Flow Pro 550CW - Pomp Eurom - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Flow Pro 550CW Eurom in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Flow Pro 550CW - Eurom en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Flow Pro 550CW van het merk Eurom.
GEBRUIKSAANWIJZING Flow Pro 550CW Eurom
Dank Hartelijk dank dat u voor een Eurom apparaat hebt gekozen. U hebt daarmee een goede keus gemaakt! Wij hopen dat hij tot uw volle tevredenheid zal functioneren. Om het beste uit uw apparaat te halen is het belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing vóór gebruik aandachtig en in zijn geheel doorleest en ook begrijpt. Schenk daarbij speciaal aandacht aan de veiligheidsvoorschriften; die worden vermeld ter bescherming van u en uw omgeving! Bewaar de gebruiksaanwijzing vervolgens om het in de toekomst nog eens te kunnen raadplegen. Bewaar ook de verpakking: dat is de beste bescherming voor uw apparaat tijdens de opslag buiten het seizoen. En mocht u het apparaat ooit aan iemand anders overdragen, lever er dan de gebruiksaanwijzing de verpakking bij. Wij wensen u veel plezier met de Flow dompelpomp! Eurom Kokosstraat 20 8281 JC Genemuiden (NL) info@eurom.nl / www.eurom.nl Deze gebruiksaanwijzing is met de grootste zorg samengesteld. Niettemin behouden wij ons voor deze handleiding op elk moment te optimaliseren en technisch aan te passen. De gebruikte afbeeldingen kunnen afwijken.
Waarschuwing: Niet aan de kabel trekken of deze vastmaken. Bevestig het bijgeleverde touw vast aan het handvat om de pomp op te trekken of te verplaatsen.4
Isolatieklasse IP68 IP68 Opv. hoogte max.
- De dompelpompen zijn ontworpen voor een maximale watertemperatuur van 40 °C.
- Zet de dompelpomp rechtop wanneer deze in gebruik is.
- Controleer vóór gebruik of de opvoer- of aanzuighoogte van de dompelpomp de capaciteit van de dompelpomp niet overschrijdt. De maximale totale opvoerhoogte van de dompelpomp in meters is 9 meter (Flow Pro 550CW) of 7 meter (Flow Pro 550DW).
- Vervuiling van de vloeistof kan ontstaan als gevolg van lekkage van smeermiddel.
- Als de stroomkabel beschadigd is, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicemedewerker of iemand met vergelijkbare kwalificaties om gevaar te voorkomen.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of met een gebrek aan ervaring en/of vaardigheden, tenzij deze personen worden begeleid en onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of als zij nauwkeurige instructies hebben ontvangen over het gebruik van dit apparaat en zij de daaruit voortvloeiende risico's hebben begrepen.
- Kinderen mogen het apparaat niet gebruiken.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.5
- Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen worden uitgevoerd. Veiligheidsrichtlijnen
- Controleer vóór elk gebruik de dompelpomp, de elektrische kabel, de stekker en het stopcontact. Een beschadigde dompelpomp mag niet worden gebruikt, maar moet worden gerepareerd door een erkende elektricien.
- Controleer vóór gebruik of het stopcontact waarop de dompelpomp moet worden aangesloten geschikt is voor de dompelpomp (230V/50Hz; zie typeplaatje).
- Reinig vóór gebruik eerst de afvoerslang.
- Gebruik de dompelpomp alleen met het bochtstuk gemonteerd aan de drukzijde van de dompelpomp, zodat het niet mogelijk is om de bewegende delen van de dompelpomp aan te raken.
- De Eurom dompelpomp mag alleen worden gebruikt voor het transport van water.
- Dompelpompen schoon water: schoon tot licht verontreinigd water met een maximale korrelgrootte van 3mm (Flow Pro 550CW) of 16mm (Flow Pro 550DW).
- Dompelpompen vuil water: verontreinigd water met een maximale korrelgrootte van 3mm (Flow Pro 550CW) of 16mm (Flow Pro 550DW).
- Deze dompelpomp is niet geschikt voor zout water en bijtende, licht ontvlambare of explosieve stoffen (zoals benzine, petroleum, nitro-verdunner), olie, stookolie en voedingsmiddelen.
- Het water dat is verpompt met deze dompelpomp is geen drinkwater.
- Als u water hebt opgepompt waaraan chloor is toegevoegd of dat een bepaald bezinksel bevat, moet u de dompelpomp doorspoelen met schoon water. Houd er rekening mee dat zand (en vergelijkbare stoffen en materialen) en alle andere schurende en corrosieve stoffen de slijtage versnellen en de capaciteit van de dompelpomp beïnvloeden.
