VERITAS Amelia - Naaimachine

Amelia - Naaimachine VERITAS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Amelia VERITAS in PDF-formaat.

📄 158 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice VERITAS Amelia - page 59
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL

Gebruikersvragen over Amelia VERITAS

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Amelia - VERITAS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Amelia van het merk VERITAS.

GEBRUIKSAANWIJZING Amelia VERITAS

When giving the appliance to a third party, please pass this manual on. KEEP SAFETY NOTES IN A SAFE PLACE. This sewing computer is only designed for domestic use.10 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen Bij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de volgende fundamentele veiligheidsmaatregelen in acht te worden geno- men. Lees daarom voordat u deze computergestuurde naaima- chine gebruikt deze handleiding zorgvuldig door en bewaar hem voor toekomstig gebruik. GEVAAR – Ter bescherming tegen elektrische schokken:

1. Laat de computergestuurde naaimachine nooit onbeheerd

achter de machine op de elektriciteit is aangesloten.

2. Haal na gebruik en voordat de naaimachine wordt schoonge-

maakt altijd de stekker uit het stopcontact. WAARSCHUWING – Om brandwonden, brand, elektrische schok- ken of letsel van personen te voorkomen:

1. Elektrische apparaten zijn geen speelgoed voor kinderen. Er

moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zorgen dat ze niet met de computergestuurde naaimachine spe- len. Bijzondere aandacht is nodig als de computergestuurde naaimachine door kinderen of in de buurt van kinderen wordt gebruikt.

2. De computergestuurde naaimachine mag alleen worden

gebruikt voor het doel dat in deze handleiding wordt be- schreven. Gebruik alleen de accessoires die in deze handlei- ding worden beschreven en die worden aanbevolen door de fabrikant, anders kan het apparaat beschadigd raken.

3. Gebruik de computergestuurde naaimachine nooit als een

kabel of aansluiting beschadigd is, als de machine niet goed of zonder storingen werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of met water in contact is gekomen. Breng in de bovengenoemde gevallen de computergestuurde naaima- chine naar de dichtstbijzijnde erkende dealer of het service- center om de naaimachine te laten controleren en te repare- ren of om elektrische en/of mechanische onderdelen te laten vervangen.

4. Gebruik de computergestuurde naaimachine nooit met ge-

blokkeerde ventilatieopeningen. Houd de ventilatieopeningen van de machine en het voetpedaal vrij van pluisjes, stof en losse stukken stof.

5. Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Let

in het bijzonder op in het gebied rond de naald. De bewegen- de delen, zoals de naald en de persvoethevel, vormen een risico voor handen en vingers. Het werkgebied moet daarom voortdurend in de gaten worden gehouden tijdens de wer- king van de machine. Instellingen aan de machine, zoals het vervangen van de naald, het inrijgen van de draad, spoeltje plaatsen of van persvoet wisselen mogen alleen gedaan worden als de machine is uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“).

6. Koppel de computergestuurde naaimachine altijd los van de

stroomtoevoer, d.w.z. haal de stekker uit het stopcontact, bij het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden zoals be- schreven in de handleiding. Bijvoorbeeld als het deksel wordt verwijderd, het apparaat geolied of gereinigd wordt of als het lampje wordt vervangen. Haal ook de stekker uit het stop- contact als het apparaat wordt verplaatst of niet in werking is.

7. Zet om de machine uit te schakelen de hoofdschakelaar op

„O“ en trek de stekker uit het stopcontact. Trek altijd de stek- ker uit het stopcontact als u de machine zonder toezicht ach- terlaat om letsel door per ongeluk activeren te voorkomen.

8. Trek niet aan het netsnoer als u de stekker uit het stopcon-

tact haalt. Trek altijd aan de stekker en niet aan het netsnoer.

9. Het netsnoer mag nooit over hoeken of randen hagen of

worden vastgeklemd (risico op een elektrische schok!). Leg11 Belangrijke veiligheidsaanwijzingen het netsnoer zodanig dat niemand erover kan struikelen.

10. Gebruik altijd de juiste naaldplaat die is meegeleverd met

deze computergestuurde naaimachine. De verkeerde naald- plaat kan ervoor zorgen dat de naald breekt.

11. Gebruik geen kromme of gebroken naalden.

12. Gebruik het apparaat altijd op een droge, stabiele en vlakke

ondergrond. Uit de buurt houden van hete oppervlakken of open vuur.

13. Trek tijdens het naaien niet aan de stof, anders kan de naald

doorbuigen en breken.

14. Geen voorwerpen in de openingen van de computergestuur-

de naaimachine steken of laten vallen.

15. Gebruik de computergestuurde naaimachine niet buiten.

16. Gebruik de computergestuurde naaimachine niet in ruimtes

waar LPG-producten (bijvoorbeeld sprays) of zuurstof wor- den gebruikt.

17. Het geluidsniveau is bij normale werkomstandigheden 75

18. Schakel de computergestuurde naaimachine uit of haal de

stekker uit het stopcontact als de computergestuurde naai- machine niet goed werkt.

19. Zet nooit iets op het voetpedaal!

20. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen

(inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of gebrek aan ervaring en ken- nis, tenzij ze bij het gebruik van het apparaat onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of die hun leert hoe het apparaat veilig kan worden gebruikt en ze de daaruit voortvloeiende risico‘s begrijpen.

21. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om te zor-

gen dat ze niet met het apparaat spelen.

