VERITAS Marion - Naaimachine

Marion - Naaimachine VERITAS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Marion VERITAS in PDF-formaat.

📄 180 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice VERITAS Marion - page 62
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Elektronische naaimachine
Merk VERITAS
Model Marion
Kleur Wit/zilver (niet bevestigd)
Voeding 100-240 V, 50/60 Hz, 70 W
Beschermingsklasse II
Lamptype LED, 5 V max. 100 mW
Aantal steken 66 steken (10 standaard + 56 patronen)
Steektypes Rechte steek, zigzag, elastische steken, decoratief, hoofdletters en cursief
Knoopsgat Automatisch in 1 stap (7 types: B-17 tot B-26)
Naaldinsteker Geïntegreerd automatisch
Naaisnelheid Instelbaar met schuifregelaar (max ca. 800 steken/min)
Pedaal Type C-9000 (inbegrepen)
Vrije arm Ja (afneembaar schuifblad)
Verlenging Inbegrepen (vergroot schuifblad)
Geheugenmodus 4 eenheden, elk 20 geheugenplekken (combinaties opslaan)
Display LCD met achtergrondverlichting
Inbegrepen accessoires Naai voeten (universeel T, rits, knoopsgat, overlock E, onzichtbare zoom F, borduur A), reinigingsborstel, tornmes, spoelen (3x), schroevendraaier, naalden, stiklijngeleider, verlenging, enz.
Afmetingen (ca.) 42 x 18 x 30 cm (niet verstrekt)
Gewicht (ca.) 7,5 kg (niet verstrekt)
Onderhoud Reinig transporteur met borstel, beperkt oliën, naald vervangen
Veiligheid Automatische stop bij blokkering, draadafsnijder, kinderbeveiliging (lees de handleiding verplicht)
Klantenservice VERITAS Service Center, gratis nummer 00800 333 00 777, e-mail service-fr@veritas-sewing.com

Veelgestelde vragen - Marion VERITAS

Hoe rijg ik de bovendraad in bij de naaimachine Marion?
Om de bovendraad in te rijgen, begin met de naald in de hoogste stand te plaatsen met de stoptoets in hoog/laag, en haal dan de stekker uit het stopcontact. Volg de draadgeleiders in volgorde: bovenste draadgeleider, onderste draadgeleider, spanningsgleuf, en gebruik vervolgens de automatische naaldinsteker bij de hefboom van de persvoet. Laat de hefboom van de insteker langzaam zakken om de draad door het naaldoog te leiden.
Hoe spoel ik de draad op de spoel?
Plaats de klos op de kloshouder en rijg de draad door de draadgeleider. Leid de draad tegen de klokrichting om de onderste draadgeleider en rijg hem dan door het gaatje van de spoel. Plaats de lege spoel op de spoelhouder en duw deze naar rechts (spoelpositie). Druk op START/STOP of het pedaal. De machine stopt automatisch wanneer de spoel vol is. Duw de houder terug naar links om te naaien.
Hoe vervang ik de naald?
Zet de machine eerst uit (schakelaar op O). Draai de bevestigingsschroef op de naaldsteel los, verwijder de oude naald. Plaats de nieuwe naald met de vlakke kant naar achteren, duw hem tot de aanslag en draai de schroef weer vast. Gebruik alleen rechte en onbeschadigde naalden.
Hoe naai ik een automatisch knoopsgat?
Selecteer een knoopsgatsteek (B-17 tot B-26). Monteer de knoopsgatvoet, plaats de knoop in de voethouder om de maat te bepalen. Laat de hefboom van het knoopsgat achter de houder zakken. Begin met naaien; de machine maakt het knoopsgat automatisch en eindigt met een verstevigingssteek. Knip de opening met de tornmes.
Wat te doen als de bovendraad breekt?
Controleer eerst of de draad correct is ingeregen (zie handleiding pagina 42). Verlaag de draadspanning als deze te hoog is (getande knop). Gebruik een naald die geschikt is voor de draaddikte. Vervang de naald als deze beschadigd is. Zorg ervoor dat de klos niet in de war raakt.
Hoe gebruik ik de geheugenmodus om steekcombinaties op te slaan?
Druk op de toets MODE om een steekgroep te selecteren, en vervolgens op M om de geheugenmodus te openen. Kies een geheugeneenheid (1-4) met de cijfertoetsen. Voer de gewenste steeknummers in (maximaal 20). Druk opnieuw op M om op te slaan. Om te naaien, roep het geheugen op met M en selecteer de eenheid.
Hoe reinig ik de transporteur?
Haal de stekker uit het stopcontact. Verwijder het deksel van de transporteur, de naald, de persvoet en de naaldplaat. Gebruik een borstel of zachte doek om pluisjes en draden te verwijderen. Plaats de naaldplaat, persvoet en naald terug.
Wat betekent de foutmelding met een bewegende spoel op het scherm?
Dit geeft aan dat de draad verdraaid of vastzit en dat de as van het vliegwiel geblokkeerd is. Raadpleeg het hoofdstuk probleemoplossing op pagina 172. Controleer de inrijging, verwijder vastzittende draden en draai het vliegwiel handmatig om het mechanisme vrij te maken. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice.
Hoe stel ik de draadspanning in voor decoratieve steken?
Stel voor decoratieve steken de spanning van de bovendraad in op een waarde tussen 3 en 5 (basiswaarde 4). Draai de getande knop naar een lager cijfer om de spanning te verlagen, naar een hoger cijfer om te verhogen. Test op een lapje stof voor een uitgebalanceerd resultaat, waarbij de bovendraad licht zichtbaar is aan de onderkant.
Kan ik dikke stoffen zoals spijkerstof naaien met deze machine?
Ja, de machine is geschikt voor dikke stoffen. Gebruik een naald maat 14 (90) of 16 (100) voor spijkerstof. Voor dikke naden, laat u de persvoet zakken met de zwarte knop op de universele voet om deze horizontaal te houden. Stel de draadspanning in tussen 3 en 5 en verleng de steek. Naai langzaam over de dikke gedeelten.

Gebruikersvragen over Marion VERITAS

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Marion - VERITAS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Marion van het merk VERITAS.

GEBRUIKSAANWIJZING Marion VERITAS

Gefeliciteerd met de aankoop van uw computergestuurde naaimachine. U hebt een kwaliteitsproduct gekocht dat met grote zorgvuldigheid is geproduceerd en dat u met het juiste onderhoud vele jaren goede dienst zal bewijzen.

We vragen u om de handleiding voor de eerste ingebruikname goed door te lezen en vooral goed op de veiligheidsaanwijzingen te letten.

Personen die niet vertrouwd zijn met de handleiding, mogen het apparaat niet gebruiken.

In de handleiding vindt u alle wetenswaardigheden over de gebruiksmogelijkheden van uw computergestuurde naaimachine. Indien u nog vragen hebt, kunt u zich wenden tot de verkoper.

Wij wensen u veel plezier en succes met naaien!

Vragen over de machine, het onderhoud en klantenservice

Gratis servicenummer: 00800 333 00 777

service-nl@veritas-sewing.com

Adres klantenservice: Veritas Service Center

c/o Teknihall GmbH

Breitefeld 15

DE-64839 Münster

GERMANY

Belangrijke veiligheidsaanwijzingen

Bij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen in acht te worden genomen. Lees daarom voordat u deze computergestuurde naaimachine gebruikt deze handleiding zorgvuldig door en bewaar hem voor toekomstig gebruik.

GEVAAR – Ter bescherming tegen elektrische schokken:

  1. Laat de computergestuurde naaimachine nooit onbeheerd achter de machine op de elektriciteit is aangesloten.
  2. Haal na gebruik en voordat de naaimachine wordt schoongemaakt altijd de stekker uit het stopcontact.

WAARSCHUWING – Om brandwonden, brand, elektrische schokken of letsel van personen te voorkomen:

  1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed voor kinderen. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zorgen dat ze niet met de computergestuurde naaimachine spelen. Bijzondere aandacht is nodig als de computergestuurde naaimachine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt.
  2. De computergestuurde naaimachine mag alleen worden gebruikt voor het doel dat in deze handleiding wordt beschreven. Gebruik alleen de accessoires die in deze handleiding worden beschreven en die worden aanbevolen door de fabrikant, anders kan het apparaat beschadigd raken.
  3. Gebruik de computergestuurde naaimachine nooit als een kabel of aansluiting beschadigd is, als de machine niet goed of zonder storingen werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of met water in contact is gekomen. Breng in de bovengenoemde gevallen de computergestuurde naaimachine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het servicecenter om de naaimachine te laten controleren en te repare-

ren of om elektrische en/of mechanische onderdelen te laten vervangen.

  1. Gebruik de computergestuurde naaimachine nooit met geblokkeerde ventilatieopeningen. Houd de ventilatieopeningen van de machine en het voetpedaal vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof.
  2. Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Let in het bijzonder op in het gebied rond de naald. De bewegen-de delen, zoals de naald en de persvoethevel, vormen een risico voor handen en vingers. Het werkgebied moet daarom voortdurend in de gaten worden gehouden tijdens de wer-king van de machine. Instellingen aan de machine, zoals het vervangen van de naald, het inrijgen van de draad, spoeltje plaatsen of van persvoet wisselen mogen alleen gedaan worden als de machine is uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“).
  3. Koppel de computergestuurde naaimachine altijd los van de stroomtoevoer, d.w.z. haal de stekker uit het stopcontact, bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden zoals beschreven in de handleiding. Bijvoorbeeld als het deksel wordt verwijderd, het apparaat geolied of gereinigd wordt of als het lampje wordt vervangen. Haal ook de stekker uit het stopcontact als het apparaat wordt verplaatst of niet in werking is.
  4. Zet om de machine uit te schakelen de hoofdschakelaar op „O“ en trek de stekker uit het stopcontact. Trek altijd de stekker uit het stopcontact als u de machine zonder toezicht achterlaat om letsel door per ongeluk activeren te voorkomen.
  5. Trek niet aan het netsnoer als u de stekker uit het stopcontact haalt. Trek altijd aan de stekker en niet aan het netsnoer.
  6. Het netsnoer mag nooit over hoeken of randen hagen of worden vastgeklemd (risico op een elektrische schok!). Leg

Belangrijke veiligheidsaanwijzingen

het netsnoer zodanig dat niemand erover kan struikelen.

  1. Gebruik altijd de juiste naaldplaat die is meegeleverd met deze computergestuurde naaimachine. De verkeerde naaldplaat kan ervoor zorgen dat de naald breekt.

  2. Gebruik geen kromme of gebroken naalden.

  3. Gebruik het apparaat altijd op een droge, stabiele en vlakke ondergrond. Uit de buurt houden van hete oppervlakken of open vuur.

  4. Trek tijdens het naaien niet aan de stof, anders kan de naald doorbuigen en breken.

  5. Geen voorwerpen in de openingen van de computergestuurde naaimachine steken of laten vallen.

  6. Gebruik de computergestuurde naaimachine niet buiten.

  7. Gebruik de computergestuurde naaimachine niet in ruimtes waar LPG-producten (bijvoorbeeld sprays) of zuurstof worden gebruikt.

  8. Het geluidsniveau is bij normale werkomstandigheden 75 dB(A).

  9. Schakel de computergestuurde naaimachine uit of haal de stekker uit het stopcontact als de computergestuurde naaimachine niet goed werkt.

  10. Zet nooit iets op het voetpedaal!

  11. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hun leert hoe het apparaat veilig kan worden gebruikt en ze de daaruit voortvloeiende risico's begrijpen.

  12. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen.

  13. Gebruik de machine niet als deze vochtig is of in een vochtige omgeving staat.
  14. Dompel het water nooit onder in water of andere vloeistoffen (gevaar voor elektrische schokken!).
  15. Sluit het apparaat alleen aan op 100–240 V wisselstroom.
  16. Wij raden u aan het apparaat aan te sluiten op een elektrici- teitsgroep met een aardlekschakelaar.
  17. Uw computergestuurde naaimachine is uitgerust met een LED-lampje. Als het LED-lampje beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant of de klantenservice om gevaar te voorkomen.
  18. De naaimachine mag alleen worden gebruikt met het voet-pedaal van het type C-9000.
  19. Als de aansluitkabel, die verbonden is met het voetpedaal, beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant en de klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd persoon om gevaar te voorkomen.
  20. Bewaar deze handleiding op een geschikte plaats in de buurt van de machine. Geef de handleiding aan derden bij uitlenen of doorverkopen van het apparaat.

