B Automatisch afhechten
C Achterwaartsknop
D Knop draadsnijder
E Start/Stop-knop
F Snelheidsregeling
① Start/Stop-knop
De naaimachine begint te naaien als de START/STOP-knop wordt ingedrukt en stopt wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt. Bij het stoppen wordt de naald automatisch in de bovenste positie geplaatst als de functie „Naaldstop omhoog/omlaag” is ingesteld.
De naaimachine naait aan het begin langzaam, daarna steeds sneller tot de ingestelde naaisnelheid is bereikt. De naaisnelheid kan worden aangepast met de snelheidsregeling.
② Knop voor de draadsnijder
Druk na het naaien op de knop om de draad af te snijden.
Funktionstasten

De belangrijkste functies in één oogopslag
① Achterwaartsknop
Kies de directkeuzesteek 1–5 of het steekpatroon 01–06 met de nummerkeuze, als u wilt dat de naai-machine ook achteruit naait.
Met de Start/Stop-knop:
Als u met een van deze steken of patronen naait, en u drukt kort van tevoren op de achterwaartsknop dan naait de machine net zo lang achteruit totdat u weer op de knop drukt. Wilt u een paar steken afhechten, dan kunt u tijdens het naaien de achterwaartsknop ingedrukt houden. De machine naait dan net zo lang achteruit tot u de knop loslaat.
Met het voetpedaal:
Als u met een van deze steken of patronen naait, en u drukt de achterwaartsknop in dan naait de machine net zo lang achteruit totdat u de knop loslaat. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit.
Tip: Als u de knop indrukt voordat u begint te naaien, naait de machine permanent achteruit, totdat u de knop weer indrukt.
Als u de directkeuzesteken 6-7 of de steekpatronen 07-16, 33-50 van groep B of de steekpatronen 01-66 van groe C en u drukt tijdens het naaien de achterwaartsknop in, dan worden enkele afhechtsteken langzaam genaaid en stopt de naaimachine automatisch (start het apparaat met de Start/Stop-knop).
Funktionstasten

De belangrijkste functies in één oogopslag
② Knop voor automatisch afhechten "Auto-Lock"
Voor de directkeuzesteek 1–4 en de steekpatronen 01–05 met de nummerkeuze kunt u automatisch afhechten instellen.
Als u kort op de Auto-Lock-knop drukt, naait de machine direct automatisch 3 afhechtsteken en stopt daarna automatisch.
Op het LCD-scherm verschijnt het symbool ● tot de machine stopt.
Voor de directkeuzesteken 6-7 en steekpatronen 07-16, 33-50 van groep B en 01-66 van groep C: Als u de Auto-Lock-knop tijdens het naaien indrukt, naait de machine 3 afhechtsteken aan het einde van de ingestelde steek en stopt dan automatisch.
Op het LCD-scherm verschijnt het symbool ◀ tot de machine stopt.
De functie wordt gewist als u nogmaals op de knop drukt of een andere steek kiest.
Funktionstasten


De belangrijkste functies in één oogopslag
③ Knop voor Naaldstop omhoog/omlaag
Met de knop "Naaldstop omhoog/omlaag" kunt u bepalen of de naald stopt in de hoogste stand of in de stof, als u stopt met naaien.
Let op: De knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ moet altijd worden ingedrukt voordat u gaat naaien. Als u op de knop drukt tijdens het naaien, stopt de machine.
Tip: Wij adviseren om de knop "Naaldstop omhoog/ omlaag" altijd in de stand "omlaag" te zetten. Dan steekt de naald aan het eind van het naaien in de stof en kan de stof niet verschuiven. Als u vervolgens op de knop voor de "Draadsnijder" drukt, wordt de draad afgeknopt en gaat de naald automatisch naar de bovenste positie.
Druk op de knop tot de pijl op het LCD-scherm op omhoog staat ▶ en stopt de naald in de hoogste stand.
Druk op de knop tot de pijl omlaag staat ▼ en de naald stopt in de laagste stand.
Funktionstasten


text_image
A B C D E F
text_image
5 5.0 -- 2.0 xx3-51

De belangrijkste functies in één oogopslag
A Steekbreedte instellen
B Steeklengte instellen
C Moduskeuzeknop
D Dubbele naaldtoets
E Spiegelen
F Toets patroonverlenging
① Knop voor het instellen van de steekbreedte (A)
Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevolen steekbreedte automatisch ingesteld en weergegeven op het LCD-scherm met getallen.
De steekbreedte kan ook anders worden ingesteld door te drukken op de steekbreedteknoppen.
Bepaalde steken hebben een beperkte steekbreedte.
② Druk op de knop “-” om de steekbreedte smaller te maken. Druk op de knop “+” om de steekbreedte breder te maken.
De steekbreedte kan worden ingesteld van "0.0–7.0". Sommige steken hebben beperkt breedtes.
③ Als de patronen zijn 1–4 of 01–05 zijn gekozen, kan de naaldpositie worden aangepast met de steek-breedteknoppen. De naald moet zich daarvoor echter in de hoogste stand bevinden (knop "Naaldstop omhoog/omlaag" op "omhoog" zetten).
Druk op de linkerknop en de naald gaat naar links. Druk op de rechterknop en de naald gaat naar rechts. De nummers van de linkerpositie "0.0" tot helemaal rechts "7.0" veranderen op het LCD-scherm. De voor-af ingestelde middelste naaldpositie is meestal "3.5".
Funktionstasten


Knop voor het instellen van de steeklengte
1 Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevolen steeklengte automatisch ingesteld en weergegeven op het LCD-scherm met getallen. De steeklengte kan ook worden ingesteld door te drukken op de steekbreedteknoppen.
② Druk op de knop "-" om de steeklengte kleiner te maken. Druk op de knop "+" om de steeklengte groter te maken. De steeklengte kan worden ingesteld van "0.0 tot 4.5". Sommige steken hebben beperkt lengtes.
3 Moduskeuzeknop voor steekkeuze Bij inschakelen staat de machine in de modus "Direct", op het LED-scherm brandt §. Door op de MODE-toets te drukken, wisselt u het steekprogramma.
De volgende symbolen op het display betekenen:
§ Steekpatroon-directe keuze (standaardsteek)
Rechte steek- en satijnsteekpatronen: Steekkeuze met cijfertoetsen
‡ Decoratieve steekpatronen: Steekkeuze met cijfertoetsen
A Blokletterkeuze: Letterkeuze met cijfertoetsen A Handschriftmodus: Letterkeuze met cijfertoetsen
4 Toets patroonverlenging (zie pagina 148) Door op de toets ▶ite drukken, kunnen de steek- patronen 33–45 van de groep B tot met maximaal vijf keer hun oorspronkelijke lengte verlengd worden. Als u ook de steekbreedte of de steeklengte wijzigt, krijgt u een nog grotere verscheidenheid aan steek- patronen.
Funktionstasten