22. Gebruik de machine niet als deze vochtig is of in een vochtige

23. Dompel het water nooit onder in water of andere vloeistof-

fen (gevaar voor elektrische schokken!).

24. Sluit het apparaat alleen aan op 100–240 V wisselstroom.

25. Wij raden u aan het apparaat aan te sluiten op een elektrici-

teitsgroep met een aardlekschakelaar.

26. Uw computergestuurde naaimachine is uitgerust met een

LED-lampje. Als het LED-lampje beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant of de klantenservice om gevaar te voorkomen.

27. De naaimachine mag alleen worden gebruikt met het voet-

pedaal van het type C-9000.

28. Als de aansluitkabel, die verbonden is met het voetpedaal,

beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant en de klantenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerd per- soon om gevaar te voorkomen.

29. Bewaar deze handleiding op een geschikte plaats in de buurt

  • Let erop dat kinderen niet met de naaimachine kunnen spelen!
  • De bewegende naald is gevaarlijk, niet aanraken!
  • Wijzigingen in het bereik van de beweging van de naald, naaivoet of de naaldplaat mogen alleen met de machine uitgeschakeld (hoofdschakelaar op „O“) worden uitgevoerd.
  • Het verwijderen en opnieuw plaatsen van de spoel mag alleen als het apparaat is uitgeschakeld (hoofd- schakelaar op „O“ zetten).
  • Vooral de juiste plaatsing van de spoeltjes en de onderdraad alsmede het inrijgen van de bovendraad zijn belangrijk om probleemloos te kunnen naaien. Ga zorgvuldig te werken en voer stap voor stap uit zoals beschreven. Apparaat klaar maken voor gebruik In de aanschuiftafel bevindt zich de accessoirebox. U kunt de aanschuiftafel naar links wegschuiven. Daarin vindt u de bevestiging voor het steekkeuzepaneel. Steek de bevestiging zijdelings in de houder van het apparaat en plaats het paneel in de sleuf van de bevestiging. Before first use Please note that improper handling of electrical currents can be lethal. Therefore, please read the safety meas- ures on page 8 and the following safety precautions:

computer eingeschaltet wurde. Zum Ausschalten den Hauptschalter auf „O“ (AUS) stel- len und Netzstecker herausziehen. Stromnetz29 LET OP: Zorg er altijd voor dat de computerge- stuurde naaimachine is losgekoppeld van de elektriciteit en de hoofdschakelaar op “O” (UIT) staat als de machine niet wordt gebruikt. Dit geldt ook voor het plaatsen of verwijderen van delen (bijv. naald verwisselen). Sluit de naaimachine aan op het stroomnet Zorg er voordat u de naaimachine op het stroomnet aan- sluit voor dat de spanning (Volt) en de frequentie van het apparaat overeenkomen met de spanning en frequentie van het elektriciteitsnet.

1. Zet de computergestuurde naaimachine op een

2. Steek de stekker van het voetpedaal in de aansluiting.

3. Steek de aansluiting (2 ingangen) van de netstroom-

kabel in de aansluiting op de naaimachine.

4. Steek de netstroomkabel in het stopcontact.

5. Hoofdschakelaar op “–” (AAN) zetten.

6. Het naailampje gaat branden zodra de naaimachine

LET OP: Zet de hoofdschakelaar altijd uit (op “O” zetten) voordat het persvoetje wordt geplaatst of verwisseld! Het juiste persvoetje plaatsen / persvoetje verwisselen

Persvoethouder plaatsen

1. Naaldstang (a) door omhoog zetten van de persvoet-

hevel omhoog zetten;

2. persvoethouder (b) zoals afgebeeld plaatsen.

1. laat de persvoethouder (b) zakken tot de uitsparing (c)

direct boven de pen van de persvoet ligt.

2. Druk de bevestigingshevel (d) omhoog.

3. De persvoethouder (b) gaat omlaag en het persvoetje

(f) wordt automatisch vergrendeld. Persvoet verwijderen

1. Persvoet omhoog zetten. Bevestigingshendel (e)

omhoog drukken en de persvoet komt los. Randgeleider plaatsen

1. Randgeleider (g) zoals afgebeeeld door de opening

Garenklos en garenschotel op de garenpen plaatsen. Bij grotere garenklossen wordt de schotel met de brede kant tegen de klos gezet, bij kleinere klosjes gebruikt u de smalle kant of een kleinere ga- renschotel. Als het garenklosje een draadsleuf heeft, dan wordt het klosje geplaatst met de draadsleuf rechts zodat de draad tijdens het afwikkelen niet vast kan komen te zitten. Draad in de draadgeleiding plaatsen. Leid de draad linksom in de onderdraadgeleiding, vervolgens de draad naar rechts leiden. Draad zoals afgebeeld door een gat in het spoeltje steken en het lege spoeltje op de spoelwinderas plaatsen. Spoelwinderasje naar rechts tegen de begrenzing drukken. Winding the bobbin