BEWAAR DEZE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES ZORGVULDIG.

Deze computergestuurde naaimachine is bedoeld voor huishou-delijk gebruik.

Inhalt

Belangrijke veiligheidsaanwijzingen....11

Overzicht apparaatonderdelen 18

Functietoetsen 20

LCD-scherm 22

Steekoverzicht 24

Accessoires....28

Voor het eerste gebruik 30

Sluit de naaimachine aan op het stroomnet....32

Het juiste persvoetje plaatsen 34

Spoelen 36

Spoeltje plaatsen....40

Bovendraad inrijgen 42

Automatisch inrijgen 46

Het ophalen van de onderdraad....48

Instellingen 50

Draad afsnijden....50

2-traps persvoetstand....50

Persvoetdruk instellen....50

Beginnen met naaien 52

Start/Stop-knop....5

Voetpedaal 52

Draadspanning....54

Persvoettabel 61

Geschikte naald, garen en stof kiezen....64

Naald wisselen....66

Transporteur omhoog en omlaag zetten 66

Steekbalans instellen....68

Functietoetsen 70

Start/Stop-knop....70

Knop voor de draadsnijder 70

Achterwaartsknop....72

Knop voor automatisch afhechten „Auto-Lock“......74

Knop voor Naaldstop omhoog/omlaag....76

Knop voor het instellen van de steekbreedte ....78

Moduskeuzeknop voor directe steekkeuze 80

Spiegelen....82

Toets tweelingnaald....82

Directe patroonkeuze en cijfertoetsen 84

Correctietoets EDIT/ Geheugentoets M/ Wistoets C.....86

Handige naaitips....88

Hoeken naaien....88

Achterwaarts naaien....88

Naaien met de vrije arm....88

Tafelverlenging bevestigen 90

Naaien von dikke stoffen....90

Naaldpositie wijzigen....92

Steeklengte wijzigen....92

Zizagsteken 94

Stretchsteek....96

Overlockvoet....98

Blindzomen....100

Knopen aannaaien 102

Knopsgaten naaien....104

Met koordinleg versterkte knoopsgaten....110

Afhechtsteek....112

Oogjessteek 114

Stoppen....116

Ritssluiting inzetten 120

Blinde ritssluiting inzetten....122

Smalle zomen....124

Koord naaien 126

Satijnsteek 128

Randgeleider....130

Rimpelen 132

Smocken 134

Naaien uit de vrije hand

Boventransportvoet....140

Fagotsteek....142

Patchworksteek....144

Patroonverlenging 148

Spiegelen....150

Tweelingnaald....152

Geheugen....154

Waarschuwingsfuncties....162

Geluid....166

Onderhoud 168

LCD-scherm reinigen....168

Reinig het oppervlak van de naaimachine.... 168

Grijper reinigen....170

Problemen oplossen....174

Verwijdering 175

Overzicht apparaatonderdelen

Overzicht apparaatonderdelen

1 Steekkeuzepaneel (keuzepaneel bijgesloten, bevestiging bevindt zich in de doos met accessoires)
2 Wiel om de draadspanning in te stellen
3 Onderdraadgeleiding
4 Naaldstang
5 Functietoetsen (A)
6 Draadsnijder
7 Knoopsgathendel
8 Automatische draadinrijger
9 Naaldplaat
10 Aanschuiftafel en accessoirebox
11 Spoelwinderasje
12 Spoelwinderstop
13 Snelheidsregeling
14 LCD-scherm
15 Functietoetsen (B)
16 Steekkeuzeknoppen (C)
17 Functietoetsen (B)
18 Patrooninstelschroef voor stekbalans
19 Horizontale garenpen
20 Opening voor tweede garenpen
21 Handwiel
22 Hoofdschakelaar
23 Netsnoeringang
24 Aansluiting voor voetpedaal
25 Onderdraadgeleiding
26 Bovendraadgeleiding
27 Opening voor bevestiging van het steekkeuzepaneel (montage in de doos met accessoires)
28 Handvat
29 Persvoethevel
30 Transporteur
31 Bevestiging voor het steekkeuzepaneel (in doos met accessoires)

Funktionstasten

VERITAS Marion - Funktionstasten - 1

A. Functietoetsen (zie pagina 72)

1 START/STOP-knop – Druk op de knop om te starten of te stoppen met naaien.

2 Knop voor draadsnijder – Druk na het naaien op de knop om de draad af te snijden.

3 Achterwaartsknop Zolang deze knop ingedrukt wordt, naait de naaimachine bij lage snelheid achteruit, ideaal om af te hechten.

4 Knop voor automatisch afhechten Als u deze knop ingedrukt houdt, wordt de afrechtsteek direct of na afloop van het huidige steekpatroon genaaid, daarna stopt de computergestuurde naaimachine automatisch.

5 Knop naaldstop omhoog/omlaag Door op deze knop te drukken, kunt u bepalen of de naald bij beeindiging van het naaiproces omlaag of omhoog moet stoppen. Het bijbehorende symbool brandt op het LCD-scherm.

B. Functietoetsen (zie pagina 78)

6 Moduskeuzeknop – Met deze knop komt u in de directkeuzemodus, naaisteek- en decoratieve-steekmodus, bloklettermodus en handschriftmodus.

7 Steekbreedteknop Door op deze knop te drukken kunt u de voorgeprogram- meerde instelling van de steekbreedte veranderen.

8 Steeklengteknop Door op deze knop te drukken kunt u de voorgeprogram- meerde instelling van de steeklengte veranderen.

9 Knop voor tweelingnaald – Knop indrukken en tijdens het gebruik van de tweelingnaald de max. steekbreedte instellen.

10 Toets voor de spiegelfunctie – Door op deze knop te drukken, kunt u patronen gespiegeld naaien.

11 Verlengknop – De steken 33 tot 45 uit groep B kunnen tot 5 maal van hun normale lengte worden verlengd, als deze toets wordt ingedrukt.

C. Keuzetoetsen (zie pagina 86)

12 Correctietoets – Druk op deze toets om bij het naaien van gecombineerde, decoratieve steken een ander patroon toe te voegen.

13 Geheugentoets – Om het gemaakte patroon en/of de patrooncombinatie op te slaan, drukt u op deze toets.

14 Wistoets – Als het verkeerde patroon is gekozen of opgeslagen, kunt u het met deze toets wissen.

15 Directe keuze- en cijfertoetsen - Snelle, directe keuze van 10 standaardsteken of druk op een nummertoets om het gewenste patroon te kiezen.

16 Snelheidsregeling – Met deze hendel kunt u de naaisnelheid instellen.

LCD-Anzeige

Betekenis van de symbolen

VERITAS Marion - LCD-Anzeige - 1
Nadel

hochstellen

Soulever

l'aiguille

Raise

needle

Naaid

omhoog zetten

VERITAS Marion - LCD-Anzeige - 2
Nähfuß

hochstellen

Soulever le pied

de biche

Raise

presser foot

Persvoet

omhoog zetten

VERITAS Marion - LCD-Anzeige - 3

Nähfuß

senken

Abaisser le pied

de biche

Lower

presser foot

Persvoet

omlaag zetten

VERITAS Marion - LCD-Anzeige - 4

text_image 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 3.5 2.5 xx 3-5 12 11 10

VERITAS Marion - LCD-Anzeige - 5

text_image 15 16 14 A 17 13 60 70 --- 2.5 xx3-5 19 18

VERITAS Marion - LCD-Anzeige - 6

LCD-Scherm bij steekoverzicht

1 Naaldstop boven
2 Automatische stop
3 Achterwaarts naaien
4 Tweelingnaald
5 Persvoet
6 Spoelen
7 Knoopsgathendel
8 Geluid ingeschakeld
9 Steekoverzicht
10 Spanning
11 Steeklengte
12 Naaldpositie

13 Steekpatroonnummer
14 Naaldstop onder
15 Automatische stop
16 Spiegelen
17 Geluid uitgeschakeld
18 Steeklengte
19 Steekbreedte

LCD-Scherm bij alfabet

20 Steekpatroonnummer
21 Persvoet
22 Spanning
23 Steekbreedte

Standaardsteken via Direct Modus

Steekpatroon van groep B via Nummermodus.

(algemene en decoratieve steken en patronen.

Steekpatroon van groep C

AANWIJZING: Het rode deel in de tabellen toont de individuele herhaling van elk patroon.

Standaardaccessoires

1 Universele voet T
2 Ritssluitingvoet
3 Knoopsgatvoet
4 Overlockvoet E
5 Blindzoomvoet F
6 Cordonvoet A
7 Knoopaanzetvoet
8 Reinigingsborstel/tornmesje
9 Garenpen
10 Randgeleider
11 Grijperspoeltjes (3x)
12 Schroevendraaier (groot en klein)
13 Set naalden
14 Garenpenviltje
15 Tweede garenpen
16 L-schroevendraaier
17 Tafelverlenging

Optioneel

18 Koordvoet M
19 Rolzoomvoet K
20 Quiltvoet P
21 Stop-/Stikvoet
22 Rimpelvoet
23 Tweelingnaald
24 Boventransportvoet
25 Dekseltje

Avant la mise en service Before first use Voor het eerste gebruik

Voor het eerste gebruik

Houd u er rekening mee dat oneigenlijk gebruik van elektriciteit dodelijk kan zijn. Lees daarom de veiligheidsvoorschriften op pagina 11 en de volgende veiligheidsmaatregelen:

  • Let erop dat kinderen niet met de naaimachine kunnen spelen!
  • De bewegende naald is gevaarlijk, niet aanraken!
  • Wijzigingen in het bereik van de beweging van de naald, naaivoet of de naaldplaat mogen alleen met de machine uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“) worden uitgevoerd.
  • Het verwijderen en opnieuw plaatsen van de spoel mag alleen als het apparaat is uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“ zetten).
  • Vooral de juiste plaatsing van de spoeltjes en de onderdraad alsmede het inrijgen van de bovendraad zijn belangrijk om probleemloos te kunnen naaien. Ga zorgvuldig te werken en voer stap voor stap uit zoals beschreven.

Apparaat klaar maken voor gebruik

In de aanschuiftafel bevindt zich de accessoirebox. U kunt de aanschuiftafel naar links wegschuiven. Daarin vindt u de bevestiging voor het steekkeuzepaneel. Steek de bevestiging zijdelings in de houder van het apparaat en plaats het paneel in de sleuf van de bevestiging.

Stromnetz

VERITAS Marion - Stromnetz - 1

LET OP: Zorg er altijd voor dat de computerge- stuurde naaimachine is losgekoppeld van de elektriciteit en de hoofdschakelaar op "O" (UIT) staat als de machine niet wordt gebruikt. Dit geldt ook voor het plaatsen of verwijderen van delen (bijv. naald verwisselen).

Sluit de naaimachine aan op het stroomnet

Zorg er voordat u de naaimachine op het stroomnet aan- sluit voor dat de spanning (Volt) en de frequentie van het apparaat overeenkomen met de spanning en frequentie van het elektriciteitsnet.

  1. Zet de computergestuurde naaimachine op een stabiele tafel.
  2. Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting.
  3. Steek de aansluiting (2 ingangen) van de netstroom-kabel in de aansluiting op de naaimachine.
  4. Steek de netstroomkabel in het stopcontact.
  5. Hoofdschakelaar op "-" (AAN) zetten.
  6. Het naailampje gaat branden zodra de naaimachine wordt ingeschakeld.

Zet om de machine uit te schakelen de hoofdschakelaar op "O" (UIT) en trek de stekker uit het stopcontact.

Nähfuß

VERITAS Marion - Nähfuß - 1

VERITAS Marion - Nähfuß - 2

text_image a + - b

VERITAS Marion - Nähfuß - 3

Pied de biche Presser Foot Persvoetje

VERITAS Marion - Pied de biche Presser Foot Persvoetje - 1

VERITAS Marion - Pied de biche Presser Foot Persvoetje - 2

LET OP: Zet de hoofdschakelaar altijd uit (op "O" zelten) voordat het persvoetje wordt geplaatst of verwisseld!

