PARKSIDE PZKS 2000 B2 - Zaag

PZKS 2000 B2 - Zaag PARKSIDE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis PZKS 2000 B2 PARKSIDE in PDF-formaat.

📄 100 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice PARKSIDE PZKS 2000 B2 - page 50
Bekijk de handleiding : Français FR Dansk DA Deutsch DE Ελληνικά EL English EN Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : PARKSIDE

Model : PZKS 2000 B2

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PZKS 2000 B2 - PARKSIDE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PZKS 2000 B2 van het merk PARKSIDE.

GEBRUIKSAANWIJZING PZKS 2000 B2 PARKSIDE

1. Verklaring van de symbolen op het toestel

NL BE Voor de ingebruikneming de gebruiksaanwijzing en veiligheidsinstructies lezen en naleven! NL BE Draag een veiligheidsbril! NL BE Draag een gehoorbeschermer! NL BE Draag een stofmasker! NL BE Let op! Lichamelijk gevaar! Niet in het draaiende zaagblad grijpen! NL BE Let op! Laserstraling NL BE Beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerd)46 NL/BE

FABRIKANT: scheppach Fabrikation von Holzbearbeitungsmaschinen GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen BESTE KLANT, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe machine. OPMERKING: De fabrikant van dit apparaat is conform de geldende wet in- zake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade, die aan of door dit apparaat ontstaat bij:

  • Ondeskundig gebruik,
  • Niet-naleving van de gebruiksaanwijzing,
  • Reparaties door derden, door onbevoegde personen,
  • Inbouw en vervanging van niet originele reserveonderdelen,
  • Niet-reglementair gebruik,
  • Het uitvallen van de elektrische installatie bij nietnaleving van de elektrische voorschriften en VDEbepalingen 0100, DIN 57113 / VDE 0113. Wij adviseren u het volgende: Lees voor de montage en ingebruikneming aandachtig de vol- ledige gebruiksaanwijzing. Dankzij deze gebruiksaanwijzing leert u uw machine en de reglementaire gebruiksmogelijkheden ervan kennen. U vindt hier belangrijke instructies over hoe u de machine veilig, vakkundig en rendabel gebruikt, over hoe u risico‘s vermijdt, re- paratiekosten voorkomt, de stilstandtijd beperkt en de betrouw- baarheid en levensduur van de machine verhoogt. Bovenop de veiligheidsvoorschriften van deze gebruiksaanwij- zing moet u in elk geval ook de nationale bepalingen inzake het gebruik van deze machine respecteren. Bewaar de gebruiksaanwijzing in de buurt van de machine in een plastiek omhulsel als bescherming tegen vuil en vocht. Elke gebruiker moet deze handleiding voor het begin van de werk- zaamheden lezen en zorgvuldig naleven. Enkel personen, die over het gebruik van de machine en de daarmee verbonden gevaren zijn geïnstrueerd, mogen de ma- chine bedienen. Respecteer de vereiste minimumleeftijd. Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handlei- ding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden. Wij zijn niet aansprakelijk voor ongevallen of schade die te wijten zijn aan niet-naleving van deze handleiding en van de veiligheidsinstructies.

3. Beschrijving van het toestel (fig. 1-22)

5. Zaagbladafdekking bewegelijk

5a. Bevestigingsschroef

9. Vastzetschroef voor werkstukhouder

11. Handgreep / Borgschroef voor draaitafel

16a. Verschuifbare aanslagrail 16b. Vastzetschroef

20. Vastzetschroef voor trekgeleiding

24. Kartelschroef voor snijdieptebeperking

24a. Kartelmoer zaagdieptebegrenzing

25. Aanslag voor snijdieptebeperking

A.) 90° aanslagwinkelhaak (niet bij de omvang van de leve- ring begrepen) B.) 45° aanslagwinkelhaak (niet bij de omvang van de leve- ring begrepen) C.) Binnenzeskantsleutel, 6 mm D.) Binnenzeskantsleutel, 3 mm E.) Kruiskopschroef (Laser)47NL/BE

  • Afkort- en Trek Zaag
  • 2 x spaninrichting (7)
  • 2 x werkstukhouder (8) (voorgemonteerd)

De trek-, afkort- en verstekzaag dient om hout`en kunststof af te korten overeenkomstig de grootte van de machine. De zaag is niet geschikt voor het snijden van brandhout. Waarschuwing! Gebruik het apparaat uitsluitend voor het zagen van materia- len die in de gebruikshandleiding zijn gespecificeerd. Waarschuwing! Het meegeleverde zaagblad is uitsluitend bestemd voor het zagen van hout! De zaag is niet geschikt voor het snijden van brandhout! De machine mag enkel na diens toestemming worden gebruikt. Elk verdergaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voortvloeiende schade of letsels, van welke aard dan ook, is de gebruiker/bediener aansprakelijk en niet de fabrikant. Alleen de voor de machine gepaste zaagbladen mogen wor- den gebruikt. Het gebruik van snijschijven van welke soort dan ook is verboden. Het naleven van de veiligheidsvoorschriften alsmede van de montage-instructies en aanwijzingen aangaande de werking vermeld in deze handleiding maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van de arbeidsgenees- kunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen. Veranderingen aan de machine sluiten een aansprakelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks een doelmatig gebruik kunnen bepaalde resterende risicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd. Ten ge- volge van de constructie en opbouw van de machine kunnen zich de volgende punten voordoen:

  • Raken van het zaagblad in het niet afgedekte zaaggebied.
  • Grijpen in het draaiende zaagblad (snijwonden).
  • Terugstoot van werkstukken en werkstukdelen.
  • Wegslingeren van defecte hardmetalen stukken van het zaagblad.
  • Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige gehoorbe- schermer.
  • Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij dat scha- delijk is voor de gezondheid. Houd er rekening mee dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik ontworpen zijn. Wij zijn niet aansprakelijk als de ma- chine in industriële of ambachtelijke bedrijven of in soortgelijke activiteiten wordt gebruikt.

6. Veiligheidswaarschuwingen

Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektri- sche apparaten m WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoor- schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrisch apparaat zijn meegeleverd. Het niet naleven van de onderstaande aan- wijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige ver- wondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij- zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip “Elektrisch gereedschap” is van toepassing op netgevoed elektrisch ge- reedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch gereed- schap (zonder netsnoer).

