P 520DX - Elektrische grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis P 520DX HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over P 520DX HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding P 520DX - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. P 520DX van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING P 520DX HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 140-207
| Inleiding | 140 |
| Veiligheid | 148 |
| Montage | 153 |
| Werking | 158 |
| Onderhoud | 166 |
| Probleemoplossing | 190 |
| Vervoer, opslag en verwerking | 195 |
| Technische gegevens | 198 |
| Accessoires | 205 |
| Service | 205 |
| Garantie | 205 |
| Verklaring van overeenstemming | 206 |
| Geregistreerde handelsmerken | 207 |
Inleiding
Afleveringsinspectie en productnummers
Let op: Bij dit product werd een afleveringsinspectie uitgevoerd. Vraag uw dealer om een getekend exemplaar van het afleveringsinspectiedocument.
| Contactinformatie servicewerkplaats: | |
| Deze gebruikershandleiding hoort bij het product met het product//serienummer: | |
| / | |
| Motor: | |
| Transmissie: | |
Productbeschrijving
De P 520DX en P 525DX zijn frontmaaiers. De krachtbron is een dieselmotor. Met de pedalen voor vooruit en achteruit rijden kan de bestuurder de snelheid geleidelijk aanpassen. De producten hebben vierwielaandrijving (AWD) en worden gebruikt met combi-maaidekken met Bioclip®. De P 525DX Cabin is een P 525DX met een cabine.
Gebruik
Het product is gemaakt om gras te maaien in commerciële gebieden. Bevestig een optionele accessoire om het product voor andere doeleinden te gebruiken. Neem contact op met uw Husqvarna-
leverancier voor meer informatie over de beschikbare accessoires.
Verzeker uw product
Zorg ervoor dat uw nieuwe product verzekerd is. Neem bij twijfel of vragen over verzekering contact op met uw verzekeraar. Wij raden u aan een all-risk verzekering af te sluiten die alle risico's afdekt, inclusief schade aan derden, brand, schade, diefstal en aansprakelijkheid.
Firmware
Zorg ervoor dat de meest recente softwareversies op het product zijn geïnstalleerd. Neem contact op met uw Husqvarna-servicedealer.

- Pedaal voor vooruitrijden
- Vergrendelingshendel voor pedaalstand (niet beschikbaar voor P 520DX)
- Pedaal voor achteruitrijden
- AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire voor P 520DX)
- Bedieningspaneel rechts
- Hendel voor hydraulisch heffen
- Hendel voor maaihoogte (accessoire voor P 520DX)
- Functieknop voor hydraulische accessoires (accessoire voor P 520DX)
- Parkeerrem
- PTO-knop
- Contactsleutel
-
Gashendel
-
Typeplaatje
- Koplampschakelaar
- Schakelaar voor voedingsaansluiting, 12 V
- USB-aansluitingen, 5 V
- Voedingsaansluiting, 12 V
- Omloopklep voor de achterste transmissie
- ROPS (Roll Over Protective Structure, kantelbeveiligingssysteem)
- Brandstoftankdop
- Omloopklep voor de voorste transmissie
- Display
- Hefarmen
- Servicebeugel
- Stuurkolom

- Luchtstroomregelaar voor de cabineverwarming
- AUX-voedingsaansluiting, 12 V
- Bedieningspaneel rechts
- Hendel voor hydraulisch heffen
- Hendel voor maaihoogte
- Functietoets voor hydraulische accessoires
- Parkeerrem
- PTO-knop
- Contactsleutel
- Gashendel
- Koplampschakelaar
- Aan/uit-schakelaar voor de voedingsaansluiting
- USB-aansluitingen, 5 V
- Voedingsaansluiting, 12 V
- Achterlichten
- Werklampen achter
-
Waarschuwingslichten
-
Bedieningspaneel in het dak van de cabine
- Schakelaar voor het binnenlicht van de cabine
- Schakelaar voor de ruitenwissers
- Schakelaar voor de werklampen aan de achterzijde op de cabine
- Schakelaar voor de waarschuwingslichten op de cabine
- Luik
- Bedieningspaneel
- Schakelaar voor de parkeerlichten
- Schakelaar voor de dimlichten
- Schakelaar voor de richtingaanwijzers
- Indicator richtingaanwijzers
- Schakelaar voor de alarmlichten
- Zoemer
- Handgreep
- Ontluchtingssteun
-
Werklampen vóór
-
Luchtventilator en filtratie
- Nooduitgang
- Display
- Contragewicht
Voedingsaansluitingen
Het product heeft de volgende voedingsaansluitingen:
• 12 V-voedingsaansluiting
- USB-aansluitingen
- AUX-voedingsaansluiting van 12 V (accessoire voor P 520DX)
De plaats van de zekeringen voor de voedingsaansluiting vindt u onder Overzicht van de zekeringen op pagina 177.
De plaats van de aansluitingen vindt u onder Productoverzicht (P 520DX, P 525DX) op pagina 141.
Schakel de voedingsaansluiting in en uit met de aan/uitschakelaar op het bedieningspaneel.
Urenteller
Het product heeft 2 urentellers op het display. De urentellers tonen hoeveel bedrijfsuren de motor in totaal (A) en tijdens de bedrijfsperiode (B) heeft. Het laatste cijfer van de urenteller voor de bedrijfsperiode geeft een tiende van een uur (6 minuten) weer.
De tijd van ingeschakeld contact zonder dat de motor draait, wordt niet geregistreerd.
Let op: De totale urenteller (A) toont alleen hele uren.
Let op: Een bedrijfsperiode is de tijd dat de motor gedurende 1 dag is ingeschakeld. Een nieuwe bedrijfsperiode begint als de motor minimaal 6 uur is uitgeschakeld.

text_image
A B h 88,8 hHusqvarna Connect
Het product heeft draadloze -technologie en kan verbinding maken met mobiele apparaten waarop de Husqvarna Connect-app is geïnstalleerd. De Husqvarna Connect-app is een gratis app voor uw mobiele apparaat. De Husqvarna Connect-app biedt uitgebreide functies voor uw Husqvarna-product:
- De functies vergrendelen en ontgrendelen voorkomen onbevoegd gebruik van het product.
- Uitgebreide productinformatie.
- Informatie over, en hulp bij, onderdelen en onderhoud van uw product.
Husqvarna Fleet Services™
Husqvarna Fleet Services™ is een cloudoplossing waarmee de commerciële fleetmanager een overzicht heeft van alle machines. Voor meer informatie over Husqvarna Fleet Services™, zie www.husqvarna.com.
Het product verbinden met Husqvarna Fleet Services™
- Download de Husqvarna Fleet Services ^TM -app naar uw mobiele apparaat.
- Meld u aan bij de Husqvarna Fleet Services ™-app.
- Volg de instructies voor het koppelen van het product met Husqvarna Fleet Services™.
Koplampen
Het product heeft een werklamp en een grootlicht.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (A) om de lampen uit te schakelen.

text_image
A B C- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (B) om de werklamp in te schakelen.
- Zet de aan/uit-schakelaar in stand (C) om ook grootlicht in te schakelen.
De werklamp blijft 3 minuten branden nadat de contactsleutel op STOP is gezet. Het display toont het koplampsymbool als de koplampen zijn ingeschakeld. Zie Display op pagina 145.
Pedalen voor vooruit- en achteruitrijden
Met deze twee pedalen is de snelheid geleidelijk regelbaar. Het linker pedaal (A) wordt gebruikt om vooruit te rijden, en het rechter pedaal (B) wordt gebruikt om achteruit te rijden. Het product remt wanneer de pedalen worden losgelaten.

text_image
A BHefhendel voor het hydraulisch heffen van het maaidek
De hefhendel voor het hydraulisch heffen wordt gebruikt voor het heffen en neerlaten van het maaidek. De hydraulische lift gebruikt hydraulische druk en werkt alleen wanneer de motor draait.
In de maaistand beweegt het maaidek zich horizontaal ten opzichte van de grond.
- Met stand (A) zet u het maaidek in de maaistand.
- Met stand (B) laat u de hefarmen zakken.
- Neutrale stand (C).
- Met stand (D) zet u het maaidek in de transportstand.

text_image
A B C D
text_image
A B C D
WAARSCHUWING: Het maaidek kan altijd worden opgeheven en
neergelaten. De hydraulische kracht kan ernstig letsel veroorzaken.
Functietoets voor hydraulische accessoires
De functietoets bevindt zich naast de hefhendel voor hydraulische accessoires.
De functietoets werkt anders voor verschillende accessoires. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire.

De maaidekken voor dit product zijn Combi-maaidekken met BioClip®. BioClip® maait het gras tot meststof. De Combi-maaidekken kunnen ook zonder BioClip® worden gebruikt. Zonder BioClip® wordt het gras naar achteren uitgeworpen.
Display
Het display op het instrumentenpaneel toont informatie over de status van het product.

text_image
1 2 3 4 5 6 7 RPM Low Hi 9 (P) 10 11 12 13 15 14 OFF 16 17 20 18 h h- Hellingsindicator (niet van toepassing op dit product)
- Indicator voor motorkoelvloeistoftemperatuur
Let op: Er klinkt een waarschuwingssignaal wanneer de temperatuurindicatie van de motor aanslaat. Schakel onmiddellijk de PTO-schakelaar uit en zet de gashendel in de stand voor laag toerental. Het waarschuwingssignaal stopt wanneer de motortemperatuur tot onder de waarschuwingslimiet is gedaald.

OPGELET: Draai de contactsleutel niet in de stopstand wanneer het waarschuwingssignaal aanslaat. Dit kan schade aan de motor veroorzaken.
- Indicator voor motoroliedruk
- Indicator accuniveau
- Maaidek-indicator (niet van toepassing op dit product)
- PTO-indicator
- Toerenteller
- Aanbevolen motortoerental wanneer u het product bedient.
- Indicator parkeerrem
- Dodemansregeling (OPC)
-
Brandstofmeter
-
Indicator werklampen of grootlicht
- Bluetooth®
- Gewichtsoverdracht uitgeschakeld (niet van toepassing op dit product)
- Indicator onderhoud
- Brandstofmeter in stappen van 5%
- Indicator brandstofniveau laag
- Urenteller. Geeft de totale bedrijfstijd in uren weer.
- Digitale vergrendeling
- Urenteller. Werkuren per dag. Raadpleeg Urenteller op pagina 143.
- Indicator bougie
Let op: Het display kan verschillend zijn, afhankelijk van het model.
Let op: Wanneer de contactsleutel van de STOP-stand naar de ON-stand (AAN) wordt gedraaid, gaan alle symbolen kort branden. Hierna branden alleen de symbolen van functies die in werking zijn.
Cabineverwarming
De P 525DX Cabin heeft cabineverwarming om de temperatuur in de cabine te verhogen. De
cabineverwarming kan ook worden gebruikt om vorst van de ruiten te verwijderen bij koud weer.
Symbolen op het product

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen.

Lees de bedieningshandleiding goed door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u dit product gaat gebruiken.

Draaiende messen. Houd lichaamsdelen uit de buurt van de kap wanneer de motor draait.

Waarschuwing: draaiende delen. Houd lichaamsdelen uit de buurt.

Waarschuwing: draaiende riempoelie. Houd lichaamsdelen uit de buurt wanneer de motor draait.

Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling.

Waarschuwing: gevaar voor letsel als gevolg van beknelling. De hefarmen bewegen met grote kracht; houd lichaamsdelen uit de buurt.

Kijk uit voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen.

Warm oppervlak.

Gebruik het product nooit als personen, met name kinderen en/of huisdieren, zich in de directe omgeving bevinden.

Kijk achter u vóór en tijdens achteruit rijden.

Maai nooit gras dwars over een helling. Maai geen gras op een helling van meer dan 10°. Zie Gras maaien op hellingen op pagina 151.

Laat nooit passagiers meerijden op het product of bijbehorende uitrusting.

Letselgevaar als het product omslaat.

Bedien het product zeer langzaam als er geen maaidek is aangebracht.

Laat het product alleen op volle snelheid werken wanneer een maaidek is aangebracht.

Vooruit rijden.

Neutraalstand.

Achteruit rijden.

Parkeerrem.

Schakel de parkeerrem in.

Zet de parkeerrem vrij.

Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen.

Dit product voldoet aan geldende VK- regelgeving.

Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 198en op het label.

Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming.

Activeer het product.

Stop de motor.

Motortoerental - snel.

Motortoerental – langzaam.

Brandstof.

De messen zijn ingeschakeld.

De messen zijn uitgeschakeld.

Oliepeil.

Scanbare code

Milieumarkering. Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur.

Gebruik de veiligheidsgordel niet als de ROPS omlaag staat.

Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer de ROPS omhoog staat.

Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor een aantal commerciële markten.
Typeplaatje

-
Husqvarna Identity (HID) met artikelnummer, fabriek en lijn, datum, volgnummer en controlenummer
-
Modelnaam
-
Productnummercode (PNC)
-
Scanbare code
-
Fabrikant en adres van de fabrikant
-
Bouwjaar
-
Nominaal vermogen
-
Serienummer met datum, jaar en week van productie en volgnummer
-
Productnummercode (PNC)
-
Productgewicht, onbelast
-
Maximaal gewicht vooras (GAWR)
-
Maximaal gewicht achteras (GAWR)
-
Maximaal gewicht in beladen toestand (GCWR)
Euro V-emissies

WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als
ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.
Schade aan het product
We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.
Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Dit product kan handen en voeten afsnijden en objecten wegslingeren. Ernstig letsel of de dood kunnen het gevolg zijn als u de veiligheidsvoorschriften negeert.

WAARSCHUWING: Gebruik een product niet langer als de snijuitrusting beschadigd is. Beschadigde snijuitrusting kan objecten wegslingeren en als gevolg daarvan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Vervang beschadigde messen onmiddellijk.

WAARSCHUWING: Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan
om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat alvorens dit product te gaan gebruiken.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Vermijd situaties die uw capaciteiten te boven gaan. Als u na het lezen van de gebruikershandleiding niet precies weet hoe u het product moet bedien, vraag dan advies aan deskundige voordat u verder gaat.
- Voordat u het product gaat gebruiken, moet u de gebruikershandleiding en de instructies op het product lezen en begrijpen.
- Zorg dat u weet hoe u het product en de bedieningselementen veilig gebruikt en hoe u het product snel kunt stoppen.
- Zorg ook dat u weet wat de veiligheidspictogrammen betekenen.
- Houd het product schoon zodat plaatjes en stickers leesbaar blijven.
- Denk erom dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongelukken of beschadigingen aan eigendommen.
- Vervoer geen passagiers. Het product mag maar door één persoon worden gebruikt.

- Laat het product niet onbeheerd staan terwijl de motor draait. Alvorens het product onbeheerd te laten dient u altijd de messen te stoppen,
de parkeerrem in te schakelen, de motor uit te schakelen en de contactsleutel te verwijderen.
- Gebruik het product alleen bij daglicht of onder goed verlichte omstandigheden. Houd het product op een veilige afstand van gaten en andere onregelmatigheden in de grond. Kijk uit voor andere mogelijke risico's.
- Gebruik het product nooit bij slecht weer, zoals mist, regen, op vochtige of natte plekken, bij krachtige wind, strenge kou, bij onweer, enz.
- Markeer stenen en andere vaste objecten om botsingen te voorkomen.
- Verwijder stenen, speelgoed, draden, enz. uit het werkgebied, omdat deze anders door de messen kunnen worden weggeslingerd.

- Laat kinderen of andere personen die niet geschikt zijn om het product te gebruiken, geen werkzaamheden met of aan het product verrichten. De minimumleeftijd van de gebruiker kan zijn vastgelegd in plaatselijke voorschriften.
- Zorg dat er zich niemand in de buurt van het product bevindt wanneer u de motor start, de aandrijving inschakelt of met het product gaat rijden.
- Houd een oogje op het verkeer als u maait nabij een weg of wanneer u een weg oversteekt.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Wijzig de afstelling voor de motortoerentalregeling niet.
- Parkeer het product altijd op een vlakke ondergrond met de motor uitgeschakeld.
Veiligheidsinstructies met betrekking tot kinderen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Er kunnen zich ernstige ongevallen voordoen als u niet goed oplet terwijl er zich kinderen in de nabijheid van het product bevinden. Kinderen kunnen worden aangetrokken tot het product en het maaien. Het is heel goed mogelijk dat kinderen niet langer zijn waar u ze het laatst zag.
- Houd kinderen uit de buurt van het gebied dat moet worden gemaaid. Zorg ervoor dat de kinderen onder toezicht van een volwassene staan.
- Let goed op en schakel het product uit als er kinderen in het werkgebied komen. Wees vooral voorzichtig bij bochten, bosjes, bomen of andere objecten die uw zicht kunnen belemmeren.
- Kijk achterom en ook naar beneden, voordat u begint met achteruit rijden en tijdens het achteruit rijden, om te verifiëren of er zich geen kleine kinderen in de buurt van het product bevinden.
- Laat geen kinderen op het product meerijden. Ze kunnen eraf vallen en ernstig gewond raken of kunnen het veilig gebruik van het product hinderen.
- Laat het product niet door kinderen bedienen.

Veiligheidsinstructies voor bediening

WAARSCHUWING: Raak nooit de motor of uitlaat aan tijdens of direct na gebruik. De motor en het uitlaatsysteem worden zeer heet tijdens het gebruik. Kans op brandwonden, brand en schade aan eigendommen of aangrenzende gebieden. Houd tijdens het maaien de machine uit de buurt van bosjes en andere objecten.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Kijk altijd naar beneden en achterom voordat en terwijl u achteruit rijdt. Kijk uit voor grote en kleine obstakels.
- Verlaag de rijsnelheid voordat u een bocht neemt.
- Stop de messen wanneer u door zones rijdt waar u niet maait.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Maak de koelluchtinlaat van de motor vrij van gras en vuil voordat u het product gebruikt. Als de
koelluchtinlaat geblokkeerd is, bestaat het risico op motorschade.
- Beweeg voorzichtig rond stenen en andere grote objecten en zorg dat de messen de objecten niet raken.
- Zorg dat u met het product geen objecten raakt. Stop en inspecteer het product en het maaidek wanneer de messen tijdens het maaien iets geraakt hebben. Voer waar nodig reparaties uit voordat u verder gaat.
Persoonlijke beschermingsuitrusting

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag tijdens het gebruik van het product altijd goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen. Persoonlijke beschermingsuitrusting kunnen niet alle risico's uitsluiten maar kunnen de ernst van eventueel letsel helpen beperken. Vraag uw dealer u te helpen bij het kiezen van de juiste beschermingsmiddelen.
- Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Gebruik zware antisliplaarzen of -schoenen. Stalen neuzen worden aanbevolen. Draag geen open schoenen en loop niet op blote voeten.

- Draag zo nodig beschermende handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting.
- Draag geen loszittende kleding, sieraden of andere voorwerpen die vast kunnen komen te zitten in bewegende delen.
- Houd een EHBO-doos en een brandblusser binnen handbereik.
Veiligheidsvoorzieningen op het product

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken. Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste
werking. Als de veiligheidsvoorzieningen zijn beschadigd, neemt u contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats.
- Voer geen veranderingen uit aan de veiligheidsvoorzieningen. U mag het product niet gebruiken als beschermingsplaten, afschermingen, veiligheidsschakelaars of andere veiligheidsvoorzieningen ontbreken of beschadigd zijn.
Kantelbeveiligingssysteem (ROPS)
De kantelbeveiliging is een beschermend frame dat het risico op letsel vermindert als het product kantelt. Gebruik het kantelbeveiligingssysteem en de veiligheidsgordel wanneer u het product op hellingen bedient.
Veiligheidsgordel
De veiligheidsgordel voorkomt letsel als er ongelukken gebeuren of het product kantelt. Gebruik de veiligheidsgordel alleen wanneer het kantelbeveiligingssysteem is ingeschakeld. Controleer of de veiligheidsgordel goed is bevestigd en niet is beschadigd.
Dodemansregeling (OPC)
De OPC wordt ingeschakeld wanneer de gebruiker opstaat van de stoel. De OPC-indicator in het display gaat branden. De OPC schakelt het veiligheidscircuit in. Zie De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150.
De contactsleutel controleren
- Start de motor en schakel die weer uit bij wijze van controle van de contactsleutel. Raadpleeg De motor starten op pagina 161 en Motor uitschakelen op pagina 164.
- Verifieer of de motor start wanneer u de contactsleutel naar de startstand draait.
- Verifieer of de motor onmiddellijk wordt uitgeschakeld wanneer u de contactsleutel naar de stopstand draait.
De bedrijfsvoorwaarden controleren
De bedrijfsvoorwaarden zijn als volgt:
- De motor kan alleen worden gestart als de aandrijving van de messen is uitgeschakeld.
- De motor kan alleen worden gestart als de parkeerrem is ingeschakeld.
- De aandrijving van de messen kan alleen werken als de bestuurder op de stoel zit.
Controleer de bedrijfsvoorwaarden dagelijks.
-
Probeer de motor te starten met de aandrijving van de messen ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.
-
Probeer de motor te starten zonder dat de parkeerrem is ingeschakeld. Als het goed is, start de motor niet.
- Start de motor, schakel de aandrijving op de messen in en sta op uit de stoel. Als het goed is, stoppen de messen van het maaidek.
Het pedaal voor vooruitrijden en het pedaal voor achteruitrijden controleren
- Start het product.
- Zorg dat de pedaal voor vooruitrijden en de pedaal voor achteruitrijden niet geblokkeerd zijn en over de gehele pedaalslag kunnen worden bediend.
- Trap het pedaal voor vooruitrijden voorzichtig in om vooruit te rijden.
- Laat het pedaal voor vooruitrijden los om de machine te laten remmen. Controleer of de rem aangrijpt wanneer u het pedaal voor vooruitrijden loslaat.
- Voer dezelfde procedure uit voor het pedaal voor achteruitrijden.
Let op: Het product heeft een remfunctie die automatisch wordt ingeschakeld wanneer u de pedalen loslaat. Om de snelheid sneller te verlagen, drukt u op het andere pedaal.
- Zorg ervoor dat het product niet beweegt wanneer de pedalen voor vooruit en achteruitrijden niet zijn ingeschakeld.
Parkeerrem

WAARSCHUWING: Als de parkeerrem niet werkt, kan het product beginnen te bewegen en daardoor letsel of schade veroorzaken. Inspecteer de parkeerrem regelmatig en stel deze af indien nodig.
Zie De parkeerrem controleren op pagina 172.
Geluiddemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand.

WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Geluidemper controleren
- Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is.
Beschermkappen
Ontbrekende of beschadigde beschermkappen vergroten de kans op letsel bij bewegende delen en hete oppervlakken. Voer een controle van de beschermkappen uit voordat u het product start. Zorg dat de beschermkappen juist zijn aangebracht en niet zijn gescheurd of andere beschadigingen vertonen. Vervang beschadigde beschermkappen.
Gras maaien op hellingen

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Maaien op een helling verhoogt het risico dat u de controle over het product verliest en dat het product kantelt. Dit kan ernstig of dodelijk letsel veroorzaken. Bij maaien op een helling is het van groot belang voorzichtig te werk te gaan. Als u niet achteruit tegen een helling op kunt rijden of als u zich daar niet prettig bij voelt, maai de helling dan niet.
- Verwijder stenen, takken en andere obstakels.
- Maai verticaal tegen de helling (omhoog en omlaag), niet horizontaal (van links naar rechts of omgekeerd).
- Rijd niet een helling af met opgeheven maaidek.
- Gebruik het product niet op een helling van meer dan 10°.

