PC7614V - Vermaler DOLMAR - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PC7614V DOLMAR in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PC7614V DOLMAR
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vermaler in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PC7614V - DOLMAR en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PC7614V van het merk DOLMAR.
GEBRUIKSAANWIJZING PC7614V DOLMAR
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u de doorslijpmachine in gebruik neemt en houdt u te allen tijde aan de
veiligheidsinstructies!
Bewaar deze gebruiksaanwijzing!
Importante:
(Originele instructies)
Hartelijk dank voor uw aanschaf van een DOLMAR-product!
Gefeliciteerd met uw keuze voor een DOLMAR-doorslijpmachine! Wij zijn ervan overtuigd dat u zeer tevreden zult zijn over dit moderne stuk gereedschap.
Wij willen dat u tevreden bent over uw DOLMAR-product.
Om een optimale werking en optimale prestaties van uw doorslijpmachine te garanderen, en om uw persoonlijke veiligheid te garanderen, verzoeken wij u het volgende te doen:
Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u de doorslijpmachine voor het eerst in gebruik neemt en houdt u te allen tijde aan de veiligheidsinstructies! Als u deze voorzorgsmaatregelen niet in acht neemt, kan dat leiden tot ernstig letsel of zelfs de dood!

Alleen voor Europese landen
EU-verklaring van conformiteit
Ondergetekenden, Tamiro Kishima en Rainer Bergfeld, als erkende vertegenwoordigers van Dolmar GmbH, verklaren dat de DOLMAR-machine(s):
Aanduiding van de machine: Doorslijpmachine
Modelnr./Type: PC-7612V en PC-7614V
Technische gegevens: zie de tabel "Technische gegevens". in serie zijn geproduceerd en
Voldoen aan de volgende Europese richtlijnen:
2000/14/EC en 2006/42/EC
En zijn gefabriceerd in overeenstemming met de volgende normen
of genormaliseerde documenten:
EN ISO 19432
De technische documentatie wordt bewaard door:
Dolmar GmbH,
De conformiteitsbeoordelingsprocedure vereist door Richtlijn
Officiële instantie:
TÜV Rheinland LGA Products GmbH
Tillystraße 2
D-90431 Nürnberg
Identificatienr. 0197
Gemeten geluidsvermogenniveau: 113 dB (A)
Gegarandeerd geluidsvermogenniveau: 114 dB (A)
-
- 2011

Tamiro Kishima Hoofddirecteur
Inhoud van de verpakking ....107
Symbolen 107
VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELEN 108
Algemene voorzorgsmaatregelen 108
Veiligheidsuitrusting 108
Brandstof en bijvullen 109
In gebruik nemen 109
Doorslijpschijven 110
Terugslag en vastlopen 111
Gedrag tijdens het werk / Werkwijze.... 111
Doorslijpen van metaal 112
Doorslijpen van steen en beton.... 112
Vervoer en opslag 113
Onderhoud 114
EHBO....114
Naam en plaats van de onderdelen 116
De doorslijpschijf aanbrengen 117
Aandrijfriem spannen / Aandrijfriemspanning controleren..... 118
Vóór gebruik....118
Gebruik....120
Starten 120
De carburator afstellen 121
ONDERHOUD 121
Aandrijfriem 122
De beschermkap reinigen 122
Het luchtfilter reinigen/vervangen 123
De bougie onderhouden....124
Het brandstofffilter vervangen ....124
De trekstartinrichting reinigen 125
De positie van de slijpkop veranderen (midden/zijkant) ......126
SPECIALE ACCESSOIRES ....127
Diamantdoorslijpschijven 127
Slijpwagen 127
Watertank (onderdeel van de slijpwagen) 127
Waterleidingnetwerk/waterspuitsysteem 127
Onderhoudsschema 128
Storingzoeken 129
Problemen oplossen ....130
Opslag 131
Verpakking
Uw DOLMAR-doorslijpmachine is verpakt in een kartonnen doos om beschadiging tijdens transport te voorkomen.
Karton is een ruw basismateriaal en kan daarom opnieuw worden gebruikt en is geschikt om te recyclen (oud papier recyclen).


Inhoud van de verpakking

- Doorslijpmachine
- Combinatiesleutel 13/19 AF
- Stersleutel
- Schroevendraaier voor afstellen van carburateur
- Adapterring (Gereedschappen in bepaalde landen hebben deze ring mogelijk niet nodig.)
- Gebruiksaanwijzing (niet afgebeeld)
In het geval dat een van de vermelde onderdelen niet in de verpakking aanwezig is, neemt u contact op met uw verkoper.
Symbolen
Op de doorslijpmachine en in de gebruiksaanwijzing vindt u de volgende symbolen:

Lees de gebruiksaanwijzing en volg de waarschuwingen en veiligheidsvoorzorgsmaatregelen op!

Bijzondere zorg en voorzichtigheid!

Verboden!

Draag een veiligheidshelm, gezichts- en gehoorbescherming, en gebruik ademhalingbeschermingsapparatuur!

Draag veiligheidshandschoenen!

Verboden te roken!

Geen open vuur!

Draairichting van de doorslijpschijf

⚠ WAARSCHUWING: de maximale omtreksnelheid van de doorslijpschijf is 80 m/s!

Afmetingen van de doorslijpschijf

Nooit cirkelzaagbladen gebruiken!

Gebruik nooit defecte scheidingsschijven!

Motor handmatig starten

Zet de motor uit!

Waarschuwing! Terugslag!

Brandstof (benzine)

EHBO

Recyclen

CE-symbol
VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELEN
Algemene voorzorgsmaatregelen
- De gebruiker MOET deze gebruiksaanwijzing lezen om een veilige bediening te garanderen (zelfs als u reeds ervaring hebt in het gebruik van een doorslijpmachine). Het is belangrijk bekend te zijn met de bediening van deze specifieke doorslijpmachine. Gebruikers die onvoldoende geïnformeerd zijn, brengen zichzelf en anderen in gevaar als gevolg van onjuist omgaan met het gereedschap.
- Laat alleen personen die ervaring hebben in het werken met doorslijpmachines met dit gereedschap werken. Wanneer u iemand anders met de doorslijpmachine laar werken, moet u deze gebruiksaanwijzing erbij geven.
- Mensen die de doorslijpmachine voor het eerst gaan gebruiken, moeten een specialist vragen hen te instrueren in het werken met een benzinemotor-aangedreven doorslijpmachine.
- Kinderen en personen onder 18 jaar mogen deze doorslijpmachine niet bedienen. Jongeren die ouder zijn dan 16 jaar mogen echter de doorslijpmachine gebruiken om te oefenen, zolang ze onder toezicht staan van een gekwalificeerde begeleider.
- Werken met een doorslijpmachine vereist een hoge mate van concentratie.
- Gebruik de doorslijpmachine alleen als u in goede lichamelijke conditie bent. Als u vermoeid bent, kunt u zich minder goed concentreren. Wees met name voorzichtig aan het einde van de werkdag. Werk altijd rustig en voorzichtig. De gebruiker is aansprakelijk ten opzichte van anderen.
- Werk nooit terwijl u onder invloed bent van drugs, alcohol, medicijnen of andere stoffen die een negatieve invloed kunnen hebben op uw gezichtsvermogen, behendigheid of beoordelingsvermogen.
- Een brandblusser moet beschikbaar zijn in de onmiddellijke nabijheid.
- Asbest en andere materialen waaruit giftige stoffen kunnen vrijkomen mogen alleen worden doorgeslepen na het treffen van de benodigde veiligheidsvoorzorgsmaatregelen en na het melden bij de betreffende autoriteiten en onder hun supervisie of van iemand die door hen is aangewezen.
- Om letsels aan hoofd, ogen, handen of voeten te voorkomen en om uw gehoor te beschermen, moet de volgende veiligheidsuitrusting worden gebruikt tijdens het werken met de doorslijpmachine:
- Het type kleding moet geschikt zijn, d.w.z. deze moet nauwsluitend zijn zonder u te hinderen. Kleding waarin stukjes materiaal zich kunnen ophopen (in omgeslagen broekspijpen, openstaande broek- en borstzakken, enz.) mag niet worden gedragen, met name niet tijdens het doorslijpen van metaal.
- Draag geen sierraden of kleding die gegrepen kan worden of kan afleiden van de bediening van de doorslijpmachine.
- Het is noodzakelijk een veiligheidshelm te dragen wanneer u met de doorslijpmachine werkt. U moet de veiligheidshelm (A) regelmatig controleren op beschadigingen en deze na uiterlijk 5 jaar vervangen. Gebruik alleen goedgekeurde veiligheidshelmen.
- Het spatscherm (B) van de helm beschermt het gezicht tegen stof en stukjes materiaal. Om verwondingen aan ogen en gezicht te voorkomen, moet u altijd een veiligheidsbril (C) of spatscherm dragen tijdens het werken met de doorslijpmachine.
- Om gehoorbeschadiging te voorkomen, draagt u altijd geschikte, persoonlijke gehoorbescherming (oorbeschermers (D), oordopjes, enz.). Octaafbandanalyse op verzoek beschikbaar.
- Bij het droog doorslijpen in stofproducerende materialen, zoals steen of beton, draagt u altijd goedgekeurde ademhalingbeschermingsapparatuur (E).
- Werkhandschoenen (F) van sterk leer maken deel uit van de vereiste beschermingsmiddelen voor het werken met de doorslijpmachine en moeten altijd worden gedragen tijdens het werken met de doorslijpmachine.