1. Veiligheid op de werkplek

  • Houd uw werkomgeving schoon en goed ver- licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen.
  • Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof bevin- den. Door elektrisch gereedschap ontstane vonken, die het stof of de dampen kunnen ontsteken.
  • Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische ge- reedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.

2. Elektrische veiligheid

  • De aansluitstekker van het elektrische ge- reedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden ge- wijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzig- de stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok.
  • Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radia- toren, elektrische haarden, koelkasten. Er be- staat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is.
  • Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elek- trisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok.48 NL/BE
  • Gebruik het snoer niet om het elektrische ge- reedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd het snoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of be- wegende delen. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
  • Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een ver- lengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
  • Als het gebruik van het elektrische gereed- schap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlek- schakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok..

3. Veiligheid van personen

  • Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werk- zaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van onacht- zaamheid bij gebruik van het elektrische gereedschap kan leiden tot ernstig letsel.
  • Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril. Het dragen van per- soonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, an- tislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoor- bescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen.
  • Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Con- troleer of het elektrisch gereedschap is uitge- schakeld voordat u het op de stroomvoorzie- ning en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elek- trische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroom- voorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden.
  • Verwijder instelgereedschap of de moersleu- tel, voordat u het elektrische gereedschap in- schakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
  • Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elek- trische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden.
  • Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastge- grepen door bewegende delen.
  • Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aan- gesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen.
  • Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u erva- ren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.

4. Gebruik en behandeling van het elektrisch ge-

  • Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaam- heden het daarvoor bedoelde elektrische ge- reedschap. Met het juiste elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogens- bereik.
  • Gebruik geen elektrisch gereedschap waar- van de schakelaar defect is. Een elektrisch gereed- schap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
  • Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver- wijder de uitneembare accu voordat u de ap- paraatinstellingen wijzigt, inzetstukken ver- vangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart.
  • Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt.
  • Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of be- wegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden elek- trisch gereedschap.
  • Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorg- vuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijran- den komt minder snel vast te zitten en is makkelijker te gebruiken.
  • Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaarlijke situa- ties.
  • Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greep- oppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder con- trole gehouden worden.49NL/BE
  • Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel re- pareren met uitsluitend originele reserveon- derdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektri- sche gereedschap gewaarborgd. Veiligheidsvoorschriften voor afkort- en verstek- zagen a) Afkort- en verstekzagen zijn bedoeld voor het zagen van hout en houtachtige materialen. Ze zijn niet geschikt voor het zagen van ijzer- houdende materialen, zoals staven, stangen, bouten enz. Bewegende delen zoals de onderste be- schermkap kunnen blokkeren door de schurende werking van het stof. Zaagvonken veroorzaken verbranding van de onderste beschermkap, de inlegplaat en andere kunst- stof onderdelen b) Zet het werkstuk indien mogelijk vast met klemmen. Als u het werkstuk met de hand vasthoudt, moet u uw hand altijd minimaal 100 mm verwijderd houden van elke zijde van het zaagblad. Zaag met deze zaag geen werk- stukken die te klein zijn om vast te klemmen of met uw hand vast te houden. Als uw hand te dicht bij het zaagblad is, bestaat er een verhoogd risico op let- sel door contact met het zaagblad. c) Het werkstuk mag niet kunnen worden bewo- gen en moet worden vastgeklemd of tegen de aanslag en de tafel worden aangedrukt. Duw het werkstuk niet in het zaagblad en zaag het nooit uit de vrije hand. Losse en bewegende werk- stukken kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd en letsel veroorzaken. d) Beweeg de zaag door het werkstuk. Voor- kom dat u de zaag door het werkstuk trekt. Om een zaagsnede te maken, moet u eerst de zaagkop omhoog bewegen en zonder te za- gen over het werkstuk trekken. Schakel ver- volgens de motor in, zwenk de zaagkop naar beneden en duw de zaag door het werkstuk. Bij een trekkende zaagbeweging bestaat het risico dat het zaagblad bij het werkstuk omhoog komt en de gebruiker hard door de zaagbladeenheid wordt geraakt. e) Kom nooit met uw hand voorbij de beoogde zaaglijn, noch voor noch achter het zaagblad. Het is erg gevaarlijk om het werkstuk met gekruiste han- den te ondersteunen door het werkstuk met uw linkerhand rechts van het zaagblad vast te houden, of omgekeerd. f) Kom niet met uw hand achter de aanslag als het zaagblad draait. Overschrijd nooit de vei- ligheidsafstand van 100 mm tussen uw hand en het draaiende zaagblad (dit geldt voor bei- de zijden van het zaagblad, bijv. om houtres- ten te verwijderen). U hebt wellicht niet in de gaten dat uw hand zich dicht bij het draaiende zaagblad be- vindt, wat ernstig letsel tot gevolg kan hebben. g) Controleer het werkstuk vóór het zagen. Als het werkstuk gebogen of kromgetrokken is, moet u het met de naar buiten gekromde zij- de op de aanslag vastklemmen. Zorg er altijd voor dat er langs de zaaglijn geen spleet is tus- sen het werkstuk, de aanslag en de tafel. Ge- bogen of kromgetrokken werkstukken kunnen verdraaien of verschuiven, waardoor het draaiende zaagblad tijdens het zagen kan vastlopen. In het werkstuk mogen geen spij- kers of andere vreemde objecten zitten. h) Gebruik de zaag pas als er geen gereedschap- pen, houtresten en dergelijke meer op de tafel liggen; alleen het werkstuk mag op de tafel liggen. Klein afvalresten, losse stukken hout en andere voorwerpen die met het draaiende zaagblad in contact komen, kunnen met hoge snelheid worden weggeslingerd.