- Gebruik de dompelpomp niet in een omgeving waarin een risico op brand of explosies bestaat.
- De dompelpomp is niet geschikt voor langdurig pompen (permanente circulatie).
- Gebruik de dompelpomp niet bij vorst.
- De dompelpomp mag niet worden gebruikt als er iemand in het water is. Gebruik de dompelpomp NIET als er mensen zijn in de kelder, de put of het reservoir dat moet worden leeggepompt.
- Houd iedereen zoveel mogelijk uit de buurt van het water.
- Als er mensen in het water zijn of als zij in contact komen met het wateroppervlak, moet de stekker van dompelpomp onmiddellijk uit het stopcontact worden verwijderd.6
- Raak het water, het touw dat aan de handgrepen is bevestigd, en voorwerpen die in contact komen met het water niet aan (bijv. pijpleidingen die in het water lopen, relingen enz.).
- Er moet een koord/touw worden gebruikt om de dompelpomp onder te dompelen of aan te sluiten en vast te zetten. Gebruik de elektrische kabel NIET om de dompelpomp op te hangen, te laten zakken of te verplaatsen. Bevestig een stuk touw aan het handvat. Verwijder de stekker niet door aan de kabel te trekken, maar door aan de stekker zelf te trekken. De elektrische kabel mag niet worden gebruikt om de dompelpomp vast te zetten of te verplaatsen.
- Het uiteinde van de afvoerslang moet zich op een lager punt bevinden dan de maximale opvoerhoogte.
- Let op het minimale restwaterniveau, conform de gegevens van de dompelpomp.
- Laat de dompelpomp niet langer dan 10 minuten tegen de gesloten drukzijde draaien.
- Laat de dompelpomp niet pompen als deze het water om wat voor reden dan ook niet kan afvoeren (bijvoorbeeld een verstopte afvoer, te hoge opvoerhoogte, enz.). Hierdoor kan de dompelpomp beschadigd raken. Het droog laten lopen van de dompelpomp versnelt de slijtage en kan tot oververhitting leiden. Voorkom daarom altijd dat de dompelpomp pompt terwijl er geen water meer wordt verplaatst. Schakel de dompelpomp in zulke gevallen altijd onmiddellijk uit.
- De vlotterschakelaar mag alleen buiten het water worden bediend.
- Om ervoor te zorgen dat de vlotterschakelaar in- en uitgeschakeld kan worden, moet de kabellengte tussen de vlotterschakelaar en de vlotterschakelaar-vergrendeling minstens 10 cm zijn.
- De afvoerslang mag tijdens het gebruik van de pomp niet uit de pomp worden verwijderd.
- Controleer de afvoerslang regelmatig.
- Verwijder de stekker van de dompelpomp uit het stopcontact voordat de dompelpomp wordt gemonteerd.
- Verwijder de stekker van de dompelpomp uit het stopcontact voordat de dompelpomp wordt aangesloten, afgesteld of vervoerd, of om een andere reden wordt aangeraakt.
- Verwijder de stekker van de dompelpomp uit het stopcontact voordat problemen met het product worden opgelost. Verwijder de stekker van de dompelpomp uit het stopcontact voordat onderhoud wordt uitgevoerd of onderdelen worden vervangen. Zorg ervoor dat het stopcontact zich binnen uw gezichtsveld bevindt.
- Bij overbelasting wordt de dompelpomp uitgeschakeld door de ingebouwde thermische motorveiligheidsschakelaar. Nadat de motor voldoende is afgekoeld, is de dompelpomp weer klaar voor gebruik.7
- Als de dompelpomp in bedrijf is, mag er geen druk worden uitgeoefend op de kabels in de vorm van slaan, drukken, draaien of trekken, of door er zware voorwerpen op te plaatsen. Gebruik de elektrische kabel NIET om er iets mee op te hangen. Al deze handelingen kunnen een elektrische schok veroorzaken.
- Zorg ervoor dat de dompelpomp op een stabiele ondergrond staat voordat er werkzaamheden aan of met de dompelpomp worden uitgevoerd om ongelukken en schade te voorkomen.
- Houd tijdens transport en bij het kiezen van een opslagplaats rekening met het gewicht van de dompelpomp om ongevallen en verwondingen te voorkomen.
- Om veiligheidsredenen moet uw dompelpomp conform de nationale voorschriften altijd worden aangesloten op een geaard stopcontact dat deel uitmaakt van het elektriciteitsnet. Deze moet minimaal 16A gezekerd zijn en een aardlekschakelaar hebben met een nominale aardlekstroom van maximaal 30 mA.