text_image
4 5 6 7 8 9 0①

text_image
36 362

Spiegelen (zie pagina 150)
Door op de toets ▲ te drukken, kunnen de direct-keuzepatronen 1–7, de steekpatronen 01–16 en 33–50 van groep B en de steekpatroon 01–66 van groep C gespiegeld worden langs de verticale as. Het gespiegelde patroon wordt vervolgens zo lang genaald totdat de spiegeltoets weer wordt ingedrukt. De functie wordt ook uitgeschakeld als het steekpatroon wordt gewijzigd.
② De spiegelfunctie verschijnt op het display.
Toets tweelingnaald (zie pagina 152)
Met de tweelingnaald kunnen de directkeuzepatronen 1–7, de patronen 01–16 en 33–50 van groep B en de patronen 01–07, 09–26, 28–62, 64–66 van groep C in twee parallele lijnen van hetzelfde steekpatroon worden genaaid met twee verschillende draden.
Druk op toets en de machine verkleint automatisch de maximale steekbreedte voor het naaien met de tweelingnaald. Druk nogmaals op de toets om weer met één naald te naaien.
Wahltasten


A EDIT-toets
B Geheugentoets
C Wistoets
D Directe patroonkeuze en cijfertoetsen

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 01

text_image
01 50 3.5 x 3-5②

Directe patroonkeuze en clijfertoetsen
1 Directe patroonkeuze
Druk op de toetsen om de verschillende standaardsteekpatronen te kiezen die naast de nummertoets worden weergegeven als de modus is ingesteld op "Direct" §.
② Cijfertoetsen
Druk op de cijfertoetsen om het gewenste patroon te kiezen. U moet dan met de moduskeuzetoets MODE eerst de directe modus hebben verlaten.
Naast de directe modus kunnen de andere patronen worden geselecteerd door op de gewenste cijfers te drukken.
Bijvoorbeeld: Patroon 50
3 Als u zich niet in de modus "Direct" bevindt, kunt u door op de cijfercombinatie te drukken het gewenste naaipatroon kiezen.
Bijvoorbeeld: Patroon 50
Met de cijfertoetsen kunt u in de volgende modi deze steek kiezen:
Rechte steek- en satijnsteekpatronen
Decoratieve steekpatronen
A Blokletters
A Handschriftletters
Wahltasten


1 Correctietoets EDIT (bewerken)
De EDIT-knop wordt gebruikt om het opgeslagen patroon uit de geheugenmodus te wijzigen. Door op de EDIT-toets te drukken, kunt u handmatig wijzigingen aanbrengen aan de steekbreedte, steeklengte, spiegelfunctie en de afhechtfunctie. Om terug te keren naar de geheugenmodus, drukt u weer op de EDIT-toets (meer informatie over de geheugenmodus vindt u op de pagina's 154–160).
② Geheugentoets M
Druk op M om in de geheugenmodus (Memory) te komen en de combinatie van letters en decoratieve steken op te slaan. Met de steekbreedtetoets "+" of "-" wordt het opgeslagen patroon bevestigd (in de geheugenmodus).
Let op: Het directkeuzepatoon en de steekpatronen 17–32 van groep B kunnen niet in de geheugenmodus worden opgeslagen.
③ Wistoets C
Druk op de toets C als een verkeerde letter is geselecteerd. Bij elke druk op deze toets wordt één letter gewist. U kunt ook een extra patroon wissen bij het naaien van een combinatie van patronen en letters.
Praktische Nähtipps

- Stop zodra u bij de hoek bent.
- Laat de naald handmatig zakken of met behulp van de knop „Naaldstop omhoog/omlaag” in de stof zakken.
- Zet de persvoet omhoog.
- Gebruik de naald als spil om de stof 90° te draaien.
- Laat de persvoet zakken en ga verder met naaien.
② Achterwaarts naaien
Achterwaarts naaien wordt gebruikt om aan het begin en einde af te hechten.
Druk op de achterwaartsknop en naai 4 tot 5 steken. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit.
③ Naalen met de vrije arm
Naaien met de vrije arm is handig voor broekzomen en mouwen. U kunt de aanschuiftafel eenvoudig naar links wegtrekken, het naaivlak wordt smaller.
Praktische Nähtipps


De tafelverlenging behoort tot de speciale apparatuur en is daarom niet opgenomen in de levering.
- Trek de aanschuiftafel met de accessoirebox naar links weg.
- Trek de pootjes van de tafelverlenging uit in de richting van de pijlen.
- Schuif de tafelverlenging volledig tegen de vrije arm, zodat deze vastklikt: A in B schuiven.
Naaien van dikke stoffen
De zwarte knop aan de rechterkant voor de universele voet blokkeert de persvoet horizontaal als de knop voor het laten zakken van de persvoet wordt ingedrukt.
Zo ontstaat een gelijkmatiger transport bij het begin van een naad en bij het naaien van meerdere lagen stof (naden, jeanszomen etc.).
Bij het bereiken van een dik punt, de naald laten zakken en de persvoet omhoog zetten.
Punt van de persvoet horizontaal zetten en de zwarte knop indrukken, vervolgens de persvoet weer laten zakken en verder naaien.
De zwarte knop gaat na een paar steken weer automatisch uit.
Er kan ook een ander dik stuk stof achter de naad worden gelegd. Of de persvoet ondersteunen en met de hand in de richting van de vouw transporteren.
C Karton of dikke stof
Naaldpositie en steeklengte wijzigen
① Naaldpositie wijzigen
Deze instellingen betreffen alleen de directkeuze-
patronen 1–4 en patroon 01–05 van groep B.
De vooringestelde positie is "3.5", dus het midden.
Door op “-” van de steekbreedteknappen te druk-
ken gaat de naald naar links door op "+" te drukken
gaat de naald naar rechts. Op het display wordt de
bijbehorende naaldpositie aangegeven met een punt
en nummer.
② Steeklengte wijzigen
Druk op de knop “-” om de steeklengte kleiner te maken. Druk op de knop “+” om de steeklengte groter te maken. In principe geldt, hoe dikker de stof, draad en naald hoe langer de steek moet zijn.
Zickzackstiche