i) Zaag altijd maar één werkstuk tegelijk. Als er

meerdere op elkaar gestapelde werkstukken worden ge- zaagd, kunnen ze niet goed vastgeklemd of vastgehou- den worden, waardoor het zaagblad kan vastlopen of de werkstukken kunnen wegglijden. j) Zorg ervoor dat de afkort- en verstekzaag vóór gebruik op een vlak en stevig werkoppervlak staat. Een vlak en stevig werkoppervlak verkleint het risico op instabiliteit van de afkort- en verstekzaag. k) Plan uw werkzaamheden. Let er bij het instel- len van de zaagbladhelling of verstekhoek op dat de verstelbare aanslag correct is afgesteld en dat het werkstuk wordt ondersteund, zon- der in contact te komen met het zaagblad of de beschermkap. Simuleer, zonder werkstuk op de tafel en zonder de machine in te schakelen, een volledige zaagbeweging met het zaagblad om te controleren of er geen belemmeringen zijn en er geen gevaar is dat in de aanslag wordt gezaagd. l) Bij werkstukken die breder of langer zijn dan het tafelblad, moet u voor voldoende onder- steuning zorgen, bijvoorbeeld met tafelverlen- gingen of zaagbokken. Werkstukken die langer of breder zijn dan de tafel van de afkort- en verstekzaag, kun- nen omkantelen als ze niet stevig worden ondersteund. Als een afgezaagd stuk hout of het werkstuk omkantelt, kan het de onderste beschermkap optillen of ongecontroleerd door het draaiende zaagblad worden weggeslingerd. m) Zet geen andere personen in als vervanging van een tafelverlenging of extra ondersteu- ning. Bij een instabiele ondersteuning van het werkstuk kan het zaagblad vastlopen. Ook kan het werkstuk dan tijdens de zaagbeweging verschuiven, waardoor u of uw assistent in het draaiende zaagblad wordt getrokken. n) Het afgezaagde deel mag niet tegen het draai- ende zaagblad worden gedrukt. Als er weinig ruimte is, bijvoorbeeld bij gebruik van lengteaanslagen, kan het afgezaagde deel in het zaagblad vastklemmen en met geweld worden weggeslingerd. o) Gebruik altijd een klem of een geschikte voor- ziening om ronde voorwerpen zoals staven of buizen naar behoren te ondersteunen. Staven hebben de neiging om weg te rollen tijdens het zagen, waardoor het zaagblad zich vastgrijpt en het werkstuk met uw hand in het zaagblad kan worden getrokken.50 NL/BE p) Laat het zaagblad op volle snelheid komen voordat u het in het werkstuk zaagt. Dit verkleint het risico dat het werkstuk wordt weggeslingerd. q) Als het werkstuk wordt vastgeklemd of het zaagblad vastloopt, moet u de afkort- en ver- stekzaag uitschakelen. Wacht tot alle bewe- gende delen tot stilstand zijn gekomen, trek de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu. Verwijder vervolgens het vastgeklemde materiaal. Als u bij een dergelijk blokkering doorgaat met zagen, kunt u de controle verliezen of kan de afkort- en verstekzaag beschadigd raken. r) Als de zaagsnede is voltooid, laat u de schake- laar los, houdt u de zaagkop omlaag en wacht u tot het zaagblad is gestopt voordat u het afge- zaagde deel verwijdert. Het is erg gevaarlijk om met uw hand in de buurt van het uitlopende zaagblad te komen. s) Houd de handgreep stevig vast als u een on- volledige zaagsnede uitvoert of als u de scha- kelaar loslaat voordat de zaagkop de onder- ste positie heeft bereikt. Door de remwerking van de zaag kan de zaagkop abrupt omlaag worden getrok- ken, wat tot verwonding kan leiden. Veiligheidsvoorschriften voor de behandeling van zaagbladen

1. Gebruik geen beschadigde of vervormde zaagbladen.

2. Gebruik geen zaagbladen met barsten of scheuren. Gooi

zaagbladen met barsten weg. Reparatie is niet toege- staan.

3. Gebruik geen zaagbladen die van sneldraaistaal zijn ver-

4. Controleer de staat van de zaagbladen voordat u de af-

kort- en verstekzaag gebruikt.

5. Gebruik uitsluitend zaagbladen die geschikt zijn voor het

6. Gebruik uitsluitend de door de fabrikant aanbevolen

zaagbladen. De zaagbladen moeten, als ze bedoeld zijn om hout of dergelijk materiaal te bewerken, voldoen aan EN 847-1.

7. Gebruik geen zaagbladen van hooggelegeerd sneldraai-

8. Gebruik alleen zaagbladen waarvan het maximaal toe-

gestane toerental niet lager is dan het maximale spiltoe- rental van de zaag, en die bovendien geschikt zijn voor het te bewerken materiaal.

9. Let op de draairichting van het zaagblad.

10. Gebruik zaagbladen alleen dan, als u ook weet hoe u

11. Houd rekening met het maximale toerental. Het maximale

toerental dat op het zaagblad staat vermeld, mag niet worden overschreden. Houd u, indien aangegeven, aan het toerentalbereik.

12. De klemoppervlakken moeten van vuil, vet, olie en water

13. Gebruik geen losse pasringen of -bussen om de boring

van zaagbladen te verkleinen.

14. Zorg ervoor dat de bevestigde pasringen voor de borging

van het zaagblad dezelfde diameter hebben en dat ze minimaal 1/3 van de snijdiameter hebben.

15. Zorg, dat bevestigde pasringen evenwijdig staan aan el-

16. Wees voorzichtig bij het hanteren van de zaagbladen.

Bewaar ze liefst in de originele verpakking of in speciale houders. Draag veiligheidshandschoenen om de grip te vergroten en de kans op persoonlijk letsel nog verder te- rug te dringen.

17. Controleer voordat u zaagbladen gebruikt, of de veilig-

heidsvoorzieningen correct zijn bevestigd.

18. Controleer vóór gebruik of het toegepaste zaagblad aan

de technische eisen van deze machine voldoet en of het op de juiste wijze bevestigd is.

19. Gebruik het meegeleverde zaagblad alleen voor het za-

gen van hout en nooit voor het bewerken van metalen.

20. Gebruik alleen zaagbladen met een diameter die op de

zaag staat aangegeven.

21. Gebruik extra werkstuksteunen als dit nodig is voor de sta-

biliteit van het werkstuk.

22. De verlengstukken van de werkstuksteun moeten tijdens

de werkzaamheden altijd bevestigd en gebruikt worden.

23. Vervang een versleten tafelinzetstuk!

24. Voorkom oververhitting van de zaagtanden.

25. Voorkom bij het zagen van kunststof dat de kunststof smelt.

Gebruik hiervoor de juiste zaagbladen. Vervang bescha- digde of versleten zaagbladen tijdig. Stop de machine als het zaagblad oververhit raakt. Laat het zaagblad afkoelen voordat u verder werkt met het ap- paraat. Let op: Laserstraling Niet in de straal kijken Laserklasse 2 Bescherm u en uw omgeving tegen gevaar voor ongelukken door de gepaste voorzorgsmaatrege- len te nemen!