Zodra het spoeltje naar rechts in de „spoelpositie“ wordt gedrukt, verschijnt op het LCD-scherm het bijbehorende symbool. Zodra het spoeltje weer naar links in de „naaipositie“ wordt gedrukt, verdwijnt het spoelsymbool weer van het LCD-scherm. Houd het uiteinde van de draad met de hand vast. Druk op de knop Start/Stop of druk op het voetpe- daal. ¡Stop het spoelen na een paar omwentelingen en knip de draad zo dicht mogelijk bij de opening af. Spoel verder tot het spoeltje vol is. Het spoelen stopt automatisch als het spoeltje vol is. Start/Stop- knop indrukken om te stoppen of haal uw voet van het voetpedaal en zet het spoelwinderasje weer naar links. ¢Knip de draad af en haal het volle spoeltje van de as. AANWIJZING: Zolang het spoelwinderasje naar rechts staat (in de spoelpositie) en het symbool verschijnt op het LCD-scherm, kan er niet worden genaaid en kan het handwiel niet worden gedraaid. Het spoelwinderasje moet eerst weer naar links in de uitgangspositie worden gezet (het symbool verdwijnt), zodat de naaimachine weer kan naaien. Winding the bobbin

Trek de draad naar links door de draadgeleider en vervolgens naar voren, zoals afgebeeld. Plaats de draad in de rechte sleuf en leid de draad omlaag. Naar links onder de geleidingspunt door en dan weer naar boven leiden. Eenmaal boven de draad van rechts naar links in de gleuf van de metalen draadhevel leggen en weer omlaag leiden. Voer de draad achter langs de vlakke, horizontale draadgeleiding. Trek het uiteinde van de draad van voren naar achte- ren door het oogje op de persvoethouder en laat een eindje van ongeveer 10 cm over. Gebruik voor het inrijgen van de naald de inrijger (zie de volgende pagina). Threading the upper thread

LET OP: Schakel de computergestuurde naai- machine uit (hoofdschakelaar op “O” zetten). BELANGRIJK: De naald is eerder met de knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ omhoog gezet. Zet de persvoet op de naaldplaat. Automatisch inrijgen

Laat de hendel van de inrijger langzaam zakken en steek de draad door de haakvormige draadgeleiding zoals afgebeeld, trek de draad vervolgens naar rechts. De inrijger draait automatisch naar de inrijgstand en het haakje gaat door het oog van de naald. Draad voor de naald halen. Houd de draad vast en laat de hendel langzaam los. Het haakje draait, trekt de draad door het oog van de naald en vormt daarbij een lusje. Trek de draad door het oog. OPMERKINGEN: De inrijger werkt niet: – met kromme of defecte naalden (zie pagina 63) – als de naald niet in de hoogste stand staat, dan past het haakje niet in het oog van de naald. zet de naald altijd met een druk op de knop „Naaldstop omhoog/ omlaag“ in de bovenste stand (en nooit met het handwiel) – met tweelingnaalden (niet meegeleverd) ATTENTION: Turn power switch to the off position („O“). IMPORTANT: The needle was raised before to its high- est position (with the button “Needle up/down”). Lower the presser foot. Using the needle threader

Houd de bovendraad met de linkerhand vast. Draai het handwiel naar u toe (linksom), de naald gaat omhoog en omlaag. Trek voorzichtig aan de bovendraad en trek de onder- draad door het stikgat in de naaiplaat mee omhoog. De onderdraad komt tevoorschijn als een lus. Trek de beide draaduiteinden naar achteren onder de persvoet. Inrijgcontrole voor de onderdraad – Bij een goed ingeregen onderdraad wordt de draad licht schuin over het spoeltje geleid (1.). Zeer belangrijk: Als de draad niet zichtbaar is, dan ontstaan grote storingen tijdens het naaien (draadspanning verkeerd, draadknopen aan de on- derkant etc.). De spoel en de onderdraad moeten dan opnieuw worden ingeregen (zie pagina 37).46 Faden abschneiden

Persvoet omhoog zetten. Stof verwijderen en de draad naar links langs de naaldstang trekken en met de draadsnijder afsnijden. De draadeinden worden afgesneden om de juiste lengte voor de volgende naad. 2-traps persvoetstand

Met de persvoethevel wordt de persvoet omhoog en omlaag gezet. Bij het naaien van dikke lagen kan de persvoet een standje hoger worden gezet zodat de stof beter geplaatst kan worden. Persvoetdruk instellen

De persvoetdruk van de machine is vooringesteld en hoeft niet te worden ingesteld op bepaalde stoffen. (Lichte of zware stoffen). Als u de persvoetdruk wilt veranderen, draait u de stelschroef met een muntstuk. Om zeer dikke stof te naaien, vermindert u de druk door de schroef linksom te draaien, voor dunne stof- fen draait u de schroef rechtsom. Cutting the thread

Naaldwissel / transporteur Naald wisselen LET OP: Hoofdschakelaar uitzetten (op “O” zetten). Regelmatig de naald vervangen, zeker als de naald veel is gebruikt en problemen veroorzaakt. Plaats de naald zoals weergegeven in de volgende afbeeldingen. A Schroef op de naaldstang losdraaien. B De platte kant van de naald naar achteren richten en de naald van onderen tot aan de aanslag inschuiven. Draai na het plaatsen van de nieuwe naald de schroef van de naaldstang weer vast. Gebruik alleen de juiste naalden. Er kunnen problemen optreden bij het gebruik van: 1 Kromme naalden 2 Stompe naalden 3 Beschadigde punten Transporteur omhoog en omlaag zetten Schakelaar op

(b) zetten en de transporteur daalt, bijvoorbeeld om knopen aan te naaien. Hendel weer op