text_image
5 6 ⑦
text_image
0.0 1.0 3.0 5.0 7.0①

text_image
0.5 1.0 2.0 3.0 4.52
Zickzackstiche
1 Steekbreedte instellen
De maximale steekbreedte voor zigzagsteken is "7.0".
De steekbreedte kan ook voor alle stiksels smaller worden ingesteld. De steekbreedte wordt door indrukken van de steekbreedteknop “-” smaller en door indrukken van de steekbreedte “+” breder (van "0.0–7.0").
2 Steeklengte instellen
De steekdichtheid van zigzagsteken neemt toe als de steeklengte dichterbij "0.5" wordt ingesteld.
Mooie zigzagsteken krijgt u met een steeklengte tussen "1.0–2.5".
Een heel dichte zigzag (dicht bij elkaar) wordt een cordonsteek genoemd.
Stretchstiche


text_image
A B①

text_image
3 4②
Stretchstiche
① Voor elastische en sterke naden die meerekken met de stof zonder kapot te gaan. Ideaal voor elastische stoffen en gebreide stoffen.
Ook zeer geschikt voor sterke stiksels op zware stoffen zoals jeans.
Deze steken kunnen ook heel goed gebruikt worden als decoratieve randafwerking.
A Rechte stretchsteek
B Rechte steek
② Rechte stretchsteken worden ook gebruikt voor drie- voudige versterking van elastische en sterke naden.
Kantenumnähstiche



Overlockvoet plaatsen.
Laat de stofrand tijdens het naaien tegen de geleiding van de voet aan liggen.

LET OP: Gebruik de overlockvoet alleen voor de directsteken 5 en 7 en stel de steekbreedte in op breder dan "5.0". Bij gebruik van andere soorten steken en steekbreedtes dan aanbevolen, kan het zijn dat de naald de persvoet raakt en breekt.
Pled universel
③ Universele persvoet plaatsen.
4 Plaats bij het stikken van randen de persvoet zo op de stofrand dat de rechte insteek van de naald net op de rand stikt.
Blindsaum

text_image
B-11 B-12 2.5~4.0 1.0~2.0
B-11: Blindzomen op geweven stoffen
B-12: Blindzomen op stretchstoffen
AANWIJZING: Voor blindzomen is wat oefening nodig. Probeer het altijd eerst uit op een proeflapje.
1/ouw de stof zoals afgebeeld zodat de achterkant van de stof boven ligt.
2. Leg de stof onder de persvoet. Draai het handwiel met de hand naar voren zodat de naald helemaal naar links draait. De naald moet de stofvouw maar net raken. Pas de steekbreedte aan als de stofvouw niet wordt geraakt.
Beleiding (b) door draaien aan de knop (a) zo instellen, dat het tegen de stofvouw ligt.
4 angzaam naaien en de stof zorgvuldig langs de geleiding laten lopen.
⑤tof omdraaien.
A Achterkant van de stof
B Overlocksteek
Knöpfe annähen



text_image
31 3.5 - - - - ××2-4
Couture de boutons Button Sewing Knopen aannaaien
Couture de boutons
Kies steekpatroon 31 uit groep B (knoopaaannaaisteek). Knoopaaannaaivoet plaatsen.
Schakelaar voor het omhoog of omlaag zetten van de transporteur op ▲▲ zetten om de transporteur omlaag te zetten.
Leg de stof onder de persvoet. Knop op de gewenste positie zetten en de persvoet omlaag zetten.
Steekbreedte op "2.5–4.5" instellen, overeenkomstig de afstand tussen de twee gaten in de knoop.
Handwiel met de hand draaien en controleren of de naald precies in het linker- en rechterknoopsgat stikt.
Druk voor het naaien op de knop voor automatisch afhechten. Zo worden automatische afhechtsteken genaaid aan het begin en bij het einde.
Om een steeltje op de knoop te krijgen, legt u voor het naaien een stopnaald op de knoop.
Bij knopen met 4 gaten eerst de bovenste twee naaien en dan de procedure herhalen bij de andere twee gaten.
Knopflöcher nähen