- Zorg er altijd voor dat elektrische aansluitingen (stekkers, enz.) droog zijn en droog blijven.
- De elektrische kabel en een eventuele koppeling met een verlengsnoer moeten waterdicht zijn en mogen nooit op de grond liggen. Het wordt aanbevolen om kabelhaspels te gebruiken die ervoor zorgen dat de contactdozen zich ten minste 60 mm boven de grond bevinden. Zorg ervoor dat de elektrische stekkerverbindingen niet in contact kunnen komen met water. Laat de stekker of het stopcontact NOOIT in contact komen met water. Alle aansluitingen moeten waterdicht zijn en mogen niet in contact komen met water.
- Alle stopcontacten moeten zich bevinden op een plek die beschermd is tegen overstromingen.
- Bescherm de elektrische kabel en stekker tegen hitte, olie en scherpe randen.
- Gevaar voor elektrische schokken: Als de kabel wordt doorgeknipt, kan vocht via de kabel in het elektrische gedeelte komen en kortsluiting veroorzaken. Knip de kabel nooit door, bijvoorbeeld om het snoer door een muur te halen.
- Wanneer een verlengsnoer wordt gebruikt, moet deze voldoen aan de minimale doorsnede hieronder: - max. 20 meter 1,5 mm² - 20-50 meter 2,5 mm²
- Repareer de dompelpomp, kabel en/of stekker NOOIT zelf, maar laat dat aan een bevoegde professional over. De importeur en fabrikant zijn NIET aansprakelijk voor ondeskundige reparaties en/of wijzigingen aan de dompelpomp. Bij dergelijke activiteiten vervalt de garantie.
- Reinig de dompelpomp niet met een waterstraal (vooral niet onder hoge druk).
- Reinig het apparaat niet met chemicaliën, zoals benzine of oplosmiddelen. Sommige stoffen kunnen belangrijke onderdelen van kunststof beschadigen.8
- Wanneer de dompelpomp in bedrijf is, genereert deze een elektromagnetisch veld. Onder bepaalde omstandigheden kan dit veld de werking van actieve of passieve medische implantaten beïnvloeden. Om het risico op situaties te vermijden die kunnen leiden tot ernstig of dodelijk letsel, moeten personen met een medisch implantaat hun arts en de fabrikant van het implantaat raadplegen voordat ze dit product gebruiken.
- WAARSCHUWING: Plastic zakken kunnen gevaarlijk zijn. Houd deze zak buiten bereik van baby's en kinderen om verstikkingsgevaar te voorkomen. Waar is de pomp voor bedoeld? Deze dompelpomp is ontworpen voor privégebruik in en om huis en tuin. Dompelpompen worden voornamelijk gebruikt voor waterafvoer, voor het verplaatsen van vloeistoffen en het leegpompen van waterreservoirs, kelders, boten enz., als ook voor het voor beperkte tijd laten circuleren van water. De pompen zijn volledig waterdicht en mogen tot een diepte van max. 5 meter in vloeistof worden gedompeld. Deze pompen zijn niet geschikt voor tafelfonteintjes en aquariums. Als de pomp in een vijver met vis wordt gebruikt, dient u maatregelen te nemen om te voorkomen dat de vis in de pomp wordt gezogen. Met deze pomp kunnen schone en licht-vervuilde, niet agressieve vloeistoffen worden verpompt. De vloeistof mag deeltjes van max. 3mm (Flow-Pro 550CW) dan wel max. 16mm (Flow-Pro 550DW) doorsnee bevatten. Zand (en vergelijkbaar materiaal) in de te verpompen vloeistof heeft een schurende werking en leidt tot snellere slijtage. Bijtende, licht-ontvlambare of explosieve vloeistoffen (zoals benzine, diesel, petroleum, thinner enz.), zeewater, vetten, olie, zout- of vervuild water uit toiletten enz. mogen niet worden verpompt! De temperatuur van de verpompte vloeistof dient de 40°C niet te overschrijden. Voorkom te allen tijde dat de pomp draait terwijl er geen water meer wordt verplaatst. Let op: deze pompen mogen niet in een zwembad worden gebruikt! Deze pomp is niet geschikt voor continu gebruik, zoals het voortdurend laten circuleren van water. Door deze vorm van gebruik zal de levensduur van de pomp aanzienlijk worden verkort.9
Voor gebruik Tijdens de voorbereidende werkzaamheden de stekker uit het stopcontact! Slangaansluiting Sluit nu de slangaansluiting aan op de fitting. De slangaansluiting heeft een verloop van 25 naar 32mm (of 1” naar 1½” bu.dr.); wanneer u uitsluitend een ruimere slang gebruikt kunt u het resterende smallere stuk van de fitting met een scherp mes of zaagje verwijderen. Bevestig tenslotte de slang met een slangklem op het passende deel van de aansluiting (of draai hem erop). De beste resultaten van pompefficiëntie worden bereikt met een slang van 32 mm. Plaatsen en verplaatsen
- Zet de pomp stabiel neer, zeker wanneer u hem automatisch laat werken.