Het juiste persvoetje plaatsen / persvoetje verwisselen

Persvoethouder plaatsen

  1. Naaldstang (a) door omhoog zetten van de persvoethevel omhoog zetten;

  2. persvoethouder (b) zoals afgebeeld plaatsen. Persvoet plaatsen

  3. laat de persvoethouder (b) zakken tot de uitsparing (c) direct boven de pen van de persvoet ligt.

  4. Druk de bevestigingshevel (d) omhoog.

  5. De persvoethouder (b) gaat omlaag en het persvoetje (f) wordt automatisch vergrendeld.

Persvoet verwijderen

  1. Persvoet omhoog zetten. Bevestigingshendel (e) omhoog drukken en de persvoet komt los. Randgeleider plaatsen

  2. Randgeleider (g) zoals afgebeeld door de opening schuiven. Instellen op de gewenste breedte van de zoom, de plooi etc.

Greiferspule

VERITAS Marion - Greiferspule - 1

VERITAS Marion - Greiferspule - 2

Garenklos en garenschotel op de garenpen plaatsen. Bij grotere garenklossen wordt de schotel met de brede kant tegen de klos gezet, bij kleinere klosjes gebruikt u de smalle kant of een kleinere garenschotel. Als het garenklosje een draadsleuf heeft, dan wordt het klosje geplaatst met de draadsleuf rechts zodat de draad tijdens het afwikkelen niet vast kan komen te zitten.

Draad in de draadgeleiding plaatsen.

Leid de draad linksom in de onderdraadgeleiding, vervolgens de draad naar rechts leiden.

Draad zoals afgebeeld door een gat in het spoeltje steken en het lege spoeltje op de spoelwinderas plaatsen.

Spoelwinderasje naar rechts tegen de begrenzing drukken.

Greiferspule

VERITAS Marion - Greiferspule - 1

VERITAS Marion - Greiferspule - 2

Zodra het spoeltje naar rechts in de „spoelpositie“ wordt gedrukt, verschijnt op het LCD-scherm het bijbehoren-de symbool. Zodra het spoeltje weer naar links in de „naaipositie“ wordt gedrukt, verdwijnt het spoelsymbool weer van het LCD-scherm.

Houd het uiteinde van de draad met de hand vast.

Druk op de knop Start/Stop of druk op het voetpedaal.

Stop het spoelen na een paar omwentelingen en knip de draad zo dicht mogelijk bij de opening af. Spoel verder tot het spoeltje vol is. Het spoelen stopt automatisch als het spoeltje vol is. Start/Stop-knop indrukken om te stoppen of haal uw voet van het voetpedaal en zet het spoelwinderasje weer naar links.

Knip de draad af en haal het volle spoeltje van de as.

AANWIJZING: Zolang het spoelwinderasje naar rechts staat (in de spoelpositie) en het symbool verschijnt op het LCD-scherm, kan er niet worden genaaid en kan het handwiel niet worden gedraaid. Het spoelwinderasje moet eerst weer naar links in de uitgangspositie worden gezet (het symbool verdwijnt), zodat de naaimachine weer kan naaien.

Greiferspule

VERITAS Marion - Greiferspule - 1

VERITAS Marion - Greiferspule - 2

text_image 1. 2.

VERITAS Marion - Greiferspule - 3

Om het spoeltje te kunnen plaatsen of verwijderen, moet de naald helemaal naar boven staan. Zet daarom de naald met een druk op de knop „Naaldstop omhoog/omlaag” in de hoogste stand. Persvoetje omhoog zetten. Schakel vervolgens het apparaat uit.

VERITAS Marion - Greiferspule - 4

LET OP: Zet de computergestuurde naaimachine voor het plaatsen of verwijderen van het spoeltje uit (hoofdschakelaar op "O" zetten).

Ontgrendeling in de richting van de pijl schuiven en het transparante dekseltje op het spoelhuis verwijderen.

Plaats het spoeltje zo in het spoelhuis dat het spoeltje linksom draait (richting van de pijl).

Trek de draad door de gleuf (A).

Houd het spoeltje met één hand licht vast en leid de draad met uw andere hand langs de pijltjes van (A) naar (B).

Trek vervolgens de draad langs de pijltjes van (B) naar (C). Snijd de draad aan het uiteinde af door de draad bij (C) langs het mes te halen.

Dekseltje weer terugplaatsen: Dekseltje eerst aan de linkerkant vastzetten en vervolgens rechts omlaag drukken tot het vastklikt.

Oberfaden

VERITAS Marion - Oberfaden - 1

VERITAS Marion - Oberfaden - 2

AANWIJZING: Het inrijgen van de bovendraad is heel eenvoudig. Toch is het zeer belangrijk om de draad zorgvuldig in te rijgen omdat anders problemen kunnen ontstaan bij het naaien.

Machine inschakelen met de netschakelaar (stand “-”). Naald eerst met de knop “Naaldstop omhoog/omlaag” helemaal omhoog zetten (niet met het handwiel, omdat anders de ideale inrijgpositie wordt versteld) en de persvoet met de persvoethevel omhoog zetten om de draadspanning los te maken.

Zet vervolgens de machine om veiligheidsredenen tijdens het inrijgen weer uit met de schakelaar (stand "O").

Garenpen omhoog zetten.

Plaats de garenklos zo op de garenpen dat de draad naar voren afwikkelt. Plaats de garenschotel op de pen.

Trek de draad van de garenklos door de bovendraadgeleiding.

Oberfaden

VERITAS Marion - Oberfaden - 1

VERITAS Marion - Oberfaden - 2

Oberfaden einfädein

Trek de draad naar links door de draadgeleider en vervolgens naar voren, zoals afgebeeld.

Plaats de draad in de rechte sleuf en leid de draad omlaag.

Naar links onder de geleidingspunt door en dan weer naar boven leiden.

Eenmaal boven de draad van rechts naar links in de gleuf van de metalen draadhevel leggen en weer omlaag leiden.

Voer de draad achter langs de vlakke, horizontale draad- geleiding.

Trek het uiteinde van de draad van voren naar achteren door het oogje op de persvoethouder en laat een eindje van ongeveer 10 cm over.

Gebruik voor het inrijgen van de naald de inrijger (zie de volgende pagina).

Einfädler

VERITAS Marion - Einfädler - 1

VERITAS Marion - Einfädler - 2

Enfileur Needle Threader Inrijger

VERITAS Marion - Enfileur Needle Threader Inrijger - 1

VERITAS Marion - Enfileur Needle Threader Inrijger - 2

LET OP: Schakel de computergestuurde naai-machine uit (hoofdschakelaar op "O" zetten).

BELANGRIJK: De naald is eerder met de knop „Naaldstop omhoog/omlaag” omhoog gezet. Zet de persvoet op de naaldplaat.

Laat de hendel van de inrijger langzaam zakken en steek de draad door de haakvormige draadgeleiding zoals afgebeeld, trek de draad vervolgens naar rechts.

De inrijger draait automatisch naar de inrijgstand en het haakje gaat door het oog van de naald.

Draad voor de naald halen.

Houd de draad vast en laat de hendel langzaam los. Het haakje draait, trekt de draad door het oog van de naald en vormt daarbij een lusje.

Trek de draad door het oog.

OPMERKINGEN:

De inrijger werkt niet:

  • met kromme of defecte naalden (zie pagina 66)
  • als de naald niet in de hoogste stand staat, dan past het haakje niet in het oog van de naald. zet de naald altijd met een druk op de knop „Naaldstop omhoog/omlaag” in de bovenste stand (en nooit met het handwiel)
  • met tweelingnaalden (niet meegeleverd)

Het ophalen van de onderdraad

VERITAS Marion - Het ophalen van de onderdraad - 1

Het ophalen van de onderdraad

Houd de bovendraad met de linkerhand vast. Draai het handwiel naar u toe (linksom), de naald gaat omhoog en omlaag.

Trek voorzichtig aan de bovendraad en trek de onderdraad door het stikgat in de naaiplaat mee omhoog.

De onderdraad komt tevoorschijn als een lus.

Trek de beide draaduiteinden naar achteren onder de persvoet.

Inrijgcontrole voor de onderdraad

- Bij een goed ingeregen onderdraad wordt de draad licht schuin over het spoeltje geleid (1).

Zeer belangrijk: Als de draad niet zichtbaar is, dan ontstaan grote storingen tijdens het naaien (draadspanning verkeerd, draadknopen aan de onderkant etc.). De spoel en de onderdraad moeten dan opnieuw worden ingeregen (zie pagina 36).

Einstellungen

VERITAS Marion - Einstellungen - 1

VERITAS Marion - Einstellungen - 2

Persvoet omhoog zetten. Stof verwijderen en de draad naar links langs de naaldstang trekken en met de draadsnijder afsnijden.

De draadeinden worden afgesneden om de juiste lengte voor de volgende naad.

2-traps persvoetstand

Met de persvoethevel wordt de persvoet omhoog en omlaag gezet.

Bij het naaien van dikke lagen kan de persvoet een standje hoger worden gezet zodat de stof beter geplaatst kan worden.

Persvoetdruk Instellen

De persvoetdruk van de machine is vooringesteld en hoeft niet te worden ingesteld op bepaalde stoffen. (Lichte of zware stoffen).

Als u de persvoetdruk wilt veranderen, draait u de stelschroef met een muntstuk.

Om zeer dikke stof te naaien, vermindert u de druk door de schroef linksom te draaien, voor dunne stoffen draait u de schroef rechtsom.

Nähen

VERITAS Marion - Nähen - 1

Met de Start/Stop-knop kunt u zonder voetpedaal naaien. Druk de knop in en de computergestuurde naaimachine begint te naaien. Druk nogmaals op de knop en de machine stopt. De naaimachine naait aan het begin langzaam.

Met de snelheidsregeling kan de naaisnelheid worden ingesteld.

Om de snelheid te verhogen, schuift u de regeling naar rechts en om te vertragen naar links.

Voetpedaal

Sluit het voetpedaal aan terwijl de naaimachine is uitgeschakeld. Steek de stekker in de aansluiting op de naaimachine.

Zet de naaimachine aan en druk langzaam het voetpedaal in, de machine begint met naaien.

Haal uw voet van pedaal en de naaimachine stopt.

AANWIIZING: Met de snelheidsregeling kan de naaisnelheid ook tijdens de bediening met het voetpedaal worden ingesteld.

VERITAS Marion - Nähen - 2

LET OP: Raadpleeg een elektromonteur bij twijfels over de aansluiting van de naaimachine op het elektriciteitsnet. Haal de stekker uit het stopcontact als de naaimachine niet wordt gebruikt.

Het apparaat mag alleen worden bediend met het voetpedaal C-9000.

Fadenspannung

VERITAS Marion - Fadenspannung - 1

VERITAS Marion - Fadenspannung - 2

Fadenspannung

  • Basisinstelling van de draadspanning: 4
  • Draai om de draadspanning te verhogen het wiel naar een hoger getal.
  • Draai om de draadspanning te verlagen het wiel naar een lager getal. Het is belangrijk om bij het naaien met de juiste draadspanning te werken.
  • De spanning moet worden aangepast afhankelijk van het soort steek, het garen en de stof.
  • 90% van alle naaiwerkzaamheden kan worden uitgevoerd met een spanning tussen 3 en 5 (4 is de standaardinstelling).
  • Bij alle decoratieve naaiwerkzaamheden wordt de steek mooier en plooit de stof minder als de bovendraad iets naar de linker stofkant wordt getrokken.

Normale draadspanning voor stikken.

Te weinig draadspanning voor stikken. Wiel op een hoger cijfer instellen.

Te veel draadspanning voor stikken. Wiel op een lager cijfer instellen.

