BLAUPUNKT 5B90S8990 - Oven

5B90S8990 - Oven BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 5B90S8990 BLAUPUNKT in PDF-formaat.

📄 257 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BLAUPUNKT 5B90S8990 - page 112
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BLAUPUNKT

Model : 5B90S8990

Categorie : Oven

Download de handleiding voor uw Oven in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 5B90S8990 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 5B90S8990 van het merk BLAUPUNKT.

GEBRUIKSAANWIJZING 5B90S8990 BLAUPUNKT

2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 2 Gebruiksdoel 2 Waarschuwing 4 Schadeoorzaken 5 MONTAGE 6 Bedieningselementen 7 Voor gebruik van het apparaat 8 Bedrijfsmodi 9 Gebruik van uw apparaat 14 TOEBEHOREN

VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN Gebruiksdoel Hartelijk dank, dat hebt gekozen voor een inbouwoven van Blaupunkt. Lees voor u uw nieuwe apparaat uitpakt eerst deze handleiding grondig door. Alleen dan kunt u uw apparaat veilig en correct bedienen. Wij raden sterk aan, de bedienings- en montagehandleiding te bewaren voor later gebruik of voor toekomstige bezitters.. Het apparaat heeft een aardingsaansluiting voor functionele doelen. Het apparaat is alleen voorzien voor de inbouw in een keuken. Let op de montagehandleiding. Controleer het apparaat na het uitpakken op eventuele schade. Sluit het apparaat niet aan, wanneer het is beschadigd. Alleen een erkende vakman mag apparaten zonder stekker aansluiten. Schade, die is ontstaan door verkeerd aansluiten, wordt niet gedekt door de garantie. Gebruik het apparaat alleen binnen. Het apparaat mag alleen worden gebruikt voor de bereiding van gerechten en dranken. Het apparaat moet tijdens het gebruik worden bewaakt. Dit apparaat mag worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met beperkte fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrekkige ervaring en kennis, indien en voor zover ze door de voor hen verantwoordelijke persoon zijn geïnstrueerd omtrent het apparaat en de daarmee verbonden risico's en gevaren begrijpen. Het apparaat is geen speelgoed. Reiniging en onderhoud van het apparaat mag door kinderen boven 8 jaar alleen worden uitgevoerd onder toezicht van een voor hen verantwoordelijke persoon. Let erop, dat het apparaat en zijn netsnoer zich buiten het bereik van kinderen onder 8 jaar bevindt. Schuif alle accessoires altijd op de juiste manier in de kookruimte.

WAARSCHUWING Gevaar van een elektrische schok!

1. Verkeerd uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde

stroomkabels mogen alleen worden uitgevoerd door een van onze klantenservicemedewerkers. Wanneer het apparaat defect is, koppelt u het los van het net of schakelt de stroomonderbreker in de zekeringenkast uit. Neem contact op met de klantenservice.

2. De kabelisolatie van elektrische apparaten kan bij aanraken van hete apparaatdelen smelten.

Breng de kabel van elektrische apparaten nooit in contact met hete apparaatdelen.

3. Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomreiniger, omdat dit een elektrische schok kan

4. Een defect apparaat kan een elektrische schok veroorzaken. Schakel nooit een defect

apparaat in. Wanneer het apparaat defect is, koppelt u het los van het net of schakelt de stroomonderbreker in de zekeringenkast uit. Neem contact op met de klantenservice.3 Verbrandingsgevaar!

1. Het apparaat wordt zeer heet. Raak nooit de binnenvlakken van het apparaat of de

verwarmingselementen aan.

2. Laat het apparaat altijd afkoelen.

3. Houd kinderen altijd op een veilige afstand.

4. Toebehoren en ovenservies worden zeer heet. Gebruik altijd ovenwanten, om toebehoren of

ovenservies uit de kookruimte te verwijderen.

5. Alcoholische dampen kunnen in de hete kookruimte ontbranden. Bereid nooit gerechten, die

grote hoeveelheden vloeistoffen met hoog alcoholgehalte bevatten. Gebruik slechts kleine hoeveelheden vloeistoffen met hoog alcoholgehalte. Open de deur van het apparaat altijd voorzichtig. Gevaar van brandwonden!

1. De toegankelijke delen worden tijdens gebruik heet. Raak nooit de hete delen. Houd kinderen

altijd op een veilige afstand.

2. Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete damp uittreden. Afhankelijk van de

temperatuur is de damp mogelijk niet zichtbaar. Kom bij het openen niet te dicht bij het apparaat. Open de deur van het apparaat altijd voorzichtig. Houd kinderen uit de buurt.

1. Gekrast glas in de deur van het apparaat kan leiden tot scheuren. Gebruik geen glasschraper,

scherpe of schurende reinigingsmiddelen.

2. De scharnieren van de deur van het apparaat bewegen bij het openen en sluiten van de deur.

Daarbij kunnen vingers of andere lichaamsdelen worden ingeklemd. Houd uw handen ui de buurt van de scharnieren. Brandgevaar!

1. In de kookruimte opgeslagen brandbare voorwerpen kunnen ontbranden. Bewaar geen

brandbare voorwerpen in de kookruimte. Open nooit de deur van het apparaat, wanneer er rook binnenin is. Schakel in dit geval het apparaat uit en trek de stekker eruit schakel de stroomonderbreker in de zekeringenkast uit.

2. Bij het openen van de deur van het apparaat ontstaat tocht. Daarbij kan het bakpapier in

aanraking komen met het verwarmingselement en in brand vliegen. Leg tijdens het voorverwarmen geen bakpapier los over de toebehoren. Verzwaar het bakpapier altijd met een schaal of een bakplaat. Bedek alleen het nodige oppervlak met bakpapier. Het bakpapier mag niet buiten de toebehoren uitsteken. Gevaar door magnetisme! In het bedieningspaneel resp. in de bedieningselementen worden permanente magneten gebruikt. Ze kunnen elektronische implantaten, bijvoorbeeld pacemakers of insulinepompen, beïnvloeden. Dragers van elektronische implantaten moeten een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aanhouden.4 Schadeoorzaken

1. Toebehoren, folie, bakpapier of ovenservies op de bodem van de kookruimte: Leg geen

toebehoren op de bodem van de kookruimte. Bedek de bodem van de kookruimte niet met een soort folie of bakpapier. Plaats geen ovenservies op de bodem van de kookruimte, wanneer een temperatuur van meer dan 50 ºC is ingesteld. Dit leidt tot een accumulatie van warmte. Daardoor wordt het email beschadigd.

2. Aluminiumfolie: Aluminiumfolie in de kookruimte mag niet in aanraking komen met het glas van

de deur. Dit kan leiden tot een permanente verkleuring van het glas van de deur.