text_image
1
- Draag altijd veiligheidsschoenen of -laarzen (G) met stalen neuzen, antislipzolen en beenbeschermers tijdens het werken met de doorslijpmachine. Veiligheidsschoenen die zijn voorzien van een beschermende laag bieden bescherming tegen sneden en zorgen ervoor dat u stevig staat.
- Draag altijd een werkpak (H) van stevig materiaal.
Brandstof en bijvullen
- Ga naar een veilige, horizontale plaats om brandstof bij te vullen. Vul nooit brandstof bij op een steiger, op een berg materiaal of op soortgelijke plaatsen!
- Schakel de motor uit voordat u brandstof bijvult in de doorslijpmachine.
- Niet roken of werken in de buurt van open vuur (6).
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Brandstoffen kunnen stoffen bevatten die soortgelijk zijn aan oplosmiddelen. Uw ogen en huid mogen niet in aanraking komen met minerale-olieproducten. Draag altijd veiligheidshandschoenen tijdens het bijvullen van de brandstof (dus niet de normale werkhandschoenen!). Verschoon en was beschermende kleding veelvuldig. Adem geen brandstofdampen in. Het inademen van brandstofdampen kan schadelijk zijn voor uw gezondheid.
- Mors geen brandstof. Als brandstof is gemorst, reinigt u de doorslijpmachine onmiddellijk. Brandstof mag niet op kleding komen. Als uw kleding in aanraking is gekomen met brandstof, trekt u direct schone kleding aan.
- Zorg ervoor dat brandstof niet in de grond komt (milieuverontreiniging). Werk op een geschikte ondergrond.
- Brandstof bijvullen is niet toegestaan in gesloten vertrekken. Brandstofdampen verzamelen zich vlak boven de vloer (explosiegevaar).
- Verzeker u ervan dat de vuldop stevig op de brandstoftank is gedraaid.
- Voordat u de motor start, verplaatst u de doorslijpmachine naar een plaats ten minste 3 meter verwijderd van de plaats waar u de brandstof hebt bijgevuld (7), maar niet binnen het werpgebied van de doorslijpschijf (in de richting van de vonken).
- Brandstof kan niet gedurende een onbeperkte tijd worden bewaard. Koop niet meer brandstof dan u in de nabije toekomst nodig zult hebben.
- Gebruik uitsluitend goedgekeurde en gemerkte flessen of jerrycans om brandstof in te bewaren en te vervoeren.
- Houdt brandstof buiten bereik van kinderen!
In gebruik nemen
- Werk niet alleen. Er moet iemand in de buurt zijn in geval van nood (binnen gehoorafstand).
- Houd u aan alle regels met betrekking tot geluidsoverlast wanneer u in een woonwijk werkt.
- Gebruik de doorslijpmachine nooit in de buurt van brandbare materialen of explosieve gassen! De doorslijpmachine kan vonken produceren die brand of een explosie kunnen veroorzaken!
- Zorg ervoor dat iedereen binnen een straal van 30 meter, zoals andere werknemers, een veiligheidsuitrusting dragen (zie "Veiligheidsuitrusting") (8). Kinderen en andere onbevoegde personen moeten meer dan 30 meter uit de buurt van de werkplek blijven. Let ook op eventuele dieren in het werkgebied (9).
- Alvorens met de werkzaamheden te beginnen moet de doorslijpmachine worden gecontroleerd op een perfecte werking en bedrijfsveiligheid overeenkomstig de voorschriften.
Controleer met name of de doorslijpmachine in goede staat verkeert (vervang gescheurde, beschadigde of gebogen onderdelen onmiddellijk), de doorslijpmachine goed bevestigd is, de beschermkap vergrendeld is, de handbescherming goed bevestigd is, de aandrijfriem goed gespannen is, de gashendel gemakkelijk te bedienen is, de handgrepen door en schoon zijn, en de combinatieschakelaar goed functioneert.
- Start de doorslijpmachine alleen nadat deze volledig in elkaar gezet en gecontroleerd is. Gebruik de doorslijpmachine nooit als deze niet volledig in elkaar gezet is.

- De beschermkap moet altijd gesloten zijn! Verwissel de schijf alleen wanneer de motor uitgeschakeld is!
- Er zijn in principe twee typen doorslijpschijven:
- Voor metaal (heet doorslijpen)
- Voor steen (koud doorslijpen)
OPMERKING:
Bij gebruik van diamantdoorslijpschijven, moet u goed op de markeringen voor de draairichting letten. Diamantschijven mogen alleen worden gebruikt voor het doorslijpen van metselwerk, steen, beton, enz.
- Doorslijpschijven zijn alleen bedoeld voor radiale belasting, d.w.z. voor doorslijpen.
Gebruik nooit de zijkant van de doorslijpschijf! Hierdoor zal de schijf breken (10)!

LET OP:
Buig nooit de slijprichting om (met een draaicirkelstraal van minder dan 5 meter), oefen nooit laterale (zijdelingse) kracht uit, en kantel nooit de doorslijpmachine tijdens het doorslijpen (11)!
- Gebruik de doorslijpschijf alleen voor het doorslijpen in materialen waar deze voor bedoeld is. Het juiste type schijf, voor metaal of voor steen, moet worden gebruikt.
- Het asgat (middengat) van de doorslijpschijf moet exact om de as passen. Als het asgat groter is dan de asdiameter, moet een opvulring (accessoire) worden gebruikt.
- Gebruik alleen doorslijpschijven die zijn goedgekeurd door de DSA (Duitse schuurschijf associatie) of gelijkwaardige organisatie voor doorslijpen uit de vrije hand tot 4.370 tpm (omtreksnelheid = 80 m/sec) voor schijven van 14"/355 mm, of tot 5.100 tpm (omtreksnelheid = 80 m/sec) voor schijven van 12"/300 mm.
- De schijf mag geen gebreken vertonen (12). Gebruik geen beschadigde doorslijpschijven.
Haal de bevestigingsbout van de doorslijpschijf altijd aan met een draaikoppel van 30 Nm. Anders kan de doorslijpschijf verdraaien.
- Voordat u de doorslijpmachine start, zorgt u ervoor dat u stevig staat.
- Neem de doorslijpmachine alleen in gebruik zoals beschreven in deze gebruiksaanwijzing (13). Zet altijd uw linkervoet in de achterhandgreep en pak de andere handgreep stevig vast (met duim en vingers). Andere manieren van starten zijn niet toegestaan.
- Bij het starten van de doorslijpmachine moet deze goed ondersteund en stevig vastgehouden worden. De doorslijpschijf mag niets raken.
- Als de doorslijpschijf nieuw is, test u deze door deze ten minste 60 seconden op het maximumtoerental te laten draaien. Wanneer u dit doet, zorgt u ervoor dat zich geen personen of lichaamsdelen bevinden in het werpgebied van de doorslijpschijf, voor het geval deze defect is, in stukken breekt en in het rond vliegt.
- Houd de doorslijpmachine tijdens het werken altijd met twee handen vast. Houd de achterhandgreep vast met uw rechterhand en de beugelhandgreep met uw linkerhand. Houd de handgrepen stevig vast met uw duim in tegenovergestelde richting van uw vingers.
- LET OP: Nadat u de gashendel hebt losgelaten, blijft de schijf nog een korte tijd doordraaien (uitlopen).
- Zorg er voortdurend voor dat u stevig staat.
- Houd de doorslijpmachine zodanig vast dat u niet de uitlaatgassen inademt. Werk niet in afgesloten vertrekken of in diepe gaten of greppels (gevaar voor vergiftiging door dampen).
- Schakel de doorslijpmachine onmiddellijk uit wanneer u enige verandering in het gedrag van de doorslijpmachine opmerkt.
- Schakel de motor uit voordat u de spanning van de aandrijfriem controleert of afstelt, de bevestigingspositie van de slijpkop verandert (zijkant of midden), of storingen opheft (14).
- Schakel de motor onmiddellijk uit en controleer de schijf als u enige verandering in het gedrag van de doorslijpmachine hoort of voelt.
- Schakel de doorslijpmachine uit wanneer u een pauze neemt of met werken stopt (14). Plaats de doorslijpmachine op zo'n manier dat de schijf niets raakt en voor niemand gevaar oplevert.
- Plaats de hete doorslijpmachine niet in droog gras of op brandbare voorwerpen. De uitlaatdemper is zeer heet (gevaar van brand).
- BELANGRIJK: Na nat doorslijpen, stopt u eerst de aanvoer van het water en laat u vervolgens de schijf 30 seconden draaien zodat het resterende water van de schijf af geworpen wordt en corrosie wordt voorkomen.