- Start of stop niet op een helling.
- Rijd op hellingen gelijkmatig en langzaam.
- Vermijd abrupte veranderingen in snelheid en richting.
- Draai niet meer dan noodzakelijk. Draai langzaam en geleidelijk wanneer u een helling afrijdt. Rijd met lage snelheid. Draai voorzichtig aan het stuurwiel.
- Kijk uit voor en rijd niet over voren, kuilen en hobbels. Er bestaat een grotere kans dat het product kantelt op een ondergrond die niet vlak is. Obstakels kunnen moeilijk te zien zijn door hoog gras.
- Maai niet in de buurt van randen, greppels of hellingen. Het product kan plotseling kantelen als
een van de wielen over de randen van een steile helling of greppel komt, of als een berm inzakt. Als het product in het water terechtkomt, bestaat het risico van verdrinking.

text_image
飞马- Niet gebruiken voor het maaien van nat gras. Nat gras is glad en de banden kunnen hun grip verliezen waardoor het product slipt.
- Zet uw voet niet op de grond om te proberen het product te stabiliseren.
- Ga zeer voorzichtig te werk als er een accessoire of ander object aan het product is bevestigd waardoor het minder stabiel is.
- Breng wielverzwaarders of contragewichten aan om het product te stabiliseren. Neem voor meer informatie contact op met uw dealer. Gebruik voor P 525DX contragewichten, omdat voor AWD-producten geen wielverzwaarders kunnen worden gebruikt.
Brandstofveiligheid

WAARSCHUWING: Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is zeer brandbaar en kan leiden tot letsel en schade aan eigendommen.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
• Vul de brandstoftank nooit binnen.
- Diesel en dieseldampen zijn giftig en zeer licht ontvlambaar. Wees voorzichtig met diesel om letsel of brand te voorkomen.
- Verwijder de brandstoftankdop niet en vul de tank niet bij wanneer de motor draait.
- Laat de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
- Rook niet tijdens het bijvullen van brandstof.
- Vul geen brandstof bij in de nabijheid van vonken of open vuur.
- Bij lekkage in het brandstofsysteem mag u de motor niet starten zolang de lekken niet gerepareerd zijn.
- Vul de tank niet verder dan het aanbevolen brandstofniveau. De warmte van de motor en de zon
doet de brandstof uitzetten waardoor de brandstof kan overstromen als de tank te ver wordt gevuld.
- Vul niet teveel bij. Als u benzine op het product morst, dep dan de benzine op en wacht totdat het restant is verdampt voordat u de motor start. Als u benzine op uw kleding morst, trek dan andere kleding aan.
- Bewaar brandstof in daarvoor bestemde verpakkingen.
- Bewaar het product en de brandstof op zodanige wijze dat er geen risico bestaat dat brandstoflekken of dampen schade kunnen veroorzaken.
- Tap brandstof af in een daarvoor goedgekeurde verpakking, en doe dat buiten en niet in de nabijheid van open vuur.
Veiligheid bij accu's

WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu's af. Zie Afvoeren op pagina 197.
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken.
Transportveiligheid
- Gebruik een goedgekeurd transportvoertuig om het product te vervoeren.
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- De nationale of lokale wetgeving van een markt kan het transport van dit product mogelijk beperken.
- De gebruiker van het transportvoertuig is verantwoordelijk voor het veilig vastzetten van het product tijdens het transport. Zie Het product veilig vastzetten op een aanhanger op pagina 195.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

WAARSCHUWING: Het product is zwaar en kan letsel of schade aan eigendommen of de omgeving veroorzaken. Voer geen onderhoud uit aan de motor of het maaidek zonder aan deze voorwaarden te voldoen:
- De motor is uitgeschakeld.
- Het product is op een vlakke ondergrond geparkeerd.
- De parkeerrem is ingeschakeld.
- De contactsleutel is verwijderd.
• Het maaidek is ontkoppeld. - De hoofdschakelaar staat uit. Zie De motor starten op pagina 161.

WAARSCHUWING: Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Gebruik het product niet in gesloten ruimten of ruimten met onvoldoende luchtstroming.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voor optimale prestaties en veiligheid adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie .
- Een elektrische schok kan letsel veroorzaken. Raak geen kabels aan als de motor draait. Voer een
functietest van het ontstekingssysteem niet met uw vingers uit.
- Start de motor niet als de beschermkappen zijn verwijderd. Er bestaat dan groot risico op letsel door bewegende of hete delen.
- Laat het product afkoelen voordat u onderhoudswerkzaamheden in de buurt van de motor uitvoert.
- De messen zijn erg scherp en kunnen snijwonden veroorzaken. Voorzie de messen van bescherming of draag beschermende handschoenen wanneer u aan de messen werkt.
- Plaats het maaidek altijd in de onderhoudsstand om het te reinigen. Parkeer het product niet dicht bij de rand van een greppel of helling om toegang te krijgen tot het maaidek.

OPGELET: Lees de volgende veiligheidsinstructies voordat u het product gaat gebruiken.
- Laat de motor niet draaien als de bougie of ontstekingskabel is verwijderd.
- Zorg dat alle moeren en bouten goed zijn vastgedraaid en dat de apparatuur in goede staat is.
- Wijzig de instelling van de regelaars niet. Als het motortoerental te hoog is, kunnen de productonderdelen beschadigd raken. Zie Technische gegevens op pagina 198 voor het hoogst toegestane motortoerental.
- Het product is alleen goedgekeurd voor gebruik in combinatie met de uitrusting die wordt geleverd of wordt aanbevolen door de fabrikant.
Montage
Het maaidek bevestigen Combi 132, Combi 155
Let op: Zorg ervoor dat het maaidek en het product op een vlakke ondergrond staan voordat u het maaidek bevestigt.
- Zet de hefhendel in de stand (B) om de hefarmen te laten zakken.

text_image
A B
- Bedien het product voorzichtig vóór het maaidek.
- Plaats de hefarmen in de verbinding van het maaidek.
- Schakel de parkeerrem in.
- Stop de motor.
- Breng de bouten (C) aan en bevestig de pennen (D) op de hefarmen.

- Verwijder de twee schroeven en verwijder het onderhoudsluik.

- Trek de koppeling van de aandrijfas terug en bevestig de aandrijfas aan de PTO.
Let op: Zorg ervoor dat de pijl op het symbool naar het product wijst.

- Breng de achterste vergrendelketting aan rondom de hefbalk.
- Bevestig de vergrendelketting aan de aandrijfas.
- Trek de koppeling van de aandrijfas terug en bevestig de aandrijfas aan de hoekoverbrengingsas van het maaidek.

- Vouw de rubberen kap boven de askoppeling op.
- Breng de vergrendelketting aan de voorzijde aan rondom de pijp.
- Bevestig de vergrendelketting aan de aandrijfas.
- Bevestig het onderhoudsluik en draai de schroeven vast.
- Start de motor.
- Beweeg de hefhendel naar achteren om het maaidek omhoog te brengen. Hef het maaidek omhoog totdat de draaiwielen van het maaidek de grond niet meer raken.
- Stop de motor.
- Trek aan de veer (E) en bevestig deze aan de hijsogen op het maaidek (F).

text_image
F E- Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. Zie Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 173.
Het maaidek bevestigen Combi 132 X, Combi 155 X
-
Bevestig het maaidek. Zie Het maaidek bevestigen Combi 132, Combi 155 op pagina 153.
-
Plaats de hydraulische slangen van het maaidek door de lus.

- Bevestig de hydraulische slangen aan de koppeling op het product. De flens en de inkeping moeten correct zijn uitgelijnd.

Let op: De positie van de hydraulische slangen regelt de werking van de maaihoogtehendel. Wijzig de positie van de hydraulische slangen om de werking van de maaihoogtehendel te wijzigen.
Het maaidek verwijderen
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Stop de motor.
- Beweeg de hendel voor de maaihoogte twee tot drie keer naar voren en naar achteren om de resterende druk af te laten.
- Maak voor Combi 132 X en Combi 155 X de koppelingen los en ontkoppel de hydraulische slangen.
- Schakel de parkeerrem in.
-
Beweeg de hefhendel naar voren om het maaidek neer te laten. Stop voordat de draaiwielen van het maaidek de grond raken.
-
Trek aan de veer (A) en verwijder de hijsogen (B).

WAARSCHUWING: Zet de hefhendel niet in de maaistand (D). De hydraulische kracht kan ernstig letsel veroorzaken.
- Stop de motor.
- Verwijder de twee schroeven en verwijder het onderhoudsluik.

- Til de rubberen kap van de askoppeling.
-
Trek de koppeling van de aandrijfas naar achteren, en verwijder de aandrijfas vanaf de hoekoverbrengingsas van het maaidek en vanaf de PTO.
-
Verwijder de vergrendelkettingen.
- Verwijder de pennen (E) en de bouten (F) uit de hefarmen.

De cabine verwijderen en monteren
- Verwijder de cabinedeur. Zie De deur verwijderen en monteren op pagina 158.
- Verwijder de nooddeur. Zie De nooddeur verwijderen en monteren op pagina 158.
- Verwijder de rubberen riemen en open de motorkap.
- Koppel de accu los.

-
Verwijder het onderhoudsluik. Zie Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 170.
-
Verwijder de afdekking van de zekeringkast. Zie De afdekking van de bedieningskast verwijderen op pagina 170.
-
Maak de kabel van de cabinebesturing los. De kabel heeft een zwarte stekker.

- Plaats de rubberen doorvoertule in de lege sleuf.
- Koppel de 2 connectoren van de koplampschakelaar los.

- Verwijder de kabelbrug van de connector en monteer de connector op de koplampschakelaar.

-
Zet de koplampschakelaar ON en OFF om te controleren of de koplampen correct werken.
-
Plaats een doek onder de slangen voor de cabineverwarming.
Let op: Om koelvloeistoflekkage te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de cabineverwarming is uitgeschakeld voordat u de slangen loskoppelt.
- Koppel de slangen voor de cabineverwarming los.

- Verwijder de 2 schroeven en de 2 ringen achter de stoel (A).

- Verwijder de schroef en de onderlegring achter de slangen voor de cabineverwarming (B).
- Verwijder de schroef en de onderlegring aan de voorzijde van de deur (C).
- Klap de stoel naar voren.
- Haal twee sjorbanden door de cabinedeur en de nooddeur.

- Haal de sjorbanden door de cabine en draai de banden er 2 keer omheen.
- Bevestig de sjorbanden in de hijsogen van de cabine.

- Til de cabine voorzichtig in de sjorbanden met een lift.
- Til de cabine 10 cm boven het product.

OPGELET: Zorg ervoor dat de cabine boven de bouten wordt getild.
- Beweeg de cabine voorzichtig naar voren.
- Zet de cabine in de cabinesteun. Zie Opslag van de cabine op pagina 196

moet zijn geïnstalleerd wanneer de cabine wordt verwijderd. Zie Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen op pagina 158.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De deur verwijderen en monteren
- Open de deur 90 graden.
- Trek de gasveer naar buiten en maak de kogelverbinding los.
- Til de deur op om deze te verwijderen.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De nooddeur verwijderen en monteren
- Open de vergrendelingshendel op de nooddeur.
- Verwijder de scharnierpen.
- Open de deur 90 graden.
- Til de nooddeur omhoog om deze te verwijderen.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Het kantelbeveiligingssysteem (ROPS) in- en uitschakelen
- Verwijder de twee bouten waarmee de ROPS is bevestigd en klap de ROPS naar achteren om hem uit te schakelen. Schakel het kantelbeveiligingssysteem in omgekeerde volgorde van uitschakelen in.

WAARSCHUWING: Houd u aan de volgende instructies voor de ROPS en de veiligheidsgordel.
- Gebruik de veiligheidsgordel niet indien de ROPS uitgeschakeld is.

- Gebruik altijd de veiligheidsgordel wanneer de ROPS ingeschakeld is.

- Controleer of het kantelbeveiligingssysteem goed is bevestigd en niet is beschadigd.
Werking
Inleiding
hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen.

WAARSCHUWING: Voordat u het product gaat gebruiken, dient u het
Brandstof bijvullen

WAARSCHUWING: Diesel is zeer ontvlambaar. Wees voorzichtig en vul buitenshuis brandstof bij. Zie Brandstofveiligheid op pagina 152.

WAARSCHUWING: Gebruik de brandstoftank niet als ondersteuning.