3. Siliconenpannen: Gebruik geen siliconenhoudende pannen, matten, afdekkingen of

toebehoren. Daardoor kan de ovensensor worden beschadigd.

4. Water in de hete kookruimte: Giet geen water in de kookruimte, wanneer het heet is. Daardoor

vormt zich damp. De temperatuurverandering kan leiden tot een beschadiging van het email.

5. Vocht in de kookruimte: Over een langere periode kan vocht in de kookruimte leiden tot

corrosie. Laat het apparaat na het gebruik drogen. Bewaar vochtige levensmiddelen niet gedurende langere tijd in de gesloten kookruimte. Bewaar geen levensmiddelen in de kookruimte.

6. Afkoelen bij geopende deur van het apparaat: Laat het apparaat na het gebruik bij hoge

temperaturen alleen bij gesloten deur afkoelen. In de deur van het apparaat mag niets worden geklemd. Ook wanneer de deur slechts een spleet open wordt gelaten, kunnen de fronten van aangrenzende apparaten met de tijd worden beschadigd. Laat het apparaat alleen dan met open deur drogen, wanneer tijdens het gebruik van de oven veel vocht is geproduceerd.

7. Fruitsap: Bedek de bakplaat bij het bakken van bijzonder sappige fruittaart niet te royaal. Van

de bakplaat druipend fruitsap laat vlekken achter, die zich niet laten verwijderen. Gebruik indien mogelijk een diepere universele bakplaat.

8. Sterk vervuilde afdichting: Is de afdichting sterk vervuild, sluit de deur van het apparaat niet

meer goed. Daardoor kunnen de fronten van aangrenzende apparaten worden beschadigd. Houd de afdichting altijd schoon.

9. Toesteldeur als zitje, plank of werkblad: Ga niet op de deur van het apparaat zitten, leg er niets

op, hang er niets aan. Plaats geen kookgerei of toebehoren op de deur van het apparaat.

10. Inzetten van toebehoren: Afhankelijk van het apparaatmodel kunnen toebehoren bij het sluiten

van de deur van het apparaat de deurbekleding bekrassen. Plaats toebehoren altijd tot de aanslag in de kookruimte.

11. Dragen van het apparaat: Het apparaat niet aan de deugreep dragen of vasthouden. De

deugreep kan het gewicht van het apparaat niet dragen en kan afbreken.

12. Wanneer u de restwarmte van de uitgeschakelde oven gebruikt voor het warmhouden van

gerechten, kan veel vocht ontstaan in de kookruimte. Dit kan leiden tot de vorming van condenswater en corrosieschade aan uw apparaat en schade in uw keuken veroorzaken. Vermijd de vorming van condenswater, doordat u de deur opent of de bedrijfsmodus „Ontdooien“ gebruikt.5 MONTAGE

Om ervoor te zorgen dat het apparaat veilig kan worden gebruikt, moet het vakkundig met inachtneming van de montagehandleiding worden geïnstalleerd. Schade, die ontstaat door een verkeerde montage, wordt niet gedekt door de garantie. Draag bij de montage veiligheidshandschoenen, om u te beschermen tegen snijwonden door scherpe randen. Controleer het apparaat voor de montage op schade. Sluit het niet aan, wanneer het is beschadigd. Verwijder voor het inschakelen van het apparaat het complete verpakkingsmateriaal en de kleeffolie. De bovenstaande afmetingen zijn vermeld in mm. Om het apparaat na de montage indien nodig van de stroomvoorziening te kunnen loskoppelen, moet de stekker toegankelijk resp. een schakelaar in de vaste bedrading ingebouwd zijn. Waarschuwing: Het apparaat mag niet achter een decoratieve deur worden geïnstalleerd, om oververhitting te vermijden.6 BEDIENINGSELEMENTEN

Oven in-/uitschakelen.

Lamp in-/uitschakelen.

Druk op dit symbool, om de bedrijfsmodus te veranderen. Houd de knop 5 seconden lang gedrukt, om deze snel te veranderen.

Gebruik deze optie, om automatische programma's of ontkalking en reiniging te kiezen.

Stoom: Handmatige toevoer van stoom.

6. Snel voorverwarmen

Voor het snelle voorverwarmen.

U kunt de smart-slider of de knoppen „+/-“ gebruiken, om de op het display aangegeven waarden te veranderen.

8. Instellen van kookduur, tijd en

temperatuur Tijd in stand-by-modus instellen/tussen tijdinstelling en temperatuurinstelling wisselen.

Kookprocedure starten en onderbreken.

Waterreservoir voor de stoomfunctie. Het waterreservoir opent na drukken van de knop.7

VOOR GEBRUIK VAN HET APPARAAT

Eerste gebruik Voor u het apparaat voor de eerste keer gebruikt voor de bereiding van gerechten, moet u de kookruimte en de toebehoren reinigen.

1. Verwijder alle stickers, oppervlakbeschermfolies en transportbeschermingsdelen.

2. Verwijder alle toebehoren en de inschuifrails uit de kookruimte.

3. Reinig de toebehoren en de inschuifrails grondig met zeepwater en een doek of een zachte

4. Let erop, dat de kookruimte geen verpakkingsresten zoals piepschuimballetjes of stukken hout

bevat, omdat deze brandgevaar kunnen opleveren.

5. Veeg de gladde oppervlakken in de kookruimte en aan de deur af met een zachte, vochtige

6. Om de nieuwe geur van het apparaat te verwijderen, verwarmt u het apparaat in lege toestand

en bij gesloten ovendeur.

7. Ventileer de keuken bij het eerste opwarmen van het apparaat grondig. Houd ondertussen

kinderen en huisdieren uit de buurt van de keuken. Sluit de deur naar de aangrenzende ruimtes.

8. Stel de weergegeven instellingen in. Hoe u bedrijfsmodus en de temperatuur instelt, ziet u in

de volgende paragraaf. →„Gebruik van uw apparaat“ op pagina 11

Instellingen Bedrijfsmodus

Temperatuur 250 °C Tijd

Nadat het apparaat is afgekoeld:

1. Reinig de gladde oppervlakken en de deur met zeepwater en een doek.

2. Droog alle oppervlakken. 3. Plaats de inschuifrails terug.

Tijd instellen Voor de oven kan worden gebruikt, moet de tijd worden ingesteld.

1. Nadat de oven elektrisch is aangesloten, tikt u op het kloksymbool, om de tijd in uren te

selecteren. Gebruik hiervoor de smart-slider of de knoppen +/-.

2. Tik opnieuw op het kloksymbool. Gebruik de smart-slider of de knoppen +/- om de tijd nu in

minuten in te stellen.