Normale draadspanning voor zigzag- en siersteken.

a) Voorkant van de stof
b) Achterkant van de stof
c) Bovendraad
d) Onderdraad

Nähfußtabelle

Sommige steken kunnen ook met een tweelingnaald worden genaaid en bieden zo nog meer ontwerpmogelijkheden. Zie ook het hoofdstuk „Naaien met de tweelingnaald"

VERITAS Marion - Nähfußtabelle - 1Universele persvoet (T)Algemeen naaien, patchwork, siersteken, smockwerk, fagot- steek etc.Overlockvoet (E)Randen omzomen
VERITAS Marion - Nähfußtabelle - 2Ritssluitingvoet (I)Ritssluiting innaaienBlindzoomvoet (F)Blindzomen
VERITAS Marion - Nähfußtabelle - 3Knoopsgatvoet (D)Knoopsgaten, stoppenRolzoomvoet (K)(optioneel)Smalle zomen
VERITAS Marion - Nähfußtabelle - 4Koordvoet (M)(optioneel)Koord opnaaienCordonvoet (A)Satijnsteekvariant

Persvoettabel

VERITAS Marion - Persvoettabel - 1Quiltvoet (P)(optioneel)QuiltenVERITAS Marion - Persvoettabel - 2Boventransportvoet(optioneel)Voor regelmatig stoftransport bij het quilten en voor dikke en moeilijke stoffen.
VERITAS Marion - Persvoettabel - 3Stop-/Stikvoet(optioneel)StoppenBorduren uit de vrije handMonogrammen
Rimpelvoet (optioneel)Rimpelen[zyxx]
VERITAS Marion - Persvoettabel - 4Knoopaannaalvoet (H)Knopen aannaaien

Matching Needle / Fabric / Thread Geschikte naald, garen en stof kiezen

Tabel voor het afstemmen van naalden, garen en stof

9-11 (70-80)Fijne stoffen: dunne katoen, voile, serge, zijde, mousselino, qiana, gebreid katoen, tricot, jersey, crêpe, polyester, stoffen voor overhemden en blouses.Dun katoenen garen, nylon, polyester of katoenen garen met polyester kern.
11-14 (80-90) Middelzware stoffen: katoen, satijn, neteldoek, zeildoek, dubbel gebreide stof, lichte wol.De meeste garens zijn van gemiddelde sterkte en voor deze stoffen en naaldsterktes geschikt.
14 (90) Middelzware stoffen: Katoenen zeildoek, wol, dikkere gebreide stoffen, badstof, jeans.Gebruik polyester garen voor synthetische en gemengde materialen. Gebruik katoenen garen voor natuurlijke stoffen.
16 (100) Zware stoffen: canvas, wollen stoffen, tentdoek en quilts, jeans, meubelstoffen (licht tot middelzwaar).Gebruik voor de boven- en de onderdraad in principe hetzelf-de garen.
18 (110) Dikke wol, jasstoffen, meubel-stoffen, leer en vinyl.Sterk garen, tapijtdraad.

OPMERKINGEN:

  • Als basisprincipe geldt: dun garen en naalden voor fijne stoffen en dikker garen en naalden voor stevigere en zwaardere stoffen.
  • Test het garen en de naald altijd op een klein lapje van de stof die wordt gebruikt.
  • Gebruik hetzelfde garen voor de boven- en onderdraad.

Nadelwechsel / Transporteur

VERITAS Marion - Nadelwechsel / Transporteur - 1

LET OP: Hoofdschakelaar uitzetten (op "O" zetten).

Regelmatig de naald vervangen, zeker als de naald veel is gebruikt en problemen veroorzaakt.

Plaats de naald zoals weergegeven in de volgende afbeeldingen.

A Schroef op de naaldstang losdraaien.

B De platte kant van de naald naar achteren richten en de naald van onderen tot aan de aanslag inschuiven.

Draai na het plaatsen van de nieuwe naald de schroef van de naaldstang weer vast.

Gebruik alleen de juiste naalden.

Er kunnen problemen optreden bij het gebruik van:

1 Kromme naalden

2 Stompe naalden

3 Beschadigde punten

Transporteur omhoog en omlaag zetten

VERITAS Marion - Transporteur omhoog en omlaag zetten - 1

Schakelaar op ▲▲ (b) zetten en de transporteur daalt, bijvoorbeeld om knopen aan te naaien. Hendel weer op ▲▲ (a) zetten en de transporteur is weer omhoog gezet en klaar om normaal te naaien.

Handwiel eenmaal helemaal omdraaien om de transporteur omhoog te zetten. De transporteur wordt niet omhoog gezet als het handwiel niet wordt verdraaid, ook als de hendel op ▲▲(a) wordt gezet.

Als siersteken, letters, cijfers of het handmatige knoopsgat ongelijk worden genaaid op bepaalde materialen, kunt u dit met de steekbalans-instelling corrigeren.

Draai met een muntstuk of een schroevendraaier de stelschroef voorzichtig in de richting van de "+" of de "-"

① De stelschroef voor de steekbalans wordt zichtbaar als u accessoirebox verwijdert. De schroef staat normaal gesproken horizontaal.
② Verschoven elastische steken instellen

A Als de steken in elkaar zijn geschoven, draait u de schroef in de richting “-”.
B Correcte instelling.
C Als de steken uitelkaar zijn getrokken, draait u de schroef in de richting "+".
③ Verschoven letters of cijfers instellen

A Als de letters of cijfers elkaar overlappen, draait u de schroef in de richting "−".
B Correcte instelling.
C Als de steken uit elkaar zijn getrokken, draait u de schroef in de richting "+".

④ Steekdichtheid voor het knoopsgat instellen

A Als het knoopsgat te strak is genaaid, draait u de schroef in de richting “-”.
B Correcte instelling.
C Is het knoopsgat niet strak genoeg genaaid, dan draait u de schroef in de richting "+".

AANWIJZING: Test de gewenste steek altijd op een lapje stof van het huidige project.

Funktionstasten

VERITAS Marion - Funktionstasten - 1

text_image A B C D E F

VERITAS Marion - Funktionstasten - 2

De belangrijkste functies in één oogopslag

A Naaldstop omlaag/omhoog
B Automatisch afhechten
C Achterwaartsknop
D Knop draadsnijder
E Start/Stop-knop
F Snelheidsregeling

① Start/Stop-knop

De naaimachine begint te naaien als de START/STOP-knop wordt ingedrukt en stopt wanneer de knop opnieuw wordt ingedrukt. Bij het stoppen wordt de naald automatisch in de bovenste positie geplaatst als de functie „Naaldstop omhoog/omlaag” is ingesteld.

De naaimachine naait aan het begin langzaam, daarna steeds sneller tot de ingestelde naaisnelheid is bereikt. De naaisnelheid kan worden aangepast met de snelheidsregeling.

② Knop voor de draadsnijder

Druk na het naaien op de knop om de draad af te snijden.

Funktionstasten

VERITAS Marion - Funktionstasten - 1

De belangrijkste functies in één oogopslag

① Achterwaartsknop

Kies de directkeuzesteek 1–5 of het steekpatroon 01–06 met de nummerkeuze, als u wilt dat de naai-machine ook achteruit naait.

Met de Start/Stop-knop:

Als u met een van deze steken of patronen naait, en u drukt kort van tevoren op de achterwaartsknop dan naait de machine net zo lang achteruit totdat u weer op de knop drukt. Wilt u een paar steken afhechten, dan kunt u tijdens het naaien de achterwaartsknop ingedrukt houden. De machine naait dan net zo lang achteruit tot u de knop loslaat.

Met het voetpedaal:

Als u met een van deze steken of patronen naait, en u drukt de achterwaartsknop in dan naait de machine net zo lang achteruit totdat u de knop loslaat. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit.

Tip: Als u de knop indrukt voordat u begint te naaien, naait de machine permanent achteruit, totdat u de knop weer indrukt.

Als u de directkeuzesteken 6-7 of de steekpatronen 07-16, 33-50 van groep B of de steekpatronen 01-66 van groe C en u drukt tijdens het naaien de achterwaartsknop in, dan worden enkele afhechtsteken langzaam genaaid en stopt de naaimachine automatisch (start het apparaat met de Start/Stop-knop).

Funktionstasten

VERITAS Marion - Funktionstasten - 1

De belangrijkste functies in één oogopslag

② Knop voor automatisch afhechten "Auto-Lock"

Voor de directkeuzesteek 1–4 en de steekpatronen 01–05 met de nummerkeuze kunt u automatisch afhechten instellen.

Als u kort op de Auto-Lock-knop drukt, naait de machine direct automatisch 3 afhechtsteken en stopt daarna automatisch.

Op het LCD-scherm verschijnt het symbool ● tot de machine stopt.

Voor de directkeuzesteken 6-7 en steekpatronen 07-16, 33-50 van groep B en 01-66 van groep C: Als u de Auto-Lock-knop tijdens het naaien indrukt, naait de machine 3 afhechtsteken aan het einde van de ingestelde steek en stopt dan automatisch.

Op het LCD-scherm verschijnt het symbool ◀ tot de machine stopt.

De functie wordt gewist als u nogmaals op de knop drukt of een andere steek kiest.

Funktionstasten

VERITAS Marion - Funktionstasten - 1

VERITAS Marion - Funktionstasten - 2

De belangrijkste functies in één oogopslag

③ Knop voor Naaldstop omhoog/omlaag

Met de knop "Naaldstop omhoog/omlaag" kunt u bepalen of de naald stopt in de hoogste stand of in de stof, als u stopt met naaien.

Let op: De knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ moet altijd worden ingedrukt voordat u gaat naaien. Als u op de knop drukt tijdens het naaien, stopt de machine.

Tip: Wij adviseren om de knop "Naaldstop omhoog/ omlaag" altijd in de stand "omlaag" te zetten. Dan steekt de naald aan het eind van het naaien in de stof en kan de stof niet verschuiven. Als u vervolgens op de knop voor de "Draadsnijder" drukt, wordt de draad afgeknopt en gaat de naald automatisch naar de bovenste positie.

Druk op de knop tot de pijl op het LCD-scherm op omhoog staat ▶ en stopt de naald in de hoogste stand.

Druk op de knop tot de pijl omlaag staat ▼ en de naald stopt in de laagste stand.

Funktionstasten

VERITAS Marion - Funktionstasten - 1

VERITAS Marion - Funktionstasten - 2

text_image A B C D E F

VERITAS Marion - Funktionstasten - 3

text_image 5 5.0 -- 2.0 xx3-5

1
VERITAS Marion - Funktionstasten - 4

De belangrijkste functies in één oogopslag

A Steekbreedte instellen
B Steeklengte instellen
C Moduskeuzeknop
D Dubbele naaldtoets
E Spiegelen
F Toets patroonverlenging

① Knop voor het instellen van de steekbreedte (A)

Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevolen steekbreedte automatisch ingesteld en weergegeven op het LCD-scherm met getallen.

De steekbreedte kan ook anders worden ingesteld door te drukken op de steekbreedteknoppen.

Bepaalde steken hebben een beperkte steekbreedte.

② Druk op de knop “-” om de steekbreedte smaller te maken. Druk op de knop “+” om de steekbreedte breder te maken.

De steekbreedte kan worden ingesteld van "0.0–7.0". Sommige steken hebben beperkt breedtes.

③ Als de patronen zijn 1–4 of 01–05 zijn gekozen, kan de naaldpositie worden aangepast met de steek-breedteknoppen. De naald moet zich daarvoor echter in de hoogste stand bevinden (knop "Naaldstop omhoog/omlaag" op "omhoog" zetten).

Druk op de linkerknop en de naald gaat naar links. Druk op de rechterknop en de naald gaat naar rechts. De nummers van de linkerpositie "0.0" tot helemaal rechts "7.0" veranderen op het LCD-scherm. De voor-af ingestelde middelste naaldpositie is meestal "3.5".

Funktionstasten

VERITAS Marion - Funktionstasten - 1

VERITAS Marion - Funktionstasten - 2

Knop voor het instellen van de steeklengte

1 Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevolen steeklengte automatisch ingesteld en weergegeven op het LCD-scherm met getallen. De steeklengte kan ook worden ingesteld door te drukken op de steekbreedteknoppen.

② Druk op de knop "-" om de steeklengte kleiner te maken. Druk op de knop "+" om de steeklengte groter te maken. De steeklengte kan worden ingesteld van "0.0 tot 4.5". Sommige steken hebben beperkt lengtes.

3 Moduskeuzeknop voor steekkeuze Bij inschakelen staat de machine in de modus "Direct", op het LED-scherm brandt §. Door op de MODE-toets te drukken, wisselt u het steekprogramma.