  • Niet met blote ogen rechtstreeks in de laserstraal kijken.
  • Nooit rechtstreeks in de stralengang kijken.
  • De laserstraal nooit richten op weerkaatsende oppervlak- ken, personen of dieren. Ook een laserstraal met een gering vermogen kan schade berokkenen aan het oog.
  • Voorzichtig – als u anders te werk gaat dan hier beschreven kan dit leiden tot een blootstelling aan gevaarlijke straling.
  • Lasermodule nooit openen. Dit kan tot onverwachte bloot- stelling aan straling leiden.
  • De laser mag niet door laser van een ander type worden vervangen.
  • Reparaties aan de laser mogen uitsluitend door de fabrikant van de laser of een bevoegde dealer worden uitgevoerd. Restrisico‘s De machine is ontwikkeld volgens de huidige stand van de techniek en de erkende veiligheids- voorschriften. Toch kan tijdens de werkzaamhe- den sprake zijn van enkele restrisico‘s.
  • Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren.51NL/BE
  • Daarnaast kan er, ondanks alle voorzorgsmaatregelen, spra- ke zijn van niet-zichtbare restrisico‘s.
  • De restrisico’s kunnen tot een minimum worden beperkt wan- neer aan de “Veiligheidsmaatregelen” en het “Gebruik vol- gens de voorschriften” wordt voldaan en de gebruikshand- leiding in zijn geheel wordt opgevolgd.
  • Voorkom onnodige belasting van de machine: als bij het za- gen teveel druk wordt uitgeoefend, zal het zaagblad snel beschadigen, wat leidt tot geringere prestaties van de machi- ne bij de verwerking en minder nauwkeurige zaagsnedes.
  • Gebruik altijd klemmen wanneer u kunststof moet zagen: de te zagen delen moeten altijd met klemmen worden vastge- zet.
  • Voorkom dat u de machine onbedoeld inschakelt: als u de stekker in het stopcontact steekt, mag de startknop niet wor- den ingedrukt.
  • Gebruik gereedschap dat in deze handleiding wordt aanbe- volen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw afkortzaag.
  • Houd uw handen buiten de werkruimte, wanneer de ma- chine in bedrijf is.
  • Voordat u instel- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert, laat u de startknop los en trekt u de stekker uit het stopcon- tact. Waarschuwing! Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstan- digheden interfereren met actieve of passieve medische implan- taten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt.
  • Bedrijfsmodus S6, ononderbroken periodiek bedrijf. De bedrijfstijd is opgebouwd uit een opstarttijd, een tijd met een constante belasting en een uitlooptijd. De cyclusduur bedraagt 10 minuten en de relatieve inschakelduur bedraagt 25% van de cyclustijd. Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm hebben. Zorg ervoor dat het werkstuk altijd met de klemin- richting is geborgd. Geluid Het geluid van deze zaag is bepaald conform EN 62841. Geluidsdrukniveau L

............................................3 dB Draag een gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. De opgegeven geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een standaardtestmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische apparaten met elkaar te vergelijken. De aangegeven geluidsemissiewaarden kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting. Waarschuwing:

  • De geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde af- wijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elektrisch appa- raat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt.
  • Probeer om de belasting zo gering mogelijk te houden. Zo zijn er maatregelen om de werktijd te beperken. Hierbij moeten alle onderdelen van de bedrijfscyclus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgescha- keld is en de tijd waarin deze ingeschakeld is, maar onbelast draait).

8. Vóór ingebruikneming

  • Open de verpakking en haal de machine er voor - zichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal, evenals de beschermin- gen bij de verpakking en voor het transport (indien voor- handen).
  • Controleer of de leveringsomvang volledig is.
  • Controleer de machine en de bijbehorende onderdelen op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot het einde van de garantieperiode. OPGELET De machine en het verpakkingsmateriaal zijn geen speelgoed voor kinderen! Kinderen mogen niet met plastic zakken, folie en kleine onderde- len spelen! Gevaar voor inslikken en verstikking!
  • De machine moet stabiel staan. Zet de machine via de gaten in de vaste zaagtafel (15) stevig met 4 bouten (niet bij de levering inbegrepen) vast op een werkbank, onderstel of iets dergelijks.
  • Trek de voorgeïnstalleerde kantelbeveiliging (36) volledig uit en borg deze met de inbussleutel (D).
  • Stel de stelschroef (38) af op het niveau van de tafelplaat om te voorkomen dat de machine gaat wiebelen.52 NL/BE
  • Vóór ingebruikneming dienen alle afdekkingen en veilig- heidsinrichtingen naar behoren te zijn gemonteerd.
  • Het zaagblad moet vrij kunnen draaien.
  • Bij reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen letten zoals b.v. nagels of schroeven etc.
  • Voordat u de AAN-/UIT-schakelaar bedient moet het zaag- blad correct gemonteerd zijn. Beweeglijke delen moeten gemakkelijk bewegen.
  • Vóór het aansluiten controleren of de gegevens vermeld op het kenplaatje overeenstemmen met de gegevens van het stroomnet.

8.1 Veiligheidsvoorziening beweegbare zaag-

bladbescherming controleren (5) De zaagbladbescherming biedt bescherming tegen onbedoeld contact met het zaagblad en tegen rondvliegende spanen. Werking controleren Klap hiervoor de zaag naar beneden:

  • De zaagbladbescherming moet het zaagblad bij het om- laag zwenken vrijgeven zonder andere delen aan te raken.
  • Als de zaag naar de uitgangspositie omhoog wordt geklapt, moet de zaagbladbescherming automatisch het zaagblad afdekken.
  • Om de draaitafel (14) te verstellen, moet u de handgreep (11) ongeveer 2 slagen losdraaien en de vergrendelings- hendel (35) met de wijsvinger omhoog trekken.
  • Verdraai de draaitafel (14) en aanwijzer (12) naar de gewnste hoek van de schaalverdeling (13) en zet ze vast met de handgreep (11).
  • Door de machinekop (4) licht naar beneden te drukken en gelijktijdig de borgbout (23) uit de motorbeugel te trekken, wordt de borgbout (23) in de bovenste stand gefixeerd en de zaag uit de onderste stand ontgrendeld.
  • Borgbouten (23) met 90 graden draaien om deze in de ont- grendelde stand te fixeren.
  • Draai de machinekop (4) omhoog.
  • De kleminrichting (7) kan zowel links als rechts aan de vaste zaagtafel (15) bevestigd worden. Steek de kleminrichtingen (7) in de hiervoor bedoelde boorgaten aan de achterkant van de aanslagrail (16) en borg deze met behulp van de schroeven met stergreep (7a). Voor versteksnedes van 0° tot 45° moet de kleminrichting (7) slechts aan één kant (rechts) worden gemonteerd (zie afb. 11-12).
  • De machinekop (4) kan door de borgschroef (22) los te draaien, naar links tot max. 45° schuin geplaatst worden.
  • Werkstukhouder (8) moeten altijd worden vastgezet en gebruikt tijdens het werk. Stel het gewenste tafelformaat in door de stelschroef (9) los te draaien. Draai daarna de stel- schroef (9) weer vast.