text_image
B-17 B-19 B-18 B-20 B-21 B-22 B-23 B-24 B-25 B-26
text_image
2.5~7.0 ----
0.3~1.0
2.5~5.5 ----
0.3~1.0
5.5~7.0 ----
0.3~1.0
3.0~7.0 ----
1.0~2.0
~~~~
3.0~7.0 ----
1.0~3.0

AANWIJZING: Naai voor het maken van een knoopsgat in de stof eerst een testknoopsgat in een restje van dezelfde stof.
① Markeer de plaats van het knoopsgat op de stof. De maximale knoopsgatlengte is 3 cm. (Totaal: Diameter + dikte van de knoop)
② Bevestig de knoopsgatvoet. Trek de knoophouderplaat uit en plaats de knop.
De grootte van het knoopsgat wordt bepaald door de geplaatste knoop in de knoophouder.
Trek de draad door het gat in de opening achter langs de persvoet.
Knopflöcher nähen

3 Knoopsgatsteek kiezen. Stel de steekbreedte en de steeklengte in (afhankelijk van de gewenste breedte en dichtheid). Leg de stof zo onder de persvoet dat de markering van het midden op de persvoet overeenkomt met de gemarkeerde knoopsgatlijn. Laat de persvoet zakken.
4 Trek de knoopsgathendel omlaag en let erop dat hij achter de houder op de knoopsgatvoet komt te staan (zie de afbeelding).
⑤ Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast en begin met naaien.
AANWIJZING: Leid de stof met de hand. Nadat het knoopsgat is genaaid en voordat de machine stopt, zal de machine automatisch een paar afhechtsteken naaien.
Let op: Bij het selecteren van een knoopsgatpatroon verschijnt op het LCD-scherm het symbool 🔊 om u eraan te herinneren de knoopsgathendel te laten zakken.
Knopflöcher nähen

flowchart
graph TD
A["B-17"] --> B["Spring"]
C["B-18"] --> D["Spring"]
E["B-19"] --> F["Spring"]
G["B-20"] --> H["Spring"]
I["B-21"] --> J["Spring"]
K["B-22"] --> L["Spring"]
M["B-23"] --> N["Spring"]
O["B-24"] --> P["Spring"]
Q["B-25"] --> R["Spring"]
S["B-26"] --> T["Spring"]
B --> U["Upward Arrow"]
D --> V["Upward Arrow"]
F --> W["Upward Arrow"]
H --> X["Downward Arrow"]
J --> Y["Downward Arrow"]
L --> Z["Downward Arrow"]
R --> AA["Downward Arrow"]
T --> AB["Downward Arrow"]
Knopflöcher nähen
⑥ Knoopsgaten worden van voren naar achteren genaaid (in de knoopsgatvoet) zoals afgebeeld.
7 Knoopsgat tussen het stiksel openhalen met het tornmesje zonder daarbij het stiksel mee open te trekken.
Plaats aan beide kanten spelden als een stop.
Knopflöcher nähen

Met koordinleg versterkte knoopsgaten
Bij knoopsgaten op elastische stoffen, is het raadzaam om te werken met koordinleg.
1 Knoopsgatvoet plaatsen en koordinleg achter de persvoet vasthaken en onder het persvoetje doorvoeren. Trek beide draadeinden naar voren, leg ze in de groeven en knoop ze aan de voorkant vast. Laat de persvoet zakken en begin met naaien.
Steekbreedte aanpassen aan de dikte van de koordin- leg.
② Na voltooiing goed aan de uiteinden van de koordinleg trekken zodat ze goed strak in de groeven liggen. Knip de uiteinden af.
AANWIJZING: Het wordt aanbevolen om de achterkant van de stof te versterken met vlieseline.
Riegelstich



① Kies steekpatroon (afhechtsteek). Plaats de knoops-gatvoet.
② Knoophouderplaat op de knoopsgatvoet naar achteren trekken en de gewenste lengte instellen.
3 Plaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het punt staat waar moet worden begonnen met naaien. Laat de persvoet zakken.
A Beginpunt (naaibegin)
4 Leid de bovendraad omlaag en door het gat naar de voorkant van de persvoet. Druk de knoopsgathendel omlaag. De knoopsgathendel bevindt zich achter de houder op de knoopsgatvoet. Houd de bovendraad licht met de hand vast en begin met naaien.
⑤ Er worden afhechtsteken genaaid.
⑥ De afbeelding is een voorbeeld van afhechtstreken aan de naadeinden van een opgezette zak.
Ösenstich

text_image
B-27 B-28 5.0 6.0 7.0
① Kies het steekpatroon 27 or 28 (oogjessteek) en plaats het persvoetje A.
② "+" of "-" van de steekbreedteknoppen indrukken om de gewenste grootte te kiezen.
Ooggrootte:
A Groot: 7,0 mm
B Medium: 6,0 mm
C Klein: 5,0 mm
Steek de naald bij het beginpunt in de stof. Laat dan de persvoet zakken.
Aan het einde worden automatisch afhechtsteken gemaakt. Vervolgens stopt de naaimachine.
③ Maak de oogjes in het midden open met een oogjesstans. Deze wordt niet meegeleverd.
Stopfen



① Kies steekpatroon B-29 or B-30 (stoppen). Vervang de persvoet door de knoopsgatvoet.
② Bovenstof en vlieseline samenpakken. Stel de breedte van het te stoppen vlak in met de steekbreedteknoppen.
Laat de naaivoet zakken in het midden van het kapotte gedeelte of de scheur.
3 Knoophouderplaat op de knoopsgatvoet naar achteren trekken en de gewenste lengte instellen.
4 De lengte en breedte van het te stoppen vlak kan worden ingesteld maar bedraagt maximaal 2,6 cm in lengte en maximaal 7 mm in de breedte.
a Lengte van het te stoppen vlak
b Breedte van het te stoppen vlak
Stopfen

text_image
2mm5

⑤ Plaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het te stoppen vlak staat. Laat de persvoet zakken.
AANWIJZING: Druk het voorste deel van de persvoet niet in bij het neerlaten van de persvoet, anders klopt de grootte van het te stoppen vlak niet meer.
6 Leid de bovendraad door de opening in de knoops-gatvoet. Trek de knoopsgathendel omlaag, Hij komt achter de houder op de persvoet te staan. Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast met uw linker-hand en begin met naaien.
Let op: Bij het selecteren van een knoopsgat- of stoppatroon verschijnt op het display dit symbool om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel moet laten zakken.
⑦ Stoprijen worden van voren van de persvoet naar achteren genaaid, zoals weergegeven.
8 Als het te stoppen vlak groot is, kan het ingestelde stopvlak meerdere malen genaaid worden (of schuin worden genaaid), om een beter naairesultaat te krijgen.
Ritssluiting Inzetten

LET OP: Ritsvoet alleen gebruiken voor naaien met de naaldpositie in het midden (3.5) en de rechte steek gebruiken! Bij het gebruik van andere soorten steken of een andere naaldpositie kan de naald op de persvoet komen en breken.
① Ritssluitingsplit op het kledingstuk rijgen.