De volgende symbolen op het display betekenen:

§ Steekpatroon-directe keuze (standaardsteek)

Rechte steek- en satijnsteekpatronen: Steekkeuze met cijfertoetsen

‡ Decoratieve steekpatronen: Steekkeuze met cijfertoetsen

A Blokletterkeuze: Letterkeuze met cijfertoetsen A Handschriftmodus: Letterkeuze met cijfertoetsen

4 Toets patroonverlenging (zie pagina 148) Door op de toets ▶ite drukken, kunnen de steek- patronen 33–45 van de groep B tot met maximaal vijf keer hun oorspronkelijke lengte verlengd worden. Als u ook de steekbreedte of de steeklengte wijzigt, krijgt u een nog grotere verscheidenheid aan steek- patronen.

Funktionstasten

VERITAS Marion - Funktionstasten - 1

VERITAS Marion - Funktionstasten - 2

text_image 4 5 6 7 8 9 0

VERITAS Marion - Funktionstasten - 3

text_image 36 36

2

VERITAS Marion - Funktionstasten - 4

Spiegelen (zie pagina 150) Door op de toets ▲ te drukken, kunnen de direct-keuzepatronen 1–7, de steekpatronen 01–16 en 33–50 van groep B en de steekpatroon 01–66 van groep C gespiegeld worden langs de verticale as. Het gespiegelde patroon wordt vervolgens zo lang genaald totdat de spiegeltoets weer wordt ingedrukt. De functie wordt ook uitgeschakeld als het steekpatroon wordt gewijzigd.
② De spiegelfunctie verschijnt op het display.
Toets tweelingnaald (zie pagina 152) Met de tweelingnaald kunnen de directkeuzepatronen 1–7, de patronen 01–16 en 33–50 van groep B en de patronen 01–07, 09–26, 28–62, 64–66 van groep C in twee parallele lijnen van hetzelfde steekpatroon worden genaaid met twee verschillende draden.
Druk op toets en de machine verkleint automatisch de maximale steekbreedte voor het naaien met de tweelingnaald. Druk nogmaals op de toets om weer met één naald te naaien.

Wahltasten

VERITAS Marion - Wahltasten - 1

VERITAS Marion - Wahltasten - 2

A EDIT-toets
B Geheugentoets
C Wistoets
D Directe patroonkeuze en cijfertoetsen

VERITAS Marion - Wahltasten - 3

text_image 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0

1

VERITAS Marion - Wahltasten - 4

text_image 01 50 3.5 x 3-5

VERITAS Marion - Wahltasten - 5

Directe patroonkeuze en clijfertoetsen

1 Directe patroonkeuze Druk op de toetsen om de verschillende standaardsteekpatronen te kiezen die naast de nummertoets worden weergegeven als de modus is ingesteld op "Direct" §.
② Cijfertoetsen
Druk op de cijfertoetsen om het gewenste patroon te kiezen. U moet dan met de moduskeuzetoets MODE eerst de directe modus hebben verlaten. Naast de directe modus kunnen de andere patronen worden geselecteerd door op de gewenste cijfers te drukken.
Bijvoorbeeld: Patroon 50
3 Als u zich niet in de modus "Direct" bevindt, kunt u door op de cijfercombinatie te drukken het gewenste naaipatroon kiezen.
Bijvoorbeeld: Patroon 50
Met de cijfertoetsen kunt u in de volgende modi deze steek kiezen:
Rechte steek- en satijnsteekpatronen
Decoratieve steekpatronen
A Blokletters
A Handschriftletters

Wahltasten

VERITAS Marion - Wahltasten - 1

VERITAS Marion - Wahltasten - 2

1 Correctietoets EDIT (bewerken)

De EDIT-knop wordt gebruikt om het opgeslagen patroon uit de geheugenmodus te wijzigen. Door op de EDIT-toets te drukken, kunt u handmatig wijzigingen aanbrengen aan de steekbreedte, steeklengte, spiegelfunctie en de afhechtfunctie. Om terug te keren naar de geheugenmodus, drukt u weer op de EDIT-toets (meer informatie over de geheugenmodus vindt u op de pagina's 154–160).

② Geheugentoets M

Druk op M om in de geheugenmodus (Memory) te komen en de combinatie van letters en decoratieve steken op te slaan. Met de steekbreedtetoets "+" of "-" wordt het opgeslagen patroon bevestigd (in de geheugenmodus).

Let op: Het directkeuzepatoon en de steekpatronen 17–32 van groep B kunnen niet in de geheugenmodus worden opgeslagen.

③ Wistoets C

Druk op de toets C als een verkeerde letter is geselecteerd. Bij elke druk op deze toets wordt één letter gewist. U kunt ook een extra patroon wissen bij het naaien van een combinatie van patronen en letters.

Praktische Nähtipps

VERITAS Marion - Praktische Nähtipps - 1

  1. Stop zodra u bij de hoek bent.
  2. Laat de naald handmatig zakken of met behulp van de knop „Naaldstop omhoog/omlaag” in de stof zakken.
  3. Zet de persvoet omhoog.
  4. Gebruik de naald als spil om de stof 90° te draaien.
  5. Laat de persvoet zakken en ga verder met naaien.

② Achterwaarts naaien

Achterwaarts naaien wordt gebruikt om aan het begin en einde af te hechten.

Druk op de achterwaartsknop en naai 4 tot 5 steken. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit.

③ Naalen met de vrije arm

Naaien met de vrije arm is handig voor broekzomen en mouwen. U kunt de aanschuiftafel eenvoudig naar links wegtrekken, het naaivlak wordt smaller.

Praktische Nähtipps

VERITAS Marion - Praktische Nähtipps - 1

VERITAS Marion - Praktische Nähtipps - 2

De tafelverlenging behoort tot de speciale apparatuur en is daarom niet opgenomen in de levering.

  1. Trek de aanschuiftafel met de accessoirebox naar links weg.
  2. Trek de pootjes van de tafelverlenging uit in de richting van de pijlen.
  3. Schuif de tafelverlenging volledig tegen de vrije arm, zodat deze vastklikt: A in B schuiven.

Naaien van dikke stoffen

De zwarte knop aan de rechterkant voor de universele voet blokkeert de persvoet horizontaal als de knop voor het laten zakken van de persvoet wordt ingedrukt.

Zo ontstaat een gelijkmatiger transport bij het begin van een naad en bij het naaien van meerdere lagen stof (naden, jeanszomen etc.).

Bij het bereiken van een dik punt, de naald laten zakken en de persvoet omhoog zetten.

Punt van de persvoet horizontaal zetten en de zwarte knop indrukken, vervolgens de persvoet weer laten zakken en verder naaien.

De zwarte knop gaat na een paar steken weer automatisch uit.

Er kan ook een ander dik stuk stof achter de naad worden gelegd. Of de persvoet ondersteunen en met de hand in de richting van de vouw transporteren.

C Karton of dikke stof

Naaldpositie en steeklengte wijzigen

① Naaldpositie wijzigen
Deze instellingen betreffen alleen de directkeuze- patronen 1–4 en patroon 01–05 van groep B. De vooringestelde positie is "3.5", dus het midden. Door op “-” van de steekbreedteknappen te druk- ken gaat de naald naar links door op "+" te drukken gaat de naald naar rechts. Op het display wordt de bijbehorende naaldpositie aangegeven met een punt en nummer.

② Steeklengte wijzigen

Druk op de knop “-” om de steeklengte kleiner te maken. Druk op de knop “+” om de steeklengte groter te maken. In principe geldt, hoe dikker de stof, draad en naald hoe langer de steek moet zijn.

Zickzackstiche

VERITAS Marion - Zickzackstiche - 1

text_image 5 6 ⑦

VERITAS Marion - Zickzackstiche - 2

text_image 0.0 1.0 3.0 5.0 7.0

VERITAS Marion - Zickzackstiche - 3

text_image 0.5 1.0 2.0 3.0 4.5

2

Zickzackstiche

1 Steekbreedte instellen De maximale steekbreedte voor zigzagsteken is "7.0". De steekbreedte kan ook voor alle stiksels smaller worden ingesteld. De steekbreedte wordt door indrukken van de steekbreedteknop “-” smaller en door indrukken van de steekbreedte “+” breder (van "0.0–7.0").
2 Steeklengte instellen De steekdichtheid van zigzagsteken neemt toe als de steeklengte dichterbij "0.5" wordt ingesteld. Mooie zigzagsteken krijgt u met een steeklengte tussen "1.0–2.5". Een heel dichte zigzag (dicht bij elkaar) wordt een cordonsteek genoemd.

Stretchstiche

VERITAS Marion - Stretchstiche - 1

VERITAS Marion - Stretchstiche - 2

text_image A B

VERITAS Marion - Stretchstiche - 3

text_image 3 4

Stretchstiche

① Voor elastische en sterke naden die meerekken met de stof zonder kapot te gaan. Ideaal voor elastische stoffen en gebreide stoffen.

Ook zeer geschikt voor sterke stiksels op zware stoffen zoals jeans.

Deze steken kunnen ook heel goed gebruikt worden als decoratieve randafwerking.

A Rechte stretchsteek

B Rechte steek

② Rechte stretchsteken worden ook gebruikt voor drie- voudige versterking van elastische en sterke naden.

Kantenumnähstiche

VERITAS Marion - Kantenumnähstiche - 1

VERITAS Marion - Kantenumnähstiche - 2

VERITAS Marion - Kantenumnähstiche - 3

Overlockvoet plaatsen.

Laat de stofrand tijdens het naaien tegen de geleiding van de voet aan liggen.

VERITAS Marion - Kantenumnähstiche - 4

LET OP: Gebruik de overlockvoet alleen voor de directsteken 5 en 7 en stel de steekbreedte in op breder dan "5.0". Bij gebruik van andere soorten steken en steekbreedtes dan aanbevolen, kan het zijn dat de naald de persvoet raakt en breekt.

Pled universel

③ Universele persvoet plaatsen.
4 Plaats bij het stikken van randen de persvoet zo op de stofrand dat de rechte insteek van de naald net op de rand stikt.

Blindsaum

VERITAS Marion - Blindsaum - 1

text_image B-11 B-12 2.5~4.0 1.0~2.0

VERITAS Marion - Blindsaum - 2

B-11: Blindzomen op geweven stoffen
B-12: Blindzomen op stretchstoffen

AANWIJZING: Voor blindzomen is wat oefening nodig. Probeer het altijd eerst uit op een proeflapje.

1/ouw de stof zoals afgebeeld zodat de achterkant van de stof boven ligt.
2. Leg de stof onder de persvoet. Draai het handwiel met de hand naar voren zodat de naald helemaal naar links draait. De naald moet de stofvouw maar net raken. Pas de steekbreedte aan als de stofvouw niet wordt geraakt.
Beleiding (b) door draaien aan de knop (a) zo instellen, dat het tegen de stofvouw ligt.
4 angzaam naaien en de stof zorgvuldig langs de geleiding laten lopen.
⑤tof omdraaien.

A Achterkant van de stof

B Overlocksteek

Knöpfe annähen

VERITAS Marion - Knöpfe annähen - 1

VERITAS Marion - Knöpfe annähen - 2

VERITAS Marion - Knöpfe annähen - 3

text_image 31 3.5 - - - - ××2-4

VERITAS Marion - Knöpfe annähen - 4

Couture de boutons Button Sewing Knopen aannaaien

Couture de boutons

Kies steekpatroon 31 uit groep B (knoopaaannaaisteek). Knoopaaannaaivoet plaatsen.

Schakelaar voor het omhoog of omlaag zetten van de transporteur op ▲▲ zetten om de transporteur omlaag te zetten.

Leg de stof onder de persvoet. Knop op de gewenste positie zetten en de persvoet omlaag zetten.

Steekbreedte op "2.5–4.5" instellen, overeenkomstig de afstand tussen de twee gaten in de knoop.

Handwiel met de hand draaien en controleren of de naald precies in het linker- en rechterknoopsgat stikt.

Druk voor het naaien op de knop voor automatisch afhechten. Zo worden automatische afhechtsteken genaaid aan het begin en bij het einde.

Om een steeltje op de knoop te krijgen, legt u voor het naaien een stopnaald op de knoop.

Bij knopen met 4 gaten eerst de bovenste twee naaien en dan de procedure herhalen bij de andere twee gaten.