9.2 Spaanopvangzak (fig. 1/22)

De zaag is voorzien van een opvangzak (17) voor spanen. Knijp de uiteinden van de metalen klem van de stofzak samen en breng de zak aan op de uitlaatopening bij de motor. De spaanzak (17) kan via de ritssluiting aan de onderkant wor- den leeggemaakt.

9.2.1 Externe stofafvoerinrichting

  • Sluit de zuigslang op de stofafzuiging aan.
  • Het afzuigsysteem moet geschikt zijn voor het te bewerken materiaal.
  • Gebruik voor het afzuigen van bijzonder schadelijke of kan- kerverwekkende stofsoorten een speciale afzuiginrichting.

9.3 Fijne instelling van de aanslag voor kapsnede

90° (fig. 1/2/5/6) Benodigd gereedschap: - Inbussleutel 6 mm - Steeksleutel SW13 (niet bij de levering inbegrepen)

  • De aanslagwinkelhaak is niet bij de levering be- grepen.
  • De machinekop (4) naar beneden laten zakken en met de borgpen (23) vastzetten.
  • De borgschroef (22) losdraaien.
  • De aanslaghoek (A) tussen zaagblad (6) en draaitafel (14) plaatsen.
  • Draai de contramoer (26a) los.
  • De stelschroef (26) zover verstellen, tot de hoek tussen zaag- blad (6) en draaitafel (14) 90° bedraagt.
  • Haal de contramoer (26a) weer aan.
  • Controleer ten slotte de positie van de hoekweergave. Indien nodig, de naald (19) met een kruiskopschroevendraaier los- draaien, op de 0°-positie van de hoekschaal (18) zetten en de borgschroef weer vastdraaien.

9.4 Nauwkeurig instellen van de aanslag voor ver-

steksnede 45° (fig. 1/2/5/9/10) Benodigd gereedschap: - Inbussleutel 6 mm - Steeksleutel SW13 (niet bij de levering inbegrepen)

  • De aanslagwinkelhaak is niet bij de levering be- grepen.
  • De machinekop (4) naar beneden laten zakken en met de borgpen (23) vastzetten.
  • De draaitafel (14) op de 0°-stand fixeren. Let op! De verschuifbare aanslagscheen (16a) moet voor ver- steksnedes (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie gefixeerd worden. (Linkerzijde).
  • Open de borgschroef (16b) van de verschuifbare aanslag- rail (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrail (16a) naar buiten.
  • De verschuifbare aanslagrail (16a) moet zodanig voor de binnenste positie worden gearrêteerd dat de afstand tus- sen aanslagrail (16a) en zaagblad (6) maximaal 8 mm bedraagt.
  • De verschuifbare aanslagscheen (16a) moet zich in de bin- nenste positie bevinden. (Rechterzijde).
  • Controleer voor het zagen dat tussen de aanslagrail (16a) en het zaagblad (6) geen botsing mogelijk is.
  • De borgschroef (22) losdraaien en met de handgreep (1) de machinekop (4) naar links, schuin plaatsen op 45°.
  • De 45°-aanslaghoek (b) tussen zaagblad (6) en draaitafel (14) plaatsen.53NL/BE
  • Draai de contramoer (27a) los en verstel de stelschroef (27) tot de hoek tussen zaagblad (6) en draaitafel (14) precies 45° bedraagt.
  • Haal de contramoer (27a) weer aan.
  • Controleer ten slotte de positie van de hoekweergave. Indien nodig, de naald (19) met een kruiskopschroevendraaier los- draaien, op de 45°-positie van de hoekschaal (18) zetten en de borgschroef weer vastdraaien.

10.1 Bedrijf laser (fig. 18)

  • Inschakelen: Druk 1x op de aan/uit-schakelaar laser (33). Op het te bewerken werkstuk wordt een laserlijn gepro- jecteerd die precies de plaats van de zaagsnede aangeeft.
  • Uitschakelen: Druk nogmaals op de aan/uit-schakelaar laser (33).

10.2 Snijdieptebegrenzing (fig. 3/13)

  • Met de schroef (24) kan de snijdiepte traploos worden af- gesteld. Te dien einde kartelmoer (24a) op de schroef los- draaien. De gewenste snijdiepte instellen door de schroef (24) in of uit te draaien. Daarna de kartelmoer (24a) op de schroef (24) opnieuw aanhalen.
  • Controleer de afstelling aan de hand van een proefsnede.

Voor terugkerende snedes met dezelfde lengte kan de lengte- aanslag (37) worden opengeklapt. U kunt de lengteaanslag (37) zowel aan de rechter- maar ook aan de linkerzijde ge- bruiken.

  • Klap de lengteaanslag (37) omhoog.
  • Draai de vastzetschroef voor de werkstuksteun (9) los.
  • Trek de werkstuksteun (8) er uit.
  • Stel de gewenste afstand tussen het zaagblad en de lengte- aanslag (37) in.
  • Draai de vastzetschroef voor de werkstuksteun (9) weer vast.
  • Voer de snedes uit zoals onder 10.4 t/m 10.7 uit.

10.4 Kapsnede 90° en draaitafel 0° (fig. 1/2/7)

Bij zaagsnedes tot ca. 100 mm kan de trekfunctie van de zaag met de borgschroef (20) in de achterste positie gefixeerd wor- den. In deze positie kan de machine voor afkorten worden ge- bruikt. Mocht de zaagsnede boven 100 mm liggen, dan moet erop gelet worden, dat de borgschroef (20) los en de machi- nekop (4) beweegbaar is. Let op! De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten voor afkortbewer- kingen van 90° op de binnenste positie worden vastgezet.