2 Naadtoeslag uitelkaar strijken. Rits met de voorkant omlaag op de naadtoeslag leggen zodat de tanden tegen de naadlijn liggen. Ritssluitingband rijgen.
3 Ritsvoet plaatsen. Bevestig bij het naaien van de linkerzijde van de rits de rechterzijde van persvoet in de houder.
4 Bevestig bij het naaien van de rechterzijde van de rits de linkerzijde van persvoet in de houder.
⑤ Linker ritssluitinghelft van onder naar boven innaaien.
6 Onder dwars over de naad naaien en dan de rechterkant naaien. Verwijder de rijgdraadjes. Strijken.
Blinde ritssluiting inzetten
① Ritssluitingsplit op het kledingstuk rijgen.
② Op de linker naadtoeslag omvouwen. Rechter naadtoeslag op 3 mm omvouwen.
3 Ritsvoet plaatsen. Bevestig bij het naaien van de linkerzijde van de rits de rechterzijde van persvoet in de houder. Bevestig bij het naaien van de rechterzijde van de rits de linkerzijde van persvoet in de houder.
4 Linker ritssluitinghelft van onder naar boven innaaien.
5 Stof naar de rechterstofzijde draaien en onder dwars doornaaien, vervolgens de rechter ritssluitinghelft naaien.
6 Stop op ongeveer 5 cm voor het bovenste einde van de ritssluiting.
Rijgdraadjes verwijderen en de ritssluiting openen.
Naad dichtnaaien.
Schmalsäumen



* Het rolzoomvoetje hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine.
① Stofrand over ongeveer 5 cm op 3 mm omvouwen en dan nogmaals op 3 mm omvouwen.
② Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de zoom steekt, laat vervolgens het persvoetje zakken.
Naai een paar steken en zet vervolgens de persvoet omhoog. Steek de zoom in de spiraalvormige opening van het rolzoomvoetje. Beweeg de stof daarbij naar voren en naar achteren totdat de zoom oprolt.
3 Laat de persvoet zakken en naai langzaam, voer daarbij de open stofkant van voren in de spiraal van de rolzoomvoet.
Schnur aufnähen


U kunt één, twee of drie koorden opnaaien om mooie patronen op jassen, vesten of borduursels te krijgen. Daarvoor kan parlégaren, breiwol, borduurgaren, koord, haakgaren enz. worden gebruikt.
* De koordvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine.
Enkel koord naaien
① Patroon op de stof tekenen. Koord vanaf de rechterkant in de middelste groef van de koordvoet leggen. Koord ongeveer 5 cm achter de persvoet trekken. De groeven onder de persvoet houden het koord op de juiste plaats terwijl ze opgenaaid worden.
Kies een steek en stel de steekbreedte zo in dat de steken net over het koord reiken. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, waarbij u het koord langs het patroon voert.
Drievoudig koord naaien
2 Naaigaren naar links schuiven en drie koorden in de groeven onder de persvoet leggen. Ongeveer 5 cm van elk koord achter de persvoet trekken.
Gewenste patroon kiezen en de steekbreedte zo instellen dat de steken net over de koorden reiken. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, waarbij u de koorden langs het patroon voert.
Naai de satijnsteek en decoratieve steken met de cordonvoet. Deze persvoet heeft aan de onderkant van de voet een uitsparing die gemakkelijk over dikke steken glijdt.
De satijnsteek en decoratieve steken kunnen worden aangepast door de steeklengte en steekbreedte aan te passen. Experimenteer altijd eerst op stofrestjes totdat u tevreden bent met het resultaat.
AANWIJZING: Bij het naaien op zeer lichte en dunne stoffen wordt geadviseerd om de achterkant van de stof te versterken met vlieseline.
Kantenlineal

* De quiltvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naai-machine.
1 Randgeleider in de persvoethouder invoeren zoals afgebeeld en op de gewenste breedte instellen.
② Eerste rij naaien en stof verschuiven.
Naai alle rijen vervolgens zo dat de randgeleider
telkens langs de vorige naailijn loopt.
Kräuseln



* De rimpelvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine.
① Persvoethouder verwijderen en rimpelvoet plaatsen. Leg de stof om te rimpelen onder de persvoet.
Naai een rij steken. De stof wordt daarbij automatisch gerimpeld.
Pas de bovendraadspanning aan om de gewenste rimpeling te krijgen. Een kleinere draadspanning leidt tot minder rimpels en een grotere spanning zorgt voor meer rimpels.
De steeklengteknop kan ook worden gebruikt om de rimpeldichtheid aan te passen. Hoe langer de steekinstelling, hoe voller de rimpels.
② Rimpelen en gelijktijdig aan een glad stuk stof vastnaaien
De rimpelvoet heeft aan de onderkant een inkeping (dubbele zool).
Daarmee kan het onder doorlopende stofdeel gerimpeld worden en direct aan het in de inkeping doorlopende gladde deel worden genaaid (bijvoorbeeld tailleband).
Persvoethouder verwijderen en rimpelvoet plaatsen.
Leg de te rimpelen stof met de goede kant naar boven onder de persvoet.
Bovenste stoflaag (blijft ongerimpeld) met de goede kant omlaag onder de inkeping van de persvoet leggen.
De twee lagen stof klaar leiden zoals afgebeeld.
AANWIJZING: Om de gewenste rimpelsterkte te vinden, probeert u het uit over een lengte van 25 cm op de stof, op de boord of de elastiek. Zo kunnen instellingen naar wens gemakkelijker worden uitgevoerd. Probeer het altijd uit op dezelfde stof en in dezelfde draadrichting als daarna op het project.
Rimpelen schuin van draad zorgt voor mooiere plooien dan recht van draad.
AANWIJZING: Naai langzaam tot gemiddeld snel om betere grip op de stof te hebben.
Smoken


Stik met de universele voet rechte lijnen op een afstand van 1 cm over het hele vlak. Verlaag mogelijk de bovendraadspanning iets, zodat de onderste draad later beter te trekken is om de stof te plooien.
② Knoop de draden aan één kant samen.
Trek aan de onderdraad om de plooien gelijkmatig te verdelen. Zet de draden aan de andere kant vast.
③ Verminder de draadspanning en naai indien nodig met decoratieve steken tussen de rechte steken.
4 Verwijder de rimpeldraden.
Couture bras libre Free Motion Sewing Naaien uit de vrije hand
Naalen uit de vrije hand (borduren, stoppen, monogrammen)
* De stop-/borduurvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computer-gestuurde naaimachine.