Knopflöcher nähen

VERITAS Marion - Knopflöcher nähen - 1

text_image B-17 B-19 B-18 B-20 B-21 B-22 B-23 B-24 B-25 B-26

VERITAS Marion - Knopflöcher nähen - 2

text_image
2.5~7.0 ----
0.3~1.0
2.5~5.5 ---- 0.3~1.0
5.5~7.0 ----
0.3~1.0
3.0~7.0 ---- 1.0~2.0 ~~~~ 3.0~7.0 ---- 1.0~3.0

VERITAS Marion - Knopflöcher nähen - 3

AANWIJZING: Naai voor het maken van een knoopsgat in de stof eerst een testknoopsgat in een restje van dezelfde stof.

① Markeer de plaats van het knoopsgat op de stof. De maximale knoopsgatlengte is 3 cm. (Totaal: Diameter + dikte van de knoop)
② Bevestig de knoopsgatvoet. Trek de knoophouderplaat uit en plaats de knop.

De grootte van het knoopsgat wordt bepaald door de geplaatste knoop in de knoophouder.

Trek de draad door het gat in de opening achter langs de persvoet.

Knopflöcher nähen

VERITAS Marion - Knopflöcher nähen - 1

3 Knoopsgatsteek kiezen. Stel de steekbreedte en de steeklengte in (afhankelijk van de gewenste breedte en dichtheid). Leg de stof zo onder de persvoet dat de markering van het midden op de persvoet overeenkomt met de gemarkeerde knoopsgatlijn. Laat de persvoet zakken.
4 Trek de knoopsgathendel omlaag en let erop dat hij achter de houder op de knoopsgatvoet komt te staan (zie de afbeelding).
⑤ Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast en begin met naaien.

AANWIJZING: Leid de stof met de hand. Nadat het knoopsgat is genaaid en voordat de machine stopt, zal de machine automatisch een paar afhechtsteken naaien.

Let op: Bij het selecteren van een knoopsgatpatroon verschijnt op het LCD-scherm het symbool 🔊 om u eraan te herinneren de knoopsgathendel te laten zakken.

Knopflöcher nähen

VERITAS Marion - Knopflöcher nähen - 1

flowchart
graph TD
    A["B-17"] --> B["Spring"]
    C["B-18"] --> D["Spring"]
    E["B-19"] --> F["Spring"]
    G["B-20"] --> H["Spring"]
    I["B-21"] --> J["Spring"]
    K["B-22"] --> L["Spring"]
    M["B-23"] --> N["Spring"]
    O["B-24"] --> P["Spring"]
    Q["B-25"] --> R["Spring"]
    S["B-26"] --> T["Spring"]

    B --> U["Upward Arrow"]
    D --> V["Upward Arrow"]
    F --> W["Upward Arrow"]
    H --> X["Downward Arrow"]
    J --> Y["Downward Arrow"]
    L --> Z["Downward Arrow"]
    R --> AA["Downward Arrow"]
    T --> AB["Downward Arrow"]

Knopflöcher nähen

⑥ Knoopsgaten worden van voren naar achteren genaaid (in de knoopsgatvoet) zoals afgebeeld.
7 Knoopsgat tussen het stiksel openhalen met het tornmesje zonder daarbij het stiksel mee open te trekken.

Plaats aan beide kanten spelden als een stop.

Knopflöcher nähen

VERITAS Marion - Knopflöcher nähen - 1

Met koordinleg versterkte knoopsgaten

Bij knoopsgaten op elastische stoffen, is het raadzaam om te werken met koordinleg.

1 Knoopsgatvoet plaatsen en koordinleg achter de persvoet vasthaken en onder het persvoetje doorvoeren. Trek beide draadeinden naar voren, leg ze in de groeven en knoop ze aan de voorkant vast. Laat de persvoet zakken en begin met naaien.

Steekbreedte aanpassen aan de dikte van de koordin- leg.

② Na voltooiing goed aan de uiteinden van de koordinleg trekken zodat ze goed strak in de groeven liggen. Knip de uiteinden af.

AANWIJZING: Het wordt aanbevolen om de achterkant van de stof te versterken met vlieseline.

Riegelstich

VERITAS Marion - Riegelstich - 1

VERITAS Marion - Riegelstich - 2

VERITAS Marion - Riegelstich - 3

① Kies steekpatroon (afhechtsteek). Plaats de knoops-gatvoet.
② Knoophouderplaat op de knoopsgatvoet naar achteren trekken en de gewenste lengte instellen.
3 Plaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het punt staat waar moet worden begonnen met naaien. Laat de persvoet zakken.
A Beginpunt (naaibegin)
4 Leid de bovendraad omlaag en door het gat naar de voorkant van de persvoet. Druk de knoopsgathendel omlaag. De knoopsgathendel bevindt zich achter de houder op de knoopsgatvoet. Houd de bovendraad licht met de hand vast en begin met naaien.
⑤ Er worden afhechtsteken genaaid.
⑥ De afbeelding is een voorbeeld van afhechtstreken aan de naadeinden van een opgezette zak.

Ösenstich

VERITAS Marion - Ösenstich - 1

text_image B-27 B-28 5.0 6.0 7.0

VERITAS Marion - Ösenstich - 2

① Kies het steekpatroon 27 or 28 (oogjessteek) en plaats het persvoetje A.
② "+" of "-" van de steekbreedteknoppen indrukken om de gewenste grootte te kiezen.

Ooggrootte:

A Groot: 7,0 mm
B Medium: 6,0 mm
C Klein: 5,0 mm

Steek de naald bij het beginpunt in de stof. Laat dan de persvoet zakken.

Aan het einde worden automatisch afhechtsteken gemaakt. Vervolgens stopt de naaimachine.

③ Maak de oogjes in het midden open met een oogjesstans. Deze wordt niet meegeleverd.

Stopfen

VERITAS Marion - Stopfen - 1

VERITAS Marion - Stopfen - 2

VERITAS Marion - Stopfen - 3

① Kies steekpatroon B-29 or B-30 (stoppen). Vervang de persvoet door de knoopsgatvoet.
② Bovenstof en vlieseline samenpakken. Stel de breedte van het te stoppen vlak in met de steekbreedteknoppen. Laat de naaivoet zakken in het midden van het kapotte gedeelte of de scheur.
3 Knoophouderplaat op de knoopsgatvoet naar achteren trekken en de gewenste lengte instellen.
4 De lengte en breedte van het te stoppen vlak kan worden ingesteld maar bedraagt maximaal 2,6 cm in lengte en maximaal 7 mm in de breedte.

a Lengte van het te stoppen vlak

b Breedte van het te stoppen vlak

Stopfen

VERITAS Marion - Stopfen - 1

text_image 2mm

5

VERITAS Marion - Stopfen - 2

⑤ Plaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het te stoppen vlak staat. Laat de persvoet zakken.
AANWIJZING: Druk het voorste deel van de persvoet niet in bij het neerlaten van de persvoet, anders klopt de grootte van het te stoppen vlak niet meer.
6 Leid de bovendraad door de opening in de knoops-gatvoet. Trek de knoopsgathendel omlaag, Hij komt achter de houder op de persvoet te staan. Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast met uw linker-hand en begin met naaien.

Let op: Bij het selecteren van een knoopsgat- of stoppatroon verschijnt op het display dit symbool om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel moet laten zakken.

⑦ Stoprijen worden van voren van de persvoet naar achteren genaaid, zoals weergegeven.
8 Als het te stoppen vlak groot is, kan het ingestelde stopvlak meerdere malen genaaid worden (of schuin worden genaaid), om een beter naairesultaat te krijgen.

Ritssluiting Inzetten

VERITAS Marion - Ritssluiting Inzetten - 1

LET OP: Ritsvoet alleen gebruiken voor naaien met de naaldpositie in het midden (3.5) en de rechte steek gebruiken! Bij het gebruik van andere soorten steken of een andere naaldpositie kan de naald op de persvoet komen en breken.

① Ritssluitingsplit op het kledingstuk rijgen.
2 Naadtoeslag uitelkaar strijken. Rits met de voorkant omlaag op de naadtoeslag leggen zodat de tanden tegen de naadlijn liggen. Ritssluitingband rijgen.
3 Ritsvoet plaatsen. Bevestig bij het naaien van de linkerzijde van de rits de rechterzijde van persvoet in de houder.
4 Bevestig bij het naaien van de rechterzijde van de rits de linkerzijde van persvoet in de houder.
⑤ Linker ritssluitinghelft van onder naar boven innaaien.
6 Onder dwars over de naad naaien en dan de rechterkant naaien. Verwijder de rijgdraadjes. Strijken.

Blinde ritssluiting inzetten

① Ritssluitingsplit op het kledingstuk rijgen.
② Op de linker naadtoeslag omvouwen. Rechter naadtoeslag op 3 mm omvouwen.
3 Ritsvoet plaatsen. Bevestig bij het naaien van de linkerzijde van de rits de rechterzijde van persvoet in de houder. Bevestig bij het naaien van de rechterzijde van de rits de linkerzijde van persvoet in de houder.
4 Linker ritssluitinghelft van onder naar boven innaaien.
5 Stof naar de rechterstofzijde draaien en onder dwars doornaaien, vervolgens de rechter ritssluitinghelft naaien.
6 Stop op ongeveer 5 cm voor het bovenste einde van de ritssluiting. Rijgdraadjes verwijderen en de ritssluiting openen. Naad dichtnaaien.

Schmalsäumen

VERITAS Marion - Schmalsäumen - 1

VERITAS Marion - Schmalsäumen - 2

VERITAS Marion - Schmalsäumen - 3

* Het rolzoomvoetje hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine.
① Stofrand over ongeveer 5 cm op 3 mm omvouwen en dan nogmaals op 3 mm omvouwen.
② Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de zoom steekt, laat vervolgens het persvoetje zakken.

Naai een paar steken en zet vervolgens de persvoet omhoog. Steek de zoom in de spiraalvormige opening van het rolzoomvoetje. Beweeg de stof daarbij naar voren en naar achteren totdat de zoom oprolt.

3 Laat de persvoet zakken en naai langzaam, voer daarbij de open stofkant van voren in de spiraal van de rolzoomvoet.

Schnur aufnähen

VERITAS Marion - Schnur aufnähen - 1

VERITAS Marion - Schnur aufnähen - 2

U kunt één, twee of drie koorden opnaaien om mooie patronen op jassen, vesten of borduursels te krijgen. Daarvoor kan parlégaren, breiwol, borduurgaren, koord, haakgaren enz. worden gebruikt.

* De koordvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine.

Enkel koord naaien

① Patroon op de stof tekenen. Koord vanaf de rechterkant in de middelste groef van de koordvoet leggen. Koord ongeveer 5 cm achter de persvoet trekken. De groeven onder de persvoet houden het koord op de juiste plaats terwijl ze opgenaaid worden.

Kies een steek en stel de steekbreedte zo in dat de steken net over het koord reiken. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, waarbij u het koord langs het patroon voert.

Drievoudig koord naaien

2 Naaigaren naar links schuiven en drie koorden in de groeven onder de persvoet leggen. Ongeveer 5 cm van elk koord achter de persvoet trekken.

Gewenste patroon kiezen en de steekbreedte zo instellen dat de steken net over de koorden reiken. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, waarbij u de koorden langs het patroon voert.

Naai de satijnsteek en decoratieve steken met de cordonvoet. Deze persvoet heeft aan de onderkant van de voet een uitsparing die gemakkelijk over dikke steken glijdt.

De satijnsteek en decoratieve steken kunnen worden aangepast door de steeklengte en steekbreedte aan te passen. Experimenteer altijd eerst op stofrestjes totdat u tevreden bent met het resultaat.

AANWIJZING: Bij het naaien op zeer lichte en dunne stoffen wordt geadviseerd om de achterkant van de stof te versterken met vlieseline.

Kantenlineal

VERITAS Marion - Kantenlineal - 1

* De quiltvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naai-machine.
1 Randgeleider in de persvoethouder invoeren zoals afgebeeld en op de gewenste breedte instellen.
② Eerste rij naaien en stof verschuiven. Naai alle rijen vervolgens zo dat de randgeleider telkens langs de vorige naailijn loopt.

Kräuseln

VERITAS Marion - Kräuseln - 1

VERITAS Marion - Kräuseln - 2

VERITAS Marion - Kräuseln - 3

* De rimpelvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine.

① Persvoethouder verwijderen en rimpelvoet plaatsen. Leg de stof om te rimpelen onder de persvoet.