  • Open de vastzetschroeven (16b) van de verschuifbare aan- slagrails (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrails (16a) naar binnen.
  • De verschuifbare aanslagrails (16a) moeten zover voor de binnenste positie worden vastgezet, dat de afstand tussen de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) maximaal 8 mm bedraagt.
  • Controleer vóór de zaagsnede of de aanslagrails (16a) en het zaagblad (6) niet met elkaar in botsing kunnen komen.
  • Draai de vastzetschroeven (16b) weer vast.
  • Machinekop (4) naar de bovenste stand brengen.
  • Machinekop (4) aan de handgreep (1) naar achteren schui- ven en, indien nodig, in deze stand fixeren (naargelang de snijbreedte).
  • Het te snijden hout tegen de aanslagrail (16) en op de draaitafel (14) leggen.
  • Het materiaal op de vaststaande zaagtafel (15) vastzetten m.b.v. de spaninrichting (7) zodat het tijdens het zagen niet kan verschuiven.
  • Ontgrendel de blokkeerschakelaar (3) en druk op de aan/ uit-schakelaar (2) om de motor in te schakelen.
  • Bij gefixeerde trekgeleiding (21): met de handgreep (1) de machinekop (4) gelijkmatig en met lichte druk omlaag bewegen tot het zaagblad (6) het werkstuk heeft doorsne- den.
  • Bij niet gefixeerde trekgeleiding (21): Machinekop (4) helemaal naar voren trekken. Handgreep (1) gelijkmatig en met lichte druk helemaal naar beneden duwen. Dan de machinekop (4) traag en gelijkmatig helemaal naar achte- ren schuiven tot het zaagblad (6) het werkstuk volledig heeft doorsneden.
  • Na het zagen de machinekop terug naar zijn bovenste rust- stand brengen en AAN / UIT-schakelaar (2) loslaten. Let op! Door de terughaalveer slaat de machine vanzelf omhoog, daarom de handgreep (1) aan het einde van de zaagsnede niet loslaten, maar de machinekop langzaam en onder lichte tegendruk omhoog bewegen.

10.5 Afkortsnede 90° en draaitafel 0°- 45°

(fig. 1/7/8) Met de afkortzaag kunnen afkortsneden van 0° tot 45° naar links en van 0° tot 45° naar rechts ten opzichte van de aansla- grail worden uitgevoerd. Let op! De verschuifbare aanslagrail (16a) moet voor 90° afkortsne- den in de binnenste positie worden gefixeerd.

  • Open de vastzetschroef (16b) van de verschuifbare aan- slagrail (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrail (16a) naar binnen.
  • De verschuifbare aanslagrail (16a) moet zodanig voor de binnenste positie worden gearrêteerd dat de afstand tus- sen aanslagrail (16a) en zaagblad (6) maximaal 8 mm bedraagt.
  • Controleer voor het zagen dat tussen de aanslagrail (16a) en het zaagblad (6) geen botsing mogelijk is.
  • Vastzetschroef (16b) terug aanhalen.
  • Draai de handgreep (11) los als deze is vastgedraaid, trek de vergrendelingshendel (35) met uw wijsvinger omhoog en zet de draaitafel (14) in de gewenste hoek met behulp van de handgreep (11).
  • De naald (12) op de draaitafel moet met de gewenste hoek van de schaal (13) op de vaststaande zaagtafel (15) over- eenkomen.
  • Trek de handgreep (11) vast om de draaitafel (14) te ver- grendelen.
  • De bewerking uitvoeren als onder punt 10.4 beschreven.54 NL/BE

10.6 Versteksnede 0°- 45° en draaitafel 0°

(fig. 1/2/11) Met de afkortzaag kunnen versteksneden naar links van 0° tot 45° ten opzichte van het werkvlak worden uitgevoerd. Let op! De verschuifbare aanslagscheen (16a) moet voor versteksne- des (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie gefixeerd worden. (Linkerzijde).

  • Open de borgschroef (16b) van de verschuifbare aanslag- rail (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrail (16a) naar buiten.
  • De verschuifbare aanslagrail (16a) moet zodanig voor de binnenste positie worden gearrêteerd dat de afstand tus- sen aanslagrail (16a) en zaagblad (6) maximaal 8 mm bedraagt.
  • De verschuifbare aanslagscheen (16a) moet zich in de bin- nenste positie bevinden. (Rechterzijde).
  • Controleer voor het zagen dat tussen de aanslagrail (16a) en het zaagblad (6) geen botsing mogelijk is.
  • Fastzetschroef (16b) terug aanhalen.
  • De machinekop (4) in de bovenste stand brengen.
  • De draaitafel (14) op de 0°-stand fixeren.
  • De borgschroef (22) losdraaien en met de handgreep (1) de machinekop (4) naar links, schuin plaatsen, tot de naald (19) naar de gewenste hoek van de schaal (18) wijst.
  • De borgschroef (22) weer vastdraaien.
  • De bewerking uitvoeren als onder punt 10.4 beschreven.

10.7 Versteksnede 0°- 45° en draaitafel 0°- 45°

(fig. 2/4/12) Met de afkortzaag kunnen versteksneden naar links van 0° tot 45° ten opzichte van het werkvlak en meteen van 0° tot 45°naar links of van 0° tot 45° naar rechts ten opzichte van de aanslagrail worden uitgevoerd (dubbele versteksnede). Let op! De verschuifbare aanslagscheen (16a) moet voor versteksne- des (schuin staande zaagkop) in de buitenste positie gefixeerd worden. (Linkerzijde).

  • Open de borgschroef (16b) van de verschuifbare aanslag- rail (16a) en schuif de verschuifbare aanslagrail (16a) naar buiten.
  • De verschuifbare aanslagrail (16a) moet zodanig voor de binnenste positie worden gearrêteerd dat de afstand tus- sen aanslagrail (16a) en zaagblad (6) maximaal 8 mm bedraagt.
  • Controleer voor het zagen dat tussen de aanslagrail (16a) en het zaagblad (6) geen botsing mogelijk is.
  • Vastzetschroef (16b) terug aanhalen.
  • De machinekop (4) omhoogzwenken.
  • Maak de draaitafel (14) los door de handgreep (11) losser te draaien.
  • Met de handgreep (11) de draaitafel (14) op de gewenste hoek instellen (zie daartoe ook punt 10.5).
  • Draai de handgreep (11) weer vast aan, om de draaitafel te fixeren.
  • De borgschroef (22) losdraaien.
  • Met de handgreep (1) de machinekop (4) naar links buiten en op de gewenste hoek van de schaal instellen (zie daartoe ook punt 10.6).
  • De borgschroef (22) weer vastdraaien.
  • De bewerking uitvoeren als onder punt 10.4 beschreven.

m Let op! Telkens voor het instellen, het uitvoeren van onderhoud of reparaties de stekker uit het stopcontact trekken!