OPGELET: Een verkeerde soort brandstof kan leiden tot motorschade.
- Om aan de emissievoorschriften te voldoen, moet de brandstof voldoen aan de norm EN590 of ASTM D975 en een zwavelgehalte hebben van minder dan 500 ppm of 0,05% van het gewicht. Raadpleeg de Kubota-bedieningshandleiding voor meer informatie over brandstofkwaliteit.
- Gebruik diesel met een minimaal cetaangetal van 45. Gebruik geen diesel met een RME-mengsel dat meer dan 5% op minerale olie gebaseerde brandstoffen bevat.
Let op: Het is noodzakelijk om brandstof voor koud weer te gebruiken als de temperatuur lager is dan 0°C / +32°F. Neem contact op met uw servicedealer van Husqvarna voor meer informatie.
- Controleer het brandstofniveau voorafgaand aan elk gebruik en vul indien nodig bij.
- Vul geen brandstof bij tot boven de markering van het maximumniveau op de brandstoftank.

text_image
MAX FUEL LEVELDe stoel afstellen (P 520DX, P 525DX)

WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.
- Draai hendel (A) om de vering van de stoel aan te passen. Duw de hendel omhoog voor meer vering en duw de hendel omlaag voor minder vering.

text_image
A B C- Trek de hendel (B) in de richting van het midden van de stoel om de stoel naar voren of achteren te schuiven. Verplaats de stoel naar de correcte positie.
- Trek aan de hendel (C) links van de stoel om de rugleuning af te stellen. Verplaats de rugleuning naar de correcte positie.
De stoel verstellen (accessoire voor P 520DX, P 525DX)

WAARSCHUWING: Stel de stoel niet af wanneer u het product gebruikt.
- Trek aan de hendel (A) onder de voorkant van de stoel om de stoel naar voren of achteren te schuiven. Verplaats de stoel (B) naar de correcte positie.

- Trek de hendel (C) naar links om de vering van de stoel aan te passen. Trek de hendel omhoog voor meer vering en duw de hendel omlaag voor minder vering (D).

- Trek aan de hendel (E) links van de stoel om de rugleuning af te stellen. Verplaats de rugleuning naar de correcte positie.

- Draai de hendel (F) links van de rugleuning om de lendensteun aan te passen. Draai de hendel naar links voor meer steun.

text_image
FAan/uit-schakelaars voor veiligheidssignalen - P 525DX Cabin
De aan/uit-schakelaars voor veiligheidssignalen zijn aangebracht op het paneel aan de linkerkant van het stuurwiel.
- Claxon (A)
-
Parkeerlicht (B)
-
Dimlichten (C)
- Richtingaanwijzers (D)
- Alarmlichten (E)

text_image
A B C D EDe stoel naar voren kantelen (P 520DX, P 525DX)
- Trek de vergrendelingshendel omhoog en kantel de stoel naar voren.

De stoel naar voren kantelen (P 525DX Cabin)
- Verwijder de twee knoppen en de twee onderlegringen.

- Kantel de stoel naar voren.
Het maaidek heffen
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving van het maaidek uit te schakelen.

Let op: U kunt het maaidek een beetje heffen met de aandrijving op de messen ingeschakeld. Gebruik deze functie voor zeer lang gras of ruwe oppervlakken.

WAARSCHUWING: Het optillen van het maaidek terwijl de aandrijving is ingeschakeld kan tot gevolg hebben dat voorwerpen worden uitgeworpen, met ernstig letsel of de dood tot gevolg.
Het maaidek omlaag brengen in de maaistand
- Beweeg de hefhendel voor hydraulisch heffen naar voren om het maaidek omlaag te brengen naar de maaistand (A).

- Trek aan de PTO-knop om de aandrijving op de messen van het maaidek in te schakelen.

- Druk de hoofdschakelaar in en draai deze naar de ON-stand (AAN).

-
Schakel de parkeerrem in.
-
Druk de PTO-knop in om de werking van het maaidek uit te schakelen.

-
Draai de contactsleutel naar de ON-stand (AAN). Wacht tot de display-lampjes gaan branden.
-
Draai de contactsleutel naar de pijlstand. Houd hem in deze stand tot de motor start.
-
Wanneer de motor start, laat u de contactsleutel onmiddellijk los naar de ON-stand (AAN) om schade aan de startmotor te voorkomen.

text_image
ON STOP
OPGELET: Bedien de startmotor niet langer dan 6 seconden per keer. Als de motor niet start, wacht dan 15 seconden voordat u het opnieuw probeert.
-
Laat de motor 3 tot 5 minuten draaien met halfgas voordat u de motor bij zware belasting gebruikt.
-
Duw de gashendel naar de stand voor volgas.

OPGELET: Het inschakelen van de maaimessen terwijl de motor met volle snelheid draait, veroorzaakt spanning op de aandrijfriemen en de koppeling. Gebruik pas vol gas wanneer het maaidek omlaag is gezet in de maaistand.
Het product gebruiken
-
Start de motor.
-
Ontgrendel de parkeerrem.

- Trap een van de pedalen voorzichtig in. De snelheid neemt toe naarmate u het pedaal dieper indrukt. Gebruik pedaal (A) voor vooruit rijden en pedaal (B) voor achteruit rijden.

text_image
A B-
Laat het pedaal los om te remmen. Om harder te remmen, drukt u op het andere rijpedaal.
-
Trek aan de PTO-knop om de aandrijving van de messen op het maaidek in te schakelen.

De standen van het pedaal voor vooruitrijden instellen (P 525DX, P525DX Cabin)
Het pedaal voor vooruitrijden kan worden ingesteld op transportsnelheid of op werksnelheid met behulp van de vergrendelingshendel.
- Zet de vergrendelingshendel van stand (A) naar stand (B) om het pedaal in te stellen op werksnelheid.

- Trek het pedaal omhoog tot de vergrendelingshendel in stand (A) komt om het pedaal in te stellen op transportsnelheid.
De bodemdruk van de hydraulische hefarmen afstellen
De hydraulische hefarmen hebben een hefveer die helpt de bodemdruk vanaf het draaiwiel op het maaidek te verhogen of te verlagen.
- Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijderen op pagina 155.
- Schakel de parkeerrem in.
- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen naar achteren om de hydraulische hefarmen volledig op te heffen.
- Draai de contactsleutel naar stand STOP.
- Om de bodemdruk te verhogen of te verlagen, verwijdert u de pen en de bout en beweegt u de hefveer naar een van de posities.

text_image
A B C Da) Gebruik stand (A) voor de laagste bodemdruk. Stand (A) wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer een maaidek aan het product is bevestigd.
b) Gebruik stand (B) of (C) voor een hogere bodemdruk.
c) Gebruik stand (D) om de hefveer uit te schakelen. Stand (D) wordt bijvoorbeeld gebruikt wanneer een sneeuwschuif aan het product is bevestigd.
De maaihoogte afstellen Combi 132, Combi 155
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen naar achteren om het maaidek volledig op te heffen.
- Draai de contactsleutel naar stand STOP.
- Verwijder de knop voor de maaihoogte-instelling aan de zijkant van het maaidek.

- Zet de knop voor de maaihoogte-instelling in een van de gaten op de afstelplaat.
Let op: De maaihoogte wordt aangegeven met de cijfers 1-7. Zie de onderstaande tabel.
| Nummer Maaihoogte, mm/inch | |
| 1 30/1,2 | |
| 2 40/1,6 | |
| 3 52/2 | |
| 4 64/2,5 | |
| 5 76/2,3 | |
| 6 93/3,7 | |
| 7 112/4,4 | |
- Draai de knop voor de maaihoogte-instelling vast.
- Voer bovenstaande stappen uit aan de andere kant van het maaidek.
- Verwijder de borgpen op de hendel voor de maaihoogte-instelling in de linker bovenhoek van het maaidek.

- Duw de hendel voor de maaihoogte-instelling naar beneden en trek horizontaal aan de hendel.
- Zet de hendel in het gat met hetzelfde nummer als op de afstelplaat.
Let op: Zorg ervoor dat hetzelfde nummer wordt geselecteerd op alle afstelpunten.
- Bevestig de borgpen op de instelhendel voor de maaihoogte.
- Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 173.
De maaihoogte afstellen (Combi 132 X, Combi 155 X)
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
-
Beweeg de hefhendel voor hydraulisch heffen naar voren om het maaidek omlaag te brengen in de maaistand.
-
Beweeg de maaihoogtehendel naar voren en naar achteren om de maaihoogte te verhogen.

Let op: De geselecteerde maaihoogte wordt weergegeven met de cijfers 1-7 op het maaidek. Zie de onderstaande tabel.

- Stel de parallelliteit van het maaidek af. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 173.
De cabineverwarming gebruiken
- Schakel de cabineverwarming in (A) en uit (B) met de klep op de slang aan de rechterzijde van het pedaal voor vooruitrijden.

text_image
ON A OFF B- Draai de luchtstroomafsteller om de luchtstroom (0-3) in te stellen.

text_image
312110 312110- Trek de circulatiehendel naar rechts (A) om de luchtcirculatieklep in te schakelen. Trek de circulatiehendel naar links (B) om de luchtcirculatieklep uit te schakelen.

- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Schakel de parkeerrem in.
- Druk de PTO-knop in om de aandrijving op het maaidek uit te schakelen.

- Duw de hendel voor de hydraulische hefarmen naar voren om het maaidek naar de grond neer te laten.

-
Zet de gashendel naar achteren naar de stand voor laag toerental.
-
Draai de contactsleutel naar stand STOP.

text_image
ON STOP- Draai de hoofdschakelaar naar de OFF-stand (UIT) aan het einde van de werkzaamheden of wanneer u onderhoud aan het product uitvoert.

De parkeerrem inschakelen en uitschakelen
- Beweeg de parkeerremhendel volledig naar voren om de parkeerrem in te schakelen.

- Beweeg de parkeerremhendel volledig naar achteren om de parkeerrem uit te schakelen.
De 12 V-voedingsaansluiting in- of uitschakelen
- Druk op de aan/uit-schakelaar (A) op het bedieningspaneel aan de rechterzijde om de voedingsaansluiting (B) in of uit te schakelen. De spanning van de voedingsaansluiting is 12 V. De voedingsaansluiting is beveiligd met een zekering, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 177.

Let op: De AUX 12 V- en USB-aansluitingen zijn altijd ingeschakeld.
Een goed maairesultaat verkrijgen
- Voor optimale prestaties adviseren wij u het product te onderhouden volgens het onderhoudsschema. Zie .
- Maai geen nat gras. Nat gras kan een slecht maairesultaat opleveren.
- Begin met een hoge maaihoogte en verlaag die geleidelijk.
- Maai met een zo hoog mogelijke rotatiesnelheid van de messen (zie Technische gegevens op pagina 198 voor het hoogst toegestane motortoerental). Rijd met lage snelheid met het product. Als het gras niet te
hoog en dik is, verkrijgt u ook bij hogere rijsnelheid een goed resultaat.
- Maai het gras in een onregelmatig patroon.
- Voor het beste maairesultaat maait u het gras regelmatig en gebruikt u de Bioclip®-functie.
De hydrostatische transmissie uitschakelen
Om het product te verplaatsen terwijl de motor is uitgeschakeld, moet u de hydraulische circuits op de voorste en achterste transmissie openen. Dit wordt gedaan door de omloopkleppen in de transmissiemotoren te openen.

OPGELET: Het product heeft geen remmen wanneer de omloopkleppen open zijn. De omloopkleppen moeten gesloten zijn voordat u het product gebruikt.

OPGELET: Sleep het product niet met hoge snelheid of over lange afstanden. Dit kan schade aan de transmissies veroorzaken.
Achterste transmissie
- De omloopklep opent u door de borgmoer (A) 14 tot 12 slag naar links te draaien en vervolgens de klepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.

- De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) te sluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgens de borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm.
Voorste transmissie
- De omloopklep opent u door de borgmoer (A) 14 tot 12 slag naar links te draaien en vervolgens de klepschroef (B) twee slagen naar links te draaien.