Naai een rij steken. De stof wordt daarbij automatisch gerimpeld.

Pas de bovendraadspanning aan om de gewenste rimpeling te krijgen. Een kleinere draadspanning leidt tot minder rimpels en een grotere spanning zorgt voor meer rimpels.

De steeklengteknop kan ook worden gebruikt om de rimpeldichtheid aan te passen. Hoe langer de steekinstelling, hoe voller de rimpels.

② Rimpelen en gelijktijdig aan een glad stuk stof vastnaaien

De rimpelvoet heeft aan de onderkant een inkeping (dubbele zool).

Daarmee kan het onder doorlopende stofdeel gerimpeld worden en direct aan het in de inkeping doorlopende gladde deel worden genaaid (bijvoorbeeld tailleband).

Persvoethouder verwijderen en rimpelvoet plaatsen.

Leg de te rimpelen stof met de goede kant naar boven onder de persvoet.

Bovenste stoflaag (blijft ongerimpeld) met de goede kant omlaag onder de inkeping van de persvoet leggen.

De twee lagen stof klaar leiden zoals afgebeeld.

AANWIJZING: Om de gewenste rimpelsterkte te vinden, probeert u het uit over een lengte van 25 cm op de stof, op de boord of de elastiek. Zo kunnen instellingen naar wens gemakkelijker worden uitgevoerd. Probeer het altijd uit op dezelfde stof en in dezelfde draadrichting als daarna op het project.

Rimpelen schuin van draad zorgt voor mooiere plooien dan recht van draad.

AANWIJZING: Naai langzaam tot gemiddeld snel om betere grip op de stof te hebben.

Smoken

VERITAS Marion - Smoken - 1

VERITAS Marion - Smoken - 2

Stik met de universele voet rechte lijnen op een afstand van 1 cm over het hele vlak. Verlaag mogelijk de bovendraadspanning iets, zodat de onderste draad later beter te trekken is om de stof te plooien.
② Knoop de draden aan één kant samen. Trek aan de onderdraad om de plooien gelijkmatig te verdelen. Zet de draden aan de andere kant vast.
③ Verminder de draadspanning en naai indien nodig met decoratieve steken tussen de rechte steken.
4 Verwijder de rimpeldraden.

Couture bras libre Free Motion Sewing Naaien uit de vrije hand

Naalen uit de vrije hand (borduren, stoppen, monogrammen)

* De stop-/borduurvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computer-gestuurde naaimachine.
① Schakelaar voor het omhoog of omlaag zetten van de transporteur op ▲▲ (b) zetten om de transporteur omlaag te zetten.
2 Persvoethouder verwijderen en stopvoet plaatsen. Hendel (a) moet achter de naaldbevestigingsschroef (b) liggen. Druk de stopvoet van achter met uw wijsvinger stevig aan de houder en draai de schroef (c) vast.

Stappen

AANWIJZING: Stoppen uit de vrije hand wordt zonder transporteur uitgevoerd. Het is verzonken. De stof wordt met de hand getransporteerd. Men moet daarom de naaisnelheid en het stoftransport op elkaar afstemmen.
3 Naai eerst rond het kapotte gedeelte om de rafels vast te zetten. Schuif vervolgens het stopraam onder de naald heen en weer en naai zo over het kapotte gedeelte. Naai daarbij telkens over de rand van het kapotte gedeelte en let erop dat de stikselrijen parallel en dicht bij elkaar lopen, met consistente steeklengte. Als het gedeelte is gevuld met stiksels, draai de stof en bedek het gedeelte nog met dwarse rijen stiksel.

Couture bras libre Free Motion Sewing Naaien uit de vrije hand

Couture bras libre

Naalen uit de vrije hand

Naai de omtrek van het patroon na door het borduurraam overeenkomstig te bewegen. Werk met een gelijkmatige snelheid.

Vul het patroongebied van buiten naar binnen. Zet de steken dicht bij elkaar.

Door sneller bewegen van het borduurraam ontstaan langere steken door langzamer te bewegen ontstaan kortere steken.

Druk voor het vastzetten van de draden op het einde op de knop „Auto-Lock" (automatisch afhechten).

② Monogrammen

Zigzagsteek kiezen en de steekbreedte instellen.

Naai met een gelijkmatige snelheid de letters na.

Druk voor het vastzetten van de draden na elke letter op de knop „Auto-Lock“ (automatisch afhechten).

* Het borduurraam wordt niet meegeleverd met de computergestuurde naaimachine. Het wordt apart verkocht.

Obertransportfuß

VERITAS Marion - Obertransportfuß - 1

VERITAS Marion - Obertransportfuß - 2

* De boventransportvvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computer-gestuurde naaimachine.

AANWIJZING: Probeer over het algemeen eerst zonder boventransportvoet te naaien. Het moet pas gebruikt worden als het nodig is.

De stof is gemakkelijker te leiden met de gebruikelijke persvoeten en u hebt dan beter zicht op het werkgebied. Deze naaimachine biedt een uitstekende stikkwaliteit van veel stoffen van fijn chiffon tot meerlaags denim.

Met de boventransportvoet wordt het transport van de bovenste en onderste stoflagen gelijk getrokken en het helpt bij het exact vastnaaien van ruiten, strepen en patronen. Een regelmatige stoftransport is ook handig voor moeilijke of dikke stoffen, bijv. fluweel of corduroy.

① Persvoethevel omhoog zetten om de naaldstang omhoog te zetten.
② Schroef op de naaldstang verwijderen (linksom draai- en) en persvoethouder afnemen.
3 Boventransportvoet als volgt bevestigen:

  • Arm (a) past op de naaldbevestigingsschroef en naaldstang (b).
  • Bevestigingskop van plastic (c) van links naar rechts op de persvoetstang bevestigen.
    – Persvoetstang laten zakken.
  • Schroef weer op de persvoetstang vastschroeven (rechtsom).
  • Zorg ervoor dat beide schroeven weer worden aangedraaid (op de naald- en persvoetstang).
    4 Onderdraad ophalen en onder- en bovendraad achter de boventransportvoet trekken.

Fagotten

VERITAS Marion - Fagotten - 1

VERITAS Marion - Fagotten - 2

text_image A B

1

VERITAS Marion - Fagotten - 3

① Omgeslagen kant van de stof met een afstand van 4 mm op een dun stuk papier of wateroplosbare vlieseline leggen en rijgen.
2 Het midden van de persvoet in het midden tussen de twee stofvouwranden leggen en vastnaaien.
③ Papier na het naaien verwijderen.

A Dun papier

B Rijgen

Patchworkstiche

VERITAS Marion - Patchworkstiche - 1

VERITAS Marion - Patchworkstiche - 2

VERITAS Marion - Patchworkstiche - 3

VERITAS Marion - Patchworkstiche - 4

① Leg de beide stofdelen met de goede kanten tegen elkaar en stik ze met een rechte steek.
② Naden open strijken.
3 Het midden van de persvoet op de naadlijn plaatsen en vastnaaien.

Muschelstiche

VERITAS Marion - Muschelstiche - 1

VERITAS Marion - Muschelstiche - 2

① Leg de beide stoflagen op de goede kanten op elkaar en naai langs de rand.
② Knip de rondingen met een naadtoeslag van 3 mm af. De naadtoeslag zoals weergegeven inknippen met een scherpe schaar.
3 Stof draaien, de rondingen goed eruit drukken en met een strijkijzer strijken.

Broderle de festons arrondis

Geborduurde schulprand

① Op de zoom naaien.
② Stof dicht langs de stiklijn afknippen. Zorg ervoor dat het naaigaren niet wordt ingeknipt.

Musterverlängerung

VERITAS Marion - Musterverlängerung - 1

① Met de toets "Patroonverlenging" kan het steek-patroon van de bovenstaande steek tot vijf keer de normale lengte worden vergroot.
② Op het LCD-scherm verschijnt het teken voor patroonverlenging met de verlengde weergave van het geselecteerde patroon.
3 Door op de toets "Patroonverlenging"---lte drukken, kan de oorspronkelijke grootte van het steekpatroon maximaal vijf keer worden verlengd. Het veranderen van de steekbreedte en -lengte maakt nog meer patroonvarianten mogelijk.

LET OP: Steekpatroongroep B 33–45 kan tegelijkertijd worden verlengd en gespiegeld.

Spiegeln

1
VERITAS Marion - Spiegeln - 1

text_image 60 -7.0 -2.5 x×3-5

2
VERITAS Marion - Spiegeln - 2

text_image 4 5 6 7 8 9 0

3
VERITAS Marion - Spiegeln - 3

text_image 60 -7.0 -2.5 x3-5

VERITAS Marion - Spiegeln - 4

  • Het directkeuzepatroon 8 / 9 / 0 en patroon 17-32 kan niet gespiegeld worden.
  • Gespiegelde patronen kunnen ook met andere patronen gecombineerd worden

① Kies een steekpatroon.
② Druk op de knop Spiegelen. Op het LCD-scherm verschijnt het symbool Spiegelen
3 Start met de Start/Stop-knop of met het voetpedaal, het motief wordt gespiegeld genaaid.

A Steekpatroon in .normale' uitvoering
B Steekpatroon gespiegeld

Zwillingsnadel

VERITAS Marion - Zwillingsnadel - 1

VERITAS Marion - Zwillingsnadel - 2

VERITAS Marion - Zwillingsnadel - 3

* De tweelingnaald hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine.
① Tweelingnaald plaatsen.

AANWIJZING: Bij gebruik van een tweelingnaald moet altijd de universele voet Ⓣ gebruikt worden, ongeacht de naaimethode.

Gebruik alleen tweelingnaalden met een max. tussenafstand van 2 mm.

② Gebruik de horizontale garenpen en volg de gebruikelijke route voor het inrijgen. Linkernaald inrijgen.

De tweede garenpen (meegeleverd met de accessoires) bovenop in de betreffende opening steken. Tweede garenklos plaatsen. Zoals gebruikelijk inrijgen maar de draadgeleiding langs de naald laten lopen en de rechternaald inrijgen.

3 Rijg elke naald apart in.
AANWIJZING: Zorg ervoor dat de twee draden van de tweelingnaald van dezelfde dikte zijn. De kleuren kunnen natuurlijk variëren.
4 Druk op de toets tweelingnaald hen de maximale steekbreedte wordt automatisch verkleind voor het naaien met een tweelingnaald.
5 Het display toont het symbool van de tweelingnaald en alle andere informatie.
6 Kies een patroon en naai het. U kunt alle patronen behalve de directkeuzepatronen 1111 en de patronen 17–32 van de groep B en de patronen 08, 27 en 63 van de groep C gebruiken.

Er worden twee parallelle rijen steken genaaid.

AANWIJZING: Naai bij het naaien met een tweelingnaald altijd op een lage snelheid om mooie naairesultaten te bereiken.

1
VERITAS Marion - Zwillingsnadel - 4

Gecombineerde patronen kunnen worden opgeslagen voor later gebruik. Omdat de opgeslagen patronen niet verloren gaan, terwijl het apparaat is uitgeschakeld, kunnen de patronen op elk moment weer worden opgeroepen. Dit is erg handig voor patronen en namen die vaak worden gebruikt.

Let op:

  • Steekpatronen uit de patroonmodi ♂, ♣, A A kunnen met elkaar worden gecombineerd en genaaid.
  • De machine heeft 4 geheugeneenheden met elk 20 geheugenplaatsen voor steekpatronen.
  • Het directkeuzepatoon en de steekpatronen 17–32 van groep B kunnen niet in het geheugen worden opgeslagen.
  • Al deze eenheden in het geheugen kunnen worden bewerkt, bijvoorbeeld om de steeklengte, steekbreedte, spiegelen, verlenging en automatische vergrendeling in te stellen.

Patroonstijlen of tekens combineren

Druk op de modustoets MODE om de gewenste steekpatroongroep in de categorieën ♂, ‡, A ♂ te selecteren. Het LED-lampje naast de geselecteerde categorie brandt.
② Druk op de toets M (memory of geheugen) om het geheugen te openen. Er verschijnt een aanduiding in het midden van het scherm. Hier kan de geheugeneenheid worden geselecteerd op nummer zodra de cursor begint te knipperen.
3 Druk op het nummer van de gewenste geheugeneenheid (bijv. 2).
4 De geheugenaanduiding verschijnt automatisch.