① Schakelaar voor het omhoog of omlaag zetten van de transporteur op ▲▲ (b) zetten om de transporteur omlaag te zetten.
2 Persvoethouder verwijderen en stopvoet plaatsen. Hendel (a) moet achter de naaldbevestigingsschroef (b) liggen. Druk de stopvoet van achter met uw wijsvinger stevig aan de houder en draai de schroef (c) vast.
Stappen
AANWIJZING: Stoppen uit de vrije hand wordt zonder transporteur uitgevoerd. Het is verzonken. De stof wordt met de hand getransporteerd. Men moet daarom de naaisnelheid en het stoftransport op elkaar afstemmen.
3 Naai eerst rond het kapotte gedeelte om de rafels vast te zetten. Schuif vervolgens het stopraam onder de naald heen en weer en naai zo over het kapotte gedeelte. Naai daarbij telkens over de rand van het kapotte gedeelte en let erop dat de stikselrijen parallel en dicht bij elkaar lopen, met consistente steeklengte. Als het gedeelte is gevuld met stiksels, draai de stof en bedek het gedeelte nog met dwarse rijen stiksel.
Couture bras libre Free Motion Sewing Naaien uit de vrije hand
Couture bras libre
Naalen uit de vrije hand
Naai de omtrek van het patroon na door het borduurraam overeenkomstig te bewegen. Werk met een gelijkmatige snelheid.
Vul het patroongebied van buiten naar binnen. Zet de steken dicht bij elkaar.
Door sneller bewegen van het borduurraam ontstaan langere steken door langzamer te bewegen ontstaan kortere steken.
Druk voor het vastzetten van de draden op het einde op de knop „Auto-Lock" (automatisch afhechten).
② Monogrammen
Zigzagsteek kiezen en de steekbreedte instellen.
Naai met een gelijkmatige snelheid de letters na.
Druk voor het vastzetten van de draden na elke letter op de knop „Auto-Lock“ (automatisch afhechten).
* Het borduurraam wordt niet meegeleverd met de computergestuurde naaimachine. Het wordt apart verkocht.
Obertransportfuß


* De boventransportvvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computer-gestuurde naaimachine.
AANWIJZING: Probeer over het algemeen eerst zonder boventransportvoet te naaien. Het moet pas gebruikt worden als het nodig is.
De stof is gemakkelijker te leiden met de gebruikelijke persvoeten en u hebt dan beter zicht op het werkgebied. Deze naaimachine biedt een uitstekende stikkwaliteit van veel stoffen van fijn chiffon tot meerlaags denim.
Met de boventransportvoet wordt het transport van de bovenste en onderste stoflagen gelijk getrokken en het helpt bij het exact vastnaaien van ruiten, strepen en patronen. Een regelmatige stoftransport is ook handig voor moeilijke of dikke stoffen, bijv. fluweel of corduroy.
① Persvoethevel omhoog zetten om de naaldstang omhoog te zetten.
② Schroef op de naaldstang verwijderen (linksom draai- en) en persvoethouder afnemen.
3 Boventransportvoet als volgt bevestigen:
- Arm (a) past op de naaldbevestigingsschroef en naaldstang (b).
- Bevestigingskop van plastic (c) van links naar rechts op de persvoetstang bevestigen.
– Persvoetstang laten zakken. - Schroef weer op de persvoetstang vastschroeven (rechtsom).
- Zorg ervoor dat beide schroeven weer worden aangedraaid (op de naald- en persvoetstang).
4 Onderdraad ophalen en onder- en bovendraad achter de boventransportvoet trekken.
Fagotten


text_image
A B1

① Omgeslagen kant van de stof met een afstand van 4 mm op een dun stuk papier of wateroplosbare vlieseline leggen en rijgen.
2 Het midden van de persvoet in het midden tussen de twee stofvouwranden leggen en vastnaaien.
③ Papier na het naaien verwijderen.
A Dun papier
B Rijgen
Patchworkstiche




① Leg de beide stofdelen met de goede kanten tegen elkaar en stik ze met een rechte steek.
② Naden open strijken.
3 Het midden van de persvoet op de naadlijn plaatsen en vastnaaien.
Muschelstiche


① Leg de beide stoflagen op de goede kanten op elkaar en naai langs de rand.
② Knip de rondingen met een naadtoeslag van 3 mm af. De naadtoeslag zoals weergegeven inknippen met een scherpe schaar.
3 Stof draaien, de rondingen goed eruit drukken en met een strijkijzer strijken.
Broderle de festons arrondis
Geborduurde schulprand
① Op de zoom naaien.
② Stof dicht langs de stiklijn afknippen. Zorg ervoor dat het naaigaren niet wordt ingeknipt.
Musterverlängerung

① Met de toets "Patroonverlenging" kan het steek-patroon van de bovenstaande steek tot vijf keer de normale lengte worden vergroot.
② Op het LCD-scherm verschijnt het teken voor patroonverlenging met de verlengde weergave van het geselecteerde patroon.
3 Door op de toets "Patroonverlenging"---lte drukken, kan de oorspronkelijke grootte van het steekpatroon maximaal vijf keer worden verlengd. Het veranderen van de steekbreedte en -lengte maakt nog meer patroonvarianten mogelijk.
LET OP: Steekpatroongroep B 33–45 kan tegelijkertijd worden verlengd en gespiegeld.
Spiegeln
1

text_image
60 -7.0 -2.5 x×3-52

text_image
4 5 6 7 8 9 03

text_image
60 -7.0 -2.5 x3-5
- Het directkeuzepatroon 8 / 9 / 0 en patroon 17-32 kan niet gespiegeld worden.
- Gespiegelde patronen kunnen ook met andere patronen gecombineerd worden
① Kies een steekpatroon.
② Druk op de knop Spiegelen. Op het LCD-scherm verschijnt het symbool Spiegelen
3 Start met de Start/Stop-knop of met het voetpedaal, het motief wordt gespiegeld genaaid.
A Steekpatroon in .normale' uitvoering
B Steekpatroon gespiegeld
Zwillingsnadel



* De tweelingnaald hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine.
① Tweelingnaald plaatsen.
AANWIJZING: Bij gebruik van een tweelingnaald moet altijd de universele voet Ⓣ gebruikt worden, ongeacht de naaimethode.
Gebruik alleen tweelingnaalden met een max. tussenafstand van 2 mm.
② Gebruik de horizontale garenpen en volg de gebruikelijke route voor het inrijgen. Linkernaald inrijgen.
De tweede garenpen (meegeleverd met de accessoires) bovenop in de betreffende opening steken. Tweede garenklos plaatsen. Zoals gebruikelijk inrijgen maar de draadgeleiding langs de naald laten lopen en de rechternaald inrijgen.
3 Rijg elke naald apart in.