3. Tik opnieuw op het kloksymbool, om de instelprocedure te beëindigen.

OPMERKING: De klok heeft een 24-uursweergave.8 BEDRIJFSMODI Uw apparaat beschikt over verschillende bedrijfsmodi. Wij lichten nu de verschillen en toepassingsgebieden toe, zodat u de juiste soort verwarming kunt kiezen voor uw gerecht. Bedrijfsmodi Temperatuur Gebruik

Boven-/onderwarmte 30~250 °C Voor traditioneel bakken en braden op een niveau. Bijzonder geschikt voor taart met een vochtige topping.

Hete lucht 50~250 °C Voor het bakken en braden op een of meer niveaus. De warmte komt van de ringverwarming, die de ventilator gelijkmatig omringt.

Boven-/onderwarmte + circulatielucht 50~250 °C Voor het bakken en braden op een of meer niveaus. De warmte van de verwarmingselementen in de kookruimte wordt gelijkmatig verdeeld door een ventilator.

Stralingswarmte 150~250 °C Voor het grillen van kleine hoeveelheden voedsel en voor het aanbraden. Leg het te grillen voedsel in het middelste deel onder het grill-verwarmingselement.

Dubbele grill + circulatielucht 50~250 °C Voor het grillen van platte gerechten en voor het aanbraden. De ventilator verdeelt de warmte gelijkmatig in de kookruimte.

Dubbele grill 150~250 °C Voor het grillen van platte gerechten en voor het aanbraden.

Pizzamodus 50~250 °C Voor pizza en gerechten, die veel warmte van onder nodig hebben. Hierbij worden de onderwarmte en de ringverwarming ingeschakeld.

Onderwarmte 30~220 °C Voor het extra bruinen van de bodems van pizza's, taart en gebak. De warmte komt van de onderwarmte.

Voor het voorzichtig ontdooien van diepvriesproducten.

Deeggeleiding 30~45 °C Voor de productie van gist en zuurdesem en voor de teelt van yoghurt.

Temperatuursensor 50~100 °C Voor het controleren van het kookproces van vlees zoals biefstuk en kip.9 Let op! Wanneer u de deur van het apparaat tijdens een lopend proces opent, wordt het proces niet gestopt. In dit geval bestaat verbrandingsgevaar! Aanwijzingen

1. Voor het ontdooien van grote porties levensmiddelen kan men de inschuifrails verwijderen en

het reservoir op de bodem van de kookruimte zetten.

2. Voor het voorverwarmen van servies moeten de inschuifrails verwijderd en de bedrijfsmodi

„Hete lucht grill“ en „Circulatielucht“ met een temperatuur van 50 °C gekozen worden. Bedrijfsmodus „Hete lucht grill“ moet worden gebruikt, wanneer meer dan de helft van de kookruimte is bedekt met servies.

3. In de bedrijfsmodus „Circulatielucht“ wordt op bepaalde tijden van het opwarmproces de

ventilator ingeschakeld, om een optimale warmteverdeling in de kookruimte te garanderen. Ventilator De ventilator schakelt naar behoefte in en uit. De hete lucht ontwijkt via de deur. Let op! Dek de ventilatiesleuven niet af. Daardoor kan het apparaat oververhitten. Om ervoor te zorgen dat het apparaat sneller afkoelt, kan de ventilator nog een poosje lopen.

1. Nadat de oven elektrisch is aangesloten, tikken op het symbool „Ovenfunctie“, om functies te

kiezen en gebruik de smart-slider of de knoppen „+/-“, om de temperatuur in te stellen.

2. Tik op het ON/OFF-symbool. De oven begint te werken. Wanneer u niet op het ON/OFF-

symbool tikt geeft de oven na 5 minuten weer de tijd aan.

3. Wanneer u tijdens het kookproces op tikt, wordt het proces afgebroken.

OPMERKING: Na de temperatuurinstelling tikt u op het kloksymbool , om de kooktijd in te stellen. Snel voorverwarmen U kunt de voorverwarmtijd verkorten met de functie Snel voorverwarmen. Selecteer een functie, tik op het symbool voor snel voorverwarmen . Het symbool voor snel voorverwarmen op het display licht op. Wanneer Snel voorverwarmen bij de gekozen functie niet beschikbaar is, klinkt een pieptoon. Snel voorverwarmen is niet beschikbaar bij de functies „Ontdooien“ en „Deeggeleiding“.10 Wijziging tijdens het koken Wanneer het apparaat is ingeschakeld, kunt u met de ovenfunctieregelaar resp. de smart-slider de bedrijfsmodus en de temperatuur veranderen. Wanneer na de wijziging 6 seconden geen verdere actie volgt, neemt de oven de wijziging over. Wanneer u tijdens het kookproces de kooktijd wilt veranderen, tikt u op en verandert deze met de smart-slider of het symbool „+/-“. Wanneer na de wijziging 6 seconden geen verdere actie volgt, neemt de oven de wijziging over. Tijdens een kookproces met een vastgestelde eindtijd kunt u geen wijziging doen. Wanneer u het kookproces wilt afbreken, tikt u op . Aanwijzingen Het veranderen van de bedrijfsmodi/temperatuur/resterende kooktijden kan enige negatieve effecten hebben op het kookresultaat. Wij adviseren u, dit niet te doen – tenzij u een ervaren kok/kokkin bent. Let op! Na het inschakelen van het apparaat wordt het vooral in het interieur zeer heet. Raak nooit de binnenvlakken van het apparaat of de verwarmingselementen aan. Gebruik ovenwanten, om toebehoren of ovenservies uit de kookruimte te verwijderen en laat het apparaat afkoelen. Houd kinderen op een veilige afstand, om verbrandingen te vermijden. Timer Tik op , om de timerfunctie te gebruiken. Wanneer de ingestelde tijd voorbij is, meldt de oven dit met een pieptoon. Bij het eerste aantikken van het symbool , stelt u de uren in. Tik dan opnieuw op het symbool , om de minuten in te stellen. Tik opnieuw op het symbool , om de instelling te beëindigen. U kunt de timer voor en tijdens het kookproces instellen, maar wanneer u de functie en temperatuur kiest, is hij niet beschikbaar. Kinderbeveiliging Uw apparaat beschikt over een kinderbeveiliging, zodat kinderen het niet per ongeluk kunnen inschakelen of instellingen veranderen. Wanneer u de knop 3 seconden lang ingedrukt houdt, wordt de kinderbeveiliging geactiveerd. Wanneer u de knop opnieuw 3 seconden lang ingedrukt houdt, wordt het apparaat weer ontgrendeld. U kunt de kinderbeveiliging op elk moment activeren en deactiveren, ongeacht of de oven is ingeschakeld of niet. Houd de knop 3 seconden lang ingedrukt, om de kinderbeveiliging in- en uit te schakelen. Wanneer de kinderbeveiliging is ingeschakeld, verschijnt op het display het symbool .11 Temperatuursensor Uw oven beschikt over een temperatuursensor . Wanneer u de temperatuursensor gebruikt, licht het symbool op. De klok schakelt om, zodat de temperatuurinstelling wordt weergegeven. U kunt deze instelling veranderen met de knoppen + en - of de smart-slider. Druk dan op , om de functie en de temperatuur te kiezen. Schakel dan door drukken van de oven in. In deze bedrijfsmodus wordt het symbool gebruikt, om zowel de temperatuursensor alsook de kerntemperatuur te veranderen. U kunt de instelling ook tijdens het kookproces veranderen. Aanwijzingen

1. Gebruik de temperatuursensor alleen in combinatie met levensmiddelen. Zo hebt u lang plezier

2. Gebruik alleen de voor deze oven geadviseerde temperatuursensor.

1. Na instellen van de gewenste bedrijfsmodus, kunt u door drukken van de knop de

stoomondersteuning toevoegen.