text_image
STOP Onderhoud Brandstof bijvullen Verwisselen van de doorslijpschijf Positie van de slijpkop veranderen Stoppen met werken Vervoer Uit bedrijf nemenTerugslag en vastlopen
- Tijdens het werken met de doorslijpmachine bestaat het gevaar van terugslag en vastlopen.
- Terugslag treedt op wanneer het bovenste deel van de doorslijpschijf wordt gebruikt voor het doorslijpen (15).
- Hierdoor wordt de doorslijpmachine met grote kracht en ongecontroleerd in de richting van de gebruiker teruggeworpen. Gevaar van letsel!
Om terugslag te voorkomen, houdt u rekening met het volgende:
- Slijp nooit met het segment van de doorslijpschijf aangegeven in afbeelding 15. Wees bijzonder voorzichtig wanneer u de schijf opnieuw inbrengt in een reeds bestaande snede!
- Vastlopen treedt op wanneer de snede vernauwt (scheur, of werkstuk onder spanning).
- Hierdoor springt de doorslijpmachine plotseling, ongecontroleerd en met grote kracht naar voren. Gevaar van letsel!
Om vastlopen te voorkomen, houdt u rekening met het volgende:
- Wanneer u de schijf opnieuw in een bestaande snede inbrengt, laat u de doorslijpmachine op maximumtoerental draaien. Slijp altijd op maximumtoerental.
- Ondersteun het werkstuk altijd zo dat de snede onder zodanige spanning staat (16) dat deze niet wordt dichtgedrukt en de doorslijpschijf kan vastlopen naarmate hij door het materiaal slijpt.
- Breng bij het aanvangen van een snede de schijf voorzichtig in aanraking met het werkstuk.
Duw de schijf niet botweg in het materiaal.
- Slijp nooit meer dan één stuk materiaal tegelijk. Let er bij het doorslijpen op dat de schijf geen ander werkstuk raakt.
Gedrag tijdens het werk / Werkwijze
- Voordat u begint te werken, controleert u het werkgebied op eventuele gevaren (zoals elektrische draden, brandbare materialen, enz.). Markeer het werkgebied duidelijk (bijvoorbeeld met waarschuwingsborden of door het gebied af te zetten).
- Wanneer u met de doorslijpmachine werkt, houdt u hem stevig vast aan de voor- en achterhandgrepen. Laat de doorslijpmachine nooit onbeheerd achter!
- Gebruik indien mogelijk de doorslijpmachine op zijn nominale astoerental (zie "Technische gegevens").
- Gebruik de doorslijpmachine alleen wanneer u goed licht en zicht hebt. Wees bedacht op gladde of natte plaatsen en op ijs en sneeuw (kans op uitglijden).
- Werk nooit op onstabiele oppervlakken. Zorg ervoor dat zich in het werkgebied geen obstakels bevinden (kans op struikelen). Zorg er altijd voor dat u stevig staat.
- Slijp nooit boven schouderhoogte (17).
- Sta nooit op een ladder bij het doorslijpen (17).
- Gebruik de doorslijpmachine nooit terwijl u op een steiger staat.
- Leun niet te ver naar voren tijdens het werk. Bij het neerzetten en oppakken van de doorslijpmachine, buigt u niet uw bovenlichaam voorover, maar buigt u uw knieën. Denk om uw rug!
- Geleid de doorslijpmachine op zo'n manier dat geen enkel deel van uw lichaam zich binnen het werpgebied van de schijf bevindt (18).
- Gebruik doorslijpschijven alleen in de materialen waarvoor ze zijn ontworpen.
- Gebruik de doorslijpmachine niet om stukjes materiaal en andere voorwerpen op te pakken en weg te schuiven.
Belangrijk! Alvorens door te slijpen, verwijdert u alle vreemde voorwerpen, zoals stenen, kiezels, spijkers, enz., uit het slijpgebied. Anders kunnen dergelijke voorwerpen met hoge snelheid worden weggeworpen door de schijf. Gevaar van letsel!
- Wanneer u een werkstuk op lengte doorslijpt, gebruikt u een stevige ondersteuning. Indien nodig, zet u het werkstuk vast zodat het niet kan wegglijden, maar houdt het niet op zijn plaats met uw voet en laat een ander het niet vasthouden.
- Wanneer u een rond werkstuk doorslijpt, zet u dit vast zodat het niet kan ronddraaien.
- Wanneer u de doorslijpmachine vanuit de hand gebruikt, bevestigt u de slijpkop alleen aan de zijkant op de doorslijpmachine wanneer dit echt nodig is. In alle andere gevallen gebruikt u de centrale positie. Hiermee heeft de doorslijpmachine een betere balans en wordt de gebruiker minder snel moe.

Doorslijpen van metaal

BELANGRIJK!
Draag altijd goedgekeurde ademhalingbeschermingsapparatuur! Materialen waaruit giftige stoffen kunnen vrijkomen mogen alleen worden doorgeslepen na het melden bij de betreffende autoriteiten en onder hun supervisie of van iemand die door hen is aangewezen.

LET OP:
Door het snel ronddraaien van de doorslijpschijf wordt het metaal warm zodat het smelt op het raakpunt. Breng de beschermkap achter de snede zover mogelijk naar beneden (19) zodat de vonkenregen naar voren wordt geworpen, weg van de gebruiker (brandgevaar).
- Bepaal de richting waarin u wilt doorslijpen, markeer de snede en breng de schijf met een gemiddeld toerental in aanraking met het materiaal om een geleidegroef te maken, voordat u overgaat op het maximumtoerental en meer druk uitoefent op de doorslijpmachine.
- Houd de schijf recht en verticaal. Kantel de schijf niet aangezien deze hierdoor kan breken.
- De beste manier om een goede, schone snede te maken, is om de doorslijpmachine beurtelings naar voren te duwen en naar achteren te trekken. Druk de schijf niet gewoon in het materiaal.
- Dik, rond materiaal kan het best in fasen worden doorgeslepen (20).
- Dunne slangen en buizen kunnen worden doorgeslepen met een simpele, neerwaartse snede.
- Slijp buizen met een grote diameter op dezelfde manier door als ronde materialen. Om omvallen te voorkomen en om een betere controle te verkrijgen, mag de schijf niet te diep in het materiaal zakken. Slijp in plaats daarvan ondiep rond het hele werkstuk.
- Gesleten schijven hebben een iets kleinere diameter dan nieuwe schijven, waardoor ze bij hetzelfde motortoerental een lagere, effectieve omtreksnelheid hebben en daardoor niet zo goed doorslijpen.
- Slijp I-balken en hoeklijnen stapsgewijs door (zie afb. 21).
- Slijp banden en platen op dezelfde manier door als buizen: langs de brede kant met een lange snede.
- Wanneer u materiaal onder spanning doorslijpt (ondersteund materiaal of materiaal in een gebouw), brengt u altijd eerst een inkeping aan in de drukzijde en slijpt u vervolgens door vanaf de trekzijde zodat de schijf niet vastloopt. Voorkom dat het eraf geslepen materiaal valt!

LET OP:
Als de kans bestaat dat het materiaal onder spanning staat, moet u voorbereid zijn op terugslag. Zorg ervoor dat u aan de kant kunt springen als dat nodig is!
Wees bijzonder voorzichtig in metaalschrootbedrijven, op autosloperijen, op ongevallocaties en bij bergen los gestort materiaal. Gevaarlijk balancerende materiaaldelen of delen onder spanning kunnen op onvoorspelbare wijze bewegen en kunnen verschuiven, opspringen of barsten. Beveilig doorslijpmateriaal tegen vallen! Wees altijd uiterst voorzichtig en gebruik uitsluitend apparatuur die in perfecte staat verkeert.
Houd u aan de voorschriften voor ongevallenpreventie en de regels van uw werkgever en/of verzekeringsmaatschappij.
Doorslijpen van steen en beton
BELANGRIJK!
Draag altijd goedgekeurde ademhalingbeschermingsapparatuur!
Asbest en andere materialen waaruit giftige stoffen kunnen vrijkomen mogen alleen worden doorgeslepen na het melden bij de betreffende autoriteiten en onder hun supervisie of van iemand die door hen is aangewezen. Volg voor het doorslijpen van voorgespannen en gewapend beton de richtlijnen en regels van de verantwoordelijke autoriteiten of de bouwer van het constructie-element. De bewapening moet worden doorgeslepen in de voorgeschreven volgorde overeenkomstig de toepasselijke veiligheidsinstructies.
OPMERKING:
Cement, steen en beton genereren tijdens het doorslijpen grote hoeveelheden stof. Om de levensduur van de doorslijpschijf te vergroten (door te koelen), om het zicht te verbeteren en om het genereren van buitensporig veel stof te voorkomen, adviseren wij u met klem nat door te slijpen in plaats van droog.