(a) zetten en de transporteur is weer omhoog gezet en klaar om normaal te naaien. Handwiel eenmaal helemaal omdraaien om de trans- porteur omhoog te zetten. De transporteur wordt niet omhoog gezet als het handwiel niet wordt verdraaid, ook als de hendel op

the stitch pattern 01–06 from group B using the number selection Patterns if you want the sewing computer to sew in reverse as well. Using the Start/Stop button: When you are sewing with one of these stitches or patterns and shortly before starting press the reverse sewing button, the machine will sew in reverse until you press the button again. If you only want to sew a few tie-off stitches, you can press and hold the reverse sewing button during use. The machine will only sew in reverse until the button is released again. Using the foot control: When you are sewing with one of these stitches or patterns and then press the reverse sewing button, the machine will sew in reverse until you release the button. Once the button is released, the sewing computer will sew forwards. Tip: When the button is pressed before you start sewing, the machine will permanently sew in reverse until you press the button again. When you select the direct selection patterns 6–7 or the stitch patterns 07–15 and 28–90 from group B and you press the reverse sewing button during sewing, a few tie-off stitches are sewn slowly before the sewing computer stops automatically (To do that, start the appliance with the Start/Stop button). De belangrijkste functies in één oogopslag Achterwaartsknop Kies de directkeuzesteek 1–5 of het steek- patroon 01–06 uit de groep B met de nummerkeuze Patterns , als u wilt dat de naaimachine ook achteruit naait. Met de Start/Stop-knop: Als u met een van deze steken of patronen naait, en u drukt kort van tevoren op de achterwaartsknop dan naait de machine net zo lang achteruit totdat u weer op de knop drukt. Wilt u een paar steken afhechten, dan kunt u tijdens het naaien de achterwaartsknop ingedrukt houden. De machine naait dan net zo lang achteruit tot u de knop loslaat. Met het voetpedaal: Als u met een van deze steken of patronen naait, en u drukt de achterwaartsknop in dan naait de machine net zo lang achteruit totdat u de knop loslaat. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit. Tip: Als u de knop indrukt voordat u begint te naaien, naait de machine permanent achteruit, totdat u de knop weer indrukt. Als u de directkeuzesteken 6–7 of de steekpa- tronen 07–15 en 28–90 van groep B kiest en u drukt tijdens het naaien de achterwaartsknop in, dan worden enkele afhechtsteken langzaam genaaid en stopt de naaimachine automatisch (start het appa- raat met de Start/Stop-knop).

Direct mode for selecting 10 standard stitch- es. Patterns Number selection mode for selecting 90 decorative stitches and patterns from group B (see page 23.) De belangrijkste functies in één oogopslag Knop voor het instellen van de steeklengte (A) Wanneer u een steek selecteert, wordt de aanbevolen steeklengte automatisch ingesteld en weergegeven op het LCD-scherm met getallen. De steeklengte kan ook anders worden ingesteld door te drukken op de steeklengteknoppen. 'UXNRSGHNQRSšƄŢRPGHVWHHNOHQJWHNOHLQHUWH maken. Druk op de knop “+” om de steeklengte groter te maken. De steeklengte kan worden ingesteld van “0.0–4.5”. Sommige steken hebben beperkt lengtes. Moduskeuzeknop voor directe steekkeuze of steek- keuze via de invoer van nummers (D) Bij het aanzetten van de machine, verschijnt de direc- tmodus op het LCD-scherm

In de directmodus kunt u de 10 standaardsteken selecteren door op de bijbehorende knop te drukken. Naast de knoppen wordt het steekpatroon weerge- geven. Om een van de 90 steken uit de groep B te kiezen, de siersteken en de patronen, moet u de knop indrukken, zodat u in de nummerkeuzemodus komt. Op het LCD-scherm moet Patterns branden. In de modus „Patronen“ kunt u door invoer van het 2-cijferige getal een van de 90 patronen of siersteken kiezen. Druk in de modus „Patterns“ (Patronen) weer op de knop , en u bent weer in de directmodus . Directmodus voor de keuze uit 10 standaard-steken. Patterns Nummerkeuzemodus voor de keuze van 90 siersteken en patronen uit groep B (zie pagina 23).

The most important functions at a glance Mirror button (C) (see page 143) The Direct Patterns 1–7, B Group Patterns 01–15, 28–90 can be mirrored, pressing the button will sew a reflection pattern from your selected stitch. The LCD will display the mirror function and the machine will continue to sew the reflected pattern until the mirror function is pressed again to cancel the mirror function. When the mirror function disappears from the LCD screen, the machine will continue to sew the normal stitch. If you change the pattern setting, then the mirror func- tion will be cancelled accordingly. If you need the reflec- tion pattern, then press the mirror button again. De belangrijkste functies in één oogopslag Knop om te spiegelen (C) (zie pagina 143) De patronen 1–7, 01–15, 28–90 kunnen worden gespiegeld, door te drukken op de knop wordt de weergegeven geselecteerde steek genaaid. Het LCD-scherm toont de spiegelfunctie en de machine naait het gespiegelde patroon totdat de machine weer wordt gestopt en de spiegeltoets opnieuw wordt inge- drukt om de functie spiegelen te stoppen. Zodra de spiegelfunctie niet meer op het LCD-scherm verschijnt, zal de machine de normale steek naaien. Als u het patroon wijzigt, wordt de spiegelfunctie ook beëindigd. Als u het gespiegelde patroon nodig hebt, drukt u weer op de knop