- Zorg ervoor dat de aanzuigopeningen niet worden geblokkeerd (ook niet gedeeltelijk). Plaats de pomp, als hij op een zachte (bijv. zanderige) bodem staat, bijv. op een tegel.
- Gebruik de elektrokabel niet om de pomp op te tillen of op te hangen. Als u de pomp wilt neerlaten in bijv. een bron of schacht, gebruik dan een touw dat u aan de handgreep bevestigt.10
- Als de pomp op een permanente plaats wordt geïnstalleerd, met vaste afvoerleidingen, is het aan te bevelen een snelkoppeling op de meest handige plaats aan te brengen, om reiniging en onderhoud te vergemakkelijken.
- Gebruikt u de pomp voor tijdelijke toepassingen, gebruik dan flexibele slang die u met een slangklem op de pomp bevestigt. Werking De elektrokabel dient minimaal van het type HO5RN-F 3x0.75mm² te zijn en een lengte van minimaal 10 meter te hebben. Een eventuele verlengkabel dient van het type HO5RN- F 3x1,5mm² te zijn. Controleer voor gebruik of de waarden van het stopcontact, waar u de pomp op wilt aansluiten, corresponderen met die op het typeplaatje op de pomp (230V- 50Hz) en of het stopcontact geaard is en voorzien is van een aardlekschakelaar (nominale stroom ≤30 mA). Zorg ervoor dat elektrische aansluitingen te allen tijde droog zijn en blijven! Overtuig u ervan dat er zich géén personen in de leeg te pompen ruimte (kelder/ boot/vijver enz.) bevinden. Automatische werking De Flow Pro 550 heeft een geïntegreerde vlotter. Zet de schakelaar op de AUTO-stand (zie afb.) Nadat u de stekker in het stopcontact hebt gestoken schakelt de pomp automatisch in wanneer het water boven het start-niveau (140 mm) komt en schakelt hij uit wanneer het stop-niveau (30 mm) is bereikt. Op deze wijze kan de pomp continu ingeschakeld staan en zal hij het waterniveau in bijv. een kelder of boot op peil houden. Houdt er daarbij rekening mee dat deze pomp niet is ontworpen om continu te werken; hij dient ook regelmatig af te slaan. Ondanks het feit dat de pomp automatisch werkt is er toch regelmatig toezicht vereist om vast te stellen dat er zich geen problemen voordoen bij de werking, er geen beschadigingen zijn opgetreden enz. (zie ook: oververhittingsbeveiliging). Handmatige werking Zet de schakelaar op de MANUAL-stand (handmatig). De pomp zal nu niet automatisch afslaan maar doorpompen, ook wanneer het minimaal resterende waterniveau (CW: 3mm – DW: 16mm.) is bereikt en de pomp dus droogloopt. Schakel hem dan onmiddellijk uit!! Bij handmatige werking dient altijd toezicht te worden gehouden.11
Oververhittingsbeveiliging Uw dompelpomp is voorzien van een oververhittingsbeveiliging. Deze schakelt de pomp automatisch uit wanneer de motor te heet wordt. Wanneer hij voldoende is afgekoeld zal de pomp ook automatisch weer aanslaan. Oververhitting heeft evenwel altijd een oorzaak: de waaier kan zijn vastgelopen, er kan een lager versleten zijn, de pomp kan drooglopen enz. Wanneer die oorzaak niet wordt verholpen zal de oververhitting opnieuw optreden en wanneer zich dit proces te vaak herhaalt veroorzaakt dat serieuze schade aan uw pomp. Probeer dus vast te stellen wat er mis is en los dit probleem op. Indien de pomp hiervoor geopend moet worden dient u zich tot uw leverancier of een erkend vakman te wenden. Wanneer er bij een pomp die automatisch werkt te weinig controle wordt uitgeoefend kan de pomp dus ondanks de oververhittingsbeveiliging stuklopen. De verantwoordelijkheid voor het toezicht blijft te allen tijde bij de gebruiker rusten! Onderhoud Voordat u controle- of schoonmaakwerkzaamheden aan uw pomp uitvoert dient u hem uit te schakelen door de stekker uit het stopcontact te nemen. Uw dompelpomp is nagenoeg onderhoudsvrij. Het enige wat u hoeft te doen is het volgende:
- Voer regelmatig een visuele inspectie uit. Is de pomp niet beschadigd? De elektrokabel, de stekker en de vlotterschakelaar met z’n kabel ook niet? Indien u wel beschadigingen constateert dient u zich tot uw leverancier of een erkend vakman te wenden. Probeer nooit zelf reparaties uit te voeren en haal zelf de pomp niet open!