Bij nat doorslijpen wordt de schijf gelijkmatig aan beide zijden nat gehouden door een stroompje water. DOLMAR levert de juiste accessoires voor alle toepassingen van nat doorslijpen (zie ook "SPECIALE ACCESSOIRES").
- Verwijder vreemde voorwerpen, zoals zand, stenen en spijkers, die zich binnen het werkgebied bevinden. LET OP: Kijk uit naar elektriciteitsdraden en -kabels!
Door het snel ronddraaien van de doorslijpschijf op het raakpunt worden stukjes materiaal op hoge snelheid uit de snede geworpen. Voor uw veiligheid, brengt u de beschermkap zo ver mogelijk naar beneden achter de snede (23) zodat de stukjes materiaal naar voren wordt geworpen, weg van de gebruiker.
- Markeer de snede en maak vervolgens een groef ongeveer 5 mm langs de hele lengte van de geplande snede. Deze groef doet dienst als richtlijn voor de doorslijpmachine om nauwkeurig te richten tijdens het werkelijke doorslijpen.
OPMERKING:
Voor lange, rechte sneden adviseren wij u een slijpwagen te gebruiken (24, zie ook "SPECIALE ACCESSOIRES"). Hierdoor wordt het veel gemakkelijker om de doorslijpmachine recht te geleiden.
- Voer de snede uit met een regelmatige heen-en-weer gaande beweging. - Bij het op maat doorslijpen van platen, hoeft u niet door de volledige dikte van het materiaal te slijpen (waarbij onnodig veel stof wordt gegenereerd). In plaats daarvan maakt u simpelweg een ondiepe groef en slaat u vervolgens het restmateriaal op het platte oppervlak schoon af (25).
VOORZICHTIG!
Bij het op lengte afslijpen, door materiaal heen slijpen, openingen slijpen in materiaal, enz., maakt u van tevoren een plan van de richting en volgorde van de sneden op een zodanige manier dat de schijf niet vastloopt tegen het af te slijpen deel, en dat geen personen gewond kunnen raken door vallende stukken materiaal.
Vervoer en opslag
- Schakel de doorslijpmachine altijd uit wanneer u hem vervoert of verplaatst tussen twee locaties op een werkterrein (26).
- Draag of verplaats de doorslijpmachine nooit terwijl de motor loopt of de doorslijpschijf draait!
- Draag het gereedschap alleen aan de (middelste) beugelhandgreep met de doorslijpschijf naar achteren gericht (26). Vermijd aanraking van de uitlaatdemper (verbrandingsgevaar!).
- Wanneer de doorslijpmachine over een grote afstand wordt verplaatst, gebruikt u een kruiwagen of plateauwagen.
- Wanneer de doorslijpmachine in een voertuig wordt vervoerd, zorgt u ervoor dat hij stevig is vastgezet op een zodanige manier dat er geen brandstof uit kan lekken.
Verwijder altijd de doorslijpschijf voordat u de doorslijpmachine in een voertuig vervoert.
- De doorslijpmachine moet veilig worden opgeslagen op een droge plaats. Hij mag niet buiten worden achtergelaten! Haal de doorslijpschijf er altijd af voordat u de doorslijpmachine opslaat. Houd de doorslijpmachine uit de buurt van kinderen.
- Voordat de doorslijpmachine langdurig wordt opgeslagen en voordat de doorslijpmachine wordt verstuurd, volgt u de instructies in het hoofdstuk "Opslag". Maak de brandstoftank ALTIJD leeg en laat de carburator droog draaien.
- Wanneer doorslijpschijven worden opgeslagen, gaat u als volgt te werk:
- Goed schoon en droog maken.
- Plat neerleggen.
- Vochtigheid, vorst, direct zonlicht, hoge temperaturen en temperatuurschommelingen vermijden, aangezien hierdoor breuk en splinteren kan ontstaan.
- Controleer nieuwe doorslijpschijven en doorslijpschijven die uit opslag zijn gehaald altijd om u ervan te overtuigen dat ze geen gebreken vertonen.

- Alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren, schakelt u de doorslijpmachine uit (27) en trekt u de bougiekap eraf.
- Controleer de doorslijpmachine altijd voordat u hem gebruikt om er zeker van te zijn dat hij in goede staat verkeert. Controleer met name of de doorslijpschijf goed is bevestigd. Controleer of de doorslijpschijf onbeschadigd is en geschikt is voor de taak waarvoor hij gaat worden gebruikt.
- Bedien de doorslijpmachine alleen op lage geluids- en emissieniveaus. Hiertoe moet de carburator goed zijn afgesteld.
- Reinig de doorslijpmachine regelmatig.
- Controleer regelmatig of de brandstoftankvuldop goed afsluit.
Volg de instructies voor het voorkomen van ongevallen die door de relevante beroepsverenigingen en verzekeringsmaatschappijen zijn uitgegeven. Breng NOOIT wijzigingen aan op de doorslijpmachine! Hiermee brengt u alleen maar uw eigen veiligheid in gevaar!
Voer uitsluitend de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uit die worden beschreven in de gebruiksaanwijzing. Alle andere werkzaamheden moeten worden uitgevoerd door DOLMAR Service (28).
Gebruik uitsluitend originele vervangingsonderdelen en accessoires van DOLMAR.
Bij gebruik van vervangingsonderdelen, accessoires of doorslijpschijven van andere fabrikanten dan DOLMAR, wordt de kans op een ongeval vergroot. Wij accepteren geen enkele verantwoordelijkheid voor ongevallen of schade die zich voordoen als gevolg van het gebruik van andere vervangingsonderdelen, accessoires of doorslijpschijven dan originele DOLMAR-producten.


27
DOLMAR

SERVICE
28
EHBO (29)
Zorg ervoor dat een EHBO-doos altijd dichtbij en onmiddellijk beschikbaar is. Vervang onmiddellijk elk item dat uit de EHBO-doos wordt gebruikt.
Geef de volgende informatie wanneer u hulp inroept:
- Plaats van het ongeval
- Beschrijving van het ongeval
- Aantal gewonde mensen
- Soort letsels
- Uw naam!
OPMERKING:
Personen met een slechte bloedsomloop die worden blootgesteld aan sterke trillingen, kunnen verwondingen aan bloedvaten of het zenuwstelsel oplopen. Trillingen kunnen de volgende symptomen veroorzaken in de vingers, handen of polsen: "slapen" (ongevoeligheid), tintellingen, pijn, stekend gevoel, veranderen van huidskleur of van de huid.
Als een van deze symptomen zich voordoet, raadpleegt u uw huisarts!

natural_image
Simple white cross symbol on black background (no text or symbols)29
Technische gegevens
| Item\Model | PC-7612V PC-7614V | ||||
| Motor Cilinderinhoud cm ^3 | 75,6 | ||||
| Boring mm 51 | |||||
| Slag mm 37 | |||||
| Max. vermogen kW 3,0 | |||||
| Max. koppel Nm 4,6 | |||||
| Stationair toerental min ^-1 | 2.600 | ||||
| Koppeling Automatisch centrifugaal systeem | |||||
| Begrenzing van motortoerental min ^-1 | 9.100 | ||||
| Max. astoerental min ^-1 | 4.300 | ||||
| Carburator | Membraantype | ||||
| Ontstekingssysteem (met snelheidsbegrenzing) | Contactloos, magneettype | ||||
| Bougie Type NGK CMR6H | |||||
| Elektrodenafstand mm | 0,5 | ||||
| Startsysteem | Trekstartsysteem | ||||
| Brandstofverbruik bij max. belasting kg/u volgens ISO 8893 | 1,2 | ||||
| Specifiek brandstofverbruik bij max. g/kWh belasting volgens ISO 8893 | 400 | ||||
| Brandstof | Benzine voor auto's | ||||
| Inhoud brandstoftank I | 1,1 | ||||
| Smeermiddel (motorolie) | Olie van API-classificatie, SF-klasse of beter, SAE 10W-30 (4-taktmotorolie voor auto's) | ||||
| Hoeveelheid smeermiddel I | 0,22 | ||||
| Doorslijpschijf voor 80 m/sec of sneller ^1) (DSA-goedgekeurd): afmetingen mm | 300 / 20 / 5 ^2) | 300 / 25,4 / 5 ^2) | 350 / 20 / 5 ^2) | 350 / 25,4 / 5 ^2) | |
| Geluidsdrukniveau ( L_PA ) volgens EN ISO 19432 ^3) dB (A) | 92,7 | ||||
| Onzekerheid (K) dB (A) | 2,5 | ||||
| Geluidsvermogenniveau ( L_WA ) volgens EN ISO 19432 dB (A) | 104,6 | ||||
| Onzekerheid (K) dB (A) | 2,5 | ||||
| Trillingsversnelling a _n,w volgens EN ISO 19432 | |||||
| -Voorhandgreep (stationair/nominaal astoerental) m/s ^2 | 2,7 | ||||
| Onzekerheid (K) m/s ^2 | 2,0 | ||||
| -Achterhandgreep (stationair/nominaal astoerental) m/s ^2 | 1,8 | ||||
| Onzekerheid (K) m/s ^2 | 2,0 | ||||
| Asgatdiameter mm | 20,0 | 25,4 | 20,0 | 25,4 | |
| Asdiameter mm | 17 | 17 of 25,4 ^4) | |||
| Minimale buitendiameter van flens mm | 102 | ||||
| Max. slijpdiepte mm | 97 | 122 | |||
| Afmetingen doorslijpmachine (totale lengte x totale breedte x totale hoogte) | 761 mm x 310 mm x 435 mm | 780 mm x 310 mm x 455 mm | |||
| Aandrijfriem nr. | 225094-6 | ||||
| Totaalgewicht (tanks leeg, zonder doorslijpschijf) kg | 12,7 | 12,9 | |||
1) Omtreksnelheid bij maximummotortoerental
2) Buitendiameter/asgat/dikte
3) Op de werkplek (gemeten aan het oor van de gebruiker)
4) Afhankelijk van het land
Naam en plaats van de onderdelen
- Achterhandgreep
- Filterkap
- Vergrendelschroef van de bovenkap
- Bovenkap van luchtfilter en bougiekap
- Bovenkap
- Voorhandgreep
- Beschermkap
- Spanschroef
- Zeskantmoeren
- Demper
- Trekstarthandgreep
- Olievuldop
- Brandstoftankvuldop
- Brandstofhandpomp (choke)
- Doorslijpschijf
- Buitenflens
- Zeskantbout
- Schakelaar
- Veiligheidsvergrendelknop
- Gashendel

Schakel altijd de motor uit en trek de bougiekap eraf voordat u enige werkzaamheden aan de doorslijpmachine uitvoert! Draag altijd veiligheidshandschoenen!
LET OP:
Start de doorslijpmachine alleen nadat deze volledig in elkaar gezet en gecontroleerd is.
Voor de volgende werkzaamheden gebruikt u de gereedschappen die erbij werden geleverd:
- Combinatiesleutel 13/16 AF
- Stersleutel
- Schroevendraaier voor afstellen van carburateur
- Adapterring
Plaats de doorslijpmachine op een stabiele ondergrond en voer de volgende stappen uit om hem in elkaar te zetten:

Er is geen luchtfilter gemonteerd!
Knijp voor gebruik meerdere keren in het bijgeleverde filter zodat de olie gelijkmatig verdeeld wordt over het hele filter. Plaats een geolied schuimrubberen filter (voorfilter) zoals aangegeven in de afbeelding hiernaast. Verwijder hiertoe eerst de filterkap (zie de tekst onder Het luchtfilter reinlgen/vervangen).