un aperçu de tous les points et motifs disponibles. Direct standard stitch selection and pattern selection via number buttons Direct mode for selection of standard stitches If the mode is set to , you can select the stitches shown next to the buttons directly by pressing the cor- responding buttons. Number buttons for selecting patterns and decorative stitches (group B) If mode is set to Patterns , you can choose from 90 stitches from group B. Input the desired stitch pattern by pressing the corresponding two-digit number. The pattern plate that you can mount on the top of the machine gives you an overview and the corresponding numbers. On page 23 of this manual, you can find an overview of all available stitches and patterns. Directe standaardsteekkeuze en patroonkeuze via de cijfertoetsen Directe modus voor het kiezen van standaard steken Indien de modus op is ingesteld, kunt u de steken die naast de knoppen worden afgebeeld direct kiezen door op de bijbehorende knop te drukken. Nummertoetsen voor de keuze van patronen en siersteken (groep B) Indien de modus op Patterns is ingesteld, kunt u kie- zen uit 90 steken uit de groep B. Voer het gewenste steekpatroon in door het indrukken van het bijbehorende tweecijferige nummer. Het keuzepaneel dat u bovenaan de machine kunt mon- teren, geeft u een overzicht en de bijbehorende num- mers. Op pagina 23 van deze handleiding vindt u ook een overzicht van alle beschikbare steken en patronen.82 Ecken nähen

1. Stop zodra u bij de hoek bent.

2. Laat de naald handmatig zakken of met behulp

van de knop „Naaldstop omhoog/omlaag“ in de stof zakken.

3. Zet de persvoet omhoog.

4. Gebruik de naald als spil om de stof 90° te draai-

5. Laat de persvoet zakken en ga verder met naaien.

Achterwaarts naaien Achterwaarts naaien wordt gebruikt om aan het begin en einde af te hechten. Druk op de achterwaartsknop en naai 4 tot 5 steken. Zodra u de knop loslaat, naait de naaimachine weer vooruit. Naaien met de vrije arm Naaien met de vrije arm is handig voor broekzomen en mouwen. U kunt de aanschuiftafel eenvoudig naar links wegtrekken, het naaivlak wordt smaller.

1. Trek de aanschuiftafel met de accessoirebox naar

2. Trek de pootjes van de tafelverlenging uit in de

richting van de pijlen.

3. Schuif de tafelverlenging volledig tegen de vrije

arm, zodat deze vastklikt: A in B schuiven. Naaien van dikke stoffen De zwarte knop aan de rechterkant voor de univer- sele voet blokkeert de persvoet horizontaal als de knop voor het laten zakken van de persvoet wordt ingedrukt. Zo ontstaat een gelijkmatiger transport bij het begin van een naad en bij het naaien van meerdere lagen stof (naden, jeanszomen etc.). Bij het bereiken van een dik punt, de naald laten zakken en de persvoet omhoog zetten. Punt van de persvoet horizontaal zetten en de zwarte knop indrukken, vervolgens de persvoet weer laten zakken en verder naaien. De zwarte knop gaat na een paar steken weer auto- matisch uit. Er kan ook een ander dik stuk stof achter de naad worden gelegd. Of de persvoet ondersteunen en met de hand in de richting van de vouw transporteren. C Karton of dikke stof

Overlockvoet plaatsen. Laat de stofrand tijdens het naaien tegen de geleiding van de voet aan liggen. LET OP: Gebruik de overlockvoet alleen voor de directsteken 5 en 7 en stel de steekbreedte in op breder dan “5.0”. Bij gebruik van andere soorten steken en steek- breedtes dan aanbevolen, kan het zijn dat de naald de persvoet raakt en breekt. Universele persvoet

Universele persvoet plaatsen. Plaats bij het stikken van randen de persvoet zo op de stofrand dat de rechte insteek van de naald net op de rand stikt.94 B-12B-11

Kies steekpatroon 26 uit groep B (knoopaannaai- steek). Knoopaannaaivoet plaatsen. Schakelaar voor het omhoog of omlaag zetten van de transporteur op

Knoopsgatsteek kiezen. Stel de steekbreedte en de steeklengte in (afhankelijk van de gewenste breedte en dichtheid). Leg de stof zo onder de persvoet dat de markering van het midden op de persvoet overeen- komt met de gemarkeerde knoopsgatlijn. Laat de persvoet zakken. Trek de knoopsgathendel omlaag en let erop dat hij achter de houder op de knoopsgatvoet komt te staan (zie de afbeelding). Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast en begin met naaien. AANWIJZING: Leid de stof met de hand. Nadat het knoopsgat is genaaid en voordat de machine stopt, zal de machine automatisch een paar afhechtsteken naaien. Let op: Bij het selecteren van een knoopsgatpatroon verschijnt op het LCD-scherm het symbool om u eraan te herinneren de knoopsgathendel te laten zakken.102 Knopflöcher nähen

Kies steekpatroon 27 uit groep B (afhechtsteek). Plaats de knoopsgatvoet. Knoophouderplaat op de knoopsgatvoet naar achte- ren trekken en de gewenste lengte instellen. Plaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het punt staat waar moet worden begonnen met naaien. Laat de persvoet zakken. A Beginpunt (naaibegin) Leid de bovendraad omlaag en door het gat naar de voorkant van de persvoet. Druk de knoopsgathendel omlaag. De knoopsgathendel bevindt zich achter de houder op de knoopsgatvoet. Houd de bovendraad licht met de hand vast en begin met naaien. Er worden afhechtsteken genaaid. De afbeelding is een voorbeeld van afhechtstreken aan de naadeinden van een opgezette zak.108