2. Stoom kan tijdens het koken handmatig worden toegevoegd door drukken van de knop

3. De standaardinstelling voor de stoom is niveau 1.

Aanwijzingen Er zijn 3 stoomniveaus. Hoe hoger het stoomniveau, des te meer stoom wordt afgegeven. Druk de stoomknop eenmaal, om niveau 1 te kiezen. Door twee keer drukken wordt niveau 2 en door drie keer drukken niveau 3 ingesteld. Het lampje rechts op het display geeft het gekozen niveau aan (l01/l02/l03). Druk de stoomknop vier keer, om het toevoegen van stoom te annuleren. Daardoor wordt het symbool voor de stoom en voor het stoomniveau uitgeschakeld. Als gevolg van trillingen bij het transport kan het waterreservoir bij het openen van de verpakking zijn uitgeschoven. Schuif hem gewoon terug. Waterreservoir Water vullen

1. Druk op het waterreservoir.

Neem het deksel af en vul met water.

2. Druk op het waterreservoir. Neem het deksel af en vul met water.

1. Druk op het waterreservoir

2. Neem de afdekking uit en reinig het

3. Plaats de afdekking en het deksel weer

terug. Druk op de in de afbeelding blauw weergegeven punten. Let erop, dat niets klem komt te zitten.

Stoomreinigingsfunctie Bij deze functie wordt stoom gebruikt voor het week maken van afzettingen in het interieur van de kookruimte, waardoor de kookruimte gemakkelijker te reinigen is.

1. Schakel het systeem in. Druk op het waterreservoir en neem het uit. Vul 1000 ml schoon water

in het waterreservoir.

2. Druk het waterreservoir terug.

3. Tik in de stand-by-modus meermaals op de knop „A“, tot het display „A11“ aangeeft. Dat

betekent, dat het apparaat de stoomreinigingsfunctie heeft ingeschakeld. De tijdweergave geeft de standaardtijd van 05:00 min aan.

4. Druk op , om het programma te starten.

Aanwijzingen De duur van de stoomreiniging kan niet worden ingesteld. Druk de pauzeknop of open de deur, om het reinigingsproces te onderbreken. Sluit de deur en druk de startknop, om het reinigingsproces opnieuw te starten. Functie voor de automatische verwijdering van afzettingen Voor de beste reinigingsresultaten adviseren wij het gebruik van natriumcitraat. Volg de aanwijzingen van de producent op de verpakking. Wanneer de stoomfunctie 20 uur lang is uitgevoerd, moet aansluitend de ontkalkingsfunctie worden ingeschakeld.

1. Schakel het systeem in. Neem het waterreservoir uit en vul 1000 ml schoon water en een

verpakking ontkalkingsmiddel.

2. Druk het waterreservoir terug.13

3. Tik in de stand-by-modus meermaals op de knop , tot het display „A10“ aangeeft. Dat

betekent, dat het apparaat de auto-ontkalkingsfunctie heeft ingeschakeld. De weergave 40:00 min licht op. Het symbool voor het waterreservoir toont de actuele waterstand en andere symbolen verdwijnen.

4. Druk op , om het programma te starten.

5. Wanneer nog 10 min resteren, wordt het programma gestopt en moet water worden bijgevuld.

Neem het waterreservoir uit en vul het water. Reinig het waterreservoir grondig.

6. Vul schoon water en herhaal de stappen 3 tot 4.

Aanwijzingen De ontkalkingsprocedure mag niet worden onderbroken. Wanneer de ontkalkingsprocedure voor het einde wordt onderbroken, moet het volledige programma opnieuw worden gestart vanaf stap 3.14 TOEBEHOREN

Uw apparaat wordt geleverd met verschillende toebehoren. Hier vindt u een overzicht van de meegeleverde toebehoren en informatie over de juiste toepassing. Meegeleverde toebehoren Uw apparaat is uitgerust met de volgende toebehoren:

Bakrooster Voor ovenservies, taartvormen en ovenvaste borden. Voor gebraden en gegrilde gerechten. Bakplaat Voor gebak en klein gebak. Gebruik alleen originele toebehoren. Dit is speciaal afgestemd op uw apparaat. De passende toebehoren zijn verkrijgbaar in onze onlineshop op www.blaupunkt-einbaugeraete.com of bij uw dealer. Aanwijzing Toebehoren kunnen worden vervormd, wanneer ze heet worden. Dit beïnvloedt de functie niet. Zodra ze zijn afgekoeld, nemen ze weer hun oorspronkelijke vorm aan. Gebruik van toebehoren De kookruimte heeft vijf inschuifrails. De inschuifrails worden van onder naar boven geteld. Toebehoren kunnen ongeveer voor de helft worden uitgetrokken, zonder te kiepen. Aanwijzingen

1. Let erop, dat u de toebehoren altijd op de juiste manier in de kookruimte plaatst.

2. Schuif de toebehoren altijd volledig in de kookruimte, zodat ze de deur van het apparaat niet

Vergrendelingsfunctie Toebehoren kunnen ongeveer voor de helft worden uitgetrokken, tot ze inklikken. De vergrendelingsfunctie voorkomt, dat toebehoren door de zwaartekracht van de levensmiddelen en de toebehoren zelf kantelt, wanneer ze worden uitgetrokken. Toebehoren moet voor een goede kantelbeveiliging correct in de kookruimte worden geplaatst. Let er bij het inzetten van het bakrooster op, dat het in de juiste richting wijst, zoals op de afbeeldingen . Let er bij het inzetten van het bakrooster op, dat het in de juiste richting wijst, zoals op de afbeeldingen weergegeven.16

ENERGIE-EFFICIËNT GEBRUIK

1. Verwijder alle toebehoren, die tijdens het kookproces niet nodig zijn.

2. Open de deur niet tijdens het kookproces

3. Wanneer u de deur tijdens het kookproces opent, schakelt u de bedrijfsmodus op „Licht“

(zonder verandering van de temperatuurinstelling)

4. Verlaag bij bedrijfsmodi zonder ventilator 5 min tot 10 min voor het einde van het kookproces

de temperatuurinstelling naar 50 °C. Zo kunt u de warmte van de kookruimte gebruiken, om het kookproces af te sluiten.