De doorslijpschijf aanbrengen

WAARSCHUWING:
- Wanneer een diamantdoorslijpschijf wordt aangebracht, let u erop deze zo aan te brengen dat de pijl in dezelfde richting wijst als waarin de buitenflens (6) draait. Als de diamantdoorslijpschijf (4) wordt aangebracht terwijl zijn pijl in de tegenovergestelde richting wijst als die op de beschermkap, kunnen stukjes van de rand van de schijf afbreken en persoonlijk letsel veroorzaken.
- Gebruik bij het aanbrengen van een doorslijpschijf (4) altijd de ring die overeenkomt met het middengat van de doorslijpschijf en de diameter van de as (5). Als u geen passende ring gebruikt, kan het gereedschap gaan trillen waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan.
- Gebruik uitsluitend doorslijpschijven met een middengat dat overeenkomt met de diameter van de bijgeleverde ring(en). Als u een niet-passende schijf gebruikt, kan het gereedschap gaan trillen waardoor ernstig persoonlijk letsel kan ontstaan.
-
Controleer een doorslijpschijf op beschadigingen (zie het tekstdeel onder het kopje "Doorslijpschijven" in het hoofdstuk "VEILIGHEIDSVOORZORGSMAATREGELEN").
-
Steek de stersleutel (2) in het gat (8) om te voorkomen dat de as (5) meedraait.
OPMERKING: Als de houder van het waterspuitsysteem is bevestigd in het gat in het gereedschap, verwijdert u deze voordat u de doorslijpschijf aanbrengt.
- Terwijl u de sleutel (2) in die positie houdt, draait u met de bijgeleverde combinatiesleutel (1) de bout (7) waarmee de schijf is vastgezet linksom en verwijdert u de bout (7) en de buitenflens (6).
- Breng een diamantschijf/doorslijpschijf (4) aan op de as (5). Plaats daarna de buitenflens (6) op de as, zodanig dat de twee parallelle platte vlakken van de buitenflens passen tegen de platte vlakken van de as, en draai de bout stevig rechtsom vast.
Om een doorslijpschijf aan te brengen, plaatst u een ring met dezelfde diameter als het middengat van de schijf en de bijgeleverde O-ring zodat de ring op de as blijft zitten, voordat u de doorslijpschijf aanbrengt.
Breng daarna de doorslijpschijf aan.
OPMERKING: Haal de zeskantbout stevig aan (25 tot 31 Nm) omdat anders de doorslijpschijf kan slippen tijdens het doorslijpen.
Aandrijfriem spannen / Aandrijfriemspanning controleren
BELANGRIJK:
Een juiste afstelling van de aandrijfriemspanning is belangrijk voor maximale doorslijpprestaties bij een minimaal brandstofverbruik. Een onjuist afgestelde aandrijfriemspanning zal leiden tot voortijdige slijtage van de aandrijfriem en poelie, of beschadiging van het koppelingslager.

text_image
STOPOPMERKING: De twee zeskantmoeren (9) moeten worden losgedraaid voordat de aandrijfriem wordt gespannen of de aandrijfriemspanning wordt gecontroleerd.
Om de aandrijfriemspanning te verhogen, draait u met behulp van de bij de doorslijpmachine geleverde combinatiesleutel de spanschroef (10) rechtsom (met de klok mee).
De aandrijfriemspanning is correct afgesteld wanneer de moer (11) zich bevindt op de plaats aangegeven in de afbeelding in relatie tot de markering (12).

BELANGRIJK:
- Vergeet niet na het spannen/controleren de zeskantmoer (9) aan te halen (25 tot 31 Nm).
- Stel de aandrijfriemspanning niet af terwijl de machine warm is. Er is kans dat u brandwonden oploopt.

text_image
11 12 9 10Vóór gebruik
1. Motorolie controleren/bijvullen
- Bij een koude motor, moet u de motorolie als volgt controleren/bijvullen.
- Plaats de motor op een horizontale ondergrond en controleer of het oliepeil tussen de markeringen MAX en MIN van de olietank staat.
- Als het oliepeil te laag staat (vlakbij de markering MIN van de olietank), vult u de olie bij in de olietank tot de markering MAX.
- Het oliepeil kan van buitenaf worden gecontroleerd zonder de olievuldop los te draaien aangezien het oliepeil kan worden afgelezen door het doorzichtige venster met markeringen.
- Als richtlijn geldt dat de olie iedere tien bedrijfsuren moet worden bijgevuld (één tank vol olie op tien tanken brandstof).
- Ververs sterk vervuild of verkleurde olie.
.... Gebruik olie van API-classificatie, SF-klasse of beter, SAE 10W-30 (4-taktmotorolie voor auto's).
...0,22 l (220 ml)
OPMERKING:
- Als de motor niet rechtop is bewaard, heeft de olie zich door de motor verspreid en zal na het bijvullen van de olie er te veel olie in de doorslijpmachine zitten.
- Als het oliepeil hoger staat dan de markering MAX, kan er olie uit lekken en vervuiling of witte rook veroorzaken.
Aandachtspunt 1 bij olie bijvullen: olievuldop
Verversingsinterval: in eerste instantie na 20 bedrijfsuren, en daarna iedere 30 bedrijfsuren.
- Verwijder het vuil rondom de olievulnek en verwijder daarna de olievuldop.
- Leg de olievuldop op een ondergrond waarop hij niet in aanraking kan komen met zand of vuil. Als een vuile olievuldop wordt teruggeplaatst, kan de oliecirculatie worden gehinderd en motoronderdelen slijten waardoor een mechanische storing kan ontstaan.

De motorolie is vanaf dit peil zichtbaar zodat de markeringen MAX en MIN kunnen worden gebruikt om het oliepeil te controleren.