Kies het steekpatroon 23 uit groep B (oogjessteek) en plaats het persvoetje A. šŢRIšƄŢYDQGHVWHHNEUHHGWHNQRSSHQLQGUXNNHQRP de gewenste grootte te kiezen. Ooggrootte: A Groot: 7,0 mm B Medium: 6,0 mm C Klein: 5,0 mm Steek de naald bij het beginpunt in de stof. Laat dan de persvoet zakken. Aan het einde worden automatisch afhechtsteken gemaakt. Vervolgens stopt de naaimachine. Maak de oogjes in het midden open met een oogjes- stans. Deze wordt niet meegeleverd.110 NOTEMake nogap here Stopfen

Kies steekpatroon 24 of 25 van groep B (stoppen). Vervang de persvoet door de knoopsgatvoet. Bovenstof en vlieseline samenpakken. Stel de breedte van het te stoppen vlak in met de steekbreedteknop- pen. Laat de naaivoet zakken in het midden van het kapot- te gedeelte of de scheur. Knoophouderplaat op de knoopsgatvoet naar achte- ren trekken en de gewenste lengte instellen. De lengte en breedte van het te stoppen vlak kan worden ingesteld maar bedraagt maximaal 2,6 cm in lengte en maximaal 7 mm in de breedte. a Lengte van het te stoppen vlak b Breedte van het te stoppen vlak112 Stopfen

Plaats de stof zo dat de naald 2 mm voor het te stop- pen vlak staat. Laat de persvoet zakken. AANWIJZING: Druk het voorste deel van de persvoet niet in bij het neerlaten van de persvoet, anders klopt de grootte van het te stoppen vlak niet meer. Leid de bovendraad door de opening in de knoops- gatvoet. Trek de knoopsgathendel omlaag. Hij komt achter de houder op de persvoet te staan. Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast met uw linker- hand en begin met naaien. Let op: Bij het selecteren van een knoopsgat- of stoppa- troon verschijnt op het display dit symbool

u eraan te herinneren dat u de knoopsgathendel moet laten zakken. Stoprijen worden van voren van de persvoet naar achteren genaaid, zoals weergegeven. Als het te stoppen vlak groot is, kan het ingestelde stopvlak meerdere malen genaaid worden (of schuin worden genaaid), om een beter naairesultaat te krij- gen.114 5cm

Ritssluitingsplit op het kledingstuk rijgen. Op de linker naadtoeslag omvouwen. Rechter naad- toeslag op 3 mm omvouwen. Ritsvoet plaatsen. Bevestig bij het naaien van de linkerzijde van de rits de rechterzijde van persvoet in de houder. Bevestig bij het naaien van de rech- terzijde van de rits de linkerzijde van persvoet in de houder. Linker ritssluitinghelft van onder naar boven innaaien. Stof naar de rechterstofzijde draaien en onder dwars doornaaien, vervolgens de rechter ritssluitinghelft naaien. Stop op ongeveer 5 cm voor het bovenste einde van de ritssluiting. Rijgdraadjes verwijderen en de ritssluiting openen. Naad dichtnaaien.118

  • Het rolzoomvoetje hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine. Stofrand over ongeveer 5 cm op 3 mm omvouwen en dan nogmaals op 3 mm omvouwen. Draai het handwiel naar u toe tot de naald in de zoom steekt, laat vervolgens het persvoetje zakken. Naai een paar steken en zet vervolgens de persvoet omhoog. Steek de zoom in de spiraalvormige opening van het rolzoomvoetje. Beweeg de stof daarbij naar voren en naar achteren totdat de zoom oprolt. Laat de persvoet zakken en naai langzaam, voer daarbij de open stofkant van voren in de spiraal van de rolzoomvoet.120
  • De quiltvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naai- machine. Randgeleider in de persvoethouder invoeren zoals afgebeeld en op de gewenste breedte instellen. Eerste rij naaien en stof verschuiven. Naai alle rijen vervolgens zo dat de randgeleider telkens langs de vorige naailijn loopt.126 Kräuseln
  • De rimpelvoet hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine. Persvoethouder verwijderen en rimpelvoet plaatsen. Leg de stof om te rimpelen onder de persvoet. Naai een rij steken. De stof wordt daarbij automatisch gerimpeld. Pas de bovendraadspanning aan om de gewenste rimpeling te krijgen. Een kleinere draadspanning leidt tot minder rimpels en een grotere spanning zorgt voor meer rimpels. De steeklengteknop kan ook worden gebruikt om de rimpeldichtheid aan te passen. Hoe langer de steekin- stelling, hoe voller de rimpels. Rimpelen en gelijktijdig aan een glad stuk stof vastnaaien De rimpelvoet heeft aan de onderkant een inkeping (dubbele zool). Daarmee kan het onder doorlopende stofdeel gerim- peld worden en direct aan het in de inkeping door- lopende gladde deel worden genaaid (bijvoorbeeld tailleband). Persvoethouder verwijderen en rimpelvoet plaatsen. Leg de te rimpelen stof met de goede kant naar bo- ven onder de persvoet. Bovenste stoflaag (blijft ongerimpeld) met de goede kant omlaag onder de inkeping van de persvoet leggen. De twee lagen stof klaar leiden zoals afgebeeld. AANWIJZING: Om de gewenste rimpelsterkte te vinden, probeert u het uit over een lengte van 25 cm op de stof, op de boord of de elastiek. Zo kunnen instellingen naar wens gemakkelijker worden uitgevoerd. Probeer het altijd uit op dezelfde stof en in dezelfde draadrichting als daarna op het project. Rimpelen schuin van draad zorgt voor mooiere plooien dan recht van draad. AANWIJZING: Naai langzaam tot gemiddeld snel om betere grip op de stof te hebben.128