- Controleer regelmatig de werking van de vlotterschakelaar, zeker wanneer u de pomp voor automatische werking hebt geïnstalleerd (elke 3 maanden). Verwijder regelmatig de aanslag op de vlotter met schoon water. Keer de pomp daartoe om, open het zijpaneel met een pennetje o.i.d. en verwijder het (zie afb.). Neem pen met vlotter uit en reinig de vlotter en het magneetje. Voorkom beschadiging of foutieve montage en verwijder de vlotter niet van de pen!12
- Controleer regelmatig of er zich geen vuil (vezels, resten) rond de schoep heeft opgehoopt. Is dat wel het geval, verwijder dat dan door de pomp door te spoelen met schoon water. Lukt u dat niet, wend u dan tot uw leverancier of een erkend vakman en laat deze de pomp openen en het vuil verwijderen.
- Als u de pomp regelmatig op verschillende plaatsen gebruikt dient hij na elk gebruik met schoon water te worden door- en afgespoeld.
- Houd de bodem van de put (of de tegel waar de pomp op rust) vrij van modder en neerslag.
- Zorg ervoor dat de pomp niet bevriest. Laat hem tegen de winter volledig leeglopen en sla hem vorstvrij op.13
Storingen – oorzaak – remedie Storing Oorzaak Remedie Pomp start niet - Geen stroom - Oververhittingsbeveiliging geactiveerd - Vlotter zit vast - Controleer de stroomvoorziening - Zie: oververhittingsbeveiliging - Maak vlotter en vlotter-as schoon Pomp draait, maar geeft geen water - Inlaatopeningen zijn verstopt - Knik in waterafvoerslang, of de slang zit verstopt - Lucht rond de schoep
- Waterpeil is de laag - CW: terugslagklep in uitgang pomp geblokkeerd - Maak ze schoon - Leg de slang recht of verwijder de verstopping - Schakel de pomp uit en beweeg hem wat heen en weer. Wacht tot de lucht ontsnapt is en start opnieuw - Probeer de belemmering te verwijderen of wend u tot een vakman - Dompel de pomp dieper in het water - Verwijder blokkade Onvoldoende water - Inlaatopeningen zitten (deels) verstopt - Afvoerleiding (deels) verstopt - Versleten waaier - Maak ze schoon - Verwijder de verstopping - Waaier laten vervangen Pomp start niet of slaat tijdens de werking plotseling
- Thermische beveiliging stopt pomp vanwege oververhitting - Het water is te warm - Stroomuitval - Vuil of steentjes in de wateraanvoer - Schoep zit vast - Storing in de motor - Zie: oververhittingsbeveiliging - Max. watertemperatuur 40°C - Controleer zekeringen en aardlek - Verwijder vuil en steentjes - Hef z.m. blokkade op of raadpleeg servicedienst - Raadpleeg de servicedienst Pomp start en stopt niet in AUTO-stand - Pomp staat niet verticaal - De vlotter zit vast - Zet de pomp rechtop - Maak de vlotter schoon14
Als deze tips geen oplossing bieden, neem dan contact op met uw leverancier of servicedienst. Garantie Op de door u gekochte dompelpomp is de normale garantie op productie- en materiaalfouten van toepassing. De volgende schade en storingen zijn uitgesloten van garantie:
- Slijtage en defecten van roterende mechanische afdichtingen, veroorzaakt door drooglopen of de aanwezigheid van bepaalde stoffen en/of voorwerpen in het water.
- Blokkade van de waaier door vreemde voorwerpen
- Beschadigingen veroorzaakt door onoordeelkundig gebruik
- Storingen die door onbevoegden tevergeefs zijn getracht te repareren, of door onoordeelkundige reparatie zijn veroorzaakt
- Schade door oververhitting Het openen van de pomp door onbevoegden als ook het aanbrengen van wijzigingen of toevoegingen aan de pomp doen de garantie en aansprakelijkheid van leverancier, importeur en fabrikant vervallen. Verwijdering
Gooi het apparaat aan het einde van de levensduur weg volgens de plaatselijke wetten en voorschriften of lever het apparaat in bij uw leverancier. Bijlages De CE-verklaring vindt u aan het einde van deze handleiding.15
Notice-Facile