5. Gebruik indien mogelijk de luchtcirculatiefunctie. Als gevolg daarvan kunt u de temperatuur 20

°C tot 30 °C verlagen.

6. U kunt met de heteluchtfunctie op meerdere niveaus tegelijkertijd koken en bakken.

7. Wanneer het niet mogelijk is, verschillende gerechten gelijktijdig te koken en te bakken, kunt u

ze na elkaar garen, om de voorverwarmde oven te gebruiken.

8. Verwarm de lege oven niet voor, wanneer hij niet nodig is.

Plaats de gerechten onmiddellijk na bereiken van de gewenste temperatuur in de oven. Wanneer de gewenste temperatuur is bereikt, schakelt het controlelampje uit.

9. Gebruik geen reflecterende folie, zoals bijvoorbeeld aluminiumfolie, om de bodem van de

kookruimte af te dekken.

10. Gebruik indien mogelijk de timer en/of een temperatuursensor.

11. Gebruik donkere, matte en lichte bakvormen en -reservoirs. Gebruik geen zware toebehoren

met glimmende oppervlakken, zoals bijvoorbeeld roestvast staal of aluminium.17 MILIEU De verpakking dient ervoor, uw nieuwe apparaat te beschermen tegen transportschade. De gebruikte materialen werden zorgvuldig gekozen en moeten worden gerecycled. Recycling reduceert het gebruik van grondstoffen en afval. Elektrische en elektronische apparaten bevatten vaak waardevolle materialen. Voer het niet af met het huisafval.

GEZONDHEID Vooral bij het verwarmen van zetmeelrijk voedsel (bijvoorbeeld aardappels, patat, brood) tot zeer hoge temperaturen voor lange tijd ontstaat acrylamide. Tips

1. Kies korte kooktijden.

2. Kook de gerechten, tot ze een goudgele oppervlakkleur hebben. Laat ze niet verbranden,

zodat ze een donkerbruine kleur hebben. 3. Grotere porties hebben minder acrylamide. 4. Gebruik indien mogelijk de heteluchtfunctie.

5. Patat: Bak niet meer dan 450 g per plaat. Leg ze gelijkmatig verdeeld op de plaat en draai ze

van tijd tot tijd. Lees evt. de productinformatie, om het beste bakresultaat te bereiken.

Reinigingsmiddelen Met goede verzorging en reiniging behoudt uw apparaat zijn uiterlijk en blijft lange tijd volledig functioneel. Wij legen nu uit, hoe u uw apparaat goed verzorgt en reinigt. Let op de aanwijzingen in de tabel, zodat de verschillende oppervlakken niet worden beschadigd door de verkeerde reinigingsmiddelen. Afhankelijk van het apparaatmodel kunnen niet alle vermelde bereiken zich op/in uw apparaat bevinden.18 Let op! Gevaar van oppervlakbeschadiging Niet gebruiken:

1. Scherpe of schurende reinigingsmiddelen.

2. Reinigingsmiddelen met hoog alcoholgehalte.

5. Speciaalreiniger voor de reiniging van hete apparaten.

Nieuwe sponzen en doeken voor gebruik grondig wassen.

Ovenbereik Reiniging Roestvaststalen front Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Kalkvlekken, vet, zetmeel en albumine (bijvoorbeeld eiwit) onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan zich roest vormen. Speciale roestvrijstalen reinigers voor het reinigen van hete oppervlakken zijn verkrijgbaar bij gespecialiseerde dealers. Breng een zeer dunne laag van het reinigingsmiddel op met een zachte doek. Kunststof Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Gebruik geen glasreiniger of een glasschraper. Gelakte oppervlakken Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Bedieningsveld Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Gebruik geen glasreiniger of een glasschraper. Deurpaneel Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Gebruik geen glasschraper of een schuurspons van roestvast staal.19

Ovenbereik Reiniging Deugreep Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Veeg, wanneer de deugreep in aanraking komt met ontkalker, hem onmiddellijk af. Anders kunnen eventuele vlekken niet worden verwijderd. Email-oppervlakken en zelfreinigende oppervlakken Let daarbij op de aanwijzingen voor de oppervlakken van de kookruimte in de tabel. Glasafdekking van de binnenverlichting Warm zeepwater: Met een theedoek reinigen en dan met een zachte doek afdrogen. Wanneer de kookruimte sterk is vervuild, gebruikt u ovenreiniger. Deurafdichting Mag nooit worden verwijderd. Warm zeepwater: Reinigen met een theedoek. Niet schrobben. Deurafdekking van roestvast staal Roestvast staalreiniger: let op de betreffende aanwijzingen van de producent. Gebruik geen verzorgingsmiddelen voor roestvast staal. Verwijder voor de reiniging de deurafdekking. Toebehoren Warm zeepwater: Inweken en met een theedoek of een borstel reinigen. Bij sterke vuilafzettingen kan een schuurspons van roestvast staal worden gebruikt. Inschuifrails Warm zeepwater: Inweken en met een theedoek of een borstel reinigen. Uittreksysteem Warm zeepwater: Met een theedoek of een borstel reinigen. Niet het smeermiddel verwijderen, wanneer ze uitgetrokken zijn. Ze moeten bij voorkeur in ingeschoven toestand worden gereinigd. Niet in de vaatwasser reinigen. Temperatuursensor Warm zeepwater: Met een theedoek of een borstel reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen.

1. Lichte kleurverschillen op de voorkant van het apparaat zijn terug te voeren op het gebruik van

verschillende materialen zoals glas, kunststof en metaal.

2. Schaduwen op de deurbekledingen, die er uitzien als strepen, worden veroorzaakt door

reflecties van de binnenverlichting.

3. Het email wordt bij zeer hoge temperaturen opgebracht. Dit kan leiden tot lichte

kleurafwijkingen. Dat is normaal en beïnvloedt de werking niet. De randen van dunnen platen kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Bijgevolg kunnen deze randen ruw zijn. De corrosiebescherming wordt daardoor niet beïnvloed.

4. Houd het apparaat altijd schoon en verwijder het vuil onmiddellijk, zodat zich geen hardnekkige

vuilafzettingen vormen.20 Tips

1. Reinig de gaarruimte na ieder gebruik. Daardoor kan geen vuil aankoeken.

2. Kalkvlekken, vet, zetmeel en albumine (bijvoorbeeld eiwit) altijd onmiddellijk verwijderen.

3. Vlekken van suikerhoudende levensmiddelen indien mogelijk onmiddellijk verwijderen, zolang

de vlek nog warm is.