AANWIJZING: Zorg ervoor dat de twee draden van de tweelingnaald van dezelfde dikte zijn. De kleuren kunnen natuurlijk variëren.
4 Druk op de toets tweelingnaald hen de maximale steekbreedte wordt automatisch verkleind voor het naaien met een tweelingnaald.
5 Het display toont het symbool van de tweelingnaald en alle andere informatie.
6 Kies een patroon en naai het. U kunt alle patronen behalve de directkeuzepatronen 1111 en de patronen 17–32 van de groep B en de patronen 08, 27 en 63 van de groep C gebruiken.
Er worden twee parallelle rijen steken genaaid.
AANWIJZING: Naai bij het naaien met een tweelingnaald altijd op een lage snelheid om mooie naairesultaten te bereiken.
1

Gecombineerde patronen kunnen worden opgeslagen voor later gebruik. Omdat de opgeslagen patronen niet verloren gaan, terwijl het apparaat is uitgeschakeld, kunnen de patronen op elk moment weer worden opgeroepen. Dit is erg handig voor patronen en namen die vaak worden gebruikt.
Let op:
- Steekpatronen uit de patroonmodi ♂, ♣, A A kunnen met elkaar worden gecombineerd en genaaid.
- De machine heeft 4 geheugeneenheden met elk 20 geheugenplaatsen voor steekpatronen.
- Het directkeuzepatoon en de steekpatronen 17–32 van groep B kunnen niet in het geheugen worden opgeslagen.
- Al deze eenheden in het geheugen kunnen worden bewerkt, bijvoorbeeld om de steeklengte, steekbreedte, spiegelen, verlenging en automatische vergrendeling in te stellen.
Patroonstijlen of tekens combineren
Druk op de modustoets MODE om de gewenste steekpatroongroep in de categorieën ♂, ‡, A ♂ te selecteren. Het LED-lampje naast de geselecteerde categorie brandt.
② Druk op de toets M (memory of geheugen) om het geheugen te openen. Er verschijnt een aanduiding in het midden van het scherm. Hier kan de geheugeneenheid worden geselecteerd op nummer zodra de cursor begint te knipperen.
3 Druk op het nummer van de gewenste geheugeneenheid (bijv. 2).
4 De geheugenaanduiding verschijnt automatisch.
Speicher

5

Patroonstijlen of tekens combineren
⑤ Voer het nummer van het gewenste steekpatroon in (bijv. 50).
6 Het gewenste steekpatroon verschijnt op het display.
⑦ Herhaal de stappen 5 en 6 om andere steekpatronen op te slaan.
8 Let op: Op een geheugenplaats kunnen maximaal 20 steekpatronen worden opgeslagen. Daarna hoort u een piepsignaal dat aangeeft dat het geheugen vol is.
9 Druk op M om het geheugen te verlaten en terug te keren naar de normale weergave.
LET OP: Het geselecteerde patroon wordt verwijderd uit het geheugen als de machine wordt uitgezet en u de toets M niet weer hebt ingedrukt nadat de keuze was voltooid.
Patroon of letter toevoegen
In de geheugenmodus drukt u op de steekbreedteknop totdat het steekpatroonnummer dat u hebt gekozen verschijnt. Voeg vervolgens een nieuw steekpatroon toe.
② Druk op het steekpatroonnummer (bijv. 35) en het geselecteerde steekpatroon wordt toegevoegd.
Speicher

1

Steekpatroon bewerken
① Kies met de steekbreedtetoets het steekpatroon dat u wilt bewerken in de geheugenmodus.
② Druk op EDIT (bewerken) om het steekpatroon te bewerken.
3 Let op: De steeklengte, steekbreedte en de functies verlengen, spiegelen en automatische afhechten van het steekpatroon kunnen handmatig worden gewijzigd.
4 Druk nogmaals op EDIT als u klaar bent met de wijzigingen en ga terug naar de status Zoeken.
Patronen of letters wissen
Druk in de geheugenmodus op de steekbreedtetoets om het steekpatroon te kiezen dat u wilt wissen.
② Druk op C om het geselecteerde steekpatroon te wissen. Het volgende steekpatroon schuift één plaats op.
Speicher

1

Oproepen en naaien van opgeslagen patronen
① Druk op M om het geheugen te openen. Voer vervolgens het nummer van de geheugenheid in als de cursor knippert.
② Voer het het nummer van de geheugeneenheid in (bijv. 2).
3 Op het display wordt het eerste steekpatroon van de geselecteerde geheugeneenheid weergegeven.
Selecteer de eenheid of voer de geheugeninhoud in door indrukken van de steekbreedtetoetsen "-" en "+"
4 Door het indrukken van het voetpedaal of de toets Start/Stop op de naaimachine, wordt het naaien gestart.
⑤ Op het display verschijnt het huidige steekpatroon
6 Druk op M om het geheugen te verlaten en terug te keren naar de normale weergave.
Warnfunktionen
1

text_image
01 3.5 T 油 3x3-5②

text_image
油 1 3.5 2.5 xx 3-53

Waarschuwingsfuncties op het scherm
1 Weergave van problemen met de naaimachine Deze melding betekent dat het garen is verdraaid of vast zit en dat de handwielas niet kan draaien. Kijk bij „Problemen oplossen“ op pagina 174 om het probleem op te lossen. Als het probleem is opgelost, kan de machine weer naaien.
Gebruiksaanwijzing op het scherm
② Spoel vullen
De spoel wordt gevuld.
③ Knoopsgathendel laten zakken
Bij het selecteren van een knoopsgat- of stoppatroon verschijnt op het display altijd het symbool , om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel moet laten zakken.
Warnfunktionen

Waarschuwingsfuncties
Les blps sonores
- Bij juist gebruik: 1 pieptoon
- Als de geheugenplaats voor 20 patronen vol is: 3 pieptonen
- Bij verkeerd gebruik: 3 pieptonen
- Als de naaimachine niet werkt en niet kan naaien: 3 pieptonen
Het betekent dat de draad gedraaid of vastgelopen is en de handwielas niet kan bewegen. Lees in dit geval pagina 174 van de handleiding over het oplossen van problemen hoe het probleem kan worden opgelost. Zodra het probleem is opgelost, werkt de naaimachine weer.
Spoelwinderasje naar links drukken (3 piepjes) Als er toetsen worden ingedrukt op de computer-gestuurde naaimachine als het spoeltje vol is of als het spoelwinderasje naar rechts staat, klinken er 3 pieptonen als een waarschuwingssignaal.
Spoelwinderasje weer naar links drukken.
AANWIJZING: Als het probleem niet kan worden opgelost, neem dan contact op met uw dealer.

LET OP: Als de draden tijdens het naaien verstrikt raken in de grijer waardoor de naald niet kan bewegen en u blijft op het voetpedaal drukken dan zal de veiligheidsschakelaar de naaimachine helemaal uitschakelen. Om de naaimachine weer te starten, moet u de aan-/uit-schakelaar eerst uitschakelen (op "O"), en vervolgens weer inschakelen (op "-").