- De omloopklep sluit u door de klepschroef (B) te sluiten en vast te draaien met 8 Nm en vervolgens de borgmoer (A) vast te draaien met 30 Nm.
Onderhoud
Inleiding

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
Onderhoudsschema
* = Algemeen onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding.
X = Onderhoud uit te voeren door de gebruiker. De instructies zijn opgenomen in deze bedieningshandleiding.
O = Onderhoud uit te voeren door de servicewerkplaats. De instructies zijn niet opgenomen in deze gebruikershandleiding.
Let op: Als er meer dan één tijdsinterval in de tabel staat vermeld, dan geldt de kortste interval uitsluitend voor de eerste onderhoudsbeurt.
| Onderhoud | Elke dag | Weke- lijks | Na de eerste 50 uur | Onderhoudsinterval in uren | |||
| 100 | 200 | 400 | 800 | ||||
| Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn. * | |||||||
| Controleer op brandstof-, water- of olielekkage. * | |||||||
| Maak de machine schoon. X | |||||||
| Controleer of de veiligheidsvoorzieningen in orde zijn. X | |||||||
| Smeren. Zie Overzicht voor smering op pagina 189. | X | ||||||
| Controleer of de brandstofleidingen en de koppelingen schoon en onbeschadigd zijn. | * | * | |||||
| Controleer of de slangen en de koppelingen voor het koelsys- teem schoon en onbeschadigd zijn. | * | * | |||||
| Inspecteer de 12 V-accu. * | |||||||
| Controleer de elektrische aansluitingen en kabels. * * | |||||||
| Controleer de parkeerremkabel en stel de parkeerrem af. O | |||||||
| Controleer de software voor het product en voer zo nodig een update uit. | O | ||||||
| Controleer de spanning van de PTO-riemen en controleer of de riemen niet versleten zijn. | X | X | |||||
| Vervang de PTO-riemen. O | |||||||
| Vervang de PTO-schakelaar. | Om de 10 jaar | ||||||
| O | |||||||
| Hydraulisch systeem | |||||||
| Controleer of de hydraulische slangen en de hydraulische kop- pelingen schoon en onbeschadigd zijn. | * | * | |||||
| Controleer het oliepeil in de tank van de hydraulische olie. X | |||||||
| Vervang het hydraulische-oliefilter. * * | |||||||
| Ververs de hydraulische olie. * | |||||||
| Motor | |||||||
| Controleer of de koelluchtinlaat van de motor niet geblokkeerd is. | * | ||||||
| Controleer het koelvloeistofpeil. X | |||||||
| Ververs de koelvloeistof. | O | ||||||
| Controleer het motoroliepeil. | X | ||||||
| Ververs de motorolie. | X X | ||||||
| Vervang het oliefilter. | X X | ||||||
| Maak het luchtfilter schoon. | X | ||||||
| Vervang het luchtfilter. | X | ||||||
| Vervang het primaire brandstofffilter en het secundaire brandstoffilter. | X | ||||||
| Controleer de spanning van de dynamoriem en haal deze indien nodig aan. | * | ||||||
| Vervang de dynamoriem. O | |||||||
| Controleer de brandstofslangen en controleer of er geen scheuren en lekken zijn. | * | ||||||
| Vervang de brandstofslangen. Om de 5 jaar | O | ||||||
| Maaidek | |||||||
| Reinig het maaidek, onder de riemafdekkingen en onder het maaidek. | * | ||||||
| Inspecteer het maaidek op beschadigingen. * | |||||||
| Inspecteer de messen in het maaidek. Zo nodig slijpen en balanceren. | O | ||||||
| Inspecteer de V-riem van het maaidek. X X | |||||||
| Vervang de V-riem van het maaidek. X | |||||||
| Controleer het oliepeil in de hoekoverbrenging. X | |||||||
| Ververs de olie in de hoekoverbrenging. X | |||||||
| Controleer of het maaidek correct is uitgelijnd. X X | |||||||
| Wielen en transmissies | |||||||
| Controleer de wielmoeren en haal ze aan met het juiste koppel. (84 Nm) | * | * | |||||
| Controleer de snelheid van de voor- en achterwielen en stel deze af. | O | ||||||
| Zorg voor de juiste bandenspanning. Zie Technische gegevens op pagina 198. | X | ||||||
| Ververs de olie in de transmissies * | |||||||
| Smeer de spieën van de wielassen O | |||||||
| Controleer het oliepeil in de transmissies en reinig de magnetische plug. | * | ||||||
Product reinigen

OPGELET: Gebruik geen hogedrukspuit of stoomreiniger. Water kan in lagers en elektrische aansluitingen dringen en corrosie veroorzaken die tot schade aan het product kan leiden.
- Reinig het product direct na gebruik.
-
Reinig geen hete oppervlakken zoals de motor, de uitlaatdemper en het uitlaatsysteem. Wacht tot de oppervlakken zijn afgekoeld en verwijder daarna gras of vuil.
-
Gebruik eerst een borstel om te reinigen, voordat u water gebruikt. Verwijder maaisel en vuil van en rondom de transmissie, de luchtinlaat en de motor.
- Gebruik stromend water uit een slang om het product te reinigen. Gebruik geen hogedrukspuit.
- Richt de waterstraal niet op elektronische componenten of lagers. Reinigingsmiddelen kunnen schade veroorzaken.
- Om het maaidek te reinigen adviseren wij het maaidek in de onderhoudsstand te zetten en met een waterstraal schoon te spuiten.
- Start het maaidek na reiniging en laat de motor kort draaien om waterresten te verwijderen.
De motor en de uitlaatdemper reinigen
Houd de motor en de uitlaatdemper vrij van grasresten en vuil. Grasresten vol olie of brandstof die in contact komen met de motor, zorgt voor meer kans op brand en kan ook tot oververhitting van de motor leiden. Laat de motor afkoelen voordat u die schoonmaakt. Reinigen met water en een borstel.
Grasresten rond de uitlaatdemper drogen snel en vormen een brandgevaar. Gebruik een borstel of verwijder de grasresten met water wanneer de uitlaatdemper koud is.
Koelluchtinlaat van motor reinigen
- Zorg dat het koelluchtinlaatrooster niet geblokkeerd is. Verwijder gras en vuil met een zachte borstel.

De kappen verwijderen
De voorste afdekking van de stuurkolom verwijderen en monteren
- Verwijder de twee schroeven en kantel de voorste afdekking van de stuurkolom naar voren.

- Houd de voorste afdekking van de stuurkolom verticaal en verwijder deze.

- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De motorkap openen
-
Verwijder de rubberen riemen aan beide zijden van de motorkap.
-
Open de motorkap naar achteren.

Let op: Verwijder de bouten bij de scharnieren om de motorkap volledig te verwijderen.
Het onderhoudsluik verwijderen
- Draai de twee schroeven ¼ linksom om deze te openen.

- Trek het onderhoudsluik naar achteren om het los te maken van de haken.
De afdekking van de bedieningskast verwijderen
- Draai de drie schroeven ¼ linksom en verwijder de afdekking.

De rechter zijkap verwijderen
- Verwijder de vijf schroeven en verwijder de zijkap.

Het onderhoudsluik verwijderen
- Draai de 2 schroeven 14 slag en verwijder het onderhoudsluik.

De afdekplaat verwijderen
- Verwijder de twee schroeven en verwijder de afdekplaat.

De transmissiekap verwijderen
- Verwijder de 4 schroeven.

- Til de transmissiekap op en verwijder deze.
De koplampen vervangen
-
Verwijder het voorblad van de stuurkolom. Zie De voorste afdekking van de stuurkolom verwijderen en monteren op pagina 169
-
Verwijder de 3 schroeven van de koplampen.

-
Verwijder de koplampen.
-
Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
Een lamp van dimlicht en grootlicht vervangen (P 525DX Cabin)
- Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule is bevestigd en til deze eruit.

-
Maak de kabels van de defecte lamp los.
-
Druk op de veervergrendeling en verwijder de lamp.

- Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie Technische gegevens op pagina 198.
- Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.
- Bevestig de lampmodule en draai de schroeven vast.
Een parkeerlamp vervangen
- Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule is bevestigd en til deze eruit.
- Maak de kabels van de defecte lamp los.
- Verwijder de lamp.
- Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie Technische gegevens op pagina 198.
- Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.
- Bevestig de lampmodule en draai de schroeven vast.
Een richtingaanwijzerlamp vervangen
- Verwijder de 4 schroeven waarmee de lampmodule is bevestigd en til deze eruit.
- Maak de kabels van de defecte lamp los.
- Draai de lamp naar links en verwijder deze.

- Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie Technische gegevens op pagina 198.
- Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.
- Bevestig de lampmodule en draai de schroeven vast.
De werklampen aan de voorzijde vervangen (P 525DX Cabin)
- Maak de kabels van de defecte lamp los.

- Draai de lamp naar links en verwijder deze.

-
Plaats de nieuwe lamp in de lampbehuizing. Zie Technische gegevens op pagina 198.
-
Sluit de kabels aan op de nieuwe lamp.
De werklampen aan de achterzijde vervangen (P 525DX Cabin)
- Maak de kabel van de defecte lamp los.

- Verwijder de schroef op de lampconnector.
- Verwijder de lampconnector met de lamp bevestigd.
- Monteer in omgekeerde volgorde van verwijderen.
De achterlichten vervangen (P 525DX Cabin)
- Neem contact op met een erkend servicebedrijf om de achterlichten te vervangen.

De waarschuwingslichten vervangen (P 525DX Cabin)
- Draai de vleugelmoer los.

- Verwijder de lamp.
- Bevestig de nieuwe lamp.
De parkeerrem controleren
- Parkeer het product op een harde ondergrond die maximaal 10° afloopt.
Let op: Parkeer het product niet op een grashelling wanneer u de parkeerrem controleert.
- Duw de parkeerrem naar voren.

- Als het product begint te bewegen, moet u de parkeerrem door een erkende servicewerkplaats laten afstellen.
- Trek de parkeerrem naar achteren om de parkeerrem uit te schakelen.
Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd
- Controleer de bandenspanning. Zie Bandenspanning op pagina 179.
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
- Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
- Zet de maaihoogtehendel in de middelste stand.
- Meet de afstand tussen de bodem en de voorste en achterste rand van het maaidek.
a) Meet Combi 132 en Combi 155 in twee gebieden. Zorg dat de achterste rand 6 tot 9 mm hoger is dan de voorste rand.

b) Meet Combi 132 X en Combi 155 X in vier gebieden. Zorg dat de achterste rand 6 tot 9 mm hoger is dan de voorste rand.

- Stel het maaidek zo nodig af. Zie De uitlijning van het maaidek afstellen op pagina 173.
De uitlijning van het maaidek afstellen
- Draai aan de geleidingsstang om deze langer of korter te maken. Maak de geleidingsstang langer om de achterste rand van het maaidek hoger te zetten. Maak de geleidingsstang korter om de achterste rand van het maaidek lager te zetten.

Let op: Voor Combi 132 X, Combi 155 X stelt u de geleidingsstangen aan de twee zijden af.
- Draai de moeren op de geleidingsstang vast.
- Controleer de uitlijning. Zie Controleren of het maaidek correct is uitgelijnd op pagina 173.

Het papierfilter in het hoofdfilter vervangen
- Open de motorkap. Zie De motorkap openen op pagina 169.
- Verwijder het luchtfilter. Zie Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 175.
- Sluit de brandstofklep (A).
-
Draai de borgmoer (B) een halve slag linksom en verwijder het filterhuis.
-
Verwijder het papierfilter.

text_image
A B- Plaats een nieuw papierfilter in het filterhuis.
- Draai de borgmoer een halve slag rechtsom om het filterhuis te bevestigen.
Het brandstofvoorfilter vervangen
Het brandstofvoorfilter bevindt zich onder de accubehuizing aan de linkerzijde van het product.

WAARSCHUWING: Trek
beschermende handschoenen aan om huidirritatie te voorkomen. Er kan brandstof uit het brandstofffilter op uw huid komen.
- Verwijder de schroef van de klem die het brandstofvoorfilter op zijn plaats houdt.
- Trek het brandstofffilter uit de klem.
- Draai de schroeven van de slangklemmen los.
- Gebruik een platte tang om de slangklemmen vanaf het brandstofvoorfilter te verwijderen.
- Trek het brandstofvoorfilter uit de slanguiteinden. Er bestaat een risico op een klein brandstoflek.

- Zorg ervoor dat het nieuwe brandstofvoorfilter in de juiste richting voor de brandstofstroom staat. Druk het nieuwe brandstofffilter in de uiteinden van de slangen. Gebruik vloeibaar reinigingsmiddel op de uiteinden van het brandstofvoorfilter om de aansluiting te vergemakkelijken.
- Duw de slangklemmen tegen het brandstofvoorfilter.

- Draai de schroeven van de slangklemmen vast en breng het brandstofvoorfilter aan in de klem.
Het luchtfilter reinigen en vervangen

OPGELET: Start de motor niet wanneer het luchtfilter is verwijderd.
-
Open de motorkap.
-
Maak de twee vergrendelingen los waarmee het luchtfilterdeksel vastzit.

- Verwijder het luchtfilterdeksel.
- Verwijder het luchtfilterpatroon uit het filterhuis.

- Reinig het binnenvlak van het luchtfilterhuis met een droge doek.
- Tik het luchtfilterpatroon voorzichtig tegen een hard oppervlak. Vervang het luchtfilter als het niet volledig kan worden gereinigd of als het is beschadigd.