4. Gebruik voor het braden geschikt ovenservies, bijvoorbeeld een braadslede.

Met goede verzorging en reiniging behoudt uw apparaat zijn uiterlijk en blijft lange tijd volledig functioneel. Hier leert u, hoe u de deur van het apparaat kunt verwijderen en reinigen. U kunt de deur van het apparaat eraf nemen om hem te reinigen en om de deurbekledingen te verwijderen. De scharnieren van de deur van het apparaat hebben een vergrendelingshendel. Wanneer de vergrendelingshendels gesloten zijn, is de deur van het apparaat beveiligd. Hij kan niet worden losgemaakt. Wanneer de vergrendelingshendels geopend zijn om de deur van het apparaat los te maken, zijn de scharnieren vergrendeld. Ze kunnen niet dichtklappen.

Let op! – Verwondingsgevaar!

1. Wanneer de scharnieren niet vergrendeld zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen. Let

erop, dat de vergrendelingshendels altijd helemaal gesloten of bij het losmaken van de deur van het apparaat helemaal geopend zijn.

2. De scharnieren van de deur van het apparaat bewegen bij het openen en sluiten van de deur.

Daarbij kunnen vingers of andere lichaamsdelen worden ingeklemd. Houd uw handen ui de buurt van de scharnieren.21

Afbouwen van de deur van het apparaat

1. Open de deur van het apparaat volledig.

2. Klap de beide vergrendelingshendels links en rechts op.

3. Sluit de deur van het apparaat tot de eindaanslag.

4. Pak de deur met beide handen links en rechts vast en trek hem er naar boven uit.

Inbouwen van de deur van het apparaat Breng de deur van het apparaat in omgekeerde volgorde van het uitbouwen weer aan.

1. Let er bij het aanbrengen van de deur van het apparaat op, dat beide scharnieren direct op de

montagegaten van de frontplaat van de gaarruimte worden gezet. Let erop, dat de scharnieren in de juiste positie worden ingezet. Ze moeten zich gemakkelijk en zonder weerstand laten inzetten. Wanneer u een weerstand merkt, controleert u, of de scharnieren correct in de gaten zijn geplaatst.

2. Open de deur van het apparaat volledig. Bij het openen van de deur van het apparaat kunt u

nogmaals controleren, of de scharnieren in de juiste positie zijn. Wanneer ze verkeerd om zijn gemonteerd, kunt u de deur van het apparaat niet volledig openen. Klap beide vergrendelingshendels weer dicht.

3. Sluit de ovendeur. Controleer nog een keer, of de deur in de juiste positie zit en de

ventilatiesleuven niet half zijn afgedekt.22

Verwijderen de deurafdekking De kunststoflaag in de deurafdekking kan verkleuren. U kunt de afdekking verwijderen, om hem grondig te reinigen. Verwijder de deur van het apparaat zoals boven beschreven.

1. Druk op de rechter- en linkerzijde van de afdekking.

2. Verwijder de afdekking.

3. Wanneer u de deurafdekking hebt verwijderd, kunnen de resterende delen van de deur van het

apparaat gemakkelijk worden afgenomen, zodat u kunt doorgaan met de reiniging. Wanneer de reiniging van de deur van het apparaat is voltooid, zet u de afdekking er weer op en drukt hem aan, tot hij hoorbaar inklikt.

4. Bouw de deur van het apparaat weer in en sluit hem.23

Let op! Wanneer de deur van het apparaat goed is ingebouwd, kan ook de deurafdekking worden afgenomen.

1. Het verwijderen van de deurafdekking betekent, dat het binnenste glas van de deur van het

apparaat los wordt. Het glas kan gemakkelijk worden bewogen en schade of verwondingen veroorzaken.

2. Door het verwijderen van de deurafdekking en het binnenglas kan het totaalgewicht van de

deur van het apparaat worden gereduceerd. De scharnieren kunnen bij het sluiten van de deur gemakkelijk bewegen, en u kunt uw vingers inklemmen. Houd uw handen ui de buurt van de scharnieren. Op grond van de beide bovengenoemde punten moet u de deurafdekking alleen verwijderen, wanneer ook de deur van het apparaat is verwijderd. Schade, die is ontstaan door een verkeerde procedure, wordt niet gedekt door de garantie.

Inschuifrails Wanneer u de inschuifrails en de kookruimte grondig wilt reinigen, kunt u de inschuifrails uitnemen en reinigen. Met goede verzorging en reiniging behoudt uw apparaat zijn uiterlijk en blijft lange tijd volledig functioneel.

1. Trek het voorste deel van de inschuifrails er horizontaal uit. Vervolgens kunt u de inschuifrails

zoals in de afbeelding onder getoond uitnemen.

2. Om de inschuifrails weer in de kookruimte te schuiven, moet het achterste deel van de

inschuifrails eerst goed in de gaten van de kookruimte worden gestoken. Dan kunnen de inschuifrails weer in de kookruimte worden geschoven.

PROBLEEMOPLOSSING Vergewis u, wanneer een fout optreedt, ervan dat hij niet is terug te voeren op een onjuist bediening, voor u de klantenservice belt. Probeer eerst zelf de fout te verhelpen met behulp van het volgende overzicht. Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak gemakkelijk zelf verhelpen. Als een gerecht niet zo goed lukt als u het had gewenst, vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing veel tips en aanwijzingen voor de bereiding. Fout Mogelijke oorzaak Opmerkingen/oplossing Het apparaat functioneert niet. Defecte zekering Controleer de stroomonderbreker in zekeringenkast.