Stik met de universele voet rechte lijnen op een afstand van 1 cm over het hele vlak. Verlaag mogelijk de bovendraadspanning iets, zodat de onderste draad later beter te trekken is om de stof te plooien. Knoop de draden aan één kant samen. Trek aan de onderdraad om de plooien gelijkmatig te verdelen. Zet de draden aan de andere kant vast. Verminder de draadspanning en naai indien nodig met decoratieve steken tussen de rechte steken. Verwijder de rimpeldraden.130

  • De stop-/borduurvoet hoort bij de speciale acces- soire en wordt niet meegeleverd bij deze computer- gestuurde naaimachine. Schakelaar voor het omhoog of omlaag zetten van de transporteur op
  • Embroidery hoop is not included with the machine. Naaien uit de vrije hand (borduren, stoppen, monogrammen) Borduren Naai de omtrek van het patroon na door het borduur- raam overeenkomstig te bewegen. Werk met een gelijkmatige snelheid. Vul het patroongebied van buiten naar binnen. Zet de steken dicht bij elkaar. Door sneller bewegen van het borduurraam ontstaan langere steken door langzamer te bewegen ontstaan kortere steken. Druk voor het vastzetten van de draden op het einde op de knop „Auto-Lock“ (automatisch afhechten). Monogrammen Zigzagsteek kiezen en de steekbreedte instellen. Naai met een gelijkmatige snelheid de letters na. Druk voor het vastzetten van de draden na elke letter op de knop „Auto-Lock“ (automatisch afhechten).
  • Het borduurraam wordt niet meegeleverd met de computergestuurde naaimachine. Het wordt apart verkocht.
  • De boventransportvvoet hoort bij de speciale acces- soire en wordt niet meegeleverd bij deze computer- gestuurde naaimachine. AANWIJZING: Probeer over het algemeen eerst zonder boventransportvoet te naaien. Het moet pas gebruikt worden als het nodig is. De stof is gemakkelijker te leiden met de gebruikelijke persvoeten en u hebt dan beter zicht op het werkgebied. Deze naaimachine biedt een uitstekende stikkwaliteit van veel stoffen van fijn chiffon tot meerlaags denim. Met de boventransportvoet wordt het transport van de bovenste en onderste stoflagen gelijk getrokken en het helpt bij het exact vastnaaien van ruiten, strepen en pa- tronen. Een regelmatige stoftransport is ook handig voor moeilijke of dikke stoffen, bijv. fluweel of corduroy. Persvoethevel omhoog zetten om de naaldstang omhoog te zetten. Schroef op de naaldstang verwijderen (linksom draai- en) en persvoethouder afnemen. Boventransportvoet als volgt bevestigen: – Arm (a) past op de naaldbevestigingsschroef en naaldstang (b). – Bevestigingskop van plastic (c) van links naar rechts op de persvoetstang bevestigen. – Persvoetstang laten zakken. – Schroef weer op de persvoetstang vastschroeven (rechtsom). – Zorg ervoor dat beide schroeven weer worden aange- draaid (op de naald- en persvoetstang). Onderdraad ophalen en onder- en bovendraad achter de boventransportvoet trekken.136

Omgeslagen kant van de stof met een afstand van 4 mm op een dun stuk papier of wateroplosbare vliese- line leggen en rijgen. Het midden van de persvoet in het midden tussen de twee stofvouwranden leggen en vastnaaien. Papier na het naaien verwijderen. A Dun papier B Rijgen138

Leg de beide stofdelen met de goede kanten tegen elkaar en stik ze met een rechte steek. Naden open strijken. Het midden van de persvoet op de naadlijn plaatsen en vastnaaien.140

Leg de beide stoflagen op de goede kanten op elkaar en naai langs de rand. Knip de rondingen met een naadtoeslag van 3 mm af. De naadtoeslag zoals weergegeven inknippen met een scherpe schaar. Stof draaien, de rondingen goed eruit drukken en met een strijkijzer strijken. Geborduurde schulprand

Mirror pattern sewing Spiegelen OPMERKINGEN: – Het directkeuzepatroon 8 / 9 / 0 en patroon 16–27 van groep B kan niet gespiegeld worden. – Gespiegelde patronen kunnen ook met andere patro- nen gecombineerd worden Kies een steekpatroon. Druk op de knop Spiegelen. Op het LCD-scherm verschijnt het symbool Spiegelen

Start met de Start/Stop-knop of met het voetpedaal, het motief wordt gespiegeld genaaid.