11.1 Algemene onderhoudswerkzaamheden

Veeg van tijd tot tijd met een doek houtkrullen en stof van de ma- chine af. Olie om de levensduur van het apparaat te verlengen eenmaal per maand de draaiende delen. De motor niet oliën. Gebruik voor de reiniging van de kunststof geen bijtende mid- delen.

11.2 Veiligheidsvoorziening beweegbare zaag-

bladbescherming (5) reinigen Controleer voor ingebruikname altijd de zaagbladbescher- ming op vervuiling. Verwijder oud zaagsel en oude houtsplinters met behulp van een borstel of een vergelijkbaar geschikt gereedschap.

11.3 Tafelinzetstuk vervangen

Gevaar! Als het tafelinzetstuk (10) beschadigd is, bestaat het risico dat kleine voorwerpen tussen het tafelinzetstuk en het zaagblad vast komen te zitten en het zaagblad blokkeren. Vervang beschadigde tafelinzetstukken onmiddellijk!

1. Draai de schroeven op het tafelinzetstuk los. Verdraai

zo nodig de draaitafel en kantel de zaagkop om bij de schroeven te kunnen komen.

2. Verwijder het tafelinzetstuk.

3. Plaats een nieuw tafelinzetstuk.

4. Draai de schroeven op het tafelinzetstuk vast.

11.4 Borstelinspectie

Controleer de borstels van de koolborstels bij een nieuwe ma- chine na de eerste 50 bedrijfsuren, of wanneer er nieuwe bor- stels gemonteerd zijn. Controleer na de eerste controle om de 10 bedrijfsuren. Wanneer de koolstof tot een lengte van 6 mm versleten is, de veer of de nevensluitingsdraad verbrand of beschadigd is, moet u beide borstels vervangen. Wanneer de borstels na het demonteren als inzetbaar beschouwd worden, kunt u ze weer inbouwen. Open beide vergrendelingen linksom (zoals in afbeelding 21 weergegeven) om onderhoud aan de koolborstels te verrich- ten. Verwijder vervolgens de koolborstels. Plaats de koolborstels in omgekeerde volgorde terug.

11.5 Verwisselen van zaagblad (fig. 1/2/14-17)

Netstekker uit het stopcontact trekken! Let op! Draag voor het verwisselen van het zaagblad vei- ligheidshandschoenen! Lichamelijk gevaar!

  • De machinekop (4) omhoogzwenken. Door de borgbout (23) in deze stand vastzetten.
  • Draai de bevestigingsschroef (5a) van het deksel los met be- hulp van een kruiskopschroevendraaier. WAARSCHUWING! Draai deze schroef er niet helemaal uit.55NL/BE
  • Klap de zaagbladbescherming (5) zover omhoog dat de zaagbladbescherming (5) zich boven de flensbout (28) be- vindt.
  • Zet met de ene hand de binnenzeskant- of inbussleutel (C) op de flensbout (28).
  • Inbussleutel (C) vasthouden en de zaagbladsteun (5) lang- zaam sluiten, tot deze tegen de inbussleutel (C) aan staat.
  • Zaagasvergrendeling (30) hard indrukken en flensschroef (28) langzaam met de wijzers van de klok mee draaien. Na maximaal een hele slag klikt de zaagasvergrendeling (30) vast.
  • Draai dan met wat meer kracht de flensschroef (28) met de wijzers van de klok mee los.
  • Flensschroef (28) er helemaal uit draaien en buitenflens (29) wegnemen.
  • Neem het zaagblad (6) van de binnenflens (31) af en trek het naar beneden eruit.
  • Flensschroef (28), buitenflens (29) en binnenflens (31) zorg- vuldig schoonmaken.
  • Het nieuwe zaagblad (6) in omgekeerde volgorde monteren en aanhalen.
  • Let op! De afschuining van de tanden, d.w.z. de draairichting van het zaagblad (6), moet overeenkomen met de richting van de pijl op het huis.
  • Voordat u verder werkt controleren of de beschermende in- richtingen naar behoren werken.
  • Let op! Telkens na het verwisselen van zaagblad controleren of het zaagblad (6) al loodrecht staande alsook op 45° gekan- teld in het tafelinzetstuk (10) vrij draait.
  • Let op! Het verwisselen en richten van het zaagblad (6) dient naar behoren te worden uitgevoerd.

11.6 Justeren van de laser (fig. 19-20)

Als de laser (32) niet meer de juiste zaaglijn aangeeft, kan deze worden bijgesteld. Verwijder hiertoe de schroeven (32b) en verwijder het voorste deksel (32a). Draai de kruiskopschroe- ven (E) los en stel de laser in door deze zijwaarts te verschuiven zodat de laserstraal de snijtanden van het zaagblad (6) raakt. Wanneer de laser is afgesteld en vastgezet, monteert u het voorste deksel door de twee schroeven (32b) handvast aan te draaien.

11.7 Service-informatie

U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgen- de delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*: koolborstels, zaagblad, tafelinzetstukken, spaan- opvangzakken

  • niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen!
  • Vastzetgreep (11) aanhalen om de draaitafel (14) te ver- grendelen.
  • Machinekop (4) omlaagdrukken en arręteren d.m.v. de borgbout (23). De zaag is dan in de onderste stand ver- grendeld.
  • Trekfunctie van de zaag in de achterste stand fixeren d.m.v. de vastzetschroef voor trekgeleiding (20).
  • Machine aan de vaststaande zaagtafel (15) dragen.
  • Om de machine opnieuw op te bouwen gaat u te werk zoals beschreven onder 8 en 9.

Sla het apparaat en de hulpstukken op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegankelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele verpakking. Dek het elektrisch apparaat af om het tegen stof of vocht te beschermen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische apparaat.

14. Elektrische aansluiting

De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten. De aansluiting voldoet aan de rele- vante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moe- ten eveneens aan deze voorschriften voldoen.