Stroomuitval Controleer, of de keukenlamp of andere keukenapparaten functioneren. In de bedrijfsmodus „Circulatielucht“ is de ventilator niet altijd ingeschakeld. Op grond van de best mogelijke warmteverdeling en het best mogelijke vermogen van de oven is dit een normale procedure. Na een kookproces is een geluid te horen en een luchtstroom in de buurt van het bedieningspaneel waar te nemen. De ventilator is nog in bedrijf, om hoge vochtigheid in de kookruimte te voorkomen en de oven af te koelen. De ventilator schakelt automatisch uit. De gerechten worden in de volgens recept aangegeven tijd niet voldoende gegaard. Er wordt een andere temperatuur gebruikt dan de in het recept aangegeven. Controleer de temperatuurinstelling. De hoeveelheden van de ingrediënten verschillen van het recept. Controleer het recept. Ongelijkmatige bruining De temperatuurinstelling is te hoog of het gerecht is niet op de juiste inschuifrail geplaatst. Controleer het recept en de instellingen. De eigenschappen van het oppervlak en/of kleur en/of materiaal van het ovenservies waren niet de beste keuze voor de gekozen ovenfunctie. Wanneer u stralingswarmte gebruikt, zoals bijvoorbeeld in de bedrijfsmodus „Boven- en onderwarmte“, moet u mat, donker gekleurd en licht ovenservies gebruiken De lamp schakelt niet in De lamp moet worden vervangen.25 Waarschuwing – Gevaar van een elektrische schok! Verkeerd uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde stroomkabels mogen alleen worden uitgevoerd door een van onze klantenservicemedewerkers. Wanneer het apparaat defect is, koppelt u het los van het net of schakelt de stroomonderbreker in de zekeringenkast uit. Neem contact op met de klantenservice. Maximale bedrijfstijd De maximale bedrijfstijd van dit apparaat bedraagt 9 uur, in het geval u een keer vergeet, het uit te schakelen. Belichting van de kookruimte Om het interieur van de kookruimte te verlichten, beschikt uw apparaat over een of meer duurzame led-lampen. Als toch een keer een led-lamp of de glasafdekking defect is, belt u de klantenservice De afdekking van de lamp mag niet worden verwijderd.26 KLANTENSERVICE Wanneer uw apparaat moet worden gerepareerd, is onze klantenservice er voor u. Wij vinden altijd een passende oplossing. Neem neem contact op met de dealer, waarbij u het apparaat hebt gekocht of direct met de Blaupunkt-klantenservice. Contactinformatie vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing. Geef bij uw telefoontje het model- en serienummer aan, zodat we u goed kunnen adviseren. Het typeplaatje met deze nummers vindt u, wanneer u de deur van het apparaat opent. Nominale spanning: 220-240V~ Nominale frequentie: 50Hz-60Hz Vermogen: 3,15 kW

Om in het geval van problemen tijd te besparen, kunt u het model van uw apparaat en het telefoonnummer van de klantenservice noteren in het volgende veld. ONDERHOUDSKAART

Waarschuwing Dit apparaat moet conform de geldende voorschriften worden geïnstalleerd en alleen worden gebruikt in een goed geventileerde ruimte. Lees deze handleiding zorgvuldig door, voor u dit apparaat installeert of gebruikt.27

U wilt uw eigen recept koken Probeer eerst, instellingen van vergelijkbare recepten te gebruiken en het kookproces op grond van het resultaat te optimaliseren. Is de taart gebakken? Steek circa 10 minuten voor afloop van de aangegeven baktijd een houten stok in de taart. Wanneer zich na het uittrekken geen rauw deeg meer aan de stok bevindt, is de taart klaar. De taart verliest bij het afkoelen na het bakken veel volume. Verlaag de temperatuurinstelling 10 °C en controleer het recept met betrekking tot de mechanische omgang met het deeg. De taart is in het midden veel hoger dan aan de buitenste rand. Vet de buitenring van de springvorm niet in. De taart is van boven te bruin. Gebruik een lagere inschuifrail en/of een lagere temperatuur (dit kan leiden tot een langere baktijd). De taart is te droog. Gebruik een 10 °C hogere temperatuur (dit kan leiden tot een kortere baktijd). Het eten ziet er goed uit, maar is van binnen te vochtig. Gebruik een 10 °C lagere temperatuur (dit kan leiden tot een langere kooktijd) en controleer het recept. De bruining is ongelijkmatig. Gebruik een 10 °C lagere temperatuur (dit kan leiden tot een langere kooktijd). Gebruik de boven- en onderwarmte. De bodem van de taart is niet genoeg gebruind. Plaats hem een niveau lager. Gelijktijdig bakken op meerdere niveaus: Het bruiningsresultaat varieert op de verschillende niveaus. Gebruik voor het bakken op meer dan een niveau een bedrijfsmodus met ventilator en neem de platen er afzonderlijk uit, wanneer ze klaar zijn. Het is niet nodig, dat alle platen tegelijk klaar zijn. Condenswater bij het bakken Stoom is onderdeel van het kookproces en beweegt zich normaal gesproken samen met de koelluchtstroom uit de oven. Deze stoom kan aan verschillende oppervlakken aan de oven of in de buurt van de over condenseren en waterdruppels vormen. Dit is een fysiek proces en kan niet volledig worden vermeden.28

Welke soort ovenservies kan worden gebruikt? Elk hittebestendige ovenservies kan worden gebruikt. Aluminium mag niet in direct contact komen met levensmiddelen, met name wanneer het zuurhoudende levensmiddelen zijn. Let erop, dat reservoir en deksel goed sluiten. Hoe wordt de grillfunctie gebruikt? Verwarm de oven 5 minuten lang voor en plaats de levensmiddelen op het in deze handleiding aangegeven niveau. Gebruik de oven niet, wanneer de deur is geopend, behalve voor het inzetten/uitnemen/controleren van de levensmiddelen. Hoe houdt men de oven tijdens het grillen schoon? Schuif een met 2 liter water gevulde plaat op niveau 1. Nagenoeg alle vloeistoffen, die van de op het rooster staande gerechten omlaag druipen, worden door de plaat opgevangen. Het verwarmingselement schakelt in alle bedrijfsmodi met grill aan en uit. Dit is een normale procedure en hangt af van de temperatuurinstelling. Hoe berekent men de oveninstellingen, wanneer het gewicht van een braadstuk niet is gespecificeerd door een recept? Kies de instellingen naast het braadgewicht en verander de tijd iets. Gebruik zo mogelijk een vleessonde, om de temperatuur in het vlees te bepalen. Plaats de punt van de vleessonde overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant voorzichtig in het vlees. Let erop, dat de punt van de vleessonde in het midden van het grootste stuk vlees ligt, maar niet in de buurt van een bot of gat. Wat gebeurt er, wanneer tijdens het kookproces een vloeistof op een levensmiddel in de oven wordt gegoten? De vloeistof zal koken en als normale fysieke procedure zal stoom ontstaan. Wees voorzichtig, want de stoom is heet. Zie ook „Condenswater bij het bakken“ voor meer informatie. Wanneer de vloeistof alcohol bevat, gaat het kookproces sneller en kunnen zich vlammen vormen in de kookruimte. Let erop, dat de ovendeur tijdens zulke processen gesloten is. Bewaak het kookproces zorgvuldig. Open de deur alleen indien nodig en zeer voorzichtig.29 AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S

Met dit apparaat kunnen verschillende automatische recepten worden bereid. Volg gewoon de tips op het display, om perfecte gerechten te bereiken.

1. Bereid de ingrediënten voor.

2. Tik in stand-by eenmaal op de knop „A“, om het menu voor de automatische programma's te

activeren. Tik op - of +, om een van de verschillende automatische programma's te kiezen (C01 tot C02, A01 tot A11).