Steekpatroon in ‚normale‘ uitvoering

  • De tweelingnaald hoort bij de speciale accessoire en wordt niet meegeleverd bij deze computergestuurde naaimachine. Tweelingnaald plaatsen. AANWIJZING: Bij gebruik van een tweelingnaald moet altijd de universele voet ᄀ gebruikt worden, ongeacht de naaimethode. Gebruik alleen tweelingnaalden met een max. tussenaf- stand van 2 mm. Gebruik de horizontale garenpen en volg de gebruike- lijke route voor het inrijgen. Linkernaald inrijgen. De tweede garenpen (meegeleverd met de acces- soires) bovenop in de betreffende opening steken. Tweede garenklos plaatsen. Zoals gebruikelijk inrijgen maar de draadgeleiding langs de naald laten lopen en de rechternaald inrijgen. Rijg elke naald apart in. AANWIJZING: Zorg ervoor dat de twee draden van de tweelingnaald van dezelfde dikte zijn. De kleuren kunnen natuurlijk variëren. Voor het naaien moet met het handwiel worden gecontroleerd of de naald de naaldplaat niet raakt. Kies een patroon en naai het. U kunt alle patronen behalve de directkeuzepatronen en de patronen 16–27 van de groep B gebruiken. Er worden twee parallelle rijen steken genaaid. AANWIJZING: Naai bij het naaien met een tweelingnaald altijd op een lage snelheid om mooie naairesultaten te bereiken. De steekbreedte mag bij het naaien met een tweeling- naald niet te breed worden ingesteld.146 Patterns Patterns Bedienungshinweise im Display

1. Machine niet correct ingeregen. 1. Inrijging controleren. 39

2. Spoelhuis verkeerd ingeregen. 2. Spoelhuis inrijgen zoals afgebeeld. 37

3. Naald, draad en stof slecht op

3. De naald moet worden afgestemd

op de stof en het garen.

Naden trekken samen of de stof krult op

1. Te dikke naald voor de stof. 1. Dunnere naald gebruiken. 61

2. Verkeerde steeklengte. 2. Steeklengte aanpassen. 77

2. Bovendraad is niet goed ingere-

2. Opnieuw inrijgen.

3. Naald is te dik voor de stof. 3. Bij bovendraad en stof passende

4. Te lange steeklengte voor de

1. Draad loopt vast in de grijper. Bovendraad en onderdraadspoel ver-

wijderen. Handwiel handmatig heen en weer draaien en de draadresten verwijderen.

Machine maakt veel lawaai

1. Grijper of naaldstang vol pluizen. 1. Grijper en transporteur zoals be-

schreven vrij maken van pluizen.

2. Naald is beschadigd. 2. Nieuwe naald plaatsen. 63

3. Licht zoemend geluid van de

4. Draad loopt vast in de grijper. Bovendraad en onderdraadspoel ver-

wijderen. Handwiel handmatig heen en weer draaien en de draadresten verwijderen.

Controleer eerst het volgende voordat de machine als gevolg van storingen ter reparatie wordt aangeboden. Neem als het probleem aanhoudt contact op met het verkooppunt van het apparaat of de dichtstbijzijnde dealer. Storing Oorzaak Problemen oplossen Pagi-

1. Naaimachine niet goed ingere-

1. Rijg de naaimachine opnieuw in

3. Draad is te dik voor de naald. 3. Plaats een andere naaldgrootte. 61

4. Naald is niet correct geplaatst. 4. Naald verwijderen en opnieuw

plaatsen (platte kant naar achteren)

5. Draad wikkelt zich rond de

5. Garenklos verwijderen en draad

6. Naald is beschadigd. 6. Naald vervangen. 63

1. Spoelhuis niet correct geplaatst. 1. Spoelhuis verwijderen, terug-

plaatsen en aan de draad trekken. Draad moet soepel en gemakkelijk afwikkelen.

2. Spoelhuis verkeerd ingeregen. 2. Spoel en spoelhuis controleren. 37

Overgesla- gen steken

1. Naald is niet correct geplaatst. 1. Naald verwijderen en opnieuw

plaatsen (platte kant naar achte- ren).

2. Naald is beschadigd. 2. Nieuwe naald plaatsen. 63

3. Verkeerde naald (grootte) ge-

3. Bij bovendraad en stof passende

4. Persvoet niet correct geplaatst. 4. Controleren en correct plaatsen. 31

5. Naaimachine niet goed ingere-

5. Naaimachine opnieuw inrijgen.

1. Beschadigde naald. 1. Nieuwe naald plaatsen. 63

2. Naald is niet correct geplaatst. 2. Naald correct plaatsen (platte kant

3. Verkeerde naald voor de stof. 3. Bij stof en draad passende naald

4. Verkeerde persvoet gebruikt. 4. Juiste persvoet plaatsen. 53

5. Naaldhouderschroef zit los. 5. Schroef met de schroevendraaier

6. Ongeschikte persvoet geplaatst

voor het naaien van het ge- wenste steekpatroon.

6. Geschikte persvoet plaatsen voor

het gewenste steekpatroon. 58

7. Te hoge bovendraadspanning. 7. Bovendraadspanning verlagen. 51156

VERITAS AMELIA 100–240 V 50 / 60 Hz 70 W Protection class II Lamp 5 V max. 100 mW Verwijderingsmethoden Gebruikte elektrische en elektronische apparaten mogen in overeenstemming met de Europese regelgeving niet meer bij het ongesorteerd afval worden ge- plaatst. In Duitsland bent u wettelijk verplicht om afgedankte apparatuur in te leveren als gescheiden huishoudelijk afval. De gemeenten hebben inzamelpunten inge- steld waar afval van particuliere huishou- dens kan worden ingeleverd. Kijk op uw lokale afvalkalender of infor- meer bij uw gemeente naar de recycling of inzameling van gebruikte apparatuur. ELEKTRISCHE SPECIFICATIES VERITAS AMELIA 100–240 V 50/60 Hz 70 W Beschermklasse II Lamp 5 V max. 100 mW Entsorgung Mise au rebut Disposal Verwijderingwww.veritas-sewing.com www.facebook.com/veritassewing

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : VERITAS

Model : Amelia

Categorie : Naaimachine