OPGELET: Gebruik geen perslucht om het luchtfilter te reinigen.
- Plaats het luchtfilterpatroon in zijn oorspronkelijke positie in het filterhuis. Zorg ervoor dat het luchtfilterpatroon goed is bevestigd op de bovenkant van de luchtinlaat.
- Bevestig het luchtfilterdeksel en zorg ervoor dat de deeltjesvanger naar beneden wijst.

Het inlaatfilter op de cabineverwarming reinigen en vervangen
- Draai de 2 knoppen op de kap van het ventilatorsysteem los en verwijder de kap.

- Trek de filterhouder eruit.
- Til het inlaatfilter eruit.
- Maak het inlaatfilter voorzichtig schoon met een borstel.
- Als het inlaatfilter niet schoon wordt, dient het te worden vervangen.
- Plaats het inlaatfilter in de filterhouder.
- Bevestig de filterhouder en draai de knoppen vast.
Overzicht elektrische installatie

- Display
- Functieknop voor hydraulische accessoires (accessoire voor P 520DX)
- PTO-knop
- Contactsleutel
- Indicator koplampen
- Aan/uit-schakelaar voor de voedingsaansluiting
- USB-aansluitingen
- Bedieningskast
-
Serviceaansluiting
-
Bedieningsmodule maaier
- Relais
- Voedingsaansluiting, 12 V
- Relais
- Hoofdschakelaar
- Accu
- Zekeringkast
- AUX-voedingsaansluiting, 12 V (accessoire voor P 520DX)
- Koplampen

- 12V-voeding naar de bedieningsmodule van de maaier, 20 A
- Voeding dieseldisplay, 5 A
- Ontstekingsvoeding, 5 A
- J14 + 12 V, zwaailicht, 10 A
- J16 + 12 V, extra schakelaar, extra uit, hydraulisch vermogen, 10 A
- Parkeerrem / stoel, 10 A
- Verlichtingsvoeding, 10 A
- Cabinevoeding, automatische zekering
- USB, 12 V-aansluiting, 12 V-schakelvoeding, 10 A
- Ruitenwisser, 10 A (P 525DX Cabin)
- Cabineverwarming, 10 A (P 525DX Cabin)
- Werklamp achter, 10 A (P 525DX Cabin)
- Dimlicht, 10 A (P 525DX Cabin)
- Werklamp vóór, 10 A (P 525DX Cabin)
- Zekering overspanningsbeveiliging, 150 A
- Leeg
- Zekering cabinevoeding, 50 A (P 525DX, P 525DX Cabin)
- Zekering vermogen motor/gloeibougie, 50 A
- Zekering printplaat voeding, 50 A
-
Zoemer, 5 A
-
Parkeerlicht, 5 A
Een zekering vervangen
Een defecte zekering wordt aangegeven door een doorgebrande zekeringsdraad.
De lijst met zekeringen vindt u in het overzicht van de zekeringen, zie Overzicht van de zekeringen op pagina 177.
- Zoek de defecte zekering:
a) Verwijder het rechterdeksel om de zekeringen 1-9 te vervangen. Zie De rechter zijkap verwijderen op pagina 170.

b) Verwijder de afdekking in het cabinedak om zekeringen 10–14 te vervangen.

c) Open de motorkap om de zekeringen 15–19 te vervangen. Zie De motorkap openen op pagina 169. De zekeringen bevinden zich in de zekeringkast vóór de accu.

d) Verwijder de voorste afdekking van de stuurkolom om de zekeringen 20–21 te vervangen. Zie De voorste afdekking van de stuurkolom verwijderen en monteren op pagina 169.

e) Voor P 525DX Cabin: om toegang te krijgen tot de voorste afdekking, verwijdert u de vier schroeven op de luchtcirculatie-eenheid. Verwijder de luchtcirculatie-eenheid.
- Trek de zekering uit de houder.
- Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type. Zie Overzicht van de zekeringen op pagina 177.
- Bevestig de kappen.
Let op: Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende servicewerkplaats.
De accu opladen
- Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de motor te starten.
- Gebruik een standaard acculader.

OPGELET: Gebruik geen boostlader of startbooster. Dit zal leiden tot schade aan het elektrisch systeem van het product.
- Koppel altijd de lader los alvorens de motor te starten.
Noodstart van motor uitvoeren
Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt-systeem met negatieve aarding. Het product dat voor de noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem met negatieve aarding hebben.
Startkabels aansluiten

WAARSCHUWING:
Explosiegevaar door explosief gas dat afkomstig is van de accu. Sluit geen negatieve aansluitklem van de volledig opgeladen accu aan op of in de buurt van de negatieve aansluitklem van de zwakke accu.

OPGELET: Gebruik de accu van uw product niet om andere voertuigen te starten.
- Open de motorkap. Zie De motorkap openen op pagina 169.
- Sluit het ene uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de zwakke accu (A).

- Sluit het andere uiteinde van de rode kabel aan op de PLUSKLEM (+) van de volledig opgeladen accu (B).

WAARSCHUWING: Zorg dat de uiteinden van de rode draden geen kortsluiting maken tegen het chassis.
- Sluit een uiteinde van de zwarte kabel aan op de MINKLEM (-) van de volledig opgeladen accu (C).
- Sluit het andere uiteinde van de zwarte kabel aan op een CHASSISMASSA (D), uit de buurt van de brandstoftank en de accu.
- Plaats de afdekkingen terug.
Startkabels verwijderen
Let op: Verwijder de startkabels in omgekeerde volgorde van aanbrengen.
- Verwijder de ZWARTE kabel van het chassis.
- Verwijder de ZWARTE kabel van de volledig opgeladen accu.
- Verwijder de RODE kabel van de 2 accu's.
Bandenspanning
Raadpleeg Technische gegevens op pagina 198 voor de juiste bandenspanning.

Het maaidek in de onderhoudsstand zetten
- Voer de procedure in Het maaidek verwijderen op pagina 155 uit, maar koppel de hefarmen niet los.
- Verwijder de servicebeugel vanaf het maaidek.

veiligheidsbanden wanneer het maaidek in de onderhoudsstand staat. Het niet juist gebruiken van de servicebeugel of veiligheidsbanden kan ernstig of dodelijk letsel tot gevolg hebben.
- Bevestig de servicebeugel aan het rode bevestigingspunt onder de bodemplaat.

- Trek aan de pen aan het andere uiteinde van de servicebeugel. Bevestig de servicebeugel aan de rode markering op de pijp op het maaidek.

- Start de motor.
- Beweeg de hendel voor de hydraulische hefarmen naar achteren om het maaidek volledig te heffen.
- Bevestig één uiteinde van de veiligheidsbanden rondom de pijp naast de stuurkolom (A).

- Bevestig het andere uiteinde van de veiligheidsband rondom de draaiwielen van het maaidek (B).
- Volg de instructies in de omgekeerde volgorde om het maaidek in de maaistand te plaatsen.
De riem op het maaidek vervangen
- Verwijder de drie schroeven waarmee de riemafdekking is bevestigd.
- Verwijder de riemafdekking.
- Bevestig de servicebeugel aan de spanveer.
- Druk op de servicebeugel en verwijder de riem.

- Bevestig de riem rond de poelies zoals afgebeeld.

- PTO (aftakas)
- Riemen
- Aandrijfas hydraulische pomp
De PTO-riemen afstellen
- Draai de borgmoer (A) los.
- Draai de stelschroef (B) vast tot de bus (C) niet met de hand kan worden gedraaid.
- Houd de stelschroef (B) vast en draai de borgmoer (A) vast.

text_image
A C BDe BioClip®-plug verwijderen en bevestigen
-
Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
-
Verwijder de drie schroeven die de BioClip ^ -plug op zijn plaats houden en verwijder de plug.

- Breng drie M8x15 mm schroeven aan in de schroefopeningen voor de BioClip®-plug om schade aan de schroefdraad te voorkomen.
- Zet het maaidek in de maaistand.
- Bevestig de BioClip ^ -plug in omgekeerde volgorde.
De messen inspecteren

OPGELET: Beschadigde of onjuist gebalanceerde messen kunnen schade aan het product veroorzaken. Vervang beschadigde messen. Laat botte messen slijpen en balanceren door een erkende servicewerkplaats.
-
Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
-
Controleer de messen visueel op beschadigingen en of het nodig is om ze te slijpen.

- Haal de mesbouten aan met het juiste aanhaalmoment. Zie Technische gegevens op pagina 198.
Messen vervangen
- Zet het maaidek in de onderhoudsstand.
- Zet het mes vast met een houten blok (A).

- Draai de bout (B) van het mes los en verwijder de bout samen met de sluitringen (C) en het mes (D).
- Monteer het nieuwe mes met de puntige uiteinden in de richting van het maaidek.

WAARSCHUWING: Het gebruik van een onjuist type mes kan ertoe leiden dat objecten uit het maaidek geworpen worden en ernstig letsel veroorzaken. Gebruik alleen messen die worden aangegeven in Technische gegevens op pagina 198.
- Breng de onderlegring en de bout aan om het mes te bevestigen. Haal de bout aan met het juiste aanhaalmoment. Zie Technische gegevens op pagina 198.
Het motoroliepeil controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de motor uit.
- Open de motorkap.
- Maak de peilstok los en trek hem eruit.
- Veeg de olie van de peilstok.
- Plaats de peilstok in de opening van de peilstok.
-
Trek de peilstok eruit en lees het oliepeil af.
-
Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan.

- Als het oliepeil te laag is, vult u bij met motorolie en controleert u het oliepeil opnieuw.
Let op: Zie Technische gegevens op pagina 198 voor de aanbevolen motorolie. Meng nooit verschillende soorten olie door elkaar. - Zet de peilstok goed vast voordat u de motor start. Start de motor en laat die stationair draaien gedurende circa 30 seconden. Stop de motor. Wacht 30 seconden en controleer het oliepeil nogmaals.
De motorolie en het oliefilter vervangen
Als de motor koud is, moet u de motor starten en 1-2 minuten laten draaien voordat u de motorolie aftapt. Hierdoor wordt de motorolie warm en is deze gemakkelijker af te tappen.

WAARSCHUWING: Laat de motor niet langer dan 1 tot 2 minuten draaien voordat u de motorolie aftapt. De motorolie wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u de motorolie aftapt.

WAARSCHUWING: Als u motorolie morst op uw lichaam, was dat dan af met water en zeep.
- Plaats een bak onder de olieaftapplug aan de linkerkant van de motor.

- Verwijder de olieaftapplug.
- Verwijder de peilstok.
- Tap de olie af in de opvangbak.
-
Breng een nieuwe pakking aan op de olieaftapplug. Bevestig de olieaftapplug en draai deze vast.
-
Draai het oliefilter linksom om het te verwijderen.

- Smeer de rubberen afdichting op het nieuwe oliefilter in met een beetje verse motorolie.
- Om het nieuwe oliefilter te bevestigen, draait u het filter met de hand rechtsom tot de rubberen afdichting op zijn plaats zit, waarna u het filter nog een halve slag verder draait.
- Vul de motor met nieuwe olie zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 198.
- Start de motor en laat deze gedurende drie minuten stationair draaien.
- Schakel de motor uit en controleer het oliefilter op lekkage.
- Controleer het oliepeil.
Let op: Voor veilig afvoeren van afgewerkte motorolie, zie Afvoeren op pagina 197.
Het transmissieoliepeil controleren
- Gebruik de oliepeilstok om het oliepeil in de transmissie af te lezen.

- Het oliepeil moet tussen de markeringen op de peilstok staan.

- Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type opgegeven in Technische gegevens op pagina 198.

text_image
6b 5a 3d 3f 6a 5b 7 3b 3e 3d 1b 2a 3a 2b 2c 2d 1a 2a 3f 4b 3e 2d 4a
Het oliepeil in het hydraulische systeem controleren
- Kantel de stoel naar voren. Zie De stoel naar voren kantelen (P 520DX, P 525DX) op pagina 160.
- Reinig het gebied rondom de olietankdop met een droge doek.
- Verwijder de olietankdop en controleer het peil van de hydraulische olie. Het juiste oliepeil is 40-60 mm van de bovenkant van de zeef.