text_image
Olievuldop




(1) Plaats de motor op een horizontale ondergrond en verwijder de olievuldop.
(2) Vul olie bij tot het oliepeil aan de rand van de vulnek staat. Gebruik voor het bijvullen van olie een geschikte smeermiddelfles voor bijvullen.
(3) Draai de olievuldop stevig vast. Als de olievuldop los zit, kan de olie eruit lekken.
Aandachtspunt 2 bij olie bijvullen: wat te doen als olie wordt gemorst
Als olie is gemorst tussen de brandstoftank en de motor, en de doorslijpmachine vervolgens wordt gebruikt, zal de olie naar binnen worden gezogen via de koudeluchtinlaat waardoor vervuiling kan ontstaan. Veeg gemorste olie altijd af voordat u de doorslijpmachine weer gebruikt.
2. Brandstof bijvullen
WAARSCHUWING:
- Let goed op de volgende punten wanneer u brandstof bijvult. Als u dat niet doet kan dat leiden tot ontvlamming of brand.
- Blijf uit de buurt van vuur wanneer u brandstof bijvult. Bovendien, nooit roken of enige vorm van vuur in de buurt van de brandstof of de doorslijpmachine brengen tijdens het bijvullen van brandstof.
- Zet de motor uit en laat hem afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Draai de brandstoftankvuldop altijd langzaam los om de inwendige druk op een gecontroleerde manier te laten ontsnappen. Als u dit niet doet kan de brandstof eruit spuiten als gevolg van de inwendige druk.
- Wees voorzichtig dat u geen brandstof morst. Als brandstof is gemorst, veegt u de brandstof af.
- Vul brandstof bij op een goed geventileerde plaats.
- Ga altijd uiterst voorzichtig met brandstof om.
- Als brandstof in aanraking komt met uw huid en/of ogen, kan dit een allergische reactie en/of ontsteking oproepen. In geval van dergelijke allergische reacties en/of ontstekingen, enz., raadpleegt u onmiddellijk een arts.
Als regel geldt dat brandstof die wordt bewaard in een daarvoor geschikte jerrycan op een schaduwrijke plaats met goede ventilatie, dient te worden opgebruikt binnen vier weken. Als geen geschikte jerrycan wordt gebruikt en/of de dop ervan is open blijven staan, enz., kan brandstof in de zomer in één dag verslechteren.
De doorslijpmachine en jerrycan opslaan
- Bewaar de doorslijpmachine en jerrycan uit de buurt van direct zonlicht op een koele plaats.
- Laat een met brandstof gevulde doorslijpmachine of jerrycan niet in een auto of in de kofferbak van een auto achter.
De motor is een viertaktmotor en gebruikt dus benzine voor auto's (normale benzine).
Aandachtspunten bij brandstof
- Gebruik geen mengsmering (benzine gemengd met motorolie). Als u dit doet, kan koolstofafzetting optreden en een mechanische storing worden veroorzaakt.
- Bij gebruik van oude brandstof is het mogelijk dat de motor slecht start.
Zet altijd de motor uit en laat hem afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Draai de benzinetankvuldop iets los om de druk te laten ontsnappen zodat de uitwendige en inwendige druk gelijk zijn.
- Verwijder de benzinetankvuldop en vul brandstof bij (vul niet bij tot bovenin de vulnek).
- Na het bijvullen van de brandstof, draait u de benzinetankvuldop weer stevig vast.
- De benzinetankvuldop is een verbruiksonderdeel. Als tekenen van slijtage of andere abnormaliteiten eraan zichtbaar zijn, vervangt u hem (als richtlijn geldt dat hij iedere twee tot drie jaar moet worden vervangen).
Gebruik
Starten
WAARSCHUWING:
Start de motor niet op een plaats waar eerder brandstof is bijgevuld. Neem ten minste drie meter afstand van de plaats waar brandstof in de doorslijpmachine werd bijgevuld.
- Als u dat niet doet kan dat leiden tot ontvlamming of brand.
LET OP:
Voordat u de motor star, moet u controleren of de doorslijpschijf niet de grond of enig ander voorwerp raakt.
- Als de doorslijpschijf de grond of enig ander voorwerp raakt, kan hierdoor een ongeval plaatsvinden.
Zodra de motor start, begint de doorslijpschijf te draaien. Let dus goed op mensen en voorwerpen in de buurt.
1. Koud starten
(1) Druk herhaaldelijk op de brandstofhandpomp tot er brandstof in verschijnt.
(2) Zet de schakelaar in de stand √ (choke).
(3) Plaats uw voet in de achterhandgreep en houd de beugelhandgreep stevig vast met een hand.
(4) Trek herhaaldelijk krachtig aan de trekstarthandgreep tot u hoort dat de motor aanslaat.
Opwarmen
- Nadat de motor is aangeslagen, houdt u de veiligheidsvergrendelknop omlaag en knijpt u herhaaldelijk de gashendel in gedurende één of twee minuten om de motor op te warmen.
- Nadat het motortoerental is gestabiliseerd en de motor soepel oppakt van een laag naar hoog toerental, is het opwarmen voltooid.
2. De motor starten terwijl deze al warm is
Druk enkele keren op de brandstofhandpomp. Zet direct al de schakelaar in de stand [I] (bedrijf) en start de motor door stap (3) van bovenstaande procedure 1 uit te voeren.
OPMERKING:
- Door herhaaldelijk aan de trekstarthandgreep te trekken en hem weer los te laten terwijl de schakelaar in de stand choke staat, zal de motor verzuipen en moeilijk starten.
- Wanneer de motor afslaat, mag u nooit de gashendel inknijpen. Door onnodig inknijpen van de gashendel terwijl de motor stilstaat, zal de motor verzuipen en moeilijk starten.
- Als de motor toch is verzopen, verwijdert u de bougie en trekt u voorzichtig enkele keren aan de trekstarthandgreep om het overschot aan brandstof te verwijderen. Maak ook het elektrodengedeelte van de bougie droog.
- Trek de trekstarthandgreep niet tot aan het uiteinde van het touw omdat op deze manier de levensduur van het touw wordt verkort. Laat bovendien de trekstarthandgreep rustig terugkeren en laat hem niet plotseling los.
- Voorkom dat de doorslijpmachine op maximaal stationair toerental draait omdat hierdoor de levensduur van de motor wordt verkort.
3. Uitzetten
Om de motor uit te zetten laat u de gashendel los en zet u de schakelaar in de stand (stop).
Als per ongeluk de chokehendel in de stand wordt gezet om de motor uit te zetten, gebruikt u de halve-chokestand om de motor opnieuw te starten.

text_image
Schakelaar Veiligheidsver-grendelknop Gashendel Trekstarthand-greep
De carburator afstellen

OPMERKING: Deze motor is uitgerust met een elektronische ontsteking om het toerental te begrenzen. De carburator heeft ook een vaste sproeier die niet kan worden afgesteld. In de fabriek is het stationair toerental ingesteld op ongeveer 2.600 min ^-1 , maar door de inloopprocedure van een nieuwe motor kan het noodzakelijk zijn het stationair toerental iets af te stellen.
Stel het stationair toerental in met een schroevendraaier (breedte van blad: 4 mm). Een schroevendraaier met een aangegoten nok, zoals de bijgeleverde schroevendraaier, is handig voor deze afstelling.

4. Stationair toerental afstellen
LET OP: Het afstellen van de carburator mag uitsluitend gedaan worden door een gespecialiseerd DOLMAR-servicecentrum!
Voer geen enkele afstelling uit met de stelschroeven (H) en (L) zonder een toerenteller! Een verkeerde afstelling kan leiden tot motorschade!
Een toerenteller is noodzakelijk voor het maken van afstellingen met behulp van de stelschroeven (H) en (L) omdat wanneer de motor op een hoger toerental dan het nominaal maximumtoerental draait, de motor oververhit kan raken en zonder smeermiddel kan komen te zitten. Hierdoor kan de motor worden beschadigd!
Alleen de stationair-stelschroef (T) mag door de gebruiker worden verdraaid. Als de doorslijpschijf beweegt terwijl de motor stationair draait (d.w.z. zonder dat de gashendel wordt ingeknepen), is het noodzakelijk het stationair toerental af te stellen!
Het afstellen van het stationair toerental mag alleen worden uitgevoerd wanneer de motor warm is en het luchtfilter schoon is.
Gebruik een schroevendraaier (met een blad van 4 mm) voor het afstellen van het stationair toerental.



ONDERHOUD
LET OP:
- Voordat u enige werkzaamheden uitvoert aan de doorslijpmachine, zet u de motor uit en laat u hem afkoelen, verwijdert u de doorslijpschijf, trekt u de bougiekap van de bougie af en trekt u veiligheidshandschoenen aan!
Als u direct na het uitzetten van de motor onderhoudswerkzaamheden uitvoert, of terwijl de bougiekap nog op de bougie zit, kan een hete motor brandwonden veroorzaken of na per ongeluk starten van de motor letsel ontstaan. - Start de doorslijpmachine alleen nadat deze volledig in elkaar gezet en gecontroleerd is.
- Gebruik nooit benzine, wasbenzine, thinner, alcohol, enz. Dit kan leiden tot verkleuren, vervormen of barsten.
OPMERKING:
- Veeg vuil van de doorslijpmachine af en kies daarna een schone werkplek voor het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden.
DOLMAR

SERVICE
BELANGRIJK:
Omdat veel van de onderdelen en onderdeelgroepen die niet in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd van vitaal belang zijn voor de veiligheid van de machine, en omdat alle onderdelen onderhevig zijn aan een bepaalde mate van slijtage, is het van belang voor uw eigen veiligheid dat de machine regelmatig wordt gecontroleerd en onderhouden door een erkend DOLMAR-servicecentrum.
BELANGRIJK:

Als de doorslijpschijf tijdens bedrijf breekt, moet de doorslijpmachine worden gerepareerd door een DOLMAR-servicecentrum voordat hij weer kan worden gebruikt!
Aandrijfriem
1. De aandrijfriemspanning afstellen
- Als de doorslijpschijf tijdens bedrijf gemakkelijk tot stilstand komt, is de aandrijfriem slap gaan staan. In dat geval stelt u de spanning af aan de hand van de volgende procedure.
(1) Draai de bevestigingsmoeren van het aandrijfriemdeksel los.
(2) Draai de spanschroef rechtsom (met de klok mee) tot de indicatormoer de gemarkeerde positie bereikt om zo de spanning van de aandrijfriem te verhogen.
(3) Nadat het spannen van de aandrijfriem voltooid s, draait u de bevestigingsmoeren van het aandrijfriemdeksel weer stevig vast. - Als de doorslijpschijf tijdens bedrijf gemakkelijk tot stilstand komt ondanks dat de aandrijfriem is gespannen of de aandrijfriem is gebroken, vervangt u de aandrijfriem.
2. De aandrijfriem vervangen
(1) Draai de bevestigingsmoeren los en draai de spanschroef linksom tot het uiteinde van de spanschroef zichtbaar is.
(2) Verwijder de bevestigingsmoeren en verwijder daarna het aandrijfriemdeksel.
(3) Verwijder vervolgens de drie bevestigingsbouten en verwijder het koppelingsdeksel.
(4) Verwijder de oude aandrijfriem en breng een nieuwe aandrijfriem aan. Bevestig daarna het koppelingsdeksel weer, gevolgd door het aandrijfriemdeksel.
(5) Stel de spanning af zoals hierboven beschreven in het tekstdeel onder het kopje "De aandrijfriemspanning afstellen".

text_image
Aandrijfriemdeksel Spanschroef Zeskantmoer Markering Indicatormoer
text_image
Zeskantmoer Koppelingsdeksel Uiteinde van de spanschroef Spanschroef AandrijfriemdekselDe beschermkap reinigen
Na verloop van tijd kan de binnenkant van de beschermkap zijn aangekoekt met materiaalresten (met name door nat doorslijpen) die na ophoping het vrij ronddraaien van de doorslijpschijf kunnen hinderen. Om deze reden moet de beschermkap regelmatig worden gereinigd.
Verwijder de doorslijpschijf en verwijder het opgehoopte materiaal vanaf de binnenkant van de beschermkap met een stuk hout of soortgelijk hulpmiddel.
Reinig de as en alle gedemonteerde onderdelen met een doek.
OPMERKING: Om de doorslijpschijf aan te brengen, raadpleegt u "De doorslijpschijf aanbrengen".