3. Er zijn 11 recepten in vijf categorieën, die u naar behoefte kunt kiezen.

1. Volg de aanwijzingen op het display. Anders krijgt u misschien geen perfect kookresultaat.

2. U kunt het automatische kookproces niet onderbreken.

3. Open de deur alleen, wanneer u daartoe volgens het display wordt opgeroepen. Anders koelt

AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S Menu Programma Aantal knopdrukken Bedrijfsmodus Temp. in

Millefoglie van gele en paarse aardappelen A07

Gebraden kip met nieuwe aardappelen A08

RECEPTEN TAART Vorm Niveau Bedrijfsmodus Temp. in °C Duur in minuten: Seconden Biscuittaart (enkelvoudig) in bakblik Bakblik

Biscuittaart met vruchten op de bakplaat Bakplaat

Rozijnen-brioche Muffins (gistdeeg) Muffinvorm

Voorverwarmingstij d: 19:00 Baktijd: 11:00 Bundtaart (gistdeeg) Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 11:00 Baktijd: 60:00 Muffins Muffinvorm

Voorverwarmingstij d: 8:30 Baktijd: 30:00 Muffins Muffinvorm

Voorverwarmingstij d: 8:30 Baktijd: 30:00 Appeltaart met gistdeeg op een bakplaat Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 10:00 Baktijd: 42:30 Biscuittaart (6 eieren) Springvorm

Voorverwarmingstij d: 9:30 Baktijd: 41:00 Biscuittaart (4 eieren) Springvorm

Voorverwarmingstij d: 9:00 Baktijd: 26:00 Biscuittaart Taart Springvorm

Appeltaart met gistdeeg op een bakplaat Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 8:00 Baktijd: 42:00 Gistvlecht Bakplaat

TAART Vorm Niveau Bedrijfsmodus Temp. in °C Duur in minuten: Seconden Kleine koekjes 20 stuks Bakplaat

Kleine koekjes 40 stuks Bakplaat 2+4 Boven- /onderwarmte

Voorverwarmingstij d: 10:00 Baktijd: 34:00 Boterkoek (gistdeeg) Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 08:00 Baktijd: 30:00 Kortkorstgebak Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 08:00 Baktijd: 13:00 Kortkorstgebak 2 bakplaten Bakplaat 2+4 Boven- /onderwarmte + circulatielucht

Voorverwarmingstij d: 08:20 Baktijd: 12:00 Koekjes Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 08:00 Baktijd: 10:00 Koekjes Bakplaat 2+4 Boven- /onderwarmte + circulatielucht

Voorverwarmingstij d: 08:00 Baktijd: 14:00 BROOD Vorm Niveau Bedrijfsmodus Temp. in °C Duur in minuten: Seconden Witbrood (1 kg meel) bakblik Bakblik

Voorverwarmingstij d: 09:20 Baktijd: 50:00 Witbrood (1 kg meel) bakblik Bakblik

Voorverwarmingstij d: 12:00 Baktijd: 45:00 Verse pizza (dun) Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 09:30 Baktijd: 21:00 Verse pizza (dik) Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 10:00 Baktijd: 45:00 Verse pizza (dik) Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 08:00 Baktijd: 41:00 Brood Bakplaat

Voorverwarmingstij d: 09:00 Baktijd: 30:0033 VLEES Vorm Niveau Bedrijfsmodus Temp. in °C Duur in minuten: Seconden Runderfilet 1,6 kg Bakplaat

Dubbele grill + circulatielucht

Gehaktbrood 1 kg Bakplaat

Kip 1 kg Bakplaat Niveau 2: Bakrooster niveau 1: Bakplaat Dubbele grill + circulatielucht

Vis (2,5 kg) Bakplaat

Gebraden varkensnek Bakplaat

Kip 1,7 kg Bakplaat Niveau 2: Bakrooster niveau 1: Bakplaat

Niveau Tijd (min) Voorverwar men Biscuittaart Springvorm Φ26cm

30–35 NEE Kleine taart 1 bakplaat

Kleine taart 1 bakplaat

Kleine taart 2 bakplaten

Kwarktaart Springvorm Φ26cm

70–80 NEE Brood 1 bakplaat

6–8 JA , 5 min Kip Bakrooster & bakplaat

Let op de volgende informatie:

1. De meting voor het bepalen van de gegevens voor het geforceerde luchtbedrijf en het

typeplaatje gebeurt in de bedrijfsmodus „ECO“.

2. De meting van de gegevens voor de conventionele bedrijfsmodus gebeurt in de bedrijfsmodus

„Boven- en onderwarmte“.

3. Gedurende de meting bevinden alleen de noodzakelijke toebehoren zich in de kookruimte. Alle

anderen delen moeten worden verwijderd.

4. De oven wordt zoals in de montagehandleiding beschreven geïnstalleerd en in het midden van

5. Voor de meting moet de deur van het apparaat zoals bij normaal huishoudelijk gebruik worden

gesloten, ook wanneer de meetkabel de afdichtfunctie van de afdichting stoort. Om ervoor te zorgen dat de gestoorde afdichting geen negatieve effecten heeft op de energiegegevens, moet de deur tijdens de meting zorgvuldig worden gesloten. Het kan nodig zijn om een gereedschap te gebruiken om de afdichting van de afdichting te garanderen, zoals in huis, waar geen kabel de afdichtingsfunctie verstoort.

6. De bepaling van het kookruimtevolume voor de toepassing „Ontdooien“ gebeurt zoals

beschreven op pagina 14. Om een efficiënt gebruik van de oven te garanderen, worden alle toebehoren inclusief de inschuifrails verwijderd.36

KOKEN IN DE BEDRIJFSMODUS „ECO“

In de bedrijfsmodus „ECO“ komt de warmte van de onderwarmte en de ringverwarming. Met deze bedrijfsmodus kunt u bij het koken energie besparen. RECEPTEN Toebehoren

Tijd (min) Voorverwa rmen Gistvlecht 1 bakplaat

45–50 NEE Gebraden varkensvlees 1 bakplaat

80–85 NEE Kersentaart Springvorm

80–85 NEE Brownies Bakrooster en glasplaat

55–60 NEE Aardappelgratin Bakrooster en ronde plaat

65–70 NEE Lasagne Bakrooster en glasplaat

75–80 NEE Kwarktaart Springvorm Φ20cm

Warmtebron Elektrisch Nuttig volume 72 l ECelectric, kookruimte (conventionele bedrijfsmodus) 1,06 kWh/cyclus ECelectric, kookruimte (circulatielucht) 0,63 kWh/cyclus EEICavity

Energieklasse (A+++ tot D)

Aanwijzing Alle op pagina 8 beschreven bedrijfsmodi zijn hoofdfuncties van de oven.INDICE