Hupton

① Druk op de toets EDIT en zet de hoofdschakelaar op ON.
2 Selecteer de modus door op de steekbreedte "+" of "-" te drukken. Selecteer vervolgens de gewenste modus: Geluid aan ➞ of geluid uit
3 Druk nogmaals op de toets EDIT. Als u het geluid hebt ingesteld, verschijnt het symbool op het display.
Wartung

LET OP: Trek voor het schoonmaken van het LCD-scherm en het oppervlak van de naaimachine altijd eerst de stekker uit het stopcontact om letsel of een elektrische schok te voorkomen.
LCD-scherm reinigen
Voorkant zorgvuldig met een zachte, droge doek afne- men.
Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen of oplos-middelen.
Reinig het oppervlak van de naaimachine
Als het oppervlak van de naairmachine vies is, dompel dan een zachte doek onder in water met een beetje neutraal afwasmiddel, wring de doek goed uit en maak het oppervlak schoon. Veeg vervolgens met een droge doek over het oppervlak.

LET OP: Deze machine is uitgerust met een 100 mW-LED-lamp. Neen contact op met de klan-tenservice als de lamp moet worde vervangen.
Wartung

Garen en stofresten in de grijper kunnen ertoe leiden dat de naaimachine niet meer goed werkt. Regelmatig controleren en indien nodig de grijperruimte reinigen.

LET OP: Trek altijd eerst de stekker van de naaimachine uit het stopcontact voordat u onderhoud uitvoert.
① Grijperdeksel verwijderen.
② Naald, persvoet en persvoethouder verwijderen. Met de L-schroevendraaier de twee schroeven op de naaiplaat losdraaien en de naaiplaat verwijderen.
3 Grijperbaan, transporteur en spoelhuis met het kwastje reinigen. U kunt ook een zachte, droge doek gebruiken.
| Storing Corzaak Problemen oplossen Page | na | ||
| Bovendraad breekt | 1. Naaimachine niet goed ingere-gen | 1. Rijg de naaimachine opnieuw in | 42 |
| 2. Draadspanning te sterk. | 2. Bovendraadspanning verlagen. 54 | ||
| 3. Draad is te dik voor de naald. 3. P. | aats een andere naaldgrootte. | 64 | |
| 4. Naald is niet correct geplaatst. 4. | Naald verwijderen en opnieuwplaatsen (platte kant naar achteren) | 66 | |
| 5. Draad wikkelt zich rond degarenpen. | 5. Garenklos verwijderen en draadopnieuw omwikkelen. | 36 | |
| 6. Naald is beschadigd. | 6. Naald vervangen. | 64 | |
| Onder-draadbreekt | 1. Spoelhuis niet correct geplaatst. | 1. Spoelhuis verwijderen, terug-plaatsen en aan de draad trekken.Draad moet soepel en gemakkelijkafwikkelen. | 40 |
| 2. Spoelhuis verkeerd ingeregen. | 2. Spoel en spoelhuis controleren. | 40 | |
| Overgesla-gen steken | 1. Naald is niet correct geplaatst. 1. | Naald verwijderen en opnieuwplaatsen (platte kant naar achte- ren). | 66 |
| 2. Naald is beschadigd. | 2. Nieuwe naald plaatsen. 66 | ||
| 3. Verkeerde naald (grootte) ge-bruikt. | 3. Bij bowendraad en stof passonde naald gebruiken. | 64 | |
| 4. Persvoet niet correct geplaatst. | 4. Controleren en correct plaatsen. | 34 | |
| 5. Naaimachine niet goed ingere-gen. | 5. Naaimachine opnieuw innijgen. | 42 | |
| Storing | Corzaak Problemen oplossen Pagi- | na | |
| Naald-breuk | 1. Beschadigde naald. 1. Nieuwe naald plaatsen. 66 | ||
| 2. Naald is niet correct geplaatst. 2. Naald correct plaatsen (platte kant naar achteren). | 66 | ||
| 3. Verkeerde naald voor de stof. 3. Bij stof en draad passende naald plaatsen. | 64 | ||
| 4. Verkeerde persvoet gebruikt. 4. Juiste persvoet plaatsen. / | |||
| 5. Naaldhoudorschroef zit los. 5. Schroef met de schroewendraaier vastdraaien. | 66 | ||
| 6. Ongeschikte persvoet geplaatst voor het naaien van het gewenste steekpatroon. | 6. Geschikte persvoet plaatsen voor het gewenste steekpatroon. / | ||
| 7. Te hoge bovendraadspanning. 7. Bovendraadspanning verlagen. 54 | |||
| Losse steken | 1. Machine niet correct ingeregen. | 1. Inrijging controleren. | 42 |
| 2. Spoelhuis verkeerd ingeregen. | 2. Spoelhuis inrijgen zoals afgebeeld. | 40 | |
| 3. Naald, draad en stof slecht op elkaar afgestemd. | 3. De naald moet worden afgestemd up de stof en het garen. | 64 | |
| 4. Onjuiste draadspanning. 4. Draad spanning controleren. | 54 | ||
| Naden trekken samen of de stof krult op | 1. Te dikke naald voor de stof. | 1. Dunnere naald gebruiken. | 64 |
| 2. Verkeerde steeklengte. | 2. Steeklengte aanpassen. | 80 | |
| 3. Te hoge bovendraadspanning. 3. Draadspanning verlagen. | 54 | ||
| Naden trekken samen | 1. Draadspanning te sterk. | 1. Draadspanning verlagen. | 54 |
| 2. Bovendraad is niet goed ingere-gen. | 2. Opnieuw inrijgen. | 42 | |
| 3. Naald is te dik voor de stof. | 3. Bij bovendraad en stof passende naald gebruiken. | 64 | |
| 4. Te lange steeklengte voor de stof. | 4. Kortere steeklengte kiezen. | 80 |
Controleer eerst het volgende voordat de machine als gevolg van storingen ter reparatie wordt aangeboden. Neem als het probleem aanhoudt contact op met de Klantenservice.
Entsorgung Mise au rebut Disposal Verwijdering

Entsorgungshinweise
Verwijderingsmethoden
Gebruikte elektrische en elektronische apparaten mogen in overeenstemming met de Europese regelgeving niet meer bij het ongesorteerd afval worden ge- plaatst.
In Duitsland bent u wettelijk verplicht om afgedankte apparatuur in te leveren als gescheiden huishoudelijk afval. De gemeenten hebben inzamelpunten ingesteld waar afval van particuliere huishoudens kan worden ingeleverd.
Kijk op uw lokale afvalkalender of informeer bij uw gemeente naar de recycling of inzameling van gebruikte apparatuur.
ELEKTRISCHE SPECIFICATIES
VERITAS MARION
100-240V50/60Hz70W
Beschermklasse II
Lamp
5V max. 100mW

bar
| Category | Value | |---|---| | Bar 1 | 100 | | Bar 2 | 100 |VERITAS®

www.veritas-sewing.com

facebook.com/veritassewing

twitter.com/veritas_sewing

youtube.com/user/veritas
021H7A0706(DE.FR.EN.NL)
Universele persvoet (T)
Ritssluitingvoet (I)
Knoopsgatvoet (D)
Koordvoet (M)(optioneel)
Quiltvoet (P)(optioneel)
Boventransportvoet(optioneel)
Stop-/Stikvoet(optioneel)
Knoopaannaalvoet (H)