- Als het oliepeil te laag is, vul dan olie bij van het type opgegeven in Technische gegevens op pagina 198.
Het oliepeil controleren in de hoekoverbrenging van het maaidek
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond.
-
Zet het maaidek omlaag in de maaistand.
-
Breng een schone metalen stang aan in het tandwielhuis. De metalen stang moet minimaal 100 mm lang en maximaal 3 mm in diameter zijn.

- Laat de metalen stang aan de onderkant van het tandwielhuis zakken.
- Trek de metalen stang naar buiten en lees het oliepeil af.
- Meet het deel van de metalen stang waar olie op zit. Er moet olie op 15 mm van de metalen stang zitten.
- Vul met versnellingsbakolie indien het oliepeil minder is dan 15 mm van de metalen stang. Raadpleeg Beknopte handleiding voor onderhoud op pagina 187 voor aanbevolen olie.
Olie vervangen in de hoekoverbrenging van het maaidek
- Verwijder het maaidek. Zie Het maaidek verwijderen op pagina 155.
- Zet het maaidek op de voorkant en tap de olie af via de olievulplug.
- Tap de olie af in een opvangbak.
- Vul de motor met 80 ml nieuwe hydraulische olie zoals aangegeven in Technische gegevens op pagina 198.
- Controleer het oliepeil. Zie Het oliepeil controleren in de hoekoverbrenging van het maaidek op pagina 185.
Koelvloeistofpeil controleren
- Parkeer het product op een vlakke ondergrond en schakel de motor uit.
- Open de motorkap. Zie De motorkap openen op pagina 169.
-
Open de koelvloeistofdop.
-
Controleer het koelvloeistofpeil. Vul de koelvloeistoftank indien nodig. Zie Technische gegevens op pagina 198.

- Controleer het koelvloeistofpeil in de expansietank. Het peil moet bij koude motor ter hoogte van de markering LOW staan.

text_image
FULL LOWQUICK MAINTENANCE
GUIDE
Symbolen van beknopte handleiding voor onderhoud

Vervang het filter

Ververs de olie

Visuele inspectie of controle van het oliepeil

Smeer de smeernippel met vet

Smeer met olie

Controleer de staat en spanning van de aandrijfriem

Vervang de aandrijfriem

Messen vervangen

Voor 1-7 gebruikt u calciumvet.
Voor 8 gebruikt u lithiumcomplexvet.
- Stuurcilinder - voor
- Spiebanen achteras
- Hendelsteun
- Spiebanen vooras
- Stuurcilinder - achter
- Pedaalas. Twee standen.
- Hefarmen
- Lagerhuis (lithiumvet voor hoge temperaturen)
- Hefcilinder
- Koppeling van de gelede stuurinrichting
Smering, algemene informatie
- Verwijder de contactsleutel om te voorkomen dat de machine tijdens het smeren onbedoeld gaat draaien.
- Reinig het gebied voordat u een onderdeel op het product smeert.
- Gebruik olie bij het smeren met een oliekan.
-
Gebruik bij het smeren met vet een chassis-of kogellagervet dat corrosie voorkomt. Verwijder overtollig vet na het smeren.
-
Smeer twee keer per week als u het product dagelijks gebruikt.
- Vermijd het morsen van smeermiddel op de aandrijfriemen of in de groeven van de poelies. Als u morst, maak dan schoon met alcohol. Als de wrijving tussen de aandrijfriem en de poelie niet voldoende is nadat u hebt schoongemaakt met alcohol, vervang dan de aandrijfriem.

OPGELET: Gebruik geen benzine of andere aardolieproducten om aandrijfriemen te reinigen.
De scharnierverbinding van de gelede stuurinrichting smeren
- Smeer het lager van de gelede stuurinrichting wanneer het product met alle wielen op de grond staat. Smeer via de vetnippel (A) tot vet uit het gat (B) komt.

text_image
A B- Hef het product op om de druk in de gelede stuurinrichting af te laten. In de afbeelding ziet u waar u de steunen moet plaatsen.

OPGELET: Zorg ervoor dat de steun geen schade aan de hendelsteun
of een blokkering van de gelede stuurinrichting veroorzaakt.
- Smeer het lager van de gelede stuurinrichting opnieuw terwijl het product is opgetild.

OPGELET: Controleer of het vet uit de verbinding komt, onder de vetnippel.
- Laat het product zakken.
De aandrijfas smeren
- Verwijder het onderhoudsluik. Zie Het onderhoudsluik verwijderen op pagina 170.
- Smeer de vier smeernippels met een smeerpistool totdat er vet uitkomt.

Als u in deze richtlijnen geen oplossing voor uw probleem kunt vinden, neem dan contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats.
| Probleem Oorzaak | |
| De startmotor laat de motor niet aan-slaan | De PTO-knop is geactiveerd. |
| De parkeerrem is niet ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 165. | |
| De hoofdzekering is doorgebrand. Raadpleeg Een zekering vervangen op pagina 177. | |
| Het contactslot is defect. | |
| Slecht contact tussen de kabel en de accu. | |
| De accu is te zwak. Raadpleeg De accu opladen op pagina 178. | |
| De startmotor is defect. | |
| De motor start niet wanneer de start-motor de motor laat aanslaan | Geen brandstof in de brandstoftank. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagi-na 159. |
| Er is lucht in het brandstofsysteem. | |
| Voorverwarming is defect of te kort | |
| De motor is defect. | |
| Het brandstofffilter is verstopt. De brandstofffilters vervangen op pagina 174. | |
| De motor loopt niet gelijkmatig Het brandstofffilter is verstopt. Raadpleeg Verzeker uw product op pagina 140. | |
| Het product geeft zwarte rook af Er is een incorrect brandstoftype in de brandstoftank. | |
| Het product geeft blauwe rook af Het motoroliepeil is te hoog. | |
| Het product geeft witte rook af De cilinder in de motor is defect. | |
| De motor produceert nauwelijks vermogen | Het luchtfilter is verstopt. Raadpleeg Het luchtfilter reinigen en vervangen op pagina 175. |
| Het brandstofffilter is verstopt. Raadpleeg De brandstofffilters vervangen op pagina 174. | |
| Er is lucht in het brandstofsysteem. | |
| De ontluchtklep is defect. | |
| De invoerdruk is te laag. | |
| De toevoerpomp is defect. | |
| De timing van de brandstofinspuitpomp is defect. | |
| De motor is defect. | |
| De transmissie levert niet genoeg vermogen | De omloopkleppen zijn niet volledig gesloten. |
| Er zit geen olie in de transmissie of het oliepeil is te laag. Raadpleeg Het transmissieoliepeil controleren op pagina 183. | |
| De transmissieolie is oververhit. | |
| De accu laadt niet De accu is defect. Neem contact op met uw erkende Husqvarna service-werkplaats. | |
| Het product trilt De messen zitten los. | Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181. |
| Eén of meer messen zijn niet goed uitgebalanceerd. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181. | |
| De motor zit los. | |
| De hoekoverbrenging is los. | |
| De hydraulische pomp is los. | |
| De motor is defect. | |
| De aandrijfas is defect. | |
| Er bevindt zich een voorwerp in de riempoelies van de PTO. | |
| Rubberen elementen zijn hard of beschadigd. | |
| Het maairesultaat is onvoldoende De messen zijn bot. Raadpleeg De messen inspecteren op pagina 181. | |
Display - Probleemoplossing
Let op: De symbolen en de posities van de symbolen op het display kunnen verschillend zijn, afhankelijk van het model.
| Symbool Naam | Wordt weergegeven op het display | Oorzaak | |
![]() | Indicator van de motorkoelvloeistof-temperatuur | Het symbool wordt weergegeven en er klinkt een waarschu-wingssignaal. | De motortemperatuur is te hoog. Schakel de PTO-schakelaar uit en zet de gashendel in de stand voor laag toerental. Het waarschuwings-signaal stopt wanneer de motor-temperatuur tot onder de waarschu-wingslimiet daalt. |
| Het symbool knippert snel. | Neem contact op met de service-werkplaats van Husqvarna. | ||
![]() | Motoroliedruksensor | Het symbool wordt weergegeven. | Oliedruk laag. Raadpleeg Het moto-roliepeil controleren op pagina 182. |
| Het symbool knippert. Het | smeersysteem is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | ||
| De olieschakelaar of het oliecircuit is beschadigd of functioneert niet naar behoren. | |||
![]() | Indicator accuniveau | Het symbool wordt weergegeven. | Lage spanning. Raadpleeg De accu opladen op pagina 178. |
![]() | Indicator PTO-knop | Het symbool wordt weergegeven. | PTO-knop ingedrukt. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150. |
| Het symbool knippert. | Onjuiste startprocedure. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150. | ||
| Het symbool knippert snel. | Defecte PTO-knop. Neem contact op met de servicewerkplaats van Husqvarna. | ||
![]() | Indicator parkeerrem | Het symbool wordt weergegeven. | De parkeerrem is ingeschakeld. Raadpleeg De parkeerrem inschakelen en uitschakelen op pagina 165. |
| Het symbool knippert. | Onjuiste startprocedure. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150. | ||
| Het symbool knippert snel. | Defecte parkeerrem. Neem contact op met de servicewerkplaats van Husqvarna. | ||
![]() | Indicator OPC | Het symbool knippert. | Stoelschakelaar uitgeschakeld als u probeert de motor te starten. Raadpleeg De bedrijfsvoorwaarden controleren op pagina 150. |
| Het symbool knippert snel. | Defecte stoelschakelaar. Neem contact op met de servicewerkplaats van Husqvarna. | ||
![]() | Indicator onderhoud | Het symbool wordt weergegeven. | Onderhoud is nodig. Neem contact op met de servicewerkplaats van Husqvarna. |
![]() | Brandstofmeter | Het symbool wordt weergegeven. | Laag brandstofniveau. Raadpleeg Brandstof bijvullen op pagina 159. |
![]() | Bluetooth® | Het symbool knippert. Het product is vergrendeld. Ontgren-del uw product met de Husqvarna Connect-app. | |
![]() | Digitale vergrendeling | Het symbool wordt weergegeven. | Het product is vergrendeld. Ontgren-del uw product met de Husqvarna Connect-app. |
Vervoer, opslag en verwerking
Transport
- Het product is zwaar en kan letsel door verbrijzeling veroorzaken. Wees voorzichtig wanneer u het product op een voertuig of aanhangwagen laadt of eraf haalt.
- Hijs het product niet op. De transportogen zijn geen goedgekeurde hijspunten en zijn uitsluitend bedoeld om het product veilig aan een aanhanger te bevestigen.
- Gebruik een goedgekeurde aanhangwagen voor vervoer van het product.
- Zorg dat u de plaatselijk geldende verkeersregels kent voor het vervoeren van het product op een aanhanger of voor rijden op de openbare weg.
Het product veilig vastzetten op een aanhanger
Voordat u het product gaat vastzetten, dient u het hoofdstuk over veiligheid te lezen en hebben begrepen. Zie Transportveiligheid op pagina 152.

WAARSCHUWING: De parkeerrem is niet voldoende om het product tijdens transport te zekeren. Bevestig het product stevig aan de laadruimte.
Uitrusting: Vier goedgekeurde banden en vier wielblokken.
- Plaats het product in het midden van de laadruimte.

WAARSCHUWING: Voor vervoer in transportvoertuigen met een kap. Laat het product afkoelen voordat u het in het transportvoertuig plaatst.
- Zorg ervoor dat het zwaartepunt van het product boven de wielas van het transportvoertuig ligt. Als een aanhanger wordt gebruikt voor het transport, zorgt u ervoor dat de neerwaartse kracht op de trekhaak correct is.

- Schakel de parkeerrem in.
- Verlaag het maaidek tot de zweefstand.
- Verwijder alle losse voorwerpen.
- Bevestig de eerste sjorband via het frame van de achterste transmissie.

- Bevestig de tweede sjorband via het frame van de achterste transmissie.
- Bevestig de sjorbanden aan de laadruimte.
-
Maak de sjorbanden naar achteren vast om het product vast te zetten op de laadruimte.
-
Bevestig de derde sjorband aan een van de transportogen.

-
Bevestig de vierde sjorband aan het andere transportoog.
-
Bevestig de sjorband aan de laadruimte.
-
Maak de sjorband naar voren vast om het product vast te zetten op het laadgebied.
-
Plaats de wielblokken vóór en achter de achterwielen.