text_image
Bovenkap Lesdraalen Vergrendelschroef Bovenkap Voorfilter
text_image
Voorfilter
text_image
Filterkap Sterschroeven Sterschroeven
text_image
Binnenfilter Luchtfilter StofzakfilterHet luchtfilter reinigen/vervangen
Als het luchtfilter verstopt raakt, kunnen slechte motorprestaties het gevolg zijn. Reinig daarom na ieder gebruik van de doorslijpmachine het luchtfilter op de volgende manier:
- Draai de vergrendelschroef linksom en verwijder hem.
- Verwijder de bovenkap nadat u het stof eraf hebt geblazen.
- Verwijder vervolgens het voorfilter.
- Was het voorfilter in een oplossing van schoonmaakmiddel in water, en droog hem volledig. Knijp niet in het voorfilter en wrijf er niet over tijdens het wassen.
- Breng 40 ml nieuwe tweetaktmotorolie aan op het voorfilter, pak het voorzichtig beet en verdeel de motorolie gelijkmatig.
- Breng het voorfilter stevig aan in de bovenkap.
- Lijn de tand van de bovenkap uit met de inkeping in de behuizing en draai de vergrendelschroef vast.
Naast bovenstaande reinigingswerkzaamheden, voert u de volgende stappen uit wanneer het interval vermeld in het "Onderhoudsschema" is verstreken.
- Verwijder de vier sterschroeven.
- Verwijder de filterkap.
- Verwijder het luchtfilter.
- Verwijder het stofzakfilter uit de filterkap en tik en blaas er voorzichtig tegen om het te reinigen.
- Tik en blaas voorzichtig tegen het binnenfilter om vuil en stof te verwijderen. Was bovendien het binnenfilter regelmatig in zeepwater en droog het daarna grondig.
- Om het luchtfilter schoon te maken, tikt u er voorzichtig tegen. Als een luchtcompressor wordt gebruikt, blaast u de perslucht tegen de binnenkant van het luchtfilter. Het luchtfilter mag niet worden gewassen.
- Blaas het stof weg rondom de filters.
- Plaats het luchtfilter terug in de filterkap nadat de onderdelen zijn gereinigd. Plaats eerst het luchtfilter in de filterkap voordat u de filterkap aanbrengt.
- Draai de vergrendelschroef stevig vast.
Opmerking:
- Het luchtfilter mag niet met water worden gewassen.
- Vervang een versleten of beschadigd filter door een nieuwe.
- Was een filter niet met benzine, wasbenzine, thinner, alcohol en dergelijke.
De bougie onderhouden
(1) Draai de vergrendelschroef los en verwijder de bovenkap.
(2) Open de bougiedeksel, trek de bougiekap eraf en verwijder de bougie.
(3) Controleer of de elektrodenafstand 0,5 mm is of niet. Als de afstand te groot of te klein is, stelt u deze af op 0,5 mm.
(4) Als koolstof en/of vuil is afgezet op de bougie, reinigt u de bougie en monteert u hem weer. Een sterk gesleten of verbrande bougie moet worden vervangen door een nieuwe.
(5) Na het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden, monteert u de bougie weer, duwt u de bougiekap erop en sluit u het bougiedeksel.

text_image
Vergrendel- schroef Losdraaien Bovenkap
text_image
Bougiekap 0,5 mmHet brandstofffilter vervangen
Het brandstofffilter (13) kan verstopt raken. Wij adviseren u het brandstofffilter iedere drie maanden te vervangen om verzekerd te zijn van een ongehinderde brandstofdoorvoer naar de carburator.
Draai de brandstoftankvuldop (12) los en maak de verliespreventiedraad los uit de vulnek.
Maak de brandstoftank leeg.
Om het brandstofffilter te verwijderen zodat u hem kunt vervangen, trekt u hem naar buiten door de vulnek van de brandstoftank met behulp van een stuk draad dat aan het uiteinde in de vorm van een haak is gebogen.
LET OP: Zorg ervoor dat de brandstof niet in aanraking komt met uw huid!

text_image
13 12De trekstartinrichting reinigen
Wanneer de trekstartinrichting niet goed werkt, bijvoorbeeld doordat het startkoord niet terugkeert naar de uitgangsstand, is het noodzakelijk om stof van de trekstartinrichting (14) en de koppeling (15) af te blazen.
Om de trekstartinrichting en de koppeling te kunnen reinigen, verwijdert u drie bouten (16) voor toegang.

text_image
14
text_image
15
Bevestigingsrichting

De positie van de slijpkop veranderen (midden/zijkant)
Bevestigingsrichting van de beschermkap
- De slijpkop van de doorslijpmachine is gemonteerd in de richting aangegeven in afbeelding A. Indien gewenst kunt u aan de hand van de volgende procedure hem monteren in de richting aangegeven in afbeelding B.
Monteren in de richting B
(1) Draai de bevestigingsmoeren los en draai de spanschroef linksom tot het uiteinde van de spanschroef zichtbaar is (zie afb. 1).
(2) Verwijder de bevestigingsmoeren en verwijder daarna het aandrijfriemdeksel (zie afb. 1).
(3) Draai de beschermkap naar de stand aangegeven door de stippellijn. Verwijder de aandrijfriem en verwijder daarna de slijpkop vanaf de doorslijpmachine.
Verander de positie van de greep (zie afb. 2).
(4) Trek de vergrendelas met een platkopschroevendraaier of een tang omhoog (zie afb. 3).
(5) Draai de arm totdat deze de greep raakt en zet de vergrendelas weer terug op zijn oorspronkelijke plaats (zie afb. 4).
Verander de positie van de greep (zie afb. 5).
(6) Draai de verwijderde slijpkop ondersteboven, steek de bout door het boutgat en monteer de slijpkop in richting B. Breng de aandrijfriem weer aan rond de poelie (zie afb. 6).
(7) Breng het aandrijfriemdeksel aan (zie afb. 7).
Draai de spanschroef om de aandrijfriem te spannen. Nadat de aandrijfriem is gespannen, draait u de bevestigingsmoeren stevig vast.

text_image
Aandrijfriem Gaten Poelie Boute Aandrijfriemdeksel AandrijfriemAandrijfriemdeksel