Speicher

VERITAS Marion - Speicher - 1

5
VERITAS Marion - Speicher - 2

Patroonstijlen of tekens combineren

⑤ Voer het nummer van het gewenste steekpatroon in (bijv. 50).
6 Het gewenste steekpatroon verschijnt op het display.
⑦ Herhaal de stappen 5 en 6 om andere steekpatronen op te slaan.
8 Let op: Op een geheugenplaats kunnen maximaal 20 steekpatronen worden opgeslagen. Daarna hoort u een piepsignaal dat aangeeft dat het geheugen vol is.
9 Druk op M om het geheugen te verlaten en terug te keren naar de normale weergave.
LET OP: Het geselecteerde patroon wordt verwijderd uit het geheugen als de machine wordt uitgezet en u de toets M niet weer hebt ingedrukt nadat de keuze was voltooid.

Patroon of letter toevoegen

In de geheugenmodus drukt u op de steekbreedteknop totdat het steekpatroonnummer dat u hebt gekozen verschijnt. Voeg vervolgens een nieuw steekpatroon toe.
② Druk op het steekpatroonnummer (bijv. 35) en het geselecteerde steekpatroon wordt toegevoegd.

Speicher

VERITAS Marion - Speicher - 1

1
VERITAS Marion - Speicher - 2

Steekpatroon bewerken

① Kies met de steekbreedtetoets het steekpatroon dat u wilt bewerken in de geheugenmodus.
② Druk op EDIT (bewerken) om het steekpatroon te bewerken.
3 Let op: De steeklengte, steekbreedte en de functies verlengen, spiegelen en automatische afhechten van het steekpatroon kunnen handmatig worden gewijzigd.
4 Druk nogmaals op EDIT als u klaar bent met de wijzigingen en ga terug naar de status Zoeken.

Patronen of letters wissen

Druk in de geheugenmodus op de steekbreedtetoets om het steekpatroon te kiezen dat u wilt wissen.
② Druk op C om het geselecteerde steekpatroon te wissen. Het volgende steekpatroon schuift één plaats op.

Speicher

VERITAS Marion - Speicher - 1

1
VERITAS Marion - Speicher - 2

Oproepen en naaien van opgeslagen patronen

① Druk op M om het geheugen te openen. Voer vervolgens het nummer van de geheugenheid in als de cursor knippert.
② Voer het het nummer van de geheugeneenheid in (bijv. 2).
3 Op het display wordt het eerste steekpatroon van de geselecteerde geheugeneenheid weergegeven. Selecteer de eenheid of voer de geheugeninhoud in door indrukken van de steekbreedtetoetsen "-" en "+"
4 Door het indrukken van het voetpedaal of de toets Start/Stop op de naaimachine, wordt het naaien gestart.
⑤ Op het display verschijnt het huidige steekpatroon
6 Druk op M om het geheugen te verlaten en terug te keren naar de normale weergave.

Warnfunktionen

1
VERITAS Marion - Warnfunktionen - 1

text_image 01 3.5 T 油 3x3-5


VERITAS Marion - Warnfunktionen - 2

text_image 油 1 3.5 2.5 xx 3-5

3
VERITAS Marion - Warnfunktionen - 3

Waarschuwingsfuncties op het scherm

1 Weergave van problemen met de naaimachine Deze melding betekent dat het garen is verdraaid of vast zit en dat de handwielas niet kan draaien. Kijk bij „Problemen oplossen“ op pagina 174 om het probleem op te lossen. Als het probleem is opgelost, kan de machine weer naaien.

Gebruiksaanwijzing op het scherm

② Spoel vullen

De spoel wordt gevuld.

③ Knoopsgathendel laten zakken

Bij het selecteren van een knoopsgat- of stoppatroon verschijnt op het display altijd het symbool , om u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel moet laten zakken.

Warnfunktionen

VERITAS Marion - Warnfunktionen - 1

Waarschuwingsfuncties

Les blps sonores

  • Bij juist gebruik: 1 pieptoon
  • Als de geheugenplaats voor 20 patronen vol is: 3 pieptonen
  • Bij verkeerd gebruik: 3 pieptonen
  • Als de naaimachine niet werkt en niet kan naaien: 3 pieptonen

Het betekent dat de draad gedraaid of vastgelopen is en de handwielas niet kan bewegen. Lees in dit geval pagina 174 van de handleiding over het oplossen van problemen hoe het probleem kan worden opgelost. Zodra het probleem is opgelost, werkt de naaimachine weer.

Spoelwinderasje naar links drukken (3 piepjes) Als er toetsen worden ingedrukt op de computer-gestuurde naaimachine als het spoeltje vol is of als het spoelwinderasje naar rechts staat, klinken er 3 pieptonen als een waarschuwingssignaal.

Spoelwinderasje weer naar links drukken.

AANWIJZING: Als het probleem niet kan worden opgelost, neem dan contact op met uw dealer.

VERITAS Marion - Les blps sonores - 1

LET OP: Als de draden tijdens het naaien verstrikt raken in de grijer waardoor de naald niet kan bewegen en u blijft op het voetpedaal drukken dan zal de veiligheidsschakelaar de naaimachine helemaal uitschakelen. Om de naaimachine weer te starten, moet u de aan-/uit-schakelaar eerst uitschakelen (op "O"), en vervolgens weer inschakelen (op "-").

Hupton

VERITAS Marion - Hupton - 1

① Druk op de toets EDIT en zet de hoofdschakelaar op ON.
2 Selecteer de modus door op de steekbreedte "+" of "-" te drukken. Selecteer vervolgens de gewenste modus: Geluid aan ➞ of geluid uit
3 Druk nogmaals op de toets EDIT. Als u het geluid hebt ingesteld, verschijnt het symbool op het display.

Wartung

VERITAS Marion - Wartung - 1

LET OP: Trek voor het schoonmaken van het LCD-scherm en het oppervlak van de naaimachine altijd eerst de stekker uit het stopcontact om letsel of een elektrische schok te voorkomen.

LCD-scherm reinigen

Voorkant zorgvuldig met een zachte, droge doek afne- men.

Gebruik geen agressieve schoonmaakmiddelen of oplos-middelen.

Reinig het oppervlak van de naaimachine

Als het oppervlak van de naairmachine vies is, dompel dan een zachte doek onder in water met een beetje neutraal afwasmiddel, wring de doek goed uit en maak het oppervlak schoon. Veeg vervolgens met een droge doek over het oppervlak.

VERITAS Marion - Wartung - 2

LET OP: Deze machine is uitgerust met een 100 mW-LED-lamp. Neen contact op met de klan-tenservice als de lamp moet worde vervangen.

Wartung

VERITAS Marion - Wartung - 1

Garen en stofresten in de grijper kunnen ertoe leiden dat de naaimachine niet meer goed werkt. Regelmatig controleren en indien nodig de grijperruimte reinigen.

VERITAS Marion - Wartung - 2

LET OP: Trek altijd eerst de stekker van de naaimachine uit het stopcontact voordat u onderhoud uitvoert.

① Grijperdeksel verwijderen.
② Naald, persvoet en persvoethouder verwijderen. Met de L-schroevendraaier de twee schroeven op de naaiplaat losdraaien en de naaiplaat verwijderen.
3 Grijperbaan, transporteur en spoelhuis met het kwastje reinigen. U kunt ook een zachte, droge doek gebruiken.

Storing Corzaak Problemen oplossen Pagena
Bovendraad breekt1. Naaimachine niet goed ingere-gen1. Rijg de naaimachine opnieuw in42
2. Draadspanning te sterk.2. Bovendraadspanning verlagen. 54
3. Draad is te dik voor de naald. 3. P.aats een andere naaldgrootte.64
4. Naald is niet correct geplaatst. 4.Naald verwijderen en opnieuwplaatsen (platte kant naar achteren)66
5. Draad wikkelt zich rond degarenpen.5. Garenklos verwijderen en draadopnieuw omwikkelen.36
6. Naald is beschadigd.6. Naald vervangen.64
Onder-draadbreekt1. Spoelhuis niet correct geplaatst.1. Spoelhuis verwijderen, terug-plaatsen en aan de draad trekken.Draad moet soepel en gemakkelijkafwikkelen.40
2. Spoelhuis verkeerd ingeregen.2. Spoel en spoelhuis controleren.40
Overgesla-gen steken1. Naald is niet correct geplaatst. 1.Naald verwijderen en opnieuwplaatsen (platte kant naar achte- ren).66
2. Naald is beschadigd.2. Nieuwe naald plaatsen. 66
3. Verkeerde naald (grootte) ge-bruikt.3. Bij bowendraad en stof passonde naald gebruiken.64
4. Persvoet niet correct geplaatst.4. Controleren en correct plaatsen.34
5. Naaimachine niet goed ingere-gen.5. Naaimachine opnieuw innijgen.42
StoringCorzaak Problemen oplossen Pagi-na
Naald-breuk1. Beschadigde naald. 1. Nieuwe naald plaatsen. 66
2. Naald is niet correct geplaatst. 2. Naald correct plaatsen (platte kant naar achteren).66
3. Verkeerde naald voor de stof. 3. Bij stof en draad passende naald plaatsen.64
4. Verkeerde persvoet gebruikt. 4. Juiste persvoet plaatsen. /
5. Naaldhoudorschroef zit los. 5. Schroef met de schroewendraaier vastdraaien.66
6. Ongeschikte persvoet geplaatst voor het naaien van het gewenste steekpatroon.6. Geschikte persvoet plaatsen voor het gewenste steekpatroon. /
7. Te hoge bovendraadspanning. 7. Bovendraadspanning verlagen. 54
Losse steken1. Machine niet correct ingeregen.1. Inrijging controleren.42
2. Spoelhuis verkeerd ingeregen.2. Spoelhuis inrijgen zoals afgebeeld.40
3. Naald, draad en stof slecht op elkaar afgestemd.3. De naald moet worden afgestemd up de stof en het garen.64
4. Onjuiste draadspanning. 4. Draad spanning controleren.54
Naden trekken samen of de stof krult op1. Te dikke naald voor de stof.1. Dunnere naald gebruiken.64
2. Verkeerde steeklengte.2. Steeklengte aanpassen.80
3. Te hoge bovendraadspanning. 3. Draadspanning verlagen.54
Naden trekken samen1. Draadspanning te sterk.1. Draadspanning verlagen.54
2. Bovendraad is niet goed ingere-gen.2. Opnieuw inrijgen.42
3. Naald is te dik voor de stof.3. Bij bovendraad en stof passende naald gebruiken.64
4. Te lange steeklengte voor de stof.4. Kortere steeklengte kiezen.80

Controleer eerst het volgende voordat de machine als gevolg van storingen ter reparatie wordt aangeboden. Neem als het probleem aanhoudt contact op met de Klantenservice.

Entsorgung Mise au rebut Disposal Verwijdering

VERITAS Marion - Entsorgung Mise au rebut Disposal Verwijdering - 1

Entsorgungshinweise

Verwijderingsmethoden

Gebruikte elektrische en elektronische apparaten mogen in overeenstemming met de Europese regelgeving niet meer bij het ongesorteerd afval worden ge- plaatst.

In Duitsland bent u wettelijk verplicht om afgedankte apparatuur in te leveren als gescheiden huishoudelijk afval. De gemeenten hebben inzamelpunten ingesteld waar afval van particuliere huishoudens kan worden ingeleverd.

Kijk op uw lokale afvalkalender of informeer bij uw gemeente naar de recycling of inzameling van gebruikte apparatuur.

ELEKTRISCHE SPECIFICATIES

VERITAS MARION

100-240V50/60Hz70W

Beschermklasse II

Lamp

5V max. 100mW

VERITAS Marion - ELEKTRISCHE SPECIFICATIES - 1

bar | Category | Value | |---|---| | Bar 1 | 100 | | Bar 2 | 100 |

VERITAS®

VERITAS Marion - VERITAS® - 1

www.veritas-sewing.com

VERITAS Marion - VERITAS® - 2

facebook.com/veritassewing

VERITAS Marion - VERITAS® - 3

twitter.com/veritas_sewing

VERITAS Marion - VERITAS® - 4

youtube.com/user/veritas

021H7A0706(DE.FR.EN.NL)

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VERITAS

Model : Marion

Categorie : Naaimachine