Het product is voorzien van een hydrostatische transmissie. Ter voorkoming van schade aan de transmissie mag u het product uitsluitend over een korte afstand en bij lage snelheid slepen.
Ontkoppel de transmissie voordat u het product sleept. Zie De hydrostatische transmissie uitschakelen op pagina 166
Opslag
Bereid het product voor op opslag aan het eind van het seizoen, en voorafgaand aan opslag langer dan 30 dagen.
Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof om te voorkomen dat kleverige deeltjes ontstaan tijdens opslag van de machine. Gebruik altijd de mengverhoudingen die de fabrikant voorschrijft.
- Voeg een stabilisatiemiddel toe aan de brandstof in de tank of in de jerrycan die wordt gebruikt voor opslag om schade aan de motor te voorkomen.
- Laat de motor minimaal 10 minuten draaien om het stabilisatiemiddel tot in de brandstofinjectie te laten stromen.

WAARSCHUWING: Zet het product met brandstof in de tank niet binnen of op plekken met een slechte ventilatie. Risico op brand als brandstofdampen in de buurt van open vuur en vonken komen.
- Zet de hoofdschakelaar naar de OFF-stand (UIT). Zie Motor uitschakelen op pagina 164.
- Reinig het product, zie Product reinigen op pagina 168. Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.

WAARSCHUWING: Verwijder gras en andere brandbare materialen van het product om het risico op brand te verkleinen. Laat het product afkoelen voordat u die in de stallingsruimte plaatst.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Verwijder de accu. Reinig hem, laad hem op en berg hem op een koele plaats op.
- Ververs de motorolie en voer de afgedankte olie af.
- Leeg de brandstoftank. Start de motor en laat deze draaien totdat er geen brandstof resteert in de brandstofinjectie.
Let op: Leeg de brandstoftank en brandstofinjectie niet als u een stabilisatiemiddel heeft toegevoegd.
- Verwijder de bougies en giet ongeveer een eetlepel motorolie in elke cilinder. Draai de motoras handmatig om de olie aan te brengen. Breng de bougies aan.
- Smeer alle smeernippels, koppelingen en assen.
- Stal het product in een schone en droge ruimte, en dek het product af met een hoes voor extra bescherming. Een hoes voor bescherming van uw product tijdens stalling of transport is verkrijgbaar bij uw dealer.
Opslag van de cabine

WAARSCHUWING: Verplaats de cabine voorzichtig. De cabine is zwaar en kan ernstig letsel veroorzaken. Zorg ervoor dat de cabine stabiel is tijdens opslag.
- Werk lakbeschadigingen bij om corrosie te voorkomen.
- Inspecteer het product op versleten of beschadigde onderdelen en draai loszittende moeren en schroeven vast.
- Stal het product in een schone en droge ruimte en dek het product af voor extra bescherming.
- Stal het product in een afgesloten ruimte uit de buurt van kinderen en andere onbevoegde personen.
- Zet de cabine op de cabinesteun tijdens opslag. Zie Afmetingen cabinesteun op pagina 204.

- Chemicaliën kunnen gevaarlijk zijn en mogen niet worden in de bodem wordt geloosd. Voer gebruikte chemicaliën af naar uw servicepunt of een afvalverwerkingspunt.
- Wanneer het product is versleten, lever het dan in bij uw dealer of een geschikt recyclingbedrijf.
- Olie, oliefilters, brandstof en de accu kunnen negatieve effecten hebben op het milieu. Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Gooi de accu niet bij het huishoudelijk afval.
- Lever de accu in bij een Husqvarna servicewerkplaats of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt.
Technische gegevens
Technische gegevens
| P 520DX P 525DX / P 525DX Cabin | ||
| Afmetingen Zie | Productafmetingen (P 520DX/P 525DX) op pagina 202en Productafmetingen (P 525DX Cabin) op pagina 203 | |
| Gewicht zonder maaidek, met lege tanks, kg 649 677 | 921 (P 525DX cabine) | |
| Bandenmaat 20 × 8 - 10 20 × 10 - 10 | ||
| Bandenspanning, achter – vóór, kPa/bar/PSI 150/1.5/22 150/1.5/22 | ||
| Maximale helling, graden 10 10 | ||
| Motor | ||
| Merk/Model Kubota/D902 Kubota/D1105 | ||
| Nominaal motorvermogen, kW bij 3000 tpm^13 | 14,7 17,8 | |
| Cilinderinhoud, cm^3 | 898 1123 | |
| Max. motortoerental, omw/min 3300 3200 | ||
| Max. snelheid vooruit, km/h / mph 17,6/10,9 | 19/11,8 | |
| Max. snelheid achteruit, km/h /mph | 13,4/8,3 | 15/9,3 |
| Dieselbrandstof, min. octaangetal ^14 | 45 45 | |
| Tankinhoud, I (bij indicatie van max. brandstofniveau) | 22 22 | |
| Olie, API-klasse CF-4 of hoger | Klasse SAE10W-40 | Klasse SAE10W-40 |
| Olievolume met filter, I | 3,3 | 3,3 |
| Olievolume zonder filter, I | 3 | 3 |
| Startmotor | Elektrische start, 12 V, 40 Ah | Elektrische start, 12 V, 40 Ah |
| Koelsysteem | ||
| Koelsysteemcapaciteit, I | 3,7 | 3,7 |
| Antivries | ≥ 50% propyleenglycol (MPG) | ≥ 50% propyleenglycol (MPG) |
| Hydraulisch systeem | ||
| Max. werkdruk, bar/psi 120/1740 120/1740 | ||
| Max. workflow l/min 12 12 | ||
| Inhoud hydraulische tank, l 8 8 | ||
| Inhoud hydraulisch systeem, l 13 13 | ||
| Hydraulische olie Husqvarna transmissieolie | 10W-30(Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) | Husqvarna transmissieolie 10W-30(Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) |
| Transmissie | ||
| Merk Kanzaki Kanzaki | ||
| Model KTM23 KTM23 | ||
| Transmissieolie Husqvarna transmissieolie | 10W-30(Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) | Husqvarna transmissieolie 10W-30(Husqvarna 10W-30 4T AWD of STOU 10W-30) |
| Oliecapaciteit voor, totaal, l 0,9 0,9 | ||
| Oliecapaciteit achter, totaal, l | 0,9 0,9 | |
| Max. hydraulische druk, bar/psi | 275/3989 275/3989 | |
| Elektrisch systeem | ||
| Type 12 V, negatief geaard 12 V, negatief geaard | ||
| Accu 12 V, 62 Ah 12 V, 62 Ah | ||
| Hoofdzekering, type Mega OTO | 150 A | 150 A |
| Zekering voor voedingsaansluiting, type Midi OTO | 50 50 | |
| Lampen | ||
| Koplamp | Led, 2x12 V, 5 W | Led, 2x12 V, 5 W |
| Lampen op de cabine | ||
| Lamp dimlicht en grootlicht - H7 | ||
| Parkeerlichten | - | W5W |
| Lamp richtingaanwijzer | - | PY21W |
| Werklampen vóór | - | H9 |
| Werklampen achter | - | LED-lampjes |
| Achterlichten | - | LED-lampjes |
| Waarschuwingslamp | - | LED-lampjes |
| Maaidek | ||
| Type Combi 132 Combi 132 | ||
| Combi 155 Combi 155 | ||
| Combi 132 X Combi 132 X | ||
| Combi 155 X Combi 155 X | ||
| Geluidsemissies ^15 | P 520DX P 525DX P 5 | 25DX Cabin | |
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) | |||
| Combi 132 103 104 103 | |||
| Combi 155 104 103 103 | |||
| Combi 132 X 103 104 103 | |||
| Combi 155 X 104 103 103 | |||
| Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd dB(A) | |||
| Combi 132 105 105 104 | |||
| Combi 155 105 105 104 | |||
| Combi 132 X 105 105 104 | |||
| Combi 155 X 105 105 104 | |||
| Geluidsniveau ^16 | P 520DX P 525DX P 5 | 25DX Cabin | |
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) | |||
| Combi 132 88 87 84 | |||
| Combi 155 88 87 84 | |||
| Combi 132 X 88 87 84 | |||
| Combi 155 X 88 87 84 | |||
| Trillingsniveau17 | P 520DX P 525DX P 5 | 25DX Cabin | |
| Trillingsniveau in stuurwiel, m/s2 | |||
| Combi 132 1,4 1,5 1,4 | |||
WAARSCHUWING: Het gebruik van een maaidek dat niet is goedgekeurd voor gebruik in combinatie met het product kan wegslingeren van objecten
veroorzaken wat tot ernstig letsel kan leiden. Gebruik geen andere typen maaidek dan aangegeven in deze gebruikershandleiding.
Radiofrequentiegegevens
| P 520DX P 525DX P 525DX Cabin | ||
| Frequentiebereik, MHz 2402 – 2480 | 2402 – 2480 | 2402 – 2480 |
| Uitgangsvermogen ^18 , dBm 0,0 0,0 0,0 |

| Afmetingen, mm | |||||||
| A | 1330/1330 | E | 164/160 | J | 254/254 | N | 1132/1153 |
| B | 502/499 | F | 407/407 | K | 2033/2033 | P | 149/149 |
| C | 645/645 | G | 373/373 | L | 35,5°/35,5° | R | 836/842 |
| D | 1060/1060 | H | 2078/2078 | M | 910/918 | S | 1056/1077 |

| Afmetingen, mm | |||||||
| A | 692 | C | 518 | E | 2008 | G | 1251 |
| B | 2269 | D | 35° | F | 2180 | H | 883 |

| Afmetingen voor de cabinesteun, mm | |||||||
| A | 50 | D | 800 | G | 22,5 | K | 515 |
| B | 100 | E | 880 | H | 15 ∅ (x4) | L | 89 |
| C | 755 | F | 844 | J | 96 | M | 700 |
Accessoires
Deze bedieningshandleiding bevat geen instructies voor het onderhoud van optionele uitrusting of accessoires.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van het accessoire of de uitrusting voor instructies.
Service
Laat uw product jaarlijks door een erkend servicepunt controleren om te zorgen dat het product tijdens het hoogseizoen veilig en optimaal presteert. De beste tijd voor onderhoud of revisie van het product, is het laagseizoen.
Wanneer u onderdelen bestelt, vermeld dan de aanschafdatum, model, type en serienummer.
Gebruik altijd originele reserveonderdelen.
Garantie
Garantie op transmissie
De garantie op de transmissie is alleen van toepassing als de controles van de rotatiesnelheid van de voor- en achterwielen worden uitgevoerd zoals aangegeven in het onderhoudsschema. Laat de rotatiesnelheid indien nodig aanpassen bij een erkende servicewerkplaats, ter voorkoming van schade aan het transmissiesysteem.
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna,
Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze
alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Zitmaaier | |
| Merk Husqvarna | |
| Type / model P 520DX, P 525DX, P 525DX Cabin | |
| Identificatie Serienummers vanaf 2022 en verder | |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlijn/Verordening Beschrijving | |
| 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro-nische apparatuur" | |
| 2006/42/EG "betreffende machines" | |
| 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" | |
| 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" | |
| 2014/53/EU "betreffende radioapparatuur" |
en dat de volgende normen en/of technische
specificaties zijn toegepast: EN ISO 5395-1:2013/
A1:2018, EN ISO 5395-3:2013/A1:2017/A2:2018, ISO
21299:2009, EN ISO 12100:2010, EN ISO 14982:2009,
ETSI EN 300 328 v.2.2.2, ETSI EN 301 489-1 V2.2.3,
ETSI EN 301 489-17 V3.2.4, EN IEC 61000-6-4:2019,
Aangemelde instantie: 0404, RISE SMP Svensk
Maskinprovning AB, Box 4053, SE-904 03 Umeå,
Zweden is gecertificeerd conform Richtlijn 2000/14/EG
van de Raad, beoordelingsprocedure voor conformiteit:
Bijlage VI.
Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 198.
Huskvarna, 2022-10-12
$$ \Delta \cdot 2 m $$
Verantwoordelijk voor technische documentatie

Geregistreerde handelsmerken
Het Bluetooth®-woordmerk en de logo's zijn geregistreerde handelsmerken die eigendom zijn van Bluetooth SIG, inc en het gebruik van deze merken door Husqvarna vindt plaats onder licentie.
VSEBINA
Originele instructies
Izvirna navodila