text_image
ksel kantmoerZeskantmoer
SPECIALE ACCESSOIRES
Diamantdoorslijpschijven
Diamantdoorslijpschijven van DOLMAR voldoen aan de strengste eisen van bedrijfsveiligheid, gebruiksgemak en economische doorslijpprestaties. Zij kunnen worden gebruikt voor het doorslijpen van alle materialen behalve metaal.
De enorme duurzaamheid van de diamantstukjes garandeert een geringe slijtage en daarmee een zeer lange levensduur met vrijwel geen verandering van de schijfdiameter gedurende de levensduur van de schijf. Dit zorgt voor consistente prestaties tijdens het doorslijpen en daarmee voor lage kosten. Door de uitstekende doorslijpelgenschappen van deze schijven gaat het doorslijpen gemakkelijker.
De metalen schijfplaten draaien uiterst concentrisch met minimale trillingen tijdens gebruik.
Het gebruik van diamantdoorslijpschijven verkort de benodigde doorslijptijd aanzienlijk.
Dit leidt op zijn beurt weer tot lagere operationele kosten (brandstofverbruik, slijtage van onderdelen, reparaties en niet op de laatste plaats milieuschade).
Slijpwagen
Met de slijpwagen van DOLMAR is het veel gemakkelijker in een rechte lijn door te slijpen, en zorgt er tegelijkertijd voor dat het werken bijna moeiteloos verloopt. De slijpwagen kan worden ingesteld op de lichaamslengte van de gebruiker en kan worden gebruikt terwijl de slijpkop in het midden of aan de zijkant is gemonteerd.
Een dieptebegrenzer kan worden toegevoegd voor nog gemakkelijker en nauwkeuriger doorslijpen. Dit maakt het mogelijk een exacte, vooraf-ingestelde diepte van de snede aan te houden.
Om de hoeveelheid gegenereerde stof beperkt te houden en om de doorslijpschijf beter te koelen biedt DOLMAR diverse mogelijkheden om de schijf tijdens het gebruik nat te houden.
- Slijpwagen
Deze is handig bij het doorslijpen van wegverhardingen
- Filtersets
Voorfilter (5 filters)
Luchtfilter (1 filter)
Watertank (onderdeel van de slijpwagen)
De watertank is bedoeld om op de slijpwagen geplaatst te worden. Met zijn grote inhoud is hij bijzonder geschikt voor situaties waarbij veelvuldig van locatie wordt veranderd. Voor gemakkelijk vullen en eenvoudig omwisselen met een reservetank kan de watertank gewoon van de wagen af getild worden.
De watertank wordt geleverd met alle benodigde aansluitingen en slangen. De watertank kan zeer snel en eenvoudig op de slijpwagen en doorslijpmachine worden gemonteerd.
Waterleidingnetwerk/waterspuitsysteem
Het waterleidingnetwerk/waterspuitsysteem is ontworpen om te worden gemonteerd op de doorslijpmachine. Het kan worden gebruikt met of zonder de slijpwagen, maar is met name geschikt in situaties met stationair doorslijpen uit de vrije hand. De waterleiding is voorzien van een snelontkoppeling en het water kan worden aangevoerd vanuit het waterleidingnetwerk of vanuit een hogedrukwatertank (7).
Het watersysteem wordt geleverd met alle benodigde aansluitingen en leidingen. Het kan snel en eenvoudig worden gemonteerd op de doorslijpmachine.
Onderhoudsschema
| Item\Gebruikstijd | Voor gebruik | Na bijvullen van brandstof | Dagelijks (10 uur) | 20 uur | 30 uur 50 | uur 200 uur | Vóór opslag | Zie pagina | ||
| Motorolie | Inspecteren/reinigen | ○ | 118 | |||||||
| Vervangen | ○*1 | |||||||||
| Vastdraaien (bouten, moeren) | Inspecteren | ○ | — | |||||||
| Brandstoftank | Reinigen/inspecteren | ○ | — | |||||||
| Brandstof aftappen | ○*3 | 113 | ||||||||
| Aandrijfriem | Inspecteren/afstellen | ○ | 122 | |||||||
| Gashendel | Werking controleren | ○ | — | |||||||
| Stopschakelaar | Werking controleren | ○ | 120 | |||||||
| Doorslijpschijf Inspecteren | ○ | ○ | 110 | |||||||
| Stationair toerental | Inspecteren/afstellen | ○ | 121 | |||||||
| Luchtfilter Reinigen | ○ | 123 | ||||||||
| Stofzakfilter | Reinigen/vervangen | ○ | 123 | |||||||
| Voorfilter | Reinigen/vervangen | ○ | 123 | |||||||
| Bougie Inspecteren | ○ | 124 | ||||||||
| Koelluchtinlaatopening en koelribben van de cilinder | Reinigen/inspecteren | ○ | — | |||||||
| Brandstofleiding | Inspecteren | ○ | — | |||||||
| Vervangen | ○*2 | — | ||||||||
| Brandstofffilter | Reinigen/vervangen | ○ | 124 | |||||||
| Klepspeling (inlaatklep en uitlaatklep) | Inspecteren/afstellen | ○*2 | — | |||||||
| Carburateur | Brandstof aftappen | ○*3 | 113 | |||||||
*1 Eerste keer verversen na 20 bedrijfsuren.
*2 Vraag een erkend servicecentrum of een machinewerkplaats om de inspectie na 200 bedrijfsuren uit te voeren.
*3 Na het aftappen van de brandstoftank, laat u de motor draaien om de brandstof in de carburateur op te gebruiken.
Storingzoeken
| Probleem Systeem Waarneming Oorzaak | |||
| De doorslijpschijf begint niet te draaien | Koppeling Motor loopt Schade aan de koppeling | ||
| Motor start niet of zeer moeilijk | Ontstekingssysteem Ontstekingsvonk OK Fout in Brandstoftoevoer of compressiesysteem, mechanisch defectGeen ontstekingsvonk aanwezigBrandstoftoevoersysteem Brandstoftank is vol Onjuiste stand van chokehendel, carburator defect, brandstofleiding geknikt of verstopt, brandstof vuilCompressiesysteem Geen compressie bij aantrekkenMechanisch defect Starter grijpt niet aan Gebroken startveer, gebroken onderdelen binnenin de motorKoppeling De verontreiniging kleeft aan de koppeling en de omliggende onderdelen | ||
| Problemen bij starten van warme motor | Carburator Brandstoftank vol, ontstekingsvonk aanwezig | Carburator is vervuild. Laat deze schoonmaken. | |
| Motor start, maar slaat direct weer af | Brandstoftoevoersysteem | Brandstoftank is vol | Verkeerde afstelling van stationair toerental, of brandstofffilter of carburator is vervuildOntluchting brandstoftank defect, brandstofleiding niet open, gaskabel of stopschakelaar defect |
| Onvoldoende prestaties | Mogelijk zijn meerdere systemen tegelijk de oorzaak | Slecht stationair lopen Luchtfilter is vervuild, carburator is vervuild, uitlaatdemper is verstopt, uitlaatkanaal in de cilinder is verstopt |
Problemen oplossen
Alvorens een verzoek voor reparatie in te dienen, controleer u de storing zelf aan de hand van de onderstaande tabel. Als een probleem is gevonden, repareert u het gereedschap aan de hand van de beschrijvingen in deze gebruiksaanwijzing. Probeer nooit enig onderdeel te demonteren of repareren in strijd met de beschrijvingen. Voor reparatie neemt u contact op met een erkend servicecentrum of uw plaatselijke dealer.
| Probleemomschrijving Mogelijke | porzaak (storing) Oplossing | |
| Motor start niet | De brandstofhandpomp werd niet ingedrukt Druk deze 7 tot 10 keer in | |
| Te zwak trekken aan de trekstarthandgreep Trekkrachtig | ||
| Gebrek aan brandstof Vul brandstof bij | ||
| Verstopt brandstoffilter Reinig | ||
| Gebroken brandstofleiding Maak de brandstofleiding recht | ||
| Verslechterde brandstof De verslechterde brandstof bemoeilijkt het starten.Vervang de brandstof door nieuwe.(Aanbevolen vervangingstermijn: 1 maand) | ||
| Buitensporige toevoer van brandstof Verander de stand van de gashendel van middelhoog toerental naar hoog toerental en trek aan de trekstarthandgreep tot de motor start. Nadat de motor is gestart, begint de doorslijpschijf te draaien. Let goed op de doorslijpschijf.Als de motor nog steeds niet start, draait u de bougie eruit, maakt u de elektroden droog, en monteert u de bougie weer. Start vervolgens zoals beschreven. | ||
| Bougiekap ligt eraf Bevestig stevig | ||
| Vervuilde bougie Reinig | ||
| Verkeerde elektrodenafstand van bougie Stel de elektrodenafstand af | ||
| Ander probleem met de bougie Vervang | ||
| Probleem met de carburator Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | ||
| Trekstarthandgreep kan niet worden getrokken | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Probleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | ||
| Verontreinigde koppeling en omliggende onderdelen | Reinig | |
| Motor slaat snel afMotortoerental neemt niet toe | Onvoldoende opgewarmd | Warm de motor op |
| Chokehendel staat in de stand “H” ondanks dat de motor opgewarmd is. | Zet in de stand “ON III” | |
| Verstopt brandstoffilter Reinig | ||
| Vervuild of verstopt luchtfilter | Reinig | |
| Probleem met de carburator Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | ||
| Probleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | ||
| Doorslijpschijf draait niet↓Motor slaat slaat onmiddellijk af | Bevestigingsbout van de doorslijpschijf zit los | Draai goed vast |
| Probleem met aandrijving | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Motorblok trilt abnormaal sterk↓Motor slaat slaat onmiddellijk af | Doorslijpschijf is gebroken, verbogen of versleten | Vervang de doorslijpschijf |
| Bevestigingsbout van de doorslijpschijf zit los | Draai goed vast | |
| Probleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | ||
| Doorslijpschijf stopt niet onmiddellijk↓Motor slaat slaat onmiddellijk af | Hoog stationair toerental | Stel af |
| Gasklepverbinding is losgeraakt | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
| Probleem met aandrijving Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | ||
| Motor slaat niet af↓Laat de motor stationair draaien en zet de chokehendel in de stand “H” | Stekker losgeraakt Bevestig stevig | |
| Probleem met elektrisch systeem | Dien een verzoek in voor inspectie en onderhoud | |
Als de motor niet start ondanks dat deze opgewarmd is:
Als bij het doorlopen van de controlepunten geen probleem wordt gevonden, zet u de chokehendel ongeveer 1/3 open en start u de motor.
Opslag

WAARSCHUWING:
Als u de brandstof wilt aftappen, zet u altijd de motor uit, laat u hem afkoelen en tapt u daarna de brandstof af.
- Als u de brandstof aftapt onmiddellijk nadat de motor is uitgezet, kunnen vlammen of brand ontstaan waardoor brandwonden kunnen worden veroorzaakt.

LET OP:
Als de doorslijpmachine niet gebruikt gaat worden gedurende een langere tijd, tapt u alle brandstof af en bewaart u de doorslijpmachine op een droge, schone plaats.
- Volg de volgende procedure om de brandstof af te tappen uit de brandstoftank en carburator.
(1) Verwijder de brandstoftankvuldop en tap de brandstof af totdat de brandstoftank leeg is.
Controleer op dit moment of zich vreemde stoffen in de brandstoftank bevinden. Als dat het geval is, verwijdert u deze.
(2) Gebruik een stukje draad of iets soortgelijks om het brandstofffilter uit de vulnek te trekken.
(3) Druk op de brandstofhandpomp totdat alle brandstof teruggestroomd is naar de brandstoftank en verwijder daarna deze brandstof uit de brandstoftank.
(4) Plaats het brandstofffilter terug op zijn plaats in de brandstoftank en draai de brandstoftankvuldop vervolgens stevig vast.
(5) Laat tenslotte de motor lopen tot hij stopt.
(6) Verwijder de bougie en verwijder de paar druppels motorolie uit het bougiegat.
(7) Trek langzaam aan de trekstarthandgreep om olie door de hele motor te circuleren en plaats daarna de bougie terug.
(8) Giet de afgetapte brandstof in een geschikte jerrycan en bewaar deze op een schaduwrijke, goed geventileerde plaats.