  • Het product voldoet aan de eisen van EN 61000-3-11 en valt on- der speciale aansluitingsvoorwaarden. Dat betekent, dat gebruik op een willekeurig vrij te kiezen aansluitpunt niet toegestaan is.
  • Het apparaat kan bij ongunstige elektriciteitsnet-omstandig- heden tijdelijke spanningsschommelingen opleveren.
  • Het product is uitsluitend bestemd voor gebruik op de aansluitpunten die a) een maximaal toelaatbare netimpedantie “Z” (Zmax = 0.339 Ω) niet overschrijden, of b) een belastbaarheid voor onafgebroken stroom van het net van minstens 100 A per fase hebben.
  • Als gebruiker moet u ervoor zorgen, indien nodig in overleg met uw energiebedrijf, dat uw aansluitpunt, waarmee u uw product gebruiken wilt, aan een van beide genoemde eisen a) of b) voldoet. Belangrijke aanwijzingen Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer wor- den ingeschakeld. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de iso- latie op. Mogelijke oorzaken zijn:
  • Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deur- openingen worden geleid.
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel.56 NL/BE
  • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden.
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken.
  • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet wor- den gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is bescha- digd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansluitkabel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend snoeren met dezelfde aanduiding. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit wor- den vervangen door een speciaal uitgevoerd netsnoer, dat ver- krijgbaar is bij de fabrikant of diens klantenservice. Wisselstroommotor: De netspanning moet 220 - 240 VAC 50 Hz zijn.
  • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een door- snede hebben van 1,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mo- gen uitsluitend door een elektromonteur worden uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor

15. Afvalverwijdering en recyclage

Het toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpakking is een grondstof en bijgevolg herbruikbaar of kan in de grondstofkringloop teruggebracht worden Het toestel en zijn accessoires bestaan uit diverse materialen, zoals b.v. metaal en kunststof. Ontdoe u van defecte onderde- len op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeente- bestuur! De verpakking is gemaakt van milieuvriendelijke materialen die u bij lokale recyclingcentra kunt in- leveren. Informatie over het afvoeren van versleten appa- ratuur kunt u opvragen bij uw gemeente. Oude apparatuur mag niet bij het huisafval wor- den gegooid! Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richt- lijn inzake verbruikte elektrische en elektronische appa- ratuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke bepalin- gen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hiervoor bestemde verzamelpunt wor- den afgegeven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aanschaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektronische apparatuur. Het onjuist afvoeren van oude ap- paratuur kan door mogelijke gevaarlijke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn ver- werkt, negatieve effecten op het milieu en de gezondheid van de mens hebben. Door een juiste afvoer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuur- lijke ressources. Informatie inzake inzamelpunten voor verbruik- te apparatuur kunt u opvragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkingsstation voor het afvoeren van verbruikte elektrische en elektronische appara- tuur of uw afvalverwerkingsstation.57NL/BE

16. Verhelpen van storingen

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De motor functioneert niet Motor, kabel of stekker defect, zekeringen door- gebrand Laat de machine door een vakman controleren. Repareer de motor nooit zelf. Gevaar! Controleer de zekeringen en vervang ze zo nodig De motor draait langzaam en bereikt het bedrijfstoe- rental niet. Spanning te laag, wikkelingen beschadigd of condensator doorgebrand Laat de netspanning door een elektricien controleren. Laat de motor controleren door een vakman. Laat de condensator vervangen door een vakman De motor maakt te veel lawaai Wikkelingen beschadigd, motor defect Laat de motor controleren door een vakman De motor bereikt het maxi- male vermogen niet. Groep van stroomnet overbelast (lampen, andere motoren enz.) Gebruik geen andere apparaten of motoren op de groep Motor raakt snel over- verhit. Overbelasting van de motor, ontoereikende koe- ling van de motor Voorkom overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor om een optimale koeling van de motor te garanderen Zaagsnede is ruw of gegolfd Zaagblad bot, tandvorm niet geschikt voor mate- riaaldikte Zaagblad slijpen of een geschikt zaagblad plaatsen Werkstuk breekt uit of versplintert Zaagdruk te hoog of zaagblad niet geschikt voor toepassing Plaats een geschikt zaagblad58 NL/BE

Geachte klant, onze producten zijn aan een strenge kwaliteitscontrole onderhevig. Mocht dit apparaat echter ooit niet naar behoren functioneren, spijt het ons ten zeerste en vragen u zich tot onze servicedienst onder het adres vermeld op dit garantiebewijs te wenden. Wij staan ook graag telefo- nisch tot uw dienst via het hieronder vermelde servicetelefoonnummer. Voor vorderingen in verband met garantie geldt het volgende:

  • Deze garantievoorwaarden regelen bijkomende garantieprestaties. Uw wettelijke garantieclaims blijven onaangetast door deze garantie. Onze garantieprestatie is voor uw gratis.
  • De garantieprestatie heeft uitsluitend betrekking op gebreken die te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten en is beperkt tot het verhelpen van deze gebreken of het vervangen van het apparaat. Wij wijzen erop dat onze apparaten overeenkomstig hun bestemming niet geconstrueerd zijn voor commercieel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Een garantieovereenkomst komt daarom niet tot stand als het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen activiteiten wordt gebruikt. Uitgesloten van onze garantie zijn verder schadeloosstellingen voor transportschade, schade door nietnaleving van de montage-instructies of op grond van ondeskundige installatie, niet-naleving van de handleiding (zoals door b.v. aansluiting op een verkeerde netspanning of stroomsoort), oneigenlijke of on- oordeelkundige toepassingen (zoals b.v. overbelasting van het apparaat of gebruik van niet toegestane inzetgereedschappen of toebeho- ren), niet-naleving van de onderhouds- en veiligheidsbepalingen, binnendringen van vreemde voorwerpen in het apparaat (zoals b.v. zand, stenen of stof), gebruikmaking van geweld of invloeden van buitenaf (zoals b.v. schade door neervallen) alsmede door normale slijtage die zich bij het doelmatig gebruik van het apparaat voordoet. Er kan geen aanspraak op garantie worden gemaakt als op het apparaat reeds ingrepen werden uitgevoerd.
  • De garantieperiode bedraagt 3 jaar en gaat in op de datum van aankoop van het apparaat. Garantieclaims dienen voor het verloop van de garantieperiode binnen de twee weken na het vaststellen van het defect geldend te worden gemaakt. Het geldend maken van garantie- claims na verloop van de garantieperiode is uitgesloten. De herstelling of vervanging van het apparaat leidt noch tot een verlenging van de garantieperiode noch wordt door deze prestatie een nieuwe garantieperiode voor het apparaat of voor eventueel ingebouwde wisselstuk- ken op gang gebracht. Dit geldt ook bij het ter plaatse uitvoeren van een serviceactiviteit.

18. Conformiteitsverklaring